This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52017BP0452
European Parliament resolution of 30 November 2017 on the proposal for a decision of the European Parliament and of the Council amending Decision (EU) 2017/344 of the European Parliament and of the Council of 14 December 2016 on the mobilisation of the Contingency Margin in 2017 (COM(2017)0900 — C8-0408/2017 — 2017/2265(BUD))
Resolutie van het Europees Parlement van 30 november 2017 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2017/344 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 over de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 (COM(2017)0900 — C8-0408/2017 — 2017/2265(BUD))
Resolutie van het Europees Parlement van 30 november 2017 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2017/344 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 over de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 (COM(2017)0900 — C8-0408/2017 — 2017/2265(BUD))
PB C 356 van 4.10.2018, pp. 157–159
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
4.10.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 356/157 |
P8_TA(2017)0452
Gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017
Resolutie van het Europees Parlement van 30 november 2017 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2017/344 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 over de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 (COM(2017)0900 — C8-0408/2017 — 2017/2265(BUD))
(2018/C 356/34)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2017)0900 — C8-0408/2017), |
|
— |
gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020 (1), en met name artikel 13, |
|
— |
gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (2), en met name punt 14, |
|
— |
gezien de gemeenschappelijke tekst die op 18 november 2017 door het bemiddelingscomité werd goedgekeurd (A8-0359/2017) in de context van de bemiddeling over het ontwerp van algemene begroting 2018, |
|
— |
gezien Besluit (EU) 2017/344 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 over de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 (3), |
|
— |
gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A8-0372/2017), |
|
A. |
overwegende dat het Europees Parlement en de Raad de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017 hebben gebruikt om een bedrag van 1 906,1 miljoen EUR te kunnen financieren boven de maxima voor vastleggingskredieten van rubriek 3 (Veiligheid en burgerschap) en rubriek 4 (Europa als wereldspeler); |
|
B. |
overwegende dat het Europees Parlement en de Raad besloten hadden om in 2017 575,0 miljoen EUR te verrekenen met de niet-toegewezen marge van rubriek 2 (Duurzame groei: Natuurlijke hulpbronnen) en om in 2017, 2018 en 2019 respectievelijk 507,3 miljoen EUR, 570,0 miljoen EUR en 253,9 miljoen EUR te verrekenen met de niet-toegewezen marges van rubriek 5 (Administratie); |
|
C. |
overwegende dat het bemiddelingscomité, bijeen in het kader van de vaststelling van de begroting 2018, vervolgens overeen is gekomen om bovengenoemde verrekening van de marge voor onvoorziene uitgaven aan te passen om het verrekende bedrag in rubriek 5 in 2018 met 252,0 miljoen EUR te verlagen en een overeenkomstige verrekening toe te passen in rubriek 5 in 2020; |
|
1. |
neemt kennis van het voorstel van de Commissie, als onderdeel van het akkoord over de begroting 2018, om de verrekening van de marge voor onvoorziene uitgaven die in 2017 is gebruikt te herzien om de voor 2018 beschikbare totale marge voor vastleggingen te verhogen; betreurt het dat sommige lidstaten buitensporig veel nadruk leggen op de beschikbare marges onder de MFK-maxima en daarbij vaak de door de speciale instrumenten geboden flexibiliteit uit het oog verliezen; |
|
2. |
benadrukt dat de totale marge voor vastleggingen, zelfs zonder een herziene verrekening, in de overeengekomen begroting voor 2018 al 1 348,3 miljoen EUR zou bedragen, terwijl er nog meer dan 900 miljoen EUR beschikbaar is in het kader van het flexibiliteitsinstrument en de overkoepelende marge voor vastleggingen (GMC); wijst erop dat er in de loop van 2018 nog eens 1,2 miljard EUR beschikbaar zou komen uit hoofde van de GMC en het flexibiliteitsinstrument; |
|
3. |
neemt nota van het feit dat zo'n herziening van de verrekening weliswaar niet essentieel is, maar 252 miljoen EUR aan extra marge vrijmaakt in 2018 in plaats van in 2020, zodat er in een vroeger stadium extra flexibiliteit ontstaat in het kader van het huidige MFK; |
|
4. |
betreurt dat het Europees Parlement en de Raad de desbetreffende verrekening onder rubriek 5 moeten opsplitsen tussen 2018 en 2020 om de EU-begroting de flexibiliteit te geven die in 2018 nodig is; geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de aanzienlijke verlaging van de marge van rubriek 5 waartoe deze manoeuvre in 2020 zal leiden; wijst erop dat een dergelijke aanpak een grensgeval is dat duidelijk aantoont dat de EU-begroting niet voorzien wordt van de middelen die onmisbaar zijn om het beleid en de programma's van de Unie te kunnen uitvoeren; |
|
5. |
hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit; |
|
6. |
verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie; |
|
7. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie. |
(1) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884.
BIJLAGE
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2017/344 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 over de gebruikmaking van de marge voor onvoorziene uitgaven in 2017
(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2018/9.)