Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52023AP0003

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD))

PB C 214 van 16.6.2023, pp. 172–222 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
PB C 214 van 16.6.2023, pp. 151–201 (GA)

16.6.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 214/172


P9_TA(2023)0003

Overbrenging van afvalstoffen

Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 januari 2023 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021)0709 — C9-0426/2021 — 2021/0367(COD)) (1)

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2023/C 214/18)

Amendement 1

Voorstel voor een verordening

Overweging 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)

Op het niveau van de EU moeten voorschriften worden vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen tegen de nadelige gevolgen die de overbrenging van afvalstoffen kan hebben. Deze voorschriften moeten ook bijdragen tot het vergemakkelijken van een milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen, overeenkomstig de afvalhiërarchie die is vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (31), alsook tot de vermindering van de algemene effecten van het gebruik van hulpbronnen en tot de verbetering van de efficiëntie van dergelijk gebruik, hetgeen van cruciaal belang is voor de overgang naar een circulaire economie.

(1)

Op het niveau van de EU moeten voorschriften worden vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen tegen de nadelige gevolgen die de overbrenging van afvalstoffen kan hebben. Deze voorschriften moeten ook bijdragen tot het vergemakkelijken van een milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen, overeenkomstig de afvalhiërarchie die is vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (31), alsook tot de vermindering van de algemene effecten van het gebruik van hulpbronnen en tot de verbetering van de efficiëntie van dergelijk gebruik, hetgeen van cruciaal belang is voor de overgang naar een circulaire economie en voor de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn . In dit verband moet afvalbeheer worden beschouwd als een stap in de levenscyclus van producten, die reikt van de productie tot de winning van secundaire grondstoffen, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan duurzame innovatieve technieken ter verbetering van materiaalterugwinning, energie-efficiëntie en de algehele bijdrage van afvalbeheer aan decarbonisatie.

Amendement 2

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)

Afvalverwerking en verwijderingsactiviteiten kunnen — indien niet naar behoren uitgevoerd — uiteenlopende negatieve effecten op het milieu en op de kwaliteit van leven van mensen hebben, en sommige van die effecten kunnen moeilijk kunnen worden ingeperkt. Er moet dan ook meer informatie online beschikbaar worden gesteld over de diverse handelingen die op het gebied van afvalbeheer worden uitgevoerd, alsmede over de inspectie van en controle op activiteiten betreffende dat afvalbeheer.

Amendement 3

Voorstel voor een verordening

Overweging 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 ter)

Vorderingen bij de verbetering van de doeltreffendheid en efficiëntie van afvalbeheer moeten gepaard gaan met maatregelen om de afvalproductie terug te dringen, met name wat betreft afval dat ontstaat in de fases voorafgaand aan productie en consumptie;

Amendement 4

Voorstel voor een verordening

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)

De Europese Green Deal (34) bevat een ambitieus stappenplan om de EU om te vormen tot een duurzame, hulpbronnenefficiënte en klimaatneutrale economie. Hierin wordt de Commissie verzocht de EU-voorschriften inzake de overbrenging van afvalstoffen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1013/2006, te herzien. In het in maart 2020 vastgestelde nieuwe actieplan voor een circulaire economie (35) wordt verder benadrukt dat er maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de overbrenging van afvalstoffen voor hergebruik en recycling in de EU wordt vergemakkelijkt, dat de EU haar afvalproblemen niet naar derde landen uitvoert en dat illegale overbrengingen van afvalstoffen beter worden aangepakt. Naast de milieu- en sociale voordelen kunnen hiermee ook de strategische afhankelijkheden van de EU van grondstoffen worden verbeterd. Zowel de Raad (36) als het Europees Parlement (37) hebben ook opgeroepen tot een herziening van de huidige EU-voorschriften inzake de overbrenging van afvalstoffen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1013/2006.

(3)

De Europese Green Deal (34) bevat een ambitieus stappenplan om de EU om te vormen tot een duurzame, hulpbronnenefficiënte en klimaatneutrale economie. Hierin wordt de Commissie verzocht de EU-voorschriften inzake de overbrenging van afvalstoffen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1013/2006, te herzien. In het in maart 2020 vastgestelde nieuwe actieplan voor een circulaire economie (35) wordt verder benadrukt dat er maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de overbrenging van afvalstoffen voor hergebruik en recycling in de EU wordt vergemakkelijkt, dat de EU haar afvalproblemen niet naar derde landen uitvoert en dat illegale overbrengingen van afvalstoffen beter worden aangepakt. Naast de milieu- en sociale voordelen kunnen hiermee ook de strategische afhankelijkheden van de EU van grondstoffen worden verbeterd.  Om een groter aandeel van het geproduceerde afval in de Unie te houden, zal echter wel de recycling- en afvalbeheercapaciteit verbeterd moeten worden. Zowel de Raad (36) als het Europees Parlement (37) hebben ook opgeroepen tot een herziening van de huidige EU-voorschriften inzake de overbrenging van afvalstoffen die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1013/2006. Ter ondersteuning van de circulaire economie moeten innovatieve bedrijfsinitiatieven, zoals het terugnemen van afval met het oog op recycling, renovatie, onderzoek of verbetering van het productontwerp, worden ondersteund.

Amendement 5

Voorstel voor een verordening

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)

De EU heeft in oktober 2020 bij het secretariaat van het Verdrag van Bazel krachtens artikel 11 van dat verdrag een kennisgeving ingediend met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen binnen de EU. Overeenkomstig dat artikel kan de EU derhalve specifieke voorschriften vaststellen die van toepassing zijn op overbrengingen binnen de EU van afvalstoffen die niet minder milieuvriendelijk zijn dan die waarin het Verdrag van Bazel voorziet.

Schrappen

Amendement 6

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 bis)

Onderzoek en innovatie moet integrerend deel uitmaken van de Europese afvalbeheersector. Het onderzoeks- en innovatienetwerk voor afval moet de industrie, universiteiten en andere onderzoeksinstellingen omvatten. Dienovereenkomstig moet bij herzieningen van deze verordening en de daarmee verband houdende handelingen rekening worden gehouden met innovatie op het gebied van afvalbeheerstechnieken wanneer deze technieken bijdragen tot milieuhygiënisch verantwoord afvalbeheer.

Amendement 7

Voorstel voor een verordening

Overweging 10 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(10 ter)

Om te zorgen voor een echte overgang naar een circulaire economie voor de overbrenging van afval van de plaats van oorsprong naar de beste plaats van verwerking, moet rekening worden gehouden met het beginsel van nabijheid, met materiaalefficiëntie en met de noodzaak om de ecologische voetafdruk van afval te verkleinen.

Amendement 8

Voorstel voor een verordening

Overweging 11 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(11 bis)

Deze verordening moet rechtszekerheid bieden en zorgen voor een uniforme toepassing van de Uniewetgeving op het gebied van afvalbeheer, teneinde de naleving van de relevante bepalingen inzake de bescherming van het milieu en van de menselijke gezondheid te vergemakkelijken. Het ontstaan van onnodige administratieve lasten, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen, moet worden vermeden.

Amendement 9

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)

Het is van essentieel belang dat bijlage III B voortdurend wordt geactualiseerd om rekening te kunnen houden met de innovatie op het gebied van afvalverwerkingstechnologieën wat betreft milieuhygiënisch verantwoord beheer en met de veranderingen in het consumentengedrag met betrekking tot het scheiden van afval. De Commissie moet met name nagaan of er vermeldingen met betrekking tot gebruikt schoeisel, kleding en andere textielproducten, gebruikte minerale wol en matrassen moeten worden toegevoegd.

Amendement 10

Voorstel voor een verordening

Overweging 16 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 ter)

Een goed functionerende Uniemarkt voor overbrengingen van afval moet voorrang geven aan nabijheid, zelfvoorziening en het gebruik van de beste beschikbare technieken voor afvalbeheer als leidende beginselen. Een eerlijke transitie naar een circulaire economie is van essentieel belang om een klimaatneutrale, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie van de Unie tot stand te brengen die op lange termijn duurzaam is.

Amendement 11

Voorstel voor een verordening

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)

In het belang van de rechtszekerheid en ter waarborging van een uniforme toepassing van deze verordening en de goede werking van de interne markt is het noodzakelijk te voorzien in procedurele stappen en waarborgen wanneer een kennisgever afvalstoffen wil overbrengen waarvoor de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming geldt . Overeenkomstig artikel 6, lid 11, van het Verdrag van Bazel moet er ook voor worden gezorgd dat de kosten die voortvloeien uit situaties waarin de overbrenging van afvalstoffen die aan de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming zijn onderworpen niet kan worden voltooid of illegaal is, door de betrokken marktdeelnemers worden gedragen. Daartoe moet de kennisgever voor elke overbrenging van dergelijke afvalstoffen een borgsom storten of een gelijkwaardige verzekering sluiten.

(20)

In het belang van de rechtszekerheid en ter waarborging van een uniforme toepassing van deze verordening en de goede werking van de interne markt , alsmede ter waarborging van het concurrentievermogen van de Unie op lange termijn, is het noodzakelijk te voorzien in procedurele stappen en waarborgen wanneer een kennisgever afvalstoffen wil overbrengen. Overeenkomstig artikel 6, lid 11, van het Verdrag van Bazel moet er ook voor worden gezorgd dat de kosten die voortvloeien uit situaties waarin de overbrenging van afvalstoffen die aan de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming zijn onderworpen niet kan worden voltooid of illegaal is, door de betrokken marktdeelnemers worden gedragen. Daartoe moet de kennisgever voor elke overbrenging van afvalstoffen een borgsom storten of een gelijkwaardige verzekering sluiten.

Amendement 12

Voorstel voor een verordening

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)

Om vertragingen bij de verwerking van kennisgevingen voor de overbrenging van afvalstoffen te beperken en de uitwisseling van informatie tussen de relevante autoriteiten te vergemakkelijken, is het noodzakelijk dat de verstrekking en uitwisseling van informatie en gegevens, die betrekking hebben op afzonderlijke overbrengingen van afvalstoffen binnen de EU, langs elektronische weg plaatsvinden. De Commissie moet ook de bevoegdheid krijgen om de procedurele en operationele voorschriften vast te stellen voor de praktische uitvoering van de systemen die deze elektronische indiening en uitwisseling van informatie (zoals interconnectiviteit, architectuur en veiligheid) waarborgen. Ook moeten de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en de marktdeelnemers voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden op de overgang van een op papier gebaseerde aanpak, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1013/2006, naar een aanpak voor de elektronische uitwisseling van informatie en documenten. Deze nieuwe verplichting moet daarom 24 maanden na de datum van toepassing van deze verordening van toepassing worden.

(22)

Om vertragingen bij de verwerking van kennisgevingen voor de overbrenging van afvalstoffen te beperken en de uitwisseling van informatie tussen de relevante autoriteiten en de marktdeelnemers te vergemakkelijken, is het absoluut noodzakelijk dat de verstrekking en uitwisseling van informatie en gegevens, die betrekking hebben op afzonderlijke overbrengingen van afvalstoffen binnen de EU, langs elektronische weg plaatsvinden.  Het centrale systeem en het nationale systeem moeten onderling verbonden en volledig operationeel zijn. Om de beperking van vertragingen te faciliteren is het cruciaal dat deze systemen het delen van documenten mogelijk maken en een volledig doorzoekbare databank met informatie over overbrengingen van afvalstoffen omvatten. De Commissie moet ook de bevoegdheid krijgen om de procedurele en operationele voorschriften vast te stellen voor de praktische uitvoering van de systemen die deze elektronische indiening en uitwisseling van informatie (zoals interconnectiviteit, architectuur en veiligheid) waarborgen. Ook moeten de bevoegde autoriteiten in de lidstaten en de marktdeelnemers voldoende tijd krijgen om zich voor te bereiden op de overgang van een op papier gebaseerde aanpak, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1013/2006, naar een aanpak voor de elektronische uitwisseling van informatie en documenten. Deze nieuwe verplichting moet daarom 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening van toepassing worden , waarbij voordien aan de relevante autoriteiten toegang tot het centrale systeem in zijn definitieve versie moet worden verleend, om te testen en te leren .

Amendement 13

Voorstel voor een verordening

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)

De bevoegde autoriteiten moeten erop toezien dat er in het elektronisch systeem alternatieve procedures zijn als waarborg. In geval van tijdelijke uitval van het centrale systeem, moeten de gegevens beschermd en toegankelijk blijven en moeten de procedures in verband met de overbrenging zonder onnodige vertraging worden uitgevoerd.

Amendement 14

Voorstel voor een verordening

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)

Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de documenten die met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen bij hen zijn ingediend, correct kunnen verwerken, moet de kennisgever worden verplicht om, indien de autoriteiten daarom verzoeken, een gewaarmerkte vertaling van deze documenten in een voor deze autoriteiten aanvaardbare taal te verstrekken .

(30)

Om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten de documenten die met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen bij hen zijn ingediend, correct kunnen verwerken, waarbij zij onnodige administratieve last vermijden, dient de kennisgever kennisgevingen, informatie, documentatie of andere mededelingen te verstrekken in de officiële taal van de lidstaat van de bevoegde autoriteiten in kwestie, of in het Engels. Een gewaarmerkte vertaling van deze documenten in een voor deze autoriteiten aanvaardbare taal moet worden verstrekt indien de bevoegde autoriteiten daarom verzoeken, maar alleen in naar behoren gemotiveerde gevallen .

Amendement 15

Voorstel voor een verordening

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)

Om verstoringen van de overbrenging van afvalstoffen of goederen als gevolg van een onenigheid tussen de bevoegde autoriteiten over de status van deze afvalstoffen of goederen te voorkomen, moet een procedure worden vastgesteld om dergelijke onenigheden op te lossen. Het is in dit verband van belang dat de bevoegde autoriteiten hun besluiten baseren op de bepalingen inzake de indeling van bijproducten en de einde-afvalfase van Richtlijn 2008/98/EG. Er moet ook een procedure worden vastgesteld om onenigheden tussen bevoegde autoriteiten over de vraag of afvalstoffen al dan niet aan de kennisgevingsprocedure moeten worden onderworpen, op te lossen. Met het oog op een betere harmonisatie in de hele EU van de voorwaarden waaronder afvalstoffen aan de kennisgevingsprocedure moeten worden onderworpen, moet de Commissie ook de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen tot vaststelling van criteria voor de indeling van specifieke afvalstoffen in de desbetreffende bijlagen bij deze verordening, die bepalen of zij al dan niet onder de kennisgevingsprocedure vallen. Om te voorkomen dat afvalstoffen valselijk worden aangegeven als gebruikte goederen en om juridische duidelijkheid te verschaffen, moet de Commissie bovendien de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen tot vaststelling van criteria om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen voor specifieke goederen waarvoor een dergelijk onderscheid belangrijk is, met name voor de uitvoer ervan uit de EU.

(31)

Om verstoringen van de overbrenging van afvalstoffen of goederen als gevolg van een onenigheid tussen de bevoegde autoriteiten over de status van deze afvalstoffen of goederen te voorkomen, moet een procedure worden vastgesteld om dergelijke onenigheden op te lossen. Het is in dit verband van belang dat de bevoegde autoriteiten hun besluiten baseren op de bepalingen inzake de indeling van bijproducten en de einde-afvalfase van Richtlijn 2008/98/EG. Voorts moeten er criteria worden vastgesteld voor de indeling van specifieke afvalstoffen in de bijlagen bij deze verordening en moet er een procedure worden vastgesteld om onenigheden tussen bevoegde autoriteiten over de vraag of afvalstoffen al dan niet aan de kennisgevingsprocedure moeten worden onderworpen, op te lossen. Om rechtszekerheid te verschaffen en te voorkomen dat afvalstoffen valselijk worden aangegeven als gebruikte goederen, moeten er criteria worden vastgesteld om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen voor specifieke goederen waarvoor een dergelijk onderscheid belangrijk is, met name voor de uitvoer ervan uit de EU.

Amendement 16

Voorstel voor een verordening

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)

Om het milieu van de betrokken landen te beschermen, moet het toepassingsgebied van het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde gevaarlijke afvalstoffen naar derde landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, worden verduidelijkt, overeenkomstig het Verdrag van Bazel. In het bijzonder moet de lijst van afvalstoffen waarop dit verbod van toepassing is, worden verduidelijkt en moet ervoor worden gezorgd dat het verbod ook de afvalstoffen omvat die zijn opgenomen in bijlage II bij het Verdrag van Bazel, namelijk huishoudelijk afval, residuen afkomstig van de verbranding van huishoudelijk afval en moeilijk te recycleren kunststofafval.

(36)

Om het milieu van de betrokken landen te beschermen, moet het toepassingsgebied van het verbod op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde gevaarlijke afvalstoffen naar derde landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, worden verduidelijkt, overeenkomstig het Verdrag van Bazel. In het bijzonder moet de lijst van afvalstoffen waarop dit verbod van toepassing is, worden verduidelijkt en moet ervoor worden gezorgd dat het verbod ook de afvalstoffen omvat die zijn opgenomen in bijlage II bij het Verdrag van Bazel, namelijk huishoudelijk afval, residuen afkomstig van de verbranding van huishoudelijk afval en moeilijk te recycleren , verontreinigd of vermengd kunststofafval.

Amendement 17

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)

De Unie moet het beheer van haar kunststofafval grondig heroverwegen, en daarbij beginnen met vermijding en de garantie dat dergelijk afval wordt ingezameld, hergebruikt en gerecycleerd.

Amendement 18

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 ter)

Kunststofafval brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Er is een breed scala aan polymeren, en deze bevatten vaak gevaarlijke toevoegingen en talloze verontreinigingen. Voor het meten van het gehalte aan gevaarlijke toevoegingen en verontreinigingen voor uitvoergerelateerde controledoeleinden zijn dure testprocedures nodig. De recyclingquota voor kunststofafval zijn gering en door het recyclen van kunststofafval kunnen grote hoeveelheden restafval ontstaan. Enkele grote rederijen hebben toegezegd het vervoer van kunststofafval te stoppen en zo bij te dragen aan het beperken van vervuiling. In het licht van de verschillende problemen die het kunststofafvalbeheer in derde landen met zich meebrengt, moet de Unie de uitvoer van alle soorten kunststofafval naar landen buiten de Unie en buiten de EVA-landen geleidelijk staken.

Amendement 19

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 quater)

Om ervoor te zorgen dat de uitfasering van de uitvoer van kunststofafval naar landen buiten de Unie en buiten de EVA-landen doeltreffend wordt gehandhaafd, is regelmatig toezicht op en inspectie van controlepunten noodzakelijk, onder meer om te voorkomen dat de verplichting tot uitfasering wordt omzeild door valse meldingen dat het niet om afval gaat.

Amendement 20

Voorstel voor een verordening

Overweging 36 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 quinquies)

Om de recycling van kunststoffen in de Unie te bevorderen, moet een markt voor producten die gerecycleerd kunststof bevatten, worden ondersteund. De Commissie moet beoordelen of het mogelijk is streefcijfers voor gerecycleerd materiaal in te voeren, met name, maar niet uitsluitend, voor producten van kunststof, en zo nodig een wetgevingsvoorstel dienaangaande indienen.

Amendement 21

Voorstel voor een verordening

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis)

De overbrenging van afvalstoffen die voor de opbouw van sterke waardeketens nodig is, moet binnen de interne markt vergemakkelijkt worden, waarbij het doorvoeren van adequate controles gewaarborgd wordt. Door het versterken van belangrijke waardeketens wordt de opbouw van onze veerkracht versneld en de strategische autonomie van de Unie verbeterd.

Amendement 22

Voorstel voor een verordening

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)

Landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, zijn onderworpen aan de regels en aanbevelingen van de OESO inzake de overbrenging en het beheer van afvalstoffen, en hebben over het algemeen hogere normen voor afvalbeheer dan landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is. Het is echter belangrijk dat de uitvoer uit de EU van ongevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing geen schade toebrengt aan het milieu en de menselijke gezondheid in landen waarop het OESO-besluit van toepassing is. Daarom moet een mechanisme worden ingesteld om de overbrenging van ongevaarlijke afvalstoffen naar dergelijke landen te kunnen bewaken. In gevallen waarin de uitvoer van ongevaarlijke afvalstoffen uit de EU naar het betrokken land op korte termijn aanzienlijk is toegenomen en er onvoldoende informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen, moet de Commissie een dialoog aangaan met het betrokken land en, indien de informatie niet toereikend is om aan te tonen dat de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig worden toegepast, de bevoegdheid krijgen om dergelijke uitvoer op te schorten.

(38)

Landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, zijn onderworpen aan de regels en aanbevelingen van de OESO inzake de overbrenging en het beheer van afvalstoffen, en hebben over het algemeen hogere normen voor afvalbeheer dan landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is. Het is echter belangrijk dat de uitvoer uit de EU van ongevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing geen schade toebrengt aan het milieu en de menselijke gezondheid in landen waarop het OESO-besluit van toepassing is. Daarom moet een mechanisme worden ingesteld om de overbrenging van ongevaarlijke afvalstoffen naar dergelijke landen te kunnen bewaken. In gevallen waarin er onvoldoende informatie beschikbaar is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen , dan wel indien er informatie beschikbaar is over de negatieve gevolgen van het beheer van het afval dat in het betrokken land zelf wordt geproduceerd, moet de Commissie een dialoog aangaan met het betrokken land en, indien de informatie niet toereikend is om aan te tonen dat de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig worden toegepast, de bevoegdheid krijgen om dergelijke uitvoer op te schorten.

Amendement 23

Voorstel voor een verordening

Overweging 49

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(49)

Om de controleactiviteiten van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om onderzoeks- en coördinatiemaatregelen uit te voeren met betrekking tot illegale overbrengingen die ernstige nadelige gevolgen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu. Bij de uitvoering van deze activiteiten dient de Commissie te handelen met volledige inachtneming van de procedurele waarborgen. De Commissie kan, in het kader van haar interne organisatie, overwegen bepaalde handhavingsmaatregelen waarin deze verordening voorziet, toe te vertrouwen aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), dat in dit verband over de relevante deskundigheid beschikt.

(49)

Om de controleactiviteiten van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om onderzoeks- en coördinatiemaatregelen uit te voeren met betrekking tot illegale overbrengingen die ernstige nadelige gevolgen kunnen hebben voor de menselijke gezondheid of het milieu. Bij de uitvoering van deze activiteiten dient de Commissie te handelen met volledige inachtneming van de procedurele waarborgen. De Commissie kan, in het kader van haar interne organisatie, overwegen bepaalde handhavingsmaatregelen waarin deze verordening voorziet, toe te vertrouwen aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), dat in dit verband over de relevante deskundigheid beschikt. Indien de bevoegde autoriteiten in de lidstaten van verzending en van bestemming in kennis worden gesteld van een illegale overbrenging van afvalstoffen, moeten zij nagaan hoe zij hun controlemaatregelen voor soortgelijke overbrengingen kunnen verbeteren om illegale overbrengingen van afvalstoffen in een vroeg stadium op te sporen.

Amendement 24

Voorstel voor een verordening

Overweging 50

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(50)

De lidstaten moeten de Commissie informatie verstrekken over de uitvoering van deze verordening, door middel van de verslagen die bij het secretariaat van het Verdrag van Bazel worden ingediend en op basis van een aparte vragenlijst. De Commissie moet elke vier jaar een verslag over de uitvoering van deze verordening opstellen op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie en van andere informatie, die met name wordt verzameld door middel van ad-hocverslagen van de Commissie en het Europees Milieuagentschap over de overbrengingen van kunststofafval en andere specifieke afvalstromen die tot bezorgdheid leiden.

(50)

De lidstaten moeten de Commissie informatie verstrekken over de uitvoering van deze verordening, door middel van de verslagen die bij het secretariaat van het Verdrag van Bazel worden ingediend en op basis van een aparte vragenlijst. De Commissie moet elke drie jaar een verslag over de uitvoering van deze verordening opstellen op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie en van andere informatie, die met name wordt verzameld door middel van ad-hocverslagen van de Commissie en het Europees Milieuagentschap over de overbrengingen van kunststofafval en andere specifieke afvalstromen die tot bezorgdheid leiden. Het centrale systeem voor de elektronische indiening en uitwisseling van informatie en documenten moet zo worden opgezet dat gegevens uit het systeem geëxtraheerd kunnen worden ten behoeve van die verslagen.

Amendement 25

Voorstel voor een verordening

Overweging 52

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(52)

Om de uitwisseling van informatie en de samenwerking met het oog op de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken, moeten de lidstaten bevoegde autoriteiten en correspondenten aanwijzen en deze ter kennis brengen van de Commissie, die deze informatie openbaar moet maken.

(52)

Om de uitwisseling van informatie en de samenwerking met het oog op de geharmoniseerde uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken, moeten de lidstaten bevoegde autoriteiten en correspondenten aanwijzen en deze ter kennis brengen van de Commissie, die deze informatie openbaar moet maken.

Amendement 26

Voorstel voor een verordening

Overweging 54

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(54)

Teneinde deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van artikel  37 , lid  13 , artikel  40 , lid  8 en artikel  72 van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer van deskundigen, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (52). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(54)

Teneinde deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van artikel  14 , lid  3 , artikel  28 , lid  4 , artikel 38, lid 1, artikel 42, lid 4 , en artikel  75 van deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer van deskundigen, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (52). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

Amendement 27

Voorstel voor een verordening

Overweging 55

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(55)

Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om maatregelen vast te stellen voor een geharmoniseerde methode voor de berekening van borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen , om de indeling van afvalstoffen in het kader van deze verordening te verduidelijken (met inbegrip van de vaststelling van de drempelwaarden voor verontreiniging van bepaalde afvalstoffen) en om voor bepaalde soorten goederen bij grensoverschrijdend vervoer het onderscheid tussen gebruikte goederen en afvalstoffen te verduidelijken . Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (53).

(55)

Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met het oog op vaststelling van een eenvoudige, op risico’s gebaseerde en geharmoniseerde methode voor de berekening van borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (53). Indien de Commissie vaststelt dat een geharmoniseerde berekeningsmethode voor borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen passend is, moet zij nagaan hoe het centrale systeem kan worden gebruikt om innovatieve methoden voor het vaststellen van borgsommen mogelijk te maken.

Amendement 28

Voorstel voor een verordening

Overweging 55 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(55 bis)

Om de harmonisatie van de interne markt en de praktijken tussen de lidstaten met betrekking tot de overbrenging van afvalstoffen verder te vergemakkelijken, moet de Commissie onderzoeken of het mogelijk is om, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, contracten verder te standaardiseren.

Amendement 29

Voorstel voor een verordening

Artikel 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bij deze verordening worden maatregelen vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door de nadelige gevolgen van de overbrenging van afvalstoffen te voorkomen of te beperken. In deze verordening worden de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort verwerking dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan.

Bij deze verordening worden maatregelen vastgesteld om het milieu en de menselijke gezondheid te beschermen door de nadelige gevolgen van de overbrenging van afvalstoffen , ook naar derde landen, te voorkomen of te beperken. In deze verordening worden de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort verwerking dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan. Door het toepassen van de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening, zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG, wordt er middels deze verordening naar gestreefd om niet alleen een circulaire economie, een efficiënt gebruik van hulpbronnen en klimaatneutraliteit tot stand te brengen, maar om ook de verontreiniging tot nul te reduceren met het oog op een niet-giftig milieu. Met de verordening wordt tevens beoogd de administratieve lasten te verminderen door de regels voor de overbrenging van afvalstoffen binnen de Unie te harmoniseren en de uitwisseling van informatie over de overbrenging van afvalstoffen te digitaliseren.

Amendement 30

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 — alinea 1 — punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4)

“milieuhygiënisch verantwoord beheer”: het nemen van alle mogelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen zodanig worden beheerd dat de gezondheid van de mens en het milieu worden beschermd tegen de mogelijke nadelige gevolgen van deze afvalstoffen;

4)

“milieuhygiënisch verantwoord beheer”: het nemen van alle mogelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen zodanig worden beheerd dat de gezondheid van de mens , het klimaat en het milieu worden beschermd tegen de mogelijke nadelige gevolgen van deze afvalstoffen en de verwerking ervan ;

Amendement 31

Voorstel voor een verordening

Artikel 3 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Daarnaast zijn de definities van “afvalstof”, “gevaarlijke afvalstof”, “verwerking”, “verwijdering”, “nuttige toepassing”, “voorbereiding voor hergebruik”, “hergebruik”, “recycling”, “afvalstoffenproducent”, “afvalstoffenhouder”, “handelaar” en “makelaar” in artikel 3, punten 1), 2), 14), 19), 15), 16), 13), 17), 5), 6), 7), en 8), van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing.

Daarnaast zijn de definities van “afvalstof”, “gevaarlijke afvalstof”, “verwerking”, “verwijdering”, “nuttige toepassing”, “nuttige toepassing van materiaal”, “voorbereiding voor hergebruik”, “hergebruik”, “recycling”, “afvalstoffenproducent”, “afvalstoffenhouder”, “handelaar” en “makelaar” in artikel 3, punten 1), 2), 14), 19), 15), 15 bis), 16), 13), 17), 5), 6), 7), en 8), van Richtlijn 2008/98/EG van toepassing.

Amendement 32

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 — lid 2 — punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

verontreinigde afvalstoffen of afval dat stoffen bevat die opgenomen zijn in bijlage IV bij Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen, indien deze niet al bestreken worden door andere lijsten;

Amendement 33

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 — lid 4 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de hoeveelheid afvalstoffen bedraagt niet meer dan 150 kg of een hogere hoeveelheid die per geval door de betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever is overeengekomen.

b)

de hoeveelheid afvalstoffen bedraagt niet meer dan 150 kg voor laboratoriumanalyses, 2 000  kg voor experimentele verwerkingstests, of een hogere hoeveelheid die per geval door de betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever is overeengekomen.

Amendement 34

Voorstel voor een verordening

Artikel 4 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Lid 2 is van toepassing op de overbrenging van gemengd stedelijk afval dat is ingezameld van particuliere huishoudens, van andere afvalstoffenproducenten of van beide, alsook op gemengd stedelijk afval dat een afvalverwerkingshandeling heeft ondergaan die de eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd, wanneer dit afval bestemd is voor handelingen tot nuttige toepassing. De overbrenging van dergelijke voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden.

5.   Lid 2 is van toepassing op de overbrenging van gemengd stedelijk afval dat is ingezameld van particuliere huishoudens, van andere afvalstoffenproducenten of van beide, alsook op gemengd stedelijk afval dat een afvalverwerkingshandeling heeft ondergaan die de eigenschappen ervan niet wezenlijk heeft veranderd , bijvoorbeeld uit afval gewonnen brandstoffen , wanneer dit afval bestemd is voor handelingen tot nuttige toepassing. De overbrenging van dergelijke voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden.

Amendement 35

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 — lid 1 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Alleen kennisgevers die een vergunning hebben ontvangen of zijn geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG, mogen een voorafgaande schriftelijke kennisgeving (“kennisgeving”) indienen.

Alleen kennisgevers die een vergunning hebben ontvangen of zijn geregistreerd overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn 2008/98/EG, exploitanten die proeven voor experimentele behandelingen uitvoeren, of laboratoria, mogen een voorafgaande schriftelijke kennisgeving (“kennisgeving”) indienen.

Amendement 36

Voorstel voor een verordening

Artikel 5 — lid 2 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de kennisgever niet de eerste afvalstoffenproducent is als bedoeld in artikel 3, lid 6, punt a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de eerste afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, lid 6, punt a), ii) of  iii), aangewezen personen het kennisgevingsdocument mede ondertekent.

Indien de kennisgever niet de eerste afvalstoffenproducent is als bedoeld in artikel 3, lid 6, punt a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de eerste afvalstoffenproducent of een van de in artikel 3, lid 6, punt a), ii), iii) of iv) , aangewezen personen het kennisgevingsdocument mede ondertekent. Een handelaar of makelaar zorgt ervoor dat hij beschikt over een schriftelijke machtiging van een van de in artikel 3, lid 6, punt a), i), ii) of iii), genoemde personen om namens hen op te treden, en die schriftelijke machtiging wordt in de kennisgeving opgenomen.

Amendement 37

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 — lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering en er in het land van bestemming aansluitend een verdere handeling tot nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt, kan, in afwijking van lid 5, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering worden vrijgegeven zodra de afvalstoffen de voorlopige inrichting verlaten en de betrokken bevoegde autoriteit de in artikel 16, lid 4, bedoelde verklaring heeft ontvangen. In dat geval wordt een aansluitende overbrenging naar een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering gedekt door een nieuwe borgsom of gelijkwaardige verzekering, tenzij de bevoegde autoriteit van bestemming deze borgsom of deze gelijkwaardige verzekering niet nodig acht. In die omstandigheden is de bevoegde autoriteit van bestemming verantwoordelijk voor de verplichtingen die ontstaan in het geval van terugname indien de overbrenging of de handeling tot verdere nuttige toepassing of verwijdering niet kan worden voltooid zoals gepland als bedoeld in artikel 22, of in het geval van een illegale overbrenging als bedoeld in artikel 24.

6.   Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering en er in het land van bestemming aansluitend een verdere handeling tot nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt, kan, in afwijking van lid 5, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering worden vrijgegeven zodra de afvalstoffen de voorlopige inrichting verlaten en de betrokken bevoegde autoriteit de in artikel 16, lid 4, bedoelde verklaring heeft ontvangen. In dat geval wordt een aansluitende overbrenging naar een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering gedekt door een nieuwe borgsom of gelijkwaardige verzekering, tenzij sprake is van overbrenging tussen twee inrichtingen waarover eenzelfde rechtspersoon de zeggenschap heeft of tenzij de bevoegde autoriteit van bestemming deze borgsom of deze gelijkwaardige verzekering niet nodig acht. In die omstandigheden is de bevoegde autoriteit van bestemming verantwoordelijk voor de verplichtingen die ontstaan in het geval van terugname indien de overbrenging of de handeling tot verdere nuttige toepassing of verwijdering niet kan worden voltooid zoals gepland als bedoeld in artikel 22, of in het geval van een illegale overbrenging als bedoeld in artikel 24.

Amendement 38

Voorstel voor een verordening

Artikel 7 — lid 10 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op [PB: Gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie of het haalbaar is een geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen voor het bepalen van het bedrag van de borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen en stelt in voorkomend geval een uitvoeringshandeling vast om een dergelijke geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Uiterlijk op [PB: Gelieve de datum in te voegen: twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] beoordeelt de Commissie of het haalbaar is een eenvoudige, op risico’s gebaseerde en geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen voor het bepalen van het bedrag van de borgsommen of gelijkwaardige verzekeringen en stelt in voorkomend geval uiterlijk … [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] een uitvoeringshandeling vast om een dergelijke eenvoudige, op risico’s gebaseerde en geharmoniseerde berekeningsmethode vast te stellen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement 39

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 — lid 2 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien de bevoegde autoriteit van verzending binnen 30 dagen na indiening van de kennisgeving geen besluit heeft genomen overeenkomstig lid 1, verstrekt zij de kennisgever op verzoek een gemotiveerde verklaring daarvoor.

Indien de bevoegde autoriteit van bestemming niet in staat is binnen 30 dagen na indiening van de kennisgeving een besluit te nemen overeenkomstig lid 1, stelt zij de kennisgever binnen die 30 dagen daarvan in kennis en verstrekt zij de kennisgever uit eigen beweging een gemotiveerde verklaring daarvoor.  De bevoegde autoriteit neemt binnen 60 dagen na indiening van de kennisgeving een definitief besluit.

Amendement 40

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De schriftelijke toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt op de latere datum zoals vermeld in het kennisgevingsdocument. Zij heeft geen betrekking op een periode van meer dan één kalenderjaar of een kortere periode zoals aangegeven in het besluit van de betrokken bevoegde autoriteiten.

3.   De schriftelijke toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt op de latere datum zoals vermeld in het kennisgevingsdocument. Zij heeft betrekking op een periode van twee kalenderjaren of een kortere periode zoals aangegeven in het besluit van de betrokken bevoegde autoriteiten.

Amendement 41

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De geplande overbrenging mag niet aanvangen voordat is voldaan aan de eisen van artikel 16, lid 1, punten a) en b), en vindt plaats tijdens de geldigheidsduur van de (stilzwijgende of schriftelijke) toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. Over te brengen afvalstoffen moeten het land van verzending hebben verlaten aan het einde van de geldigheidsduur van de stilzwijgende of schriftelijke toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten.

4.   De geplande overbrenging mag niet aanvangen voordat is voldaan aan de eisen van artikel 16, lid 1, en vindt plaats tijdens de geldigheidsduur van de (stilzwijgende of schriftelijke) toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten. Over te brengen afvalstoffen moeten het land van verzending hebben verlaten aan het einde van de geldigheidsduur van de stilzwijgende of schriftelijke toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten.

Amendement 42

Voorstel voor een verordening

Artikel 9 — lid 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

7.   De kennisgever, de betrokken bevoegde autoriteiten en de ontvanger worden in kennis gesteld van de intrekking van de toestemming door middel van een officiële mededeling.

7.   De kennisgever, de betrokken bevoegde autoriteiten, de ontvanger en, met het oog op rapportage, de Commissie worden in kennis gesteld van de intrekking van de toestemming , met inbegrip van de reden van deze intrekking door middel van een officiële mededeling.

Amendement 43

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 — lid 1 — punt a — i

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

i)

de afvalstoffen niet op technisch haalbare en economisch haalbare wijze nuttig kunnen worden toegepast, of moeten worden verwijderd op grond van wettelijke verplichtingen uit hoofde van het Unierecht of het internationaal recht;

i)

de afvalstoffen niet op technisch haalbare, economisch haalbare en milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig kunnen worden toegepast, of moeten worden verwijderd op grond van wettelijke verplichtingen uit hoofde van het Unierecht of het internationaal recht;

Amendement 44

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 — lid 1 — punt a — ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)

de afvalstoffen niet op technisch haalbare en economisch haalbare wijze kunnen worden verwijderd in het land waar zij werden geproduceerd;

ii)

de afvalstoffen niet op technisch haalbare, economisch haalbare en milieuhygiënisch verantwoorde wijze kunnen worden verwijderd in het land waar zij werden geproduceerd;

Amendement 45

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 — lid 1 — punt a — iii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

iii)

de geplande overbrenging of verwijdering in overeenstemming is met de afvalhiërarchie en de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening op het niveau van de Unie en de lidstaten , zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG;

iii)

de geplande overbrenging of verwijdering in overeenstemming is met de afvalhiërarchie en de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening, zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG;

Amendement 46

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 — lid 1 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de kennisgever of de ontvanger eerder niet is veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu;

b)

de kennisgever of de ontvanger eerder niet is veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu of de menselijke gezondheid ;

Amendement 47

Voorstel voor een verordening

Artikel 11 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Indien de betrokken bevoegde autoriteiten geen toestemming hebben verleend voor een geplande overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen de in artikel 9, lid 1, bedoelde termijn van 30  dagen, verliest de kennisgeving van die overbrenging haar geldigheid en is de overbrenging overeenkomstig artikel 4, lid 1, verboden. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen.

3.   Indien de betrokken bevoegde autoriteiten geen toestemming hebben verleend voor een geplande overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen een termijn van 60 dagen, verliest de kennisgeving van die overbrenging haar geldigheid en is de overbrenging overeenkomstig artikel 4, lid 1, verboden. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen.

Amendement 48

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 — lid 1 — punt d — ii

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

ii)

de nuttige toepassing in het land van bestemming plaatsvindt onder voorwaarden die in het algemeen gelijkwaardig zijn aan die van de nationale wetgeving van het land van verzending;

ii)

de nuttige toepassing in het land van bestemming plaatsvindt onder voorwaarden die als gelijkwaardig worden beschouwd aan die van de nationale wetgeving van het land van verzending;

Amendement 49

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 — lid 1 — punt e

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

e)

het beperken van binnenkomende overbrengingen van afvalstoffen die bestemd zijn voor andere handelingen voor nuttige toepassing dan recycling en voorbereiding voor hergebruik is noodzakelijk voor een lidstaat om zijn afvalbeheernetwerk te beschermen, indien vaststaat dat die overbrengingen ertoe zouden leiden dat in de lidstaat zelf geproduceerd afval moet worden verwijderd of verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met hun afvalbeheerplannen;

e)

het beperken van binnenkomende overbrengingen van afvalstoffen die bestemd zijn voor nuttige toepassing is noodzakelijk voor een lidstaat om zijn afvalbeheernetwerk te beschermen, indien kan worden vastgesteld dat die overbrengingen ertoe zouden kunnen leiden dat in de lidstaat zelf geproduceerd afval moet worden verwijderd of verwerkt op een wijze die niet in overeenstemming is met hun afvalbeheerplannen;

Amendement 50

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 — lid 1 — punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

de kennisgever of de ontvanger eerder is veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu;

f)

de kennisgever of de ontvanger eerder is veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu of de gezondheid ;

Amendement 51

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Bezwaren van bevoegde autoriteiten op de in lid 1 , punt d) en e), van dit artikel genoemde gronden worden door de lidstaten aan de Commissie gemeld overeenkomstig artikel 68.

5.   Bezwaren , met inbegrip van de concrete redenen hiervan, van bevoegde autoriteiten op de in lid 1 van dit artikel genoemde gronden worden door de lidstaten aan de Commissie gemeld overeenkomstig artikel 68.

Amendement 52

Voorstel voor een verordening

Artikel 12 — lid 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

5 bis.     De bevoegde autoriteiten stellen de kennisgever in kennis van de concrete redenen van hun bezwaar tegen een geplande overbrenging van afvalstoffen.

Amendement 53

Voorstel voor een verordening

Artikel 13 — lid 1 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

de afvalstoffen in de verschillende overbrengingen hebben in wezen dezelfde fysische en chemische eigenschappen;

a)

de afvalstoffen in de verschillende overbrengingen hebben in wezen dezelfde fysische en chemische eigenschappen , hetgeen moet worden geïnterpreteerd overeenkomstig artikel 28 ;

Amendement 54

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 — lid 2 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

een beschrijving van de gebruikte technologieën, met inbegrip van de R-code(s), voor de handeling tot nuttige toepassing waarvoor voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd;

c)

een beschrijving van de gebruikte technologieën, met inbegrip van de R-code(s), voor de handeling tot nuttige toepassing waarvoor voorafgaande goedkeuring wordt gevraagd , evenals technologieën die toegepast worden om broeikasgas te reduceren, om energie op te wekken, om materiaal nuttig toe te passen, om hulpbronnen efficiënter te gebruiken, alsmede andere relevante technologieën ;

Amendement 55

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 — lid 2 — punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

de hoeveelheid restafval die als gevolg van de handeling tot nuttige toepassing is gegenereerd en het daaropvolgende afvalbeheer;

Amendement 56

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 — lid 2 — punt g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

een bewijs of verklaring dat de rechtspersoon of natuurlijke persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de inrichting, niet veroordeeld is voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met afvalbeheer.

g)

een bewijs of verklaring dat de rechtspersoon of natuurlijke persoon die eigenaar is van of zeggenschap heeft over de inrichting, niet veroordeeld is voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met afvalbeheer , met name als het gaat om de bescherming van het milieu of de menselijke gezondheid .

Amendement 57

Voorstel voor een verordening

Artikel 14 — lid 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

9.   Tenzij anders vermeld in het besluit tot goedkeuring van het verzoek om voorafgaande goedkeuring, is de voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing zeven jaar geldig.

9.   Tenzij anders vermeld in het besluit tot goedkeuring van het verzoek om voorafgaande goedkeuring, is de voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing zeven jaar geldig , waarbij er tijdens de geldigheidsperiode minimaal één inspectie door de relevante autoriteiten wordt uitgevoerd teneinde de naleving van de meest recente vereisten op het gebied van wet- en regelgeving te verifiëren .

 

Een voorafgaande goedkeuring van een inrichting voor nuttige toepassing die is verleend door de bevoegde autoriteit in één lidstaat, is geldig in alle lidstaten. Een bevoegde autoriteit kan evenwel besluiten de voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit van bestemming niet te aanvaarden. Dat besluit en de redenen daarvoor worden meegedeeld aan de inrichting en aan de bevoegde autoriteit die de voorafgaande toestemming heeft verleend.

Amendement 58

Voorstel voor een verordening

Artikel 15 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De met de voorlopige handeling tot nuttige toepassing of verwijdering belaste inrichting bevestigt aan de kennisgever binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen. Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.

3.   De met de voorlopige handeling tot nuttige toepassing of verwijdering belaste inrichting bevestigt aan de kennisgever binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen. Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.

Amendement 59

Voorstel voor een verordening

Artikel 16 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De inrichting bevestigt binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen.

3.   De inrichting bevestigt binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen.

Amendement 60

Voorstel voor een verordening

Artikel 17 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   Een nieuwe kennisgeving is vereist, indien als gevolg van wezenlijke wijzigingen als bedoeld in lid 1 andere bevoegde autoriteiten bij de overbrenging worden betrokken, die niet bij de oorspronkelijke kennisgeving waren betrokken.

3.   Een nieuwe kennisgeving is vereist, indien als gevolg van wezenlijke wijzigingen als bedoeld in lid 1 andere bevoegde autoriteiten bij de overbrenging worden betrokken, die niet bij de oorspronkelijke kennisgeving waren betrokken , tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten unaniem kunnen besluiten af te zien van de noodzaak van een nieuwe kennisgeving .

Amendement 61

Voorstel voor een verordening

Artikel 18 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium en de ontvanger of, indien zij geen toegang hebben tot een in artikel 26 bedoeld systeem, de in lid 2 bedoelde persoon bevestigt binnen één dag na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen.

4.   De inrichting voor nuttige toepassing of het laboratorium en de ontvanger of, indien zij geen toegang hebben tot een in artikel 26 bedoeld systeem, de in lid 2 bedoelde persoon bevestigt binnen twee werkdagen na ontvangst van de afvalstoffen aan de kennisgever en de betrokken autoriteiten dat de afvalstoffen zijn ontvangen door de in bijlage VII bedoelde relevante informatie in te vullen.

Amendement 62

Voorstel voor een verordening

Artikel 21 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De bevoegde autoriteiten van verzending of van bestemming maken op passende wijze informatie openbaar over kennisgevingen van overbrengingen waarmee zij hebben ingestemd of waartegen bezwaar is gemaakt, alsook over overbrengingen van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen gelden, voor zover die informatie niet vertrouwelijk is uit hoofde van nationale of Uniewetgeving.

Zonder onnodige vertraging en uiterlijk 30 dagen nadat zij toestemming hebben gegeven of bezwaar hebben gemaakt, maken de bevoegde autoriteiten van verzending via het in artikel 26, lid 2, bedoelde centrale systeem voor elektronische indiening en uitwisseling of, indien van toepassing, het in artikel 26, lid 3, bedoelde nationale systeem, informatie openbaar over kennisgevingen van overbrengingen waarmee zij hebben ingestemd of waartegen bezwaar is gemaakt, alsook over overbrengingen van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen gelden, voor zover die informatie niet vertrouwelijk is uit hoofde van nationale of Uniewetgeving noch persoonsgegevens bevat die zijn beschermd overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679  (1 bis).

 

De bevoegde autoriteiten maken ten minste de volgende informatie openbaar:

 

a)

a) het soort afval dat is aangewezen overeenkomstig de Europese afvalcode in de Europese afvalcatalogus;

 

b)

de totale hoeveelheid afvalstoffen die volgens de planning worden overgebracht;

 

c)

de verwerkingshandeling die het afval zal ondergaan;

 

d)

de naam van de inrichting op de eindbestemming; en

 

e)

de mededeling of de kennisgeving al dan niet is goedgekeurd.

 

Amendement 63

Voorstel voor een verordening

Artikel 22 — lid 3 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De in lid 2 vermelde terugnameplicht geldt niet indien de betrokken bevoegde autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen door de kennisgever of, indien dat niet mogelijk is, door de bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het land van bestemming of elders op een andere wijze verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden.

De in lid 2 vermelde terugnameplicht geldt niet indien de betrokken bevoegde autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen door de kennisgever of, indien dat niet mogelijk is, door de bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het land van bestemming of elders op een andere en milieuhygiënisch verantwoorde wijze , waarbij de menselijke gezondheid niet in gevaar gebracht wordt, verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden.

Amendement 64

Voorstel voor een verordening

Artikel 24 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Indien een bevoegde autoriteit een overbrenging ontdekt die volgens haar illegaal is, stelt zij onverwijld de overige betrokken bevoegde autoriteiten hiervan in kennis.

1.   Indien een bevoegde autoriteit een overbrenging ontdekt die volgens haar illegaal is, stelt zij onverwijld de overige betrokken bevoegde autoriteiten hiervan in kennis. De betrokken bevoegde autoriteiten van verzending verscherpen de inspecties van latere overbrengingen die vergelijkbaar zijn wat betreft de kennisgever, afvalstoffenproducent, inzamelaar, handelaar, makelaar of houder van afvalstoffen, teneinde verdere illegale overbrengingen te voorkomen.

Amendement 65

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 — lid 1 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De volgende informatie en documenten worden via elektronische weg ingediend en uitgewisseld, hetzij via het in lid 2 bedoelde centrale systeem, hetzij via een nationaal systeem overeenkomstig lid 3:

1.   De volgende informatie , gegevens en documenten worden via elektronische weg ingediend en uitgewisseld, hetzij via het in lid 2 bedoelde centrale systeem, hetzij via een met het centrale systeem verbonden nationaal systeem overeenkomstig lid 3:

Amendement 66

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 — lid 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie beheert een centraal systeem voor de elektronische indiening en uitwisseling van informatie en documenten als bedoeld in lid 1. Dat centrale systeem voorziet in een hub die wordt gebruikt voor de uitwisseling in realtime van de in lid 1 bedoelde informatie en documenten tussen bestaande nationale systemen voor elektronische gegevensuitwisseling.

De Commissie beheert een centraal systeem voor de elektronische indiening en uitwisseling van informatie , gegevens en documenten als bedoeld in lid 1. Dat centrale systeem voorziet in een hub die wordt gebruikt voor de uitwisseling in realtime van de in lid 1 bedoelde informatie en documenten tussen bestaande nationale systemen voor elektronische gegevensuitwisseling. Het centrale systeem slaat gegevens op aan de hand waarvan rapportage mogelijk is en onder andere de frequentie van bezwaren, de tijd tussen de indiening van een kennisgeving en het nemen van een besluit geanalyseerd kunnen worden, alsook het aantal kennisgevingen voor de verschillende soorten handelingen voor nuttige toepassing.

Amendement 67

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     In het centrale systeem opgeslagen informatie wordt gemakkelijk toegankelijk en in een open gegevensformaat openbaar gemaakt, tenzij die informatie krachtens nationale of Uniewetgeving vertrouwelijk is.

Amendement 68

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 — lid 4 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

alternatieve procedures in geval van een tijdelijke storing van het centrale systeem;

Amendement 69

Voorstel voor een verordening

Artikel 26 — lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.     De werking van het centrale systeem wordt om de twee jaar door de Commissie geëvalueerd. De resultaten van deze evaluaties worden meegedeeld aan het Europees Parlement en de lidstaten.

 

Bij de evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met de opmerkingen van de correspondenten. Bij de evaluatie kan tevens rekening worden gehouden met feedback van andere gebruikers, zoals bevoegde autoriteiten en kennisgevers.

Amendement 70

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   Alle uit hoofde van de bepalingen van deze titel ingediende kennisgevingen, informatie, documentatie en andere mededelingen dienen te worden verstrekt in een voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbare taal.

1.   Alle uit hoofde van de bepalingen van deze titel ingediende kennisgevingen, informatie, documentatie en andere mededelingen dienen te worden verstrekt in een voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbare taal. Het Engels wordt in alle gevallen als een aanvaardbare taal beschouwd, tenzij de betrokken bevoegde autoriteit naar behoren motiveert waarom het Engels niet als taal aanvaard wordt.

Amendement 71

Voorstel voor een verordening

Artikel 27 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De kennisgever verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten gewaarmerkte vertalingen van de documenten als bedoeld in lid 1 in een voor hen aanvaardbare taal, indien zij daarom verzoeken.

2.   De kennisgever verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten gewaarmerkte vertalingen van de documenten als bedoeld in lid 1 in een voor hen aanvaardbare taal, indien zij daarom verzoeken. Het Engels wordt in alle gevallen als een aanvaardbare taal beschouwd, tenzij de betrokken bevoegde autoriteit naar behoren motiveert waarom het Engels niet als taal aanvaard wordt.

 

Het op grond van artikel 26 ingestelde centrale databanksysteem vergemakkelijkt de machinevertaling van alle verstrekte informatie. Wanneer gebruikgemaakt is van machinevertaling, gaat de vertaalde informatie die verstrekt wordt, vergezeld van een vermelding daarvan.

Amendement 72

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     In geval van meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten over classificatiekwesties kan de vraag worden doorgestuurd naar de correspondenten van de lidstaten, die de gestelde vragen tijdens vergaderingen kunnen bespreken. Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor dergelijke vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan.

Amendement 73

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 — lid 4 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de geharmoniseerde indeling van afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV in de Unie te vergemakkelijken, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen, zoals verontreinigingsdrempels, op basis waarvan bepaalde afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV worden ingedeeld.

Om de geharmoniseerde indeling van afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV in de Unie te vergemakkelijken, stelt de Commissie overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen of te wijzigen door criteria vast te stellen of te wijzigen , zoals verontreinigingsdrempels, op basis waarvan bepaalde afvalstoffen in bijlage III, III A, III B of IV worden ingedeeld , alsmede de drempels vast te stellen voor de aanmerking van fysische en chemische eigenschappen als zijnde in wezen gelijksoortig .

Amendement 74

Voorstel voor een verordening

Artikel 28 — lid 4 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De Commissie is ook bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen, voor specifieke categorieën goederen waarvoor dit onderscheid van bijzonder belang is voor de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie.

De Commissie stelt eveneens, uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening, overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast teneinde deze verordening aan te vullen door criteria vast te stellen om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afvalstoffen, voor specifieke categorieën goederen waarvoor dit onderscheid van bijzonder belang is voor de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie , ook om ontwijking van de in deze verordening vastgestelde regelgeving te voorkomen De in deze gedelegeerde handelingen vastgestelde criteria zijn dezelfde als die van Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement 75

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 — titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Overeenkomsten voor grensgebieden

Multilaterale overeenkomsten

Amendement 76

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   In uitzonderingsgevallen en wanneer de specifieke geografische of demografische situatie zulks rechtvaardigt, kunnen lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten ter versoepeling van de kennisgevingsprocedure voor grensoverschrijdende overbrengingen van specifieke afvalstromen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting in het grensgebied tussen beide betrokken lidstaten.

1.   In uitzonderingsgevallen en wanneer de specifieke geografische of demografische situatie zulks rechtvaardigt, kunnen lidstaten bilaterale of multilaterale overeenkomsten sluiten ter versoepeling van de kennisgevingsprocedure voor grensoverschrijdende overbrengingen van specifieke afvalstromen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting in het grensgebied tussen twee of meer betrokken lidstaten.

 

Dergelijke overeenkomsten kunnen tevens worden gesloten voor de overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen overeenkomstig artikel 11, indien de geografische en demografische situatie het sluiten van deze overeenkomsten rechtvaardigt. In dit verband kunnen de voorwaarden van artikel 11, lid 1, punten a) tot en met f), worden versoepeld voor grensoverschrijdende overbrengingen naar de dichtstbijzijnde geschikte inrichting voor verwijdering, overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG en het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen.

 

In de multilaterale overeenkomsten wordt aangetoond dat het afval wordt verwerkt overeenkomstig de afvalhiërarchie en de beginselen van nabijheid en zelfvoorziening op het niveau van de Unie en de lidstaten, zoals vastgelegd in Richtlijn 2008/98/EG; dat het afval wordt verwerkt overeenkomstig de milieubeschermingsnormen, in overeenstemming met de wetgeving van de Unie; dat, indien de inrichting valt onder Richtlijn 2010/75/EU, de beste beschikbare technieken als omschreven in artikel 3, lid 10, van die richtlijn worden toegepast in overeenstemming met de vergunning voor de inrichting; en dat de overeenkomsten niet leiden tot een aanzienlijke versnippering van de Uniemarkt voor de overbrenging van afvalstoffen.

Amendement 77

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   De in lid 1 bedoelde bilaterale overeenkomsten kunnen ook worden gesloten wanneer afval wordt overgebracht vanuit het land van verzending en daar wordt behandeld, maar door andere lidstaten wordt overgebracht.

2.   De in lid 1 bedoelde overeenkomsten kunnen ook worden gesloten wanneer afval wordt overgebracht vanuit het land van verzending en daar wordt behandeld, maar door andere lidstaten wordt overgebracht.

Amendement 78

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 — lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.   De lidstaten kunnen in lid 1 bedoelde bilaterale overeenkomsten ook sluiten met landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

3.   De lidstaten kunnen in lid 1 bedoelde overeenkomsten ook sluiten met landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Amendement 79

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   Van de in dit artikel bedoelde overeenkomsten wordt kennis gegeven aan de Commissie voordat zij van kracht worden.

4.   Van de in dit artikel bedoelde overeenkomsten wordt kennis gegeven aan de Commissie en aan de correspondenten voordat zij van kracht worden. Tijdens correspondentenvergaderingen kunnen vragen aan de correspondenten of punten van zorg in verband met bilaterale of multilaterale overeenkomsten aan de orde worden gesteld. Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor dergelijke vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan.

Amendement 151

Voorstel voor een verordening

Artikel 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 30 bis

Overbrenging uit een ultraperifeer gebied

1.     In afwijking van artikel 5, lid 5, artikel 8, leden 3, 4 en 5, en artikel 9, leden 1, 2, 6 en 7, wordt voor de overbrenging van afvalstoffen tussen een ultraperifeer gebied als bedoeld in artikel 349 VWEU en een lidstaat waarvoor doorvoer door een andere lidstaat vereist is, een stilzwijgend besluit tot toestemming voor doorvoer geacht te zijn genomen door de autoriteit van doorvoer, tenzij deze autoriteit van doorvoer binnen drie dagen na ontvangst van de schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van verzending en van bestemming bezwaar maakt.

2.     Een dergelijke stilzwijgende toestemming is geldig voor de periode die wordt genoemd in de schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van verzending en bestemming.

Amendement 80

Voorstel voor een verordening

Artikel 36 — lid 1 — punt b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

verontreinigde afvalstoffen of afval dat stoffen bevat die de verontreinigingsniveaus overschrijden zoals opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EU) 2019/1021 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen;

Amendement 81

Voorstel voor een verordening

Artikel 37 — lid 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar een land dat is opgenomen in de overeenkomstig artikel 38 opgestelde lijst van landen voor de in die lijst genoemde afvalstoffen.

Lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar een land dat is opgenomen in de overeenkomstig artikel 38 opgestelde lijst van landen voor de in die lijst genoemde afvalstoffen. De uitvoer van kunststofafval naar andere landen dan de EVA-lidstaten waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, valt niet onder artikel 38.

Amendement 82

Voorstel voor een verordening

Artikel 38 — lid 4 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De Commissie werkt regelmatig, en ten minste om de twee jaar na de vaststelling, de lijst bij van landen waarnaar uitvoer is toegestaan, teneinde:

4.   De Commissie werkt regelmatig, en ten minste jaarlijks na de vaststelling, de lijst bij van landen waarnaar uitvoer is toegestaan, teneinde:

Amendement 83

Voorstel voor een verordening

Artikel 40 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig artikel 39 ingediende verzoeken zonder onnodige vertraging en, indien zij ervan overtuigd is dat aan de in dat artikel gestelde eisen is voldaan, neemt zij het land dat het verzoek indient op in de lijst van landen waarnaar uitvoer is toegestaan. De beoordeling wordt gebaseerd op de door het verzoekende land verstrekte informatie en bewijsstukken, alsmede op andere relevante informatie, en beoogt vast te stellen of het land dat het verzoek heeft ingediend, alle nodige maatregelen heeft genomen en uitvoert om ervoor te zorgen dat de betrokken afvalstoffen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd als bedoeld in artikel 56. Om deze beoordeling uit te voeren, gebruikt de Commissie als referentiepunt de relevante bepalingen in de wetgeving en richtsnoeren als bedoeld in bijlage IX.

1.   De Commissie beoordeelt de overeenkomstig artikel 39 ingediende verzoeken zonder onnodige vertraging en, indien zij ervan overtuigd is dat aan de in dat artikel gestelde eisen is voldaan, neemt zij het land dat het verzoek indient op in de lijst van landen waarnaar uitvoer is toegestaan. De beoordeling wordt gebaseerd op de door het verzoekende land verstrekte informatie en bewijsstukken, alsmede op andere relevante informatie, en stelt vast of het land dat het verzoek heeft ingediend, alle nodige maatregelen heeft genomen en uitvoert om ervoor te zorgen dat de betrokken afvalstoffen op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd als bedoeld in artikel 56. Om deze beoordeling uit te voeren, gebruikt de Commissie als referentiepunt de relevante bepalingen in de wetgeving en richtsnoeren als bedoeld in bijlage IX. De Commissie raadpleegt bij de beoordeling ook belanghebbenden, waaronder nationale deskundigen, relevante vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties.

Amendement 84

Voorstel voor een verordening

Artikel 41 — lid 2 — punt c bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

c bis)

De uitvoer van het in de bijlagen III, III A, III B of IV vermeld kunststofafval naar andere landen dan de EVA-landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, is uiterlijk op … [vier jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] uitgefaseerd;

Amendement 85

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De Commissie houdt toezicht op de mate van uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, om ervoor te zorgen dat deze uitvoer niet leidt tot ernstige schade voor het milieu of de menselijke gezondheid in het land van bestemming. In het kader van dat toezicht beoordeelt de Commissie verzoeken van natuurlijke of rechtspersonen die vergezeld gaan van relevante informatie en gegevens waaruit blijkt dat de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie tot ernstige schade voor het milieu of de menselijke gezondheid leidt in een land waarop het OESO-besluit van toepassing is.

1.   De Commissie houdt toezicht op uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, om ervoor te zorgen dat deze uitvoer voldoet aan de in artikel 56 genoemde vereisten van milieuhygiënisch verantwoord beheer in het land van bestemming en geen substantiële nadelige gevolgen heeft voor het beheer van in dat land geproduceerd afval . In het kader van dat toezicht beoordeelt de Commissie verzoeken van natuurlijke of rechtspersonen die vergezeld gaan van relevante informatie en gegevens waaruit blijkt dat de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie niet voldoet aan de in artikel 56 genoemde vereisten van milieuhygiënisch verantwoord beheer in een land waarop het OESO-besluit van toepassing is , of substantiële nadelige gevolgen heeft voor het beheer van in dat land geproduceerd afval .

Amendement 86

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Wanneer de uitvoer van afvalstoffen uit de Unie naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is, binnen korte tijd aanzienlijk is toegenomen en er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen als bedoeld in artikel 56, verzoekt de Commissie de bevoegde autoriteiten van het betrokken land om binnen 60 dagen informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de betrokken afvalstoffen nuttig worden toegepast en over het vermogen van het betrokken land om de betrokken afvalstoffen te beheren. De Commissie kan een verlenging van deze termijn toestaan indien het betrokken land daartoe een met redenen omkleed verzoek indient.

2.   Wanneer er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit blijkt dat het betrokken land in staat is deze afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze nuttig toe te passen als bedoeld in artikel 56, indien er bewijs is dat het betreffende land niet voldoet aan de vereisten van artikel 56 voor deze afvalstoffen, of wanneer er substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in dat land geproduceerd afval vanwege de invoer van afvalstoffen uit de Unie, verzoekt de Commissie de bevoegde autoriteiten van het betrokken land om binnen 60 dagen informatie te verstrekken over de voorwaarden waaronder de betrokken afvalstoffen nuttig worden toegepast en over het vermogen van het betrokken land om de betrokken afvalstoffen , met inbegrip van in het land geproduceerd afval in kwestie, te beheren. De Commissie kan een verlenging van deze termijn toestaan indien het betrokken land daartoe een met redenen omkleed verzoek indient.

Amendement 87

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 3 — punt a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)

een passend rechtskader voor de invoer en het beheer van de betrokken afvalstoffen heeft ingevoerd en ten uitvoer gelegd, alsook passende maatregelen om te zorgen voor milieuhygiënisch verantwoord beheer van het restafval dat wordt gegenereerd door de nuttige toepassing van de betrokken afvalstoffen;

a)

een passend rechtskader voor het beheer van de in dat land geproduceerde en ingevoerde afvalstoffen heeft ingevoerd en ten uitvoer gelegd, alsook passende maatregelen om te zorgen voor milieuhygiënisch verantwoord beheer van de op zijn grondgebied ingevoerde afvalstoffen en van het restafval dat wordt gegenereerd door de nuttige toepassing van deze afvalstoffen;

Amendement 88

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 3 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

over voldoende capaciteit op zijn grondgebied beschikt om de betrokken afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te beheren, rekening houdend met de toegenomen hoeveelheid afvalstoffen die op zijn grondgebied wordt ingevoerd ;

b)

over voldoende capaciteit op zijn grondgebied beschikt om de betrokken afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te beheren, rekening houdend met de toegenomen hoeveelheid afvalstoffen waarvan sprake kan zijn vanwege de invoer van afval op zijn grondgebied;

Amendement 89

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 3 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

een adequate strategie heeft ingevoerd om de mogelijke negatieve gevolgen van een toename van de invoer van de betrokken afvalstoffen voor de inzameling en het beheer van in het land zelf geproduceerde afvalstoffen aan te pakken ;

c)

adequate maatregelen heeft ingevoerd , waaronder afzonderlijke rapportage van in het land zelf geproduceerde afvalstoffen en ingevoerde afvalstoffen, om ervoor te zorgen dat de invoer van de betrokken afvalstoffen geen substantiële nadelige gevolgen heeft voor de inzameling en het beheer van in het land zelf geproduceerde afvalstoffen;

Amendement 90

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 3 — punt d

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

d)

passende handhavingsmaatregelen heeft ingevoerd en ten uitvoer gelegd om mogelijke illegale overbrengingen of behandeling van de betrokken afvalstoffen aan te pakken.

d)

passende handhavingsmaatregelen heeft ingevoerd en ten uitvoer gelegd om mogelijke illegale overbrengingen of een milieuhygiënisch onverantwoorde behandeling van de betrokken afvalstoffen aan te pakken.

Amendement 91

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Met het oog op de in lid 3 bedoelde verificaties raadpleegt de Commissie in voorkomend geval de relevante belanghebbenden.

Amendement 92

Voorstel voor een verordening

Artikel 42 — lid 4 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Indien het betrokken land naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek niet voldoende bewijs levert als bedoeld in lid 3 dat de afvalstoffen overeenkomstig artikel 56 op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de uitvoer van de betrokken afvalstoffen naar dat land te verbieden.

Indien het betrokken land naar aanleiding van het in lid 2 bedoelde verzoek niet voldoende bewijs levert als bedoeld in lid 3 dat de afvalstoffen overeenkomstig artikel 56 op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden beheerd of dat er geen substantiële nadelige gevolgen zijn voor het beheer van in het land zelf geproduceerd afval als gevolg van de invoer van afval , is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de uitvoer van de betrokken afvalstoffen naar dat land te verbieden.

Amendement 93

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     Een natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen uit de Unie uitvoert, zorgt er ook voor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, interne meldingskanalen heeft opgezet, met inbegrip van adequate bescherming van klokkenluiders.

Amendement 94

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Om aan de in lid 1 bedoelde verplichting te voldoen, ziet een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen vanuit de Unie uit te voeren erop toe dat de inrichtingen die de afvalstoffen in het land van bestemming zullen beheren, onderworpen zijn aan een controle door een onafhankelijke en geaccrediteerde derde partij met passende kwalificaties.

2.   Om aan de in lid 1 bedoelde verplichting te voldoen, ziet een natuurlijke persoon of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen vanuit de Unie uit te voeren erop toe dat de inrichtingen die de afvalstoffen in het land van bestemming zullen beheren, onderworpen zijn aan een controle door een onafhankelijke en geaccrediteerde derde partij met passende kwalificaties.  De derde partij die de controle uitvoert, is gecertificeerd overeenkomstig in de Unie of internationaal erkende normen, zoals ISO 19011:2018, en de exporteur ontvangt vóór de uitvoer een schriftelijke bevestiging van die certificering. Om de onafhankelijkheid en objectiviteit van de controle te waarborgen, mag de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht heeft gegeven tot de controle, op geen enkele wijze interveniëren tijdens de uitvoering van de controle.

Amendement 95

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 4 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen uit te voeren, zorgt ervoor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen naar de betrokken inrichting aan een controle als bedoeld in lid 2 is onderworpen en dat de controle regelmatig wordt herhaald volgens een op risico’s gebaseerde aanpak, met een frequentie van ten minste om de drie jaar na de eerste controle .

Een natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen uit te voeren, zorgt ervoor dat de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming zal beheren, voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen naar de betrokken inrichting aan een controle als bedoeld in lid 2 , die niet langer dan twee jaar geleden is uitgevoerd, is onderworpen.

Amendement 96

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 4 — alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij aannemelijke informatie ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X.

Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij bewijs ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X.

Amendement 97

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 7 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Natuurlijke personen of rechtspersonen die afvalstoffen buiten de Unie uitvoeren, dienen voorafgaand aan de uitvoer van afvalstoffen bij de Commissie een controleverslag in, dat berust op de in lid 2 bedoelde controle.

Amendement 98

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

7 bis.     De Commissie stelt een centraal en openbaar toegankelijk register in voor gecontroleerde inrichtingen en actualiseert dit. Het register bevat de naam en de locatie van de gecontroleerde inrichting en de datum van de meest recente controle. De informatie bevat geen vertrouwelijke bedrijfsinformatie, noch informatie over de persoon die opdracht geeft tot de controle. Tevens moet openbaarmaking van persoonsgegevens die beschermd zijn overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 (“AVG”) worden voorkomen.

Amendement 99

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

8.   Indien in een internationale overeenkomst tussen de Unie en een derde land waarop het OESO-besluit van toepassing is, wordt erkend dat de inrichtingen in dat derde land afval op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen beheren overeenkomstig de criteria van bijlage X, zijn natuurlijke en rechtspersonen die voornemens zijn afvalstoffen naar dat derde land uit te voeren, vrijgesteld van de verplichting van lid 2.

8.   Indien in een internationale overeenkomst tussen de Unie en een derde land waarop het OESO-besluit van toepassing is, wordt erkend dat de inrichtingen in dat derde land afval op milieuhygiënisch verantwoorde wijze zullen beheren , zoals bedoeld in artikel 56 en overeenkomstig de criteria van bijlage X, zijn natuurlijke en rechtspersonen die voornemens zijn afvalstoffen naar dat derde land uit te voeren, vrijgesteld van de verplichting van lid 2.

 

Een natuurlijke of rechtspersoon die afvalstoffen vanuit de Unie uitvoert naar een inrichting in een derde land waarmee de Unie een internationale overeenkomst heeft gesloten, voert ook onverwijld een ad-hoccontrole uit indien hij bewijs ontvangt dat een inrichting niet langer voldoet aan de criteria van bijlage X. In dit geval stelt de natuurlijke of rechtspersoon de bevoegde autoriteiten van verzending in kennis van dit bewijs, alsook van zijn voornemen een ad-hoccontrole door te voeren.

Amendement 100

Voorstel voor een verordening

Artikel 43 — lid 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

9 bis.     De Commissie stelt richtsnoeren vast voor de toepassing van dit artikel.

Amendement 101

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 — lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Met het oog op de uitvoer van afvalstoffen worden de overgebrachte afvalstoffen geacht met betrekking tot de betrokken nuttige toepassing of verwijdering op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te worden beheerd, wanneer kan worden aangetoond dat de afvalstoffen zullen worden beheerd in overeenstemming met de eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu die in grote lijnen gelijkwaardig zijn aan de in de wetgeving van de Unie vastgestelde eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu. Bij de beoordeling van een dergelijke brede gelijkwaardigheid is volledige naleving van uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende vereisten niet vereist, maar moet worden aangetoond dat de in het land van bestemming toegepaste eisen een vergelijkbaar niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu waarborgen als de eisen die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie.

2.   Met het oog op de uitvoer van afvalstoffen worden de overgebrachte afvalstoffen geacht met betrekking tot de betrokken nuttige toepassing of verwijdering op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te worden beheerd wanneer kan worden aangetoond dat de afvalstoffen , alsook het restafval dat ontstaat door de handeling tot nuttige toepassing, zullen worden beheerd in overeenstemming met de eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu die gelijkwaardig worden geacht aan de in de wetgeving van de Unie vastgestelde eisen inzake de bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu , met name die in deel 1 van bijlage IX genoemde vereisten, waarbij de in deel 2 van dezelfde bijlage genoemde internationale richtsnoeren als referentiepunten dienen en de in deel 2a van deze bijlage genoemde internationale verdragen inzake arbeidsrechten geëerbiedigd worden . Bij de beoordeling van een dergelijke als zodanig beschouwde gelijkwaardigheid is volledige naleving van uit de wetgeving van de Unie voortvloeiende vereisten niet vereist, maar moet worden aangetoond dat de in het land van bestemming toegepaste en gehandhaafde eisen een vergelijkbaar niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu waarborgen als de eisen die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie.

Amendement 102

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     Uiterlijk op [datum invoegen: 18 maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening] stelt de Commissie richtsnoeren vast ter verduidelijking van het gebruik van de relevante beste beschikbare technieken met betrekking tot de beoordeling van de gelijkwaardigheid.

Amendement 103

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 — lid 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.     Uiterlijk op [datum invoegen: 2 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] publiceert de Commissie een verslag over de vaststelling van verplichte streefcijfers voor het gehalte aan gerecycleerd materiaal voor producten, met name, maar niet uitsluitend, uit kunststof vervaardigde producten, indien deze niet reeds van toepassing zijn krachtens de wetgeving van de Unie. Dit verslag gaat zo nodig vergezeld van wetgevingsvoorstellen.

Amendement 104

Voorstel voor een verordening

Artikel 56 — lid 2 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 quater.     Uiterlijk op … [PB: gelieve de datum in te voegen: 1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] publiceert de Commissie een verslag waarin wordt beoordeeld hoe de uitfasering van de uitvoer van kunststofafval buiten de Unie en de EVA-landen uitwerkt op het milieuhygiënisch verantwoord beheer van kunststofafval. In voorkomend geval gaat dit verslag vergezeld van maatregelen om de vastgestelde nadelige gevolgen voor de afvalbeheercapaciteit van de Unie voor milieuhygiënisch verantwoord beheer van kunststofafval te beperken en innovatie en investeringen in die sector te bevorderen.

Amendement 105

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 — lid 2 — punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

in verzamel-, opslag- en sorteerinrichtingen;

Amendement 106

Voorstel voor een verordening

Artikel 57 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     De lidstaten voeren inspecties uit om illegale overbrengingen van afvalstoffen te voorkomen en op te sporen op basis van een risicogebaseerd selectiemechanisme van de Unie.

 

Om de harmonisatie van de inspecties te waarborgen, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast om de gedetailleerde elementen van het risicogebaseerde selectiemechanisme van de Unie vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Amendement 107

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 — lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.   De inspecties van overbrengingen behelzen ten minste verificatie van documenten, bevestiging van de identiteit van de bij die overbrengingen betrokken actoren en , indien daar aanleiding voor is, fysieke controle van de afvalstoffen.

1.   De inspecties van overbrengingen behelzen ten minste verificatie van documenten, bevestiging van de identiteit van de bij die overbrengingen betrokken actoren en fysieke controle van de afvalstoffen.

Amendement 108

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 — lid 2 — alinea 1 — punt a bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

a bis)

ten aanzien van het controleverslag overeenkomstig artikel 42;

Amendement 109

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   Met name om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 gelden, bestemd is voor handelingen voor nuttige toepassing die in overeenstemming zijn met artikel 56, kunnen de bij inspecties betrokken autoriteiten van de opdrachtgever voor de overbrenging verlangen dat hij de relevante bewijsstukken overlegt die door de inrichting voor voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing zijn verstrekt en indien nodig door de bevoegde autoriteit van bestemming zijn goedgekeurd.

5.   Met name om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 gelden, bestemd is voor handelingen voor nuttige toepassing die in overeenstemming zijn met artikel 56, verlangen de bij inspecties betrokken autoriteiten van de opdrachtgever voor de overbrenging dat hij het overeenkomstig artikel 42 vereiste controleverslag alsook, in voorkomend geval, de relevante bewijsstukken overlegt die door de inrichting voor voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing zijn verstrekt en indien nodig door de bevoegde autoriteit van bestemming zijn goedgekeurd.

Amendement 110

Voorstel voor een verordening

Artikel 58 — lid 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

6.   Wanneer de in lid 4 bedoelde bewijsstukken niet zijn verstrekt aan de bij inspecties betrokken autoriteiten binnen de door hen gestelde termijn, of de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend worden geacht om tot een conclusie te kunnen komen, wordt de betreffende overbrenging als een illegale overbrenging beschouwd en zijn de artikelen 24 en 25 daarop van toepassing. De bij inspecties betrokken autoriteiten brengen onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de inspectie heeft plaatsgevonden dienovereenkomstig op de hoogte.

6.   Wanneer de in lid 4 of lid 5  bedoelde bewijsstukken niet zijn verstrekt aan de bij inspecties betrokken autoriteiten binnen de door hen gestelde termijn, of de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend worden geacht om tot een conclusie te kunnen komen, wordt de betreffende overbrenging als een illegale overbrenging beschouwd en zijn de artikelen 24 en 25 daarop van toepassing. De bij inspecties betrokken autoriteiten brengen onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de inspectie heeft plaatsgevonden dienovereenkomstig op de hoogte.

Amendement 111

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 — lid 2 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.   Inspectieplannen omvatten ten minste de volgende elementen:

2.    Inspectieplannen bevatten het minimumaantal fysieke inspecties van inrichtingen en overbrengingen van afvalstoffen, in overeenstemming met de overeenkomstig artikel 59, lid 1, uitgevoerde risicobeoordeling. De plannen bevatten geen details omtrent de operationele programmering. De inspectieplannen omvatten ten minste de volgende elementen:

Amendement 112

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 — lid 2 — punt c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

informatie over geplande inspecties, inclusief fysieke controles;

c)

informatie over het aantal en de soorten geplande inspecties, inclusief fysieke controles;

Amendement 113

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 — lid 2 — punt g bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

g bis)

informatie over de wijze waarop punten van zorg of onregelmatigheden aan een bepaalde organisatie kunnen worden gemeld, zoals voorzien in de betreffende wetgeving van de Unie inzake klokkenluiden.

Amendement 114

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 — lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.     De lidstaten zien erop toe dat de resultaten van de inspecties die ingevolge voornoemde plannen worden uitgevoerd, evenals de eventuele door de betrokken autoriteiten in vervolg op de inspecties genomen corrigerende maatregelen, de namen van de bij de illegale overbrengingen betrokken exploitanten, en de opgelegde sancties voor het publiek toegankelijk zijn, ook langs elektronische weg.

Amendement 115

Voorstel voor een verordening

Artikel 59 — lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.   De Commissie evalueert de overeenkomstig lid 4 door de lidstaten aangemelde inspectieplannen en stelt zo nodig op basis van de evaluatie van deze plannen verslagen op over de uitvoering van dit artikel. Die verslagen kunnen onder meer aanbevelingen bevatten over prioriteiten van inspecties en over samenwerking en coördinatie op het gebied van handhaving tussen de bij inspecties betrokken autoriteiten. Dergelijke verslagen kunnen in voorkomend geval ook worden voorgelegd tijdens de vergaderingen van de bij artikel 63 ingestelde toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen.

5.   De Commissie evalueert de overeenkomstig lid 4 door de lidstaten aangemelde inspectieplannen en stelt binnen 1 jaar na ontvangst van de inspectieplannen op basis van de evaluatie van deze plannen verslagen op over de uitvoering van dit artikel. In die verslagen wordt rekening gehouden met de stromen, tonnage en waarde van afvalstoffen naar derde landen om relevante prioriteiten vast te stellen. Die verslagen kunnen onder meer aanbevelingen bevatten over prioriteiten van inspecties en over samenwerking en coördinatie op het gebied van handhaving tussen de bij inspecties betrokken autoriteiten. De verslagen kunnen in voorkomend geval ook worden voorgelegd tijdens de vergaderingen van de bij artikel 63 ingestelde toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen en worden beschikbaar gesteld aan het Europees Parlement en de Europese Raad .

Amendement 116

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen publiceert een jaarverslag over trends op het gebied van illegale overbrengingen en beste praktijken om deze aan te pakken, zoals aanbevolen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Amendement 117

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 — lid 3 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 ter.     Binnen twee jaar na haar oprichting stelt de toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen de Commissie een actieplan voor om illegale overbrengingen van afvalstoffen aan te pakken. Het voorstel voor een actieplan wordt ten minste om de vier jaar geactualiseerd op basis van nieuwe of aanhoudende trends op het gebied van illegale overbrengingen en toezichtsactiviteiten.

Amendement 118

Voorstel voor een verordening

Artikel 63 — lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.   De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Naast de in lid 2 bedoelde leden kan de voorzitter in voorkomend geval vertegenwoordigers van andere relevante instellingen, organen, bureaus, agentschappen of netwerken voor de vergaderingen uitnodigen.

4.   De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. Naast de in lid 2 bedoelde leden kan de voorzitter in voorkomend geval vertegenwoordigers van andere relevante instellingen, organen, bureaus, agentschappen, netwerken of andere belanghebbenden voor de vergaderingen uitnodigen.

Amendement 119

Voorstel voor een verordening

Artikel 64 — lid 2 — punt b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de bevoegdheden die respectievelijk aan de Commissie of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zijn verleend bij andere rechtshandelingen, met name Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (65), Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad (66) of Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (67).

b)

de bevoegdheden die respectievelijk aan de Commissie , het Europees Openbaar Ministerie of het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zijn verleend bij andere rechtshandelingen, met name Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad  (1 bis) , Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (65), Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad (66), of Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (67).

 

Amendement 120

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 — lid 4 — alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Het in de eerste alinea vermelde verslag wordt voor het eerst opgesteld vóór [PB: Gelieve de datum in te voegen: het einde van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de vier jaar.

Het in de eerste alinea vermelde verslag wordt voor het eerst opgesteld vóór [PB: Gelieve de datum in te voegen: het einde van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] en vervolgens om de drie jaar.

Amendement 121

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 — lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.     De Commissie beoordeelt en brengt verslag uit aan de Raad en het Europees Parlement over de wijze waarop de financiële verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing moeten zijn op gebruikte goederen of afvalstoffen die vanuit de Unie worden overgebracht.

Amendement 122

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 — lid 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 ter.     Op basis van gegevens uit het centrale systeem en van gegevens uit verslagen van relevante EU-agentschappen moet dit verslag een analyse bevatten van de overbrenging en verwerking van specifieke afvalstromen die in dit verband als illegale praktijken zijn aangemerkt, van de uitvoering van deze verordening, met inbegrip van de naleving door de bevoegde autoriteiten van de in deze verordening vastgestelde termijnen, en van de bijdrage van de sector aan de transitie naar een circulaire economie en klimaatneutraliteit tegen 2050 overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (de “Europese klimaatwet”).

Amendement 123

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 — lid 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quater.     De toezichtsgroep inzake overbrenging van afvalstoffen, de correspondenten en de sectorspecifieke klimaatdialogen en -partnerschappen binnen de afvalstoffensector wordt verzocht het verslag vóór publicatie te evalueren en opmerkingen te maken.

Amendement 124

Voorstel voor een verordening

Artikel 69 — lid 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 quinquies.     Overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad faciliteert de Commissie sectorspecifieke klimaatdialogen en -partnerschappen binnen de economische sector afval.

Amendement 125

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De Commissie houdt op verzoek van de lidstaten of, indien anderszins aangewezen, periodiek een correspondentenvergadering. Tijdens deze vergaderingen onderzoeken de correspondenten de vragen naar aanleiding van de uitvoering van deze verordening en kunnen zij ook andere relevante onderwerpen in verband met de uitvoering van deze verordening bespreken. Bijzondere aandacht kan worden besteed aan besprekingen over het toezicht op de toestand van de Uniemarkt voor de overbrenging van afvalstoffen, teneinde de uitwisseling van optimale praktijken en informatie mogelijk te maken en de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken, met als doel belemmeringen voor de harmonisatie van de praktijken voor de overbrenging van afvalstoffen tussen de lidstaten en de toepassing van milieuvriendelijke technieken voor afvalbeheer weg te nemen.

 

Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor deze vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan.

Amendement 126

Voorstel voor een verordening

Artikel 72 — alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Relevante belanghebbenden worden uitgenodigd voor deze vergaderingen, of, indien van toepassing, gedeelten daarvan.

Amendement 127

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 — lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.     De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 76 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III, in het bijzonder deel I, lid 2, punt f bis), met het oog op wijziging van de verontreinigingsdrempels.

Amendement 128

Voorstel voor een verordening

Artikel 75 — lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.     Uiterlijk op … [12 maanden na de datum van bekendmaking van deze verordening] beoordeelt de Commissie of vermeldingen met betrekking tot mengsels van afval zoals gebruikt schoeisel, kleding en andere textielproducten, met inbegrip van mengsels daarvan, minerale wol en matrassen al dan niet toegevoegd kunnen worden aan bijlage III B. In voorkomend geval gaat deze beoordeling vergezeld van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 76 tot wijziging van bijlage III B.

Amendement 129

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Uiterlijk op 31 december 2035 voert de Commissie, rekening houdend met onder meer de overeenkomstig artikel 69 opgestelde verslagen en de in artikel 59, lid 5, bedoelde evaluatie, een evaluatie uit van deze verordening, en meldt zij de resultaten daarvan aan het Europees Parlement en de Raad, vergezeld van een wetgevingsvoorstel indien de Commissie dit passend acht.

Uiterlijk op 31 december 2030 voert de Commissie, rekening houdend met onder meer de overeenkomstig artikel 69 opgestelde verslagen en de in artikel 59, lid 5, bedoelde evaluatie, een evaluatie uit van deze verordening, en meldt zij de resultaten daarvan aan het Europees Parlement en de Raad, vergezeld van een wetgevingsvoorstel indien de Commissie dit passend acht.

Amendement 130

Voorstel voor een verordening

Artikel 80 — alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Uiterlijk op 31 december [2038] evalueert de Commissie de gegevens en motiveringen die ten grondslag liggen aan het besluit om de uitvoer van kunststofafval naar landen buiten de Unie en de EVA-landen te beperken, teneinde de evenredigheid van die maatregel te beoordelen.

Amendement 131

Voorstel voor een verordening

Bijlage I A — vak 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7)

VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7)

1.

Vaten

1.

Vaten

2.

Houten vaten

2.

Houten vaten

3.

Blikken (jerrycans)

3.

Blikken (jerrycans)

4.

Kisten

4.

Kisten

5.

Zakken

5.

Zakken

6.

Samengestelde verpakking

6.

Samengestelde verpakking

7.

Drukcontainers

7.

Drukcontainers

8.

Onverpakt

8.

Onverpakt

9.

Andere (specificeer)

9.

Balen

 

10.

Andere (specificeer)

Amendement 132

Voorstel voor een verordening

Bijlage I B — vak 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7)

VERPAKKINGSTYPE(N) (vak 7)

1.

Vaten

1.

Vaten

2.

Houten vaten

2.

Houten vaten

3.

Blikken (jerrycans)

3.

Blikken (jerrycans)

4.

Kisten

4.

Kisten

5.

Zakken

5.

Zakken

6.

Samengestelde verpakking

6.

Samengestelde verpakking

7.

Drukcontainers

7.

Drukcontainers

8.

Onverpakt

8.

Onverpakt

9.

Andere (specificeer)

9.

Balen

 

10.

Andere (specificeer)

Amendement 133

Voorstel voor een verordening

Bijlage I C — deel V — punt 46 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Vak 18: Dit vak moet worden ingevuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing bij ontvangst van het afval. Kruis het hokje van het betreffende type inrichting aan. Voor wat betreft de ontvangen hoeveelheid zij verwezen naar de specifieke instructies voor vak 5 (paragraaf 36). De laatste vervoerder ontvangt een ondertekend afschrift van het vervoersdocument. Indien de overbrenging om de een of andere reden wordt geweigerd, dient de vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing direct contact op te nemen met zijn of haar bevoegde autoriteit. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, of, in voorkomend geval, artikel 15, lid 3, van deze verordening en het OESO-besluit moet binnen één dag aan de kennisgever en de relevante autoriteiten worden bevestigd dat de afvalstoffen zijn ontvangen (met uitzondering van de OESO-landen van doorvoer die aan het OESO-secretariaat hebben gemeld dat zij dergelijke afschriften van het vervoersdocument niet wensen te ontvangen). Het originele vervoersdocument moet worden bewaard door de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing.

Vak 18: Dit vak moet worden ingevuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing bij ontvangst van het afval. Kruis het hokje van het betreffende type inrichting aan. Voor wat betreft de ontvangen hoeveelheid zij verwezen naar de specifieke instructies voor vak 5 (paragraaf 36). De laatste vervoerder ontvangt een ondertekend afschrift van het vervoersdocument. Indien de overbrenging om de een of andere reden wordt geweigerd, dient de vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing direct contact op te nemen met zijn of haar bevoegde autoriteit. Overeenkomstig artikel 16, lid 3, of, in voorkomend geval, artikel 15, lid 3, van deze verordening en het OESO-besluit moet binnen twee werkdagen aan de kennisgever en de relevante autoriteiten worden bevestigd dat de afvalstoffen zijn ontvangen (met uitzondering van de OESO-landen van doorvoer die aan het OESO-secretariaat hebben gemeld dat zij dergelijke afschriften van het vervoersdocument niet wensen te ontvangen). Het originele vervoersdocument moet worden bewaard door de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing.

Amendement 134

Voorstel voor een verordening

Bijlage III — deel I — alinea 2 — punt f bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

f bis)

voor afvalstoffen die binnen de Unie worden overgebracht, wordt onder de verwijzing naar “nagenoeg vrij van verontreiniging en andere soorten afval” [in Bazel-code B3011] verstaan dat het verontreinigingsgehalte in totaal niet meer dan 6 % van de zending bedraagt;

Amendement 135

Voorstel voor een verordening

Bijlage III — deel I — alinea 2 — punt g

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

g)

is Bazel-code B3011 niet van toepassing voor afvalstoffen die binnen de Unie worden overgebracht, en is in plaats daarvan het volgende van toepassing:

Schrappen

[…]

 

 

(Dit amendement geldt voor de hele tekst. De verwijzingen naar code EU3011 worden vervangen door verwijzingen naar Bazel-code B3011.)

Amendement 136

Voorstel voor een verordening

Bijlage III A — punt 2 — punt e bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e bis)

mengsels van afvalstoffen vallend onder de Bazel-codes B1010 en B2020;

Amendement 137

Voorstel voor een verordening

Bijlage III A — punt 2 — punt e ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

e ter)

mengsels van afvalstoffen vallend onder de Bazel-codes B3011, B3040 en B1010, beperkt tot afval van raam- en deurkozijnen.

Amendement 138

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV — deel I — alinea 1 — subalinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Afvalstoffen die als gevaarlijk zijn aangemerkt in de lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG.

Amendement 139

Voorstel voor een verordening

Bijlage IV — deel I — alinea 2 — punt f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

is Bazel-code Y48 niet van toepassing voor afvalstoffen die binnen de Unie worden overgebracht, en is in plaats daarvan het volgende van toepassing:

Schrappen

[…]

 

 

(Dit amendement geldt voor de hele tekst. De verwijzingen naar code EU48 worden vervangen door verwijzingen naar Bazel-code Y48.)

Amendement 140

Voorstel voor een verordening

Bijlage V — punt 2 — alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Deze bijlage bestaat uit twee delen. Artikel 36 verwijst verder naar de lijst van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG. In het kader van deze verordening en om na te gaan of een bepaalde afvalstof voorkomt in de lijst zoals bedoeld in artikel 36 van deze verordening, is de lijst van afvalstoffen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG alleen van toepassing als deel 1 van deze bijlage niet van toepassing is. Uitsluitend als een afvalstof niet voorkomt in deel 1 van deze bijlage of in de lijst zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG moet worden nagegaan of de afvalstof voorkomt in deel 2 van deze bijlage.

Deze bijlage bestaat uit twee delen. Artikel 36 verwijst verder naar de lijst van afvalstoffen zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG. In het kader van deze verordening en om na te gaan of een bepaalde afvalstof voorkomt in de lijst zoals bedoeld in artikel 36 van deze verordening, is de lijst van afvalstoffen waarnaar verwezen wordt in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG alleen van toepassing als deel 1 van deze bijlage niet van toepassing is. Uitsluitend als een afvalstof niet voorkomt in deel 1 van deze bijlage en niet is opgenomen als gevaarlijke afvalstof in de lijst zoals bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG (namelijk afvalstoffen die met een asterisk zijn gemarkeerd), moet worden nagegaan of de afvalstof voorkomt in deel 2 van deze bijlage.

Amendement 141

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII — deel 2 — punt 7 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

 

Amendement

7 bis)

Fundamentele IAO-verdragen

Ondertekend:

Geratificeerd:

ja □

ja □

nee □

nee □

Amendement 142

Voorstel voor een verordening

Bijlage VIII — deel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Deel 2 bis (nieuw)

 

Verbintenis om ervoor te zorgen dat afvalstoffen die van de Europese Unie worden ontvangen, worden beheerd en behandeld overeenkomstig artikel 56

 

Hierbij verklaart [naam en contactgegevens van de bevoegde autoriteit] namens [land] (hierna “het land”) dat het land ervoor zorgt dat alle naar zijn grondgebied overgebrachte afvalstoffen worden beheerd overeenkomstig artikel 56 van deze verordening, zonder gevaar voor de menselijke gezondheid en op een milieuhygiënisch verantwoorde wijze.

Amendement 143

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX — deel 1 — punt 2 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies.

b)

Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies , met inbegrip van de aangenomen best beschikbare technieken .

Amendement 144

Voorstel voor een verordening

Bijlage IX — deel 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.

Internationale verdragen inzake arbeidsrechten

 

De acht fundamentele IAO-verdragen overeenkomstig de IAO-verklaring betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk  (1 bis)

Amendement 145

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.

Bij de in artikel 43, lid 2, bedoelde audit wordt gecontroleerd of de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming beheert, aan de volgende voorwaarden voldoet:

1.

Bij de in artikel 43, lid 2, bedoelde controle wordt gecontroleerd of de daadwerkelijke uitvoering van alle activiteiten van de inrichting die de afvalstoffen in het land van bestemming beheert, in voorkomende gevallen aan de volgende voorwaarden voldoet:

Amendement 146

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 1 — b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

b)

de inrichting is op een veilige en milieuverantwoorde manier ontworpen, gebouwd en wordt op een veilige en milieuverantwoorde manier geëxploiteerd, en beschikt met name over de vereiste processen, organisatie en infrastructuur om de betrokken afvalstoffen te behandelen, en over verzekeringen die mogelijke risico’s en aansprakelijkheid dekken. Hiertoe moet ten minste de informatie over de afvalverwerkingsmethoden worden gecontroleerd, met inbegrip van de wijze waarop de inrichting omgaat met restafval, met name via traceerbaarheid in de verdere keten;

b)

de inrichting is op een veilige en milieuverantwoorde manier ontworpen, gebouwd en wordt op een veilige en milieuverantwoorde manier geëxploiteerd, en beschikt met name over de vereiste processen, passende recyclingtechnologie, organisatie en infrastructuur om de betrokken afvalstoffen te behandelen, en over verzekeringen die mogelijke risico’s en aansprakelijkheid dekken. Hiertoe moet ten minste de informatie over de afvalverwerkingsmethoden worden gecontroleerd, met inbegrip van de wijze waarop de inrichting omgaat met restafval, met name via traceerbaarheid in de verdere keten;

Amendement 147

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 1 — c — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

c)

de inrichting beschikt over systemen, procedures en technieken voor beheer en monitoring die tot doel hebben de volgende effecten te voorkomen, te verminderen, tot een minimum te beperken, of, voor zover haalbaar, weg te nemen:

c)

de inrichting beschikt over en maakt gebruik van systemen, procedures en technieken voor beheer en monitoring die tot doel hebben de volgende effecten te voorkomen, te verminderen, tot een minimum te beperken, of, voor zover haalbaar, weg te nemen:

Amendement 148

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 1 — f

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

f)

de inrichting houdt registers bij over haar afvalbeheer en afvaloverbrengingen in de afgelopen vijf jaar en kan deze registers overleggen;

f)

de inrichting houdt registers bij over haar afvalbeheer en afvaloverbrengingen in de afgelopen vijf jaar en kan deze registers overleggen; wanneer de inrichting minder dan vijf jaar in bedrijf is geweest, houdt zij registers bij over haar afvalbeheer en afvaloverbrengingen gedurende de periode dat zij in bedrijf is geweest, en kan zij deze registers overleggen;

Amendement 149

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 2 — inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.

Bij het toetsen van de naleving van de bovengenoemde criteria moet de onafhankelijke derde die de audit uitvoert met name rekening houden met, als referentiepunt en indien relevant:

2.

Bij het toetsen van de naleving van de bovengenoemde criteria door de inrichting bij alle relevante activiteiten moet de onafhankelijke derde die de controle uitvoert met name rekening houden met, als referentiepunt en indien relevant:

Amendement 150

Voorstel voor een verordening

Bijlage X — punt 2 — b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

b bis)

andere wetgeving van de Unie als bedoeld in bijlage IX, deel 1.


(1)  De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0290/2022).

(31)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(31)  Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

(34)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640).

(35)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 11 maart 2020: “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098).

(36)  Conclusies van de Raad: “Naar een circulair en groen herstel” (13852/20 OJ CONS 34).

(37)  Resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (2020/2077(INI)).

(34)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640).

(35)  Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 11 maart 2020: “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098).

(36)  Conclusies van de Raad: “Naar een circulair en groen herstel” (13852/20 OJ CONS 34).

(37)  Resolutie van het Europees Parlement van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (2020/2077(INI)).

(52)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(52)  PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.

(53)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(53)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(1 bis)   Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(65)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(66)  Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).

(67)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

(1 bis)   Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

(65)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(66)  Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1).

(67)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

(1 bis)   https://www.ilo.org/declaration/lang--en/index.htm


Top