Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0532

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, in het Comité van hoge ambtenaren en in het Raadgevend Comité van de EPO, opgericht bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO, de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO

COM/2025/532 final

Brussel, 25.9.2025

COM(2025) 532 final

2025/0294(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, in het Comité van hoge ambtenaren en in het Raadgevend Comité van de EPO, opgericht bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO, de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft de besluiten tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in drie organen van de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de EU en Kenia — de EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO — in verband met de voorgenomen vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO; de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO; het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO; het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO.

Achtergrond van het voorstel

1.1.De economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Kenia

De Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG), anderzijds (“de Overeenkomst”) heeft tot doel bilateraal uitvoering te geven aan de in 2014 afgesloten EPO tussen de EU en de OAG, die nooit in werking is getreden, aangezien niet alle OAG-lidstaten deze hebben ondertekend en geratificeerd. De EPO tussen de EU en Kenia voorziet in asymmetrische liberalisering van de handel in goederen en in bepalingen inzake duurzame ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking. De Overeenkomst is op 1 juli 2024 in werking getreden.

1.2.De EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO

Bij artikel 104 van de Overeenkomst is een EPO-Raad (het hoogste orgaan) opgericht, en bij artikel 104, lid 3, is bepaald dat de Raad onder meer tot taak heeft “zijn reglement van orde vast [te stellen]”. Op grond van artikel 105, lid 3, en artikel 120 van de Overeenkomst moet de EPO-Raad het reglement van orde voor het arbitragepanel en het reglement van orde voor de procedure voor de beslechting van geschillen vaststellen. De Raad heeft beide op 6 mei 2025 vastgesteld.

Het Comité van hoge ambtenaren is ingesteld bij artikel 106 van de Overeenkomst om de Raad bij te staan in de uitoefening van zijn taken, en bij artikel 107, lid 3, is bepaald dat de taken van het Comité onder meer het vaststellen van zijn reglement van orde omvatten. Dat reglement van orde is eveneens op 6 mei 2025 door de Raad vastgesteld.

Het Raadgevend Comité van de EPO is bij artikel 108 van de Overeenkomst opgericht en heeft tot taak het Comité van hoge ambtenaren bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen vertegenwoordigers van de particuliere sector, organisaties van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de academische gemeenschap, en de sociale en economische partners betreffende alle onder de Overeenkomst vallende kwesties te bevorderen. Overeenkomstig artikel 108, lid 2, van de Overeenkomst beslist de EPO-Raad op aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, teneinde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden te waarborgen. Bij artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst is bepaald dat het Raadgevend Comité van de EPO “in overleg met het Comité van hoge ambtenaren zijn reglement van orde vast[stelt]”.

1.3.De beoogde handelingen van de EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO

De EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO hebben zich voorgenomen de volgende besluiten en aanbeveling aan te nemen:

1.aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad betreffende het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO;

2.besluit van de EPO-Raad betreffende het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO;

3.besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO;

4.besluit van het Raadgevend Comité van de EPO tot vaststelling van zijn reglement van orde.

2.Namens de Unie in te nemen standpunt

Dit voorstel voor een besluit van de Raad stelt het standpunt vast dat namens de Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO, die zijn opgericht bij de Overeenkomst, met betrekking tot de vaststelling van: het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO; de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO; het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO.

De Partijen bij de Overeenkomst hebben dat reglement van orde en de bovengenoemde ontwerpbesluiten en de ontwerpaanbeveling van de EPO-Raad en het Comité van hoge ambtenaren besproken en zijn overeengekomen dat deze, onder voorbehoud van de besluitvormingsprocedures van de Partijen, snel moeten worden aangenomen om een soepele uitvoering van de Overeenkomst mogelijk te maken.

De inhoud van de aangehechte reglementen van orde is vergelijkbaar met die van de reglementen van orde van andere economische partnerschapsovereenkomsten of andere handelsovereenkomsten. De aangehechte aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van de EPO-Raad dienaangaande zijn vereist op grond van artikel 108, lid 2, van de Overeenkomst. Het aangehechte besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO is vereist op grond van artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst.

Het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO is van essentieel belang voor de voltooiing van het institutionele kader van de Overeenkomst en dus voor het waarborgen van de vlotte uitvoering ervan. De besluiten over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde daarvan zijn van cruciaal belang om de goede werking ervan te waarborgen.

3.Rechtsgrondslag

3.1.Procedurele rechtsgrondslag

3.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 1 . Ten slotte omvat het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” ook handelingen van organisatorische aard die van invloed zijn op de wijze waarop besluiten binnen het lichaam worden genomen, bijvoorbeeld wanneer een lichaam met beslissingsbevoegdheid zijn reglement van orde vaststelt of wijzigt.

3.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO zijn organen die zijn opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de EPO tussen de EU en Kenia.

De respectieve ontwerphandelingen die de drie comités moeten vaststellen, hebben rechtsgevolgen omdat het gaat om handelingen van organisatorische aard die van invloed zijn op de wijze waarop beslissingen binnen de betrokken lichamen worden genomen. De beoogde handelingen zullen overeenkomstig de artikelen 104, 105, 107 en 108 van de Overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.

De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de Overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

3.2.Materiële rechtsgrondslag

3.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

3.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en inhoud van de beoogde handelingen hebben in de eerste plaats betrekking op de gemeenschappelijke handelspolitiek.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.

3.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

4.Bekendmaking van de beoogde handelingen

Aangezien bij de handelingen van de EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren en het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO en het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO worden vastgesteld, is het passend deze na de vaststelling ervan bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2025/0294 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, in het Comité van hoge ambtenaren en in het Raadgevend Comité van de EPO, opgericht bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO, de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Economische Partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (de “Overeenkomst”), is op 1 juli 2024 in werking getreden 2 .

(2)Overeenkomstig de artikelen 104, 106 en 108 van de Overeenkomst worden bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst respectievelijk de EPO-Raad, het Comité van hoge ambtenaren en het Raadgevend Comité van de EPO opgericht.

(3)Overeenkomstig artikel 108, lid 2, van de Overeenkomst beslist de EPO-Raad op aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO.

(4)Op grond van artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst moet het Comité van hoge ambtenaren zijn goedkeuring hechten aan de vaststelling van het reglement van orde door het Raadgevend Comité van de EPO.

(5)Krachtens artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst moet het Raadgevend Comité van de EPO zijn reglement van orde vast te stellen.

(6)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in deze drie comités moet worden ingenomen, aangezien de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Raadgevend Comité van de EPO tot vaststelling van zijn reglement van orde rechtsgevolgen in de Unie zullen hebben.

(7)Het standpunt van de Unie in deze drie comités met betrekking tot de vaststelling van de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Raadgevend Comité van de EPO tot vaststelling van zijn reglement van orde moet worden gebaseerd op de respectieve aan dit besluit gehechte ontwerpbesluiten van de drie comités,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Comité van hoge ambtenaren, dat is opgericht krachtens artikel 106 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de aanbeveling aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO wordt gebaseerd op de aan dit besluit gehechte ontwerpaanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren (bijlage 1).

Artikel 2

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, die is opgericht krachtens artikel 104 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot het besluit over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van de EPO-Raad (bijlage 2).

Artikel 3

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Comité van hoge ambtenaren, dat is opgericht krachtens artikel 106 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot het besluit tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Comité van hoge ambtenaren (bijlage 3).

Artikel 4

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Raadgevend Comité van de EPO, dat is opgericht krachtens artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Raadgevend Comité van de EPO (bijlage 4).

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Arrest van het Hof van 7 oktober 2014, Bondsrepubliek Duitsland/Raad van de Europese Unie, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(2)    Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (PB L, 2024/1648, 1.7.2024).
Top

Brussel, 25.9.2025

COM(2025) 532 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de EPO-Raad, in het Comité van hoge ambtenaren en in het Raadgevend Comité van de EPO, opgericht bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds, met betrekking tot de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO, de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren aan de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, het besluit van de EPO-Raad over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO en het besluit van het Comité van hoge ambtenaren tot goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO


BIJLAGE 1

ONTWERP

AANBEVELING Nr. .../2025

VAN HET COMITÉ VAN HOGE AMBTENAREN DAT IS OPGERICHT BIJ DE ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST (EPO) TUSSEN DE EUROPESE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KENIA, LID VAN DE OOST-AFRIKAANSE GEMEENSCHAP, ANDERZIJDS

van...

over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO

HET COMITÉ VAN HOGE AMBTENAREN,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (“de Overeenkomst”), is het Raadgevend Comité van de EPO opgericht, dat tot taak heeft het Comité van hoge ambtenaren bij te staan bij het bevorderen van dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van de particuliere sector, organisaties van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de academische gemeenschap, en sociale en economische partners, over alle aangelegenheden die onder de Overeenkomst vallen.

(2)Bij artikel 108, lid 2, is bepaald dat de EPO-Raad op aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO beslist, teneinde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden te waarborgen,

BEVEELT AAN:

Artikel 1

Het Raadgevend Comité van de EPO (hierna “het Comité” genoemd) bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld die door de EPO-Raad overeenkomstig artikel 2 van deze aanbeveling zijn geselecteerd.

Artikel 2

1.Het Comité bestaat uit leden van de interne adviesgroepen die door elk van de Partijen zijn opgericht.

2.Elke Partij stelt vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld voor om te zorgen voor een adequate en evenwichtige vertegenwoordiging van de respectieve interne adviesgroepen.

3.Overeenkomstig artikel 15 van bijlage V bij de Overeenkomst zorgt elke Partij voor een evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke:

(a)maatschappelijke organisaties, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties,

(b)bedrijfs- en werkgeversorganisaties,

(c)vakbonden, die actief zijn op het gebied van economische, duurzame ontwikkeling, sociale zaken, mensenrechten, milieu en andere aangelegenheden.

4.Geselecteerde vertegenwoordigers treden op voor de duur van hun lidmaatschap van de respectieve interne adviesgroep. Er wordt gezorgd voor relevante deskundigheid en een brede sectorale vertegenwoordiging.

5.Voor de toepassing van deze aanbeveling omvatten “organisaties van het maatschappelijk middenveld” instellingen, verenigingen, stichtingen, belangenverenigingen en andere niet-gouvernementele entiteiten zonder winstoogmerk die advies kunnen verstrekken of gespecialiseerde informatie kunnen bijdragen over onder de Overeenkomst vallende aangelegenheden, alsook vertegenwoordigers van de academische gemeenschap.

Artikel 3

1.De EPO-Raad bespreekt en keurt onverwijld de door de Republiek Kenia en de EU voorgestelde lijst van permanente leden onverwijld goed.

2.De EPO-Raad kan de lijst van leden van het Comité indien nodig wijzigen of integreren.

3.Een vacature in het Comité maakt de samenstelling van het Comité niet ongeldig en doet geen afbreuk aan het recht van de resterende leden om te handelen.

BIJLAGE 2

ONTWERP

BESLUIT Nr. .../2025

VAN DE EPO-RAAD DIE IS OPGERICHT BIJ DE ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST (EPO) TUSSEN DE EUROPESE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KENIA, LID VAN DE OOST-AFRIKAANSE GEMEENSCHAP, ANDERZIJDS

van...

over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO

DE EPO-RAAD,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (“de Overeenkomst”), is het Raadgevend Comité van de EPO opgericht, dat tot taak heeft het Comité van hoge ambtenaren bij te staan bij het bevorderen van dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van de particuliere sector, organisaties van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de academische gemeenschap, en sociale en economische partners, over alle aangelegenheden die onder de Overeenkomst vallen.

(2)Bij artikel 108, lid 2, is bepaald dat de EPO-Raad op aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO beslist, teneinde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden te waarborgen.

(3)Rekening houdend met de aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Raadgevend Comité van de EPO (hierna “het Comité” genoemd) bestaat uit vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld die door de EPO-Raad overeenkomstig artikel 2 van dit besluit zijn geselecteerd.

Artikel 2

1.Het Comité bestaat uit leden van de interne adviesgroepen die door elk van de Partijen zijn opgericht.

2.Elke Partij stelt vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld voor om te zorgen voor een adequate en evenwichtige vertegenwoordiging van de respectieve interne adviesgroepen.

3.Overeenkomstig artikel 108 van de Overeenkomst zorgt elke Partij voor een evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke:

(a)maatschappelijke organisaties, met inbegrip van niet-gouvernementele organisaties,

(b)bedrijfs- en werkgeversorganisaties,

(c)vakbonden, die actief zijn op het gebied van economische, duurzame ontwikkeling, sociale zaken, mensenrechten, milieu en andere aangelegenheden.

4.Geselecteerde vertegenwoordigers treden op voor de duur van hun lidmaatschap van de respectieve interne adviesgroep. Er wordt gezorgd voor relevante deskundigheid en een brede sectorale vertegenwoordiging.

5.Voor de toepassing van dit besluit omvatten “organisaties van het maatschappelijk middenveld” instellingen, verenigingen, stichtingen, belangenverenigingen en andere niet-gouvernementele entiteiten zonder winstoogmerk die advies kunnen verstrekken of gespecialiseerde informatie kunnen bijdragen over onder de Overeenkomst vallende aangelegenheden, alsook vertegenwoordigers van de academische gemeenschap.

Artikel 3

1.De EPO-Raad bespreekt en keurt onverwijld de door de Republiek Kenia en de EU voorgestelde lijst van permanente leden onverwijld goed.

2.De EPO-Raad kan de lijst van leden van het Comité indien nodig wijzigen of integreren.

3.Een vacature in het Comité maakt de samenstelling van het Comité niet ongeldig en doet geen afbreuk aan het recht van de resterende leden om te handelen.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

BIJLAGE 3

ONTWERP

BESLUIT Nr. .../2025

VAN HET COMITÉ VAN HOGE AMBTENAREN DAT IS OPGERICHT BIJ DE ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST (EPO) TUSSEN DE EUROPESE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KENIA, LID VAN DE OOST-AFRIKAANSE GEMEENSCHAP, ANDERZIJDS

van...

over zijn goedkeuring van de vaststelling van het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO

HET COMITÉ VAN HOGE AMBTENAREN,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (“de Overeenkomst”), is het Raadgevend Comité van de EPO opgericht, dat tot taak heeft het Comité van hoge ambtenaren bij te staan bij het bevorderen van dialoog en samenwerking tussen vertegenwoordigers van de particuliere sector, organisaties van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de academische gemeenschap, en sociale en economische partners, over alle aangelegenheden die onder de Overeenkomst vallen.

(2)Bij artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst is bepaald dat het Raadgevend Comité van de EPO in overleg met het Comité van hoge ambtenaren zijn reglement van orde vaststelt,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Comité van hoge ambtenaren, ingesteld bij de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (“de Overeenkomst”), keurt de vaststelling door het Raadgevend Comité van de EPO van zijn reglement van orde dat aan dit besluit is gehecht goed.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

BIJLAGE 4

ONTWERP

BESLUIT nr. .../2025

VAN HET RAADGEVEND COMITÉ VAN DE EPO DAT IS OPGERICHT BIJ DE ECONOMISCHE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST (EPO) TUSSEN DE EUROPESE UNIE, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KENIA, LID VAN DE OOST-AFRIKAANSE GEMEENSCHAP, ANDERZIJDS

van...

met betrekking tot zijn reglement van orde

HET RAADGEVEND COMITÉ VAN DE EPO,

Gezien de Economische Partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds 1 (de “Overeenkomst”), ondertekend op 18 december 2023 in Nairobi, en met name artikel 108,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Overeenkomstig artikel 108, lid 1, van de Overeenkomst wordt het Raadgevend Comité van de EPO opgericht.

(2)Krachtens artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst moet het Raadgevend Comité van de EPO zijn reglement van orde vast te stellen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.



BIJLAGE

Reglement van orde van het Raadgevend Comité van de EPO

opgericht krachtens artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds

Artikel 1

Rol van het Raadgevend Comité van de EPO

Het Comité dat is opgericht op grond van artikel 108 van de Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, enerzijds, en de Republiek Kenia, lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, anderzijds (hierna “Overeenkomst” genoemd), is verantwoordelijk voor alle in artikel 108, lid 1, van de Overeenkomst bedoelde aangelegenheden.

Artikel 2

Samenstelling en voorzitterschap

1.Overeenkomstig artikel 108, lid 2, van de Overeenkomst beslist de EPO-Raad op aanbeveling van het Comité van hoge ambtenaren over het lidmaatschap van het Raadgevend Comité van de EPO, teneinde een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van alle belanghebbenden te waarborgen.

2.Het Raadgevend Comité van de EPO wordt gezamenlijk voorgezeten door vertegenwoordigers van de Europese Commissie en van de Republiek Kenia.

3.Krachtens artikel 108, lid 3, wonen vertegenwoordigers van de Partijen de vergaderingen van het Raadgevend Comité van de EPO bij.

4.Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de ambtenaar die voor die Partij medevoorzitter is van het Raadgevend Comité van de EPO. Die hoge ambtenaar wordt geacht bevoegd te zijn de Partij te vertegenwoordigen tot de datum waarop de Partij de andere Partij in kennis heeft gesteld van een nieuwe medevoorzitter.

Artikel 3

Secretariaat

1.Ambtenaren van de voor handel bevoegde dienst van elke Partij fungeren samen als secretariaat van het Raadgevend Comité van de EPO.

2.Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van de naam, de functie en de contactgegevens van de ambtenaar die voor die Partij lid is van het secretariaat van het Raadgevend Comité van de EPO. Die ambtenaar wordt geacht te blijven fungeren als lid van het secretariaat voor de Partij tot de datum waarop de Partij de andere Partij in kennis heeft gesteld van een nieuw lid.

Artikel 4

Vergaderingen

1.Het Raadgevend Comité van de EPO komt eenmaal per jaar bijeen, tenzij de medevoorzitters anders besluiten.

2.De vergaderingen vinden op een overeengekomen datum en tijdstip afwisselend in Brussel en Nairobi plaats, tenzij de medevoorzitters anders overeenkomen.

3.De vergaderingen worden bijeengeroepen door de medevoorzitter van de Partij die de vergadering organiseert.

4.Een vergadering kan plaatsvinden in persoon, per videoconferentie of op een andere door de Partijen overeengekomen wijze.

Artikel 5

Delegaties

De ambtenaar die fungeert als secretaris van het Raadgevend Comité van de EPO voor elke Partij stelt de ambtenaar die fungeert als secretaris voor de andere Partij een redelijke tijd vóór een vergadering in kennis van de voorgenomen samenstelling van de delegaties van de Europese Unie, respectievelijk van de Republiek Kenia. De lijsten vermelden de naam en functie van elk lid van de delegatie.

Artikel 6

Agenda van de vergaderingen

1.Ten minste 21 dagen vóór een vergadering zendt het lid van het secretariaat van het Raadgevend Comité van de EPO van de partij die de vergadering organiseert een voorstel voor een voorlopige agenda aan de andere Partij, met een termijn voor het indienen van opmerkingen. Ten minste 14 dagen vóór de vergadering stelt het secretariaat van het Raadgevend Comité van de EPO de voorlopige agenda op, rekening houdend met de opmerkingen.

2.De agenda wordt aan het begin van elke vergadering door het Raadgevend Comité van de EPO vastgesteld. Punten die niet op de voorlopige agenda staan, kunnen in onderlinge overeenstemming op de agenda worden geplaatst.

Artikel 7

Uitnodiging van deskundigen

De medevoorzitters van het Raadgevend Comité van de EPO kunnen in onderling overleg deskundigen (d.w.z. personen die geen ambtenaar zijn) uitnodigen om de vergaderingen van het Raadgevend Comité van de EPO bij te wonen om informatie te verstrekken over specifieke onderwerpen en alleen voor de delen van de vergadering tijdens welke die specifieke onderwerpen worden besproken.

Artikel 8

Notulen

1.De ambtenaar die fungeert als lid van het secretariaat voor de Partij die de vergadering organiseert, stelt binnen 15 dagen na het einde van de vergadering ontwerpnotulen daarvan op, tenzij de medevoorzitters anders besluiten. De ontwerpnotulen worden voor commentaar toegezonden aan het lid van het secretariaat voor de andere Partij.

2.De notulen geven in de regel een korte samenvatting van elk agendapunt, met in voorkomend geval een specificatie van de volgende elementen:

(a)alle bij het Raadgevend Comité van de EPO ingediende documenten;

(b)eventuele verklaringen die een van de medevoorzitters van het Raadgevend Comité van de EPO heeft verzocht in de notulen op te nemen, en

(c)de besluiten die zijn vastgesteld om zijn reglement van orde aan te nemen of te wijzigen, de gedane aanbevelingen, de overeengekomen verklaringen en de aangenomen conclusies over specifieke punten.

3.Een bijlage bij de notulen bevat tevens een lijst met de namen, titels en hoedanigheden van alle personen die de vergadering van het Raadgevend Comité van de EPO hebben bijgewoond.

4.Het secretariaat past de ontwerpnotulen aan op basis van de ontvangen opmerkingen; de herziene ontwerpnotulen worden binnen 30 dagen na de vergadering of uiterlijk op een andere door de medevoorzitters overeengekomen datum door de Partijen goedgekeurd. Na de goedkeuring worden door het secretariaat twee originelen van de notulen opgesteld, waarvan de Partijen er elk een ontvangen.

Artikel 9

Besluiten en aanbevelingen

1.Het Raadgevend Comité van de EPO kan besluiten vaststellen als bedoeld in artikel 108, lid 4, van de Overeenkomst en aanbevelingen doen als bedoeld in artikel 108. Het Raadgevend Comité van de EPO stelt in onderlinge overeenstemming besluiten en aanbevelingen vast.

2.In de gevallen waarin het Raadgevend Comité van de EPO krachtens de Overeenkomst gemachtigd is besluiten of aanbevelingen vast te stellen, worden de desbetreffende documenten voorzien van het opschrift “Besluit” dan wel “Aanbeveling”. Het secretariaat van het Raadgevend Comité van de EPO voorziet besluiten of aanbevelingen van een oplopend volgnummer, vermeldt de datum van vaststelling en geeft een beschrijving van het onderwerp. In elk besluit en in elke aanbeveling wordt de datum van inwerkingtreding vermeld.

3.De door het Raadgevend Comité van de EPO vastgestelde besluiten en aanbevelingen worden in tweevoud opgesteld en door de medevoorzitters gewaarmerkt; aan elke Partij wordt een exemplaar toegezonden.

Artikel 10

Transparantie

1.De Partijen kunnen besluiten in het openbaar te vergaderen.

2.Elke Partij kan besluiten de op grond van artikel 108 van de Overeenkomst genomen besluiten en de aanbevelingen van het Raadgevend Comité van de EPO in haar respectieve officiële publicatieblad of online bekend te maken.

3.Alle door een Partij ingediende documenten moeten als vertrouwelijk worden beschouwd, tenzij die Partij anders besluit.

4.De voorlopige agenda’s van de vergaderingen worden openbaar gemaakt voordat de vergadering van het Comité plaatsvindt. De notulen van de vergaderingen worden openbaar gemaakt nadat zij overeenkomstig artikel 8 zijn goedgekeurd.

5.De in de leden 2 tot en met 4 vermelde documenten worden bekendgemaakt in overeenstemming met de toepasselijke gegevensbeschermingsregels van elke Partij.

Artikel 11

Talen

De werktaal van het Raadgevend Comité van de EPO is het Engels.

Artikel 12

Kosten

1.Elke Partij draagt haar eigen kosten in verband met haar deelname aan de vergaderingen van het Raadgevend Comité van de EPO, en met name haar personeels-, reis- en verblijfskosten alsmede haar eigen kosten voor video- of teleconferenties, post en telecommunicatie.

2.Uitgaven in verband met de organisatie van vergaderingen en de reproductie van documenten komen ten laste van de Partij die de vergadering organiseert.

3.Uitgaven in verband met vertolking van en naar de werktaal tijdens vergaderingen van het Raadgevend Comité van de EPO komen ten laste van de Partij die de vergadering organiseert.

Artikel 13

Wijzigingen van het reglement van orde

Dit Reglement van orde kan overeenkomstig artikel 108, lid 4, schriftelijk worden gewijzigd bij besluit van het Raadgevend Comité van de EPO.

(1)    PB L, 2024/1648, 1.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2024/1648/oj .
Top