Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014DC0681

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Tweede voortgangsverslag over de tenuitvoerlegging door Georgië van het actieplan voor visumliberalisering

/* COM/2014/0681 final */

52014DC0681

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Tweede voortgangsverslag over de tenuitvoerlegging door Georgië van het actieplan voor visumliberalisering /* COM/2014/0681 final */


1. INLEIDING

Op 4 juni 2012 is de Europese Unie (hierna "EU" genoemd) een dialoog over visumliberalisering met Georgië aangegaan. Op 25 februari 2013 heeft de Europese Commissie de regering van Georgië een actieplan voor visumliberalisering (hierna "VLAP" genoemd) voorgelegd waarin benchmarks werden vastgesteld waaraan Georgië moet voldoen opdat Georgiërs die houder van een biometrisch paspoort zijn, visumvrij naar de EU zouden kunnen reizen.

Op 15 november 2013 heeft de Commissie haar eerste voortgangsverslag goedgekeurd over de tenuitvoerlegging door Georgië van het VLAP[1]. In dat verslag werd vastgesteld dat Georgië grote vorderingen had gemaakt bij de uitvoering van de benchmarks van de eerste fase van het VLAP (betreffende wetgeving en planning) en werd een aantal aanbevelingen geformuleerd.

In februari, maart en mei 2014 heeft Georgië een bijgewerkt voortgangsverslag ingediend. In het voorjaar van 2014 vond een evaluatiemissie plaats van deskundigen uit de EU-lidstaten, bijgestaan door de diensten van de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de EU-delegatie in Georgië. De missie was toegespitst op blokken 3 en 4 van het VLAP, die nog niet eerder ter plaatse waren beoordeeld.

Dit is het tweede en laatste voortgangsverslag over de eerste fase van de tenuitvoerlegging door Georgië van het VLAP[2]. Hierin wordt uiteengezet hoe de benchmarks van de eerste fase werden uitgevoerd en zijn aanbevelingen opgenomen voor de beoordeling van de benchmarks van de tweede fase, die betrekking hebben op de doeltreffende en duurzame uitvoering van de betrokken maatregelen.

Het verslag gaat vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie waarin de in dit verslag genoemde ontwikkelingen uitvoeriger worden beschreven. Daarnaast wordt, zoals de methodologie van het VLAP vereist, ingegaan op de mogelijke gevolgen van toekomstige visumliberalisering voor veiligheid en migratie.

Het verslag volgt de structuur van het VLAP. Het verslag is opgebouwd volgens de vier blokken van het VLAP en houdt rekening met de aanbevelingen van het verslag van 2013. Het beschrijft hoe de Georgische autoriteiten zijn omgegaan met de vereisten van het VLAP en in de conclusie wordt aanbevolen dat nu de tenuitvoerlegging van de benchmarks van de tweede fase van het VLAP moeten worden beoordeeld.

2. BEOORDELING VAN MAATREGELEN IN HET KADER VAN DE VIER BLOKKEN VAN HET ACTIEPLAN VOOR VISUMLIBERALISERING  

2.1. Blok 1: documentbeveiliging, met inbegrip van biometrie

Op 29 mei 2014 heeft het Georgische parlement wetswijzigingen aangenomen betreffende de invoering van biometrische paspoorten in Georgische consulaten. Bijgevolg zijn sinds 28 juli 2014 aan Georgische onderdanen uitsluitend paspoorten afgegeven die aan de ICAO-normen voldoen. Op 11 februari 2014 zijn strengere voorwaarden ingevoerd voor de afgifte van een tweede paspoort. Op 31 oktober 2013 werd de gedragscode voor het agentschap voor ontwikkeling van overheidsdiensten (Public Service Development Agency, PSDA) goedgekeurd. Georgië heeft een plan opgesteld met een indicatief tijdschema en financiële middelen gereserveerd om de digitalisering van de burgerlijke stand te voltooien. Op 29 mei 2014 heeft Georgië de betrokken wetgeving gewijzigd ter beperking van het recht van burgers om hun voornaam te veranderen en, zoals gevraagd, informatie verstrekt over:

- de toepasselijke rechtsinstrumenten met betrekking tot het verzamelen en bewaren van vingerafdrukken;

- het verbod op paspoortverlenging;

- de uitvoering van het beginsel "één persoon, één document"; en

- regelingen voor bescherming van persoonsgegevens in verband met benchmarks van blok 1.

2.2. Blok 2: geïntegreerd grensbeheer, migratiebeheer en asiel

Op 13 maart 2014 heeft de Georgische regering haar strategie voor het beheer van de staatsgrens (2014-18) goedgekeurd, en op 6 mei 2014 het bijbehorende actieplan. Een belangrijk onderdeel van de nieuwe strategie is capaciteitsopbouw en de "groene grens" wordt als een van de prioritaire actiegebieden aangemerkt.

Georgië bleef samenwerken met de EU-lidstaten, andere landen en internationale organisaties. Om de samenwerking met de landen in de regio verder te versterken, heeft Georgië ontwerpen van bilaterale overeenkomsten inzake grenscommissarissen opgesteld, die in mei 2014 aan Armenië en Azerbeidzjan werden voorgelegd.

In december 2013 hebben het Georgische ministerie van Binnenlandse Zaken en het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) een samenwerkingsplan gesloten voor de periode 2013-15.

Georgië heeft zijn opleidingsprogramma’s verder versterkt, onder meer door aan de basisopleiding van medewerkers van de grenspolitie en de bewakingspolitie een nieuwe opleidingsmodule over asielzoekers en vluchtelingen toe te voegen. Er werden opleidingen gegeven over de politiewet van 2013 en in oktober 2014 werd een nieuw masterprogramma over politierecht opgestart.

Op het gebied van migratiebeheer is op 1 september 2014 de wet over de wettelijke status van vreemdelingen en staatlozen in werking getreden. Er werd voorzien in bijbehorende regelgeving, die op 26 augustus 2014 door de regering werd goedgekeurd. Op 1 september 2014 werd in het ministerie van Binnenlandse Zaken een afdeling migratie opgericht. Het mobiliteitscentrum bleef functioneren in het kader van het door de EU gefinancierde uitgebreide programma ter ondersteuning van de re-integratie van teruggekeerde migranten, maar er zijn regelingen getroffen om het ministerie van Binnenlandse ontheemden geleidelijk het beheer van het centrum te laten overnemen. De bouw van een tijdelijk opvangcentrum voor illegale migranten werd in de zomer van 2014 afgerond.

Het secretariaat van de staatscommissie voor migratiezaken (SCMI) is toezicht blijven houden op de uitvoering van de migratiestrategie en het actieplan voor de periode 2013-15 en heeft de nodige correcties en actualiseringen aangebracht. In september 2014 is het secretariaat met de steun van de op stimulansen gebaseerde aanpak van het EU-programma "Meer is meer" en in samenwerking met Internationaal Centrum voor de ontwikkeling van het migratiebeleid, begonnen met het opstellen van een strategie voor de komende programmeringsperiode 2016-20.

Om meer vaart te zetten achter de ontwikkeling van een centraal migratieanalysesysteem werd binnen het SCMI in februari 2014 een werkgroep opgericht. De groep heeft internationale deskundigen geraadpleegd over een uitgebreide discussienota die in augustus 2014 was opgesteld. Het systeem zal naar verwachting medio 2016 operationeel worden. Het waarschuwingssysteem voor personen die te lang blijven, dat sinds april 2013 in testmodus werkte, ging officieel van start in september 2014.

Op het gebied van asiel heeft Georgië op 26 december 2013 zijn rechtskader gewijzigd, door een wetswijziging die ervoor zorgt dat asielzoekers vanaf het begin van de asielprocedure worden gedocumenteerd. Andere wijzigingen, die op 1 september 2014 in werking zijn getreden, voorzien in de afgifte van een tijdelijke identiteitskaart voor asielzoekers. Georgië heeft een toelichting gegeven bij de uitvoering van de verplichting om binnen 24 uur na aankomst op het grondgebied asiel aan te vragen: tot op heden zijn er geen gevallen geweest waarin laattijdige aanvragen werden afgewezen. De bevoegdheden van het ministerie dat verantwoordelijk is voor asielzoekers, worden versterkt; er wordt extra personeel aangeworven om de vluchtelingenstatus te bepalen en er is intensieve opleiding gepland. De operationele capaciteiten van de eenheid Informatie over herkomstlanden werden eveneens versterkt.

In februari 2014 heeft de Georgische regering voorzien in de nodige middelen voor de uitbreiding van het opvangcentrum in Martkopi en daarover met het VN-vluchtelingencommissariaat (hierna "UNHCR") en het Bureau voor samenwerking op het gebied van defensie van de VS een overeenkomst gesloten. De planning van de werkzaamheden werd in de zomer van 2014 afgerond en de bouw zal in het vroege najaar van 2014 van start gaan. Georgië heeft inspanningen geleverd om zijn capaciteit op het gebied van gegevensverzameling te versterken. Het ministerie van Binnenlandse ontheemden heeft, in nauwe samenwerking met het UNHCR en met financiële steun van het UNHCR, een nieuwe elektronische databank ontworpen, die naar verwachting in december 2014 operationeel zal zijn. Het ministerie heeft de procedures voor beroep tegen beslissingen in asielzaken onderzocht en ontwerpwijzigingen opgesteld, die het in maart 2014 voor commentaar naar het UNHCR heeft gezonden.

2.3. Blok 3: openbare orde en veiligheid

Georgië is vooruitgang blijven boeken op het gebied van preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit. In oktober 2013 heeft het een nationale strategie inzake de bestrijding van georganiseerde criminaliteit voor 2013-2014 goedgekeurd, en in november 2013 het bijbehorende actieplan. De interinstitutionele coördinatieraad voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit houdt actief toezicht op de tenuitvoerlegging van beide documenten en presenteerde in juli 2014 zijn eerste uitvoeringsverslag.

Met het bestaande rechts- en beleidskader inzake mensenhandel is Georgië voldoende uitgerust om dit probleem naar behoren aan te pakken. Het nationale actieplan voor 2013-14 is opgezet en de raad voor mensenhandel is het centrale coördinatiemechanisme voor de bestrijding van mensenhandel. De raad heeft richtsnoeren voor de rechtshandhaving in het onderzoek naar en de vervolging van gevallen van mensenhandel en de behandeling van slachtoffers van mensenhandel opgesteld, die in juni 2014 werden verspreid onder alle bevoegde rechtshandhavingsinstanties. Het nationale verwijzingsmechanisme, dat sinds februari 2007 in werking is, garandeert dat alle vermoedelijke en geïdentificeerde slachtoffers van mensenhandel worden behandeld volgens de wettelijk voorgeschreven normen. Sinds 2006 is het nationale fonds voor bescherming van en bijstand aan slachtoffers van mensenhandel verantwoordelijk voor twee opvangcentra voor slachtoffers, de financiering van slachtofferhulp, bijstand, rehabilitatiemaatregelen en de betaling van schadevergoeding. De centrale dienst van de gerechtelijke politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken is de rechtshandhavingsinstantie die bevoegd is voor het onderzoek naar mensenhandel. Voorts werd in januari 2014 in de regio Adzjarië een regionale dienst opgericht. Opleiding en bewustmaking zijn belangrijke elementen van de aanpak van Georgië om mensenhandel te voorkomen en te bestrijden en vinden regelmatig plaats. Met het oog op de tweede fase van de tenuitvoerlegging van het VLAP wordt Georgië aangemoedigd om het rapporteringsmechanisme voor dreigingsevaluatie verder te ontwikkelen en om, in de context van de lopende hervorming van het arbeidsrecht, de met mensenhandel samenhangende kwestie van een arbeidsinspectiemechanisme aan te pakken.

Het rechtskader en het institutionele kader voor het voorkomen en bestrijden van corruptie is aanwezig. In het algemeen is de bestaande wetgeving goed opgesteld, passend en in overeenstemming met de Europese normen, indien deze bestaan. Op 14 april 2014 is nieuwe wetgeving inzake de bescherming van klokkenluiders in werking getreden. Eveneens in april 2014 heeft de interinstitutionele coördinatieraad voor corruptiebestrijding een ad-hocwerkgroep opgericht voor de tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van de groep van staten tegen corruptie (GRECO) en het Verenigde Naties ter bestrijding van corruptie (UNCAC), die aanbevelingen over de financiering van politieke partijen heeft opgesteld die momenteel worden onderzocht door het ministerie van Justitie. Om het systeem voor toezicht op de vermogensverklaring verder te verbeteren, heeft het ambtenarenbureau over deze kwestie uitgebreid onderzoek verricht en het publiek geraadpleegd en zal het de regering in het najaar van 2014 een wetgevingsvoorstel presenteren.

Er hebben zich positieve ontwikkelingen voorgedaan op gebieden die betrekking hebben op de bestrijding van corruptie. Er wordt een nieuwe wet betreffende het openbaar ambt voorbereid. Er is een concept opgesteld voor de hervorming van het openbaar ambt en de regering zal dit naar verwachting in het najaar van 2014 goedkeuren. Momenteel is er binnen de diensten van de openbare aanklager geen gespecialiseerde aanklager of dienst verantwoordelijk voor corruptiezaken. Derhalve moeten de Georgische autoriteiten, teneinde de doeltreffende uitvoering van de benchmarks van de tweede fase van het VLAP te bevorderen, verdere garanties overwegen om de onafhankelijkheid van de hoofdaanklager te waarborgen alsook een gespecialiseerde openbare aanklager of dienst voor corruptiezaken instellen.

Op het gebied van de preventie en de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme heeft Georgië de nodige wijzigingen van de wet ter bevordering van de preventie van het legaliseren van illegale inkomsten opgesteld, om gevolg te geven aan de aanbevelingen van het Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (MONEYVAL) van 2012. In de zomer van 2014 werden de amendementen door de regering opnieuw bekeken en zij staan ter goedkeuring door het Parlement op de agenda van de plenaire vergadering in het najaar van 2014. De tekortkomingen met betrekking tot de financiering van terrorisme, zoals vastgesteld door MONEYVAL, werden in november 2013 aangepakt, toen het Parlement de betrokken bepaling van het strafwetboek wijzigde. De wijzigingen zijn op 15 januari 2014 in werking getreden. Georgië ondertekende het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (CETS nr. 196) in 2005 en het ratificatieproces is aan de gang.

In december 2013 werd een interinstitutionele raad opgericht voor de ontwikkeling en coördinatie van de uitvoering van de strategie en het actieplan ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. In maart 2014 hechtte de regering haar goedkeuring aan de strategie voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (2014-17) en het bijbehorende actieplan. De financiële controledienst (de financiële inlichtingendienst van Georgië) heeft zijn werkzaamheden voortgezet. De dienst is thans niet bevoegd om verdachte transacties op te schorten, zelfs tijdelijk, met uitzondering van transacties die kunnen worden gebruikt voor de financiering van terrorisme. Georgië kan desgewenst nadere aandacht besteden aan deze kwestie in het kader van de uitvoering van de tweede fase van het VLAP.

Georgië is doorgegaan met het consolideren van het wetgevings- en beleidskader op het gebied van de preventie van drugsgebruik. Op 4 december 2013 heeft het een nationale drugsstrategie en actieplan voor de periode 2014-15 aangenomen. Deze documenten houden rekening met de aanbevelingen van de Pompidou-groep en zijn in overeenstemming zijn met de Europese en internationale normen. Wat de financiering betreft, doet Georgië in grote mate een beroep op de steun van buitenlandse donoren, wat op lange termijn vragen kan doen rijzen over de duurzaamheid van de uitvoering van de strategie en het actieplan.

Georgië heeft in maart 2013 het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme ondertekend en in oktober 2013 geratificeerd. In april 2014 is Georgië toegetreden tot het Verdrag van Den Haag inzake de bescherming van kinderen, dat op 1 maart 2015 in werking zal treden. In maart 2009 heeft Georgië het Verdrag van de Raad van Europa van 2007 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik ondertekend en in maart 2014 heeft het Parlement het geratificeerd. Het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake strafrechtelijke bestrijding van corruptie werd in maart 2013 ondertekend en in juli 2013 geratificeerd.

Het wetgevende en institutionele kader van Georgië voor justitiële samenwerking in strafzaken is in overeenstemming met de Europese normen. In de tweede fase van het VLAP zou Georgië informatie kunnen verstrekken over de beschikbare procedurele waarborgen bij de behandeling van verzoeken om wederzijdse rechtshulp. Georgië zou tevens kunnen overwegen de kwalitatieve gegevensverzameling en de opleiding van openbare aanklagers en rechters verder te verbeteren.

De samenwerking bij rechtshandhaving is versterkt door de invoering van software voor interinstitutionele elektronische uitwisseling (InterFlow) in december 2013. Het systeem voorziet in digitale ondertekening, maakt snelle opzoeking van gegevens mogelijk en stelt gebruikers in staat taken te beheren, hetgeen een beveiligde realtime uitwisseling van documenten mogelijk maakt.

Georgië heeft vorderingen gemaakt op het gebied van gegevensbescherming, waardoor het zijn wetgevend en institutioneel kader steeds meer in overeenstemming brengt met de Europese normen. Op 1 augustus 2014 heeft het Parlement de wet op de bescherming van de persoonsgegevens en diverse andere wetten op een aantal belangrijke punten gewijzigd. Het gaat onder meer om:

- uitbreiding van het mandaat van de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens tot gegevensverwerking in de politiesector,

- verlenen van toezichtsbevoegdheid over de particuliere sector aan de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens vanaf 1 november 2014, en

- versterking van de onafhankelijkheid van de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens.

Voorts heeft het Parlement op 2 mei 2014 het strafwetboek gewijzigd om de schending van regels inzake gegevensbescherming strafbaar te stellen.

Op 10 januari 2014 heeft Georgië het Aanvullend Protocol van 2001 bij Verdrag nr. 108 van de Raad van Europa geratificeerd, dat op 1 mei 2014 in werking is getreden. Het besluit van de minister van Binnenlandse zaken inzake de verwerking en de bescherming van persoonsgegevens binnen het ministerie is op 1 maart 2014 in werking getreden.

De dienst van de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens is actief gebleven. De dienst beschikt over 15 werknemers, waaronder juristen, analisten gegevensbeveiliging, een opleidingsfunctionaris en een specialist voor het catalogeren van gegevensbestanden. Sinds 2014 beschikt hij over een eigen begrotingsonderdeel in de staatsbegroting, dat voldoende wordt geacht voor de financiering van de huidige activiteiten. In de tweede fase van het VLAP moet, gelet op de uitbreiding van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens, echter worden overwogen om meer financiële middelen aan de dienst toe te wijzen. Ook moet ervoor worden gezorgd dat de dienst van de inspecteur voor de bescherming van persoonsgegevens is ondergebracht in gebouwen die geschikt zijn voor zijn nieuwe taken en in het bijzonder toegankelijk is voor een breder publiek.

De ontwikkelingen inzake het gerechtelijk apparaat en de vervolging vallen niet onder de VLAP-benchmarks, maar zijn wel relevant voor de beoordeling ervan. Op 1 augustus 2014 heeft het Parlement, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), zijn goedkeuring gehecht aan de wet tot wijziging van de organieke wet van Georgië inzake de rechterlijke instanties met een algemene bevoegdheid, waarin de procedure voor de levenslange benoeming van rechters wordt geregeld. De wet is op 19 augustus 2014 in werking getreden. De wijzigingen van 2013 van de wet inzake de openbare aanklager vormen een belangrijke stap op weg naar de naleving van de Europese normen. De benoeming van de hoofdaanklager gebeurt echter nog steeds door de eerste minister op voordracht van de minister van Justitie.

2.4. Blok 4: externe betrekkingen en grondrechten

De wet betreffende de wettelijke status van vreemdelingen en staatlozen, die op 1 september 2014 in werking is getreden, vormt de rechtsgrond voor de binnenkomst, het verblijf, de doorreis en het vertrek van vreemdelingen. De wet omschrijft de rechten en verplichtingen van vreemdelingen en staatlozen, de soorten verwijdering en de procedures daarvoor en de bevoegdheden van de betrokken overheidsinstellingen. Het vereiste rechtskader voor toegang tot reis- en identiteitsdocumenten voor zowel Georgische burgers als buitenlanders is ook aanwezig.

Op 7 mei 2014 is de wet inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie (de antidiscriminatiewet) in werking getreden. De wet heeft als doel elke vorm van discriminatie uit te bannen en de gelijke rechten van alle natuurlijke personen en rechtspersonen krachtens de wetgeving van Georgië te waarborgen, ongeacht hun ras, huidskleur, taal, geslacht, leeftijd, nationaliteit, herkomst, geboorteplaats of woonplaats, eigendom of sociale status, godsdienst of overtuiging, nationale, etnische of sociale afkomst, beroep, huwelijkse staat, gezondheid, handicap, seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie, politieke of andere overtuigingen of andere kenmerken. De wet heeft een breed toepassingsgebied en is ook van toepassing op de particuliere sector.

De wet definieert directe en indirecte discriminatie, ook discriminatie door associatie, en verbiedt uitdrukkelijk het dwingen, aanmoedigen of ondersteunen van een persoon om een derde persoon te discrimineren, evenals meervoudige en multidimensionale discriminatie. Ook wordt het begrip positieve discriminatie ingevoerd in verband met gendergelijkheid en specifieke gevallen zoals die welke betrekking hebben op het moederschap, zwangerschap, of een handicap.

De antidiscriminatiewet beoogt de versterking van de rol van de ombudsman als orgaan voor de bevordering van gelijke behandeling dat belast is met de bestrijding van discriminatie en het waarborgen van gelijke behandeling. Om slachtoffers van discriminatie te beschermen en bij te staan, moet de ombudsman optreden als bemiddelaar tussen de partijen met het oog op het bevorderen van verzoening. De nieuwe wet voorziet in gerechtelijke geschillenbeslechting voor de bevoegde rechterlijke instantie als belangrijkste rechtsmiddel tegen discriminatie. Om ervoor te zorgen dat de rechterlijke bescherming toegankelijker wordt, werden het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, het strafwetboek, de wet inzake gelijke kansen voor mannen en vrouwen en de wet op de ombudsman op een aantal punten gewijzigd om de toegang tot de rechter in discriminatiezaken te vergemakkelijken.

De goedkeuring van de antidiscriminatiewet en andere relevante rechtsinstrumenten vormt weliswaar de noodzakelijke wettelijke basis voor de tenuitvoerlegging van de desbetreffende benchmark, maar er zullen garanties moeten worden gegeven in de uitvoeringsfase, met name van procedurele aard, om ervoor te zorgen dat bescherming tegen discriminatie voldoende en doelmatig wordt gewaarborgd en eventuele afwijkingen worden toegepast in overeenstemming met de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid. In de tweede fase van het VLAP zal de tenuitvoerlegging van de antidiscriminatiewet nauwlettend worden gevolgd en, indien nodig, moeten aanvullende wijzigingen worden overwogen, in nauw overleg met het maatschappelijk middenveld en internationale deskundigen.

Georgië heeft een goed ontwikkeld beleid op het gebied van maatschappelijke integratie en de bescherming van de rechten van minderheden. Het nationale concept voor tolerantie en maatschappelijke integratie en het actieplan (2009-14) worden ten uitvoer gelegd. In juni 2013 heeft de regering een interinstitutionele commissie op hoog niveau ingesteld die werkt aan een nieuw nationaal concept en actieplan. Recentelijk heeft Georgië meer inspanningen gedaan op het gebied van het gebruik van minderheidstalen in contacten met de overheid en in plaatselijke topografische aanduidingen en daarmee heeft het voorbereidende actie ondernomen voor de ondertekening en ratificatie van het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden.

Op 2 april 2014 heeft het Georgische Parlement een resolutie aangenomen tot ratificatie van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 tot beperking der staatloosheid. De akte van toetreding tot dat verdrag werd op 1 juli 2014 in Genève neergelegd. De wet inzake het Georgische staatsburgerschap, die op 11 juni 2014 in werking is getreden, brengt het bestaande rechtskader in overeenstemming is met de beginselen van het verdrag.

De nationale mensenrechtenstrategie (2014-20) werd op 30 april 2014 door het Parlement goedgekeurd en het bijbehorende actieplan (2014-15) werd op 9 juli 2014 door de regering goedgekeurd. De strategie en het actieplan bevatten prioriteiten inzake mensenrechten en stroomlijnen de activiteiten van de verschillende overheidsinstanties. De strategie is opgebouwd rond vier pijlers — de onschendbaarheid van de mensenrechten door de staat, de bescherming van de mensenrechten tegen schendingen door andere personen, de ontwikkeling van een systeem waarmee burgers hun rechten kunnen doen gelden, en het bewustmaken van burgers van hun rechten — en stelt 23 strategische beleidsterreinen vast. In het actieplan worden de doelstellingen, activiteiten, termijnen, verantwoordelijke instanties en indicatoren aangegeven.

3. ALGEMENE BEOORDELING EN VERVOLSTAPPEN

Op basis van de informatie en de relevante wetgeving en beleidsdocumenten die Georgië heeft verstrekt, heeft de Commissie overeenkomstig de vastgestelde methodologie onderzocht hoe dat land het VLAP heeft uitgevoerd. Er vond een evaluatiemissie plaats van deskundigen uit de EU-lidstaten, bijgestaan door de diensten van de Commissie, de EDEO en de EU-delegatie in Georgië.

De EU heeft ook de door Georgië geboekte vooruitgang op met het VLAP verband houdende gebieden gecontroleerd via het Gemengd Comité Visumversoepeling EU-Georgië, het Gemengd Comité Overname EU-Georgië en het Subcomité Justitie, vrijheid en veiligheid, en mensenrechten en democratie EU-Georgië, en de mensenrechtendialoog. In elk van deze comités wordt de dialoog en de samenwerking tussen de EU en Georgië als zeer gevorderd beschouwd.

De in het eerste voortgangsverslag en in dit twee verslag beschreven ontwikkelingen in wetgeving en beleid geven blijk van de oprechte inzet van Georgië voor de dialoog over visumliberalisering. Op basis van een grondige analyse van de inhoud en de omvang van de hervormingen kan de Commissie concluderen dat Georgië met succes de benchmarks van de eerste fase van het VLAP heeft gehaald en dat de benchmarks van de tweede fase nu moeten worden beoordeeld.

In de tweede fase zal de Commissie zich concentreren op de beoordeling van de doeltreffendheid en de duurzaamheid van de uitvoering van de benchmarks van de tweede fase van het VLAP. De Commissie zal ook blijven toezien op de adequaatheid van het wetgevings- en beleidskader, aangezien beide reeksen benchmarks nauw met elkaar verbonden zijn.

De Commissie zal Georgië blijven bijstaan bij de uitvoering van het VLAP en actief blijven toezien op het naleven door Georgië van alle benchmarks van het VLAP met het oog op het indienen van een volgend voortgangsverslag bij het Europees Parlement en de Raad in 2015.

[1] COM (2013) 808 final.

[2] Het verslag geeft de stand van zaken op 25 september 2014.

Top