This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014PC0070
Proposal for a COUNCIL DECISION on the signing, on behalf of the Union, of the Partnership and Cooperation Agreement between the European Union and its Member States, of the one part, and the Republic of Singapore, of the other part
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore anderzijds
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore anderzijds
/* COM/2014/070 final - 2014/0036 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie, van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore anderzijds /* COM/2014/070 final - 2014/0036 (NLE) */
TOELICHTING Op 25 november 2004 heeft de Raad de Commissie
gemachtigd de onderhandelingen over een partnerschaps- en
samenwerkingsovereenkomst (PSO) te openen met zes ASEAN-landen, waaronder
Singapore. De onderhandelingen met Singapore gingen in oktober 2005 van start
en werden eind mei 2013 afgerond. Beide partijen hebben de PSO op 14 oktober 2013
in Singapore geparafeerd. Na de overeenkomsten met Indonesië, de
Filipijnen en Vietnam is de PSO met Singapore de vierde overeenkomst van de
"tweede generatie" die met afzonderlijke ASEAN-landen is geparafeerd.
De PSO vervangt het bestaande wettelijke kader van de samenwerkingsovereenkomst
uit 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en de lidstaten van de
Associatie van Zuidoost-Aziatische staten. Deze overeenkomst met Singapore is een verdere
stap naar een grotere politieke en economische betrokkenheid van de EU in
Zuidoost-Azië. Met de PSO wordt ook de grondslag gelegd voor meer doeltreffende
bilaterale contacten van de EU en haar lidstaten met Singapore door een
intensivering van de politieke dialoog en een versterking van de samenwerking
in een breed scala van gebieden. De PSO bevat de politieke standaardclausules
van de EU inzake mensenrechten, het Internationaal Strafhof (ICC),
massavernietigingswapens, handvuurwapens en lichte wapens en
terrorismebestrijding. Zij beslaat ook samenwerking op gebieden als gezondheid,
milieu, klimaatverandering, energie, belastingen, onderwijs en cultuur, arbeid,
werkgelegenheid en sociale zaken, wetenschap en technologie en vervoer. Voorts
komen in de overeenkomst juridische samenwerking, het witwassen van geld, het
financieren van terrorisme, de georganiseerde misdaad en corruptie aan de orde.
Aan de PSO is een begeleidend schrijven
gehecht, dat een integrerend deel van de overeenkomst vormt. In het begeleidend
schrijven wordt de interpretatie van de partijen bevestigd dat hun bij de
ondertekening van deze overeenkomst op basis van objectief beschikbare gegevens
niets bekend is van enige van elkaars nationale wetten of de toepassing daarvan,
die zou kunnen leiden tot de inroeping van de regeling voor niet-uitvoering; De PSO bevat ook bepalingen inzake
samenwerking op belastinggebied. Gezien de ontwikkelingen op internationaal
niveau met betrekking tot een nieuwe wereldwijde standaard voor automatische
uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden wordt het nodig geacht
dat bij de ondertekening van de PSO beide partijen een gemeenschappelijke
verklaring over deze kwestie ondertekenen. Hoewel de gemeenschappelijke
verklaring geen integrerend deel vormt van de PSO, is zij een uiting van de
vaste politieke wil van beide partijen om de nieuwe norm in hun bilaterale
relaties na te leven. De PSO wordt aangevuld met de vrijhandelsovereenkomst die op 20 september 2013 door de
EU en Singapore is geparafeerd. Beide overeenkomsten bieden de EU en Singapore
een platform om hun betrekkingen te intensiveren. De Commissie merkt op dat over Besluit 2012/272/EU
van de Raad betreffende de ondertekening van de PSO met de Filipijnen momenteel
een zaak loopt bij het Hof onder nummer C‑377/12. De Commissie verzocht
het Hof voornoemd besluit te annuleren, voor zover de Raad rechtsgrondslagen
voor vervoer (artikel 91 en artikel 100 VWEU), overname (artikel 79, lid 3,
VWEU) en milieu (artikel 191, lid 4, VWEU) had toegevoegd. Zaak C‑377/12
is ook relevant voor het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de
sluiting van de PSO met Singapore. Onder voorbehoud van de uitspraak in zaak C‑377/12
zijn de rechtsgrondslagen van het voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de ondertekening van de PSO met Singapore de artikelen 207 en 212
en artikel 218, lid 5. De Commissie maakt de Raad erop attent dat in
de overeenkomst een overweging is opgenomen betreffende de bijzondere positie
van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken op grond van de protocollen 21
en 22 bij de Verdragen. De toevoeging van die overweging is het gevolg van de
ontstaansgeschiedenis van slechts de tekst in kwestie. Afhankelijk van de
uitkomst van zaak C-377/12, die momenteel bij het Hof van Justitie in
behandeling is, kan het zijn dat de overweging in een later stadium moet worden
geschrapt of aangepast. De Commissie is van oordeel dat de procedure voor de
sluiting van deze overeenkomst niet kan worden afgerond zolang deze zaak nog in
behandeling is. 2014/0036 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening, namens de Unie,
van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en
haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Singapore anderzijds DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name de artikelen 207 en 212, juncto artikel 218,
lid 5, Gezien het voorstel van de Europese Commissie[1], Overwegende hetgeen volgt: (1) Op 25 november 2004 heeft de
Raad de Commissie gemachtigd om met de Republiek Singapore te onderhandelen
over een kaderovereenkomst inzake partnerschap en samenwerking (hierna "de
overeenkomst" genoemd). (2) De onderhandelingen werden succesvol
afgerond en de overeenkomst werd op 14 oktober 2013 geparafeerd. (3) De overeenkomst dient te
worden ondertekend onder voorbehoud van sluiting op een later tijdstip. De overeenkomst
gaat vergezeld van een begeleidend schrijven, dat integrerend deel uitmaakt van
dit akkoord en gelijktijdig met dit akkoord moet worden ondertekend, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 De ondertekening van de partnerschaps- en
samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds,
en de Republiek Singapore, anderzijds, alsook van het begeleidend schrijven bij
de overeenkomst wordt namens de Unie goedgekeurd, onder voorbehoud van de
sluiting van die Overeenkomst[2]. Artikel 2 Het secretariaat-generaal van de Raad stelt
het volmachtinstrument op dat de persoon (personen) die daartoe door de
onderhandelaar over de overeenkomst is (zijn) aangewezen, machtiging verleent
de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan, en het begeleidend
schrijven te ondertekenen. Artikel
3 Dit besluit treedt in werking op de dag na die
van de vaststelling ervan. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB C , , blz. . [2] De tekst van de overeenkomst wordt samen met het besluit
betreffende de sluiting ervan bekendgemaakt. BIJLAGE I
PARTNERSCHAPS- EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST
tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek
Singapore, anderzijds, DE EUROPESE UNIE, hierna “de Unie” genoemd, en HET KONINKRIJK BELGIË, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIË, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIË, DE REPUBLIEK SLOVENIË, DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIË
EN NOORD-IERLAND, verdragsluitende partijen bij het Verdrag
betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie, hierna “de lidstaten”genoemd, enerzijds,
en DE REPUBLIEK SINGAPORE anderzijds, hierna gezamenlijk “de partijen” genoemd, GEZIEN de traditionele vriendschapsbanden
tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die
hen verenigen, GEZIEN het bijzondere belang dat de partijen
hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen, OVERWEGENDE dat de partijen van mening zijn
dat deze overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen
tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden
partij zijn, BEVESTIGEND dat de partijen gehecht zijn aan
de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele vrijheden,
zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de
mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij
zij partij zijn, BEVESTIGEND dat de partijen gehecht zijn aan
de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en
sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met de
beginselen van duurzame ontwikkeling en de noodzaak tot bescherming van het
milieu; BEVESTIGEND dat de partijen streven naar
betere samenwerking op het gebied van internationale stabiliteit, justitie en
veiligheid als een fundamentele voorwaarde om duurzame sociale en economische
ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te bannen en de
millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties te
verwezenlijken, VERKLAREND dat zij zich er volledig toe
verbinden alle vormen van terrorisme te bestrijden en effectieve internationale
instrumenten te ontwikkelen om terrorisme uit te bannen overeenkomstig de
desbetreffende instrumenten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties
(VN-Veiligheidsraad), in het bijzonder Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad; OVERWEGENDE dat de Unie in 2001 een breed
actieplan inzake terrorismebestrijding heeft goedgekeurd en in 2004 heeft
herzien en bijgevolg een breed scala aan maatregelen heeft getroffen, dat de
Europese Raad na de aanslagen in Madrid op 25 maart 2004 een belangrijke verklaring
betreffende de bestrijding van terrorisme heeft afgelegd, en dat de Unie tevens
in december 2005 haar goedkeuring heeft gehecht aan een strategie inzake
terrorismebestrijding; BEVESTIGEND dat de ernstigste misdrijven die
de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en
dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op
nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren; OVERWEGENDE dat de onpartijdige en
onafhankelijke werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke
ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid is; AANGEZIEN de Europese Raad de verspreiding van
massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor heeft aangemerkt als
een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid, en op 12 december 2003
een strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens heeft goedgekeurd,
dat de Raad van de Europese Unie reeds op 17 november 2003 EU-beleidsmaatregelen
had goedgekeurd om non-proliferatiebeleid te integreren in de EU-betrekkingen
met derde landen, dat de door de gehele internationale gemeenschap aangegane
verbintenis om de proliferatie van massavernietigingswapens en de
overbrengingsmiddelen daarvoor te bestrijden ten grondslag ligt aan de
aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad, en
dat deze verbintenis van de internationale gemeenschap opnieuw is bevestigd
door de aanneming van Resolutie 1673 en Resolutie 1810 van de VN-Veiligheidsraad; OVERWEGENDE dat de
Europese Raad van oordeel is dat handvuurwapens en lichte wapens (SALW) een
groeiende bedreiging voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling vormen en
op 16 december 2005 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een strategie tot
bestrijding van de illegale accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en
van munitie daarvoor. In deze strategie benadrukte de Europese Raad de noodzaak
om een alomvattende en consistente aanpak van het veiligheids- en ontwikkelingsbeleid
te verzekeren, HET BELANG ERKENNEND van de
samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische
Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand,
lidstaten van de ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten) en de
daaropvolgende toetredingsprotocollen, ERKENNENDE dat de versterking van de
betrekkingen tussen de partijen van groot belang is ter stimulering van hun
samenwerking, en zich bewust van hun gemeenschappelijke streven om de
betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en
te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, met inachtneming van het
milieu en wederzijds tot voordeel strekkend, BEVESTIGEND dat de partijen in volledige
overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de
samenwerking tussen de Unie en de Republiek Singapore willen verdiepen, op
grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel, BEVESTIGEND dat de partijen ernaar streven om
meer begrip te kweken tussen Azië en Europa op basis van gelijkheid, respect
voor elkaars culturele en politieke normen, en met aanvaarding van
meningsverschillen; BEVESTIGEND dat de partijen ernaar streven om
de handelsrelaties te versterken door het sluiten van een vrijhandelsovereenkomst; OPMERKENDE dat de bepalingen van deze
overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van
het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd
Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden,
en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Unie tezamen met het Verenigd
Koninkrijk en/of Ierland Singapore ervan in kennis heeft gesteld dat het
Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie,
overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd
Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en
recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd
Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden is als deel van de Unie
overeenkomstig artikel 4bis van Protocol nr. 21, moet de Unie tezamen met het
Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Singapore onmiddellijk in kennis stellen van
iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel
gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor
Denemarken, overeenkomstig Protocol nr. 22 betreffende de positie van
Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht. ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: Titel I
AARD EN TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Algemene beginselen 1. De eerbiediging van de
democratische beginselen, de rechtsstaat en de fundamentele rechten van de
mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens
en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten waarbij de
partijen partij zijn, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het
buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze
overeenkomst. 2. De partijen bevestigen dat zij de
waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties
(VN-Handvest). 3. De partijen bevestigen dat zij zich
ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het
probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen tot de
verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. 4. De partijen bevestigen dat zij
belang hechten aan de beginselen van goed bestuur, de rechtsstaat, waaronder de
onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, en corruptiebestrijding. 5. De partijen komen overeen dat de
samenwerking in het kader van deze overeenkomst zal geschieden volgens hun
eigen wet- en regelgeving. Artikel 2 Doel van de samenwerking Met het oog op de versterking van hun
bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren zij
verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen
zijn met name gericht op: a) het opzetten van samenwerking in
alle relevante regionale en internationale fora en organisaties; b) het opzetten van samenwerking ter
bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit; c) het opzetten van samenwerking op
het gebied van de bestrijding van ernstige misdrijven waarmee de internationale
gemeenschap wordt geconfronteerd; d) het opzetten van samenwerking
inzake de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens, de
overbrengingsmiddelen daarvoor, de illegale opslag van en de illegale handel in
handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten; e) het scheppen van voorwaarden voor
en het bevorderen van de intensivering en ontwikkeling van het handelsverkeer
tussen de partijen tot hun wederzijds voordeel; f) het opzetten van samenwerking op
alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang,
teneinde naast de lopende en toekomstige regionale EU-ASEAN-initiatieven op
consistente wijze handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en
barrières voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen; g) het opzetten
van samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, inclusief
de rechtsstaat en gerechtelijke samenwerking, gegevensbescherming, migratie,
smokkel en mensenhandel, de bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde
misdaad, het witwassen van geld en illegale drugs; h) het opzetten van samenwerking in
alle andere sectoren van wederzijds belang, met name douaneaangelegenheden,
macro-economisch beleid en financiële instellingen, belastingen, industrieel
beleid en kleine en middelgrote ondernemingen, de informatiemaatschappij,
wetenschap en technologie, energie, vervoer, onderwijs en cultuur, milieu en
natuurlijke hulpbronnen, gezondheidszorg en statistiek; i) het bevorderen van de bestaande
deelname en het aanmoedigen van verdere deelname van de Republiek Singapore aan
de EU-samenwerkingsprogramma’s voor heel Azië; j) het vergroten van de rol en de
zichtbaarheid van de partijen in elkaars regio; k) het tot stand brengen van een
regelmatige dialoog met het oog op de versterking van het wederzijds begrip van
elkaars maatschappij en de bevordering van het bewustzijn van de verschillende
culturele, religieuze en maatschappelijke opvattingen in zowel Azië als Europa. Titel II BILATERALE, REGIONALE EN INTERNATIONALE SAMENWERKING Artikel 3 Samenwerking in regionale en internationale organisaties 1. De partijen wisselen standpunten
uit en werken samen in het kader van regionale en internationale fora en
organisaties zoals de Verenigde Naties, de dialoog tussen de ASEAN en de EU,
het regionale forum van de ASEAN, de bijeenkomst Azië-Europa (ASEM) en de
Wereldhandelsorganisatie (WTO), wanneer de partijen het erover eens zijn dat
dergelijke uitwisseling en samenwerking van wederzijds belang is. 2. De partijen komen ook overeen
samenwerking op deze gebieden te bevorderen tussen denktanks, wetenschappers,
niet-gouvernementele organisaties en de media, in de vorm van seminars,
conferenties, en andere verwante activiteiten, mits deze samenwerking op
wederzijdse toestemming is gestoeld. Artikel 4 Regionale en bilaterale samenwerking 1. Voor elke sector waarbinnen uit
hoofde van deze overeenkomst een dialoog wordt gevoerd en samenwerking
plaatsvindt, en met de nodige nadruk op zaken in het kader van bilaterale
samenwerking, komen de partijen overeen de daarmee verband houdende
activiteiten uit te voeren binnen een bilateraal of regionaal kader, of een
combinatie daarvan. Bij het kiezen van het passende kader proberen de partijen
de voordelen voor en de betrokkenheid van de EU en ASEAN-partners te
optimaliseren, waarbij zij zo goed mogelijk gebruik maken van de beschikbare
middelen, rekening houden met de politieke en institutionele haalbaarheid en
zorgen voor samenhang met andere activiteiten waarbij de EU en ASEAN-partners
betrokken zijn. 2. De partijen kunnen eventueel
besluiten financiële steun te verlenen aan samenwerkingsactiviteiten op de in
de overeenkomst beschreven of daarmee samenhangende gebieden, overeenkomstig
hun respectieve financiële procedures en middelen. Dit kan met name de
organisatie omvatten van opleidingen, workshops en seminars, uitwisseling van
deskundigen, onderzoeken en andere activiteiten waarover de partijen
overeenstemming bereiken. Titel III SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN INTERNATIONALE STABILITEIT, JUSTITIE,
VEILIGHEID EN ONTWIKKELING Artikel 5 Samenwerking bij terrorismebestrijding De partijen bevestigen het belang van
terrorismebestrijding, overeenkomstig de rechtsstaat en hun respectieve
verplichtingen in het kader van het VN-Handvest, de desbetreffende resoluties
van de VN-Veiligheidsraad en het internationaal recht, met inbegrip van de
geldende wetgeving inzake mensenrechten en vluchtelingen en het internationaal
humanitair recht. Binnen dit kader en overeenkomstig de mondiale strategie voor
terrorismebestrijding van de VN, zoals opgenomen in Resolutie 60/288 van
de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, de gezamenlijke
verklaring van de EU en de ASEAN over samenwerking ter bestrijding van
terrorisme van 28 januari 2003, komen de partijen overeen op het vlak van de
preventie en bestrijding van terrorisme als volgt samen te werken: a) in het kader van de volledige
uitvoering van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad en andere toepasselijke
VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten; b) door informatie uit te wisselen
over terroristische groeperingen en ondersteunende netwerken, overeenkomstig
het nationale en internationale recht; c) door de uitwisseling van
standpunten over middelen en methoden voor terrorismebestrijding, onder meer op
technisch en opleidingsgebied, en door de uitwisseling van ervaringen bij
terrorismepreventie; d) door de internationale consensus en
het normatieve kader daarvoor over de strijd tegen terrorisme te vergroten en
zo spoedig mogelijk overeenstemming te bereiken over het alomvattend verdrag
inzake internationaal terrorisme, ter aanvulling op de bestaande
VN-instrumenten voor de bestrijding van terrorisme; e) door de samenwerking te bevorderen
tussen VN-lidstaten bij de doeltreffende implementatie van de mondiale
VN-strategie voor terrorismebestrijding met alle passende middelen; f) door goede praktijken uit te
wisselen betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de
strijd tegen het terrorisme; De partijen komen overeen dat de samenwerking
in het kader van dit artikel zal geschieden volgens hun eigen wet- en
regelgeving. Artikel 6 Uitvoering van internationale verplichtingen met het oog op de
bestraffing van ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt
geconfronteerd 1. De partijen bevestigen opnieuw dat
de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet
ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden
gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal niveau en overeenkomstig de
bestaande internationale verplichtingen, door samenwerking met internationale
tribunalen die met dit doel zijn opgericht. 2. De partijen zijn van oordeel dat de
oprichting en het doeltreffend functioneren van dergelijke rechtbanken een
belangrijke ontwikkeling voor internationale vrede en gerechtigheid zijn. De
partijen komen overeen samen te werken om ervaringen en technische expertise
uit te wisselen over de juridische aanpassingen die noodzakelijk zijn om hun
respectieve internationale verplichtingen uit te voeren en na te komen. 3. De partijen erkennen het belang van
het Internationaal Strafhof bij de bestrijding van de straffeloosheid en komen
overeen een dialoog aan te gaan over de onpartijdige en onafhankelijke werking
van het Internationaal Strafhof. Artikel 7 Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens 1. De partijen zijn van oordeel dat de
verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor,
onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste
bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. 2. De partijen werken samen en leveren
een bijdrage aan de bestrijding van de proliferatie van
massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door de
volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen
die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en
overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie en andere
toepasselijke VN-resoluties en internationale instrumenten, waarbij de partijen
partij zijn. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel
onderdeel van de overeenkomst is. 3. De partijen komen bovendien overeen
samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens
en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door: a) naar gelang van het geval
maatregelen te nemen, die gericht zijn op de ondertekening of bekrachtiging van
of toetreding tot alle andere internationale instrumenten die van belang zijn
voor het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens en op de
volledige tenuitvoerlegging daarvan; alsmede b) een doeltreffend systeem voor
nationale exportcontroles op te zetten om de uitvoer en doorvoer van met
massavernietigingswapens verband houdende goederen te controleren, met inbegrip
van de controle van goederen/technologieën voor tweeërlei gebruik op
eindgebruik voor massavernietigingswapens en met doeltreffende middelen voor
wettelijke of bestuursrechtelijke handhaving, inclusief effectieve sancties en
preventieve maatregelen tegen overtredingen van de exportcontroles. 4. Als onderdeel van de samenwerking
komen de partijen overeen op gezette tijden overleg te plegen over vraagstukken
met betrekking tot bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens.
Deze dialoog kan op regionale basis plaatsvinden. Artikel 8 Handvuurwapens en lichte wapens 1. De partijen erkennen dat de
illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en
lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie en
ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de
internationale veiligheid blijven vormen. 2. De partijen komen overeen hun
verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in
handvuurwapens en lichte wapens na te komen en volledig ten uitvoer te leggen,
overeenkomstig de bestaande internationale verdragen waarbij de partijen
betrokken zijn en de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad,
evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten
op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en
uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn
aspecten. 3. De partijen verbinden zich ertoe
samen te werken en toe te zien op coördinatie, complementariteit en
synergie-effecten bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en
lichte wapens en munitie daarvoor, op mondiaal, regionaal, subregionaal en
nationaal niveau, en komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te
stellen ter begeleiding en consolidatie van deze verbintenis. Titel IV SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN Artikel 9 Algemene beginselen 1. De partijen voeren een bilaterale
dialoog op het vlak van handels- en investeringsgerelateerde kwesties met het
oog op de versterking en bevordering van het multilaterale handelsverkeer
tussen de partijen. 2. Derhalve
komt de wederzijdse samenwerking tussen de partijen op het gebied van handel en
investeringen tot stand door middel van de vrijhandelsovereenkomst. De bovenvermelde vrijhandelsovereenkomst vormt
een specifieke overeenkomst die uitvoering geeft aan de handelsbepalingen van
deze overeenkomst en vormt een integrerend onderdeel van de algemene bilaterale
betrekkingen en het gemeenschappelijke institutionele kader, zoals bepaald in artikel
43, lid 3. 3. De partijen kunnen eventueel hun
handels- en investeringsbetrekkingen ontwikkelen, door onder andere de volgende
in de artikelen 10 tot 16 bedoelde kwesties aan te pakken: Artikel 10 Sanitaire en fytosanitaire kwesties De partijen kunnen overleg plegen en
informatie uitwisselen over wetgeving, certificering en inspectieprocedures,
met name in het kader van de Overeenkomst inzake sanitaire
en fytosanitaire maatregelen die is opgenomen in bijlage IA van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de
Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994. De samenwerking kan onder meer inhouden: a) de aanpak van bilaterale sanitaire
en fytosanitaire problemen die een partij aan de orde stelt; b) uitwisseling van informatie over
sanitaire en fytosanitaire kwesties; c) bevordering van het gebruik van
internationale normen voor zover deze bestaan; alsmede d) oprichting van een mechanisme voor
de dialoog over beste praktijken in verband met normen, test- en
certificeringsprocedures, en evaluatie van de gelijkwaardigheid van regionale
of nationale normen. Artikel 11 Kwesties die verband houden met technische handelsbelemmeringen De partijen stimuleren het gebruik van
internationale normen, werken samen en wisselen informatie uit op het gebied
van normen, conformiteitsbeoordelingsprocedures en technische regelgeving, met
name in het kader van de WTO-Overeenkomst inzake technische
handelsbelemmeringen. Artikel 12 Douane 1. De partijen wisselen ervaringen uit
en gaan na in hoeverre het mogelijk is invoer-, uitvoer- en andere
douaneprocedures te vereenvoudigen, de transparantie van de regelgeving met
betrekking tot douane en handel te vergroten en samenwerking op het gebied van
douane en doeltreffende bijstandsmechanismen te ontwikkelen; zij streven er
tevens naar hun standpunten op elkaar af te stemmen en gezamenlijke
activiteiten te ontplooien in de context van internationale initiatieven,
waaronder bevordering van het handelsverkeer. 2. De partijen besteden speciale
aandacht aan de bevordering van de beveiliging en veiligheid van de
internationale handel en aan een juiste balans tussen handelsbevordering en
bestrijding van fraude en onregelmatigheden. Artikel 13 Investeringen De partijen bevorderen de totstandkoming van
een aantrekkelijk en stabiel wederzijds investeringsklimaat, met behulp van een
consistente dialoog die gericht is op verbetering van wederzijds begrip en
samenwerking op het gebied van investeringskwesties, onderzoek van administratieve
mechanismen om investeringsstromen te vergemakkelijken, en stimulering van
stabiele, transparante, open en niet-discriminerende investeringsregels. Artikel 14 Mededingingsbeleid De partijen
stimuleren de doeltreffende vaststelling en toepassing van mededingingsregels
en informatieverspreiding om de transparantie en juridische zekerheid voor
ondernemingen in de Republiek Singapore en de Europese Unie te bevorderen. Artikel 15 Diensten De partijen gaan een consistente dialoog aan
die met name gericht is op het uitwisselen van informatie over hun respectieve
regelgeving, het stimuleren van toegang tot elkaars markt, het bevorderen van
toegang tot bronnen van kapitaal en technologie, en het stimuleren van de
handel in diensten tussen beide regio’s en in derde landen. Artikel 16 Bescherming van intellectuele eigendom De partijen hechten groot belang aan
intellectuele-eigendomsrechten[1],
waarbij zij het toenemende belang ervan erkennen voor de ontwikkeling van
innovatieve producten, diensten en technologieën in hun respectieve landen en
zij komen overeen te blijven tot samenwerking en niet-vertrouwelijke informatie
uit te wisselen op onderling overeengekomen activiteiten en projecten, met het
oog op de bevordering, bescherming en de handhaving van deze rechten, met
inbegrip van de doeltreffende en efficiënte handhaving door de
douaneautoriteiten. Titel V SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID Artikel 17 Rechtsstaat en wettelijke samenwerking 1. Bij de samenwerking op het gebied van
justitie, vrijheid en veiligheid schenken de partijen bijzondere aandacht aan
de bevordering van de rechtsstaat en institutionele versterking op alle
niveaus, bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. 2. De partijen wisselen ook informatie
uit met betrekking tot rechtsstelsels en wetgeving. Artikel 18 Gegevensbescherming 1. De partijen plegen overleg om de
bescherming van persoonsgegevens te verbeteren overeenkomstig de strengste
internationale normen en praktijken, zoals vervat in de Guidelines for the
Regulation of Computerized Personal Data Files van de Verenigde Naties
(Resolutie 45/95 van de Algemene Vergadering van de VN van 14 december 1990). 2. De samenwerking inzake de
bescherming van persoonsgegevens kan onder meer uitwisseling van informatie en
deskundigheid inhouden. Artikel 19 Migratie 1. De partijen bevestigen dat het van
belang is de migratiestromen tussen hun grondgebieden gezamenlijk te beheren. 2. De partijen richten een
overlegmechanisme op voor dialoog over kwesties in verband met migratie,
waaronder legale en illegale migratie, mensensmokkel en -handel en
aangelegenheden met betrekking tot internationale bescherming voor wie die
nodig heeft. Een dergelijke dialoog wordt gebaseerd op een onderling
overeengekomen agenda, voorwaarden en aangelegenheden. 3. Elke partij kan, indien zij dit
nuttig acht, migratiekwesties
opnemen in haar strategieën voor economische en sociale ontwikkeling vanuit het
standpunt van land van herkomst, doorreis en/of bestemming van migranten. 4. De samenwerking tussen de partijen
wordt gebaseerd op een specifieke behoeftenanalyse van de partijen, die wordt
uitgevoerd in wederzijds overleg tussen de partijen. De partijen komen overeen
dat deze samenwerking zal plaatsvinden volgens hun eigen wet- en regelgeving en
beleidsmaatregelen. Deze samenwerking kan met name betrekking hebben op: a) de hoofdoorzaken van migratie; b) de ontwikkeling en uitvoering van
de op elk van de partijen rustende verplichtingen uit hoofde van het
internationaal recht inzake migratievraagstukken, inclusief de internationale
bescherming voor mensen in nood; c) de toelatingscriteria, alsmede de
rechten en de status van de toegelaten personen, billijke behandeling,
onderwijs, opleiding en integratie van legale buitenlandse ingezetenen,
maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat; d) de opzet van
een doelmatige en preventieve aanpak van illegale immigratie, smokkel van
migranten en mensenhandel, alsmede de vraag hoe netwerken en criminele
organisaties van handelaars en smokkelaars kunnen worden bestreden en de
slachtoffers van deze praktijken kunnen worden beschermd; e) de humane en waardige terugkeer van
illegale personen en de bevordering van vrijwillige terugkeer; f) kwesties van wederzijds belang op
het gebied van visa en de veiligheid van reisdocumenten; g) kwesties van wederzijds belang op
het gebied van grensbewaking. 5. Binnen het kader van de samenwerking ter voorkoming en controle van
illegale migratie komen de partijen tevens het volgende overeen: a) de Republiek Singapore zal haar
onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een lidstaat van
de Europese Unie op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten
overnemen zodra de nationaliteit is vastgesteld; alsmede b) elke lidstaat van de Europese Unie
zal haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de
Republiek Singapore op verzoek van deze laatste en zonder verdere formaliteiten
overnemen zodra de nationaliteit is vastgesteld. Voor dergelijke doeleinden verstrekken de
lidstaten en de Republiek Singapore hun onderdanen passende
identiteitsdocumenten. Indien de over te nemen persoon geen documenten of
andere bewijzen van zijn nationaliteit bezit, neemt de bevoegde diplomatieke en
consulaire vertegenwoordiging van de partij die de persoon moet overnemen
(hetzij de desbetreffende lidstaat, hetzij de Republiek Singapore) op verzoek
van de andere partij (hetzij de Republiek Singapore, hetzij de desbetreffende
lidstaat) de nodige maatregelen om de over te nemen persoon te ondervragen om
zijn nationaliteit vast te stellen. 6. De partijen komen overeen op
verzoek van een van de partijen onderhandelingen te voeren met het oog op het
sluiten van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore
ter regeling van de overname van onderdanen van de Republiek Singapore en van
de lidstaten, onderdanen van andere landen en stateloze personen. Artikel 20 Bestrijding van georganiseerde misdaad De partijen komen overeen samen te werken bij
de bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie. Die samenwerking is
meer in het bijzonder gericht op de toepassing en bevordering van – in
voorkomend geval – de desbetreffende internationale normen en instrumenten,
zoals het VN-Verdrag ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde
misdaad en het VN-Verdrag inzake bestrijding van corruptie. Artikel 21 Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van
terrorisme 1. De partijen zijn het erover eens
dat moet worden geprobeerd te voorkomen dat hun financiële systeem wordt
misbruikt voor het witwassen van de inkomsten uit criminele activiteiten,
overeenkomstig de desbetreffende aanbevelingen van de Financial Action Task
Force (FATF). 2. De partijen zullen deskundigheid
uitwisselen op het gebied van het ontwikkelen en uitvoeren van regelgeving en
de efficiënte werking van geschikte normen en mechanismen. 3. Door de samenwerking moet met name
ervoor gezorgd worden dat zoveel mogelijk relevante informatie en deskundigheid
wordt uitgewisseld met betrekking tot de vaststelling van passende normen voor
de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme,
die vergelijkbaar zijn met die van de internationale instanties op dit gebied,
zoals de FATF. Artikel 22 Samenwerking op het gebied van de bestrijding van illegale drugs 1. De partijen werken samen met het
oog op een evenwichtige aanpak via doeltreffende coördinatie tussen de bevoegde
autoriteiten, ook – in voorkomend geval – op het gebied van gezondheidszorg,
justitie, binnenlandse zaken en douane, met het oog op het terugdringen van het
aanbod van, de handel in en de vraag naar illegale drugs en de nadelige
gevolgen van drugsmisbruik voor particulieren en de samenleving in haar geheel.
Daarnaast werken de partijen samen om te zorgen voor een meer doeltreffende
preventie van misbruik van drugsprecursoren. 2. De partijen bereiken
overeenstemming over de wijze van samenwerking om deze doelstellingen te
verwezenlijken. De acties worden gebaseerd op onderling overeengekomen
beginselen, overeenkomstig de desbetreffende internationale verdragen, de
politieke verklaring en de speciale verklaring inzake richtsnoeren om de vraag
naar drugs te verminderen, die zijn aangenomen door de speciale zitting inzake
drugs in juni 1998 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en de
politieke verklaring en het actieplan over internationale samenwerking met het
oog op een geïntegreerde en evenwichtige strategie om het drugsprobleem in de
wereld aan te pakken, die zijn aangenomen op de 52e zitting van de VN-commissie
voor verdovende middelen in maart 2009. 3. De partijen wisselen deskundigheid
uit op gebieden zoals de opstelling van nationale wetgeving en nationaal
beleid, de oprichting van nationale instellingen en informatiecentra, opleiding
van personeel, onderzoek in verband met drugs en de preventie van oneigenlijk
gebruik van precursoren voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen
en psychotrope stoffen. Titel VI SAMENWERKING IN ANDERE SECTOREN Artikel 23 Samenwerking inzake mensenrechten 1. Op de terreinen waarover zij
onderling overeenstemming hebben bereikt, werken de partijen samen voor
bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten, onder andere via
de uitvoering van toepasselijke internationale instrumenten op het gebied van
de mensenrechten waarbij de partijen partij zijn. 2. Deze samenwerking kan onder meer
omvatten: a) bevordering van en voorlichting
over de mensenrechten; b) versterking van de nationale en regionale instellingen op het gebied
van de mensenrechten; c) totstandbrenging van een zinvolle,
breed gefundeerde mensenrechtendialoog; d) versterkte
samenwerking met de mensenrechteninstellingen van de Verenigde Naties. Artikel 24 Samenwerking inzake financiële dienstverlening De partijen
streven ernaar de samenwerking op het gebied van financiële diensten te
bevorderen met betrekking tot kwesties van wederzijds belang in het kader van
hun respectieve programma’s en wetgeving en, in voorkomend geval,
overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van het vrijhandelsakkoord als bedoeld
in artikel 9, lid 2. Deze samenwerking komt tot stand tussen de financiële
regelgevers en toezichthouders van de Unie en de Republiek Singapore en heeft
betrekking op aangelegenheden op het vlak van regelgeving en toezicht. De
financiële regelgevers en toezichthouders zullen met elkaar overleggen om te
bepalen op welke wijze het best kan worden samengewerkt. Artikel 25 Dialoog inzake het economisch beleid 1. De partijen bevorderen het
uitwisselen van informatie over hun economische ontwikkelingen en beleidslijnen
en het delen van ervaringen inzake de coördinatie van het economische beleid in
het kader van regionale economische samenwerking en integratie. 2. De partijen streven naar
intensivering van de dialoog tussen hun autoriteiten over door de partijen
overeengekomen economische aangelegenheden, zoals monetair en fiscaal beleid
(waaronder belastingen), overheidsfinanciën, macro-economische stabilisatie en
buitenlandse schuld. Artikel 26 Samenwerking op fiscaal gebied 1. Om de economische activiteit te
versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend
regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen de in de leden 2 en 3
opgenomen beginselen van goed fiscaal bestuur en verbinden zij zich ertoe deze
toe te passen. 2. Hierbij erkennen de partijen,
overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, het belang van de bestrijding van
belastingpraktijken die door beide partijen als schadelijk worden beschouwd,
bevorderen zij de internationale samenwerking op fiscaal gebied die gericht is
tegen belastingfraude en geven zij uitvoering aan de internationaal
overeengekomen norm voor transparantie en uitwisseling van informatie in
belastingzaken zoals vastgesteld in het OESO-modelverdrag van 2008 inzake
belasting op inkomen en vermogen, met het oog op de daadwerkelijke toepassing
van hun respectieve belastingvoorschriften. 3. De partijen komen overeen dat de
tenuitvoerlegging van deze beginselen met name zal plaatsvinden in het kader
van bestaande of toekomstige bilaterale belastingverdragen tussen de Republiek
Singapore en de lidstaten. Artikel 27 Industriebeleid en samenwerking inzake het midden- en kleinbedrijf 1. De partijen, rekening houdend met
hun respectieve economische beleidsmaatregelen en doelstellingen, komen overeen
de samenwerking inzake het industriebeleid op alle passend geachte terreinen te
bevorderen, in het bijzonder met het oog op de verbetering van het
concurrentievermogen van het midden- en kleinbedrijf. 2. Deze samenwerking omvat onder meer: a) de uitwisseling van gegevens over
en ervaringen met het scheppen van een klimaat waarbinnen het midden- en
kleinbedrijf zijn concurrentievermogen kan verbeteren; b) het bevorderen van maatschappelijk
verantwoord ondernemen en het aanmoedigen van verantwoordelijke ondernemingspraktijken,
waaronder duurzame consumptie en productie. Deze samenwerking wordt aangevuld
door een consumentenperspectief bijvoorbeeld inzake productinformatie en de rol
van de consument op de markt; c) het bevorderen van de contacten
tussen economische actoren, het stimuleren van gemeenschappelijke investeringen
en de totstandbrenging van joint-ventures en informatienetwerken, met name via
bestaande horizontale EU-programma’s, waarbij met name de overdracht van zachte
en harde technologie tussen de partners wordt gestimuleerd; alsmede d) het vergemakkelijken van de toegang
tot kredieten, het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie. 3. De partijen bevorderen de
versterking van de betrekkingen tussen de particuliere sectoren van beide
partijen in nieuwe of bestaande fora, waaronder mechanismen die beide partijen
bijstand moeten verlenen bij het bevorderen van de internationalisering van het
MKB. Artikel 28 Informatiemaatschappij 1. De partijen erkennen dat
informatie- en communicatietechnologieën (ICT) een centraal onderdeel van het
moderne leven en essentieel voor de economische en sociale ontwikkeling zijn,
en streven ernaar hun beleidsmaatregelen op dit gebied te coördineren teneinde
de economische ontwikkeling te bevorderen. 2. Specifiek richt de samenwerking in
dit verband zich op de volgende terreinen: a) deelname aan de alomvattende
regionale dialoog over de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij,
met name beleid voor elektronische communicatie en optimale
regelgevingspraktijken op terreinen die verband houden met, doch niet beperkt
zijn tot het licentiëren van telecommunicatiediensten, de behandeling van
nieuwe informatie- en communicatiediensten op basis van het Voice over Internet-protocol
(VoIP), de uitbanning van spam, de wijze waarop wordt opgetreden ten aanzien
van carriers met een machtspositie en een grotere transparantie en efficiëntie
van de regelgevende autoriteit; b) interconnectie en
interoperabiliteit van de netwerken en diensten van de partijen; c) normalisatie en verspreiding van
nieuwe informatie- en communicatietechnologieën; d) bevordering van de samenwerking
tussen de partijen op het gebied van ICT; e) samenwerking aan gezamenlijke
onderzoeksprojecten op het gebied van ICT; f) veiligheidsaspecten van de informatiemaatschappij,
zoals onderling overeengekomen; alsmede g) conformiteitsbeoordeling van
telecommunicatie-uitrusting, inclusief radioapparatuur. Artikel 29 Samenwerking op het gebied van de audiovisuele sector en de media De partijen bevorderen de samenwerking in de
audiovisuele sector en de media in het algemeen. De samenwerking omvat onder
meer, maar is niet beperkt tot: a) uitwisseling van standpunten over
het audiovisuele en mediabeleid; b) gezamenlijke organisatie van
evenementen van wederzijds belang; c) gezamenlijke
opleidingsactiviteiten; alsmede d) het bevorderen van coproducties, en
de aanzet geven tot discussies over audiovisuele coproductieovereenkomsten. Artikel 30 Wetenschappelijke en technologische samenwerking 1. De partijen bevorderen, ontwikkelen
en stimuleren de samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en
innovatie op terreinen van wederzijds belang, in overeenstemming met de wet- en
regelgeving van beide partijen. 2. De doelstellingen van deze
samenwerking zijn: a) bevordering van de uitwisseling van
informatie over wetenschap, technologie en innovatie, over beleid en programma’s; b) bevordering van duurzame
betrekkingen tussen de wetenschappelijke gemeenschappen, onderzoekscentra,
universiteiten en de industrie van beide partijen; c) ondersteuning van de opleiding en
mobiliteit van onderzoekers en studenten van instellingen voor hoger onderwijs. 3. Op basis van overleg tussen de
partijen waarbij de instanties voor onderzoeksfinanciering van elk land worden
betrokken, kan samenwerking plaatsvinden in de vorm van gezamenlijke
onderzoeksprojecten en/of uitwisselingen, bijeenkomsten, workshops en opleiding
van wetenschappers en studenten van instellingen voor hoger onderwijs via
internationale mobiliteitsprojecten, waardoor onderzoeksresultaten optimaal
verspreid worden. 4. In het kader van deze samenwerking
bevorderen de partijen de deelname van hun instellingen voor hoger onderwijs,
onderzoekscentra en productieve sectoren, met inbegrip van het midden- en
kleinbedrijf. 5. De partijen zetten zich in om het
publiek beter bewust te maken van de mogelijkheden die hun respectieve
programma’s voor wetenschappelijke en technologische samenwerking bieden. Artikel 31 Energie 1. De partijen streven naar meer
samenwerking in de energiesector met als doel: a) diversificatie van de
energievoorziening en ontwikkeling van nieuwe en duurzame energiebronnen op
commerciële basis; b) stimulering van rationeel
energiegebruik, met name door de bevordering van de beheersing van de
vraagzijde; c) bevordering van de overdracht van
technologie die op duurzaam energiegebruik is gericht; d) bestrijding van klimaatverandering,
onder meer door koolstofbeprijzing; e) bevordering van de
capaciteitsopbouw, met inbegrip van mogelijke opleiding en facilitering van investeringen
op het gebied van energie, op basis van transparante, niet-discriminerende,
marktconforme regels. f) bevordering van concurrentie in de
energiemarkt. 2. Hiertoe streven de partijen naar
het bevorderen van contacten tussen de desbetreffende entiteiten die
verantwoordelijk zijn voor de planning van het energieverbruik en de uitvoering
van gezamenlijk onderzoek tussen onderzoeksinstellingen en universiteiten, met
name in het kader van de betrokken regionale fora. Beide partijen zullen
verdere mogelijkheden onderzoeken voor grotere samenwerking op het gebied van
nucleaire veiligheid en beveiliging binnen hun bestaande wettelijke kader en
beleid. Onder verwijzing naar artikel 34 en de conclusies van de wereldtop
inzake duurzame ontwikkeling, die in 2002 in Johannesburg plaatsvond,
benadrukken de partijen dat aandacht moet worden besteed aan het verband tussen
betaalbare toegang tot energiediensten en duurzame ontwikkeling. Deze
activiteiten kunnen worden gestimuleerd in samenwerking met het energie-initiatief
van de Europese Unie, dat tijdens deze top is gelanceerd. Artikel 32 Vervoer 1. De partijen komen met wederzijdse
instemming overeen verder samen te werken op alle relevante terreinen van het
vervoersbeleid met het oog op de verbetering van het verkeer van goederen en
personen, de bevordering van de veiligheid en de beveiliging, de bestrijding
van piraterij en gewapende overvallen op zee, de bevordering van
milieubescherming en bevordering van strenge exploitatienormen en de verhoging
van de efficiëntie van hun vervoerssystemen. De partijen herinneren aan de afspraak bedoeld
in artikel 1, lid 5, en bevestigen opnieuw dat de samenwerking op alle
relevante terreinen van vervoer zal worden onderworpen aan hun eigen wet- en
regelgeving. 2. De in lid 1 bedoelde samenwerking
tussen de partijen op dit gebied richt zich op bevordering van: a) uitwisseling van informatie over
hun respectieve vervoersbeleid, met name wat betreft het stadsvervoer en de
koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsook het
beheer van spoorwegen, havens en luchthavens; b) het gebruik van wereldwijde
satellietnavigatiesystemen, met nadruk op onderwerpen van wederzijds belang die
samenhangen met regelgeving, industrie en marktontwikkeling; c) een dialoog op het gebied van het
luchtvervoer met het oog op een versterkte samenwerking inzake het
luchtvaartbeleid en met het oog op gezamenlijke acties op het gebied van
luchtvervoersdiensten door onder meer te onderhandelen over overeenkomsten en
deze vervolgens uit te voeren. De partijen zullen hun betrekkingen verder
ontwikkelen en in voorkomend geval nagaan of in de toekomst een algemene
luchtvaartovereenkomst kan worden afgesloten. Wanneer dit wederzijds voordelig
is voor de partijen, zullen zij de samenwerking intensiveren op technisch en
regelgevingsgebied met betrekking tot veiligheid van de luchtvaart,
beveiliging, luchtverkeerscontrole inclusief de vergroening van de
luchtverkeersafhandeling, toepassing van het mededingingsrecht en de
economische regulering van de luchtvaart, om de convergentie van de regelgeving
te bevorderen en belemmeringen voor het bedrijfsleven uit de weg te ruimen en
zullen zij de dialoog bevorderen met betrekking tot de milieuaspecten van de
luchtvaart zoals het gebruik van marktconforme instrumenten om de opwarming van
de aarde tegen te gaan onder meer via handel in emissierechten. De partijen
zullen op deze basis zoeken naar mogelijkheden voor bredere samenwerking op het
gebied van de burgerluchtvaart; d) een dialoog over maritieme vervoersdiensten
die gericht is op onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markten en
handel op commerciële en niet-discriminerende basis, om verbintenissen te
ondersteunen die tot doel hebben bestaande vrachtreserveringsstelsels gefaseerd
af te schaffen en af te zien van de invoering van vrachtverdelingsbepalingen,
vestiging met betrekking tot zeevervoerdiensten, waaronder ondersteunende
diensten, nationale behandeling en meestbegunstigingsbehandeling inzake toegang
tot ondersteunende diensten en havendiensten voor schepen die de vlag voeren
van de andere partij of die geëxploiteerd worden door onderdanen of
ondernemingen van de andere partij, en het recht om vervoersdiensten van deur
tot deur aan te bieden; en e) invoering van normen voor
veiligheid en beveiliging en ter voorkoming van vervuiling, met name wat
betreft het zeevervoer en de luchtvaart, overeenkomstig de relevante
internationale overeenkomsten die door beide partijen zijn ondertekend, met
inbegrip van samenwerking binnen de desbetreffende internationale fora met het
oog op betere naleving van de internationale regelgeving. Artikel 33 Onderwijs en cultuur 1. De partijen komen overeen om,
rekening houdende met hun verschillen, de samenwerking op het gebied van
onderwijs en cultuur te stimuleren, teneinde het wederzijdse begrip en de
kennis van elkaars cultuur te vergroten. 2. De partijen streven ernaar om
passende maatregelen te nemen om culturele uitwisselingen te stimuleren en
gemeenschappelijke culturele initiatieven uit te voeren, waaronder de
organisatie van culturele evenementen. In dit verband komen de partijen ook
overeen de activiteiten van de Asia-Europe Foundation te blijven steunen. 3. De partijen komen overeen te
overleggen en samen te werken in relevante internationale fora, zoals de
Organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur
(Unesco), teneinde gemeenschappelijke doeleinden na te streven en culturele
diversiteit te bevorderen. 4. Voorts leggen de partijen de nadruk
op maatregelen voor de opbouw van permanente banden tussen elkaars
gespecialiseerde agentschappen en voor de uitwisseling van informatie,
expertise, studenten, deskundigen, jeugd en jeugdwerkers en technische
middelen, daarbij gebruikmakend van zowel de faciliteiten die de EU-programma’s
voor onderwijs en cultuur in Zuidoost-Azië bieden, als de ervaringen die beide
partijen op dit gebied hebben opgedaan. 5. De partijen stimuleren nauwere
uitwisseling en samenwerking tussen hun onderwijsinstellingen ter bevordering
van wederzijds begrip, kennis en waardering voor elkaars cultuur, economie en
de sociale zekerheidsstelsels. De partijen streven met name naar een grotere
mobiliteit van studenten en academici in het kader van het Erasmus
Mundus-programma of andere soortgelijke programma’s. Artikel 34 Milieu en natuurlijke hulpbronnen 1. De partijen komen overeen dat het
noodzakelijk is de natuurlijke rijkdommen en biodiversiteit duurzaam te
beschermen en te beheren als basis voor de ontwikkeling van de huidige en
toekomstige generaties. 2. Bij alle activiteiten die de
partijen in het kader van deze overeenkomst ondernemen, wordt rekening gehouden
met de uitvoering van de resultaten van de VN-Conferentie over Milieu en
Ontwikkeling van 1992, de Wereldtop over duurzame ontwikkeling (WSSD) van 2002
en de Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling van 2012. 3. De partijen streven naar
voortzetting van hun samenwerking op het gebied van milieubescherming, onder
meer door middel van de uitwisseling van goede praktijken op gebieden zoals: a) klimaatverandering en
energie-efficiëntie; b) milieuvriendelijke en schone
technologieën, met name deze die veilig en duurzaam zijn; c) capaciteitsopbouw bij de
onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van multilaterale
milieuverdragen; d) kust- en zeemilieu; e) aanpak van illegaal kappen en de
daarmee samenhangende handel, en het bevorderen van duurzaam bosbeheer. Artikel 35 Werkgelegenheid en sociale zaken 1. De partijen komen overeen de
samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken te
intensiveren, met inbegrip van de samenwerking inzake regionale en sociale
cohesie, gezondheid en veiligheid op het werk, gelijke kansen voor mannen en
vrouwen, volwaardig werk en sociale dialoog teneinde de sociale dimensie van de
mondialisering te versterken. 2. De partijen bevestigen dat steun
moet worden verleend voor het mondialiseringsproces, dat voordeel oplevert voor
alle betrokkenen en dat volledige en productieve werkgelegenheid en volwaardig
werk moeten worden gestimuleerd als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling
en armoedebestrijding, zoals bekrachtigd in Resolutie 60/1 van de Algemene
Vergadering van de VN van 24 oktober 2005 en de ministeriële verklaring van de bijeenkomst op hoog niveau
van de Economische en Sociale Raad van de VN van juli 2006 (E/2006/L.8 van 5
juli 2006) en zoals vastgelegd in de verklaring van de Internationale
Arbeidsorganisatie (IAO) over sociale gerechtigheid voor een eerlijke
mondialisering van 2008. De partijen houden rekening met de kenmerken van en
verschillen in hun respectieve economische en sociale situatie. 3. In overeenstemming met de
verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de IAO en de
Verklaring van de IAO over de fundamentele rechten en beginselen op het werk en
de follow-up daarvan, die door de Internationale Arbeidsconferentie in 1998
tijdens haar 86e vergadering werd goedgekeurd, verbinden de partijen zich ertoe
de fundamentele arbeidsnormen in acht te nemen, te bevorderen en daadwerkelijk
te realiseren: a) vrijheid van vereniging en
daadwerkelijke erkenning van het recht op collectieve onderhandelingen; b) afschaffing van alle vormen van
gedwongen of verplichte arbeid; c) daadwerkelijke afschaffing van
kinderarbeid; alsmede d) de uitbanning van discriminatie met
betrekking tot werk en beroep. De partijen herbevestigen hun verbintenis de
IAO-overeenkomsten die de Republiek Singapore en de lidstaten van de Europese
Unie geratificeerd hebben, daadwerkelijk uit te voeren. De partijen streven voortdurend en
consequent naar ratificatie en effectieve uitvoering van de fundamentele
IAO-verdragen, en zullen hieromtrent informatie uitwisselen. De partijen zullen
ook de ratificatie en de effectieve uitvoering van andere IAO-verdragen
overwegen, rekening houdend met de binnenlandse omstandigheden. De partijen
wisselen informatie uit op dit gebied. 4. De partijen
kunnen tot wederzijds voordeel samenwerkingsactiviteiten opzetten die onder
meer de vorm kunnen aannemen van gezamenlijk overeen te komen specifieke
programma’s en projecten, alsmede dialoog, samenwerking en initiatieven op
gebieden van wederzijds belang op bilateraal of multilateraal niveau, zoals
ASEM, ASEAN-EU en de IAO. Artikel 36 Gezondheid 1. De partijen komen overeen samen te
werken met betrekking tot de gezondheidszorg met het oog op de verbetering van
de gezondheidstoestand en onder meer op het gebied van ernstige overdraagbare
ziekten, zoals hiv/aids, aviaire influenza en andere potentiële van de pandemische
influenza en belangrijke niet-overdraagbare ziekten en hun risicofactoren,
onder meer door de uitwisseling van informatie en samenwerking op het gebied
van vroegtijdige opsporing, preventie en controle, en via internationale
overeenkomsten inzake gezondheidszorg. 2. Onder voorbehoud van de
beschikbaarheid van middelen, kan de samenwerking plaatsvinden door middel van: a) projecten op het gebied van
epidemiologie van grote overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten; b) uitwisselingen, beurzen en
opleidingsprogramma’s; c) programma’s en projecten om de
gezondheidszorg en gezondheidssituatie te verbeteren; d) informatie-uitwisseling en
wetenschappelijke samenwerking op het gebied van regelgeving inzake
geneesmiddelen en medisch hulpmiddelen; alsmede e) bevordering van de volledige en
tijdige tenuitvoerlegging van internationale overeenkomsten inzake gezondheid
zoals de Internationale Gezondheidsregeling en het Kaderverdrag inzake
tabaksontmoediging. Artikel 37 Statistiek De partijen komen overeen om overeenkomstig de
bestaande statistische samenwerkingsactiviteiten tussen de Unie en de ASEAN, de
harmonisatie van statistische methoden en werkwijzen te bevorderen, waaronder
de vergaring en verspreiding van statistische gegevens, waardoor zij op een
onderling overeengekomen wijze gebruik kunnen maken van statistische gegevens
over de handel in goederen en diensten, directe buitenlandse investeringen en
meer in het algemeen, over alle andere gebieden die onder deze overeenkomst
vallen en die zich lenen voor statistische gegevensverzameling, verwerking,
analyse en verspreiding. Artikel 38 Maatschappelijk middenveld De partijen erkennen de mogelijke bijdrage van
organisaties van het maatschappelijk middenveld tot de dialoog en het
samenwerkingsproces uit hoofde van deze overeenkomst en streven een effectieve
dialoog met organisaties van het maatschappelijk middenveld na. Titel VII VORMEN VAN SAMENWERKING Artikel 39 Middelen voor samenwerking 1. De partijen stellen de nodige
middelen, waaronder financiële middelen, beschikbaar om de
samenwerkingsdoelstellingen van deze overeenkomst te realiseren, voor zover hun
respectieve middelen en regelgeving hiertoe de mogelijkheid bieden. 2. De partijen moedigen de Europese
Investeringsbank aan haar activiteiten in de Republiek Singapore voort te
zetten, overeenkomstig haar procedures en financieringscriteria. Artikel 40 Ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van derde landen 1. De partijen komen overeen
informatie uit te wisselen over hun beleid op het gebied van
ontwikkelingssamenwerking. Doel hiervan is de totstandkoming van een
regelmatige dialoog over de doelstellingen van dit beleid en over de
respectieve ontwikkelingsprogramma’s ten behoeve van derde landen. 2. De partijen bevorderen ook
gezamenlijke acties gericht op het verstrekken van technische bijstand en de
bevordering van de ontwikkeling van menselijk potentieel in de minder
ontwikkelde landen in Zuidoost-Azië en daarbuiten. Titel VIII INSTITUTIONEEL KADER Artikel 41 Gemengd Comité 1. De partijen komen overeen in het
kader van deze overeenkomst een Gemengd Comité op te richten, dat bestaat uit
vertegenwoordigers van beide partijen op een passend hoog niveau, met de
volgende taken: a) zorgen voor de goede werking en uitvoering
van deze overeenkomst; b) prioriteiten vaststellen met betrekking tot
de doelstellingen van deze overeenkomst; c) aanbevelingen doen ter bevordering van de
doelstellingen van deze overeenkomst. 2. Het Gemengd Comité komt normaal
gesproken ten minste eenmaal per twee jaar bijeen, afwisselend in Singapore en
in Brussel, op een datum die in onderling overleg wordt vastgesteld. Het
Gemengd Comité wordt gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van elk
van de twee partijen. De agenda van de vergaderingen van het gemengd comité
wordt door de partijen in overleg vastgesteld. De partijen kunnen tevens
besluiten tot buitengewone bijeenkomsten van het Gemengd Comité. 3. Het Gemengd Comité kan
gespecialiseerde subcommissies instellen die haar bij de uitvoering van haar
taken ondersteunen. Deze subcommissies brengen op elke vergadering van het Gemengde
Comité gedetailleerd verslag uit over hun werkzaamheden. 4. Het Gemengd Comité stelt, in
overeenstemming met dit artikel, zijn eigen reglement van orde vast en verricht
zijn taken bij consensus. Het Gemengd Comité stelt in zijn reglement van orde
vast hoe het overleg moet verlopen, zoals bedoeld in artikel 44, en probeert
overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke werktaal. 5. Het Gemengd Comité bespreekt indien
onderling overeengekomen en in voorkomend geval, over de werking en uitvoering
van elke specifieke overeenkomst, zoals bedoeld in artikel 43, lid 3. Titel IX SLOTBEPALINGEN Artikel 42 Aanpassingsclausule 1. De partijen kunnen de overeenkomst
met wederzijdse goedkeuring wijzigen, herzien of uitbreiden, met het oog op
intensivering van het samenwerkingsniveau, onder andere door deze aan te vullen
met overeenkomsten of protocollen voor specifieke sectoren en activiteiten. 2. Wat de toepassing van deze
overeenkomst betreft, kan elke partij voorstellen formuleren met het oog op de
uitbreiding van de wederzijdse samenwerking, rekening houdend met de bij de
uitvoering van de overeenkomst opgedane ervaring. Artikel 43 Andere overeenkomsten 1. Onverminderd de desbetreffende
bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie, doet deze overeenkomst of een in
het kader daarvan ondernomen actie op generlei wijze afbreuk aan de
bevoegdheden van de lidstaten om bilaterale samenwerkingsbanden met de
Republiek Singapore aan te knopen of, indien wenselijk, nieuwe partnerschaps-
en samenwerkingsovereenkomsten met de Republiek Singapore te sluiten. 2. Deze overeenkomst doet geen afbreuk
aan de toepassing of de uitvoering van verbintenissen die de partijen in
betrekkingen met derden zijn aangegaan. 3. Onverminderd artikel 9, lid 2,
kunnen de partijen deze overeenkomst ook aanvullen door het sluiten van specifieke
overeenkomsten op alle samenwerkingsgebieden die binnen het toepassingsgebied
van deze overeenkomst vallen. Dergelijke specifieke overeenkomsten vormen een
integrerend onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen zoals die worden
geregeld bij deze overeenkomst en maken deel uit van een gemeenschappelijk
institutioneel kader. Artikel 44 Niet-uitvoering van de overeenkomst 1. Als een partij meent dat de andere partij
een verplichting krachtens de overeenkomst niet is nagekomen, kan deze partij
passende maatregelen treffen. Behalve in bijzonder spoedeisende gevallen probeert
deze partij, alvorens zulks te doen, in overleg te treden met de andere partij
en stemt deze andere partij in met het overleg om een voor beide partijen
bevredigende oplossing voor de aangelegenheid te vinden. Dit overleg kan
plaatsvinden onder auspiciën van het in artikel 41 bedoelde Gemengd Comité, dat
de aan het Comité voorgelegde aangelegenheid kan beslechten met een aanbeveling
of op enige andere wijze die wederzijds aanvaardbaar is voor de partijen. 2. In bijzonder dringende gevallen
wordt de voorgenomen passende maatregel onmiddellijk ter kennis gebracht van de
andere partij. Op verzoek van de andere partij wordt overleg gepleegd gedurende
ten hoogste 15 dagen met het oog op het vinden van een voor beide partijen
bevredigende oplossing voor de aangelegenheid. Na afloop van deze periode kan
een passende maatregel van toepassing zijn 3. Bij de keuze van de passende
maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren
van deze overeenkomst of elke andere specifieke overeenkomst het minst
verstoren. De andere partij wordt onmiddellijk op de hoogte gebracht van deze
maatregelen en op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent overleg
gepleegd in het Gemengd Comité. 4. De partijen komen overeen dat met het oog
op de juiste interpretatie en de praktische toepassing van deze overeenkomst
met de term “passende maatregelen” in dit artikel wordt bedoeld de opschorting
van, of de voorlopige niet-nakoming van verplichtingen uit hoofde van deze
overeenkomst of elke andere specifieke overeenkomst als bedoeld in artikel 9,
lid 2, en artikel 43, lid 3, of een andere door het Gemengd Comité aanbevolen
maatregel. Passende maatregelen worden genomen in overeenstemming met het
internationaal recht en staan in verhouding tot de ernst van de niet-nakoming
van verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst. De partijen komen voorts
overeen dat onder de term “bijzonder dringende gevallen” in de leden 1 en 2 het
volgende wordt verstaan: a) afwijzing van de overeenkomst die
niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht;
of b) schending van een essentieel element
van de overeenkomst als vermeld in artikel 1, lid 1 en artikel 7, lid
2. Artikel 45 Faciliteiten Ter bevordering van de samenwerking in het
kader van deze overeenkomst verstrekken beide partijen de garanties en
faciliteiten die nodig zijn voor het vervullen van hun taken. Artikel 46 Territoriaal toepassingsgebied Deze overeenkomst is van toepassing,
enerzijds, op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie
en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn,
onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het
grondgebied van de Republiek Singapore. Artikel 47 Definitie van de partijen Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt
met de term “partijen” bedoeld de Unie of haar lidstaten, of de Unie en haar
lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de
Republiek Singapore, anderzijds. Artikel 48 Bekendmaking van informatie Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden
uitgelegd dat een partij verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij
de openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen en de
handhaving van internationale vrede en veiligheid. Artikel 49 Inwerkingtreding en duur 1. De onderhavige overeenkomst treedt
in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de
partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de daartoe
vereiste juridische procedures. 2. De onderhavige overeenkomst wordt
gesloten voor een periode van vijf jaar. Zij wordt automatisch verlengd met
volgende perioden van één jaar, tenzij de Republiek Singapore enerzijds of de
Unie en haar lidstaten anderzijds, de andere partij zes maanden voor het
verstrijken van een periode van een jaar schriftelijk op de hoogte stelt van
haar voornemen de overeenkomst niet te verlengen. 3. Deze overeenkomst kan met
onderlinge instemming tussen de partijen worden gewijzigd. De wijzigingen
worden pas van kracht nadat de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld
dat alle noodzakelijke formaliteiten vervuld zijn. 4. Deze overeenkomst kan worden
opgezegd door middel van een schriftelijke kennisgeving van opzegging door de
Republiek Singapore, enerzijds, of de Unie en haar lidstaten, anderzijds, aan
de andere partij. De beëindiging gaat in zes maanden na ontvangst van de
kennisgeving door de andere partij. Artikel 50 Verklaringen en begeleidend schrijven De gemeenschappelijke verklaringen en het
begeleidend schrijven bij deze overeenkomst maken een integrerend deel uit van
deze overeenkomst. Artikel 51 Kennisgevingen De in artikel 49 bedoelde kennisgeving wordt
toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en
van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Singapore. Artikel 52 Authentieke teksten Deze overeenkomst wordt opgesteld in de
Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de
Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de
Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense,
de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, zijnde alle
teksten gelijkelijk authentiek. In geval van een
geschil dat verband houdt met de interpretatie van deze overeenkomst verwijzen
de partijen de zaak door naar het Gemengd Comité. Gedaan te […], […] Voor de Europese Unie Voor de
Republiek Singapore Voor het Koninkrijk België Voor de Republiek Bulgarije Voor de Tsjechische Republiek Voor het Koninkrijk Denemarken Voor de Bondsrepubliek Duitsland Voor de Republiek Estland Voor Ierland Voor de Helleense Republiek Voor het Koninkrijk Spanje Voor de Franse Republiek Voor de Republiek Kroatië Voor de Italiaanse Republiek Voor de Republiek Cyprus Voor de Republiek Letland Voor de Republiek Litouwen Voor het Groothertogdom Luxemburg: Voor Hongarije Voor Malta Voor het Koninkrijk der Nederlanden Voor de Republiek Oostenrijk Voor de Republiek Polen Voor de Portugese Republiek Voor Roemenië Voor de Republiek Slovenië Voor de Slowaakse Republiek Voor de Republiek Finland Voor het Koninkrijk Zweden Voor het Verenigd Koninkrijk van
Groot-Brittannië en Noord-Ierland Gemeenschappelijke
verklaring betreffende artikel 44 (Niet-uitvoering
van de overeenkomst) De partijen zijn het
erover eens dat “schending van een essentieel element van de overeenkomst” als
bedoeld in artikel 44, lid 4, onder b), betrekking heeft op zeer
uitzonderlijke gevallen van systematische, ernstige en wezenlijke niet-nakoming
van de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 1, lid 1, en
artikel 7, lid 2. Gemeenschappelijke
verklaring betreffende artikel 52 (Authentieke
tekst) In geval van een geschil dat verband houdt met
de interpretatie van deze overeenkomst, dient rekening te worden gehouden met
het feit dat deze overeenkomst tot stand is gekomen na onderhandelingen in het
Engels. [Begeleidend schrijven] Onder verwijzing naar de overeenkomst inzake
partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten,
enerzijds, en de Republiek Singapore, anderzijds, bevestigen beide partijen dat
zij het erover eens zijn dat zij op het ogenblik van de ondertekening van deze
overeenkomst, op basis van objectief beschikbare informatie geen kennis hebben
van een van elkaars nationale wetten of hun toepassing, die zou kunnen leiden
tot de inroeping van artikel 44 van deze overeenkomst. Voor de Europese Unie en haar lidstaten Voor
de Republiek Singapore [1] Voor de toepassing van dit artikel behoren tot de
intellectuele-eigendomsrechten: a) alle categorieën
intellectuele eigendom die vallen onder de afdelingen 1 tot en met 7 van deel
II van de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom,
die is opgenomen in bijlage 1C van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting
van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994, namelijk: i) auteursrecht en naburige
rechten; ii) octrooien, iii) handelsmerken; iv) modellen; v) ontwerpen voor
schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen; vi) geografische aanduidingen; vii) bescherming van niet
openbaar gemaakte informatie; alsmede b) kwekersrechten, Wat de Unie
betreft, omvatten “octrooien” voor de toepassing van deze overeenkomst rechten
afgeleid van aanvullende beschermingscertificaten. BIJLAGE II
GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING Onder verwijzing naar artikel 26 van de Partnerschaps-
en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten,
enerzijds, en de Republiek Singapore anderzijds, verklaren beide partijen dat
zij vastberaden zijn om de door de OESO aangenomen nieuwe mondiale standaard
voor automatische informatie-uitwisseling toe te passen door de sluiting van
bilaterale overeenkomsten telkens wanneer een van de partijen hierom verzoekt. VOOR DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN || VOOR DE REPUBLIEK SINGAPORE …….., …..
2014