Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52024PC0408

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee

COM/2024/408 final

Brussel, 16.9.2024

COM(2024) 408 final

2024/0225(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Alle verordeningen inzake de vangstmogelijkheden moeten de vangstniveaus beperken tot niveaus die in overeenstemming zijn met de algemene GVB-doelstellingen. Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (de “GVB-basisverordening”) 1 bevat doelstellingen voor de vangst- en visserijinspanningsbeperkingen die ervoor moeten zorgen dat de mariene biologische hulpbronnen vanuit economisch, ecologisch en sociaal oogpunt duurzaam worden geëxploiteerd. Het Europees Parlement en de Raad hebben bij Verordening (EU) 2019/1022 2 het meerjarenplan voor demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee aangenomen, waarin wordt aangegeven hoe die doelstellingen moeten worden verwezenlijkt bij de vaststelling van de vangstmogelijkheden.

Doel van dit voorstel voor een verordening van de Raad is de vaststelling van de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden en groepen bestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.

De voorgestelde vangstmogelijkheden zijn in lijn met het meerjarenplan voor demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee. Deze vangstmogelijkheden worden uitgedrukt in maximale toegestane visserijinspanning voor alle bestanden en daarnaast in maximumvangstbeperkingen voor diepzeegarnalen. Voorgesteld wordt om deze maxima toe te wijzen aan de betrokken lidstaten (Spanje, Frankrijk en Italië).

Voorts worden vangstmogelijkheden voorgesteld op grond van afspraken binnen de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM), een regionale organisatie voor visserijbeheer die verantwoordelijk is voor de instandhouding en het beheer van de levende mariene rijkdommen in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee. De Europese Unie is lid van de GFCM, samen met Bulgarije, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Cyprus, Malta, Roemenië en Slovenië. De maatregelen die in het kader van de GFCM worden aangenomen, zijn bindend voor de leden ervan. De voorgestelde vangstmogelijkheden sluiten ook aan bij de afspraken binnen de GFCM.

Tot slot wordt een autonoom quotum voor sprot in de Zwarte Zee voorgesteld, dat een stijging van de huidige visserijsterfte moet voorkomen.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de doelstellingen en regels van het GVB.

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met ander beleid van de Unie, en met name het milieubeleid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie, als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), VWEU. Daarom is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing.

•Evenredigheid

In het voorstel worden vangstmogelijkheden aan de lidstaten toegewezen die in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de GVB-basisverordening, met het meerjarenplan voor demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee en met de uitkomst van de jaarvergadering van de GFCM. Krachtens artikel 16, leden 6 en 7, en artikel 17 van de GVB-basisverordening moeten de lidstaten bepalen hoe hun vangstmogelijkheden volgens bepaalde, in die artikelen vermelde artikelen worden toegewezen aan vissersvaartuigen die hun vlag voeren. De lidstaten beschikken dus over de nodige beoordelingsmarge bij de verdeling van de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden, waarvoor zij hun eigen sociale en economische modellen mogen volgen.

•Keuze van het instrument

Een verordening wordt het geschiktst geacht omdat het met een verordening mogelijk is om voorschriften vast te stellen die rechtstreeks van toepassing zijn op de lidstaten en de betrokken marktdeelnemers. Aldus kan ervoor worden gezorgd dat de voorschriften tijdig en op geharmoniseerde wijze worden uitgevoerd, waarmee de rechtszekerheid wordt vergroot.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

•Raadpleging van belanghebbenden

Belanghebbende partijen zijn geraadpleegd in het kader van de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 7 juni 2024 “Duurzame visserij in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2025” (COM(2024) 235 final).

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De beoordeling van de toestand van de bestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee berust op de recentste werkzaamheden van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) en het wetenschappelijk adviescomité van de GFCM.

•Effectbeoordeling

De werkingssfeer van verordeningen inzake vangstmogelijkheden is vastgesteld in artikel 43, lid 3, VWEU.

Wat de door de GFCM ingestelde vangstmogelijkheden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee betreft, wordt voorgesteld uitvoering te geven aan internationaal overeengekomen maatregelen. Alle elementen die van belang zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden, worden in aanmerking genomen bij het voorbereiden en voeren van internationale onderhandelingen in het kader waarvan vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derde partijen.

Het voorstel is niet alleen gericht op de korte termijn, maar maakt ook deel uit van een langeretermijnaanpak om de visserijinspanning geleidelijk op een niveau te brengen dat op lange termijn duurzaam is.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

•Grondrechten

Het voorstel eerbiedigt de grondrechten, en met name die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De monitoring en de naleving van de voorschriften worden gewaarborgd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad 3 .

•Artikelsgewijze toelichting

Het voorstel bevat de vangstmogelijkheden voor 2025 voor bepaalde bestanden en groepen bestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee, met name in relatie tot de onderstaande elementen.

A.Uitvoering van het meerjarig beheersplan voor het westelijk deel van de Middellandse Zee

In het kader van het meerjarenplan voor de demersale visserijen in het westelijk deel van de Middellandse Zee moet de Raad voor trawlers die demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee exploiteren, een maximale toegestane visserijinspanning per lidstaat vaststellen voor elke visserijinspanningsgroep en voor de bestandsgroep(en) in bijlage I bij dat plan.

Daarnaast bevat het plan streefdoelen en maatregelen voor het langetermijnbeheer van de bestanden die eronder vallen. In 2025 gaat de langetermijnfase van het meerjarig beheersplan in. Vanaf dan gelden er, op grond van de artikelen 4 en 6, MDO-bandbreedten. Derhalve berusten de vangstmogelijkheden voor 2025 op de nieuwe, door het WTECV gegeven bandbreedten, die worden gebruikt voor de evaluatie van de beheersopties en de opstelling van de meest recente wetenschappelijke adviezen.

Bovendien kan op grond van artikel 7, lid 5, van het meerjarenplan de visserijregeling voor trawlers op basis van wetenschappelijk advies worden aangevuld met een maximale toegestane visserijinspanning voor ander vistuig dan trawls zodat de waarde van de geraamde visserijsterfte kan worden gehaald die bij een bepaald visserijpatroon en bij de heersende gemiddelde milieuomstandigheden een maximale opbrengst op de lange termijn (Fmsy) oplevert en op dat niveau houdt.

Om de MDO-doelen voor de demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee te halen, werd in 2023 in wetenschappelijk advies van zowel het WTECV als het wetenschappelijk adviescomité van de GFCM aanbevolen om snel actie te ondernemen om de visserijsterfte daadwerkelijk terug te dringen. De heekbestanden en één langoustinebestand waren zodanig overbevist dat ze volgens de ramingen van het WTECV onder Blim-niveau waren beland. Blim is het grensreferentiepunt dat wordt uitgedrukt in paaibiomassa en is vermeld in de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen, en met name de adviezen van het WTECV of van een soortgelijke op internationaal of Unieniveau erkende onafhankelijke wetenschappelijke instantie. Ligt een stand onder Blim-niveau, dan is er mogelijk sprake van een verminderde reproductiecapaciteit.

Volgens de adviezen van het WTECV (STECF-23-11 en PLEN-23-03) was een holistische benadering waarbij inspanningsmaatregelen voor zowel trawlers als beugvisserijvaartuigen worden gecombineerd met vangstbeperkingen voor diepzeegarnalen, noodzakelijk om de visserijsterfte, met name onder heek en diepzeegarnalen, met spoed terug te dringen. Deze aanpak werd gevolgd met de Verordeningen (EU) 2022/110 4 , (EU) 2023/195 5 en (EU) 2024/259 6 van de Raad tot vaststelling van de vangstmogelijkheden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee voor respectievelijk 2022, 2023 en 2024. De Commissie stelt voor om deze aanpak in 2025, dus na het verstrijken van de overgangsregeling van artikel 7, lid 3, van het meerjarenplan, voort te zetten. In artikel 7, lid 1, punt e), van de GVB-basisverordening is immers in algemene bewoordingen bepaald: “Maatregelen voor de instandhouding en de duurzame exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee kunnen onder meer bestaan in: (...) maatregelen inzake de vaststelling en toewijzing van de vangstmogelijkheden”. Daaronder vallen dus ook vangstbeperkingen.

Bij een aantal vangstmogelijkheden staat in dit voorstel “p.m.” (pro memorie) omdat het wetenschappelijk advies van het WTECV nog niet beschikbaar was toen het voorstel werd aangenomen. Zodra het recentste beschikbare WTECV-advies beschikbaar is, wordt dit voorstel bijgewerkt via een non-paper van de diensten van de Commissie.

Om het gebruik van selectief vistuig te bevorderen en gebieden efficiënt te sluiten om jonge vissen en paaiende vissen te beschermen, wordt bovendien voorgesteld om het in 2022 ingestelde compensatiemechanisme te handhaven en te wachten met het uitwerken van de details totdat het meest recente advies van het WTECV beschikbaar is.

B.GFCM-maatregelen die van toepassing zijn in de Middellandse Zee

–Maximale vlootcapaciteit en bevriezing van visaantrekkende voorzieningen (FAD’s) per vaartuig, alsmede maximumvangstbeperkingen voor goudmakreel in de gehele Middellandse Zee (geografische deelgebieden (GDG’s) 1 tot en met 27 van de GFCM).

–Maximumvangstbeperkingen voor roze diepzeegarnaal en maximale toegestane visserijinspanning en maximale vlootcapaciteit voor heek in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12 tot en met 16).

–Maximale vlootcapaciteit en maximumvangstbeperkingen voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12 tot en met 16), de Ionische Zee (GDG’s 19, 20 en 21) en de Levantijnse Zee (GDG’s 24 tot en met 27).

–Maximumvangstniveau en maximumaantal beuglijnen en handlijnen voor zeebrasem in de Zee van Alborán (GDG’s 1, 2 en 3).

–Maximumvangstniveaus voor ansjovis en sardine en maatregelen voor kleine pelagische bestanden in het kader van het meerjarig beheersplan 2021 van de GFCM voor kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee (GDG’s 17 en 18).

De Commissie stelt voor om de uitvoering van het plan in 2025 voort te zetten. Evenals in 2024 stelt de Commissie voor om het vlootcapaciteitsmaximum voor ringzegenvaartuigen en pelagische trawlers die op kleine pelagische bestanden vissen, te continueren. Dit capaciteitsmaximum berust op de capaciteit die in 2014 aan de GFCM is gemeld.

–Maatregelen voor demersale bestanden in het kader van het meerjarig beheersplan 2019 van de GFCM voor demersale soorten in de Adriatische Zee (GDG’s 17 en 18).

Het is de bedoeling dat de GFCM tijdens haar komende jaarvergadering in november 2024 een nieuwe aanbeveling aanneemt waarbij de visserijinspanning voor bodemottertrawlers (OTB) en boomkortrawlers (TBB) voor 2025 wordt verlaagd. De voorgestelde maximale vlootcapaciteit sluit aan bij de aan de GFCM gemelde capaciteit voor 2025 dan wel het gemiddelde over de periode 2015-2017.

–Het voorstel bevat een aantal placeholders voor bestanden waarvoor de GFCM-overgangsmaatregelen eind 2024 aflopen en waarvoor de GFCM tijdens haar komende jaarvergadering nieuwe maatregelen zou moeten aannemen (zoals voor Europese aal, roodkoraal en kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee).

Zodra de jaarvergadering van de GFCM plaatsvindt, wordt het voorstel bijgewerkt via een non-paper van de diensten van de Commissie.

C.GFCM-maatregelen die van toepassing zijn in de Zwarte Zee

–Een autonoom quotum voor sprot op basis van wetenschappelijk advies.

–TAC en toewijzing van quota voor tarbot in het kader van het meerjarig beheersplan 2017 van de GFCM voor de tarbotvisserij, ter uitvoering van Aanbeveling GFCM/43/2019/3 (GDG 29).

Wat betreft de hoogte van de TAC en quota voor tarbot wordt het voorstel bijgewerkt via een non-paper van de diensten van de Commissie.

Maatregelen die functioneel verbonden zijn met de vangstmogelijkheden (zoals sluitingen van paaigebieden), maken deel uit van dit voorstel omdat de vangstmogelijkheden zonder dergelijke sluitingsperioden (zoals voor tarbot in de Zwarte Zee) niet op dezelfde niveaus zouden kunnen worden vastgesteld. De duur van de sluitingsperioden kan variëren naargelang van de toestand van het bestand zoals beoordeeld in het wetenschappelijk advies.

Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad 7 bevat aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de vangstmogelijkheden. De artikelen 3 en 4 van die verordening bevatten jaarflexibiliteitsbepalingen voor bestanden waarvoor respectievelijk voorzorgs-TAC’s en analytische TAC’s gelden. Krachtens artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 moet de Raad bij de vaststelling van de TAC’s bepalen voor welke bestanden de artikelen 3 en 4 van die verordening niet gelden, met name op basis van de biologische bestandsituatie.

Daarnaast bevat artikel 15, lid 9, van de GVB-basisverordening een jaarflexibiliteitsmechanisme voor alle bestanden die onder de aanlandingsverplichting vallen. Om te voorkomen dat de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen wordt ondermijnd door buitensporige flexibiliteit, mogen de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 en artikel 15, lid 9, van de GVB-basisverordening niet cumulatief van toepassing zijn.

2024/0225 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het is aan de Raad om maatregelen aan te nemen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden, inclusief, waar nodig, bepaalde functioneel daarmee verbonden voorwaarden. Op grond van artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 2, lid 2, van die verordening genoemde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Krachtens artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de vangstmogelijkheden zodanig aan de lidstaten worden toegewezen dat de relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten van iedere lidstaat voor elk visbestand of elke visserij gewaarborgd is.

(2)De vangstmogelijkheden moeten derhalve overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, waarbij rekening moet worden gehouden met biologische en sociaal-economische aspecten, met de verplichting tot billijke behandeling van de visserijsectoren en met de standpunten die kenbaar zijn gemaakt tijdens de raadpleging van belanghebbenden. Bovendien moeten de vangstmogelijkheden worden uitgedrukt in maximale toegestane visserijinspanning voor trawlers en beugvisserijvaartuigen zoals vastgesteld overeenkomstig de visserijinspanningsregeling van artikel 7 van Verordening (EU) 2019/1022, en in maximumvangstbeperkingen voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) en rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) overeenkomstig wetenschappelijk advies en artikel 16, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(3)Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad 8 bevat een meerjarenplan voor de visserijen op demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee. Dat plan vermeldt streefdoelen en maatregelen voor de langdurige instandhouding en duurzame exploitatie van de bestanden die eronder vallen. Daartoe behoren maatregelen om de maximale duurzame opbrengst (MDO) voor de doelbestanden te bereiken en vast te houden en om ervoor zorgen dat de levende mariene biologische rijkdommen zodanig worden geëxploiteerd dat de populaties van de gevangen soorten zich herstellen tot boven de niveaus die de MDO kunnen opleveren, en daarboven blijven.

(4)Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1022 moeten de vangstmogelijkheden voor de in artikel 1, lid 2, van die verordening genoemde bestanden (doelbestanden) zodanig worden vastgesteld dat een niveau van visserijsterfte wordt bereikt waarmee de MDO in steeds verdere mate en zo mogelijk in 2020, doch uiterlijk op 1 januari 2025 wordt verwezenlijkt.

(5)De vangstmogelijkheden voor de in artikel 1, lid 2, van die verordening vermelde bestanden (doelbestanden) moeten worden vastgesteld overeenkomstig de bandbreedten van visserijsterftewaarden die de maximale duurzame opbrengst (MDO) opleveren (FMSY-bandbreedten) of op een lager niveau, en overeenkomstig de vrijwaringsmaatregelen van die verordening. De FMSY-bandbreedten zijn vermeld in de desbetreffende WTECV-adviezen. Wanneer er geen adequate wetenschappelijke informatie beschikbaar is, moeten de vangstmogelijkheden voor de in artikel 1, lid 2, of artikel 1, lid 3, van die verordening genoemde bestanden (bijvangstbestanden) op grond van artikel 4, lid 6, van die verordening worden vastgesteld overeenkomstig de voorzorgsbenadering van het visserijbeheer.

(6)[Placeholder voor de maximale toegestane visserijinspanning voor trawlers in het westelijk deel van de Middellandse Zee]

(7)[Placeholder voor de maximale toegestane visserijinspanning van beugvisserijvaartuigen]

(8)[Placeholder voor de maximumvangstbeperkingen voor blauwrode diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7]

(9)[Placeholder voor de maximumvangstbeperkingen voor blauwrode diepzeegarnaal in de GDG’s 8 tot en met 11]

(10)[Placeholder voor 2025 voor de maximumvangstbeperkingen voor rode diepzeegarnaal in de GDG’s 8 tot en met 11]

(11)Om het gebruik van selectief vistuig te bevorderen en gebieden efficiënt te sluiten om jonge vissen en paaiende vissen te beschermen, is bij Verordening (EU) 2022/110 van de Raad een compensatiemechanisme ingesteld voor de inspanningsregeling voor trawlers. [placeholder compensatiemechanisme]

(12)Tijdens haar 46e jaarvergadering in 2023 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/46/2023/14 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van goudmakreel (Coryphaena hippurus) in de Middellandse Zee (GDG’s 1 tot en met 27) aangenomen. Bij die aanbeveling zijn in overeenstemming met de voorzorgsbenadering en voor de overgangsperiode van 2024-2026 een vlootcapaciteitsmaximum, een bevriezing van de capaciteit van visaantrekkende voorzieningen (FAD’s) per vaartuig en een vangstbeperking ingevoerd. Voorts is voor de recreatievisserij in Aanbeveling GFCM/46/2023/14 bepaald dat een dagelijkse meeneemlimiet in acht moet worden genomen. Die maatregelen werden voor 2024 bij Verordening (EU) 2024/259 van de Raad 9 in Unierecht geïmplementeerd en moeten ook voor 2026 in Unierecht worden geïmplementeerd. Deze maatregelen doen geen afbreuk aan de beheersmaatregelen die het wetenschappelijk adviescomité binnen de GFCM zal voorstellen voor het langetermijnbeheersplan voor de periode 2027-2031.

(13)Tijdens haar 44e jaarvergadering in 2021 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/44/2021/20 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee (geografische deelgebieden 17 en 18 van de GFCM) aangenomen, waarbij voor de periode 2022-2029 een maximumvangstniveau en een daarmee verband houdend vlootcapaciteitsmaximum voor op kleine pelagische soorten vissende ringzegenvaartuigen en pelagische trawlers werden ingevoerd. Deze maatregelen, die betrekking hebben op 2025, moeten in Unierecht worden geïmplementeerd.

(14)[Placeholder voor nieuwe maatregelen voor kleine pelagische soorten in de Adriatische Zee]

(15)Tijdens haar 43e jaarvergadering in 2019 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/43/2019/5 inzake een meerjarig beheersplan voor duurzame demersale visserijen in de Adriatische Zee (geografische deelgebieden 17 en 18 van de GFCM) aangenomen, waarbij een visserijinspanningsregeling en een vlootcapaciteitsmaximum voor bepaalde demersale bestanden werden ingevoerd. Deze maatregelen, die betrekking hebben op 2025, moeten in Unierecht worden geïmplementeerd.

(16)[Placeholder voor nieuwe maatregelen voor demersale soorten in de Adriatische Zee]

(17)Rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de Sloveense vloot en de marginale impact ervan op de bestanden van kleine pelagische en demersale soorten is het overeenkomstig punt 33 van Aanbeveling GFCM/44/2021/20 en punt 13 van Aanbeveling GFCM/43/2019/5 wenselijk de bestaande visserijpatronen in stand te houden en de toegang van de Sloveense vloot tot een minimumhoeveelheid kleine pelagische soorten en een minimale toewijzing van de inspanning voor demersale bestanden te waarborgen.

(18)Tijdens haar 45e jaarvergadering in 2022 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/45/2022/4 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van demersale bestanden in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12 tot en met 16) aangenomen, waarbij de Aanbevelingen GFCM/44/2021/12 en GFCM/42/2018/5 werden ingetrokken. Bij Aanbeveling GFCM/45/2022/4 werden een inspanningsregeling voor heek (Merluccius merluccius), vangstbeperkingen voor roze diepzeegarnalen (Parapenaeus longirostris) en een bevriezing van de vangstcapaciteit ingevoerd. Voor 2025 voorziet die aanbeveling in een bevriezing van de visserijinspanning op het niveau van 2024 en in een verlaging van de vangstbeperkingen voor roze diepzeegarnalen met 3 %. Bij de implementatie van die maatregelen in Unierecht moet bijgevolg 3 % worden afgetrokken van de maximumvangstbeperkingen die voor roze diepzeegarnaal waren vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/259 van de Raad.

(19)Tijdens haar 45e jaarvergadering in 2022 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/45/2022/5 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van bestanden van rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal in het Kanaal van Sicilië (geografische deelgebieden 12 tot en met 16) aangenomen, waarbij de Aanbevelingen GFCM/44/2021/7 en GFCM/43/2019/6 werden ingetrokken. Bij Aanbeveling GFCM/45/2022/5 werden een vangstbeperking en een bevriezing van de vangstcapaciteit ingevoerd. Voor 2025 voorziet die aanbeveling in een verlaging van de vangstbeperkingen voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal met 3 %. Bij de implementatie van die maatregelen in Unierecht moet bijgevolg 3 % worden afgetrokken van de maximumvangstbeperkingen die voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal waren vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/259.

(20)Tijdens haar 45e jaarvergadering in 2022 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/45/2022/6 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van bestanden van rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal in de Ionische Zee (geografische deelgebieden 19, 20 en 21) aangenomen, waarbij de Aanbevelingen GFCM/44/2021/8 en GFCM/42/2018/4 werden ingetrokken. Bij Aanbeveling GFCM/45/2022/6 werden een vangstbeperking en een bevriezing van de vangstcapaciteit ingevoerd. Voor 2025 voorziet die aanbeveling in een verlaging van de vangstbeperkingen voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal met 3 %. Bij de implementatie van die maatregelen in Unierecht moet bijgevolg 3 % worden afgetrokken van de maximumvangstbeperkingen die voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal waren vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/259.

(21)Tijdens haar 45e jaarvergadering in 2022 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/45/2022/7 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van bestanden van rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal in de Levantijnse Zee (geografische deelgebieden 24 tot en met 27) aangenomen, waarbij de Aanbevelingen GFCM/44/2021/8 en GFCM/42/2018/4 werden ingetrokken. Bij Aanbeveling GFCM/45/2022/7 werden een vangstbeperking en een bevriezing van de vangstcapaciteit ingevoerd. Voor 2025 voorziet die aanbeveling in een verlaging van de vangstbeperkingen voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal met 3 %. Bij de implementatie van die maatregelen in Unierecht moet bijgevolg 3 % worden afgetrokken van de maximumvangstbeperkingen die voor rode diepzeegarnaal en blauwrode diepzeegarnaal waren vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/259.

(22)Tijdens haar 45e jaarvergadering in 2022 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/45/2022/3 inzake een meerjarig beheersplan voor de duurzame exploitatie van zeebrasem (Pagellus bogaraveo) in de Zee van Alborán (GDG’s 1, 2 en 3) aangenomen, waarbij de Aanbevelingen GFCM/44/2021/4, GFCM/43/2019/2 en GFCM/41/2017/2 werden ingetrokken. Die maatregelen moeten in Unierecht worden geïmplementeerd.

(23)[Placeholder voor nieuwe maatregelen voor zeebrasem]

(24)Tijdens haar 43e jaarvergadering in 2019 heeft de GFCM Aanbeveling GFCM/43/2019/3 tot wijziging van Aanbeveling GFCM/41/2017/4 inzake een meerjarig beheersplan voor de visserij op tarbot (Scophthalmus maximus) in de Zwarte Zee (GDG 29 van de GFCM) aangenomen. Aanbeveling GFCM/43/2019/3 bevatte een bijgewerkte regionale totale toegestane vangst (TAC) en een regeling voor de toewijzing van quota voor tarbot, evenals verdere instandhoudingsmaatregelen, en met name een sluitingsperiode van twee maanden en een beperking van het aantal visdagen tot 180 dagen per jaar. Overeenkomstig aanbeveling GFCM/43/2019/3 zijn deze verdere instandhoudingsmaatregelen functioneel verbonden met de vangstmogelijkheden omdat de TAC voor tarbot zonder die maatregelen zou moeten worden verlaagd om het herstel van dat bestand te waarborgen. Die maatregelen moeten in Unierecht worden geïmplementeerd.

(25)[Placeholder voor nieuwe maatregelen voor tarbot]

(26)[Placeholder voor de overdracht van het ongebruikte quotum van de Unie voor tarbot]

(27)Op basis van het wetenschappelijk advies van de GFCM-werkgroep voor de Zwarte Zee moet de visserijsterfte van sprot (Sprattus sprattus) op het huidige niveau worden gehouden om de duurzaamheid van de sprotbestanden in de Zwarte Zee te waarborgen. Daarom moet voor dit bestand opnieuw een autonoom quotum worden vastgesteld.

(28)De in deze verordening vermelde vangstmogelijkheden voor vissersvaartuigen van de Unie moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad 10 , en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve moet worden nader worden bepaald welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij bij de Commissie gegevens over aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden indienen.

(29)De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad 11 bevatten aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van TAC’s en quota voor voorzorgs- en analytische bestanden. Krachtens artikel 2 van die verordening moet de Raad bij de vaststelling van de TAC’s op basis van met name de biologische bestandssituatie bepalen voor welke bestanden de artikelen 3 en 4 van die verordening niet gelden. Daarnaast voorziet artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 nog in een andere vorm van jaarflexibiliteit voor alle bestanden die onder de aanlandingsverplichting vallen. Om te voorkomen dat de verwezenlijking van de GVB-doelstellingen wordt ondermijnd door buitensporige flexibiliteit en de bestandssituatie daardoor verslechtert, mogen de jaarflexibiliteit voor quota uit hoofde van de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 en de jaarflexibiliteit voor quota uit hoofde van artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 niet cumulatief van toepassing zijn. Tot slot moet de jaarflexibiliteit op grond van artikel 15, lid 9, van de basisverordening waar nodig worden uitgesloten op basis van de biologische bestandssituatie.

(30)Om een onderbreking van de visserijactiviteiten te voorkomen en om het inkomen van de vissers van de Unie veilig te stellen, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2025. Gezien de urgentie moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
Toepassingsgebied

1.Deze verordening is van toepassing op vissersvaartuigen van de Unie die in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee de volgende visbestanden exploiteren:

(a)Europese aal (Anguilla anguilla), roodkoraal (Corallium rubrum) en goudmakreel (Coryphaena hippurus) in de Middellandse Zee;

(b)blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus), roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris), rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea), heek (Merluccius merluccius), langoustine (Nephrops norvegicus) en zeebarbeel (Mullus barbatus) in het westelijk deel van de Middellandse Zee;

(c)ansjovis (Engraulis encrasicolus) en sardine (Sardina pilchardus) in de Adriatische Zee;

(d)heek (Merluccius merluccius), langoustine (Nephrops norvegicus), tong (Solea solea), roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris) en zeebarbeel (Mullus barbatus) in de Adriatische Zee;

(e)heek (Merluccius merluccius) en roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris) in het Kanaal van Sicilië;

(f)rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) en blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in het Kanaal van Sicilië, de Ionische Zee en de Levantijnse zee;

(g)zeebrasem (Pagellus bogaraveo) in de Zee van Alborán;

(h)sprot (Sprattus sprattus) en tarbot (Scophthalmus maximus) in de Zwarte Zee.

2.Deze verordening is tevens van toepassing op andere visserijactiviteiten van de Unie, waaronder de recreatievisserij, wanneer in de desbetreffende bepalingen uitdrukkelijk naar die activiteiten wordt verwezen.

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. Daarnaast gelden de volgende definities:

(i)“internationale wateren”: wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van een staat vallen;

(j)“recreatievisserij”: niet-commerciële visserijactiviteiten waarmee de mariene levende aquatische hulpbronnen worden geëxploiteerd voor vrijetijdsbesteding, toerisme of sport;

(k)“totale toegestane vangst” (TAC):

(a)in visserijen die vallen onder de in artikel 15, leden 4 tot en met 7, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 bedoelde vrijstelling van de aanlandingsverplichting: de hoeveelheid vis die jaarlijks van elk bestand mag worden aangeland;

(b)in de overige visserijen: de hoeveelheid vis die van elk bestand mag worden gevangen over een periode van een jaar;

(l)“quotum”: een aan de Unie of aan een lidstaat toegewezen aandeel in de TAC;

(m)“autonoom quotum van de Unie”: vangstbeperking die bij gebrek aan een overeengekomen TAC autonoom aan vissersvaartuigen van de Unie wordt toegewezen;

(n)“analytisch quotum”: een autonoom quotum van de Unie waarvoor een analytische evaluatie beschikbaar is;

(o)“analytische evaluatie”: een kwantitatieve evaluatie van trends voor een bepaald bestand op basis van gegevens over de biologie en de exploitatie van dat bestand die blijkens wetenschappelijke toetsing van toereikende kwaliteit zijn om de basis te vormen voor wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten;

(p)“visaantrekkende voorziening” (FAD): op zee drijvende verankerde uitrusting waarmee wordt beoogd vis aan te trekken.

Artikel 3
Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities van visserijgebieden:

(a)“geografische deelgebieden van de GFCM”: de gebieden als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124 van het Europees Parlement en de Raad 12 ;

(b)“Middellandse Zee”: de wateren in de geografische deelgebieden 1 tot en met 27 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(c)“westelijk deel van de Middellandse Zee”: de wateren in de geografische deelgebieden 1, 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(d)“Adriatische Zee”: de wateren in de geografische deelgebieden 17 en 18 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(e)“Kanaal van Sicilië”: de wateren in de geografische deelgebieden 12, 13, 14, 15 en 16 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(f)“Ionische Zee”: de wateren in de geografische deelgebieden 19, 20 en 21 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(g)“Levantijnse zee”: de wateren in de geografische deelgebieden 24, 25, 26 en 27 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(h)“Zee van Alborán”: de wateren in de geografische deelgebieden 1, 2 en 3 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124;

(i)“Zwarte Zee”: de wateren in geografisch deelgebied 29 van de GFCM als omschreven in bijlage I bij Verordening (EU) 2023/2124.

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE

HOOFDSTUK I

Middellandse Zee

Artikel 4
Europese aal

[placeholder]

Artikel 5
Roodkoraal

[Placeholder]

Artikel 6
Goudmakreel

1. Dit artikel is van toepassing op alle commerciële pelagische visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie waarbij FAD’s worden ingezet voor de vangst van goudmakreel (Coryphaena hippurus) in de Middellandse Zee. Het is ook van toepassing op de recreatievisserij op goudmakreel in de Middellandse Zee.

2. De maximale vlootcapaciteit van vissersvaartuigen van de Unie die op goudmakreel mogen vissen, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en brutotonnage (BT), wordt beperkt overeenkomstig bijlage II, punt a).

3. Het maximumaantal FAD’s per vissersvaartuig dat op goudmakreel mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage II, punt b).

4. Het maximumvangstniveau voor goudmakreel mag de in bijlage II, punt c), vermelde niveaus niet overschrijden.

5. Voor de recreatievisserij wordt het maximale aantal vangsten beperkt tot 10 kg of vijf vissen, ongeacht de grootte, per persoon per dag.

HOOFDSTUK II

Westelijk deel van de Middellandse Zee

Artikel 7
Demersale bestanden

1. Dit artikel is van toepassing op alle visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EU) 2019/1022 genoemde demersale bestanden worden bevist in het westelijk deel van de Middellandse Zee.

2. De maximale toegestane visserijinspanning voor trawlers en beugvisserijvaartuigen wordt beperkt overeenkomstig bijlage III, punt 1. De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) 2019/1022 en de artikelen 26 tot en met 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

3. De maximumvangstbeperkingen voor diepzeegarnalen in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion worden beperkt overeenkomstig bijlage III, punt 2, a).

4. De maximumvangstbeperkingen voor diepzeegarnalen in Corsica, de Ligurische Zee, de Tyrreense Zee en Sardinië worden beperkt overeenkomstig bijlage III, punt 2, b).

5. De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage III aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

(a)uitwisselingen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

(b)kortingen en nieuwe toewijzingen uit hoofde van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

(c)aanlandingen van extra hoeveelheden uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 of artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

(d)hoeveelheden die worden ingehouden overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 of worden overgedragen op grond van artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

(e)verlagingen uit hoofde van de artikelen 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 8
Compensatiemechanisme

[Placeholder]

Artikel 9
Registratie en toezending van gegevens

1. De lidstaten registreren de visserijinspanningsgegevens, die zij aan de Commissie moeten toezenden in overeenstemming met de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en de artikelen 146 quater, 146 quinquies en 146 sexies van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie 13 .

2. Lidstaten die op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 visserijinspanningsgegevens aan de Commissie toezenden, gebruiken daarvoor de codes van de visserijinspanningsgroepen van bijlage III.

HOOFDSTUK III

Adriatische Zee

Artikel 10
Kleine pelagische bestanden

1. Dit artikel is van toepassing op alle visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij sardine (Sardina pilchardus) en ansjovis (Engraulis encrasicolus) worden gevangen in de Adriatische Zee.

2. Het maximumvangstniveau voor sardine en ansjovis mag de in bijlage IV, punt 1, a), vermelde niveaus niet overschrijden.

3. De maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in kW, BT en aantal, van de vissersvaartuigen van de Unie die op kleine pelagische bestanden mogen vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 1, b).

4. De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de jaarflexibiliteit waarin artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voorziet.

Artikel 11
Demersale bestanden

1. Dit artikel is van toepassing op alle visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij heek (Merluccius merluccius), langoustine (Nephrops norvegicus), tong (Solea solea), roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris) en zeebarbeel (Mullus barbatus) worden gevangen in de Adriatische Zee.

2. De maximale toegestane visserijinspanning voor die demersale bestanden en de maximale vlootcapaciteit binnen de werkingssfeer van dit artikel worden beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 2, a) en b).

3. De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 12
Toezending van gegevens

Lidstaten die op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens over aanlandingen en de visserijinspanning aan de Commissie toezenden, gebruiken daarvoor de bestandscodes en de codes van de visserijinspanningsgroepen van bijlage IV.

HOOFDSTUK IV

Kanaal van Sicilië

Artikel 13
Heek en roze diepzeegarnaal

1. Dit artikel is van toepassing op alle activiteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij heek (Merluccius merluccius) en roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris) worden gevangen in het Kanaal van Sicilië.

2. De maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, van bodemtrawlers die binnen de werkingssfeer van dit artikel op demersale bestanden mogen vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage V, punt 1, a).

3. De maximale toegestane visserijinspanning voor heek (in aantal visdagen) voor vaartuigen die met bodemottertrawls (OTB) op heek vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage V, punt 1, b).

4. Het maximumvangstniveau voor roze diepzeegarnaal mag de in bijlage V, punt 1, c), vermelde niveaus niet overschrijden.

5. De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 14
Diepzeegarnalen

1. Dit artikel is van toepassing op alle visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) en blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) worden gevangen in het Kanaal van Sicilië.

2. De maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, van bodemtrawlers die binnen de werkingssfeer van dit artikel op de demersale bestanden mogen vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage V, punt 2, a).

3. Het maximumvangstniveau voor diepzeegarnalen mag de in bijlage V, punt 2, b) en c), vermelde niveaus niet overschrijden.

Artikel 15
Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 aan de Commissie gegevens toezenden over aangelande hoeveelheden van gevangen bestanden, gebruiken zij daarvoor de bestandscodes van bijlage V.

HOOFDSTUK V

Ionische Zee en Levantijnse Zee

Artikel 16
Diepzeegarnalen

1. Dit artikel is van toepassing op alle visserijactiviteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) en blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) worden gevangen in de Ionische Zee en de Levantijnse Zee.

2. De maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, van bodemtrawlers die op het in dit artikel bedoelde diepzeegarnaalbestand mogen vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VI, punt 1, a), en punt 2, a).

3. Het maximumvangstniveau voor in dit artikel bedoelde diepzeegarnalen mag de in bijlage VI, punt 1, b) en c), en punt 2, b) en c), vermelde niveaus niet overschrijden.

HOOFDSTUK VI

Zee van Alborán

Artikel 17
Zeebrasem

1. Dit artikel is van toepassing op alle activiteiten van de commerciële visserij en de recreatievisserij waarbij vissersvaartuigen van de Unie in de Zee van Alborán zeebrasem (Pagellus bogaraveo) vangen met beuglijnen en handlijnen.

2. Het maximumvangstniveau mag de in bijlage VII, punt a), vermelde niveaus niet overschrijden.

3. Het maximumaantal beuglijnen en handlijnen waarmee op zeebrasem mag worden gevist, wordt beperkt overeenkomstig bijlage VII, punt b).

4. Voor activiteiten van de recreatievisserij blijft het maximale aantal vangsten beperkt tot één vis per visser per dag. De minimuminstandhoudingsreferentiegrootte van 40 cm voor zeebrasem is van toepassing op de recreatievisserij in de Zee van Alborán. De recreatievisserij op deze soort is verboden tijdens de op nationaal niveau vastgestelde sluitingsperiode van de commerciële visserij.

HOOFDSTUK VII

Zwarte Zee

Artikel 18
Sprot

1. Dit artikel is van toepassing op alle activiteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij sprot (Sprattus sprattus) wordt gevangen in de Zwarte Zee.

2. Het autonoom quotum van de Unie voor sprot mag de in bijlage VIII vermelde niveaus niet overschrijden.

3. De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de jaarflexibiliteit waarin artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voorziet.

Artikel 19
Tarbot

1. Dit artikel is van toepassing op alle activiteiten van vissersvaartuigen van de Unie en andere visserijactiviteiten van de Unie waarbij tarbot (Scophthalmus maximus) wordt gevangen in de Zwarte Zee.

2. De TAC voor tarbot die in de wateren van de Unie in de Zwarte Zee van toepassing is, de verdeling van deze TAC over de lidstaten en, in voorkomend geval, de functioneel daarmee verbonden voorwaarden zijn vermeld in bijlage VIII.

3. De artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 zijn niet van toepassing wanneer een lidstaat gebruikmaakt van de jaarflexibiliteit waarin artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 voorziet.

Artikel 20
Beheer van de visserijinspanning voor tarbot

Het aantal visdagen voor vissersvaartuigen van de Unie die binnen de werkingssfeer van artikel 19 op tarbot mogen vissen, bedraagt, ongeacht de lengte over alles van de vaartuigen, niet meer dan 180 per jaar.

Artikel 21
Sluitingsperiode voor tarbot

Het is voor vissersvaartuigen van de Unie verboden om van 15 april tot en met 15 juni in de wateren van de Unie in de Zwarte Zee visserijactiviteiten te verrichten, met inbegrip van het overladen, aan boord houden, aanlanden en voor eerste verkoop aanbieden van tarbot.

Artikel 22
Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden in de Zwarte Zee

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage VIII aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

(a)uitwisselingen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013;

(b)kortingen en nieuwe toewijzingen uit hoofde van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

(c)verlagingen uit hoofde van de artikelen 105 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 23
Toezending van gegevens

Wanneer de lidstaten op grond van de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 aan de Commissie gegevens toezenden over aangelande hoeveelheden sprot en tarbot die gevangen zijn in wateren van de Unie in de Zwarte Zee, gebruiken zij daarvoor de bestandscodes van bijlage VIII bij de onderhavige verordening.

TITEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 24
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

       Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1380/oj.
(2)    Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 1), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1022/oj.
(3)    Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/1224/oj.
(4)    Verordening (EU) 2022/110 van de Raad van 27 januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L 21 van 31.1.2022, blz. 165), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/110/oj.
(5)    Verordening (EU) 2023/195 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/110 wat betreft de vangstmogelijkheden voor 2022 in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 220), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/195/oj.
(6)    Verordening (EU) 2024/259 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2024/259, 11.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/259/oj ).
(7)    Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/847/oj.
(8)    Verordening (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de visserijen die demersale bestanden exploiteren in het westelijke deel van de Middellandse Zee en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 1), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1022/oj.
(9)    Verordening (EU) 2024/259 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee (PB L, 2024/259, 11.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/259/oj ).
(10)    Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
(11)    Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3).
(12)    Verordening (EU) 2023/2124 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het overeenkomstgebied van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (General Fisheries Commission for the Mediterranean, GFCM) (herschikking) (PB L, 2023/2124, 12.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2124/oj ).
(13)    Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011 van de Commissie van 8 april 2011 houdende bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (PB L 112 van 30.4.2011, blz. 1), ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2011/404/oj .
Top

Brussel, 16.9.2024

COM(2024) 408 final

BIJLAGEN

bij Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2025, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee


BIJLAGE I

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN HET KADER VAN HET MEERJARIG GFCM-BEHEERSPLAN VOOR ROODKORAAL IN DE MIDDELLANDSE ZEE

De tabellen van deze bijlage vermelden het maximale toegestane aantal vismachtigingen en het maximumniveau van de geoogste hoeveelheden roodkoraal in de Middellandse Zee.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen van de visbestanden:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Corallium rubrum

COL

Roodkoraal

Tabel 1

Maximumaantal vismachtigingen (1)

Lidstaten

Roodkoraal

COL

Griekenland

p.m.

Spanje

p.m.

Frankrijk

p.m.

Kroatië

p.m.

Italië

p.m.

Tabel 2

Maximumniveau van de geoogste hoeveelheden in kg levend gewicht

Soort:

Roodkoraal

Gebied:

Wateren van de Unie in de Middellandse Zee — GDG’s 1 tot en met 27

Corallium rubrum

COL/GF1-27

Griekenland

p.m.

Spanje

p.m.

Frankrijk

p.m.

Kroatië

p.m.

Italië

p.m.

Unie

p.m.

TAC

Niet van toepassing

(*1)  Aantal vaartuigen en/of duikers, of paren van één duiker en één vaartuig, dat roodkoraal mag oogsten.

BIJLAGE II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN GOUDMAKREEL IN DE MIDDELLANDSE ZEE

De tabellen van deze bijlage vermelden het maximumaantal, -kW en -BT van vissersvaartuigen van de Unie dat met visaantrekkende voorzieningen (FAD’s) op goudmakreel mag vissen in de Middellandse Zee en het maximumvangstniveau.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen van de visbestanden:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Coryphaena hippurus

DOL

Goudmakreel

a) Maximale vlootcapaciteit van de vaartuigen die met FAD’s op goudmakreel vissen in de Middellandse Zee (GDG’s 1-27)

Lidstaat

Aantal vaartuigen

kW

BT

Italië

261

21061

1 986

Malta

130

16 662

1 296,28

Spanje

45

2 105,73

153,34

b) Maximumaantal FAD’s per vaartuig dat op goudmakreel mag vissen in de Middellandse Zee (GDG’s 1-27)

Lidstaat

Aantal FAD’s per vaartuig

Italië

100

Malta

200

Spanje

50

c) Maximumniveau, in ton levend gewicht, van de vangsten in de Middellandse Zee (GDG’s 1-27)  

Soort:

Goudmakreel

Coryphaena hippurus

Gebied:

Wateren van de Unie en internationale wateren van de GDG’s 1-27 van de GFCM (DOL/MED)

Italië

1 174

 

Maximumvangstniveau

Malta

517

 

Spanje

127

 

Unie

1 818

TAC

Niet van toepassing

 

BIJLAGE III

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN DEMERSALE BESTANDEN IN HET WESTELIJK DEEL VAN DE MIDDELLANDSE ZEE

De tabellen van deze bijlage vermelden de maximale toegestane visserijinspanning (in visdagen) per bestandsgroep, zoals omschreven in artikel 2, punt 13, van Verordening (EU) 2019/1022, de maximumvangstbeperkingen en de lengte over alles van de vaartuigen voor alle soorten trawls 11 en de beugvisserijvaartuigen waarmee wordt gevist op demersale bestanden in het westelijk deel van de Middellandse Zee.

Alle in deze bijlage vermelde vangstmogelijkheden vallen onder artikel 7 van Verordening (EU) 2019/1022 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen van de visbestanden:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Aristaeomorpha foliacea

ARS

Rode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

ARA

Blauwrode diepzeegarnaal

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Mullus barbatus

MUT

Zeebarbeel

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Parapenaeus longirostris

DPS

Roze diepzeegarnaal

1.    Maximale toegestane visserijinspanning (in visdagen)

a)

Aantal visdagen voor trawlers in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion (GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7)

Bestandsgroep

Lengte over alles van de vaartuigen

Spanje

Frankrijk

Italië

Code visserijinspanningsgroep

Code voor de extra toewijzing

Zeebarbeel in de GDG’s 1, 5, 6 en 7, heek in de GDG’s 1, 5, 6 en 7, roze diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 5 en 6, langoustine in de GDG’s 5 en 6

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_TR1

EFF1/MED1_TR1_AA

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_TR2

EFF1/MED1_TR2_AA

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_TR3

EFF1/MED1_TR3_AA

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_TR4

EFF1/MED1_TR4_AA

Blauwrode diepzeegarnaal in de GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED1_TR1

EFF2/MED1_TR1_AA

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED1_TR2

EFF2/MED1_TR2_AA

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED1_TR3

EFF2/MED1_TR3_AA

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED1_TR4

EFF2/MED1_TR4_AA

b)

Aantal visdagen voor trawlers in Corsica, de Ligurische Zee, de Tyrreense Zee en Sardinië (GDG’s 8, 9, 10 en 11)

Bestandsgroep

Lengte over alles van de vaartuigen

Spanje

Frankrijk

Italië

Code visserijinspanningsgroep

Code voor de extra toewijzing

Zeebarbeel in de GDG’s 8, 9, 10 en 11, heek in de GDG’s 8, 9, 10 en 11, roze diepzeegarnaal in de GDG’s 9, 10 en 11, langoustine in de GDG’s 9 en 10

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_TR1

EFF1/MED2_TR1_AA

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_TR2

EFF1/MED2_TR2_AA

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_TR3

EFF1/MED2_TR3_AA

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_TR4

EFF1/MED2_TR4_AA

Rode diepzeegarnaal in de GDG’s 8, 9, 10 en 11

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED2_TR1

EFF2/MED2_TR1_AA

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED2_TR2

EFF2/MED2_TR2_AA

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED2_TR3

EFF2/MED2_TR3_AA

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF2/MED2_TR4

EFF2/MED2_TR4_AA

c)

Aantal visdagen voor vaartuigen voor de beugvisserij op demersale bestanden in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion (GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7)

Bestandsgroep

Lengte over alles van de vaartuigen

Spanje

Frankrijk

Italië

Code visserijinspanningsgroep

Heek in de GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_LL1

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_LL2

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_LL3

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED1_LL4

d) Aantal visdagen voor vaartuigen voor de beugvisserij op demersale bestanden in Corsica, de Ligurische Zee, de Tyrreense Zee en Sardinië (GDG’s 8, 9, 10 en 11)

Bestandsgroep

Lengte over alles van de vaartuigen

Spanje

Frankrijk

Italië

Code visserijinspanningsgroep

Heek in de GDG’s 8, 9, 10 en 11

< 12 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_LL1

≥ 12 m en < 18 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_LL2

≥ 18 m en < 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_LL3

≥ 24 m

p.m.

p.m.

p.m.

EFF1/MED2_LL4

2.    Maximumvangstbeperkingen voor diepzeegarnalen

a)

Vangstmogelijkheden voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in de Zee van Alborán, de Balearen, Noord-Spanje en de Golfe du Lion (GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7) uitgedrukt als maximumvangstniveau in ton levend gewicht

Soort:

Blauwrode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

Gebied:

GDG’s 1, 2, 5, 6 en 7

(ARA/GF1-7)

Spanje

p.m.

 

 

Frankrijk

p.m.

 

 

Italië

p.m.

 

 

Unie

p.m.

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

Maximumvangstniveau

b)

Vangstmogelijkheden voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) en rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) in Corsica, de Ligurische Zee, de Tyrreense Zee en Sardinië (GDG’s 8, 9, 10 en 11) uitgedrukt als maximumvangstniveau in ton levend gewicht

Soort:

Blauwrode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

Gebied:

GDG’s 8, 9, 10 en 11

(ARA/GF8-11)

Spanje

p.m.

 

 

Frankrijk

p.m.

 

 

Italië

p.m.

 

 

Unie

p.m.

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

Maximumvangstniveau

Soort:

Rode diepzeegarnaal

Aristaeomorpha foliacea

Gebied:

GDG’s 8, 9, 10 en 11

(ARS/GF8-11)

Spanje

p.m.

 

 

Frankrijk

p.m.

 

 

Italië

p.m.

 

 

Unie

p.m.

 

 

TAC

Niet van toepassing

 

Maximumvangstniveau

BIJLAGE IV

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN DE ADRIATISCHE ZEE

De tabellen van deze bijlage bevatten de vangstmogelijkheden per bestands- of vaartuiginspanningsgroep en, in voorkomend geval, de functioneel daarmee verbonden voorwaarden, met onder meer het maximumaantal vissersvaartuigen van de Unie dat op kleine pelagische soorten mag vissen.

Alle vangstmogelijkheden van deze bijlage vallen onder de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Engraulis encrasicolus

ANE

Ansjovis

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Mullus barbatus

MUT

Zeebarbeel

Nephrops norvegicus

NEP

Langoustine

Parapenaeus longirostris

DPS

Roze diepzeegarnaal

Sardina pilchardus

PIL

Sardine

Solea solea

SOL

Tong

1. Kleine pelagische bestanden — GDG’s 17 en 18

a) Maximumvangstniveau (in ton levend gewicht)

Soort

Kleine pelagische soorten (ansjovis en sardine)

Gebied

Wateren van de Unie en internationale wateren van de GDG’s 17 en 18 van de GFCM

Engraulis encrasicolus 

(ANE/GF1718)

Sardina pilchardus

(PIL/GF1718)

Italië

p.m.

p.m.

(*)

Kroatië

p.m.

p.m.

TAC

Niet van toepassing

(*) Voor Slovenië berusten de hoeveelheden op de vangstniveaus van 2014, tot een totale hoeveelheid van maximaal 300 ton.

b) Maximale vlootcapaciteit voor trawlers en ringzegenvaartuigen die actief op kleine pelagische soorten vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Kroatië

PS

249

77 145,52

18 537,72

Italië

PTM, OTM en PS

187

64 655

14 065

Slovenië (*)

PS

4

433,7

38,5

(*) Punt 28 van GFCM/44/2021/20 is niet van toepassing op nationale vloten van minder dan tien ringzegenvaartuigen of pelagische trawlers die actief op kleine pelagische bestanden vissen, zoals in 2014 geregistreerd in zowel het nationale register als het GFCM-register. In dat geval mag de capaciteit van de actieve vloot, wat betreft het aantal vaartuigen en uitgedrukt in brutoton (BT), brutoregisterton (BRT) en kW, met ten hoogste 50 % toenemen.

2. Demersale bestanden — GDG’s 17 en 18

a) Maximale toegestane visserijinspanning (in visdagen) per soort trawl en vlootsegment voor de visserij op demersale bestanden in de GDG’s 17 en 18 (Adriatische Zee)

 

 

 

 

 

Visdagen 2025

Type vistuig

Geografisch gebied

Betrokken bestanden

Lengte over alles van de vaartuigen

Code inspanningsgroep

ITALIË

KROATIË

SLOVENIË (*)

Trawls (OTB)

GFCM-deelgebieden 17 en 18

Zeebarbeel, heek, roze diepzeegarnaal, en langoustine

< 12 m

EFF/MED3_OTB_TR1

p.m.

p.m.

 

≥ 12 m en < 24 m

EFF/MED3_OTB_TR2

p.m.

p.m.

 

≥ 24 m

EFF/MED3_OTB_TR3

p.m.

p.m.

 

Boomkorren (TBB)

GFCM-deelgebied 17

Tong

< 12 m

EFF/MED3_TBB_TR1

p.m.

p.m.

 

≥ 12 m en < 24 m

EFF/MED3_TBB_TR2

p.m.

p.m.

 

≥ 24 m

EFF/MED3_TBB_TR3

p.m.

p.m.

 

(*) Overeenkomstig punt 13 van GFCM/43/2019/5 mag Slovenië de inspanningsbeperking van 3 000 visdagen per jaar niet overschrijden.

b) Maximale vlootcapaciteit voor bodemtrawlers en boomkorvaartuigen die op demersale bestanden mogen vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Kroatië

OTB

495

79 867,99

13 267,99

Italië

OTB en TBB

1 363

260 618,37

47 148

Slovenië (*)

OTB

11

1 813,00

168,67

(*) Punt 9, c), en punt 28 van GFCM/43/2019/5 zijn niet van toepassing op nationale vloten die met trawls (OTB) en gedurende minder dan 1 000 dagen vissen tijdens de in punt 9, c), genoemde referentieperiode. De vangstcapaciteit van de actieve vloot die met trawls (OTB) vist, mag ten opzichte van de referentieperiode met ten hoogste 50 % toenemen. 

BIJLAGE V

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN HET KANAAL VAN SICILIË

De tabellen van deze bijlage bevatten de vangstmogelijkheden per bestands- of vaartuiginspanningsgroep en, in voorkomend geval, de functioneel daarmee verbonden voorwaarden, met onder meer het maximumaantal vissersvaartuigen van de Unie dat op demersale soorten en diepzeegarnalen mag vissen.

Alle vangstmogelijkheden van deze bijlage vallen onder de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Merluccius merluccius

HKE

Heek

Parapenaeus longirostris

DPS

Roze diepzeegarnaal

Aristaeomorpha foliacea

ARS

Rode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

ARA

Blauwrode diepzeegarnaal

1. Demersale bestanden

a) Maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, voor bodemtrawlers die in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16) op demersale bestanden mogen vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Cyprus

OTB

1

265

105

Spanje

OTB

1

100

118

Italië

OTB

594

144 175

36 856

Malta

OTB

15

5 562

2 007

b) Maximaal visserijinspanningsniveau (in aantal visdagen) voor vaartuigen die met bodemottertrawls (OTB) in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16) op heek (Merluccius merluccius) vissen

Lidstaat

Vistuig

Lengte vaartuig

Code inspanningsgroep

Visdagen 2025

CYP

OTB

T-12

EFF4/MED4_OTB4

51

ITA

OTB

T-07

EFF4/MED4_OTB1

90

ITA

OTB

T-10

EFF4/MED4_OTB2

188

ITA

OTB

T-11

EFF4/MED4_OTB3

19 366

ITA

OTB

T-12

EFF4/MED4_OTB4

3 657

MLT

OTB

T-11

EFF4/MED4_OTB3

338

MLT

OTB

T-12

EFF4/MED4_OTB4

165

c) Maximumvangstniveau voor roze diepzeegarnaal (Parapenaeus longirostris) in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Roze diepzeegarnaal

Parapenaeus longirostris

Gebied: GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16

(DPS/GF12-16)

Cyprus

1

Analytische vangstbeperking

Italië

2020

Malta

5

Unie

2026

TAC

Niet van toepassing

2. Diepzeegarnalen

a) Maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, voor bodemtrawlers die in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16) op diepzeegarnalen mogen vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Cyprus

OTB

1

265

105

Spanje

OTB

2

440,56

218,78

Italië

OTB

239

76 232

22 672

Malta

OTB

15

5 562

2 007

b) Maximumvangstniveau voor rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Rode diepzeegarnaal

Aristaeomorpha foliacea

Gebied: GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16

(ARS/GF12-16)

Spanje

0,9

Analytische vangstbeperking

Italië

818,4

Cyprus

0

Malta

34,7

Unie

854

TAC

Niet van toepassing

c) Maximumvangstniveau voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in het Kanaal van Sicilië (GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Blauwrode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

Gebied: GDG’s 12, 13, 14, 15 en 16

(ARA/GF12-16)

Spanje

0,9

Voorzorgsvangstbeperking

Italië

94,8

Cyprus

0

Malta

1,8

Unie

98

TAC

Niet van toepassing



BIJLAGE VI

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN DE IONISCHE ZEE EN DE LEVANTIJNSE ZEE

De tabellen van deze bijlage vermelden het maximumaantal vissersvaartuigen van de Unie dat op demersale bestanden mag vissen in de Ionische Zee en de Levantijnse Zee. Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen van de visbestanden:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Aristaeomorpha foliacea

ARS

Rode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

ARA

Blauwrode diepzeegarnaal

1. Ionische Zee

a) Maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, voor bodemtrawlervaartuigen die in de Ionische Zee (GDG’s 19, 20 en 21) op diepzeegarnalen mogen vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Griekenland

OTB

240

69 281

23 101

Italië

OTB

291

72 383

16 853

Malta

OTB

15

5 562

2 007

b) Maximumvangstniveau voor rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) in de Ionische Zee (GDG’s 19, 20 en 21), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Rode diepzeegarnaal

Aristaeomorpha foliacea

Gebied: GDG’s 19, 20 en 21 (ARS/GF19-21)

Griekenland

32,3

Analytische vangstbeperking

Italië

294,4

Malta

43,3

Unie

370

TAC

Niet van toepassing

c) Maximumvangstniveau voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in de Ionische Zee (GDG’s 19, 20 en 21), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Blauwrode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

Gebied: GDG’s 19, 20 en 21 (ARA/GF19-21)

Griekenland

14,3

Analytische vangstbeperking

Italië

235,7

Malta

0

Unie

250

TAC

Niet van toepassing

2. Levantijnse Zee

a) Maximale vlootcapaciteit, uitgedrukt in aantal vaartuigen, kW en BT, voor bodemtrawlers die in de Levantijnse Zee (GDG’s 24, 25, 26 en 27) op diepzeegarnalen mogen vissen

Lidstaat

Vistuig

Aantal vaartuigen

kW

BT

Cyprus

OTB

6

2 048

618

Italië

OTB

34

15 345

5 542

b) Maximumvangstniveau voor rode diepzeegarnaal (Aristaeomorpha foliacea) in de Levantijnse Zee (GDG’s 24, 25, 26 en 27), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Rode diepzeegarnaal

Aristaeomorpha foliacea

Gebied: GDG’s 24, 25, 26 en 27 (ARS/GF24-27)

Italië

45,1

Voorzorgsvangstbeperking

Cyprus

10,9

Unie

56

TAC

Niet van toepassing

c) Maximumvangstniveau voor blauwrode diepzeegarnaal (Aristeus antennatus) in de Levantijnse Zee (GDG’s 24, 25, 26 en 27), uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Blauwrode diepzeegarnaal

Aristeus antennatus

Gebied: GDG’s 24, 25, 26 en 27 (ARA/GF24-27)

Italië

9,4

Voorzorgsvangstbeperking

Cyprus

5,6

Unie

15

TAC

Niet van toepassing



BIJLAGE VII

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN DE ZEE VAN ALBORÁN

a) Maximumvangstniveau bij vangsten met beuglijnen en handlijnen, uitgedrukt in ton levend gewicht

Soort:

Zeebrasem

Pagellus bogaraveo

Gebied: Wateren van de Unie in de Zee van Alborán — GDG’s 1, 2 en 3 (SBR/GF1-3)

Spanje

p.m. 

Maximumvangstniveau

Unie

p.m. 

TAC

Niet van toepassing

b) Maximumaantal beuglijnen en handlijnen waarmee mag worden gevist in de Zee van Alborán (GDG’s 1, 2 en 3)

Lidstaat

Zeebrasem in de GDG’s 1, 2 en 3

Spanje

82

BIJLAGE VIII

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DE UNIE IN DE ZWARTE ZEE

De tabellen van deze bijlage vermelden de TAC’s en quota in ton levend gewicht per bestand en, in voorkomend geval, de functioneel daarmee verbonden voorwaarden.

Alle vangstmogelijkheden van deze bijlage vallen onder de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Verwijzingen naar de visserijgebieden moeten worden gelezen als verwijzingen naar de GDG’s van de GFCM.

Voor de toepassing van deze bijlage geldt de volgende vergelijkende tabel van Latijnse en gewone namen:

Wetenschappelijke naam

Drielettercode

Gewone naam

Sprattus sprattus

SPR

Sprot

Scophthalmus maximus

TUR

Tarbot

Soort

Sprot

Sprattus sprattus

Gebied:

Wateren van de Unie in de Zwarte Zee — GDG 29

(SPR/F3742C)

Bulgarije

8 032,50

 

Analytische TAC

Artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Roemenië

3 442,50

 

Unie

11 475

 

TAC

Niet van toepassing

Soort

Tarbot

Scophthalmus maximus

Gebied:

Wateren van de Unie in de Zwarte Zee — GDG 29

(TUR/F3742C)

Bulgarije

p.m.

 

Analytische TAC

Artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Roemenië

p.m.

 

Unie

p.m.

(*1)

TAC

p.m.

 

(1)  Van 15 april tot en met 15 juni 2025 zijn visserijactiviteiten, met inbegrip van het overladen, aan boord houden, aanlanden en voor eerste verkoop aanbieden van vis, verboden.

(1) 1    TBB, OTB, PTB, TBN, TBS, TB, OTM, PTM, TMS, TM, OTT, OT, PT, TX, OTP en TSP.
Top