This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52025IR1119
Opinion of the European Committee of the Regions – Action Plan for Affordable Energy – how to secure affordable, stable and clean energy for all EU cities and regions
Advies van het Europees Comité van de Regio’s – Actieplan voor betaalbare energie – hoe betaalbare, stabiele en schone energie voor alle steden en regio’s in de EU kan worden gewaarborgd
Advies van het Europees Comité van de Regio’s – Actieplan voor betaalbare energie – hoe betaalbare, stabiele en schone energie voor alle steden en regio’s in de EU kan worden gewaarborgd
COR 2025/01119
PB C, C/2026/760, 24.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/760/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/760 |
24.2.2026 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s – Actieplan voor betaalbare energie – hoe betaalbare, stabiele en schone energie voor alle steden en regio’s in de EU kan worden gewaarborgd
(C/2026/760)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)
Algemene beginselen – strategische doelstellingen
|
1. |
wijst erop dat toegang tot betaalbare, stabiele en schone energie een hoeksteen is van economische en sociale ontwikkeling, cohesie en concurrentievermogen, een leidend beginsel van het energiebeleid van de EU en een voorwaarde voor democratische legitimiteit op de weg van de EU naar klimaatneutraliteit tegen 2050; benadrukt dat de EU tijdens de transitie, en in het licht van de huidige geopolitieke spanningen, toegankelijke, betrouwbare en voornamelijk binnenlandse schone energiebronnen moet waarborgen, en tegelijkertijd de territoriale cohesie en veerkracht moet versterken en moet bijdragen aan het overbruggen van regionale en sociale ongelijkheden; benadrukt dat het waarborgen van energieonafhankelijkheid en zelfredzaamheid van de regio’s bij stroomuitval of onderbrekingen in de energievoorziening van cruciaal belang is voor de territoriale veerkracht. |
|
2. |
Het CvdR is in dit verband ingenomen met het actieplan van de Europese Commissie voor betaalbare energie (APAE) als een belangrijke stap op weg naar een alomvattende en langverwachte strategie om de energiekosten voor burgers, met name voor kwetsbare groepen, gemeenschappen en bedrijven in de hele EU te verlagen — in het bijzonder voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en dan vooral de energie-intensieve — en tegelijkertijd te zorgen voor samenhang met de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU op een kostenefficiënte, technologieneutrale, ecologisch verantwoorde en sociaal rechtvaardige manier. |
|
3. |
Het CvdR benadrukt dat technologische neutraliteit een sleutelrol speelt bij het verbeteren van de zekerheid van de energievoorziening, het vermijden van lock-in-effecten en het bevorderen van klimaatbestendigheid, economische efficiëntie en een rechtvaardige transitie. Wel herinnert het eraan dat ook langetermijnstabiliteit van belang is, gezien de omvang van de investeringen in energie-infrastructuur, en dat moet worden geïnvesteerd in een gevarieerde portefeuille van duurzame technologieën die regio’s in staat stellen op kosteneffectieve wijze systeemoplossingen toe te passen die het best aansluiten bij hun sociale, economische en ecologische behoeften en mogelijkheden, zodat energie betaalbaarder en toegankelijker wordt. |
|
4. |
Het is belangrijk om bij de uitvoering van het APAE kortetermijninterventies op elkaar af te stemmen om de kosten onmiddellijk te verlagen en huishoudens en bedrijven te beschermen tegen prijsschokken door middel van langetermijnmaatregelen om investeringen in hernieuwbare energie, andere ecologisch duurzame energiebronnen, energie-efficiëntie en slimme en veerkrachtige netwerken en infrastructuur te stimuleren. Er moet meer worden geïnvesteerd in digitalisering en slimme meters om het energieverbruik te optimaliseren en consumenten te responsabiliseren. De Commissie zou met het oog op een dergelijke systemische verandering een brede beleidsreflectie in de vorm van een witboek kunnen uitvoeren en het potentieel van locatiespecifieke marginale prijsstelling in de EU kunnen onderzoeken om het gebruik van hernieuwbare energiebronnen en slimme interconnecties te stimuleren en tegelijkertijd de totale opwekkingskosten en broeikasgasemissies te verminderen. |
|
5. |
Het CvdR is ingenomen met de zeven specifieke acties van de Europese Commissie om de energieprijzen zo snel mogelijk te verlagen, waarbij wordt voortgebouwd op het APAE, en dringt aan op transparantie en krachtig meerlagig bestuur, met name waar het gaat om het gebruik van de cohesiefondsen van de EU, vergunningsprocedures en planning van grensoverschrijdende interconnecties en binnenlandse netwerken. |
|
6. |
Het CvdR neemt kennis van het voorstel van de Commissie tot wijziging van de Europese klimaatwet om de EU-doelstelling voor de vermindering van broeikasgassen tegen 2040 vast te stellen en benadrukt dat langetermijndoelstellingen steeds vergezeld moeten gaan van randvoorwaarden voor burgers en industrie en dat bij de verwezenlijking ervan het concurrentievermogen en de stabiliteit van de EU op lange termijn moeten worden veiliggesteld. Uit analyses van erkende onderzoekscentra blijkt dat er grote verschillen zijn in de blootstelling van de lidstaten aan de transitie. Ook met het oog op het waarborgen van betaalbare energie in de hele EU moet uit de doelstelling voor 2040 (zowel het niveau als de uitvoering ervan) een eerlijke verdeling van de kosten spreken, alsook de verschillende uitgangsposities en mogelijkheden in de rechtvaardige transitie van afzonderlijke lidstaten, met name kwetsbare of van fossiele energie afhankelijke regio’s. |
|
7. |
Het CvdR bepleit de invoering van een territoriale dimensie in maatregelen voor de betaalbaarheid van energie om ervoor te zorgen dat alle steden en regio’s, met inbegrip van plattelands-, eiland-, bergachtige en ultraperifere gebieden, gebieden die wegens hun afgelegen ligging niet op het vasteland kunnen worden aangesloten, alsook zelfvoorzienende energiegemeenschappen, gerichte steun ontvangen die is afgestemd op hun specifieke beperkingen, infrastructuurkloven en de beschikbaarheid van hulpbronnen. Als het bestuursniveau dat het dichtst bij de burgers staat, zijn de lokale en regionale overheden van groot belang voor de uitvoering van het APAE, conform de binnenlandse uitdagingen, capaciteiten, behoeften en sociaal-economische context. |
|
8. |
Het CvdR verzoekt de Europese Commissie erop toe te zien dat het pakket voor het Europese net niet alleen gericht is op de aanleg van nieuwe infrastructuur, maar ook op de optimalisatie van het hele energiesysteem, met inbegrip van gedecentraliseerde flexibiliteitsoplossingen, innovatieve energiehubs en geïntegreerde planningsbenaderingen. |
|
9. |
Naast energieproducenten, transmissie- en distributienetbeheerders en de Europese en nationale overheden delen de lokale en regionale overheden de verantwoordelijkheid voor het leveren van stabiele en betaalbare energie aan huishoudens, bedrijven en kwetsbare consumenten, voor het beschermen en moderniseren van bestaande energie-infrastructuur en voor de ontwikkeling van nieuwe energie-infrastructuur. Lokale en regionale overheden beheren ook openbare huisvesting, stadsverwarming, lokaal vervoer en stadsplanning, die allemaal rechtstreeks van invloed zijn op het energieverbruik. Lokale en regionale overheden bevinden zich in een unieke positie om lokale gemeenschappen te mobiliseren, de participatie van burgers en het draagvlak voor de transitie onder de burgers te waarborgen en een sleutelrol te spelen bij de bestrijding van gerelateerde desinformatie en nepnieuws. Tevens moeten regionale autoriteiten over duidelijke bevoegdheden beschikken om energienoodsituaties te kunnen beheren en de continuïteit van de energievoorziening op lokaal niveau te kunnen waarborgen. |
|
10. |
Het CvdR dringt aan op de versterking van lokale netwerken, adviesdiensten en gemeentelijke energiebedrijven die een cruciale rol spelen bij het leveren van betaalbare en duurzame energie. |
|
11. |
Het CvdR benadrukt het belang van een systemische governanceaanpak die Europese, nationale en lokale besluitvorming op elkaar afstemt, en roept op tot een Europese langetermijnvisie voor alternatieve energiedragers, waaronder waterstof, waarbij gedecentraliseerde netwerken worden erkend als kritieke infrastructuur. |
|
12. |
Het CvdR benadrukt dat voor een grootschalige energietransitie tussen 2026 en 2030 jaarlijks meer dan 660 miljard EUR moet worden uitgetrokken, en dat van 2031 tot 2040 jaarlijks 695 miljard EUR nodig zal zijn (1). Ook onderstreept het dat lokale burgerinitiatieven bijdragen tot de overstap naar groene energie maar dat dit, in aanvulling op de inbreng van democratisch bestuurde publieke instellingen, een passende betrokkenheid zal vergen van de particuliere sector, die verantwoordelijk is voor 80 % van de CO2-emissies in de EU. |
|
13. |
Het is van belang de multilevel governance te versterken, waarbij lokale en regionale overheden niet alleen optreden als uitvoerders, maar ook als medeontwerpers van het Europese en nationale energiebeleid. Lokale en regionale overheden moeten worden toegerust met de competenties, vaardigheden, middelen en institutionele ondersteuning die nodig zijn om ervoor te zorgen dat zij volledig worden betrokken bij de planning en uitvoering van zowel kortetermijn- als structurele maatregelen die nodig zijn om de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU te verwezenlijken. |
|
14. |
De werkzaamheden en de uitvoering van relevante wetgeving moeten dringend worden voortgezet om ruim vóór 2030 een echte energie-unie met al haar vijf onderdelen te voltooien, te zorgen voor betaalbaarheid, concurrentievermogen, veiligheid en duurzaamheid voor alle Europeanen en burgers te beschermen tegen buitensporige leveringskosten. Het CvdR stelt vast dat de Commissie in juni een taskforce voor de energie-unie heeft opgericht en wijst op het belang van het lokale en regionale perspectief op belangrijke werkterreinen van de taskforce (waaronder snellere vergunningverlening, betere netinterconnecties binnen en tussen de lidstaten, en volledige integratie van de lokale energie-infrastructuur). Bij de werkzaamheden van de taskforce zou derhalve een vertegenwoordiger van het CvdR moeten worden betrokken. |
Energiezekerheid en -veerkracht
|
15. |
Het gebruik van energieleveringen als wapen door Rusland heeft ernstige gevolgen gehad voor de lidstaten, hun regio's en steden: dit leidde tot grote gascrises in 2006 en 2009 en heeft de energiecrisis van 2022 aangewakkerd. Daardoor is de betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven in de EU ernstig ondermijnd. De grootschalige agressieoorlog van Rusland tegen Oekraïne is een onomkeerbaar moment in zijn energiebetrekkingen met de EU en haar lidstaten. Het CvdR is te spreken over het wetgevingsvoorstel van de Commissie om de invoer van Russisch gas en olie op gecoördineerde wijze af te bouwen als een belangrijke stap in de uitvoering van het APAE, door te zorgen voor een stabielere, voorspelbaardere en betaalbaardere energievoorziening. Het Europees Parlement en de Raad worden verzocht de onderhandelingen over deze verordening snel af te ronden. |
|
16. |
Het CvdR is het ermee eens dat een adequate beoordeling van de omvang van de invoer van Russische energie een eerste vereiste is voor de geleidelijke beëindiging van deze afhankelijkheid. Het betreurt dat de invoer van Russische energie voortdurend wordt witgewassen en benadrukt dat er op de energiemarkt van de EU meer transparantie nodig is. Het CvdR verzoekt de lidstaten gegevens te publiceren over de oorsprong van ingevoerd, uitgevoerd en verbruikt Russisch gas, en dringt aan op de toepassing van alle maatregelen tegen het witwassen van ingevoerde Russische energie. Relevante rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1787 (2) inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstelling. |
|
17. |
Het CvdR wijst erop dat energie een fundamentele behoefte is. Het benadrukt dat de geleidelijke afschaffing van de invoer van Russische energie een collectieve inspanning moet zijn om ervoor te zorgen dat geen enkele lidstaat en geen enkel bedrijf of huishouden aan zijn lot wordt overgelaten. De lidstaten verkeren niet allemaal in dezelfde positie om de invoer van Russische energie op dezelfde manier af te bouwen. Het CvdR dringt daarom aan op sterke onderlinge solidariteit, naast passende steunmaatregelen van de Commissie om een eerlijke en gecoördineerde transitie te waarborgen. |
|
18. |
Het CvdR benadrukt dat de veerkracht van energie-infrastructuur prioriteit moet krijgen, voortbouwend op de lessen die zijn getrokken uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Het is van mening dat nieuwe energie-activa reeds in hun ontwerp veerkrachtig moeten zijn, en ook bestand moeten zijn tegen mogelijke militaire bedreigingen en extreme weersomstandigheden. |
|
19. |
Het CvdR dringt aan op meer regulering van, toezicht op en transparantie van investeringen door derde landen in kritieke energie-infrastructuur en -bedrijven, om de strategische autonomie te waarborgen, gevoelige technologieën te beschermen en de veerkracht van het energiesysteem van de EU te versterken. |
Technologieneutraliteit met de nadruk op de maximale energiebehoefte
|
20. |
In de EU-taxonomie mag het gebruik van biogas en vloeibare biobrandstoffen die voldoen aan gereguleerde duurzaamheidscriteria in het vervoer niet worden uitgesloten. Tegelijkertijd moet in het algemene beleid worden gezorgd voor een gelijk speelveld tussen bio-energie en biokunststoffen voor het gebruik en de beschikbaarheid van biomassa. Daarnaast moet de efficiënte terugwinning van energie uit de verbranding van afval dat ongeschikt is voor recycling worden aangemoedigd. Daarbij moet terdege rekening worden gehouden met innovatie en ontwikkeling op het gebied van afvalrecycling. |
|
21. |
In dit verband zij erop gewezen dat de verbranding van gemeentelijk afval belangrijk is om de lokale energieonafhankelijkheid aanzienlijk te versterken, stabiele, betaalbare en lokaal geproduceerde elektriciteit en warmte te leveren, en de energietransitie te versnellen. Door restafval om te zetten in betrouwbare basislastenergie, helpen deze installaties de prijzen voor consumenten betaalbaar te houden en stadsverwarmingssystemen in evenwicht te houden door hun stabiliteit en veerkracht te verbeteren. |
|
22. |
De EU-regelgeving voor de elektriciteitsmarkt moet worden ontwikkeld om meer aandacht te besteden aan de maximale energiebehoefte, bijvoorbeeld door capaciteitsmechanismen niet als staatssteun te behandelen en de vlotte werking van het energiesysteem te waarborgen zonder de mededinging te verstoren. |
|
23. |
Hernieuwbare energie zou snel moeten worden uitgerold, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met netcapaciteit en weersonafhankelijk piekvermogen, maar ook met de omstandigheden en beperkingen waar de bestaande infrastructuur mee te maken heeft, met name op eilanden en in ultraperifere gebieden. |
|
24. |
De EU-regelgeving voor gebouwen (EPBD bijlage I) moet worden aangepast om ervoor te zorgen dat maatregelen ter bevordering van zonne-energie worden aangevuld met oplossingen die de seizoensgebonden maximale energiebehoefte van gebouwen daadwerkelijk verlagen, terwijl de verregaande steun aan de gedecentraliseerde opwekking van hernieuwbare energie wordt voortgezet. |
Energiearmoede uitbannen
|
25. |
Het CvdR wijst erop dat energiearmoede in de eerste plaats een aspect is van armoede in het algemeen, die moet worden aangepakt door middel van sociaal, onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid. In de strijd tegen energiearmoede moeten educatieve, sociale en voorlichtingsprogramma’s een prominentere rol spelen, vooral waar het gaat om digitaal achtergestelde groepen, zodat iedereen toegang heeft tot energie-efficiënte oplossingen. |
|
26. |
Toegang tot betaalbare energie is niet alleen een economische kwestie, maar ook een sociaal grondrecht. In het licht van de stijgende energieprijzen en in het kader van de rechtvaardige energietransitie is er dringend behoefte aan ambitieuzere maatregelen tegen energiearmoede, die meer dan 47 miljoen Europeanen treft. In dit verband zij ook gewezen op de groeiende uitdaging van hittegolven en energiearmoede in de zomer, waarvoor specifieke aanpassingsmaatregelen en gerichte steun nodig zijn. |
|
27. |
Positief is de aankondiging van de Commissie dat zij voornemens is het energiepakket voor de burger eind 2025 te presenteren. In dit pakket moet prioriteit worden gegeven aan het mondiger maken en beschermen van energieconsumenten, zowel individuele afnemers als gemeenschappen, alsook aan het aanmoedigen van de ontwikkeling van hernieuwbare-energiegemeenschappen en prosumenten, het bevorderen van consumentgerichte elektrificatie en het ondersteunen van de decarbonisatie-inspanningen van steenkoolregio’s in transitie. Er moet meer steun komen voor energiedelen en burgerparticipatie om de lokale betrokkenheid bij en het draagvlak voor de transitie te vergroten. |
|
28. |
De hoge aanloopkosten van de vereiste verbeteringen van de energie-efficiëntie en de renovatie van gebouwen hebben onevenredig grote gevolgen voor huishoudens met een laag inkomen en energiearme huishoudens. Er dienen gerichte lokale maatregelen te komen zoals gemeentelijke renovatieprogramma’s, renteloze leningen, steun voor door de gemeenschap geleide energieprojecten en woningcoöperaties, sociale tarieven en rechtstreekse financiële bijstand, zoals energievouchers voor kwetsbare huishoudens. Naast deze maatregelen kan het bevorderen van energie-efficiënte oplossingen die weinig investeringen vergen en gemakkelijk kunnen worden toegepast, onmiddellijk en op duurzame wijze soelaas bieden en de doeltreffendheid verbeteren, met name voor huishoudens die beperkte mogelijkheden hebben voor ingrijpende renovaties. |
|
29. |
Het CvdR vestigt de aandacht op de staat van het woningbestand in plattelandsgebieden, waar een enorme verbeteringsslag mogelijk is. Maatregelen voor de renovatie van woningen op het platteland zorgen er niet alleen voor dat gebouwen energie-efficiënter worden, maar dragen er ook aan bij dat de mensen er blijven wonen en bieden zo een antwoord op het probleem van de ontvolking. Gezien de problemen en belemmeringen waarop plattelandsgebieden stuiten bij de renovatie van het woningbestand zouden in dit verband specifieke steunprogramma’s moeten worden opgezet. |
|
30. |
Lokale en regionale overheden moeten deze maatregelen ontwerpen om de doeltreffendheid en het draagvlak ervan te vergroten. Er is stabiele EU- en nationale medefinanciering nodig om te voorkomen dat lokale begrotingen die reeds onder druk staan met de kosten worden opgezadeld. |
|
31. |
Het CvdR bepleit een sectorbrede aanpak om de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030 en 2050 te verwezenlijken. De vervoers- en verwarmingskosten zouden tegen 2030 met 30-40 % kunnen stijgen als gevolg van ETS2. De sociale, territoriale en politieke gevolgen hiervan zouden opnieuw beoordeeld moeten worden. De uitvoering van ETS2 in zijn huidige vorm en met dit tijdschema, zonder adequate preventie- en compensatiemechanismen, en in plaats van duidelijke prijssignalen af te geven aan ondernemingen en burgers om de CO2-uitstoot terug te dringen. kan immers leiden tot een sterke toename van energiearmoede, vooral in sommige steden en regio’s, met ernstige sociale gevolgen, en dreigt het vertrouwen van het publiek in het klimaatbeleid en de EU te ondermijnen. Het CvdR dringt met name aan op tijdelijke vergoedingen voor de kosten die particuliere consumenten in het kader van ETS2 maken bij het gebruik van aardgas voor verwarming en warmtevoorziening, totdat de elektriciteitsdistributienetwerken zijn aangepast aan de door de elektrificatie toenemende vraag of een alternatieve levering met biomethaan wordt ontwikkeld. |
|
32. |
Het CvdR pleit voor EU-brede kaders voor sociale kosten-batenanalyses bij de keuze tussen verschillende soorten infrastructuur (elektriciteit, waterstof, warmte) en stelt voor een specifiek financieringsinstrument in het leven te roepen — eventueel gekoppeld aan ETS-inkomsten — om gedecentraliseerde en innovatieve netwerkprojecten met een duidelijke meerwaarde voor de EU te ondersteunen. |
|
33. |
Het CvdR is derhalve bezorgd over het feit dat veel lidstaten vertraging hebben opgelopen bij het opstellen van de nodige instrumenten om gebruik te kunnen maken van het Sociaal Klimaatfonds (SCF) en er niet in zijn geslaagd om ruim voor de start van ETS2 sociale klimaatplannen te ontwikkelen. Het stelt vast dat de Europese Commissie in haar beoordeling van de nationale klimaat- en energieplannen van mei 2025 de lidstaten aanspoort om vaart te zetten achter de voorbereiding en vraagt dat lokale en regionale overheden, met hun rechtstreekse kennis van territoriale kwetsbaarheden, adequaat worden betrokken bij de ontwikkeling van deze instrumenten. Het CvdR dringt er nogmaals op aan ten minste 35 % van het SCF rechtstreeks door de lokale en regionale overheden te laten beheren om de doelgerichtheid en doeltreffendheid te verbeteren. Er moet een realistische beoordeling worden gemaakt om te bepalen of het SCF in de huidige vorm voldoende zal zijn om de onevenredige impact van het ETS voor kwetsbare groepen en gebieden te compenseren. |
|
34. |
Het CvdR verzoekt de Commissie met klem ruimte voor regelgevingsexperimenten te creëren, zoals testomgevingen, om de uitrol van innovatieve energieoplossingen te versnellen en de milieuvergunningsprocedures in gebieden voor versnelde uitrol te vereenvoudigen, met name voor kleinschalige projecten met een geringe impact. |
|
35. |
Energiearmoede wordt vaak verergerd door een gebrek aan betrouwbare informatie en digitale uitsluiting. Daarom moet energieletterdheid op lokaal en regionaal niveau worden bevorderd, ook op scholen. De Commissie en de lidstaten zouden richtsnoeren en financiering moeten verstrekken om de éénloketsystemen in het kader van de richtlijn energieprestatie van gebouwen uit te breiden, zodat huishoudens, met name de meest kwetsbare en mensen die in plattelandsgebieden wonen, alsook kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), weloverwogen en nuttige beslissingen kunnen nemen als energieconsument en prosumenten. |
|
36. |
Het CvdR dringt er bij de lidstaten op aan actief deel te nemen aan de advieshub energiearmoede van de EU, voor meer lokale ondersteuning te zorgen, beste praktijken uit te wisselen en de capaciteit van lokale en regionale overheden om kwetsbare huishoudens doeltreffend bij te staan, te vergroten. Zoals het Europees Comité van de Regio’s heeft benadrukt in zijn advies over de opzet van de elektriciteitsmarkt, zijn gecoördineerde inspanningen en kennisdeling van essentieel belang om de betaalbaarheid van energie en de netstabiliteit in alle regio’s te waarborgen. |
|
37. |
Het CvdR beveelt aan de toegang tot gegevens over het energiesysteem te verbeteren, met inbegrip van metagegevens over CO2-emissies en energiestromen, en roept op tot EU-brede standaardisering van digitale tweelingen ter ondersteuning van strategische ruimtelijke ordening en netontwikkeling op het niveau van de lokale en regionale overheden. |
|
38. |
De steun voor regio’s en steden moet verder worden versterkt door middel van initiatieven zoals de Europese faciliteit voor bijstand aan lokale energieprojecten van de Europese Investeringsbank (Elena). De lidstaten zouden soortgelijke steunregelingen voor projectontwikkeling op lokaal en regionaal niveau kunnen opzetten, waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van EU- en nationale financiering. |
Financiering van de betaalbare energietransitie
|
39. |
De energietransitie vergt aanzienlijke langetermijninvesteringen met een laag rendement, die de overheidsschuld kunnen verhogen. Volgens de huidige wettelijke en financiële regels zijn de meeste lokale en regionale overheden niet in staat om de transitie uitsluitend zelf te financieren, met inbegrip van de medefinanciering die nodig is voor EU-subsidies. Hun vermogen om huishoudens en bedrijven betaalbare energie te leveren wordt hierdoor rechtstreeks beperkt. Daarom moeten er nieuwe mechanismen worden ingevoerd om aanzienlijke particuliere investeringen aan te trekken. |
|
40. |
De lidstaten worden verzocht hun fiscale en begrotingsregels aan te passen om lokale en regionale overheden in staat te stellen te investeren in de energietransitie. Dergelijke investeringen moeten worden vrijgesteld of flexibeler worden behandeld in het kader van gemeentelijke schuldlimieten, zodat essentiële projecten voor betaalbare energie, energie-efficiëntie en lokale zelfredzaamheid niet worden ontmoedigd. Sommige lidstaten hebben reeds meer fiscale flexibiliteit op het gebied van energie- en klimaatinvesteringen ingevoerd, wat voor andere als voorbeeld kan dienen. |
|
41. |
Langlopende overeenkomsten voor stroomafname (PPA’s) vervullen een sleutelrol bij het waarborgen van een stabiele voorziening van hernieuwbare energie en het verminderen van de blootstelling aan prijsvolatiliteit. Lokale en regionale overheden moeten vaker gebruikmaken van PPA’s en gemeentelijke bedrijven moeten deelnemen aan de handel op energiebeurzen, als instrumenten om betaalbare en duurzame energie lokaal veilig te stellen. De Commissie en de lidstaten zouden moeten voorzien in een faciliterend regelgevingskader en technische bijstand om lokale en regionale overheden te helpen deze instrumenten doeltreffend te gebruiken en zo de energiezekerheid en -stabiliteit voor burgers en bedrijven te vergroten, met name voor kmo’s. |
|
42. |
De lidstaten zouden lokale en regionale overheden moeten ondersteunen bij de ontwikkeling van strategische publiek-private partnerschappen (PPP’s) om zowel technologische als op de natuur gebaseerde oplossingen te verbeteren en innovatie-ecosystemen, ondernemerschap en technologieoverdracht uit te breiden en tegelijkertijd de energie-efficiëntie en de veerkracht in diverse sectoren en gebieden in de hele EU te verbeteren. |
|
43. |
Veel lokale en regionale overheden hebben te maken met beperkte budgetten en concurrerende prioriteiten, waardoor hun vermogen om de groene transitie te realiseren wordt belemmerd. Volgens het CvdR kunnen zonder toegankelijke en specifieke financiering, ook op EU-niveau, de lokale en regionale verschillen toenemen. Daarom moet de energietransitie een van de kernprioriteiten zijn in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) (2028-2034), met ondersteuning op een ecologisch duurzame, kostenefficiënte en systemische manier, die zowel opwekking, opslag, transmissie als distributie omvat, en waarbij wordt gezorgd voor afstemming op de doelstellingen inzake klimaatneutraliteit en betaalbare energie, en investeringen worden vermeden die een risico op langdurige afhankelijkheid van energiebronnen met een hoge uitstoot met zich meebrengen. Met name investeringen in de decarbonisatie van stadsverwarming en elektriciteitsnetten als publiek goed moeten worden ondersteund, met inbegrip van regionale ondersteunende infrastructuur zoals micronetten en systemen voor decentraal zelfverbruik die de weerbaarheid ten aanzien van stroomuitval versterken, met meer financiële steun voor de modernisering en uitbreiding van lokale en regionale distributienetwerken, indien zulks niet mogelijk is op commerciële grondslag; daarbij moet worden vermeden dat met name de eindgebruikers opdraaien voor de kosten van deze investeringen. Lokale en regionale overheden moeten als belangrijke partners bij het vormgeven en uitvoeren van het volgende MFK volledig bevoegd en voldoende gefinancierd worden. Het CvdR is bezorgd over het feit dat hier in de voorstellen die de Europese Commissie medio 2025 heeft ingediend met geen woord over wordt gerept, en herhaalt zijn oproep om lokale en regionale overheden rechtstreeks te financieren voor Green Deal-projecten. |
De verwarmings- en koelingssector koolstofvrij maken en het ETS hervormen
|
44. |
Stadsverwarming levert weliswaar betaalbare en zekere warmte en warm water aan ongeveer 67 miljoen Europeanen op lokaal en regionaal niveau, maar gemeenten beschikken vaak niet over de vereiste financiële en technische middelen om de infrastructuur te moderniseren en koolstofvrij te maken, lokale hernieuwbare bronnen te integreren en de prijzen stabiel te houden. Ook moet het potentieel van kleine modulaire reactoren (SMR’s) voor het koolstofvrij maken van stadsverwarming, zoals benadrukt in het indicatief programma voor kernenergie (PINC), nader worden onderzocht; voorwaarde daarbij is wel dat de veiligheidsproblemen, evenals het onopgeloste probleem van nucleair afval en de noodzaak om op duurzame wijze aan nucleaire brandstof te komen, worden aangepakt. Op EU- en nationaal niveau zou er een regelgevingskader moeten komen dat investeringen in duurzame verwarmingssystemen bevordert, onder meer door middel van ondersteuningsmechanismen en vereenvoudiging van de procedures. Het CvdR zou graag zien dat de Commissie dit op passende wijze tot uiting brengt in haar komende strategie voor verwarming en koeling. |
|
45. |
Er zou een bindend EU-kader moeten komen dat alle directe en indirecte subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk afschaft — waarbij de energiezekerheid, de betaalbaarheid en het concurrentievermogen worden gewaarborgd — en deze middelen herbestemt voor prioriteiten voor een rechtvaardige transitie, waaronder openbaar vervoer, energie-efficiëntie en steun voor kwetsbare huishoudens; hierbij moet er rekening worden gehouden met technologische, sectorale en regionale kenmerken. |
|
46. |
Het CvdR is voorstander van de geleidelijke afschaffing van de kosteloze toewijzing van emissierechten voor stadsverwarming na 2030 in het EU-ETS en van verlenging van het moderniseringsfonds na 2030. De lidstaten moeten de lokale en regionale overheden ondersteunen, met inbegrip van financiële steun, bij de uitvoering van hun lokale verwarmings- en koelingsplannen conform de energie-efficiëntierichtlijn (EED). In het kader van de komende herziening van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) wordt de Commissie verzocht de drempels voor toelaatbare steunintensiteit te verhogen om financiering te mobiliseren voor investeringen in stadsverwarming. |
|
47. |
Het EU-ETS is weliswaar een belangrijk instrument van het klimaatbeleid van de EU, aangezien de koolstofprijzen de afgelopen jaren tot ongekende hoogten zijn gestegen, maar er zijn grondigere hervormingen nodig om de prijsvolatiliteit te verminderen, de veiligheid te waarborgen en de transitie in alle lidstaten, steden en regio’s te waarborgen, conform het APAE. Uit hoofde van artikel 29 bis zou er een doeltreffend mechanisme voor buitensporige prijzen moeten komen. Het opnemen van de verbranding van stedelijk afval in het ETS zou tot op zekere hoogte een milieuvoordeel kunnen opleveren, omdat zo stimulansen worden geboden voor afvalpreventie en -recycling. |
|
48. |
Er is behoefte aan consistente duurzaamheidscertificering en verificatie van broeikasgasbesparingen voor biomassa-installaties in alle EU-wetgeving, met name in het kader van het ETS en de richtlijn hernieuwbare energie. ETS-veilingopbrengsten moeten worden gereserveerd voor specifieke decarbonisatieprogramma’s. Het CvdR herhaalt zijn verzoek om 20 % van deze inkomsten rechtstreeks door de lokale en regionale overheden te laten beheren. |
|
49. |
De modernisering en uitbreiding van de elektriciteitsnetten in de lidstaten is van essentieel belang om aan de toenemende vraag naar hernieuwbare energie te kunnen voldoen en om te zorgen voor de aansluiting van industriële projecten die niet alleen lokale welvaart helpen genereren, maar ook de kosten voor de ontwikkeling van het net kunnen helpen dekken. De congestie van het net belemmert de toegang van huishoudens tot hernieuwbare elektriciteit en beperkt het vermogen van lokale en regionale overheden om de energietransitie te bevorderen. |
Bureaucratie terugdringen en de transitie versnellen
|
50. |
Milieubescherming, klimaatmitigatie, energiezekerheid, betaalbaarheid en concurrentievermogen moeten centraal blijven staan in het energiebeleid van de EU; om deze doelstellingen te verwezenlijken is er dringend behoefte aan vereenvoudiging van de administratieve procedures om de ontwikkeling van duurzame energieprojecten te versnellen, waarbij investeringszekerheid en duidelijke tijdschema’s van cruciaal belang zijn. |
|
51. |
Het vergunningsproces voor energie-infrastructuur en -netwerken, opslag en projecten voor hernieuwbare energie moet worden vereenvoudigd, gestandaardiseerd, gestroomlijnd en versneld. De administratieve lasten blijven immers een belangrijke belemmering vormen voor de tijdige uitvoering ervan, wat resulteert in hogere kosten voor ontwikkelaars, gemiste investeringskansen, vertraagde decarbonisatie en het gevaar van netcongestie. Het CvdR waarschuwt er ook voor dat de verzadiging van lokale en regionale distributienetten nieuwe investeringen blokkeert. Daarom moet de prioriteit uitgaan naar inspanningen om deze te moderniseren en te versterken teneinde de energietransitie te stimuleren. In dit verband zouden projecten op het gebied van hernieuwbare energie, conform de EU-richtsnoeren, moeten worden aangemerkt als zijnde “van groot openbaar belang”. Verder wordt aangedrongen op een snelle uitvoering van “gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie” in het kader van de RED III-richtlijn en op vergunnings- en milieueffectbeoordelingsprocedures die in verhouding staan tot de omvang en het risicoprofiel van projecten, met inbegrip van de mogelijkheid om vereisten voor kleinschalige, weinig impactvolle projecten op het gebied van hernieuwbare energiebronnen vrij te stellen of te vereenvoudigen. Tegelijkertijd moet er voldoende tijd worden uitgetrokken voor lokale en regionale democratische processen, zodat lokaal aangepaste en aanvaardbare oplossingen kunnen worden gevonden. |
|
52. |
Er moeten gestroomlijnde digitale vergunningensystemen worden opgezet om administratieve belemmeringen tot een minimum te beperken en lokale gemeenschappen en overheden in staat te stellen het vergunningsproces te versnellen door het efficiënter, transparanter en participatiever te maken. |
|
53. |
De vergunnings- en regelgevingsvereisten voor energie-infrastructuur moeten in verhouding staan tot de omvang en capaciteit van bedrijven en lokale exploitanten, om te voorkomen dat kleinere gemeenten en regionale energieleveranciers met te zware financiële lasten worden opgezadeld. |
|
54. |
Het CvdR is ingenomen met de plannen van de Commissie voor een herziening van het kader voor overheidsopdrachten, dat het de lokale en regionale overheden momenteel lastig maakt om deel te nemen aan organisaties voor gedistribueerde energieopwekking en -verbruik, waaronder gemeenschappen voor hernieuwbare energie en samenwerkingsregelingen. Het zou graag zien dat de Commissie de regels voor overheidsopdrachten aanpast zodat lokale overheden, met name in steden, toegang krijgen tot betaalbare energie; een en ander zou de veerkracht van de lokale economieën vergroten en de kosten van de openbare dienstverlening aan burgers, de industrie en bedrijven verlagen. |
Ondersteuning van lokale economieën en kmo’s
|
55. |
Met name kmo’s worden blootgesteld aan volatiele energieprijzen, die een bedreiging kunnen vormen voor hun concurrentievermogen en de werkgelegenheid die zij creëren. Daarom moet het APAE ervoor zorgen dat de maatregelen voor de betaalbaarheid van energie niet alleen betrekking hebben op huishoudens, maar ook op kleine bedrijven in alle lidstaten, steden en regio’s. Lokale en regionale overheden kunnen een rol spelen bij een vlottere toegang van kmo’s tot gemeenschappen voor hernieuwbare energie, samenwerkingsregelingen en gezamenlijke aanbestedingsplatforms die hen in staat stellen de vruchten te plukken van stabiele en betaalbare energieprijzen. |
|
56. |
Gezien hun sterke innovatieve potentieel spelen kmo’s een sleutelrol bij de energietransitie en bij de uitvoering van de Clean Industrial Deal. Daarom dringt het CvdR erop aan dat kmo’s gelijke toegang krijgen tot de nieuwe financieringsinstrumenten die de Commissie voorstelt in het volgende MFK. De criteria voor overheidseigendom mogen er niet toe leiden dat lokale openbare dienstverleners worden uitgesloten van financieringsmogelijkheden en maatregelen ter vermindering van administratieve lasten die bedoeld zijn voor kmo’s. |
Capaciteit, vaardigheden en lokale arbeidsmarkten
|
57. |
Het CvdR stelt bezorgd vast dat tekorten aan menselijk kapitaal en onvoldoende concurrerende salarissen in de publieke sector de planning en uitvoering van lokale energieprojecten in de weg staan. In dit verband is het belangrijk de doeltreffende uitrol van het APAE op lokaal en regionaal niveau te ondersteunen. Daarom pleit het CvdR voor programma’s en initiatieven op EU- en lidstaatniveau voor capaciteitsopbouw om lokale en regionale overheden te versterken, met inbegrip van maatregelen voor het opleiden, aanwerven en behouden van geschoold personeel, om ervoor te zorgen dat zij betaalbare en duurzame energieoplossingen voor burgers kunnen bieden. |
|
58. |
De lokale beroepsbevolking moet worden toegerust met de vaardigheden die nodig zijn voor de energietransitie, met name door middel van om- en bijscholing. Er moeten meer EU- en nationale middelen worden geïnvesteerd in beroepsonderwijs, programma’s voor groene vaardigheden ter bevordering van creativiteit en maatschappelijke innovatie, en regelingen voor werkgelegenheidssteun, met bijzondere aandacht voor steenkoolregio’s in transitie, gebieden die afhankelijk zijn van energie-intensieve industrieën en gebieden die te kampen hebben met structurele uitdagingen op de arbeidsmarkt, vooral in regio’s met lacunes bij de ontwikkeling van talent (3). De Commissie zou ervoor moeten zorgen dat lokale en regionale overheden actief worden betrokken bij de Vaardigheidsunie, gezien hun unieke capaciteit om lokale kennishiaten op te sporen. |
|
59. |
Lokale en regionale overheden spelen via hun energieagentschappen een cruciale rol bij het bevorderen van lokale groene arbeidsmarkten en het opzetten van opleidingscentra in samenwerking met onderwijsinstellingen en de lokale industrie. Het CvdR bepleit passende EU- en nationale financiering en technische bijstand om gemeenten te ondersteunen bij de ontwikkeling van initiatieven voor groene banen en de oprichting van waarnemingsposten voor vaardigheden om de behoeften van de arbeidsmarkt te monitoren en in te spelen op de toekomstige vraag. |
Brussel, 10 december 2025.
De voorzitter
van het Europees Comité van de Regio’s
Kata TÜTTŐ
(1) Verslag van de Europese Commissie over de stand van de energie-unie 2025.
(2) Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942 (PB L, 2024/1787, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1787/oj).
(3) Het benutten van talent in Europa’s regio’s, COM(2023) 32 final.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/760/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)