Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016PC0420

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie over het standpunt van de Raad inzake de vaststelling van een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 471/2009 van de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen wat het verlenen van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor de vaststelling van bepaalde maatregelen betreft

COM/2016/0420 final - 2013/0279 (COD)

Brussel, 21.6.2016

COM(2016) 420 final

2013/0279(COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

over het

standpunt van de Raad inzake de vaststelling van een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 471/2009 van de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen wat het verlenen van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor de vaststelling van bepaalde maatregelen betreft

(Voor de EER relevante tekst)


2013/0279 (COD)

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT

overeenkomstig artikel 294, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie


over het

standpunt van de Raad inzake de vaststelling van een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 471/2009 van de Raad betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen wat het verlenen van gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie voor de vaststelling van bepaalde maatregelen betreft

(Voor de EER relevante tekst)

1.Achtergrond

Indiening van het voorstel bij het Europees Parlement en de Raad
(document COM(2013) 0579 final – 2013/0279(COD):

8 augustus 2013.

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité:

n.v.t.

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing:

12 maart 2014.

Indiening van het gewijzigde voorstel:

n.v.t.

Vaststelling van het standpunt van de Raad:

16 juni 2016.

2.Doel van het voorstel van de Commissie

Het doel van het voorstel van de Commissie is Verordening (EG) nr. 471/2009 te wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met het nieuwe institutionele kader in navolging van de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Er werd voorgesteld om:

   de Commissie te machtigen tot het vaststellen van gedelegeerde handelingen ter aanvulling of wijziging van regels met betrekking tot bepaalde bepalingen, teneinde rekening te houden met wijzigingen van het douanewetboek of bepalingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, wijzigingen die om methodologische redenen nodig zijn en de noodzaak een efficiënt systeem op te zetten voor het verzamelen van gegevens en het opstellen van statistieken,

   de Commissie uitvoeringsbevoegdheden te verlenen om overeenkomstig de onderzoeksprocedure maatregelen vast te stellen met betrekking tot bepaalde bepalingen, teneinde eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 471/2009 te waarborgen,

alsmede

   de verwijzing naar het Extrastat-comité te vervangen door een verwijzing naar het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité), in het kader van een algemene herstructurering en stroomlijning van het Europees statistisch systeem (ESS).

3.Opmerkingen over het standpunt van de Raad

3.1Algemene opmerkingen

Het standpunt van de Raad weerspiegelt enerzijds het voorlopige politieke akkoord dat de Raad, de Commissie internationale handel van het Europees Parlement en de Commissie na informele trilogen op 8 december 2014 hebben bereikt en anderzijds het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven" 1 ("IIA"), dat op 13 april 2016 is aangenomen en in werking is getreden.

Het belangrijkste obstakel voor het dossier was het vraagstuk inzake raadpleging van de lidstaten tijdens de voorbereiding van gedelegeerde handelingen door de Commissie. Er werd besloten te wachten op de inwerkingtreding van het IIA.

De Raad heeft zijn standpunt in eerste lezing op 16 juni 2016 vastgesteld. De amendementen specificeren hoofdzakelijk bepaalde specifieke verplichtingen voor de lidstaten (onder meer transmissietermijnen) rechtstreeks in de basishandeling, in plaats van de Commissie te machtigen deze bij gedelegeerde handeling te specificeren zoals eerder was voorgesteld.   De Commissie is van mening dat deze wettelijke verplichtingen ook op langere termijn hoe dan ook geen wijziging zouden behoeven en dat het opnemen ervan in de basishandeling in plaats van in gedelegeerde handelingen derhalve geen flexibiliteitsproblemen meebrengt; zij heeft derhalve geen bezwaar tegen deze wijzigingen van de kant van de Raad.

3.2Opmerkingen over de amendementen van het Europees Parlement

3.2.1.Amendementen van het Europees Parlement die in eerste lezing geheel, gedeeltelijk of in beginsel in het standpunt van de Raad zijn opgenomen

De bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen, die oorspronkelijk voor onbepaalde tijd werd voorgesteld, is beperkt tot een termijn van vijf jaar, zoals voorgesteld in amendement 7 van het Europees Parlement.

3.2.2.Amendementen van het Europees Parlement die niet zijn opgenomen in het standpunt van de Raad in eerste lezing

In zijn eerste lezing in 2014 heeft het Europees Parlement amendementen voorgesteld waarmee in feite alle door de Commissie voorgestelde comitologiebevoegdheden zouden worden geschrapt. Dit was niet aanvaardbaar voor de Raad of de Commissie.

3.3Nieuwe door de Raad ingevoerde bepalingen en het standpunt van de Commissie

De standaardoverweging en de door het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 voorgeschreven punten werden toegevoegd. De Commissie staat volledig achter deze toevoeging.

4.Conclusie

De Commissie staat achter het bereikte compromis aangezien het aansluit bij haar inspanningen inzake afstemming met de wetgeving uit de periode voor het Verdrag van Lissabon. Het is een goede weerspiegeling van de balans tussen gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen zoals vervat in het oorspronkelijke voorstel van de Commissie. Bovendien is het een succesvol voorbeeld van de toepassing van het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven".

(1) PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
Top