Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017IR1529

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over een Europese agenda voor huisvesting

PB C 164 van 8.5.2018, pp. 57–61 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

8.5.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 164/57


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over een Europese agenda voor huisvesting

(2018/C 164/10)

Rapporteur:

Hicham IMANE (BE/PSE), gemeenteraadslid van Charleroi

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR),

1.

wijst erop dat het recht op sociale bijstand en op bijstand voor huisvesting teneinde eenieder die niet over voldoende middelen beschikt een waardig bestaan te verzekeren, door de EU erkend en in acht genomen wordt (artikel 34 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie). Het recht op huisvesting betreft eveneens een internationale verplichting van de lidstaten tegenover de Raad van Europa en de Verenigde Naties. Daarom moeten de nationale, regionale of lokale instanties die bevoegd zijn voor het huisvestigingsbeleid waarborgen dat het recht op fatsoenlijke en betaalbare huisvesting uitgeoefend kan worden.

2.

De EU heeft geen expliciete bevoegdheid voor huisvesting, en daarom moet bij de interactie tussen enerzijds het lokale, regionale en nationale huisvestingsbeleid en anderzijds het Europese beleid het subsidiariteitsbeginsel in acht worden genomen. Daar komt bij dat de verwezenlijking van tal van EU-doelstellingen (zoals economische stabiliteit, bestrijding van klimaatverandering en sociale inclusie) en de uitvoering van tal van EU-beleidsmaatregelen (zoals het regionaal beleid, de stedelijke agenda, mededinging, energie en sociaal beleid) op verschillende niveaus het huisvestingsbeleid beïnvloedt, maar er ook afhankelijk van is. Een betere beleidscoördinatie op dit gebied is dan ook geboden.

3.

Het is een goede zaak dat de Europese pijler van sociale rechten, zoals tijdens de sociale top voor eerlijke banen en groei afgekondigd door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (17 november 2017 in Göteborg), het recht op sociale huisvesting, kwalitatief hoogwaardige woonassistentie en ondersteuning en bescherming tegen gedwongen uitzetting omvat.

4.

Voor regionale overheden en Europese steden is een belangrijke rol weggelegd bij de uitvoering van het huisvestingsbeleid van de lidstaten, aangezien de vraag op de huizenmarkt van gebied tot gebied steeds verder uiteenloopt, zowel door migraties binnen de lidstaten van rustige naar kritieke zones als door de recente migraties van buitenaf naar kritieke zones.

5.

Wat het aanbod van betaalbare huisvesting betreft is het van groot belang dat goed wordt samengewerkt met allerlei organisaties uit de non-profitsector, wooncorporaties, huurders en wijkorganisaties die rechtstreeks huisvesting of bijstand daarbij aanbieden enerzijds, maar ook met betrouwbare particuliere beleggers anderzijds.

6.

Er bestaat een breed scala aan huisvestingstradities en -stelsels in de lidstaten, en het is belangrijk dat bij de uitvoering van bestaand huisvestingsbeleid een neutrale aanpak wordt gevolgd ten aanzien van de verschillende bewoningssituaties.

7.

Het Comité wijst erop dat lokale en regionale overheden bij de uitvoering van een duurzaam huisvestingsbeleid een belangrijke rol spelen en dat zij een aanzienlijke bijdrage leveren aan de praktische verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de EU.

8.

Stedelijke gebeden in Europa kampen met structurele woningnood. Gezien de wanverhouding in vele lidstaten en regio’s van de EU tussen het aanbod aan betaalbare woningen, met name in steden, en de grote vraag naar woningen moeten lokale en regionale overheden zorgen voor een aanbod van betaalbare woningen, aangezien de marktwerking wat dat betreft in gebreke blijft. Deze wanverhouding is hoofdzakelijk het gevolg van de omvangrijke interne en externe migratiestromen en de grotere vraag naar aangepaste woonruimte in het licht van de demografische ontwikkelingen die verband houden met de vergrijzing in het merendeel van de lidstaten.

9.

De behoefte aan woonruimte is niet overal in de EU, en zelfs niet overal in één land of regio, dezelfde. Daarom moeten de procedures voor de bevordering van nieuwbouw de nodige flexibiliteit bieden.

10.

EU-maatregelen en -regelingen hebben een steeds grotere impact op het huisvestingsbeleid van de lidstaten en lokale en regionale overheden. Dat geldt voor eventuele overheidssteun, btw-regelingen, de definitie van sociale huisvesting als een dienst van algemeen economisch belang, de voorwaarden voor de gunning van overheidsopdrachten, publiek-private samenwerkingsverbanden en de landenspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees semester met betrekking tot huurprijsbescherming en woningsubsidies.

11.

Het is een goede zaak dat de EU in haar beleid een steeds grotere plaats inruimt voor langetermijninvesteringen in huisvesting, met name door deze in aanmerking te laten komen voor EFRO-financiering omdat ze de thermische isolatie van woningen, de toegang tot huisvesting voor gemarginaliseerde gemeenschappen en de stadsvernieuwing ten goede komen, en door de investeringen op te nemen in het plan-Juncker omdat ze een multiplicatoreffect hebben op de lokale werkgelegenheid en ze steeds meer gefinancierd worden door leningen van de EIB, vooral wat langetermijninvesteringen in sociale woningbouw en woningen voor middeninkomens betreft.

12.

Het Comité juicht het toe dat in het kader van het Pact van Amsterdam is besloten om een stedelijke programma voor de EU op te richten en daarin een partnerschap voor huisvesting op te nemen dat gericht is op een grotere samenhang van de Europese regelgeving met betrekking tot huisvesting en op het verzamelen van goede praktijkvoorbeelden met betrekking tot het aanbod en de financiering van betaalbare woningen.

13.

pleit in het licht van het partnerschap voor huisvesting, dat deel uitmaakt van de stedelijke agenda van de EU, voor een Europees huisvestingsprogramma dat kan zorgen voor een betere afstemming tussen het beleid van de EU en dat van de lidstaten, regio’s en gemeenten, voor een beter gecoördineerde inzet van EU-beleidsmaatregelen en -steuninstrumenten ten behoeve van het huisvestingsbeleid, en voor een onderlinge vergelijking van de maatregelen van Europese steden om een aanbod van betaalbare woningen te garanderen.

Behoefte aan een betere samenhang tussen het EU-beleid en het huisvestingsbeleid van de lidstaten

14.

De EU moet wat haar beleid en optreden betreft efficiënter worden en vooral ook zichtbaarder voor de burgers in hun dagelijks leven.

15.

Er is een rechtstreeks verband tussen de woonkosten van gezinnen en hun financiële armslag om hun particuliere consumptie en uitgaven voor onderwijs, gezondheid en pensioenen te bekostigen, stuk voor stuk factoren die van invloed zijn op hun economische en sociale welzijn.

16.

Het Comité onderstreept hoe belangrijk het is de overheid over de huisvesting te informeren en haar erbij te betrekken, en moedigt de deelname aan van nationale, regionale en lokale vertegenwoordigers aan breder opgezette evenementen, zoals de internationale dag van de huisvesting, de internationale dag van de architectuur en andere initiatieven.

17.

Het is nodig om het probleem van onvoldoende huisvesting in grote agglomeraties, industriële regio’s en gebieden met hoogwaardige zakelijke dienstverlening gedeeltelijk op te lossen en tegelijkertijd de voor een welvarend bestaan noodzakelijke voorzieningen toegankelijk te houden, met name voor mensen die door natuurlijke of andere oorzaak (ziekte, handicap enz.) als niet-actief of arbeidsongeschikt worden aangemerkt. Daartoe dient aan de hand van gegevens over vrije woonruimte en de kosten van levensonderhoud in de EU-regio’s te worden onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor migratie, teneinde grote steden te ontlasten en de bevolking van leeglopende gebieden weer te laten groeien.

18.

De spanningen in de financiële stelsels van diverse lidstaten, veroorzaakt doordat hypotheken niet werden afgelost en huizen in waarde daalden, speelden een grote rol in de recente crisis in Europa. In de Europese agenda voor huisvesting zou daarom ook een evenwicht tussen de toegang tot de nodige financiën voor de aankoop van een woning en de solvabiliteit van de financiële instellingen als doelstelling moeten krijgen.

19.

Ook betaalbare huisvesting is een conditio sine qua non voor sociale cohesie en sociale diversiteit en levert een bijdrage aan een zodanige opbouw van gemeenschappen dat zij goed bestand zijn tegen sociale, economische en geografische segregatie. Wel kunnen statelijke woonsubsidies een rem vormen op het aannemen van werk, omdat werk eventueel leidt tot verlies van het recht op subsidie.

20.

Het CvdR is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de Europese pijler van sociale rechten aan het Europees semester te koppelen. Dat zal op het gebied van huisvestingsbeleid volgens de Commissie leiden tot een betere monitoring van de hervorming van de sociale huisvesting, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van huisvesting en de doeltreffendheid van huisvestingstoelagen. Het kijkt in dit verband uit naar wijziging van wat vage opmerkingen over huisvesting in het Europees semester omdat: i) de bevoegdheid van de EU ten aanzien van sommige landenanalyses en landenspecifieke aanbevelingen op huisvestingsgebied qua subsidiariteit voor twijfel vatbaar waren (bijv. huurcontroles) en ii) huisvestingsaanbevelingen uitsluitend in het licht van mogelijke macro-economische onevenwichtigheden stonden en gebaseerd waren op nationale cijfers. Dat resulteerde in een voorstel voor een „one size fits all”-beleid waarin geen ruimte bestaat voor lokale en regionale kenmerken.

21.

In de Europese agenda voor huisvesting zouden ook de huisvestingsbehoeften van landelijke gebieden aan bod moeten komen.

22.

Er zou daarom sprake moeten zijn van de juiste democratische betrokkenheid van het Europees Parlement en overleg moeten plaatsvinden met het CvdR, als vertegenwoordiger van de lokale en regionale overheden, en met de sociale partners voordat in het Europees semester de landenspecifieke aanbevelingen over huisvestingsbeleid worden vastgesteld. Speciale aandacht voor het subsidiariteitsbeginsel op dit gebied is hierbij het doel.

23.

De budgettaire en andere financiële voorschriften voor overheidsopdrachten moeten flexibeler zijn om particuliere investeringen aan te trekken en lokale werkgelegenheid en groei te stimuleren en daardoor de gehele samenleving langetermijnvoordelen te bieden. Daarom verzoekt het Comité om in het stabiliteits- en groeipact meer ruimte te bieden aan investeringen op lokaal en regionaal niveau in sociale infrastructuur.

24.

Gezien de resultaten van recent onderzoek, waaruit blijkt dat er aanzienlijke regionale verschillen bestaan in de ontwikkeling van de huizenprijzen, suggereert het Comité dat voor het scorebord van macro-economische onevenwichtigheden niet alleen nationale maar ook regionale gegevens worden gebruikt over de verandering op jaarbasis van de huizenprijzen, als een ijkpunt dat nauwlettend in het oog zou moeten worden gehouden. Het verzoekt de Commissie tevens na te gaan of het mogelijk zou zijn om een gedifferentieerd macroprudentieel beleid op regionaal niveau te voeren met verschillende limieten voor de verhoudingen tussen lening en waarde (LTV) of schuld en inkomen (DTI)) voor hypotheken, met name in stedelijke gebieden en in de rest van het land.

25.

Overheidsinvesteringen in huisvesting hebben een langetermijnkarakter en het belang ervan zou onderkend moeten worden in de regelgeving en in de in document SEC 2010 omschreven normen. Ook zouden voor particuliere beleggers (zoals verzekeringsmaatschappijen) met soortgelijke langetermijnbelangen betere voorwaarden overwogen moeten worden voor niet-volatiele en niet-speculatieve investeringen.

26.

De verwezenlijking van de doelstellingen van Parijs ter bestrijding van de klimaatverandering is een forse uitdaging voor de huisvestingssector en kan een aanzienlijke hoeveelheid energiebesparing opleveren. De woningsector is namelijk verantwoordelijk voor 40 % van de totale uitstoot van broeikasgassen, terwijl bovendien 75 % van de Europese gebouwen qua energie-efficiëntie tekortschiet en er jaarlijks slechts 0,4 à 1,2 % van de gebouwen wordt gerenoveerd.

27.

Met betrekking tot de verbetering en de energie-efficiëntie van gebouwen is het zaak dat bij de uit te voeren maatregelen ook altijd de veiligheid en energie-efficiëntie worden onderzocht. Met name de financiële maatregelen moeten dan ook gericht zijn op preventieve en toekomstgerichte aanpassingen om gebouwen aardbevingsbestendig te maken. Dat is een keuze voor veiligheid, energie-efficiëntie, besparingen voor de burgers en vermindering van de uitstoot van verontreinigende stoffen.

28.

De lidstaten zouden in het kader van het sociaal beleid een lager btw-tarief moeten kunnen blijven hanteren voor de bouw van woningen en, in het kader van de geïnitieerde herziening van de btw-richtlijn, voor de renovatie van woningen en gebouwen in het kader van stadsvernieuwingsbeleid.

29.

Het is een goede zaak dat de Commissie in haar verslag van over de stedelijke agenda van de EU (1) gehoor geeft aan het pleidooi van het CvdR (2) om in Besluit 2012/21/EU de toegang tot sociale huisvesting niet alleen voor te behouden aan „behoeftige of sociaal zwakkere bevolkingsgroepen”; Dat zou stroken met de beoordelingsvrijheid die de lidstaten hebben bij het aanbieden, verzorgen, financieren en organiseren van de sociale huisvesting; het is aan de nationale, regionale en lokale autoriteiten om te beslissen hoe huisvestingsbeleid wordt gevoerd om een sociale mix te creëren, gettovorming te voorkomen en duurzame gemeenschappen neer te zetten. Op die manier komt het accent meer te liggen op het recht op betaalbare en passende huisvesting. De markt blijkt in sommige regio’s niet in staat om aan de huisvestingsbehoeften te voldoen. Dat heeft niet alleen gevolgen voor personen die gewoonweg geen toegang tot huisvesting hebben, maar ook voor mensen die in ongezonde, ontoereikende of overvolle woningen wonen en voor mensen die het grootste deel van hun inkomen aan huur of maandelijkse hypotheeklasten besteden. Vaststelling op Europees niveau van criteria aan de hand waarvan bepaald kan worden wat fatsoenlijke en betaalbare woonruimte inhoudt, zou dan ook een meerwaarde opleveren.

30.

Ook steunt het Comité de oproep van het Europees Parlement aan de Commissie om de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om de stijgende trend van dakloosheid een halt toe te roepen met het oog op de geleidelijke eliminatie ervan.

Een nieuw cohesiebeleid waarin het huisvestingsvraagstuk tot zijn recht komt

31.

Investeringen in huisvesting zouden in aanmerking moeten komen voor financiering door het cohesiebeleid na 2020, zodat beter tegemoet kan worden gekomen aan de grote diversiteit aan lokale behoeften (bijvoorbeeld op het gebied van energie, stedenbouw, migranten en uitsluiting). Een en ander zou moeten aansluiten op de bestaande maatregelen op het gebied van thermische renovatie, in het kader van een horizontale benadering van mede door het cohesiebeleid gefinancierde investeringen in huisvesting Sociale maatregelen in stedelijke gebieden en op het gebied van huisvesting moeten, waar zij nodig zijn, beschouwd worden als onderdeel van de horizontale aanpak van het huisvestingsbeleid van de overheid.

32.

Het Comité is van mening dat het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) kan bijdragen het marktfalen op te vullen op het gebied van de sociale huisvesting in het geval van projecten met een hoog risicoprofiel die niet via de traditionele leningen van de EIB kunnen worden gefinancierd. Op het gebied van de sociale huisvesting moeten de nieuwe financiële instrumenten zoals het EFSI echter beantwoorden aan de specifieke behoeften op de lange termijn in termen van betaalbare huisvesting en energie-efficiëntie. De opname van 4 % van de totale begroting van het EFSI voor sociale infrastructuur in juni 2017 illustreert dit probleem dat kan worden verergerd door het ontoereikende gebruik van de investeringsclausule in het Stabiliteits- en groeipact en de keuze om investeringen in sociale huisvesting op te nemen in het ESR 2010, de boekhoudkundige categorie van openbaar bestuur bij de berekening van het overheidstekort. Het Comité dringt er daarom op aan dat er een evaluatie worden gemaakt van het investeringsplan van Juncker en de leningen van de EIB op het vlak van de investeringen op het gebied van huisvesting en verwacht van de pas opgerichte taskforce op hoog niveau over sociale infrastructuur een belangrijke rol in dit verband.

33.

Het CvdR verwacht dat het huisvestingsbeleid beter wordt gecoördineerd met de EU-prioriteiten betreffende demografische veranderingen. Er zijn instrumenten en de juiste regionale gegevens nodig om voorlichting te geven over met name bestaande, onbenutte woonruimte in de EU. Daarmee zou het probleem van territoriale onevenwichtigheden in vraag naar en aanbod van huisvesting op zijn minst gedeeltelijk kunnen worden opgelost.

34.

Het Comité roept op tot investeringen in de woningsector via innoverende financieringsmechanismen en door openbare en particuliere financiering te combineren om een multipliereffect te realiseren.

Een Europees huisvestingsprogramma in het verlengde van het Pact van Amsterdam

35.

Het Comité steunt de activiteiten van het „huisvestingspartnerschap” als onderdeel van de stedelijke agenda met betrekking tot de Europese regelgeving en het verzamelen van geslaagde manieren van Europese steden om voor de beschikbaarheid en de financiering van woningen te zorgen.

36.

De eerste conclusies van het huisvestingspartnerschap in het kader van het stedelijk programma voor de EU, die bovendien een concrete bijdrage leveren aan het Europese Refit-programma, verdienen bijval. De lidstaten en de Europese Commissie zouden deze resultaten met concrete voorstellen, zoals een herziening van de DAEB-beschikking, moeten ondersteunen.

37.

Het is belangrijk dat in dit Europese huisvestingsprogramma te werk wordt gegaan met enerzijds een horizontale benadering van EU-maatregelen die direct of indirect betrekking hebben op huisvesting, en anderzijds een vergelijkende territoriale benadering van lokale maatregelen ter bevordering en financiering van een aanbod van betaalbare woningen.

38.

Conform de uitspraak van het HvJ in de zaak C-618/10 (Banco Español de Crédito) van 14 juni 2012 dienen de lidstaten de bepalingen van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten uit te voeren, zodat hypotheekgevers beschermd worden en geen gevaar lopen uit hun huis te worden gezet, met name als er een gezin woont.

39.

Het Comité benadrukt dat sociale woningen moeten voldoen aan de nodige energievereisten, aan de hand van de volgende criteria: energie-efficiëntie, energiebesparing, lage CO2-uitstoot en investeringen in schone en hernieuwbare energie. Het dringt er in dit verband op aan om woningen op een „slimme” manier te renoveren, mede in overeenstemming met de doelstellingen van Horizon 2020.

Brussel, 1 december 2017.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Karl-Heinz LAMBERTZ


(1)  Zie het verslag van de Commissie over de stedelijke agenda van de EU, 20.11.2017, COM(2017) 657, blz. 9.

(2)  Zie paragraaf 41 van het CvdR-advies van 11 oktober 2016 over „Staatssteun en diensten van algemeen economisch belang” en paragraaf 44 van het CvdR-advies van 11 oktober 2016 over de „Europese pijler van sociale rechten”.


Top