|
Een niet-wetgevende beleidsmaatregel O en 13 wetgevende beleidsmaatregelen werden overwogen en als volgt gegroepeerd:
•
Blok A: "WAAROM" moeten de bevoegde autoriteiten toegang hebben tot financiële informatie of deze informatie uitwisselen?
Optie A.1: alleen voor het voorkomen en bestrijden van het witwassen van geld, daarmee samenhangende basisdelicten en terrorismefinanciering.
Optie A.2: alleen met betrekking tot "Euromisdrijven" als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU.
Optie A.3: met betrekking tot de in bijlage I bij de Europol-verordening bedoelde vormen van criminaliteit.
•
Blok B: "HOE" moeten overheidsinstanties toegang krijgen tot financiële informatie en deze informatie uitwisselen?
OPTIE B.1: de bevoegde autoriteiten toegang geven tot de nationale centrale registers van bankrekeningen via 1) Suboptie B.1.a: directe toegang; of 2) Suboptie B.1.b: indirecte toegang.
OPTIE B.2: de bevoegde autoriteiten toegang geven tot alle andere financiële informatie via 1) Suboptie B.2.a: directe toegang; of 2) Suboptie B.2.b: via de FIE's.
OPTIE B.3: maatregelen nemen voor de uitwisseling van informatie tussen FIE's en de toegang van FIE's tot en de uitwisseling door FIE's van informatie die in het bezit is van de bevoegde autoriteiten via 1) Suboptie B.3.a: rechtstreekse samenwerking tussen FIE's; of 2) Suboptie B.3.b: oprichting van een centrale FIE.
•
Blok C: "WIE", op welke overheidsinstanties zijn de voorwaarden van toepassing?
Optie C.1: op overheidsinstanties die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, onderzoeken of vervolgen van strafbare feiten
Optie C.2: op de overheidsinstanties van optie C.1 en daarnaast 1) Suboptie C.2.a: de bureaus voor de ontneming van vermogensbestanddelen; 2) Suboptie C.2.b: Europol; 3) Suboptie C.2.c: OLAF
Wat betreft de toegang van bevoegde autoriteiten tot informatie in registers van bankrekeningen, is de voorkeursoptie een combinatie van de opties A.3, B.1.a, C.2.a en C.2.b.
Wat betreft de toegang van bevoegde autoriteiten tot aanvullende financiële informatie, is de voorkeursoptie een combinatie van de opties A.3, B.2.b en C.2.b.
Om de belemmeringen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen FIE's en de moeilijkheden waarmee FIE's te maken hebben bij de samenwerking met de rechtshandhavingsdiensten in hun land aan te pakken, is de voorkeursoptie een combinatie van de opties A.1, B.2.b, B.3.a en C.2.b.
|