Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023PC0408

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/1570

COM/2023/408 final

Brussel, 11.7.2023

COM(2023) 408 final

2023/0269(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/1570


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft een besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) in de periode 2024-2028 ten aanzien van de geplande aanneming van niet-bindende opmerkingen en maatregelen in verband met het beheer van mariene biologische rijkdommen.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties

De Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) is opgericht bij Resolutie 1/48 van de Raad van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties, uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. De statuten van de Cecaf werden op 19 september 1967 door de directeur-generaal van de FAO afgekondigd en werden in 2003 voor het laatst gewijzigd, voornamelijk wat betreft het doel, de taken en de verantwoordelijkheden van de Cecaf.

Doel van Cecaf is het duurzame gebruik van de mariene biologische rijkdommen in het onder haar verantwoordelijkheid vallende gebied te bevorderen middels een goede wijze van beheer en ontwikkeling van de visserij en de visserijactiviteiten. De commissie gaat over alle mariene biologische rijkdommen in het Cecaf-gebied, dat zich uitstrekt van Kaap Spartel tot aan de monding van de Congorivier. 

De Europese Unie is lid van de Cecaf 1 , net als Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Nederland, Polen en Roemenië.

2.2.Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

De Cecaf is een raadgevend technisch en regionaal visserijorgaan (RVO), dat is opgericht uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. Het secretariaat van de Cecaf wordt beheerd en gefinancierd door de FAO. Tot de belangrijkste taken van de Cecaf behoren het bevorderen, coördineren en vergemakkelijken van wetenschappelijk onderzoek, governance en activiteiten die verband houden met de instandhouding en het beheer van mariene biologische rijkdommen in het onder haar verantwoordelijkheid vallende gebied. De Cecaf kan haar leden ook advies geven over visserijbeheer, -monitoring, -controle en -bewaking. Daarnaast bevordert zij de ontwikkeling van de wetenschappelijke basis voor regelgeving met het oog op de instandhouding en het beheer van mariene biologische rijkdommen en geeft zij advies over de aanneming van regelgeving door de overheden van haar leden.

In de regel vinden de zittingen van de Cecaf om de twee jaar plaats. Als lid is de EU gerechtigd te participeren in, en te stemmen over, haar besluiten. De besluiten van de Cecaf worden genomen met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in het reglement van orde anders is bepaald.

2.3.Besluiten van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

Volgens de taakomschrijving in de herziene statuten verstrekt de Cecaf advies over beheersmaatregelen (“maatregelen”) aan de overheden van haar leden en aan de bevoegde regionale organisaties. Gezien de adviserende status van de Cecaf zijn de door haar genomen besluiten niet bindend voor haar leden.

3.Namens de EU in te nemen standpunt

In overeenstemming met de procedures die gelden voor regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s), wordt het standpunt dat namens de EU moet worden ingenomen in de jaarvergaderingen van RVO’s zoals de Cecaf, bepaald volgens een tweeledige aanpak. In een besluit van de Raad worden de beginselen voor het standpunt van de EU voor meerdere jaren vastgelegd, waarna het standpunt vóór elke jaarlijkse vergadering wordt aangepast via non-papers van de diensten van de Commissie, die door de Raad moeten worden bekrachtigd.

Voor de Cecaf is deze aanpak ten uitvoer gelegd bij Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad van 16 september 2019, waarin het standpunt van de EU binnen de Cecaf voor de periode 2019-2023 is vastgesteld. Het besluit bevat algemene beginselen, maar houdt ook zo veel mogelijk rekening met de specifieke kenmerken van de Cecaf. Voorts is op verzoek van de lidstaten de standaardprocedure voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de EU in het besluit opgenomen.

In Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad zijn de beginselen van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid, zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 2 , opgenomen, met inachtneming van de doelstellingen die zijn bepaald in de mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid 3 . Voorts heeft het besluit het standpunt van de EU aangepast aan het Verdrag van Lissabon.

Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad voorziet in een toetsing, en waar passend, een herziening van het standpunt van de EU vóór de jaarlijkse vergadering van 2024. Dit voorstel strekt er dan ook toe het standpunt van de EU in de Cecaf voor de periode 2024-2028 vast te stellen, en vervangt Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad.

De huidige herziening houdt, met betrekking tot visserij, rekening met de Europese Green Deal, met name de biodiversiteits 4 -, de klimaatadaptatie 5 - en de “van boer tot bord” 6 -strategie. Het voorstel houdt ook rekening met de strategie voor kunststoffen 7 en het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen 8 . Voorts wordt in het voorstel ook de gezamenlijke mededeling over internationale oceaangovernance in aanmerking genomen 9 .

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“het Verdrag”) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de EU worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt” 10 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Cecaf is een technisch en regionaal visserijorgaan dat in 1967 is opgericht bij Resolutie 1/48 van de FAO, uit hoofde van artikel VI, lid 2, van het Statuut van de FAO. Hoewel de besluiten (“maatregelen”) van de Cecaf niet bindend zijn voor de leden, kunnen de handelingen die door de Cecaf worden aangenomen, wel een beslissende invloed hebben op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de EU vaststelt.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, van het Verdrag.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een krachtens artikel 218, lid 9, van het Verdrag te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de EU een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component (terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is) moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, van het Verdrag te nemen besluit één materiële rechtsgrondslag hebben, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de visserij. Verordening (EU) nr. 1380/2013 vormt de rechtsgrondslag voor de beginselen die in dit standpunt moeten worden weerspiegeld.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 43, lid 2, VWEU. Het besluit zal in de plaats komen van Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad, dat betrekking heeft op de periode 2019-2023.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 43, lid 2, van het Verdrag, in samenhang met artikel 218, lid 9, van het Verdrag.

2023/0269 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/1570

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Europese Unie is lid van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) 11 en van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf), een regionaal visserijcomité van de FAO.

(2)De Cecaf geeft advies over beheersmaatregelen (hierna “maatregelen” genoemd). Gezien haar adviserende status zijn haar besluiten niet bindend voor haar leden.

(3)Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad 12 voorziet in een toetsing, en waar passend, een herziening van het standpunt van de EU vóór de jaarlijkse vergadering van 2024. De Cecaf zal in haar volgende zitting advies geven over maatregelen met het oog op de instandhouding en het beheer van mariene biologische rijkdommen.

(4)In Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 13 is bepaald dat de Unie er borg voor moet staan dat de activiteiten in het kader van de visserij en de aquacultuur uit ecologisch oogpunt langdurig duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden. Die verordening bepaalt eveneens dat de Unie bij het visserijbeheer de voorzorgsbenadering moet toepassen en ernaar moet streven dat de mariene biologische rijkdommen zo worden geëxploiteerd dat de populaties van de gevangen soorten boven een niveau worden gebracht en behouden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Voorts is in die verordening bepaald dat de Unie maatregelen inzake beheer en instandhouding moet nemen op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies, de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis en wetenschappelijk advies moet ondersteunen, teruggooi geleidelijk moet uitbannen en vangstmethoden moet bevorderen die bijdragen tot selectievere visserij, tot het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van ongewenste vangsten en tot visserij met een lage impact op het mariene ecosysteem en de visbestanden. Daarnaast is in Verordening (EU) nr. 1380/2013 specifiek bepaald dat de Unie deze doelstellingen en beginselen moet toepassen bij haar externe betrekkingen op visserijgebied.

(5)Overeenkomstig de biodiversiteits 14 -, de klimaatadaptatie 15 - en de “van boer tot bord” 16 -strategie is het essentieel om de natuur te beschermen en de achteruitgang van ecosystemen te keren. De risico’s die voortvloeien uit de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies mogen de beschikbaarheid van goederen en diensten die gezonde mariene ecosystemen leveren aan vissers, kustgemeenschappen en de mensheid in het algemeen niet in gevaar brengen.

(6)In de kunststoffenstrategie 17 wordt verwezen naar specifieke maatregelen ter vermindering van kunststoffen en mariene verontreiniging, alsook van het verlies of achterlaten van vistuig op zee. Voorts is het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen 18 erop gericht het kunststofafval op zee met 50 % en het vrijkomen van microplastics in het milieu met 30 % te verminderen.

(7)Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de vergaderingen van de Cecaf is momenteel vastgesteld in Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad. Het is passend dat besluit in te trekken en een nieuw besluit voor de periode 2024-2028 vast te stellen.

(8)Overeenkomstig de gezamenlijke mededeling over internationale oceaangovernance 19 zijn de bescherming en instandhouding van de mariene biodiversiteit belangrijke prioriteiten in het kader van het externe optreden van de EU. De EU is wereldwijd de belangrijkste speler in regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) en visserijorganen. In dit kader bevordert de EU de duurzaamheid van de visbestanden, ijvert zij voor transparante besluitvorming op basis van gedegen wetenschappelijk advies, en stimuleert zij wetenschappelijk onderzoek en de naleving van de regels.

(9)In het licht van de steeds veranderende aard van de visbestanden in het gebied van de Cecaf en de daaruit volgende noodzaak dat het standpunt van de Unie rekening houdt met nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe wetenschappelijke en andere relevante gegevens die voor of tijdens de vergaderingen van de Cecaf worden gepresenteerd, moeten procedures worden vastgesteld voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de Unie in 2024-2028. Deze standpunten moeten in overeenstemming zijn met het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie, dat is neergelegd in artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf), is opgenomen in bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2

De jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie in de zittingen van de Cecaf moet innemen, verloopt overeenkomstig bijlage II.

Artikel 3

Uiterlijk vóór enige zitting van de Cecaf in 2024 wordt het in bijlage I vervatte standpunt van de Unie door de Raad getoetst en, waar passend, op voorstel van de Commissie door de Raad herzien.

Artikel 4

Besluit (EU) 2019/1570 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit van de Raad van 25 november 1991 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO).
(2)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(3)    COM(2011) 424 van 13.7.2011.
(4)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380.
(5)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.
(6)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381.
(7)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie”, COM(2018) 28 final.
(8)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul””, COM(2021) 400 final.
(9)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De koers bepalen voor een duurzame blauwe planeet”, JOIN(2022) 28 final.
(10)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(11)    Besluit van de Raad van 25 november 1991 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) (PB C 292 van 9.11.1991, blz. 8).
(12)    Besluit (EU) 2019/1570 van de Raad van 16 september 2019 betreffende het namens de Europese Unie in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf) in te nemen standpunt (PB L 242 van 20.9.2019, blz. 20).
(13)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(14)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380.
(15)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.
(16)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381.
(17)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie”, COM(2018) 28 final.
(18)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul””, COM(2021) 400 final.
(19)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De koers bepalen voor een duurzame blauwe planeet”, JOIN(2022) 28 final.
Top

Brussel, 11.7.2023

COM(2023) 408 final

BIJLAGEN

bij

voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/1570


BIJLAGE I

Standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Cecaf)

1.BEGINSELEN

In het kader van de Cecaf moet de Unie:

(a)erop toezien dat de in de Cecaf goedgekeurde maatregelen consistent zijn met het internationaal recht en met name met de bepalingen van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee van 1982, de VN-Overeenkomst betreffende de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden van 1995, de Overeenkomst om de naleving van de internationale instandhoudings- en beheersmaatregelen door vissersvaartuigen op de volle zee te bevorderen van 1993 en de Overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van 2009;

(b)de doelstellingen van de overeenkomst bevorderen in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake de instandhouding en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (BBNJ) en op de 15e Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 15), met name wat betreft het opvoeren van de bescherming van de mariene biodiversiteit en de bescherming van 30 % van de wereldwijde oceaan via beschermde mariene gebieden;

(c)bijdragen aan de uitvoering van de Europese Green Deal, met inbegrip van de biodiversiteits- en de klimaatadaptatiestrategie, met name wat betreft de bescherming van de natuur, en de “van boer tot bord”-strategie, en een sterker Europa in de wereld;

(d)de doelstellingen van de kunststoffenstrategie en het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen, na te streven, met name de vermindering van kunststoffen en mariene verontreiniging;

(e)handelen in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen die zij in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid nastreeft, met name door middel van de voorzorgsbenadering en de doelstellingen in verband met de maximale duurzame opbrengst, zoals neergelegd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, om de uitvoering van een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer te bevorderen, om ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken en de teruggooi geleidelijk uit te bannen, om het effect van visserijactiviteiten op mariene ecosystemen en de habitats ervan zoveel mogelijk te beperken en om door het bevorderen van een economisch levensvatbare en concurrerende visserijsector in de Unie te zorgen voor een redelijke levensstandaard voor degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn en rekening te houden met de belangen van de consumenten;

(f)handelen in overeenstemming met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over een mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid 1 ;

(g)handelen in overeenstemming met de doelstellingen van de gezamenlijke mededeling over de EU-agenda voor internationale oceaangovernance 2 wat betreft de instandhouding van de mariene biodiversiteit, alsook met de conclusies van de Raad over die gezamenlijke mededeling 3 ;

(h)werken aan een passende betrokkenheid van de belanghebbenden bij de voorbereiding van Cecaf-maatregelen en erop toezien dat de in de Cecaf vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de Cecaf-statuten;

(i)standpunten uitdragen die in overeenstemming zijn met de beste praktijken van de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s);

(j)streven naar consistentie en synergie met het beleid dat de Unie voert in het kader van haar bilaterale visserijrelaties met derde landen, en zorgen voor coherentie met haar ander beleid, met name inzake buitenlandse betrekkingen, milieu, handel, ontwikkeling, onderzoek en innovatie;

(k)ernaar streven dat voor de vloot van de Unie binnen het Cecaf-gebied gelijke voorwaarden gelden, op basis van de beginselen en normen die ook uit hoofde van het recht van de Unie worden gehanteerd, en zich inzetten voor de eenvormige uitvoering van die beginselen en normen;

(l)ijveren voor coördinatie tussen de Cecaf, bestaande ROVB’s en regionale zeeverdragen (RZV’s) en samenwerking met mondiale organisaties, naargelang van het geval, binnen hun mandaten, waar passend;

(m)samenwerkingsmechanismen tussen niet-tonijn-ROVB’s stimuleren, vergelijkbaar met het zogenaamde “proces van Kobe” voor tonijn-ROVB’s.

2.RICHTSNOEREN

De Unie zet zich, waar passend, in om ervoor te zorgen dat de Cecaf de volgende maatregelen vaststelt:

(a)maatregelen ter bevordering van de instandhouding en het volledige herstel van de biodiversiteit, de duurzaamheid van de bestanden en de integratie van klimaatveranderingsoverwegingen in het besluitvormingsproces;

(b)instandhoudings- en beheersmaatregelen voor visbestanden in het Cecaf-verdragsgebied die gebaseerd zijn op het beste beschikbare wetenschappelijke advies, met inbegrip van totale toegestane vangsten en quota of regulering van de visserijinspanning bij de vangst van mariene biologische rijkdommen die door de Cecaf worden gereguleerd, waarmee de maximale duurzame opbrengst wordt bereikt. Zo nodig omvatten die instandhoudings- en beheersmaatregelen specifieke maatregelen voor bestanden die te lijden hebben onder overbevissing, om de visserijinspanning in overeenstemming te houden met de beschikbare vangstmogelijkheden;

(c)maatregelen ter bevordering van gegevensverzameling, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijk onderbouwde beheersbeslissingen, de versterking van het nalevingscomité, een cultuur van naleving en periodieke onafhankelijke prestatiebeoordelingen;

(d)maatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten (IOO) in het verdragsgebied te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, met inbegrip van het op lijsten plaatsen van IOO-vaartuigen en “cross-listing” van IOO-vaartuigen met andere ROVB’s, en maatregelen ter bevordering van de traceerbaarheid van vis en visserijproducten op basis van de vrijwillige richtsnoeren voor vangstdocumentatieregelingen;

(e)monitoring-, controle- en bewakingsmaatregelen in het verdragsgebied met het oog op een efficiënte controle en naleving van de in het kader van de Cecaf vastgestelde maatregelen, met inbegrip van de versterking van de controle op overladingsverrichtingen op basis van de vrijwillige richtsnoeren inzake overlading van de FAO;

(f)maatregelen om het negatieve effect van visserijactiviteiten op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen en hun habitats zo veel mogelijk te verminderen, met inbegrip van beschermende maatregelen voor kwetsbare mariene ecosystemen in het Cecaf-verdragsgebied in overeenstemming met de Cecaf-statuten en de internationale richtsnoeren van de FAO voor het beheer van de diepzeevisserij op volle zee, evenals maatregelen om ongewenste vangsten, met name van kwetsbare mariene soorten, zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken, en om teruggooi geleidelijk uit te bannen;

(g)maatregelen ter vermindering van de verontreiniging van de zee en ter voorkoming van het lozen van kunststoffen op zee en ter vermindering van de impact van in zee aanwezige kunststoffen op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen, met inbegrip van maatregelen om de impact van op zee achtergelaten, verloren of anderszins weggegooid vistuig in de oceaan te verminderen en te helpen bij de identificatie en inzameling van dat vistuig op basis van de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor de markering van vistuig;

(h)maatregelen waarbij visserij die louter gericht is op het verkrijgen van haaienvinnen wordt verboden en op grond waarvan bij de aanlanding van haaien al hun vinnen nog op natuurlijke wijze aan het lichaam moeten vastzitten;

(i)aanbevelingen, waar passend en voor zover toegestaan krachtens de desbetreffende oprichtingsdocumenten, tot aanmoediging van de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO);

(j)waar passend, gemeenschappelijke benaderingen met andere ROVB’s, in het bijzonder met ROVB’s die betrokken zijn bij het visserijbeheer in hetzelfde gebied;

(k)aanvullende technische maatregelen op basis van advies van de hulporganen en werkgroepen van de Cecaf.

BIJLAGE II

Jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie moet innemen 
in de zittingen van de Visserijcommissie voor het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan

 
Vóór elke zitting van de Cecaf, wanneer die handelingen moet aannemen die een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de regelgeving die de Unie vaststelt, worden de nodige stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat in het standpunt dat namens de Unie zal worden ingenomen, rekening wordt gehouden met de aan de Commissie meegedeelde recentste wetenschappelijke en andere relevante informatie, overeenkomstig de in bijlage I geformuleerde beginselen en richtsnoeren.

Daartoe zendt de Europese Commissie, tijdig vóór elke zitting van de Cecaf, een op die informatie gebaseerd schriftelijk document met de voorgestelde nadere bepaling van het namens de Unie in te nemen standpunt toe aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, teneinde deze in staat te stellen de nadere bijzonderheden van dat standpunt te bespreken en goed te keuren.

Indien tijdens een zitting van de Cecaf, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, zodat in het standpunt van de Unie rekening kan worden gehouden met nieuwe elementen.

(1)    7087/12 REV 1 ADD 1 COR 1.
(2)    JOIN(2022) 28 final van 24.6.2022.
(3)    15973/22 of 13.12.2022.
Top