This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52025IR1378
Opinion of the European Committee of the Regions – Towards sustainable and resilient tourism in the European Union: Strategy for balanced and adaptive management
Advies van het Europees Comité van de regio’s — Duurzaam en veerkrachtig toerisme in de Europese Unie: strategie voor een evenwichtig en adaptief beheer
Advies van het Europees Comité van de regio’s — Duurzaam en veerkrachtig toerisme in de Europese Unie: strategie voor een evenwichtig en adaptief beheer
COR 2025/01378
PB C, C/2026/761, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/761/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/761 |
24.2.2026 |
Advies van het Europees Comité van de regio’s — Duurzaam en veerkrachtig toerisme in de Europese Unie: strategie voor een evenwichtig en adaptief beheer
(C/2026/761)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)
|
1. |
is ingenomen met de kans om bij te dragen aan de EU-strategie voor duurzaam toerisme, opgezet als een gemeenschappelijk kader dat, met inachtneming van subsidiariteit en evenredigheid, het mogelijk maakt om i) een groeiende en diverse toestroom van toeristen in goede banen te leiden zonder afbreuk te doen aan territoriale kwaliteit, co-existentie en reiservaring, en ii) toerisme te doen bijdragen aan groei en welzijn voor de Europese regio’s, zodat de sector een echte motor voor gedeelde welvaart wordt. |
|
2. |
De EU is wereldwijd toonaangevend op het gebied van toerisme, met 551,1 miljoen bezoekers in 2024, goed voor 71,1 % van de bezoekersstromen naar geavanceerde economieën en 38,1 % van het totaal. Frankrijk, Spanje en Italië behoren tot de meest bezochte landen en volgens prognoses voor 2040 zullen vijf EU-lidstaten tot de tien belangrijkste reisbestemmingen ter wereld behoren. Het CvdR waarschuwt er echter voor dat een in tijd of ruimte geconcentreerde vraag, die afhankelijk is van een klein aantal markten of gekenmerkt wordt door korte verblijven, kan leiden tot druk die de reiservaring aantast, de co-existentie bemoeilijkt en de ontvangende gebieden aantast. Dit vermindert de weerbaarheid van bestemmingen tegen crises of marktveranderingen; zaak is daarom dat de Europese strategie een meting en duurzaam beheer van de vraag omvat om de territoriale kwaliteit, de sociale cohesie en het concurrentievermogen op lange termijn in stand te houden. Het CvdR wijst op het belang van de Verklaring van Palma die tijdens het Spaanse voorzitterschap van de Raad van de EU is aangenomen: daarin wordt het welzijn van lokale gemeenschappen centraal gesteld bij de ontwikkeling van het toerisme en benadrukt dat in sociaal, economisch en ecologisch opzicht duurzame modellen nodig zijn. Die aanpak is cruciaal om te zorgen voor meer territoriale cohesie en werkelijk gedeelde welvaart. |
|
3. |
Het CvdR wijst erop dat toerisme weliswaar 9,7 % van het bbp en 11,1 % van de werkgelegenheid in de EU-27 vertegenwoordigt, maar dat de economische bijdrage ervan in het gedrang kan komen als de sector niet op een evenwichtige en duurzame manier wordt beheerd. De voordelen ervan worden vaak ondergraven door negatieve gevolgen voor sociale cohesie, huisvesting, milieu of cultureel erfgoed. Het welzijn van de bevolking moet centraal staan in het Europese toerismebeleid. Succes mag niet alleen worden afgemeten aan het aantal bezoekers of het bbp; er moet ook worden gekeken naar indicatoren zoals de levenskwaliteit, de toegang tot betaalbare huisvesting, de stabiliteit van banen en de beschikbaarheid van essentiële openbare diensten. De economische voordelen van toerisme mogen niet ten koste gaan van het welzijn van de gemeenschap; een belangrijke maatstaf voor succes is dat de levenskwaliteit van bewoners en hun toegang tot betaalbare huisvesting en hoogwaardige openbare diensten verbetert. Daarom moet in de Europese strategie de rol van toerisme worden geherdefinieerd zodat het, naast de onmiddellijke economische impact ervan, ook bijdraagt aan gedeelde welvaart die ten goede komt aan duurzaamheid, veerkracht en territoriaal evenwicht op lange termijn. |
|
4. |
Het CvdR is van mening dat toerisme in veel regio’s van de EU structurele omstandigheden heeft gecreëerd die bepalend zijn voor de desbetreffende gebieden. De manier waarop elke regio omgaat met dit fenomeen, het vormgeeft en er voordeel uit haalt, heeft geleid tot specifieke configuraties die bepalend zijn voor de ontwikkeling van groei en welvaart in het desbetreffende gebied. Vandaar de noodzaak om het begrip “toeristische ontwikkeling” te herdefiniëren, namelijk de manier waarop de Europese regio’s met toerisme omgaan en er voordeel uit halen. Op eilanden, met name in het Middellandse Zeegebied, en in kustgebieden en ultraperifere gebieden is er door de kwetsbaarheid van het milieu en de afhankelijkheid van externe hulpbronnen behoefte aan een gedifferentieerde aanpak waarin rekening wordt gehouden met duurzaamheid, sociale cohesie en economische veerkracht. Bovendien hebben deze gebieden, evenals bepaalde stedelijke bestemmingen en berggebieden waar de druk van het toerisme groot is, behoefte aan een beleidsaanpak die aansluit op hun specifieke kenmerken. In dit verband is het van essentieel belang de gevolgen van toerisme voor de toegang tot huisvesting in gebieden met een hoge toeristische intensiteit aan te pakken door middel van flexibele en goed geproportioneerde oplossingen die zijn afgestemd op elk afzonderlijk gebied, teneinde de toegang tot huisvesting voor de lokale bevolking te waarborgen. |
|
5. |
In de Europese strategie moet de strategische rol van toerisme voor een duurzaam mondiaal concurrentievermogen van de EU worden erkend. In zeer gespecialiseerde regio’s zal een evenwichtig en op aanpassing gericht beheer van toerisme van cruciaal belang zijn om i) onevenwichtigheden die het concurrentievermogen ervan in het gedrang brengen, aan te pakken en ii) lokaal te reageren op mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering, vervuiling, overexploitatie van hulpbronnen of bevolkingsgroei. |
|
6. |
Deze erkenning moet gepaard gaan met een breder meetkader, waarbij niet alleen de aantrekkingskracht en de opvangcapaciteit worden beoordeeld, maar ook de capaciteit van regio’s om een duurzaam en veerkrachtig toerismesysteem tot stand te brengen. Dit omvat vijf aspecten: i) regionale omgeving (bedrijfs- en investeringsvoorwaarden, veiligheid, gezondheid, menselijk kapitaal en technologie; ii) beleid en bepalende factoren (prioritering van de sector en druk door prijsverschillen); iii) toeristische infrastructuur en diensten (lucht-, zee- en landvervoer en accommodatie); iv) natuurlijke, culturele en niet-recreatieve hulpbronnen; v) duurzaamheid van het toerisme (ecologisch, sociaal-economisch en wat de vraag betreft). |
|
7. |
Er is behoefte aan een andere aanpak: van sectorspecifieke benaderingen moet worden overgestapt op een systemische visie op toerisme, die rekening houdt met territoriale diversiteit, innovatie stimuleert en participatieve governance bevordert. Dit vereist een combinatie van regelgeving, strategische planning, interregionale samenwerking en beoordeling aan de hand van vergelijkbare en actuele indicatoren. In unieke gebieden zoals eilanden, berggebieden of ultraperifere gebieden kunnen innovatieve strategieën worden getest in het licht van de grote mondiale veranderingen op het gebied van klimaat, energie, demografie en geopolitiek. Er zou moeten worden nagedacht over een stevigere insulariteitsclausule die voorziet in specifieke financiering, technische ondersteuning en flexibiliteit op regelgevingsgebied voor eilanden die zware druk van het toerisme ervaren, zodat rekening wordt gehouden met hun ecologische grenzen, hun afhankelijkheid van externe hulpbronnen en hun structurele kwetsbaarheden. |
|
8. |
Het CvdR is ingenomen met de goedkeuring van de Europese agenda voor toerisme 2030 en de vorderingen die zijn gemaakt in het kader van het transitietraject voor toerisme, die een nuttige basis vormen voor een ambitieuze strategie om de duurzaamheid en veerkracht van het toerisme te versterken. Het verzoekt de instellingen om dit tot een operationele benchmark te maken en op te nemen in toekomstige strategische richtsnoeren en investeringskaders. |
|
9. |
Het CvdR wijst er nogmaals op dat het belangrijk is de EU-strategie voor duurzaam toerisme te koppelen aan de Territoriale Agenda 2030, teneinde de duurzameontwikkelingsdoelstellingen af te stemmen op de specifieke kenmerken van elk gebied en de samenhang van het regionale en lokale overheidsbeleid te versterken. |
|
10. |
Toerisme moet worden afgestemd op de transitie naar een circulaire economie, waarbij verantwoorde productie en consumptie, afvalvermindering, energie-efficiëntie, hergebruik van hulpbronnen en bescherming van ecosystemen moeten worden bevorderd. Toeristische regio’s moeten diensten zoals water, energie, voedsel, mobiliteit en materialen op een duurzame manier gaan gebruiken, om hun duurzaamheid en veerkracht op lange termijn te waarborgen. |
|
11. |
Het CvdR acht het noodzakelijk dat de Europese strategie de interregionale samenwerking versterkt met het oog op het uitwisselen van goede praktijken en het stimuleren van proefprojecten en wederzijds leren. In het geval van eilanden moet deze samenwerking worden geconcretiseerd door middel van een horizontale “insulariteitsclausule” in het cohesie-, vervoers-, onderzoeks- en concurrentiebeleid, zodat de Europese instrumenten kunnen worden aangepast aan de beperkingen en mogelijkheden van eilanden. Gebieden met uitzonderlijke geografische omstandigheden vereisen een gedifferentieerde behandeling, met specifieke maatregelen en financiering die gericht zijn op een duurzame, veerkrachtige en sociale vooruitgang bevorderende ontwikkeling van het toerisme. |
|
12. |
Zaak is dat specifieke instrumenten worden ontwikkeld om de duurzaamheid van toeristische ontwikkeling op zo’n manier te meten dat niet alleen naar marktaandelen of bezoekersstromen wordt gekeken, door middel van een Europees systeem van vergelijkbare en geharmoniseerde indicatoren (geïnspireerd op internationale kaders en gebaseerd op officiële statistieken) voor de beoordeling van duurzaamheid, veerkracht en overeenstemming met doelstellingen voor economische en sociale vooruitgang op regionaal en lokaal niveau. Deze indicatoren zouden onder meer het volgende moeten omvatten: draagkracht, verhouding bezoekers/inwoners, seizoensgebonden waterstress, toegang tot huisvesting, productdiversificatie en welzijnsperceptie in de gemeenschap, alsook de kwaliteit van werk en arbeidstevredenheid. Daarbij zouden dit referenties moeten zijn: satellietrekeningen voor toerisme (TSA), het systeem van milieu-economische rekeningen (SEEA) en de parameters van UN Tourism, alsmede de door het Europees Competentiecentrum voor toerismegegevens ontwikkelde methode (D3Hub) en internationale benchmarks zoals die van de OESO en het Wereld Economisch Forum. |
|
13. |
De strategie moet de banden tussen toerisme, innovatie en duurzaam ondernemerschap versterken, de internationalisering van lokaal talent aanmoedigen, intersectorale kruisverbanden stimuleren en ondersteuning bieden aan regionale innovatiehubs die op de toepassing en overdracht van reeds ontwikkelde innovatie gericht zijn, alsmede aan acceleratieprogramma’s, laboratoria voor open innovatie en fondsen voor circulaire oplossingen, in samenhang met RIS3, de innovatieagenda van de EU en het Nieuw Europees Bauhaus. Het CvdR stelt daarnaast voor om aandacht te besteden aan twee strategische gebieden: i) kennisontwikkeling en -overdracht, met inbegrip van opleiding, innovatie en professionalisering, en ii) toegankelijk en inclusief toerisme als pijler van billijkheid, territoriale cohesie en duurzaam concurrentievermogen. |
|
14. |
In het beleid en de financiële instrumenten van de EU (met name de structuur- en investeringsfondsen, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en de cohesieprogramma’s) zouden specifieke criteria moeten worden opgenomen om steun te bieden aan toeristische gebieden die een transitie doormaken, met name gebieden die te kampen hebben met seizoensgebondenheid, demografische druk, klimaatverandering, verlies van aantrekkelijkheid of uitputting van activa, alsook aan ontvolkte of met ontvolking bedreigde gebieden, en aan kleine, middelgrote en opkomende bestemmingen met een groot opvangpotentieel. |
Naar een duurzame EU-toerismestrategie met een systemische aanpak
|
15. |
Een evenwichtige, duurzame en concurrerende ontwikkeling van het toerisme vereist een systemische visie die verder gaat dan product-, markt- of sectorgerichte benaderingen, en die tevens bestaande institutionele beperkingen overstijgt. Het CvdR pleit voor een adaptief beheer op basis van voortdurende observatie, geleidelijke aanpassing en territoriale intelligentie. De strategie moet vorm krijgen als een operationeel kader voor de transitie, met flexibele regelgeving, multilevel governance, slimme stimulansen, participatie van de gemeenschap en afstemming op de cohesie-, klimaat-, innovatie- en duurzaamheidsdoelstellingen. Zij moet zijn opgezet als leerinstrument, en elk gebied in staat stellen zijn beleid bij te sturen aan de hand van actuele gegevens en snel te reageren op schommelingen in de vraag, klimaateffecten of veranderingen in de regelgeving. |
|
16. |
Voor de transitie naar een duurzaam toeristisch systeem moet de aandacht uitgaan naar structurele factoren die de sociale en ecologische veerkracht ervan bepalen. Het tekort aan arbeidskrachten is inmiddels een van de hardnekkigste structurele uitdagingen van tal van toeristische bestemmingen en kan niet worden verholpen zonder de kwaliteit van het werk en de arbeidsomstandigheden substantieel te verbeteren. Het CvdR beschouwt het als een prioriteit om de kwaliteit van de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden te verbeteren en de toegang tot adequate huisvesting te vergemakkelijken voor mensen die werkzaam zijn in gebieden met een hoge druk op de woningmarkt. De kwaliteit van de werkgelegenheid is essentieel voor de duurzaamheid en het vermogen van deze systemen om gedeelde waarde in de gebieden te genereren. In de komende EU-strategie voor duurzaam toerisme zou de Commissie een specifiek hoofdstuk over arbeidsvoorwaarden en kwaliteit van werk moeten opnemen. |
|
17. |
Bovendien zijn biodiversiteitsbehoud en regeneratieve benaderingen unieke kansen voor gebieden en komen zij het concurrentievermogen en het welzijn van lokale gemeenschappen ten goede. De Commissie, de lidstaten en de lokale en regionale overheden zouden de bescherming van de biodiversiteit en regeneratief toerisme een duidelijker plaats moeten geven in strategieën voor territoriale ontwikkeling, planningskaders en financieringsprogramma’s, met name in kust-, eiland-, bergachtige en plattelandsgebieden en in gebieden met een hoge ecologische waarde. |
|
18. |
De machtsasymmetrieën als gevolg van het toenemende gewicht van digitale platforms als het gaat om toeristische boekingen moeten worden aangepakt, waarbij gezorgd moet worden voor transparantie, verantwoordingsplicht, een gelijk speelveld en een effectieve uitwisseling van informatie met de bevoegde autoriteiten. Een groot deel van deze platforms is buiten de Europese Unie gevestigd, waardoor er een netto-uitstroom van economische waarde is en gebieden minder goed in staat zijn om de lokaal gegenereerde toegevoegde waarde te benutten. Er moet worden toegewerkt naar een samenhangend en actueel Europees regelgevingskader waarmee structurele afhankelijkheden worden verkleind en de strategische autonomie in de digitale economie wordt versterkt. De digitale transitie moet eerlijk en maatschappelijk verantwoord zijn, waarbij fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, hoogwaardige opleidingen en participatie van de sociale partners gewaarborgd moet zijn. Met een eerlijkere digitale bemiddeling zou meer waarde in de betrokken gemeenschappen kunnen worden behouden, met name voor kmo’s en kleine lokale aanbieders van toeristische diensten, wat weer zou leiden tot betere marges en inkomsten voor deze actoren en tot meer economische veerkracht, betere banen en een grotere territoriale duurzaamheid. |
Participatieve governance in de toeristische sector
|
19. |
Lokale en regionale overheden spelen een cruciale rol bij de planning, organisatie en governance van het toerisme. Het CvdR dringt aan op versterking van hun institutionele, technische en financiële capaciteit, met name op het gebied van strategische planning, territoriale intelligentie en adaptief beheer. Het acht het ook belangrijk specifieke opleidingsprogramma’s voor toerismemanagers te ontwikkelen om hun vaardigheden op het gebied van duurzaamheid, innovatie en participatieve governance te verbeteren. |
|
20. |
Het CvdR stelt voor om het toerisme op innovatieve wijze te sturen via raden met verschillende belanghebbenden waarin burgers, bedrijven en overheden vertegenwoordigd zijn, om gezamenlijk beheer en de betrokkenheid van de gemeenschap bij territoriale beslissingen te stimuleren. Deze raden moeten zorgen voor burgerparticipatie die is gericht op het algemeen belang en dienen een kader voor een stabiele dialoog te vormen, zodat de gemeenschap een wezenlijke bijdrage kan leveren aan de sturing van de toeristische ontwikkeling, met inachtneming van de verdeling van bevoegdheden in elk afzonderlijk gebied. Participatie moet verder gaan dan symbolische raadpleging en kan ondersteuning bieden voor gedeelde territoriale governance. Het dringt aan op versterking van doeltreffende regionale en interregionale netwerken en programma’s op het gebied van gegevensgestuurd beheer. Deze moeten gebruikmaken van digitale technologieën en big data om te anticiperen op problemen, het aanbod te diversifiëren en de vraag te spreiden. Bestemmingen zoals eilanden in de Middellandse Zee, berggebieden, beschermde gebieden in Scandinavië en ultraperifere gebieden passen reeds innovatieve modellen toe (variabele tarieven, vooraf reserveren, gezamenlijk beheer door overheid en gemeenschap) die het potentieel voor datagestuurde benaderingen, participatie en institutionele innovatie aantonen. Toeristische Living Labs zijn een goed voorbeeld van interregionale leerruimten. De rol van het Europees Competentiecentrum voor toerismegegevens (D3HUB) moet worden versterkt als strategische infrastructuur, zodat bestemmingen en kmo’s toegang krijgen tot de toekomstige Europese dataruimte voor toerisme. In dit verband moet worden gezorgd voor een stabiele financiering ervan en koppeling met relevante Europese netwerken. |
|
21. |
Het CvdR wijst op de bijzondere kwetsbaarheid van kust- en eilandregio’s die als reisbestemming fungeren. Zij vereisen prioritaire aandacht om vijf onderling samenhangende uitdagingen aan te pakken: i) vervreemding van de lokale bevolking; ii) verslechtering van de ervaring door oververzadiging; iii) overbelasting van infrastructuur en basisvoorzieningen; iv) toenemende milieu-impact; en v) bedreigingen voor lokale cultuur en lokaal erfgoed. Het onderstreept dat opkomende, landelijke en bergbestemmingen met verschillende maar relevante uitdagingen worden geconfronteerd en dat de strategie daarom moet voorzien in steunmechanismen die zijn gedifferentieerd naar profiel en kwetsbaarheden. |
|
22. |
Het CvdR dringt aan op een strategie die de rol en de verantwoordelijkheid van staten en regio’s bij de ontwikkeling van duurzame gebieden kracht bijzet, en pleit voor een herziening van de manier waarop toerisme wordt georganiseerd en beheerd, om te zorgen voor een evenwicht tussen de economische, samenlevings- en milieuaspecten van de sector en om de duurzaamheid ervan te waarborgen. Deze nieuwe aanpak moet worden geïntegreerd in strategieën voor groene en sociaal-economische veerkracht, in overeenstemming met de rol van de regio’s als laboratoria voor territoriale innovatie. Het CvdR wijst in dit verband op het nut van holistische benaderingen waarin klimaatneutraliteit, decarbonisatie, herinrichting van locaties volgens circulaire criteria en burgerparticipatie worden gecombineerd, wat aantoont dat het mogelijk is om belangen te verzoenen, de levenskwaliteit te verbeteren en natuurlijk en cultureel kapitaal in stand te houden. |
Beheer van de toeristische vraag en regulering van het accommodatieaanbod
|
23. |
Aangezien de vraag bepalend is voor de duurzaamheid van de ontwikkeling, moet er dringend werk worden gemaakt van een efficiënt, adaptief en slim beheer van bezoekersstromen, met inbegrip van technische ondersteuning voor minder goed verbonden bestemmingen teneinde de druk op gevestigde bestemmingen te verlichten en te spreiden. Het pleit voor de invoering van slimme systemen voor de spreiding van bezoekers in tijd en ruimte (smoothing & spreading) en voor regulering van de toegang tot kwetsbare plekken door middel van voorafgaande reserveringen, capaciteitsbeperkingen en/of variabele tarieven. Het maatschappelijk draagvlak voor toerisme onder de lokale bevolking is een essentiële indicator voor de duurzaamheid van bestemmingen. Met systemen voor periodieke monitoring kunnen spanningen worden blootgelegd, kan op problemen worden geanticipeerd en kunnen op gegevens gebaseerde oplossingen worden ontworpen. |
|
24. |
Het CvdR pleit voor de ontwikkeling van gegevensgestuurde prognosemodellen waarmee op vraagpatronen kan worden geanticipeerd en het beheer van diensten, uitrusting en mobiliteit in realtime kan worden aangepast. Het stelt voor om de seizoensgebondenheid te verminderen door middel van gedifferentieerde promotie, economische prikkels en de strategische planning van evenementen en activiteiten buiten het seizoen. |
|
25. |
Het CvdR is bezorgd over de ongecontroleerde toename van kortetermijnverhuur aan toeristen en de gevolgen daarvan voor de toegang tot huisvesting, de sociale cohesie en de werking van openbare diensten in tal van gebieden — waaronder eilanden, ultraperifere gebieden, bepaalde kustgebieden, berggebieden en stedelijke gebieden — waar de druk op de woningmarkt bijzonder groot is. Het is zaak dat de beschikbaarheid en kwaliteit van gegevens, onder meer over de gevolgen van deze huren voor de vastgoedprijzen en de structuur van de woningmarkt, worden verbeterd. De onverkorte uitvoering van Verordening (EU) 2024/1028 (1) is van essentieel belang om transparantie en doeltreffend toezicht te waarborgen. Het CvdR dringt bij de lidstaten en de lokale en regionale overheden aan op meer regulering van en toezicht op kortetermijnverhuur aan toeristen door meer opsporing, sanctionering en verwijdering van het illegale aanbod. Het CvdR dringt erop aan dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen het aanbod met winstoogmerk en het niet-commerciële aanbod (zoals woningruil), om een evenredige aanpak te waarborgen en onnodige regeldruk te voorkomen. Het is belangrijk om, naar gelang van de kenmerken van elk gebied, de gevolgen van deze huren voor de toegang tot huisvesting, sociale cohesie en openbare diensten tegen het licht te houden en om aan de hand van objectieve criteria vast te stellen in welke gebieden de druk op de woningmarkt kritieke niveaus bereikt en tot noodsituaties op het gebied van huisvesting kan leiden. Het CvdR verzoekt de lidstaten en de lokale en regionale overheden om, binnen hun bevoegdheden, specifieke maatregelen voor deze gebieden te overwegen, zoals kwantitatieve beperkingen op de groei van het aanbod of op de capaciteit van de kortetermijnverhuur aan toeristen, teneinde de toegang van de plaatselijke bevolking tot betaalbare en fatsoenlijke huisvesting te beschermen en het welzijn en de cohesie van lokale gemeenschappen op peil te houden. |
|
26. |
Het CvdR dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan het platteland en ontvolkte of met ontvolking bedreigde gebieden nieuw leven te helpen inblazen, door financiering te verstrekken voor initiatieven die erop gericht zijn historische dorpen aantrekkelijker te maken en traditionele producten onder de aandacht te brengen, en door groene routes, culturele routes en andere routes voor trage mobiliteit te ontwikkelen, waaronder fietsinfrastructuur zoals het EuroVelo-netwerk. Het CvdR stelt voor een keurmerk in te voeren voor uitmuntende omgevingen voor plattelands- en natuurtoerisme, naar het voorbeeld van de “blauwe vlag”, en benadrukt dat deze culturele en landschapscorridors gebieden met elkaar kunnen verbinden, lokale waardeketens kunnen versterken en de toeristenstromen evenwichtiger kunnen verdelen. Gastronomisch toerisme en wijntoerisme kunnen territoriale diversificatie stimuleren, wat kleine bedrijven ten goede komt en nieuwe kansen voor de landbouw creëert. Deze regelingen helpen het toeristisch systeem te diversifiëren, bezoekersstromen te verleggen naar nog niet verzadigde gebieden en ontwikkelingsmodellen te versterken die uitgaan van lokale capaciteiten en een lage impact hebben. |
|
27. |
Het CvdR acht het noodzakelijk nieuwe vergunningen voor accommodatie in gebieden die kampen met overtoerisme of druk op de woningmarkt te beperken, als onderdeel van een gegevensgestuurd adaptief beheer dat rekening houdt met ecologische grenzen, de daadwerkelijke beschikbaarheid van huisvesting en het welzijn van de gemeenschap. Bij de afgifte van nieuwe vergunningen voor toeristische accommodatie zouden daarom duidelijke criteria moeten gelden met betrekking tot territoriaal evenwicht, sociale impact en duurzaamheid van hulpbronnen, en daarnaast zouden er mechanismen moeten komen voor regelmatige evaluatie en zinvolle burgerparticipatie bij de planning. Deze mechanismen moeten een plaats krijgen in geïntegreerde beheerskaders waarin tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de ecologische capaciteit, de beschikbaarheid van huisvesting en de economische levensvatbaarheid van het gebied. Het pleit eveneens voor stimulansen voor duurzame accommodatieformules die in het lokale weefsel zijn ingebed, gemeenschappelijke waarde genereren en de levenskwaliteit, het gebied en de omgeving respecteren. |
Belastingaspecten en de financiering van duurzaam toerisme
|
28. |
Er moet werk worden gemaakt van een begrotingskader waarin i) de kosten in verband met de intensiteit van toerisme en toeristenstromen worden geïnternaliseerd en ii) de territoriale kwaliteit wordt versterkt met behulp van stabiele en transparante financieringsmechanismen die stroken met duurzaamheidsdoelstellingen. Instrumenten zoals gerichte of niet-gerichte belastingen kunnen fungeren als instrumenten voor territoriale rechtvaardigheid, mits de opzet ervan garant staat voor een controleerbare uitvoering die gericht is op de versterking van essentiële infrastructuur en diensten — zoals duurzame mobiliteit, de waterkringloop en afvalbeheer — en de bescherming van ecosystemen. Het CvdR pleit voor de evaluatie van dynamische prijsmodellen voor diensten waar een hoge vraag naar is, en voor een gestructureerde dialoog met regio’s, overheden en stakeholders om de doeltreffendheid ervan te beoordelen, de transparantie te vergroten en een maatschappelijk draagvlak te waarborgen. |
|
29. |
Het CvdR stelt voor specifieke belastingmaatregelen in te voeren ter stimulering van ondernemerschap en banencreatie in plattelandsgebieden en gemeenten met minder dan 10 000 inwoners, en doeltreffende mechanismen op te zetten om de toegang tot huisvesting in deze gebieden te waarborgen in het licht van de toenemende druk van het toerisme. |
|
30. |
Het CvdR stelt voor publiek-private financiering te stimuleren om cultureel erfgoed en natuurlijke hulpbronnen in stand te houden en duurzame toeristische voorzieningen te ontwikkelen. Het benadrukt dat in alle investeringen duurzaamheidscriteria moeten worden opgenomen, met name wanneer het gaat om ecologisch kwetsbare bestemmingen die met een aanzienlijke toeristische druk kampen, zoals kust- en eilandgebieden, ultraperifere gebieden en beschermde gebieden. |
|
31. |
In het kader van de strategie zouden specifieke middelen moeten worden uitgetrokken om de transitie naar duurzaam toerisme te ondersteunen, zowel in regio’s die te maken hebben met seizoensgebondenheid als in regio’s waar de druk van het toerisme permanent hoog is en in regio’s die te maken hebben met verregaande specialisatie of aantasting van activa. Deze middelen zouden moeten worden gebruikt om proefprojecten, capaciteitsopbouw en structurele transformatie te vergemakkelijken, waarbij prioriteit wordt gegeven aan duurzame infrastructuur, milieuvriendelijke verbindingen, territoriale diversificatie en opleidings- en beroepsopleidingsprogramma’s, met bijzondere aandacht voor lokale talenten en hun aanpassing aan nieuwe vereisten. |
Duurzaamheid en connectiviteit
|
32. |
Vervoer zou in de strategie een centraal aspect moeten zijn waar het gaat om toeristische ervaring en duurzaamheid, waarbij het zaak is dat er wordt gezorgd voor efficiënte, toegankelijke en emissiearme verbindingen tussen regio’s, steden en plattelandsgebieden, teneinde het concurrentievermogen te verbeteren, overbelaste bestemmingen te ontlasten en bezoekersstromen te spreiden. |
|
33. |
Veel culturele en recreatieve ruimten die door toeristen worden gebruikt (musea, zwembaden, sportfaciliteiten enz.) worden met overheidsmiddelen gefinancierd, waarbij er spanningen ontstaan wanneer een hoge toeristische intensiteit de prijzen opdrijft of de toegang voor de lokale bevolking beperkt. Het CvdR acht het legitiem om speciale tarieven voor de lokale bevolking voor deze diensten toe te staan, om vervreemding van de lokale bevolking te voorkomen en de band tussen toerisme, sociale rechtvaardigheid en territoriale cohesie te versterken. |
|
34. |
Het CvdR dringt erop aan het beleid inzake toerisme, mobiliteit en groene transitie te coördineren en investeringen in multimodale infrastructuur, vraaggestuurd openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit en duurzame toegang tot natuur- en erfgoedgebieden te stimuleren, met bijzondere aandacht voor bestemmingen met territoriale omstandigheden die een goede connectiviteit moeilijk maken, overeenkomstig de beginselen van cohesie en territoriaal evenwicht van het VWEU. Het dringt erop aan toerismecriteria op te nemen in grensoverschrijdende vervoersplanning en Europese corridors, en te voorkomen dat de klimaattransitie in het vervoer onevenredig grote gevolgen heeft voor eilandgebieden, berggebieden en ultraperifere gebieden, door te voorzien in compensaties en steun voor duurzame brandstoffen en innovatieve oplossingen. Het CvdR is ingenomen met de rol van de Connecting Europe Facility (CEF) bij het stimuleren van duurzaam vervoer en grensoverschrijdende infrastructuur, die de connectiviteit tussen regio’s verbeteren en het gemakkelijk maken om efficiënter te reizen in Europa. |
|
35. |
Het CvdR is van mening dat, naast duurzame mobiliteit over land en over zee, ook de klimaatimpact van het luchtvervoer aan bod moet komen; dit is immers cruciaal waar het gaat om werkelijk duurzaam toerisme. Het benadrukt dat de governance op dit gebied mondiaal van aard is (ICAO, ETS, Corsia), maar dat de regio’s en lokale overheden een rol te spelen hebben bij vraagbeheer en bewustmaking, om zo bij te dragen aan het terugdringen van de uitstoot. |
|
36. |
In regio’s die met waterstress kampen, moet gezorgd worden voor waterzekerheid. Er zou moeten worden toegewerkt naar bindende ecologische grenzen, geïntegreerde waterbeheerplannen, strenge normen voor waterefficiëntie en stimulansen voor hergebruik van afvalwater. Het is ook zaak om het afvalbeheer te verbeteren door middel van strategieën voor preventie, vermindering en terugwinning, in overeenstemming met de beginselen van de circulaire economie. Deze maatregelen moeten worden ingebed in kaders voor adaptief beheer die watergebruik en afvalproductie koppelen aan seizoensgebonden toerisme, draagkracht en het territoriale metabolisme, waarbij wordt gezorgd voor flexibele datagestuurde reacties die bestemmingen duurzamer en veerkrachtiger maken. |
|
37. |
Het CvdR benadrukt nogmaals dat toerisme een van de structurele fenomenen is met de grootste impact op de economie, de samenleving en het grondgebied van de EU, maar waarschuwt dat het belang ervan niet altijd duidelijk tot uiting komt in het EU-beleid of in de integratie ervan in bredere strategische kaders. |
|
38. |
Het CvdR benadrukt het potentieel van toerisme als katalysator voor ecologische, economische, digitale en sociale transformaties, en onderstreept dat de rol ervan in de strategische opzet van de EU moet worden heroverwogen. Bij de transitie naar duurzaam toerisme moet ervoor gezorgd worden dat het toerismebeleid consequent bijdraagt aan klimaatneutraliteit, sociale rechtvaardigheid en territoriale cohesie, in volledige overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten en de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU. |
|
39. |
Het CvdR stelt twee actiepunten voor: i) versterking van de rol van toerisme als strategische factor voor ecologische, digitale en sociale verandering door het toerismebeleid in andere EU-beleidsterreinen te integreren (mainstreaming) en door rekening te houden met regelgevingskaders zoals de Europese gegevensstrategie, de wetgeving inzake toeristische verhuur, de richtlijn pakketreizen, het kader voor stedelijke mobiliteit en de onderhandelingen over het MFK voor de periode na 2027; en ii) ontwikkeling van een op territoriale bijzonderheden afgestemde vorm van multilevel governance waarmee nationale en regionale bevoegdheden worden gerespecteerd maar tegelijkertijd gemeenschappelijke richtsnoeren, normen, geharmoniseerde indicatoren, gerichte financiering en stabiele territoriale samenwerking worden bevorderd. |
|
40. |
Toerisme moet worden aangegrepen als strategische kans, waarbij het zorg dragen voor het samenleven tussen bezoekers en bewoners een essentiële voorwaarde is voor territoriale duurzaamheid. De toekomstige strategie moet ervoor zorgen dat het recht om in fatsoenlijke omstandigheden te leven (betaalbare huisvesting, hoogwaardige openbare diensten, duurzame en actieve mobiliteit en lokale identiteit en sociale cohesie) niet in het gedrang komt. Daarom moeten lokale gemeenschappen centraal staan in de besluitvorming. De territoriale duurzaamheid van toeristische bestemmingen is ook afhankelijk van de kracht en continuïteit van de openbare diensten, die steeds meer worstelen met het probleem dat hun werknemers moeite hebben om betaalbare woonruimte te vinden in de buurt van waar ze werken. Door deze schaarste brokkelt de sociale cohesie af en verminderen de kansen op een echt duurzaam toerismemodel. |
|
41. |
Het CvdR concludeert dat dit advies beleidsrichtsnoeren bevat op basis van systemische, adaptieve en coöperatieve beginselen, en dringt er bij de Commissie en de Raad op aan de toekomstige EU-strategie voor duurzaam toerisme op te zetten als een actieplan met middelen, een tijdschema en beoordelingsmechanismen waarmee gebieden een leidraad wordt geboden bij hun transitie naar een duurzaam en veerkrachtig toeristisch systeem dat bevorderlijk is voor maatschappelijke vooruitgang. |
|
42. |
Het CvdR stelt voor een permanent Europees comité voor duurzaam territoriaal toerisme op te richten onder leiding van de Commissie en het Europees Comité van de Regio’s, met regionale en lokale overheden, thematische netwerken en deskundigen, als orgaan voor de uitwisseling van beste praktijken en de afstemming van beleid teneinde een doeltreffende en plaatsgebonden uitvoering van de strategie te waarborgen. |
|
43. |
Het CvdR is ingenomen met de sterke inzet van de politiek voor duurzaam toerisme in regio’s en steden van de EU, die luister zou kunnen worden bijgezet met een jaarlijkse gezamenlijke conferentie van de Europese Commissie en het Europees Comité van de Regio’s tijdens de Europese Dag van het toerisme. Deze conferentie zou moeten dienen als een ruimte voor strategische monitoring, presentatie van vorderingen en afstemming van prioriteiten tussen de verschillende bestuursniveaus, in aanvulling op het technische werk van het permanent Europees bureau voor duurzaam territoriaal toerisme. |
Brussel, 10 december 2025.
De voorzitter
van het Europees Comité van de Regio’s
Kata TÜTTŐ
(1) Verordening (EU) 2024/1028 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende het verzamelen en delen van gegevens met betrekking tot diensten voor kortetermijnverhuur van accommodatie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1028, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1028/oj).
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/761/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)