EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.6.2019
COM(2019) 528 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over het nationale hervormingsprogramma 2019 van het Verenigd Koninkrijk en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2018-2019 van het Verenigd Koninkrijk
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
over het nationale hervormingsprogramma 2019 van het Verenigd Koninkrijk en met een advies van de Raad over het convergentieprogramma 2018-2019 van het Verenigd Koninkrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,
Gezien Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad van 7 juli 1997 over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid, en met name artikel 9, lid 2,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Gezien de resoluties van het Europees Parlement,
Gezien de conclusies van de Europese Raad,
Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,
Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,
Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,
Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op 21 november 2018 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan de jaarlijkse groeianalyse en daarmee de aanzet gegeven tot het Europees Semester 2019 voor coördinatie van het economisch beleid. Er werd terdege rekening gehouden met de Europese pijler van sociale rechten, die op 17 november 2017 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is afgekondigd. De prioriteiten van de jaarlijkse groeianalyse zijn op 21 maart 2019 door de Europese Raad bekrachtigd. Op 21 november 2018 heeft de Commissie op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag aangenomen, waarin zij het Verenigd Koninkrijk niet heeft genoemd als een van de lidstaten die aan een diepgaande evaluatie zouden worden onderworpen.
(2)Op 27 februari 2019 is het landverslag 2019 voor het Verenigd Koninkrijk gepubliceerd. Daarin werd de vooruitgang beoordeeld die het Verenigd Koninkrijk bij de uitvoering van de op 13 juli 2018 door de Raad vastgestelde landspecifieke aanbevelingen heeft gemaakt, alsmede het gevolg dat is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren werden goedgekeurd, en de vooruitgang die het Verenigd Koninkrijk richting zijn nationale Europa 2020-doelstellingen heeft geboekt.
(3)Op 23 april 2019 heeft het Verenigd Koninkrijk zijn nationale hervormingsprogramma 2019 en zijn convergentieprogramma 2018-2019 ingediend. Om met de onderlinge verbanden rekening te houden, zijn beide programma's tezelfdertijd geëvalueerd.
(4)Op 29 maart 2017 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Raad in kennis gesteld van zijn voornemen om de Europese Unie te verlaten. Wanneer het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat, wordt het een derde land. Aangezien er onzekerheid bestaat over de datum en de voorwaarden van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk en over de toekomstige betrekkingen tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU, wordt in dit document niet gespeculeerd over de mogelijke economische gevolgen van de verschillende scenario's. Indien het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaat op basis van het terugtrekkingsakkoord dat door de regering van het Verenigd Koninkrijk is goedgekeurd en waaraan de Europese Raad (artikel 50) op 25 november 2018 zijn goedkeuring heeft gehecht, dan zal de EU-wetgeving, inclusief het Europees Semester, gedurende de in dat akkoord vastgestelde overgangsperiode blijven gelden voor en in het Verenigd Koninkrijk.
(5)De betrokken landspecifieke aanbevelingen zijn meegenomen in de programmering voor de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) voor de periode 2014-2020. Op grond van artikel 23 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad kan de Commissie een lidstaat verzoeken zijn partnerschapsovereenkomst en de desbetreffende programma's te herzien en wijzigingen daarop voor te stellen, indien dit nodig is om de uitvoering van de betrokken aanbevelingen van de Raad te ondersteunen. De Commissie heeft in richtsnoeren met betrekking tot de toepassing van de maatregelen die de effectiviteit van de ESI-fondsen koppelen aan gezonde economische governance, nader aangegeven hoe zij van die bepaling zou gebruikmaken.
(6)Het Verenigd Koninkrijk is momenteel onderworpen aan het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact en aan de overgangsregel voor de schuld tot 2019-2020. In haar convergentieprogramma 2018-2019 gaat de regering ervan uit dat het nominale tekort zal stijgen van 1,2 % van het bbp in 2018-2019 tot 1,4 % van het bbp in 2019-2020, en vervolgens in 2020-2021 zal dalen tot 1,1 % van het bbp. In het convergentieprogramma is geen begrotingsdoelstelling op middellange termijn opgenomen. Volgens het convergentieprogramma zal de overheidsschuldquote naar verwachting dalen van 85,5 % van het bbp in 2018-2019 tot 83,3 % van het bbp in 2019-2020 en tot 82,9 % van het bbp in 2020-2021. Het macro-economische scenario dat aan die begrotingsprognoses ten grondslag ligt, is plausibel. De maatregelen die nodig zijn om de geplande tekortdoelstellingen te ondersteunen, zijn over het geheel genomen goed gespecificeerd, maar de toenemende druk op de overheidsuitgaven in een aantal beleidsterreinen vormt een risico voor de verwezenlijking van het geplande tekorttraject.
(7)Op 13 juli 2018 heeft de Raad het Verenigd Koninkrijk de aanbeveling gedaan ervoor te zorgen dat de nominale groei van de netto primaire overheidsuitgaven in 2019-2020 niet meer dan 1,6 % bedraagt, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,6 % van het bbp. Op basis van de voorjaarsprognoses 2019 van de Commissie bestaat het risico dat in 2019-2020 aanzienlijk zal worden afgeweken van de vereisten van het preventieve deel van het stabiliteits- en groeipact.
(8)Voor 2020-2021 zou, aangezien de overheidsschuldquote van het Verenigd Koninkrijk meer dan 60 % van het bbp bedraagt en er een outputgap van 0,3 % wordt verwacht, de nominale groei van de netto primaire overheidsuitgaven op niet meer dan 1,9 % uitkomen, in overeenstemming met de structurele aanpassing van 0,6 % van het bbp die resulteert uit de matrix van vereisten in het kader van het stabiliteits- en groeipact. Bij ongewijzigd beleid bestaat het risico dat in 2020-2021 aanzienlijk zal worden afgeweken van de vereiste. Het Verenigd Koninkrijk zal naar verwachting voldoen aan de overgangsregel voor de schuld in 2019-2020, als gevolg van de toegestane jaarlijkse afwijking van 0,25 %, en aan de schuldregel in 2020-2021. Al met al is de Raad van oordeel dat het Verenigd Koninkrijk bereid moet zijn om vanaf 2019-2020 verdere maatregelen te nemen om aan de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact te voldoen.
(9)Het Verenigd Koninkrijk was lange tijd de G7-economie met het laagste percentage kapitaalinvesteringen in verhouding tot het bbp. Ook zijn de investeringen sterk teruggelopen tijdens de financiële crisis en is het herstel van de particuliere investeringen na de crisis gestagneerd. Het voorbije decennium bedroeg de intensiteit van de investeringen in onderzoek en ontwikkeling in het Verenigd Koninkrijk ongeveer 1,7 % van het bbp, wat minder is dan het EU-gemiddelde. O&O-investeringen zijn geconcentreerd in een beperkt aantal ondernemingen en regio's. Deze algemene tekortkomingen met betrekking tot zowel fysiek als menselijk kapitaal liggen aan de basis van de relatief lage en stagnerende arbeidsproductiviteit van het Verenigd Koninkrijk.
(10)In het Verenigd Koninkrijk is er een aanhoudend woningtekort. Het herstel na de crisis in de woningbouwsector heeft aan kracht ingeboet. Er doen zich capaciteitsproblemen voor terwijl er nog steeds onvoldoende woningen worden gebouwd om aan de geraamde behoeften te voldoen. Een woning kopen en huren blijft duur, met name in gebieden waar de vraag groot is, en er zijn tekenen van overwaardering. Aanzienlijk minder jonge volwassenen bezitten een eigen woning. De overheid treft een reeks maatregelen om het woningaanbod te stimuleren. Tegelijk worden het aantal bouwgronden en de ligging ervan beperkt door de strikte regulering van de grondmarkt, in het bijzonder rond grote gemeenten en steden.
(11)Er zijn grote investeringen nodig om de infrastructuurnetwerken te moderniseren en uit te breiden, en om de projectkosten en broeikasgasemissies terug te dringen. De wegen-, spoor-en luchtvaartnetwerken kampen ook met een toenemende druk op de bezettingsgraad. Het Verenigd Koninkrijk moet zorgen voor substantiële nieuwe en groenere capaciteit voor energieopwekking en -voorziening. De ontwikkeling van infrastructuur was in het Verenigd Koninkrijk over het algemeen duur en langzaam. Na decennia van onvoldoende overheidsinvesteringen begint de overheid de achterstand inzake infrastructuur aan te pakken, maar het zal een uitdaging zijn om op een kosteneffectieve manier de externe middelen te verzamelen die nodig zijn volgens de overheidsprognoses.
(12)Hoewel de werkloosheidsgraad laag is, liggen de reële lonen nog steeds onder de piek van vóór de crisis. Door het grote aandeel laaggeschoolde werknemers zijn de carrièrevooruitzichten beperkt, wat gevolgen heeft voor de productiviteit en bijdraagt tot een hoog niveau van armoede onder werkenden. Er is ruimte om de onderwijs- en opleidingsstelsels doeltreffender te maken met betrekking tot basis- en technische vaardigheden. De overheid hervormt zowel de klassikale als de praktijkgerichte opleidingen, maar het aantal inschrijvingen voor het nieuwe alternerende systeem valt lager uit dan verwacht.
(13)In de context van het Europees Semester 2019 heeft de Commissie een brede analyse van het economische beleid van het Verenigd Koninkrijk verricht. Deze analyse is gepubliceerd in het landverslag 2019. Voorts heeft de Commissie zowel het convergentieprogramma 2018-2019 als het nationale hervormingsprogramma 2019 doorgelicht en onderzocht welk gevolg is gegeven aan de aanbevelingen die in eerdere jaren tot het Verenigd Koninkrijk zijn gericht. Daarbij heeft de Commissie niet alleen gekeken naar de relevantie ervan voor een houdbaar begrotings- en sociaaleconomisch beleid in het Verenigd Koninkrijk, maar is zij ook nagegaan of de Unieregels en -richtsnoeren in acht zijn genomen. Dit komt voort uit de noodzaak om de algehele economische governance van de Unie te versterken door middel van een inbreng op Unieniveau in toekomstige nationale besluiten.
(14)In het licht van deze beoordeling heeft de Raad het convergentieprogramma 2018-2019 onderzocht en zijn advies daarover is met name in de onderstaande aanbeveling 1 weergegeven,
BEVEELT AAN dat het Verenigd Koninkrijk in 2019 en 2020 de volgende actie onderneemt:
1.Ervoor zorgen dat de nominale groei van de netto primaire overheidsuitgaven in 2020-2021 niet meer dan 1,9 % bedraagt, hetgeen overeenstemt met een jaarlijkse structurele aanpassing van 0,6 % van het bbp.
2.Het economisch investeringsbeleid toespitsen op onderzoek en innovatie, woningbouw, opleiding en de verbetering van de vaardigheden, duurzaam vervoer, de omschakeling naar een koolstofarme economie en de energietransitie, rekening houdend met regionale diversiteit.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter