EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.6.2023
COM(2023) 359 final
2023/0207(COD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het “Prima-initiatief”) is een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap uit hoofde van artikel 185 VWEU, dat is vastgesteld bij Besluit (EU) 2017/1324 en waaraan de EU deelneemt in een door verschillende lidstaten gezamenlijk opgezet onderzoeksprogramma.
Met het Prima-initiatief wordt beoogd onderzoeks- en innovatiecapaciteiten op te bouwen en kennis en gemeenschappelijke innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor agrovoedselsystemen en voor geïntegreerde watervoorziening en geïntegreerd waterbeheer in het Middellandse Zeegebied. De verwezenlijking van deze strategische doelstelling zal de watervoorziening en voedselsystemen klimaatbestendiger, efficiënter, kosteneffectiever en ecologisch en maatschappelijk duurzamer maken, en ertoe bijdragen dat de problemen op het gebied van watertekorten, voedselveiligheid, voeding, gezondheid, welzijn en migratie bij de wortel worden aangepakt.
Momenteel nemen negentien landen aan het Prima-initiatief deel: elf lidstaten (Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Kroatië, Luxemburg, Malta, Portugal, Slovenië en Spanje), drie met Horizon 2020 geassocieerde landen (Israël, Tunesië en Turkije), en vijf niet met Horizon 2020 geassocieerde derde landen (Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon en Marokko).
Het Prima-initiatief is in 2018 operationeel geworden in het kader van Horizon 2020, het vorige kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (O&I). De periode waarin O&I-oproepen in het kader van Horizon 2020 kunnen worden gedaan, loopt tot 2024. De totale geplande bijdrage van de Unie in het kader van Horizon 2020 bedraag 220 miljoen EUR, en de oorspronkelijke financiële vastleggingen van de deelnemende landen bedroegen meer dan 270 miljoen EUR. De bijdrage van de Unie is momenteel afkomstig van het Horizon 2020-programma. Tot eind 2022 zijn met het Prima-initiatief 202 samenwerkingsprojecten voor O&I gefinancierd met een totale begroting van 285,7 miljoen EUR, waarvan 142,67 miljoen EUR uit de Uniebegroting werd bijgedragen en 143,03 miljoen EUR werd bijgedragen door de deelnemende landen.
De tussentijdse evaluatie van het Prima-initiatief voor 2022 is op 31 mei 2023 gepubliceerd. Volgens het tussentijdse evaluatieverslag is het Prima-initiatief een doeltreffend instrument gebleken voor samenwerking op het gebied van O&I in het Middellandse Zeegebied, waarmee belangrijke O&I-belangen worden gediend in overeenstemming met de geopolitieke prioriteiten van de EU. Op basis van hun positieve ervaringen hebben de meeste deelnemende landen verklaard zich op lange termijn voor dit initiatief te zullen inzetten, en de EU opgeroepen in de huidige vorm van een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap uit hoofde van artikel 185 VWEU te blijven deelnemen.
Dit voorstel tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 (de basishandeling van het Prima-initiatief) houdt in dat de actieve looptijd van het initiatief (waarin oproepen tot het indienen van voorstellen worden gepubliceerd) tot 2027 wordt voortgezet in het kader van Horizon Europa, het huidige kaderprogramma voor O&I. Met de wijziging wordt de begroting aangevuld, zowel met de financiële bijdrage van de EU vanuit het Horizon Europa-programma als met financiële bijdragen van de deelnemende landen, om ervoor te zorgen dat de activiteiten nog eens drie jaar worden voortgezet op het huidige niveau. De regels voor de werking van het Prima-initiatief worden aangepast aan de regels van Horizon Europa, onder meer wat betreft betere bescherming van de financiële belangen van de Unie, monitoring en verslaglegging. Door de actieve looptijd van het Prima-initiatief tot 2027 te verlengen, wordt dit initiatief in overeenstemming gebracht met de programmacyclus in het kader van Horizon Europa.
Door de basishandeling van het Prima-initiatief te wijzigen, kan het Prima-initiatief met zijn uitgebreide activiteiten zijn huidige doelstellingen van het aanpakken van de bestaande en opkomende problemen op het gebied van water, landbouw en voedselsystemen in het Middellandse Zeegebied blijven voortzetten en tegelijkertijd wetenschapsdiplomatie, de afstemming van nationaal O&I-beleid en internationale wetenschappelijke samenwerking bevorderen. De thematische focus is de afgelopen jaren nog relevanter geworden vanwege de toenemende gevolgen van de klimaatverandering, de effecten van de COVID-19-pandemie en het destabiliserende effect van de illegale en ongerechtvaardigde agressie van Rusland tegen Oekraïne op de kwetsbare landbouwmarkten in een aantal landen in het Middellandse Zeegebied.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De in Besluit (EU) 2017/1324 vervatte thematische gebieden en doelstellingen van het Prima-initiatief blijven ongewijzigd. De thematische focus op water, landbouw en voedselsystemen is in overeenstemming met de huidige prioriteiten van de EU, met name met de Europese Green Deal en de “van boer tot bord”-strategie, de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering en het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te dringen die daarbij horen. De doelstellingen van het Prima-initiatief zijn ook goed afgestemd op de doelstellingen van de EU-strategie voor de bio-economie.
Het O&I-programma Horizon Europa zal bijdragen tot de Europese Green Deal, en het Prima-initiatief is een specifiek instrument om een doeltreffende bijdrage aan een aantal doelstellingen van de Green Deal te leveren. Meer in het bijzonder stemt het Prima-initiatief overeen met de doelstellingen van cluster vi) van Horizon Europa (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu). De strategische onderzoeks- en innovatieagenda van het Prima-initiatief is volledig in overeenstemming met het strategisch plan van cluster vi). De jaarlijkse werkprogramma’s van het Prima-initiatief worden nauw afgestemd op het deel over cluster vi) van de werkprogramma’s van Horizon Europa en de programmeringsdocumenten van de Europese missies “Bodemdeal voor Europa”, “Onze oceanen en wateren herstellen” en “Aanpassing aan de klimaatverandering”, om voor complementariteit en synergieën te zorgen.
Het voorstel tot verlenging van het Prima-initiatief is in overeenstemming met de criteria en regels voor geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen als vastgelegd in de Horizon Europa-verordening. Het is met name in overeenstemming met de nieuwe vereisten voor partnerschappen uit hoofde van artikel 185 VWEU, die bij de Horizon Europa-verordening zijn ingevoerd.
Er is voldaan aan de in bijlage III vastgestelde voorwaarde van verplichte deelname van ten minste 40 % van de lidstaten, aangezien elf lidstaten, goed voor 41 % van de lidstaten, aan het Prima-initiatief deelnemen.
De krachtens bijlage III, punt 1, d), vereiste langetermijninzet van de partners is bij de start van het Prima-initiatief aangetoond toen de meerderheid van de deelnemende landen zich verbond tot een financieringsperiode van tien jaar. De deelnemende landen herhaalden hun toezegging in de verklaring van de ministeriële vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied van juli 2022, in hun brieven aan de Commissie en in hun verklaringen tijdens de Raad Concurrentievermogen van december 2022.
Het Prima-initiatief past binnen de reikwijdte van de thematische gebieden voor geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen zoals gedefinieerd in bijlage VI bij de Horizon Europa-verordening, en met name binnen Partnerschapsgebied 5 (Duurzame, inclusieve en circulaire biogebaseerde oplossingen), aangezien water-, landbouw- en voedselsystemen integraal deel uitmaken van de bio-economie en biogebaseerde systemen.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Met het Prima-initiatief worden innovatieve oplossingen ontwikkeld en gedemonstreerd, waarmee de uitvoering van een aantal EU-beleidsmaatregelen wordt ondersteund. Door het Prima-initiatief gefinancierde projecten, met hun thematische focus op water, landbouw en voedsel, dragen bij tot de doelstellingen van sectoraal beleid zoals het waterbeleid, met name de kaderrichtlijn water, het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de strategie voor de bio-economie, de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering en het actieplan voor de circulaire economie.
Als instrument voor internationale samenwerking versterkt het Prima-initiatief de strategische regionale samenwerking op lange termijn tussen de EU en het zuidelijke Middellandse Zeegebied, overeenkomstig het kader van de EU voor samenwerking met de landen van het zuidelijk nabuurschap, zoals verwoord in de gezamenlijke mededeling voor een nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied en het economisch en investeringsplan daarvan, alsook de regionale beleidsdialoog met mediterrane partners die door het regionale platform voor onderzoek en innovatie van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ) is goedgekeurd. De nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied bevat doelstellingen voor de komende jaren om eerlijkere, welvarendere en inclusievere samenlevingen op te bouwen ten behoeve van mensen, met name jongeren, waarvan O&I een belangrijk onderdeel vormt.
Het Prima-initiatief zal in het kader van de O&I-routekaarten van de Unie voor het Middellandse Zeegebied een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de routekaart inzake klimaatverandering, zoals in de ministeriële verklaring over O&I van de Unie voor het Middellandse Zeegebied in 2022 werd verklaard.
Met het Prima-initiatief wordt ook de uitvoering van de totaalaanpak van de EU op het gebied van O&I ondersteund, waarin het Middellandse Zeegebied als een van de belangrijkste regio’s voor samenwerking wordt aangewezen.
Door bij te dragen aan het oplossen van problemen in verband met waterschaarste, voedselzekerheid, voeding, gezondheid, welzijn en migratie vormt het Prima-initiatief een aanzienlijke ondersteuning van de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN, met name voor de duurzameontwikkelingsdoelstellingen 2 (Geen honger), 6 (Schoon water en sanitair), 10 (Ongelijkheid verminderen) en 12 (Verantwoorde consumptie en productie), vooral in het Middellandse Zeegebied.
Door rekening te houden met de onderlinge verbanden tussen water, energie en voedsel en hun afhankelijkheid van en effecten op ecosystemen, speelt het Prima-initiatief een belangrijke rol bij het versnellen van de broodnodige transitie naar een groene economie in het Middellandse Zeegebied door groene en duurzame ontwikkelingsoplossingen te bevorderen, teneinde de weerbaarheid tegen klimaatverandering te verhogen en zo bij te dragen tot de doelstellingen van de Europese Green Deal in de regio. Meer in het bijzonder dragen de activiteiten van het Prima-initiatief op het thematische gebied waterbeheer bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal in verband met het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te dringen, de biodiversiteitsstrategie en het aankomende actieplan voor het geïntegreerde beheer van nutriënten, terwijl activiteiten in verband met thematische gebieden inzake landbouwsystemen en de voedselwaardeketen de uitvoering van de “van boer tot bord”-strategie zullen ondersteunen.
In het kader van het Prima-initiatief worden tevens synergieën met andere instrumenten van Horizon Europa onderzocht, bijvoorbeeld met de Horizon Europa-missies “Een bodemdeal voor Europa” en “Red onze oceanen en wateren tegen 2030”. Het is de bedoeling dat het Prima-initiatief zijn kennis, infrastructuur en netwerk deelt met relevante partners om missies te ondersteunen door specifieke gezamenlijke acties te ontwerpen (bijvoorbeeld gecoördineerde oproepen in het kader van de Horizon Europa-missie “Een bodemdeal voor Europa” in de jaarlijkse werkprogramma’s van het Prima-initiatief). Het Prima-initiatief kan de internationale dimensie van de volgende Horizon Europa-partnerschappen verder versterken: duurzame voedselsystemen voor mensen, planeet en klimaat; waterzekerheid voor de planeet; agro-ecologische levende laboratoria en onderzoeksinfrastructuren; een op gegevens gebaseerde landbouw; diergezondheid en dierenwelzijn.
Het Prima-initiatief vormt ook een aanvulling op de prioriteit “voedsel- en voedingsveiligheid en duurzame landbouw” (Food and Nutrition Security and Sustainable Agriculture, FNSSA) van de beleidsdialoog op hoog niveau tussen de EU en de Afrikaanse Unie over samenwerking inzake onderzoek en innovatie. Dankzij de FFNSSA-prioriteit kunnen de partners van het Prima-initiatief verder samenwerken in heel Afrika en heel Europa.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Met het voorstel wordt de periode van deelname van de Unie aan het Prima-initiatief verlengd en wordt het kader vastgesteld dat nodig is om het Prima-initiatief onder het O&I-kaderprogramma Horizon Europa en het Financieel Reglement te beheren, en tegelijkertijd de activiteiten voort te zetten waarmee onder het O&I-kaderprogramma Horizon 2020 is begonnen.
De voorgestelde wijzigingen hebben dezelfde rechtsgrondslag als de te wijzigen wetgevingshandeling, met name artikel 185 en artikel 188, tweede alinea, van het VWEU.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing aangezien het voorstel niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie valt. De subsidiariteit wordt gewaarborgd doordat het voorstel wordt gebaseerd op artikel 185 van het VWEU, dat uitdrukkelijk voorziet in de deelname van de Unie aan door verscheidene lidstaten opgezette onderzoeksprogramma’s.
De doelstellingen van het Prima-initiatief, waarvan de verwezenlijking centraal zal blijven staan in dit voorstel, kunnen niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt. Optreden op het niveau van de Unie heeft een duidelijke en aantoonbare meerwaarde, gezien de schaal, reikwijdte en complexiteit van de inspanningen die nodig zijn om de ambities die met het initiatief worden nagestreefd te verwezenlijken. Aangezien het voorstel tot doel heeft reeds bestaande EU-wetgeving aan te vullen, kan dit bovendien beter op EU-niveau dan door middel van verschillende nationale initiatieven worden gedaan. Desalniettemin moet het voorstel ook de nationale, lokale en regionale activiteiten op het desbetreffende gebied blijven aanvullen en versterken.
•Evenredigheid
Het voorstel voldoet aan het evenredigheidsbeginsel aangezien de lidstaten verantwoordelijk worden voor de ontwikkeling van het gemeenschappelijke programma en voor alle operationele aspecten. De Prima-uitvoeringsstructuur heeft reeds aangetoond dat deze het programma op efficiënte en doeltreffende wijze kan uitvoeren. De Unie zal betere coördinatie stimuleren, zorg dragen voor synergieën met en bijdragen aan EU-beleid en de prioriteiten van Horizon Europa, toezicht houden op de uitvoering van het programma en de bescherming van de financiële belangen van de EU waarborgen.
•Keuze van het instrument
Dit voorstel betreft een wijzigingsbesluit van een bestaande wetgevingshandeling die is vastgesteld op basis van artikel 185 VWEU. Voor dit soort instrumenten vereist artikel 188, tweede alinea, van het VWEU dat het Europees Parlement en de Raad een besluit vaststellen.
Uit de resultaten van de eerste jaren van de uitvoering van het Prima-initiatief en uit de reacties op het verzoek om input (zie ook punt 3 “Raadpleging van belanghebbenden” hieronder) is gebleken dat een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap op grond van artikel 185 VWEU de meest geschikte manier is om de doelstellingen van het Prima-initiatief te verwezenlijken. Ook de deelnemende landen geven de voorkeur aan een dergelijk geïnstitutionaliseerd partnerschap.
De voortzetting van het Prima-initiatief als partnerschapsinitiatief op grond van artikel 185 VWEU zou tevens de ontwikkeling van de lopende samenwerking met nabuurschapslanden mogelijk maken. De Unie en de betrokken landen zullen hun onderlinge prioriteiten samen blijven bepalen en een nieuwe fase van samenwerking opstarten, overeenkomstig de prioriteiten van het Europees nabuurschapsbeleid.
Bovendien maakt een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap op basis van artikel 185 VWEU een breed scala aan onderzoeks- en innovatieacties en financiële bijdragen mogelijk, afhankelijk van de financieringsbron (Horizon Europa of nationaal), het beheer en de regels, hetgeen in de eerste jaren van de uitvoering van het Prima-initiatief efficiënt is gebleken. Het instrument is ook geschikt voor de deelname van derde landen.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
In 2022 hebben onafhankelijke deskundigen van derden een tussentijdse evaluatie van het Prima-initiatief uitgevoerd voor de periode van het begin van het Prima-initiatief (2017) tot en met maart 2022.
In die tussentijdse evaluatie werd bevestigd dat het Prima-initiatief goede vooruitgang heeft geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan en goed wordt beheerd. Het Prima-initiatief pakt de milieu-, sociaal-economische en beleidsuitdagingen die cruciaal zijn voor de toekomstige ontwikkeling en duurzaamheid van het Middellandse Zeegebied doeltreffend aan en speelt een unieke rol in het onderzoeks- en innovatie-ecosysteem van het Middellandse Zeegebied. Het Prima-initiatief heeft bijgedragen tot de bevordering van wetenschappelijke integratie in de deelnemende landen, waardoor met name de deelnemende landen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied hun onderzoeks- en innovatiecapaciteit konden benutten.
De toegevoegde waarde van het Prima-initiatief voor de EU is eveneens groot, aangezien het bijdraagt tot belangrijke politieke prioriteiten, doelstellingen en initiatieven van de EU, zoals de Europese Green Deal — met name de “van boer tot bord”-strategie en de biodiversiteitsstrategie —, de strategie voor de bio-economie, de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering en het actieplan voor de circulaire economie, alsook tot de overkoepelende SDG’s.
In het tussentijdse evaluatieverslag worden ook maatregelen aanbevolen om de resultaten en effecten van het Prima-initiatief verder te verbeteren.
•Raadpleging van belanghebbenden
Er is geen raadpleging van belanghebbenden uitgevoerd. De oorspronkelijke input van de openbare raadpleging wordt nog steeds als geldig beschouwd. De aard van de voorgestelde wijzigingen vereist geen nieuwe raadpleging van de belanghebbenden.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
In het kader van de tussentijdse evaluatie is een verzoek om input gepubliceerd, waarvan de resultaten in aanmerking zijn genomen.
•Effectbeoordeling
Er is geen effectbeoordeling uitgevoerd. De oorspronkelijke analyse en de keuze van de opties wordt nog steeds als geldig beschouwd. De aard van de wijziging vereist geen nieuwe effectbeoordeling.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Er wordt geen vereenvoudigingseffect verwacht, aangezien het voorstel een verlenging van het bestaande partnerschap betreft.
•Grondrechten
Het voorgestelde besluit heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De totale bijdrage van de Unie aan het verlengde initiatief, met inbegrip van de EER-bijdrage, bedraagt maximaal 325 miljoen EUR. Van dit bedrag is 220 miljoen EUR uit het Horizon 2020-programma voor de programmeringsperiode 2018-2024 vastgelegd. 105 miljoen EUR, vastgelegd voor de periode 2025-2027, is afkomstig van cluster vi) (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu) van Horizon Europa.
Het maximumbedrag van de EU-bijdrage aan administratieve kosten voor de gehele looptijd van het initiatief bedraagt 6 %, hetgeen neerkomt op 19,5 miljoen EUR van de totale bijdrage van de Unie van 325 miljoen EUR.
De bijdrage wordt beheerd door de Prima-uitvoeringsstructuur, op grond van de delegatieovereenkomst en de overeenkomst betreffende de overdracht van middelen. De bepalingen van het besluit en van de in 2018 tussen de Commissie en de Prima-uitvoeringsstructuur gesloten delegatieovereenkomst moeten de bescherming van de financiële belangen van de EU waarborgen.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De uitvoering van het initiatief zal uitgaan van een geactualiseerde strategische onderzoeks- en innovatieagenda die de Commissie en de deelnemende landen zijn overeengekomen.
De resultaten van het Prima-initiatief zullen worden gemonitord aan de hand van jaarverslagen die door de Prima-uitvoeringsstructuur ter goedkeuring bij de Europese Commissie worden ingediend. Dit houdt onder meer in dat verslag wordt uitgebracht over de voortgang wat betreft kernprestatie- en andere indicatoren die in de strategische onderzoeks- en innovatieagenda zijn opgenomen.
In het voorstel wordt voorzien in een tussentijdse evaluatie uiterlijk in 2025 en een eindevaluatie uiterlijk in 2030.
•Artikelsgewijze toelichting
Bij artikel 1 wordt Besluit (EU) 2017/1324 gewijzigd en aangepast aan het nieuwe regelgevingskader dat is vastgesteld in de Horizon Europa-verordening (Verordening (EU) 2021/695) en het Financieel Reglement (Verordening (EU, Euratom) 2018/1046).
In artikel 1, punt 1, wordt voorzien in wijziging van de internationale overeenkomsten met de vijf deelnemende landen die niet met het Horizon Europa-programma zijn geassocieerd.
In artikel 1, punt 3, wordt voorzien in een aanvullende financiële bijdrage van de Unie vanuit het Horizon Europa-programma, en wordt gespecificeerd uit welk begrotingsonderdeel van het Horizon Europa-programma de financiële bijdrage van de Unie zal worden verstrekt.
In artikel 1, punt 5, wordt de minimale financiële bijdrage van de deelnemende landen vastgesteld en wordt de periode waarvoor die bijdrage is vastgelegd tot en met 31 december 2031 verlengd.
Bij artikel 1, punt 6, wordt de actieve looptijd van het Prima-initiatief tot en met 2027 verlengd.
Bij artikel 1, punt 12, worden nieuwe bepalingen met betrekking tot de toegang tot de resultaten van en informatie over voorstellen ingevoegd.
Bij artikel 1, punt 14, worden nieuwe bepalingen met betrekking tot monitoring en evaluatie ingevoegd.
Bij artikel 1, punt 15, worden nieuwe bepalingen met betrekking tot vertrouwelijkheid, belangenconflicten en lopende acties, activiteiten en verbintenissen ingevoegd.
2023/0207 (COD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 185 en artikel 188, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Besluit (EU) 2017/1324 van het Europees Parlement en de Raad is vastgesteld in het kader van Horizon 2020, het vorige kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, voor een periode tot en met 31 december 2028.
(2)Overeenkomstig de basishandeling van het Prima-initiatief, worden de laatste oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het desbetreffende jaarlijkse werkprogramma in 2024 gedaan, en worden alle indirecte O&I-acties uiterlijk in 2028 afgerond.
(3)De lidstaten die aan het Prima-initiatief deelnemen, hebben verklaard voornemens te zijn hun gezamenlijk initiatief na 2024 voort te zetten, en hebben de Unie opgeroepen in hetzelfde institutionele kader van artikel 185 te blijven deelnemen.
(4)Aangezien de oorspronkelijke grondgedachte en doelstellingen van het Prima-initiatief nog steeds gelden en in het tussentijdse evaluatieverslag werd geconcludeerd dat het Prima-initiatief een succesvol instrument met toegevoegde waarde voor de Unie is, moet de Unie financiële steun blijven verlenen zodat onderzoeks- en innovatieacties op hetzelfde thematische gebied tot en met 2027 door het Prima-initiatief kunnen worden gefinancierd, en moet zij dat instrument synchroniseren met het meerjarig financieel kader (MFK) van de Unie en de op het MFK afgestemde programmeringscycli van O&I-programma’s. Bovendien moet de totale looptijd van het Prima-initiatief tot en met 2031 worden verlengd om ervoor te zorgen dat de ondersteunde onderzoeks- en innovatieacties volledig kunnen worden uitgevoerd.
(5)De Unie moet het Prima-initiatief financieel blijven ondersteunen vanuit de algemene begroting van de Unie voor het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa, als vastgesteld bij Besluit (EU) 2021/764 van de Raad, en met name vanuit pijler II (Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen) en het relevante cluster vi) (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu).
(6)Het Prima-initiatief wordt gefinancierd in het kader van Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad. Met het oog op de voortzetting ervan vanaf 2025 moet het worden gefinancierd en uitgevoerd in het kader van Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad. Daartoe moet Besluit (EU) 2017/1324 worden afgestemd op de vereisten van Verordening (EU) 2021/695 en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad.
(7)Besluit (EU) 2017/1324 moet worden afgestemd op de doelstellingen en de prioriteiten inzake onderzoek en innovatie van Horizon Europa en op de in artikel 10 van en de bijlagen III en VI bij Verordening (EU) 2021/695 vastgestelde algemene beginselen en voorwaarden. Daarom moet ten minste 40 % van de lidstaten deelnemen aan het verlengde Prima-initiatief. Bovendien moet het Prima-initiatief betrekking hebben op een van de prioritaire gebieden voor geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen en moeten alle deelnemende landen een financiële verbintenis voor de lange termijn aangaan. Aan deze voorwaarden is reeds voldaan, aangezien momenteel 41 % van de lidstaten aan het initiatief deelneemt, het Prima-initiatief onder het prioritaire gebied “Partnerschapsgebied 5: duurzame, inclusieve en circulaire biogebaseerde oplossingen” van bijlage VI valt, en de deelnemende landen hun financiële bijdrage aan het Prima-initiatief voor de lange termijn hebben toegezegd.
(8)De financiële bijdrage van de Unie aan het Prima-initiatief moet afhankelijk worden gesteld van een formele verbintenis van de deelnemende landen om een financiële bijdrage te leveren die ten minste gelijk is aan de bijdrage van de Unie. Daarom moet de Prima-uitvoeringsstructuur regelmatig nauwlettend toezien op de naleving van de formele financiële verbintenissen.
(9)Om de doelstellingen van het Prima-initiatief te behalen, moet de totale bijdrage van de deelnemende landen ten minste gelijk zijn aan de bijdrage van de Unie. De deelnemende landen moeten daarom de bijdrage van de Unie in het kader van Horizon Europa evenaren, overeenkomstig het in bijlage III bij Verordening (EU) 2021/695 neergelegde beginsel. Om ervoor te zorgen dat dit beginsel volledig wordt gewaarborgd, mogen alleen bijdragen van deelnemende landen die na 31 december 2024 zijn gedaan, in aanmerking worden genomen.
(10)Om te waarborgen dat Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon en Marokko zich blijven inzetten voor de uit hoofde van Verordening (EU) 2021/695 gefinancierde doelstellingen van het Prima-initiatief en zich ertoe verbinden de nieuwe verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2021/695 en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 na te komen, moeten zij de nieuwe, uit dit wijzigingsbesluit voortvloeiende voorwaarden formeel aanvaarden door, in de vorm van een briefwisseling, overeenkomsten met de Unie te sluiten tot wijziging en aanvulling van de bestaande internationale overeenkomsten inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking die met deze landen zijn gesloten. Dit mag geen gevolgen hebben voor hun deelname aan activiteiten van het Prima-initiatief die uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1291/2013 worden gefinancierd.
(11)De totale bijdrage van de Unie moet worden vastgesteld als een maximumbedrag. Overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Verordening (EU) 2021/695 moet het mogelijk zijn dat de bijdrage van de Unie vanuit Horizon Europa aan het Prima-initiatief wordt verhoogd met dergelijke bijdragen van met Horizon Europa geassocieerde derde landen. Voorwaarde hiervoor is dat de bijdrage van de deelnemende landen ten minste met hetzelfde bedrag toeneemt als het totale bedrag waarmee de bijdrage van de Unie wordt verhoogd.
(12)Gezien de doelstellingen van het Prima-initiatief, moeten entiteiten die gevestigd zijn in niet-deelnemende derde landen in aanmerking komen voor financiering in het kader van specifieke thema’s van de oproepen waarin in het jaarlijkse werkprogramma van het Prima-initiatief is voorzien. Alle passende maatregelen, waaronder contractuele maatregelen, moeten worden getroffen om de financiële belangen van de Unie te beschermen. Daartoe moeten overeenkomsten op het gebied van wetenschap en technologie worden gesloten met derde landen waarin dergelijke entiteiten zijn gevestigd.
(13)Hoewel controles achteraf van uitgaven voor indirecte acties die uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1291/2013 zijn gefinancierd nog steeds overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van die verordening moeten worden uitgevoerd, moeten indirecte acties die in het kader van Horizon Europa worden gefinancierd overeenkomstig Verordening (EU) 2021/695 worden gecontroleerd.
(14)In Verordening (EU) 2021/695 wordt meer nadruk gelegd op de toegang van de Commissie tot de resultaten van en andere informatie over acties om in het geval van geïnstitutionaliseerde Europese partnerschappen beleid of programma’s van de Unie te ontwikkelen, uit te voeren en te monitoren. De Prima-uitvoeringsstructuur moet daarom waarborgen dat de Commissie toegang heeft tot alle informatie met betrekking tot de indirecte acties die zij financiert, waaronder bijdragen en resultaten van begunstigden die deelnemen aan indirecte acties. Om hun belangen te behartigen, moeten de deelnemende landen ook toegang hebben tot informatie over voorstellen waarbij op hun grondgebied gevestigde aanvragers betrokken zijn. Dergelijke toegangsrechten moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke vertrouwelijkheidsregels.
(15)Voor de verlenging van het Prima-initiatief moet dit partnerschap overeenkomstig de bepalingen in verband met Horizon Europa worden gemonitord en geëvalueerd. De Commissie moet tegen 31 december 2025 een tussentijdse evaluatie en tegen 31 december 2031 een eindevaluatie van het Prima-initiatief uitvoeren, waar bij de tussentijdse en eindevaluaties van Horizon Europa als geheel rekening mee moet worden gehouden. In die evaluaties moeten de kwaliteit en efficiëntie van het Prima-initiatief en de vooruitgang bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan worden beoordeeld. De Commissie moet de resultaten en conclusies van die evaluaties openbaar maken en verspreiden. Overeenkomstig artikel 10, lid 2, punt c), van Verordening (EU) 2021/695 moet het Prima-initiatief een duidelijke levenscyclusbenadering volgen, in de tijd beperkt zijn en de voorwaarden bevatten voor het geleidelijk beëindigen van de financiering uit hoofde van Horizon Europa.
(16)Besluit (EU) 2017/1324 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Besluit (EU) 2017/1324 wordt als volgt gewijzigd:
1)
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
“1. De Unie neemt deel aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het “Prima-initiatief”), een geïnstitutionaliseerd Europees partnerschap in de zin van artikel 10, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad dat gezamenlijk is opgezet door Cyprus, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Israël, Italië, Kroatië, Luxemburg, Malta, Portugal, Slovenië, Spanje, Tunesië en Turkije (“de deelnemende landen”), overeenkomstig de in dit besluit vastgestelde voorwaarden en na kennisgeving van hun deelname aan de activiteiten van het Prima-initiatief door ondertekening van een verbintenisbrief.”;
b) lid 2 wordt vervangen door:
“2. Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon en Marokko blijven deelnemende landen voor wat betreft de activiteiten van het Prima-initiatief die uit hoofde van artikel 3, lid 1, punt a), worden gefinancierd. Deze landen worden wat betreft hun deelname aan activiteiten van het Prima-initiatief die uit hoofde van artikel 3, lid 1, punt b), worden gefinancierd enkel als deelnemende landen beschouwd indien zij een overeenkomst, in de vorm van een briefwisseling, tot wijziging en aanvulling van de bestaande overeenkomsten inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking met de Unie en tot vaststelling van de nieuwe voorwaarden voor hun deelname aan het Prima-initiatief hebben gesloten.”;
c) de leden 3 en 4 worden vervangen door:
“3. Elke lidstaat die en elk met Horizon 2020 of Horizon Europa geassocieerd derde land dat niet in lid 1 van dit artikel is vermeld, kan aan het Prima-initiatief deelnemen, mits wordt voldaan aan de in artikel 4, lid 1, punt c), vastgestelde voorwaarde en in het bijzonder aan artikel 11, lid 5. Zij ondertekenen een verbintenisbrief waarin zij de voorwaarden voor hun deelname aan het Prima-initiatief met betrekking tot Horizon 2020 dan wel Horizon Europa bevestigen.
Lidstaten en met Horizon 2020 of Horizon Europa geassocieerde derde landen die aan de in de eerste alinea vastgestelde voorwaarden voldoen, worden voor de toepassing van dit besluit als deelnemende landen beschouwd.
4. Een niet met Horizon 2020 of Horizon Europa geassocieerd derde land dat niet in lid 2 is vermeld, kan aan het Prima-initiatief deelnemen op voorwaarde dat:
a) het voldoet aan de voorwaarde van artikel 4, lid 1, punt c), en in het bijzonder aan artikel 11, lid 5;
b) de Prima-uitvoeringsstructuur de deelname goedkeurt nadat is onderzocht of de deelname van het land relevant is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Prima-initiatief, en
c) het een internationale overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking met de Unie sluit over de voorwaarden voor deelname aan het Prima-initiatief.
Derde landen die aan de in de eerste alinea vervatte voorwaarden voldoen, worden voor de toepassing van dit besluit als deelnemende landen beschouwd.”.
2)
In artikel 2 wordt lid 1 vervangen door:
“1. Het Prima-initiatief draagt bij tot de algemene en specifieke doelstellingen van Verordening (EU) 2021/695, en met name artikel 3 van die verordening, en streeft de algemene doelstellingen na van het opbouwen van onderzoeks- en innovatiecapaciteit en het ontwikkelen van kennis en gemeenschappelijke innovatieve oplossingen voor agrovoedingssystemen zodat deze duurzaam worden, en voor geïntegreerde watervoorziening en geïntegreerd waterbeheer in het Middellandse Zeegebied zodat deze systemen, dit beheer en deze voorziening klimaatbestendiger, efficiënter, kosteneffectiever en ecologisch en maatschappelijk duurzamer worden en ertoe wordt bijgedragen dat de problemen op het gebied van watertekorten, voedselveiligheid, voeding, gezondheid, welzijn en migratie bij de wortel worden aangepakt.”.
3)
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:
“1. De financiële bijdrage van de Unie, met inbegrip van de EER-kredieten, is gelijk aan de bijdragen van de deelnemende landen aan het Prima-initiatief. De bijdrage van de Unie bedraagt maximaal 325 000 000 EUR en wordt als volgt verdeeld:
a) maximaal 220 000 000 EUR uit Horizon 2020;
b) maximaal 105 000 000 EUR uit Horizon Europa.
Het bedrag van de financiële bijdrage van de Unie uit Horizon Europa kan overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Verordening (EU) 2021/695 worden verhoogd met bijdragen van met Horizon Europa geassocieerde derde landen, mits de bijdrage van de in artikel 1, lid 1, genoemde deelnemende landen ten minste met hetzelfde bedrag toeneemt als het totale bedrag waarmee de bijdrage van de Unie wordt verhoogd.
2. De in lid 1, punt a), van dit artikel bedoelde financiële bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Unie zijn toegewezen aan de relevante onderdelen van het bij Besluit 2013/743/EU van de Raad vastgestelde specifieke programma tot uitvoering van Horizon 2020, en met name uit deel II (Industrieel leiderschap) en deel III (Maatschappelijke uitdagingen), overeenkomstig artikel 57 van Verordening (EU) 2021/695 en artikel 62, lid 1, punt c), vii), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.”;
b) het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:
“2 bis. De in lid 1, punt b), van dit artikel bedoelde financiële bijdrage van de Unie wordt betaald uit de kredieten die in de algemene begroting van de Unie zijn toegewezen aan de relevante onderdelen van het bij Besluit (EU) 2021/764 van de Raad vastgestelde specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa, en met name uit cluster vi) (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu) van pijler II (Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen), overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), vii), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.”.
4)
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
a) in lid 1 worden de punten b), c) en d) vervangen door:
“b) de deelnemende landen of de door de deelnemende landen aangewezen organisaties wijzen een entiteit met rechtspersoonlijkheid, zoals bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), vii), van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046, aan als de Prima-uitvoeringsstructuur die verantwoordelijk is voor de efficiënte uitvoering van het Prima-initiatief en voor de ontvangst, toewijzing en monitoring van de in artikel 3, lid 1, van dit besluit bedoelde financiële bijdrage van de Unie en, in voorkomend geval, van de bijdragen van de deelnemende landen, en die ervoor zorgt dat alle acties worden ondernomen die nodig zijn om de doelstellingen van het Prima-initiatief te verwezenlijken;
c) elk deelnemend land verbindt zich ertoe om bij te dragen aan de financiering van het Prima-initiatief met een bijdrage die ten minste gelijk is aan de bijdrage van de Unie, uit de nationale middelen die relevant zijn voor de doelstellingen van het Prima-initiatief;
d) de Prima-uitvoeringsstructuur toont aan dat zij in staat is het Prima-initiatief uit te voeren, met inbegrip van het ontvangen, toewijzen en monitoren van de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie in het kader van het indirect beheer van de Uniebegroting overeenkomstig de artikelen 62 en 154 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046;”;
b) in lid 2 wordt punt c) vervangen door:
“c) de naleving door de Prima-uitvoeringsstructuur van de verslagleggingsvereisten van artikel 155, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046;”;
c) lid 3 wordt vervangen door:
“3. De Commissie beoordeelt doorlopend of de deelnemende landen hun verbintenissen nakomen en kan passende maatregelen treffen, waaronder de maatregelen als bedoeld in artikel 9.”.
5)
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
“1. De deelnemende landen leveren financiële of niet-financiële bijdragen ter waarde van ten minste 325 000 000 EUR gedurende de periode vanaf 7 augustus 2017 tot en met 31 december 2031, of zij zorgen ervoor dat hun nationale financieringsorganen deze bijdragen leveren.”;
b) lid 6 wordt vervangen door:
“6. De in lid 2, punten a), b), en c), bedoelde bijdragen, die worden beschouwd als bijdragen van de deelnemende landen, worden na de goedkeuring van het jaarlijkse werkprogramma geleverd. Indien het jaarlijkse werkprogramma tijdens het in artikel 6, lid 2, bedoelde referentiejaar wordt vastgesteld, kunnen de in lid 2, punt c), bedoelde bijdragen die gelden als in het jaarlijkse werkprogramma opgenomen bijdragen van de deelnemende landen, bijdragen omvatten die vanaf 1 januari van dat jaar zijn geleverd. De in lid 2, punt c), van dit artikel bedoelde bijdragen die gelden als in het eerste jaarlijkse werkprogramma opgenomen bijdragen van de deelnemende landen, kunnen echter bijdragen omvatten die na 7 augustus 2017 zijn geleverd.”.
6)
Artikel 6 wordt vervangen door:
“Artikel 6
Activiteiten en uitvoering van het Prima-initiatief
1. Het Prima-initiatief ondersteunt een brede waaier van onderzoeks- en innovatieactiviteiten, zoals beschreven in het jaarlijkse werkprogramma, door middel van:
a) indirecte acties als bedoeld in de Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) 2021/695, die door de Prima-uitvoeringsstructuur worden gefinancierd overeenkomstig artikel 7 van dit besluit, voornamelijk in de vorm van subsidies na door de Prima-uitvoeringsstructuur gelanceerde transnationale, openbare, transparante en vergelijkende oproepen tot het indienen van voorstellen, met inbegrip van:
i) onderzoeks- en innovatieacties of innovatieacties;
ii) coördinatie en ondersteuning van acties die tot doel hebben informatie te verspreiden over het Prima-initiatief en de impact ervan zo groot mogelijk te maken;
b) activiteiten gefinancierd door de deelnemende landen zonder de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie die bijdragen tot de doelstellingen van het Prima-initiatief of die rechtstreeks verband houden met de benutting van de resultaten van projecten in het kader van het Prima-initiatief, te weten:
i) activiteiten die na door de Prima-uitvoeringsstructuur gelanceerde transnationale, openbare, transparante en vergelijkende oproepen tot het indienen van voorstellen worden geselecteerd, die door de nationale financieringsorganen in het kader van de nationale programma’s van de deelnemende landen worden beheerd en die hoofdzakelijk in de vorm van subsidies worden gefinancierd;
ii) activiteiten in het kader van de nationale programma’s van de deelnemende landen, met inbegrip van transnationale projecten.
2. Het Prima-initiatief wordt uitgevoerd op basis van de jaarlijkse werkprogramma’s die activiteiten omvatten die moeten plaatsvinden gedurende de periode van 1 januari tot en met 31 december van een bepaald jaar (“referentiejaar”). De Prima-uitvoeringsstructuur stelt, na goedkeuring door de Commissie, de jaarlijkse werkprogramma’s vast vóór 31 maart van het referentiejaar. Bij de vaststelling van de jaarlijkse werkprogramma’s handelen de Prima-uitvoeringsstructuur en de Commissie zonder onnodige vertraging. De Prima-uitvoeringsstructuur maakt het jaarlijkse werkprogramma openbaar.
3. De in lid 1, punten a) en b), bedoelde activiteiten mogen alleen in het referentiejaar en pas na de vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma van dat jaar worden opgestart.
4. Indien het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld gedurende het referentiejaar, kunnen met de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie administratieve kosten worden vergoed die de Prima-uitvoeringsstructuur vanaf 1 januari van dat referentiejaar heeft gemaakt overeenkomstig het jaarlijkse werkprogramma. Met de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie kunnen echter administratieve kosten worden vergoed die de Prima-uitvoeringsstructuur vanaf 7 augustus 2017 heeft gemaakt overeenkomstig het eerste jaarlijkse werkprogramma.
5. Activiteiten mogen uitsluitend worden gefinancierd in het kader van het Prima-initiatief indien zij zijn opgenomen in het jaarlijkse werkprogramma. In het jaarlijkse werkprogramma wordt een onderscheid gemaakt tussen de in lid 1, punt a), bedoelde activiteiten, de in lid 1, punt b), bedoelde activiteiten en de administratieve kosten van de Prima-uitvoeringsstructuur. Daarnaast wordt een raming gegeven van de bijbehorende uitgaven en wordt vermeld hoeveel middelen er zijn toegewezen aan activiteiten die met de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie worden gefinancierd en aan activiteiten die door de deelnemende landen zonder de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie worden gefinancierd. Het jaarlijkse werkprogramma bevat tevens de geraamde waarde van de niet-financiële bijdragen van de deelnemende landen, als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt b).
6. In gewijzigde jaarlijkse werkprogramma’s voor een referentiejaar en jaarlijkse werkprogramma’s voor daaropvolgende referentiejaren wordt rekening gehouden met de resultaten van eerdere oproepen tot het indienen van voorstellen. Hierbij moet worden getracht correcties aan te brengen indien er onvoldoende wetenschappelijke thema’s worden bestreken, met name die welke aanvankelijk aan bod kwamen in activiteiten als bedoeld in lid 1, punt b), die niet voldoende konden worden gefinancierd.
7. De laatste te financieren activiteiten, met inbegrip van de laatste oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van de desbetreffende jaarlijkse werkprogramma’s, worden uiterlijk op 31 december 2027 opgestart. In naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen zij tot en met 31 december 2028 worden opgestart.
8. Activiteiten die door de deelnemende landen zonder de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie moeten worden gefinancierd, kunnen alleen in het jaarlijkse werkprogramma worden opgenomen na de positieve uitkomst van een door de Prima-uitvoeringsstructuur georganiseerde onafhankelijke externe beoordeling ervan door middel van een internationale collegiale toetsing aan de doelstellingen van het Prima-initiatief.
9. In het jaarlijkse werkprogramma opgenomen activiteiten die overeenkomstig artikel 6, lid 1, punt b), door de deelnemende landen worden gefinancierd, worden uitgevoerd in overeenstemming met gemeenschappelijke beginselen die na goedkeuring door de Commissie door de Prima-uitvoeringsstructuur worden vastgesteld. De gemeenschappelijke beginselen houden rekening met de beginselen van dit besluit, van titel VIII van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 en van hoofdstuk II van Verordening (EU) 2021/695. Na goedkeuring door de Commissie stelt de Prima-uitvoeringsstructuur ook vast aan welke verslagleggingsvereisten de deelnemende landen jegens haar moeten voldoen, ook wat betreft de indicatoren voor elk van deze activiteiten.
10. De in lid 1, punt b), i), bedoelde activiteiten stemmen niet alleen overeen met de in lid 9 bedoelde gemeenschappelijke beginselen, maar voldoen ook aan de volgende voorwaarden:
a) de voorstellen betreffen transnationale projecten, met een deelname van ten minste drie onafhankelijke juridische entiteiten gevestigd in drie verschillende landen die bij het verstrijken van de in de betrokken oproep tot het indienen van voorstellen bepaalde uiterste indieningstermijn uit hoofde van dit besluit worden beschouwd als deelnemende landen, en waarvan:
i) er ten minste één is gevestigd in een lidstaat of in een met Horizon 2020 dan wel Horizon Europa geassocieerd derde land en niet onder punt ii) valt, en
ii) er ten minste één is gevestigd in een derde land als vermeld in artikel 1, lid 2, of in een derde land dat grenst aan de Middellandse Zee;
b) de voorstellen worden geselecteerd na transnationale oproepen tot het indienen van voorstellen en door ten minste drie onafhankelijke deskundigen geëvalueerd op basis van de volgende gunningscriteria: excellentie, impact, en kwaliteit en efficiëntie van de uitvoering;
c) de voorstellen worden gerangschikt volgens de evaluatieresultaten. De Prima-uitvoeringsstructuur maakt een selectie en volgt daarbij die rangschikking. De deelnemende landen komen tot overeenstemming over een passende financieringswijze die het mogelijk maakt om zo veel mogelijk voorstellen boven de drempel te financieren op basis van die rangschikking, in het bijzonder door reservebedragen te verstrekken voor de nationale bijdragen voor oproepen tot het indienen van voorstellen. Indien een of meer projecten niet kunnen worden gefinancierd, kunnen de eerstvolgende projecten in de rangschikking worden geselecteerd.
11. De Prima-uitvoeringsstructuur monitort jaarlijks de uitvoering van alle activiteiten van het jaarlijkse werkprogramma en brengt daarover verslag uit aan de Commissie.
12. Elke mededeling of bekendmaking in verband met de activiteiten van het Prima-initiatief, die in samenwerking met het Prima-initiatief tot stand komt, wordt, ongeacht of deze uitgaat van de Prima-uitvoeringsstructuur, een deelnemend land of de nationale financieringsorganen daarvan, of deelnemers aan een activiteit, aangeduid of mede aangeduid als volgt: “[naam van de activiteit] is onderdeel van het mede door de Europese Unie gefinancierde Prima-initiatief.”.
7)
Artikel 7 wordt vervangen door:
Artikel 7
Regels voor deelname en verspreiding
“1. De Prima-uitvoeringsstructuur wordt beschouwd als een financieringsorgaan in de zin van Verordening (EU) nr. 1290/2013 en artikel 2, lid 14, van Verordening (EU) 2021/695, en verleent financiële steun voor indirecte acties als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt a), van dit besluit in overeenstemming met de voorschriften van de desbetreffende verordeningen, met inachtneming van de in dit artikel vastgestelde afwijkingen.
2. Overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening (EU) 2021/695 en in afwijking van artikel 9, lid 1, punt b), van Verordening (EU) nr. 1290/2013 en artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2021/695 bedraagt het minimumaantal deelnemers drie juridische entiteiten die gevestigd zijn in drie verschillende landen die bij het verstrijken van de in de desbetreffende oproep tot het indienen van voorstellen bepaalde uiterste indieningstermijn worden beschouwd als deelnemende landen, en waarvan er ten minste één is gevestigd:
a) in een lidstaat of in een met Horizon 2020 dan wel Horizon Europa geassocieerd derde land, en niet onder punt b) valt, en
b) in een derde land als vermeld in artikel 1, lid 2, of in een derde land dat grenst aan de Middellandse Zee.
3. In afwijking van artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1290/2013 en artikel 22, lid 2, van Verordening (EU) 2021/695 geldt, in naar behoren gemotiveerde gevallen die in het jaarlijkse werkprogramma zijn bepaald, als minimumvoorwaarde dat één juridische entiteit deelneemt die bij het verstrijken van de in de betrokken oproep tot het indienen van voorstellen bepaalde uiterste indieningstermijn is gevestigd in een deelnemend land.
4. In afwijking van artikel 10, leden 1 en 2, van Verordening (EU) nr. 1290/2013 en artikel 23, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/695 komen de volgende deelnemers in aanmerking voor financiering door de Prima-uitvoeringsstructuur:
a) juridische entiteiten die zijn gevestigd in een deelnemend land of zijn opgericht uit hoofde van het Unierecht;
b) internationale Europese belangenorganisaties in de zin van artikel 2, lid 1, punt 12, van Verordening (EU) nr. 1290/2013 voor activiteiten van het Prima-initiatief die uit hoofde van artikel 3, lid 1, punt a), worden gefinancierd, of internationale Europese onderzoeksorganisaties in de zin van artikel 2, punt 15, van Verordening (EU) 2021/695 voor activiteiten van het Prima-initiatief die uit hoofde van artikel 3, lid 1, punt b), worden gefinancierd.
5. Aan een deelnemende internationale organisatie of een deelnemende juridische entiteit die in een niet-deelnemend land is gevestigd, en die geen van beide op grond van lid 4 voor financiering in aanmerking komt, kan financiering door de Prima-uitvoeringsstructuur worden verstrekt mits aan minstens één van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de Prima-uitvoeringsstructuur beschouwt deelname van de internationale organisaties of juridische entiteit als essentieel voor de uitvoering van de actie;
b) er is voorzien in de deelname van dergelijke entiteiten in het jaarlijkse werkprogramma, en er is voorzien in de mogelijkheid van dergelijke financiering in een bilaterale wetenschappelijke en technologische overeenkomst, of een andere regeling waarmee de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd, tussen de Unie en de internationale organisatie, of, voor entiteiten die zijn gevestigd in een niet-deelnemend land, tussen de Unie en het land waar de juridische entiteit is gevestigd.
6. Onverminderd Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 kan de toepasselijke modelsubsidieovereenkomst erin voorzien dat juridische entiteiten die gevestigd zijn in niet-deelnemende landen en die financiering van de Prima-uitvoeringsstructuur ontvangen, ook passende financiële garanties moeten verstrekken.
7. De Unie sluit overeenkomsten met derde landen waardoor de financiële belangen van de Unie kunnen worden beschermd.”.
8)
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
“1. Na een positieve voorafgaande beoordeling van de Prima-uitvoeringsstructuur in overeenstemming met artikel 154, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 en op voorwaarde dat voldoende financiële garanties overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), vi), van die verordening worden geboden, sluit de Commissie namens de Unie een kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap en bijdrageovereenkomsten met de Prima-uitvoeringsstructuur.”;
b) in lid 2 wordt de eerste zin vervangen door:
“De in lid 1 van dit artikel bedoelde kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap wordt gesloten overeenkomstig artikel 130 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.”.
9)
Aan artikel 9 wordt het volgende lid 3 toegevoegd:
“3. Het besluit van de Commissie om de financiële bijdrage van de Unie te beëindigen, naar verhouding te verlagen of op te schorten, belet niet dat subsidiabele kosten die door de deelnemende landen zijn gemaakt voordat het besluit daartoe ter kennis van de Prima-uitvoeringsstructuur is gebracht, worden terugbetaald.”.
10)
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
a) lid 1 wordt vervangen door:
“1. Controles achteraf van uitgaven voor indirecte acties uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1291/2013 worden uitgevoerd door de Prima-uitvoeringsstructuur overeenkomstig artikel 29 van die verordening.”;
b) het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:
“1 bis. Controles van uitgaven voor indirecte acties uit hoofde van Verordening (EU) 2021/695 worden uitgevoerd door de Prima-uitvoeringsstructuur overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) 2021/695 als onderdeel van de indirecte acties van het Horizon Europa-programma, en met name overeenkomstig de in artikel 53, lid 2, van die verordening bedoelde auditstrategie.”.
11)
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
a) het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:
“3 bis. Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) is bevoegd om, overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad onderzoek en vervolging in te stellen naar strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, zoals is bepaald in artikel 4 van die verordening.”;
b) lid 4 wordt vervangen door:
“4. Onverminderd de leden 1 tot en met 3 bis bevatten de contracten en subsidieovereenkomsten en -besluiten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit bepalingen die de Commissie, de Prima-uitvoeringsstructuur, de Rekenkamer, het EOM en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid geven dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten. Wanneer de uitvoering van een actie geheel of gedeeltelijk uitbesteed of verder gedelegeerd wordt, of wanneer hiervoor een overheidsopdracht moet worden geplaatst of financiële steun moet worden verleend aan een derde, wordt in het contract, de subsidieovereenkomst of het subsidiebesluit bepaald dat de contractant of de begunstigde ervan verplicht is van elke betrokken derde te verlangen dat deze uitdrukkelijk de bevoegdheid van de Commissie, de Prima-uitvoeringsstructuur, de Rekenkamer, het EOM en OLAF aanvaardt.”;
c) het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:
“4 bis. De Prima-uitvoeringsstructuur verleent elke nationale rekenkamer van de deelnemende landen op verzoek toegang tot alle informatie met betrekking tot de nationale bijdragen van de desbetreffende deelnemende staat, met inbegrip van informatie in elektronische vorm, die nodig is om haar audits uit te voeren.”;
d) lid 5 wordt vervangen door:
“5. Bij de uitvoering van het Prima-initiatief treffen de deelnemende landen de nodige wetgevende, regelgevende, administratieve en andere maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie, met name met het oog op een volledige terugvordering van aan de Unie verschuldigde bedragen overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.”.
12)
Het volgende artikel 11 bis wordt ingevoegd:
“Artikel 11 bis
Toegang tot resultaten en informatie over voorstellen
1. De Prima-uitvoeringsstructuur verleent de Commissie toegang tot alle informatie met betrekking tot de indirecte acties die zij financiert. Deze informatie omvat de bijdragen en resultaten van werkzaamheden van begunstigden die deelnemen aan indirecte acties, alsook alle overige informatie die nodig wordt geacht voor de ontwikkeling en de uitvoering van, de monitoring en evaluatie van het beleid of de programma’s van de Unie en, in voorkomend geval, van de deelnemende landen.
2. Met het oog op de ontwikkeling, uitvoering, monitoring en evaluatie van het beleid of de programma’s van de Unie verstrekt de Prima-uitvoeringsstructuur de in de ingediende voorstellen vervatte informatie aan de Commissie. Dit is van overeenkomstige toepassing op deelnemende landen met betrekking tot voorstellen waarbij aanvragers betrokken zijn die op hun respectieve grondgebied zijn gevestigd.”.
13)
In artikel 12 worden de leden 2 tot en met 5 vervangen door:
“2. De Prima-uitvoeringsstructuur wordt bestuurd door de raad van bestuur, waarin alle deelnemende landen zijn vertegenwoordigd. De raad van bestuur is het besluitvormingsorgaan van de Prima-uitvoeringsstructuur.
De raad van bestuur stelt, na goedkeuring door de Commissie, het volgende vast:
|
a)
|
het jaarlijkse werkprogramma;
|
|
b)
|
de in artikel 6, lid 9, bedoelde algemene beginselen;
|
|
c)
|
de vereisten voor de verslaglegging van de deelnemende landen aan de Prima-uitvoeringsstructuur.
|
De raad van bestuur controleert of aan de voorwaarden van artikel 1, lid 3, en artikel 4, lid 1, punt c), is voldaan en stelt de Commissie van zijn bevindingen op de hoogte.
De raad van bestuur hecht zijn goedkeuring aan de deelname aan het Prima-initiatief door niet met Horizon 2020 of Horizon Europa geassocieerde derde landen die niet in artikel 1, lid 2, zijn vermeld, na onderzoek van de relevantie van hun deelname voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het Prima-initiatief.
Elk deelnemend land heeft één stem in de raad van bestuur. Besluiten worden bij consensus genomen. Indien geen consensus wordt bereikt, neemt de raad van bestuur zijn besluiten bij een meerderheid van ten minste 75 % van de geldig uitgebrachte stemmen.
De Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, wordt uitgenodigd om als waarnemer aan alle bijeenkomsten van de raad van bestuur deel te nemen en kan aan de besprekingen deelnemen. Zij ontvangt alle benodigde documenten.
3. De raad van bestuur bepaalt het aantal leden van de stuurgroep, die ten minste vijf leden telt, en benoemt deze. De stuurgroep houdt toezicht op de werkzaamheden van de directeur en adviseert de raad van bestuur over de uitvoering van het Prima-initiatief door het secretariaat. Zij verstrekt meer bepaald richtsnoeren inzake de uitvoering van de jaarlijkse begroting en het jaarlijkse werkprogramma.
4. De raad van bestuur stelt het secretariaat van de Prima-uitvoeringsstructuur samen, dat het uitvoerend orgaan van het Prima-initiatief vormt.
Het secretariaat:
|
a)
|
|
voert het jaarlijkse werkprogramma uit;
|
|
b)
|
|
verleent ondersteuning aan de andere organen van de Prima-uitvoeringsstructuur;
|
|
c)
|
|
monitort de uitvoering van het Prima-initiatief en brengt daar verslag over uit;
|
|
d)
|
|
beheert de in artikel 3, lid 1, bedoelde financiële bijdrage van de Unie en de financiële bijdragen van de deelnemende landen, en brengt verslag uit over het gebruik daarvan;
|
|
e)
|
|
bevordert de zichtbaarheid van het Prima-initiatief door middel van promotie en communicatie;
|
|
f)
|
|
onderhoudt contact met de Commissie overeenkomstig de in artikel 8 bedoelde kaderovereenkomst inzake financieel partnerschap;
|
|
g)
|
|
waarborgt de transparantie van de activiteiten van het Prima-initiatief.
|
5. De raad van bestuur benoemt een wetenschappelijk adviescomité, bestaande uit gerenommeerde onafhankelijke deskundigen op gebieden die relevant zijn voor het Prima-initiatief. De raad van bestuur stelt het aantal leden van het wetenschappelijk adviescomité en de wijze waarop zij worden benoemd vast overeenkomstig artikel 49 van Verordening (EU) 2021/695.”.
14)
Artikel 14 wordt vervangen door:
“Artikel 14
Monitoring en evaluatie
1. De activiteiten in het kader van het Prima-initiatief worden voortdurend gemonitord en periodiek geëvalueerd om te zorgen voor een zo groot mogelijk effect, wetenschappelijke excellentie en een zo doeltreffend en efficiënt mogelijk gebruik van middelen. De resultaten van de monitoring en van de periodieke evaluaties worden meegenomen in de monitoring van Europese partnerschappen als onderdeel van de evaluaties van Horizon Europa, overeenkomstig de artikelen 50 en 52 van Verordening (EU) 2021/695.
2. De Prima-uitvoeringsstructuur zorgt voor voortdurende monitoring van en verslaglegging over het beheer en de uitvoering van haar werkzaamheden, en voor de periodieke toetsing van de output, resultaten en effecten van de indirecte acties die overeenkomstig artikel 50 van en bijlage III bij Verordening (EU) 2021/695 worden uitgevoerd.
3. De Commissie verricht een tussentijdse en een eindevaluatie van het Prima-initiatief in het kader van de evaluaties van Horizon Europa overeenkomstig artikel 52 van Verordening (EU) 2021/695, en wordt daarbij bijgestaan door externe onafhankelijke deskundigen die op basis van een openbare en transparante procedure worden geselecteerd.
4. In de in lid 3 bedoelde tussentijdse en eindevaluaties wordt nagegaan hoe het Prima-initiatief zijn opdracht vervult en doelstellingen verwezenlijkt, worden alle activiteiten van het initiatief behandeld en worden de Europese meerwaarde, doeltreffendheid en efficiëntie van het initiatief, met inbegrip van de openbaarheid en transparantie ervan, beoordeeld, alsook de relevantie van de verrichte activiteiten, onder meer in de industrie en door kmo’s, en de samenhang en complementariteit van het initiatief met relevant regionaal, nationaal en Uniebeleid, met inbegrip van synergieën met andere onderdelen van Horizon Europa, zoals andere partnerschappen, missies, clusters, thematische of specifieke programma’s. Bij de evaluaties wordt rekening gehouden met de standpunten van belanghebbenden, zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau. Zij omvatten, voor zover dat relevant is, een beoordeling van de meest doeltreffende beleidsinterventiemethode voor toekomstige acties, alsook van de relevantie en samenhang van eventuele hernieuwing van het Prima-initiatief, gezien de algemene beleidsprioriteiten en het onderzoeks- en innovatielandschap, met inbegrip van de positionering ten opzichte van andere initiatieven die door Horizon Europa worden ondersteund. De Commissie houdt bij de uitvoering van die evaluaties ten volle rekening met de administratieve gevolgen voor het Prima-initiatief en tracht de administratieve lasten te verminderen en ervoor te zorgen dat het evaluatieproces eenvoudig en volledig transparant blijft.
5. De Commissie maakt de resultaten en conclusies van de in lid 3 bedoelde evaluaties openbaar en verspreidt deze.”.
15)
De volgende artikelen 14 bis, 14 ter en 14 quater worden ingevoegd:
“Artikel 14 bis
Vertrouwelijkheid
Onverminderd artikel 11 bis zorgt de Prima-uitvoeringsstructuur voor de bescherming van vertrouwelijke informatie waarvan de openbaarmaking buiten de instellingen, organen of instanties van de Unie de belangen van de Prima-uitvoeringsstructuur, haar leden of de deelnemers aan de activiteiten van het Prima-initiatief kan schaden. Dergelijke vertrouwelijke informatie omvat persoonlijke, commerciële, gevoelige niet-gerubriceerde en gerubriceerde informatie.
Artikel 14 ter
Belangenconflicten
1. De Prima-uitvoeringsstructuur en de organen, de leden en het personeel ervan, vermijden belangenconflicten bij de uitvoering van hun werkzaamheden.
2. De Prima-uitvoeringsstructuur stelt regels vast voor het voorkomen, vermijden en beheersen van belangenconflicten met betrekking tot zijn personeel, en de leden en andere personen die zitting hebben in organen of groepen van de Prima-uitvoeringsstructuur, overeenkomstig artikel 61 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.
3. De Prima-uitvoeringsstructuur stelt een gedragscode op voor de leden van haar organen, die de openbaarmaking van verklaringen van beroepsactiviteiten, financiële belangen en belangenconflicten, overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming, omvat.
Artikel 14 quater
Lopende acties, activiteiten en verbintenissen
Acties of activiteiten van de Prima-uitvoeringsstructuur of verbintenissen van de in dit besluit bedoelde deelnemende landen die uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1291/2013 zijn opgestart of ondernomen, blijven onder de bepalingen van die verordening vallen, tenzij in dit besluit anders is bepaald.”.
Artikel 2
Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Adressaten
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
Inhoudsopgave
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Titel van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) (programmacluster)3
1.3.Het voorstel/initiatief betreft:3
1.4.Motivering van het voorstel/initiatief3
1.4.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief3
1.4.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.4
1.4.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.4.4.Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten5
1.5.Duur en financiële gevolgen6
1.6.Beheersvorm(en)6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken9
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).9
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubriek van het meerjarig financieel kader en nieuw voorgestelde begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven10
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven11
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven11
3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten13
3.2.3.Bijdragen van derden15
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten15
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Titel van het voorstel/initiatief
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2017/1324 wat betreft voortzetting van de deelname van de Unie aan het partnerschap voor onderzoek en innovatie in het Middellandse Zeegebied (het Prima-initiatief) in het kader van Horizon Europa
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) (programmacluster)
Activiteit: Horizon Europa, pijler II (Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen), cluster vi) (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu)
1.3.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.4.Motivering van het voorstel/initiatief
1.4.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
De belangrijkste doelstelling van het initiatief is om de samenwerking te ondersteunen op het gebied van onderzoek en innovatie waarmee uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, bevolkingsgroei en verstedelijking worden aangepakt, en om bij te dragen tot duurzame ontwikkeling in het Middellandse Zeegebied. Het initiatief zal innovatieve oplossingen opleveren op het gebied van waterbeheer, landbouw en voedselsystemen, die bijdragen tot de gezondheid en het welzijn van de bevolking, en zal maatschappelijke conflicten in en massale migratie vanuit het zuidelijke Middellandse Zeegebied helpen voorkomen.
Het initiatief zal de actieve looptijd van het bestaande, op grond van artikel 185 VWEU en bij Besluit 2017/1324 (de basishandeling) opgerichte Prima-initiatief verlengen. De huidige looptijd van het Prima-initiatief is 2018-2024, en de bijdrage van de Unie wordt verstrekt in het kader van het Horizon 2020-programma. Met dit initiatief wordt de actieve looptijd verlengd tot en met 2027 en wordt het Prima-initiatief qua planning afgestemd op het meerjarig financieel kader (MFK) van de Unie en de daarop afgestemde programmeringscycli van O&I-programma’s.
Voor de verlenging van het Prima-initiatief zijn aanvullende financiële bijdragen van de Unie en de deelnemende landen nodig. Er wordt voorgesteld dat het Prima-initiatief dezelfde thematische gebieden (waterbeheer, landbouw en voedselsystemen) op hetzelfde niveau blijft bestrijken, met een jaarlijkse begroting van ongeveer 70 miljoen EUR. De jaarlijkse bijdrage van de Unie bedraagt ongeveer 35 miljoen EUR en de deelnemende landen dragen ten minste hetzelfde bedrag bij. De deelnemende landen verstrekken daarnaast een bijdrage in natura (op nationaal niveau geprogrammeerde en gefinancierde O&I-acties).
De aanvullende financiële bijdrage van de Unie van 105 miljoen EUR voor de periode 2025-2027 zal afkomstig zijn van cluster vi) (Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu) van pijler II (Wereldwijde uitdagingen en Europees industrieel concurrentievermogen) van Horizon Europa. Het initiatief voldoet aan de nieuwe vereisten voor institutionele partnerschappen die bij de Horizon Europa-verordening zijn ingevoerd (artikel 10, bijlage III en bijlage VI), aangezien de deelname van de lidstaten hoger is dan het minimum van 40 %, het Prima-initiatief wordt ontplooid op de prioritaire gebieden voor institutionele partnerschappen, en de deelnemende landen zich op lange termijn aan het partnerschap hebben verbonden.
Aangezien de nieuwe financiële bijdrage van de Unie afkomstig is uit een ander programma, moet de basishandeling van het Prima-initiatief aan het nieuwe regelgevingskader worden aangepast. Met dit initiatief wordt Besluit (EU) 2017/1324 gewijzigd, met name om het aan te passen aan Verordening (EU) 2021/695 en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046. Het nieuwe regelgevingskader moet ook tot uiting komen in de internationale overeenkomsten met de vijf deelnemende landen die noch lidstaten noch met Horizon Europa geassocieerde landen zijn (Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon en Marokko).
Naar verwachting wordt het besluit tot wijziging van de basishandeling van het Prima-initiatief in 2024 vastgesteld. Als gevolg daarvan worden een nieuwe financiële kaderovereenkomst en bijdrageovereenkomst gesloten met de bestaande Prima-uitvoeringsstructuur. De bijdrage van de Unie zal in de vorm van drie jaarlijkse vastleggingen op basis van de jaarlijkse werkprogramma’s van het Prima-initiatief voor 2025, 2026 en 2027 worden verstrekt.
De periode voor de uitvoering van indirecte acties wordt verlengd tot 2031.
1.4.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.
Het Prima-initiatief, een partnerschap op grond van artikel 185 VWEU, levert naar verwachting excellente samenwerkingsactiviteiten op het gebied van O&I op, waarbij de nadruk ligt op afstemming van nationale O&I-stelsels en wetenschapsdiplomatie. Door de institutionele opzet en de deelname van de EU aan het partnerschap worden effecten gerealiseerd die met andere vormen van samenwerking op nationaal niveau en met een niet-geïnstitutionaliseerde opzet niet hadden kunnen worden gerealiseerd.
Het Prima-initiatief heeft aangetoond een aanzienlijk financieel hefboomeffect te hebben en nationale O&I-strategieën zodanig te beïnvloeden dat zij worden afgestemd op de strategische O&I-agenda van het Prima-initiatief en die aanvullen, en heeft geleid tot een hervorming van de financieringsprocedures in de deelnemende landen waar nationale financieringsprocedures wetenschappelijke samenwerking belemmerden. De geïnstitutionaliseerde opzet heeft het voor niet-geassocieerde landen mogelijk gemaakt om op gelijke voet met andere deelnemende landen deel te nemen, hetgeen in niet-geïnstitutionaliseerde partnerschappen en zonder deelname van de EU niet mogelijk is.
De toegevoegde waarde van de EU werd bevestigd in het tussentijdse evaluatieverslag dat in 2022 door externe beoordelaars werd opgesteld.
1.4.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
In de eerste jaren van de looptijd van het Prima-initiatief is gebleken dat het een doeltreffend instrument is voor internationale wetenschappelijke samenwerking en wetenschapsdiplomatie. In het tussentijdse evaluatieverslag werd geconcludeerd dat de doelstellingen van het initiatief worden verwezenlijkt en dat het initiatief een aanzienlijke toegevoegde waarde voor de EU oplevert. Zoals verwoord op de ministeriële bijeenkomst van de Unie voor het Middellandse Zeegebied in 2022, in brieven aan de Commissie en in verklaringen tijdens de zitting van de Raad Concurrentievermogen in december 2022, zien veel deelnemende landen, zowel EU-lidstaten als derde landen, het Prima-initiatief als een model voor O&I-samenwerking dat in de toekomst op andere thematische gebieden kan worden toegepast.
1.4.4.Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten
Op strategisch niveau is het Prima-initiatief verenigbaar met de beleidsprioriteiten van de EU, met name de Green Deal, de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering, de “van boer tot bord”-strategie, de strategie voor de bio-economie, het actieplan voor de circulaire economie, het GLB en het waterbeleid.
De programmering van de jaarlijkse werkprogramma’s van het Prima-initiatief is goed afgestemd op andere relevante O&I-instrumenten, zoals de bodemmissie, de missie voor aanpassing aan de klimaatverandering en het partnerschap “Water voor iedereen”. Het Prima-initiatief vormt een aanvulling op het Middellandse Zee-initiatief in het werkprogramma 2023-2024 van Horizon Europa.
In de periode van verlenging 2025-2027 worden de programmeringsdocumenten van het Prima-initiatief afgestemd op de bestaande instrumenten en initiatieven, alsook op de relevante nieuwe initiatieven die voortvloeien uit het strategisch plan van Horizon Europa voor 2025-2027.
1.5.Duur en financiële gevolgen
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [01/01]2025 tot en met [31/12]2031
–
financiële gevolgen vanaf 2025 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten en vanaf 2025 tot en met 2031 voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.6.Beheersvorm(en)
Direct beheer door de Commissie
door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
door de uitvoerende agentschappen;
Gedeeld beheer met lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
derde landen of de door hen aangewezen organen;
internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
de EIB en het Europees Investeringsfonds;
de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
publiekrechtelijke organen;
privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.
Opmerkingen
De Prima-uitvoeringsstructuur is een stichting naar Spaans recht die wordt beheerd door de raad van bestuur, die de deelnemende landen vertegenwoordigt. De Europese Commissie is waarnemer in de raad van bestuur.
De bijdrage van de Unie aan het initiatief wordt via de Prima-uitvoeringsstructuur verstrekt. De deelnemende landen hebben afzonderlijke financiële garanties verstrekt waarmee zij aanvaarden gezamenlijk de financiële aansprakelijkheid te dragen voor eventuele financiële verliezen voor de EU, tot het niveau van de financiële bijdrage van de Unie. Deze financiële garanties zullen door de deelnemende landen voor de periode 2025-2027 worden verlengd na de vaststelling van de gewijzigde basishandeling van het Prima-initiatief.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Met de gewijzigde basishandeling van het Prima-initiatief worden de regels inzake het toezicht en de verslagen afgestemd op de vereisten van Verordening (EU) 2021/695 en Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.
De Prima-uitvoeringsstructuur zal jaarlijks verslag uitbrengen over de activiteiten en de nakoming van de verplichtingen van de deelnemende landen.
De Commissie zal in 2025 een aanvullende tussentijdse evaluatie en in 2030 een eindevaluatie uitvoeren. De resultaten van deze evaluaties zullen worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.
2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het Prima-initiatief zal in de verlengingsperiode 2025-2027 in indirect beheer uitgevoerd blijven worden. Dit is gerechtvaardigd als uitvoeringswijze voor publiek-publieke partnerschappen met bijdragen van deelnemende landen in geld en in natura.
De begroting van het Prima-initiatief wordt uitgevoerd door de bestaande Prima-uitvoeringsstructuur. Voordat de nieuwe overeenkomst inzake de overdracht van middelen wordt gesloten, zal de Commissie nagaan of de Prima-uitvoeringsstructuur wat betreft het kader voor financieel beheer en interne controle nog steeds aan de vereisten van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 voldoet, en welke wijzigingen in de bestaande delegatieovereenkomst moeten worden aangebracht.
De jaarlijkse begrotingen zullen worden uitgevoerd door middel van jaarlijkse werkplannen die door de Commissie zullen worden gecontroleerd en goedgekeurd.
De Commissie zal ervoor zorgen dat de regels die van toepassing zijn op het Prima-initiatief volledig met de vereisten van het Financieel Reglement in overeenstemming zijn.
Door toezichtregelingen, waaronder toezicht door de Unie op het bestuur van het partnerschap, wordt ervoor gezorgd dat de diensten van de Commissie kunnen voldoen aan de eisen van verantwoording aan zowel het College als de begrotingsautoriteit.
Het internecontrolekader voor de Prima-uitvoeringsstructuur is gebaseerd op:
•
de toepassing van de internecontrolenormen die ten minste even sterke waarborgen bieden als die van de Commissie;
•
procedures voor het selecteren van de beste projecten door middel van onafhankelijke evaluatie, en voor de sluiting van subsidieovereenkomsten;
•
project- en contractbeheer gedurende de gehele projectcyclus;
•
controles vooraf van declaraties (met inbegrip van het opvragen van auditcertificaten) en certificering vooraf van methoden voor de kostenberekening;
•
controles achteraf van een steekproef van de declaraties als onderdeel van de controles achteraf van Horizon Europa;
•
wetenschappelijke evaluatie van projectresultaten.
2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken
1)
Capaciteit van de Prima-uitvoeringsstructuur om de begroting van de Unie te beheren en de financiële belangen van de EU te beschermen.
De controlemethode zal in overeenstemming zijn met de vereisten van de financiële regelgeving van de EU, en met name ervoor zorgen dat de Commissie het recht behoudt haar bijdrage te beëindigen, te verlagen of te schorsen indien de uitvoering niet aanvaardbaar of passend is.
2)
Capaciteit van deelnemende staten om hun bijdragen aan het programma te financieren.
EU-middelen kunnen pas worden vrijgegeven na bewijs van nationale jaarlijkse financiële verbintenissen en een passend niveau van betalingen aan nationale deelnemers aan de projecten. Nog een waarborg is erin gelegen dat de EU-financiering niet groter kan zijn dan 50 % van de totale in het programma verstrekte overheidsfinanciering.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
Aangezien de regels voor deelname aan Horizon Europa voor het Prima-initiatief vergelijkbaar zijn met de regels die de Commissie in haar werkprogramma zal gebruiken, is het te verwachten dat de foutmarge vergelijkbaar is met de foutmarge die de Commissie voor Horizon Europa verwacht. Dit biedt redelijke zekerheid dat het foutenrisico in de loop van de meerjarige uitgavenperiode jaarlijks tussen de 2 % en 5 % zal liggen.
Zie het financieel memorandum voor Horizon Europa voor nadere informatie over het met betrekking tot de deelnemers verwachte foutenpercentage.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.
De Commissie zal ervoor zorgen dat de Prima-uitvoeringsstructuur in alle stadia van het beheerproces de procedures voor fraudebestrijding toepast.
De voorstellen voor Horizon Europa zijn onderworpen aan fraudegevoeligheidstests en aan een beoordeling van de effecten ervan. In het algemeen zouden de voorgestelde maatregelen een positief effect op de fraudebestrijding moeten hebben, met name door de grotere nadruk op risicogebaseerde audits en een uitgebreidere wetenschappelijke evaluatie en controle.
De Commissie zal ervoor zorgen dat de passende maatregelen zijn genomen bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie via de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten worden beschermd door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, terugvordering van de onverschuldigd betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van doeltreffende, evenredige en afschrikkende bestuurlijke en financiële sancties.
De Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van het programma EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken of controles en verificaties ter plaatse te verrichten.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de procedures van de verordening controles en verificaties ter plaatse uitvoeren bij de direct of indirect bij dergelijke financiering betrokken marktdeelnemers.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek van het meerjarig financieel kader en nieuw voorgestelde begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort
uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Rubriek 1
Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid — Horizon Europa
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel [21, lid 2, punt b)], van het Financieel Reglement
|
|
1
|
01 02 02 60 — cluster vi): “Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu
|
GK
|
JA
|
JA
|
JA
|
JA
|
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
1
|
Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid — Horizon Europa
Cluster vi): Levensmiddelen, bio-economie, natuurlijke hulpbronnen, landbouw en milieu
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
Beleidskredieten (uitgesplitst naar de onder 3.1 vermelde begrotingsonderdelen)
|
Vastleggingen
|
(1)
|
|
|
|
|
34,100
|
34,100
|
36,800
|
0
|
105,000
|
|
|
Betalingen
|
(2)
|
|
|
|
|
1,200
|
20,940
|
20,940
|
61,920
|
105,000
|
|
Uit het budget van het programma gefinancierde administratieve kredieten
|
Vastleggingen = betalingen
|
(3)
|
|
|
|
|
0,147
|
0,097
|
0,097
|
0
|
0,341
|
|
TOTAAL kredieten voor het budget van het programma
|
Vastleggingen
|
=1+3
|
|
|
|
|
32,247
|
34,197
|
36,897
|
0
|
105,341
|
|
|
Betalingen
|
=2+3
|
|
|
|
|
1,347
|
21,037
|
21,037
|
61,920
|
105,341
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
Personele middelen
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten voor rubriek 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
|
|
|
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
TOTAAL kredieten voor alle rubrieken van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
|
|
|
|
34,250
|
34,201
|
36,902
|
0
|
105,353
|
|
|
Betalingen
|
|
|
|
|
1,350
|
21,041
|
21,042
|
61,920
|
105,353
|
3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–⌧
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
0,091
|
0,091
|
0,091
|
0,273
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
|
|
|
|
0,056
|
0,006
|
0,006
|
0,068
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
0,147
|
0,097
|
0,097
|
0,341
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
0,147
|
0,097
|
0,097
|
0,341
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.2.1.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
□ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
Centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Delegaties
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
Onderzoek
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
□ Extern personeel (in voltijdequivalenten vte) — AC, AL, END, INT en JED
Rubriek 7
|
|
Gefinancierd uit rubriek 7 van het meerjarig financieel kader
|
- centrale diensten
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
|
- delegaties
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
Gefinancierd uit het budget van het programma
|
- centrale diensten
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
|
|
|
|
- delegaties
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
Onderzoek
|
-
|
-
|
-
|
-
|
1
|
1
|
1
|
|
Overig (licht toe)
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
-
|
|
TOTAAL
|
-
|
-
|
-
|
-
|
1
|
1
|
1
|
Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
n.v.t.
|
|
Extern personeel
|
Beleidsmedewerker voor programmatoezicht en beleidsrichtsnoeren en administratieve taken en verantwoordelijkheden op het gebied van evaluatie/governance voor de Commissie. De Europese Commissie vertegenwoordigen in alle besluitvormingsorganen van het partnerschap (raad van bestuur van de Prima-uitvoeringsstructuur) en de naleving van de basishandeling en het EU-beleid waarborgen.
|
3.2.3.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Jaar
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
Deelnemende landen
|
|
|
|
|
35,000
|
35,000
|
35,000
|
105,000
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
35,000
|
35,000
|
35,000
|
105,000
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Artikel ….
|
|
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).