This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52014DC0564
DRAFT AMENDING BUDGET N° 5 TO THE GENERAL BUDGET 2014 GENERAL STATEMENT OF REVENUE STATEMENT OF EXPENDITURE BY SECTION Section III – Commission
ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING nr. 5 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2014 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III – Commissie
ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING nr. 5 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2014 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III – Commissie
/* COM/2014/0564 final */
ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING nr. 5 BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2014 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING Afdeling III – Commissie /* COM/2014/0564 final */
ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING nr. 5
BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2014 ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN
STAAT VAN UITGAVEN PER AFDELING
Afdeling III – Commissie
Gezien: –
het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van
de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis, –
Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het
Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de
financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie[1], en met name
artikel 41, –
Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad
van 2 december 2013 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de
jaren 2014-2020[2],
en met name artikel 13, –
de algemene begroting van de Europese Unie voor het
begrotingsjaar 2014, die op 20 november 2013 is goedgekeurd[3], –
de gewijzigde begroting nr. 1/2014[4], die op 16 april 2014
is goedgekeurd, –
het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2014[5], dat op 15 april 2014
is goedgekeurd, –
het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3/2014[6], dat op 28 mei 2014 is
goedgekeurd, –
het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 4/2014[7], dat op 9 juli 2014 is
goedgekeurd, dient de Europese
Commissie bij de begrotingsautoriteit het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5
bij de begroting 2014 in. WIJZIGINGEN
IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING De wijzigingen in
de staat van ontvangsten en uitgaven per afdeling zijn beschikbaar via EUR-Lex:
(http://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-en.htm).
Ter informatie is een Engelse versie van de wijzigingen in de staat van
ontvangsten als budgettaire bijlage bijgevoegd. INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding.. 3 2. Beschikbaarstelling van middelen uit
het Solidariteitsfonds van de EU.. 3 2.1 Italië – overstromingen op Sardinië. 3 2.2 Griekenland – aardbevingen in Kefalonia.. 5 2.3 Slovenië – ijsstorm.. 6 2.4 Kroatië – ijsstorm en overstromingen.. 7 3. Financiering.. 8 4. Samenvatting per MFK-rubriek.. 10 1. Inleiding Het ontwerp van gewijzigde
begroting (OGB) nr. 5 voor het begrotingsjaar 2014 betreft de
beschikbaarstelling van 46 998 528 EUR aan vastleggings- en
betalingskredieten uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. De middelen
worden beschikbaar gesteld in verband met overstromingen in Italië (Sardinië)
in november 2013, een aardbeving in Griekenland (Kefalonia), ijsstormen in
Slovenië en dezelfde ijsstormen gevolgd door overstromingen in Kroatië, eind
januari, begin februari 2014. 2. Beschikbaarstelling van middelen uit het
Solidariteitsfonds van de EU Natuurrampen van
uiteenlopende aard (overstromingen, aardbevingen, ijsstormen) hebben
aanzienlijke schade aangericht in de EU-lidstaten die een aanvraag hebben
ingediend (Italië, Griekenland, Slovenië en Kroatië). De rampen die Italië en
Griekenland troffen, stonden los van elkaar; de bijzonder omvangrijke schade in
met name Slovenië en Kroatië was het gevolg van één van de ergste winterstormen
in Europa die verschillende landen trof. Niettegenstaande Verordening
(EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot
oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie in werking is
getreden[8], hebben essentiële regels ervan geen terugwerkende kracht. De
Commissie heeft de aanvragen derhalve grondig onderzocht in het licht van de
oorspronkelijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot
oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, en met name de
artikelen 2, 3 en 4. De belangrijkste afwegingen
die bij de beoordeling zijn gemaakt, kunnen als volgt worden samengevat. 2.1 Italië
– overstromingen op Sardinië (1)
Sardinië werd op 18 en 19 november 2013 getroffen
door extreme regenval, waardoor heel wat rivieren buiten hun oevers traden, met
grootschalige overstromingen als gevolg. (2)
De Commissie heeft de aanvraag van Italië op 24
januari 2014 ontvangen, binnen de termijn van tien weken na de vaststelling van
de eerste schade op 18 november 2013. (3)
De overstroming heeft een natuurlijke oorzaak en
valt derhalve onder het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds. (4)
De totale rechtstreekse schade is door de
Italiaanse autoriteiten geraamd op 652 418 691 EUR, onder de
drempel van 3,8 miljard EUR die in 2014 voor grote rampen voor Italië
geldt (3 miljard EUR in prijzen van 2002); volgens de
EUSF-verordening wordt de ramp niet als "grote natuurramp"
gekwalificeerd. (5)
Italië heeft een gedetailleerde analyse van de
schade verstrekt, waarin schade aan de wegen- en vervoersinfrastructuur (156,5 miljoen EUR),
aan het waterleidingnet (224,6 miljoen EUR) en aan openbare gebouwen
(40,6 miljoen EUR) de belangrijkste posten zijn. De totale
particuliere schade beloopt 38,3 miljoen EUR. (6)
Omdat de totale schade onder de drempel van grote
ramp blijft die geldt om een beroep te kunnen doen op het Solidariteitsfonds,
is de aanvraag getoetst aan het criterium van de zogenaamde "buitengewone
regionale ramp", dat is neergelegd in artikel 2, lid 2, laatste alinea,
van Verordening (EG) nr. 2012/2002, waarin de voorwaarden worden beschreven
waaronder "in uitzonderlijke gevallen" een beroep op het
Solidariteitsfonds kan worden gedaan. Volgens dit criterium kan ook een regio
die is getroffen door een buitengewone ramp, vooral een natuurramp, die het
grootste deel van de bevolking treft en ernstige en langdurige gevolgen voor de
levensomstandigheden en de macro-economische stabiliteit van de regio heeft,
uitzonderlijk steun uit het fonds krijgen. Volgens de verordening moet
bijzondere aandacht uitgaan naar afgelegen of geïsoleerde regio's, zoals de in
artikel 349 van het Verdrag bedoelde insulaire en ultraperifere gebieden.
Sardinië behoort niet tot die categorie. Volgens de verordening moeten de
verzoeken die worden ingediend op basis van het criterium van de
"buitengewone regionale ramp" "met de grootste
zorgvuldigheid" worden onderzocht. (7)
Zoals beschreven in het jaarverslag over het
Solidariteitsfonds (2002-2003)[9] is de Commissie van mening dat, om betekenis te geven aan de
specifieke criteria voor regionale rampen in de nationale context, een
onderscheid moet worden gemaakt tussen ernstige regionale gebeurtenissen en die
van louter lokale aard. Volgens het subsidiariteitsbeginsel vallen de
laatstgenoemde gebeurtenissen onder de bevoegdheid van de nationale
autoriteiten, terwijl de eerstgenoemde in aanmerking kunnen komen voor steun
uit het Solidariteitsfonds. (8)
Een van de in Verordening (EG) nr. 2012/2002
vastgestelde voorwaarden voor uitzonderlijke steunverlening uit het
Solidariteitsfonds is dat het grootste deel van de bevolking van de regio
waarop de aanvraag betrekking heeft, moet zijn getroffen. De aanvraag van
Italië vermeldt dat op een totale bevolking van 1,288 miljoen inwoners van
de 310 getroffen gemeenten 1,031 miljoen mensen, m.a.w. het grootste deel van
de bevolking, rechtstreeks door de ramp zijn getroffen (9)
Waar het gaat om het aantonen van ernstige en
langdurige gevolgen voor de levensomstandigheden en de macro-economische
stabiliteit van de regio, wordt in de aanvraag beschreven dat bijna het gehele
grondgebied van Sardinië (behalve een klein gedeelte in het oosten) door de
ramp is getroffen. Daarbij gaat het over de vernieling en onderbreking van
belangrijke infrastructuurvoorzieningen (bv. op het gebied van vervoer, water
en elektriciteit), de gevolgen van de overstromingen op het milieu, voor het
bedrijfsleven en het toerisme en voor particuliere woningen. Tevens wordt een
vermindering van de uitvoer in de mijnbouw, van de steengroeven en van
landbouwproducten verwacht. Er is sprake van substantiële schade aan dammen in
de provincie Nuoro. De onderbreking en vernieling van het wegen- en
vervoersnetwerk stelde de inwoners, met name in het woon-werkverkeer, voor
grote problemen. Italië schat dat het herstellen van het netwerk tot twee jaar
of langer zou kunnen duren. Er zijn ook meldingen van schade aan particuliere
(vaak familiale) bedrijven en in de landbouwsector, die voor Sardinië van groot
belang is. (10)
De kosten voor noodacties inzake eerste
levensbehoeften die krachtens artikel 3, lid 2, van de
EUSF-verordening in aanmerking worden genomen, zijn - opgesplitst volgens het
soort actie - door de Italiaanse autoriteiten op 20,9 miljoen EUR geraamd.
De hoogste geraamde kostenposten hebben betrekking op preventieve
infrastructuur en op de onmiddellijke bescherming van het culturele erfgoed. (11)
De getroffen regio is voor de Europese Structuur-
en investeringsfondsen 2014-2020 subsidiabel als "overgansregio". De
Italiaanse autoriteiten hebben aan de Commissie niet te kennen gegeven
voornemens te zijn om financiële middelen over te hevelen van
Structuurfondsenprogramma's voor Sardinië naar herstelmaatregelen. (12)
Volgens de Italiaanse autoriteiten worden de in
aanmerking komende kosten niet door verzekeringen gedekt. 2.2 Griekenland –
aardbevingen in Kefalonia (1)
Tussen 26 januari en 3 februari 2014 is Kefalonia
getroffen door een zware aardbeving ten noordoosten van het eiland met een
kracht van 5,8 op de schaal van Richter, en tientallen zware naschokken,
waarbij verschillende slachtoffers zijn gevallen en 3000 mensen dakloos
zijn geworden. Heel wat huizen raakten zwaar beschadigd en mensen moesten
gedurende verschillende nachten in tenten en aan boord van legervaartuigen
worden opgevangen. (2)
De Commissie heeft de aanvraag van Griekenland op 28
maart 2014 ontvangen, binnen de termijn van tien weken na de vaststelling van
de eerste schade op 26 januari 2014. (3)
De aardbeving heeft een natuurlijke oorzaak en valt
derhalve onder het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds. (4)
De totale rechtstreekse schade is door de Griekse
autoriteiten geraamd op 147 332 790 EUR, onder de drempel van 1,2 miljard EUR
die in 2014 voor grote rampen voor Italië geldt (nl. 0,6% van het bni op basis
van gegevens van 2012); volgens de EUSF-verordening wordt de ramp niet als
"grote natuurramp" gekwalificeerd. (5)
Omdat de totale schade onder de drempel van grote
ramp blijft die geldt om een beroep te kunnen doen op het Solidariteitsfonds,
is de aanvraag getoetst aan het criterium van de zogenaamde "buitengewone
regionale ramp", dat is neergelegd in artikel 2, lid 2, laatste alinea,
van Verordening (EG) nr. 2012/2002, waarin de voorwaarden worden beschreven
waaronder "in uitzonderlijke gevallen" een beroep op het Solidariteitsfonds
kan worden gedaan. Volgens dit criterium kan ook een regio die is getroffen
door een buitengewone ramp, vooral een natuurramp, die het grootste deel van de
bevolking treft en ernstige en langdurige gevolgen voor de levensomstandigheden
en de macro-economische stabiliteit van de regio heeft, uitzonderlijk steun uit
het fonds krijgen. Volgens de verordening moet bijzondere aandacht uitgaan naar
afgelegen of geïsoleerde regio's, zoals de in artikel 349 van het Verdrag
bedoelde insulaire en ultraperifere gebieden. Het getroffen gebied in
Griekenland valt niet onder deze categorie. Volgens de verordening moeten de
verzoeken die worden ingediend op basis van het criterium van de
"buitengewone regionale ramp" "met de grootste zorgvuldigheid"
worden onderzocht. (6)
Zoals beschreven in het jaarverslag over het
Solidariteitsfonds (2002-2003) is de Commissie van mening dat, om betekenis te
geven aan de specifieke criteria voor regionale rampen in de nationale context,
een onderscheid moet worden gemaakt tussen ernstige regionale gebeurtenissen en
die van louter lokale aard. Volgens het subsidiariteitsbeginsel vallen de
laatstgenoemde gebeurtenissen onder de bevoegdheid van de nationale
autoriteiten, terwijl de eerstgenoemde in aanmerking kunnen komen voor steun uit
het Solidariteitsfonds. (7)
Een van de in Verordening (EG) nr. 2012/2002
vastgestelde voorwaarden voor uitzonderlijke steunverlening uit het
Solidariteitsfonds is dat het grootste deel van de bevolking van de regio
waarop de aanvraag betrekking heeft, moet zijn getroffen. De aanvraag van
Griekenland vermeldt dat de volledige bevolking van de Ionische eilanden,
ongeveer 208 000 mensen, door de aardbevingen werd getroffen, met de
zwaarste gevolgen voor Kefalonia en Ithaki, waar de noodtoestand werd
uitgeroepen. De andere delen van de Ionische eilanden bleven relatief meer
gespaard. Na de eerste schok brachten duizenden mensen de nacht door in
legertenten of aan boord van vaartuigen. De stroom viel uit. Daarna waren er
nog grote bevingen op 3 en 4 februari, die 3000 mensen dakloos maakten. De
seismische activiteit ging door tot in maart. Een groot aantal inwoners van de
eilanden kon gedurende langere tijd niet naar hun huizen terugkeren wegens de
aanhoudende naschokken. Daarnaast liepen ook openbare gebouwen grote schade op.
Scholen, kinderopvangen e.d. waren tot half februari gesloten. Door vallende
stenen en aardverschuivingen waren de wegen onberijdbaar. Op grond van de
verstrekte plausibele informatie kan worden geconcludeerd dat het grootste deel
van de bevolking van de regio direct getroffen was. (8)
Wat betreft het vereiste om aan te tonen dat er
sprake is van ernstige en langdurige gevolgen voor de levensomstandigheden en
de economische stabiliteit van de regio, wordt in de aanvraag gewezen op de
gevolgen van de ramp voor het hele gebied van de Ionische eilanden en met name
voor Kefalonia en Ithaki, waar huizen, openbare gebouwen, infrastructuur en
nutsvoorzieningen, haven- en luchtvaartfaciliteiten, evenals culturele sites,
schoolgebouwen en medische infrastructuur de zwaarste schade leden. De aanvraag
beschrijft de ernstige gevolgen voor de bevolking en detailleert de economische
consequenties, in het bijzonder voor de toeristische sector en de
landbouw/visserij, die de reeds slabakkende economie van het eiland nog meer
hebben gedrukt. Die consequenties reiken echter verder en treffen de hele regio
hard. Met name het toerisme heeft als belangrijkste economische sector te
lijden van de materiële schade aan de infrastructuur en de culturele sites en
van afzeggingen. Door het uitvallen van goede verbindingen over land en zee en
de ontwrichting van de lokale economie, zijn heel wat ondernemingen failliet
gegaan. Daarenboven meldt Griekenland dat als gevolg van de eerste grote
aardbeving in Kefalonia 100 huizen gesloopt moeten worden, ongeveer 1 100
huizen structurele schade hebben geleden en nog eens 1 400 huizen
beschadigd, zij het minder erg, en tijdelijk onbewoonbaar zijn. De
leefomstandigheden worden verder bemoeilijkt door problemen met de
drinkwatervoorziening en de riolering. (9)
De kosten voor noodacties inzake eerste
levensbehoeften, die krachtens artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002
van de Raad in aanmerking worden genomen, zijn, opgesplitst volgens het soort
actie, door de Griekse autoriteiten geraamd op 76,8 miljoen EUR. Het
leeuwendeel daarvan, 50 miljoen EUR, heeft betrekking op het
onmiddellijke herstel van het wegennet. (10)
De getroffen regio is voor de Europese Structuur-
en investeringsfondsen (ESI) 2014-2020 subsidiabel als
"overgansregio". De Griekse autoriteiten hebben aan de Commissie niet
te kennen gegeven voornemens te zijn om financiële middelen over te hevelen van
ESI-fondsenprogramma's voor de Ionische eilanden naar herstelmaatregelen. (11)
Volgens de Griekse autoriteiten worden de in
aanmerking komende kosten niet door verzekeringen gedekt. 2.3 Slovenië
– ijsstorm (1)
Slovenië werd getroffen door sommige van de ergste
winterstormen sinds decennia die in delen van Europa, onder andere ook in
Kroatië, Servië, Roemenië en Bulgarije, woedden. Die waren voor Sloveniê het
hevigst tussen 30 januari en 27 februari 2014; ongeveer de helft van de bossen
van het land liep ijsschade op en één op vier huishoudens zat zonder stroom
omdat elektriciteitspalen en -leidingen het begaven onder het gewicht van de
sneeuw. (2)
De Commissie heeft de aanvraag van Slovenië op 4
april 2014 ontvangen, binnen de termijn van tien weken na de vaststelling van
de eerste schade op 30 januari 2014. (3)
De ijsstorm heeft een natuurlijke oorzaak en valt
derhalve onder het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds. (4)
De Sloveense autoriteiten hebben de totale directe
schade geraamd op 428 733 722 EUR. Dit is 1,23% van het Sloveense bni, waarbij
de normale drempel om een beroep te doen op het Solidariteitsfonds, die in 2014
voor Slovenië 209,6 miljoen EUR bedraagt (namelijk 0,6% van het bni op basis
van gegevens van 2012), wordt overschreden. Omdat de geraamde totale directe
schade de drempel overschrijdt, kan de ramp als een "grote
natuurramp" worden gekwalificeerd. De totale directe schade dient als
basis voor de berekening van het bedrag van de financiële steun. Deze steun mag
alleen worden gebruikt voor noodacties inzake eerste levensbehoeften zoals
gedefinieerd in artikel 3 van de verordening. (5)
Bij de impact en de gevolgen van de ramp vermelden
de Sloveense autoriteiten zware schade aan bossen, elektriciteitsvoorzieningen,
openbare en particuliere gebouwen, bedrijven en het vervoers- en wegennet. 160
van de 212 gemeenten in twaalf Sloveense regio's werden getroffen. 62 sites van
cultureel erfgoed raakten beschadigd door ijs, sneeuw of overstroming. Door de
barre omstandigheden en beschadigde elektriciteitsleidingen kwamen 120 000
huishoudens, of 15% van de Sloveense bevolking, zonder stroom te zitten. Via
het EU-mechanisme voor civiele bescherming en bilateraal werden aan Slovenië 172
stroomaggregaten, waarvan 83 met een hoge capaciteit, geleverd afkomstig van 11
landen. In totaal werden in de getroffen gebieden over geheel Slovenië 1 400
stroomaggregaten en -generatoren geïnstalleerd om te voorzien in de urgente
behoeften van de getroffen inwoners en om de pompstations voor drinkwater in
bedrijf te houden. Op het hoogtepunt waren 40% van de kleuter-, lagere- en
middelbare scholen gesloten. Daarenboven is de schade aan de bossector zeer
aanzienlijk. Volgens schattingen van Slovenië is 50% van alle bossen beschadigd
(wat een bedrag van 214 miljoen EUR vertegenwoordigt). De opruimings-
en herstelacties zullen naar verwachting heel wat tijd in beslag nemen. De
aanvraag heeft aangetoond dat de ijsstorm significante schade heeft aangericht. (6)
De kosten voor noodacties inzake eerste
levensbehoeften, die krachtens artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002
van de Raad in aanmerking worden genomen, zijn, opgesplitst volgens het soort
actie, door de Sloveense autoriteiten geraamd op 266,0 miljoen EUR. Het
merendeel van de kosten voor noodacties (meer dan 80 miljoen EUR) betreft
herstelmaatregelen op het gebied van infrastructuur en energie. (7)
De getroffen gebieden vallen deels onder de
categorie "minder ontwikkelde regio's" en deels onder de categorie
"meer ontwikkelde regio's" van de Europese Structuur- en
investeringsfondsen (ESI) voor 2014-2020. De Sloveense autoriteiten hebben aan
de Commissie niet te kennen gegeven voornemens te zijn om financiële middelen
over te hevelen van Structuurfondsenprogramma's voor Slovenië naar
herstelmaatregelen. (8)
Volgens de Sloveense autoriteiten worden de in
aanmerking komende kosten niet door verzekeringen gedekt. 2.4 Kroatië – ijsstorm en overstromingen (1)
Kroatië werd getroffen door hetzelfde weerfenomeen
dat Slovenië ertoe bracht om steun uit het EU-Solidariteitsfonds te vragen. Het
ergst te lijden hadden met name het noordwesten en een stuk van het noordelijke
deel van de Adriatische regio. Bovendien leidde smeltende sneeuw en ijs vanaf 12
februari tot overstromingen en additionele schade aan belangrijke collectieve
basisinfrastructuur en particuliere en openbare gebouwen. (2)
De Commissie heeft de aanvraag van Kroatië op 9
april 2014 ontvangen, binnen de termijn van tien weken na de vaststelling van
de eerste schade op 31 januari 2014. (3)
De ijsstorm en de overstromingen hebben een
natuurlijke oorzaak en vallen derhalve onder het toepassingsgebied van het
Solidariteitsfonds. (4)
De Kroatische autoriteiten hebben de totale directe
schade geraamd op 291 904 630 EUR. Dit is 0,69% van het Kroatische bni, waarbij
de normale drempel om een beroep te doen op het Solidariteitsfonds, die in 2014
voor Kroatië 254,2 miljoen EUR bedraagt (namelijk 0,6% van het bni op basis van
gegevens van 2012), wordt overschreden. Omdat de geraamde totale directe schade
de drempel overschrijdt, kan de ramp als een "grote natuurramp"
worden gekwalificeerd. De totale directe schade dient als basis voor de
berekening van het bedrag van de financiële steun. Deze steun mag alleen worden
gebruikt voor noodacties inzake eerste levensbehoeften zoals gedefinieerd in
artikel 3 van de verordening. (5)
Wat de impact en de gevolgen van de ramp betreft,
maken de Kroatische autoriteiten melding van 5 getroffen gebieden: Primorje-Gorski
Kotar, Karlovac, Sisak-Moslavina, Varaždin en Zagreb. Door het gewicht van het
ijs zijn bomen omgevallen en stammen gespleten, en zijn elektriciteitsleidingen
(waarvan sommige met 10 cm ijs waren bedekt) geknapt, waardoor wegen
onberijdbaar werden en heel wat gemeenschappen op de koop toe zonder stroom
kwamen te zitten. Als gevolg van de stroomonderbreking was de
drinkwatervoorziening gedurende de hele periode van de ijsstorm verstoord, wat
het dagelijkse leven van de bevolking en het functioneren van openbare
instellingen en bedrijven ernstig bemoeilijkte. Omgevallen bomen blokkeerden de
wegen, zodat mensen niet op hun werk konden komen en in sommige gevallen
volledig afgesneden waren. Om bejaarden en geïsoleerde gemeenschappen bij te
staan, werd een beroep gedaan op speciale legereenheden. Door omgevallen bomen
lag ook het spoorwegverkeer op de lijn M202 Zagreb-Rijeka gedurende vijf dagen
lam. Op het openbare wegennet was de situatie vergelijkbaar. Volgens het
verslag van Kroatië was het gehele 35 kV-net (93 km) getroffen; in totaal
waren 503 km elektriciteitsleidingen en 98 elektriciteitsmasten
beschadigd. De ijsstorm strekte zich uit over een gebied van 56 000
hectare bos, waarvan ongeveer 10 000 hectare vernield werd. In totaal stonden 1 180
huizen en 1 390 landbouwgebouwen onder water en hadden 3 720 personen
te lijden van de overstromingen. Het Kroatische Rode Kruis kreeg hulp van het
UNHCR om de slachtoffers van de recordoverstroming in de stad Sisak bij te
staan. Daarnaast maakte Kroatië melding van verschillende aardverschuivingen die
schade aan de vervoersinfrastructuur toebrachten. (6)
De kosten voor noodacties inzake eerste
levensbehoeften, die krachtens artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2012/2002
van de Raad in aanmerking worden genomen, zijn, opgesplitst volgens het soort actie,
door de Kroatische autoriteiten geraamd op 135,2 miljoen EUR. Het
merendeel van de kosten voor noodacties (ruim 105,4 miljoen EUR) betreft
opruimings- en schoonmaakacties in de getroffen gebieden en natuurgebieden. (7)
De getroffen gebieden vallen onder de categorie
"minder ontwikkelde gebieden" van de Structuurfondsen voor 2014-2020.
De Kroatische autoriteiten hebben aan de Commissie niet te kennen gegeven
voornemens te zijn om financiële middelen over te hevelen van
Structuurfondsenprogramma's voor Sardinië naar herstelmaatregelen. (8)
Volgens de Kroatische autoriteiten worden de in
aanmerking komende kosten niet door verzekeringen gedekt. 3. Financiering Aangezien
solidariteit de belangrijkste reden voor de oprichting van het fonds was, is de
Commissie van mening dat de steun van het fonds progressief moet zijn. Dit
betekent, gelet op de praktijk tot dusver, dat het deel van de schade dat de
drempel overstijgt (0,6 % van het bni of 3 miljard EUR in prijzen van 2002,
indien dit bedrag lager is) recht geeft op een hogere steunintensiteit dan
schade onder de drempel. In het verleden werden de toewijzingen voor grote
rampen vastgesteld op 2,5% van de totale directe schade onder de drempel en 6%
van de schade boven de drempel. De methode voor het berekenen van de steun uit
het Solidariteitsfonds werd beschreven in het jaarverslag over het
Solidariteitsfonds 2002-2003 en is goedgekeurd door de Raad en het Europees
Parlement. Er
wordt voorgesteld dezelfde percentages toe te passen en de volgende
steunbedragen toe te wijzen: Ramp || Directe schade (in EUR) || Drempel (miljoen EUR) || Bedrag op basis van 2,5% (in EUR) || Bedrag op basis van 6% (in EUR) || Totaal bedrag van de voorgestelde steun (in EUR) || Italië - overstroming || 652 418 691 || 3 752,330 || 16 310 467 || ~ || 16 310 467 || Griekenland - aardbeving || 147 332 790 || 1 168,231 || 3 683 320 || ~ || 3 683 320 || Slovenië - ijsstorm || 428 733 722 || 209 587 || 5 239 675 || 13 148 803 || 18 388 478 || Kroatië - ijsstormen/overstroming || 291 904 630 || 254 229 || 6 355 725 || 2 260 538 || 8 616 263 || TOTAAL || 46 998 528 Dit
is het eerste besluit in 2014 om middelen beschikbaar te stellen, waardoor het
totale hierboven voorgestelde steunbedrag verenigbaar is met het maximum dat is
vastgelegd in de verordening betreffende het meerjarig financieel kader (MFK),
nl. 530,6 miljoen EUR (500 miljoen EUR in prijzen van 2011)
en tevens gewaarborgd is dat op 1 oktober 2014 een kwart van dat bedrag nog
beschikbaar zal zijn voor de behoeften tot het einde van het jaar. Er
wordt met andere woorden voorgesteld om voor elk van de hiervoor beschreven
gevallen middelen uit het Solidariteitsfonds beschikbaar te stellen en de
overeenkomstige kredieten, zowel vastleggings- als betalingskredieten, in te
schrijven op de begroting 2014, op begrotingsartikel 13 06 01. Omdat
het Solidariteitsfonds een speciaal instrument in de zin van de MFK-verordening
is, moeten de desbetreffende kredieten buiten de respectieve MFK-maxima om
worden gebudgetteerd. 4. Samenvatting per MFK-rubriek Omschrijving || Begroting 2014 (incl. GB 1 en OGB 2 en 4/2014) || Ontwerp van gewijzigde begroting 5/2014 || Begroting 2014 (incl. GB 1 en OGB 2 tot 5/2014) VK || BK || VK || BK || VK || BK 1. || Slimme en inclusieve groei || 63 986 340 779 || 66 374 487 058 || || || 63 986 340 779 || 66 374 487 058 Maximum || 63 973 000 000 || || || || 63 973 000 000 || Marge || 75 989 221 || || || || 75 989 221 || 1a || Concurrentievermogen voor groei en banen || 16 484 010 779 || 12 028 322 326 || || || 16 484 010 779 || 12 028 322 326 Maximum || 16 560 000 000 || || || || 16 560 000 000 || Marge || 75 989 221 || || || || 75 989 221 || 1b || Economische, sociale en territoriale samenhang || 47 502 330 000 || 54 346 164 732 || || || 47 502 330 000 || 54 346 164 732 Maximum || 47 413 000 000 || || || || 47 413 000 000 || Marge || -89 330 000 || || || || -89 330 000 || Flexibiliteitsinstrument || 89 330 000 || || || || 89 330 000 || Marge || 0 || || || || 0 || 2. || Duurzame groei: natuurlijke hulpbronnen: || 59 267 214 684 || 56 564 930 369 || || || 59 267 214 684 || 56 564 930 369 Maximum || 59 303 000 000 || || || || 59 303 000 000 || Marge || 35 785 316 || || || || 35 785 316 || waaronder: Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) — marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen || 43 778 100 000 || 43 776 956 403 || || || 43 778 100 000 || 43 776 956 403 Submaximum || 44 130 000 000 || || || || 44 130 000 000 || Netto-overdracht tussen ELGF en ELFPO || 351 900 000 || || || || 351 900 000 || Marge || || || || || || 3. || Veiligheid en burgerschap || 2 171 998 732 || 1 677 039 976 || || || 2 171 998 732 || 1 677 039 976 Maximum || 2 179 000 000 || || || || 2 179 000 000 || Marge || 7 001 268 || || || || 7 001 268 || 4. || Europa als wereldspeler || 8 325 000 000 || 6 842 004 256 || || || 8 325 000 000 || 6 842 004 256 Maximum || 8 335 000 000 || || || || 8 335 000 000 || Marge || 10 000 000 || || || || 10 000 000 || 5. || Administratie || 8 404 517 081 || 8 405 389 881 || || || 8 404 517 081 || 8 405 389 881 Maximum || 8 721 000 000 || || || || 8 721 000 000 || Marge || 316 482 919 || || || || 316 482 919 || waaronder: Administratieve uitgaven van de instellingen || 6 797 392 438 || 6 798 265 238 || || || 6 797 392 438 || 6 798 265 238 Submaximum || 7 056 000 000 || || || || 7 056 000 000 || Marge || 258 607 562 || || || || 258 607 562 || 6. || Compensatiebedragen || 28 600 000 || 28 600 000 || || || 28 600 000 || 28 600 000 Maximum || 29 000 000 || || || || 29 000 000 || Marge || 400 000 || || || || 400 000 || Totaal || 142 183 671 276 || 139 892 451 540 || || || 142 183 671 276 || 139 892 451 540 Maximum || 142 540 000 000 || 135 866 000 000 || || || 142 540 000 000 || 135 866 000 000 Flexibiliteitsinstrument || 89 330 000 || || || || 89 330 000 || Marge voor onvoorziene uitgaven || || 4 026 700 000 || || || || 4 026 700 000 Marge || 445 658 724 || 248 460 || || || 445 658 724 || 248 460 || Speciale instrumenten || 456 181 000 || 350 000 000 || 46 998 528 || 46 998 528 || 503 179 528 || 396 998 528 Totaal-generaal || 142 639 852 276 || 140 242 451 540 || || || 142 686 850 804 || 140 289 450 068 [1] PB L 298
van 26.10.2012, blz. 1. [2] PB L 347
van 20.12.2013, blz. 884. [3] PB L 51 van 20.2.2014, blz. 1. [4] PB L 204 van 11.7.2014, blz. 1. [5] COM(2014) 234 van 15.4.2014. [6] COM(2014) 329
van 28.5.2014. [7] COM(2014) 461 van 9.7.2014. [8] Verordening
(EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot
oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, PB L 189 van 27.6.2014,
blz. 143. [9] Jaarverslag 2002-2003 en Rapport over de ervaring die is
opgedaan gedurende het eerste jaar waarin het nieuwe instrument is toegepast
(COM(2004) 397 definitief van 26.5.2004).