This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013SC0194
COMMISSION STAFF WORKING DOCUMENT EXECUTIVE SUMMARY OF THE IMPACT ASSESSMENT Accompanying the document Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL laying down provisions for the management of expenditure relating to the food chain, animal health and animal welfare, and relating to plant health and plant reproductive material, amending Council Directives 98/56/EC, 2000/29/EC and 2008/90/EC, Regulations (EC) No 178/2002, (EC) No 882/2004 and (EC) No 396/2005, Directive 2009/128/EC and Regulation (EC) No 1107/2009 and repealing Council Decisions 66/399/EEC, 76/894/EEC and 2009/470/EC
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005, Richtlijn 2009/128/EG en Verordening (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005, Richtlijn 2009/128/EG en Verordening (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad
/* SWD/2013/0194 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van bepalingen betreffende het beheer van de uitgaven in verband met de voedselketen, diergezondheid en dierenwelzijn, alsmede in verband met plantgezondheid en teeltmateriaal, tot wijziging van de Richtlijnen 98/56/EG, 2000/29/EG en 2008/90/EG van de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 178/2002, (EG) nr. 882/2004 en (EG) nr. 396/2005, Richtlijn 2009/128/EG en Verordening (EG) nr. 1107/2009 en tot intrekking van de Besluiten 66/399/EEG en 76/894/EEG en Beschikking 2009/470/EG van de Raad /* SWD/2013/0194 final */
1: Procedurele
kwesties en raadpleging van betrokken partijen 1.
De Commissie,
en meer bepaald het DG Gezondheid en Consumenten, is al enkele jaren bezig met
de herziening van het EU-beleid inzake diergezondheid, dierenwelzijn,
plantgezondheid, teeltmateriaal, diervoeder- en voedselveiligheid, en de
officiële controles die de waarborg voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van
dit beleid vormen (hierna samen het 'voedselveiligheidsbeleid' genoemd). 2.
Het totale
begroting van 1,891 miljard euro voor 2014-2020 (in huidige prijzen) voor het
financiële voedselveiligheidskader is reeds door de Commissie voorgesteld in
de context van het meerjarig financieel kader (MFK). Daarom wordt met
deze effectbeoordeling beoogd na te gaan welke effecten verwacht kunnen worden
van de opties die binnen dit financiële kader mogelijk zijn. 3.
Het is de
bedoeling dat dit een evenredige analyse is in overeenstemming met de
richtsnoeren van de Commissie inzake effectbeoordelingen. Ondersteunende
effectbeoordelingen en raadplegingen 4.
Omdat de
evaluatie van de vier beleidsterreinen al enige tijd gaande is, worden ze
afzonderlijk ondersteund door hun eigen effectbeoordeling. 2: Omschrijving van het probleem 5. De financiële steun van de EU voor
voedselveiligheid, diergezondheid, plantgezondheid en officiële controles wordt
algemeen gezien als steun die een hogere toegevoegde waarde heeft dan de
verstrekte bedragen en die in de bestaande vorm vrij goed functioneert. De
herziening van het gehele MFK en van de afzonderlijke beleidsterreinen biedt
echter de gelegenheid om na te gaan hoe de huidige situatie nog kan worden
verbeterd en om er doeltreffender mee aan te knopen bij de doelstellingen van
de Commissie en de EU, onder meer bij de doelstellingen voor Europa 2020. Huidig beleid en financieel kader 6. Veruit de meeste activiteiten die
medegefinancierd worden door de EU, hebben een rechtsgrondslag in een van de
volgende drie wetgevingshandelingen: Beschikking 2009/470/EG van de Raad;
Richtlijn 2000/29/EG; en Verordening 882/2004. 7. De begroting voor voedselveiligheid
bedroeg in 2011 net geen 314,6 miljoen euro. Dit bedrag werd als volgt
toegewezen: veterinaire programma's, 75%; plantgezondheid, 6,1%; betere
opleiding voor veiliger voedsel (BOVV), 4,5%; EU-referentielaboratoria
(EURL's), 4,5%; noodmaatregelen inzake diergezondheid, 3,2%. Omschrijving van
het probleem 8. Driver 1: het huidige rechtskader is veel te
complex en soms voorbijgestreefd. ·
Problemen: o
Gebrek
aan afstemming met het voorgestelde nieuwe MFK 2014-2020 o
Mogelijke
administratieve lasten voor lidstaten wanneer ze up-to-date willen blijven en
volledig willen voldoen aan de administratieve en financiële vereisten 9. Het nieuwe MFK zal de
begrotingsonderdelen 'voedselveiligheid' van rubriek 2 in de algemene
EU-begroting verplaatsen naar rubriek 3, onder de titel 'Veiligheid en
burgerschap'. Dit betekent dat de huidige rechtsgrondslag voor financiële
controles en het financieringsbeheer (Verordening 1290/2005) niet langer de
uitgaven voor levensmiddelen en diervoeders bestrijkt. Bovendien zal de Reserve
voor crisissituaties in de landbouwsector wettelijk niet toegankelijk zijn
indien er zich uitzonderlijke noodsituaties voordoen die financiële steun van
de EU vereisen. 10. De verschillende financiële
bepalingen zijn momenteel te vinden in verscheidene wetgevingsinstrumenten. Dit
kan op zichzelf tot verwarring leiden en onpraktisch zijn voor lidstaten die
proberen inzicht te verwerven in de wetgeving, met de bijbehorende
administratieve lasten. 11. Dan is er nog het probleem van
wijzigingen in de sectorale wetgeving. Als de financiële bepalingen niet
eveneens worden gewijzigd, stroken zij niet met de nieuwe doelstellingen en
maatregelen. 12. Het huidige gebrek aan duidelijkheid
in de financieringspercentages bezorgt de lidstaten grote onzekerheid wanneer
ze programma's plannen. 13.
Driver 2: de bestaande instrumenten
voor het financieel beheer zijn niet optimaal. ·
Problemen: o
Gebrek
aan duidelijkheid over subsidiabele maatregelen en de kosten daarvan o
Complexe
administratieve regelingen o Ondoeltreffende toewijzing van
beschikbare middelen 14. Momenteel zijn veel administratieve
regelingen voor het krijgen van goedkeuring van programma's en terugbetaling
van financiering al te ingewikkeld. 15. De huidige financiële bepalingen
omvatten geen erg duidelijke en consistente doelstellingen en indicatoren.
Daarom kunnen de programma's niet altijd consequent worden beoordeeld en
verbeterd. 16. De definitie van subsidiabele
maatregelen en de bijbehorende kosten zijn niet zo duidelijk en eenvoudig als
zou moeten. De subsidiabele maatregelen en financieringspercentages zijn
verspreid over verschillende verordeningen. 17. Driver 3: de huidige instrumenten zijn
onvoldoende toegespitst op het behalen van de voedselveiligheidsdoelstellingen. ·
Problemen: o Suboptimale tenuitvoerlegging van
afzonderlijke beleidsmaatregelen en risico dat de algemene
beleidsdoelstellingen niet volledig worden verwezenlijkt. 18. Op basis van interne controles en
verslagen van DG Gezondheid en Consumenten en van de effectbeoordelingen die
voor de afzonderlijke beleidsterreinen zijn verricht, zijn er een aantal
problemen gesignaleerd die kunnen worden opgelost zodat de
beleidsdoelstellingen beter kunnen worden ondersteund (bv. prioritering en
categorisering van ziekten). Het recht van de EU om op te treden
en de rechtvaardiging van dit optreden 19.
De EU heeft het
recht om op al deze terreinen op te treden, maar zij heeft daartoe niet de
exclusieve bevoegdheid. Het staat de lidstaten ook vrij om hun eigen
maatregelen te treffen, op voorwaarde dat deze niet indruisen tegen andere
EU-verordeningen. Noodzakelijkheidstest
- Waarom kunnen de doelstellingen niet door de lidstaten worden verwezenlijkt? 20. Goede diergezondheid,
plantgezondheid en voedsel- en diervoederveiligheid zijn collectieve goederen
met brede maatschappelijke voordelen. De lidstaten moeten samen optreden om de
verspreiding van ziekten of plaagorganismen te voorkomen of te beheersen, met
behulp van soortgelijke of identieke bestrijdings- en beheersmaatregelen.
Coördinatie op EU-niveau maakt goedkopere en doeltreffendere ingrepen in het
kader van EU-prioriteiten mogelijk. Handelspartners in derde landen zouden ook
beperkingen kunnen opleggen aan invoer uit de gehele EU indien een
veiligheidsprobleem in een van de lidstaten niet goed wordt aangepakt. Toegevoegdewaardetest
- Kunnen de doelstellingen beter door de EU worden verwezenlijkt? 21. De specifieke toegevoegde waarde van
de financiering of medefinanciering door de EU schuilt in de stimulansen voor
lidstaten om uitroeiings- en toezichtmaatregelen te treffen die op lange
termijn in het belang van de gehele Unie zijn. Er zijn een aantal redenen
waarom de EU optreedt om betere en veiligere levensmiddelen en diervoeders te
ondersteunen, zoals: directe economische verliezen voor exploitanten, indirecte
gevolgen voor de handel, bedreiging van de volksgezondheid. 3: Doelstellingen Algemene
doelstelling 22. De door deze verordening bestreken
uitgaven dienen om te zorgen voor een hoog gezondheidsniveau van mensen, dieren
en planten in de hele voedselketen en in aanverwante gebieden en voor een hoog
beschermingsniveau van de consumenten en het milieu. Tegelijkertijd dienen ze
om de voedingssector in de EU te laten functioneren in een klimaat dat de
concurrentie bevordert en bijdraagt tot het creëren van banen. Specifieke doelstellingen 23.
Een eenvoudig,
duidelijk, transparant en modern rechtskader voor levensmiddelen en diervoeders
tot stand brengen. 24.
De
tenuitvoerlegging en werking van financiële beheersinstrumenten optimaliseren. 25.
De in de
diervoeder- en levensmiddelenwetgeving vermelde beleidsdoelstellingen
ondersteunen aan
de hand van de effectieve en doeltreffende verdeling van de middelen. Operationele doelstellingen 26.
Deze
doelstellingen worden ondersteund door andere, nader omschreven, operationele
doelstellingen. 4: Beleidsopties Optie 1: basisscenario: Geen verandering 27. Geen verandering betekent doorgaan met de bestaande reeks
wetgevingsinstrumenten die het financieel kader regelen. Aanvankelijk zou dit
betekenen dat de programma's op dezelfde wijze kunnen voortgaan, maar vanaf
2014 zou er geen rechtsgrondslag meer zijn voor het beheer en de controle van
de uitgaven. Optie 2: de
bestaande wetgeving in één wetgevingsinstrument onderbrengen 28. Optie 2 onderzoekt of het mogelijk
zou zijn om alle bestaande maatregelen uit de bestaande wetgeving te behouden
en samen in één verordening onder te brengen. Optie 3:
één samenhangend financieel programma 29. Suboptie 3(a): één samenhangend
financieel programma vaststellen dat grotendeels gebruikmaakt van de bestaande
financiële bepalingen, maar met enkele verbeteringen, met name vereenvoudiging.
30. Suboptie 3(b): idem als suboptie
(a), maar in de financiële verordening worden bovendien aspecten van Regelingen
voor het delen van kosten en verantwoordelijkheid (Cost and Responsibility
Sharing Schemes - CRSS) opgenomen. Optie 4:
alle EU-maatregelen stopzetten 31. In theorie zou het mogelijk zijn om
alle financiële bepalingen van de EU ten behoeve van de voedsel- en
diervoederveiligheid stop te zetten en van de lidstaten te eisen dat zij hun
eigen programma's en activiteiten financieren. 5: Effectbeoordeling 32.
Aangezien het
om een strikt financiële verordening gaat, wordt elke optie geanalyseerd
volgens haar effect met betrekking tot de in de beoordeling vastgestelde
belangrijkste problemen en specifieke doelstellingen: ·
administratieve
en juridische effecten ·
financiële
en beheerseffecten ·
effecten
op de doelstellingen inzake voedselveiligheid Optie 1:
basisscenario: Geen verandering 33. Tegen begin 2014 zal het huidige
kader juridisch niet samenhangen met het nieuwe MFK. Het stelsel zal geen
specifieke rechtsgrondslag voor het financieel beheer of de controles meer
hebben. 34. Zonder toegang tot de crisisreserve
zouden de lidstaten zichzelf maar moeten zien te redden als ze worden
geconfronteerd met uitzonderlijk grote noodsituaties, en de mogelijk
bijbehorende problemen van voedselveiligheid, volksgezondheid en
voedselzekerheid. In het huidige economische klimaat zullen de lidstaten dit
wellicht nog lastiger vinden dan gewoonlijk. 35. Doorgaan met het huidige stelsel zou
betekenen dat er geen hervorming komt van de vereisten voor een betere
evaluatie en het dienovereenkomstige vermogen om programma's te wijzigen en ze
zo effectiever te maken, m.a.w. het betekent onvermijdelijk doorgaan met
suboptimale en misschien ondoeltreffende programma's. De toename van dier- en
plantenziekten, en de daarmee samenhangende gevolgen voor de voedselveiligheid,
de volksgezondheid en de voedselzekerheid, zullen uiteindelijk wellicht veel
meer kosten voor de overheidsbegrotingen met zich meebrengen. 36. Door de sectorale
beleidsherzieningen zouden wijzigingen aan de wettelijke bepalingen
noodzakelijk worden, maar die zouden niet worden doorgevoerd. Dit zou van
invloed zijn op de mogelijkheid om de doelstellingen van die herzieningen te
behalen, wat het gevaar van een forse toename van de problemen met plant- en
diergezondheid inhoudt. Optie 2: de
bestaande wetgeving in één wetgevingsinstrument onderbrengen 37. Deze optie zou de in punt 3
geformuleerde eerste doelstelling kunnen behalen, doordat zij de
vereenvoudiging bevordert en een beter inzicht in de wetgeving aanmoedigt, maar
deze optie zou geen van de twee andere vastgestelde doelstellingen realiseren.
Zij vult immers geen ontbrekend beleid aan en zij pakt ook de vastgestelde
problemen niet aan. Optie 3(a):
één samenhangend financieel programma vaststellen, dat grotendeels gebruikmaakt
van de bestaande financiële bepalingen, maar met enkele verbeteringen 38. De financieringspercentages zouden
worden vereenvoudigd om te komen tot slechts drie verschillende standaardpercentages.
Dit zou zorgen voor een grotere transparantie en samenhang van alle
EU-maatregelen. De afschaffing van de mogelijkheid om maatregelen met een
waarde van minder dan 50 000 euro te financieren, zou een einde maken aan de
onevenredige administratieve lasten voor de Commissie en de lidstaten. 39. Voorgesteld wordt om de financiële
steun voor plantgezondheid op het vlak van procedures en processen beter af te
stemmen op die voor diergezondheid. Dit geeft ook de mogelijkheid om de
administratie van zowel de Commissie als de lidstaten te stroomlijnen. 40. De wettelijke vereisten in verband
met de processen voor goedkeuring en terugbetaling in de veterinaire
programma's en de noodmaatregelen zouden worden vereenvoudigd. Dit zou de
administratieve lasten, en dus de personeelsbehoeften, van de Commissie en de
lidstaten fors beperken en het zou de betalingen aan de lidstaten
waarschijnlijk sneller doen verlopen. 41. Dankzij deze hervorming zullen de
financiële beheersinstrumenten worden verbeterd. Duidelijkere doelstellingen en
indicatoren voor de programma's en een grondiger follow-up van de evaluaties
zullen dier- en plantgezondheidsmaatregelen waarschijnlijk veel doeltreffender
maken. 42. De
herziening van de verordening inzake officiële levensmiddelen- en
diervoerdercontroles zal de rechtsgrondslag van het BOVV-initiatief versterken,
het toepassingsgebied ervan coherenter maken en de doeltreffendheid en
effectiviteit ervan verbeteren. 43. Met
optie 3(a) zullen de plantgezondheidsdoelstellingen meer worden ondersteund dan
met het basisscenario. Plantgezondheid wordt momenteel niet bestreken door de
EURL's en plantgezondheidslaboratoria worden momenteel niet geaccrediteerd. Optie 3(b): invoering van aspecten van Regelingen voor het delen van
kosten en verantwoordelijkheid (CRSS) 44. Omdat optie 3(b) een verdere
ontwikkeling is van optie 3(a), kunnen de reeds voor dat beleidsalternatief
beschreven effecten voor het merendeel worden meegenomen tijdens de beoordeling
van optie 3(b). Deze optie introduceert een aanvullend CRSS-element dat extra
effecten met zich meebrengt of de verwachte resultaten van optie 3(a) wijzigt. 45. Het is weinig waarschijnlijk dat een
CRSS aanvaardbaar zal zijn voor de lidstaten en de belanghebbenden. De
invoering van een CRSS-systeem zou ingaan tegen de doelstellingen om
duidelijkheid en vereenvoudiging te bereiken. Bovendien maakt het
huidige financiële klimaat het politiek en cultureel gezien lastiger om de
lidstaten en belanghebbenden ertoe te brengen een groter aandeel van de
financiële last op zich te nemen, ook al vermindert de algemene last van de
uitbraak van ziekten en plaagorganismen op lange termijn. Optie 4: alle
EU-maatregelen stopzetten 46. Deze optie is verworpen zonder
diepgaande analyse. Het staat vast dat zij aan geen enkele van de in punt 3
vermelde doelstellingen zou voldoen. 47. Het is onwaarschijnlijk dat de
lidstaten op eigen initiatief uitroeiingsprogramma's zouden blijven
financieren, vooral als we kijken naar het huidige economische klimaat. Dit zou
de resultaten van de reeds gedane investeringen in gevaar brengen. 6: Vergelijking van opties 48. Optie 3(a) heeft de voorkeur voor
het toekomstige beleid. Het is het enige alternatief dat alle drie
doelstellingen verwezenlijkt en wel met zeer weinig (of geen) negatieve
effecten. 49. Optie 3(b) wordt voorlopig terzijde
geschoven. In de toekomst, wanneer het economische klimaat veranderd is, biedt
deze optie wellicht de geschiktste oplossing voor tal van de bredere en
evoluerende problemen in verband met dier- en plantgezondheid. Als het zover
is, kan deze optie opnieuw worden bekeken. Vergelijkende
beoordeling van de effecten || Optie 3(a) || Optie 3(b) Verwezenlijking van de juridische en administratieve doelstellingen || + Beperking van de administratieve lasten voor overheid en particuliere sector || - Bijkomende administratieve lasten voor lidstaten en particuliere sector (op korte termijn) Optimalisering van financiële beheersinstrumenten || + Grotere doeltreffendheid: · duidelijkere doelstellingen en indicatoren · duurzaamheid voor de langere termijn || -/+ Op korte termijn: (mogelijk) minder doeltreffend: · er is tijd nodig om vertrouwd te raken met het nieuwe systeem · weinig bereidheid tot aanvaarding bij de lidstaten en de particuliere sector + Op lange termijn: grotere doeltreffendheid Verwezenlijking van de levensmiddelen- en diervoederdoelstellingen || + Grotere effectiviteit: · betere samenhang tussen EU-beleidsterreinen onderling en met internationale verbintenissen || ++ Grotere effectiviteit: · aanvullende stimulansen voor preventie en uitroeiing 7: Monitoring en evaluatie 50. Er wordt voorzien in een evaluatie-
en ex-postevaluatieverslag en er zijn indicatoren voor doelstellingen
ontwikkeld. De resultaten van de evaluaties worden voor zover noodzakelijk
meegedeeld.