This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52023AP0003
Amendments adopted by the European Parliament on 17 January 2023 on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council on shipments of waste and amending Regulations (EU) No 1257/2013 and (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD))
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD))
PB C 214 van 16.6.2023, pp. 172–222
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
PB C 214 van 16.6.2023, pp. 151–201
(GA)
|
16.6.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 214/172 |
P9_TA(2023)0003
Overbrenging van afvalstoffen
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2023/C 214/18)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 16 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 20
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 22 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 30
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 31
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 36 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 37 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 38
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 49
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 50
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 52
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 54
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 55
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 55 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Bij deze verordening worden maatregelen vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door de nadelige gevolgen van de overbrenging van afvalstoffen te voorkomen of te beperken. In deze verordening worden de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort verwerking dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan. |
Bij deze verordening worden maatregelen vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door de nadelige gevolgen van de overbrenging van afvalstoffen , ook naar derde landen, te voorkomen of te beperken. In deze verordening worden de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort verwerking dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan. Door het toepassen van de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening, zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG, wordt er middels deze verordening naar gestreefd om niet alleen een circulaire economie, een efficiënt gebruik van hulpbronnen en klimaatneutraliteit tot stand te brengen, maar om ook de verontreiniging tot nul te reduceren met het oog op een niet-giftig milieu. Met de verordening wordt tevens beoogd de administratieve lasten te verminderen door de regels voor de overbrenging van afvalstoffen binnen de Unie te harmoniseren en de uitwisseling van informatie over de overbrenging van afvalstoffen te digitaliseren. |
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Daarnaast zijn de definities van “afvalstof”, “gevaarlijke afvalstof”, “verwerking”, “verwijdering”, “nuttige toepassing”, “voorbereiding voor hergebruik”, “hergebruik”, “recycling”, “afvalstoffenproducent”, “afvalstoffenhouder”, “handelaar” en “makelaar” in artikel 3, punten 1), 2), 14), 19), 15), 16), 13), 17), 5), 6), 7), en 8), van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing. |
Daarnaast zijn de definities van “afvalstof”, “gevaarlijke afvalstof”, “verwerking”, “verwijdering”, “nuttige toepassing”, “nuttige toepassing van materiaal”, “voorbereiding voor hergebruik”, “hergebruik”, “recycling”, “afvalstoffenproducent”, “afvalstoffenhouder”, “handelaar” en “makelaar” in artikel 3, punten 1), 2), 14), 19), 15), 15 bis), 16), 13), 17), 5), 6), 7), en 8), van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing. |
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Lid 2 is van toepassing op de overbrenging van gemengd stedelijk afval dat is ingezameld van particuliere huishoudens, van andere afvalstoffenproducenten of van beide, alsook op gemengd stedelijk afval dat een afvalverwerkingshandeling heeft ondergaan die de eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd, wanneer dit afval bestemd is voor handelingen tot nuttige toepassing. De overbrenging van dergelijke voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden. |
5. Lid 2 is van toepassing op de overbrenging van gemengd stedelijk afval dat is ingezameld van particuliere huishoudens, van andere afvalstoffenproducenten of van beide, alsook op gemengd stedelijk afval dat een afvalverwerkingshandeling heeft ondergaan die de eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd , bijvoorbeeld uit afval gewonnen brandstoffen , wanneer dit afval bestemd is voor handelingen tot nuttige toepassing. De overbrenging van dergelijke voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden. |
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 1 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Alleen kennisgevers die een vergunning hebben ontvangen of zijn geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG, mogen een voorafgaande schriftelijke kennisgeving (“kennisgeving”) indienen. |
Alleen kennisgevers die een vergunning hebben ontvangen of zijn geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG, exploitanten die proeven voor experimentele behandelingen uitvoeren, of laboratoria, mogen een voorafgaande schriftelijke kennisgeving (“kennisgeving”) indienen. |
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 2 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien de kennisgever niet de eerste afvalstoffenproducent is als bedoeld in artikel 3, lid 6, punt a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de eerste afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, lid 6, punt a), ii) of iii), aangewezen personen het kennisgevingsdocument mede ondertekent. |
Indien de kennisgever niet de eerste afvalstoffenproducent is als bedoeld in artikel 3, lid 6, punt a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de eerste afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, lid 6, punt a), ii), iii) of iv) , aangewezen personen het kennisgevingsdocument mede ondertekent. Een handelaar of makelaar zorgt ervoor dat hij beschikt over een schriftelijke machtiging van een van de in artikel 3, lid 6, punt a), i), ii) of iii), genoemde personen om namens hen op te treden, en die schriftelijke machtiging wordt in de kennisgeving opgenomen. |
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering en er in het land van bestemming aansluitend een verdere handeling tot nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt, kan, in afwijking van lid 5, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering worden vrijgegeven zodra de afvalstoffen de voorlopige inrichting verlaten en de betrokken bevoegde autoriteit de in artikel 16, lid 4, bedoelde verklaring heeft ontvangen. In dat geval wordt een aansluitende overbrenging naar een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering gedekt door een nieuwe borgsom of gelijkwaardige verzekering, tenzij de bevoegde autoriteit van bestemming deze borgsom of deze gelijkwaardige verzekering niet nodig acht. In die omstandigheden is de bevoegde autoriteit van bestemming verantwoordelijk voor de verplichtingen die ontstaan in het geval van terugname indien de overbrenging of de handeling tot verdere nuttige toepassing of verwijdering niet kan worden voltooid zoals gepland als bedoeld in artikel 22, of in het geval van een illegale overbrenging als bedoeld in artikel 24. |
6. Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering en er in het land van bestemming aansluitend een verdere handeling tot nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt, kan, in afwijking van lid 5, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering worden vrijgegeven zodra de afvalstoffen de voorlopige inrichting verlaten en de betrokken bevoegde autoriteit de in artikel 16, lid 4, bedoelde verklaring heeft ontvangen. In dat geval wordt een aansluitende overbrenging naar een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering gedekt door een nieuwe borgsom of gelijkwaardige verzekering, tenzij sprake is van overbrenging tussen twee inrichtingen waarover eenzelfde rechtspersoon de zeggenschap heeft of tenzij de bevoegde autoriteit van bestemming deze borgsom of deze gelijkwaardige verzekering niet nodig acht. In die omstandigheden is de bevoegde autoriteit van bestemming verantwoordelijk voor de verplichtingen die ontstaan in het geval van terugname indien de overbrenging of de handeling tot verdere nuttige toepassing of verwijdering niet kan worden voltooid zoals gepland als bedoeld in artikel 22, of in het geval van een illegale overbrenging als bedoeld in artikel 24. |
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 10 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op [PB: Gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie of het haalbaar is een geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen voor het bepalen van het bedrag van de borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen en stelt in voorkomend geval een uitvoeringshandeling vast om een dergelijke geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Uiterlijk op [PB: Gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie of het haalbaar is een eenvoudige, op risico’s gebaseerde en geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen voor het bepalen van het bedrag van de borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen en stelt in voorkomend geval uiterlijk … [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] een uitvoeringshandeling vast om een dergelijke eenvoudige, op risico’s gebaseerde en geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien de bevoegde autoriteit van verzending binnen 30 dagen na indiening van de kennisgeving geen besluit heeft genomen overeenkomstig lid 1, verstrekt zij de kennisgever op verzoek een gemotiveerde verklaring daarvoor. |
Indien de bevoegde autoriteit van bestemming niet in staat is binnen 30 dagen na indiening van de kennisgeving een besluit te nemen overeenkomstig lid 1, stelt zij de kennisgever binnen die 30 dagen daarvan in kennis en verstrekt zij de kennisgever uit eigen beweging een gemotiveerde verklaring daarvoor. De bevoegde autoriteit neemt binnen 60 dagen na indiening van de kennisgeving een definitief besluit. |
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De schriftelijke toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt op de latere datum zoals vermeld in het kennisgevingsdocument. Zij heeft geen betrekking op een periode van meer dan één kalenderjaar of een kortere periode zoals aangegeven in het besluit van de betrokken bevoegde autoriteiten. |
3. De schriftelijke toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt op de latere datum zoals vermeld in het kennisgevingsdocument. Zij heeft betrekking op een periode van twee kalenderjaren of een kortere periode zoals aangegeven in het besluit van de betrokken bevoegde autoriteiten. |
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De geplande overbrenging mag niet aanvangen voordat is voldaan aan de eisen van artikel 16, lid 1, punten a) en b), en vindt plaats tijdens de geldigheidsduur van de (stilzwijgende of schriftelijke) toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. Over te brengen afvalstoffen moeten het land van verzending hebben verlaten aan het einde van de geldigheidsduur van de stilzwijgende of schriftelijke toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. |
4. De geplande overbrenging mag niet aanvangen voordat is voldaan aan de eisen van artikel 16, lid 1, en vindt plaats tijdens de geldigheidsduur van de (stilzwijgende of schriftelijke) toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. Over te brengen afvalstoffen moeten het land van verzending hebben verlaten aan het einde van de geldigheidsduur van de stilzwijgende of schriftelijke toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. |
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
7. De kennisgever, de betrokken bevoegde autoriteiten en de ontvanger worden in kennis gesteld van de intrekking van de toestemming door middel van een officiële mededeling. |
7. De kennisgever, de betrokken bevoegde autoriteiten, de ontvanger en, met het oog op rapportage, de Commissie worden in kennis gesteld van de intrekking van de toestemming , met inbegrip van de reden van deze intrekking door middel van een officiële mededeling. |
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — punt a — i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — punt a — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — punt a — iii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Indien de betrokken bevoegde autoriteiten geen toestemming hebben verleend voor een geplande overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen de in artikel 9, lid 1, bedoelde termijn van 30 dagen, verliest de kennisgeving van die overbrenging haar geldigheid en is de overbrenging overeenkomstig artikel 4, lid 1, verboden. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen. |
3. Indien de betrokken bevoegde autoriteiten geen toestemming hebben verleend voor een geplande overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen een termijn van 60 dagen, verliest de kennisgeving van die overbrenging haar geldigheid en is de overbrenging overeenkomstig artikel 4, lid 1, verboden. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen. |
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1 — punt d — ii
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Bezwaren van bevoegde autoriteiten op de in lid 1 , punt d) en e), van dit artikel genoemde gronden worden door de lidstaten aan de Commissie gemeld overeenkomstig artikel 68. |
5. Bezwaren , met inbegrip van de concrete redenen hiervan, van bevoegde autoriteiten op de in lid 1 van dit artikel genoemde gronden worden door de lidstaten aan de Commissie gemeld overeenkomstig artikel 68. |
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
5 bis. De bevoegde autoriteiten stellen de kennisgever in kennis van de concrete redenen van hun bezwaar tegen een geplande overbrenging van afvalstoffen. |
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 — punt e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2 — punt g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
9. Tenzij anders vermeld in het besluit tot goedkeuring van het verzoek om voorafgaande goedkeuring, is de voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing zeven jaar geldig. |
9. Tenzij anders vermeld in het besluit tot goedkeuring van het verzoek om voorafgaande goedkeuring, is de voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing zeven jaar geldig , waarbij er tijdens de geldigheidsperiode minimaal één inspectie door de relevante autoriteiten wordt uitgevoerd teneinde de naleving van de meest recente vereisten op het gebied van wet- en regelgeving te verifiëren . |
|
|
Een voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing die is verleend door de bevoegde autoriteit in één lidstaat, is geldig in alle lidstaten. Een bevoegde autoriteit kan evenwel besluiten de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van bestemming niet te aanvaarden. Dat besluit en de redenen daarvoor worden meegedeeld aan de inrichting en aan de bevoegde autoriteit die de voorafgaande toestemming heeft verleend. |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De met de voorlopige handeling tot nuttige toepassing of verwijdering belaste inrichting bevestigt aan de kennisgever binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen. Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd. |
3. De met de voorlopige handeling tot nuttige toepassing of verwijdering belaste inrichting bevestigt aan de kennisgever binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen. Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd. |
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De inrichting bevestigt binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen. |
3. De inrichting bevestigt binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen. |
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Een nieuwe kennisgeving is vereist, indien als gevolg van wezenlijke wijzigingen als bedoeld in lid 1 andere bevoegde autoriteiten bij de overbrenging worden betrokken, die niet bij de oorspronkelijke kennisgeving waren betrokken. |
3. Een nieuwe kennisgeving is vereist, indien als gevolg van wezenlijke wijzigingen als bedoeld in lid 1 andere bevoegde autoriteiten bij de overbrenging worden betrokken, die niet bij de oorspronkelijke kennisgeving waren betrokken , tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten unaniem kunnen besluiten af te zien van de noodzaak van een nieuwe kennisgeving . |
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium en de ontvanger of, indien zij geen toegang hebben tot een in artikel 26 bedoeld systeem, de in lid 2 bedoelde persoon bevestigt binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen. |
4. De inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium en de ontvanger of, indien zij geen toegang hebben tot een in artikel 26 bedoeld systeem, de in lid 2 bedoelde persoon bevestigt binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen. |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
De bevoegde autoriteiten van verzending of van bestemming maken op passende wijze informatie openbaar over kennisgevingen van overbrengingen waarmee zij hebben ingestemd of waartegen bezwaar is gemaakt, alsook over overbrengingen van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen gelden, voor zover die informatie niet vertrouwelijk is uit hoofde van nationale of Uniewetgeving. |
Zonder onnodige vertraging en uiterlijk 30 dagen nadat zij toestemming hebben gegeven of bezwaar hebben gemaakt, maken de bevoegde autoriteiten van verzending via het in artikel 26, lid 2, bedoelde centrale systeem voor elektronische indiening en uitwisseling of, indien van toepassing, het in artikel 26, lid 3, bedoelde nationale systeem, informatie openbaar over kennisgevingen van overbrengingen waarmee zij hebben ingestemd of waartegen bezwaar is gemaakt, alsook over overbrengingen van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen gelden, voor zover die informatie niet vertrouwelijk is uit hoofde van nationale of Uniewetgeving noch persoonsgegevens bevat die zijn beschermd overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (1 bis). |
||
|
|
De bevoegde autoriteiten maken ten minste de volgende informatie openbaar: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 22 — lid 3 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De in lid 2 vermelde terugnameplicht geldt niet indien de betrokken bevoegde autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen door de kennisgever of, indien dat niet mogelijk is, door de bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het land van bestemming of elders op een andere wijze verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden. |
De in lid 2 vermelde terugnameplicht geldt niet indien de betrokken bevoegde autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen door de kennisgever of, indien dat niet mogelijk is, door de bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het land van bestemming of elders op een andere en milieuhygiënisch verantwoorde wijze , waarbij de menselijke gezondheid niet in gevaar gebracht wordt, verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden. |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Indien een bevoegde autoriteit een overbrenging ontdekt die volgens haar illegaal is, stelt zij onverwijld de overige betrokken bevoegde autoriteiten hiervan in kennis. |
1. Indien een bevoegde autoriteit een overbrenging ontdekt die volgens haar illegaal is, stelt zij onverwijld de overige betrokken bevoegde autoriteiten hiervan in kennis. De betrokken bevoegde autoriteiten van verzending verscherpen de inspecties van latere overbrengingen die vergelijkbaar zijn wat betreft de kennisgever, afvalstoffenproducent, inzamelaar, handelaar, makelaar of houder van afvalstoffen, teneinde verdere illegale overbrengingen te voorkomen. |
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De volgende informatie en documenten worden via elektronische weg ingediend en uitgewisseld, hetzij via het in lid 2 bedoelde centrale systeem, hetzij via een nationaal systeem overeenkomstig lid 3: |
1. De volgende informatie , gegevens en documenten worden via elektronische weg ingediend en uitgewisseld, hetzij via het in lid 2 bedoelde centrale systeem, hetzij via een met het centrale systeem verbonden nationaal systeem overeenkomstig lid 3: |
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie beheert een centraal systeem voor de elektronische indiening en uitwisseling van informatie en documenten als bedoeld in lid 1. Dat centrale systeem voorziet in een hub die wordt gebruikt voor de uitwisseling in realtime van de in lid 1 bedoelde informatie en documenten tussen bestaande nationale systemen voor elektronische gegevensuitwisseling. |
De Commissie beheert een centraal systeem voor de elektronische indiening en uitwisseling van informatie , gegevens en documenten als bedoeld in lid 1. Dat centrale systeem voorziet in een hub die wordt gebruikt voor de uitwisseling in realtime van de in lid 1 bedoelde informatie en documenten tussen bestaande nationale systemen voor elektronische gegevensuitwisseling. Het centrale systeem slaat gegevens op aan de hand waarvan rapportage mogelijk is en onder andere de frequentie van bezwaren, de tijd tussen de indiening van een kennisgeving en het nemen van een besluit geanalyseerd kunnen worden, alsook het aantal kennisgevingen voor de verschillende soorten handelingen voor nuttige toepassing. |
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. In het centrale systeem opgeslagen informatie wordt gemakkelijk toegankelijk en in een open gegevensformaat openbaar gemaakt, tenzij die informatie krachtens nationale of Uniewetgeving vertrouwelijk is. |
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 4 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De werking van het centrale systeem wordt om de twee jaar door de Commissie geëvalueerd. De resultaten van deze evaluaties worden meegedeeld aan het Europees Parlement en de lidstaten. |
|
|
Bij de evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met de opmerkingen van de correspondenten. Bij de evaluatie kan tevens rekening worden gehouden met feedback van andere gebruikers, zoals bevoegde autoriteiten en kennisgevers. |
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Alle uit hoofde van de bepalingen van deze titel ingediende kennisgevingen, informatie, documentatie en andere mededelingen dienen te worden verstrekt in een voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbare taal. |
1. Alle uit hoofde van de bepalingen van deze titel ingediende kennisgevingen, informatie, documentatie en andere mededelingen dienen te worden verstrekt in een voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbare taal. Het Engels wordt in alle gevallen als een aanvaardbare taal beschouwd, tenzij de betrokken bevoegde autoriteit naar behoren motiveert waarom het Engels niet als taal aanvaard wordt. |
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 27 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De kennisgever verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten gewaarmerkte vertalingen van de documenten als bedoeld in lid 1 in een voor hen aanvaardbare taal, indien zij daarom verzoeken. |
2. De kennisgever verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten gewaarmerkte vertalingen van de documenten als bedoeld in lid 1 in een voor hen aanvaardbare taal, indien zij daarom verzoeken. Het Engels wordt in alle gevallen als een aanvaardbare taal beschouwd, tenzij de betrokken bevoegde autoriteit naar behoren motiveert waarom het Engels niet als taal aanvaard wordt. |
|
|
Het op grond van artikel 26 ingestelde centrale databanksysteem vergemakkelijkt de machinevertaling van alle verstrekte informatie. Wanneer gebruikgemaakt is van machinevertaling, gaat de vertaalde informatie die verstrekt wordt, vergezeld van een vermelding daarvan. |
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. In geval van meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten over classificatiekwesties kan de vraag worden doorgestuurd naar de correspondenten van de lidstaten, die de gestelde vragen tijdens vergaderingen kunnen bespreken. Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor dergelijke vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan. |
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Om de geharmoniseerde indeling van afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV in de Unie te vergemakkelijken, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen, zoals verontreinigingsdrempels, op basis waarvan bepaalde afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV worden ingedeeld. |
Om de geharmoniseerde indeling van afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV in de Unie te vergemakkelijken, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen of te wijzigen door criteria vast te stellen of te wijzigen , zoals verontreinigingsdrempels, op basis waarvan bepaalde afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV worden ingedeeld , alsmede de drempels vast te stellen voor de aanmerking van fysische en chemische eigenschappen als zijnde in wezen gelijksoortig . |
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De Commissie is ook bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen, voor specifieke categorieën goederen waarvoor dit onderscheid van bijzonder belang is voor de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie. |
De Commissie stelt eveneens, uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen, voor specifieke categorieën goederen waarvoor dit onderscheid van bijzonder belang is voor de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie , ook om ontwijking van de in deze verordening vastgestelde regelgeving te voorkomen . De in deze gedelegeerde handelingen vastgestelde criteria zijn dezelfde als die van Richtlijn 2008/98/EG. |
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — titel
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomsten voor grensgebieden |
Multilaterale overeenkomsten |
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. In uitzonderingsgevallen en wanneer de specifieke geografische of demografische situatie zulks rechtvaardigt, kunnen lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten ter versoepeling van de kennisgevingsprocedure voor grensoverschrijdende overbrengingen van specifieke afvalstromen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting in het grensgebied tussen beide betrokken lidstaten. |
1. In uitzonderingsgevallen en wanneer de specifieke geografische of demografische situatie zulks rechtvaardigt, kunnen lidstaten bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten ter versoepeling van de kennisgevingsprocedure voor grensoverschrijdende overbrengingen van specifieke afvalstromen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting in het grensgebied tussen twee of meer betrokken lidstaten. |
|
|
Dergelijke overeenkomsten kunnen tevens worden gesloten voor de overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen overeenkomstig artikel 11, indien de geografische en demografische situatie het sluiten van deze overeenkomsten rechtvaardigt. In dit verband kunnen de voorwaarden van artikel 11, lid 1, punten a) tot en met f), worden versoepeld voor grensoverschrijdende overbrengingen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting voor verwijdering, overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG en het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen. |
|
|
In de multilaterale overeenkomsten wordt aangetoond dat het afval wordt verwerkt overeenkomstig de afvalhiërarchie en de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening op het niveau van de Unie en de lidstaten, zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG; dat het afval wordt verwerkt overeenkomstig de milieubeschermingsnormen, in overeenstemming met de wetgeving van de Unie; dat, indien de inrichting valt onder Richtlijn 2010/75/EU, de beste beschikbare technieken als omschreven in artikel 3, lid 10, van die richtlijn worden toegepast in overeenstemming met de vergunning voor de inrichting; en dat de overeenkomsten niet leiden tot een aanzienlijke versnippering van de Uniemarkt voor de overbrenging van afvalstoffen. |
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 bedoelde bilaterale overeenkomsten kunnen ook worden gesloten wanneer afval wordt overgebracht vanuit het land van verzending en daar wordt behandeld, maar door andere lidstaten wordt overgebracht. |
2. De in lid 1 bedoelde overeenkomsten kunnen ook worden gesloten wanneer afval wordt overgebracht vanuit het land van verzending en daar wordt behandeld, maar door andere lidstaten wordt overgebracht. |
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De lidstaten kunnen in lid 1 bedoelde bilaterale overeenkomsten ook sluiten met landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. |
3. De lidstaten kunnen in lid 1 bedoelde overeenkomsten ook sluiten met landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. |
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. Van de in dit artikel bedoelde overeenkomsten wordt kennis gegeven aan de Commissie voordat zij van kracht worden. |
4. Van de in dit artikel bedoelde overeenkomsten wordt kennis gegeven aan de Commissie en aan de correspondenten voordat zij van kracht worden. Tijdens correspondentenvergaderingen kunnen vragen aan de correspondenten of punten van zorg in verband met bilaterale of multilaterale overeenkomsten aan de orde worden gesteld. Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor dergelijke vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan. |
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Artikel 30 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 30 bis Overbrenging uit een ultraperifeer gebied 1. In afwijking van artikel 5, lid 5, artikel 8, leden 3, 4 en 5, en artikel 9, leden 1, 2, 6 en 7, wordt voor de overbrenging van afvalstoffen tussen een ultraperifeer gebied als bedoeld in artikel 349 VWEU en een lidstaat waarvoor doorvoer door een andere lidstaat vereist is, een stilzwijgend besluit tot toestemming voor doorvoer geacht te zijn genomen door de autoriteit van doorvoer, tenzij deze autoriteit van doorvoer binnen drie dagen na ontvangst van de schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van verzending en van bestemming bezwaar maakt. 2. Een dergelijke stilzwijgende toestemming is geldig voor de periode die wordt genoemd in de schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van verzending en bestemming. |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 36 — lid 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 37 — lid 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar een land dat is opgenomen in de overeenkomstig artikel 38 opgestelde lijst van landen voor de in die lijst genoemde afvalstoffen. |
Lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar een land dat is opgenomen in de overeenkomstig artikel 38 opgestelde lijst van landen voor de in die lijst genoemde afvalstoffen. De uitvoer van kunststofafval naar andere landen dan de EVA-lidstaten waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, valt niet onder artikel 38. |
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 38 — lid 4 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie werkt regelmatig, en ten minste om de twee jaar na de vaststelling, de lijst bij van landen waarnaar uitvoer is toegestaan, teneinde: |
4. De Commissie werkt regelmatig, en ten minste jaarlijks na de vaststelling, de lijst bij van landen waarnaar uitvoer is toegestaan, teneinde: |
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 40 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie beoordeelt de overeenkomstig artikel 39 ingediende verzoeken zonder onnodige vertraging en, indien zij ervan overtuigd is dat aan de in dat artikel gestelde eisen is voldaan, neemt zij het land dat het verzoek indient op in de lijst van landen waarnaar uitvoer is toegestaan. De beoordeling wordt gebaseerd op de door het verzoekende land verstrekte informatie en bewijsstukken, alsmede op andere relevante informatie, en beoogt vast te stellen of het land dat het verzoek heeft ingediend, alle nodige maatregelen heeft genomen en uitvoert om ervoor te zorgen dat de betrokken afvalstoffen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd als bedoeld in artikel 56. Om deze beoordeling uit te voeren, gebruikt de Commissie als referentiepunt de relevante bepalingen in de wetgeving en richtsnoeren als bedoeld in bijlage IX. |
1. De Commissie beoordeelt de overeenkomstig artikel 39 ingediende verzoeken zonder onnodige vertraging en, indien zij ervan overtuigd is dat aan de in dat artikel gestelde eisen is voldaan, neemt zij het land dat het verzoek indient op in de lijst van landen waarnaar uitvoer is toegestaan. De beoordeling wordt gebaseerd op de door het verzoekende land verstrekte informatie en bewijsstukken, alsmede op andere relevante informatie, en stelt vast of het land dat het verzoek heeft ingediend, alle nodige maatregelen heeft genomen en uitvoert om ervoor te zorgen dat de betrokken afvalstoffen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd als bedoeld in artikel 56. Om deze beoordeling uit te voeren, gebruikt de Commissie als referentiepunt de relevante bepalingen in de wetgeving en richtsnoeren als bedoeld in bijlage IX. De Commissie raadpleegt bij de beoordeling ook belanghebbenden, waaronder nationale deskundigen, relevante vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties. |
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 41 — lid 2 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie houdt toezicht op de mate van uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, om ervoor te zorgen dat deze uitvoer niet leidt tot ernstige schade voor het milieu of de menselijke gezondheid in het land van bestemming. In het kader van dat toezicht beoordeelt de Commissie verzoeken van natuurlijke of rechtspersonen die vergezeld gaan van relevante informatie en gegevens waaruit blijkt dat de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie tot ernstige schade voor het milieu of de menselijke gezondheid leidt in een land waarop het OESO-besluit van toepassing is. |
1. De Commissie houdt toezicht op uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, om ervoor te zorgen dat deze uitvoer voldoet aan de in artikel 56 genoemde vereisten van milieuhygiënisch verantwoord beheer in het land van bestemming en geen substantiële nadelige gevolgen heeft voor het beheer van in dat land geproduceerd afval . In het kader van dat toezicht beoordeelt de Commissie verzoeken van natuurlijke of rechtspersonen die vergezeld gaan van relevante informatie en gegevens waaruit blijkt dat de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie niet voldoet aan de in artikel 56 genoemde vereisten van milieuhygiënisch verantwoord beheer in een land waarop het OESO-besluit van toepassing is , of substantiële nadelige gevolgen heeft voor het beheer van in dat land geproduceerd afval . |
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Wanneer de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is, binnen korte tijd aanzienlijk is toegenomen en er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen als bedoeld in artikel 56, verzoekt de Commissie de bevoegde autoriteiten van het betrokken land om binnen 60 dagen informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de betrokken afvalstoffen nuttig worden toegepast en over het vermogen van het betrokken land om de betrokken afvalstoffen te beheren. De Commissie kan een verlenging van deze termijn toestaan indien het betrokken land daartoe een met redenen omkleed verzoek indient. |
2. Wanneer er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen als bedoeld in artikel 56, indien er bewijs is dat het betreffende land niet voldoet aan de vereisten van artikel 56 voor deze afvalstoffen, of wanneer er substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in dat land geproduceerd afval vanwege de invoer van afvalstoffen uit de Unie, verzoekt de Commissie de bevoegde autoriteiten van het betrokken land om binnen 60 dagen informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de betrokken afvalstoffen nuttig worden toegepast en over het vermogen van het betrokken land om de betrokken afvalstoffen , met inbegrip van in het land geproduceerd afval in kwestie, te beheren. De Commissie kan een verlenging van deze termijn toestaan indien het betrokken land daartoe een met redenen omkleed verzoek indient. |
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Met het oog op de in lid 3 bedoelde verificaties raadpleegt de Commissie in voorkomend geval de relevante belanghebbenden. |
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 42 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Indien het betrokken land naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek niet voldoende bewijs levert als bedoeld in lid 3 dat de afvalstoffen overeenkomstig artikel 56 op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de uitvoer van de betrokken afvalstoffen naar dat land te verbieden. |
Indien het betrokken land naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek niet voldoende bewijs levert als bedoeld in lid 3 dat de afvalstoffen overeenkomstig artikel 56 op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd of dat er geen substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in het land zelf geproduceerd afval als gevolg van de invoer van afval , is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de uitvoer van de betrokken afvalstoffen naar dat land te verbieden. |
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen uit de Unie uitvoert, zorgt er ook voor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, interne meldingskanalen heeft opgezet, met inbegrip van adequate bescherming van klokkenluiders. |
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Om aan de in lid 1 bedoelde verplichting te voldoen, ziet een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen vanuit de Unie uit te voeren erop toe dat de inrichtingen die de afvalstoffen in het land van bestemming zullen beheren, onderworpen zijn aan een controle door een onafhankelijke en geaccrediteerde derde partij met passende kwalificaties. |
2. Om aan de in lid 1 bedoelde verplichting te voldoen, ziet een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen vanuit de Unie uit te voeren erop toe dat de inrichtingen die de afvalstoffen in het land van bestemming zullen beheren, onderworpen zijn aan een controle door een onafhankelijke en geaccrediteerde derde partij met passende kwalificaties. De derde partij die de controle uitvoert, is gecertificeerd overeenkomstig in de Unie of internationaal erkende normen, zoals ISO 19011:2018, en de exporteur ontvangt vóór de uitvoer een schriftelijke bevestiging van die certificering. Om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de controle te waarborgen, mag de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot de controle, op geen enkele wijze interveniëren tijdens de uitvoering van de controle. |
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 4 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen uit te voeren, zorgt ervoor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen naar de betrokken inrichting aan een controle als bedoeld in lid 2 is onderworpen en dat de controle regelmatig wordt herhaald volgens een op risico’s gebaseerde aanpak, met een frequentie van ten minste om de drie jaar na de eerste controle . |
Een natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen uit te voeren, zorgt ervoor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen naar de betrokken inrichting aan een controle als bedoeld in lid 2 , die niet langer dan twee jaar geleden is uitgevoerd, is onderworpen. |
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 4 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij aannemelijke informatie ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X. |
Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij bewijs ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X. |
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 7 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Natuurlijke personen of rechtspersonen die afvalstoffen buiten de Unie uitvoeren, dienen voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen bij de Commissie een controleverslag in, dat berust op de in lid 2 bedoelde controle. |
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 bis. De Commissie stelt een centraal en openbaar toegankelijk register in voor gecontroleerde inrichtingen en actualiseert dit. Het register bevat de naam en de locatie van de gecontroleerde inrichting en de datum van de meest recente controle. De informatie bevat geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie, noch informatie over de persoon die opdracht geeft tot de controle. Tevens moet openbaarmaking van persoonsgegevens die beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (“AVG”) worden voorkomen. |
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
8. Indien in een internationale overeenkomst tussen de Unie en een derde land waarop het OESO-besluit van toepassing is, wordt erkend dat de inrichtingen in dat derde land afval op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen beheren overeenkomstig de criteria van bijlage X, zijn natuurlijke en rechtspersonen die voornemens zijn afvalstoffen naar dat derde land uit te voeren, vrijgesteld van de verplichting van lid 2. |
8. Indien in een internationale overeenkomst tussen de Unie en een derde land waarop het OESO-besluit van toepassing is, wordt erkend dat de inrichtingen in dat derde land afval op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen beheren , zoals bedoeld in artikel 56 en overeenkomstig de criteria van bijlage X, zijn natuurlijke en rechtspersonen die voornemens zijn afvalstoffen naar dat derde land uit te voeren, vrijgesteld van de verplichting van lid 2. |
|
|
Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert naar een inrichting in een derde land waarmee de Unie een internationale overeenkomst heeft gesloten, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij bewijs ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X. In dit geval stelt de natuurlijke of rechtspersoon de bevoegde autoriteiten van verzending in kennis van dit bewijs, alsook van zijn voornemen een ad-hoccontrole door te voeren. |
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 43 — lid 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
9 bis. De Commissie stelt richtsnoeren vast voor de toepassing van dit artikel. |
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Met het oog op de uitvoer van afvalstoffen worden de overgebrachte afvalstoffen geacht met betrekking tot de betrokken nuttige toepassing of verwijdering op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te worden beheerd, wanneer kan worden aangetoond dat de afvalstoffen zullen worden beheerd in overeenstemming met de eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu die in grote lijnen gelijkwaardig zijn aan de in de wetgeving van de Unie vastgestelde eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. Bij de beoordeling van een dergelijke brede gelijkwaardigheid is volledige naleving van uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende vereisten niet vereist, maar moet worden aangetoond dat de in het land van bestemming toegepaste eisen een vergelijkbaar niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu waarborgen als de eisen die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie. |
2. Met het oog op de uitvoer van afvalstoffen worden de overgebrachte afvalstoffen geacht met betrekking tot de betrokken nuttige toepassing of verwijdering op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te worden beheerd wanneer kan worden aangetoond dat de afvalstoffen , alsook het restafval dat ontstaat door de handeling tot nuttige toepassing, zullen worden beheerd in overeenstemming met de eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu die gelijkwaardig worden geacht aan de in de wetgeving van de Unie vastgestelde eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu , met name die in deel 1 van bijlage IX genoemde vereisten, waarbij de in deel 2 van dezelfde bijlage genoemde internationale richtsnoeren als referentiepunten dienen en de in deel 2a van deze bijlage genoemde internationale verdragen inzake arbeidsrechten geëerbiedigd worden . Bij de beoordeling van een dergelijke als zodanig beschouwde gelijkwaardigheid is volledige naleving van uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende vereisten niet vereist, maar moet worden aangetoond dat de in het land van bestemming toegepaste en gehandhaafde eisen een vergelijkbaar niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu waarborgen als de eisen die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie. |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. Uiterlijk op [datum invoegen: 18 maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening] stelt de Commissie richtsnoeren vast ter verduidelijking van het gebruik van de relevante beste beschikbare technieken met betrekking tot de beoordeling van de gelijkwaardigheid. |
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 ter. Uiterlijk op [datum invoegen: 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] publiceert de Commissie een verslag over de vaststelling van verplichte streefcijfers voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal voor producten, met name, maar niet uitsluitend, uit kunststof vervaardigde producten, indien deze niet reeds van toepassing zijn krachtens de wetgeving van de Unie. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen. |
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 56 — lid 2 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 quater. Uiterlijk op … [PB: gelieve de datum in te voegen: 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] publiceert de Commissie een verslag waarin wordt beoordeeld hoe de uitfasering van de uitvoer van kunststofafval buiten de Unie en de EVA-landen uitwerkt op het milieuhygiënisch verantwoord beheer van kunststofafval. In voorkomend geval gaat dit verslag vergezeld van maatregelen om de vastgestelde nadelige gevolgen voor de afvalbeheercapaciteit van de Unie voor milieuhygiënisch verantwoord beheer van kunststofafval te beperken en innovatie en investeringen in die sector te bevorderen. |
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 2 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 57 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De lidstaten voeren inspecties uit om illegale overbrengingen van afvalstoffen te voorkomen en op te sporen op basis van een risicogebaseerd selectiemechanisme van de Unie. |
|
|
Om de harmonisatie van de inspecties te waarborgen, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast om de gedetailleerde elementen van het risicogebaseerde selectiemechanisme van de Unie vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De inspecties van overbrengingen behelzen ten minste verificatie van documenten, bevestiging van de identiteit van de bij die overbrengingen betrokken actoren en , indien daar aanleiding voor is, fysieke controle van de afvalstoffen. |
1. De inspecties van overbrengingen behelzen ten minste verificatie van documenten, bevestiging van de identiteit van de bij die overbrengingen betrokken actoren en fysieke controle van de afvalstoffen. |
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 2 — alinea 1 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. Met name om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 gelden, bestemd is voor handelingen voor nuttige toepassing die in overeenstemming zijn met artikel 56, kunnen de bij inspecties betrokken autoriteiten van de opdrachtgever voor de overbrenging verlangen dat hij de relevante bewijsstukken overlegt die door de inrichting voor voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing zijn verstrekt en indien nodig door de bevoegde autoriteit van bestemming zijn goedgekeurd. |
5. Met name om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 gelden, bestemd is voor handelingen voor nuttige toepassing die in overeenstemming zijn met artikel 56, verlangen de bij inspecties betrokken autoriteiten van de opdrachtgever voor de overbrenging dat hij het overeenkomstig artikel 42 vereiste controleverslag alsook, in voorkomend geval, de relevante bewijsstukken overlegt die door de inrichting voor voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing zijn verstrekt en indien nodig door de bevoegde autoriteit van bestemming zijn goedgekeurd. |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 58 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Wanneer de in lid 4 bedoelde bewijsstukken niet zijn verstrekt aan de bij inspecties betrokken autoriteiten binnen de door hen gestelde termijn, of de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend worden geacht om tot een conclusie te kunnen komen, wordt de betreffende overbrenging als een illegale overbrenging beschouwd en zijn de artikelen 24 en 25 daarop van toepassing. De bij inspecties betrokken autoriteiten brengen onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de inspectie heeft plaatsgevonden dienovereenkomstig op de hoogte. |
6. Wanneer de in lid 4 of lid 5 bedoelde bewijsstukken niet zijn verstrekt aan de bij inspecties betrokken autoriteiten binnen de door hen gestelde termijn, of de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend worden geacht om tot een conclusie te kunnen komen, wordt de betreffende overbrenging als een illegale overbrenging beschouwd en zijn de artikelen 24 en 25 daarop van toepassing. De bij inspecties betrokken autoriteiten brengen onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de inspectie heeft plaatsgevonden dienovereenkomstig op de hoogte. |
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. Inspectieplannen omvatten ten minste de volgende elementen: |
2. Inspectieplannen bevatten het minimumaantal fysieke inspecties van inrichtingen en overbrengingen van afvalstoffen, in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 59, lid 1, uitgevoerde risicobeoordeling. De plannen bevatten geen details omtrent de operationele programmering. De inspectieplannen omvatten ten minste de volgende elementen: |
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 2 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 2 — punt g bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
2 bis. De lidstaten zien erop toe dat de resultaten van de inspecties die ingevolge voornoemde plannen worden uitgevoerd, evenals de eventuele door de betrokken autoriteiten in vervolg op de inspecties genomen corrigerende maatregelen, de namen van de bij de illegale overbrengingen betrokken exploitanten, en de opgelegde sancties voor het publiek toegankelijk zijn, ook langs elektronische weg. |
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 59 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De Commissie evalueert de overeenkomstig lid 4 door de lidstaten aangemelde inspectieplannen en stelt zo nodig op basis van de evaluatie van deze plannen verslagen op over de uitvoering van dit artikel. Die verslagen kunnen onder meer aanbevelingen bevatten over prioriteiten van inspecties en over samenwerking en coördinatie op het gebied van handhaving tussen de bij inspecties betrokken autoriteiten. Dergelijke verslagen kunnen in voorkomend geval ook worden voorgelegd tijdens de vergaderingen van de bij artikel 63 ingestelde toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen. |
5. De Commissie evalueert de overeenkomstig lid 4 door de lidstaten aangemelde inspectieplannen en stelt binnen 1 jaar na ontvangst van de inspectieplannen op basis van de evaluatie van deze plannen verslagen op over de uitvoering van dit artikel. In die verslagen wordt rekening gehouden met de stromen, tonnage en waarde van afvalstoffen naar derde landen om relevante prioriteiten vast te stellen. Die verslagen kunnen onder meer aanbevelingen bevatten over prioriteiten van inspecties en over samenwerking en coördinatie op het gebied van handhaving tussen de bij inspecties betrokken autoriteiten. De verslagen kunnen in voorkomend geval ook worden voorgelegd tijdens de vergaderingen van de bij artikel 63 ingestelde toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen en worden beschikbaar gesteld aan het Europees Parlement en de Europese Raad . |
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 63 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen publiceert een jaarverslag over trends op het gebied van illegale overbrengingen en beste praktijken om deze aan te pakken, zoals aanbevolen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. |
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 63 — lid 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. Binnen twee jaar na haar oprichting stelt de toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen de Commissie een actieplan voor om illegale overbrengingen van afvalstoffen aan te pakken. Het voorstel voor een actieplan wordt ten minste om de vier jaar geactualiseerd op basis van nieuwe of aanhoudende trends op het gebied van illegale overbrengingen en toezichtsactiviteiten. |
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 63 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Naast de in lid 2 bedoelde leden kan de voorzitter in voorkomend geval vertegenwoordigers van andere relevante instellingen, organen, bureaus, agentschappen of netwerken voor de vergaderingen uitnodigen. |
4. De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Naast de in lid 2 bedoelde leden kan de voorzitter in voorkomend geval vertegenwoordigers van andere relevante instellingen, organen, bureaus, agentschappen, netwerken of andere belanghebbenden voor de vergaderingen uitnodigen. |
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 64 — lid 2 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
||||
|
|
|||||
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 4 — alinea 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Het in de eerste alinea vermelde verslag wordt voor het eerst opgesteld vóór [PB: Gelieve de datum in te voegen: het einde van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vier jaar. |
Het in de eerste alinea vermelde verslag wordt voor het eerst opgesteld vóór [PB: Gelieve de datum in te voegen: het einde van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar. |
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. De Commissie beoordeelt en brengt verslag uit aan de Raad en het Europees Parlement over de wijze waarop de financiële verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing moeten zijn op gebruikte goederen of afvalstoffen die vanuit de Unie worden overgebracht. |
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 ter. Op basis van gegevens uit het centrale systeem en van gegevens uit verslagen van relevante EU-agentschappen moet dit verslag een analyse bevatten van de overbrenging en verwerking van specifieke afvalstromen die in dit verband als illegale praktijken zijn aangemerkt, van de uitvoering van deze verordening, met inbegrip van de naleving door de bevoegde autoriteiten van de in deze verordening vastgestelde termijnen, en van de bijdrage van de sector aan de transitie naar een circulaire economie en klimaatneutraliteit tegen 2050 overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (de “Europese klimaatwet”). |
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 4 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 quater. De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen, de correspondenten en de sectorspecifieke klimaatdialogen en -partnerschappen binnen de afvalstoffensector wordt verzocht het verslag vóór publicatie te evalueren en opmerkingen te maken. |
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 69 — lid 4 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 quinquies. Overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad faciliteert de Commissie sectorspecifieke klimaatdialogen en -partnerschappen binnen de economische sector afval. |
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 72 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie houdt op verzoek van de lidstaten of, indien anderszins aangewezen, periodiek een correspondentenvergadering. Tijdens deze vergaderingen onderzoeken de correspondenten de vragen naar aanleiding van de uitvoering van deze verordening en kunnen zij ook andere relevante onderwerpen in verband met de uitvoering van deze verordening bespreken. Bijzondere aandacht kan worden besteed aan besprekingen over het toezicht op de toestand van de Uniemarkt voor de overbrenging van afvalstoffen, teneinde de uitwisseling van optimale praktijken en informatie mogelijk te maken en de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken, met als doel belemmeringen voor de harmonisatie van de praktijken voor de overbrenging van afvalstoffen tussen de lidstaten en de toepassing van milieuvriendelijke technieken voor afvalbeheer weg te nemen. |
|
|
Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor deze vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan. |
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 72 — alinea 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor deze vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan. |
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 75 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III, in het bijzonder deel I, lid 2, punt f bis), met het oog op wijziging van de verontreinigingsdrempels. |
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 75 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Uiterlijk op … [12 maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening] beoordeelt de Commissie of vermeldingen met betrekking tot mengsels van afval zoals gebruikt schoeisel, kleding en andere textielproducten, met inbegrip van mengsels daarvan, minerale wol en matrassen al dan niet toegevoegd kunnen worden aan bijlage III B. In voorkomend geval gaat deze beoordeling vergezeld van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 76 tot wijziging van bijlage III B. |
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 80 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Uiterlijk op 31 december 2035 voert de Commissie, rekening houdend met onder meer de overeenkomstig artikel 69 opgestelde verslagen en de in artikel 59, lid 5, bedoelde evaluatie, een evaluatie uit van deze verordening, en meldt zij de resultaten daarvan aan het Europees Parlement en de Raad, vergezeld van een wetgevingsvoorstel indien de Commissie dit passend acht. |
Uiterlijk op 31 december 2030 voert de Commissie, rekening houdend met onder meer de overeenkomstig artikel 69 opgestelde verslagen en de in artikel 59, lid 5, bedoelde evaluatie, een evaluatie uit van deze verordening, en meldt zij de resultaten daarvan aan het Europees Parlement en de Raad, vergezeld van een wetgevingsvoorstel indien de Commissie dit passend acht. |
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 80 — alinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Uiterlijk op 31 december [2038] evalueert de Commissie de gegevens en motiveringen die ten grondslag liggen aan het besluit om de uitvoer van kunststofafval naar landen buiten de Unie en de EVA-landen te beperken, teneinde de evenredigheid van die maatregel te beoordelen. |
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Bijlage I A — vak 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7) |
VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7) |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Bijlage I B — vak 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7) |
VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7) |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
|
|
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Bijlage I C — deel V — punt 46 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Vak 18: Dit vak moet worden ingevuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing bij ontvangst van het afval. Kruis het hokje van het betreffende type inrichting aan. Voor wat betreft de ontvangen hoeveelheid zij verwezen naar de specifieke instructies voor vak 5 (paragraaf 36). De laatste vervoerder ontvangt een ondertekend afschrift van het vervoersdocument. Indien de overbrenging om de een of andere reden wordt geweigerd, dient de vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing direct contact op te nemen met zijn of haar bevoegde autoriteit. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, of, in voorkomend geval, artikel 15, lid 3, van deze verordening en het OESO-besluit moet binnen één dag aan de kennisgever en de relevante autoriteiten worden bevestigd dat de afvalstoffen zijn ontvangen (met uitzondering van de OESO-landen van doorvoer die aan het OESO-secretariaat hebben gemeld dat zij dergelijke afschriften van het vervoersdocument niet wensen te ontvangen). Het originele vervoersdocument moet worden bewaard door de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing. |
Vak 18: Dit vak moet worden ingevuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing bij ontvangst van het afval. Kruis het hokje van het betreffende type inrichting aan. Voor wat betreft de ontvangen hoeveelheid zij verwezen naar de specifieke instructies voor vak 5 (paragraaf 36). De laatste vervoerder ontvangt een ondertekend afschrift van het vervoersdocument. Indien de overbrenging om de een of andere reden wordt geweigerd, dient de vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing direct contact op te nemen met zijn of haar bevoegde autoriteit. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, of, in voorkomend geval, artikel 15, lid 3, van deze verordening en het OESO-besluit moet binnen twee werkdagen aan de kennisgever en de relevante autoriteiten worden bevestigd dat de afvalstoffen zijn ontvangen (met uitzondering van de OESO-landen van doorvoer die aan het OESO-secretariaat hebben gemeld dat zij dergelijke afschriften van het vervoersdocument niet wensen te ontvangen). Het originele vervoersdocument moet worden bewaard door de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing. |
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — deel I — alinea 2 — punt f bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — deel I — alinea 2 — punt g
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
||
|
[…] |
|
||
|
|
(Dit amendement geldt voor de hele tekst. De verwijzingen naar code EU3011 worden vervangen door verwijzingen naar Bazel-code B3011.) |
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Bijlage III A — punt 2 — punt e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Bijlage III A — punt 2 — punt e ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel I — alinea 1 — subalinea 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Afvalstoffen die als gevaarlijk zijn aangemerkt in de lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG. |
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Bijlage IV — deel I — alinea 2 — punt f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
||
|
[…] |
|
||
|
|
(Dit amendement geldt voor de hele tekst. De verwijzingen naar code EU48 worden vervangen door verwijzingen naar Bazel-code Y48.) |
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Bijlage V — punt 2 — alinea 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze bijlage bestaat uit twee delen. Artikel 36 verwijst verder naar de lijst van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG. In het kader van deze verordening en om na te gaan of een bepaalde afvalstof voorkomt in de lijst zoals bedoeld in artikel 36 van deze verordening, is de lijst van afvalstoffen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG alleen van toepassing als deel 1 van deze bijlage niet van toepassing is. Uitsluitend als een afvalstof niet voorkomt in deel 1 van deze bijlage of in de lijst zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG moet worden nagegaan of de afvalstof voorkomt in deel 2 van deze bijlage. |
Deze bijlage bestaat uit twee delen. Artikel 36 verwijst verder naar de lijst van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG. In het kader van deze verordening en om na te gaan of een bepaalde afvalstof voorkomt in de lijst zoals bedoeld in artikel 36 van deze verordening, is de lijst van afvalstoffen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG alleen van toepassing als deel 1 van deze bijlage niet van toepassing is. Uitsluitend als een afvalstof niet voorkomt in deel 1 van deze bijlage en niet is opgenomen als gevaarlijke afvalstof in de lijst zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG (namelijk afvalstoffen die met een asterisk zijn gemarkeerd), moet worden nagegaan of de afvalstof voorkomt in deel 2 van deze bijlage. |
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Bijlage VIII — deel 2 — punt 7 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Ondertekend: Geratificeerd: |
ja □ ja □ |
nee □ nee □ |
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Bijlage VIII — deel 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Deel 2 bis (nieuw) |
|
|
Verbintenis om ervoor te zorgen dat afvalstoffen die van de Europese Unie worden ontvangen, worden beheerd en behandeld overeenkomstig artikel 56 |
|
|
Hierbij verklaart [naam en contactgegevens van de bevoegde autoriteit] namens [land] (hierna “het land”) dat het land ervoor zorgt dat alle naar zijn grondgebied overgebrachte afvalstoffen worden beheerd overeenkomstig artikel 56 van deze verordening, zonder gevaar voor de menselijke gezondheid en op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze. |
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Bijlage IX — deel 1 — punt 2 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Bijlage IX — deel 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
||
|
|
De acht fundamentele IAO-verdragen overeenkomstig de IAO-verklaring betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk (1 bis) |
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — c — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 1 — f
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Bijlage X — punt 2 — b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0290/2022).
(31) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(31) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).
(34) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640).
(35) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 11 maart 2020: “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098).
(36) Conclusies van de Raad: “Naar een circulair en groen herstel” (13852/20 OJ CONS 34).
(37) Resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (2020/2077(INI)).
(34) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640).
(35) Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 11 maart 2020: “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098).
(36) Conclusies van de Raad: “Naar een circulair en groen herstel” (13852/20 OJ CONS 34).
(37) Resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (2020/2077(INI)).
(52) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(52) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(53) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(53) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(1 bis) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(65) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(66) Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).
(67) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(1 bis) Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(65) Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).
(66) Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).
(67) Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(1 bis) https://www.ilo.org/declaration/lang--en/index.htm