EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 20.7.2021
SWD(2021) 718 final
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE
Verslag over de rechtsstaat 2021
Landenhoofdstuk over Luxemburg
bij het document
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Verslag over de rechtsstaat 2021
Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie
{COM(2021) 700 final} - {SWD(2021) 701 final} - {SWD(2021) 702 final} - {SWD(2021) 703 final} - {SWD(2021) 704 final} - {SWD(2021) 705 final} - {SWD(2021) 706 final} - {SWD(2021) 707 final} - {SWD(2021) 708 final} - {SWD(2021) 709 final} - {SWD(2021) 710 final} - {SWD(2021) 711 final} - {SWD(2021) 712 final} - {SWD(2021) 713 final} - {SWD(2021) 714 final} - {SWD(2021) 715 final} - {SWD(2021) 716 final} - {SWD(2021) 717 final} - {SWD(2021) 719 final} - {SWD(2021) 720 final} - {SWD(2021) 721 final} - {SWD(2021) 722 final} - {SWD(2021) 723 final} - {SWD(2021) 724 final} - {SWD(2021) 725 final} - {SWD(2021) 726 final} - {SWD(2021) 727 final}
Samenvatting
Het Luxemburgse justitieel stelsel wordt nog steeds gekenmerkt door een gunstige perceptie van de rechterlijke onafhankelijkheid en geldt over het geheel genomen als efficiënt. De herziening van de grondwet, die tot doel heeft de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken, vordert, en het laatste ontwerp voorziet in de oprichting van een raad voor de rechtspraak en bevat een duidelijke verwijzing naar de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie. Daarbij wordt de bevoegdheid van de minister van Justitie om openbaar aanklagers instructies te geven in individuele zaken, afgeschaft. De COVID-19-pandemie heeft laten zien dat de rechterlijke macht verder moet worden gedigitaliseerd om de veerkracht van het justitieel stelsel te waarborgen en justitie op de langere termijn in algemene zin te moderniseren. Er zijn concrete wijzigingsvoorstellen in voorbereiding om het stelsel van rechtsbijstand te verbeteren.
De regering beoordeelt momenteel of de regels voor corruptiebestrijding moeten worden aangescherpt, waarbij het accent vooral ligt op corruptiepreventie. De lobbyactiviteiten worden voor een deel gereguleerd via een gedragscode voor parlementsleden, maar de algemene samenhang en de uitvoering vertonen nog steeds tekortkomingen. Er is nog ruimte voor verbetering op het gebied van “draaideurpraktijken”, aangezien er alleen specifieke bepalingen zijn voor leden van de regering. De ethische commissie — een extern controleorgaan — heeft hier ook op gewezen. De regelgeving inzake de financiering van politieke partijen is herzien om de transparantie te vergroten. Er is nog geen wetgeving ter bescherming van klokkenluiders, maar er bestaan specifieke meldingskanalen binnen de groothertogelijke politie. In het kader van de COVID-19-pandemie heeft de groothertogelijke politie, nadat zij potentiële corruptierisico’s tijdens de pandemie had geïdentificeerd, alle rechtshandhavingsfunctionarissen herinnerd aan de toepasselijke ethische beginselen.
Luxemburg heeft de wettelijke waarborgen voor de onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de regulerende instantie voor de media verder versterkt en de middelen ervan opgehoogd. Doel ervan is de in het verslag van vorig jaar geuite bezorgdheid over de doeltreffendheid van deze instantie weg te nemen. Voorts wordt de steunregeling voor de pers momenteel hervormd om deze technologisch neutraal te maken en uit te breiden naar online nieuwsmedia, maar het is in dit stadium nog onduidelijk of ook freelancejournalisten eronder zullen vallen. Luxemburg beschikt over een stevig kader voor de bescherming van journalisten. De autoriteiten hebben een tijdelijke steunregeling voor uitgevers en journalisten opgezet om de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de media te verzachten. De lange procedures om toegang te krijgen tot officiële documenten blijven een punt van zorg.
Het parlement heeft twee nieuwe grondwetsherzieningen voorgesteld, om burgers rechtstreekse toegang te bieden tot het grondwettelijk hof en om bepalingen met betrekking tot de staat, het staatshoofd en de regering te stroomlijnen. Beide voorstellen worden momenteel in het parlement besproken en er zijn nog raadplegingen gaande. Luxemburg heeft de maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie voornamelijk vastgesteld door middel van de gewone wetgevingsprocedures, maar er is bezorgdheid geuit over de beperkte inspraakmogelijkheden voor belanghebbenden. Het “Huis van de mensenrechten”, een project om synergieën te bevorderen en instellingen die de grondrechten beschermen samen te brengen, is gereedgekomen. Hoewel de COVID-19-pandemie gevolgen heeft gehad voor het werk van ngo’s, kan het maatschappelijk middenveld in Luxemburg vrijelijk opereren en heeft de regering subsidies beschikbaar gesteld om ngo’s in deze periode te ondersteunen.
I.Justitieel stelsel
Het justitiële stelsel omvat twee afzonderlijke soorten rechtbanken: de gewone rechtbanken, die bevoegd zijn voor civielrechtelijke en strafzaken, en de administratieve rechtbanken, die belast zijn met de behandeling van bestuursrechtelijke zaken. Tot de gewone rechtbanken behoren drie vredegerechten, twee arrondissementsrechtbanken met algemene rechtsbevoegdheid, een hof van beroep en een hof van cassatie. De administratieve tak omvat een administratieve rechtbank in eerste aanleg en een administratieve rechtbank in tweede aanleg. Het grondwettelijk hof is onderdeel van het gerechtelijk apparaat en oordeelt of wetten verenigbaar zijn met de grondwet. Kandidaat-rechters worden gekozen door een comité dat uitsluitend uit rechters bestaat en worden vervolgens formeel benoemd door de uitvoerende macht. Voor posten bij het hooggerechtshof en bij de administratieve rechtbank in tweede aanleg worden rechters door de uitvoerende macht benoemd op advies van respectievelijk het hooggerechtshof of de administratieve rechtbank. Het Openbaar Ministerie is onafhankelijk maar vervolging wordt ingesteld onder het gezag van de minister van Justitie. De twee ordes van advocaten zijn onafhankelijk en vertegenwoordigen in Luxemburg gevestigde advocaten. Elke orde van advocaten heeft een vergadering, een raad, een voorzitter en, voor de hele beroepsgroep, een administratieve en tuchtraad. Luxemburg neemt deel aan het Europees Openbaar Ministerie.
Onafhankelijkheid
De perceptie van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht blijft hoog. Volgens 77 % van de bevolking is de onafhankelijkheid van rechtbanken en rechters “redelijk goed tot zeer goed”, en 69 % van de ondernemingen is dezelfde mening toegedaan
. De perceptie van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is sinds 2016 onverminderd hoog en is onder het algemene publiek gestaag gestegen, maar is in het bedrijfsleven in de afgelopen vijf jaar geleidelijk afgenomen
.
De herziening van de grondwet teneinde een raad voor de rechtspraak op te richten, vordert. Tussen 2009 en 2019 werd in Luxemburg gedebatteerd over een nieuwe ontwerpgrondwet. Het ontwerp is in 2020 ingetrokken en vervangen door een voorstel voor een aantal gerichte herzieningen van verschillende delen van de grondwet. Er is een herziening van hoofdstuk VI van de grondwet, inzake justitie, voorgesteld teneinde een raad voor de rechtspraak op te richten en meer algemeen de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te versterken In de laatste ontwerptekst van de grondwet worden de belangrijkste bevoegdheden van de raad voor de rechtspraak uiteengezet, d.w.z. de selectie van magistraten vóór hun benoeming door de groothertog en het voeren van tuchtprocedures tegen magistraten. De specifieke voorwaarden voor de uitoefening van deze bevoegdheden alsook de samenstelling, de organisatie en de overige bevoegdheden van de raad moeten bij wet worden vastgesteld. In het huidige wetsontwerp wordt uitgegaan van negen leden: drie ambtshalve benoemde leden, drie door collega’s gekozen rechters, een advocaat
en twee vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de academische wereld, die worden aangewezen door het parlement. De autoriteiten overleggen momenteel over verdere wijzigingen van het wetsontwerp, met name om de bepalingen inzake de samenstelling van de toekomstige raad af te stemmen op de desbetreffende normen van de Raad van Europa, uit hoofde waarvan de toekomstige raad voor minstens de helft moet bestaan uit rechters (magistraten) die door hun collega’s worden verkozen
.
De grondwetsherziening, waarbij de bevoegdheid van de minister van Justitie om openbaar aanklagers instructies te geven in individuele zaken wordt afgeschaft, vordert. Vervolging vindt formeel plaats onder het gezag van de minister van Justitie, die bevoegd is het Openbaar Ministerie (OM) instructies te geven om in een individuele zaak over te gaan tot vervolging, maar het OM niet mag opdragen om geen vervolging in te stellen. De wettelijke waarborgen met betrekking tot deze bevoegdheid, in combinatie met het feit dat het OM in de praktijk als onafhankelijk orgaan wordt erkend, lijken het risico voor de autonomie van het Openbaar Ministerie te beperken. Aangezien in de laatste ontwerpamendementen op de grondwet uitdrukkelijk wordt vermeld dat het OM onafhankelijk is, zijn de belanghebbenden van mening dat de instructiebevoegdheid van de minister ongrondwettelijk is. Het moet ook worden opgemerkt dat de minister van Justitie al meer dan twintig jaar geen instructies heeft gegeven in een individuele zaak. De minister van Justitie zou uit hoofde van de ontwerpamendementen nog steeds een zekere mate van gezag uitoefenen over het OM door de koers van het strafrechtelijk beleid te bepalen. Op 23 maart 2021 heeft de raad van state positief geadviseerd over de hernieuwde onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De raad sprak daarbij evenwel zijn voorkeur uit voor de vorige versie van de amendementen, die de minister niet de mogelijkheid bood om sturing te geven aan het OM. De herziening wordt momenteel behandeld in het parlement, waar verdere discussies plaatsvinden en mogelijk nieuwe amendementen worden ingediend.
Kwaliteit
De COVID-19-pandemie heeft tekortkomingen aan het licht gebracht met betrekking tot de digitalisering van het rechtsstelsel. In juni 2020, aan het begin van de COVID-19-pandemie, werd tijdelijke wetgeving aangenomen om het gebruik van reeds bestaande digitale communicatiemiddelen, zoals e-mail, mogelijk te maken, met name voor niet-gevoelige informatie. Deze tijdelijke wetgeving had als doel om het rechtstreekse fysieke contact tussen rechters, rechtbankmedewerkers en gebruikers van de rechtbank te beperken. Afgezien van de tijdelijke maatregelen in verband met de COVID-19-pandemie wordt met het project “papierloze justitie”, dat 13 subprojecten omvat, beoogd de huidige tekortkomingen aan te pakken door het publiek meer informatie over het justitieel stelsel te verstrekken door een portaal op te zetten waar burgers in contact kunnen komen met advocaten, rechters en notarissen, en ervoor te zorgen dat meer rechterlijke beslissingen online worden bekendgemaakt. Het project moet evenwel nog tot concrete resultaten leiden. Het baarde de belanghebbenden zorgen dat de tijdelijke wettelijke bepalingen en de huidige stand van de “papierloze justitie” het niet mogelijk maakten om op afstand te werken en dat er nog geen zittingen hebben plaatsgevonden via een videoverbinding. Zij noemden het e-mailsysteem van justitie een nuttig nieuw instrument, maar tekenden daarbij aan dat de meeste communicatie tussen rechtbanken en advocaten nog steeds per fax verloopt. Bovendien wezen zij op de beperkte bruikbaarheid van de beschikbare online-instrumenten. Het project “papierloze justitie” zal naar verwachting tegen 2026 gereedkomen en operationeel zijn.
Er wordt gewerkt aan concrete voorstellen om het stelsel van rechtsbijstand te hervormen. Het kader voor rechtsbijstand biedt nog altijd uitsluitend de mogelijkheid van volledige terugbetaling van de honoraria van advocaten en de gemaakte gerechtskosten, waarbij de drempel om in aanmerking te komen in een consumentenzaak onder de Eurostat-armoedegrens ligt
. Het eerste voorontwerp van de nieuwe wetgeving is opgesteld door het ministerie van Justitie en zal na raadplegingen, die momenteel plaatsvinden, worden voorgelegd aan het parlement. Volgens de autoriteiten heeft de hervorming tot doel de administratieve procedures te vereenvoudigen en gedeeltelijke rechtsbijstand te verlenen om de rechter toegankelijker te maken voor de burgers.
Efficiëntie
De efficiëntie van de rechtsbedeling in civielrechtelijke zaken blijft hoog en er zijn maatregelen genomen om de gevolgen van de COVID-19-pandemie te verzachten, maar de rechtsbedeling in bestuursrechtelijke en strafzaken is minder efficiënt. De uitbraak van de COVID-19-pandemie heeft een tijdelijke achterstand veroorzaakt in de behandeling van zaken. Om de achterstand weg te werken, werd het reces van de rechtbanken ingekort. De meeste civielrechtelijke zaken werden schriftelijk voortgezet. De achterstanden zijn hierdoor weggewerkt. Dat blijkt onder meer uit de laatste gegevens over de efficiëntie van de rechtsbedeling in civielrechtelijke zaken, die consequent hoog is, hoewel de procedures aanzienlijk langer duren in tweede en derde aanleg
. Het aantal aanhangige civielrechtelijke zaken is laag
, en uit het consequente afhandelingspercentage van ongeveer 100 % blijkt dat de burgerlijke rechtbanken de werklast effectief beheersen
. Strafzaken kregen echter te maken met een grotere achterstand omdat de meeste zittingen tussen maart en mei 2020 werden opgeschort. Tot slot ontbreekt het nog steeds aan gegevens over de duur van gerechtelijke procedures en het aantal aanhangige zaken in de administratieve rechtspraak
.
II.Corruptiebestrijding
Het institutionele kader om corruptie te voorkomen en te bestrijden is sinds het verslag van vorig jaar niet veranderd. Luxemburg heeft geen specifieke corruptiebestrijdingsstrategie, noch een agentschap voor corruptiebestrijding; een juridisch en institutioneel kader voor de bestrijding van corruptie is grotendeels aanwezig. Het ministerie van Justitie is de belangrijkste autoriteit die belast is met corruptiebestrijding in algemene zin, met inbegrip van de beleidscoördinatie. Binnen het ministerie van Justitie fungeert een intergouvernementeel comité, het comité voor corruptiepreventie (Copreco), als raadgevend forum dat het algemene nationale corruptiebestrijdingsbeleid ondersteunt. Hoewel er geen gespecialiseerde instantie voor de vervolging van corruptiezaken als zodanig bestaat, heeft de afdeling Economie en Financiën van het Openbaar Ministerie specifieke bevoegdheden om strafzaken van economische en financiële aard te onderzoeken, waaronder corruptiezaken.
De perceptie van corruptie in de publieke sector blijft laag onder deskundigen en bedrijfsleiders. In de corruptieperceptie-index 2020 van Transparency International scoort Luxemburg 80/100, waarmee het op de 4e plaats komt in de Europese Unie en op de 9e plaats wereldwijd
. Deze perceptie is in de afgelopen vijf jaar
verslechterd
.
De interinstitutionele samenwerking tussen alle betrokken autoriteiten verloopt goed, hoewel de personele middelen van het Openbaar Ministerie een probleem vormen. Bij het Openbaar Ministerie werken 36 magistraten, van wie een derde zich bezighoudt met de bestrijding van economische, financiële en corruptiemisdrijven. Het OM heeft om extra middelen verzocht, maar tot dusver is geen noemenswaardige verhoging toegekend. In het laatste beschikbare jaarverslag
wordt ook gewezen op het gebrek aan kandidaten om de vacatures te vervullen, een tendens die dit jaar doorzette, met name binnen de afdeling Economie en Financiën van het OM
. De autoriteiten hebben niettemin opgemerkt dat de middelen in complexe onderzoeken snel kunnen worden afgestemd op specifieke behoeften, waardoor de doeltreffendheid van het Openbaar Ministerie gewaarborgd is
. De belangrijkste ontwikkeling ten opzichte van vorig jaar is de verbetering van de IT-infrastructuur, waardoor aanklagers op afstand kunnen werken, met volledige toegang tot dossiers. Er zijn geen tekortkomingen gemeld wat betreft het rechtskader voor de bestrijding van financiële misdrijven, en de samenwerking met de financiële inlichtingendienst verloopt goed.
De regering beoordeelt momenteel of de regels voor corruptiebestrijding moeten worden aangescherpt. Het accent ligt daarbij vooral op preventie. Het Copreco heeft recent evenwel niet vergaderd — fysiek noch online — en heeft geen schriftelijke opmerkingen ontvangen van ministeries over mogelijke tekortkomingen in de wetgeving inzake corruptiebestrijding
. Alle nieuwe ambtenaren moeten een module over corruptiebestrijding volgen in het kader van hun verplichte opleiding. Tijdens de COVID-19-pandemie vond deze cursus online plaats
.
De regelgeving inzake belangenconflicten en draaideurpraktijken biedt ruimte voor verbetering. Er zijn vier gedragscodes van kracht waarop de betrokken instanties intern toezicht houden, met uitzondering van de gedragscode voor de leden van de regering, die door een extern orgaan (de ethische commissie) wordt gemonitord. Alleen deze laatste code bevat bepalingen inzake draaideurpraktijken voor ministers, hetgeen in het verslag over de rechtsstaat van vorig jaar werd aangemerkt als een tekortkoming. In 2020 heeft de ethische commissie twee nieuwe zaken met betrekking tot dezelfde hoge ambtenaar onderzocht. Die zaken boden de commissie de gelegenheid advies uit te brengen over het toepasselijke rechtskader. De commissie stelde dat artikel 12 van de gedragscode, waarbij het voormalige regeringsleden wordt verboden activiteiten te ontplooien waarbij zij in contact komen met hun voormalige regering, wel makkelijk toepasbaar en controleerbaar is, maar dat de toepassing van artikel 11, waarbij het voormalige ministers wordt verboden om niet-openbare informatie te gebruiken of te verspreiden, een lastige aangelegenheid is
. De commissie heeft de premier in dit verband een aanbeveling gedaan om de regels te verbeteren
.
Er blijven tekortkomingen bestaan op het gebied van lobbyactiviteiten en vermogensverklaringen. Het gebrek aan samenhang en aan toezicht op de verplichting van de parlementsleden om hun vermogen en ontvangen geschenken op te geven, blijven de voornaamste problemen, zoals ook opgemerkt door de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) van de Raad van Europa
. Lobbyactiviteiten zijn momenteel niet aan alomvattende regels onderworpen. De leden van het parlement passen hun eigen gedragscode toe, die wel geldt voor bijeenkomsten in het parlement, maar niet voor informele contacten
. Voorts gelden er geen lobbyregels voor leden van de regering en hooggeplaatste adviseurs.
De regelgeving inzake de financiering van politieke partijen is herzien. Op 15 december 2020 werd bij de wet inzake de financiering van politieke partijen voor alle kandidaten bij nationale en Europese verkiezingen de plicht ingevoerd om alle giften boven 250 EUR op te geven
. In de wet is ook bepaald dat valse verklaringen strafbaar zijn uit hoofde van het wetboek van strafrecht
. Bovendien moet worden opgemerkt dat alle politieke partijen een overzicht van hun inkomsten en uitgaven moeten indienen, dat ter verificatie wordt voorgelegd aan de rekenkamer
.
Het rechtskader inzake transparantie en open bestuur wordt veelvuldiger toegepast en dat heeft geleid tot verschillende verbeteringen, al zijn er nog steeds tekortkomingen wat betreft de toegang tot informatie. In de eerste jaren waarin de wet van 14 september 2018 inzake de toegang tot documenten werd toegepast, heeft het maatschappelijk middenveld gewezen op het beperkte toepassingsgebied en de mogelijk negatieve gevolgen daarvan voor een doeltreffende corruptiebestrijding. Bij deze wet wordt weliswaar het recht verleend om te verzoeken om toegang tot documenten, maar wordt niet voorzien in een algemeen recht om informatie op te vragen. Dit betekent dat een verzoekende partij die niet weet van het bestaan van een specifiek document, mogelijk verstoken blijft van informatie
. De commissie voor de toegang tot documenten (Commission d’accès aux documents — CAD) is een onafhankelijk administratief adviesorgaan zonder toezichtsbevoegdheden. De CAD bestaat uit vijf leden en kan in twee gevallen advies uitbrengen: wanneer een overheidsinstantie verzoekt om advies en bij de behandeling van een hoger beroep wanneer een verzoek om toegang tot documenten is afgewezen. Kwesties kunnen via een speciale website of schriftelijk worden aangedragen, en om de zaak voor te kunnen leggen aan de administratieve rechtbank is het niet verplicht om deze aanhangig te maken bij de CAD. In 2020 ontving de CAD minder verzoeken dan in 2019
. Drie van de zaken waarin de CAD in 2019 een advies heeft uitgebracht, zijn aanhangig bij de administratieve rechtbank en er is een zaak aanhangig bij de rechtbank met betrekking tot een in 2020 uitgebracht advies
. Het feit dat overheidsinstanties niet verplicht zijn te rapporteren aan de CAD is aangemerkt als een tekortkoming.
De huidige wetgeving ter bescherming van klokkenluiders is nog steeds beperkt tot specifieke sectoren, zoals het private en publieke arbeidsrecht. Er zijn wel sectorale bepalingen, waaronder de gedragscode van de groothertogelijke politie, die politiebeambten de mogelijkheid biedt om mogelijke inbreuken tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden anoniem te melden aan de juridische dienst
. Het nieuwe kader voor de bescherming van klokkenluiders wordt momenteel voorbereid met het oog op een algemenere en doeltreffendere bescherming van klokkenluiders.
Er zijn geen specifieke maatregelen gemeld ter bestrijding van de corruptierisico’s in verband met de COVID-19-pandemie. De groothertogelijke politie heeft alle rechtshandhavingsambtenaren aan de toepasselijke ethische beginselen herinnerd nadat zij potentiële corruptierisico’s had geïdentificeerd tijdens de pandemie. Voorts zijn de personele middelen van de politie herschikt om de nationale autoriteiten te ondersteunen in de strijd tegen de COVID-19-pandemie
. De opleiding van nieuw aangeworven ambtenaren en politiebeambten is online voortgezet, en dat heeft tijds- en kostenbesparingen opgeleverd
.
III.Mediapluriformiteit en -vrijheid
Het rechtskader inzake mediavrijheid
en -pluriformiteit is gebaseerd op een reeks grondwettelijke en wettelijke waarborgen. De vrijheid van meningsuiting wordt uitdrukkelijk erkend in de grondwet. De wet inzake de vrijheid van meningsuiting in de media biedt journalisten bescherming. De wet inzake elektronische media garandeert de financiële en bestuurlijke onafhankelijkheid van de regulerende instantie voor audiovisuele media.
De wettelijke waarborgen voor de onafhankelijkheid en doeltreffendheid van de regulerende instantie voor de media zijn versterkt en de middelen ervan zijn opgehoogd. Bij de wet van 26 februari 2021 zijn de wet van 1991 inzake elektronische media
en de wet van 2013 tot oprichting van de regulerende instantie voor audiovisuele media
, de Autorité Luxembourgoise Indépendente de l’Audiovisuel (ALIA), gewijzigd met het oog op de omzetting van de herziene richtlijn audiovisuele mediadiensten. Bij deze wet zijn nieuwe regelgevende taken toegekend aan ALIA, zoals het opzetten van mechanismen ter beoordeling van de maatregelen die zijn genomen door videoplatforms en het bevorderen van de ontwikkeling van mediageletterdheid. In de wet is thans uitdrukkelijk bepaald dat ALIA haar taken op onpartijdige, onafhankelijke en transparante wijze moet uitvoeren. Bovendien biedt de wet ALIA de mogelijkheid aanbieders van mediadiensten te verzoeken om de informatie die zij nodig heeft om haar taken uit te oefenen, en sancties op te leggen wegens niet-naleving van haar besluiten. Het parlement heeft de begrotingstoewijzing voor ALIA met 70 % verhoogd ten opzichte van 2020. Voorts is de formatie met vier posten uitgebreid zodat de regulerende instantie haar nieuwe taken kan vervullen. ALIA speelt ook een rol in het toezicht op de politieke onafhankelijkheid van de audiovisuele sector. ALIA merkt in een verslag op dat door gemeenten geproduceerde lokale televisie-uitzendingen mogelijk kunnen worden ingezet om een politieke agenda door te drukken, aangezien de gemeenten zelf de redactionele verantwoordelijkheid dragen
. Het medialandschap in Luxemburg is sterk geconcentreerd, terwijl de markt klein van omvang is
.
De regering heeft maatregelen genomen naar aanleiding van de bezorgdheid van belanghebbenden over haar communicatie en transparantie tijdens de COVID-19-pandemie. Twee belangrijke organisaties die opkomen voor de persvrijheid
hadden kritiek op de communicatie van de regering en de gebrekkige transparantie jegens journalisten, met name tijdens de COVID-19-pandemie. De kritiek betrof vooral de beperkte toegang tot informatie als gevolg van de beperkte fysieke aanwezigheid van journalisten bij persconferenties. Naar aanleiding van deze kritiek werden de fysieke persconferenties na enige weken hervat
.
De autoriteiten hebben verschillende maatregelen getroffen tegen de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de media. Om de economische gevolgen voor de media te verzachten, hebben de autoriteiten een tijdelijke steunregeling voor mediabedrijven en journalisten opgezet
. Mediabedrijven konden op jaarbasis 5 000 EUR aan steun aanvragen voor iedere journalist bij hen in dienst. De regeling gold uitsluitend voor beroepsjournalisten die in dienst waren bij subsidiabele uitgevers. Freelancejournalisten vielen er niet onder; zij konden steun aanvragen in het kader van een andere steunregeling voor zelfstandigen.
De wetgevingswerkzaamheden met betrekking tot de hervorming van de steunregeling voor de pers vorderden. De in juli 2020 door de regering aangekondigde toekomstige regeling moet technologieneutraal worden en zowel voor gedrukte als voor online nieuwsmedia gelden. De belanghebbenden toonden zich ingenomen met de hervorming, maar hadden enige zorgen over de beperkte openbare raadpleging, het beoogde relatief lage steunbedrag per journalist en de onduidelijkheid over de toepasselijkheid van de regeling op onlinemedia en nieuwe of hybride mediafuncties (zoals webcontentbeheerders en feitencheckers). De hervorming van de steunregeling voor de pers heeft een structureel karakter en is nog onderwerp van debat. Op dit moment is het dus nog onduidelijk of de regeling ook van toepassing zal zijn op freelancejournalisten.
De toegang van journalisten tot officiële documenten is nog steeds een punt van zorg
. Belanghebbenden wezen met name op de negatieve effecten van de wet van 14 september 2018 inzake een transparant en open bestuur voor de journalistiek gelet op de lange procedures om documenten te verkrijgen. Belanghebbenden hebben aanbevolen een snelle procedure in te voeren voor journalisten
. In dit verband herinnerden de journalisten eraan dat Luxemburg nog steeds een van de lidstaten is die geen snelle toegang tot informatie voor de pers garanderen die zou verschillen van het recht op toegang tot informatie voor de burgers, en zij riepen de regering op een dergelijke procedure in te voeren. Voorts hebben belanghebbenden
hun bezorgdheid geuit over de selectieve wijze waarop de autoriteiten informatie openbaar maken. Ook de adviescommissie inzake de mensenrechten (Commission consultative des Droits de l’Homme — CCDH) heeft er bij de regering op aangedrongen journalisten in alle omstandigheden toegang te bieden tot informatie. Verder is deze toegang tot informatie, zoals opgemerkt tijdens de raadpleging van belanghebbenden over de genoemde hervorming van de steunregeling voor de pers
, opgenomen in het regeerakkoord 2018–2023
.
Er is nog steeds een stevig kader voor de bescherming van journalisten. Sinds het verslag over de rechtsstaat 2020 heeft de Commissie geen aanwijzingen ontvangen waaruit blijkt dat het kader voor de bescherming van journalisten is verslechterd. In dit verband zijn sinds 2015 geen meldingen met betrekking tot Luxemburg geregistreerd bij het platform van de Raad van Europa voor de bevordering van de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten
. Hoewel media maar zelden strafrechtelijk worden vervolgd wegens smaad, zijn professionals en ngo’s bezorgd dat deze zaken worden aangegrepen om media en journalisten te intimideren nu er dit jaar een nieuwe zaak voor de rechter is gebracht
.
IV.Andere institutionele kwesties in verband met controles en waarborgen
Luxemburg is een parlementaire democratie met één kamer
, waarin wetsvoorstellen afkomstig kunnen zijn van de regering en van parlementsleden. De raad van state geeft een advies over wetsontwerpen, ongeacht of die door de regering of door parlementsleden zijn voorgesteld. Het grondwettelijk hof ziet toe op de grondwettigheid van de wetgeving. Onafhankelijke autoriteiten spelen een belangrijke rol in het systeem van controles en waarborgen.
Er zijn twee nieuwe grondwetsherzieningen voorgesteld om burgers rechtstreekse toegang te bieden tot het grondwettelijk hof en om oude bepalingen met betrekking tot de staat, het staatshoofd en de regering te stroomlijnen. De eerste grondwetsherziening, die in juni 2020 werd ingediend, strekt ertoe burgers rechtstreekse toegang te bieden tot het grondwettelijk hof met betrekking tot regelgevingsmaatregelen die de regering tijdens een noodtoestand neemt. De herziening heeft als doel de grondrechten te beschermen. Op 9 maart 2021 heeft de raad van state een advies uitgebracht over deze herziening, waarin hij opmerkt de hervorming niet nodig te vinden, aangezien iedere rechter de wettigheid van de tijdens de noodtoestand genomen regelgevingsmaatregelen kan toetsen. Het is aan het parlement om naar aanleiding van dit advies en op basis van de ontvangen opmerkingen en beoordeling te debatteren en een besluit te nemen over het vervolg. De op 17 november 2020 ingediende tweede grondwetsherziening behelst wijzigingen met betrekking tot de organisatie van de staat, het staatshoofd, de constitutionele monarchie, de regering, de betrekkingen tussen de staat en de religieuze gemeenschappen, en de gemeenten. Doel van deze herziening is de grondwet te moderniseren door de oude bepalingen met betrekking tot de staat, het staatshoofd en de regering te stroomlijnen. Bovendien zou met deze herziening worden verduidelijkt dat de groothertog een symbolische en formele rol vervult, terwijl de leden van de regering de politieke verantwoordelijkheid dragen voor diens handelen. Op 9 maart 2021 heeft de raad van state een advies uitgebracht over deze herziening, waarin hij aangeeft veel van de bepalingen reeds te hebben goedgekeurd in het kader van het ingetrokken grondwetsontwerp.
Het besluitvormingsproces maakt een inclusieve indruk, maar de aanbevelingen van belanghebbenden worden vaak niet opgevolgd. Er is bezorgdheid geuit over de regelmaat waarmee en de mate waarin belanghebbenden bij het besluitvormingsproces worden betrokken. Voor elk wetgevingsvoorstel dat via de gewone wetgevingsprocedure wordt behandeld, is een advies van de raad van state verplicht. Daarnaast zijn er vijf beroepsorganisaties, die worden verzocht om een advies met betrekking tot hun gebied van deskundigheid. Hun adviezen maken integraal deel uit van het wetgevingsvoorstel en worden in aanmerking genomen bij het formuleren van wijzigingen van wetsontwerpen. Hoewel andere belanghebbenden ook adviezen kunnen indienen, worden hun aanbevelingen niet regelmatig opgevolgd. Ook in de regelgevingsprocedure is een advies van de raad van state verplicht, behalve voor regelgevingsmaatregelen die tijdens de noodtoestand worden genomen, in welk geval het verzoek om een dergelijk advies optioneel is. De beroepsorganisaties moeten ook om advies worden gevraagd over elk ontwerp van regelgevende maatregel dat binnen hun gebied van deskundigheid valt. Voorts zijn er wettelijke sancties van toepassing wanneer de bevoegde beroepsorganisaties niet worden geraadpleegd over ontwerpregelgeving. Ten aanzien van de rol van de adviescommissie inzake de mensenrechten (CCDH) in het regelgevingsproces hebben diverse belanghebbenden opgemerkt dat de regering weliswaar niet verplicht is te reageren op de aanbevelingen van de CCDH of die op te volgen, maar dat zij er zelden rekening mee houdt, zeker tijdens de COVID-19-pandemie. Voorts wordt de CCDH in het wetgevingsproces zelden geraadpleegd door een parlementaire commissie. De regering pleegt, op bilaterale basis of in het kader van het interministerieel comité voor de mensenrechten, regelmatig overleg met andere mensenrechtenorganisaties (zoals de Ombudsman). Hun inbreng en aanbevelingen worden evenwel maar zelden in aanmerking genomen.
De maatregelen in reactie op de COVID-19-pandemie worden momenteel genomen via de gewone wetgevingsprocedure. In Luxemburg was tussen 18 maart en 24 juni 2020 de noodtoestand van kracht met het oog op de bestrijding van de COVID-19-pandemie. Deze in de grondwet opgenomen regeling stelt de regering in staat om gedurende beperkte tijd voor alle aangelegenheden passende, noodzakelijke en evenredige maatregelen te treffen. Sinds het verstrijken van de noodtoestand pakt het parlement de problemen in verband met de COVID-19-pandemie aan via de gewone wetgevingsprocedure, met kortere termijnen. Hoewel amendementen versneld worden behandeld, probeert het parlement de belanghebbenden te raadplegen. De belanghebbenden zijn evenwel bezorgd over de inclusiviteit van het raadplegingsproces, met name wanneer wetten zeer snel worden aangenomen, in welk geval de raad van state en de beroepsorganisaties vaak slechts beperkt worden geraadpleegd.
Het “Huis voor de mensenrechten” is opgericht. Dit initiatief om de belangrijkste onafhankelijke instanties die een centrale rol spelen bij het waarborgen van de grondrechten, op één locatie samen te brengen, is in 2020 voltooid. Het Huis voor de mensenrechten is een samenwerkingsverband tussen de CCDH, de ombudsdienst voor de rechten van het kind (Ombudsman fir Kanner a Jugendlecher) en het centrum voor gelijke kansen. Doel ervan is burgers makkelijker toegang te bieden tot de instanties die de grondrechten beschermen en de synergieën tussen de verschillende instanties te vergroten. De CCDH is de erkende nationale mensenrechteninstantie van Luxemburg. De ombudsdienst voor de rechten van het kind is specifiek belast met de bescherming van de rechten van iedereen die jonger is dan 18 jaar. Het centrum voor gelijke kansen is het gelijkheidsorgaan van Luxemburg.
Hoewel de COVID-19-pandemie gevolgen heeft gehad voor het werk van ngo’s, kan het maatschappelijk middenveld in Luxemburg vrijelijk opereren. Vanaf april 2020 moesten fondsenwervingscampagnes en belangenbehartigings- en voorlichtingsactiviteiten worden stilgelegd als gevolg van de COVID-19-pandemie. Volgens ngo’s had de onderbreking van hun activiteiten financiële gevolgen. In november 2020 kwam de regering evenwel met verschillende subsidieregelingen en met criteria om voor een subsidie in aanmerking te komen.
Bijlage I: lijst van bronnen in alfabetische volgorde*
* De lijst van de bijdragen die zijn ontvangen in het kader van de raadpleging voor het verslag over de rechtsstaat 2021 is te vinden op
https://ec.europa.eu/info/policies/justice-and-fundamental-rights/upholding-rule-law/rule-law/rule-law-mechanism/2021-rule-law-report-targeted-stakeholder-consultation
Bureau voor de grondrechten (2021), Legal environment and space of civil society organisations in supporting fundamental rights in Luxembourg.
CAD, activiteitenverslag 2020 van de commissie voor de toegang tot documenten (Rapport d’activité 2020 de la Commission d’accès aux documents),
https://gouvernement.lu/dam-assets/fr/publications/rapport-activite/minist-etat/cad/rapport-activite-2020-cad.pdf
Centre for Media Pluralism and Media Freedom (2021), Media Pluralism Monitor 2021,
https://cmpf.eui.eu/media-pluralism-monitor/mpm-2021/
Civicus, Monitor Tracking Civic Space — Luxembourg,
https://monitor.civicus.org/country/luzembourg/
Directoraat-generaal Communicatie (2020a), Flash Eurobarometer 482: businesses’ attitudes towards corruption in the EU.
Directoraat-generaal Communicatie (2020b), Special Eurobarometer 502: corruption.
ENNHRI (2020), bijdrage aan het verslag over de rechtsstaat 2021.
Ethische commissie (2020), Advies van de ethische commissie (Avis du comité d’éthique) van 22 april 2020,
https://gouvernement.lu/dam-assets/systeme-politique/gouvernement/rb-code-deontologie/Avis-du-comite-d-ethique-24042020-.pdf
Europese Commissie (2019–2021), EU-scorebord voor justitie.
Europese Commissie (2020), Verslag over de rechtsstaat 2020 — Landenhoofdstuk over Luxemburg.
Greco (2020a), Fourth evaluation round — Second Interim compliance report on Luxembourg, corruption prevention in respect of members of Parliament, judges and prosecutor,
https://rm.coe.int/fourth-evaluation-round-corruption-prevention-in-respect-of-members-of/1680a0424d
Greco (2020b), Fifth Evaluation Round — Compliance report on Luxembourg on Preventing corruption and promoting integrity in central governments (top executive functions) and law enforcement agencies,
https://rm.coe.int/fifth-evaluation-round-preventing-corruption-and-promoting-integrity-i/1680a04279
Groothertogelijke politie (2019), Gedragscode van de politie (Code de déontologie de la police),
https://police.public.lu/fr/publications/2019/code-deontologie-police.html
Kamer van volksvertegenwoordigers (Chambre des Députés) (2019), Intern reglement, versie 2019,
https://chd.lu/wps/wcm/connect/public/5abf3456-f398-4259-a831-20788c0f208c/reglementjuli2019.pdf?MOD=AJPERES&ContentCache=NONE&CACHE=NONE&CVID=mOb0p1W&CVID=mOb0p1W
Kamer van volksvertegenwoordigers (Chambre des Députés), Intern reglement, versie 2019, blz. 61, artikel 5,
https://chd.lu
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp inzake de gewijzigde wet van 17 juli 2020 inzake maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie,
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/pl/20170427
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 6030 — een nieuwe ontwerpgrondwet —
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/ppc/10000
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7323 — wetsontwerp inzake de organisatie van de raad voor de rechtspraak —
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/pl/10455
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7575 — herziening van hoofdstuk VI van de grondwet, inzake justitie, volledige tekst van het wetsontwerp —
http://data.legilux.public.lu/file2/2021-02-24/23
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7575 — herziening van hoofdstuk VI van de grondwet, inzake justitie, volledige tekst van het wetsontwerp, nieuwe amendementen van 23 februari 2021 —
http://data.legilux.public.lu/file2/2021-02-24/23
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7575 — herziening van hoofdstuk VI van de grondwet, inzake justitie —
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/ppc/20130254
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7620 — ontwerp van herziening van artikel 32 van de grondwet —
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/ppc/20130257
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7700 — herziening van de hoofdstukken I, III, V, VII, IX, X, XI en XII van de grondwet —
http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/ppc/20130258
Luxemburgs staatsblad, Wetsontwerp nr. 7777 — voorstel tot herziening van de hoofdstukken IV en V bis van de grondwet, http://legilux.public.lu/eli/etat/projet/ppc/20130260
Luxemburgse regering (2018a), Gedragscode,
https://gouvernement.lu/dam-assets/fr/systeme-politique/gouvernement/rb-code-deontologie/Arrete-grand-ducal-du-14-novembre-2014-fixant-les-regles-deontologiques-des-membres-du-Gouvernement-et-leurs-devoirs-et-droits-dans-lexercice-de-la-fo.pdf
Luxemburgse regering (2018b), Regeerakkoord 2018–2023,
https://gouvernement.lu/en/publications/accord-coalition/programme-gouvernemental.html
Luxemburgse regering (2020a), Statistieken over rechtspraak en vervolging 2019 (Statistiques des jurisdictions et des parquets Année 2019),
https://justice.public.lu/dam-assets/fr/publications/rapport-activites-judiciaires/Rapports-juridictions-judiciaires-2019.pdf
Luxemburgse regering (2020b), Nieuwe praktische regeling voor persconferenties van de regering,
https://sip.gouvernement.lu/fr/actualites.gouvernement%2Bfr%2Bactualites%2Btoutes_actualites%2Bcommuniques%2B2020%2B05-mai%2B02-modalites-conferences-presse.html
Luxemburgse regering (2021), bijdrage van Luxemburg aan het verslag over de rechtsstaat 2021.
Luxemburgse regering, Financiële steun voor uitgevers in het kader van de COVID-19-pandemie,
https://guichet.public.lu/en/entreprises/sectoriel/medias/indemnite-editeurs-publications-covid.html
Openbaar Ministerie (2020), Jaarverslag 2019 (Rapport annuel 2019),
https://justice.public.lu/content/dam/justice/fr/publications/rapport-activites-crf/rapport-crf-2019.pdf
Raad van Europa, Comité van Ministers (2010), Recommendation CM/Rec(2010)12 of the Committee of Ministers to member states on judges: independence, efficiency and responsibilities.
Raad van Europa, Commissie van Venetië (2020), Opinion No. 1002/2020 on urgent interim opinion on the draft new constitution of Bulgaria (CDL-AD(2020)035).
Raad van Europa: Platform to promote the protection of journalism and safety of journalists — Luxembourg,
https://www.coe.int/en/web/media-freedom/luxembourg
Raad van state (2015), Intern reglement,
https://conseil-etat.public.lu/fr/legislation/reglesdeontologiques.html
Raad van state, Advies nr. CE.60.217 over Wetsontwerp nr. 7575 —
http://data.legilux.public.lu/file2/2021-03-23/36
Raad van state, Advies nr. CE.60.288 over Wetsontwerp nr. 7620 —
http://data.legilux.public.lu/file2/2021-03-09/38
Raad van state, Advies nr. CE.60.469 over Wetsontwerp nr. 7700 —
http://data.legilux.public.lu/file2/2021-03-09/32
Reporters Without Borders, World Press Freedom Index,
https://rsf.org/en/ranking
Transparency International (2021), Corruption Perceptions Index 2020.
Bijlage II: bezoek aan Luxemburg
De diensten van de Commissie hebben in maart 2021 virtueel vergaderd met:
·Adviescommissie inzake de mensenrechten (CCDH)
·Chambre des Députés (parlement)
·Comité voor corruptiepreventie (Copreco)
·Commissie voor de toegang tot documenten
·Ethische commissie
·Finance & Human Rights
·Groothertogelijke politie
·Groupement des Magistrats Luxembourgeois
·Hooggerechtshof
·Luxemburgse orde van advocaten
·Luxemburgse regulerende instantie voor de media (ALIA)
·Luxemburgse vereniging van journalisten (ALJP)
·Ministerie van Algemene Zaken
·Ministerie van Binnenlandse Zaken
·Ministerie van Buitenlandse Zaken
·Ministerie van Cultuur
·Ministerie van Justitie
·Ombudsman
·Raad van state
·StopCorrupt
* In een aantal horizontale vergaderingen hebben ook ontmoetingen plaatsgevonden tussen de Commissie en de volgende organisaties:
·Amnesty International
·Center for Reproductive Rights
·Civicus
·Civil Liberties Union for Europe
·Civil Society Europe
·Conference of European Churches
·EuroCommerce
·European Center for Not-for-Profit Law
·European Centre for Press and Media Freedom
·European Civic Forum
·European Federation of Journalists
·European Partnership for Democracy
·European Youth Forum
·Front Line Defenders
·Human Rights House Foundation
·Human Rights Watch
·ILGA-Europe
·International Commission of Jurists
·International Federation for Human Rights
·International Planned Parenthood Federation European Network (IPPF EN)
·International Press Institute
·Netherlands Helsinki Committee
·Open Society European Policy Institute
·Philanthropy Advocacy
·Protection International
·Reporters without Borders
·Transparency International EU