Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52016PC0156

Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt met betrekking tot ontwerpbesluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen

COM/2016/0156 final - 2016/085 (NLE)

Brussel, 18.3.2016

COM(2016) 156 final

2016/0085(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt met betrekking tot ontwerpbesluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen 1 is op 1 januari 2003 in werking getreden. Zij is vervolgens geactualiseerd bij besluit nr. 1/2011 van het Gemengd Comité 2 . Het Gemengd Comité heeft ook aanbeveling nr. 1/2011 3 aangenomen inzake het gebruik van een technisch rapport voor touringcars en autobussen.

De Interbus-overeenkomst moet opnieuw worden bijgewerkt en aangevuld met rechtshandelingen die er nog niet zijn in opgenomen, met name handelingen van recentere datum dan Besluit nr. 1/2011 van het Gemengd Comité.

Dit voorstel voor een Besluit van de Raad heeft tot doel het standpunt van de Unie vast te stellen met betrekking tot Besluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens artikel 23 van de Interbus-overeenkomst.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

De bijwerking van de regelgeving spoort met het vervoersbeleid van de Unie aangezien ze er in de praktijk voor zal zorgen dat de recentste EU-regelgeving op het gebied van passagiersvervoer ook zal worden toegepast door de andere partijen dan de Unie 4 en op die manier zal bijdragen tot een verbetering van de verkeersveiligheid, de technische staat van de voertuigen en de arbeidsomstandigheden in het vervoer dat onder de Overeenkomst valt.

Om te waarborgen dat de gemeenschappelijke regels ook op dergelijke vervoersverrichtingen worden toegepast, in het bijzonder wat de voornoemde aspecten betreft, is het derhalve essentieel dat de EU-regelgeving die nog niet onder de Overeenkomst valt, wordt opgenomen in het besluit van het Gemengd comité.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De voorgestelde actualisering van de regelgeving spoort met het nabuurschapsbeleid en het beleid inzake externe betrekkingen van de EU.

Het ontwerpbesluit van het Gemengd Comité in de bijlage is volledig in overeenstemming met overeenkomsten zoals de pretoetredings-; douane-unie- en associatieovereenkomsten, en beoogt de actualisering van de regelgeving inzake de toegang van buurlanden tot de markt voor passagiersvervoer in de EU (en omgekeerd).

2.JURIDISCHE ASPECTEN

Rechtsgrondslag

Aangezien de Commissie niet over een machtiging beschikt op grond van artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU) 5 geldt artikel 218, lid 9 als rechtsgrondslag in combinatie met de materiële rechtsgrondslag, namelijk artikel 91 VWEU.

Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

Het standpunt van de Unie als partij bij de Overeenkomst kan alleen worden vastgesteld door de Unie zelf, die over de exclusieve bevoegdheid op dit gebied beschikt.

Evenredigheid

Het voorliggende besluit van het Gemengd Comité blijft beperkt tot de integratie van de bestaande EU-regelgeving in de Overeenkomst. Dis is noodzakelijk is om de in het kader van de Overeenkomst geldende regels af te stemmen op de EU-regelgeving, met name wat betreft de voorwaarden voor exploitanten van passagiersvervoer over de weg, de staat van voertuigen en de arbeidsvoorwaarden.

Keuze van het instrument

Op grond van artikel 218, lid 9, VWEU is een besluit van de Raad het passende instrument.

3.BIJEENBRENGEN EN BENUTTEN VAN DESKUNDIGHEID EN EFFECTBEOORDELING / VEREENVOUDIGING

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid en effectbeoordeling

De Commissie heeft geen effectbeoordeling uitgevoerd, noch een beroep gedaan op externe deskundigheid. De regelgeving die men nu in de Interbus-overeenkomst wenst te integreren, wordt nu reeds in de Unie toegepast en zal gelden voor alle vervoer dat onder die Overeenkomst valt.

De integratie van het bestaande EU-acquis heeft geen impact op de bestaande verkeersrechten op grond van die Overeenkomst en zal de technische, economische en sociale omstandigheden waarin dat vervoer plaatsvindt, ten goede komen.

Vereenvoudiging

Door de afstemming van de regels voor vervoer dat onder de Interbus-Overeenkomst valt op het EU-acquis wordt de organisatie van dergelijk vervoer eenvoudiger.

De betrokken exploitanten kunnen kmo's zijn met een kleine vloot touringcars of autobussen, maar ook grote bedrijven met een omvangrijk wagenpark.

Na de integratie van Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2000 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Gemeenschap deelnemen aan het verkeer 6 in de Overeenkomst, moet Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité worden ingetrokken. De checklist in het modelverslag van de technische controle langs de weg in de richtlijn is vergelijkbaar met de checklist in Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité. Bovendien zijn een aantal verwijzingen naar EU-besluiten in die aanbeveling achterhaald.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Geen.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

Het ontwerpbesluit van de Raad vormt de grondslag voor het standpunt van de Unie in het krachtens artikel 23 van de Interbus-overeenkomst opgerichte Gemengd Comité.

In het ontwerpbesluit van de Raad in de bijlage is rekening gehouden met de tot juni 2015 door de Unie vastgestelde rechtshandelingen.

De volgende punten worden aangepast:

de voorschriften inzake de sociale bepalingen van artikel 8 van de Overeenkomst;

de voorwaarden voor de exploitatie van passagiersvervoerdiensten als bedoeld in bijlage 1 bij de Overeenkomst;

de technische normen voor touringcars en autobussen die zijn vastgesteld in de artikelen 1 en 2 van bijlage 2 bij de Overeenkomst;

het model van het controleformulier voor ongeregelde diensten die van een vergunning zijn vrijgesteld in bijlage 3 bij de Overeenkomst;

het model voor een vergunning voor niet-geliberaliseerd ongeregeld vervoer in bijlage 5 bij de Overeenkomst;

de modelverklaring betreffende artikel 4 en bijlage 1.

Voorts voorziet het besluit in de intrekking van Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité.

2016/0085 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt met betrekking tot ontwerpbesluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (hierna „de Overeenkomst” genoemd) is op 1 januari 2003 van kracht geworden.

(2)Bij de recentste bijwerking van de Interbus-overeenkomst middels Besluit nr. 1/2011 van het Gemengd Comité 7 was rekening gehouden met de tot eind 2009 vastgestelde rechtshandelingen van de Unie. Nu moeten de maatregelen die de Unie sinds 2009 heeft genomen, in de Overeenkomst worden geïntegreerd.

(3)Overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder b), van de Interbus-overeenkomst worden de controledocumenten en andere in de bijlage bij de Overeenkomst opgenomen modellen aangepast en gewijzigd door het Gemengd Comité. In het licht van toekomstige maatregelen die in de Unie worden genomen en overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder c), van de Interbus-overeenkomst is het Gemengd Comité belast met de aanpassing of wijziging van de bijlagen betreffende de technische normen voor bussen en touringcars, alsmede van bijlage 1 betreffende de in artikel 4 genoemde voorwaarden voor ondernemers van personenvervoer over de weg. Overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder e), van de Interbus-overeenkomst is het Gemengd Comité ook belast met de aanpassing of wijziging van de sociale bepalingen. Daartoe dient het Gemengd Comité op te treden wanneer de Overeenkomst moet worden aangepast aan de technische of wetgevende vooruitgang.

(4)In Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité 8 is een technisch verslag opgenomen voor wegcontroles van touringcars en autobussen. Die aanbeveling is achterhaald en moet worden ingetrokken.

(5)Het in dit besluit uiteengezette standpunt van de Unie moet worden vastgesteld.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité dat overeenkomstig artikel 23 van de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld vervoer van personen met touringcars en met autobussen is opgericht, houdt in dat wordt ingestemd met de vaststelling van het bijgevoegde ontwerpbesluit van het Gemengd Comité.

Artikel 2

Het besluit van het Gemengd Comité wordt na vaststelling bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) PB L 321 van 26.11.2002, blz. 11.
(2) PB L 8 van 12.1.2012, blz. 38.
(3) PB L 8 van 12.2.2012, blz. 46.
(4) De partijen bij de Interbus-overeenkomst zijn de EU, Albanië, Bosnië en Herzegovina, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Moldavië, Montenegro, Turkije en Oekraïne.
(5) Cf. Artikel 3 van Besluit 2002/917/EG van de Raad, PB L 321 van 26.11.2002, blz. 11.
(6) PB L 203 van 10.8.2000, blz. 1.
(7) PB L 8 van 12.1.2012, blz. 38.
(8) PB L 8 van 12.1.2012, blz. 46.
Top

Brussel, 18.3.2016

COM(2016) 156 final

BIJLAGE

bij het voorstel voor een

Besluit van de Raad

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt met betrekking tot Ontwerpbesluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen


BIJLAGE

bij het voorstel voor een

Besluit van de Raad

betreffende het namens de Europese Unie in te nemen standpunt met betrekking tot Ontwerpbesluit nr. 1/2016 van het Gemengd Comité dat is opgericht krachtens de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen

ONTWERPBESLUIT Nr. 1/2016 VAN HET GEMENGD COMITE DAT IS OPGERICHT KRACHTENS DE INTERBUS-OVEREENKOMST BETREFFENDE HET ONGEREGELD INTERNATIONAAL VERVOER VAN PERSONEN MET TOURINGCARS EN MET AUTOBUSSEN

van [ADD DATE]

tot wijziging van artikel 8 van de Overeenkomst en de bijlagen 1, 2, 3 en 5 van de Overeenkomst en tot intrekking van Aanbeveling nr. 1/2011

HET GEMENGD COMITÉ,

Gezien de Interbus-overeenkomst betreffende het ongeregeld internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen 1 , en met name artikel 24,

Overwegende hetgeen volgt: 

(1)Bij Artikel 23 van de Interbus-overeenkomst is een Gemengd Comité opgericht teneinde het beheer van deze overeenkomst te vergemakkelijken.

(2)Bij de jongste actualisering van de Interbus-overeenkomst middels Besluit nr. 1/2011 van het Gemengd Comité 2 is rekening gehouden met de tot eind 2009 vastgestelde rechtshandelingen van de Unie. Nu moeten de maatregelen die de Unie na 2009 heeft genomen, in de Overeenkomst worden geïntegreerd.

(3)Overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder b), van de Interbus-overeenkomst worden de controledocumenten en andere in de bijlage bij de overeenkomst opgenomen modellen aangepast en gewijzigd door het Gemengd Comité. In het licht van toekomstige maatregelen die in de Unie worden genomen en overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder c), van de Interbus-overeenkomst is het Gemengd Comité belast met de aanpassing of wijziging van de bijlagen betreffende de technische normen voor bussen en touringcars, alsmede van bijlage 1 betreffende de in artikel 4 genoemde voorwaarden voor ondernemers van personenvervoer over de weg. Overeenkomstig artikel 24, lid 2, onder e), van de Interbus-overeenkomst is het Gemengd Comité ook belast met de aanpassing of wijziging van de sociale bepalingen. Daartoe dient het Gemengd Comité op te treden wanneer de Overeenkomst moet worden aangepast aan de technische of wetgevende vooruitgang.

(4)In Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité 3 is een technisch verslag opgenomen voor wegcontroles van touringcars en autobussen. Die aanbeveling is achterhaald en moet worden ingetrokken.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De voorschriften inzake sociale bepalingen als bedoeld in artikel 8 van de Overeenkomst, de in bijlage 1 bij de Overeenkomst vastgestelde voorwaarden voor ondernemers van personenvervoer over de weg, de in bijlage 2 bij de Overeenkomst vastgestelde technische normen voor bussen en touringcars, het in bijlage 3 van de Overeenkomst vastgestelde model van het controleformulier voor ongeregelde diensten die van een vergunning zijn vrijgesteld alsmede het model voor een vergunning voor niet-geliberaliseerd ongeregeld vervoer en de modelverklaring die in bijlage 5 bij de Overeenkomst zijn vastgesteld, worden aangepast overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Aanbeveling nr. 1/2011 van het Gemengd Comité wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op [ADD DATE].

Gedaan te Brussel, [ADD DATE]

               Voor het Gemengd Comité

De voorzitter                            De secretaris

Bijlage

Aanpassing van artikel 8 van de Overeenkomst inzake sociale bepalingen, bijlage 1 bij de Overeenkomst betreffende de voorwaarden voor ondernemers van personenvervoer over de weg, bijlage 2 van de Overeenkomst betreffende technische normen voor bussen en touringcars, bijlage 3 betreffende het model van het controleformulier voor ongeregelde diensten die van een vergunning zijn vrijgesteld en bijlage 5 betreffende de modelverklaring en het model voor een vergunning voor niet-geliberaliseerd ongeregeld vervoer 4 .

1. Aanpassing van artikel 8 van de Overeenkomst met betrekking tot sociale bepalingen

In artikel 8 wordt de lijst van rechtshandelingen van de Unie als volgt gewijzigd:

a) de verwijzing naar Verordening (EEG) nr. 3821/85 wordt vervangen door:

"—    Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1161/2014 van de Commissie van 30 oktober 2014 (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 19), die van toepassing is tot Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1) van toepassing wordt.

In plaats van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad mogen gelijkwaardige voorschriften die zijn vastgesteld bij de AETR-overeenkomst, met inbegrip van de protocollen daarbij, worden toegepast,";

b) de volgende rechtshandeling van de Unie wordt toegevoegd:

"—    Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).

In plaats van Verordening (EU) nr. 165/2014 mogen gelijkwaardige voorschriften die zijn vastgesteld bij de AETR-overeenkomst, met inbegrip van de protocollen daarbij, worden toegepast.".

2. Aanpassing van bijlage 1 bij de Overeenkomst betreffende de voorwaarden voor ondernemers van personenvervoer over de weg

In bijlage 1 wordt de lijst van rechtshandelingen van de Unie vervangen door:

"Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102 van 11.4.2016, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1);

Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 88), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 1);

Verordening (EU) nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 1), voor zover het om ongeregeld vervoer met touringcars of autobussen gaat.".

3. Aanpassing van bijlage 2 bij de Overeenkomst betreffende de technische normen voor autobussen en touringcars

Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:

a) Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

"a) technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens:

Richtlijn 2009/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens ( PB L 141 van 6.6.2009, blz. 12 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2010/48/EU van de Commissie van 5 juli 2010 (PB L 173 van 8.7.2010, blz. 47), die van toepassing is tot en met 19 mei 2018;

Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 51), die van toepassing is met ingang van 20 mei 2018;

Richtlijn 2000/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juni 2000 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Gemeenschap deelnemen aan het verkeer (PB L 203 van 10.8.2000, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2010/47/EU van de Commissie van 5 juli 2010 (PB L 173 van 8.7.2010, blz. 33), die van toepassing is tot en met 19 mei 2018;

Richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen en tot intrekking van Richtlijn 2000/30/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 134), die van toepassing is met ingang van 20 mei 2018;";

ii) punt c) wordt vervangen door:

"c) maximaal toegestane afmetingen en maximaal toegestane gewichten:

Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten ( PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/719 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 (PB L 115 van 6.5.2015, blz. 1).

De bij Richtlijn (EU) 2015/719 ingevoerde aanpassingen zijn van toepassing vanaf 7 mei 2017;

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie van 12 december 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat de typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan betreft en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 353 van 21.12.2012, blz. 31);";

iii) punt d) wordt vervangen door:

"d) controleapparaat in het wegvervoer:

Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PB L 370 van 31.12.1985, blz. 8); laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1161/2014 van de Commissie van 30 oktober 2014 (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 19), die van toepassing is tot Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 van toepassing wordt.

In plaats van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad mogen gelijkwaardige voorschriften die zijn vastgesteld bij de AETR-overeenkomst, met inbegrip van de protocollen daarbij, worden toegepast;

Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).

In plaats van Verordening (EU) nr. 165/2014 van de Raad mogen gelijkwaardige voorschriften die zijn vastgesteld bij de AETR-overeenkomst, met inbegrip van de protocollen daarbij, worden toegepast.";

b) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) de titels en referenties tussen de eerste alinea en de tabel worden vervangen door:

"Uitlaatgassen:

Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 459/2012 van de Commissie van 29 mei 2012 (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 16);

Verordening (EG) nr. 595/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen en motoren met betrekking tot emissies van zware bedrijfsvoertuigen (Euro VI) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 en Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 80/1269/EEG, 2005/55/EG en 2005/78/EG (PB L 188 van 18.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 133/2014 van de Commissie van 31 januari 2014 (PB L 47 van 18.2.2014, blz. 1);

Geluidsemissies:

Richtlijn 70/157/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PB L 42 van 23.2.1970, blz. 16), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2013/15/EU van de Raad (PB L 158 van 10.6.2013, blz. 14), die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 van toepassing is tot 30 juni 2027;

Verordening (EU) nr. 540/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende het geluidsniveau van motorvoertuigen en vervangende geluidsdempingssystemen, en tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG en tot intrekking van Richtlijn 70/157/EEG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 131), die overeenkomstig artikel 15 daarvan van toepassing wordt vanaf 1 juli 2016, 1 juli 2019 en 1 juli 2027;

Reminrichtingen:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Banden:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Brandstofreservoir:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Achteruitkijkspiegels:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Veiligheidsgordels — installatie:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Veiligheidsgordels — gordelbevestigingspunten:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Zitplaatsen:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Inwendige constructie (preventie van brandverspreiding):

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Binneninrichting (nooduitgangen, toegankelijkheid, afmetingen van de zitplaatsen, sterkte van de bovenbouw enz.):

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Geavanceerde noodremsystemen:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Verordening (EU) nr. 347/2012 van de Commissie van 16 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor bepaalde categorieën motorvoertuigen wat geavanceerde noodsystemen betreft (PB L 109 van 21.4.2012, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/562 van de Commissie van 8 april 2018 (PB L 93 van 9.4.2015, blz. 35);

Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook:

Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden (PB L 200 van 31.7.2009, blz. 1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166 van 3 februari 2015 (PB L 28 van 4.2.2015, blz. 3);

Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie van 23 april 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad wat typegoedkeuringsvoorschriften voor de installatie van waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook betreft (PB L 110 van 24.4.2012, blz. 18).";



ii) de tabel wordt vervangen door onderstaande tabel:

"Hoofding

VN-ECE-reglement

(in hun meest recente versie)

Handelingen van de Unie

Uitlaatemissies

49

Verordening (EG) nr. 715/2007, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 459/2012

Verordening (EG) nr. 595/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 133/2014

Geluidsemissies

51

Richtlijn 70/157/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2013/15/EU van de Raad, die overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) nr. 540/2014 van toepassing blijft tot 30 juni 2027.

Verordening (EU) nr. 540/2014, die overeenkomstig artikel 15 daarvan van toepassing wordt op 1 juli 2016, 1 juli 2019 en 1 juli 2027.

Remsysteem

13

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Banden

54

117

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen

48

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166





Brandstoftank

34

58

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Achteruitkijkspiegels

46

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Veiligheidsgordels – Installatie

16

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Veiligheidsgordels – Bevestigingspunten

14

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Zitplaatsen

17

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166

Inwendige constructie (preventie van brandverspreiding)

118

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166.



Binneninrichting (nooduitgangen, toegankelijkheid, afmetingen van de zitplaatsen, sterkte van de bovenbouw enz.)

66

107

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166. 

Geavanceerde noodremsystemen:

131

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166.

Verordening (EU) nr. 347/2012, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/562.

Waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook

130

Verordening (EG) nr. 661/2009, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/166.

Verordening (EU) nr. 351/2012 van de Commissie."

4. Aanpassing van bijlage 3 betreffende het model van het controleformulier voor ongeregelde diensten die van een vergunning zijn vrijgesteld en van bijlage 5 betreffende het model voor een vergunning voor niet-geliberaliseerd ongeregeld vervoer

In de bijlagen 3 en 5 worden de voetnoten vervangen door:

"Albanië (AL), Oostenrijk (A), België (B), Bosnië en Herzegovina (BA), Bulgarije (BG), Cyprus (CY), Kroatië (HR), Tsjechië (CZ), Denemarken (DK), Estland (EST), Finland (FIN), Frankrijk (F), Duitsland (D), Griekenland (GR), Hongarije (H), Ierland (IRL), Italië (I), Letland (LV), Litouwen (LT), Luxemburg (L), Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (MK), Malta (MT), Moldavië (MD), Montenegro (ME), Nederland (NL), Polen (PL), Portugal (P), Roemenië (RO), Slowakije (SK), Slovenië (SLO), Spanje (E), Zweden (S), Turkije (TR), Oekraïne (UA), Verenigd Koninkrijk (UK), aan te vullen.".

5. Aanpassing van artikel 5 wat betreft de modelverklaring

In bijlage 5 wordt de modelverklaring aangepast als volgt:

a) in lid 1 komt de inleidende zin als volgt te luiden:

"1.    De drie voorwaarden die zijn vastgesteld in hoofdstuk 1 van Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (PB L 300 van 14.11.2009, blz. 51).”;

b) in het tweede lid wordt de tweede alinea geschrapt.

------

(1) PB L 321 van 26.11.2002, blz. 13.
(2) PB L 8 van 12.1.2012, blz. 38.
(3) PB L 8 van 12.1.2012, blz. 46.
(4) Bij de aanpassing van deze handelingen is rekening gehouden met de nieuwe maatregelen die tot en met 30 juni 2015 door de Europese Unie zijn vastgesteld.
Top