Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020PC0089

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Roemenië

COM/2020/89 final

Brussel, 4.3.2020

COM(2020) 89 final

2020/0038(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Roemenië


2020/0038 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Roemenië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 6,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien de opmerkingen van Roemenië,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Overeenkomstig artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna "VWEU" genoemd) moeten de lidstaten buitensporige overheidstekorten vermijden.

(2)Het stabiliteits- en groeipact (SGP) is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.

(3)De buitensporigtekortprocedure (btp) van artikel 126 VWEU, die wordt verduidelijkt in Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten 1 (die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact), voorziet in een besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort. Protocol nr. 12 betreffende de procedure bij buitensporige tekorten, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het VWEU is gehecht, bevat nadere bepalingen betreffende de toepassing van de buitensporigtekortprocedure. In Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad 2 zijn nadere regels en definities voor de toepassing van die bepalingen vastgesteld.

(4)Overeenkomstig artikel 126, lid 5, VWEU moet de Commissie, indien zij van oordeel is dat er in een lidstaat een buitensporig tekort bestaat of kan ontstaan, een advies tot de betrokken lidstaat richten en de Raad daarvan op de hoogte brengen. Rekening houdende met haar verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU en gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel 126, lid 4, VWEU is de Commissie tot de conclusie gekomen dat in Roemenië een buitensporig tekort bestaat. De Commissie heeft derhalve op [4 maart] een dergelijk advies tot Roemenië gericht en de Raad daarvan op de hoogte gebracht 3 .

(5)In artikel 126, lid 6, VWEU wordt bepaald dat de Raad rekening moet houden met de opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na een algemene evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een buitensporig tekort bestaat. In het geval van Roemenië leidt die algemene evaluatie tot de volgende conclusies.

(6)Volgens de gegevens die de Roemeense autoriteiten op 30 september 2019 hebben meegedeeld en vervolgens door Eurostat zijn gevalideerd, bedroeg het overheidstekort in Roemenië in 2018 3,0% van het bbp, terwijl de overheidsschuld 35,0% van het bbp bedroeg. Rekening houdend met de herziene bbp-cijfers die het nationale bureau voor de statistiek na de publicatie van het persbericht van Eurostat heeft aangekondigd, zijn deze percentages licht gewijzigd: het tekort bedraagt 2,9% van het bbp en de schuld 34,7% van het bbp in 2018. Voor 2019 werd in de kennisgeving een overheidstekort van 2,8% van het bbp voorzien.

(7)Op 10 december 2019 heeft de regering de begrotingsstrategie voor 2020-2022 (''de begrotingsstrategie") aangenomen, met een doelstelling voor het overheidstekort van 3,8% van het bbp in 2019. Dit is meer dan en niet in de buurt van de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het bbp. De overschrijding van de referentiewaarde van het Verdrag in 2019 is niet uitzonderlijk, daar zij niet wordt veroorzaakt door een ongewone gebeurtenis en evenmin door een ernstige economische neergang in de zin van het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact (SGP). In de winterprognoses 2020 van de Commissie wordt uitgegaan van een reële groei van het bbp van 3,9% in 2019 en 3,8% in 2020, terwijl de outputgap naar verwachting ongeveer nul zal bedragen. De eenmalige posten bedroegen 0,1% van het bbp in 2019 en hadden te maken met een terugbetaling van de milieuheffing op auto's. De voorziene overschrijding van de referentiewaarde van 3% van het bbp is ook niet tijdelijk in de zin van het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact. In de winterprognoses 2020 van de Commissie, uitgebreid met begrotingsvariabelen, wordt uitgegaan van een overheidstekort van 4,0% van het bbp in 2019, 4,9% in 2020 en 6,9% in 2021. De verwachte stijging van het tekort wordt vooral aangejaagd door significante stijgingen van de pensioenen. In de begrotingsstrategie gaat de regering er ook van uit dat het overheidstekort in 2020 en 2021 boven de referentiewaarde zal blijven, met een voorspeld tekort van 3,6% van het bbp in 2020 en 3,4% in 2021. Aan het tekortcriterium van het VWEU is dus op het eerste gezicht niet voldaan.

(8)De overheidsschuld van Roemenië bedroeg in 2018 34,7% van het bbp. Zowel in de winterprognoses 2020 van de Commissie, die met begrotingsvariabelen zijn uitgebreid, als in de begrotingsstrategie wordt ervan uitgegaan dat de overheidsschuld tot 2021 zal toenemen, maar onder de referentiewaarde van het Verdrag zal blijven. Volgens de begrotingsstrategie zal de overheidsschuld in 2021 naar verwachting toenemen tot 37,8% van het bbp. De Commissie verwacht een sterkere stijging, tot 41,9% van het bbp in 2021. Bijgevolg is aan het schuldcriterium van het VWEU voldaan.

(9)In overeenstemming met het bepaalde in artikel 126, lid 3, VWEU heeft de Commissie in haar verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU alle relevante factoren onderzocht. Zoals bepaald in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 zullen, telkens wanneer de schuldquote van de overheid de referentiewaarde niet overschrijdt, relevante factoren in aanmerking worden genomen bij de stappen die leiden tot het besluit over het bestaan van een buitensporig tekort. Bij de beoordeling of aan het tekortcriterium wordt voldaan, is rekening gehouden met de relevante factoren, en met name met het feit dat sinds 2017 geen effectief gevolg is gegeven aan de aanbevelingen van de Raad in het kader van de procedure inzake significante afwijkingen, met de beperkte vooruitgang die Roemenië heeft geboekt op het gebied van structurele hervormingen en met de hoge risico's voor de houdbaarheid van de begroting op middellange en lange termijn. Zij doen niets af aan de conclusie dat niet is voldaan aan het tekortcriterium van het VWEU,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Uit een algemene beoordeling volgt dat in Roemenië een buitensporig tekort bestaat wegens niet-naleving van het tekortcriterium.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot Roemenië.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6.
(2)    PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1.
(3)    Alle documenten met betrekking tot de buitensporigtekortprocedure voor Roemenië zijn te vinden op: https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/economic-and-fiscal-policy-coordination/eu-economic-governance-monitoring-prevention-correction/stability-and-growth-pact/corrective-arm-excessive-deficit-procedure/closed-excessive-deficit-procedures/romania_nl
Top