Šis dokuments ir izvilkums no tīmekļa vietnes EUR-Lex.
Dokuments 52015PC0148
Proposal for a COUNCIL IMPLEMENTING DECISION authorising Denmark to introduce a special measure derogating from Article 75 of Council Directive 2006/112/EC
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Denemarken wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 75 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Denemarken wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 75 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad
/* COM/2015/0148 final - 2015/0074 (NLE) */
Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Denemarken wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 75 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad /* COM/2015/0148 final - 2015/0074 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Overeenkomstig artikel 395 van Richtlijn
2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het
gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna
"de btw-richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie
met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de
bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de
belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of
-ontwijking te voorkomen. Bij brief, ingekomen bij de Commissie op
13 januari 2015, heeft Denemarken verzocht om een maatregel te mogen
toepassen die afwijkt van artikel 75 van de btw-richtlijn. Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de
btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brieven van
13 en 14 februari 2015 van het verzoek van Denemarken in kennis
gesteld. Bij brief van 17 februari 2015 heeft de Commissie Denemarken
meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de
beoordeling van het verzoek. Algemene context Om de btw-inning te vereenvoudigen en om
belastingfraude te bestrijden heeft Denemarken in 2011 een individuele
afwijking gevraagd waarmee een forfaitaire regeling kan worden getroffen voor
het particuliere gebruik van lichte bedrijfswagens met een toegestaan
maximumgewicht tot drie ton, die uitsluitend voor zakelijk gebruik zijn
geregistreerd. Dit derogatieverzoek werd goedgekeurd door de Raad bij
Uitvoeringsbesluit 2012/447/EU van 24 juli 2012[1],
dat op 31 december 2014 verstrijkt. Zonder een dergelijke derogatiemaatregel zou
de Deense wetgeving inhouden dat elk particulier gebruik van een dergelijk
voertuig tot gevolg zou hebben dat de belastbare persoon volledig het recht op
btw-aftrek over de aanschafkosten van het voertuig zou verliezen. Voor de
aftrek van btw op de aankoop- en exploitatiekosten van lichte bedrijfswagens
met een toegestaan maximumgewicht tot drie ton maakt Denemarken gebruik van een
standstill-bepaling op basis van artikel 176 van de btw-richtlijn. Indien een
bedrijf een lichte bedrijfswagen inschrijft die uitsluitend voor
bedrijfsdoeleinden zal worden gebruikt, mag het de btw op zowel de aankoop- als
de exploitatiekosten van het voertuig volledig aftrekken. Een bedrijf dat een
lichte bedrijfswagen zowel voor zakelijk als voor privégebruik inschrijft, mag
de btw op de aankoopkosten niet aftrekken, maar de btw op de exploitatiekosten
van het voertuig wel volledig in aftrek brengen. Het hierboven beschreven Deense systeem kan ingewikkeld
zijn en daardoor hoge administratieve kosten met zich meebrengen, voor zowel de
belastbare persoon als voor de belastingdienst. Denemarken heeft derhalve
gevraagd een vereenvoudigde procedure te mogen toepassen, zoals eerder aan dat
land is toegestaan bij Uitvoeringsbesluit 2012/447/EU van de Raad. Volgens de
Deense autoriteiten heeft de vereenvoudigde procedure de laatste jaren goed
gewerkt, hetgeen hun aanleiding geeft een dergelijke procedure te willen
voortzetten. Aangezien de Commissie het verzoek om verlenging van de maatregel
pas na afloop van de eerder toegestane derogatiemaatregel ontving, kan de
vorige maatregel niet met terugwerkende kracht bij dit voorstel worden
verlengd. Een belastingplichtige kan de forfaitaire
regeling tot twintig dagen per kalenderjaar gebruiken voor 40 DKK per dag.
Het bedrag van 40 DKK per dag zou uitsluitend betrekking hebben op de btw
en is door de Deense regering vastgesteld op basis van een analyse van
nationale statistieken. In een ander onderdeel van de nationale wetgeving zou
moeten worden voorzien in een soortgelijke betaling om rekening te houden met
de inkomstenbelasting bij de vervreemding van een auto van de zaak, alsook in
een toeslag voor de verkeersbelasting. Gebruikt de belastingplichtige het voertuig
gedurende meer dan twintig dagen per kalenderjaar, dan gelden de huidige
standstill-regels en verliest hij dus volledig zijn recht op aftrek van de btw
op de aankoopkosten van het voertuig. De Deense autoriteiten hebben een elektronisch
systeem ontwikkeld waarmee de belastingplichtigen dit vaste bedrag per dag
online kunnen betalen. De autoriteiten overwegen een systeem om de
aangifteverplichtingen voor de belastingplichtigen en de verplichting voor de
belastingautoriteiten om belasting op te leggen en te innen, te vereenvoudigen. De vereenvoudigde procedure is optioneel.
Belastingplichtigen kunnen derhalve hun lichte bedrijfswagen nog altijd
inschrijven voor zowel bedrijfs- als privédoeleinden als dat hun beter past. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Er behoefde geen beroep te worden gedaan op
externe deskundigheid. De derogatie zou slechts een verwaarloosbaar effect
hebben op het totale bedrag aan belastinginkomsten, terwijl zij wel voordelen
biedt voor bedrijven die lichte bedrijfswagens voor zowel bedrijfs- als
privédoeleinden gebruiken, en de belastinginning vereenvoudigt. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Dit besluit machtigt Denemarken tot toepassing
van een bijzondere maatregel die afwijkt van de btw-richtlijn ter zake van de
aangifte van het privégebruik van bepaalde voertuigen voor de btw. Rechtsgrondslag Artikel 395 van de btw-richtlijn. Subsidiariteitsbeginsel Gelet op de bepaling in de btw-richtlijn die
de grondslag voor het voorstel vormt, valt dit onder de exclusieve bevoegdheid
van de Unie. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Dit besluit betreft een machtiging die wordt
verleend aan een lidstaat op diens eigen verzoek, en houdt geen enkele
verplichting in. Gelet op de beperkte reikwijdte van de
afwijking, is de speciale maatregel evenredig aan het nagestreefde doel,
namelijk om de btw-verplichtingen en btw-inning te vereenvoudigen, alsmede om
belastingfraude te bestrijden. Keuze van instrumenten Overeenkomstig artikel 395 van de
btw-richtlijn kan slechts van de normale btw-regels worden afgeweken indien de
Raad een lidstaat daartoe op voorstel van de Commissie met eenparigheid van
stemmen machtigt. Een besluit van de Raad is het aangewezen instrument, omdat
het tot individuele lidstaten kan worden gericht. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel zal geen negatieve gevolgen
hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw. 5. AANVULLENDE INFORMATIE Het voorstel is in de tijd beperkt. 2015/0074 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Denemarken wordt gemachtigd een
bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 75 van Richtlijn
2006/112/EG van de Raad DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van
28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over
de toegevoegde waarde[2],
en met name artikel 395, lid 1, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij brief, ingekomen bij de
Commissie op 13 januari 2015, heeft Denemarken verzocht om machtiging tot
toepassing van een bijzondere maatregel die afwijkt van de bepalingen van
Richtlijn 2006/112/EG van de Raad met betrekking tot het recht op aftrek van de
voorbelasting. (2) De Commissie heeft de overige
lidstaten bij brieven van 13 en 14 februari 2015 van het verzoek van
Denemarken in kennis gesteld. Bij brief van 17 februari 2015 heeft de Commissie
Denemarken meegedeeld dat zij over alle informatie beschikte die zij nodig
achtte voor de beoordeling van het verzoek. (3) Zonder de gevraagde
derogatiemaatregel houdt de wetgeving in Denemarken in dat wanneer een lichte
bedrijfswagen met een toegestaan maximumgewicht tot drie ton uitsluitend voor
bedrijfsdoeleinden bij de Deense autoriteiten is ingeschreven, de
belastingplichtige de voorbelasting op de aankoop- en exploitatiekosten van het
voertuig volledig mag aftrekken. Als dat voertuig nadien voor privédoeleinden
wordt gebruikt, verliest de belastingplichtige het recht de btw op de
aankoopkosten van het voertuig af te trekken. (4) Om de gevolgen van deze
regeling te verzachten heeft Denemarken toestemming gevraagd om een speciale
maatregel toe te passen waarbij wordt afgeweken van artikel 75 van Richtlijn
2006/112/EG van de Raad, welke voorheen werd verleend bij Uitvoeringsbesluit
2012/447/EU van de Raad[3],
die op 31 december 2014 is verstreken. Uit hoofde van de maatregel kunnen
belastingplichtigen die een voertuig hebben ingeschreven uitsluitend voor
bedrijfsdoeleinden, dit voertuig ook voor andere dan bedrijfsdoeleinden
gebruiken en de maatstaf van heffing voor de dienst die overeenkomstig artikel
75 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad is verleend, berekenen volgens een
vast bedrag per dag, in plaats van dat zij hun recht op aftrek van de
voorbelasting op de aankoopkosten van het voertuig verliezen. (5) De vereenvoudigde
berekeningswijze zou evenwel beperkt zijn tot twintig dagen niet-zakelijk
gebruik per kalenderjaar en het vaste btw-bedrag dat moet worden betaald, is
vastgesteld op 40 DKK voor iedere dag niet-zakelijk gebruik. Dit bedrag is
door de Deense regering bepaald aan de hand van een analyse van nationale
statistieken. (6) Deze maatregel, die van
toepassing wordt op lichte bedrijfswagens met een toegestaan maximumgewicht tot
drie ton, zal de btw-verplichtingen vereenvoudigen van belastingplichtigen die
een voertuig dat voor bedrijfsdoeleinden is ingeschreven, incidenteel voor
andere dan bedrijfsdoeleinden gebruiken. Een belastingplichtige zou evenwel nog
altijd de mogelijkheid hebben om een lichte bedrijfswagen voor zowel bedrijfs-
als privédoeleinden in te schrijven. Door dat te doen, zou de
belastingplichtige het recht verliezen de btw op de aankoop van het voertuig af
te trekken, maar niet het vaste bedrag per dag behoeven te betalen voor
privégebruik. (7) Het toestaan van een
maatregel op grond waarvan een belastingplichtige die een voor
bedrijfsdoeleinden ingeschreven voertuig incidenteel voor andere dan
bedrijfsdoeleinden kan gebruiken, zonder dat hij zijn recht op aftrek van de
voorbelasting op dat voertuig volledig verliest, is in overeenstemming met de algemene
regels inzake aftrek zoals vastgesteld in Richtlijn 2006/112/EG. (8) De machtiging geldt voor een
beperkte periode en vervalt op 31 december 2017. (9) Indien Denemarken om een
verdere verlenging van de derogatiemaatregel na 2017 verzoekt, moet het de
Commissie uiterlijk op 31 maart 2017 een nieuw verslag voorleggen, tezamen met
het verzoek om verlenging. (10) Er wordt verwacht dat de
derogatie geen noemenswaardige invloed zal hebben op de totale
belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen negatieve
gevolgen zal hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 In afwijking van artikel 75 van Richtlijn
2006/112/EG van de Raad mag Denemarken, wanneer een belastingplichtige een uitsluitend
voor bedrijfsdoeleinden ingeschreven lichte bedrijfswagen voor eigen
privédoeleinden of voor privédoeleinden van zijn personeel, of meer in het
algemeen voor andere dan bedrijfsdoeleinden gebruikt, de maatstaf van heffing
bepalen aan de hand van een vast bedrag per dag dat het voertuig aldus wordt
gebruikt. Het in de eerste alinea bedoelde vaste bedrag
per dag beloopt 40 DKK. Artikel 2 De in artikel 1 bedoelde maatregel geldt
uitsluitend voor lichte bedrijfswagens met een toegestaan maximumgewicht tot
drie ton. Deze maatregel is niet van toepassing wanneer
het privégebruik meer dan twintig dagen per kalenderjaar beloopt. Artikel 3 Dit besluit wordt van kracht op de dag van
kennisgeving ervan. Dit besluit vervalt op 31 december 2017. Een verzoek om verlenging van de in dit
besluit vervatte bijzondere maatregel dient de Commissie uiterlijk op 31 maart
2017 te worden voorgelegd. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een
verslag dat een evaluatie bevat van de maatregel die op basis van dit besluit
is toegepast. Artikel 4 Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk
Denemarken. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 202 van 28.7.2012, blz. 24. [2] PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1. [3] PB L 202 van 28.7.2012, blz. 24.