EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.4.2021
COM(2021) 220 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen namens de Europese Unie met het oog op de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Faeröer inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Faeröer aan EU-programma’s en de associatie van de Faeröer met Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2021‑2027)
BIJLAGE
RICHTSNOEREN VOOR DE ONDERHANDELINGEN OVER EEN OVEREENKOMST TUSSEN de Europese Unie en de Faeröer inzake de algemene beginselen voor de deelname van de Faeröer aan EU-programma’s en de associatie van de Faeröer met Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2021‑2027)
1.Deze overeenkomst dient tot vaststelling van de voorwaarden voor de deelname van de Faeröer aan programma’s van de Unie. De overeenkomst moet:
a)voor een billijk evenwicht zorgen tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma’s van de Unie deelneemt;
b)de voorwaarden voor deelname aan de programma’s vaststellen, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma’s en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement;
c)het derde land ten aanzien van het programma van de Unie geen beslissingsbevoegdheid verlenen;
d)de rechten van de Unie waarborgen om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen.
2.In deze overeenkomst moeten de algemene beginselen worden vastgesteld die relevant zijn voor deelname aan programma’s van de Unie. In de overeenkomst moet worden bepaald dat mogelijke toekomstige associaties van de Faeröer met andere programma’s van de Unie de vorm moeten aannemen van protocollen bij deze overeenkomst. Dergelijke protocollen moeten worden vastgesteld door een krachtens de overeenkomst opgericht orgaan.
3.Onder voorbehoud van de inwerkingtreding van [Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie] moet de overeenkomst voorzien in de voorwaarden voor de deelname van de Faeröer aan alle onderdelen van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2021‑2027), uitgevoerd door middel van het specifieke programma dat is vastgesteld bij [Besluit …/… tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie] en door middel van een financiële bijdrage aan het Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT). Deze voorwaarden moeten in overeenstemming zijn met [Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding, Besluit XXX van [datum] van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het specifieke programma tot uitvoering van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie] en alle andere regels met betrekking tot de uitvoering van het programma.
4.In de overeenkomst moet de hoogte van de financiële bijdrage van de Faeröer aan de algemene begroting van de Unie worden vastgesteld.
5.In de overeenkomst moet worden bepaald dat de Faeröer ten aanzien van het programmacomité Horizon Europa de status van waarnemer heeft.
6.De overeenkomst moet voorzien in een wederkerigheidsclausule waarmee wordt gewaarborgd dat in de Unie gevestigde juridische entiteiten in de mate van het mogelijke deelnemen aan gelijkwaardige programma’s van de Faeröer.
7.De overeenkomst moet regels bevatten voor een goed financieel beheer van de financieringsmiddelen van de Unie. De overeenkomst moet met name voorzien in een adequate bescherming van de financiële belangen van de Unie, met inbegrip van het voorkomen, opsporen, corrigeren en onderzoeken van onregelmatigheden, waaronder fraude, de terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede middelen en het daar waar passend opleggen van administratieve sancties en terugvorderen van geld. De Europese Commissie (OLAF) kan administratieve onderzoeken uitvoeren, waaronder controles en verificaties ter plaatse, en het Europees Openbaar Ministerie kan strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, onderzoeken en vervolgen.
8.De Commissie moet tijdens de onderhandelingen nagaan of het mogelijk is een clausule over voorlopige toepassing op te nemen.
9.De overeenkomst moet in overeenstemming zijn met de ermee verband houdende beleidsmaatregelen en doelstellingen van de EU.