This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0202
Proposal for a COUNCIL DECISION on the signing and provisional application, on behalf of the Union, of a Protocol to the Euro-Mediterranean Agreement establishing an association between the European Communities and their Member States, of the one part, and the Republic of Tunisia, of the other part, on a Framework Agreement between the European Union and the Republic of Tunisia on the general principles for the participation of the Republic of Tunisia in Union programmes
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing, namens de Unie, van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan EU-programma's
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing, namens de Unie, van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan EU-programma's
/* COM/2014/0202 final - 2014/0117 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening en voorlopige toepassing, namens de Unie, van een protocol bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan EU-programma's /* COM/2014/0202 final - 2014/0117 (NLE) */
TOELICHTING De geleidelijke openstelling van bepaalde
programma’s en agentschappen van de Unie voor de deelname van partnerlanden in
het kader van het Europees nabuurschapsbeleid (ENB) is een van de vele
maatregelen om hervorming, modernisering en overgang in de buurlanden van de
Europese Unie te bevorderen. De Commissie heeft dit aspect van het beleid
uitvoeriger uiteengezet in haar mededeling van december 2006 over de algemene
aanpak om de ENB-partnerlanden te laten deelnemen aan communautaire agentschappen
en programma’s[1].
De Raad heeft deze aanpak in zijn conclusies
van 5 maart 2007 goedgekeurd[2].
Op basis van de mededeling van de Commissie en
van zijn conclusies heeft de Raad op 18 juni 2007 de Commissie
richtsnoeren verstrekt om met Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Egypte, Georgië,
Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Moldavië, Oekraïne, Palestina en Tunesië te
onderhandelen over kaderovereenkomsten over de algemene beginselen voor de
deelname van die landen aan communautaire programma’s[3]. De Europese Raad van juni 2007 heeft opnieuw
bevestigd dat het ENB van cruciaal belang is[4]
en heeft zijn goedkeuring gehecht aan een voortgangsverslag van het
voorzitterschap[5],
dat aan de Raad op 18 en 19 juni 2007 was voorgelegd, en aan de daarmee verband
houdende conclusies van de Raad[6].
In het verslag wordt verwezen naar de richtsnoeren van de Raad voor
onderhandelingen over de desbetreffende aanvullende protocollen. In de gezamenlijke mededeling van de Commissie
en de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en
Veiligheidsbeleid, getiteld "Inspelen op de veranderingen in onze
buurlanden"[7],
die werd bekrachtigd door de conclusies van de Raad van 20 juni 2011, wordt
voorts benadrukt dat de EU de deelname van partnerlanden aan EU-programma's
wenst te bevorderen. In september 2011 zijn de deelnemers aan de
top van het Oostelijk Partnerschap in Warschau overeengekomen de deelname van
partnerlanden aan EU-programma’s en -agentschappen te bevorderen. Momenteel zijn er protocollen ondertekend met
Armenië, Georgië, Israël, Jordanië, Moldavië, Marokko en Oekraïne. In december 2013 maakte Tunesië zijn
belangstelling kenbaar om deel te nemen aan het ruime aanbod van programma’s
die openstaan voor ENB-partnerlanden. De tekst van het protocol waarover met
Tunesië is onderhandeld, is als bijlage opgenomen. De Commissie dient hierbij een voorstel in
voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van het protocol. Dit
protocol omvat een kaderovereenkomst inzake de algemene beginselen voor de deelname
van Tunesië aan programma’s van de Unie. De overeenkomst omvat
standaardbepalingen voor alle ENB-partnerlanden waarmee dergelijke protocollen
zullen worden gesloten. In de tekst staat ook dat de partijen de bepalingen van
het protocol voorlopig zullen toepassen met ingang van de datum van
ondertekening. Tegelijkertijd dient de Commissie een voorstel
in voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van het protocol. De Raad wordt verzocht het aangehecht voorstel
voor een besluit goed te keuren. 2014/0117 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening en voorlopige
toepassing, namens de Unie, van een protocol bij de Euro-mediterrane
overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese
Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek Tunesië, anderzijds,
inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Tunesië
over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek Tunesië aan
EU-programma's
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, in
samenhang met artikel 218, leden 5 en 7, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op
18 juni 2007 machtigde de Raad de Commissie te onderhandelen over een protocol
bij de Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt
gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de
Republiek Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese
Unie en de Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van
de Republiek Tunesië aan EU-programma's (hierna “het protocol” genoemd).
(2) De onderhandelingen zijn afgerond. (3) Het protocol heeft ten doel
de financiële en technische regels vast te leggen voor de deelname van Tunesië
aan bepaalde programma's van de Unie. Het bij het protocol vastgestelde
horizontale kader vormt een maatregel voor economische, financiële en
technische samenwerking, die toegang geeft tot bijstand, met name financiële
bijstand, die door de Unie op grond van de programma's van de Unie wordt
verleend. Dit kader geldt alleen voor de programma's van de Unie waarvoor de
toepasselijke oprichtingshandeling voorziet in de mogelijkheid van deelname
door Tunesië. De ondertekening en voorlopige toepassing van het protocol heeft
derhalve niet tot gevolg dat de bevoegdheden op grond van de verscheidene door
de programma's nagestreefde sectorale beleidsmaatregelen worden uitgeoefend;
die bevoegdheden worden bij de vaststelling van de programma's uitgeoefend. (4) Het protocol dient namens de
Unie te worden ondertekend en het moet voorlopig worden toegepast, in
afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 De ondertekening namens de Unie van het Protocol bij de
Euro-mediterrane overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht
tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds en de Republiek
Tunesië, anderzijds, inzake een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de
Republiek Tunesië over de algemene beginselen voor de deelname van de Republiek
Tunesië aan EU-programma's (hierna "het protocol" genoemd) wordt
goedgekeurd, onder voorbehoud van de sluiting van dat protocol. De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 Het secretariaat-generaal van de Raad stelt
het volmachtinstrument op dat de persoon (personen) die daartoe door de
onderhandelaar is (zijn) aangewezen, machtiging verleent het protocol, onder
voorbehoud van de sluiting ervan, te ondertekenen. Artikel 3 Het protocol wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening
ervan, overeenkomstig artikel 10, in afwachting van de procedures die nodig
zijn voor de sluiting ervan. De
datum van de ondertekening van het protocol wordt bekendgemaakt in het
Publicatieblad van de Europese Unie door het secretariaat-generaal van de Raad. Artikel 4 De
Commissie wordt gemachtigd namens de Unie de
specifieke voorwaarden voor de deelname van Tunesië aan een bepaald programma vast te stellen, met inbegrip van de verschuldigde financiële
bijdrage. De Commissie houdt de bevoegde werkgroep van de Raad op
de hoogte. Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op de datum
waarop het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] COM(2006) 724 definitief van 4 december 2006. [2] Conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe
Betrekkingen van 5 maart 2007. [3] Besluit van de Raad tot machtiging van de Commissie om
te onderhandelen over protocollen […] (beperkte verspreiding), doc. nr. 10412/07. [4] Conclusies van het voorzitterschap – Brussel, 21 en 22
juni 2007, doc. nr. 11177/07. [5] Voortgangsverslag van het voorzitterschap over de
versterking van het Europees nabuurschapsbeleid, doc. nr. 10874/07. [6] Conclusies van de Raad over de versterking van het
Europees nabuurschapsbeleid, goedgekeurd door de Raad Algemene Zaken en externe
Betrekkingen van 18 juni 2007, doc. nr. 11016/07. [7] COM(2011) 303 definitief van 25 mei 2011.