This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0734
Proposal for a DECISION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL on the mobilisation of the European Globalisation Adjustment Fund, in accordance with Point 13 of the Interinstitutional Agreement of 2 December 2013 between the European Parliament, the Council and the Commission on budgetary discipline, on cooperation in budgetary matters and on sound financial management (application EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal)
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal)
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal)
/* COM/2014/0734 final */
Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer (aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal) /* COM/2014/0734 final - 2014/
TOELICHTING ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL 1. De regels die van toepassing
zijn op de financiële bijdragen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de
globalisering (EFG) zijn vastgesteld in Verordening (EU) nr. 1309/2013 van
het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees
fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van
Verordening (EG) nr. 1927/2006[1]
("de EFG-verordening"). 2. De Belgische autoriteiten
hebben aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal ingediend voor een financiële
bijdrage uit het EFG, naar aanleiding van gedwongen ontslagen bij ArcelorMittal
Liège S.A. in België. 3. Na de aanvraag te hebben
beoordeeld, heeft de Commissie overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van
de EFG-verordening geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor het toekennen van
een financiële bijdrage uit het EFG is voldaan. SAMENVATTING VAN DE AANVRAAG EGF-aanvraag || EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal Lidstaat || België Betroffen regio('s) (NUTS II) || Provincie Luik (BE 33) Datum van de indiening van de aanvraag || 22.7.2014 Datum van de bevestiging van de ontvangst van de aanvraag || 4.8.2014 Datum van het verzoek om aanvullende informatie || 24.7.2014 Uiterste termijn voor het verstrekken van de aanvullende informatie || 16.9.2014 Uiterste datum voor de voltooiing van de beoordeling || 9.12.2014 Criterium voor steunverlening || Artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening Primaire onderneming || ArcelorMittal Liège S.A. Economische sector(en) (NACE Rev. 2-afdeling)[2] || Afdeling 24 ("Vervaardiging van metalen in primaire vorm") Aantal dochterondernemingen, leveranciers en downstreamproducenten || Geen Referentieperiode (vier maanden) || 1 januari 2014 – 1 mei 2014 Aantal ontslagen of beëindigingen van de werkzaamheden tijdens de referentieperiode (a) || 752 Aantal ontslagen of beëindigingen van de werkzaamheden voor of na de referentieperiode (b) || 533 Totaal aantal ontslagen (a + b) || 1 285 Geschat totaal aantal beoogde begunstigden || 910 Budget voor individuele dienstverlening (EUR) || 2 575 900 Budget voor de implementatie van het EFG[3] (EUR) || 76 578 Totaal budget (EUR) || 2 652 478 EFG-bijdrage (60 %) (EUR) || 1 591 486 BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Procedure 4. De Belgische autoriteiten
hebben aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal ingediend op 22 juli 2014, binnen
12 weken na de datum waarop aan de hieronder vermelde criteria voor
steunverlening was voldaan. De Commissie heeft de Belgische autoriteiten op 24
juli 2014 een eerste reeks vragen toegezonden en heeft de ontvangst van de
aanvraag bevestigd binnen twee weken na de indiening van de aanvraag, namelijk
op 4 augustus 2014. De lidstaat heeft aanvullende informatie verstrekt binnen
zes weken na de datum van de bevestiging. De termijn van 12 weken na de
ontvangst van de volledige aanvraag, binnen welke de Commissie moet beoordelen
of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële
bijdrage, loopt op 9 december 2014 af. Subsidiabiliteit van de aanvraag Betrokken ondernemingen en begunstigden 5. De aanvraag betreft 1 285
werknemers die werden ontslagen bij ArcelorMittal Liège S.A. Deze onderneming
was actief in de economische sector die is ingedeeld in NACE-afdeling 24
("Vervaardiging van metalen in primaire vorm"). De ontslagen bij de
betrokken onderneming vielen in de NUTS[4]
II-regio Luik (BE33). Criteria voor steunverlening 6. De Belgische autoriteiten
hebben de aanvraag ingediend op grond van het criterium voor steunverlening van
artikel 4, lid 1, onder a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een
referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat ten
minste 500 werknemers gedwongen zijn ontslagen of zelfstandigen hun
werkzaamheden hebben beëindigd, met inbegrip van werknemers die gedwongen zijn
ontslagen bij leveranciers of downstreamproducenten. 7. De referentieperiode van vier
maanden loopt van 1 januari 2014 tot en met 1 mei 2014. 8. De
aanvraag heeft betrekking op 752 werknemers die tijdens de referentieperiode
van vier maanden bij de onderneming werden ontslagen[5]. Berekening
van het aantal ontslagen en beëindigingen van werkzaamheden 9. De ontslagen werden berekend
vanaf de datum van de individuele kennisgeving door de werkgever dat de
arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer tijdelijk of definitief wordt
beëindigd. In aanmerking komende werknemers 10. Naast de werknemers die reeds
werden vermeld, komen nog 533 werknemers in aanmerking die vóór of na de
referentieperiode van vier maanden werden ontslagen. Al deze werknemers werden
ontslagen na de algemene aankondiging van de geplande ontslagen op 14 oktober 2011.
Er kan een duidelijk oorzakelijk verband worden gelegd met de gebeurtenis die
aanleiding heeft gegeven tot de ontslagen tijdens de referentieperiode,
aangezien alle ontslagen verband houden met hetzelfde inkrimpingsproces,
waarmee in oktober 2011 een aanvang is gemaakt. 11. In totaal komen bijgevolg 1 285
werknemers in aanmerking. Verband tussen de ontslagen en de grote
structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen ingevolge de
globalisering 12. België legt het verband tussen
de ontslagen en de grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen
ingevolge de globalisering met het argument dat de sector van de
staalproductie, waarin ArcelorMittal Liège S.A actief was, economisch ernstig
is ontwricht, met name door een snelle afname van het marktaandeel van de EU. 13. Tussen 2007 en 2013 is de
productie van ruwstaal in the EU-27 gedaald van 210,1 tot 166,2 miljoen ton[6] (− 20,9 %;
− 3,8 % jaarlijkse groei[7]),
terwijl de productie wereldwijd is gestegen van 1 348,1 tot 1 649,3
miljoen ton (+ 22,3 %; + 3,4 %
jaarlijkse groei). Bijgevolg en zoals blijkt uit de gegevens waarnaar de
Belgische autoriteiten verwijzen, is het aandeel van de EU in de staalproductie
tijdens de periode 2007-2013 continu gedaald (van 16 % van de wereldwijde
staalproductie in 2007 tot 10 % in 2013). De productie is sterker gedaald
in Europa dan in de Verenigde Staten en Rusland. Het aandeel van Azië is
daarentegen sterk toegenomen, namelijk van 56 % tot 67 % tijdens
dezelfde periode. 14. De gevolgen van deze
veranderingen in de handelspatronen verergerden nog door andere factoren, zoals
een daling van de vraag naar staal in de automobielsector en de bouwsector in
de EU ingevolge de economische crisis en een relatieve stijging van de
productiekosten (grondstoffen, energie, beperkingen op milieugebied enz.). Deze
factoren hebben het concurrentievermogen van de staalindustrie in de EU
aangetast en hebben de laatste jaren geleid tot veel ontslagen in de
staalsector ingevolge sluitingen van fabrieken en herstructureringen bij
verschillende staalproducenten in Europa[8].
Tussen 2008 en 2013 is bijvoorbeeld het aantal personen dat in de EU-27 in de
metaalindustrie (NACE Rev. 2-afdeling 24 "Vervaardiging van metalen in
primaire vorm") werkt, gedaald met ongeveer 280 000 van 1,44 miljoen
tot 1,16 miljoen (− 19,4 %). 15. Sinds het EFG in 2007 van
start ging, werden in de staalsector vier EFG-aanvragen ingediend[9]. Drie van die aanvragen
houden verband met grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen
ingevolge de globalisering[10]
en één met de wereldwijde financiële en economische crisis[11]. Factoren die de ontslagen en de
beëindigingen van werkzaamheden hebben veroorzaakt 16. De gebeurtenissen die
aanleiding hebben gegeven tot de ontslagen en de beëindigingen van
werkzaamheden houden verband met de aankondiging van substantiële
herstructureringen door de groep ArcelorMittal in de Europese Unie in 2008. Deze
beslissing werd genomen in het licht van de overcapaciteit van de onderneming
in Europa in vergelijking met de marktontwikkelingstrends. De groep heeft
besloten 10 van zijn 25 hoogovens in Europa definitief stil te leggen en
verschillende productie-eenheden te sluiten. In vijf jaar tijd zijn bijna 33 000
banen verloren gegaan, wat neerkomt op een daling van het totale aantal
arbeidskrachten met ongeveer 25 %. 17. Volgens de Belgische
autoriteiten zag de producent zich er door de daling van de vraag naar staal,
een relatieve stijging van de productiekosten (grondstoffen, energie,
beperkingen op milieugebied enz.) en de daling van de staalprijzen (bijna 17 %
voor staalrollen) toe genoopt zijn productie in 2011 te beperken en de hoogoven
in Luik te sluiten, wat uiteindelijk het ontslag van alle 1 285 werknemers
tot gevolg had. Verwachte gevolgen van de ontslagen voor
de plaatselijke, regionale of nationale economie en werkgelegenheid 18. De metaalverwerkende sector in
Luik kende de laatste jaren een teruggang: in 2007 telde de sector nog 6 193
banen in 40 ondernemingen; in 2012 waren dat nog maar 4 187 banen in 35
ondernemingen. Dit komt neer op een daling van de werkloosheid in de sector met
32 %. De gevolgen van de inkrimping van ArcelorMittal zijn des te belangrijker
omdat ArcelorMittal goed is voor 78,9 % van de plaatselijke
werkgelegenheid in de metaalsector en voor 14,3 % van de werkgelegenheid
in de verwerkende industrie. 19. De financiële crisissen van 2008-2009
en 2011 laten zich nog steeds voelen in de Waalse economie en de inkrimping van
ArcelorMittal zal in de regio nog meer ontslagen tot gevolg hebben. In Luik
waren er in mei 2014 54 440 werkzoekenden aangemeld, wat neerkomt op een
werkloosheid van 19,48 %. Deze personen ontbreekt het vaak aan kwalificaties
(49,9 % heeft geen hoger middelbaar onderwijs gevolgd) en 40,4 % is
reeds meer dan twee jaar inactief. De participatiegraad in Luik behoort tot de
laagste in het Waalse Gewest: 53,4 % in vergelijking met gemiddeld 56,7 %
voor het Waalse Gewest[12]. Beoogde
begunstigden en voorgestelde acties Beoogde begunstigden 20. Naar verwachting zullen 910
werknemers voor wie steun wordt aangevraagd aan de maatregelen deelnemen.
Uitsplitsing van die werknemers naar geslacht, nationaliteit en leeftijdsgroep: Categorie || Aantal beoogde begunstigden Geslacht: || Mannen: || 871 || (96 %) || Vrouwen: || 39 || (4 %) Nationaliteit: || EU-burgers: || 910 || (100 %) || Niet-EU-burgers: || 0 || (0 %) Leeftijdsgroep: || 15-24 jaar: || 25 || (3 %) || 25-29 jaar: || 37 || (4 %) || 30-54 jaar: || 803 || (88 %) || 55-64 jaar: || 45 || (5 %) || Ouder dan 64 jaar: || 0 || (0 %) Subsidiabiliteit van de voorgestelde
maatregelen 21. Slechts
een aantal van de maatregelen die door de Belgische autoriteiten worden
uitgevoerd om de ontslagen werknemers van ArcelorMittal
te ondersteunen, zullen door het EFG worden medegefinancierd. Maatregelen die
verplicht zijn in het kader van de procedures voor collectieve ontslagen in
België en die worden uitgevoerd als onderdeel van de standaardactiviteiten van
de omscholingscel (zoals outplacement, opleiding, hulp bij het zoeken van een
baan, loopbaanadvies enz.) zijn dan ook niet in deze EFG-aanvraag opgenomen. 22. De individuele dienstverlening
die aan de ontslagen werknemers zal worden verstrekt, bestaat uit de volgende
acties: –
Beroepskeuzevoorlichting: Ondersteuning / begeleiding / integratie. Deze reeks
dienstverleningen bouwt voort op de standaardactiviteiten die door de
omscholingscel worden uitgevoerd[13].
De dienstverlening zal worden verstrekt door een team van Forem-personeel
(projectmanager, gespecialiseerde adviseurs) in partnerschap met voormalige
werknemersvertegenwoordigers die optreden als maatschappelijk werker (accompagnateurs
sociaux) om werknemers ertoe aan te moedigen aan de maatregelen deel te
nemen en hen met administratieve procedures te helpen. Om de contacten tussen
de werknemers te bevorderen, wordt de dienstverlening aan alle ontslagen
werknemers samen in speciaal daarvoor gereserveerde ruimten verstrekt. De
dienstverlening omvat drie soorten activiteiten: i) collectieve informatie over
technieken om een baan te zoeken (een cv en een sollicitatiebrief schrijven,
gebruikmaken van het web enz.), uitleg over de arbeidswetgeving (outplacement,
werkloosheid, arbeidsovereenkomsten, pensioen), bewustmaking inzake
discriminatie, presentatie van beroepen en sectoren met potentieel enz.; ii)
individuele interviews met een Forem-adviseur (vaardighedenaudit,
loopbaantraject, begeleiding op het gebied van opleiding enz.); iii) vrije en
open toegang tot instrumenten om een baan te zoeken (IT-uitrusting met een
internetaansluiting, telefoon, gespecialiseerde documentatie enz.). Deze
maatregel zal alle 910 werknemers betreffen voor wie steun wordt aangevraagd,
voor een maximumduur van 24 maanden. Het zoeken naar werk bevorderen. De Forem zal ook
specifieke activiteiten uitvoeren om het zoeken van een baan te
vergemakkelijken en om problemen bij het omscholingsproces te verhelpen. Het
gaat onder meer om vergaderingen tussen de ontslagen werknemers en potentiële
werkgevers (arbeidsbemiddeling), bedrijfsbezoeken, vergaderingen met
personeelswerkers om sollicitatiegesprekken voor te bereiden, en uitwisseling
van ervaringen met andere werknemers die zich reeds hebben omgeschoold of een
baan hebben gevonden na een collectief ontslag. –
Opleiding en herscholing: Geïntegreerde opleiding: er zouden verschillende
soorten beroepsopleidingen kunnen worden verstrekt; afhankelijk van het soort
opleiding kan dat gebeuren door de Forem, door de centres de compétences
of door het IFAPME[14].
In een eerste fase zal personeel van de Forem elke deelnemer helpen zijn of
haar werkgerelateerde doelstellingen vast te stellen en hem of haar oriënteren
in de richting van één van de drie soorten opleidingsmodules. Werknemers die
zich zouden kunnen omscholen tot een beroep dat vergelijkbaar is met wat zij
bij ArcelorMittal deden, zouden ofwel een
specifieke of specialisatiemodule (40 uur) kunnen volgen om hun
competenties aan te passen en te actualiseren, ofwel een extra opleiding (320
uur) kunnen volgen die leidt tot nieuwe kwalificaties, waardoor de werknemers
zouden kunnen solliciteren voor een baan in een nieuw beroep in de
industriesector. Om zich om te scholen voor een totaal andere activiteitssector
zouden werknemers een beroepsopleiding (gemiddeld 960 uur) kunnen volgen om de
competenties te verwerven die voor dat beroep nodig zijn. Na afloop van elke
opleidingsmodule kunnen de nieuwe vaardigheden worden geëvalueerd en
gedocumenteerd. Naargelang van het soort opleiding en het gebied waarop de
competenties werden verworven, zullen de deelnemers ofwel een formele
certificering van vaardigheden (d.i. een getuigschrift van vakbekwaamheid)
ontvangen, dan wel een getuigschrift van deelname (voor competenties of
beroepen waarvoor er geen formele certificering bestaat) of een validering van
vaardigheden (voor vaardigheden en competenties die zij buiten formele
opleidingen hebben verworven). De formele certificering van vaardigheden wordt
gecontroleerd door middel van evaluatietests die leiden tot de toekenning van
een getuigschrift van door opleiding verworven vaardigheden (Certificat des
Compétences Acquises en Formation – CECAF). De validering van vaardigheden
wordt gecontroleerd door middel van evaluatietests die leiden tot de toekenning
van vaardigheidsgetuigschriften (titres de compétences). Overdracht van ervaring: ervaren werknemers kunnen hun
vaardigheden en kennis verbeteren door onderwijs en opleiding te geven in het
technisch onderwijs. De Forem en de verenigingen van de diverse afdelingen van
het technisch onderwijs zullen een specifieke bewustmakings- en aan de
opleiding voorafgaande module opzetten om bepaalde werknemers ertoe aan te
moedigen een opleiding tot leraar in het beroepsonderwijs te volgen. De module
zal specifieke informatie, technische ondersteuning, ontmoetingen met mensen
uit het vak en bezoeken ter plaatse omvatten. De module zal acht weken duren;
ongeveer 10 werknemers zullen ervoor in aanmerking komen. –
Bevordering van ondernemerschap: Ondersteuning bij het oprichten van een bedrijf: de
werknemers die overwegen hun eigen bedrijf op te richten, zullen begeleiding en
ondersteuning krijgen van een adviseur bedrijfsoprichting van de Forem. Deze
ondersteuning omvat twee hoofdactiviteiten: i) collectieve
informatievergaderingen om de werknemers bewust te maken van de mogelijkheden
om een bedrijf op te richten, informatie te verstrekken over de wettelijke
aspecten en over de maatregelen ter ondersteuning van de oprichting van een
bedrijf; ii) individuele interviews met geïnteresseerde werknemers om hun
project te bekijken en hen in contact te brengen met bedrijfsondersteunende
organisaties en dienstverleners. De adviseur zal nauw samenwerken met de
omscholingscellen om werknemers met hun bedrijfsprojecten te helpen. Naar
verwachting zullen 50 werknemers de informatievergaderingen bijwonen en zullen
ongeveer 20 werknemers deelnemen aan de interviews en de follow-upactiviteiten.
Ondersteuning van collectieve projecten: werknemers die
eventueel overwegen samen als groep een "sociale onderneming" op te
zetten, zullen begeleiding en ondersteuning krijgen van een gespecialiseerd
adviesbureau (dat via een aanbesteding wordt geselecteerd) en van de
omscholingscel. Deze ondersteuning omvat informatie- en
bewustmakingsvergaderingen over het oprichten van een bedrijf en essentiële
managementvaardigheden, alsook advies over het opzetten van het bedrijf (zoals
het opstellen van een businessplan, het opstellen van de statuten, marketing
enz.). Er kunnen subsidies worden toegekend om de start-upkosten van dergelijke
bedrijfsprojecten te helpen dekken. De werknemers moeten een aanvraag indienen
waarin het project wordt omschreven (bijvoorbeeld de vaardigheden en de
ervaring van de werknemers, een haalbaarheidsstudie, een financiële analyse,
het marktpotentieel, de groeivooruitzichten, sociaaleconomische voordelen
enz.). Het steuncomité van de omscholingscel, waarin vertegenwoordigers van de
werkgever, de vakbonden en Forem zitting hebben, beoordeelt de aanvraag en
beslist over het al dan niet toekennen van een subsidie. Elke werknemer die bij
het project betrokken is, kan een subsidie van 5 000 EUR ontvangen
(deze fondsen worden voor alle deelnemende werknemers samengevoegd). De
subsidies kunnen worden gebruikt voor de aankoop van uitrusting, handelswaar,
publiciteit, consultancy, opleiding enz. Het adviesbureau zal de subsidies
beheren en bij de Forem verslag uitbrengen over de besteding van de middelen
(facturen en bewijsstukken). Naar verwachting zullen ongeveer 100 werknemers
aan deze maatregel deelnemen, en zullen vijf ondersteunende subsidies aan de
werknemers worden toegekend. 23. De
voorgestelde maatregelen die hier worden beschreven, zijn actieve
arbeidsmarktmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van de EFG-verordening
vastgestelde subsidiabele acties. Deze maatregelen komen niet in de plaats van
maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming. 24. De Belgische autoriteiten
hebben de nodige informatie verstrekt over acties waartoe de betrokken
bedrijven krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten
verplicht zijn. Zij hebben bevestigd dat een financiële bijdrage van het EFG
niet in de plaats zal komen van deze acties. Geraamd budget 25. De totale kosten worden op 2 652 478 EUR
geraamd, met inbegrip van uitgaven voor een bedrag van 2 575 900 EUR
voor individuele dienstverlening en van 76 578 EUR voor de
activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en
publiciteit, en controle en rapportage. 26. Van
het EFG wordt in totaal een financiële bijdrage van 1 591 486 EUR
(60 % van de totale kosten) gevraagd. Acties || Geraamd aantal deelnemers || Geraamde kosten per deelnemer (EUR) (*) || Geraamde totale kosten (EUR) (*) Individuele dienstverlening (acties overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder a) en c), van de EFG-verordening) Beroepskeuzevoorlichting: (Orientation professionnelle) - Ondersteuning / begeleiding / integratie (Reconversion/Insertion) - Het zoeken naar werk bevorderen (Dynamisation de la recherche d’emploi) || 910 150 || 2 054 300 || 1 869 000 45 000 Opleiding en herscholing: (Formations) - Geïntegreerde opleiding (Formations intégrées) - Overdracht van ervaring (Transmission d'expérience) || 300 10 || 1 713 300 || 513 900 3 000 Bevordering van ondernemerschap: (Aide à la création d'emploi) - Ondersteuning bij het oprichten van een bedrijf (Autocréation d'emploi individuelle) - Ondersteuning van collectieve projecten (Soutien à l'émergence de projets collectifs) || 50 100 || 900 1 000 || 45 000 100 000 Subtotaal (a): || – || 2 575 900 (100,0 %) Toelagen en stimulerende maatregelen (acties overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), van de EFG-verordening) || Subtotaal (b): || – || 0 || (0,00 %) Acties overeenkomstig artikel 7, lid 4, van de EFG-verordening 1. Voorbereiding, beheer, controle en rapportage || – || 32 778 2. Voorlichting en publiciteit || – || 43 800 Subtotaal (c): || – || 76 578 (2,9 %) Totale kosten (a + b + c): || – || 2 652 478 EFG-bijdrage (60 % van de totale kosten) || – || 1 591 486 (*) Door het afronden kloppen de
totalen niet exact. Periode waarbinnen de uitgaven
subsidiabel zijn 27. De Belgische autoriteiten
hebben de beoogde begunstigden met ingang van 1 januari 2014 individuele
dienstverlening verstrekt. De uitgaven voor de in punt 22 genoemde acties
zullen bijgevolg van 1 januari 2014 tot en met 22 juli 2016 voor een financiële
bijdrage van het EFG in aanmerking komen. 28. Op 1 januari 2014 hebben de
Belgische autoriteiten de eerste administratieve uitgaven gedaan met het oog op
de implementatie van het EFG. De uitgaven voor de activiteiten op het vlak van
voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage
zullen bijgevolg van 1 januari 2014 tot en met 22 januari 2017 voor een
financiële bijdrage van het EFG in aanmerking komen. Complementariteit met acties die door
nationale of EU-fondsen worden gefinancierd 29. Dit zijn de bronnen van de
nationale voorfinanciering of medefinanciering: de uitgevoerde acties worden
door de Forem voorgefinancierd. De omscholingscellen en de opleiding door de
Forem en zijn partners worden medegefinancierd door het Waalse Gewest. 30. De Belgische autoriteiten
hebben bevestigd dat de hierboven beschreven maatregelen die een financiële
bijdrage uit het EFG ontvangen, niet ook steun van andere financiële
instrumenten van de Unie zullen ontvangen. 31. Het ESF heeft in het verleden
financiële steun verleend aan een project (EnTrain – En
Transition-Reconversion-Accompagnement) dat tot doel had pedagogische
methoden voor omscholingscellen in het algemeen te ontwikkelen. De resultaten
van dit project zullen waarschijnlijk nuttig zijn bij de uitvoering van de
geplande maatregelen. Procedures voor het overleg met de
beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers of de sociale partners, alsook
plaatselijke en regionale autoriteiten 32. De Belgische autoriteiten
melden dat het gecoördineerd pakket van individuele dienstverlening werd
opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden en de sociale partners. Deze
maatregelen zijn het resultaat van veel overleg en voorbereidende vergaderingen
met de diverse betrokken sociale partners tussen februari 2014 en juni 2014. 33. De omscholingscel (cellule
de reconversion) werd speciaal opgezet als onderdeel van de wettelijke
verplichtingen in het kader van de procedure voor collectieve ontslagen. De
omscholingscel wordt beheerd door een comité met vertegenwoordigers van de
Waalse overheidsdiensten die belast zijn met werkgelegenheid en opleiding, de
Forem, vakbonden, en sectorspecifieke beroepsopleidingsorganisaties. Beheers- en controlesystemen 34. De aanvraag bevat een
beschrijving van de beheers- en controlesystemen die de verantwoordelijkheden
van de betrokken organen specificeert. Een stuurgroep waarin alle organisaties
vertegenwoordigd zijn die bij de uitvoering van de EFG-maatregelen betrokken
zijn, staat in voor de algemene follow-up en coördinatie. De financiële
bijdrage van het EFG zal door dezelfde instanties worden beheerd en
gecontroleerd die ook de financiering van het ESF beheren en controleren.
Binnen het ESF-Agentschap van de Federatie Wallonië-Brussel (de voormalige
Franstalige Gemeenschap van België) zal één entiteit fungeren als
beheersautoriteit en een andere entiteit als betalingsautoriteit. Het
secretariaat-generaal van de Federatie Wallonië-Brussel zal fungeren als
certificerende instantie en de Forem als intermediaire instantie. Toezeggingen door de betrokken lidstaat 35. De Belgische autoriteiten
hebben op de volgende punten de nodige garanties geboden: –
bij de toegang tot de voorgestelde acties en hun
uitvoering zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie
worden gerespecteerd; –
aan de voorschriften van de nationale en
EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen is voldaan[15]; –
de voorgestelde acties zullen geen financiële steun
ontvangen van andere fondsen of financiële instrumenten van de Unie, en dubbele
financiering zal worden voorkomen; –
de voorgestelde maatregelen zullen complementair
zijn met acties die door de structuurfondsen worden gefinancierd; –
de financiële bijdrage van het EFG zal voldoen aan
de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Begrotingsvoorstel 36. Zoals vastgesteld in artikel 12
van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december
2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020[16] mag het EFG het
jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet
overschrijden. 37. Na de aanvraag te hebben
onderzocht op de voorwaarden van artikel 13, lid 1, van de
EFG-verordening, en rekening houdend met het aantal beoogde begunstigden, de
voorgestelde acties en de geraamde kosten, stelt de Commissie voor om uit het
EFG een bedrag van 1 591 486 EUR beschikbaar te stellen, hetgeen
overeenstemt met 60 % van de totale kosten van de voorgestelde acties,
teneinde een financiële bijdrage te leveren aan de aanvraag. 38. Overeenkomstig punt 13 van het
Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees
Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de
samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer[17] zal het voorgestelde
besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen door het Europees
Parlement en de Raad gezamenlijk worden genomen. Met dit besluit samenhangende handelingen 39. Samen met dit voorstel voor
een besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen, dient de Commissie
bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in voor een overschrijving
van 1 591 486 EUR naar het desbetreffende begrotingsonderdeel. 40. Wanneer de Commissie dit
voorstel voor een besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen
goedkeurt, zal zij aan de hand van een uitvoeringshandeling tegelijkertijd een
besluit over een financiële bijdrage vaststellen, dat in werking zal treden op
de datum waarop het Europees Parlement en de Raad het voorgestelde besluit om
middelen uit het EFG beschikbaar te stellen, vaststellen. Voorstel voor een BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE
RAAD betreffende de beschikbaarstelling van
middelen uit het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering
overeenkomstig punt 13 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013
tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de
begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel
beheer
(aanvraag EGF/2014/012 BE/ArcelorMittal) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het
Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het
Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot
intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006[18],
en met name artikel 15, lid 4, Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december
2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de
begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel
beheer[19],
en met name punt 13, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Het Europees fonds voor
aanpassing aan de globalisering (EFG) is opgericht om steun te verlenen aan
werknemers die werkloos zijn geworden en zelfstandigen die hun werkzaamheden
hebben beëindigd als gevolg van uit de globalisering voortvloeiende grote
structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen, doordat de in
Verordening (EG) nr. 546/2009[20]
behandelde wereldwijde financiële en economische crisis aanhoudt, of door een
nieuwe wereldwijde financiële en economische crisis, en hen te helpen om op de
arbeidsmarkt terug te keren. (2) Zoals vastgesteld in artikel 12
van Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad mag het EFG het
jaarlijks maximumbedrag van 150 miljoen EUR (prijzen 2011) niet
overschrijden. (3) België heeft op 22 juli 2014
een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG ter beschikking te stellen voor
ontslagen[21]
bij ArcelorMittal Liège S.A. in België en heeft overeenkomstig artikel 8, lid 3,
van Verordening (EU) nr. 1309/2013 aanvullende gegevens ingediend. Deze
aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor een financiële bijdrage uit het EFG
overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) nr. 1309/2013. (4) Er moeten dan ook middelen
uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 591 486 EUR
te leveren aan de door België ingediende aanvraag, HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT
VASTGESTELD: Artikel 1 Ten laste van de algemene begroting van de
Europese Unie voor het begrotingsjaar 2015 wordt een bedrag van 1 591 486 EUR
aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het EFG. Artikel 2 Dit besluit
wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855. [2] Verordening (EG) nr. 1893/2006 van het Europees
Parlement en de Raad van 20 december 2006 tot vaststelling van de statistische
classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van
Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke
statistische gebieden (PB L 393 van 30.12.2006, blz. 1). [3] Overeenkomstig artikel 7, vierde alinea, van
Verordening (EU) nr. 1309/2013. [4] Verordening (EU) nr. 1046/2012 van de Commissie van 8
november 2012 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het
Europees Parlement en de Raad betreffende de opstelling van een
gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de
statistiek (NUTS), wat de indiening van tijdreeksen voor de nieuwe regionale
indeling betreft (PB L 310 van 9.11.2012, blz. 34). [5] In de zin van artikel 3, onder a), van de
EFG-verordening. [6] Bron: World Steel Association, Steel Statistical
Yearbook 2014. [7] Samengesteld jaarlijks groeipercentage. [8] zie: Mededeling van de Commissie aan het Europees
Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van
de Regio's – Actieplan voor een concurrerende en duurzame staalindustrie in
Europa (COM(2013) 407). [9] Zie de EFG-database op http://ec.europa.eu/social/main.jsp?catId=582
[10] Aanvragen EGF/2009/022 BG/Kremikovtsi (aanvraag door
de Commissie verworpen), EGF/2012/010 RO/Mechel (COM(2014) 255 final van 7.5.2014),
EGF/2013/007 BE/Henegouwen staal (Duferco-NLMK) (COM(2014)...), EGF/2013/002 BE/Carsid
(COM(2014)...). [11] Aanvraag EGF/2010/007 AT/Stiermarken en Neder-Oostenrijk.
Besluit 2011/652/EU van 27 september 2011 (PB L 263 van 7.10.2011,
blz. 9). [12] Bron: Forem. [13] De omscholingscel (cellule de reconversion) werd
speciaal opgezet als onderdeel van de wettelijke verplichtingen in het kader
van de procedure voor collectieve ontslagen. [14] Het IFAPME (Institut wallon de Formation en Alternance
et des indépendants et Petites et Moyennes Entreprises) is een publiek
opleidingsinstituut dat werkgerelateerd alternerend leren aanbiedt in de vorm
van stages en specifieke opleidingen voor mkb-managers. [15] Dankzij de financiële bijdrage van het EFG zullen de
Belgische autoriteiten de outplacementdiensten langer dan tijdens de verplichte
perioden kunnen verstrekken, en zullen zij extra maatregelen kunnen uitvoeren.
Bij de berekening van de kosten waarvoor een bijdrage van het EFG wordt
gevraagd, zullen de Belgische autoriteiten rekening houden met de maatregelen
die werden uitgevoerd tijdens de periode waar daarvoor een wettelijke
verplichting geldt (dit betreft uitsluitend de maatregel
"Beroepskeuzevoorlichting (ondersteuning / begeleiding /
integratie)". Het aantal uren outplacementdiensten tijdens de wettelijk verplichte
periode zal worden afgetrokken van het totale aantal uren outplacementdiensten
die elke beoogde begunstigde zal hebben genoten. [16] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884. [17] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. [18] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855. [19] PB C 373 van 20.12.2013, blz. 1. [20] PB L 167 van 29.6.2009, blz. 26. [21] In de zin van artikel 3, onder a), van de
EFG-verordening.