Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0731

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD betreffende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in luchtvaartuigen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1147/2002

COM/2017/0731 final - 2017/0324 (NLE)

Brussel, 4.12.2017

COM(2017) 731 final

2017/0324(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in luchtvaartuigen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1147/2002


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Bij Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad is voorzien in de tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde met een "luchtwaardigheidscertificaat" ingevoerde goederen. Luchtwaardigheidscertificaten (tegenwoordig "certificaten van vrijgave") werden afgegeven door de nationale luchtvaartinstanties in de staat waar het luchtvaartuig was ingeschreven en bevestigden dat de onderdelen in het luchtvaartuig waren vervaardigd in overeenstemming met een goedgekeurd ontwerp overeenkomstig de luchtvaartwetgeving die toen van kracht was. Bij Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad zijn de douaneprocedures vereenvoudigd voor de rechtenvrije invoer van onderdelen en andere voor vervaardiging, reparatie, onderhoud, verbouwing, wijziging of ombouw van luchtvaartuigen bestemde goederen die voorheen onder verschillende opschortende regelingen (b.v. de regeling "actieve veredeling", "bijzondere bestemming" en "douane-entrepot") werden ingevoerd.

Sommige bepalingen in de verordening moeten worden bijgewerkt om rekening te houden met juridische en technologische ontwikkelingen. Om ervoor te zorgen dat de juridische ontwikkelingen in de luchtvaartsector worden nageleefd, moet in de bepalingen met name worden verwezen naar "certificaten van vrijgave" (d.w.z. formulier 1 van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart of een equivalent daarvan) in plaats van naar "luchtwaardigheidscertificaten". De term "origineel certificaat" is ook achterhaald, omdat de certificaten tegenwoordig in elektronische vorm worden afgegeven.

De nationale autoriteiten verschillen van mening over de vraag of met een "luchtwaardigheidscertificaat" ingevoerde goederen die in aanmerking komen voor de schorsing van douanerechten overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1147/2002 uitsluitend in een burgerluchtvaartuig of zowel in een burgerluchtvaartuig als een militair luchtvaartuig mogen worden gebruikt. Om een consequente interpretatie en een uniforme tenuitvoerlegging te garanderen, moeten deze bepalingen worden verduidelijkt. Daarom wordt beoogd dat onderdelen die bedoeld zijn voor een militair luchtvaartuig ook in aanmerking kunnen komen voor de schorsing van rechten als deze vergezeld gaan van een certificaat van vrijgave of een equivalent daarvan. Dit voorstel is in overeenstemming met douanewetgeving waarin de vereenvoudigde aanzuivering van de regeling actieve veredeling tot militaire luchtvaartuigen wordt uitgebreid aangezien in artikel 324, lid 1, onder c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 geen onderscheid wordt gemaakt tussen een burgerluchtvaartuig en een niet-burgerluchtvaartuig wat betreft de vereenvoudigde aanzuivering van de regeling actieve veredeling.

Omwille van de rechtszekerheid en om een uniforme toepassing van de verordening te waarborgen, wordt de Commissie met het voorstel gemachtigd om een lijst met in Verordening (EEG) nr. 2658/87 neergelegde codes van de gecombineerde nomenclatuur op te stellen waaronder de goederen in kwestie kunnen worden ingedeeld, en een lijst van certificaten die gelijkwaardig worden geacht aan de EASA-formulier 1-certificaten. Op grond van het voorstel kan tevens snel actie worden ondernomen als deze lijsten met codes of certificaten moeten worden gewijzigd.

Omwille van de rechtszekerheid en de duidelijkheid moet de huidige verordening niet worden gewijzigd, maar worden ingetrokken. De voorgestelde nieuwe verordening zorgt voor duidelijkheid en vereenvoudiging, vermindert de administratieve lasten voor marktdeelnemers en douanediensten, en ondersteunt het concurrentievermogen van de Europese vliegtuigindustrie.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De maatregel vermindert de administratieve lasten voor de douaneautoriteiten van de lidstaten en voor marktdeelnemers in de luchtvaartsector, omdat er minder noodzaak is om schorsingsregelingen, zoals een gunstige tariefbehandeling voor goederen uit hoofde van hun bijzondere bestemming, de regeling actieve veredeling of de procedure van douane-entrepots, te gebruiken.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel is in overeenstemming met het beleid van de Unie op het gebied van de luchtvaart en bouwt voort op het proces van wederzijdse erkenning van certificaten van vrijgave tussen EU- en niet-EU-landen. Het voorstel is met name in overeenstemming met het beleid van de Unie om gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart vast te stellen en een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart op te richten (Verordening (EG) nr. 216/2008). Daarnaast is het voorstel in overeenstemming met het beleid van de Unie betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken (Verordening (EG) nr. 1321/2014) en betreffende de uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties (Verordening (EG) nr. 748/2012).

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 31 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het onderwerp van het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de EU. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. De verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Op grond van artikel 31 VWEU worden "de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief [...] door de Raad vastgesteld op voorstel van de Commissie". Een verordening van de Raad is dus het geschikte instrument.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Tegelijk met het voorstel en in overeenstemming met artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad dient de Commissie een verslag bij de Raad in over de toepassing van de verordening. In het verslag, dat is gebaseerd op de informatie die in de periode 2014-2016 van de lidstaten is ontvangen, wordt geconcludeerd dat de achterliggende gedachte voor de vereenvoudiging en opschorting nog altijd actueel is. De administratieve lasten voor marktdeelnemers en douanediensten zijn aanzienlijk verminderd.

Uit het verslag bleek dat de huidige verordening nog altijd relevant en doeltreffend is, omdat de administratieve lasten voor douaneambtenaren erdoor worden verminderd doordat een alternatieve procedure voor bijzondere douaneregelingen wordt toegestaan, zoals de vergunning bijzondere bestemming en het douanetoezicht erop. Sommige bepalingen van de huidige verordening moeten echter verder worden verduidelijkt wat de toegelaten certificaten en de procedures voor herstelde goederen betreft. Uit het verslag komt ook duidelijk naar voren dat het gebruik van de huidige verordening belangrijke gevolgen heeft voor de efficiëntie van zowel marktdeelnemers als douanediensten. Als het gebruik van een luchtwaardigheidscertificaat wordt vergeleken met de voor de regeling bijzondere bestemming gestelde termijn, blijkt met name dat de uitgespaarde tijd overeenkomt met de tijd die nodig is om de regeling bijzondere bestemming toe te kennen.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft verschillende raadplegingen georganiseerd om het bedrijfsleven over de voorgenomen maatregelen te informeren. Zij heeft met name verschillende bijeenkomsten georganiseerd met de Association of European Airlines en de Association of Aerospace and Defence Industries. Het voorstel kon op brede steun van de marktdeelnemers rekenen. Daarnaast heeft de Commissie het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) geraadpleegd. De lidstaten zijn op de hoogte gebracht via deskundigen van de Groep economische tariefvraagstukken en de Afdeling tarief- en statistieknomenclatuur (sector GN) van het Comité douanewetboek. De lidstaten hebben hun steun uitgesproken voor het voorstel van de Commissie.

Effectbeoordeling

Er is geen effectbeoordeling uitgevoerd omdat het voorstel geen significante nieuwe economische of sociale gevolgen of gevolgen voor het milieu heeft en omdat er geen beleidskeuzes worden gemaakt.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

De huidige verordening is zeer gunstig gebleken voor de Europese luchtvaartsector (toekenning van rechtenvrije behandeling van goederen na overlegging van een certificaat) en voor de diensten van de lidstaten (aanvaarding van een specifiek soort certificaat, wat minder lastig is dan de voorheen gebruikte schorsingsregelingen). Het positieve effect op het bedrijfsleven komt tot uiting in de geleidelijke stijging in 2014-2016 van de waarde van de invoer met een luchtwaardigheidscertificaat (ongeveer 11,3 miljard EUR in 2014, 14,9 miljard EUR in 2015 en 18,5 miljard EUR in 2016). De Commissie dient een verslag in bij de Raad over de toepassing van de verordening (zie hiervoor).

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Marktdeelnemers in de sector konden ook vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad gebruikmaken van schorsingsregelingen en met het voorstel worden geen ingrijpende veranderingen ingevoerd.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De voorgestelde maatregelen moeten in het kader van het Geïntegreerd Tarief van de Europese Unie (Taric) worden beheerd en door de douanediensten van de lidstaten worden toegepast.

2017/0324 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in luchtvaartuigen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1147/2002

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 31,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad 1 werden de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief tijdelijk geschorst voor bepaalde onderdelen en andere goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in burgerluchtvaartuigen, wanneer deze met een luchtwaardigheidscertificaat werden ingevoerd. Bij die verordening zijn de douaneprocedures voor de rechtenvrije invoer van onderdelen en andere voor vervaardiging, reparatie, onderhoud, verbouwing, wijziging of ombouw van luchtvaartuigen bestemde goederen vereenvoudigd. Vanwege verstrekkende ontwikkelingen op het gebied van technologie en wetgeving sinds 2002 moet Verordening (EG) nr. 1147/2002 echter worden aangepast en omwille van de duidelijkheid worden vervangen.

(2)Volgens de informatie die van de lidstaten is ontvangen, blijft de bij Verordening (EG) nr. 1147/2002 ingevoerde tijdelijke schorsing noodzakelijk om het doel van de verlichting van de administratieve lasten voor zowel marktdeelnemers in de luchtvaartsector als douanediensten van de lidstaten te verwezenlijken, omdat invoer onder bijzondere regelingen met douanetoezicht, zoals bijzondere bestemming, actieve veredeling of douane-entrepot, lastig zou zijn. De tijdelijke schorsing moet daarom worden voortgezet.

(3)Omdat de prijzen voor in de luchtvaartsector gebruikte onderdelen gewoonlijk veel hoger liggen dan de prijzen voor soortgelijke goederen die voor andere doeleinden zijn bestemd, is het risico dat de rechtenvrij ingevoerde goederen voor andere industriële gebieden zouden worden gebruikt en als gevolg daarvan het risico van misbruik van de tijdelijke schorsing, bijzonder klein.

(4)Bij Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie 2 is bepaald dat, wil een onderdeel geschikt worden bevonden om te worden geïnstalleerd in een product met typecertificaat, het vergezeld moet gaan van een certificaat van vrijgave (EASA-formulier 1), afgegeven door een partij die is gemachtigd door luchtvaartautoriteiten binnen de Unie. De schorsing van douanerechten moet daarom afhankelijk worden gesteld van de indiening van een certificaat van vrijgave.

(5)Daarnaast moeten gelijkwaardige certificaten die door derde landen zijn afgegeven en certificaten die zijn afgegeven in het kader van bilaterale overeenkomsten inzake luchtvaartveiligheidsovereenkomsten met de Unie voordat het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) werd opgericht, eveneens worden aanvaard als alternatief voor de certificaten van vrijgave (EASA-formulier 1).

(6)Aangezien bepaalde certificaten uitsluitend in elektronische vorm worden afgegeven, moet het mogelijk zijn om certificaten in te dienen door elektronische gegevensverwerkingstechnieken of andere middelen te gebruiken om voor de schorsing in aanmerking te komen.

(7)Wanneer geen certificaat kan worden overgelegd op het tijdstip waarop de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven, moet de verkoper van de goederen een verklaring verstrekken met het referentienummer van het certificaat, zodat de douaneautoriteiten van de lidstaten de producten die in het vrije verkeer worden gebracht, kunnen controleren.

(8)De douaneautoriteiten moeten op kosten van de importeur een beroep kunnen doen op de deskundigheid van een vertegenwoordiger van de nationale luchtvaartautoriteiten indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat een certificaat is vervalst. Voordat tot dergelijke actie wordt overgegaan, moeten de douaneautoriteiten echter rekening houden met het volume van de in te voeren goederen, het bedrag van de rechten dat verschuldigd zou zijn als de in deze verordening vastgelegde schorsing niet van toepassing was en het risico dat de kosten van de expertise hoger zouden kunnen uitvallen dan het voordeel van de schorsing van rechten voor de importeur wanneer het oordeel van de expertise luidt dat de regels voor de afgifte van deze certificaten niet zijn geschonden, zodat marktdeelnemers niet met onnodige lasten worden opgezadeld.

(9)Om uniforme voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van deze verordening te garanderen, moet de Commissie uitvoeringsbevoegdheden krijgen om een lijst vast te stellen van de posten, onderverdelingen en codes van de in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad 3 vastgelegde gecombineerde nomenclatuur waaronder de goederen worden ingedeeld die op grond van deze verordening voor schorsing in aanmerking komen, om een lijst van certificaten vast te stellen die gelijkwaardig zijn aan het certificaat van vrijgave (EASA-formulier 1) en om een template op te stellen voor verklaringen die bij de douaneautoriteiten kunnen worden ingediend wanneer een certificaat niet kan worden ingediend op het tijdstip waarop de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 4 .

(10)In het licht van de ingrijpende veranderingen als gevolg van deze verordening met betrekking tot de goederen die voor de schorsing van autonome douanerechten in aanmerking komen, de aanvaardbare certificaten van vrijgave en de procedures, alsook omwille van de duidelijkheid, moet Verordening (EG) nr. 1147/2002 worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in Verordening (EEG) nr. 2658/87 vastgelegde autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor onderdelen en andere goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in luchtvaartuigen en delen daarvan tijdens de vervaardiging, de reparatie, het onderhoud, de verbouwing, de wijziging of de ombouw ervan, moeten worden geschorst.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een lijst vast van de posten, onderverdelingen en codes van de in Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad vastgelegde gecombineerde nomenclatuur waaronder de goederen die in aanmerking komen voor schorsing, zijn ingedeeld. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 4 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 2

1.Om goederen in aanmerking te laten komen voor de in artikel 1 bedoelde schorsing, moet de aangever een certificaat van vrijgave (EASA-formulier 1), zoals bepaald in aanhangsel I van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012, of een gelijkwaardig certificaat bij de douaneautoriteiten indienen bij de indiening van de douaneaangifte voor het vrije verkeer. De douaneaangifte voor het vrije verkeer bevat een verwijzing naar het referentienummer van het certificaat.

Het certificaat wordt ingediend door elektronische gegevensverwerkingstechnieken of andere middelen te gebruiken.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een lijst vast van certificaten die gelijkwaardig aan het certificaat van vrijgave voor gebruik EASA-formulier 1 worden geacht. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 4 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.Wanneer een certificaat niet kan worden overgelegd op het tijdstip waarop de goederen voor het vrije verkeer worden aangegeven, kan de aangever in afwijking van lid 1 in plaats daarvan een verklaring op de handelsfactuur of een aan de factuur gehecht document verstrekken. De verklaring bevat een referentienummer van het certificaat. In het geval van voor reparatie of onderhoud ingevoerde goederen die de status van luchtwaardigheid hebben verloren, wordt in de verklaring naar het nummer van het oorspronkelijke certificaat verwezen.

De verklaring wordt ondertekend door de verkoper van de goederen.

De verklaring wordt opgesteld in overeenstemming met een template dat de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen heeft vastgesteld. Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 4 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 3

Wanneer de douaneautoriteiten gegronde redenen hebben om te vermoeden dat een certificaat dat overeenkomstig artikel 2, lid 1, is overgelegd, is vervalst, kunnen zij de expertise vragen van een vertegenwoordiger van de nationale luchtvaartautoriteiten. De importeur draagt de kosten van de expertise.

Bij het besluit of om een expertise wordt verzocht, moeten de douaneautoriteiten rekening houden met het volume van de in te voeren goederen, het bedrag van de rechten dat verschuldigd zou zijn als de in deze verordening vastgelegde schorsing niet van toepassing was en het risico dat de kosten van de expertise hoger zouden kunnen uitvallen dan het voordeel van de schorsing van rechten voor de importeur wanneer het oordeel van de expertise luidt dat de regels voor de afgifte van deze certificaten niet zijn geschonden.

Artikel 4

De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 285 van Verordening (EG) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Comité douanewetboek 5 . Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 5

Verordening (EG) nr. 1147/2002 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van [1 maart 2018].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

Verordening van de Raad betreffende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde goederen van de soort die wordt aangebracht aan of wordt gebruikt in luchtvaartuigen, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1147/2002

2.BEGROTINGSONDERDELEN

X    Het voorstel heeft geen financiële gevolgen

◻Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten, namelijk:

(in miljoen EUR, tot op 1 decimaal)

Begrotings-onderdeel

Ontvangsten

Periode van 12 maanden vanaf dd/mm/jjjj

[Jaar: 2017]

Situatie na de actie

Begrotings-onderdeel

Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. De marktdeelnemers in deze sector konden ook vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad gebruikmaken van de schorsingsregelingen (zoals de regeling "actieve veredeling", "bijzondere bestemming" en "douane-entrepot") en met het voorstel wordt de bestaande wetgeving niet ingrijpend gewijzigd.

Ter informatie: de geraamde douanerechten die overeenkomen met het volume van de invoer in de EU met een "luchtwaardigheidscertificaat" voor het jaar 2016 zouden 560 miljoen EUR bedragen.

3.FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

In artikel 3 van de verordening is bepaald dat de douaneautoriteiten op kosten van de importeur de expertise kunnen vragen van een vertegenwoordiger van de nationale luchtvaartautoriteiten, wanneer zij redenen hebben om aan te nemen dat de certificaten zijn vervalst.

(1)    Verordening (EG) nr. 1147/2002 van de Raad van 25 juni 2002 betreffende tijdelijke schorsing van de autonome rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor bepaalde met een luchtwaardigheidscertificaat ingevoerde goederen (PB L 170 van 29.6.2002, blz. 8).
(2)    Verordening (EU) nr. 748/2012 van de Commissie van 3 augustus 2012 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties ( PB L 224 van 21.8.2012, blz. 1 ).
(3)

   Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

(4)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(5)    Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
Top