Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Document 52025PC0164

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen

COM/2025/164 final

Straatsburg, 1.4.2025

COM(2025) 164 final

2025/0085(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid biedt de lidstaten de gelegenheid om de middelen voor de periode 2021-2027 te herbestemmen voor investeringen in defensievermogens en in het concurrentievermogen, de paraatheid en de strategische autonomie van de EU en in andere opkomende prioriteiten, waaronder de doelstellingen van de Clean Industrial Deal. De lidstaten kunnen daarvoor programmawijzigingen bij de Commissie indienen. Om deze dimensies te versterken, moeten mensen over de juiste vaardigheden beschikken. In de huidige demografische context vormen toenemende tekorten aan vaardigheden en arbeidskrachten een belangrijke belemmering voor groei en economische aanpassing. Investeren in de ontwikkeling van vaardigheden en arbeidsmobiliteit is topprioriteit.

Het kader voor cohesiebeleidsinvesteringen in mensen dat is vastgesteld in de verordening inzake het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) is echter onvoldoende afgestemd op deze nieuwe prioriteiten. De uitzonderlijke uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd, vereisen extra aandacht, flexibiliteit en een versterking van de stimulansen. De voorgestelde aanpassingen zullen de herprogrammering in de richting van nieuwe prioriteiten sturen en een snellere uitvoering ondersteunen. Dit voorstel bevat een aantal aanpassingen van de ESF+-verordening om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Investeringen in het kader van het cohesiebeleid afstemmen op nieuwe prioriteiten

De afgelopen jaren wordt de geopolitieke dynamiek gekenmerkt door grote onzekerheid, waardoor een grondige herevaluatie van de strategische autonomie van de EU noodzakelijk is. Deze verschuivingen vinden gelijktijdig plaats met de groene, sociale en technologische transities, die de wereld om ons heen snel veranderen. De uitdagingen die deze gelijktijdige transformaties met zich meebrengen, zijn uitvoerig geanalyseerd in het rapport over de “Toekomst van het Europese concurrentievermogen”, dat in september 2024 is gepubliceerd. In het rapport wordt benadrukt dat de innovatiekloof dringend moet worden gedicht en de decarbonisatie-inspanningen moeten worden afgestemd op het economische concurrentievermogen. De externe afhankelijkheid moet worden verminderd door toeleveringsketens te diversifiëren en te investeren in kritieke sectoren.

In reactie hierop zijn al verschillende belangrijke initiatieven gelanceerd om de economische veerkracht en strategische autonomie van de EU te vergroten. Het gaat onder meer om het “platform voor strategische technologieën voor Europa” (STEP), dat tot doel heeft het technologische leiderschap van Europa te versterken en “REPowerEU”, dat bedoeld is om de afhankelijkheid van externe energiebronnen te verminderen en de groene transitie te versnellen; zij vormen een aanvulling op reeds lopende acties via cohesiebeleidsprogramma’s en de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) met de bedoeling structurele veranderingen in de lidstaten en regio’s te ondersteunen en hun veerkracht te vergroten.

Als belangrijkste investeringsinstrument van de EU binnen het meerjarig financieel kader (MFK) speelt het cohesiebeleid een cruciale rol bij de ondersteuning van deze prioriteiten. Het stimuleert gerichte investeringen die bijdragen tot economische, sociale en territoriale cohesie en pakt tegelijkertijd nieuwe uitdagingen aan. Het draagt bij tot de economische transformatie van Europa, onder meer via innovatie en versterking van het concurrentievermogen. Het regelgevingskader voor de fondsen van het cohesiebeleid 2021-2027 is echter opgesteld, onderhandeld en goedgekeurd vóór de reeks grote geopolitieke en economische gebeurtenissen die een aantal strategische politieke prioriteiten van de EU hebben gewijzigd.

De partnerschapsovereenkomsten en de nationale en regionale cohesiebeleidsprogramma’s zijn in dezelfde periode ontwikkeld en goedgekeurd, waardoor zij de destijds vastgestelde prioriteiten weerspiegelen. Gezien de veranderende mondiale en regionale context biedt de tussentijdse evaluatie van 2025 een cruciale gelegenheid om de uitvoering van de programma’s en hun effectieve bijdrage aan de veranderende prioriteiten te beoordelen. Deze evaluatie zal helpen bepalen in hoeverre de cohesiebeleidsprogramma’s rechtstreeks en snel kunnen inspelen op de snel veranderende politieke, economische en sociale realiteit.

Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat de vroege uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s 2021-2027 te maken heeft gehad met uitdagingen die niet bevorderlijk zijn geweest voor een snelle benutting en snelle uitbetaling van de middelen, wat heeft geleid tot vertragingen bij de uitvoering in vergelijking met eerdere programmeringsperioden. Deze vertragingen komen op een moment waarop sterke en versnelde investeringen van essentieel belang zijn om de economische veerkracht en het concurrentievermogen te ondersteunen.

Tegen deze achtergrond stelt de Commissie een aantal gerichte wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1057 voor. Deze veranderingen hebben tot doel de investeringsprioriteiten aan te passen aan de veranderende economische, maatschappelijke, geopolitieke en milieucontext en tegelijkertijd meer flexibiliteit en stimulansen in te voeren om de snelle inzet van de broodnodige middelen te vergemakkelijken en aan te moedigen. Door het kader voor het cohesiebeleid 2021-2027 te verfijnen, kan de EU ervoor zorgen dat haar investeringsmechanismen flexibel en responsief blijven, zodat doeltreffender kan worden gereageerd op de huidige en toekomstige uitdagingen.

Om de lidstaten in staat te stellen doeltreffend gebruik te maken van de in dit voorstel geboden mogelijkheden, stelt de Commissie voor dat zij hun voorstel voor een tussentijdse evaluatie uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van dit voorstel tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 opnieuw kunnen indienen. Programmawijzigingen die op grond van de nieuwe prioriteiten en flexibiliteit zouden worden uitgevoerd, doen geen afbreuk aan de toepassing van maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 en aan de naleving door de relevante programma’s van de prioriteiten uit hoofde van artikel 15 van Verordening (EU) 2021/1060. In dit verband zal de Commissie nauwlettend toezien op de conformiteit van de programma’s met de vereisten van de relevante EU-wetgeving.

Aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen die bijdragen tot decarbonisatie en veerkracht van de productiecapaciteit

Gezien de hoge energiekosten, de hevige wereldwijde concurrentie en de aanzienlijke bedreigingen voor de op regels gebaseerde internationale orde voor de internationale handel, moeten de Europese industrieën zich aanpassen. Zij hebben werknemers nodig met de juiste vaardigheden, die ook snel evolueren. Er moet onmiddellijk actie worden ondernomen om ervoor te zorgen dat werknemers de juiste vaardigheden kunnen verwerven via om- en bijscholingsmaatregelen en door de mobiliteit van (hooggekwalificeerde) werknemers tussen bedrijfstakken te ondersteunen, aangezien structurele veranderingen elkaar in een ongekend tempo opvolgen.

Europa is concurrerend dankzij zijn mensen. Ons menselijk kapitaal is van cruciaal belang voor de welvaart van de EU, voor haar economische veerkracht om onze productiviteitsgroei te verhogen en de cohesie te bevorderen. De beroepsbevolking van de EU moet over de nodige vaardigheden beschikken om de groeiende defensie-industrie te ondersteunen en zo de paraatheid en veiligheid van Europa te versterken. Om de transitie naar een koolstofarme economie te ondersteunen zijn ook vaardigheden nodig, onder meer op het gebied van schone technologieën, digitalisering en ondernemerschap. De Clean Industrial Deal 1 bevat concrete maatregelen om van decarbonisatie een aanjager van groei voor de Europese industrie te maken.

Defensie en veiligheid

In het licht van de ongekende geopolitieke instabiliteit moet de Europese Unie nu cruciale besluiten nemen om haar veiligheid te waarborgen. Om zijn eigen afschrikking op defensiegebied en veiligheid te waarborgen, moet Europa voorbereid zijn op een nieuw tijdperk door zijn steun voor de ontwikkeling van de defensievermogens en het concurrentievermogen van de defensie-industrie van de EU aanzienlijk op te voeren. Deze inspanning zal de Unie in staat stellen de noodzaak van steun aan Oekraïne op korte termijn aan te pakken en tegelijkertijd de stabiliteit van het continent op lange termijn te waarborgen.

De Commissie heeft de Europese Raad een plan voor onmiddellijke respons voorgesteld — ReArm Europe — ten belope van 800 miljard EUR, door alle beschikbare financiële hefbomen te activeren om snel en aanzienlijk investeringen in Europese defensiecapaciteiten te ondersteunen. Van deze hefbomen kan de begroting van de Unie verder bijdragen aan deze collectieve inspanning door middel van een nieuw specifiek defensie-instrument en de versterking van het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP).

Om deze instrumenten aan te vullen en de lidstaten verder te stimuleren om defensie-investeringen rechtstreeks te ondersteunen, is het van essentieel belang dat de financiering van het cohesiebeleid snel kan worden gemobiliseerd. Deze investeringen zullen de veerkracht en het concurrentievermogen van de EU versterken en tegelijkertijd regionale ontwikkeling en groei bevorderen. Zij zullen ook de dubbele uitdaging aanpakken waarmee de regio’s van de Unie die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne worden geconfronteerd: de veiligheid versterken en tegelijkertijd hun economieën nieuw leven inblazen.

De juiste vaardigheden zijn van cruciaal belang voor een doeltreffende defensiecapaciteit. Alleen als de defensie-industrie geschoolde werknemers kan aanwerven en werknemers kan om- en bijscholen, is het mogelijk de productiecapaciteit op zeer korte termijn op te voeren. De vaardigheidsunie voorziet in maatregelen om vaardigheidskloven en -tekorten in Europa aan te pakken. De Commissie zal ook een proefproject met een vaardighedengarantie op poten zetten. Deze regeling biedt werknemers die betrokken zijn bij een herstructurering of werkloos dreigen te raken, de mogelijkheid hun loopbaan voort te zetten in een ander bedrijf of in een andere sector. Dit is uiterst belangrijk in de huidige omstandigheden. Bovendien heeft het pact voor vaardigheden een grootschalig partnerschap voor het defensie-ecosysteem tot stand gebracht 2 . Door middel van prognoses inzake vaardigheden ondersteunt het pact collectieve anticipatie op de vaardigheidskloven waarmee Europa te maken zal krijgen, rekening houdend met de behoeften aan vaardigheden van het bedrijfsleven en demografische prognoses inzake vaardigheden voor de komende vijf tot tien jaar. Doel is om- en bijscholingsprogramma’s op te waarderen om ze aantrekkelijker te maken door talent doeltreffender aan te trekken, te ontwikkelen en beter te behouden.

In dit verband zal het ESF+ de ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie actief faciliteren door extra flexibiliteit bij de uitvoering te bieden, waaronder hogere voorfinanciering, vrijstelling van de berekening van thematische concentratie en een hoger medefinancieringsniveau.

Oostelijke grensregio’s

Gezien de uitdagingen van de oostelijke grensregio’s sinds de Russische agressie tegen Oekraïne, moeten programma’s in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” met NUTS 2-regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne, gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van een eenmalige voorfinanciering van 9,5 % van de programmatoewijzing in 2026 en een Uniefinanciering van 100 %.

Meer flexibiliteit en vereenvoudiging voor snellere investeringen

Halverwege de programmeringsperiode 2021-2027 is het niveau van de door de lidstaten bij de Commissie gedeclareerde betalingen laag als gevolg van een combinatie van factoren: de laattijdige vaststelling van de verordeningen voor het beleid; de noodzaak om het hoofd te bieden aan opeenvolgende crises, van de COVID-19-pandemie tot de oorlog tegen Oekraïne en de energiecrisis; de druk om de vorige programmeringsperiode te sluiten en de prioriteit die wordt gegeven aan de uitvoering van de NGEU-instrumenten, gezien het kortere tijdschema voor de uitvoering ervan. Dit alles heeft op zijn beurt de administratieve capaciteit van de autoriteiten van de lidstaten onder druk gezet om investeringen te ontwerpen en snel uit te voeren. Ondanks de versnelling van het afgelopen jaar met de selectie van projecten voor bijna 40 % van de toewijzingen, moet de uitvoering van het cohesiebeleid nog sneller gaan in een context waarin de Unie wordt geconfronteerd met een reeks nieuwe uitdagingen die een snelle respons vereisen. De Commissie stelt daarom een reeks maatregelen voor om de flexibiliteit verder te vergroten en het gebruik van steun in het kader van het cohesiebeleid voor snellere investeringen te vereenvoudigen:

Om te voorkomen dat de uitvoering van programma’s vertraging oploopt als gevolg van nationale budgettaire beperkingen en om de financiële capaciteit van de lidstaten uit te breiden om de nieuwe uitdagingen aan te pakken, stelt de Commissie voor om in 2026 een eenmalige voorfinanciering van 4,5 % uit het ESF+ te verstrekken aan alle programma’s waarbij ten minste 15 % van de middelen wordt overgeheveld naar de nieuwe prioriteiten en STEP in het kader van het tussentijdse evaluatieproces.

Voorgesteld wordt het voorfinancieringspercentage te verhogen tot 9,5 % in 2026 voor programma’s die een of meer NUTS 2-regio’s bestrijken die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne, gezien de specifieke uitdagingen waarmee deze regio’s sinds de Russische agressie tegen Oekraïne worden geconfronteerd.

Om te voorkomen dat het risico op vertragingen en het daarmee gepaard gaande verlies van middelen de bereidheid om programmawijzigingen door te voeren vermindert en om de correcte uitvoering van de betrokken concrete acties te waarborgen, stelt de Commissie voor de termijn voor het gebruik van de ESF+-middelen te verlengen en de einddatum voor subsidiabiliteit met een extra jaar te verlengen. Voorgesteld wordt deze flexibiliteit alleen beschikbaar te stellen voor programma’s waarvoor wijzigingen worden voorgesteld die leiden tot een overheveling van ten minste 15 % van de middelen naar de nieuwe prioriteiten en STEP in het kader van de tussentijdse evaluatie zijn vastgesteld, zodra deze zijn goedgekeurd.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorstel is in overeenstemming met de doelstellingen van de fondsen voor het cohesiebeleid en met de meest recente mededeling van de Commissie over een hervormingsagenda voor het cohesiebeleid en beperkt zich tot een gerichte wijziging van Verordening (EU) 2021/1057. Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel beperkt zich tot een gerichte wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 en handhaaft verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op de artikelen 164, 175, 177 en 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel om de lidstaten aan te moedigen hun cohesiebeleidsprogramma’s verder af te stemmen op de aanpak van strategische uitdagingen en om de middelen te heroriënteren op nieuwe prioriteiten en tegelijkertijd te zorgen voor meer flexibiliteit om de uitvoering te versnellen, vereist wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1057. Hetzelfde resultaat kan niet worden bereikt door maatregelen op nationaal niveau.

Evenredigheid

Het voorstel heeft tot doel de lidstaten te stimuleren hun cohesiebeleidsprogramma’s verder af te stemmen op de aanpak van strategische uitdagingen, middelen te heroriënteren op nieuwe prioriteiten en meer flexibiliteit te bieden om investeringen te versnellen. De maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om deze doelen te bereiken.

Keuze van het instrument

Een verordening is het geschikte instrument, aangezien deze rechtstreeks toepasselijke regels voor de steun bevat.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

n.v.t.

Raadpleging van belanghebbenden

n.v.t.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t.

Effectbeoordeling

Ter voorbereiding van het voorstel voor Verordening (EU) 2021/1057 is een effectbeoordeling uitgevoerd. De beperkte en gerichte wijzigingen vereisen geen afzonderlijke effectbeoordeling.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

n.v.t.

Grondrechten

n.v.t.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft betrekking op cohesiebeleidsprogramma’s in de periode 2021-2027 en zal resulteren in aanvullende voorfinanciering die in 2026 in het kader van het ESF+ zal worden betaald. Deze aanvullende voorfinanciering zal leiden tot frontloading van betalingskredieten naar 2026 in vergelijking met een scenario zonder beleidswijziging en is begrotingsneutraal in de periode 2021-2027. Op basis van de geraamde benutting van het voorstel en rekening houdend met de betalingsprognoses en de verschuivingen in de uitvoering, wordt het netto-effect op de begroting geraamd op 500 miljoen EUR. Dat bedrag zal in de ontwerpbegroting 2026 worden opgenomen.

De mogelijkheid om een verhoogd EU-financieringspercentage aan te vragen voor investeringen in het kader van de specifieke prioriteiten en voor programma’s in de oostelijke grensregio’s zal ook leiden tot een gedeeltelijke frontloading van betalingen, gevolgd door lagere betalingen in een later stadium, aangezien het totale budget ongewijzigd blijft. De daadwerkelijke impact zal sterk afhangen van de mate waarin de lidstaten van die mogelijkheden gebruikmaken.

De voorgestelde wijziging vereist geen wijzigingen aan de jaarlijkse maxima van het meerjarig financieel kader voor vastleggingen en betalingen als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De uitvoering van de maatregel zal worden gecontroleerd en gerapporteerd in het kader van de in Verordening (EU) 2021/1060 vastgestelde algemene voorschriften in verband met rapportage.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t.

Artikelsgewijze toelichting

Het voorstel behelst de wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 wat betreft het ESF+ om strategische uitdagingen aan te pakken en de lidstaten in staat te stellen hun middelen te heroriënteren naar nieuwe prioriteiten.

Defensie

Het maakt gerichte steun mogelijk voor de ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie in het kader van een specifieke prioriteit waarvoor meer flexibiliteit geldt, waaronder een verhoogde voorfinanciering voor de toewijzing van de prioriteit, vrijstelling van de berekening van bedragen voor thematische concentratie en een hoger medefinancieringsniveau. Deze flexibiliteit is echter afhankelijk van de overheveling van een minimumbedrag van de middelen van het programma naar nieuwe prioriteiten.

Aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen die bijdragen tot decarbonisatie van de productiecapaciteit

Het voorstel maakt gerichte steun mogelijk voor opleiding, om- en bijscholing met het oog op de aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen die bijdragen tot de decarbonisatie van de productiecapaciteit, in het kader van een specifieke prioriteit waarvoor meer flexibiliteit geldt, waaronder een verhoogde voorfinanciering voor de toewijzing van de prioriteit en een hoger niveau van medefinanciering. Deze flexibiliteit is echter afhankelijk van de overheveling van een minimumbedrag van de middelen van het programma naar nieuwe prioriteiten.

De heroriëntering van middelen door de lidstaten vergemakkelijken

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten doeltreffend gebruik kunnen maken van de nieuwe prioriteiten en flexibiliteit, zullen zij hun beoordeling bij de tussentijdse evaluatie opnieuw kunnen indienen, vergezeld van een verzoek tot wijziging van het programma om het op een van de nieuw ingevoerde specifieke prioriteiten te richten.

Om de uitvoering van het ESF+ te helpen versnellen, zouden alle programma’s die zich op een van de nieuw ingevoerde specifieke prioriteiten en STEP richten en ten minste 15 % van hun middelen overhevelen, een aanvullende eenmalige voorfinanciering van 4,5 % ontvangen op basis van hun gewijzigde programmabegroting.

Gezien de uitdagingen van de oostelijke grensregio’s sinds de Russische agressie tegen Oekraïne, moeten uit het ESF+ gefinancierde programma’s met NUTS 2-regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne, gebruik kunnen maken van de mogelijkheid van een eenmalige voorfinanciering van 9,5 % en een Uniefinanciering van 100 %. Indien het desbetreffende programma het gehele grondgebied van de lidstaat bestrijkt, mag deze financiële flexibiliteit alleen van toepassing zijn als het programma dat het gehele grondgebied van de lidstaat bestrijkt, het enige programma is in de lidstaat dat de betrokken NUTS 2-regio’s omvat.

Daarnaast wordt de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven met één extra jaar verlengd voor alle cohesiebeleidsprogramma’s waarvoor programmawijzigingen zijn goedgekeurd die zich op een van de nieuw ingevoerde specifieke prioriteiten richten en ten minste 15 % van de financiële middelen van het programma naar die prioriteiten wordt overgeheveld.

2025/0085 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 164, 175, 177 en 322,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 4 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Gezien de grote geopolitieke en economische gebeurtenissen die een aantal strategische politieke prioriteiten van de Unie een nieuwe vorm hebben gegeven, moet worden voorzien in mogelijkheden voor de lidstaten om die strategische uitdagingen aan te pakken en hun middelen te heroriënteren op nieuwe prioriteiten.

(2)Het Gezamenlijk Witboek over de toekomst van de Europese defensie – Readiness 2030 5 effent de weg voor een echte Europese defensie-unie, onder meer door de lidstaten voor te stellen zwaar te investeren in defensie en de defensie-industrie. In dat verband worden in de mededeling van de Commissie - De vaardigheidsunie van 5 maart 2025 6 (“de mededeling over de vaardigheidsunie”) acties uiteengezet om vaardigheidskloven en -tekorten in de Unie aan te pakken, onder meer via het pact voor vaardigheden, en de grootschalige partnerschappen ervan, waaronder een voor het defensie-ecosysteem. Daarom is het passend stimulansen voor het bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad 7 opgerichte ESF+ op te nemen om de ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie te vergemakkelijken.

(3)Het is al mogelijk om de aanpassing van werknemers, ondernemers en ondernemingen aan veranderingen te ondersteunen in het kader van het ESF+. In overeenstemming met de decarbonisatiemaatregelen die zijn voorgesteld in de mededeling van de Commissie – De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie van 26 februari 2025 8 en om de industriële aanpassing in verband met het koolstofvrij maken van productieprocessen en -producten verder te vergemakkelijken, in het kader van de doelstelling om een leven lang kansen te bieden om mensen regelmatig om en bij te scholen, zoals uiteengezet in de mededeling over de vaardigheidsunie, onder meer door middel van een nieuw voorgestelde vaardighedengarantie, moet het ESF+ de scholing, het behoud van banen en het scheppen van banen gedurende het hele decarbonisatieproces vergemakkelijken door flexibiliteit bij de uitvoering te bieden.

(4)Het is al mogelijk om in het kader van het ESF+ investeringen te ondersteunen die bijdragen tot de doelstellingen van het bij Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad opgerichte platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) 9 , dat tot doel heeft het technologische leiderschap van de Unie te versterken. Om investeringen uit het ESF+ op die kritieke gebieden verder te stimuleren, moet de mogelijkheid voor de lidstaten om een hogere voorfinanciering te ontvangen voor gerelateerde programmawijzigingen worden uitgebreid.

(5)Om de lidstaten in staat te stellen een zinvolle herprogrammering uit te voeren en de middelen toe te spitsen op de in de overwegingen 2, 3 en 4 vermelde strategische prioriteiten van de Unie zonder verdere vertragingen bij de uitvoering te veroorzaken, is het passend te voorzien in verdere flexibiliteit. De tussentijdse evaluatie moet een kans bieden om nieuwe strategische uitdagingen en nieuwe prioriteiten aan te pakken. Daarom moeten de lidstaten extra tijd krijgen om de beoordeling van de resultaten van de tussentijdse evaluatie en de indiening van gerelateerde programmawijzigingen af te ronden.

(6)Om de uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s te versnellen, de druk op de nationale begrotingen te verlichten en de nodige liquiditeit te injecteren voor de uitvoering van belangrijke investeringen, moet voor programma’s een aanvullende eenmalige voorfinanciering uit het ESF+ worden betaald. Vanwege de negatieve gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne moet het voorfinancieringspercentage verder worden verhoogd voor bepaalde programma’s die betrekking hebben op een of meer NUTS 2-regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne. Om de herprogrammering naar kernprioriteiten in het kader van de tussentijdse evaluatie te stimuleren, mag de aanvullende voorfinanciering alleen beschikbaar zijn wanneer een bepaalde drempel voor de overheveling van financiële middelen naar specifieke cruciale prioriteiten wordt bereikt.

(7)Om rekening te houden met de tijd die nodig is om investeringen te heroriënteren en een optimaal gebruik van de beschikbare middelen mogelijk te maken, moeten de termijnen voor de subsidiabiliteit van de uitgaven en de regels inzake vrijmaking worden aangepast voor programma’s waarbij middelen worden overgeheveld naar strategische prioriteiten.

(8)Het moet ook mogelijk zijn een maximaal medefinancieringspercentage van maximaal 100 % toe te passen op prioriteiten in programma’s die een of meer NUTS 2-regio’s bestrijken die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne, gezien de negatieve gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne voor die regio’s.

(9)De doelstellingen van deze verordening - namelijk de aanpak van strategische uitdagingen, het heroriënteren van investeringen op kritieke nieuwe prioriteiten en de versnelling van de beleidsuitvoering - kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, maar kunnen beter op het niveau van de Unie worden bereikt. Daarom kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(10)Verordening (EU) 2021/1057 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(11)[Gezien de dringende noodzaak om cruciale investeringen in vaardigheden mogelijk te maken in de defensie-industrie en in de aanpassing aan veranderingen in de context van dringende strategische geopolitieke uitdagingen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) 2021/1057 wordt als volgt gewijzigd:

(1)het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:

Artikel 5 bis

Specifieke bepalingen in verband met de uitvoering van het ESF+-onderdeel in gedeeld beheer

(1)In 2026 betaalt de Commissie 4,5 % van de totale steun uit het ESF+ zoals vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van de programmawijziging, als aanvullende eenmalige voorfinanciering. Het eenmalige voorfinancieringspercentage in 2026 wordt verhoogd tot 9,5 % voor programma’s die een of meer NUTS 2-regio’s bestrijken die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne, mits het programma niet het gehele grondgebied van de lidstaat bestrijkt. Wanneer in een lidstaat NUTS 2-regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne uitsluitend worden opgenomen in programma’s die het gehele grondgebied van die lidstaat bestrijken, is de in dit lid bedoelde verhoogde voorfinanciering van toepassing op die programma’s.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde aanvullende voorfinanciering is alleen van toepassing wanneer een overheveling van ten minste 15 % van de financiële middelen van het programma naar een of meer overeenkomstig de artikelen 12 bis, 12 quater en 12 quinquies vastgestelde specifieke prioriteiten is goedgekeurd; op voorwaarde dat het verzoek om een programmawijziging uiterlijk op 31 december 2025 wordt ingediend.

De aan de lidstaat verschuldigde voorfinanciering die voortvloeit uit programmawijzigingen op grond van de overheveling naar de in de tweede alinea van dit lid bedoelde prioriteiten, wordt voor de berekening van de overeenkomstig artikel 105 van Verordening (EU) 2021/1060 vrij te maken bedragen meegeteld als betalingen die in 2025 zijn verricht, mits het verzoek tot programmawijziging in 2025 is ingediend.

(2)In afwijking van artikel 63, lid 2, en artikel 105, lid 2, van Verordening (EU) 2021/1060 is de uiterste datum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven, de vergoeding van kosten en de vrijmaking 31 december 2030. Die afwijking is alleen van toepassing wanneer via goedgekeurde programmawijzigingen ten minste 15 % van de financiële middelen van het programma wordt overgeheveld naar een of meer specifieke prioriteiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 bis, 12 quater en 12 quinquies van deze verordening in het kader van de tussentijdse evaluatie.

(3)In afwijking van artikel 112 van Verordening (EU) 2021/1060 bedraagt het maximale medefinancieringspercentage voor prioriteiten in programma’s die een of meer NUTS 2-regio’s bestrijken die grenzen aan Rusland, Belarus of Oekraïne 100 %. Het hogere medefinancieringspercentage geldt niet voor programma’s die het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat bestrijken, tenzij die regio’s alleen worden opgenomen in programma’s die het gehele grondgebied van die lidstaat bestrijken. De afwijking is alleen van toepassing wanneer de overheveling van ten minste 15 % van de financiële middelen van het programma naar een of meer specifieke prioriteiten die zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 bis, 12 quater en 12 quinquies van deze verordening in het kader van de tussentijdse evaluatie is goedgekeurd, op voorwaarde dat de programmawijziging uiterlijk op 31 december is ingediend.

(4)Naast de overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EU) 2021/1060 in te dienen beoordeling van de resultaten van de tussentijdse evaluatie voor elk programma, kunnen de lidstaten binnen twee maanden na de inwerkingtreding van Verordening (EU) XXXX/XXXX [this Regulation] opnieuw een aanvullende beoordeling en daarmee verband houdende verzoeken tot wijziging van het programma indienen, rekening houdend met de specifieke prioriteiten overeenkomstig de artikelen 12 bis, 12 quater en 12 quinquies. De termijnen van artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2021/1060 zijn van toepassing.

(2)In artikel 12 bis, lid 2, wordt de eerste alinea vervangen door:

“In aanvulling op de voorfinanciering voor het programma bepaald in artikel 90, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/1060, betaalt de Commissie, indien zij een wijziging van een programma goedkeurt dat een of meer specifieke prioriteiten voor concrete acties die worden ondersteund door het ESF+ en die bijdragen aan de STEP-doelstellingen die worden bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) 2024/795 een uitzonderlijke voorfinanciering van 30 % op basis van de toewijzing aan die prioriteiten, op voorwaarde dat de programmawijziging uiterlijk op 31 december 2025 bij de Commissie wordt ingediend. De uitzonderlijke voorfinanciering wordt betaald binnen 60 dagen na de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de programmawijziging.”;

(3)De volgende artikelen 12 quater en 12 quinquies worden ingevoegd:

“Artikel 12 quater

Ondersteuning van de defensie-industrie

(1)De lidstaten kunnen besluiten steun voor de ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie te programmeren in het kader van specifieke prioriteiten. Dergelijke specifieke prioriteiten kunnen elk van de in artikel 4, lid 1, punten a) tot en met l), uiteengezette specifieke doelstellingen ondersteunen.

(2)Bij het waarborgen van de naleving van de in artikel 7 van deze verordening vastgestelde vereisten inzake thematische concentratie wordt geen rekening gehouden met de middelen die zijn toegewezen aan de specifieke prioriteit als bedoeld in lid 1.

(3)Naast de jaarlijkse voorfinanciering voor het programma als bedoeld in artikel 90, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/1060 betaalt de Commissie 30 % van de toewijzing als uitzonderlijke eenmalige voorfinanciering aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde specifieke prioriteiten zoals vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van de programmawijziging.

Die uitzonderlijke voorfinanciering wordt binnen zestig dagen na de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de programmawijziging betaald overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2021/1060.

(4)Overeenkomstig artikel 90, lid 5, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt het als uitzonderlijke voorfinanciering betaalde bedrag uiterlijk met het laatste boekjaar in de rekeningen van de Commissie vereffend.

Overeenkomstig artikel 90, lid 6, van Verordening (EU) 2021/1060 worden eventuele door de uitzonderlijke voorfinanciering gegeneerde renteopbrengsten op dezelfde wijze voor het betrokken programma gebruikt als het ESF+ en opgenomen in de rekeningen van het laatste boekjaar.

Overeenkomstig artikel 97, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt de uitzonderlijke voorfinanciering niet geschorst.

Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 omvat de voorfinanciering die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de vrij te maken bedragen, de betaalde uitzonderlijke voorfinanciering.

(5)In afwijking van artikel 112 van Verordening (EU) 2021/1060 bedraagt het maximale medefinancieringspercentage voor specifieke prioriteiten als bedoeld in lid 1 van dit artikel 100 %.

Artikel 12 quinquies

Steun voor aanpassing in verband met decarbonisatie

(1)De lidstaten kunnen besluiten steun voor opleiding, om- en bijscholing te programmeren met het oog op de aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen die bijdragen tot het koolstofvrij maken van de productiecapaciteit in het kader van specifieke prioriteiten. Dergelijke specifieke prioriteiten kunnen elk van de in artikel 4, lid 1, punten a) tot en met l), uiteengezette specifieke doelstellingen ondersteunen.

(2)Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel dient de lidstaat een verzoek tot wijziging in overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2021/1060. Indien een lidstaat reeds programma’s heeft die een of meer prioriteiten bevatten die aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen, dient de lidstaat bij de Commissie een verzoek in om de betrokken prioriteiten te beschouwen als specifieke prioriteiten voor de toepassing van lid 1 van dit artikel.

(3)Naast de jaarlijkse voorfinanciering voor het programma als bedoeld in artikel 90, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/1060 betaalt de Commissie 30 % van de toewijzing als uitzonderlijke eenmalige voorfinanciering aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde specifieke prioriteiten zoals vastgesteld in het besluit tot goedkeuring van de programmawijziging.

   Die uitzonderlijke voorfinanciering wordt binnen zestig dagen na de vaststelling van het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de programmawijziging betaald overeenkomstig lid 2 van dit artikel.

(4)Overeenkomstig artikel 90, lid 5, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt het als uitzonderlijke voorfinanciering betaalde bedrag uiterlijk in het laatste boekjaar in de rekeningen van de Commissie vereffend.

   Overeenkomstig artikel 90, lid 6, van Verordening (EU) 2021/1060 worden eventuele renteopbrengsten van de uitzonderlijke voorfinanciering op dezelfde wijze voor het betrokken programma gebruikt als het ESF+ en worden deze opgenomen in de rekeningen over het laatste boekjaar.

   Overeenkomstig artikel 97, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 wordt de uitzonderlijke voorfinanciering niet geschorst.

   Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1060 omvat de voorfinanciering die in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de vrij te maken bedragen, de betaalde uitzonderlijke voorfinanciering.

(5)In afwijking van artikel 112 van Verordening (EU) 2021/1060 bedraagt het maximale medefinancieringspercentage voor specifieke prioriteiten als bedoeld in lid 1 van dit artikel 100 %.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de [dag] na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

3.2.3.3.Totaal kredieten24

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

3.2.7.Bijdragen van derden28

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

4.Digitale dimensies29

4.1.Voorschriften met digitale relevantie30

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 wat betreft specifieke maatregelingen voor het aanpakken van strategische uitdagingen

1.2.Betrokken beleidsterreinen

Cohesiebeleid: Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+)

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

De fondsen van het cohesiebeleid, waaronder het ESF+, verstrekken financiering ter ondersteuning van de harmonieuze ontwikkeling van de EU, door middel van acties die leiden tot de versterking van haar economische, sociale en territoriale cohesie. Ter ondersteuning van deze overkoepelende doelstelling dragen de fondsen ook bij tot het bevorderen van belangrijke beleidsdoelstellingen, waaronder het versterken van het algemene concurrentievermogen en de strategische autonomie van de EU, en het aanpakken van uitdagingen en kansen in verband met de groene, de digitale en de sociale transitie.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Specifieke doelstelling nr. 1

De uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s die uit het ESF+ worden gefinancierd voor de periode 2021-2027 versnellen door de flexibiliteit te vergroten en te voorzien in de vereenvoudiging van het gebruik van de middelen van het cohesiebeleid.

Specifieke doelstelling nr. 2

In het kader van de programma’s voor 2021-2027 steun verlenen uit het ESF+ voor de ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie als kortetermijnreactie op recente geopolitieke gebeurtenissen door de lidstaten extra mogelijkheden te bieden om de middelen te heroriënteren op de defensiesector.

Industriële aanpassing in verband met het koolstofvrij maken van productieprocessen en -producten verder vergemakkelijken door de lidstaten extra mogelijkheden te bieden om de middelen te heroriënteren op opleiding, om- en bijscholing met het oog op de aanpassing van werknemers, ondernemingen en ondernemers aan veranderingen gedurende het hele decarbonisatieproces.

Specifieke territoriale uitdagingen aanpakken van de regio’s die grenzen aan Oekraïne, Rusland en Belarus.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Specifieke doelstelling nr. 1

Het maximaliseren van het gebruik van de middelen die in het kader van het MFK 2021-2027 aan het ESF+ zijn toegewezen.

Specifieke doelstelling nr. 2

Meer vaardigheden die aansluiten op de vraag van de defensie-industrie en van sectoren die gevolgen ondervinden van het decarbonisatieproces.

Meer steun voor het aanpakken van de specifieke uitdagingen van regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Specifieke doelstelling nr. 1

Financiële gegevens over de bedragen in verband met door de lidstaten geselecteerde en uitgevoerde concrete acties en over de betalingen uit de EU-begroting aan de lidstaten.

Specifieke doelstelling nr. 2

Gemeenschappelijke outputindicator – Totaal aantal deelnemers

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie

X een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 10

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Recente economische en geopolitieke gebeurtenissen hebben belangrijke prioriteiten naar voren gebracht die een heroriëntering van de middelen binnen het cohesiebeleid vereisen, met name in het kader van het ESF+. De specifieke acties die binnen het toepassingsgebied van deze wijziging vallen, kunnen al worden gefinancierd binnen het huidige rechtskader voor het ESF+. Daarom zijn zij al in overeenstemming met de algemene doelstelling om de economische, sociale en territoriale cohesie te versterken. Het tempo en de omvang van de investeringen moeten echter worden opgevoerd. De lopende tussentijdse evaluatie van de cohesiebeleidsprogramma’s 2021-2027 biedt een cruciale gelegenheid om te beoordelen hoe deze programma’s kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de nieuwe prioriteiten. Daarom creëert het huidige wijzigingsvoorstel stimulansen en flexibiliteit om de lidstaten in staat te stellen binnen een relatief kort tijdsbestek meer aandacht te besteden aan deze prioriteiten met middelen uit het MFK.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Dit wijzigingsvoorstel is bedoeld om de lidstaten in staat te stellen de nodige financiering in het kader van het cohesiebeleid te bestemmen voor investeringen op beleidsterreinen die als prioriteiten zijn aangemerkt, en om de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU in stand te houden en te versterken.

Specifieke doelstelling 1:

Financiering in het kader van het cohesiebeleid is van vitaal belang voor economische stabiliteit, rechtvaardigheid en integratie in de EU. Ze speelt een primaire rol bij het verkleinen van regionale verschillen en het waarborgen van een evenwichtige ontwikkeling in alle lidstaten. Financiering zorgt ervoor dat alle regio’s over de middelen beschikken om te groeien, te innoveren en zich aan te passen aan toekomstige uitdagingen. Tegelijkertijd bevordert ze de solidariteit in de hele EU. Het behoud en de versnelling van de geldstromen uit de EU-begroting naar de lidstaten is van essentieel belang om het noodzakelijke niveau van overheidsfinanciering in de lidstaten te waarborgen en de in het Verdrag verankerde cohesiedoelstellingen te verwezenlijken.

Specifieke doelstelling 2:

Ontwikkeling van vaardigheden in de defensie-industrie: In de Verklaring van Versailles van maart 2022 en in de mededelingen JOIN(2022) 24 en COM(2022) 60 is al aangegeven dat de EU haar eigen paraatheid, capaciteit en veerkracht moet versterken om haar burgers beter te beschermen. De snel veranderende geopolitieke context van de afgelopen maanden heeft duidelijk gemaakt dat de inspanningen moeten worden opgevoerd. In de conclusies van de Europese Raad van 6 maart 2025 wordt benadrukt dat “Europa soevereiner [moet] worden, meer verantwoordelijkheid nemen voor zijn defensie en beter toegerust zijn om autonoom het hoofd te bieden aan onmiddellijke en toekomstige uitdagingen. Daarvoor is een 360°-aanpak nodig”. Daartoe zal de EU vaart zetten achter de mobilisering van de nodige instrumenten en financiering. De Europese Raad “verzoekt de Commissie aanvullende financieringsbronnen voor defensie op EU-niveau voor te stellen, onder meer via aanvullende mogelijkheden en stimulansen die alle lidstaten worden geboden, op basis van de beginselen van objectiviteit, non-discriminatie en gelijke behandeling van de lidstaten, bij het gebruik van hun huidige toewijzingen in het kader van de desbetreffende EU-financieringsprogramma’s, en spoedig voorstellen daarover in te dienen”.

Aanpassing van werknemers, ondernemers en ondernemingen aan veranderingen gedurende het hele decarbonisatieproces: Het versterken van het concurrentievermogen en de veerkracht in strategische sectoren en het verminderen van de afhankelijkheid van de Europese economie door middel van de groene en digitale transformaties waren de afgelopen jaren het kompas van de EU. Het voorstel geeft een verdere impuls om op EU-niveau te investeren in gebieden die van belang zijn voor het toekomstige concurrentievermogen van de EU.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Recente wijzigingen van de verordeningen 2014-2020 en 2021-2027 in het kader van de COVID-19-crisis, de militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne, de energiecrisis en het concurrentievermogen (STEP) hebben geleid tot een aanzienlijke verhoging van middelen ter ondersteuning van relevante investeringen.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De wijziging verandert niets aan de bestaande toewijzingen in het kader van het cohesiebeleid en is bedoeld om de investeringen van de Fondsen op efficiënte en doeltreffende wijze te helpen versnellen.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

De wijziging verandert niets aan de kernstructuur van het bestaande regelgevingskader voor het cohesiebeleid en voor het ESF+, noch aan de vaste toewijzingen aan de lidstaten. Het is bedoeld om de nadruk te leggen op en stimulansen te geven voor steun aan maatregelen die al mogelijk zijn binnen het toepassingsgebied van het ESF+ en die een aanvulling vormen op investeringen via andere financieringsmogelijkheden op EU-niveau of op het niveau van de lidstaten.

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan

X beperkte geldigheidsduur

   financiële gevolgen vanaf 2026 tot en met 2029 voor vastleggingskredieten. Geen gevolgen voor de betalingskredieten.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 11

Gedeeld beheer met de lidstaten

Opmerkingen

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

De monitoring- en rapportageregels van Verordening (EU) 2021/1060 blijven volledig van toepassing:

Monitoringcomité voor het programma: minstens eenmaal per jaar

Jaarlijkse prestatie-evaluatie tussen de lidstaat en de Commissie

Indiening van gegevens per programma: vijf keer per jaar

Jaarlijks controle/audit-verslag.

Uiterlijk op 15 februari 2031 moet voor elk programma een eindverslag over de prestaties worden ingediend.

2.2.Beheers- en controlesystemen

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Het wijzigingsvoorstel houdt geen wijziging in van de bestaande methode voor de uitvoering van de begroting onder gedeeld beheer, noch van de uitvoeringsmechanismen, de betalingsmodaliteiten of de controlestrategieën zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2021/1060.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Er zijn geen specifieke risico’s vastgesteld. Het wijzigingsvoorstel houdt geen structurele wijziging in van de opzet van het risicobeheer en de controle van de cohesiebeleidsprogramma’s, wat passend wordt geacht voor de beoogde investeringen.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

Het controlekader van het cohesiebeleid blijft ongewijzigd en volledig van toepassing. Dit is bedoeld om de financiële belangen van de EU te beschermen en is over meerdere programmeringsperioden aangepast om rekening te houden met de aanbevelingen van de ERK en OLAF.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

De lidstaten moeten voldoen aan het bestaande controlekader van het cohesiebeleid en moeten beschikken over een beheers- en controlesysteem dat het mogelijk maakt onregelmatigheden, waaronder fraude, te voorkomen, op te sporen, te corrigeren en te rapporteren.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 12 .

van EVA-landen 13

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 14

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

2a

07.02.01 Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) Beleidsuitgaven

 

GK

NEE

NEE

NEE

NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarige financiële kader

Nummer

2a

DG: EMPL

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel 07 02 01

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

500,000 

-500,000 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 15

Begrotingsonderdeel

 

3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG EMPL

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

500,000

-500,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten  

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2a

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

500,000

-500,000

0,000

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

5)

0,000

0,000

500,000

-500,000

0,000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader 
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

500,000

-500,000

0,000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 16

DG: EMPL

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG EMPL

Kredieten

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

0,000

0,376

500,376

-499,624

0,000

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 17

Gem. kosten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Aantal

Kos¬ten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 18

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,376

0,376

0,376

1,128

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 7, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 19

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

2

2

2

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

2

2

2

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

2

2

2

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in voltijdequivalenten)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning  
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

2

2

2

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

2

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Contacten met de lidstaten, richtsnoeren voor het indienen van mogelijke wijzigingen, follow-up van de wijzigingen en van de desbetreffende besluitvormingsprocedure, toezicht op de uitvoering van deze wijzigingen.

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Er kan een aanpassing van SFC2021 Front-office nodig zijn om de toevoeging van de sectorale veldinformatie te verwerken. De inspanning om de digitale oplossing aan te passen wordt geraamd op 20 tot 40 mandagen. Er zijn echter geen middelen nodig om de verandering door te voeren: dit zal worden gedekt door het budget voor 2025 van het SFC2021 Front-Office, dat de evolutieve onderhoudskosten dekt.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

TOTAAL medegefinancierde kredieten

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 20

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

De digitale vereisten zijn beperkt tot de aanpassing en uitbreiding van reeds uitgevoerde oplossingen of programma’s in gedeeld beheer, namelijk SFC2021. De aanpassingen zullen overeenstemmen met de definitie en opname van specifieke prioriteiten in gewijzigde programma’s.

4.2.Gegevens

De vereiste gegevens zijn een uitbreiding en aanpassing van het gegevensmodel dat reeds wordt toegepast voor de programma’s onder gedeeld beheer. Het eenmaligheidsbeginsel wordt gevolgd. Dit is een uitbreiding van een bestaande oplossing en zorgt ervoor dat bestaande gegevens volledig worden hergebruikt.

4.3.Digitale oplossingen

De digitale oplossing is een kleine aanpassing van het SFC2021-platform, het instrument dat wordt gebruikt voor alle programma’s onder gedeeld beheer.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

SFC2021 is al voorhanden en wordt door alle partijen gebruikt. Het instrument is interoperabel met andere systemen en gebruikt standaardtechnieken voor informatie-uitwisseling.

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

De wijzigingen die in SFC2021 moeten worden aangebracht, zullen zodanig worden gepland en uitgevoerd dat de nieuwe vereisten klaar zijn op het moment van vaststelling en inwerkingtreding van de definitieve verordening.

(1)    COM(2025) 85 final.
(2)    https://pact-for-skills.ec.europa.eu/about/industrial-ecosystems-and-partnerships/aerospace-and-defence_en?prefLang=nl.
(3)    PB C , , blz. .
(4)    PB C , , blz. .
(5)    Gezamenlijk witboek over de toekomst van de Europese defensie — Readiness 2030 (JOIN(2025120 final).
(6)    COM(2025) 90 final.
(7)    Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1057/oj ).
(8)    COM(2025) 85 final.
(9)    Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (“STEP”) en tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG en Verordeningen (EU) 2021/1058, (EU) 2021/1056, (EU) 2021/1057, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695, (EU) 2021/697 en (EU) 2021/241 (PB L 2024/795 van 29.2.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj ).
(10)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(11)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(12)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(13)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(14)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(15)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(16)    The necessary appropriations should be determined using the annual average cost figures available on the appropriate BUDGpedia webpage.
(17)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(18)    Zoals beschreven in punt 1.3.2. “Specifieke doelstellingen”.
(19)    Specificeer onder de tabel hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds zijn toegewezen voor het beheer van de actie en/of binnen uw DG opnieuw kunnen worden ingezet, en wat uw nettobehoeften zijn.
(20)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
Naar boven