This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013SC0051
COMMISSION STAFF WORKING PAPER SUMMARY OF THE IMPACT ASSESSMENT Accompanying the document PROPOSAL FOR A REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL Establishing a Registered Traveller Programme
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het
/* SWD/2013/051 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING bij het /* SWD/2013/051 final */
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE
COMMISSIE SAMENVATTING VAN DE EFFECTBEOORDELING
bij het VOORSTEL VOOR EEN VERORDENING VAN HET
EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot instelling van een programma voor geregistreerde reizigers Dit document is een werkdocument van de
diensten van de Commissie dat ter informatie is bedoeld. Het geeft geen
officieel standpunt van de Commissie weer en loopt niet op een dergelijk
standpunt vooruit. 1. Probleemomschrijving Volgens de meest recente algemene gegevens van
de lidstaten werden de buitengrenzen in 2009, 2010 en 2011 respectievelijk 669
miljoen, 675 miljoen en 700 miljoen maal overschreden door zowel EU-burgers als
onderdanen van derde landen. Het aantal grensoverschrijdingen bij de grootste
en drukste grensdoorlaatposten zal blijven toenemen. Het wordt voor de meeste
lidstaten een hele opgave om de aanzwellende reizigersstromen bij de
doorlaatposten aan de buitengrenzen in goede banen te leiden. Volgens de EU-wetgeving moeten alle reizigers aan
de Schengenbuitengrenzen stelselmatig worden gecontroleerd (zowel bij inreis
als uitreis). Onderdanen van derde landen worden in de regel grondig
gecontroleerd, terwijl EU-burgers en andere personen met recht van vrij verkeer
aan een minimale controle worden onderworpen[1].
De huidige regels scheren alle onderdanen van derde landen echter over één kam,
aangezien zij aan dezelfde controles worden onderworpen, ongeacht het risico
dat zij vormen of de frequentie waarmee zij reizen. De grenscontrole van EU-burgers die over een
elektronisch paspoort beschikken, kan op grond van de huidige wetgeving worden
geautomatiseerd. Voor onderdanen van derde landen is dit echter niet mogelijk
zonder het rechtskader te wijzigen en een specifiek programma op te zetten dat
het gemakkelijker voor hen maakt om de grens te passeren. Van alle reizigers
die de EU-buitengrenzen overschrijden is 26,5% onderdaan van een derde land en
veel van hen passeren de grens meerdere keren per jaar of zelfs per week. Ook
als slechts een klein percentage van de frequente reizigers uit derde landen aan
het programma voor geregistreerde reizigers (Registered Traveller Programme,
RTP) deelneemt, zou dit de doorstroming bij en de behandelingscapaciteit
van de grensdoorlaatposten sterk kunnen verbeteren. De vorige effectbeoordeling, bij de mededeling
De voorbereiding van de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese
Unie[2]
uit 2008, bevatte de suggestie een programma voor geregistreerde reizigers op
te zetten voor frequente en vooraf aan een veiligheidsonderzoek onderworpen
reizigers uit derde landen. In haar mededeling uit 2011 besprak de Commissie de
verschillende opties en de te volgen weg[3].
In de onderhavige effectbeoordeling worden verschillende opties onderzocht om
vast te stellen hoe het RTP het best kan worden ingevoerd. De effecten
van het hele RTP worden echter geanalyseerd op basis van de specifieke opties. 2. Analyse van de
subsidiariteit Krachtens artikel 74 en artikel 77, lid 2,
onder b) en d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is
de Unie bevoegd om wetgevend op te treden met betrekking tot personencontrole
en efficiënte bewaking bij het overschrijden van de buitengrenzen. Het is duidelijk dat optreden op Europees
niveau geboden is. Geen enkele lidstaat kan zelfstandig een RTP opzetten dat in
vereenvoudigde grenscontroles voor alle Schengenlidstaten voorziet. Als één
individuele lidstaat zou besluiten om iemand te registeren in een RTP dat voor
de hele EU geldt, zou dat gevolgen hebben voor alle Schengenlanden. Dit
programma moet dan ook op EU-niveau worden geregeld. Alle maatregelen
betreffende grenscontrole zouden moeten gelden voor het Schengengebied, waarin
geen toezicht aan de binnengrenzen wordt uitgeoefend. Dit gebied bestaat
momenteel uit alle lidstaten, uitgezonderd Roemenië, Bulgarije, Cyprus, het
Verenigd Koninkrijk en Ierland, en vier andere Europese landen (Noorwegen,
IJsland, Zwitserland en Liechtenstein). Schengenlanden hebben zich ertoe
verbonden gemeenschappelijke EU-grenzen en gemeenschappelijke normen voor het
grenstoezicht te handhaven. Er worden alleen controles verricht aan de
buitengrenzen; daarna kan de reiziger zich vrij binnen het Schengengebied
verplaatsen. Het is van cruciaal belang voor de veiligheid van het
Schengengebied dat alle bindende regels inzake het grenstoezicht op EU-niveau
worden vastgesteld. Aangezien deze doelen dus onvoldoende kunnen worden
verwezenlijkt door de lidstaten alleen, is een aanpak op het niveau van de Unie
geboden. Toegevoegde EU-waarde Het RTP moet worden ingevoerd bij alle doorlaatposten
aan de EU-buitengrenzen en zal gevolgen hebben voor de grenswachters van alle
Schengenlanden. Het RTP van de EU zorgt ervoor dat de EU een gemeenschappelijke
aanpak volgt op basis van gemeenschappelijke wetgeving. Het waarborgt dat aan
alle Schengengrenzen dezelfde regels van kracht blijven. Voor reizigers uit
derde landen betekent dit dat zij aan alle doorlaatposten aan de
Schengengrenzen gebruik kunnen maken van het RTP, zonder dat zij nog eens aan
een veiligheidsonderzoek hoeven te worden onderworpen door een ander
Schengenland. Wie door één lidstaat is onderzocht, komt voor vereenvoudigde
behandeling in aanmerking wanneer hij de buitengrens via een andere lidstaat
overschrijdt. Zonder gemeenschappelijke regels zou dit niet mogelijk zijn. 3. DOELSTELLINGEN VAN EEN
EU-INITIATIEF De algemene doelstellingen van het RTP
zijn: · het gemakkelijker maken voor onderdanen van derde landen om de
buitengrenzen van de EU te overschrijden; · het huidige veiligheidsniveau handhaven. De specifieke doelstellingen zijn: · bevorderen dat bepaalde categorieën frequent reizende, vooraf aan een
veiligheidsonderzoek onderworpen onderdanen van derde landen aan het RTP
deelnemen; · waarborgen dat de grondrechten en met name de persoonsgegevens van de
geregistreerde reizigers worden beschermd; · discriminatie tussen verschillende groepen reizigers voorkomen. De operationele doelstellingen zijn: · ervoor zorgen dat het passeren van grenzen frequente reizigers minder
tijd en geld kost en de behandelingscapaciteit van grensdoorlaatposten
bevorderen. Grenscontroles van geregistreerde reizigers hoeven gemiddeld niet
langer dan 20 tot 40 seconden te duren; · 25% capaciteitwinst boeken bij de controle van grensoverschrijdingen
van frequente en vooraf aan een veiligheidsonderzoek onderworpen reizigers,
zodat de grenswachters zich intensiever kunnen bezighouden met de controle van
reizigers die een groter risico vormen[4]
en/of andere reizigers beter van dienst kunnen zijn. 4. Beleidsopties Bij de raadpleging van de belanghebbenden is
uitgegaan van vijf beleidsopties voor de tenuitvoerlegging van het RTP. Voor
elk van deze scenario’s zijn concrete, praktische uitvoeringsopties
geformuleerd. Wat betreft beleidsoptie 1 (“aanvraag tot deelname aan een
RTP indienen”) is de beste suboptie zo overduidelijk dat er zonder nadere
analyse is gekozen voor het indienen van een aanvraag bij om het even welke
doorlaatpost aan de buitengrenzen en bij de consulaten van alle lidstaten. De
overige vier beleidsopties en de overeenkomstige subopties worden hieronder
beschreven. 4.1. Beleidsoptie 2:
Gegevensopslag 4.1.1. Een RTP waarbij gegevens worden
opgeslagen op een afzonderlijk token[5]
(suboptie 2a) 4.1.2. Een RTP waarbij gegevens worden
opgeslagen in een centrale gegevensbank (suboptie 2b) 4.1.3. Een RTP waarbij gegevens
worden opgeslagen op een afzonderlijk token en in een register (suboptie 2c) 4.2. Beleidsoptie 3:
Onderzoekscriteria 4.2.1 Dezelfde als voor houders van
een meervoudig visum (op basis van de huidige EU-wetgeving) (suboptie 3a) 4.2.2 Grondiger onderzoek met
aanvullende criteria (suboptie 3b) 4.2.3 Afgewezen suboptie: derde
landen bij het onderzoek betrekken (suboptie 3c) 4.3. Beleidsoptie 4:
Automatisering van de grenscontrole voor geregistreerde reizigers 4.3.1. Volledige automatisering
(suboptie 4a) 4.3.2. Gedeeltelijke automatisering
(suboptie 4b) 4.4. Beleidsoptie 5:
Aanvraagvergoeding 4.4.1 Vergoeding van 20 EUR
(suboptie 5a) 4.4.2 Geen vergoeding (suboptie 5b) 5. Effectbeoordeling Tabel 1 – Beoordeling van de
beleidsopties*) Beleidsopties en subopties || Het gemakkelijker maken voor onderdanen van derde landen om de buitengrenzen van de EU te overschrijden || Het huidige veiligheidsniveau handhaven || Kosten || Bescherming van grondrechten Optie 0 Status quo || 0 || 0 || 0 || 0 Optie 2 Gegevens opgeslagen op een token (2a) || √√√ || √√ || -√√ || -√ Gegevens opgeslagen in een centrale gegevensbank (2b) || √√√√ || √√√ || -√√ || -√√√ Gegevens (unieke identificatiecode) opgeslagen op een token en (unieke identificatiecode, biometrische gegevens en gegevens uit de aanvragen) in een centraal register (2c) || √√√ || √√√ || -√√√ || -√ Opties 3 en 4**) Zelfde veiligheidsonderzoek als voor houders van meervoudig visum, volautomatische grensdoorlaatpost || √√√√ || √ || -√ || 0 Zelfde veiligheidsonderzoek als voor houders van meervoudig visum, halfautomatische grensdoorlaatpost || √ || √√ || -√ || 0 Grondiger veiligheidsonderzoek, volautomatische grensdoorlaatpost || √√√ || √√ || -√√ || -√√ Grondiger veiligheidsonderzoek, volautomatische grensdoorlaatpost || √ || √√√ || -√√√ || -√√ Optie 5 Aanvraagvergoeding van 20/10 EUR (5a) || √√ || - || 0 || - Geen aanvraagvergoeding (5b) || √√√ || - || -√√√ || - *) De drie subopties
voor beleidsoptie 1 (indienen van een aanvraag tot registratie in een RTP) zijn
niet weergegeven in tabel 1, aangezien de beste optie al in het begin van punt
4 is beschreven. **) De effecten van
subopties voor de beleidsopties 3 en 4 (criteria inzake veiligheidsonderzoek en
automatisering van grenscontrole) hangen nauw samen. Om het effect van de
subopties voor controle te kunnen beoordelen, moet bekend zijn welke suboptie
voor automatisering de voorkeur geniet, en vice versa. Op grond van de vier
subopties (3a, 3b, 4a en 4b) van de twee beleidsopties zijn vier combinaties
mogelijk, waarvan telkens het algehele effect is beoordeeld. 6. Vergelijking van de opties Gegevensopslag De drie subopties dragen alle drie in hoge
mate bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen en stroken volledig met
het EU-grensbeleid. Het blijft er namelijk telkens om gaan bij
grensoverschrijdingen de veiligheid te waarborgen en illegale immigratie te
voorkomen. Tegelijkertijd wordt de EU veel toegankelijker en zal zij
grensoverschrijdend menselijk contact, handel en culturele uitwisseling veel
krachtiger kunnen bevorderen. Het zou het eerste programma ter wereld zijn
waaraan alle derde landen kunnen deelnemen en dat kan worden gebruikt in
meerdere landen (in dit geval het hele Schengengebied). Europa zou op dit
gebied een voortrekkersrol kunnen spelen. De suboptie waarbij gebruik wordt gemaakt van
een token zorgt voor zichtbaarheid en is uit het oogpunt van gegevensbescherming
niet heel bezwaarlijk. De suboptie die uitgaat van een centraal RTP is veiliger
en kan gemakkelijker aan de grensdoorlaatposten worden ingevoerd. Voor het
beschikbaar stellen en doorzoeken van alle gegevens moet echter wel een nieuw
centraal systeem worden ontwikkeld. De suboptie waarbij gebruik wordt gemaakt van
een token én een centraal register combineert de voordelen van de eerste twee
subopties. Bij deze hybride optie blijft het aantal persoonsgegevens in een
EU-systeem tot een minimum beperkt en worden de grootste veiligheidsrisico’s
van het gebruik van tokens voorkomen. Wel zorgt de integratie in de
grenscontroleprocedure bij deze optie voor de meeste haken en ogen, omdat er
zowel een token als een centraal register moet worden gecontroleerd. Criteria voor veiligheidsonderzoek en
automatische grenscontrole Uit de beoordeling bleek dat een strenger veiligheidsonderzoek
geen enkel effect heeft op de veiligheid die de eigenlijke grenscontrole biedt
en dat halfautomatische grenscontroles onvoldoende meerwaarde opleveren. Een
strengere onderzoeksprocedure zou de lidstaten voor aanzienlijk hogere kosten
stellen en ingrijpende gevolgen hebben voor de bescherming van de grondrechten. Leges Door leges van 20 EUR in te voeren zouden de
lidstaten kunnen worden gecompenseerd voor de administratieve kosten die
verbonden zijn aan de behandeling van de aanvragen. Dit zou ook consistent zijn
met de aanpak die wordt gevolgd voor de behandeling van visumaanvragen. Het
aantal deelnemers aan het programma zou in dit geval echter kleiner zijn dan
bij de suboptie zónder leges. Deze laatste optie heeft als nadeel dat er veel niet-ontvankelijke
aanvragen zouden worden ingediend. 7. Voorkeursoptie Indiening van een aanvraag tot deelname aan
een RTP Het is duidelijk dat beleidsoptie 1,
waarbij de reiziger zelf kan kiezen waar hij zijn aanvraag indient, het
grootste aantal deelnemers aan het programma oplevert, waardoor het voor de
lidstaten eenvoudiger wordt om de reizigersstromen bij de doorlaatposten aan de
buitengrenzen te beheren. De gunstigste suboptie houdt dan ook in dat een
aanvraag tot deelname aan een RTP bij elke grensdoorlaatpost en bij het consulaat
van om het even welke lidstaat kan worden ingediend. Het is duidelijk dat deze
suboptie het meest kostenefficiënt is en volledig in overeenstemming is met het
huidige grens- en visumbeleid. Gegevensopslag Zoals in punt 6 is uitgelegd, is het minder
eenvoudig om vast te stellen welke suboptie van beleidsoptie 2 de
voorkeur verdient. De subopties van beleidsoptie 2 scoren over het geheel
genomen ongeveer gelijk, maar hebben elk hun eigen tekortkomingen. Het gebruik
van een token houdt aanzienlijke veiligheidsrisico’s in, een centrale
gegevensbank heeft ingrijpende consequenties voor de grondrechten en de
combinatie van een token en een centraal register brengt grote kosten mee. De
kosten-batenanalyse wijst echter uit dat zelfs bij de suboptie waarbij gebruik
wordt gemaakt van een token en een centraal register, de hogere eenmalige
kosten en jaarlijkse operationele kosten op de langere termijn volledig worden
gecompenseerd door de economische voordelen die het RTP de lidstaten oplevert.
Voor beleidsoptie 2 verdient deze combinatie dan ook de voorkeur. Deze suboptie
biedt een juiste balans tussen veiligheid, vereenvoudiging en gegevensbescherming.
Grenswachters zouden de gegevens uit het centrale register alleen mogen
gebruiken voor het beoordelen van een aanvraag, voor het verlengen of
beëindigen van deelname aan het RTP, bij verlies of diefstal van het token en
bij andere problemen die zich voordoen bij het vergemakkelijken van de
grensoverschrijding door geregistreerde reizigers. Bij het verrichten van een
grenscontrole zou een grenswachter alleen te zien krijgen of er sprake is van
een treffer (hit/no hit-informatie). Deze optie gaat uit van het beginsel van
"privacy by design". Criteria voor veiligheidsonderzoek en
automatisering Wat beleidsopties 3 en 4 betreft, wordt
het voor geregistreerde reizigers uiteraard het gemakkelijkst om de grens te
passeren als dezelfde onderzoekscriteria worden toegepast als voor meervoudige
visa én gebruik wordt gemaakt van volautomatische grenscontrole. Deze
combinatie biedt bovendien een juiste balans tussen veiligheid en bescherming
van de grondrechten. Het is ook de goedkoopste aanpak, gelet op de kosten die
een strengere veiligheidsonderzoeksprocedure en halfautomatische grenscontrole
meebrengen. Volautomatische grenscontrole is echter alleen
mogelijk als er ook een inreis-uitreissysteem wordt ingevoerd dat de
inreis-/uitreisdata van alle reizigers – ook de geregistreerde reizigers –
elektronisch registreert, zodat er niet meer hoeft te worden gestempeld. Leges Wat betreft beleidsoptie 5 is het
redelijk om voor deelname aan het RTP leges van 10/20 EUR te vragen. Deze
vergoeding zou de administratieve kosten van de behandeling van een aanvraag
dekken, zonder gegadigden te ontmoedigen. De voorkeursoptie houdt dus het volgende in: · aanvragen kunnen zowel bij consulaten als bij grensdoorlaatposten
worden ingediend; · er wordt uitgegaan van de combinatie van een token en een centraal
register waarin de geanonimiseerde biometrische gegevens van de aanvrager en de
gegevens uit diens aanvraag worden opgeslagen; · de onderzoekscriteria die worden toegepast zijn dezelfde als die welke
momenteel in de EU-wetgeving zijn vastgesteld voor meervoudige visa; · geregistreerde reizigers komen in aanmerking voor volautomatische
grenscontrole; · per aanvraag deelname aan het programma worden leges van 20 euro in
rekening gebracht. Indien een visumaanvraag en een aanvraag tot registratie in
het RTP tegelijkertijd en op grond van dezelfde bewijsstukken worden
onderzocht, geldt echter een gereduceerd tarief (10 euro). De voorkeursoptie dient volledig in
overeenstemming te zijn met de betrokken wetgeving inzake de bescherming van
persoonsgegevens, met name de beginselen inzake gegevensbescherming en de
vereisten van noodzakelijkheid, evenredigheid, doelbinding en
gegevenskwaliteit. Er moeten waarborgen en mechanismen worden ingevoerd om de
grondrechten van afzonderlijke reizigers te beschermen, met name waar het gaat
om hun privéleven en persoonsgegevens. Zowel het uitvoerend personeel als de
onderdanen van derde landen moeten op deze rechten worden gewezen. Kosten en financiële ondersteuning De voorkeursoptie houdt in dat het Agentschap
een centraal onderdeel ontwikkelt. De kosten die hiermee zijn gemoeid worden
geraamd op een eenmalig bedrag van 43 miljoen EUR, gespreid over twee à drie
jaar, plus gemiddeld 20 miljoen EUR per jaar voor onderhoudswerkzaamheden. De
lidstaten zouden voor het ontwikkelen en opzetten van hun nationale
infrastructuur eenmalig 164 miljoen EUR moeten uittrekken, gespreid over twee à
drie jaar, plus gemiddeld 81 miljoen EUR per jaar voor onderhoudswerkzaamheden.
Deze bedragen omvatten ook de administratieve kosten, uitgezonderd die voor het
behandelen van aanvragen. De kosten voor automatisering zouden sterk variëren,
afhankelijk van het aantal automatische poorten dat wordt geïnstalleerd. De personeels- en investeringskosten voor het
opzetten en onderhouden van het RTP zouden binnen een redelijke termijn worden
gecompenseerd door vrijkomende personele middelen en de lagere kostprijs per
grenscontrole. Voor het Fonds voor interne veiligheid wordt
in het voorstel van de Commissie voor het volgende meerjarig financieel kader
voor de periode 2014-2020 een bedrag uitgetrokken van 4,6 miljard EUR.
Hiervan is 1,1 miljard EUR als indicatief bedrag gereserveerd voor de
ontwikkeling van een inreis-uitreissysteem en een RTP, ervan uitgaande dat de
eerste ontwikkelingskosten pas in 2015 worden gemaakt. Naast deze middelen uit
het Fonds voor interne veiligheid wordt een afzonderlijk bedrag van 822 miljoen
EUR uitgetrokken voor het beheer van bestaande grootschalige IT-systemen
(Schengeninformatiesysteem II, visuminformatiesysteem en Eurodac)[6]. De Commissie wil de uitvoering
van deze taken aan het Agentschap toevertrouwen. Door bij te dragen in de
nationale ontwikkelingskosten kan worden voorkomen dat de uitvoering van
projecten in gevaar komt of wordt vertraagd door economische omstandigheden op
nationaal niveau. De invoering van het RTP brengt geen kosten
mee voor derde landen. Na de eventuele goedkeuring van het RTP zullen derde
landen over het mechanisme worden geïnformeerd en erop worden gewezen dat hun
burgers deelname aan het RTP kunnen aanvragen. 8. Toezicht en evaluatie De beheersautoriteit (het Agentschap) moet
zorgen voor systemen waarmee erop kan worden toegezien dat het RTP bijdraagt
tot de verwezenlijking van de belangrijkste beleidsdoelstellingen. Bovendien
moet de Commissie het RTP aan een algehele evaluatie onderwerpen. De
effectbeoordeling reikt indicatoren aan waarmee kan worden nagegaan in hoeverre
aan de beleidsdoelstellingen is voldaan. De belangrijkste informatiebronnen
zijn het RTP-register en de systemen voor automatische grenscontrole. [1] PB L 158 van 30.4.2004. [2] SEC(2008) 154 van 13.2.2008. [3] COM(2011) 680 definitief. [4] Reizigers die hebben besloten om niet deel te nemen aan
het RTP mogen niet op grond van dat besluit worden beschouwd als reizigers die
een groter risico vormen. [5] In het kader van een RTP wordt onder een token een
fysiek hulpmiddel verstaan waarmee een bevoegde gebruiker zijn identiteit
elektronisch kan bewijzen. Het token fungeert als een elektronische sleutel
voor het automatische grenscontrolesysteem. [6] COM(2011) 750 definitief.