Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016SC0429

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij Strategie voor landbouwstatistieken in 2020 en daarna en de daaruit voortvloeiende potentiële wetgevingsscenario's

SWD/2016/0429 final - 2016/0389 (COD)

Brussel, 9.12.2016

SWD(2016) 429 final

WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE

SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING

bij

Strategie voor landbouwstatistieken in 2020 en daarna en de daaruit voortvloeiende potentiële wetgevingsscenario's

{COM(2016) 786 final}
{SWD(2016) 430 final}


Samenvatting

Effectbeoordeling van een strategie voor de landbouwstatistieken voor 2020 en daarna, en eventuele toekomstige wetgevingsvarianten

A. Maatregelen zijn nodig

Waarom? Wat is het probleem?

Mondialisering, klimaatveranderingen en ontwikkelingen in de samenleving veranderen de landbouw in de hele wereld. In reactie hierop veranderen het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en daarmee samenhangend EU-beleid eveneens. Hierdoor ontstaan nieuwe behoeften aan gegevens voor landbouwstatistieken waarin momenteel nog niet wordt voorzien als gevolg van starre wetgeving en gebrek aan samenhang tussen gegevensverzamelingen. Bovendien ondergaan officiële statistieken ook veranderingen als gevolg van technologische vooruitgang en nieuwe gegevensbronnen, terwijl op de middelen steeds meer wordt bezuinigd. De landbouwstatistiekwetgeving moet dan ook worden aangepast om de kostenefficiëntie te verbeteren en de last van het verzamelen van gegevens te verminderen.

Als deze problemen niet worden opgelost, komen de basisgegevens van het GLB en andere EU-beleidsterreinen in gevaar, waardoor de EU minder slagvaardig kan optreden op gebieden die van cruciaal belang zijn voor alle burgers van de EU. De meest rechtstreeks betrokken belanghebbenden bij dit initiatief zijn de beleids-DG’s van de Commissie zoals AGRI, ENV, CLIMA en SANTE, en de nationale bureaus voor de statistiek in de EU-lidstaten.

Welke resultaten zijn te verwachten?

Het initiatief is gericht op nieuwe wetgeving om flexibel op nieuwe gegevensbehoeften in te spelen, landbouwstatistieken beter geharmoniseerd en coherenter te maken en de last van de gegevensverstrekking te verminderen door

hoogwaardige statistieken te produceren die efficiënt en doeltreffend inspelen op de gebruikersbehoeften

de flexibiliteit en de reactiesnelheid van het landbouwstatistieksysteem te verhogen

de integratie tussen landbouw-, bosbouw-, bodemgebruik- en milieustatistieken te verbeteren

een responsieve en verantwoordelijke governancestructuur voor landbouwstatistieken te ontwikkelen

de harmonisatie en de coherentie van de Europese landbouwstatistiek te optimaliseren, en

meer statistieken te produceren en tegelijkertijd de last voor de respondenten te verlagen door te zoeken naar alternatieve gegevensbronnen en naar technieken om de efficiëntie te verbeteren.

Wat is de meerwaarde van maatregelen op EU-niveau? 

Voor geharmoniseerd EU-beleid zoals het GLB, een beleidsterrein waarvoor bijna 40 % van de totale EU-begroting wordt uitgetrokken, zijn per definitie hoogwaardige, in alle lidstaten vergelijkbare gegevens nodig om de beleidsmaatregelen zo efficiënt, doeltreffend en billijk mogelijk in te zetten. Dit is alleen mogelijk door een gezamenlijk en gecoördineerd optreden met betrekking tot het Europees statistisch systeem (ESS).

B. Oplossingen

Welke wetgevende en niet-wetgevende beleidsmaatregelen zijn overwogen? Heeft een bepaalde optie de voorkeur? Waarom?

Vier hoofdopties zijn overwogen:

1.Basisoptie: Geen maatregelen van de Unie op het gebied van structurele landbouwgegevens. Deze optie houdt in dat het verzamelen van de gegevens aan de lidstaten wordt overgelaten, met als gevolg een lappendeken van verschillende benaderingen en kwaliteitsniveaus.

2.Verlenging van de landbouwstructuurenquêteverordening (EG) nr. 1166/2008. Bij deze optie wordt de status quo gehandhaafd.

3.Een enkel rechtskader voor alle landbouwstatistieken. Bij deze optie wordt de verzameling van alle landbouwstatistieken in één nieuwe kaderverordening geïntegreerd.

4.Integratie van landbouwstatistieken in twee stappen. Deze optie heeft de voordelen van optie 3, maar vergroot de flexibiliteit en vermindert de tijdsdruk door stapsgewijs twee nieuwe kaderverordeningen op te stellen.

De voorkeur gaat uit naar optie 4, aangezien deze de beste kans biedt om de doelstellingen te bereiken.



Wie steunt welke optie?

Na uitvoerig overleg geeft een grote meerderheid van de belanghebbenden bij de landbouwstatistieken de voorkeur aan optie 4. In het ideale geval zouden de meeste belanghebbenden optie 3 kiezen, maar naar verwachting is deze optie niet te verwezenlijken vóór 2020. Een kleine minderheid van de belanghebbenden geeft de voorkeur aan optie 2 omdat de initiële kosten lager zijn.

C. Effecten van de voorkeursopties

Wat zijn de voordelen van de voorkeursoptie (indien van toepassing, anders van de belangrijkste opties)

Statistische wetgeving is in eerste instantie administratieve wetgeving die gevolgen heeft voor de gebruikers van de gegevens (voornamelijk beleids-DG’s), de leveranciers van gegevens (nationale bureaus voor de statistiek) en de respondenten (landbouwers), dus de rechtstreekse economische, sociale en milieueffecten zijn beperkt. Andere relevante effecten:

Wat zijn de kosten van de voorkeursoptie (indien er een voorkeur is, anders van de belangrijkste opties)?

De belangrijkste directe kosten voor de belanghebbenden betreffen de aanpassing aan nieuwe statistische en technische systemen. Op middellange en lange termijn zullen deze maatregelen naar verwachting tot vermindering van de last en de kosten leiden doordat bijna een vijfde van de bedrijven minder wordt geënquêteerd (dit is goed voor ongeveer 56 miljoen EUR aan besparingen van de geschatte totale kosten van 320 miljoen EUR voor de landbouwtelling 2010, met op korte termijn aanpassingskosten van naar schatting 26 miljoen EUR). De kosten van statistieken moeten ook worden afgewogen tegen de kosten van het ontbreken van statistieken of statistieken van slechte kwaliteit. De opties 3 en 4 zijn dan ook goedkoper dan optie 2, die de status quo handhaaft. Optie 1 is waarschijnlijk ook goedkoper dan optie 2, maar vormt een achteruitgang ten opzichte van de status-quo.

Wat zijn de gevolgen voor bedrijven, kleine en middelgrote ondernemingen en micro-ondernemingen?

De meeste landbouwbedrijven in de EU zijn zeer klein. Gegevens over deze bedrijven zijn noodzakelijk voor de formulering, de uitvoering en de monitoring van het beleid, en voor de plattelandsontwikkeling. Daarom kunnen deze bedrijven niet van de enquêtes worden vrijgesteld. Dit initiatief heeft echter als doel deze last te verlichten met passende drempels, doelgerichte steekproeven enz., en er zullen technologische ontwikkelingen en nieuwe gegevensbronnen worden ingezet volgens het beginsel “één keer verzamelen, vele keren gebruiken”.

Zijn er significante effecten voor de nationale begrotingen en overheden?

De financiële bijdrage van de EU voor nationale gegevensverzameling van landbouwstatistieken blijft naar verwachting vergelijkbaar met de status quo, en de nationale uitgaven zullen naar verwachting ook het huidige niveau bereiken. De lasten- en kostenbesparingsacties en de verwachte daling van het aantal landbouwbedrijven (op basis van waargenomen trends) kunnen tot lagere kosten leiden. In het algemeen vormen statistieken een verhoudingsgewijs goedkope openbare dienst die zichzelf terugbetaalt dankzij de vele belangrijke en veelzijdige toepassingen ervan.

Zijn er nog andere significante effecten?

Landbouwstatistieken kunnen belangrijke indirecte effecten hebben op gebieden zoals voedselzekerheid, klimaatverandering, toerisme en buitenlands beleid van de EU doordat zij een betere op feiten gebaseerde formulering, uitvoering en monitoring van het beleid mogelijk maken op basis van hoogwaardige, tussen de landen onderling vergelijkbare gegevens. Deze effecten zijn echter moeilijk te voorspellen en te meten. De directe effecten van de statistiekwetgeving zijn gering.

D. Naleving

Wanneer wordt dit beleid geëvalueerd?

Het beleid zal worden geëvalueerd door middel van jaarlijkse beoordelingen van de naleving, voortdurende contacten met belanghebbenden en driejaarlijkse monitoringverslagen op basis van diverse essentiële prestatie-indicatoren. Het tweede driejaarlijkse monitoringverslag zal worden vervangen door een evaluatie achteraf.

Top