This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52024AP0187
P9_TA(2024)0187 – Laying down additional procedural rules relating to the enforcement of Regulation (EU) 2016/679 – Amendments adopted by the European Parliament on 10 April 2024 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council laying down additional procedural rules relating to the enforcement of Regulation (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD)) (Ordinary legislative procedure: first reading)
P9_TA(2024)0187 — Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 — Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
P9_TA(2024)0187 — Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 — Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD)) (Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
PB C, C/2025/1295, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1295/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1295 |
13.3.2025 |
P9_TA(2024)0187
Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(C/2025/1295)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 septies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 octies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 18
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 19
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 25 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 33
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 34
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Afdeling 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Afdeling 1 bis |
|
|
Onderwerp, toepassingsgebied en definities |
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 1 |
Artikel 1 |
|
Onderwerp |
Onderwerp en toepassingsgebied |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten bij grensoverschrijdende handhaving van Verordening (EU) 2016/679 . |
Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten wanneer toezichthoudende autoriteiten van meer dan één lidstaat bij de zaak betrokken zijn, alsook op de daarmee verband houdende rechtsmiddelen . |
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 26 ter van deze verordening is ook van toepassing op zaken die bij een toezichthoudende autoriteit van een enkele lidstaat aanhangig worden gemaakt overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 septies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 octies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Afdeling 1 ter (nieuw) – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Afdeling 1 ter |
|
|
Procedureregels |
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 2 bis |
|
|
Toepasselijk procesrecht |
|
|
1. In aanvulling op deze verordening en voor zover verenigbaar met deze verordening, beheerst het toepasselijke procesrecht van een toezichthoudende autoriteit alle rechtstreekse interacties tussen die toezichthoudende autoriteit en de partijen die voor haar verschijnen. Deze verordening belet de lidstaten niet procedurekwesties te specificeren die niet door deze verordening of Verordening (EU) 2016/679 worden geregeld. |
|
|
2. Deze verordening en Verordening (EU) 2016/679 regelen de interactie tussen toezichthoudende autoriteiten van verschillende lidstaten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt. |
|
|
3. Elke klager heeft het recht om uitsluitend te communiceren met de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 2 ter |
||
|
|
Gemeenschappelijke normen voor procedures |
||
|
|
1. Onverminderd aanvullende rechten uit hoofde van het nationale recht heeft elke partij ten minste de volgende rechten: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
2. De leidende toezichthoudende autoriteit informeert en hoort de partijen in geëigende fasen van de procedure, zodat zij daadwerkelijk hun standpunt kenbaar kunnen maken over alle feitelijke bevindingen en juridische conclusies van de leidende toezichthoudende autoriteit. |
||
|
|
3. Het gezamenlijk dossier bevat alle belastende en ontlastende bewijsstukken, met inbegrip van documenten en andere bewijsstukken die door de onderzochte partijen zijn verstrekt. |
||
|
|
4. Een toezichthoudende autoriteit kan, op verzoek van een partij om hun wettelijk erkende rechten of de rechten van anderen te beschermen, of indien dit het algemeen belang dient of ter bescherming van de operationele veiligheid en cyberveiligheid, de in lid 1, punt c), bedoelde rechten beperken. Een dergelijke beperking moet in overeenstemming zijn met het nationale procesrecht dat overeenkomstig artikel 2 bis, lid 1, van toepassing is op elke rechtstreekse interactie tussen een toezichthoudende autoriteit en de partij die beperkte informatie ontvangt, en moet evenredig zijn in het licht van de respectieve erkende rechten van anderen of het beoogde openbaar belang. De partij die zich op vertrouwelijkheid beroept, verstrekt een vertrouwelijke versie van alle informatie, alsook een voorstel voor een niet-vertrouwelijke versie. |
||
|
|
5. De niet-vertrouwelijke versie van documenten die door een partij zijn verstrekt, wordt vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit die een vaststelling doet overeenkomstig de eerste zin van lid 4, die daarbij alleen strikt evenredige maatregelen toepast, zoals het redigeren van specifieke delen van documenten. |
||
|
|
6. Toezichthoudende autoriteiten die bij een zaak betrokken zijn, hebben altijd toegang tot de vertrouwelijke versie van alle documenten, en kunnen bezwaar maken tegen bewerkingen die in hun ogen niet strikt evenredig zijn. Toezichthoudende autoriteiten stellen de partijen overeenkomstig de eerste zin van lid 4 onmiddellijk in kennis van het feit dat informatie wordt achtergehouden. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt een register bij van elke toegang tot het gezamenlijke dossier. |
||
|
|
7. Met het oog op de efficiëntie van procedures beperken toezichthoudende autoriteiten de lengte van de door de partijen ingediende stukken tot maximaal 50 bladzijden. Die autoriteiten stellen redelijke en geëigende termijnen vast die niet korter zijn dan drie weken en niet langer dan zes weken, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een redelijke verlenging vereisen. De toezichthoudende autoriteiten zijn niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn. |
||
|
|
8. De leidende toezichthoudende autoriteit kan overeenkomstig het nationale procesrecht zaken voegen en scheiden, voor zover dit de rechten van de partijen niet ondermijnt. |
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 2 quater |
|
|
Samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten |
|
|
1. De leidende toezichthoudende autoriteit structureert, coördineert en beheert de zaak op efficiënte en passende wijze, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679, deze verordening en het toepasselijke nationale procesrecht. |
|
|
2. Elke toezichthoudende autoriteit kan verklaren dat zij bij een zaak betrokken is, waarbij zij aangeeft waarom zij voldoet aan de definitie van betrokken toezichthoudende autoriteit onder artikel 4, lid 22, van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt voor elke zaak een lijst van betrokken toezichthoudende autoriteiten bij in het gezamenlijke dossier. |
|
|
Indien de leidende toezichthoudende autoriteit van oordeel is dat een toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken toezichthoudende autoriteit is als bedoeld in dit lid niet voldoet aan de definitie van een betrokken toezichthoudende autoriteit stelt zij die autoriteit van die beoordeling op de hoogte. De toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken autoriteit is, trekt haar verklaring hetzij binnen één week na ontvangst van die beoordeling in of verstrekt een met redenen omkleed advies met de redenen waarom zij van oordeel is dat de beoordeling van de leidende toezichthoudende autoriteit niet juist is. Indien de divergerende beoordelingen van de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft een betrokken autoriteit te zijn niet op andere wijze kunnen worden opgelost, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité overeenkomstig artikel 26 bis een beslissing te nemen. |
|
|
3. Elke betrokken toezichthoudende autoriteit die relevante informatie voor een zaak ontvangt, verstrekt deze onverwijld, en uiterlijk één week na de dag waarop zij deze informatie heeft ontvangen, aan de leidende toezichthoudende autoriteit. |
|
|
4. Indien het probleem van divergerende zienswijze niet kan worden opgelost of indien de andere toezichthoudende autoriteit niets onderneemt, gebruiken toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheden voor het oplossen van dergelijke situaties onder deze verordening en onder hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679. |
|
|
5. Alle schriftelijke documenten van de toezichthoudende autoriteiten worden elektronisch verstrekt en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, waarbij duidelijke en eenvoudige taal wordt gebruikt. |
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 2 quinquies |
|
|
Gebruik van talen en vertalingen |
|
|
1. Het Comité stelt één taal vast die door alle toezichthoudende autoriteiten tijdens de samenwerkingsprocedure wordt aanvaard (“samenwerkingstaal”). |
|
|
2. Wanneer een toezichthoudende autoriteit relevante informatie met een andere toezichthoudende autoriteit deelt, zorgt zij voor een vertaling in de samenwerkingstaal of in een andere taal die de ontvangende toezichthoudende autoriteit aanvaardt. |
|
|
3. De leidende toezichthoudende autoriteit voert de gegevens in het gezamenlijk dossier in de oorspronkelijke taal in en zorgt voor vertalingen in de samenwerkingstaal. |
|
|
4. In elke rechtstreekse interactie met de partijen verstrekken de toezichthoudende autoriteiten de partijen informatie in de oorspronkelijke taal en, indien nodig, ofwel in een vertaling in de taal van het nationale procesrecht, ofwel in een andere taal die de partij begrijpt of gebruikt in haar gebruikelijke externe communicatie. |
|
|
5. Een toezichthoudende autoriteit mag geautomatiseerde vertalingen verstrekken, indien zij van oordeel is dat de vertaling niet wezenlijk verschilt van het origineel. |
|
|
6. Wanneer tegen een toezichthoudende autoriteit een rechtsmiddel wordt ingesteld, verstrekt de toezichthoudende autoriteit het gezamenlijke dossier en alle andere relevante informatie in een taal die door de rechterlijke macht van de bevoegde lidstaat wordt aanvaard. |
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een klacht op grond van Verordening (EU) 2016/679 die betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking, bevat de informatie die wordt gevraagd in het formulier , zoals uiteengezet in de bijlage. Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist. |
1. Een klacht als bedoeld in deze verordening bevat de informatie die wordt gevraagd in het template , zoals uiteengezet in de bijlage. |
|
|
Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist. De informatie kan worden verstrekt op elke door de autoriteit aanvaarde wijze, waaronder zonder gebruikmaking van het template. |
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Van de klager mag niet worden geëist dat hij, voordat hij een klacht indient, contact opneemt met de onderzochte partij. Indien de klager contact heeft gehad met de onderzochte partij alvorens de klacht met betrekking tot dezelfde kwestie in te dienen, moet hij of zij de communicatie met betrekking tot dat contact overeenkomstig de bijlage indienen. |
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. De toezichthoudende autoriteit waarbij een klacht is ingediend, bevestigt binnen twee weken de ontvangst en ontvankelijkheid van de klacht, of, wanneer een klacht niet voldoet aan de vereisten van lid 1, verklaart de klacht niet-ontvankelijk en stelt zij de klager in kennis van de ontbrekende informatie. |
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quater. De toezichthoudende autoriteit kent een zaaknummer toe aan de klacht en deelt deze informatie mee aan de klager. Dit laat de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig lid 2, punt c), i), onverlet. |
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt vast of de klacht betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking. |
2. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, moet binnen drie weken na erkenning van de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig lid 1 ter: |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – punt a (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – punt b (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 – punt c (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De leidende toezichthoudende autoriteit doet de klacht onmiddellijk toekomen aan de onderzochte partij en eist zonder onnodige vertraging een antwoord, maar niet later dan drie weken na de dag waarop de onderzochte partij door de betrokken toezichthoudende autoriteit in kennis is gesteld. In complexe gevallen en indien door de onderzochte partij gevraagd en naar behoren gemotiveerd, kan de beantwoordingstermijn door de leidende toezichthoudende autoriteit met nog eens drie weken worden verlengd. |
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. Eventueel bezwaren met betrekking tot de bevoegdheid van de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit of met betrekking tot de behandeling van een klacht op grond van artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, worden door de partijen of de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit ingediend binnen drie weken nadat zij in kennis zijn gesteld van de actie uit hoofde van artikel 3, lid 2, punt c). |
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 2 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 quater. Wanneer een bezwaar overeenkomstig lid 2 ter is gemaakt, kan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de doorzending van de klacht intrekken en ofwel binnen twee weken haar eigen bevoegdheid op zich nemen overeenkomstig artikel 55 of 56 van Verordening (EU) 2016/679 ofwel de klacht overdragen aan een veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit. Indien geen van deze acties is ondernomen of indien verschillende beoordelingen door betrokken toezichthoudende autoriteiten niet anders kunnen worden opgelost, verzoekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend om een vaststelling door het Comité op grond van artikel 26 bis. Zij verstrekt het Comité een beschrijving van de relevante verwerkingsactiviteiten, van de organisatie van het bedrijf en van waar de beslissingen worden genomen. |
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt binnen een maand vast of de in het formulier vereiste informatie volledig is. |
Schrappen |
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Nadat is beoordeeld of de verplichte informatie in het formulier volledig is, stuurt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klacht door naar de leidende toezichthoudende autoriteit. |
Schrappen |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Wanneer de klager bij de indiening van een klacht verzoekt om vertrouwelijkheid, dient hij ook een niet-vertrouwelijke versie van de klacht in. |
Schrappen |
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 – lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, bevestigt binnen een week de ontvangst van de klacht. Deze ontvangstbevestiging staat los van de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht op grond van lid 3. |
Schrappen |
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk II – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 3 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Onderzoek van klachten |
Behandeling van klachten |
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, houdt de toezichthoudende autoriteit in elke zaak rekening met alle relevante omstandigheden en met name de volgende: |
1. Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, zorgt de leidende toezichthoudende autoriteit in elke zaak voor het volgende: |
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De behandeling van een klacht leidt altijd tot een juridisch bindend besluit waartegen een effectief rechtsmiddel openstaat overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 ter. De leidende toezichthoudende autoriteit neemt onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. |
||
|
|
Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Elke verlenging onder de punten a) tot en met d) kan slechts één keer worden verleend. |
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 – lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quater. Alinea 1 ter is niet van toepassing wanneer een zaak overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 aan het coherentiemechanisme is onderworpen. |
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een klacht kan minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte partijen . Wanneer de toezichthoudende autoriteit meent dat een minnelijke schikking tot stand is gekomen, geeft zij het schikkingsvoorstel door aan de klager . Wanneer de klager binnen een maand geen bezwaar maakt tegen het schikkingsvoorstel van de toezichthoudende autoriteit, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken. |
1. Een klacht kan in elk stadium van het onderzoek minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte partij . De leidende toezichthoudende autoriteit of de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht wordt ingediend, kan dat vrijwillige proces bevorderen en faciliteren . |
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Een minnelijke schikking tussen de klager en de onderzochte partij wordt geacht te zijn getroffen wanneer er sprake is van uitdrukkelijke overeenstemming. Wanneer een minnelijke schikking voor de klacht is getroffen, delen de partijen de schikking binnen één maand mee aan de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend. |
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 ter. Binnen een maand na de kennisgeving van de minnelijke schikking uit hoofde van alinea 1 bis wordt een ontwerpbesluit ingediend overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679, waarin wordt aangegeven of: |
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quater. Indien geen van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen één maand bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit uit hoofde van lid 1 bis of indien het Comité de minnelijke schikking in het kader van de procedure uit hoofde van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 heeft bekrachtigd, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken en wordt de schikking van kracht. |
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 – lid 1 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 quinquies. Een minnelijke schikking verhindert de leidende toezichthoudende autoriteit niet een ambtshalve onderzoek in te stellen in dezelfde zaak. Zij kan in plaats daarvan een ambtshalve onderzoek instellen, met name wanneer: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 5 bis |
||
|
|
Verzoek om een ambtshalve procedure |
||
|
|
1. Elke betrokken toezichthoudende autoriteit kan, wanneer zij van mening is dat Verordening (EU) 2016/679 mogelijk wordt geschonden en de rechten van betrokkenen op het grondgebied van haar lidstaat worden geschonden, om een ambtshalve procedure verzoeken door overeenkomstig lid 2 een schriftelijk verzoek om discretionaire maatregelen in te dienen bij de leidende toezichthoudende autoriteit. Een dergelijk verzoek bevat ten minste: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
2. Binnen drie weken moet de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
In het in punt a) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 voorleggen. |
||
|
|
In de in de punten b) en c) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit opnieuw een gewijzigd verzoek om een ambtshalve procedure indienen, of verzoeken om een vaststelling over de opening van de procedure door het Comité overeenkomstig artikel 26 bis, lid 1. |
||
|
|
3. Indien de leidende toezichthoudende autoriteit een ambtshalve procedure inleidt, neemt zij onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, overeenkomstig lid 1 een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Artikel 6 |
Schrappen |
||
|
Vertalingen |
|
||
|
1. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, is verantwoordelijk voor: |
|
||
|
|
||
|
|
||
|
2. In zijn procedureregels stelt het Comité de procedure vast voor het vertalen van commentaren of relevante en gemotiveerde bezwaren van de betrokken toezichthoudende autoriteiten in een andere taal dan de door de leidende toezichthoudende autoriteit gebruikte taal ten behoeve van het onderzoek. |
|
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk III – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 |
Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 en met andere relevante autoriteiten |
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 – alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De bepalingen in deze afdeling hebben betrekking op de relaties tussen toezichthoudende autoriteiten en beogen geen rechten toe te kennen aan personen of onderzochte partijen. |
Schrappen |
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten regelmatig op de hoogte van het onderzoek en verstrekt hun zodra dit mogelijk is alle relevante informatie. |
1. De leidende toezichthoudende autoriteit verleent de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten onmiddellijke, onbeperkte en permanente toegang op afstand tot het volledige gezamenlijke dossier, en neemt alle relevante informatie , in het bijzonder documenten, stukken, memo’s en andere informatie met betrekking tot de zaak op in het gezamenlijke dossier binnen één week na de opstelling of ontvangst ervan . |
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2016/679 omvat , indien van toepassing: |
2. De leidende toezichthoudende autoriteit verstrekt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en, indien nodig voor geschilbeslechting in de zin van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679, het Comité, actief relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van die verordening , en stelt hen in kennis binnen een week na ontvangst of opstelling van deze informatie . Deze informatie heeft betrekking op informatie over belangrijke stappen in de procedure, waaronder, indien van toepassing: |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt k bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt k ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 – lid 2 – punt k quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Zodra de leidende toezichthoudende autoriteit een voorlopig standpunt heeft bereikt over hoofdpunten in een onderzoek, maakt deze een samenvatting op hoofdpunten ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. |
1. Binnen vier weken na ontvangst van een klacht of een verzoek om ambtshalve procedures te openen, maakt de leidende toezichthoudende autoriteit een samenvatting op hoofdpunten die vermoedelijk moeten worden vastgesteld om de zaak te beslissen ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 , en doet deze samenvatting toekomen aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten . De samenvatting wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met afwijkende feiten en argumenten. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteit een zaak naar de leidende toezichthoudende autoriteit doorverwijst overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt c), i), kan zij een ontwerp van een samenvatting op hoofdpunten verstrekken, dat niet bindend is voor de leidende toezichthoudende autoriteit. |
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De samenvatting op hoofdpunten wordt door de leidende toezichthoudende autoriteit onverwijld geactualiseerd om alle feitelijke of juridische wijzigingen weer te geven die in de loop van de procedure aan het licht komen. |
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten worden ingediend. |
3. De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen feitelijk of juridisch commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten of elke actualisering daarvan worden ingediend in overeenstemming met artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 . |
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
4. Op grond van lid 3 geleverd commentaar voldoet aan de volgende eisen: |
Schrappen |
||
|
|
||
|
|
||
|
|
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Het Comité kan in zijn procedureregels beperkingen opnemen over de maximale lengte van het door de betrokken toezichthoudende autoriteiten ingediende commentaar op de samenvatting op hoofdpunten. |
Schrappen |
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 – lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel, worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen worden de in artikel 14 bedoelde voorlopige bevindingen binnen negen maanden na het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel vermelde termijn toegestuurd aan de onderzochte partijen . |
6. Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel dat de samenvatting op hoofdpunten in twijfel trekt of andere belangrijke feitelijke of juridische kwesties naar voren brengt, worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen is de in artikel 4, lid 1 ter), vermelde termijn voor het voorleggen van een ontwerpbesluit drie maanden. |
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk III – afdeling 2 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Volledige of gedeeltelijke afwijzing van klachten |
Samenwerking met andere relevante autoriteiten |
(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 9 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 van Verordening (EU) 2016/679, artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake: |
1. Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 of artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake: |
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 1 – punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De leidende toezichthoudende autoriteit overlegt met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen of, indien van toepassing, verstrekking aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, van de onderbouwing ten behoeve van artikel 11, lid 2 . |
3. In zaken die niet onder artikel 9, lid 6, van deze verordening vallen, onderzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit de feiten die relevant zijn voor de afwijkende standpunten en overlegt naar haar beste vermogens met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen. |
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Wanneer er tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten geen consensus bestaat over de zaak zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, punt b), van deze verordening, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 . In dat geval wordt geacht te zijn voldaan aan de voorwaarden voor een verzoek om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. |
4. Wanneer de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure binnen vier weken na het verstrijken van de termijnen voor het indienen van commentaar niet leidt tot consensus tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten over de zaken zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit of een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten het Comité om een procedurele vaststelling op grond van artikel 26 bis van deze verordening . |
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Bij het verzoek om een dringend bindend besluit van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit in ieder geval: |
5. Bij het verzoek om een procedurele vaststelling van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de verzoekende toezichthoudende autoriteit in ieder geval: |
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 – punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. Het Comité kan de toezichthoudende autoriteit om andere documenten of informatie vragen die het in het specifieke geval passend acht. |
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 – lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de reikwijdte van het onderzoek aan de hand van het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit over dit commentaar . |
6. Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de samenvatting op hoofdpunten of over het verlengen van de in lid 4 bedoelde periode, overeenkomstig artikel 26 bis op basis van alle ontvangen documenten . |
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 10 bis |
|
|
Samenwerking met andere relevante autoriteiten |
|
|
De toezichthoudende autoriteiten streven ernaar de niet-persoonsgebonden informatie die in het kader van de in deze verordening vastgestelde procedures is verkregen, mee te delen aan de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de Unie die bevoegd zijn op het gebied van gegevensbescherming en andere gebieden, waaronder mededinging, financiële diensten, energie, telecommunicatie, consumentenbescherming, digitale diensten, of kunstmatige intelligentie, wanneer de informatie relevant wordt geacht voor de taken en verplichtingen van die autoriteiten, met name voor het starten van administratieve procedures en onderzoeken naar mogelijke inbreuken op wetgeving op het gebied van zaken die onder hun bevoegdheid vallen. De informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor die informatie is verzameld. Dit belet de toezichthoudende autoriteit evenwel niet andere procedures te starten op basis van die informatie of die met het oog daarop te delen met andere autoriteiten. |
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 11 |
Schrappen |
|
Het horen van een klager voorafgaand aan volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht |
|
|
1. In vervolg op de in de artikelen 9 en 10 bedoelde procedure geeft de leidende toezichthoudende autoriteit aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de gronden aan voor haar voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen. |
|
|
2. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gronden voor de voorgenomen volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken. Deze termijn bedraagt ten minste drie weken. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gevolgen indien deze zijn standpunten niet kenbaar maakt. |
|
|
3. Indien de klager zijn standpunten niet kenbaar maakt binnen de termijn die is gesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken. |
|
|
4. De klager kan verzoeken om toegang tot de niet-vertrouwelijke versie van de documenten waarop het besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht is gebaseerd. |
|
|
5. Wanneer de klager zijn standpunten kenbaar maakt binnen de termijn die is vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, en de standpunten niet leiden tot een wijziging van het voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen, bereidt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, het ontwerpbesluit voor op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 dat door de leidende toezichthoudende autoriteit wordt voorgelegd aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. |
|
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 12 |
Schrappen |
|
Herzien ontwerpbesluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht |
|
|
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de klager de gelegenheid moet krijgen zijn standpunten kenbaar te maken, biedt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de klager de mogelijkheid zijn standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken. |
|
|
2. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten kenbaar kan maken. |
|
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 13 |
Schrappen |
|
Besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht |
|
|
Na vaststelling van een besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht overeenkomstig artikel 60, lid 8, van Verordening (EU) 2016/679 informeert de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klager over de voorzieningen in rechte waarover hij beschikt overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679. |
|
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk III – afdeling 3 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Besluiten gericht aan verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers |
Besluiten gericht aan onderzochte partijen |
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voorlopige bevindingen en antwoord |
Voorlopige bevindingen en het recht van onderzochte partijen om te worden gehoord |
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, stelt deze voorlopige bevindingen op. |
1. Na de raadplegingen en procedures overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van deze verordening stelt de leidende toezichthoudende autoriteit, wanneer zij van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, voorlopige bevindingen op. |
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin moeten met name alle feiten en de volledige juridische beoordeling uiteengezet worden die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 en alle bewijzen opsommen waarop het is gebaseerd. |
De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin worden met name alle feiten , met inbegrip van al het gebruikte bewijsmateriaal, en de volledige juridische beoordeling uiteengezet die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze worden gehoord en hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, en worden alle bewijzen opgesomd waarop dit is gebaseerd. |
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is te treffen . |
In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen door de leidende toezichthoudende autoriteit worden overwogen . |
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 2 – alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop de berekening van de boete gebaseerd is . De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt. |
Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit overweegt een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop zij zich gaat baseren bij haar besluit betreffende een administratieve boete en de berekening van de boete. De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt. |
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen in kennis van de voorlopige bevindingen. |
3. De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen waaraan mogelijkerwijs corrigerende maatregelen worden opgelegd alsook de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend en de betrokken toezichthoudende autoriteiten in kennis van de voorlopige bevindingen. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt de klager in kennis van de voorlopige bevindingen. |
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De leidende toezichthoudende autoriteit stelt bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. De leidende toezichthoudende autoriteit is niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn. |
Schrappen |
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen verleent de leidende toezichthoudende autoriteit die partijen overeenkomstig artikel 20 toegang tot het administratieve dossier. |
Schrappen |
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 – lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de onderzochte partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren. |
6. De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren. |
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 15 |
Schrappen |
|
Toezending van de voorlopige bevindingen aan klagers |
|
|
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voorlopige bevindingen uitbrengt over een zaak waarover zij een klacht heeft ontvangen, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager een niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken. |
|
|
2. Lid 1 is ook van toepassing wanneer een toezichthoudende autoriteit, wanneer dit op zijn plaats is, meerdere klachten tegelijk behandelt en deze in verschillende delen splitst of op een andere manier gebruikmaakt van haar discretionaire bevoegdheid met betrekking tot de reikwijdte van het onderzoek zoals uiteengezet in de voorlopige bevindingen. |
|
|
3. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het noodzakelijk is dat aan de klager documenten uit het administratieve dossier worden verstrekt zodat de klager zijn standpunten over de voorlopige bevindingen effectief kenbaar kan maken, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager de niet-vertrouwelijke versie van die documenten tegelijk met de voorlopige bevindingen ingevolge lid 1. |
|
|
4. De klager ontvangt de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen uitsluitend ten behoeve van het concrete onderzoek waarin de voorlopige bevindingen zijn uitgegeven. |
|
|
5. Voorafgaand aan de ontvangst van de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en eventueel op grond van lid 3 verstrekte documenten stuurt de klager aan de leidende toezichthoudende autoriteit een geheimhoudingsverklaring waarin de klager zich verbindt geen informatie of oordeel uit de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen bekend te maken of deze te gebruiken voor andere doeleinden dan het concrete onderzoek waarin deze bevindingen zijn uitgevaardigd. |
|
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vaststelling van het definitieve besluit |
Voorlegging van ontwerpbesluiten, herziene ontwerpbesluiten en vaststelling van het definitieve besluit |
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden. |
Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit binnen vier weken na het verstrijken van de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 genoemde termijnen haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7 en lid 9 , van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden. |
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is dat bezwaar te volgen, dient de leidende toezichthoudende autoriteit binnen vier weken een herzien ontwerpbesluit in overeenkomstig artikel 60, lid 5, van die verordening. |
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit het relevante en gemotiveerde bezwaar niet volgt of van mening is dat het bezwaar niet relevant of gemotiveerd is, legt de leidende toezichthoudende autoriteit de aangelegenheid binnen vier weken overeenkomstig artikel 60, lid 4, van die verordening voor aan het in artikel 63 bedoelde coherentiemechanisme. |
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 quater. Onverminderd aanvullende vereisten op grond van de nationale wetgeving, wordt elk ontwerpbesluit of definitieve besluit op grond van artikel 60, leden 3, 5 of 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 schriftelijk genomen in een korte, beknopte, transparante en begrijpelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. Het wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met eventueel uiteenlopend bewijsmateriaal en uiteenlopende standpunten van de partijen, en bevat ten minste de volgende elementen: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quinquies. Wanneer het wettelijk bindende besluit overeenkomstig artikel 60, lid 8 of lid 9, van Verordening (EU) 2016/679 moet worden genomen door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, zorgt de leidende toezichthoudende autoriteit ervoor dat het besluit alle elementen bevat die volgens het toepasselijke nationale procesrecht van de betrokken toezichthoudende autoriteit noodzakelijk zijn. De betrokken toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, helpt de leidende toezichthoudende autoriteit bij het opstellen van het besluit in die zin. |
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 sexies. Elk ontwerpbesluit of definitief besluit is alleen gebaseerd op feitelijke bevindingen op basis van documenten of ander bewijs waarover de onderzochte partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken. |
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 septies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 – lid 1 octies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Artikel 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 17 |
Schrappen |
|
Het recht om te worden gehoord met betrekking tot een herzien ontwerpbesluit |
|
|
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de onderzochte partijen de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten kenbaar te maken, biedt de leidende toezichthoudende autoriteit, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de onderzochte partijen de gelegenheid hun standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken. |
|
|
2. De leidende toezichthoudende autoriteit stelt een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. |
|
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 1 – punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 – lid 2 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Hoofdstuk IV
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
[...] |
Schrappen |
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 |
Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65 , lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 |
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679. |
1. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak binnen vier weken na ontvangst van alle relevante en gemotiveerde bezwaren of vanaf het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679. Relevante en gemotiveerde bezwaren die na de uiterste termijn worden ontvangen, worden niet in overweging genomen. |
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle volgende documenten : |
2. Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité al het volgende: |
Amendement 165
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 166
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 167
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 168
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 169
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 170
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 171
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 2 – punt g bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 172
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Het Comité stelt binnen vier weken na ontvangst van de in lid 2 vermelde documenten de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren vast . |
3. Het Comité registreert de indiening van een zaak bij het geschillenbeslechtingsmechanisme binnen twee weken na ontvangst van alle in lid 2 vermelde documenten of verzoekt om een hernieuwde indiening met de ontbrekende informatie binnen nog een week . Bij de registratie van de indiening vermeldt en structureert het Comité de geschillen tussen toezichthoudende autoriteiten die het voorwerp van de procedure voor het Comité uitmaken, en verstrekt het deze onmiddellijk aan de toezichthoudende autoriteiten. |
Amendement 173
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Zodra alle in lid 2 vermelde informatie is ontvangen, is de voorzitter van het Comité bevoegd de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verzoeken om eventuele aanvullende informatie, documenten of verduidelijkingen die het Comité nodig heeft voor de vaststelling van een bindend besluit betreffende alle zaken die onderwerp zijn van de relevante en gemotiveerde bezwaren. De autoriteiten verstrekken deze aanvullende informatie uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek. |
Amendement 174
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen binnen twee weken na ontvangst van de indiening overeenkomstig lid 3 overige relevante informatie die zij over die zaak hebben die geen onderdeel uitmaakte van de bezwaren, met inbegrip van maar niet beperkt tot feiten en documentatie die aan hun bezwaar ten grondslag liggen, indienen. |
Amendement 175
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 quater. De “verwijzing van de aangelegenheid” overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 betekent het moment waarop alle in artikel 22, lid 2, bedoelde documenten beschikbaar en vertaald zijn overeenkomstig artikel 2 quinquies. |
Amendement 176
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 – lid 3 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 quinquies. Het in artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde verbod voor toezichthoudende autoriteiten om een besluit te nemen over de aangelegenheid die aan het Comité is voorgelegd tijdens de in artikel 65, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde perioden, geldt ook tijdens de in lid 3 van dit artikel bedoelde perioden. |
Amendement 177
Voorstel voor een verordening
Artikel 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Artikel 23 |
Schrappen |
||
|
Registratie met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 |
|
||
|
De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 uiterlijk een week na ontvangst van alle volgende documenten: |
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
Amendement 178
Voorstel voor een verordening
Artikel 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 24 |
Schrappen |
|
Opgave van gronden voorafgaand aan vaststelling van een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 |
|
|
1. Voorafgaand aan de vaststelling van het bindend besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 verstrekt de voorzitter van het Comité via de leidende toezichthoudende autoriteit aan de onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, aan de klager een opgave van gronden met uiteenzetting van de redenering die het Comité beoogt op te nemen in zijn besluit. Wanneer het Comité van plan is een bindend besluit vast te stellen dat de leidende toezichthoudende autoriteit dwingt haar ontwerpbesluit of herziene ontwerpbesluit te wijzigen, bepaalt het Comité of die opgave van gronden gepaard moet gaan met de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren waarop het Comité zijn besluit beoogt te baseren. |
|
|
2. De onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, de klager hebben vanaf de in lid 1 bedoelde opgave van gronden een week tijd om hun standpunten kenbaar te maken. |
|
|
3. De termijn in lid 2 wordt met een week verlengd wanneer het Comité de termijn voor vaststelling van het bindend besluit verlengt overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679. |
|
|
4. De termijn voor vaststelling van het bindend besluit waarin is voorzien in artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, wordt opgeschort tijdens de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen. |
|
Amendement 179
Voorstel voor een verordening
Artikel 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Artikel 25 |
Schrappen |
||
|
Procedure met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/679 |
|
||
|
1. Bij doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening 2016/679 verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit die de zaak voorlegt met betrekking tot de bevoegdheid voor de hoofdvestiging, aan het Comité alle volgende documenten: |
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
2. De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van de in lid 1 bedoelde documenten. |
|
Amendement 180
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 181
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De voorzitter van het Comité stelt alle toezichthoudende autoriteiten in kennis van de in lid 1 bedoelde doorverwijzing naar het Comité teneinde de toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen hun standpunten kenbaar te maken. |
Amendement 182
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van de in de leden 1 en 2 bedoelde documenten. |
3. De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van alle in de leden 1 en 2 bedoelde documenten. |
Amendement 183
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 26 bis |
||
|
|
Procedurele vaststellingen door het Comité |
||
|
|
1. Overeenkomstig artikel 66 van Verordening (EU) 2016/679 kan een toezichthoudende autoriteit het Comité verzoeken een urgent bindend besluit te nemen in de vorm van een procedurele vaststelling over elk procedureel geschil tussen toezichthoudende autoriteiten in gevallen zoals bedoeld in deze verordening. |
||
|
|
2. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat zij onmogelijk aan de termijn van artikel 4, lid 1 ter, of artikel 5 bis, lid 3, kan voldoen, met name vanwege de noodzaak van uitzonderlijk complex feitenonderzoek, verzoekt zij het Comité om een urgent bindend besluit overeenkomstig lid 1, betreffende verlenging van de termijn met nog eens maximaal negen maanden. De toezichthoudende autoriteit toont aan dat de gevraagde verlenging onvermijdelijk is, ook al voldoet zij aan artikel 2 quater, lid 1. |
||
|
|
3. Verzoeken uit hoofde van de leden 1 en 2 bevatten ten minste het volgende: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
4. Binnen twee weken stelt het Comité de zaak vast op basis van de informatie die aan hem is voorgelegd of wijst hij het verzoek af. Vaststellingen zijn bindend voor de toezichthoudende autoriteiten. |
Amendement 184
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 26 ter |
||
|
|
Recht om een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen tegen een toezichthoudende autoriteit |
||
|
|
1. Onverminderd de bestaande rechtsmiddelen overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 en andere administratieve of buitengerechtelijke rechtsmiddelen, heeft elke partij bij de procedure recht op een doeltreffende voorziening in rechte: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
2. Elke partij bij de procedure of een orgaan zonder winstoogmerk zoals bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679 kan een vordering instellen krachtens lid 1, punt c), indien hij van oordeel is dat de rechten van een betrokkene onder Verordening (EU) 2016/679 als gevolg van de verwerking zijn geschonden. |
||
|
|
3. Indien een rechtbank die met het in lid 1 bedoelde toezicht is belast concludeert dat een toezichthoudende autoriteit zich niet van zijn taken heeft gekweten, is hij bevoegd die toezichthoudende autoriteit opdracht te geven de noodzakelijke actie te ondernemen. |
Amendement 185
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 186
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 187
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 188
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 1 – punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 189
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 – lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan de toezichthoudende autoriteit die het verzoek heeft ingediend . Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de verzoekende autoriteit in staat haar voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679. |
2. Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan alle toezichthoudende autoriteiten . Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de autoriteiten in staat hun voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 190
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Dringende besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 |
Dringende bindende besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 |
Amendement 191
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Een verzoek om een dringend besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken voorafgaand de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens: |
1. Een verzoek om een dringend bindend besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken na de vaststelling van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens: |
Amendement 192
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 193
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 194
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 195
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 196
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 1 – punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 197
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Het in lid 1 bedoelde dringende advies wordt verzonden aan de toezichthoudende autoriteit die het verzoek heeft ingediend , en stelt de verzoekende autoriteit in staat haar voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen . |
2. Het in lid 1 bedoelde dringende bindende advies wordt verzonden aan de leidende toezichthoudende autoriteit en alle betrokken toezichthoudende autoriteiten , en vermeldt welke toezichthoudende autoriteiten in voorkomend geval definitieve maatregelen moeten nemen in het licht van het dringende advies of besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 . |
Amendement 198
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. |
3. Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit of treffen de autoriteiten waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 199
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 – lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De toezichthoudende autoriteit die het in lid 1 bedoelde verzoek heeft ingediend , maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker op het grondgebied van haar lidstaat en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit over de definitieve maatregel . |
4. Een toezichthoudende autoriteit die verantwoordelijk is voor het treffen van definitieve maatregelen , maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de onderzochte partijen en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen over het besluit van het Comité en over de door de leidende toezichthoudende autoriteit getroffen definitieve maatregelen . De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend informeert de klager over het besluit van het Comité en de door de leidende toezichthoudende autoriteit getroffen definitieve maatregelen. |
Amendement 200
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 28 bis |
|
|
Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen |
|
|
Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen van een toezichthoudende autoriteit uit hoofde van het nationaal recht worden alleen ingezet in combinatie met rechtsmiddelen tegen het inhoudelijke definitieve besluit. De termijnen voor de inzet van rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen uit hoofde van het toepasselijk nationaal recht, worden verlengd voor de duur van de bij de toezichthoudende autoriteit aanhangig gemaakte procedure. |
Amendement 201
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 28 ter |
||
|
|
Statistieken betreffende handhaving |
||
|
|
De toezichthoudende autoriteiten vermelden de volgende cijfers in hun activiteitenverslagen uit hoofde van artikel 59 van Verordening (EU) 2016/679: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
2. De toezichthoudende autoriteiten publiceren het activiteitenverslag over het afgelopen jaar zonder onnodige vertraging en niet later dan 30 juni. |
||
|
|
3. Het Comité maakt de in lid 1 bedoelde informatie van alle toezichthoudende autoriteiten uiterlijk vóór 31 juli van elk jaar voor het voorafgaande jaar bekend. |
(Artikel 28 ter wordt opgenomen in Hoofdstuk VII “Algemene en slotbepalingen”)
Amendement 202
Voorstel voor een verordening
Artikel 29
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Artikel 29 |
Schrappen |
|
Aanvang van termijnen en definitie van werkdag |
|
|
1. De in Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijnen of op grond daarvan door de toezichthoudende autoriteiten vastgestelde termijnen worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) 1182/71 van de Raad (17). |
|
|
2. De termijnen gaan in op de werkdag die volgt op de gebeurtenis waarnaar de desbetreffende bepaling van Verordening (EU) 2016/679 of deze verordening verwijst. |
|
|
|
Amendement 203
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De hoofdstukken III en IV gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening. |
De hoofdstukken I, II en III gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening. |
Amendement 204
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Hoofdstuk V geldt voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679. |
De hoofdstukken V en VI gelden voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 en voor spoedprocedures op grond van artikel 66, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 205
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 – alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Tot... [zes maanden vanaf de datum van toepassing van deze verordening] verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit op verzoek alle documenten die zij in haar bezit heeft via andere elektronische middelen aan andere toezichthoudende autoriteiten. |
Amendement 206
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 30 bis |
|
|
Evaluatie en herziening |
|
|
De Commissie evalueert en herziet deze verordening in het kader van haar verslagen aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 97 van Verordening (EU) 2016/679. |
Amendement 207
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Inwerkingtreding |
Inwerkingtreding en toepassing |
Amendement 208
Voorstel voor een verordening
Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Zij is van toepassing met ingang van... [1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. |
|
|
Artikel 2 ter, lid 1, punt c), artikel 2 ter, lid 3, laatste zin, artikel 2 quater, lid 2, laatste zin, en lid 5, artikel 2 quinquies, lid 3 en lid 6, artikel 8, lid 1, en artikel 18, lid 1, punt a) zijn daarentegen van toepassing vanaf... [zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening]. |
Amendement 209
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel A – punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
Indien de klager een natuurlijke persoon is, dient hij een identiteitsbewijs in. (1a) |
|
||||
|
Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat. |
Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan , organisatie of vereniging als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan , de organisatie of vereniging naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat. |
||||
|
Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan dat de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene. |
Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan , de organisatie of vereniging dat/die de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene. |
||||
|
|
|
||||
|
|
Amendement 210
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel A – punt 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
Wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend, e-mailadres. |
De naam, het adres en andere beschikbare contactgegevens van de klager, inclusief e-mailadres wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend. |
||||
|
Wanneer de klacht via de post wordt ingediend, het postadres. |
|
||||
|
Telefoonnummer. |
|
||||
|
|
|
||||
Amendement 211
Voorstel voor een verordening
Bijlage I – deel A – punt 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft. |
Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk te maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft , met inbegrip van de naam, het adres en alle andere contactgegevens van die entiteit . |
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0045/2024).
(1a) Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1)
(17) Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).
(1a) Bijvoorbeeld paspoort, rijbewijs, nationale identiteitskaart.
(1a) Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.
(1a) Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1295/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)