This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0862
Proposal for a COUNCIL DECISION on the conclusion of the Arrangement with the Swiss Confederation on the modalities of its participation in the European Asylum Support Office
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
/* COM/2013/0862 final - 2013/0422 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken /* COM/2013/0862 final - 2013/0422 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Bij Verordening (EU) nr. 439/2010 is het
Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken[1]
(EASO) opgericht om de praktische samenwerking tussen de lidstaten op het
gebied van asiel te versterken, de toepassing van het gemeenschappelijk
Europees asielstelsel te verbeteren en de lidstaten waarvan de asielstelsels en
opvangvoorzieningen onder bijzondere druk staan, te steunen. Overweging 24 van de verordening luidt als
volgt: "Voor het verrichten van zijn opdracht staat het
ondersteuningsbureau open voor deelname van landen die met de Unie
overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de wetgeving van de Unie
op het onder deze verordening vallende gebied hebben overgenomen en toepassen,
zoals met name IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland." Deze
landen worden de "geassocieerde landen" genoemd. Artikel 49, lid 1, bepaalt dan ook: "Het
ondersteuningsbureau staat open voor deelname van IJsland, Liechtenstein,
Noorwegen en Zwitserland als waarnemers. Betreffende onder meer de aard en de
omvang van de deelname, en de wijze van deelname van deze landen aan de
werkzaamheden van het ondersteuningsbureau, worden nadere regelingen
vastgesteld. Deze regelingen omvatten met name bepalingen betreffende de deelname
aan de door het ondersteuningsbureau genomen initiatieven, de financiële
bijdragen en het personeel. Wat personeelszaken betreft, voldoen deze
regelingen in elk geval aan het statuut." De deelname van de geassocieerde landen aan de
werkzaamheden van het ondersteuningsbureau is niet alleen een logische stap,
gezien de betrokkenheid van deze landen bij het Dublinsysteem, maar heeft ook
een duidelijke meerwaarde voor de ondersteuning die het bureau kan bieden op
het gebied van de uitwisseling van goede methoden en expertise, de permanente
steun en de noodsteun, de verzameling en analyse van informatie, en het
waarschuwings- en paraatheidssyteem. Op grond hiervan heeft de Commissie op 1 juli
2011 een aanbeveling aan de Raad geformuleerd om de Commissie te machtigen
onderhandelingen met IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein te
beginnen over internationale overeenkomsten tot vaststelling van de hierboven
bedoelde regelingen. Op 27 januari 2012 heeft de Commissie van de
Raad de machtiging gekregen onderhandelingen met IJsland, Noorwegen,
Zwitserland en Liechtenstein te beginnen over regelingen inzake de wijze waarop
deze landen deelnemen aan het EASO. Er werd met alle geassocieerde landen tegelijk
onderhandeld, in vier onderhandelingsronden. De definitieve tekst van de
ontwerp-regeling met Zwitserland werd op 28 juni 2013 geparafeerd. De lidstaten zijn geïnformeerd en geraadpleegd
in de desbetreffende werkgroepen van de Raad. Voor de Unie zijn artikel 74 en artikel
78, leden 1 en 2, juncto artikel 218 VWEU de rechtsgrondslag voor de
regeling. De Commissie heeft de regeling ondertekend op ... Overeenkomstig
artikel 218, lid 6, onder a), VWEU heeft het Europees Parlement op [...] zijn
goedkeuring gehecht aan de sluiting van de regeling. 2. RESULTATEN VAN DE
ONDERHANDELINGEN De Commissie is van oordeel dat de door de
Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn
bereikt en dat de ontwerp-regeling aanvaardbaar is voor de Unie. Deze regeling houdt uiteindelijk het volgende
in: Zwitserland neemt volledig deel aan de
activiteiten van het ondersteuningsbureau [artikel 1], is in de raad van
bestuur van het ondersteuningsbureau vertegenwoordigd als waarnemer zonder
stemrecht [artikel 2], en levert een jaarlijkse bijdrage aan de begroting van
het ondersteuningsbureau die wordt berekend op basis van het Zwitserse bbp
uitgedrukt in percentage van het bbp van alle landen die deelnemen aan de
werkzaamheden van het ondersteuningsbureau [artikel 3 en bijlage I]; Daarnaast heeft Zwitserland ingestemd met
bepalingen betreffende een mogelijke hogere bijdrage indien de bijdrage van de
Unie wordt verhoogd [artikel 3 en bijlage I]; Tevens wordt een comité opgericht bestaande
uit vertegenwoordigers van de Commissie en van het geassocieerde land. Met het
oog op de efficiëntie zal dit comité tegelijk samenkomen met de comités die
zijn opgericht met andere geassocieerde landen die deelnemen op basis van
artikel 49, lid 1, van de verordening. In de onderhandelingsrichtsnoeren werd
geen melding gemaakt van het comité; het wordt opgericht op verzoek van de
geassocieerde landen om informatie te kunnen uitwisselen en toezicht te houden
op de tenuitvoerlegging van de regeling [artikel 11]. 3. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Artikel 3 en bijlage I van de ontwerp-regeling
hebben betrekking op de jaarlijkse financiële bijdrage van Zwitserland aan de
begroting van het ondersteuningsbureau en de mogelijke aanpassing ervan aan de
situatie zoals beschreven in bijlage I. 4. CONCLUSIE Gezien de hierboven vermelde resultaten stelt
de Commissie voor dat de Raad, na de goedkeuring van het Europees Parlement te
hebben verkregen, de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse
Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van de
Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
goedkeurt. 2013/0422 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van de Regeling tussen de
Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden
van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees
Ondersteuningsbureau voor asielzaken DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de Europese
Unie, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 74 en artikel 78, leden 1 en 2, juncto
artikel 218, lid 6, onder a), Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement[2], Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig Besluit
2013/XXX van de Raad van [...][3]
is de Regeling tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende
de nadere bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het
Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken door de Commissie op [ ]
ondertekend, onder voorbehoud van de sluiting ervan. (2) De regeling moet worden
goedgekeurd. (3) Zoals wordt toegelicht in
overweging 21 van Verordening (EU) nr. 439/2010, nemen het Verenigd Koninkrijk
en Ierland deel aan die verordening en is deze bindend voor beide landen. Zij
dienen dan ook uitvoering te geven aan artikel 49, lid 1, van de Verordening
door deel te nemen aan dit besluit. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland nemen
daarom deel aan dit besluit. (4) Zoals wordt toegelicht in
overweging 22 van Verordening (EU) nr. 439/2010, neemt Denemarken niet deel aan
die verordening en is deze niet bindend voor dat land. Denemarken neemt dan ook
niet deel aan dit besluit, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 De Regeling tussen de Europese Unie en de
Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere bijzonderheden van de deelname van
de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken
wordt hierbij namens de Unie goedgekeurd. De tekst van de regeling is aan dit besluit
gehecht. Artikel 2 De voorzitter van de Raad wijst de persoon
(personen) aan die gemachtigd is (zijn) om namens de Europese Unie de in
artikel 13, lid 1, van de regeling bedoelde kennisgeving te doen, waarmee de
instemming van de Europese Unie om door de regeling gebonden te zijn, tot
uiting wordt gebracht. Artikel 3 Dit besluit treedt in werking op de dag waarop
het wordt vastgesteld. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE REGELING
tussen de Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de nadere
bijzonderheden van de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan het Europees
Ondersteuningsbureau voor asielzaken
DE EUROPESE UNIE, hierna „de EU” genoemd, enerzijds, en DE
ZWITSERSE BONDSSTAAT, hierna "Zwitserland" genoemd, anderzijds, Gezien
artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement
en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau
voor asielzaken[4], hierna "de verordening" genoemd, Overwegende
hetgeen volgt: (1) De verordening bepaalt dat het Europees Ondersteuningsbureau voor
asielzaken, hierna "het ondersteuningsbureau" genoemd, voor het
verrichten van zijn opdracht moet openstaan voor deelname van landen die met de
EU overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan zij de wetgeving van de EU
op het onder deze verordening vallende gebied hebben overgenomen en toepassen,
zoals met name IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, hierna de
"geassocieerde landen" genoemd. (2) Zwitserland heeft met de EU overeenkomsten gesloten uit hoofde
waarvan het de wetgeving van de EU op het onder deze verordening vallende
gebied heeft overgenomen en toepast, met name de Overeenkomst tussen de
Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de criteria en
mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de
behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt
ingediend[5], ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: Artikel 1
Mate van deelname Zwitserland neemt volledig
deel aan de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau en heeft recht op
ondersteunende maatregelen in de zin van de verordening en overeenkomstig de
voorwaarden van deze regeling. Artikel 2
Raad van bestuur Zwitserland is in de raad
van bestuur vertegenwoordigd als waarnemer zonder stemrecht. Artikel 3
Financiële bijdrage 1. Zwitserland levert een jaarlijkse bijdrage aan de ontvangsten van
het ondersteuningsbureau die wordt berekend op basis van het Zwitserse bruto
binnenlands product (bbp), uitgedrukt in percentage van het bbp van alle landen
die deelnemen aan de werkzaamheden van het ondersteuningsbureau, overeenkomstig
de formule in bijlage I. 2. De in lid 1 bedoelde financiële bijdrage is verschuldigd vanaf de
dag na de inwerkingtreding van deze regeling. De eerste financiële bijdrage
wordt evenredig verminderd met de periode van het jaar die reeds is verstreken
voordat de regeling in werking trad. Artikel 4
Gegevensbescherming 1. Zwitserland past zijn nationale regels toe op het gebied van de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens
en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[6]. 2. Voor het doel van deze regeling is Verordening (EG) nr. 45/2001 van
het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de
bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende
het vrije verkeer van die gegevens[7]
van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het
ondersteuningsbureau. 3. Zwitserland houdt zich aan de regels inzake de vertrouwelijkheid van
documenten van het ondersteuningsbureau, die zijn vastgelegd in het reglement
van orde van de raad van bestuur. Artikel 5
Rechtsstatus Het ondersteuningsbureau
heeft rechtspersoonlijkheid naar Zwitsers recht en geniet in Zwitserland de
meest uitgebreide handelingsbevoegdheid die krachtens de wetgeving van dat land
aan rechtspersonen wordt verleend. Het kan met name roerend en onroerend goed
verwerven of vervreemden en in rechte optreden. Artikel 6
Aansprakelijkheid De aansprakelijkheid van het
ondersteuningsbureau wordt geregeld bij artikel 45, leden 1, 3 en 5, van de
verordening. Artikel 7
Hof van Justitie Zwitserland erkent de
bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie over het
ondersteuningsbureau in de zin van artikel 45, leden 2 en 4, van de
verordening. Artikel 8
Personeel van het ondersteuningsbureau 1. Overeenkomstig artikel 38, lid 1, en artikel 49, lid 1, van de
verordening zijn het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie, de
regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese
Unie, de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de
Europese Unie met het oog op de toepassing van dit statuut, en de regels die
door het ondersteuningsbureau zijn vastgesteld op grond van artikel 38, lid 2,
van de verordening, van toepassing op onderdanen van Zwitserland die door het
ondersteuningsbureau worden aangeworven. 2. In afwijking van artikel 12, lid 2, onder a), en artikel 82, lid 3,
onder a), van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden
van de Europese Unie, kunnen onderdanen van Zwitserland die in het bezit zijn
van al hun burgerrechten op contractbasis in dienst worden genomen door de
uitvoerend directeur van het ondersteuningsbureau overeenkomstig de door het
ondersteuningsbureau vastgestelde regels voor de selectie en aanwerving van
personeel. 3. Artikel 38, lid 4, van de verordening is mutatis mutandis van
toepassing op onderdanen van Zwitserland. 4. Onderdanen van Zwitserland kunnen echter niet de post van uitvoerend
directeur van het ondersteuningsbureau bekleden. Artikel 9
Voorrechten en immuniteiten 1. Zwitserland past op het ondersteuningsbureau en zijn personeelsleden
het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie,
dat is opgenomen in bijlage II bij deze regeling, toe, alsook alle regels die
uit hoofde van dit Protocol zijn vastgesteld met betrekking tot
personeelsaangelegenheden van het ondersteuningsbureau. 2. De procedure voor de toepassing van het Protocol betreffende de
voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt uiteengezet in het
aanhangsel bij bijlage II. Artikel 10
Fraudebestrijding De bepalingen betreffende
artikel 44 van de verordening inzake de door de EU in Zwitserland uit te
oefenen financiële controle op deelnemers aan activiteiten van het
ondersteuningsbureau zijn opgenomen in bijlage III. Artikel 11
Comité 1. Een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Europese
Commissie en van Zwitserland ziet toe op de correcte uitvoering van de regeling
en zorgt voor een continu proces van informatieverstrekking en
gedachtewisseling hierover. Om praktische redenen komt dit comité tegelijk
samen met de comités die zijn opgericht met andere geassocieerde landen die
deelnemen op basis van artikel 49, lid 1, van de verordening. Het comité komt
samen op verzoek van Zwitserland of op verzoek van de Europese Commissie. De
raad van bestuur van het ondersteuningsbureau wordt op de hoogte gehouden van
de werkzaamheden van dit comité. 2. Informatie over geplande EU-wetgeving die direct gevolgen heeft voor
de verordening of deze wijzigt, of die naar verwachting effect zal hebben op de
financiële bijdrage in de zin van artikel 3 van deze regeling, wordt gedeeld en
besproken in het comité. Artikel 12
Bijlagen De bijlagen bij deze
regeling vormen een integrerend deel van de regeling. Artikel 13
Inwerkingtreding 1. De overeenkomstsluitende partijen keuren deze regeling goed volgens
hun eigen nationale procedures. Zij stellen elkaar in kennis van de voltooiing
van deze procedures. 2. Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand na de
laatste kennisgeving in de zin van lid 1. Artikel 14
Beëindiging en geldigheid 1. Deze regeling wordt voor onbepaalde tijd gesloten. 2. Elk van de partijen kan, na overleg met het comité, deze regeling
opzeggen door de andere partij hiervan in kennis te stellen. Zes maanden na de
datum van die kennisgeving houdt de regeling op van toepassing te zijn. 3. Deze regeling vervalt in geval van beëindiging van de Overeenkomst
tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat betreffende de
criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk
is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in
Zwitserland wordt ingediend[8]. 4. Deze regeling wordt opgesteld in een enkel exemplaar in de
Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de
Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de
Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense,
de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische en de Zweedse taal, waarbij alle
teksten gelijkelijk authentiek zijn. …………… BIJLAGE I Formule voor de berekening van de bijdrage 1. De financiële bijdrage van Zwitserland aan
de ontvangsten van het ondersteuningsbureau, als bedoeld in artikel 33, lid 3,
onder d), van de verordening, wordt volgens onderstaande formule berekend. De jaarlijks op 31 maart beschikbare meest
recente definitieve cijfers betreffende het bruto binnenlands product (bbp) van
Zwitserland worden gedeeld door de som van de voor hetzelfde jaar beschikbare
bbp-cijfers van alle landen die deelnemen aan het ondersteuningsbureau. Het
aldus verkregen percentage wordt toegepast op het in artikel 33, lid 3, onder
a) van de verordening bedoelde deel van de goedgekeurde ontvangsten van het
ondersteuningsbureau voor het betreffende jaar om het bedrag van de financiële
bijdrage van Zwitserland te verkrijgen. 2. De financiële bijdrage wordt betaald in
euro. 3. Zwitserland betaalt zijn financiële
bijdrage uiterlijk 45 dagen na ontvangst van de debetnota. Elk uitstel van
betaling leidt ertoe dat Zwitserland vanaf de vervaldatum achterstandsrente
moet betalen over het uitstaande bedrag. Het rentepercentage is de op de eerste
kalenderdag van de maand van de vervaldag door de Europese Centrale Bank voor
haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet zoals bekendgemaakt
in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, verhoogd met
drieënhalf procentpunten. 4. De financiële
bijdrage van Zwitserland wordt aangepast overeenkomstig deze bijlage indien de
in artikel 33, lid 3, onder a), van de verordening bedoelde in de algemene
begroting van de Europese Unie opgenomen bijdrage van de Unie wordt verhoogd op
grond van artikel 26, 27 of 41 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van
het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van
de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot
intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002[9]. In dat geval moet het verschil 45 dagen na ontvangst van de debetnota
worden betaald. 5. Indien door het
ondersteuningsbureau uit hoofde van artikel 33, lid 3, onder a), van de
verordening van de EU ontvangen betalingskredieten voor jaar N niet voor 31
december van jaar N worden besteed of indien de begroting van het
ondersteuningsbureau voor jaar N op grond van artikel 26, 27 of 41 van
verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 is verlaagd, wordt het deel van de niet-bestede
of verlaagde betalingskredieten dat overeenkomt met het percentage van de
bijdrage van Zwitserland, overgeheveld naar de begroting van het
ondersteuningsbureau voor het jaar N+1. De bijdrage van Zwitserland aan de
begroting van het ondersteuningsbureau voor jaar N+1 wordt dienovereenkomstig
verlaagd. BIJLAGE II PROTOCOL (NR. 7)
BETREFFENDE DE VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN VAN DE EUROPESE UNIE
DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, OVERWEGENDE dat krachtens de bepalingen van artikel 343 van het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie en naar artikel 191 van het Verdrag
tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EGA), de Europese
Unie en de EGA op het grondgebied van de lidstaten de immuniteiten en
voorrechten genieten welke nodig zijn ter vervulling van hun taak, HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OMTRENT de volgende bepalingen, welke
aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese
Gemeenschap voor Atoomenergie worden gehecht: HOOFDSTUK I EIGENDOMMEN, FONDSEN, BEZITTINGEN EN
VERRICHTINGEN VAN DE EUROPESE UNIE Artikel 1 De gebouwen en terreinen van
de Europese Unie zijn onschendbaar. Zij zijn vrijgesteld van huiszoeking,
vordering, verbeurdverklaring of onteigening. De eigendommen en bezittingen van
de Unie kunnen zonder toestemming van het Hof van Justitie niet worden
getroffen door enige dwangmaatregel van bestuursrechtelijke of gerechtelijke
aard. Artikel 2 Het archief van de Unie is
onschendbaar. Artikel 3 De Unie, haar bezittingen, inkomsten en andere eigendommen zijn
vrijgesteld van alle directe belastingen. Telkens wanneer hun dit mogelijk is, treffen de regeringen van de
lidstaten passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag
der indirecte belastingen en van belastingen op de verkoop, welke een deel
vormen van de prijs van onroerende of roerende goederen, wanneer de Unie voor
haar officieel gebruik belangrijke aankopen doet van goederen in de prijs waarvan
zodanige belastingen begrepen zijn. De toepassing van deze bepalingen mag
evenwel niet tot gevolg hebben dat de mededinging binnen de Unie wordt
vervalst. Geen enkele vrijstelling wordt verleend van belastingen, heffingen en
rechten die niet anders zijn dan eenvoudige vergoedingen voor diensten van
openbaar nut. Artikel 4 De Unie is vrijgesteld van alle douanerechten, in- en uitvoerverboden
en -beperkingen met betrekking tot goederen bestemd voor officieel gebruik van
de Unie; de aldus ingevoerde goederen mogen op het grondgebied van het land
alwaar zij zijn ingevoerd niet onder bezwarende titel of om niet worden
overgedragen, tenzij op voorwaarden welke door de regering van dat land zijn
goedgekeurd. Zij is eveneens vrijgesteld van alle douanerechten, in- en
uitvoerverboden en -beperkingen met betrekking tot hun publicaties. HOOFDSTUK II MEDEDELINGEN EN LAISSEZ-PASSER Artikel 5
(oud artikel 6) De instellingen van de Unie genieten, voor hun officiële mededelingen
en het overbrengen van al hun documenten op het grondgebied van iedere lidstaat
de behandeling, welke door deze staat aan diplomatieke missies wordt
toegestaan. De officiële correspondentie en andere officiële mededelingen van de
instellingen van de Unie zijn niet aan censuur onderworpen. Artikel 6
(oud artikel 7) Laissez-passer, waarvan de vorm door de Raad met gewone meerderheid van
stemmen wordt vastgesteld en welke als geldige reispapieren worden erkend door
de overheidsinstanties van de lidstaten kunnen door de voorzitters van de
instellingen van de Unie aan de leden en het personeel van deze instellingen
worden verstrekt. Deze laissez-passer worden aan de ambtenaren en overige
personeelsleden verstrekt overeenkomstig de bepalingen van het statuut van de
ambtenaren en de regeling voor de andere personeelsleden van de Unie. De Commissie kan akkoorden sluiten teneinde deze laissez-passer te doen
erkennen als geldige reispapieren voor het grondgebied van derde staten. HOOFDSTUK III LEDEN VAN HET EUROPEES PARLEMENT Artikel 7
(oud artikel 8) De bewegingsvrijheid der leden van het Europees Parlement die zich naar
de plaats van bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan
terugkeren wordt op geen enkele wijze beperkt door voorschriften van
bestuursrechtelijke of andere aard. Aan de leden van het Europees Parlement worden, wat betreft douane- en
deviezencontrole, toegekend: a) door hun eigen regering, dezelfde faciliteiten als zijn toegekend
aan hoge ambtenaren, die zich, belast met een tijdelijke officiële zending,
naar het buitenland begeven; b) door de regeringen van de andere lidstaten, dezelfde faciliteiten
als zijn toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen, belast
met een tijdelijke officiële zending. Artikel 8
(oud artikel 9) Tegen de leden van het
Europees Parlement kan geen opsporing plaatsvinden, noch kunnen zij worden
aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de
uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht. Artikel 9
(oud artikel 10) Tijdens de zittingsduur van het Europees Parlement genieten de leden: a) op hun eigen grondgebied, de immuniteiten welke aan de leden van de
volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend, b) op het grondgebied van elke andere lidstaat, vrijstelling van
aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook. De immuniteit beschermt hen eveneens, wanneer zij zich naar de plaats
van de bijeenkomst van het Europees Parlement begeven of daarvan terugkeren. Op deze immuniteit kan geen beroep worden gedaan in geval van
ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees
Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te
heffen. HOOFDSTUK IV DE AAN DE WERKZAAMHEDEN VAN DE INSTELLINGEN
DER EUROPESE UNIE DEELNEMENDE VERTEGENWOORDIGERS DER LIDSTATEN Artikel 10
(oud artikel 11) De aan de werkzaamheden van de instellingen van de Unie deelnemende
vertegenwoordigers der lidstaten, alsmede hun raadslieden en de deskundigen,
genieten gedurende de uitoefening van hun ambt en op hun reizen naar en van de
plaats van bijeenkomst de gebruikelijke voorrechten, immuniteiten en
faciliteiten. Dit artikel is eveneens van toepassing op de leden der raadgevende
organen van de Unie. HOOFDSTUK V AMBTENAREN EN OVERIGE PERSONEELSLEDEN VAN
DE EUROPESE UNIE Artikel 11
(oud artikel 12) De ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie zijn, ongeacht hun
nationaliteit, op het grondgebied van elk der lidstaten: a) vrijgesteld van rechtsvervolging voor hetgeen zij in hun officiële
hoedanigheid hebben gedaan, gezegd of geschreven, behoudens de toepassing van
de bepalingen der Verdragen, die betrekking hebben op de verantwoordelijkheid
van de ambtenaren en overige personeelsleden tegenover de Unie, en voorts op de
bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie om uitspraak te doen
in geschillen tussen de Unie en haar ambtenaren en overige personeelsleden. Zij
blijven deze immuniteit genieten nadat zij hun ambt hebben neergelegd; b) tezamen met hun echtgenoten en de te hunnen laste zijnde verwanten
vrijgesteld van immigratiebeperkingen en vreemdelingenregistratie; c) inzake monetaire of deviezenregelingen in het genot van de
gebruikelijke faciliteiten welke aan ambtenaren van internationale organisaties
worden toegekend; d) gerechtigd om de eerste maal, dat zij hun post bezetten, in het
betrokken land hun huisraad en goederen voor persoonlijk gebruik vrij van
rechten in te voeren, en bij het neerleggen van hun ambt hun huisraad en
goederen voor persoonlijk gebruik uit genoemd land vrij van rechten weder uit
te voeren, in beide gevallen met inachtneming van de voorwaarden welke de
regering van het land waar dit recht wordt uitgeoefend, als noodzakelijk
beschouwt; e) gerechtigd uit een lidstaat hun voor persoonlijk gebruik bestemde
personenauto die in het land waar zij het laatst hun verblijfplaats hebben
gehad of in het land waarvan zij onderdaan zijn, verkregen is op de voorwaarden
die op de binnenlandse markt van dat land gelden, vrij van rechten in te
voeren, en deze vrij van rechten weder uit te voeren, in beide gevallen met
inachtneming van de voorwaarden welke de regering van het betrokken land als
noodzakelijk beschouwt. Artikel 12
(oud artikel 13) Onder de voorwaarden en volgens de procedure welke door het Europees
Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en
na raadpleging van de betrokken instellingen worden vastgesteld, worden de
ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie onderworpen aan een belasting
ten bate van de Unie op de door haar betaalde salarissen, lonen en emolumenten. Zij zijn vrijgesteld van nationale belastingen op de door de Unie
betaalde salarissen, lonen en emolumenten. Artikel 13
(oud artikel 14) De ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie, die zich
uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van hun ambt in dienst van de Unie
vestigen op het grondgebied van een andere lidstaat dan de staat van de fiscale
woonplaats, welke zij bezitten op het ogenblik van hun indiensttreding bij de
Unie, worden voor de toepassing van de inkomsten-, vermogens- en
successiebelastingen, alsmede van de tussen de lidstaten van de Unie gesloten
overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting, zowel in de staat waar zij
zich gevestigd hebben als in de staat van de fiscale woonplaats, geacht hun
woonplaats te hebben behouden in de laatstgenoemde staat, indien deze lid is
van de Unie. Deze bepaling geldt eveneens voor de echtgenoot voor zover deze
geen eigen beroepsbezigheden uitoefent, alsmede voor de kinderen die ten laste
zijn en onder toezicht staan van de in dit artikel bedoelde personen. De roerende goederen welke toebehoren aan de in de vorige alinea
bedoelde personen en zich bevinden op het grondgebied van de staat van
verblijf, worden in die staat vrijgesteld van successiebelasting; voor de
heffing van die belasting worden die roerende goederen geacht zich in de staat
van de fiscale woonplaats te bevinden, onder voorbehoud van de rechten van
derde staten en de mogelijke toepassing van de bepalingen der internationale
overeenkomsten betreffende dubbele belasting De uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van een ambt in dienst van
andere internationale organisaties verkregen woonplaats wordt niet in
aanmerking genomen bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel. Artikel 14
(oud artikel 15) Het Europees Parlement en de
Raad stellen volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen en na
raadpleging van de betrokken instellingen de regeling vast inzake de sociale
voorzieningen, welke op de ambtenaren en overige personeelsleden van de Unie
van toepassing zijn. Artikel 15
(oud artikel 16) Het Europees Parlement en de Raad bepalen volgens de gewone
wetgevingsprocedure bij verordeningen en na raadpleging van de overige
betrokken instellingen, op welke categorieën van ambtenaren en overige
personeelsleden van de Unie de bepalingen van de artikelen 11, 12, tweede
alinea, en 13 geheel of ten dele van toepassing zijn. De namen, hoedanigheden en adressen der ambtenaren en overige
personeelsleden, welke onder deze categorieën zijn begrepen, worden op gezette
tijden aan de regeringen van de lidstaten medegedeeld. HOOFDSTUK VI VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN DER BIJ DE
EUROPESE UNIE GEACCREDITEERDE MISSIES VAN DERDE STATEN Artikel 16
(oud artikel 17) De lidstaat, op wiens
grondgebied de zetel van de Unie is gevestigd, verleent aan de missies der bij
de Unie geaccrediteerde derde staten de gebruikelijke diplomatieke immuniteiten
en voorrechten. HOOFDSTUK VII ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 17
(oud artikel 18) De voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden aan de ambtenaren
en overige personeelsleden van de Unie uitsluitend in het belang van de Unie
verleend. Elke instelling van de Unie is gehouden de aan een ambtenaar of ander
personeelslid verleende immuniteit op te heffen in alle gevallen, waarin zulks
naar haar mening niet strijdig is met de belangen van de Unie. Artikel 18
(oud artikel 19) Voor de toepassing van dit
protocol handelen de instellingen van de Unie in overeenstemming met de
verantwoordelijke autoriteiten van de betrokken lidstaten. Artikel 19
(oud artikel 20) De artikelen 11 tot en met
14 en 17 zijn van toepassing op de voorzitter van de Europese Raad. Zij zijn eveneens van
toepassing op de leden van de Commissie. Artikel 20
(oud artikel 21) De artikelen 11 tot en met
14 en artikel 17 zijn van toepassing op de rechters, de advocaten-generaal, de
griffier en de toegevoegde rapporteurs van het Hof, onverminderd de bepalingen
van artikel 3 van het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie
van de Europese Unie nopens de vrijstelling van rechtsvervolging van de
rechters en de advocaten-generaal. Artikel 21
(oud artikel 22) Dit protocol is eveneens van
toepassing op de Europese Investeringsbank, de leden van haar organen, haar
personeel en de vertegenwoordigers der lidstaten, die aan haar werkzaamheden
deelnemen, onverminderd de bepalingen van het protocol betreffende haar
statuten. De Europese Investeringsbank
wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing ter
gelegenheid van de uitbreiding van haar aandelenkapitaal, alsmede van de
verschillende formaliteiten welke deze verrichtingen kunnen medebrengen in de
staat waar de zetel gevestigd is. Haar opheffing en liquidering zullen evenmin
enige heffing medebrengen. Ten slotte geeft de werkzaamheid van de Bank en van
haar organen, uitgeoefend onder de statutaire voorwaarden, geen aanleiding tot
de heffing van omzetbelastingen. Artikel 22
(oud artikel 23) Dit protocol is eveneens van toepassing op de Europese Centrale Bank,
de leden van haar organen en haar personeel, onverminderd de bepalingen van het
protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken
en van de Europese Centrale Bank. De Europese Centrale Bank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale
en parafiscale heffing bij de uitbreiding van haar kapitaal, alsmede van de
verschillende formaliteiten welke hieraan verbonden zijn in de staat waar de
zetel van de Bank gevestigd is. De werkzaamheden van de Bank en van haar
organen, uitgeoefend overeenkomstig de statuten van het Europese Stelsel van
centrale banken en van de Europese Centrale Bank, geven geen aanleiding tot de
heffing van omzetbelasting. Aanhangsel bij bijlage II Wijze van toepassing in Zwitserland van het
Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten 1. Uitbreiding
van de toepassing van het protocol tot Zwitserland Iedere verwijzing
naar de lidstaten in het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten
van de Europese Gemeenschappen (hierna "het Protocol" genoemd) moet
worden opgevat als zijnde eveneens van toepassing op Zwitserland, tenzij in het
onderstaande anders wordt bepaald. 2.
Ondersteuningsbureau vrijgesteld van indirecte belastingen (met inbegrip van
btw) Op vanuit
Zwitserland geëxporteerde goederen en diensten wordt geen Zwitserse belasting
over de toegevoegde waarde (btw) geheven. Wat goederen en diensten betreft die
het ondersteuningsbureau in Zwitserland voor officieel gebruik worden geleverd
of verstrekt, geschiedt de btw-vrijstelling, overeenkomstig artikel 3, tweede
alinea, van het protocol, door middel van teruggave van de betaalde bedragen. Vrijstelling
van btw wordt verleend indien de feitelijke aankoopprijs voor de in de factuur
of een gelijkwaardig document vermelde goederen en dienstverstrekkingen
(inclusief belastingen) ten minste 100 Zwitserse frank bedraagt. Restitutie van de
betaalde btw-bedragen volgt op vertoon van de speciaal hiertoe bestemde
Zwitserse formulieren aan de afdeling btw van de Zwitserse federale
belastingautoriteiten. De aanvragen worden in beginsel behandeld binnen drie
maanden, te rekenen vanaf de indiening van het van de nodige bewijsstukken
vergezelde verzoek om terugbetaling. 3. Wijze van
toepassing van de regelgeving betreffende het personeel van het
ondersteuningsbureau Wat artikel 12,
tweede alinea, van het Protocol betreft, stelt Zwitserland, volgens de
beginselen van zijn intern recht, de ambtenaren en overige personeelsleden van
het ondersteuningsbureau in de zin van artikel 2 van Verordening (Euratom,
EGKS, EEG) nr. 549/69 van 25 maart 1969 ter bepaling van de categorieën
van ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen waarop
de bepalingen van de artikelen 12, 13, tweede alinea, en 14 van het Protocol
betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Gemeenschappen van toepassing
zijn[10], vrij van federale, kantonnale en gemeentelijke belastingen op
salarissen, lonen en emolumenten die door de EU worden betaald en waarop, te
harer gunste, een interne belasting van toepassing is. Voor de toepassing
van artikel 13 van dit Aanhangsel wordt Zwitserland niet als een lidstaat in de
zin van bovenstaande paragraaf 1 beschouwd. De ambtenaren en
overige personeelsleden van het ondersteuningsbureau, alsook hun gezinsleden
die zijn aangesloten bij het op de ambtenaren en overige personeelsleden van de
EU van toepassing zijnde socialeverzekeringsstelsel, vallen niet verplicht
onder het Zwitserse socialeverzekeringsstelsel. Het Hof van
Justitie van de Europese Unie heeft uitsluitende bevoegdheid voor alle kwesties
betreffende de betrekkingen tussen de Commissie of het ondersteuningsbureau en
zijn personeel, wat betreft de toepassing van het statuut van de ambtenaren en
de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de
Europese Unie, en de andere bepalingen van het EU-recht tot vaststelling van
arbeidsvoorwaarden. BIJLAGE III Financiële controle met betrekking tot
Zwitserse deelnemers aan de activiteiten van het ondersteuningsbureau Artikel 1
Rechtstreekse communicatie Het ondersteuningsbureau en de Europese Commissie onderhouden
rechtstreekse contacten met alle in Zwitserland gevestigde personen of
entiteiten die betrokken zijn bij de activiteiten van het ondersteuningsbureau
als contractant, als deelnemer aan een programma van het ondersteuningsbureau,
als begunstigde van een betaling uit de begroting van het ondersteuningsbureau
of van de EU, of als onderaannemer. Deze personen kunnen alle dienstige
informatie en documentatie die zij gehouden zijn te verstrekken op grond van de
in deze regeling genoemde instrumenten en van de ter uitvoering daarvan
gesloten contracten of overeenkomsten, alsmede van de in het kader daarvan
genomen besluiten, rechtstreeks aan de Europese Commissie en het
ondersteuningsbureau doen toekomen. Artikel 2
Audits 1. In
overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het
Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de
financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot
intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002[11], met Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 23
december 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in
artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende
het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de
Europese Gemeenschappen[12], en met de overige regelingen waarnaar in deze regeling wordt
verwezen, kan in de contracten of overeenkomsten die met in Zwitserland
gevestigde begunstigden worden gesloten en in de besluiten die in dat kader
worden genomen, worden bepaald dat bij deze begunstigden of bij hun
onderaannemers op ieder tijdstip wetenschappelijke, financiële of
technologische audits of andere controles kunnen worden verricht door
functionarissen van het ondersteuningsbureau en de Commissie of door andere
door dezen hiertoe gemachtigde personen. 2. De
functionarissen van het ondersteuningsbureau en de Commissie alsook de andere
door dezen hiertoe gemachtigde personen krijgen passende toegang tot locaties,
werkzaamheden en documenten, alsmede tot alle nodige informatie, inclusief
informatie in elektronische vorm, om deze audits naar behoren te kunnen
uitvoeren. Dit recht van toegang wordt uitdrukkelijk vermeld in de contracten
of overeenkomsten die worden gesloten ter uitvoering van de instrumenten
waarnaar in deze regeling wordt verwezen. 3. De Europese
Rekenkamer heeft dezelfde rechten als de Europese Commissie. 4. De audits
kunnen plaatsvinden tot vijf jaar na het verstrijken van deze regeling dan wel
volgens het bepaalde in de contracten of overeenkomsten of in de ter zake
genomen besluiten. 5. De Zwitserse
financiële controledienst wordt van tevoren over de op het Zwitserse
grondgebied te verrichten audits geïnformeerd. Deze kennisgeving is evenwel
geen wettelijke voorwaarde voor de uitvoering van deze audits. Artikel 3
Controles ter plaatse 1. In het kader
van deze regeling is de Europese Commissie (OLAF) gemachtigd op het Zwitserse
grondgebied controles en verificaties ter plaatse te verrichten, zulks
overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten van Verordening (EG, Euratom) nr.
2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en
verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter
bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen
fraudes en andere onregelmatigheden[13]. 2. De controles en
verificaties ter plaatse worden door de Europese Commissie voorbereid en
uitgevoerd in nauwe samenwerking met de Zwitserse financiële controledienst of
met de andere door deze controledienst aangewezen bevoegde Zwitserse
autoriteiten, die tijdig over het voorwerp, het doel en de rechtsgrondslag van
de controles en verificaties worden ingelicht, teneinde alle nodige hulp te
kunnen verstrekken. Te dien einde kunnen functionarissen van de bevoegde
Zwitserse autoriteiten aan de controles en verificaties ter plaatse deelnemen. 3. Indien de
betrokken Zwitserse autoriteiten dit wensen, worden de controles en
verificaties ter plaatse door de Europese Commissie en die autoriteiten
gezamenlijk verricht. 4. Wanneer
deelnemers aan het programma zich verzetten tegen een controle of verificatie
ter plaatse, verlenen de Zwitserse autoriteiten de controleurs van de Europese
Commissie, overeenkomstig de nationale bepalingen ter zake, de nodige
assistentie om laatstgenoemden in staat te stellen de hun opgedragen controles
en verificaties ter plaatse tot een goed einde te brengen. 5. De Europese
Commissie doet de Zwitserse financiële controledienst ten spoedigste mededeling
van iedere onregelmatigheid en van ieder vermoeden betreffende een
onregelmatigheid waarvan zij in het kader van de controle of verificatie ter
plaatse kennis heeft gekregen. De Europese Commissie stelt in ieder geval de
bovengenoemde instantie in kennis van het resultaat van deze controles en
verificaties. Artikel 4
Informatie en raadpleging 1. Met het oog op
een goede uitvoering van deze bijlage wisselen de bevoegde Zwitserse en
EU-autoriteiten op gezette tijden informatie uit en plegen zij, op verzoek van
een van beide overeenkomstsluitende partijen, overleg. 2. De bevoegde
Zwitserse autoriteiten stellen het ondersteuningsbureau en de Europese
Commissie onverwijld in kennis van ieder onder hun aandacht gebracht feit
waaraan het vermoeden zou kunnen worden ontleend dat er zich onregelmatigheden
hebben voorgedaan bij de sluiting en de uitvoering van de contracten of
overeenkomsten die zijn gesloten ter uitvoering van de instrumenten waarnaar in
deze regeling wordt verwezen. Artikel 5
Vertrouwelijkheid Ingevolge deze bijlage meegedeelde of verkregen informatie, in eender
welke vorm, valt onder het beroepsgeheim en wordt op dezelfde wijze beschermd
als soortgelijke informatie wordt beschermd krachtens het Zwitserse recht en de
overeenkomstige bepalingen die gelden voor de EU-instellingen. Deze informatie
mag niet worden meegedeeld aan andere personen dan die welke binnen de
EU-instellingen of in de lidstaten of Zwitserland op grond van hun functie op
de hoogte moeten zijn van deze informatie, en mag niet worden gebruikt voor
andere doeleinden dan het waarborgen van een doeltreffende bescherming van de
financiële belangen van de overeenkomstsluitende partijen. Artikel 6
Administratieve maatregelen en sancties Onverminderd de toepassing van het Zwitserse strafrecht kan het
ondersteuningsbureau of de Europese Commissie administratieve maatregelen en
sancties opleggen in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom)
nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober
2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene
begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom)
nr. 1605/2002[14], met Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie
van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften voor Verordening
(EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad tot
vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting
van de Unie[15], en met Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18
december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de
Europese Gemeenschappen[16]. Artikel 7
Invordering en tenuitvoerlegging Besluiten die het
ondersteuningsbureau of de Europese Commissie neemt binnen het
toepassingsgebied van deze regeling welke voor natuurlijke of rechtspersonen,
met uitzondering van de staten, een geldelijke verplichting inhouden, zijn
uitvoerbaar in Zwitserland. De uitvoerbare titel wordt, zonder andere controle
dan de verificatie van de authenticiteit van het besluit, afgegeven door de
daartoe door de Zwitserse regering aangewezen autoriteit, die daarvan kennis
geeft aan het ondersteuningsbureau of de Europese Commissie. De
tenuitvoerlegging vindt plaats volgens de Zwitserse regels. Het Hof van
Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor de controle van de
rechtsgeldigheid van de uitvoerbare titel. Arresten van het
Hof van Justitie van de Europese Unie die worden gewezen ingevolge een
arbitrageclausule vormen onder dezelfde voorwaarden executoriale titel. [1] Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement
en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau
voor asielzaken; PB L 132 van 29.5.2010, blz 11. [2] PB C […] van […], blz.. […]. [3] PB C […] van […], blz.. […]. [4] PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11. [5] PB L 53 van 27.2.2008, blz. 5. [6] Beschikking van de Commissie van 26 juli 2000
overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, over
de passende bescherming van persoonsgegevens in Zwitserland (PB L 215 van
25.8.2000, blz. 1). [7] PB L 8 van 12.1.2011, blz. 1. [8] PB L 53 van 27.2.2008, blz. 5. [9] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [10] PB L 74 van 27.3.1969, blz. 1. Verordening laatstelijk
gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 371/2009 van de Raad (PB L 121 van
15.5.2009, blz. 1). [11] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [12] PB L 357 van 31.12.2002, blz. 72. Verordening laatstelijk
gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 652/2008 van de Commissie (PB L 181
van 10.7.2008, blz. 23). [13] PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2. [14] PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1. [15] PB L 362 van 31.12.2012, blz. 1. [16] PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.