EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 23.9.2025
COM(2025) 512 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een Besluit van de Raad
betreffende de ondertekening namens de Unie en de voorlopige toepassing van het protocol inzake de uitvoering van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden (2025-2032)
BIJLAGE PROTOCOL INZAKE DE UITVOERING VAN DE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST INZAKE DUURZAME VISSERIJ TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE REGERING VAN DE COOKEILANDEN
Gezien de nauwe samenwerking tussen de partijen, met name in het kader van de betrekkingen tussen de Organisatie van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) en de Europese Unie, evenals de wens van de partijen deze betrekkingen te intensiveren,
Gezien de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de regering van de Cookeilanden en de Europese Unie,
Komen de partijen bij dit protocol het volgende overeen:
Artikel 1
Geldigheidsduur en vangstmogelijkheden
1.Niettegenstaande artikel 12 van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden (de “overeenkomst”) is dit protocol van toepassing gedurende een periode van zes jaar vanaf de datum waarop het voorlopig van toepassing wordt. Het protocol wordt stilzwijgend verlengd met een aanvullende periode van één jaar, tenzij het overeenkomstig artikel 12 van dit protocol wordt opgezegd, tot uiterlijk 13 oktober 2032.
2.De krachtens artikel 4 van de overeenkomst toegekende vangstmogelijkheden worden vanaf de datum van voorlopige toepassing vastgesteld op:
(a)vier (4) vaartuigen voor de tonijnvisserij met de ringzegen waarmee wordt gevist op over grote afstanden trekkende soorten als opgenomen in bijlage I bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 1982;
(b)veertig (40) visdagen in de visserijgebieden van de Cookeilanden per jaar.
3.Lid 1 is van toepassing met inachtneming van artikel 5 van dit protocol. Unievaartuigen mogen extra dagen kopen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van de bijlage.
4.Krachtens artikel 4 van de overeenkomst mogen Unievaartuigen slechts visserijactiviteiten in de visserijgebieden van de Cookeilanden uitoefenen als zij in het bezit zijn van een vismachtiging die op grond van dit protocol overeenkomstig de bijlage is afgegeven.
Artikel 2
Financiële tegenprestatie — Betalingswijze
1.Voor de in artikel 1 bedoelde periode wordt de jaarlijkse financiële tegenprestatie vastgesteld op vierhonderdzestigduizend euro (460 000 EUR). Lid 1 is van toepassing onverminderd de artikelen 4 en 7.
2.Deze jaarlijkse financiële tegenprestatie omvat twee van elkaar losstaande onderdelen:
(a)een jaarlijks bedrag voor de toegang tot de visserijgebieden van de Cookeilanden ten belope van honderdvijfenzestigduizend euro (165 000 EUR) per jaar, en
(b)een specifiek jaarlijks bedrag van tweehonderdvijfennegentigduizend euro (295 000 EUR) voor de ondersteuning en uitvoering van het sectorale beleid van de Cookeilanden op het gebied van visserij en maritieme zaken.
3.Voor het eerste jaar betaalt de Unie de in lid 2, punt a), bedoelde bedragen uiterlijk negentig (90) dagen na het begin van de voorlopige toepassing van dit protocol, en voor de volgende jaren uiterlijk op de verjaardag van de voorlopige toepassing van dit protocol.
4.De autoriteiten van de Cookeilanden en van de Unie monitoren de ontwikkeling van de visserijactiviteiten van de Unievaartuigen met het oog op een adequaat beheer van de voor de Unie beschikbare vangstmogelijkheden, rekening houdend met de toestand van de visbestanden en de desbetreffende instandhoudings- en beheersmaatregelen.
5.De beslissing over de bestemming van de in lid 2, punt a), gespecificeerde financiële tegenprestatie valt onder de exclusieve bevoegdheid van de autoriteiten van de Cookeilanden.
6.Elk onderdeel van de in lid 2 bedoelde financiële tegenprestatie wordt overgemaakt op een aangewezen bankrekening van de regering van de Cookeilanden. De in lid 2, punt b), bedoelde financiële tegenprestatie wordt ter beschikking gesteld van de bevoegde entiteit die de sectorale steun voor de visserij ten uitvoer legt. De autoriteiten van de Cookeilanden verstrekken de autoriteiten van de Unie tijdig de gegevens over de bankrekening, alsook informatie over het betrokken begrotingsonderdeel in het nationale begrotingsrecht. De gegevens over de bankrekening omvatten ten minste: i) de naam van de begunstigde entiteit; ii) de naam van de houder van de bankrekening; iii) het adres van de houder van de bankrekening; iv) de naam van de bank; v) de SWIFT-code, en vi) het IBAN-nummer.
Artikel 3
Tussentijdse evaluatie van de vangstmogelijkheden
Halverwege de uitvoering van dit protocol beoordeelt en, indien overeengekomen, herziet de gemengde commissie het volgende: i) de in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden, voor zover de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan een dergelijke herziening ondersteunen, en ii) de jaarlijkse financiële tegenprestatie als bedoeld in artikel 2, lid 2, en in punt 31 van de bijlage.
Artikel 4
Sectorale steun
1.Het hoofddoel van de sectorale steun is bij te dragen tot de bevordering en uitvoering van een verantwoorde visserij in de visserijwateren van de Cookeilanden, om de instandhouding en duurzame exploitatie van de visbestanden op zodanige wijze te waarborgen dat de bijdrage van de visserijsector aan de voedselzekerheid, het scheppen van werkgelegenheid en de economische ontwikkeling toeneemt.
2.De component sectorale steun zal bijdragen tot de nakoming van de toezegging die de Cookeilanden in hun National Sustainable Development Agenda 2020+ hebben gedaan, met name doelstelling 11 omtrent biodiversiteit en het natuurlijke milieu.
3.De sectorale steun vormt een aanvullend en complementair bedrag voor de binnenlandse operationele begroting die aan het Ministry of Marine Resources (ministerie voor Mariene Hulpbronnen) van de Cookeilanden is toegewezen.
4.De uitvoeringsbepalingen voor de sectorale steun zijn opgenomen in aanhangsel 3.
Artikel 5
Samenwerking met het oog op verantwoorde visserij
1.Gedurende de looptijd van dit protocol werken de partijen, die de soevereiniteit en soevereine rechten van de Cookeilanden over hun eigen visbestanden erkennen, samen om de activiteiten van de Unievaartuigen in de visserijwateren van de Cookeilanden te monitoren.
2.Zo nodig werken de partijen ook samen om relevante statistische, biologische, economische, instandhoudings- en milieu-informatie met betrekking tot de activiteiten van de Unievaartuigen in de visserijwateren van de Cookeilanden uit te wisselen met het oog op het beheer en de instandhouding van de levende mariene rijkdommen.
3.De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de instandhouding en het verantwoord visserijbeheer te bevorderen in het kader van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan, de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan, de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan, en alle andere betrokken subregionale, regionale en internationale organisaties.
4.Ook op andere gebieden die verband houden met een doeltreffend en verantwoord visserijbeheer kunnen de partijen de samenwerking bevorderen. Dit omvat samenwerking op het gebied van visserijbeheer, markttoegang en handelssteun, en bredere samenwerking op het gebied van monitoring, controle en bewaking van de visserij.
Artikel 6
Beginselen betreffende de arbeidsvoorwaarden
1.De arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van vissers aan boord van Unievaartuigen mogen niet in strijd zijn met de voor vissers geldende instrumenten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), met name de IAO-verklaring betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk (1998), zoals gewijzigd in 2022, en IAO-verdrag nr. 188 betreffende werk in de visserij. Daarbij gaat het onder meer om: i) eerbiediging van de vrijheid van vereniging; ii) daadwerkelijke erkenning van het recht van werknemers op collectieve onderhandelingen; iii) uitbanning van dwangarbeid en kinderarbeid; iv) uitbanning van discriminatie op het gebied van werk en beroep, en v) een veilige en gezonde werkomgeving en fatsoenlijke levens- en arbeidsomstandigheden aan boord van de vissersvaartuigen van de Unie.
2.De partijen verbinden zich er tevens toe een adequate opleiding voor vissers te bevorderen, onder meer die waarin is voorzien in het Internationaal Verdrag van de IMO betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersschepen.
3.De uitvoeringsbepalingen voor de arbeidsvoorwaarden zijn opgenomen in hoofdstuk 5 van de bijlage.
Artikel 7
Herziening, door de gemengde commissie, van de vangstmogelijkheden en de technische maatregelen
1.De gemengde commissie kan de in artikel 1 bedoelde vangstmogelijkheden beoordelen en tot herziening daarvan besluiten voor zover de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan de stelling ondersteunen dat die herziening het duurzame beheer van tonijn en tonijnachtigen in de westelijke en centrale Stille Oceaan ten goede zal komen.
2.Wanneer de gemengde commissie besluit de vangstmogelijkheden te herzien, wordt de in artikel 2, lid 2, punt a), bedoelde financiële tegenprestatie aangepast naar evenredigheid van het aantal visdagen dat de Cookeilanden ter beschikking stellen aan Unievaartuigen. De Unie betaalt jaarlijks evenwel niet meer dan het dubbele van het in artikel 2, lid 2, punt a), vermelde bedrag.
3.Zo nodig kan de gemengde commissie ook technische bepalingen van dit protocol en de bijlage en aanhangsels daarbij onderzoeken en besluiten die in onderlinge overeenstemming aan te passen.
Artikel 8
Vertrouwelijkheid en gegevensbescherming
1.De Cookeilanden en de Unie zien erop toe dat de bevoegde autoriteit de in het kader van de overeenkomst uitgewisselde gegevens overeenkomstig het nationale recht gebruikt voor beheersdoeleinden en voor de monitoring, controle en bewaking van de visserij.
2.De partijen verbinden zich tot vertrouwelijke behandeling van alle in het kader van de overeenkomst verkregen commercieel gevoelige gegevens en persoonsgegevens over Unievaartuigen en hun visserijactiviteiten, alsook van alle commercieel gevoelige informatie over de door de Unie gebruikte communicatiesystemen. De partijen zien erop toe dat alleen geaggregeerde gegevens over de visserijactiviteiten in het visserijgebied openbaar worden gemaakt.
3.Persoonsgegevens worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is.
4.De in het kader van de overeenkomst uitgewisselde persoonsgegevens worden verwerkt overeenkomstig aanhangsel 4. De gemengde commissie kan andere waarborgen en rechtsmiddelen met betrekking tot persoonsgegevens en de rechten van de betrokkenen overeenkomen.
5.De in het kader van de overeenkomst uitgewisselde gegevens worden ook na het aflopen van dit protocol verder verwerkt overeenkomstig dit artikel en aanhangsel 4.
Artikel 9
Elektronische gegevensuitwisseling
1.De Cookeilanden en de Unie werken samen voor het opzetten van systemen, als bedoeld in de bijlage, voor de monitoring en elektronische uitwisseling van alle gegevens en documenten in verband met de uitvoering van dit protocol die betrekking hebben op de activiteiten van de Unievaartuigen.
2.De elektronische versie van een document wordt als volledig gelijkwaardig aan de papieren versie beschouwd.
3.De Cookeilanden en de Unie stellen elkaar onverwijld in kennis van elke storing in een systeem voor elektronische gegevensuitwisseling dat voor de uitvoering van de overeenkomst wordt gebruikt. De met de uitvoering van de overeenkomst verband houdende gegevens en documenten worden dan automatisch via een alternatief communicatiemiddel doorgestuurd.
4.De regelingen voor de transmissie van de gegevens, met inbegrip van bepalingen inzake bedrijfscontinuïteit, zijn opgenomen in de bijlage.
Artikel 10
Schorsing
1.Dit protocol, inclusief de betaling van de in artikel 2, lid 2, punten a) en b), bedoelde financiële tegenprestatie, kan op initiatief van elk van beide partijen worden geschorst in de gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 13 van de overeenkomst zijn vastgesteld.
2.Onverminderd artikel 3 van dit protocol kan de betaling van de financiële tegenprestatie worden hervat zodra de aan de in artikel 13 van de overeenkomst genoemde omstandigheden voorafgaande situatie is hersteld of een regeling is getroffen overeenkomstig de overeenkomst.
Artikel 11
Opzegging
Dit protocol kan op initiatief van elk van beide partijen worden opgezegd in de gevallen en onder de voorwaarden die in artikel 14 van de overeenkomst zijn vastgesteld.
Artikel 12
Verplichtingen na het aflopen of de opzegging van dit protocol
1.Na het aflopen van dit protocol of na de opzegging ervan overeenkomstig artikel 14 van de overeenkomst blijven reders van de Unie aansprakelijk voor schendingen van de bepalingen van de overeenkomst of dit protocol of van de wetten van de Cookeilanden die vóór het aflopen of de opzegging van dit protocol zijn begaan, en voor de visrechten en verschuldigde bedragen die bij het aflopen of de opzegging van dit protocol nog niet zijn betaald.
2.Zo nodig blijven de partijen de uitvoering van de sectorale steun als bedoeld in artikel 2, lid 2, punt b), monitoren overeenkomstig artikel 3, lid 1, en de uitvoeringsbepalingen voor de sectorale steun.
Artikel 13
Voorlopige toepassing
Dit protocol wordt, zodra het door de partijen wordt ondertekend, voorlopig van toepassing alvorens in werking te treden.
Artikel 14
Inwerkingtreding
1.Dit protocol treedt in werking op de datum waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de daartoe vereiste procedures zijn voltooid.
2.De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt, wat de Unie betreft, toegezonden aan de autoriteiten van de Unie.
Artikel 15
Authentieke teksten
1.Het onderhavige protocol wordt in tweevoud opgesteld in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
2.In geval van verschillen tussen de teksten van het protocol prevaleert de Engelse versie voor de uitvoering en interpretatie ervan.
BIJLAGE
Visserijvoorwaarden voor Unievaartuigen die in de visserijwateren van de Cookeilanden mogen vissen
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Definities
1.“Bevoegde autoriteit”:
(a)voor de Europese Unie (“de Unie”): de Europese Commissie;
(b)voor de Cookeilanden: het Ministry of Marine Resources (ministerie voor Mariene Hulpbronnen).
2.“Vismachtiging”: een geldig recht of een geldige vergunning om overeenkomstig deze bijlage in de aangegeven visserijgebieden met behulp van specifiek vistuig visserijactiviteiten te verrichten met betrekking tot specifieke soorten.
3.“Overmacht”: het verlies of de langdurige immobilisatie van een vaartuig wegens een ernstige technische storing.
4.“Visdag”: een kalenderdag of een deel van de periode van 24 uur (0.00 u.-24.00 u.) van een kalenderdag waarop een ringzegenvaartuig van de Unie in de visserijwateren van de Cookeilanden visserijactiviteiten verricht, met uitzondering van kalenderdagen of delen van kalenderdagen die als een “niet-visdag” zijn aangewezen.
Contacten
5.De partijen wisselen vóór de aanvang van de voorlopige toepassing van dit protocol alle voor de uitvoering van dit protocol relevante contactgegevens met elkaar uit.
6.De delegatie van de Unie voor de Stille Oceaan ontvangt een kopie van alle correspondentie tussen de bevoegde autoriteiten in verband met de uitvoering van deze bijlage.
7.De Cookeilanden stellen de Unie vóór de aanvang van de voorlopige toepassing van dit protocol in kennis van de gegevens van de bankrekeningen van het ministerie van Financiën van de Cookeilanden waarop de bedragen die op grond van de Partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie en de regering van de Cookeilanden (de “overeenkomst”) door Unievaartuigen moeten worden overgemaakt. De aan de bankoverschrijvingen verbonden kosten zijn voor rekening van de reders.
HOOFDSTUK II
VISMACHTIGINGEN
In aanmerking komende Unievaartuigen
8.Een Unievaartuig komt slechts voor een vismachtiging in aanmerking als noch voor de reder, noch voor de kapitein, noch voor het vaartuig zelf een verbod tot uitoefening van de visserij in de visserijwateren van de Cookeilanden geldt. De Unievaartuigen voldoen aan de wetgeving van de Cookeilanden en zijn in het verleden bij hun visserijactiviteiten in de wateren van de Cookeilanden alle verplichtingen in het kader van de met de Unie gesloten visserijovereenkomsten nagekomen. Bovendien voldoen zij aan de toepasselijke wetgeving van de Unie betreffende vismachtigingen, zijn zij opgenomen in het register van vissersvaartuigen van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) en in het vaartuigenregister van de Visserijorganisatie van het South Pacific Forum (FFA), en niet op de lijst van illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO-)vaartuigen van een regionale organisatie voor visserijbeheer.
Gemachtigde van het vaartuig
9.Alle Unievaartuigen waarvoor een vismachtiging wordt aangevraagd, kunnen worden vertegenwoordigd door een gemachtigde (onderneming of particulier) die op de Cookeilanden is gevestigd en van wie de gegevens naar behoren aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zijn meegedeeld.
Visserijgebieden
10.Unievaartuigen die in het bezit zijn van een vismachtiging die de Cookeilanden hebben afgegeven, mogen visserijactiviteiten verrichten in de visserijwateren van de Cookeilanden met uitzondering van de beschermde of verboden gebieden.
11.Overeenkomstig artikel 11 van de overeenkomst delen de Cookeilanden de Unie alle eventuele wijzigingen in de coördinaten van de visserijwateren en van beschermde gebieden of gesloten visserijgebieden van de Cookeilanden mee.
Geldigheidsduur van een vismachtiging
12.Een vismachtiging is geldig gedurende één jaar, “de jaarlijkse geldigheidsperiode” genoemd. De aanvangsdatum van die periode wordt bepaald door de datum van de voorlopige toepassing van dit protocol. Alle daaropvolgende vismachtigingen lopen af op de verjaardag van dit protocol.
13.Indien de afgifte van een vismachtiging wegens onvoorziene omstandigheden vertraging oploopt, loopt de geldigheid van de vismachtiging niettemin af op de verjaardag van dit protocol. Het totale aantal visdagen voor de betrokken jaarlijkse geldigheidsperiode wordt aangepast naar evenredigheid van het geldige aantal dagen op grond van de vismachtiging. Het niet-gebruikte deel van de vooraf door de reders betaalde visrechten, berekend pro rata temporis, wordt door de Cookeilanden terugbetaald, tenzij de reders besluiten het aantal visdagen voor de betrokken jaarlijkse geldigheidsduur te behouden.
Aanvraag van een vismachtiging
14.Alleen in aanmerking komende Unievaartuigen kunnen een vismachtiging in het kader van dit protocol verkrijgen.
15.De Unie dient bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden een aanvraag voor een vismachtiging in voor elk Unievaartuig dat visserijactiviteiten wenst te verrichten in de visserijwateren van de Cookeilanden, en wel ten minste twintig werkdagen vóór de verwachte aanvangsdatum van de visserijactiviteiten. De Cookeilanden verstrekken de Unie één maand voor de inwerkingtreding van dit protocol, en daarna jaarlijks, alle vereiste informatie over de vergunningsprocedure. De naam van de uiteindelijke begunstigden van het vaartuig moet worden vermeld in de aanvraag voor een vismachtiging.
16.De reders betalen het voor de jaarlijkse geldigheidsperiode van de vismachtiging verschuldigde vooraf te betalen visrecht.
17.De Unie dient elke aanvraag voor een vismachtiging elektronisch in bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden met gebruikmaking van het door het Ministry of Marine Resources verstrekte formulier of het door dat ministerie ingevoerde elektronische systeem, samen met de volgende documenten:
(a)het bewijs van betaling van het vooraf te betalen visrecht voor de geldigheidsperiode van de vismachtiging;
(b)recente digitale kleurenfoto’s met een (ten hoogste twaalf maanden oud) datumstempel en toereikende resolutie, waarop het zijaanzicht van het vaartuig met de naam en markeringen van het vaartuig zijn afgebeeld;
(c)een kopie van het veiligheidsuitrustingscertificaat van het vaartuig;
(d)een kopie van het registratiecertificaat van het vaartuig;
(e)een kopie van het controlecertificaat voor scheepshygiëne;
(f)een kopie van het certificaat van inschrijving in het FFA-register;
(g)een opslagschema.
18.De betalingen door Unievaartuigen omvatten alle nationale en lokale belastingen, met uitzondering van havenbelastingen en kosten voor dienstverlening.
19.Als de aanvraag onvolledig is of niet voldoet aan de vereisten van punt 17, stellen de autoriteiten van de Cookeilanden de bevoegde autoriteit van de Unie binnen zeven werkdagen na ontvangst van de aanvraag in kennis van de redenen waarom de aanvraag wordt aangemerkt als onvolledig of niet beantwoordend aan de vereisten van punt 17.
Afgifte van de vismachtiging
20.De Cookeilanden geven de vismachtiging af binnen 15 werkdagen na ontvangst van de volledige aanvraag.
21.De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zendt de vismachtiging onverwijld elektronisch toe aan de reder en aan de bevoegde autoriteit van de Unie. Tegelijk zendt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden de reder een papieren vismachtiging toe.
22.Op het ogenblik van de afgifte van de vismachtiging neemt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden het vaartuig op in de lijst van de Unievaartuigen die in de visserijgebieden van de Cookeilanden mogen vissen. Deze lijst wordt ter beschikking gesteld van alle betrokken monitoring-, controle- en bewakingsentiteiten van de Cookeilanden en aan de bevoegde autoriteit van de Unie.
23.De elektronische versie van de vismachtiging wordt zo snel mogelijk door een papieren versie vervangen.
24.Een vismachtiging wordt afgegeven voor een bepaald vaartuig en is niet overdraagbaar.
25.De vismachtiging (in elektronische vorm of, indien beschikbaar, op papier) wordt te allen tijde aan boord van het vaartuig gehouden.
Overdracht van visdagen
26.Aangekochte visdagen mogen tussen exploitanten van Unievaartuigen worden overgedragen. In dergelijke gevallen stellen de exploitanten de bevoegde autoriteiten van de Cookeilanden en de Unie ten minste 72 uur van tevoren in kennis van onder meer het aantal visdagen dat onder de betrokken vaartuigen zal worden gedeeld. De Cookeilanden bevestigen de ontvangst van de kennisgeving met betrekking tot de overdracht. Pas na deze bevestiging wordt de overdracht operationeel.
Overmacht
27.Indien overmacht is aangetoond, kan de vismachtiging van een vaartuig op verzoek van de Unie worden geschorst en voor de resterende geldigheidsduur worden overgedragen aan een ander in aanmerking komend vaartuig met soortgelijke kenmerken, waaraan een nieuwe vismachtiging kan worden afgegeven.
28.Aan het nieuwe in aanmerking komende vaartuig wordt overeenkomstig de punten 14 tot en met 25 een vismachtiging verstrekt zonder dat hiervoor een nieuwe voorafbetaling hoeft te worden verricht.
Visrechten voor vismachtigingen
29.Een vismachtiging wordt pas afgegeven nadat het betrokken Unievaartuig een jaarlijkse betaling van negentigduizend euro (90 000 EUR) heeft betaald. Dit geeft het vissersvaartuig het recht om gedurende tien visdagen te vissen.
30.Indien beschikbaar, kunnen reders, naast de op grond van punt 29 aangekochte visdagen, extra visdagen van de autoriteiten van de Cookeilanden kopen. De reders betalen voor de extra dagen veertienduizend achthonderdvijftig euro (14 850 EUR) per dag.
31.De op grond van de punten 29 en 30 verschuldigde visrechten worden door de gemengde commissie halverwege de looptijd van dit protocol beoordeeld en, indien overeengekomen, herzien.
32.Indien in het laatste jaar van het protocol de toegang voor Unievaartuigen minder dan een jaar bedraagt, worden de op grond van punt 29 verschuldigde visrechten pro rata temporis aangepast. De verschuldigde visrechten worden niet aangepast indien de reders de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden ervan in kennis stellen dat zij de visrechten overeenkomstig punt 29 willen handhaven.
HOOFDSTUK III
MONITORING VAN DE VISSERIJ
Beheer van de inspanning
33.Wanneer 85 % van de totale inspanning in visdagen is bereikt, stellen de Cookeilanden de autoriteiten van de Unie hiervan in kennis. Na ontvangst van deze kennisgeving stellen de autoriteiten van de Unie op hun beurt de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.
34.De gemengde commissie evalueert de jaarlijkse benutting van de visdagen door Unievaartuigen tijdens haar jaarlijkse vergadering.
Niet-visdagen
35.Reders van Unievaartuigen dienen claims voor niet-visdagen in met behulp van het formulier in aanhangsel 1. De termijn voor het indienen van een claim voor een niet-visdag bedraagt zeven kalenderdagen na de datum waarop de niet-visdag zich heeft voorgedaan; anders wordt de claim niet verwerkt door de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden. De termijn waarbinnen de Cookeilanden de claim voor een niet-visdag verwerken, bedraagt zeven kalenderdagen nadat de reder van het Unievaartuig de claim heeft ingediend.
36.Wanneer de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden de claim voor een niet-visdag van een Unievaartuig afwijst en de reder het niet eens is met dit besluit, kan de reder zijn vlaggenlidstaat en de bevoegde autoriteit van de Unie verzoeken overleg te plegen met de relevante organen teneinde een oplossing voor het geschil te vinden.
Elektronische rapportage
37.Totdat beide partijen elektronische rapportagesystemen hebben ingevoerd, dienen Unievaartuigen specifieke rapporten over hun activiteiten in bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden.
38.Wanneer er elektronische rapportagesystemen zijn ingevoerd en er technische storingen optreden, mogen Unievaartuigen alleen visserijactiviteiten blijven uitoefenen als er onmiddellijk handmatige rapportageprocedures worden ingevoerd. Deze handmatige rapportageprocedures worden hieronder in de toepasselijke punten over de visserijmonitoring beschreven.
39.De Cookeilanden kunnen alle in dit protocol opgenomen gegevensformulieren, normen, specificaties en procedures herzien om aan de nationale en internationale eisen te voldoen. Indien er wijzigingen worden gepland, raadpleegt en adviseert de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden de bevoegde autoriteit van de Unie over andere geplande herzieningen dan die welke door de WCPFC zijn vastgesteld.
Logboekbladen
40.Unievaartuigen vullen de op de website van de Pacifische Gemeenschap (SPC) beschikbare regionale SPC/FFA-logboekbladen voor de ringzegenvisserij in voor elke dag tijdens een visreis, ook indien er geen vangst is of het vaartuig alleen op doorvaart is. Het formulier wordt leesbaar ingevuld en door de kapitein van het vaartuig of zijn vertegenwoordiger ondertekend. De logboekbladen worden gebruikt totdat er compatibele elektronische rapportageregelingen zijn ingevoerd.
41.Voor de perioden waarin het vaartuig zich in de visserijgebieden van de Cookeilanden bevindt, worden op de genoemde logboekbladen de woorden “visserijgebieden van de Cookeilanden” aangebracht.
42.Tijdens hun verblijf in de visserijgebieden van de Cookeilanden dienen Unievaartuigen om de zeven dagen een samenvatting van de vangstaangifte in met behulp van rapportagetemplate nr. 1 (CAT) in aanhangsel 2.
43.Binnen 14 dagen na het verlaten van de visserijgebieden van de Cookeilanden worden per e-mail kopieën van de logboekbladen naar de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden gezonden.
44.De originele logboekbladen worden naar de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden gezonden binnen zeven (7) werkdagen nadat voor het eerst een haven is aangedaan na het verlaten van de visserijgebieden van de Cookeilanden.
45.Tegelijkertijd worden kopieën van de logboekbladen naar de desbetreffende wetenschappelijke instellingen van de Unie gezonden.
Meldingen bij het binnen- en buitenvaren
46.Ten minste 24 uur voordat zij de visserijgebieden van de Cookeilanden willen binnenvaren of verlaten, e-mailen Unievaartuigen de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden een melding van het binnen- of buitenvaren volgens de templates nr. 2 (ZENT) en nr. 3 (ZEXT) in aanhangsel 2.
Aanlanding
47.De door de Cookeilanden aangewezen haven voor aanlandingsactiviteiten is de haven van Avatiu. De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden kan toestemming verlenen voor aanlandingsactiviteiten in andere havens op de Cookeilanden. De bevoegde autoriteit van de Unie wordt daarvan in kennis gesteld.
48.Unievaartuigen die vangsten in de aangewezen haven(s) van de Cookeilanden wensen aan te landen, stellen de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden ten minste 72 uur van tevoren in kennis van:
(a)de aanlandingshaven;
(b)de naam en internationale radioroepnaam (IRCS) van het vissersvaartuig;
(c)de datum en het tijdstip van aanlanding;
(d)de hoeveelheid in kg, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kg, per aan te landen soort;
(e)de staat van verwerking van de producten.
49.Uiterlijk 48 uur na voltooiing van de aanlanding en, in elk geval, voordat het vaartuig uit de haven vertrekt, vullen Unievaartuigen hun aanlandingsaangifte in en dienen zij deze in bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden.
Overlading
50.Unievaartuigen die vis willen overladen, doen dit alleen in de aangewezen havens van de Cookeilanden of in een gebied dat hiervoor door de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden is aangewezen. Overlading op zee is verboden en overtredingen worden bestraft met de sancties waarin het recht van de Cookeilanden voorziet.
51.Ten minste 72 uur vóór de overladingsactiviteiten verstrekken Unievaartuigen de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden de volgende informatie:
(a)de haven of het gebied waar de overlading zal plaatsvinden;
(b)de naam en de IRCS van het overladende vissersvaartuig;
(c)de naam en de IRCS van het ontvangende vissersvaartuig;
(d)de datum en het tijdstip van overlading;
(e)de hoeveelheid in kg, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kg, per over te laden soort;
(f)de staat van verwerking van het product.
52.Uiterlijk 48 uur na de voltooiing van de overlading en, in elk geval, voordat het overladende vaartuig de overladingshaven of het overladingsgebied verlaat, dienen Unievaartuigen een overladingsaangifte in bij de bevoegde autoriteiten van de Cookeilanden.
Volgsysteem voor vaartuigen
53.Onverminderd de bevoegdheid van de vlaggenlidstaat en de verplichtingen van de Unievaartuigen ten aanzien van het visserijcontrolecentrum van hun vlaggenlidstaat, voldoet elk Unievaartuig aan de eisen van het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen van het FFA (VMS van het FFA) die momenteel voor de visserijgebieden van de Cookeilanden gelden.
Waarnemers
54.Wanneer Unievaartuigen actief zijn in de visserijgebieden van de Cookeilanden, zorgen zij ervoor dat er waarnemers aanwezig zijn overeenkomstig de desbetreffende instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC en de toepasselijke wetgeving van de Cookeilanden.
55.De Unievaartuigen hebben een gemachtigde waarnemer van het regionaal waarnemersprogramma van de WCPFC aan boord of een waarnemer van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) die is gemachtigd bij het tussen de WCPFC en de IATTC overeengekomen memorandum van overeenstemming betreffende wederzijdse goedkeuring van waarnemers.
HOOFDSTUK IV
CONTROLE
56.De Unievaartuigen voldoen aan de nationale wetgeving van de Cookeilanden inzake visserijactiviteiten en aan de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC.
57.Controleprocedures
(a)Kapiteins van Unievaartuigen werken mee met gemachtigde en naar behoren geïdentificeerde functionarissen van de Cookeilanden die aan boord gaan en inspectie- en controleactiviteiten verrichten.
(b)Onverminderd de wetgeving van de Cookeilanden wordt zodanig aan boord gegaan en worden inspecties zodanig uitgevoerd dat het inspectieplatform als bevoegd en de inspecteurs als gemachtigde functionarissen van de Cookeilanden kunnen worden geïdentificeerd.
(c)De Cookeilanden stellen de lijst van alle inspectieplatforms die voor inspecties op zee worden ingezet, ter beschikking van de bevoegde autoriteit van de Unie. Deze lijst bevat ten minste:
i. de namen van de patrouillevaartuigen die worden gebruikt;
ii. de gegevens van de patrouillevaartuigen die worden gebruikt;
ii. foto’s van de patrouillevaartuigen die worden gebruikt.
(d)De Cookeilanden kunnen, op verzoek van de Unie of van een door haar aangewezen instantie, toestaan dat inspecteurs van de Unie de activiteiten van Unievaartuigen, met inbegrip van overladingen, tijdens inspecties in de haven of aan wal observeren.
(e)Zodra een inspectie is voltooid en het inspectieverslag door de inspecteur is ondertekend, wordt dat verslag voor becommentariëring en ondertekening voorgelegd aan de kapitein. Deze ondertekening heeft geen consequenties voor de rechten van de partijen in het kader van procedures die verband houden met ten laste gelegde inbreuken. Voordat de inspecteur van boord gaat, wordt aan de kapitein van het vaartuig een kopie van het inspectieverslag overhandigd.
(f)De inspecteurs blijven niet langer aan boord dan voor het uitvoeren van hun taken nodig is.
58.Kapiteins van Unievaartuigen die aanlandings- of overladingsactiviteiten verrichten, staan toe dat die activiteiten door gemachtigde ambtenaren van de Cookeilanden worden geïnspecteerd en verlenen hun medewerking aan die inspectie.
59.Wanneer de bepalingen van deze bijlage inzake de monitoring van de visserij, het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen en de controle niet worden nageleefd, behoudt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden zich het recht voor de vismachtiging van het betrokken vaartuig te schorsen totdat de desbetreffende procedures zijn voltooid en de sancties zijn toegepast. De vlaggenlidstaat en de bevoegde autoriteit van de Unie worden onmiddellijk in kennis gesteld en ontvangen een verslag van de gebeurtenis en van eventuele sancties die aan het Unievaartuig zijn opgelegd.
Handhaving
60.Sancties
(a)Bij niet-naleving van een bepaling van dit protocol, van door de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer vastgestelde instandhoudings- en beheersmaatregelen of van de nationale wetgeving van de Cookeilanden worden de sancties opgelegd die in de nationale wetgeving van de Cookeilanden zijn vastgesteld.
(b)De vlaggenlidstaat en de bevoegde autoriteit van de Unie worden onmiddellijk en volledig in kennis gesteld van de sancties en alle hieraan gerelateerde informatie.
(c)Indien de sanctie bestaat in een schorsing of intrekking van een vismachtiging, kan de bevoegde autoriteit van de Unie voor het resterende deel van de periode waarvoor die machtiging was toegekend, een andere vismachtiging die anders geldig zou zijn geweest, aanvragen voor een vaartuig van een andere reder.
61.Aanhouding en opbrenging van Unievaartuigen
(a)De Cookeilanden stellen de bevoegde autoriteit van de Unie en de vlaggenlidstaat onmiddellijk in kennis van de aanhouding en/of opbrenging van een vissersvaartuig van de Unie dat op grond van de overeenkomst mag vissen.
(b)De Cookeilanden sturen de bevoegde autoriteit van de Unie en de vlaggenlidstaat, indien mogelijk binnen 48 uur, een kopie van het inspectieverslag, met vermelding van de omstandigheden en de redenen van de aanhouding en/of opbrenging.
62.Procedure voor de uitwisseling van informatie bij aanhouding en/of opbrenging
(a)Met inachtneming van de termijnen en gerechtelijke procedures met betrekking tot de aanhouding of opbrenging die in de wetgeving van de Cookeilanden zijn vastgelegd, wordt na ontvangst van de hierboven bedoelde informatie een overlegvergadering tussen de bevoegde autoriteiten van de Unie en die van de Cookeilanden gehouden. Hieraan wordt mogelijk deelgenomen door een vertegenwoordiger van de betrokken lidstaat.
(b)Tijdens deze overlegvergadering verstrekken de partijen elkaar alle relevante documentatie of informatie die de feiten kunnen helpen ophelderen. De reder of zijn of haar gemachtigde wordt in kennis gesteld van de resultaten van de vergadering en van de maatregelen die uit de aanhouding en/of opbrenging van het vaartuig voortvloeien.
63.Afwikkeling van de aanhouding en/of opbrenging
(a)Er worden redelijke inspanningen gedaan om de vermoedelijke overtreding snel af te handelen.
(b)Indien een schikking wordt getroffen, wordt het te betalen bedrag bepaald onder verwijzing naar de nationale wetgeving van de Cookeilanden. Indien geen schikking kan worden getroffen, wordt een gerechtelijke procedure opgestart.
(c)Zodra de uit de minnelijke schikking voortvloeiende verplichtingen zijn vervuld of de gerechtelijke procedures zijn voltooid, wordt het Unievaartuig vrijgegeven en de kapitein vrijgesproken.
64.De bevoegde autoriteit van de Unie wordt op de hoogte gehouden van het verloop van de ingeleide procedures en van de opgelegde sancties.
Samenwerking bij de bestrijding van IOO-visserij
65.Om de monitoring en bewaking van de visserij en de bestrijding van de IOO-visserij aan te scherpen, spannen de kapiteins van de Unievaartuigen zich in om de aanwezigheid van andere vissersvaartuigen in de visserijwateren van de Cookeilanden te rapporteren.
66.De kapitein van een Unievaartuig die een vissersvaartuig ziet dat activiteiten verricht die mogelijk IOO-visserijactiviteiten zijn, verzamelt zo veel mogelijk informatie over dat vaartuig en de activiteiten ervan op het moment van de waarneming. De waarnemingsverslagen worden onverwijld toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden, met kopie aan het visserijcontrolecentrum van de vlaggenlidstaat.
67.De bevoegde autoriteit van de Cookeilanden legt de bevoegde autoriteit van de Unie zo spoedig mogelijk de waarnemingsverslagen voor waarover zij beschikt met betrekking tot Unievaartuigen die in de visserijwateren van de Cookeilanden activiteiten verrichten die mogelijk IOO-visserijactiviteiten zijn.
HOOFDSTUK V
BEGINSELEN INZAKE DE ARBEIDSVOORWAARDEN VAN VISSERS AAN BOORD VAN UNIEVAARTUIGEN
68.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder “reder” de eigenaar van het vissersvaartuig verstaan of een andere organisatie of persoon (bijvoorbeeld de beheerder, de agent of de rompbevrachter) die de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het vaartuig van de eigenaar heeft overgenomen en daarbij heeft toegezegd alle plichten en verantwoordelijkheden van reders op grond van dit protocol op zich te nemen, ongeacht of een andere organisatie of persoon bepaalde plichten of verantwoordelijkheden namens de reder vervult.
69.De aan boord van Unievaartuigen aan te monsteren vissers voldoen aan de vereisten van de wetgeving van de vlaggenlidstaat tot omzetting van Richtlijn (EU) 2017/159 van de Raad, onder andere wat betreft het paspoort, het zeemansboekje, het medisch certificaat en het basisopleidingscertificaat.
70.De overeenkomstig punt 69 aan te monsteren vissers moeten de werktaal aan boord van het vissersvaartuig kunnen begrijpen en in die taal bevelen en instructies kunnen geven en kunnen rapporteren.
71.De kapitein stelt een bemanningslijst op overeenkomstig formulier 5 van het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee, en dateert en ondertekent deze lijst.
72.De reder of, namens hem, de kapitein weigert een visser aan boord van zijn vaartuig te nemen indien deze niet voldoet aan de in punt 69 bedoelde vereisten.
73.De arbeidsomstandigheden voor de vissers aan boord moeten voldoen aan de wetgeving van de vlaggenlidstaat tot omzetting van Richtlijn (EU) 2017/159, onder andere wat betreft werk- en rusttijden, repatriëringsrechten en veiligheid en gezondheid op het werk.
74.Voor elke visser die aan boord van een Unievaartuig wordt aangemonsterd, wordt door de visser en de werkgever na overleg een schriftelijke arbeidsovereenkomst opgesteld, die door hen beiden wordt ondertekend. Deze overeenkomst moet in overeenstemming zijn met de wetgeving van de vlaggenlidstaat tot omzetting van bijlage I bij Richtlijn (EU) 2017/159.
75.De loonkosten en de extra arbeidskosten worden rechtstreeks of, wanneer de werkgever van de visser een particuliere arbeidsmarktdienst is, indirect door de reder gedragen.
76.Aan de vissers wordt een gegarandeerde maandelijkse of reguliere beloning overgemaakt, bij voorkeur via een bankoverschrijving, ongeacht de werkelijke vangsten of visverkopen. Het loon wordt in onderling overleg vastgesteld tussen de eigenaar van het vissersvaartuig of zijn agent enerzijds en de vissers en/of hun vakverenigingen of vertegenwoordigers anderzijds. Indien er geen collectieve overeenkomst is gesloten, mogen de aan vissers toegekende bezoldigingsvoorwaarden niet ongunstiger zijn dan die welke gelden voor de bemanning van hun respectieve landen en, in geen geval, dan die welke zijn vastgesteld door het subcomité voor de bezoldiging van zeelieden van het paritair comité voor de zeevaart van de Internationale Arbeidsorganisatie, bij gebreke van dergelijke normen voor vissers, die tot doel hebben een internationaal vangnet te bieden voor de bescherming en waarborging van fatsoenlijk werk voor vissers.
77.Eventuele kosten die gepaard gaan met de betalingen die zij ontvangen, zijn niet voor rekening van de vissers. De vissers moeten de mogelijkheid hebben om de ontvangen betalingen of een deel daarvan, met inbegrip van voorschotten, kosteloos aan hun familie te doen toekomen.
78.De vissers ontvangen bij elke betaling van hun loon een loonstrookje en, indien zij daarom verzoeken, een loonbetalingsbewijs.
Aanhangsel 1 Vaartdagen
Berekening van visdagen en niet-visdagen
De berekening, de monitoring en het beheer van de vis- en niet-visdagen worden door de Cookeilanden beheerd met behulp van het Integrated Fisheries Information Management System van de partijen bij de Nauru-overeenkomst of een ander door de Cookeilanden vastgesteld informatiebeheerssysteem, overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
1.“Visdag”: een kalenderdag of een deel van de periode van 24 uur (0.00 u.-24.00 u.) van een kalenderdag waarop een ringzegenvaartuig van de Unie in de visserijwateren van de Cookeilanden visserijactiviteiten verricht, met uitzondering van kalenderdagen of delen van kalenderdagen die als een “niet-visdag” zijn aangewezen.
2.Berekening van een visdag
(a)Indien een ringzegenvaartuig tijdens een visdag een melding doet vanuit een positie in de visserijwateren van de Cookeilanden, wordt die visdag aangewezen naargelang de werkelijke tijd die in de wateren van de Cookeilanden is doorgebracht.
(b)Indien een ringzegenvaartuig zijn aanwezigheid in de visserijwateren van de Cookeilanden meldt voor de gehele periode (0.00 u.-24.00 u.) van een kalenderdag:
i. telt die (hele) kalenderdag als visdag als er tijdens die kalenderdag een visserijactiviteit wordt verricht;
ii. telt die (hele) kalenderdag niet als visdag indien het vaartuig voldoet aan de voorwaarden van een niet-visdag overeenkomstig de punten 3 tot en met 6 van dit aanhangsel.
(c)Indien een ringzegenvaartuig zijn aanwezigheid in de visserijwateren van de Cookeilanden gedurende minder dan de gehele periode (0.00 u.-24.00 u.) van een kalenderdag meldt:
i. telt dat deel van een kalenderdag als een gedeeltelijke visdag indien er in die periode in de visserijwateren van de Cookeilanden een visserijactiviteit wordt verricht;
ii. telt dat deel van een kalenderdag niet als een visdag indien het vaartuig voldoet aan de voorwaarden van een niet-visdag overeenkomstig de punten 3 tot en met 6 van dit aanhangsel.
(d)Perioden waarin een ringzegenvaartuig zich in een haven van de Cookeilanden bevindt, worden niet in mindering gebracht op het aantal visdagen.
3.“Niet-visdag”: elke dag die of elk deel van een dag dat een vaartuig met een vergunning in de visserijwateren van de Cookeilanden doorbrengt en geen visserijactiviteiten uitvoert om een van de in punt 5 genoemde redenen.
4.Unievaartuigen met een vergunning dienen niet-visdagclaims in bij de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden. Elke niet-visdagclaim bevat de volgende gegevens:
(a)naam van het vaartuig;
(b)internationale radioroepnaam;
(c)datum, tijdstip en positie (breedtegraad/lengtegraad) van het binnenvaren van de visserijwateren van de Cookeilanden;
(d)datum, tijdstip en positie (breedtegraad/lengtegraad) van het verlaten van de visserijwateren van de Cookeilanden;
(e)datum, tijdstip en positie (breedtegraad/lengtegraad) van de beëindiging van de visserijactiviteit;
(f)datum, tijdstip en positie (breedtegraad/lengtegraad) van de hervatting van de visserijactiviteit;
(g)specifieke reden voor de niet-visdag zoals uiteengezet in punt 5.
5.Specifieke redenen voor het niet verrichten van visserijactiviteiten
(a)Doorvaart. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden van tevoren in kennis is gesteld van de doorvaart, onder vermelding van de bestemming, het punt van binnenvaren en het punt van buitenvaren.
(b)Doorvaart nadat alle vangsten zijn verricht. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden van tevoren in kennis is gesteld van de stopzetting van de visserijactiviteiten van het vaartuig. Na de stopzetting van de visserijactiviteiten wordt het vistuig volledig opgeborgen, en houdt het vaartuig een rechte koers en een constante snelheid in de richting van de haven van bestemming aan. De kennisgeving van de stopzetting van de visserij bevat de volgende gegevens:
i. naam van het vaartuig;
ii. internationale radioroepnaam;
iii. actuele positie (breedtegraad/lengtegraad);
iv. naam van de haven van bestemming.
(c)Slecht weer. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur niet in staat is vistuig uit te zetten of een andere visserijactiviteit te verrichten. De kapitein van het vaartuig geeft het type slecht weer aan:
i. harde wind (schaal …);
ii. ruwe zee;
iii. houdt verband met de stroming.
(d)Het uitzetten of ophalen van visaantrekkende voorzieningen. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
(e)Bunkeren. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
(f)Herstel van netten. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur alleen netten herstelt, zonder visserijactiviteiten te verrichten.
(g)Uitzetting (of testuitzetting) voor het schoonmaken van netten. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten plaatsvinden en het net in een rechte lijn is uitgezet, zonder sluitlijn, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer.
(h)Defect. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien het vaartuig gedurende de periode van 24 uur defect is en geen visserijactiviteiten verricht, en indien het defect het vaartuig verhindert om te vissen.
(i)Noodsituatie. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt indien gedurende de periode van 24 uur geen visserijactiviteiten worden verricht, onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer, en indien de noodsituatie betrekking heeft op: i) de gezondheid en veiligheid van de bemanning; ii) de veiligheid van het vaartuig.
(j)Opsporing en redding. Kan slechts als een niet-visdag worden aangemerkt onder voorbehoud van verificatie aan de hand van het verslag van de waarnemer en door de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden. Indien de opsporing en redding als gevolg heeft dat het vaartuig naar de haven moet terugkeren, moet de kapitein de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden daarvan vooraf op de hoogte brengen, onder vermelding van:
i. de positie van het vaartuig;
ii. de haven van bestemming.
Een vaartuig dat naar de haven vaart, zorgt ervoor dat:
i. het vistuig volledig is opgeborgen;
ii. het rechtstreeks van zijn positie naar de haven van bestemming vaart, en
iii. het een rechte koers en een constante snelheid aanhoudt.
Indien tijdens de terugkeer van het vaartuig naar de haven een visserijactiviteit wordt verricht of indien een van de bovenstaande voorwaarden niet wordt nageleefd, worden alle dagen van de terugreis als visdagen beschouwd.
6.Alle meldingen worden aan de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden toegezonden op het volgende e-mailadres: licensing@mmr.gov.ck.
Aanhangsel 2
Rapportagetemplates
1.Samenvatting vangstaangifte (CAT)
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
CAT
|
|
Naam vaartuig
|
|
|
Internationale radioroepnaam
|
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van de melding
|
DD/MM/JJJJ — UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(in Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(in Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(in Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(in Mt)
|
|
Aantal uitzettingen sinds het laatste rapport
|
|
2.Melding bij het binnenvaren (ZENT)
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
ZENT
|
|
Naam vaartuig
|
|
|
Internationale radioroepnaam
|
|
|
Positie bij het binnenvaren
|
BG/LG
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van binnenvaren
|
DD/MM/JJJJ — UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(in Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(in Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(in Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(in Mt)
|
3.Melding bij het buitenvaren (ZEXT)
|
Inhoud
|
Transmissie
|
|
Bestemming van het bericht
|
|
|
Actiecode
|
ZEXT
|
|
Naam vaartuig
|
|
|
Internationale radioroepnaam
|
|
|
Positie bij het buitenvaren
|
BG/LG
|
|
Datum en tijdstip (UTC) van buitenvaren
|
DD/MM/JJJJ — UU:MM
|
|
Hoeveelheid vis aan boord per soort (in Mt):
|
|
|
Geelvintonijn (YFT)
|
(in Mt)
|
|
Grootoogtonijn (BET)
|
(in Mt)
|
|
Gestreepte tonijn (SKJ)
|
(in Mt)
|
|
Andere (geef aan welke)
|
(in Mt)
|
4.Alle meldingen worden aan de bevoegde autoriteit toegezonden op het volgende e-mailadres: licensing@mmr.gov.ck.
Aanhangsel 3
Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de middelen voor sectorale steun
Transparantie en traceerbaarheid van middelen voor sectorale steun
1.De Cookeilanden vermelden in hun vastgestelde jaarlijkse begroting het bedrag van de financiële tegenprestatie in verband met de sectorale steun die de Unie in het kader van de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij aan de Cookeilanden heeft overgedragen. Daarbij houden de Cookeilanden zich aan hun nationale wetgeving inzake financiële discipline en financieel beheer.
Programmering en uitvoering van middelen voor sectorale steun
2.De Cookeilanden stellen een voorstel op voor een meerjarig sectoraal programma met betrekking tot het gebruik van de middelen voor sectorale steun gedurende de looptijd van het protocol. Daarnaast stellen zij een gedetailleerd voorstel op voor een eenjarig sectoraal programma met betrekking tot het gebruik van de middelen voor sectorale steun gedurende het eerste jaar van het protocol.
3.De sectorale programma’s zijn gericht op een aantal acties die zijn afgestemd op de nationale prioriteiten. Daarbij wordt rekening gehouden met de beheers- en uitvoeringscapaciteit van de Cookeilanden evenals de capaciteit voor rapportage over het gebruik van de middelen voor sectorale steun.
4.De sectorale programma’s bevatten de volgende gegevens: i) de strategische doelstellingen; ii) de te financieren acties; iii) de indicatoren; iv) de jaarlijkse streefdoelen; v) de middelen die aan elke actie zijn toegewezen, en vi) de bronnen voor de verificatie.
5.De gemengde commissie bespreekt de voorstellen voor het meerjarige sectorale programma en voor het eenjarige sectorale programma voor het eerste jaar, past deze indien nodig aan, en stelt deze vervolgens vast tijdens haar eerste vergadering na het begin van de voorlopige toepassing van het protocol. Deze eerste vergadering vindt uiterlijk 120 dagen na het begin van de voorlopige toepassing van het protocol plaats.
6.Voor het tweede jaar en elk volgend jaar dienen de Cookeilanden uiterlijk 30 dagen vóór de vergadering van de gemengde commissie een eenjarig sectoraal programma in bij de Unie.
7.De Cookeilanden zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de vastgestelde meerjarige en eenjarige sectorale programma’s.
Monitoring, rapportage en evaluatie van de middelen voor sectorale steun
8.De Cookeilanden monitoren de uitvoering van het sectorale programma nauwgezet.
9.De voor de Cookeilanden verantwoordelijke visserijattaché van de Unie brengt regelmatig een bezoek aan de Cookeilanden om samen met de bevoegde nationale autoriteiten de voortgang bij de uitvoering van het meerjarige sectorale programma te beoordelen. Tijdens deze bezoeken heeft de visserijattaché van de Unie tijdig toegang tot alle documenten die de visserijattaché van de Unie nodig acht om de voortgang te controleren. De toegang tot documenten strekt zich niet uit tot informatie die vertrouwelijk is of nationale belangen betreft.
10.De Cookeilanden stellen jaarlijkse voortgangsverslagen op over de uitvoering van het meerjarige sectorale programma. Zij dienen deze uiterlijk 30 dagen vóór de vergadering van de gemengde commissie in bij de Unie.
11.In de jaarlijkse voortgangsverslagen wordt voor elk van de geselecteerde indicatoren een beschrijving gegeven van de uitgevoerde acties en van de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de jaarlijkse streefdoelen. Zij beschrijven ook eventuele moeilijkheden die zij hebben ondervonden, evenals eventuele corrigerende maatregelen die zij hebben genomen en welke resultaten deze hebben gehad. De in het meerjarige sectorale programma vermelde verificatiebronnen worden met de gemengde commissie gedeeld wanneer dat praktisch en relevant is.
12.De jaarlijkse voortgangsverslagen bevatten het niveau van de financiële uitvoering met betrekking tot de middelen voor sectorale steun. In dit verband wordt informatie over de uitvoering van de begroting met betrekking tot het gebruik van de middelen voor sectorale steun van de Unie beschikbaar gesteld.
13.De jaarlijkse voortgangsverslagen bevatten alle informatie die de gemengde commissie nodig heeft om weloverwogen besluiten te kunnen nemen over de uitbetaling van de volgende jaarlijkse tranches van de middelen voor sectorale steun.
14.Naast het laatste jaarlijkse voortgangsverslag dienen de Cookeilanden binnen 90 dagen na het aflopen van dit protocol bij de gemengde commissie ook een eindverslag in over de uitvoering van de sectorale steun waarin dit protocol voorziet.
15.Indien nodig blijven de partijen de uitvoering van de sectorale steun ook na afloop of schorsing van dit protocol monitoren. Zij verrichten deze monitoring overeenkomstig de bepalingen van het protocol.
16.Indien nodig kan de gemengde commissie overeenkomen dat de Cookeilanden een uit de middelen voor sectorale steun gefinancierde, externe onafhankelijke evaluatie laten uitvoeren om de resultaten van het meerjarige sectorale programma te beoordelen op basis van het door de gemengde commissie goedgekeurde mandaat.
Criteria en procedure voor de uitbetaling, opschorting en terugvordering van middelen voor sectorale steun
17.De Unie betaalt de middelen voor sectorale steun in jaarlijkse tranches aan de Cookeilanden.
18.De middelen voor sectorale steun voor het eerste toepassingsjaar van het protocol worden uiterlijk 45 dagen nadat de gemengde commissie het meerjarige sectorale programma heeft vastgesteld, volledig betaald.
19.De middelen voor sectorale steun voor het tweede toepassingsjaar en de daaropvolgende toepassingsjaren van het protocol worden slechts betaald indien aan de vier onderstaande voorwaarden is voldaan.
•
Alle externe onafhankelijke financiële audits die door de gemengde commissie zijn overeengekomen en uit de middelen voor sectorale steun worden gefinancierd, zijn afgerond.
•
Uit de recentste beschikbare informatie over de uitvoering van de begroting blijkt dat 75 % of meer van de tot dusver ontvangen financiering is besteed of toegezegd.
•
De sectorale steunacties zijn uitgevoerd in overeenstemming met het meerjarige sectorale programma. De overeengekomen indicatoren dienen als benchmark om te bepalen of een actie is uitgevoerd of wordt uitgevoerd.
•
De gemengde commissie heeft het volgende jaarlijkse sectorale steunprogramma goedgekeurd, in overeenstemming met het meerjarige sectorale programma, met inbegrip van de overweging om het bedrag van de jaarlijkse tranche te verhogen tot tweemaal de som van het jaarlijkse bedrag aan sectorale steun overeenkomstig artikel 2, lid 2, punt b), van het protocol.
20.De laatste tranche van de middelen voor sectorale steun wordt slechts betaald indien aan de voorwaarden van punt 19 is voldaan. Bedragen die vóór het aflopen van het protocol niet door de Cookeilanden zijn uitbetaald of toegezegd, worden verbeurd.
21.De Unie behoudt zich het recht voor om de uitbetaling van de middelen voor sectorale steun geheel of gedeeltelijk te herzien en/of op te schorten indien uit de jaarlijkse evaluatie door de gemengde commissie blijkt dat de verkregen resultaten aanzienlijk afwijken van het sectorale programma of indien de middelen voor sectorale steun niet worden uitgevoerd zoals bepaald door de gemengde commissie.
22.De betaling van de financiële tegenprestatie in verband met de sectorale steun wordt na overleg tussen de partijen en goedkeuring door de gemengde commissie hervat wanneer dit gerechtvaardigd is op basis van de resultaten van de uitvoering van de overeengekomen meerjarige programmering. De in artikel 2, lid 2, punt b), vastgestelde specifieke financiële tegenprestatie wordt evenwel na het aflopen van het protocol mogelijk niet uitbetaald.
23.De middelen voor sectorale steun worden uitbetaald overeenkomstig de beheerssystemen voor de overheidsfinanciën van de Cookeilanden. Het beheer van de overgedragen middelen valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de Cookeilanden.
24.De Cookeilanden kunnen de medefinanciering van acties in het kader van het meerjarige sectorale programma faciliteren. Zij brengen in de jaarlijkse voortgangsverslagen verslag uit over eventuele medefinanciering.
25.De Europese Commissie kan een procedure inleiden voor de terugvordering van middelen voor sectorale steun die aan de Cookeilanden zijn betaald, wanneer de activiteiten in het kader van de sectorale steun niet zijn uitgevoerd of niet overeenkomstig de bepalingen van dit protocol zijn uitgevoerd en de gemengde commissie geen overeenstemming heeft bereikt. De terugvorderingsprocedure is hieronder beschreven.
(a)De bevoegde autoriteit van de Unie stelt de bevoegde autoriteit van de Cookeilanden formeel in kennis van haar voornemen om een bepaald bedrag terug te vorderen en vermeldt hierbij de redenen voor deze terugvordering. De Cookeilanden kunnen binnen 30 dagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving reacties, opmerkingen en/of verzoeken om verduidelijking van de voorgenomen terugvordering indienen.
(b)Na eventuele indieningen door de Cookeilanden gaan de partijen te goeder trouw onderhandelingen aan om de geschillen of meningsverschillen over de voorgestelde terugvordering op te lossen en overeenstemming te bereiken over eventuele corrigerende maatregelen of verlengde termijnen.
(c)Indien de Unie besluit de terugvorderingsprocedure voort te zetten, stelt zij de Cookeilanden formeel in kennis van de inhoud en grondslag van dit besluit. Hierop brengt zij een officiële debetnota uit, die binnen 30 dagen dient te worden voldaan. Indien de Cookeilanden op de vastgestelde vervaldag geen betaling hebben verricht, verrekent de Unie het verschuldigde bedrag met bedragen die de Unie aan de Cookeilanden verschuldigd is.
(d)Alleen in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, of in geval van een fout, kan de Unie het bedrag of de betalingstermijn wijzigen of afzien van terugvordering, mits deze wijzigingen stroken met het beginsel van goed financieel beheer en het evenredigheidsbeginsel. Wijzigingen op grond van deze bepaling moeten worden gedocumenteerd en worden meegedeeld aan de Cookeilanden, samen met de redenen voor die wijzigingen.
Herziening van het sectorale steunprogramma
26.Zodra de gemengde commissie het meerjarige sectorale programma heeft goedgekeurd, kunnen voorgestelde wijzigingen alleen in overweging worden genomen indien deze naar behoren zijn gemotiveerd. Voor substantiële wijzigingen waarbij strategische doelstellingen worden geschrapt, gewijzigd of toegevoegd, is de goedkeuring van de gemengde commissie vereist. Voorstellen voor dergelijke substantiële wijzigingen worden uiterlijk 30 dagen vóór de vergadering van de gemengde commissie schriftelijk bij de gemengde commissie ingediend.
27.Wanneer de voorgestelde wijzigingen de schrapping of toevoeging van een actie in het kader van de vastgestelde strategische doelstellingen inhouden of de overdracht van middelen van de ene naar de andere actie inhouden en die overdracht meer dan 10 % van de oorspronkelijk aan die actie toegewezen middelen betreft, plegen de Cookeilanden schriftelijk overleg met de Unie. De Unie reageert op een dergelijk verzoek binnen 30 dagen na de datum van ontvangst ervan. Na overleg op basis van het verzoek besluiten de partijen of er een buitengewone vergadering van de gemengde commissie moet worden bijeengeroepen. Indien de partijen besluiten dat het niet nodig is een buitengewone vergadering van de gemengde commissie bijeen te roepen, wordt de overeengekomen wijziging formeel opgenomen in de notulen van de volgende gewone vergadering van de gemengde commissie.
Zichtbaarheid van het sectorale steunprogramma
28.Tenzij anders overeengekomen, zorgen de Cookeilanden ervoor dat voor elke actie die op grond van het sectorale steunprogramma wordt uitgevoerd, passende communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen gelden. De Cookeilanden stellen deze maatregelen vast in overleg met de Unie.
29.In het kader van het meerjarige sectorale programma wordt een specifiek budget voor communicatie- en zichtbaarheidsmaatregelen toegewezen.
30.De acties in het kader van het sectorale steunprogramma van de Unie worden zichtbaar gemaakt op de volgende manieren:
•
openbare bekendmaking van de uit te voeren projecten en activiteiten;
•
tv- en radioreportages en persberichten over de voltooiing van projecten en activiteiten;
•
openbare distributie van afgeronde verslagen en studies;
•
gebruik van herkenningstekens om zichtbaarheid te geven aan de financiering door de Unie;
•
deelname van het personeel van de delegatie van de Unie voor het gebied van de Stille Oceaan aan openingsceremonies, conferenties en andere evenementen;
•
gezamenlijke bezoeken ter plaatse door vertegenwoordigers van de Cookeilanden en de Unie in verband met de uitvoering van projecten en activiteiten.
Aanhangsel 4
Verwerking van persoonsgegevens
Definities
1.In dit aanhangsel wordt verstaan onder:
(a)“persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (“de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer of locatiegegevens;
(b)“verwerking”: elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of reeksen van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op enigerlei andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens;
(c)“doorgevende autoriteit”: de overheidsinstantie die persoonsgegevens verzendt;
(d)“ontvangende autoriteit”: de overheidsinstantie die persoonsgegevens ontvangt;
(e)“gegevensinbreuk”: een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens;
(f)“verdere doorgifte”: doorgifte van persoonsgegevens door een ontvangende partij aan een entiteit die geen partij is bij dit protocol (hierna “derde partij” genoemd);
(g)“toezichthouder”: onafhankelijke overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de monitoring van de toepassing van dit aanhangsel, teneinde de grondrechten en fundamentele vrijheden van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens te beschermen.
Toepassingsgebied
2.De betrokkenen bij dit protocol zijn met name de natuurlijke personen die eigenaar zijn van vissersvaartuigen, hun vertegenwoordigers, de kapitein en de bemanning aan boord van vissersvaartuigen die in het kader van dit protocol vissen.
3.In het kader van de uitvoering van dit protocol, met name wat betreft de monitoring van de visserijactiviteiten en de bestrijding van illegale visserij, kunnen de volgende gegevens worden uitgewisseld en verder worden verwerkt:
(a)de identificatie- en contactgegevens van het vaartuig;
(b)de van controles, inspecties of waarnemers afkomstige gegevens over activiteiten van een vaartuig of met betrekking tot een vaartuig, de positie en bewegingen, en de visserijactiviteit of visserijgerelateerde activiteit van het vaartuig;
(c)gegevens betreffende de eigenaars van het vaartuig of hun vertegenwoordiger, zoals hun naam, nationaliteit, professionele contactgegevens en professionele bankrekening;
(d)gegevens over de plaatselijke agent, zoals naam, nationaliteit en professionele contactgegevens;
(e)gegevens betreffende de kapiteins en bemanningsleden, zoals naam, nationaliteit, functie en, in het geval van de kapitein, contactgegevens;
(f)gegevens over de aangemonsterde vissers, zoals hun naam, contactgegevens, opleiding en gezondheidscertificaten.
Bevoegde autoriteiten
4.De voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke autoriteiten zijn de Europese Commissie en de autoriteit van de vlaggenlidstaat voor de Unie, alsmede het Ministry of Marine Resources van de Cookeilanden.
Doelbinding en minimale gegevensverwerking
5.De in het kader van dit protocol gevraagde en doorgegeven persoonsgegevens moeten adequaat en ter zake dienend zijn en moeten beperkt blijven tot wat noodzakelijk is voor de uitvoering van het protocol. De partijen wisselen persoonsgegevens in het kader van dit protocol uitsluitend uit voor de in het protocol vermelde specifieke doeleinden.
6.De ontvangen persoonsgegevens worden niet verwerkt voor andere doeleinden dan de bovengenoemde, of worden vervolgens geanonimiseerd.
7.Op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de doorgevende autoriteit onmiddellijk in kennis van het gebruik van de meegedeelde persoonsgegevens.
Nauwkeurigheid
8.De partijen zien erop toe dat de in het kader van dit protocol doorgegeven persoonsgegevens correct en relevant zijn en, waar van toepassing, regelmatig worden bijgewerkt op basis van de kennis van de doorgevende autoriteit. Als een van de partijen vaststelt dat de doorgegeven of ontvangen persoonsgegevens onjuist zijn, stelt zij de andere partij daarvan onverwijld in kennis, brengt zij de nodige verbeteringen aan en zorgt zij voor de nodige updates.
Opslagbeperking
9.Persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor ze zijn uitgewisseld. Zij worden in overeenstemming met de nationale wetgeving gedurende een maximumperiode bewaard.
Beveiliging en vertrouwelijkheid
10.Rekening houdend met de specifieke risico’s van verwerking worden persoonsgegevens op zodanige wijze verwerkt dat de beveiliging ervan, met inbegrip van bescherming tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies of onopzettelijke vernietiging of beschadiging, is gewaarborgd. De met de gegevensverwerking belaste autoriteiten pakken elke gegevensinbreuk aan en nemen alle nodige maatregelen om eventuele negatieve gevolgen van een dergelijke inbreuk te verhelpen of te beperken. De ontvangende autoriteit stelt de doorgevende autoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van deze inbreuk en beide autoriteiten verlenen elkaar tijdig de nodige samenwerking zodat elke partij kan voldoen aan haar verplichtingen die krachtens het nationale rechtskader voortvloeien uit een gegevensinbreuk.
11.De partijen verbinden zich ertoe passende technische en organisatorische maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de verwerking in overeenstemming is met dit protocol.
Rectificatie of wissing
12.De doorgevende autoriteiten nemen alle redelijke maatregelen om te waarborgen dat persoonsgegevens onverwijld worden gerectificeerd of gewist, naargelang het geval, wanneer de verwerking niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit protocol, met name wanneer de gegevens niet adequaat, ter zake dienend of correct zijn of niet in verhouding staan tot het doel van de verwerking.
13.De doorgevende autoriteiten stellen de ontvangende autoriteiten in kennis van rectificaties of wissingen.
Transparantie
14.De Unie zorgt ervoor dat de betrokkenen door een individuele kennisgeving en de bekendmaking van deze overeenkomst op hun websites in kennis worden gesteld van de categorieën gegevens die worden doorgegeven en verder worden verwerkt, de wijze waarop de persoonsgegevens worden verwerkt, het voor de doorgifte gebruikte instrument, het doel van de verwerking, de derde partijen of categorieën derde partijen aan wie de informatie verder mag worden doorgegeven, de individuele rechten en de beschikbare mechanismen om hun rechten uit te oefenen en verhaal te halen, alsmede de contactgegevens voor het ondernemen van gerechtelijke stappen of het indienen van een klacht.
Verdere doorgifte
15.De ontvangende autoriteit geeft de in het kader van dit protocol ontvangen persoonsgegevens slechts door aan een derde partij indien dit gerechtvaardigd is door een belangrijke doelstelling van algemeen openbaar belang, en indien aan de andere vereisten van dit aanhangsel (met name wat betreft doelbinding en minimale gegevensverwerking) is voldaan.
Rechten van betrokkenen
16.Betrokkenen hebben het recht om inzage, correctie of wissing van persoonsgegevens te verzoeken overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van elke partij.
Toezicht
17.Voor de Unie wordt het toezicht op de naleving bij de verwerking van persoonsgegevens uitgeoefend door de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming wanneer de verwerking onder de bevoegdheid van de Commissie valt, of door de nationale toezichthouders voor gegevensbescherming wanneer de verwerking onder de bevoegdheid van de vlaggenlidstaat valt.
18.Voor de Cookeilanden is de verantwoordelijke autoriteit het Ministry of Marine Resources.
19.De bovengenoemde autoriteiten behandelen doeltreffend en tijdig klachten over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit protocol.
20.Bij niet-naleving van de waarborgen van artikel 12 en dit aanhangsel, kunnen betrokkenen verhaal halen, voor zover toegestaan door de toepasselijke wetgeving van elke partij.
Uitwisseling van informatie
21.De partijen houden elkaar op de hoogte van klachten die zij ontvangen over de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit protocol en over de afwikkeling daarvan.
Herziening
22.De partijen stellen elkaar in kennis van wijzigingen in hun wetgeving die van invloed zijn op de verwerking van persoonsgegevens.