Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52024AP0187

P9_TA(2024)0187 — Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 — Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

PB C, C/2025/1295, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1295/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1295/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/1295

13.3.2025

P9_TA(2024)0187

Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD))  (1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(C/2025/1295)

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)

Om te zorgen voor een soepele en effectieve werking van de samenwerkings- en geschillenbeslechtingsmechanismen waarin is voorzien in de artikelen 60 en 65 van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk regels vast te leggen met betrekking tot de afhandeling van de procedures door de toezichthoudende autoriteiten in grensoverschrijdende zaken en door het Comité tijdens de geschillenbeslechting, met inbegrip van de afhandeling van grensoverschrijdende klachten. Om die reden is het ook noodzakelijk regels vast te leggen over uitoefening van het recht om te worden gehoord door de onderzochte partijen voorafgaand aan de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten en, indien van toepassing, het Comité.

(2)

Om te zorgen voor een soepele en effectieve werking van de samenwerkings- en geschillenbeslechtingsmechanismen waarin is voorzien in de artikelen 60 en 65 van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk regels vast te leggen met betrekking tot de afhandeling van de procedures door de toezichthoudende autoriteiten in grensoverschrijdende zaken en door het Comité tijdens de geschillenbeslechting, met inbegrip van de afhandeling van grensoverschrijdende klachten. Om die reden is het ook noodzakelijk regels vast te leggen over uitoefening van het recht om te worden gehoord door de partijen voorafgaand aan de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten en, indien van toepassing, het Comité. Deze verordening strekt tot bescherming van het recht op behoorlijk bestuur, zoals vastgelegd in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”). Om dit doel te bereiken, moeten alle gegevensbeschermingsautoriteiten bij de toepassing van de bepalingen van deze verordening op onpartijdige en onafhankelijke wijze en in overeenstemming met de rechtsstaat handelen, zoals vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)

Deze verordening en hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 regelen alleen bepaalde elementen van de samenwerkingsprocedure, wanneer toezichthoudende autoriteiten van meer dan één lidstaat aan de procedure deelnemen. Deze verordening is niet van toepassing wanneer een partij rechtstreeks een klacht indient bij een leidende toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat.

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 ter)

Het procesrecht van elke lidstaat moet op de toezichthoudende autoriteiten van toepassing zijn voor zover deze verordening niet in de harmonisatie van een zaak voorziet. Sommige procedurele elementen, zoals de horizontale bewijslast van de verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, zijn reeds geregeld bij het Unierecht. In overeenstemming met de voorrang van het recht van de Unie mogen de toezichthoudende autoriteiten het nationaal procesrecht niet toepassen wanneer dat in strijd is met deze verordening en Verordening (EU) 2016/679. De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten mag niet worden beperkt vanwege verschillen in nationaal procesrecht. De toezichthoudende autoriteiten moeten gebruikmaken van alle opties waar het toepasselijk nationaal recht in voorziet teneinde het partijen in een andere lidstaat mogelijk te maken aan de procedures deel te nemen. Dit kan onder meer de vorm aannemen van deelname op afstand via een videoverbinding en het gebruik van tolken of algemeen beschikbare communicatiemiddelen.

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)

Klachten zijn een essentiële bron van informatie om inbreuken op de gegevensbeschermingsregels op het spoor te komen. Het vaststellen van een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken is noodzakelijk, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan waar de klacht is ingediend.

(3)

Klachten zijn een essentiële bron van informatie om inbreuken op de gegevensbeschermingsregels op het spoor te komen. Het vaststellen van een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken is noodzakelijk, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan waar de klacht is ingediend. In dit verband wordt aanbevolen een efficiënt mechanisme voor communicatie tussen de toezichthoudende autoriteiten op te zetten, teneinde de informatie die nodig is om klachten af te handelen snel en veilig te kunnen uitwisselen met inachtneming van de gegevensbeschermingsregels.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)

Een klacht moet bepaalde informatie bevatten om ontvankelijk te kunnen zijn. Om klagers te helpen met opgave van de noodzakelijke feiten aan de toezichthoudende autoriteiten is daarom een klachtenformulier noodzakelijk. De op het formulier opgegeven informatie mag alleen verplicht zijn in geval van grensoverschrijdende verwerking in de zin van Verordening (EU) 2016/679, hoewel de toezichthoudende autoriteiten het formulier ook kunnen gebruiken voor zaken die geen betrekking hebben op grensoverschrijdende verwerking. Het formulier kan elektronisch of per post worden ingediend. Verstrekking van de in dat formulier vermelde informatie dient bij een klacht die betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking een voorwaarde te zijn om in aanmerking te komen als klacht zoals bedoeld in artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679. Er mag geen aanvullende informatie vereist zijn om een klacht ontvankelijk te achten. Het moet voor toezichthoudende autoriteiten mogelijk zijn indiening van klachten te vergemakkelijken door middel van een gebruikersvriendelijk elektronisch format, rekening houdend met de behoeften van personen met een beperking , mits de van de klager gevraagde informatie overeenstemt met de in het formulier vereiste informatie en er geen aanvullende informatie noodzakelijk is om een klacht ontvankelijk te achten .

(4)

Een klacht moet bepaalde minimuminformatie over de vermeende schending bevatten om ontvankelijk te kunnen zijn , of deze nu gaande is of al heeft plaatsgevonden . Het zich niet langer voordoen van een inbreuk mag niet voldoende reden zijn om een klacht af te wijzen. Om klagers te helpen met opgave van de noodzakelijke feiten aan de toezichthoudende autoriteiten is daarom een klachtentemplate noodzakelijk. De op het template opgegeven informatie mag alleen verplicht zijn in geval van grensoverschrijdende verwerking in de zin van Verordening (EU) 2016/679, hoewel de toezichthoudende autoriteiten het template ook kunnen gebruiken voor zaken die geen betrekking hebben op grensoverschrijdende verwerking. De informatie kan elektronisch of per post worden ingediend. Er mag geen aanvullende informatie vereist zijn om een klacht ontvankelijk te achten. Wanneer een klacht niet aan de minimumvereisten voldoet, moet de toezichthoudende autoriteit de klacht afwijzen en de klager informeren over de ontbrekende informatie. De klager kan dan opnieuw een volledige klacht indienen. Hoewel de klager niet verplicht mag zijn contact op te nemen met de onderzochte partij alvorens een klacht in te dienen, moet de klager, indien hij of zij contact heeft gehad met de onderzochte partij alvorens de klacht met betrekking tot dezelfde kwestie in te dienen, de communicatie met betrekking tot dat contact indienen. Het moet voor toezichthoudende autoriteiten mogelijk zijn indiening van klachten te vergemakkelijken door middel van een gebruikersvriendelijk elektronisch format, rekening houdend met de behoeften van personen met een beperking.

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)

De toezichthoudende autoriteiten zijn verplicht binnen een redelijke termijn te beslissen over klachten. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden van het geval en met name de omstandigheden, de verschillende procedurestappen die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ondernomen, het gedrag van de partijen tijdens de procedure en de complexiteit van de zaak.

(5)

De toezichthoudende autoriteiten zijn verplicht binnen een redelijke termijn te beslissen over klachten. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden van het geval en met name de omstandigheden, de verschillende procedurestappen die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ondernomen, het gedrag van de partijen tijdens de procedure en de complexiteit van de zaak. Artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de artikelen 41 en 47 van het Handvest vereisen een redelijke totale duur van de procedures. Aangezien dit ook rechtsmiddelen omvat op grond van artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679, zouden procedures voor toezichthoudende autoriteiten doorgaans niet langer dan negen maanden mogen duren, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen. Deze verordening voorziet in verlengingen in geval van vertragingen of verstoringen waarop de leidende toezichthoudende autoriteit geen invloed heeft. Daartoe moet worden gezorgd voor voldoende financiering en personeel om een tijdige en efficiënte behandeling van zaken te waarborgen zonder afbreuk te doen aan het recht op behoorlijk bestuur.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 bis)

De rechtstreekse interactie tussen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de partijen wordt beheerst door het nationale procesrecht, voor zover Verordening (EU) 2016/679, deze verordening of het recht van de Unie geen voorrang hebben. In het geval van indirecte interactie van een leidende toezichthoudende autoriteit met een partij via een andere toezichthoudende autoriteit, moet het procesrecht van laatstgenoemde autoriteit van toepassing zijn op elke directe interactie met de partij. Overeenkomstig artikel 56, lid 6, van Verordening (EU) 2016/679 heeft een klager het recht om uitsluitend te communiceren met de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend. Dit belet de klager niet om rechtstreeks te communiceren met een andere toezichthoudende autoriteit, met inbegrip van de leidende toezichthoudende autoriteit, wat efficiënter kan zijn.

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 ter)

Om ervoor te zorgen dat in alle grensoverschrijdende zaken, ook in lidstaten waar geen gecodificeerd nationaal procesrecht bestaat, wordt voldaan aan de minimumvereisten van eerlijke en efficiënte procedures, stelt de verordening rechtstreeks toepasselijke regels vast op basis van artikel 41 van het Handvest.

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quater)

Het moet mogelijk zijn om, in overeenstemming met het nationale procesrecht dat van toepassing is op de toezichthoudende autoriteit waarmee de partij rechtstreeks in contact staat, strikt noodzakelijke en evenredige beperkingen toe te passen met betrekking tot de openbaarmaking of het verdere gebruik van wettelijk beschermde informatie, zoals persoonsgegevens of handelsgeheimen die beschermd zijn krachtens Richtlijn (EU) 2016/943 (1a). Dit kan de interne beraadslagingen en besluitvorming van de autoriteit omvatten. De minst ingrijpende maatregelen, zoals beperking van het gebruik van informatie of het zwart maken van informatie, moeten worden toegepast. Partijen moeten er altijd van op de hoogte worden gesteld dat hun informatie werd onthouden, en waarom.

 

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 quinquies)

De leidende toezichthoudende autoriteit beheert de zaak in overeenstemming met deze verordening, Verordening (EU) 2016/679 en haar nationale procesrecht, en werkt daarbij in een geest van wederzijds begrip en vertrouwen volledig samen met andere toezichthoudende autoriteiten. Andere toezichthoudende autoriteiten moeten alle relevante informatie en hun standpunten aan de leidende toezichthoudende autoriteit verstrekken. De leidende toezichthoudende autoriteit moet de zaak op een efficiënte en passende wijze structureren, waarbij zij ten volle rekening houdt met de standpunten van andere toezichthoudende autoriteiten. Tegelijkertijd moet de procedure in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679, met name waar het het één-loketmechanisme voor geschillenbeslechting en de bevoegdheden van de leidende toezichthoudende autoriteit betreft.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 sexies)

Toezichthoudende autoriteiten kunnen ook aanvullende procedures starten, bijvoorbeeld in het geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken. Dit mag echter niet leiden tot inmenging in de rechten van de partijen.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 septies)

Inbreuken kunnen betrekking hebben op de rechten van meerdere betrokkenen en dit betekent dat bewijsmateriaal uit procedures in andere procedures moeten worden gebruikt met het oog op een efficiënte procedure en consequente besluitvorming. Met het oog op een objectieve beoordeling van de hoogte van de immateriële schade per gemiddelde betrokkene, kunnen burgerlijke rechtbanken gebruikmaken van vaststaande feiten of bewijs voor het bepalen van een vordering uit hoofde van artikel 82 van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 5 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(5 octies)

Elke toezichthoudende autoriteit moet één of meer talen bepalen die zij aanvaardt voor inkomende informatie van andere toezichthoudende autoriteiten. Er moet een aanvullende gezamenlijke “samenwerkingstaal” worden gekozen die alle toezichthoudende autoriteiten moeten aanvaarden voor inkomende of uitgaande informatie. In geval van rechtsmiddelen is het aan de toezichthoudende autoriteit waartegen een rechtsmiddel is ingesteld om alle documenten in de relevante aanvaarde talen te vertalen.

Amendement 14

Voorstel voor een verordening

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)

Elke klacht die door een toezichthoudende autoriteit wordt afgehandeld op grond van artikel 57, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2016/679 moet met de nodige passende zorgvuldigheid worden onderzocht vanuit de gedachte dat elk gebruik van bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteit passend , noodzakelijk en evenredig moet zijn met het oog op waarborging van de naleving van Verordening (EU) 2016/679. Elke bevoegde autoriteit heeft de beoordelingsvrijheid om te beslissen in hoeverre een klacht moet worden onderzocht. Bij de beoordeling in hoeverre een onderzoek passend is, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven aan de klager een bevredigende oplossing te bieden die wellicht geen uitputtend onderzoek vereist van alle juridische en feitelijke elementen uit de klacht, maar wel effectief en snel is voor de klager. Het oordeel over de omvang van de vereiste onderzoeksmaatregelen kan worden ingegeven door de ernst van de vermeende inbreuk, de systemische of herhaaldelijke aard daarvan of het feit, indien van toepassing, dat de klager ook geprofiteerd heeft van zijn rechten op grond van artikel 79 van Verordening (EU) 2016/679.

(6)

Elke klacht die door een toezichthoudende autoriteit wordt afgehandeld op grond van artikel 57, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2016/679 moet met de nodige passende zorgvuldigheid worden onderzocht vanuit de gedachte dat elk gebruik van bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteit doeltreffend , evenredig en afschrikkend moet zijn met het oog op waarborging van de naleving van Verordening (EU) 2016/679. Bij de beoordeling in hoeverre een onderzoek passend is, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven aan de klager een bevredigende oplossing te bieden die onderzoek vereist van alle relevante juridische en feitelijke elementen uit de klacht, om ervoor te zorgen dat gezamenlijk een beslissing kan worden genomen en een effectieve en snelle oplossing voor de klager kan worden geboden . Niettegenstaande het feit dat het van belang is de klager binnen een kort tijdsbestek van een bevredigende oplossing te voorzien, moeten de toezichthoudende autoriteiten naar behoren onderzoeken of een klacht duidt op een ernstigere of meer systemische inbreuk. Het plannen van de procedure is belangrijk om een snel resultaat te garanderen. Toezichthoudende autoriteiten mogen niet verwijzen naar de rechten op grond van artikel 79 van Verordening (EU) 2016/679 als reden om het onderzoek van een klacht te beperken . Om naleving van artikel 47 van het Handvest te waarborgen, moet de behandeling van een klacht altijd leiden tot een voor beroep vatbare beslissing. Tenzij een klacht wordt ingetrokken, mogen klachten niet worden afgesloten of anderszins worden beëindigd zonder een beslissing die aan een rechterlijke toetsing kan worden onderworpen.

Amendement 15

Voorstel voor een verordening

Overweging 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(7)

De leidende toezichthoudende autoriteit dient aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend , de benodigde informatie te verstrekken over de voortgang van het onderzoek teneinde de klager op de hoogte te kunnen houden .

(7)

De leidende toezichthoudende autoriteit dient aan de toezichthoudende autoriteiten onmiddellijke toegang op afstand te verlenen tot een gezamenlijk dossier dat alle relevante documenten van de zaak bevat, met inbegrip van alle interne of vertrouwelijke informatie, alsook tot een vertaling van alle documenten in de samenwerkingstaal . Daarnaast moet de leidende toezichthoudende autoriteit de andere toezichthoudende autoriteiten actief informeren over belangrijke veranderingen die onmiddellijke actie of nadere aandacht kunnen vereisen. Ook moet een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken worden vastgesteld, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan waarbij de klacht is ingediend.

Amendement 16

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)

De bevoegde toezichthoudende autoriteit moet aan de klager toegang verlenen tot de documenten op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit tot een voorlopige conclusie is gekomen over volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht .

(8)

De bevoegde toezichthoudende autoriteit moet aan de partijen toegang op afstand verlenen tot het gezamenlijk dossier, maar kan dit recht op toegang onder bepaalde omstandigheden ook beperken . Dankzij een dergelijke toegang moet het mogelijk zijn gebruik te maken van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 47 van het Handvest.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)

Om ervoor te zorgen dat de toezichthoudende autoriteiten inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 snel een halt toeroepen en een snelle oplossing bieden voor klagers, moeten de toezichthoudende autoriteiten ernaar streven klachten minnelijk te schikken, indien dit op zijn plaats is. Het feit dat een individuele klacht door middel van een minnelijke schikking is afgedaan, verhindert de bevoegde toezichthoudende autoriteit niet van ambtshalve voortzetting van een zaak, bijvoorbeeld in geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken op Verordening (EU) 2016/679.

(9)

Om ervoor te zorgen dat de toezichthoudende autoriteiten inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 snel een halt toeroepen en een snelle oplossing bieden voor klagers, moeten de toezichthoudende autoriteiten ernaar kunnen streven klachten tussen de partijen minnelijk te schikken, indien dit op zijn plaats is. Toezichthoudende autoriteiten mogen de behandeling van een klacht niet afhankelijk maken van deelname aan een procedure voor het treffen van een minnelijke schikking. Schikkingen moeten de vorm kunnen aannemen van een overeenkomst tussen de partijen op grond van het toepasselijke recht, maar moeten de autoriteiten binden. Het feit dat een individuele klacht door middel van een minnelijke schikking is afgedaan, verhindert de bevoegde toezichthoudende autoriteit niet van ambtshalve voortzetting van een zaak, bijvoorbeeld in geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken op Verordening (EU) 2016/679. Een dergelijke ambtshalve mogelijkheid mag echter niet worden misbruikt om besluiten over klachten uit te stellen.

Amendement 18

Voorstel voor een verordening

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)

Teneinde de effectieve werking van de samenwerkings- en coherentiemechanismen uit hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen, is het van belang dat grensoverschrijdende zaken vlot worden afgehandeld en in de geest van oprechte en effectieve samenwerking die ten grondslag ligt aan artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit dient haar bevoegdheid uit te oefenen in nauwe samenwerking met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten. Omgekeerd dienen de betrokken toezichthoudende autoriteiten vanaf een vroeg stadium actief betrokken te zijn bij het onderzoek met het oog op het bereiken van consensus en met volledige gebruikmaking van de in Verordening (EU) 2016/679 geboden middelen.

(10)

Teneinde de effectieve werking van de samenwerkings- en coherentiemechanismen uit hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen, is het van belang dat grensoverschrijdende zaken vlot worden afgehandeld en in de geest van oprechte en effectieve samenwerking die ten grondslag ligt aan artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit dient haar bevoegdheid uit te oefenen in nauwe samenwerking met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten. Omgekeerd dienen de betrokken toezichthoudende autoriteiten vanaf een vroeg stadium actief betrokken te zijn bij het onderzoek met het oog op het bereiken van consensus en met volledige gebruikmaking van de in Verordening (EU) 2016/679 geboden middelen. Dit dient in overeenstemming te zijn met het één-loketmechanisme van Verordening (EU) 2016/679 en, in voorkomend geval, waarborgen bieden betreffende niet-discriminerende behandeling van partijen, rechtszekerheid, en onafhankelijkheid van de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten.

Amendement 19

Voorstel voor een verordening

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)

Het is met name belangrijk dat toezichthoudende autoriteiten zo vroeg mogelijk, voorafgaand aan de kennisgeving van de vermeende inbreuken aan de onderzochte partijen en de vaststelling van het ontwerpbesluit zoals bedoeld in artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679, consensus bereiken over de belangrijkste aspecten van het onderzoek waardoor minder zaken zullen worden voorgelegd aan het geschillenbeslechtingsmechanisme uit artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 en uiteindelijk grensoverschrijdende zaken snel worden opgelost.

(11)

Het is met name belangrijk dat toezichthoudende autoriteiten zo vroeg mogelijk, voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerpbesluit zoals bedoeld in artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679, consensus bereiken over de belangrijkste aspecten van de zaak via de samenvatting van belangrijke kwesties en commentaar op die samenvatting waardoor minder zaken zullen worden voorgelegd aan het geschillenbeslechtingsmechanisme uit artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 en uiteindelijk grensoverschrijdende zaken snel worden opgelost.

Amendement 20

Voorstel voor een verordening

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)

De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten dient te zijn gebaseerd op een open dialoog die de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat stelt invloed van betekenis uit te oefenen op het onderzoek door hun ervaringen en standpunten te delen met de leidende toezichthoudende autoriteit , met inachtneming van de ruimte voor de beoordelingsvrijheid die elke toezichthoudende autoriteit heeft , met inbegrip van het oordeel in hoeverre het op zijn plaats is een zaak te onderzoeken, en van de verschillende tradities van de lidstaten. Met het oog hierop dient de leidende toezichthoudende autoriteit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten een samenvatting te verstrekken van de belangrijkste punten met haar voorlopige standpunt over de hoofdpunten van een onderzoek. Deze samenvatting dient in een vroeg stadium te worden verstrekt om effectieve betrokkenheid van de betrokken toezichthoudende autoriteiten mogelijk te maken , maar tegelijkertijd ook in een stadium waarin de standpunten over de zaak van de leidende toezichthoudende autoriteit al voldoende ontwikkeld zijn . De betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten de gelegenheid krijgen commentaar te geven op een breed spectrum van vragen, zoals de reikwijdte van het onderzoek en de vaststelling van ingewikkelde feitelijke en juridische beoordelingen . Gelet op het gegeven dat de reikwijdte van het onderzoek bepaalt welke zaken onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit vereisen, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven zo vroeg mogelijk consensus te bereiken over de reikwijdte van het onderzoek.

(12)

De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten dient te zijn gebaseerd op een open dialoog die de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat stelt invloed van betekenis uit te oefenen op het onderzoek door hun ervaringen en standpunten te delen met de leidende toezichthoudende autoriteit. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend of die een ambtshalve maatregel eist, kan de leidinggevende toezichthoudende autoriteit een samenvatting verstrekken van de belangrijkste punten met haar voorlopige standpunt over de hoofdpunten van een onderzoek. De leidende toezichthoudende autoriteit moet de samenvatting van de belangrijkste punten opstellen. De samenvatting van de belangrijkste punten moet deel uitmaken van het gezamenlijke dossier, en moet een levend document zijn dat in de loop van de procedure door de leidende toezichthoudende autoriteit wordt bijgewerkt. Deze samenvatting dient in een vroeg stadium te worden verstrekt om effectieve betrokkenheid van de betrokken toezichthoudende autoriteiten mogelijk te maken. De betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten de gelegenheid krijgen commentaar te geven op elke actualisering van de samenvatting van de belangrijkste punten . De toezichthoudende autoriteiten moeten de mogelijkheid hebben om eventuele geschillen aan het Comité voor te leggen. Toezichthoudende autoriteiten streven ernaar zo vroeg mogelijk consensus te bereiken over de reikwijdte van het onderzoek.

Amendement 21

Voorstel voor een verordening

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)

In het belang van effectieve, inclusieve samenwerking tussen alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit dient het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten beknopt, voldoende duidelijk en nauwkeurig te zijn zodat dit gemakkelijk te begrijpen is voor alle toezichthoudende autoriteiten. De juridische argumenten moeten worden gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben. Bij het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen aanvullende documenten worden gevoegd. Een verwijzing naar aanvullende documenten in het commentaar van een betrokken toezichthoudende autoriteit kan echter niet volstaan indien daarin de essentiële juridische of feitelijke argumenten ontbreken. De juridische en feitelijke bijzonderheden die de grondslag vormen voor dergelijke documenten moeten in ieder geval samengevat, coherent en begrijpelijk worden aangegeven in het commentaar zelf.

(13)

In het belang van effectieve, inclusieve samenwerking tussen alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit dienen door de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de partijen ingediende documenten beknopt, voldoende duidelijk en nauwkeurig te zijn zodat deze gemakkelijk te begrijpen zijn voor alle toezichthoudende autoriteiten. De toezichthoudende autoriteiten kunnen daarom de lengte van de ingediende stukken van de partijen beperken. De juridische argumenten moeten worden gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben.

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)

Zaken die niet leiden tot betwisting, vereisen geen uitgebreide bespreking door de toezichthoudende autoriteiten om tot consensus te komen en kunnen derhalve sneller worden afgehandeld. Wanneer geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar naar voren brengt over de samenvatting op hoofdpunten, dient de leidende toezichthoudende autoriteit de in artikel 14 bedoelde voorlopige bevindingen binnen negen maanden bekend te maken.

(14)

Zaken die niet leiden tot betwisting (niet-contentieuze zaken) , vereisen geen uitgebreide bespreking door de toezichthoudende autoriteiten om tot consensus te komen en kunnen derhalve sneller worden afgehandeld. Wanneer geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar naar voren brengt over de samenvatting op hoofdpunten, dient de leidende toezichthoudende autoriteit het ontwerpbesluit binnen drie maanden na ontvangst van de klacht bekend te maken.

Amendement 23

Voorstel voor een verordening

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)

De toezichthoudende autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om in een sfeer van oprechte en effectieve samenwerking tot consensus te komen. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit derhalve van mening verschillen over de reikwijdte van een onderzoek op basis van een klacht, waaronder de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 op grond waarvan de inbreuk wordt onderzocht, of wanneer het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten betrekking heeft op een belangrijke wijziging in de ingewikkelde juridische of technische beoordeling, dient de betrokken toezichthoudende autoriteit gebruik te maken van de middelen waarin is voorzien in de artikelen  61 en  62 van Verordening (EU) 2016/679 .

(15)

De toezichthoudende autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om in een sfeer van oprechte en effectieve samenwerking tot consensus te komen. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit derhalve van mening verschillen over de reikwijdte of procedurele kwesties van een zaak, moeten de toezichthoudende autoriteiten de zaak snel aan het Comité voorleggen . Het Comité moet de noodzakelijke procedurele beslissingen nemen. Het Comité en de toezichthoudende autoriteiten moeten ernaar streven lopende procedures zo snel mogelijk af te ronden. De leidende toezichthoudende autoriteit of een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet ook in staat zijn het Comité om een dringend bindend besluit te verzoeken, zonder dat op grond van artikel  61 of artikel  62 een verzoek is ingediend .

Amendement 24

Voorstel voor een verordening

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)

Wanneer de toezichthoudende autoriteiten er met deze middelen niet in slagen consensus te bereiken over de reikwijdte van een op een klacht gebaseerd onderzoek, dient de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité te verzoeken om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. Ten behoeve hiervan moet het vereiste van dringendheid verondersteld worden. De leidende toezichthoudende autoriteit dient passende conclusies te trekken uit het dringende bindend besluit van het Comité ten behoeve van de voorlopige bevindingen. Het dringende bindend besluit van het Comité kan niet de plaats innemen van het resultaat van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit of de effectiviteit van de rechten van de onderzochte partijen om te worden gehoord. Het Comité behoort met name de reikwijdte van het onderzoek niet op eigen initiatief uit te breiden.

Schrappen

Amendement 25

Voorstel voor een verordening

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)

Teneinde de klager in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 uit te oefenen, dient de toezichthoudende autoriteit bij volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht dit te doen door middel van een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij een nationale rechtbank.

(17)

Teneinde de klager in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 uit te oefenen, dient de behandeling van een klacht altijd te leiden tot een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij een nationale rechtbank.

Amendement 26

Voorstel voor een verordening

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)

Klagers dienen de gelegenheid te krijgen hun standpunten duidelijk te maken voordat een besluit in hun nadeel wordt genomen. In geval volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak dient de klager derhalve de gelegenheid te krijgen zijn standpunten kenbaar te maken voor de indiening van een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 of een bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679. De klager kan verzoeken om inzage in de niet-vertrouwelijke versie van de documenten waarop het besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht is gebaseerd.

Schrappen

Amendement 27

Voorstel voor een verordening

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)

Het is noodzakelijk de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, duidelijk te maken in geval van afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak. Als aanspreekpunt voor de klager tijdens het onderzoek dient de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend , de klager te vragen naar diens standpunten over de voorgenomen afwijzing van de klacht. Deze dient ook verantwoordelijk te zijn voor alle communicatie met de klager. Al dergelijke communicatie dient te worden gedeeld met de leidende toezichthoudende autoriteit. Aangezien op grond van artikel 60, leden 8 en 9, van Verordening (EU) 2016/679 de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, verantwoordelijk is voor goedkeuring van het definitieve besluit tot afwijzing van de klacht, dient die toezichthoudende autoriteit ook verantwoordelijk te zijn voor de voorbereiding van het ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.

(19)

Het is noodzakelijk de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, duidelijk te maken in geval van afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak. Als aanspreekpunt voor de klager tijdens het onderzoek dient de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend verantwoordelijk te zijn voor alle communicatie met de klager. Al dergelijke communicatie dient te worden gedeeld met de leidende toezichthoudende autoriteit. Aangezien op grond van artikel 60, leden 8 en 9, van Verordening (EU) 2016/679 de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, verantwoordelijk is voor goedkeuring van het definitieve besluit , dat in overeenstemming moet zijn met haar nationale procedurerecht, tot afwijzing van de klacht, dient die toezichthoudende autoriteit ook door de leidende toezichthoudende autoriteit te worden betrokken bij de voorbereiding van het ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, en elk definitief besluit overeenkomstig artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 28

Voorstel voor een verordening

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)

Teneinde het recht op behoorlijk bestuur en het recht van verdediging daadwerkelijk te waarborgen, zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest” genoemd) , met inbegrip van het recht van iedere persoon om te worden gehoord voorafgaand aan een individuele maatregel die hem nadelig zou raken, is het van belang te zorgen voor duidelijke regels over de uitoefening van dit recht.

(21)

Teneinde het recht op behoorlijk bestuur en het recht van verdediging daadwerkelijk te waarborgen, zoals vastgelegd in het Handvest, met inbegrip van het recht van iedere persoon om te worden gehoord voorafgaand aan een individuele maatregel die hem nadelig zou raken, is het van belang te zorgen voor duidelijke regels over de uitoefening van dit recht voor alle partijen die bij een zaak betrokken zijn . Alle partijen moeten gerechtigd zijn het recht om te worden gehoord af te wijzen.

Amendement 29

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)

De regels met betrekking tot de door de toezichthoudende autoriteiten toegepaste administratieve procedure bij handhaving van Verordening (EU) 2016/679 dienen ervoor te zorgen dat de onderzochte partijen daadwerkelijk de gelegenheid krijgen hun standpunten naar voren te brengen over de juistheid en relevantie van de feiten, bezwaren en omstandigheden die tijdens de procedure naar voren zijn gebracht door de toezichthoudende autoriteit, zodat zij in staat zijn hun rechten van verdediging uit te oefenen. In de voorlopige bevindingen wordt het voorlopige standpunt na onderzoek naar de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 uiteengezet. Deze vormen op deze wijze een wezenlijke procedurele waarborg voor inachtneming van het recht om te worden gehoord. De onderzochte partijen moeten de beschikking krijgen over de benodigde documenten om zichzelf naar behoren te verdedigen en commentaar te geven op de inbreuken waarvan zij verdacht worden door toegang te krijgen tot het administratieve dossier.

(22)

De regels met betrekking tot de door de toezichthoudende autoriteiten toegepaste administratieve procedure bij handhaving van Verordening (EU) 2016/679 dienen ervoor te zorgen dat de partijen daadwerkelijk het recht hebben om te worden gehoord, en de gelegenheid krijgen hun standpunten naar voren te brengen over de juistheid en relevantie van de feiten, bezwaren en omstandigheden die tijdens de procedure naar voren zijn gebracht door de toezichthoudende autoriteit, zodat zij in staat zijn hun rechten van verdediging uit te oefenen. In de voorlopige bevindingen wordt het voorlopige standpunt na onderzoek naar de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 uiteengezet. Deze vormen op deze wijze een wezenlijke procedurele waarborg voor inachtneming van het recht om te worden gehoord. De partijen moeten de beschikking krijgen over alle benodigde documenten om naar behoren commentaar te geven op de voor het onderzoek relevante zaken door toegang te krijgen tot het administratieve gezamenlijke dossier.

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)

De voorlopige bevindingen bepalen de reikwijdte van het onderzoek en daardoor ook de reikwijdte van een toekomstig definitief besluit, indien van toepassing, op basis van een bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679), dat aan verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers kan worden gestuurd. De voorlopige bevindingen dienen zodanig te zijn verwoord dat ze ook in beknopte vorm voldoende duidelijk zijn om de onderzochte partijen in staat te stellen de aard van de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 naar behoren te achterhalen. Aan de verplichting om aan de onderzochte partijen alle noodzakelijke informatie te verstrekken teneinde hen in staat te stellen zich naar behoren te verdedigen is voldaan als in het definitieve besluit de onderzochte partijen niet worden beschuldigd van andere inbreuken dan de in de voorlopige bevindingen vermelde en alleen feiten in aanmerking zijn genomen waarover de onderzochte partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken. Het definitieve besluit van de leidende toezichthoudende autoriteit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs een exacte kopie van de voorlopige bevindingen te zijn. De leidende toezichthoudende autoriteit dient te worden toegestaan om in het definitieve besluit de antwoorden van de onderzochte partijen op de voorlopige bevindingen en, indien van toepassing, het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), waarmee het geschil tussen de toezichthoudende autoriteiten is beslecht mee te laten wegen. De leidende toezichthoudende autoriteit dient in staat te zijn haar eigen oordeel te vellen over de door de onderzochte partijen naar voren gebrachte feiten en juridische kwalificaties ofwel om de bezwaren in te trekken wanneer de toezichthoudende autoriteit deze ongegrond bevindt of haar argumenten aan te vullen of anders te formuleren, zowel in feite als in rechte, ter ondersteuning van de bezwaren die zij in stand houdt. Rekening houden met een argument dat door een onderzochte partij naar voren is gebracht tijdens de administratieve procedure zonder dat deze de gelegenheid heeft gekregen daarover een mening te uiten voor de goedkeuring van het definitieve besluit hoeft niet per se een schending van de rechten van verdediging te vormen.

(23)

De voorlopige bevindingen dienen zodanig te zijn verwoord dat ze ook in beknopte vorm voldoende duidelijk zijn om de partijen in staat te stellen de aard van de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 naar behoren te achterhalen. Aan de verplichting om aan de partijen alle noodzakelijke informatie te verstrekken om te worden gehoord , is voldaan als in het definitieve besluit alleen feiten in aanmerking zijn genomen waarover de partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken. Het definitieve besluit van de leidende toezichthoudende autoriteit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs een exacte kopie van de voorlopige bevindingen te zijn. De leidende toezichthoudende autoriteit dient te worden toegestaan om in het definitieve besluit de antwoorden van de partijen op de voorlopige bevindingen en, indien van toepassing, het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 en het besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van die verordening waarmee het geschil tussen de toezichthoudende autoriteiten is beslecht mee te laten wegen. De leidende toezichthoudende autoriteit dient in staat te zijn haar eigen oordeel te vellen over de door de partijen naar voren gebrachte feiten en juridische kwalificaties ofwel om de bezwaren in te trekken wanneer de toezichthoudende autoriteit deze ongegrond bevindt of haar argumenten aan te vullen of anders te formuleren, zowel in feite als in rechte, ter ondersteuning van de bezwaren die zij in stand houdt.

Amendement 31

Voorstel voor een verordening

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)

De onderzochte partijen dienen het recht te krijgen om te worden gehoord voorafgaand aan de voorlegging van een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 of de vaststelling van een bindend besluit door het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679.

(24)

De partijen dienen het recht te krijgen om te worden gehoord in geëigende fasen van de procedure, met name voorafgaand aan de voorlegging van een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 of de vaststelling van een bindend besluit door het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)

Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen betrokken te raken bij de door een toezichthoudende autoriteit aangespannen procedure met het oog op het vaststellen of ophelderen van kwesties die betrekking hebben op een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679. Het feit dat een toezichthoudende autoriteit al een onderzoek is gestart naar het onderwerp van de klacht of de klacht zal afhandelen in een ambtshalve onderzoek na ontvangst van de klacht, staat de kwalificatie van betrokkene als klager niet in de weg. Een onderzoek door een toezichthoudende autoriteit naar een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 door een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker vormt echter geen contradictoire procedure tussen de klager en de onderzochte partijen. Het is een procedure die is aangespannen door een toezichthoudende autoriteit, op haar eigen initiatief of op grond van een klacht, ter vervulling van haar taken op grond van artikel 57, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. De onderzochte partijen en de klager verkeren daardoor niet in dezelfde procedurele positie en klager kan zich niet beroepen op het recht op een eerlijk proces wanneer het besluit geen nadelige gevolgen heeft voor zijn juridische positie. De betrokkenheid van de klager bij de procedure tegen de onderzochte partijen mag het recht van deze partijen om te worden gehoord niet in gevaar brengen.

(25)

Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen betrokken te raken bij de door een toezichthoudende autoriteit aangespannen procedure met het oog op het vaststellen of ophelderen van kwesties die betrekking hebben op een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679. Het feit dat een toezichthoudende autoriteit al een onderzoek is gestart naar het onderwerp van de klacht of de klacht zal afhandelen in een ambtshalve onderzoek na ontvangst van de klacht, staat de kwalificatie van betrokkene als klager niet in de weg.

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Overweging 25 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(25 bis)

Niettegenstaande het feit dat de onderzochte partijen en de klager niet in dezelfde procedurele positie verkeren, zijn er omstandigheden waarin klagers argumenten en bewijs kunnen aanvoeren die de voortgang van het onderzoek ten goede kunnen komen. Dit is met name het geval in omstandigheden waarin een orgaan, organisatie of vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679 een klacht heeft ingediend namens een betrokkene of op eigen initiatief. De toezichthoudende autoriteiten moeten er, met behoud van hun onafhankelijkheid, voor zorgen dat dergelijke klagers tijdens alle fasen van het onderzoek, ook bij ambtshalve onderzoeken, gehoord kunnen worden.

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)

Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen om schriftelijke opmerkingen in te dienen over de voorlopige bevindingen. Zij mogen evenwel geen toegang hebben tot bedrijfsgeheimen of andere vertrouwelijke gegevens van andere partijen die bij de procedure zijn betrokken. Klagers dienen geen recht op algemene toegang tot het administratieve dossier te krijgen.

Schrappen

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)

Bij het vaststellen van de termijnen voor de onderzochte partijen en klagers voor indiening van hun standpunten over de voorlopige bevindingen dienen de toezichthoudende autoriteiten rekening te houden met de complexiteit van de kwestie die in deze bevindingen aan de orde komen, zodat de onderzochte partijen en klagers voldoende gelegenheid krijgen om op zinvolle wijze hun standpunten over de besproken kwesties naar voren te brengen.

(27)

Bij het vaststellen van de termijnen en de limieten voor de lengte van de ingediende stukken voor de partijen voor indiening van hun standpunten over de voorlopige bevindingen dienen de toezichthoudende autoriteiten rekening te houden met de complexiteit van de kwestie die in deze bevindingen aan de orde komen, alsook met de mogelijkheid van de onderzochte partijen en de klagers om te reageren, zodat de onderzochte partijen voldoende gelegenheid krijgen om op zinvolle wijze hun standpunten over de besproken kwesties naar voren te brengen. Dit mag echter niet leiden tot onnodig lange procedures.

Amendement 36

Voorstel voor een verordening

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)

De uitwisseling van standpunten voorafgaand aan goedkeuring van een ontwerpbesluit houdt een open dialoog in en een uitgebreide uitwisseling van standpunten waarbij de toezichthoudende autoriteiten hun uiterste best dienen te doen om consensus te bereiken over de voortgang van een onderzoek. Omgekeerd moet het verschil van mening, geuit in relevante en gemotiveerde bezwaren op grond van artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679, die de kans op geschillenbeslechting tussen toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 verhogen en de vaststelling van een definitief besluit door de bevoegde toezichthoudende autoriteit vertragen, zich voordoen in het uitzonderlijke geval dat de toezichthoudende autoriteiten er niet in slagen consensus te bereiken en waar nodig om de coherente interpretatie van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen. Dergelijke bezwaren dienen spaarzaam te worden ingezet wanneer het gaat om coherente handhaving van Verordening (EU) 2016/679, aangezien elk gebruik van relevante en gemotiveerde bezwaren leidt tot vertraging van de oplossing voor betrokkene. Aangezien over de reikwijdte van het onderzoek en de relevante feiten dient te worden beslist voorafgaand aan de verzending van de voorlopige bevindingen, dienen deze kwesties door de betrokken toezichthoudende autoriteiten niet te worden opgeworpen door middel van relevante en gemotiveerde bezwaren. Deze kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteiten echter aan de orde stellen in hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten op grond van artikel 9, lid 3, voordat de voorlopige bevindingen naar de onderzochte partijen worden gestuurd.

Schrappen

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Overweging 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(29)

In het belang van een doeltreffende en inclusieve afronding van de geschillenbeslechtingsprocedure waarin alle toezichthoudende autoriteiten de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten bij te dragen en gelet op de dwingende termijnen tijdens geschillenbeslechting, dienen de relevante en gemotiveerde bezwaren wat vorm en structuur betreft, te voldoen aan bepaalde vereisten. Derhalve dienen relevante en gemotiveerde bezwaren te worden beperkt tot een voorgeschreven lengte, duidelijk het verschil van mening over het ontwerpbesluit aan te geven en dit alles in voldoende duidelijke, coherente en nauwkeurige bewoordingen.

(29)

In het belang van een doeltreffende en inclusieve afronding van de geschillenbeslechtingsprocedure waarin alle toezichthoudende autoriteiten de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten bij te dragen en gelet op de dwingende termijnen tijdens geschillenbeslechting, dienen de relevante en gemotiveerde bezwaren wat vorm en structuur betreft, te voldoen aan bepaalde vereisten. Derhalve dienen relevante en gemotiveerde bezwaren duidelijk het verschil van mening over het ontwerpbesluit aan te geven en dit alles in voldoende duidelijke, coherente en nauwkeurige bewoordingen.

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)

Toegang tot het administratieve dossier wordt verleend als onderdeel van de in het Handvest verankerde rechten van verdediging en het recht op behoorlijk bestuur. Aan de onderzochte partijen dient toegang te worden verleend tot het administratieve dossier wanneer deze op de hoogte worden gesteld van de voorlopige bevindingen en de termijn voor indiening van hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen dient te worden vastgesteld .

(30)

Toegang tot het gezamenlijke dossier kan worden verleend in de geest van het in het Handvest verankerde recht op behoorlijk bestuur. Aan de partijen dient toegang te worden verleend tot het gezamenlijke dossier. Op verzoek van een partij kan de toegang van de partijen tot het gezamenlijke dossier worden beperkt om hun wettelijk erkende rechten of de rechten van anderen te beschermen, of in het algemeen belang. Die beperking moet evenredig zijn met de betreffende erkende rechten van anderen of met het algemeen belang.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)

Bij het verlenen van toegang tot het administratieve dossier dienen de toezichthoudende autoriteiten te zorgen voor bescherming van bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke informatie. De categorie andere vertrouwelijke gegevens omvat andere gegevens dan bedrijfsgeheimen, die als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd voor zover de openbaarmaking ervan een verwerkingsverantwoordelijke, een verwerker of een natuurlijke persoon aanzienlijk zou schaden. De toezichthoudende autoriteiten dienen in staat te zijn aan onderzochte partijen die documenten of verklaringen overleggen of hebben overgelegd te verzoeken aan te geven welke informatie vertrouwelijk is.

(31)

Bij het verlenen van toegang tot het gezamenlijk dossier dienen de toezichthoudende autoriteiten te zorgen voor bescherming van bedrijfsgeheimen en andere wettelijk beschermde vertrouwelijke informatie , alsook voor bescherming van informatie van publiek belang overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht . De categorie andere vertrouwelijke gegevens omvat andere gegevens dan bedrijfsgeheimen, die als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd voor zover de openbaarmaking ervan een verwerkingsverantwoordelijke, een verwerker of een natuurlijke of rechtspersoon aanzienlijk zou schaden. De toezichthoudende autoriteiten dienen in staat te zijn aan onderzochte partijen die documenten of verklaringen overleggen of hebben overgelegd, te verzoeken aan te geven welke informatie vertrouwelijk is en een niet-vertrouwelijke versie te verstrekken .

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)

Bij doorverwijzing van een zaak voor de geschillenbeslechting op grond van artikel 65 Verordening (EU) 2016/679 dient de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle benodigde informatie te verstrekken om het in staat te stellen de ontvankelijkheid van relevante en gemotiveerde bezwaren te beoordelen en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 te nemen. Na ontvangst van alle in artikel 23 vermelde noodzakelijke documenten door het Comité dient de voorzitter van het Comité de doorverwijzing van de zaak te registreren in de zin van artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.

(33)

Bij doorverwijzing van een zaak voor de geschillenbeslechting op grond van artikel 65 Verordening (EU) 2016/679 dient de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle benodigde informatie te verstrekken om het in staat te stellen de ontvankelijkheid van relevante en gemotiveerde bezwaren te beoordelen en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 te nemen. Na ontvangst van alle noodzakelijke documenten door het Comité dient het Comité de doorverwijzing van de zaak te registreren overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 41

Voorstel voor een verordening

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)

Het bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 kan uitsluitend betrekking hebben op zaken die hebben geleid tot de geschillenbeslechting; het wordt zodanig opgesteld dat de leidende toezichthoudende autoriteit haar definitieve besluit kan vaststellen op basis van het besluit van het Comité , met behoud van haar discretionaire bevoegdheid .

(34)

Het bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 kan uitsluitend betrekking hebben op zaken die hebben geleid tot de geschillenbeslechting; het wordt in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen opgesteld, en wel zodanig dat de leidende toezichthoudende autoriteit haar definitieve besluit kan vaststellen op basis van het besluit van het Comité.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)

Ten behoeve van de stroomlijning van de procedure voor vaststelling van dringende adviezen en dringende bindende besluiten van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk procedureregels vast te stellen met betrekking tot het moment van het verzoek om een dringend advies of een dringend bindend besluit, de aan het Comité over te leggen documenten waarop het Comité zijn besluit dient te baseren en aan wie het advies of besluit moet worden toegestuurd, en de gevolgen van het advies of het besluit van het Comité.

(36)

Ten behoeve van de stroomlijning van de procedure voor vaststelling van dringende adviezen en dringende bindende besluiten van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk procedureregels vast te stellen met betrekking tot het moment van het verzoek om een dringend advies of een dringend bindend besluit, de aan het Comité over te leggen documenten waarop het Comité zijn besluit dient te baseren en aan wie het advies of besluit moet worden toegestuurd, en de gevolgen van het advies of het besluit van het Comité. Voorlopige maatregelen overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 moeten alle mogelijke maatregelen omvatten binnen de bevoegdheden van toezichthoudende autoriteiten, overeenkomstig artikel 58 van die verordening.

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)

Het Comité moet bij toezichthoudende autoriteiten elke aanvullende informatie kunnen opvragen die het nodig heeft om een bindend besluit te kunnen nemen.

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 ter)

De klager moet het recht hebben een rechtsmiddel in te stellen wanneer een toezichthoudende autoriteit geen gebruikmaakt van haar bevoegdheden of anderszins niet de nodige maatregelen neemt die door Verordening (EU) 2016/679 worden vereist. Daarnaast moeten de partijen het recht hebben om actie te ondernemen tegen de leidende toezichthoudende autoriteit in geval van inactiviteit of te lange procedures. Om ervoor te zorgen dat er geen hiaat in de handhaving is, moeten de partijen bij de zaak en de organisaties op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 de bevoegdheid hebben om in het algemeen belang een rechtsmiddel aan te wenden als een toezichthoudende autoriteit een besluit van het Comité niet naleeft en indien zij van oordeel zijn dat de rechten van een betrokkene onder Verordening (EU) 2016/679 als gevolg van de verwerking zijn geschonden.

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)

Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [ ] hebben zij een gezamenlijk advies uitgebracht,

(38)

Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 19 september 2023 hebben zij een gezamenlijk advies uitgebracht,

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Afdeling 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Afdeling 1 bis

 

Onderwerp, toepassingsgebied en definities

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 1

Artikel 1

Onderwerp

Onderwerp en toepassingsgebied

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten bij grensoverschrijdende handhaving van Verordening (EU) 2016/679 .

Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten wanneer toezichthoudende autoriteiten van meer dan één lidstaat bij de zaak betrokken zijn, alsook op de daarmee verband houdende rechtsmiddelen .

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 26 ter van deze verordening is ook van toepassing op zaken die bij een toezichthoudende autoriteit van een enkele lidstaat aanhangig worden gemaakt overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1)

“onderzochte partijen ”: de verwerkingsverantwoordelijke(n) en/of verwerker(s) die het voorwerp zijn van onderzoek wegens een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 in verband met grensoverschrijdende verwerking ;

1)

“onderzochte partij ”: de verwerkingsverantwoordelijke(n) en/of verwerker(s) die het voorwerp zijn van een beschuldiging of onderzoek wegens een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 , alsook hun vertegenwoordiger(s) ;

Amendement 51

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis)

“klager”: de betrokkene of een instelling, organisatie of vereniging zonder winstoogmerk die een klacht heeft ingediend overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679 en derhalve als partij bij de procedure wordt beschouwd;

Amendement 52

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter)

“partij”: de partij of partijen die het voorwerp is of zijn van onderzoek, de klager(s) en eventuele derden bij de zaak zoals gedefinieerd in het nationale recht;

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater)

“nationaal procesrecht”: de wetten, regels en administratieve bepalingen van de lidstaat die de procedure voor een toezichthoudende autoriteit regelen;

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies)

“klachtenprocedure”: een procedure waarin de uitkomst van een klacht wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 sexies)

“ambtshalve procedure”: een onderzoek naar de activiteiten van een natuurlijke of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of ander orgaan dat op initiatief van een toezichthoudende autoriteit is ingesteld overeenkomstig artikel 57, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 septies)

“gezamenlijk dossier”: een specifiek elektronisch dossier voor iedere zaak die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt, die beheerd wordt door de leidende toezichthoudende autoriteit en waarin alle relevante informatie, met name documenten, stukken, memo’s en andere informatie betreffende een zaak, worden opgeslagen en op afstand toegankelijk worden gemaakt voor de betrokken toezichthoudende autoriteiten en partijen bij de zaak;

Amendement 57

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 octies)

“autoriteit waarbij de klacht is ingediend”: de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend overeenkomstig artikel 4, lid 22, punt c), van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 58

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2)

“samenvatting op hoofdpunten”: de door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verstrekken samenvatting van de belangrijkste relevante feiten en de standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit over de zaak;

2)

“samenvatting op hoofdpunten”: de door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verstrekken samenvatting van de belangrijkste relevante feitelijke en juridische kwesties binnen de voorlopig vastgestelde reikwijdte van het onderzoek en de feitelijke en juridische standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit over de zaak;

Amendement 59

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3)

“voorlopige bevindingen”: het door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de onderzochte partijen verstrekte document met een uiteenzetting van de naar voren gebrachte vermeende inbreuken, de relevante feiten, ondersteunend bewijs, juridische analyse en, indien van toepassing, voorgestelde corrigerende maatregelen;

3)

“voorlopige bevindingen”: het door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de partijen verstrekte document met een uiteenzetting van de naar voren gebrachte vermeende inbreuken, de relevante feiten, ondersteunend bewijs, juridische analyse en, indien van toepassing, voorgestelde corrigerende maatregelen;

Amendement 60

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis)

“vertrouwelijke versie van documenten”: documenten die vertrouwelijke of gevoelige informatie bevatten die op grond van de toepasselijke wetgeving van de Unie of de lidstaten en gegevensbeschermingsregels mogelijk wettelijke bescherming geniet;

Amendement 61

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter)

“niet-vertrouwelijke versie van documenten”: een versie van documenten waarin vertrouwelijke of gevoelige informatie is weggelaten en die aan de klager kan worden verstrekt zonder dat dat in strijd is met de wetgeving van de Unie of de lidstaten of de gegevensbeschermingsregels.

Amendement 62

Voorstel voor een verordening

Afdeling 1 ter (nieuw) – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Afdeling 1 ter

 

Procedureregels

Amendement 63

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 bis

 

Toepasselijk procesrecht

 

1.     In aanvulling op deze verordening en voor zover verenigbaar met deze verordening, beheerst het toepasselijke procesrecht van een toezichthoudende autoriteit alle rechtstreekse interacties tussen die toezichthoudende autoriteit en de partijen die voor haar verschijnen. Deze verordening belet de lidstaten niet procedurekwesties te specificeren die niet door deze verordening of Verordening (EU) 2016/679 worden geregeld.

 

2.     Deze verordening en Verordening (EU) 2016/679 regelen de interactie tussen toezichthoudende autoriteiten van verschillende lidstaten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt.

 

3.     Elke klager heeft het recht om uitsluitend te communiceren met de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 64

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 ter

 

Gemeenschappelijke normen voor procedures

 

1.     Onverminderd aanvullende rechten uit hoofde van het nationale recht heeft elke partij ten minste de volgende rechten:

 

a)

dat haar zaak onpartijdig, eerlijk en gelijk wordt behandeld, zelfs als deze voor verschillende toezichthoudende autoriteiten in verschillende rechtsgebieden is gebracht (“eerlijke procedure”);

 

b)

dat zij wordt gehoord voordat er maatregelen worden genomen die nadelig voor haar zijn, onder andere voordat het besluit wordt genomen om een klacht te behandelen of geheel of gedeeltelijk te verwerpen (“recht om te worden gehoord”);

 

c)

dat zij toegang heeft tot het gezamenlijk dossier, met uitzondering van interne beraadslagingen van de toezichthoudende autoriteit of de beraadslagingen tussen die autoriteiten (“procedurele transparantie”).

 

2.     De leidende toezichthoudende autoriteit informeert en hoort de partijen in geëigende fasen van de procedure, zodat zij daadwerkelijk hun standpunt kenbaar kunnen maken over alle feitelijke bevindingen en juridische conclusies van de leidende toezichthoudende autoriteit.

 

3.     Het gezamenlijk dossier bevat alle belastende en ontlastende bewijsstukken, met inbegrip van documenten en andere bewijsstukken die door de onderzochte partijen zijn verstrekt.

 

4.     Een toezichthoudende autoriteit kan, op verzoek van een partij om hun wettelijk erkende rechten of de rechten van anderen te beschermen, of indien dit het algemeen belang dient of ter bescherming van de operationele veiligheid en cyberveiligheid, de in lid 1, punt c), bedoelde rechten beperken. Een dergelijke beperking moet in overeenstemming zijn met het nationale procesrecht dat overeenkomstig artikel 2 bis, lid 1, van toepassing is op elke rechtstreekse interactie tussen een toezichthoudende autoriteit en de partij die beperkte informatie ontvangt, en moet evenredig zijn in het licht van de respectieve erkende rechten van anderen of het beoogde openbaar belang. De partij die zich op vertrouwelijkheid beroept, verstrekt een vertrouwelijke versie van alle informatie, alsook een voorstel voor een niet-vertrouwelijke versie.

 

5.     De niet-vertrouwelijke versie van documenten die door een partij zijn verstrekt, wordt vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit die een vaststelling doet overeenkomstig de eerste zin van lid 4, die daarbij alleen strikt evenredige maatregelen toepast, zoals het redigeren van specifieke delen van documenten.

 

6.     Toezichthoudende autoriteiten die bij een zaak betrokken zijn, hebben altijd toegang tot de vertrouwelijke versie van alle documenten, en kunnen bezwaar maken tegen bewerkingen die in hun ogen niet strikt evenredig zijn. Toezichthoudende autoriteiten stellen de partijen overeenkomstig de eerste zin van lid 4 onmiddellijk in kennis van het feit dat informatie wordt achtergehouden. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt een register bij van elke toegang tot het gezamenlijke dossier.

 

7.     Met het oog op de efficiëntie van procedures beperken toezichthoudende autoriteiten de lengte van de door de partijen ingediende stukken tot maximaal 50 bladzijden. Die autoriteiten stellen redelijke en geëigende termijnen vast die niet korter zijn dan drie weken en niet langer dan zes weken, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een redelijke verlenging vereisen. De toezichthoudende autoriteiten zijn niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn.

 

8.     De leidende toezichthoudende autoriteit kan overeenkomstig het nationale procesrecht zaken voegen en scheiden, voor zover dit de rechten van de partijen niet ondermijnt.

Amendement 65

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 quater

 

Samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten

 

1.     De leidende toezichthoudende autoriteit structureert, coördineert en beheert de zaak op efficiënte en passende wijze, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679, deze verordening en het toepasselijke nationale procesrecht.

 

2.     Elke toezichthoudende autoriteit kan verklaren dat zij bij een zaak betrokken is, waarbij zij aangeeft waarom zij voldoet aan de definitie van betrokken toezichthoudende autoriteit onder artikel 4, lid 22, van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt voor elke zaak een lijst van betrokken toezichthoudende autoriteiten bij in het gezamenlijke dossier.

 

Indien de leidende toezichthoudende autoriteit van oordeel is dat een toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken toezichthoudende autoriteit is als bedoeld in dit lid niet voldoet aan de definitie van een betrokken toezichthoudende autoriteit stelt zij die autoriteit van die beoordeling op de hoogte. De toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken autoriteit is, trekt haar verklaring hetzij binnen één week na ontvangst van die beoordeling in of verstrekt een met redenen omkleed advies met de redenen waarom zij van oordeel is dat de beoordeling van de leidende toezichthoudende autoriteit niet juist is. Indien de divergerende beoordelingen van de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft een betrokken autoriteit te zijn niet op andere wijze kunnen worden opgelost, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité overeenkomstig artikel 26 bis een beslissing te nemen.

 

3.     Elke betrokken toezichthoudende autoriteit die relevante informatie voor een zaak ontvangt, verstrekt deze onverwijld, en uiterlijk één week na de dag waarop zij deze informatie heeft ontvangen, aan de leidende toezichthoudende autoriteit.

 

4.     Indien het probleem van divergerende zienswijze niet kan worden opgelost of indien de andere toezichthoudende autoriteit niets onderneemt, gebruiken toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheden voor het oplossen van dergelijke situaties onder deze verordening en onder hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679.

 

5.     Alle schriftelijke documenten van de toezichthoudende autoriteiten worden elektronisch verstrekt en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, waarbij duidelijke en eenvoudige taal wordt gebruikt.

Amendement 66

Voorstel voor een verordening

Artikel 2 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 2 quinquies

 

Gebruik van talen en vertalingen

 

1.     Het Comité stelt één taal vast die door alle toezichthoudende autoriteiten tijdens de samenwerkingsprocedure wordt aanvaard (“samenwerkingstaal”).

 

2.     Wanneer een toezichthoudende autoriteit relevante informatie met een andere toezichthoudende autoriteit deelt, zorgt zij voor een vertaling in de samenwerkingstaal of in een andere taal die de ontvangende toezichthoudende autoriteit aanvaardt.

 

3.     De leidende toezichthoudende autoriteit voert de gegevens in het gezamenlijk dossier in de oorspronkelijke taal in en zorgt voor vertalingen in de samenwerkingstaal.

 

4.     In elke rechtstreekse interactie met de partijen verstrekken de toezichthoudende autoriteiten de partijen informatie in de oorspronkelijke taal en, indien nodig, ofwel in een vertaling in de taal van het nationale procesrecht, ofwel in een andere taal die de partij begrijpt of gebruikt in haar gebruikelijke externe communicatie.

 

5.     Een toezichthoudende autoriteit mag geautomatiseerde vertalingen verstrekken, indien zij van oordeel is dat de vertaling niet wezenlijk verschilt van het origineel.

 

6.     Wanneer tegen een toezichthoudende autoriteit een rechtsmiddel wordt ingesteld, verstrekt de toezichthoudende autoriteit het gezamenlijke dossier en alle andere relevante informatie in een taal die door de rechterlijke macht van de bevoegde lidstaat wordt aanvaard.

Amendement 67

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Een klacht op grond van Verordening (EU) 2016/679 die betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking, bevat de informatie die wordt gevraagd in het formulier , zoals uiteengezet in de bijlage. Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist.

1.   Een klacht als bedoeld in deze verordening bevat de informatie die wordt gevraagd in het template , zoals uiteengezet in de bijlage.

 

Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist. De informatie kan worden verstrekt op elke door de autoriteit aanvaarde wijze, waaronder zonder gebruikmaking van het template.

Amendement 68

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Van de klager mag niet worden geëist dat hij, voordat hij een klacht indient, contact opneemt met de onderzochte partij. Indien de klager contact heeft gehad met de onderzochte partij alvorens de klacht met betrekking tot dezelfde kwestie in te dienen, moet hij of zij de communicatie met betrekking tot dat contact overeenkomstig de bijlage indienen.

Amendement 69

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     De toezichthoudende autoriteit waarbij een klacht is ingediend, bevestigt binnen twee weken de ontvangst en ontvankelijkheid van de klacht, of, wanneer een klacht niet voldoet aan de vereisten van lid 1, verklaart de klacht niet-ontvankelijk en stelt zij de klager in kennis van de ontbrekende informatie.

Amendement 70

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.     De toezichthoudende autoriteit kent een zaaknummer toe aan de klacht en deelt deze informatie mee aan de klager. Dit laat de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig lid 2, punt c), i), onverlet.

Amendement 71

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt vast of de klacht betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking.

2.   De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, moet binnen drie weken na erkenning van de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig lid 1 ter:

Amendement 72

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a)

bij wijze van voorlopige conclusie vaststellen of de klacht betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking van persoonsgegevens van de klager, en neemt daarbij in ieder geval het volgende in overweging:

 

i)

de bij de verwerking in kwestie betrokken verwerkingsverantwoordelijke of verwerker;

 

ii)

het aantal vestigingen van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in de EU;

 

iii)

de plaats van de hoofdvestiging;

 

iv)

de activiteiten van vestigingen in meer dan één lidstaat;

 

v)

de aanzienlijke gevolgen die betrokkenen in meer dan één lidstaat zullen ondervinden of waarschijnlijk zullen ondervinden.

Amendement 73

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt b (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b)

vaststellen welke toezichthoudende autoriteit de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit is overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679, en of de zaak van lokale aard is overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679,

Amendement 74

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 – punt c (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c)

één van de volgende acties ondernemen:

 

i)

de klacht doorzenden naar de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en de klager daarvan in kennis stellen. De beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, is bindend voor de leidende toezichthoudende autoriteit; hetzij of

 

ii)

de klacht behandelen overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 75

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     De leidende toezichthoudende autoriteit doet de klacht onmiddellijk toekomen aan de onderzochte partij en eist zonder onnodige vertraging een antwoord, maar niet later dan drie weken na de dag waarop de onderzochte partij door de betrokken toezichthoudende autoriteit in kennis is gesteld. In complexe gevallen en indien door de onderzochte partij gevraagd en naar behoren gemotiveerd, kan de beantwoordingstermijn door de leidende toezichthoudende autoriteit met nog eens drie weken worden verlengd.

Amendement 76

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     Eventueel bezwaren met betrekking tot de bevoegdheid van de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit of met betrekking tot de behandeling van een klacht op grond van artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, worden door de partijen of de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit ingediend binnen drie weken nadat zij in kennis zijn gesteld van de actie uit hoofde van artikel 3, lid 2, punt c).

Amendement 77

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.     Wanneer een bezwaar overeenkomstig lid 2 ter is gemaakt, kan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de doorzending van de klacht intrekken en ofwel binnen twee weken haar eigen bevoegdheid op zich nemen overeenkomstig artikel 55 of 56 van Verordening (EU) 2016/679 ofwel de klacht overdragen aan een veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit. Indien geen van deze acties is ondernomen of indien verschillende beoordelingen door betrokken toezichthoudende autoriteiten niet anders kunnen worden opgelost, verzoekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend om een vaststelling door het Comité op grond van artikel 26 bis. Zij verstrekt het Comité een beschrijving van de relevante verwerkingsactiviteiten, van de organisatie van het bedrijf en van waar de beslissingen worden genomen.

Amendement 78

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.     De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt binnen een maand vast of de in het formulier vereiste informatie volledig is.

Schrappen

Amendement 79

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     Nadat is beoordeeld of de verplichte informatie in het formulier volledig is, stuurt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klacht door naar de leidende toezichthoudende autoriteit.

Schrappen

Amendement 80

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.     Wanneer de klager bij de indiening van een klacht verzoekt om vertrouwelijkheid, dient hij ook een niet-vertrouwelijke versie van de klacht in.

Schrappen

Amendement 81

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.     De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, bevestigt binnen een week de ontvangst van de klacht. Deze ontvangstbevestiging staat los van de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht op grond van lid 3.

Schrappen

Amendement 82

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk II – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

II

Indiening en afhandeling van klachten

II

Klachten en ambtshalve procedures

(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 3 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)

Amendement 83

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderzoek van klachten

Behandeling van klachten

Amendement 84

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, houdt de toezichthoudende autoriteit in elke zaak rekening met alle relevante omstandigheden en met name de volgende:

1.   Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, zorgt de leidende toezichthoudende autoriteit in elke zaak voor het volgende:

Amendement 85

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de opportuniteit van het bieden van een doeltreffende en vlotte voorziening aan de klager;

a)

een doeltreffende en vlotte voorziening aan de klager;

Amendement 86

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de ernst van de vermeende inbreuk ;

b)

het onderzoek van alle feitelijke en juridische elementen die nodig zijn om gezamenlijk te beslissen over de klacht en een besluit te nemen op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 ;

Amendement 87

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de systemische of herhaaldelijke aard van de vermeende inbreuk .

c)

het onderzoek van alle andere elementen die nodig zijn voor de efficiënte handhaving van Verordening (EU) 2016/679, met inbegrip van de ambtshalve uitoefening van bevoegdheden op grond van artikel 58, lid 2, artikel 83 of artikel 84 van Verordening (EU) 2016/679, met name in het geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken .

Amendement 88

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     De behandeling van een klacht leidt altijd tot een juridisch bindend besluit waartegen een effectief rechtsmiddel openstaat overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 89

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     De leidende toezichthoudende autoriteit neemt onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.

 

Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met:

 

a)

acht weken wanneer commentaar overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt geleverd op een samenvatting op hoofdpunten of een geactualiseerde samenvatting op hoofdpunten;

 

b)

acht weken wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is boetes op te leggen of andere sancties vast te stellen;

 

c)

de periode tussen een verwijzing op grond van artikel 26 bis, lid 1 of 2, en het besluit van het Comité;

 

d)

de periode van een eventuele verlenging die door het Comité is toegestaan krachtens artikel 26 bis, lid 3.

 

Elke verlenging onder de punten a) tot en met d) kan slechts één keer worden verleend.

Amendement 90

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.     Alinea 1 ter is niet van toepassing wanneer een zaak overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 aan het coherentiemechanisme is onderworpen.

Amendement 91

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een klacht kan minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte partijen . Wanneer de toezichthoudende autoriteit meent dat een minnelijke schikking tot stand is gekomen, geeft zij het schikkingsvoorstel door aan de klager . Wanneer de klager binnen een maand geen bezwaar maakt tegen het schikkingsvoorstel van de toezichthoudende autoriteit, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.

1.    Een klacht kan in elk stadium van het onderzoek minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte partij . De leidende toezichthoudende autoriteit of de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht wordt ingediend, kan dat vrijwillige proces bevorderen en faciliteren .

Amendement 92

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Een minnelijke schikking tussen de klager en de onderzochte partij wordt geacht te zijn getroffen wanneer er sprake is van uitdrukkelijke overeenstemming. Wanneer een minnelijke schikking voor de klacht is getroffen, delen de partijen de schikking binnen één maand mee aan de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend.

Amendement 93

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     Binnen een maand na de kennisgeving van de minnelijke schikking uit hoofde van alinea 1 bis wordt een ontwerpbesluit ingediend overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679, waarin wordt aangegeven of:

 

a)

aan de voorwaarden voor een minnelijke schikking uit hoofde van lid 1 bis is voldaan, en of

 

b)

een ambtshalve onderzoek uit hoofde van alinea 1 ter moet worden ingeleid.

Amendement 94

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.     Indien geen van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen één maand bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit uit hoofde van lid 1 bis of indien het Comité de minnelijke schikking in het kader van de procedure uit hoofde van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 heeft bekrachtigd, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken en wordt de schikking van kracht.

Amendement 95

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.     Een minnelijke schikking verhindert de leidende toezichthoudende autoriteit niet een ambtshalve onderzoek in te stellen in dezelfde zaak. Zij kan in plaats daarvan een ambtshalve onderzoek instellen, met name wanneer:

 

a)

de onderzochte partij een recidivist is;

 

b)

de onderzochte partij het voorwerp is geweest van een groot aantal andere minnelijke schikkingen;

 

c)

het brede onderwerp van de klacht betrekking heeft op een groot aantal andere betrokkenen dan de klager, een langdurig karakter heeft, of van ernstige aard is; of

 

d)

de uitoefening van bevoegdheden anderszins is vereist voor het waarborgen van de doeltreffende, evenredige en afschrikkende handhaving van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 96

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Verzoek om een ambtshalve procedure

 

1.     Elke betrokken toezichthoudende autoriteit kan, wanneer zij van mening is dat Verordening (EU) 2016/679 mogelijk wordt geschonden en de rechten van betrokkenen op het grondgebied van haar lidstaat worden geschonden, om een ambtshalve procedure verzoeken door overeenkomstig lid 2 een schriftelijk verzoek om discretionaire maatregelen in te dienen bij de leidende toezichthoudende autoriteit. Een dergelijk verzoek bevat ten minste:

 

a)

een verklaring om een betrokken toezichthoudende autoriteit te zijn, en

 

b)

een samenvatting van de belangrijkste punten overeenkomstig artikel 9.

 

2.     Binnen drie weken moet de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit:

 

a)

de betrokken toezichthoudende autoriteit ervan in kennis stellen dat zij een ambtshalve procedure heeft ingeleid;

 

b)

de betrokken toezichthoudende autoriteit ervan in kennis stellen dat artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 op de zaak van toepassing is en dat de leidende toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 niet voornemens is zelf de zaak te behandelen; of

 

c)

het verzoek afwijzen indien zij van oordeel is dat zij niet de leidende toezichthoudende autoriteit is of dat er geen sprake is van een prima facie inbreuk op Verordening (EU) 2016/679.

 

In het in punt a) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 voorleggen.

 

In de in de punten b) en c) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit opnieuw een gewijzigd verzoek om een ambtshalve procedure indienen, of verzoeken om een vaststelling over de opening van de procedure door het Comité overeenkomstig artikel 26 bis, lid 1.

 

3.     Indien de leidende toezichthoudende autoriteit een ambtshalve procedure inleidt, neemt zij onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, overeenkomstig lid 1 een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met:

 

a)

acht weken wanneer commentaar overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt geleverd op een samenvatting op hoofdpunten of een geactualiseerde samenvatting op hoofdpunten;

 

b)

acht weken wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is boetes op te leggen of andere sancties vast te stellen;

 

c)

de periode tussen een verwijzing op grond van artikel 26 bis en het besluit van het Comité;

 

d)

de periode van een eventuele verlenging die door het Comité is toegestaan krachtens artikel 26 bis, lid 3.

Amendement 97

Voorstel voor een verordening

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Schrappen

Vertalingen

 

1.     De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, is verantwoordelijk voor:

 

a)

vertaling van klachten en de standpunten van klagers in de taal die ten behoeve van het onderzoek wordt gebruikt door de leidende toezichthoudende autoriteit;

 

b)

vertaling van door de leidende toezichthoudende autoriteit verstrekte documenten in de taal die wordt gebruikt voor communicatie met de klager, wanneer het op grond van deze verordening of Verordening (EU) 2016/679 noodzakelijk is dergelijke documenten aan de klager te verstrekken.

 

2.     In zijn procedureregels stelt het Comité de procedure vast voor het vertalen van commentaren of relevante en gemotiveerde bezwaren van de betrokken toezichthoudende autoriteiten in een andere taal dan de door de leidende toezichthoudende autoriteit gebruikte taal ten behoeve van het onderzoek.

 

Amendement 98

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679

Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 en met andere relevante autoriteiten

Amendement 99

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bepalingen in deze afdeling hebben betrekking op de relaties tussen toezichthoudende autoriteiten en beogen geen rechten toe te kennen aan personen of onderzochte partijen.

Schrappen

Amendement 100

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De leidende toezichthoudende autoriteit houdt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten regelmatig op de hoogte van het onderzoek en verstrekt hun zodra dit mogelijk is alle relevante informatie.

1.   De leidende toezichthoudende autoriteit verleent de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten onmiddellijke, onbeperkte en permanente toegang op afstand tot het volledige gezamenlijke dossier, en neemt alle relevante informatie , in het bijzonder documenten, stukken, memo’s en andere informatie met betrekking tot de zaak op in het gezamenlijke dossier binnen één week na de opstelling of ontvangst ervan .

Amendement 101

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2016/679 omvat , indien van toepassing:

2.    De leidende toezichthoudende autoriteit verstrekt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en, indien nodig voor geschilbeslechting in de zin van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679, het Comité, actief relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van die verordening , en stelt hen in kennis binnen een week na ontvangst of opstelling van deze informatie . Deze informatie heeft betrekking op informatie over belangrijke stappen in de procedure, waaronder, indien van toepassing:

Amendement 102

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

informatie over het openen van een onderzoek naar een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 ;

a)

informatie over het openen van een ambtshalve onderzoek of een klachtenprocedure ;

Amendement 103

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

samenvatting op hoofdpunten in een onderzoek overeenkomstig artikel 9;

e)

het opstellen of bijwerken van de samenvatting op hoofdpunten in een onderzoek overeenkomstig artikel 9;

Amendement 104

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

commentaar op een samenvatting op hoofdpunten overeenkomstig artikel 9, lid 3;

Amendement 105

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

informatie over de te ondernemen stappen om een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 vast te stellen voorafgaand aan de voorbereiding van de voorlopige bevindingen;

f)

informatie over de te ondernemen stappen om een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 vast te stellen voorafgaand aan de voorbereiding van de voorlopige bevindingen en voorafgaand aan de voorbereiding van het ontwerpbesluit ;

Amendement 106

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

de standpunten van de klager over de voorlopige bevindingen;

i)

de standpunten van de klager over de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en, in voorkomend geval, andere aspecten van het onderzoek waarover de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar heeft gemaakt ;

Amendement 107

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt k bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k bis)

een ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 of een herzien ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 108

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt k ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k ter)

alle relevante en gemotiveerde bezwaren overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 109

Voorstel voor een verordening

Artikel 8 – lid 2 – punt k quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

k quater)

elk rechtsmiddel dat tijdens een procedure op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 of tegen een besluit op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingesteld.

Amendement 110

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.    Zodra de leidende toezichthoudende autoriteit een voorlopig standpunt heeft bereikt over hoofdpunten in een onderzoek, maakt deze een samenvatting op hoofdpunten ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

1.    Binnen vier weken na ontvangst van een klacht of een verzoek om ambtshalve procedures te openen, maakt de leidende toezichthoudende autoriteit een samenvatting op hoofdpunten die vermoedelijk moeten worden vastgesteld om de zaak te beslissen ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 , en doet deze samenvatting toekomen aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten . De samenvatting wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met afwijkende feiten en argumenten. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteit een zaak naar de leidende toezichthoudende autoriteit doorverwijst overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt c), i), kan zij een ontwerp van een samenvatting op hoofdpunten verstrekken, dat niet bindend is voor de leidende toezichthoudende autoriteit.

Amendement 111

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de belangrijkste relevante feiten;

a)

de relevante feiten;

Amendement 112

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

een voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek, met name de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 waarop de onderzochte vermeende inbreuk betrekking heeft;

b)

een voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek, met name de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 waarop de vermeende inbreuk betrekking heeft , en, in voorkomend geval, een indicatie of deze lijken te zijn geschonden ;

Amendement 113

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

beoordeling van ingewikkelde juridische en technologische aspecten die relevant zijn voor een voorlopige oriëntatie van haar oordeel ;

c)

voorlopige feitelijke of juridische beoordelingen, betreffende alle relevante standpunten van de partijen op het moment dat de samenvatting wordt opgesteld, inclusief alle relevante Europese jurisprudentie, alsook richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken van het Comité ;

Amendement 114

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     De samenvatting op hoofdpunten wordt door de leidende toezichthoudende autoriteit onverwijld geactualiseerd om alle feitelijke of juridische wijzigingen weer te geven die in de loop van de procedure aan het licht komen.

Amendement 115

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten worden ingediend.

3.   De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen feitelijk of juridisch commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten of elke actualisering daarvan worden ingediend in overeenstemming met artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 .

Amendement 116

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     Op grond van lid 3 geleverd commentaar voldoet aan de volgende eisen:

Schrappen

a)

de gebruikte bewoordingen zijn voldoende duidelijk en nauwkeurig om de leidende toezichthoudende autoriteit en, indien van toepassing, de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen hun standpunten voor te bereiden;

 

b)

de juridische argumenten zijn beknopt aangegeven en gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben;

 

c)

het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteit kan worden onderbouwd met documenten ter aanvulling van het commentaar op bepaalde punten.

 

Amendement 117

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.     Het Comité kan in zijn procedureregels beperkingen opnemen over de maximale lengte van het door de betrokken toezichthoudende autoriteiten ingediende commentaar op de samenvatting op hoofdpunten.

Schrappen

Amendement 118

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel, worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen worden de in artikel 14 bedoelde voorlopige bevindingen binnen negen maanden na het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel vermelde termijn toegestuurd aan de onderzochte partijen .

6.   Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel dat de samenvatting op hoofdpunten in twijfel trekt of andere belangrijke feitelijke of juridische kwesties naar voren brengt, worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen is de in artikel 4, lid 1 ter), vermelde termijn voor het voorleggen van een ontwerpbesluit drie maanden.

Amendement 119

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III – afdeling 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Volledige of gedeeltelijke afwijzing van klachten

Samenwerking met andere relevante autoriteiten

(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 9 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)

Amendement 120

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 van Verordening (EU) 2016/679, artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake:

1.   Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 of artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake:

Amendement 121

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de voorlopige oriëntatie met betrekking tot ingewikkelde juridische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c);

b)

de voorlopige feitelijke of juridische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c);

Amendement 122

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de voorlopige oriëntatie met betrekking tot ingewikkelde technologische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c).

Schrappen

Amendement 123

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 1 – punt c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

voorlopige vaststelling van mogelijke corrigerende maatregel(en) overeenkomstig artikel 9, lid 2, punt d).

Amendement 124

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De leidende toezichthoudende autoriteit overlegt met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen of, indien van toepassing, verstrekking aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, van de onderbouwing ten behoeve van artikel 11, lid 2 .

3.    In zaken die niet onder artikel 9, lid 6, van deze verordening vallen, onderzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit de feiten die relevant zijn voor de afwijkende standpunten en overlegt naar haar beste vermogens met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen.

Amendement 125

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Wanneer er tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten geen consensus bestaat over de zaak zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, punt b), van deze verordening, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité om een dringend bindend besluit op grond van artikel  66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 . In dat geval wordt geacht te zijn voldaan aan de voorwaarden voor een verzoek om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.

4.   Wanneer de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure binnen vier weken na het verstrijken van de termijnen voor het indienen van commentaar niet leidt tot consensus tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten over de zaken zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit of een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten het Comité om een procedurele vaststelling op grond van artikel 26 bis van deze verordening .

Amendement 126

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Bij het verzoek om een dringend bindend besluit van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit in ieder geval:

5.   Bij het verzoek om een procedurele vaststelling van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de verzoekende toezichthoudende autoriteit in ieder geval:

Amendement 127

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de in artikel 9, lid 2, punten a) en b), bedoelde documenten ;

a)

de in artikel 9, lid 2, punten a) en b), bedoelde relevante informatie, inclusief, in voorkomend geval, alle actualiseringen daarvan ;

Amendement 128

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteit die het niet eens is met de voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit.

b)

het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten die het niet eens zijn met de voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit of de feitelijke of juridische beoordeling van de elementen van de samenvatting op hoofdpunten zoals bedoeld in artikel 9, lid 2;

Amendement 129

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 – punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

toegang tot het gezamenlijk dossier.

Amendement 130

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.     Het Comité kan de toezichthoudende autoriteit om andere documenten of informatie vragen die het in het specifieke geval passend acht.

Amendement 131

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de reikwijdte van het onderzoek aan de hand van het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit over dit commentaar .

6.   Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de samenvatting op hoofdpunten of over het verlengen van de in lid 4 bedoelde periode, overeenkomstig artikel 26 bis op basis van alle ontvangen documenten .

Amendement 132

Voorstel voor een verordening

Artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 10 bis

 

Samenwerking met andere relevante autoriteiten

 

De toezichthoudende autoriteiten streven ernaar de niet-persoonsgebonden informatie die in het kader van de in deze verordening vastgestelde procedures is verkregen, mee te delen aan de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de Unie die bevoegd zijn op het gebied van gegevensbescherming en andere gebieden, waaronder mededinging, financiële diensten, energie, telecommunicatie, consumentenbescherming, digitale diensten, of kunstmatige intelligentie, wanneer de informatie relevant wordt geacht voor de taken en verplichtingen van die autoriteiten, met name voor het starten van administratieve procedures en onderzoeken naar mogelijke inbreuken op wetgeving op het gebied van zaken die onder hun bevoegdheid vallen. De informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor die informatie is verzameld. Dit belet de toezichthoudende autoriteit evenwel niet andere procedures te starten op basis van die informatie of die met het oog daarop te delen met andere autoriteiten.

Amendement 133

Voorstel voor een verordening

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Schrappen

Het horen van een klager voorafgaand aan volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht

 

1.     In vervolg op de in de artikelen 9 en 10 bedoelde procedure geeft de leidende toezichthoudende autoriteit aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de gronden aan voor haar voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen.

 

2.     De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gronden voor de voorgenomen volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken. Deze termijn bedraagt ten minste drie weken. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gevolgen indien deze zijn standpunten niet kenbaar maakt.

 

3.     Indien de klager zijn standpunten niet kenbaar maakt binnen de termijn die is gesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.

 

4.     De klager kan verzoeken om toegang tot de niet-vertrouwelijke versie van de documenten waarop het besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht is gebaseerd.

 

5.     Wanneer de klager zijn standpunten kenbaar maakt binnen de termijn die is vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, en de standpunten niet leiden tot een wijziging van het voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen, bereidt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, het ontwerpbesluit voor op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 dat door de leidende toezichthoudende autoriteit wordt voorgelegd aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.

 

Amendement 134

Voorstel voor een verordening

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 12

Schrappen

Herzien ontwerpbesluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht

 

1.     Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de klager de gelegenheid moet krijgen zijn standpunten kenbaar te maken, biedt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de klager de mogelijkheid zijn standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken.

 

2.     De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten kenbaar kan maken.

 

Amendement 135

Voorstel voor een verordening

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 13

Schrappen

Besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht

 

Na vaststelling van een besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht overeenkomstig artikel 60, lid 8, van Verordening (EU) 2016/679 informeert de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klager over de voorzieningen in rechte waarover hij beschikt overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679.

 

Amendement 136

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk III – afdeling 3 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Besluiten gericht aan verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers

Besluiten gericht aan onderzochte partijen

Amendement 137

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Voorlopige bevindingen en antwoord

Voorlopige bevindingen en het recht van onderzochte partijen om te worden gehoord

Amendement 138

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, stelt deze voorlopige bevindingen op.

1.    Na de raadplegingen en procedures overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van deze verordening stelt de leidende toezichthoudende autoriteit, wanneer zij van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, voorlopige bevindingen op.

Amendement 139

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin moeten met name alle feiten en de volledige juridische beoordeling uiteengezet worden die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 en alle bewijzen opsommen waarop het is gebaseerd.

De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin worden met name alle feiten , met inbegrip van al het gebruikte bewijsmateriaal, en de volledige juridische beoordeling uiteengezet die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze worden gehoord en hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, en worden alle bewijzen opgesomd waarop dit is gebaseerd.

Amendement 140

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is te treffen .

In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen door de leidende toezichthoudende autoriteit worden overwogen .

Amendement 141

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 2 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop de berekening van de boete gebaseerd is . De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt.

Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit overweegt een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop zij zich gaat baseren bij haar besluit betreffende een administratieve boete en de berekening van de boete. De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt.

Amendement 142

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen in kennis van de voorlopige bevindingen.

3.   De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen waaraan mogelijkerwijs corrigerende maatregelen worden opgelegd alsook de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend en de betrokken toezichthoudende autoriteiten in kennis van de voorlopige bevindingen. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt de klager in kennis van de voorlopige bevindingen.

Amendement 143

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.     De leidende toezichthoudende autoriteit stelt bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. De leidende toezichthoudende autoriteit is niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn.

Schrappen

Amendement 144

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.     Bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen verleent de leidende toezichthoudende autoriteit die partijen overeenkomstig artikel 20 toegang tot het administratieve dossier.

Schrappen

Amendement 145

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 – lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de onderzochte partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren.

6.   De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren.

Amendement 146

Voorstel voor een verordening

Artikel 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 15

Schrappen

Toezending van de voorlopige bevindingen aan klagers

 

1.     Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voorlopige bevindingen uitbrengt over een zaak waarover zij een klacht heeft ontvangen, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager een niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken.

 

2.     Lid 1 is ook van toepassing wanneer een toezichthoudende autoriteit, wanneer dit op zijn plaats is, meerdere klachten tegelijk behandelt en deze in verschillende delen splitst of op een andere manier gebruikmaakt van haar discretionaire bevoegdheid met betrekking tot de reikwijdte van het onderzoek zoals uiteengezet in de voorlopige bevindingen.

 

3.     Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het noodzakelijk is dat aan de klager documenten uit het administratieve dossier worden verstrekt zodat de klager zijn standpunten over de voorlopige bevindingen effectief kenbaar kan maken, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager de niet-vertrouwelijke versie van die documenten tegelijk met de voorlopige bevindingen ingevolge lid 1.

 

4.     De klager ontvangt de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen uitsluitend ten behoeve van het concrete onderzoek waarin de voorlopige bevindingen zijn uitgegeven.

 

5.     Voorafgaand aan de ontvangst van de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en eventueel op grond van lid 3 verstrekte documenten stuurt de klager aan de leidende toezichthoudende autoriteit een geheimhoudingsverklaring waarin de klager zich verbindt geen informatie of oordeel uit de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen bekend te maken of deze te gebruiken voor andere doeleinden dan het concrete onderzoek waarin deze bevindingen zijn uitgevaardigd.

 

Amendement 147

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vaststelling van het definitieve besluit

Voorlegging van ontwerpbesluiten, herziene ontwerpbesluiten en vaststelling van het definitieve besluit

Amendement 148

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden.

Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit binnen vier weken na het verstrijken van de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 genoemde termijnen haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7 en lid 9 , van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden.

Amendement 149

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is dat bezwaar te volgen, dient de leidende toezichthoudende autoriteit binnen vier weken een herzien ontwerpbesluit in overeenkomstig artikel 60, lid 5, van die verordening.

Amendement 150

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 ter.     Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit het relevante en gemotiveerde bezwaar niet volgt of van mening is dat het bezwaar niet relevant of gemotiveerd is, legt de leidende toezichthoudende autoriteit de aangelegenheid binnen vier weken overeenkomstig artikel 60, lid 4, van die verordening voor aan het in artikel 63 bedoelde coherentiemechanisme.

Amendement 151

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quater.     Onverminderd aanvullende vereisten op grond van de nationale wetgeving, wordt elk ontwerpbesluit of definitieve besluit op grond van artikel 60, leden 3, 5 of 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 schriftelijk genomen in een korte, beknopte, transparante en begrijpelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. Het wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met eventueel uiteenlopend bewijsmateriaal en uiteenlopende standpunten van de partijen, en bevat ten minste de volgende elementen:

 

a)

de naam van de toezichthoudende autoriteit die het besluit heeft genomen;

 

b)

de datum waarop het besluit is genomen;

 

c)

een onpartijdige samenvatting van de relevante feiten van de zaak en de bron daarvan;

 

d)

de rechtsgronden voor het besluit;

 

e)

de uitgeoefende corrigerende bevoegdheden, sancties of andere maatregelen; alsmede

 

f)

informatie over het recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 en het toepasselijke nationale procesrecht.

Amendement 152

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 quinquies.     Wanneer het wettelijk bindende besluit overeenkomstig artikel 60, lid 8 of lid 9, van Verordening (EU) 2016/679 moet worden genomen door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, zorgt de leidende toezichthoudende autoriteit ervoor dat het besluit alle elementen bevat die volgens het toepasselijke nationale procesrecht van de betrokken toezichthoudende autoriteit noodzakelijk zijn. De betrokken toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, helpt de leidende toezichthoudende autoriteit bij het opstellen van het besluit in die zin.

Amendement 153

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 sexies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 sexies.     Elk ontwerpbesluit of definitief besluit is alleen gebaseerd op feitelijke bevindingen op basis van documenten of ander bewijs waarover de onderzochte partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken.

Amendement 154

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 septies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 septies.

De op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 aan de partijen verstrekte informatie omvat een afschrift van het juridisch bindende besluit, en informatie over in overeenstemming met artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 beschikbare rechtsmiddelen.

Amendement 155

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 – lid 1 octies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 octies.

De toezichthoudende autoriteiten publiceren zonder onnodige vertraging, en in ieder geval niet later dan drie maanden na de vaststelling daarvan, alle wettelijk bindende besluiten die zij nemen, tenzij de nieuwe besluiten niet wezenlijk afwijken van eerder gepubliceerde besluiten. In overeenstemming met het toepasselijke nationale recht kunnen toezichthoudende autoriteiten namen van partijen en andere informatie aan de hand waarvan partijen geïdentificeerd kunnen worden, alsook andere informatie die krachtens het toepasselijke recht beschermd is, bewerken.

Amendement 156

Voorstel voor een verordening

Artikel 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 17

Schrappen

Het recht om te worden gehoord met betrekking tot een herzien ontwerpbesluit

 

1.     Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de onderzochte partijen de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten kenbaar te maken, biedt de leidende toezichthoudende autoriteit, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de onderzochte partijen de gelegenheid hun standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken.

 

2.     De leidende toezichthoudende autoriteit stelt een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken.

 

Amendement 157

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

zijn uitsluitend gebaseerd op feitelijke bestanddelen die in het ontwerpbesluit zijn opgenomen; alsmede

a)

zijn gebaseerd op feitelijke bestanddelen die in het ontwerpbesluit of in het gezamenlijke dossier zijn opgenomen of op aanvullend bewijsmateriaal dat samen met het relevante en gemotiveerde bezwaar is ingediend ;

Amendement 158

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

veranderen niets aan de reikwijdte van de vermeende inbreuken door het aanvoeren van punten die leiden tot vaststelling van aanvullende beschuldigingen van inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 of tot wijziging van de intrinsieke aard van de verweten beschuldigingen.

b)

veranderen niets aan de reikwijdte van de zaak, zoals gedefinieerd in de laatste versie van de samenvatting op hoofdpunten; alsmede;

Amendement 159

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 1 – punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

vermelden duidelijk de elementen van het ontwerpbesluit die gewijzigd moeten worden, met inbegrip van, indien mogelijk, de precieze formulering van de voorgestelde wijziging of een voldoende precieze beschrijving van de voorgestelde wijziging van het ontwerpbesluit.

Amendement 160

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 – lid 2 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

elk van de relevante en gemotiveerde bezwaren en het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit over een dergelijk bezwaar is niet langer dan drie pagina’s en bevat geen bijlagen. In zaken over bijzonder ingewikkelde juridische kwesties kan de maximale lengte vergroot worden tot zes pagina’s, tenzij het Comité een grotere lengte aanvaardt als specifieke omstandigheden dit rechtvaardigen;

Schrappen

Amendement 161

Voorstel voor een verordening

Hoofdstuk IV

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

[...]

Schrappen

Amendement 162

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679

Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65 , lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679

Amendement 163

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679.

1.   Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak binnen vier weken na ontvangst van alle relevante en gemotiveerde bezwaren of vanaf het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679. Relevante en gemotiveerde bezwaren die na de uiterste termijn worden ontvangen, worden niet in overweging genomen.

Amendement 164

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle volgende documenten :

2.   Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité al het volgende:

Amendement 165

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

de samenvatting op hoofdpunten;

Amendement 166

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

een samenvatting van de relevante feiten;

b)

een samenvatting van de relevante feiten , inclusief de beschrijving van de verwerkingsactiviteiten, de beschrijving van de organisatie van het bedrijf en de beschrijving van waar de beslissingen over het doel en de middelen van de verwerking van persoonsgegevens worden genomen ;

Amendement 167

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

het schriftelijke standpunt van de onderzochte partijen , indien van toepassing, op grond van de artikelen  14 en 17 ;

d)

de schriftelijke standpunten van de partijen op grond van artikel  14;

Amendement 168

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

de schriftelijke standpunten van de klagers, indien van toepassing, op grond van de artikelen 11, 12 en 15;

Schrappen

Amendement 169

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

de relevante en gemotiveerde bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen;

f)

de relevante en gemotiveerde bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen en de bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen als zijnde irrelevant en ongemotiveerd ;

Amendement 170

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren heeft afgewezen of deze als niet relevant of gemotiveerd beschouwde .

g)

de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de bezwaren heeft afgewezen of deze als niet relevant of gemotiveerd heeft verworpen ;

Amendement 171

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 2 – punt g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)

toegang tot het gezamenlijk dossier.

Amendement 172

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Het Comité stelt binnen vier weken na ontvangst van de in lid 2 vermelde documenten de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren vast .

3.   Het Comité registreert de indiening van een zaak bij het geschillenbeslechtingsmechanisme binnen twee weken na ontvangst van alle in lid 2 vermelde documenten of verzoekt om een hernieuwde indiening met de ontbrekende informatie binnen nog een week . Bij de registratie van de indiening vermeldt en structureert het Comité de geschillen tussen toezichthoudende autoriteiten die het voorwerp van de procedure voor het Comité uitmaken, en verstrekt het deze onmiddellijk aan de toezichthoudende autoriteiten.

Amendement 173

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Zodra alle in lid 2 vermelde informatie is ontvangen, is de voorzitter van het Comité bevoegd de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verzoeken om eventuele aanvullende informatie, documenten of verduidelijkingen die het Comité nodig heeft voor de vaststelling van een bindend besluit betreffende alle zaken die onderwerp zijn van de relevante en gemotiveerde bezwaren. De autoriteiten verstrekken deze aanvullende informatie uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek.

Amendement 174

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.     De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen binnen twee weken na ontvangst van de indiening overeenkomstig lid 3 overige relevante informatie die zij over die zaak hebben die geen onderdeel uitmaakte van de bezwaren, met inbegrip van maar niet beperkt tot feiten en documentatie die aan hun bezwaar ten grondslag liggen, indienen.

Amendement 175

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quater.     De “verwijzing van de aangelegenheid” overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 betekent het moment waarop alle in artikel 22, lid 2, bedoelde documenten beschikbaar en vertaald zijn overeenkomstig artikel 2 quinquies.

Amendement 176

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 – lid 3 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 quinquies.     Het in artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde verbod voor toezichthoudende autoriteiten om een besluit te nemen over de aangelegenheid die aan het Comité is voorgelegd tijdens de in artikel 65, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde perioden, geldt ook tijdens de in lid 3 van dit artikel bedoelde perioden.

Amendement 177

Voorstel voor een verordening

Artikel 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 23

Schrappen

Registratie met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679

 

De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 uiterlijk een week na ontvangst van alle volgende documenten:

 

a)

het ontwerpbesluit of herziene ontwerpbesluit waarop de relevante en gemotiveerde bezwaren betrekking hebben;

 

b)

een samenvatting van de relevante feiten;

 

c)

het schriftelijke standpunt van de onderzochte partijen, indien van toepassing, op grond van de artikelen 14 en 17;

 

d)

schriftelijke standpunten van de klagers, indien van toepassing, op grond van de artikelen 11, 12 en 15;

 

e)

de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren;

 

f)

de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren heeft afgewezen.

 

Amendement 178

Voorstel voor een verordening

Artikel 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 24

Schrappen

Opgave van gronden voorafgaand aan vaststelling van een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679

 

1.     Voorafgaand aan de vaststelling van het bindend besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 verstrekt de voorzitter van het Comité via de leidende toezichthoudende autoriteit aan de onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, aan de klager een opgave van gronden met uiteenzetting van de redenering die het Comité beoogt op te nemen in zijn besluit. Wanneer het Comité van plan is een bindend besluit vast te stellen dat de leidende toezichthoudende autoriteit dwingt haar ontwerpbesluit of herziene ontwerpbesluit te wijzigen, bepaalt het Comité of die opgave van gronden gepaard moet gaan met de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren waarop het Comité zijn besluit beoogt te baseren.

 

2.     De onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, de klager hebben vanaf de in lid 1 bedoelde opgave van gronden een week tijd om hun standpunten kenbaar te maken.

 

3.     De termijn in lid 2 wordt met een week verlengd wanneer het Comité de termijn voor vaststelling van het bindend besluit verlengt overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.

 

4.     De termijn voor vaststelling van het bindend besluit waarin is voorzien in artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, wordt opgeschort tijdens de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen.

 

Amendement 179

Voorstel voor een verordening

Artikel 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 25

Schrappen

Procedure met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/679

 

1.     Bij doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening 2016/679 verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit die de zaak voorlegt met betrekking tot de bevoegdheid voor de hoofdvestiging, aan het Comité alle volgende documenten:

 

a)

een samenvatting van de relevante feiten;

 

b)

de beoordeling van deze feiten voor zover het de voorwaarden van artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 betreft;

 

c)

de standpunten aangevoerd door de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker waarvan de hoofdvestiging onderwerp is van de doorverwijzing;

 

d)

de standpunten van andere bij de doorverwijzing betrokken toezichthoudende autoriteiten;

 

e)

elk ander document of informatie die de doorverwijzende toezichthoudende autoriteit relevant en noodzakelijk acht om de zaak op te lossen.

 

2.     De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van de in lid 1 bedoelde documenten.

 

Amendement 180

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de standpunten van de toezichthoudende autoriteit die de zaak doorverwijst, of de Commissie over de vraag of, indien van toepassing, een toezichthoudende autoriteit verplicht was het ontwerpbesluit toe te sturen aan het Comité op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 of een toezichthoudende autoriteit een op grond van artikel 64 van Verordening (EU) 2016/679 gegeven advies van het Comité niet heeft opgevolgd.

c)

de standpunten van de toezichthoudende autoriteit die de zaak doorverwijst, of de Commissie over de vraag of, indien van toepassing, een toezichthoudende autoriteit verplicht was het ontwerpbesluit toe te sturen aan het Comité op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 of een toezichthoudende autoriteit een op grond van artikel 64 van Verordening (EU) 2016/679 gegeven advies van het Comité niet heeft opgevolgd , met een toelichting op de punten die niet zijn opgevolgd en een verwijzing naar het betreffende onderdeel van het vastgestelde besluit .

Amendement 181

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     De voorzitter van het Comité stelt alle toezichthoudende autoriteiten in kennis van de in lid 1 bedoelde doorverwijzing naar het Comité teneinde de toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen hun standpunten kenbaar te maken.

Amendement 182

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van de in de leden 1 en 2 bedoelde documenten.

3.   De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van alle in de leden 1 en 2 bedoelde documenten.

Amendement 183

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 26 bis

 

Procedurele vaststellingen door het Comité

 

1.     Overeenkomstig artikel 66 van Verordening (EU) 2016/679 kan een toezichthoudende autoriteit het Comité verzoeken een urgent bindend besluit te nemen in de vorm van een procedurele vaststelling over elk procedureel geschil tussen toezichthoudende autoriteiten in gevallen zoals bedoeld in deze verordening.

 

2.     Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat zij onmogelijk aan de termijn van artikel 4, lid 1 ter, of artikel 5 bis, lid 3, kan voldoen, met name vanwege de noodzaak van uitzonderlijk complex feitenonderzoek, verzoekt zij het Comité om een urgent bindend besluit overeenkomstig lid 1, betreffende verlenging van de termijn met nog eens maximaal negen maanden. De toezichthoudende autoriteit toont aan dat de gevraagde verlenging onvermijdelijk is, ook al voldoet zij aan artikel 2 quater, lid 1.

 

3.     Verzoeken uit hoofde van de leden 1 en 2 bevatten ten minste het volgende:

 

a)

de aangevoerde feiten en alle bewijsmateriaal waarover de autoriteit of de partij beschikt;

 

b)

de rechtsgronden voor het verzoek;

 

c)

de vaststelling overeenkomstig lid 1 of de verlenging overeenkomstig lid 2 waar de autoriteit of partij het Comité om verzoekt.

 

4.     Binnen twee weken stelt het Comité de zaak vast op basis van de informatie die aan hem is voorgelegd of wijst hij het verzoek af. Vaststellingen zijn bindend voor de toezichthoudende autoriteiten.

Amendement 184

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 26 ter

 

Recht om een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen tegen een toezichthoudende autoriteit

 

1.     Onverminderd de bestaande rechtsmiddelen overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 en andere administratieve of buitengerechtelijke rechtsmiddelen, heeft elke partij bij de procedure recht op een doeltreffende voorziening in rechte:

 

a)

wanneer de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, geen gebruikmaakt van haar bevoegdheden om ervoor te zorgen dat een andere toezichthoudende autoriteit de procedure voortzet;

 

b)

wanneer een leidende toezichthoudende autoriteit zich niet houdt aan de termijnen waarin Verordening (EU) 2016/679 en deze verordening voorzien; of

 

c)

wanneer een toezichthoudende autoriteit een bindend besluit van het Comité niet naleeft.

 

2.     Elke partij bij de procedure of een orgaan zonder winstoogmerk zoals bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679 kan een vordering instellen krachtens lid 1, punt c), indien hij van oordeel is dat de rechten van een betrokkene onder Verordening (EU) 2016/679 als gevolg van de verwerking zijn geschonden.

 

3.     Indien een rechtbank die met het in lid 1 bedoelde toezicht is belast concludeert dat een toezichthoudende autoriteit zich niet van zijn taken heeft gekweten, is hij bevoegd die toezichthoudende autoriteit opdracht te geven de noodzakelijke actie te ondernemen.

Amendement 185

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

een samenvatting van de relevante feiten;

a)

een samenvatting van de relevante feiten , inclusief bewijs van een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 ;

Amendement 186

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

een beschrijving van de in het eigen gebied vastgestelde voorlopige maatregel, de duur daarvan en de gronden voor toepassing ervan, met inbegrip van de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;

b)

een beschrijving van de op het grondgebied van de lidstaat van de verzoekende toezichthoudende autoriteit vastgestelde voorlopige maatregel, de duur daarvan en de gronden voor toepassing ervan, met inbegrip van de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;

Amendement 187

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen op het grondgebied van de lidstaat van de verzoekende toezichthoudende autoriteit , met inbegrip van een uitleg over de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de maatregelen in kwestie vereisen.

c)

een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen, met inbegrip van een uitleg over de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de maatregelen in kwestie vereisen.

Amendement 188

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 1 – punt c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

wanneer de verzoekende autoriteit niet de leidende toezichthoudende autoriteit is, de standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit.

Amendement 189

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan de toezichthoudende autoriteit die het verzoek heeft ingediend . Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de verzoekende autoriteit in staat haar voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679.

2.   Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan alle toezichthoudende autoriteiten . Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de autoriteiten in staat hun voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 190

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Dringende besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679

Dringende bindende besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679

Amendement 191

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Een verzoek om een dringend besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken voorafgaand de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens:

1.   Een verzoek om een dringend bindend besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken na de vaststelling van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens:

Amendement 192

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

een samenvatting van de relevante feiten;

a)

een samenvatting van de relevante feiten , inclusief bewijs van een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 ;

Amendement 193

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de vastgestelde voorlopige maatregel op het grondgebied van de lidstaat van de toezichthoudende autoriteit die verzoekt om het besluit, de duur daarvan en de gronden voor toepassing ervan en met name de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;

b)

de vastgestelde voorlopige maatregel op het grondgebied van de lidstaat van de toezichthoudende autoriteit die verzoekt om het besluit, de duur daarvan en de gronden voor toepassing daarvan en met name de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;

Amendement 194

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

informatie over alle onderzoeksmaatregelen die getroffen zijn in het eigen grondgebied en de van de plaatselijke vestiging van de onderzochte partijen ontvangen reacties of andere informatie waarover de verzoekende toezichthoudende autoriteit beschikt;

c)

informatie over alle onderzoeksmaatregelen die getroffen zijn in het eigen grondgebied en de van de onderzochte partijen ontvangen reacties of andere informatie waarover de verzoekende toezichthoudende autoriteit beschikt;

Amendement 195

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen op het grondgebied van de verzoekende toezichthoudende autoriteit , rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de definitieve maatregel vereisen of bewijs dat een toezichthoudende autoriteit nagelaten heeft te reageren op een verzoek op grond van artikel 61, lid  3 , of artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679;

d)

een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de definitieve maatregel vereisen of bewijs dat een toezichthoudende autoriteit nagelaten heeft de overeenkomstig artikel 61, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 verzochte informatie te verstrekken of nagelaten heeft te reageren op een verzoek op grond van artikel 61, lid  8 , of artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679;

Amendement 196

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 1 – punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

indien van toepassing , de standpunten van de plaatselijke vestiging van de onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

f)

indien beschikbaar , de standpunten van de partijen . Indien de verzoekende autoriteit niet de leidende toezichthoudende autoriteit is, verleent de verzoekende autoriteit de onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 het recht om te worden gehoord .

Amendement 197

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Het in lid 1 bedoelde dringende advies wordt verzonden aan de toezichthoudende autoriteit die het verzoek heeft ingediend , en stelt de verzoekende autoriteit in staat haar voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen .

2.   Het in lid 1 bedoelde dringende bindende advies wordt verzonden aan de leidende toezichthoudende autoriteit en alle betrokken toezichthoudende autoriteiten , en vermeldt welke toezichthoudende autoriteiten in voorkomend geval definitieve maatregelen moeten nemen in het licht van het dringende advies of besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 .

Amendement 198

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

3.   Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit of treffen de autoriteiten waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 199

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.    De toezichthoudende autoriteit die het in lid 1 bedoelde verzoek heeft ingediend , maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker op het grondgebied van haar lidstaat en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit over de definitieve maatregel .

4.    Een toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het treffen van definitieve maatregelen , maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de onderzochte partijen en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen over het besluit van het Comité en over de door de leidende toezichthoudende autoriteit getroffen definitieve maatregelen . De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend informeert de klager over het besluit van het Comité en de door de leidende toezichthoudende autoriteit getroffen definitieve maatregelen.

Amendement 200

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 28 bis

 

Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen

 

Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen van een toezichthoudende autoriteit uit hoofde van het nationaal recht worden alleen ingezet in combinatie met rechtsmiddelen tegen het inhoudelijke definitieve besluit. De termijnen voor de inzet van rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen uit hoofde van het toepasselijk nationaal recht, worden verlengd voor de duur van de bij de toezichthoudende autoriteit aanhangig gemaakte procedure.

Amendement 201

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 28 ter

 

Statistieken betreffende handhaving

 

De toezichthoudende autoriteiten vermelden de volgende cijfers in hun activiteitenverslagen uit hoofde van artikel 59 van Verordening (EU) 2016/679:

 

a)

het aantal door de toezichthoudende autoriteit ingestelde ambtshalve onderzoeken;

 

b)

het aantal door andere toezichthoudende autoriteiten ingestelde ambtshalve onderzoeken;

 

c)

het aantal ontvangen klachten, met inbegrip van klachten die zijn afgewezen, verworpen, ingetrokken, gedeeltelijk gegrond zijn verklaard, volledig gegrond zijn verklaard of anderszins zijn afgesloten;

 

d)

het aantal wettelijk bindende besluiten waar momenteel beroep tegen is aangetekend;

 

e)

het aantal en de gemiddelde duur van de in punten a) tot en met d) bedoelde lopende en afgesloten procedures;

 

f)

het aantal maatregelen, per type maatregel, dat is getroffen overeenkomstig artikel 58, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 of het toepasselijk nationaal recht;

 

g)

het aantal en de hoogte van de opgelegde en geïnde boeten uit hoofde van de artikelen 83 en 84, van Verordening (EU) 2016/679 of het toepasselijk nationaal recht; alsmede

 

h)

het jaarlijkse budget en het aantal personeelsleden, uitgesplitst naar opleiding, taken en organisatorische eenheden.

 

2.     De toezichthoudende autoriteiten publiceren het activiteitenverslag over het afgelopen jaar zonder onnodige vertraging en niet later dan 30 juni.

 

3.     Het Comité maakt de in lid 1 bedoelde informatie van alle toezichthoudende autoriteiten uiterlijk vóór 31 juli van elk jaar voor het voorafgaande jaar bekend.

(Artikel 28 ter wordt opgenomen in Hoofdstuk VII “Algemene en slotbepalingen”)

Amendement 202

Voorstel voor een verordening

Artikel 29

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 29

Schrappen

Aanvang van termijnen en definitie van werkdag

 

1.     De in Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijnen of op grond daarvan door de toezichthoudende autoriteiten vastgestelde termijnen worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) 1182/71 van de Raad  (17).

 

2.     De termijnen gaan in op de werkdag die volgt op de gebeurtenis waarnaar de desbetreffende bepaling van Verordening (EU) 2016/679 of deze verordening verwijst.

 

 

Amendement 203

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De hoofdstukken III en IV gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening.

De hoofdstukken  I, II en III gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening.

Amendement 204

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Hoofdstuk  V geldt voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679.

De hoofdstukken  V en VI gelden voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 en voor spoedprocedures op grond van artikel 66, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 205

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 – alinea 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Tot... [zes maanden vanaf de datum van toepassing van deze verordening] verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit op verzoek alle documenten die zij in haar bezit heeft via andere elektronische middelen aan andere toezichthoudende autoriteiten.

Amendement 206

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 30 bis

 

Evaluatie en herziening

 

De Commissie evalueert en herziet deze verordening in het kader van haar verslagen aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 97 van Verordening (EU) 2016/679.

Amendement 207

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Inwerkingtreding

Inwerkingtreding en toepassing

Amendement 208

Voorstel voor een verordening

Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Zij is van toepassing met ingang van... [1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

 

Artikel 2 ter, lid 1, punt c), artikel 2 ter, lid 3, laatste zin, artikel 2 quater, lid 2, laatste zin, en lid 5, artikel 2 quinquies, lid 3 en lid 6, artikel 8, lid 1, en artikel 18, lid 1, punt a) zijn daarentegen van toepassing vanaf... [zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening].

Amendement 209

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – deel A – punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

Identiteit van de persoon of entiteit die de klacht indient

1.

Identiteit van de persoon of entiteit die de klacht indient

Indien de klager een natuurlijke persoon is, dient hij een identiteitsbewijs in. (1a)

 

Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat.

Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan , organisatie of vereniging als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan , de organisatie of vereniging naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat.

Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan dat de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene.

Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan , de organisatie of vereniging dat/die de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene.

 

 

 

Amendement 210

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – deel A – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

Contactadres (1a)

2.

Contactadres (1a)

Wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend, e-mailadres.

De naam, het adres en andere beschikbare contactgegevens van de klager, inclusief e-mailadres wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend.

Wanneer de klacht via de post wordt ingediend, het postadres.

 

Telefoonnummer.

 

 

 

Amendement 211

Voorstel voor een verordening

Bijlage I – deel A – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.

Entiteit waarvan de verwerking van uw persoonsgegevens inbreuk maakt op Verordening (EU) 2016/679

3.

Entiteit waarvan de verwerking van uw persoonsgegevens inbreuk maakt op Verordening (EU) 2016/679

Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft.

Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk te maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft , met inbegrip van de naam, het adres en alle andere contactgegevens van die entiteit .


(1)  De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0045/2024).

(1a)   Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1)

(17)   Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).

(1a)   Bijvoorbeeld paspoort, rijbewijs, nationale identiteitskaart.

(1a)  Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.

(1a)  Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1295/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top