This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0340
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Regulation (EU, Euratom) No 883/2013 as regards the establishment of a Controller of procedural guarantees
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen
/* COM/2014/0340 final - 2014/0173 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen /* COM/2014/0340 final - 2014/0173 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel Met het voorstel wordt beoogd de
procedurewaarborgen die elke door het Europees Bureau voor fraudebestrijding
onderzochte persoon ("betrokkenen" in de verordening) geniet, uit te
breiden en rekening te houden met de bijzondere manier waarop leden van
EU-instellingen zijn verkozen of aangesteld, alsook met hun bijzondere
bevoegdheden die specifieke regels kunnen rechtvaardigen om te garanderen dat
de instellingen waarvan zij deel uitmaken naar behoren kunnen functioneren.
Daartoe dient Verordening nr. 883/2013 betreffende onderzoeken door OLAF te
worden gewijzigd. Deze doelstellingen zullen worden
verwezenlijkt door instelling van een functie van Toezichthouder op de
procedurewaarborgen, belast met twee taken: ·
het behandelen van klachten, ingediend door
personen tegen wie een onderzoek loopt, wegens schending van hun
procedurerechten; ·
het machtigen van OLAF om onderzoekingen te
verrichten ten aanzien van leden van EU-instellingen. Algemene context In 2013 zijn de instellingen het na jaren van
intensief onderhandelen eens geworden over een nieuw wettelijk kader voor
OLAF-onderzoeken. Het resultaat daarvan is Verordening 883/2013 betreffende
onderzoeken door OLAF, die op 1 oktober 2013 in werking is getreden. Dit bracht
wezenlijke veranderingen mee voor de organisatie en de onderzoeksprocedures van
OLAF, in het bijzonder een versterking van de OLAF-governance en een
uitbreiding van de procedurewaarborgen van personen die in een OLAF-onderzoek zijn
betrokken. Deze veranderingen krijgen momenteel hun beslag. In juli 2013 heeft de Commissie haar voorstel
voor een Europees Openbaar Ministerie (EOM) ingediend dat een aantal
procedurewaarborgen op Unieniveau omvat. Tegelijk met dat voorstel heeft de Commissie
de mededeling "De governance van OLAF en de procedurewaarborgen bij
onderzoeken versterken" aangenomen (COM(2013)533 final). Daarin werd een
pleidooi gehouden voor een stapsgewijze benadering ter flankering van de
oprichting van het EOM en aanvullende maatregelen ter versterking van de
OLAF-governance en uitbreiding van de procedurewaarborgen bij onderzoeken, nog
voordat het EOM er is. Bestaande bepalingen op het door het
voorstel bestreken gebied Het voorstel heeft tot doel Verordening (EU,
Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende
onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) te wijzigen.
Andere rechtshandelingen die de bescherming van de financiële belangen van de
EU regelen, zijn: –
Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/1996 van de Raad
betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie
worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden, –
Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad
betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen, –
Het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999
tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de interne onderzoeken
verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding OLAF. 2. RESULTATEN VAN DE ANALYSE
VAN DE GEVOLGEN Analyse van de gevolgen Dit voorstel gaat vergezeld van een
werkdocument ("Analysis of Impacts") waarin verschillende mogelijke
scenario's om de met dit initiatief beoogde beleidsdoelen te verwezenlijken,
tegen elkaar worden afgewogen. Die beleidsdoelen zijn: het hoogst mogelijke
niveau van bescherming van de grondrechten van EU-burgers tot stand te brengen
en tegelijkertijd het hoogst mogelijke niveau van bescherming van de financiële
belangen van de EU te waarborgen en de reputatie van de EU-instellingen te
beschermen. Bij de analyse wordt gekeken hoe effectief elke optie is waar het
gaat om het verwezenlijken van de beleidsdoelen, naar de financiële aspecten,
naar de gevolgen voor het institutionele kader en naar het draagvlak bij de
belanghebbenden. De uitkomst van deze analyse is dat de meest
effectieve manier om de beleidsdoelen te bereiken, erin bestaat een externe
Toezichthouder op de procedurewaarborgen aan te stellen die klachten in
behandeling neemt en toestemming geeft om bepaalde onderzoeksmaatregelen ten
aanzien van leden van de instellingen te nemen. Dit zou het mogelijk maken om
tegen een aanvaardbare kostprijs voor de begroting de procedurewaarborgen te
versterken zonder afbreuk te doen aan de effectieve bescherming van de
financiële belangen van de EU. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde
maatregel(en) Het voorstel voorziet erin een Toezichthouder
op de procedurewaarborgen aan te stellen die tot taak zou hebben klachten te
behandelen van personen die betrokken zijn in een onderzoek door OLAF, met
betrekking tot de inachtneming van de procedurewaarborgen. De Toezichthouder
zou ook toestemming moeten geven om bepaalde onderzoeksmaatregelen ten aanzien
van leden van de instellingen te nemen. Bij de behandeling van een klacht zou de
Toezichthouder nagaan of de procedurewaarborgen waarin artikel 9 van
Verordening nr. 883/2013 voorziet, in acht zijn genomen. Hij zou bijvoorbeeld
moeten nagaan of de termijn is gerespecteerd waarbinnen betrokkenen voor een
onderhoud moeten worden uitgenodigd, zonder een standpunt in te nemen over de
grond of de manier waarop het onderhoud verloopt. Hij zou beide partijen horen
alvorens een niet-bindende aanbeveling te doen aan de directeur-generaal van
OLAF. Als de directeur-generaal besluit geen gevolg te geven aan de
aanbeveling, dient hij de redenen daarvoor toe te lichten in een nota bij het
afsluitende onderzoeksverslag aan de nationale autoriteiten of in voorkomend
geval aan de betrokken instelling, de instantie of het orgaan van de Europese
Unie. Vanwege de aard van de opgedragen taken, dient de Toezichthouder iemand
te zijn met een grote deskundigheid op het vlak van de grondrechten en het
strafrecht, en geschikt te zijn om het ambt van rechter te bekleden in ten
minste één lidstaat of een rechtscollege van de EU. Hij dient zijn taken in
volledige onafhankelijkheid en binnen de in deze verordening gestelde termijnen
te kunnen uitvoeren. Deze nieuwe klachtenprocedure doet geen
afbreuk aan andere klachtenprocedures, zoals die waarin het Statuut van de
EU-ambtenaren voorziet of bij de Europese Ombudsman of de Europese
Toezichthouder voor gegevensbescherming. De Toezichthouder zal ook onderworpen
zijn aan Verordening 45/2001 inzake de bescherming van persoonsgegevens, en met
name de artikelen 2, 4, 25 en 26. Wat het nemen van sommige
onderzoeksmaatregelen ten aanzien van leden van de EU-instellingen betreft,
wordt een nieuwe maatregel voorgesteld, waarbij de directeur-generaal van OLAF
de voorafgaande toestemming van de Toezichthouder moet vragen om de kantoren
van de betrokken leden te doorzoeken. Dit omvat het maken van afschriften van
documenten of andere gegevensdragers die zich in die kantoren bevinden. Dit
vereiste is geïnspireerd op het voorstel voor een Europees Openbaar Ministerie,
dat een analoge toestemming zal moeten verkrijgen van de bevoegde gerechtelijke
autoriteiten in de lidstaten. Het is de bedoeling hiermee de bijzondere manier
waarop leden van de EU-instellingen zijn benoemd of verkozen tot uiting te
brengen, alsmede hun bijzondere bevoegdheden en status, die specifieke regels
kunnen rechtvaardigen om te garanderen dat de instellingen waarvan zij deel
uitmaken naar behoren kunnen functioneren. Rechtsgrondslag De grondslag voor het voorstel is artikel 325
VWEU inzake de bestrijding van fraude. Subsidiariteitsbeginsel en
evenredigheidsbeginsel Het voorstel doet niets af aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden
van de lidstaten inzake bestrijding van fraude ten nadele van de financiële
belangen van de EU. Het heeft uitsluitend betrekking op onderzoeken door OLAF,
die momenteel door een EU-verordening worden geregeld. De hierboven beschreven
maatregelen blijven bovendien beperkt tot wat noodzakelijk is om de beoogde
doelen te bereiken en zijn dus in overeenstemming met het
proportionaliteitsbeginsel. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING De budgettaire gevolgen van het voorstel
betreffen voornamelijk de personele middelen. Het vereist de aanstelling van
een Toezichthouder op de procedurewaarborgen en leden van zijn secretariaat.
Het idee is om de Toezichthouder de titel van bijzonder adviseur te geven, met
een bezoldiging van de rang AD15, wat in het licht van de opgedragen taken het
meest passend wordt geacht. Wat de ambtstermijn van vijf jaar betreft, zouden
de onderliggende arbeidsovereenkomsten in casu om administratieve redenen
worden opgesteld overeenkomstig artikel 123, lid 1, van de regeling welke van
toepassing is op de andere personeelsleden. Aan de vereisten van artikel 123,
lid 2, van die regeling zou worden voldaan door middel van de
aanstellingsprocedure. De Toezichthouder zou deeltijds werken (25% in het eerste jaar en 50%
daarna) en worden bijgestaan door een secretariaat dat aanvankelijk zou bestaan
uit twee medewerkers van de functiegroep "administrateurs" en één
assistent van de functiegroep "secretariaat- en kantoormedewerkers",
en dat afhankelijk van de werkbelasting zou worden uitgebreid of ingekrompen.
De Toezichthouder zou ook een plaatsvervanger hebben, met dezelfde titel en
rang als de Toezichthouder, op wie enkel een beroep zou worden gedaan bij
verhindering van de Toezichthouder. Administratief zouden alle medewerkers bij
de Commissie worden ingedeeld, met bijzondere waarborgen voor een volledig
onafhankelijke uitoefening van hun taken. 2014/0173 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU, Euratom)
nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op de
procedurewaarborgen HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 325, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Gezien het advies van de Rekenkamer,[1] Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) De instellingen van de Unie
en de lidstaten hechten groot belang aan de bescherming van de financiële
belangen van de Europese Unie en aan de bescherming van de grondrechten van de
burgers. De procedurewaarborgen voor personen die betrokken zijn in een
administratief onderzoek door OLAF moeten worden versterkt zonder dat OLAF bij
de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden wordt gehinderd. (2) Verordening (EU, Euratom) nr.
883/2013 van het Europees Parlement en de Raad heeft substantiële wijzigingen
aangebracht in de wijze waarop OLAF onderzoeken verricht, in het bijzonder de
OLAF-procedures verduidelijkt, de procedurewaarborgen voor in OLAF-onderzoeken
betrokken personen versterkt en de algemene toezichthoudende rol van het Comité
van toezicht verduidelijkt. (3) In haar Mededeling COM(2013)533
van 17 juli 2013 "De governance van OLAF en de procedurewaarborgen bij
onderzoeken versterken" heeft de Commissie ideeën geopperd om de
procedurewaarborgen voor in OLAF-onderzoeken betrokken personen verder te
versterken, nog voordat een Europees Openbaar Ministerie, waarover de Commissie
een voorstel voor een verordening heeft ingediend[2],
wordt ingesteld. (4) In zijn advies nr. 2/2013 van
december 2013 heeft het Comité van toezicht van OLAF te kennen gegeven dat de
middelen die in OLAF-onderzoeken betrokken personen hebben om zich te verweren
tegen mogelijke schendingen van hun rechten en procedurewaarborgen zouden
moeten worden uitgebreid en dat binnen OLAF een transparante en doeltreffende
klachtenprocedure zou moeten worden ingesteld. (5) Om een consistent hoog niveau
van bescherming van de procedurewaarborgen te garanderen, moeten alle in
OLAF-onderzoeken betrokken personen meer middelen krijgen om zich te verweren
tegen mogelijke schendingen van hun rechten. Een externe, onafhankelijk van
OLAF werkende Toezichthouder op de procedurewaarborgen zou daarom in het leven
moeten worden geroepen om na te gaan of OLAF de bij artikel 9 van Verordening
nr. 883/2013 voorziene procedurewaarborgen voor in OLAF-onderzoeken betrokken
personen in acht heeft genomen. (6) Met het oog op een tijdige
behandeling van klachten en een effectieve bescherming van de rechten van de
verdediging, dienen klachten betreffende de kennisgevings- of andere termijnen
waarin de verordening voorziet, zoals de termijn voor de uitnodiging voor een
onderhoud, te worden ingediend vóór het verstrijken van de normale termijn
waarin de verordening voorziet. (7) De Toezichthouder moet
afkomstig zijn van buiten de EU-instellingen. Administratief dient de
Toezichthouder evenwel bij de Commissie te worden ingedeeld, met de nodige
garanties voor volledige onafhankelijkheid. De Commissie zorgt in overleg met
de Toezichthouder voor een secretariaat. In de oproep aan kandidaten worden de
voorwaarden om in aanmerking te komen en de toepasselijke selectiecriteria
vermeld. Het ambt houdt taken in die gewoonlijk aan een rechter worden
toevertrouwd en de kandidaten dienen deze in volledige onafhankelijkheid en
binnen de termijnen waarin de verordening voorziet te kunnen uitoefenen. (8) Het ambt van toezichthouder
doet geen afbreuk aan de bestaande klachtenbehandelingsmechanismen. Met het oog
op stroomlijning van de procedures in het geval dat een ambtenaar of een ander
personeelslid van de EU een klacht indient bij de Toezichthouder terwijl over
dezelfde kwestie een klacht op grond van artikel 90 bis van het Statuut in
behandeling is, zal de directeur-generaal de aanbeveling van de Toezichthouder
afwachten voordat hij een besluit neemt overeenkomstig artikel 90 bis. De
termijnen van artikel 90 bis dienen van toepassing te zijn. (9) Om onnodige
klachtenprocedures te vermijden, dient OLAF door de Toezichthouder onmiddellijk
in kennis te worden gesteld van de ontvangen klachten en de gelegenheid te
krijgen om de zaak op te lossen of toe te lichten waarom niet aan het verzoek
van de klager kan worden voldaan. (10) De Toezichthouder dient de
klacht af te handelen in een snelle procedure waarbij beide partijen worden
gehoord en die in principe niet meer dan vijftien werkdagen in beslag mag
nemen, en waarbij de wettigheid van de betrokken onderzoeksmaatregel wordt
beoordeeld. Hij dient daarbij evenwel rekening te houden met de
beoordelingsbevoegdheid van OLAF om het lopende onderzoek in volledige
onafhankelijkheid te verrichten. Om de Toezichthouder in staat te stellen zijn
taak uit te oefenen, dient OLAF hem alle voor de behandeling van de klacht
dienstige informatie mee te delen. De Toezichthouder dient de klager en het
Bureau in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken over de hem
voorgelegde kwestie. Terwijl een klacht in behandeling is, dient OLAF het
lopende onderzoek gewoon te kunnen voortzetten zoals het geacht wordt te doen.
De behandeling van een klacht mag de onderzoeken en procedures van OLAF niet
nodeloos langer maken. (11) In de onderzoeksprocedures van
OLAF dient recht te worden gedaan aan het bijzondere statuut van de leden van
de EU-instellingen zoals omschreven in het Verdrag betreffende de Europese
Unie, wat tot uiting moet komen in specifieke regels om te garanderen dat de
instellingen waarvan zij deel uitmaken naar behoren kunnen functioneren.
Vanwege het politieke mandaat, de onafhankelijkheid, de bijzondere
verantwoordelijkheden en/of de bijzondere procedure van verkiezing of
aanstelling onderscheiden de leden van de EU-instellingen zich, niet als
persoon maar uit hoofde van hun functie, van andere in OLAF-onderzoeken
betrokken personen. Daarom dient voor het doorzoeken van de kantoren van leden
van instellingen van de EU en het maken van afschriften van documenten of alle
andere gegevensdragers de voorafgaande toestemming van de Toezichthouder te
worden gevraagd. De Toezichthouder dient objectief te beoordelen of de
voorgenomen onderzoeksmaatregel van OLAF wettig is en of hetzelfde doel met
minder intrusieve middelen kan worden bereikt. (12) Verordening (EG) nr. 45/2001
van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire
instellingen en organen is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens
in het kader van deze verordening. (13) Deze verordening doet op
generlei wijze afbreuk aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de
lidstaten om maatregelen te treffen ter bestrijding van fraude, corruptie en
alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de
Gemeenschappen worden geschaad. Bijgevolg wordt bij de toekenning van de
opdracht om klachten te onderzoeken en voorafgaande toestemming aan OLAF te
geven aan een onafhankelijke Toezichthouder, het in artikel 5 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie vervatte subsidiariteitsbeginsel volledig
geëerbiedigd. Overeenkomstig het in dat artikel neergelegde
evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is met het
oog op een krachtiger bestrijding van fraude, corruptie en elke andere
onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Unie worden
geschaad. HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 Wijziging van Verordening (EU) nr. 883/2013 Verordening (EG) nr. 883/2013 wordt als volgt
gewijzigd: 1) Aan artikel 2 wordt, na lid 7, het
volgende lid toegevoegd: "8. "lid van een instelling van de
EU": een lid van het Europees Parlement, een lid van de Europese Raad, een
vertegenwoordiger van een lidstaat op ministerniveau in de Raad, een lid van de
Europese Commissie, een lid van het Hof van Justitie van de Europese Unie, een
lid van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank en een lid van de
Rekenkamer." 2) In artikel 9, lid 2, vierde alinea,
wordt de volgende tweede zin ingevoegd: "De betrokken persoon wordt bij het begin van
het afnemen van verklaringen evenwel geïnformeerd over zijn rechten, met name
het recht om door een persoon van zijn keuze te worden bijgestaan." 3) Na artikel 9 worden de volgende
artikelen 9 bis, 9 ter en 9 quater ingevoegd: "Artikel
9 bis De
Toezichthouder op de procedurewaarborgen 1. Elke in een onderzoek door
het Bureau betrokken persoon heeft het recht bij de Toezichthouder op de
procedurewaarborgen (hierna "de Toezichthouder" genoemd) een klacht
in te dienen met betrekking tot de inachtneming door het Bureau van de
procedurewaarborgen waarin artikel 9 voorziet. 2. De betrokken persoon beschikt
over een termijn van uiterlijk één maand nadat hij kennis heeft gekregen van de
feiten die de vermoedelijke schending van de procedurewaarborgen vormen om een
klacht hierover in te dienen. Er kan geen klacht meer worden ingediend als het
onderzoek langer dan één maand is afgesloten. Klachten met betrekking tot de in
artikel 9, lid 2, en artikel 9, lid 4, bedoelde uitnodigingstermijn dienen te
worden ingediend vóór het verstrijken van de desbetreffende termijn. 3. De Toezichthouder stelt de
directeur-generaal van het Bureau onmiddellijk ervan in kennis wanneer hij een
klacht ontvangt en geeft het Bureau vijftien werkdagen de tijd om een oplossing
te vinden. 4. Het Bureau deelt de
Toezichthouder, onverminderd artikel 10 van deze verordening, alle voor het
uitbrengen van een aanbeveling nodige informatie mee. 5. De Toezichthouder brengt een
aanbeveling over de klacht uit binnen één maand nadat het Bureau hem kennis
heeft gegeven van de actie die is ondernomen om de kwestie te regelen of nadat
de termijn van artikel 9 bis, lid 3, is verstreken. De aanbeveling wordt
aan het Bureau gedaan en aan de klager ter kennis gegeven. In uitzonderlijke,
in een brief aan de directeur-generaal gemotiveerde gevallen kan de
Toezichthouder besluiten de termijn voor het uitbrengen van een aanbeveling met
vijftien dagen te verlengen. Indien de Toezichthouder binnen de in dit lid
bepaalde termijnen geen aanbeveling uitbrengt, zal worden aangenomen dat de
klacht is afgesloten zonder aanbeveling. 6. Zonder inmenging in het
lopende onderzoek, beoordeelt de Toezichthouder de klacht in een procedure
waarbij beide partijen worden gehoord. De Toezichthouder kan getuigen verzoeken
om schriftelijk of mondeling toelichtingen te verstrekken die hij relevant acht
om de feiten te beoordelen. 7. De aanbeveling van de
Toezichthouder is niet bindend voor de directeur-generaal. Onverminderd artikel
7, lid 5, dient hij in geval dat de aanbeveling niet wordt gevolgd, de
belangrijkste redenen daarvoor mee te delen aan de klager en aan de
Toezichthouder, mits dit het lopende onderzoek niet schaadt. Deze redenen
worden uiteengezet in een omstandige nota die bij het eindverslag van het
onderzoek wordt gevoegd. 8. De directeur-generaal kan,
met opgave van een termijn, het advies van de Toezichthouder vragen over elke
onder diens opdracht vallende aangelegenheid die verband houdt met de
inachtneming van de procedurewaarborgen, onder andere over besluiten om de
betrokkene overeenkomstig artikel 9, lid 3, niet in kennis te stellen. 9. (Onverminderd de termijnen
waarin artikel 90 bis van het Statuut voorziet, zal in gevallen waarin door een
ambtenaar of een ander personeelslid van de EU een klacht in de zin van artikel
90 bis van het Statuut is ingediend bij de directeur-generaal alsook een klacht
over dezelfde aangelegenheid bij de Toezichthouder, de directeur-generaal de
aanbeveling van de Toezichthouder afwachten voordat hij de klacht beantwoordt.)
Artikel 9 ter Voorafgaande toestemming voor sommige onderzoeksmaatregelen 1. Onverminderd de
onafhankelijkheid van het Bureau met betrekking tot de wijze waarop het lopende
onderzoek wordt verricht, dient de directeur-generaal eerst de toestemming van
de Toezichthouder te vragen wanneer het Bureau gebruik wenst te maken van zijn
bevoegdheid om in het kader van een intern onderzoek de kantoren van een lid
van een EU-instelling te doorzoeken in de gebouwen van een EU-instelling of
afschriften te maken van documenten of andere gegevensdragers die zich in die
kantoren bevinden, ongeacht de aard van de drager waarop de gegevens zijn
opgeslagen. Het Bureau zal daartoe alle voor de beoordeling van het verzoek om
toestemming nodige informatie verstrekken. Deze procedure draagt een
vertrouwelijk karakter en door de Toezichthouder wordt geen informatie erover
bekendgemaakt. 2. Bij het nemen van een besluit
om al dan niet toestemming te verlenen voor de hiervoor bedoelde
onderzoeksmaatregelen, dient de Toezichthouder objectief te beoordelen of de
voorgenomen maatregelen wettig zijn en of hetzelfde doel niet met minder
intrusieve middelen kan worden bereikt. De Toezichthouder beantwoordt het
verzoek zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen 48 uur na de ontvangst ervan.
Antwoordt hij niet binnen deze termijn, dan wordt dit als toestemming
beschouwd. 3. In naar behoren gemotiveerde
spoedeisende gevallen kan het Bureau vragen om de in lid 2 bedoelde termijn in
te korten tot 24 uur, mits de Toezichthouder daarmee instemt. De termijn kan
eveneens worden verlengd tot ten hoogste 72 uur op met redenen omkleed verzoek
van de Toezichthouder. Artikel 9 quater Aanstelling en statuut van de Toezichthouder 1. De Toezichthouder en zijn
plaatsvervanger worden door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in
onderlinge overeenstemming aangesteld voor een termijn van vijf jaar die niet
verlengbaar is. Na afloop van hun ambtstermijn blijven zij in functie totdat in
hun vervanging is voorzien. Na een oproep tot kandidaatstelling in het
Publicatieblad van de Europese Unie stelt de Commissie een lijst op van
geschikte kandidaten voor het ambt van Toezichthouder en een plaatsvervanger,
nadat het Comité van toezicht een gunstig advies heeft uitgebracht over de
selectieprocedure. Tezamen met het besluit tot aanstelling van de
Toezichthouder en een plaatsvervanger zal ook een reservelijst worden
vastgesteld van mogelijke kandidaten om de Toezichthouder gedurende de
resterende tijd van zijn ambtstermijn te vervangen in geval van terugtreding,
overlijden, blijvende ongeschiktheid of ontslag. De Toezichthouder en zijn plaatsvervanger worden
administratief bij de Commissie ingedeeld. De Commissie verzorgt hun
secretariaat, in nauw overleg met de Toezichthouder. 2. De Toezichthouder en zijn
plaatsvervanger oefenen hun taken in volledige onafhankelijkheid uit en vragen
noch aanvaarden daarbij instructies van niemand. Zij mogen geen enkele functie
hebben binnen het Bureau. Bij de uitoefening van hun taken houden zij terdege
rekening met de in de wetgeving van de Unie vervatte regels inzake de
bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie en de strijd tegen
fraude. 3. Indien de Toezichthouder of
zijn plaatsvervanger niet meer aan de eisen voor de uitoefening van zijn ambt
voldoet of op ernstige wijze is tekortgeschoten, kan hij door het Europees
Parlement, de Raad en de Commissie in onderlinge overeenstemming van zijn
functie worden ontheven. 4. De Toezichthouder brengt
jaarlijks over zijn werkzaamheden verslag uit aan het Europees Parlement, de
Raad, de Commissie, het Comité van toezicht en het Bureau. In dit verslag wordt
niet verwezen naar afzonderlijke onderzoeken en wordt de vertrouwelijkheid van
onderzoeken in acht genomen, zelfs als deze zijn afgesloten." Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de
[twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van
de Europese Unie]. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming van het
voorstel/initiatief Verordening
van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU,
Euratom) nr. 883/2013 in verband met de aanstelling van een Toezichthouder op
de procedurewaarborgen 1.2. Betrokken beleidsterrein(en)
in de ABM/ABB-structuur[3] Beleidsterrein:
te bepalen 1.3. Aard van het
voorstel/initiatief ¨ Het voorstel/initiatief
betreft een nieuwe actie
¨ Het
voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een
voorbereidende actie[4] ý Het
voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie ¨ Het
voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe
actie 1.4. Doelstellingen 1.4.1. De met het voorstel/initiatief
beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie Fraudebestrijding
– Artikel 325 VWEU 1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en
betrokken ABM/ABB-activiteiten Specifieke doelstelling nr. 7.1.a Betrokken ABM/ABB-activiteit(en) 24.01.
Administratieve uitgaven voor het beleidsterrein fraudebestrijding 1.4.3. Verwachte resulta(a)t(en) en
gevolg(en) Vermeld de gevolgen
die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen. De
aanstelling van een "Toezichthouder op de procedurewaarborgen" moet
leiden tot: -
een betere bescherming van de procedurerechten van personen die in
OLAF-onderzoeken betrokken zijn; -
een beter toezicht op de naleving van de procedureregels bij onderzoeken; -
controle achteraf van de inachtneming van de procedurewaarborgen voor elke in
een OLAF-onderzoek betrokken persoon door de Toezichthouder op de
procedurewaarborgen, na indiening van een klacht; -
voorafgaande toestemming door de Toezichthouder voor sommige
onderzoeksmaatregelen ten aanzien van leden van EU-instellingen
(wettigheidstoetsing en beoordeling of dezelfde doelen niet met minder intrusieve
middelen kunnen worden bereikt). 1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren
Vermeld de indicatoren
aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het voorstel/initiatief is
uitgevoerd. -
snelle behandeling van klachten door de Toezichthouder; -
snelle verlening door de Toezichthouder van toestemming, op vraag van OLAF, om
de kantoren te doorzoeken en/of afschriften te maken van documenten van leden
van EU-instellingen. 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of
lange termijn moet worden voorzien De
aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen moet in interne en
externe OLAF-onderzoeken betrokken personen de beschikking geven over een
nieuwe procedure om klacht in te dienen tegen mogelijke schending van hun
procedurerechten. Het zal voor de buitenwereld ook de verantwoordingsplicht van
OLAF vergroten. De
Toezichthouder zal ook toestemming geven aan OLAF om kantoren te doorzoeken en
afschriften te maken van documenten, waardoor rekening wordt gehouden met de
bijzondere wijze waarop de betrokkenen zijn verkozen of aangesteld. 1.5.2. Toegevoegde
waarde van de deelname van de EU: Behoefte(n) waarin op
korte of lange termijn moet worden voorzien OLAF
is een orgaan van de EU en bijgevolg moet elk aanvullende controlemechanisme
ook op dat niveau worden geïnstalleerd. De Toezichthouder op de
procedurewaarborgen moet het hoogste niveau van bescherming van de
procedurerechten garanderen, met een zo gering mogelijk effect op de duur en de
effectiviteit van OLAF-onderzoeken. Hij dient tevens te onderzoeken of sommige onderzoeksmaatregelen
ten aanzien van leden van EU-instellingen wettig zijn en of hetzelfde resultaat
niet met minder intrusieve middelen kan worden bereikt. Deze aanpak is
gerechtvaardigd vanwege het bijzondere statuut van de leden van
EU-instellingen, de manier waarop zij zijn verkozen of aangesteld en hun
statutaire onafhankelijkheid. 1.5.3. Nuttige ervaring die bij
soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan De
raadadviseur-auditeur bij mededingingsprocedures verschaft onderzochte
ondernemingen een effectief middel om klacht in te dienen wegens mogelijke
schending van sommige procedurerechten door de Commissie. De Toezichthouder op
de procedurewaarborgen moet aan personen die in een OLAF-onderzoek zijn
betrokken, een toetsingsmechanisme bieden dat is geïnspireerd op het mechanisme
dat op mededingingsgebied bestaat en is aangepast aan het rechtskader voor
fraudeonderzoeken. In
het verleden zijn reeds voorstellen besproken om een dergelijke
klachtenprocedure, buiten OLAF, te installeren. De Commissie heeft naar
aanleiding van haar eerdere voorstel tot wijziging van Verordening 1073/1999
betreffende onderzoeken door OLAF (COM(2006)244 def) de functie van
"adviseur-revisor" voorgesteld en in het gewijzigd voorstel van 2011
– COM(2011)135 – het concept van een "toetsingsprocedure". Beide
voorstellen waren erop gericht een snelle toetsing van de naleving van de
procedurerechten van in OLAF-onderzoeken betrokken personen mogelijk te maken.
De wetgever vond beide voorstellen echter onaanvaardbaar omdat een hoge mate
van onafhankelijkheid van OLAF moeilijk te verenigen was met eisen van
kostenefficiëntie en begrotingsneutraliteit. De
Commissie stelt nu voor om een onafhankelijke, maar administratief bij haar
onder te brengen "Toezichthouder op de procedurele waarborgen" aan te
stellen. Het ambt van Toezichthouder zou de volledige onafhankelijkheid ten
aanzien van OLAF, de Commissie en de andere EU-instellingen uitdrukkelijk
waarborgen. De
herziene OLAF-verordening die in oktober 2013 in werking is getreden,
voorziet in een aantal procedurerechten voor personen die in interne en externe
onderzoeken van OLAF betrokken zijn, alsook voor getuigen. 1.5.4. Verenigbaarheid en eventuele
synergie met andere relevante instrumenten: Behoefte(n)
waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien OLAF-verordening
883/2013 had tot doel een krachtigere governance van OLAF, een sterkere
verankering van de procedurerechten bij interne en externe onderzoeken en een
betere uitwisseling van informatie tussen OLAF en de instellingen en de
nationale autoriteiten tot stand te brengen. Het ambt van Toezichthouder
vervolledigt Verordening 883/2013 met een procedure om klachten met betrekking
tot de rechten waarin de herziene verordening voorziet onafhankelijk af te
handelen. Het
initiatief is tevens verenigbaar en coherent met de Verordening tot instelling
van een Europees Openbaar Ministerie (COM(2013) 534 final). De instelling van
een Europees Openbaar Ministerie (EOM) zal de manier waarop in de Unie
onderzoeken worden ingesteld naar fraude en andere onwettige activiteiten
waardoor de financiële belangen van de EU worden geschaad, grondig veranderen.
Als er in de toekomst strafbare handelingen zijn gepleegd waarvoor het EOM
bevoegd is, dan zal dit als gerechtelijk orgaan het betrokken onderzoek
verrichten en niet – zoals thans het geval is – OLAF, dat administratieve
onderzoeken verricht. Deze verandering zou voor personen die het voorwerp
uitmaken van een onderzoek door het EOM gepaard gaan met de gebruikelijke
procedurewaarborgen die door een gerechtelijk orgaan worden gehanteerd. De
versterking van de procedurewaarborgen voor de in OLAF-onderzoeken betrokken
personen door de aanstelling van een Toezichthouder op de procedurewaarborgen
is in zekere zin een voorbereidende stap in de richting van de instelling van
het EOM. 1.6. Duur en financiële gevolgen ¨ Voorstel/initiatief met een beperkte
geldigheidsduur –
¨ Voorstel/initiatief is van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met
[DD/MM]JJJJ –
¨ Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ ý Voorstel/initiatief met een onbeperkte
geldigheidsduur –
Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en
met JJJJ, –
gevolgd door een volledige uitvoering. 1.7. Beheersvorm(en)[5] Uit de begroting 2014 ý Direct beheer
door de Commissie –
ý via haar diensten, met inbegrip van haar personeel in de delegaties
van de Unie; –
¨ door uitvoerende agentschappen; ¨ Gedeeld beheer met de lidstaten ¨ Indirect beheer
door uitvoeringstaken te delegeren aan: –
¨ derde landen of de door hen aangewezen organen; –
¨ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke) –
¨de EIB en het Europees Investeringsfonds; –
¨ in de artikelen 208 en 209 van het Financieel Reglement genoemde
organen; –
¨ publiekrechtelijke organen; –
¨ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor
zover zij voldoende financiële garanties bieden; –
¨ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van
een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële
garanties bieden; –
¨ personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het
gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die
worden genoemd in de betrokken basishandeling. – Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is
aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen". Opmerkingen 2. BEHEERSMAATREGELEN 2.1. Regels inzake het toezicht en
de verslagen 2.1.1. Vermeld frequentie en voorwaarden. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien De
Toezichthouder zou jaarlijks over zijn werkzaamheden verslag uitbrengen aan het
Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Comité van toezicht en het
Bureau. 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.2.1. Mogelijke risico's.
Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien -
een eventueel gebrek aan onafhankelijkheid van de Toezichthouder; -
een eventuele onderbezetting van zijn secretariaat. 2.2.2. Informatie over het opgezette
interne controlesysteem. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet
worden voorzien Gelet
op het onafhankelijkheidsvereiste, zou de Toezichthouder onderworpen moeten
zijn aan de 16 internecontrolenormen van de Commissie, met bijzondere aandacht
voor de bescherming van persoonsgegevens. Hij zou daarbij gecontroleerd en
beoordeeld worden door de dienst Interne Audit van de Commissie. Tot slot zou
een ex-post controle door de Europese Rekenkamer kunnen worden verricht. 2.2.3. Raming van de kosten en baten
van de controles en beoordeling van het verwachte foutenrisico. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien Te
bepalen na overeenstemming over het controlesysteem (IAS). 2.3. Maatregelen ter voorkoming
van fraude en onregelmatigheden Vermeld de bestaande
en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen. De
werkzaamheden van de Toezichthouder op de procedurewaarborgen en van het Comité
van toezicht en van hun respectieve secretariaten zijn duidelijk van elkaar
gescheiden. 3. GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN
VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het
meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor
uitgaven · Bestaande begrotingsonderdelen In volgorde van de
rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Bijdrage Nummer […][Rubriek………………………………………...……….]– In te vullen na akkoord van het DG waarbij de Toezichthouder zou worden ingedeeld || GK/NGK ([6]) || van EVA-landen[7] || van kandidaat-lidstaten[8] || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement || […][XX.YY.YY.YY] || GK/NGK || NEE || NEE || NEE || NEE · Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel
kader en de begrotingsonderdelen. Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort uitgaven || Bijdrage Nummer […]Rubriek………………………………………...……….] || GK/NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 21, lid 2, onder b), van het Financieel Reglement || […][XX.YY.YY.YY] || || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE || JA/NEE 3.2. Geraamde gevolgen voor de
uitgaven [Dit gedeelte
dient te worden ingevuld met behulp van de spreadsheet met begrotingsgegevens van administratieve aard (tweede document als bijlage bij dit financieel memorandum) die op
CISNET is gezet voor overleg tussen de diensten.] 3.2.1. Samenvatting van de geraamde
gevolgen voor de uitgaven miljoen EUR (tot op drie decimalen) Rubriek van het meerjarig financieel kader || Nummer || […][Omschrijving…...….] DG: <…….> || || || Jaar N[9] || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL Beleidskredieten || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || Vastleggingen || (1) || || || || || || || || Betalingen || (2) || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || Vastleggingen || (1a) || || || || || || || || Betalingen || (2a) || || || || || || || || Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[10] || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel || || (3) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor DG <….> || Vastleggingen || =1+1a +3 || || || || || || || || Betalingen || =2+2a +3 || || || || || || || || TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor RUBRIEK <….> van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor
meerdere rubrieken TOTAAL beleidskredieten || Vastleggingen || (4) || || || || || || || || Betalingen || (5) || || || || || || || || TOTAAL uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten || (6) || || || || || || || || TOTAAL kredieten voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 4 van het meerjarig financieel kader (Referentiebedrag) || Vastleggingen || =4+ 6 || || || || || || || || Betalingen || =5+ 6 || || || || || || || || Rubriek van het meerjarig financieel kader || 5 || " Administratieve uitgaven " miljoen EUR (tot op drie decimalen) || || || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL DG: <…> - te bepalen || Personele middelen || 0,198 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 2,178 § Andere werkingskosten (Bijzonder adviseur en plaatsvervanger) || 0,045 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,495 Andere administratieve uitgaven || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,06 TOTAAL DG <….> || Kredieten || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 TOTAAL kredieten voor RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 miljoen EUR (tot op drie decimalen) || || || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL TOTAAL kredieten voor de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarig financieel kader || Vastleggingen || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 Betalingen || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals
hieronder nader wordt uiteengezet: Vastleggingskredieten in miljoen EUR (tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL OUTPUTS Soort[11] || Gem. kosten van de output || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Aantal || Kos-ten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[12] || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || || || || || || || || || || || || || || SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2… || || || || || || || || || || || || || || || || - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || || Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTALE KOSTEN || || || || || || || || || || || || || || || || 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.3.1. Samenvatting –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten
nodig –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig,
zoals hieronder nader wordt beschreven: miljoen EUR (tot op
drie decimalen) || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || || || || || || || Personele middelen || 0,198 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 0,396 || 2,178 Andere werkingskosten (Bijzonder adviseur en plaatsvervanger) || 0,045 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,090 || 0,495 Andere administratieve uitgaven || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,01 || 0,06 Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarig financieel kader || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 TOTAAL || 0,253 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 0,496 || 2,733 In de voor personele
middelen benodigde kredieten zal worden voorzien door de kredieten van het DG
die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of in het DG zijn
herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de
jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de bestaande budgettaire
beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen. Het cijfer voor
"Personele middelen" omvat de kosten voor de indienstneming van 2
AD's en 1 AST/SC, waarbij dat voor het eerste jaar is gehalveerd om rekening te
houden met de geringere werklast die in het eerste jaar van de Toezichthouder
wordt verwacht. Het cijfer voor
"Andere werkingskosten" omvat de kosten van de Toezichthouder, die
een AD15 "Bijzondere adviseur" zou zijn en zou worden bezoldigd voor
het effectief aantal gewerkte dagen. Het onderdeel omvat ook de kosten van de
plaatsvervanger, die niet afzonderlijk moeten worden weergegeven en geen extra
uitgaven meebrengen, aangezien enkel op hem een beroep zou worden gedaan
wanneer de Toezichthouder verhinderd is en dus geen bezoldiging zou ontvangen. Op basis van de
verwachte werklast, worden de activiteiten van de Toezichthouder (en zijn
plaatsvervanger) geraamd op 25% van een normale maandelijkse voltijdse
bezigheid in het eerste jaar van activiteit (5,5 dagen per maand) en 50% daarna
(11 dagen per maand). Ook wordt uitgegaan
van 2 dagen dienstreizen per maand. 3.2.3.2. Geraamde
personeelsbehoeften –
¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig –
ý Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder
nader wordt beschreven: Raming in voltijdequivalenten || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 XX 01 01 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 1,5 || 3 || 3 || 3 || 3 || 3 XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || 10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[13] || XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || || || || || || XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || || || || || || XX 01 04 jj[14] || - zetel || || || || || || - delegaties || || || || || || XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) || || || || || || 10 01 05 02 (AC, END, INT – eigen onderzoek) || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (25 01 02 03) || 0,25 || 0,5 || 0,5 || 0,5 || 0,5 || 0,5 TOTAAL || 1,75 || 3,5 || 3,5 || 3,5 || 3,5 || 3,5 XX is het
beleidsterrein of de begrotingstitel. De benodigde personele
middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer
van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel
aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure
met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen
worden toegewezen. Beschrijving van de
uit te voeren taken: Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || In ontvangst nemen en beoordelen van klachten in verband met procedurerechten, ingediend door personen die in een OLAF-onderzoek zijn betrokken. Extern personeel || 3.2.4. Verenigbaarheid met het
huidige meerjarige financiële kader –
ý Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige
financiële kader. –
¨ Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken
rubriek van het meerjarige financiële kader Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder
vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. –
¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het
flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[15]. Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de
betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering –
ý Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden.
–
Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd: Kredieten (miljoen EUR tot op 3 decimalen) || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || Totaal Medefinancieringsbron || || || || || || || || TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || || 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten –
ý Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de
ontvangsten. –
¨ Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële
gevolgen: –
¨ voor de eigen middelen –
¨ voor de diverse ontvangsten miljoen EUR (tot op drie decimalen) Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[16] Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Artikel …………. || || || || || || || || Vermeld voor de diverse
'toegewezen' ontvangsten het betrokken begrotingsonderdeel voor uitgaven. Vermeld de wijze van
berekening van de gevolgen voor de ontvangsten. [1] PB
C, , blz. [2] COM(2013)
534 final van 17 juli 2013. [3] ABM:
op activiteiten gebaseerd beheer – ABB: op activiteiten gebaseerde
budgettering. [4] In
de zin van artikel 54, lid 2, onder a) of b), van het Financieel
Reglement. [5] Nadere
gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement
zijn beschikbaar op BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [6] GK
= gesplitste kredieten / NGK = niet-gesplitste kredieten. [7] EVA:
Europese Vrijhandelsassociatie. [8] Kandidaat-lidstaten
en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke
Balkan. [9] Het
jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt
begonnen. [10] Technische
en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering
van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen),
onderzoek door derden, eigen onderzoek. [11] Outputs
zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde
studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.). [12] Zoals
beschreven in punt 1.4.2. ‘Specifieke doelstelling(en)…’ [13] AC=
Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk
functionaris); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in
delegaties). INT = Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation
(jonge deskundige in delegaties). [14] Onder
het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere
"BA"-onderdelen). [15] Zie
de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord (voor de periode 2007-2013). [16] Voor
traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten
nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25 % aan inningskosten.