Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021AE6449

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking) (COM(2021) 734 final — 2021/0375 (COD)) en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (COM(2021) 731 final — 2021/0381 (COD))

EESC 2021/06449

PB C 275 van 18.7.2022, pp. 66–72 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

18.7.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 275/66


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking)

(COM(2021) 734 final — 2021/0375 (COD))

en het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende transparantie en gerichte politieke reclame

(COM(2021) 731 final — 2021/0381 (COD))

(2022/C 275/11)

Rapporteur:

Andris GOBIŅŠ

Corapporteur:

Carlos Manuel TRINDADE

Raadpleging

Europees Parlement, 13.12.2021

Raad van de Europese Unie, 15.12.2021 en 21.1.2022

Rechtsgrondslag

Artikelen 114 en 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap

Goedkeuring door de afdeling

10.2.2022

Goedkeuring door de voltallige vergadering

23.2.2022

Zitting nr.

567

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

222/4/5

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) is ingenomen met de doelstellingen en drijfveren van het pakket Europese verkiezingen. Aangezien het zich bewust is van de grote uitdagingen en gevaren voor de democratische processen, stelt het voor om de verordeningen ambitieuzer te maken en ze zo snel mogelijk in werking te laten treden.

1.2.

Het is van cruciaal belang dat een bewuste politieke participatie door de burgers mogelijk wordt gemaakt en wordt bevorderd, en dat wordt gezorgd voor transparante, toegankelijke en eerlijke politieke activiteiten en een duidelijke en actieve rol voor het maatschappelijk middenveld. In dit advies worden verscheidene wijzigingen van de verordeningen en enkele aanvullende maatregelen voorgesteld.

1.3.

Het EESC is er voorstander van dat alle aspecten in verband met politieke campagnes in het verkiezingspakket worden opgenomen. Er moet meer aandacht worden besteed aan de bestrijding van desinformatie, aangezien deze een steeds grotere impact heeft op verkiezingen en transparantie. Factchecken en mediageletterdheid volstaan niet om de stroom aan polariserende en misleidende inhoud waaraan burgers worden blootgesteld tegen te gaan, noch om een antwoord te geven op de vraag waarom sommige mensen zich tot dergelijke inhoud aangetrokken voelen.

1.4.    Wat de transparantie en doelgerichtheid van politieke reclame betreft, doet het EESC specifieke voorstellen voor verbetering (zie par. 3.1):

i.

gebruik maken van een brede maar duidelijke definitie van politieke reclame die verder gaat dan officieel betaalde activiteiten, met inbegrip van beïnvloeding via zogenaamde “bots” en “trollen” en/of manipulatieve informatie;

ii.

uitbreiding van het toepassingsgebied van sancties voor overtredingen;

iii.

uitbreiding van de rechtsgrondslag tot alle rechtspersonen en natuurlijke personen;

iv.

beperking van de mogelijkheden voor niet-EU-spelers om invloed uit te oefenen;

v.

het verstrekken van direct zichtbare informatie (niet alleen links) over belangrijke transparantiekwesties;

vi.

informatie beschikbaar en transparant maken;

vii.

voor iedereen dezelfde regels hanteren;

viii.

de mogelijkheid creëren om rechtstreeks een klacht in te dienen bij de bevoegde nationale autoriteiten, niet alleen bij het betrokken onlineplatform;

ix.

informatie voor elke burger toegankelijk maken, zonder beperkingen;

x.

een verbod op gerichte politieke reclame op basis van pervasieve tracking en verwerking van informatie over iemands on- of offlinegedrag;

xi.

het beperken of stopzetten van targeting- en amplificatietechnieken in politieke reclame waarbij persoonsgegevens worden verwerkt, vanwege de risico’s in verband met het beperkt verlenen van toestemming;

xii.

een volledig verbod op targeting op basis van bijzondere categorieën gevoelige persoonsgegevens;

xiii.

het bieden van volledige transparantie over targetingtechnieken, zelfs wanneer deze niet rechtstreeks verband houden met een bepaalde campagne;

xiv.

speciale regelingen overwegen voor landen waar de onafhankelijkheid van de publieke media niet naar behoren is gewaarborgd.

1.5.    Met betrekking tot het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking) doet het EESC de volgende specifieke voorstellen (zie par. 3.2):

i.

aanscherping van de normen inzake genderevenwicht;

ii.

aanpakken van discriminatie en bevordering van de mensenrechten;

iii.

beperking van donaties aan partijen uit landen buiten de EU;

iv.

vaststelling van een universeel drempelbedrag voor donaties van burgers op 18 000 EUR per jaar;

v.

regulering van externe dienstverleners;

vi.

de betrokkenheid van EU-partijen bij nationale referendumcampagnes beperken;

vii.

het plafond voor anonieme donaties verlagen tot 1 000 EUR;

viii.

voortzetting van het medefinancieringssysteem voor Europese politieke partijen.

1.6.    Met betrekking tot veerkracht en versterking van de rol van het maatschappelijk middenveld in verkiezingsprocessen (par. 3.3):

i.

de burgers een betekenisvolle stem geven in de vormgeving van de toekomst van de EU na/tussen verkiezingen;

ii.

organisatie van een jaarlijks evenement om beste praktijken uit te wisselen en opstelling van een jaarlijks plan ter versterking van de democratie, de participatie en de burgerdialoog en de uitvoering van artikel 11 VEU;

iii.

een financieel instrument in het leven roepen voor het voeren van onpartijdige en inclusieve campagnes om te gaan stemmen;

iv.

een financieringsprogramma opzetten voor journalisten, onderzoekers, factcheckers en waakhondorganisaties;

v.

ondersteuning van samenwerking tussen deskundigen en van werkzaamheden op het gebied van campagnefinanciering, online forensisch onderzoek, bestrijding van desinformatie en cyberbeveiliging;

vi.

wegnemen van de resterende belemmeringen en ervoor zorgen dat iedereen aan de verkiezingen kan deelnemen;

vii.

ondersteuning van mobiele burgers;

viii.

zorgen voor onbelemmerde verkiezingen voor EU-burgers met een handicap;

ix.

burgers aanmoedigen om lid te worden van Europese politieke partijen;

x.

ervoor zorgen dat burgers het recht hebben te weten welke politieke partijen op nationaal niveau banden of plannen hebben met Europese partijen;

xi.

de wetgeving inzake de voorwaarden voor deelname aan de verkiezingen voor het Europees Parlement (kiesgerechtigde leeftijd, verkiezingsdatum, vereisten voor kiesdistricten, kandidaten en politieke partijen en hun financiering) harmoniseren en het belang van onderwijs bevorderen.

2.   Achtergrond en algemene opmerkingen

2.1.    Achtergrond van het advies, met inbegrip van het wetgevingsvoorstel in kwestie

2.1.1.

Het pakket ter versterking van de democratie en de integriteit van de verkiezingen is op 25 november 2021 door de Europese Commissie uitgebracht. Het was al aangekondigd in de politieke beleidslijnen van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, en in het in december 2020 goedgekeurde actieplan voor Europese democratie. Het pakket bevat de volgende punten, waarvan het EESC alleen is gevraagd om een advies uit te brengen over de punten i en ii:

i.

de herziening van de verordening betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen;

ii.

een voorstel voor een verordening inzake meer transparantie in betaalde politieke reclame;

iii.

de herziening van twee richtlijnen betreffende het kiesrecht van “mobiele EU-burgers” (burgers van de EU die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn);

iv.

een voorgesteld gezamenlijk mechanisme voor de weerbaarheid van verkiezingsprocessen.

2.2.    Algemene opmerkingen

2.2.1.

Het EESC wijst op het volgende:

i.

Het EESC is ingenomen met de aanpassingen van het verkiezingspakket van 2018 (1).

ii.

Het EESC benadrukt het belang van actie op EU-niveau om het democratische debat te bevorderen.

iii.

Het EESC is het eens met de volgende uitspraak van de Commissie: “Het moet voor burgers duidelijk zijn wanneer zij met een politieke boodschap te maken hebben en van wie die afkomstig is. Er moet sprake zijn van een zinvolle vorm van transparantie om publieke controle en verantwoording ten aanzien van de betrokken actoren mogelijk te maken, en de inclusiviteit en diversiteit van onze samenlevingen moeten worden weerspiegeld. (2)

iv.

Met name aspecten die verband houden met het mogelijk maken van participatie door burgers en het inclusieve karakter en de diversiteit van onze samenlevingen, vereisen meer en betere voorstellen en een gezamenlijk optreden van de EU. In het EESC-advies over het actieplan voor democratie (3) zijn in dit verband diverse punten aan de orde gekomen.

v.

Het EESC wijst op de gevaren van desinformatie voor de democratie in de Europese Unie en beklemtoont dat krachtig en resoluut moet worden opgetreden om te voorkomen dat de objectiviteit van de verkiezingen en de burgerparticipatie worden ondermijnd.

vi.

De digitale revolutie heeft het democratische politieke gebeuren veranderd. Onlinetools met een breed scala aan instrumenten spelen een sleutelrol in politieke campagnes. Sommige campagnes zijn erop gericht gevoelens van wantrouwen en frustratie op te wekken, en het denken en de perceptie van de mensen te verstoren. Het EESC is het met de Europese Commissie eens dat hoewel de digitalisering van politieke campagnes ongekende middelen heeft opgeleverd om mensen te bereiken, een en ander nadelige gevolgen kan hebben voor de democratie. Volgens de Eurobarometer zegt de helft van de Europeanen dat zij bij het gebruik van internet zijn gestuit op desinformatie en verdeeldheid zaaiende online-inhoud. Bovendien is een derde van deze Europeanen inhoud tegengekomen waarvan niet kon worden bepaald of het om politieke reclame ging of niet (4).

vii.

Het EESC is het ermee eens dat moet worden nagedacht over de rol van de EU bij de versterking van de democratie overal ter wereld, via het externe optreden van de EU, zoals vermeld in COM(2021) 730.

3.   Specifieke opmerkingen

3.1.    Voorgestelde wijzigingen van het voorstel voor een verordening betreffende transparantie en gerichte politieke reclame

3.1.1.

Het EESC is voorstander van een brede maar duidelijke definitie van politieke reclame en stelt voor om passende maatregelen te nemen met betrekking tot diverse manieren om campagne te voeren/betaalde invloed uit te oefenen op politieke processen, met inbegrip van de impact via zogeheten “bots” en “trollen” en/of gemanipuleerde informatie. Er kunnen problemen ontstaan als een onduidelijke definitie leidt tot buitensporige speelruimte of verschillen in de uitvoering op de verschillende platforms.

3.1.2.

Het EESC is van mening dat de huidige lijst van mogelijke sancties zeer beperkt is en stelt voor aan artikel 15, lid 5, een nieuw punt toe te voegen dat als volgt moet luiden: “(d) op te treden met het oog op de toepassing van strafrechtelijke sancties, bijvoorbeeld voor grootschalige fraude”. Voorts pleit het EESC voor Europese gemeenschappelijke criteria voor sancties op nationaal niveau.

3.1.3.

Vooralsnog is de gekozen rechtsgrondslag te beperkt, d.w.z. dat de verordening in de eerste plaats betrekking heeft op diensten die door economische actoren en tegen betaling worden verleend. De rechtsgrondslag moet worden verruimd en de regels inzake politieke reclame moeten van toepassing zijn op alle rechtspersonen en natuurlijke personen die de facto politieke reclame maken en publiceren. De regels inzake natuurlijke personen moeten worden verduidelijkt, zodat deze niet van toepassing zijn op personen die hun politieke opvattingen louter als privépersoon uiten. Negatieve neveneffecten voor maatschappelijke organisaties en hun betrokkenheid bij en deelname aan de besluitvorming moeten worden aangepakt via een diepgaande dialoog met de betrokken organisaties.

3.1.4.

In punt 14 van de preambule wordt aangegeven dat reclame “die onder personen in de Unie wordt verspreid, maar volledig is geproduceerd, geplaatst of gepubliceerd door buiten de Unie gevestigde dienstverleners” onder het toepassingsgebied van de verordening valt en dus in beginsel is toegestaan. Het risico van buitenlandse inmenging in verkiezingen is echter een te ernstige bedreiging voor de democratie in de EU. Er moet een reeks bijzondere bepalingen worden uitgewerkt om te voorkomen dat politieke reclame of andere campagneactiviteiten die direct of indirect door entiteiten van buiten de EU worden gefinancierd, in de EU worden verspreid.

3.1.5.

Met het oog op meer transparantie moet artikel 7, lid 1, punt c), van de ontwerpverordening als volgt worden gewijzigd: “een transparantieverklaring om de bredere context van de politieke reclame en de doelstellingen ervan duidelijk te maken.”, waarbij het volgende tekstgedeelte wordt geschrapt: “, of een duidelijke aanduiding van de plaats waar deze gemakkelijk te vinden is”. Punt 40 van de preambule moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

3.1.6.

Met het oog op meer transparantie moet artikel 7 van de ontwerpverordening ook voorzien in de bekendmaking van het bedrag dat aan de advertentie en de bijbehorende campagne is besteed. Bestaande beste praktijken in de lidstaten die vóór de verkiezingen transparantie over de prijsstelling van advertenties en diensten voorschrijven en die voor alle politieke stromingen in gelijke mate gelden, moeten worden gesteund en in de verordening worden opgenomen. Er moet een systeem worden opgezet om dit te monitoren.

3.1.7.

Het recht van de burgers op transparante informatie over politieke reclame moet zwaarder wegen dan de administratieve rompslomp die de verslagleggingseisen voor dienstverleners met zich meebrengen. Artikel 8 van de ontwerpverordening (Periodieke verslaglegging over politieke reclamediensten) moet derhalve van toepassing zijn op alle uitgevers van politieke reclame, met inbegrip van die welke als micro-, kleine en middelgrote ondernemingen worden aangemerkt. Daartoe moet lid 2 van artikel 8 (“Lid 1 is niet van toepassing op ondernemingen die vallen onder artikel 3, lid 3, van Richtlijn 2013/34/EU.”) worden geschrapt.

3.1.8.

Artikel 9 van de ontwerpverordening (Melding van mogelijk onwettige politieke reclameboodschappen) moet worden gewijzigd. In plaats van de uitgevers van politieke reclame te laten beslissen over klachten van personen over door hen gepubliceerde advertenties die niet in overeenstemming met de verordening zijn, moet er ook een mogelijkheid zijn om rechtstreeks een klacht in te dienen bij de bevoegde nationale autoriteiten. Anders kan dit leiden tot een belangenconflict, waarbij de uitgevers van politieke reclame een bepaalde reclamecampagne wellicht niet willen onderbreken uit angst inkomsten mis te lopen.

3.1.9.

Informatie over politieke reclame moet gratis beschikbaar zijn voor alle belanghebbende entiteiten. Daarom zijn we van mening dat het niet gerechtvaardigd is de categorieën van personen die informatie kunnen opvragen bij aanbieders van politieke reclamediensten, zoals beschreven in artikel 11, lid 2, van de ontwerpverordening, te beperken. Bovendien moeten de leden 4 tot en met 7 van dit artikel worden geschrapt. De informatie moet gemakkelijk toegankelijk en bruikbaar zijn.

3.1.10.

Het EESC dringt met klem aan op een verbod op gerichte politieke reclame op basis van pervasieve tracking en verwerking van informatie over iemands on- of offlinegedrag. Er zij aan herinnerd dat persoonsgegevens die op zichzelf niet gevoelig zijn, in combinatie met andere niet-persoonlijke of persoonlijke niet-gevoelige gegevens, dezelfde gevoelige inzichten kunnen verschaffen waartegen de Commissie juist tracht te beschermen. In de verordening zou hierover een apart punt moeten worden opgenomen.

3.1.11.

Krachtens de ontwerpverordening is het gebruik van targeting- en amplificatietechnieken in het kader van politieke reclame waarbij gevoelige persoonsgegevens worden verwerkt toegestaan, “met uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene, of door een stichting, een vereniging of een andere organisatie zonder winstoogmerk die op politiek, levensbeschouwelijk, godsdienstig of vakbondsgebied werkzaam is, in het kader van haar gerechtvaardigde activiteiten en met passende waarborgen”. Het begrip “uitdrukkelijke toestemming” is in dit verband echter zeer problematisch, aangezien er geen manieren zijn om, met een hoge mate van betrouwbaarheid, te waarborgen of te verifiëren dat de personen die het doelwit zijn van targeting- en amplificatietechnieken daadwerkelijk de tijd nemen om zich vertrouwd te maken met deze technieken, het risico ervan volledig begrijpen en oprecht geïnformeerde toestemming geven. Gezien de grote risico’s die het gebruik van targeting- en amplificatietechnieken in politieke reclame met zich meebrengt voor de democratie in de EU, moeten targeting- en amplificatietechnieken op basis van gevoelige gegevens volledig worden verboden.

3.1.12.

Transparantie over targetingtechnieken moet ook zichtbaar en duidelijk zijn over informatie die niet rechtstreeks verband houdt met een bepaalde campagne. De informatie over de reden waarom iemand een bepaalde advertentie te zien krijgt, moet zichtbaar en begrijpelijk zijn, met een snelle mogelijkheid om de potentiële toestemming voor deze gerichte reclame in te trekken.

3.1.13.

Speciale regelgeving moet worden overwogen in landen waar de onafhankelijkheid van de publieke media niet naar behoren is gewaarborgd. Voorts moeten de lacunes en problemen als gevolg van het ontbreken van regelgeving voor thematisch georiënteerde advertenties worden aangepakt.

3.2.    Voorgestelde wijzigingen van het voorstel betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking)

3.2.1.

Artikel 4, lid 1, punt j), van de ontwerpverordening (“haar interne regels inzake genderevenwicht”) moet worden aangescherpt door minimumnormen voor genderevenwicht vast te stellen, zoals quota voor de vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in het totale ledenbestand en in verantwoordelijke functies, en door naleving van deze normen te eisen.

3.2.2.

Artikel 4, lid 2, moet zodanig worden gewijzigd dat de statuten van een Europese politieke partij ook bepalingen bevatten over de wijze waarop de partij discriminatie bestrijdt en de mensenrechten bevordert, overeenkomstig de EU-normen.

3.2.3.

Het EESC is van mening dat eventuele bijdragen of donaties uit landen buiten de EU die politieke partijen of stichtingen in de EU ten goede komen, een buitensporig risico kunnen inhouden voor de onafhankelijkheid van de ontvangers, en dus ook voor het democratische bestel. Daartoe moeten de leden 9 en 10 van artikel 23 van de ontwerpverordening worden gewijzigd, om er strikt voor te zorgen dat alleen bijdragen van politieke partijen uit landen van de Raad van Europa die geen beperkingen opleggen aan de gemeenschappelijke waarden van de EU en waar deze waarden vrij kunnen worden bevorderd, worden toegestaan. Een andere wijziging betreft een aanzienlijke verlaging van de toegestane bijdragen en schenkingen. Dit moet ook eventuele leningen en andere verplichtingen van financiële aard omvatten.

3.2.4.

Omwille van de transparantie moet artikel 23, lid 11, van de ontwerpverordening worden gewijzigd, door de volgende zin te schrappen: “Het in de eerste alinea neergelegde drempelbedrag is niet van toepassing indien het betreffende lid tevens een gekozen lid van het Europees Parlement, van een nationaal parlement of van een regionaal parlement of regionale vergadering is.” Het universele drempelbedrag voor donaties van burgers wordt aldus vastgesteld op 18 000 EUR per jaar en per lid.

3.2.5.

In overeenstemming met het bovenstaande moeten de regels inzake politieke reclameboodschappen volledig van toepassing zijn op alle gevallen waarin Europese politieke partijen politieke reclame maken, en niet alleen in gevallen waarin zij een beroep doen op externe dienstverleners. Artikel 5 van de ontwerpverordening moet in die zin worden gewijzigd.

3.2.6.

De bepalingen van artikel 24 inzake de eventuele financiering door Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen van nationale referendumcampagnes kunnen tot problematische situaties leiden als gevolg van mogelijk misbruik door populisten of radicale krachten of aanleiding geven tot beschuldigingen van “buitenlandse inmenging”. Deze risico’s zijn vooral groot in kleinere EU-lidstaten, waar met relatief weinig financiering en in korte perioden impactvolle campagnes kunnen worden gevoerd, terwijl procedures betreffende de wettigheid van financiering door Europese politieke partijen of stichtingen veel tijd in beslag kunnen nemen. Om deze risico’s te beperken mag dit voorstel alleen worden uitgevoerd in coördinatie met nationale regelgeving inzake referenda. Openbare debatten met politici uit andere EU-lidstaten zijn in ieder geval waardevol.

3.2.7.

In het belang van de transparantie moet artikel 36 zodanig worden gewijzigd dat het strengere regels voor de bekendmaking van donaties van natuurlijke personen bevat. Het maximumbedrag van donaties waarbij de naam van de donateur niet wordt bekendgemaakt, moet worden beperkt tot 1 000 EUR. Dit bedrag zal meer in verhouding staan tot de relatief lagere inkomensniveaus in bepaalde EU-lidstaten.

3.2.8.

De Commissie stelt voor artikel 20, lid 4, te wijzigen om het medefinancieringspercentage te verlagen van 10 % naar 5 % voor Europese politieke partijen en 0 % in het jaar van de verkiezingen voor het Europees Parlement. Het EESC kan zich niet vinden in dit voorstel, omdat zelfs een laag medefinancieringspercentage laat zien dat de partijen zich inzetten voor het beleid dat zij bepleiten. Daarnaast wijst het EESC erop dat alle geldstromen tussen nationale en Europese partijen transparant moeten zijn.

3.3.    Weerbaarheid en bijzondere aspecten voor de versterking van de rol van het maatschappelijk middenveld in verkiezingsprocessen

3.3.1.

Nu populistische en nationalistische partijen en netwerken met interne en externe hulp terrein winnen in Europa, is het EESC van mening dat stimulering van de participatie van de burgers aan het Europese democratische proces, zoals uiteengezet in het advies over het Actieplan voor democratie, meer dan ooit van cruciaal belang is en samen met de regulering van verkiezingsprocessen moet worden aangepakt. Burgers moeten inspraak krijgen in de vormgeving van de toekomst van de EU wat betreft verkiezingen, bijv. zoals hieronder uiteengezet en na/tussen verkiezingen (zoals uiteengezet in het EESC-advies over het Actieplan voor democratie en in de routekaart voor de uitvoering van artikel 11 (VEU) en het bijbehorende actieplan (5)).

3.3.2.

Het EESC dringt erop aan dat er een jaarlijks evenement wordt georganiseerd waar de hoogste vertegenwoordigers van de EU-instellingen en maatschappelijke organisaties/verenigingen, alsook sociale partners en vertegenwoordigers van sectorale dialogen en dialogen op lokaal, regionaal, nationaal en macroregionaal niveau (evenals dialogen op transnationaal niveau en inzake nabuurschapsbeleid) bijeenkomen om beste praktijken uit te wisselen en een jaarplan op te stellen ter versterking van de democratie, participatie en dialoog met de burgers en de uitvoering van artikel 11 (VEU). Een dergelijk evenement zou ook synergieën met het verkiezingspakket kunnen opleveren. De Commissie en het EESC moeten als organisatoren een leidende rol spelen in dit proces.

3.3.3.

De Europese Commissie moet zorgen voor een speciaal financieel instrument voor onpartijdige en inclusieve “ga stemmen”-campagnes die door het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke massamedia worden gevoerd en gericht zijn op het verhogen van de opkomst bij de verkiezingen, met name in de overgrote meerderheid van de EU-lidstaten waar stemmen niet verplicht is. Dergelijke campagnes moeten er in het bijzonder op gericht zijn kansarme groepen zoals minderheden, en groepen die vanwege hun sociale of economische status in een achterstandspositie verkeren enz., bij de verkiezingen te betrekken.

3.3.4.

Voor alle aspecten van het pakket ter versterking van de democratie en de integriteit van de verkiezingen moet een financieringsprogramma worden vastgesteld voor journalisten, onderzoekers, factcheckers en waakhondorganisaties en voor monitoring en acties om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan. Er moet voldoende financiering worden verstrekt voor de ontwikkeling en verbetering van de e-vaardigheden van mensen en voor het doorprikken van populistische/radicale “zeepbellen”, onder meer die welke zijn ontstaan door desinformatie en andere technieken die door binnenlandse politieke actoren worden gebruikt.

3.3.5.

Het geplande gezamenlijk mechanisme voor de weerbaarheid van verkiezingsprocessen moet voorzien in financiering, steun en instrumenten voor samenwerking tussen deskundigen en activiteiten op het gebied van campagnefinanciering. Online forensisch onderzoek, bestrijding van desinformatie en cyberbeveiliging bij verkiezingen zijn eveneens van cruciaal belang.

3.3.6.

Er moeten verdere inspanningen worden geleverd om de resterende obstakels uit de weg te ruimen en ervoor te zorgen dat iedereen aan de verkiezingen kan deelnemen. Er moeten met name meer inspanningen worden geleverd om de democratische participatie van vrouwen, personen met een handicap, jongeren en andere groepen te verbeteren. Belemmeringen die mobiele EU-burgers in bepaalde lidstaten ondervinden bij het stemmen, moeten worden weggenomen. Stemmen in het land van verblijf of, indien dat mogelijk is op grond van het nationale recht en het EU-recht, in het land van herkomst, moet worden vergemakkelijkt en moet leiden tot een hogere participatiegraad voor mobiele EU-burgers. Er mag niet worden vergeten dat ongeveer 13,5 miljoen EU-burgers niet in hun eigen lidstaat wonen.

3.3.7.

Het EESC merkt op dat voor mensen die naar een andere EU-lidstaat zijn verhuisd, de stemregistratie moet worden vereenvoudigd en gestroomlijnd, bijvoorbeeld door middel van een gezamenlijk/gedeeld platform voor stemregistratie (waar nodig) dat beschikbaar is in alle officiële talen van de EU. Ook op regionaal niveau moet worden voorzien in stemrecht voor EU-burgers, en er moet een helpdesk voor grensoverschrijdend stemmen worden opgericht.

3.3.8.

Het EESC benadrukt dat er voor miljoenen EU-burgers nog steeds geen echt stemrecht is. In het informatief rapport van het EESC “Werkelijk stemrecht van personen met een handicap bij de EP-verkiezingen” worden de vele juridische of technische belemmeringen uiteengezet waarmee EU-burgers met een handicap in de afzonderlijke lidstaten worden geconfronteerd en die, ondanks het feit dat zij echt graag willen stemmen, dit niet kunnen doen. Het EESC herhaalt de oproep in zijn advies van 2 december 2020 over “De noodzaak om te garanderen dat personen met een handicap daadwerkelijk kunnen stemmen bij verkiezingen voor het Europees Parlement” om dringend wetswijzigingen door te voeren zodat alle EU-burgers daadwerkelijk kunnen stemmen bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024.

3.3.9.

Personen aanmoedigen om lid te worden van Europese politieke partijen zou hun de kans geven om rechtstreeks invloed uit te oefenen op en bij te dragen aan debatten op EU-niveau.

3.3.10.

Burgers hebben het recht duidelijk te begrijpen welke politieke partijen op nationaal niveau banden of plannen hebben met Europese partijen. Dit is van bijzonder belang vlak voor de verkiezingen.

3.3.11.

Het EESC steunt verschillende voorstellen van het tweede burgerpanel van de Conferentie over de toekomst van Europa, dat zich bezighoudt met Europese democratie, waarden en rechten, de rechtsstaat en veiligheid (6), zoals de suggestie om de verkiezingsvoorwaarden van het Europees Parlement (kiesleeftijd, verkiezingsdatum, vereisten voor kiesdistricten, kandidaten, politieke partijen en hun financiering) te harmoniseren en meer nadruk te leggen op onderwijs en vaardigheden, bijvoorbeeld op het gebied van gegevensbescherming en democratie, en het identificeren en tegengaan van populisme.

Brussel, 23 februari 2022.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Christa SCHWENG


(1)  COM(2021) 730 final: Bescherming van de integriteit van verkiezingen en stimulering van democratische participatie.

(2)  COM(2021) 730 final: Bescherming van de integriteit van verkiezingen en stimulering van democratische participatie.

(3)  EESC-advies over het Actieplan voor democratie.

(4)  Special Eurobarometer 507: Democracy in the EU.

(5)  Actieplan voor de uitvoering van artikel 11.

(6)  Panel 2 — Europese burgerpanels — Conferentie over de toekomst van Europa.


Top