Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52018PC0083

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst

COM/2018/083 final - 2018/039 (NLE)

Brussel, 2.3.2018

COM(2018) 83 final

2018/0039(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER (in de bijlage bij het voorstel voor een besluit van de Raad) strekt ertoe een wijziging aan te brengen in bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst om Verordening (EU) nr. 537/2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang 1 en Richtlijn 2014/56/EU tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen 2 erin op te nemen.

De aanpassingen in het bijgaande ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER gaan verder dan wat als louter technische aanpassingen kan worden beschouwd in de zin van Verordening nr. 2894/94 van de Raad. Het standpunt van de Unie moet derhalve door de Raad worden vastgesteld.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Met het bijgaande ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER wordt het reeds bestaande EU-beleid uitgebreid tot de EER-/EVA-staten (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De uitbreiding van de EU-wetgeving tot de EER-/EVA-staten door de opname ervan in de EER-overeenkomst geschiedt conform de doelstellingen en beginselen van deze overeenkomst, met het oog op een dynamische en homogene Europese economische ruimte, gebaseerd op gemeenschappelijke regels en gelijke concurrentievoorwaarden.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De wetgeving die in de EER-overeenkomst dient te worden opgenomen, is gebaseerd op de artikelen 50 en 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Overeenkomstig artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2894/94 3 van de Raad houdende bepaalde wijzen van toepassing van de EER-overeenkomst stelt de Raad met betrekking tot dit soort besluiten op voorstel van de Commissie het standpunt van de Unie vast.

De EDEO dient in samenwerking met de Commissie het ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER bij de Raad in met het oog op vaststelling van het standpunt van de Unie. De EDEO hoopt dit standpunt zo spoedig mogelijk in het Gemengd Comité van de EER te kunnen uiteenzetten.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel.

De doelstelling van dit voorstel, namelijk te zorgen voor de homogeniteit van de interne markt, kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kan derhalve, gezien de gevolgen van de maatregelen, beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

De opname van de EU-wetgeving in de EER-overeenkomst geschiedt conform Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hetgeen een bevestiging is van de gekozen aanpak.

Evenredigheid

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat dit voorstel niet verder dan nodig is om de doelstelling te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst is voor een besluit van het Gemengd Comité van de EER gekozen. Het Gemengd Comité van de EER ziet toe op de doeltreffende uitvoering en werking van de EER-overeenkomst. Het neemt besluiten in de gevallen waarin deze overeenkomst voorziet.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Ex-postevaluaties van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing

Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing

Effectbeoordeling

Niet van toepassing

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing

Grondrechten

Niet van toepassing

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Er worden geen gevolgen voor de begroting verwacht door de opname van Verordening (EU) nr. 537/2017 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en Richtlijn 2014/56/EU tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen in de EER-overeenkomst.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing

Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen naar "Uniewetgeving" opgenomen in Verordening (EU) nr. 537/2014

Overeenkomstig artikel 7 van de EER-overeenkomst zijn alleen handelingen die zijn opgenomen in de EER-overeenkomst, bindend voor de EER-/EVA-staten. Derhalve strekt wijziging a) van Verordening (EU) nr. 537/2014 ertoe dat in de bepalingen die verwijzen naar de toepasselijke Uniewetgeving, tot uiting komt dat in een EER-kader het wettelijke referentiekader de EER-overeenkomst is en de hierin opgenomen besluiten.

Artikelen 41 en 44 van Verordening (EU) nr. 537/2014

Artikel 41 van de verordening voorziet in overgangsperiodes voor de inwerkingtreding van de verplichting om wettelijke auditors en auditkantoren te rouleren en om een selectieprocedure voor de keuze van deze auditors te organiseren. Zoals aangegeven in de overwegingen van deze verordening, is de overgangsperiode van belang "om rechtszekerheid en een soepele overgang naar de bij deze verordening ingevoerde regeling te waarborgen". Deze overwegingen gelden ook voor de EVA-staten. Aangezien de verordening pas na haar inwerkingtreding in de EU in de EER-overeenkomst wordt opgenomen, moeten deze overgangsperiodes worden aangepast om ervoor te zorgen dat in de EVA-staten gevestigde ondernemingen aanspraak kunnen maken op dezelfde overgangsperiode. Met wijziging b) worden derhalve de in artikel 41 vermelde data aangepast om rekening te houden met de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité tot opname van de verordening in de EER-overeenkomst.

Uit hoofde van artikel 44 van de verordening wordt de inwerkingtreding van het verbod op bepalingen om de keuze van auditor door aandeelhouders te beperken met één jaar uitgesteld. Om bovengenoemde redenen wordt dus met wijziging c) op overeenkomstige wijze deze datum aangepast om rekening te houden met de inwerkingtreding van het onderhavige besluit van het Gemengd Comité.

Artikel 30 quater, lid 3, van Richtlijn 2006/43/EG

Overeenkomstig artikel 7 van de EER-overeenkomst zijn alleen handelingen die zijn opgenomen in de EER-overeenkomst, bindend voor de EER-/EVA-staten. Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is een instrument van het primaire EU-recht dat niet bindend is voor niet-lidstaten en is niet relevant in een EER-kader. Derhalve wordt met aanpassing a) van Richtlijn 2014/56/EU de in artikel 30 quater, lid 3, opgenomen verwijzing naar het Handvest buiten werking gesteld.

De verplichting voor de bevoegde autoriteiten om ervoor te zorgen dat bij de bekendmaking van sancties de grondrechten worden gerespecteerd, en in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens, blijft evenwel als dusdanig van toepassing in de EER.

2018/0039 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 50 en 114, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 4 , en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte 5 (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)Overeenkomstig artikel 98 van de EER-overeenkomst kan bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad 6 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(4)Richtlijn 2014/56/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(5)Met het oog op de goede werking van de EER-overeenkomst moet Protocol 37 bij de EER-overeenkomst worden uitgebreid om het bij Verordening (EU) nr. 537/2014 opgerichte comité van Europese audittoezichthouders (Committee of European Auditing Oversight Bodies, CEAOB) erin op te nemen en moet bijlage XXII bij de EER-overeenkomst worden gewijzigd teneinde de procedures voor toetreding tot dit comité nader te omschrijven.

(6)Bijlage XII en Protocol 37 bij de EER-overeenkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(7)Het door de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt moet derhalve worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerp-besluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerp-besluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).
(2)    Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196).
(3)    PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(4)    PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.
(5)    PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.
(6)    Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77).
(7)    Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196).
Top

Brussel,2.3.2018

COM(2018) 83 final

BIJLAGE

bij het

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt met betrekking tot een wijziging van bijlage XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst


BIJLAGE

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER

Nr.


tot wijziging van BIJLAGE XXII (Vennootschapsrecht) en Protocol 37 (dat de in artikel 101 bedoelde lijst bevat) bij de EER-overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna "de EER-overeenkomst" genoemd), en met name artikel 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie 1 , zoals gerectificeerd in PB L 170 van 11.6.2014, blz. 66, moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(2)Richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen 2 moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.

(3)Met het oog op de goede werking van de EER-overeenkomst moet Protocol 37 bij de EER-overeenkomst worden uitgebreid om het bij Verordening (EU) nr. 537/2014 opgerichte comité van Europese audittoezichthouders (Committee of European Auditing Oversight Bodies, CEAOB) erin op te nemen en moet bijlage XXII bij de EER-overeenkomst worden gewijzigd teneinde de procedures voor deelname aan dit comité nader te omschrijven.

(4)Bijlage XXII en Protocol 37 bij de EER-overeenkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage XXII bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:

1.In punt 10f (Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

"-32014 L 0056: Richtlijn 2014/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196).

De bepalingen van de richtlijn worden, voor de toepassing van deze overeenkomst, als volgt gelezen:

In artikel 30 quater, lid 3, zijn de woorden "als neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie" niet van toepassing ten aanzien van de EVA-staten."

2.Na punt 10i (Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad) wordt het volgende ingevoegd:

"10j.32014 R 0537: Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van entiteiten van openbaar belang en tot intrekking van Besluit 2005/909/EG van de Commissie (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77), zoals gerectificeerd in PB L 170 van 11.6.2014, blz. 66.

Procedures voor deelname van de EVA-landen overeenkomstig artikel 101 van de Overeenkomst:

De in artikel 32, lid 1, van Richtlijn 2006/43/EG bedoelde bevoegde autoriteiten hebben het recht ten volle deel te nemen aan de werkzaamheden van het comité van Europese audittoezichthouders (CEAOB), onder dezelfde voorwaarden als de bevoegde autoriteiten van de EU-lidstaten, maar zonder stemrecht. Leden van de EVA-staten komen niet in aanmerking voor het voorzitterschap van het CEAOB, overeenkomstig artikel 30, lid 6.

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

a)De woorden "de nationale wetgeving of de Uniewetgeving" worden vervangen door de woorden "de nationale wetgeving of de EER-overeenkomst" en de woorden "het Unierecht of nationaal recht" worden vervangen door de woorden "de EER-overeenkomst of nationaal recht".

b)In artikel 41, wat betreft de EVA-staten:

i)worden de woorden "17 juni 2020" vervangen door "zes jaar na de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]";

ii)worden de woorden "17 juni 2023" vervangen door "negen jaar na de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]";

iii)worden de woorden "16 juni 2014" vervangen door "de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. .../... van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]";

iv)worden de woorden "17 juni 2016" vervangen door "twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]".

c)In artikel 44, wat betreft de EVA-staten, worden de woorden "17 juni 2017" vervangen door "één jaar na de datum van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van het Gemengd Comité van de EER [onderhavig besluit]"."

Artikel 2

Aan Protocol 37 bij de EER-overeenkomst wordt het volgende punt toegevoegd:

"40.Het comité van Europese audittoezichthouders (CEAOB) (Verordening (EU) nr. 537/2014 van het Europees Parlement en de Raad)."

Artikel 3

De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van Verordening (EU) nr. 537/2014, zoals gerectificeerd in PB L 170 van 11.6.2014, blz. 66, en van Richtlijn 2014/56/EU zijn authentiek.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden*.

3Artikel 5

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

   Voor het Gemengd Comité van de EER

   De voorzitter
   
   
   
   De secretarissen
   van het Gemengd Comité van de EER

(1)    PB L 158 van 27.5.2014, blz. 77.
(2)    PB L 158 van 27.5.2014, blz. 196.
(3) *    [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]
Top