Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013PC0753

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn

/* COM/2013/0753 final */

52013PC0753

Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn /* COM/2013/0753 final */


TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel

Alle verordeningen tot vaststelling van de vangstmogelijkheden moeten het bevissen van de bestanden beperken tot niveaus die in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn de doelstellingen voor de jaarlijkse voorstellen inzake vangst- en inspanningsbeperkingen vastgesteld die moeten garanderen dat de visserij in de Unie vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam verloopt.

De vangstmogelijkheden worden jaarlijks vastgesteld (die voor diepzeebestanden om de twee jaar). Dit staat de invoering van een langetermijnbeheer evenwel niet in de weg. De Europese Unie heeft in dit verband aanzienlijke vooruitgang geboekt: de uit commercieel oogpunt belangrijkste bestanden vallen nu onder meerjarige beheersplannen. De jaarlijkse TAC’s en maximale inspanningsniveaus moeten daarmee in overeenstemming zijn.

Toepassingsgebied

Voor 2014 heeft de Commissie rekening gehouden met de wens van de lidstaten dat opnieuw één enkele algemene vangstmogelijkhedenverordening zou worden vastgesteld, in tegenstelling tot de in 2012 en 2013 gevolgde aanpak. Voor die beide jaren werden telkens twee afzonderlijke verordeningen voorgesteld en aangenomen: één voor de vangstmogelijkheden waarover de EU autonoom beslist en één voor de vangstmogelijkheden die worden vastgesteld op basis van in het kader van bilaterale of multilaterale onderhandelingen genomen besluiten. Bijgevolg zijn de structuur en de recurrente tekstgedeelten van het voorliggende voorstel gebaseerd op een versmelting van die afzonderlijke in 2013 vastgestelde verordeningen (Verordeningen (EU) nr. 39/2013 en (EU) nr. 40/2013 van de Raad).

Met betrekking tot de vangstmogelijkheden die voortvloeien uit maatregelen welke in het kader van multilaterale of bilaterale visserijovereenkomsten of processen zijn afgesproken, handelt de Unie op basis van een standpunt dat stoelt op wetenschappelijk advies en op haar eigen beleidsdoelstellingen, die ook op interne EU-besluiten van toepassing zijn. Het resultaat van dergelijke onderhandelingen impliceert dat de Unie ermee instemt verbintenissen ten aanzien van derde partijen aan te gaan. Wat de omzetting van dergelijke besluiten in het recht van de Unie betreft, reikt de discretionaire bevoegdheid van de Unie niet veel verder dan wat over de interne verdeling onder de lidstaten wordt overeengekomen. Voor de interne verdeling geldt het beginsel van relatieve stabiliteit. In dit verband heeft het voorstel betrekking op:

· Gedeelde bestanden, d.w.z. bestanden die gezamenlijk worden beheerd hetzij met Noorwegen in de Noordzee en het Skagerrak, hetzij in het kader van NEAFC-overeenkomsten tussen kuststaten.

· Vangstmogelijkheden die voortvloeien uit overeenkomsten in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's).

In dit voorstel is een aantal vangstmogelijkheden als "p.m." (pro memoria) aangegeven. Dit heeft te maken met het feit dat:

– het advies voor een aantal bestanden niet beschikbaar zal zijn op de datum waarop het voorstel zou moeten worden goedgekeurd; of

– bepaalde vangstbeperkingen en andere aanbevelingen van de betrokken ROVB's nog niet zijn vastgesteld omdat hun jaarvergaderingen nog niet hebben plaatsgevonden; of

– de cijfers voor bestanden in de wateren van Groenland en voor met Noorwegen en andere derde landen gedeelde of geruilde bestanden nog niet beschikbaar zijn omdat zij afhangen van de resultaten van het overleg met deze landen in november en december 2014.

Overzicht van de visbestanden

Naar goede gewoonte heeft de Commissie in haar jaarlijkse Mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de vangstmogelijkheden (COM(2013)319 final, hierna "de mededeling" genoemd) een beeld geschetst van de situatie waarop de voorstellen inzake vangstmogelijkheden moeten worden afgestemd. De mededeling biedt een overzicht van de toestand van de bestanden op grond van de bevindingen van de in 2012 verstrekte wetenschappelijke adviezen. Het goede nieuws is dat van de bestanden waarvoor een volledige analyse beschikbaar is, het percentage dat wordt overbevist is afgenomen van 86 % in 2009 tot 39 % in 2013. Niettemin vallen er nog steeds zorgwekkende trends te signaleren. Zo is het aantal bestanden waarvoor het advies luidt dat de vangst tot het laagst mogelijke niveau moet worden teruggebracht, gestegen. Wat de toelevering van gegevens betreft, hebben de lidstaten niet volledig aan hun rapportageverplichtingen voldaan. Dat is nochtans van essentieel belang, willen zij een robuuste analyse van de toestand van de diverse bestanden faciliteren.

Op verzoek van de Commissie heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) in juli zijn jaarlijks advies over de meeste door het onderhavige voorstel bestreken visbestanden uitgebracht. ICES heeft rekening gehouden met de door de Commissie in haar mededeling gepresenteerde beleidsoriëntaties. Dit advies is beoordeeld door het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) tijdens zijn plenaire zomervergadering.

De door deze twee instanties verstrekte adviezen berusten hoofdzakelijk op gegevens; alleen bestanden waarvoor voldoende en betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, kunnen volledig worden beoordeeld met het oog op schattingen van hun omvang en prognoses over hoe zij zullen reageren op de diverse exploitatiescenario's ("vangstopties"). Als voldoende gegevens beschikbaar zijn, kunnen de wetenschappelijke instanties ramingen van aanpassingen van de vangstmogelijkheden verschaffen waarmee het bestand de maximale duurzame opbrengst (MSY – maximum sustainable yield) zal bereiken. Het advies wordt dan "MSY-advies" genoemd. In andere gevallen passen de wetenschappelijke instanties de voorzorgsbenadering toe wanneer zij aanbevelingen betreffende het niveau van de vangstmogelijkheden formuleren. De methodiek die ICES daarbij toepast, wordt toegelicht in ICES-publicaties betreffende het opstellen van adviezen met betrekking tot bestanden waarvoor slechts beperkte gegevens voorhanden zijn[1].

De belangrijkste groep voorgestelde TAC’s is opgenomen in bijlage IA. In deze bijlage worden 152 TAC’s vermeld voor bestanden die in het Skagerrak, het Kattegat, de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, de EU-wateren van de CECAF en de wateren van Frans-Guyana worden bevist. Van deze TAC’s zijn er 23 het voorwerp van een MSY-advies. De overige vallen in de volgende categorieën:

· 13 TAC’s worden voorgesteld overeenkomstig langetermijnbeheerplannen, bijvoorbeeld beheerplannen die voortvloeien uit specifieke vigerende GVB-verordeningen, nog niet aangenomen voorstellen van de Commissie betreffende beheerplannen of door regionale adviesraden (RAR’s) voorgestelde beheerplannen die door de wetenschappelijke adviesorganen in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel worden geacht.

· 55 TAC’s betreffen bestanden waarvoor weinig gegevens voorhanden zijn en waarvoor geen volledige beoordeling kon worden gegeven. Van deze laatste zijn er 21 die in het voorstel op het niveau van 2012 worden gehandhaafd, conform een gezamenlijke verklaring van de Raad en de Commissie dat de vangstmogelijkheden ongewijzigd zouden blijven tenzij uit wetenschappelijke adviezen zou blijken dat het bestand in kwestie aan het afnemen is. Aan deze beslissing ligt de overweging ten grondslag dat de meeste van deze bestanden bijvangsten zijn in gemengde visserijen en dat een wijziging van hun TAC’s nauwelijks van invloed is op de evolutie van hun toestand, terwijl herhaalde TAC-verlagingen kunnen leiden tot wettelijk verplichte teruggooi.

· De resterende TAC’s worden in deze fase aangegeven als “pm” (pro memoria) omdat het desbetreffende wetenschappelijk advies nog niet beschikbaar is of afhankelijk is van internationale onderhandelingen of overeenkomsten die later dit jaar zullen worden afgerond/gesloten. Voor deze bestanden zal het voorstel moeten worden bijgewerkt wanneer het advies beschikbaar komt.

Alle voorgestelde vangstmogelijkheden zijn in overeenstemming met het wetenschappelijk advies dat de Commissie met betrekking tot de toestand van de bestanden heeft ontvangen en dat is gebruikt zoals aangegeven in de mededeling.

Samenhang met andere beleidsgebieden en met de doelstellingen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbende partijen

a)           Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten

Wat betreft de aanpak die de Commissie met betrekking tot de voorgestelde vangstmogelijkheden wil hanteren, heeft zij de belanghebbenden, met name via de RAR’s, en de lidstaten geraadpleegd op basis van haar mededeling over de vangstmogelijkheden voor 2014.

Daarnaast heeft de Commissie de richtsnoeren gevolgd van haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement “Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer” (COM(2006) 246 definitief), waarin de beginselen van het zogenoemde “frontloadingsproces” (vroegtijdige consultatie) zijn uiteengezet.

Voorts heeft de Commissie in september 2013 een evenement voor belanghebbenden georganiseerd voor een presentatie en bespreking van de resultaten van het wetenschappelijk advies en de belangrijkste implicaties daarvan.

b) Samenvatting van de reacties en de manier waarop daarmee rekening is gehouden

De antwoorden op de bovengenoemde raadpleging van de Commissie inzake de vangstmogelijkheden zijn een afspiegeling van de standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de evaluatie van de Commissie betreffende de visstand en de manier waarop het beheer een passend antwoord kan geven.

Lidstaten

De enige lidstaat die op het moment dat deze toelichting werd opgesteld op de mededeling had gereageerd, is het Verenigd Koninkrijk. In zijn antwoord drukt het Verenigd Koninkrijk zijn waardering uit voor de inspanningen van de Commissie om de vangstmogelijkheden in overeenstemming te brengen met het GVB-hervormingspakket en met de kaderrichtlijn mariene strategie. Het ondersteunt waar mogelijk de MSY-doelstellingen voor 2015 en pleit, wat de voorzorgsaanpak betreft, voor een pragmatische benadering en voor de vaststelling per geval van de TAC’s.

RAR Noordwestelijke wateren (NWWRAC – North Western Waters RAC)

De NWWRAC is het eens met de in het politiek akkoord over de herziening van het GVB vastgelegde doelstelling om de bestanden zo mogelijk tegen 2015, en uiterlijk tegen 2020, op MSY-niveau te bevissen. De NWWRAC erkent dat de verbetering van de selectiviteit van het vistuig in zijn activiteitgebied een prioriteit vormt en neemt nota van de specifieke punten van zorg die in de mededeling over de witvisbestanden (kabeljauw, schelvis en wijting) in de Ierse Zee en de wateren ten westen van Schotland aan de orde worden gesteld. Wat de wetenschappelijke adviezen betreft, staat de NWWRAC weliswaar positief tegenover de nieuwe adviesmethodiek die de ICES in 2012 heeft geïntroduceerd, maar hij verwacht ook dat een meer geperfectioneerde oplossing wordt uitgewerkt voor bestanden waarvoor weinig gegevens beschikbaar zijn. Daartoe wil de NWWRAC nauw met de ICES en met nationale wetenschappers blijven samenwerken om de beschikbaarheid en de kwaliteit van de gegevens te verbeteren.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Wat de toegepaste methodiek betreft, heeft de Commissie — zoals al eerder vermeld — de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) en zijn Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) geraadpleegd. De adviezen van de ICES zijn gebaseerd op een advieskader dat door de groepen van deskundigen en besluitvormingsorganen van de ICES is ontwikkeld en worden uitgebracht overeenkomstig het met de Commissie overeengekomen Memorandum van overeenstemming. Het WTECV brengt zijn adviezen uit op basis van de door de Commissie verstrekte taakomschrijving.

Het uiteindelijke doel van de Unie is de bestanden op een niveau te brengen waarmee de maximale duurzame opbrengst (Maximum Sustainable Yield - MSY) kan worden gehaald. Dit doel is uitdrukkelijk opgenomen in het voorstel van de Commissie voor de herziening van het gemeenschappelijk visserijbeleid[2]. In juni 2013 hebben de medewetgevers een politiek akkoord bereikt over dit voorstel, waarin onder meer is bepaald dat de MSY-doelstelling "… zo mogelijk tegen 2015, en voor alle bestanden uiterlijk tegen 2020, wordt bereikt." De uitdrukkelijke opneming van dit doel in de GVB-basisverordening vloeit voort uit de verbintenissen die de Unie is aangegaan met betrekking tot de conclusies van de Wereldtop over duurzame ontwikkeling (Johannesburg, 2002) en het bijbehorende uitvoeringsplan. In die documenten is bepaald dat de landen zich ertoe verbinden om uitgedunde visbestanden, indien mogelijk, in stand te houden en uiterlijk tegen 2015 weer tot hun MSY-niveau te laten toenemen. Zoals gezegd is voor sommige bestanden de daartoe vereiste informatie inderdaad beschikbaar. Tot deze bestanden behoren qua vangsthoeveelheden en handelswaarde zeer belangrijke bestanden zoals heek, kabeljauw, zeeduivels, tong, scharretongen, schelvis en langoustine.

Om het MSY-niveau te halen, kan het noodzakelijk zijn om in bepaalde gevallen de visserijsterftecijfers te verlagen of de vangsten te beperken. In deze context maakt dit voorstel gebruik van de MSY-adviezen indien deze voorhanden zijn. Sommige bestanden zijn de jongste jaren al op MSY-niveau bevist. In dat geval zijn de voorgestelde TAC’s erop gericht dat niveau te handhaven of, indien uit het advies blijkt dat het exploitatieniveau in 2012 de MSY heeft overschreden, de visserijsterfte te verlagen om het bestand tot een duurzaam bevissingsniveau terug te brengen. Voor bestanden waarvoor het MSY-niveau nog niet is bereikt, zijn de voorgestelde TAC’s verenigbaar met het bereiken van de MSY in 2015. Deze aanpak spoort met de in de mededeling over de vangstmogelijkheden voor 2014 uiteengezette beginselen.

Voor bestanden waarvoor weinig gegevens beschikbaar zijn, formuleren de wetenschappelijke adviesorganen aanbevelingen om de vangsten te verminderen, te handhaven of eventueel te verhogen. In veel gevallen hebben de ICES-adviezen daartoe kwantitatieve richtsnoeren opgeleverd, waarbij overeenkomstig de methodologie van de ICES en bij wijze van voorzorgsmaatregel wordt uitgegaan van een grenswaarde van 20 % voor de toename of vermindering van de vangst tussen twee opeenvolgende jaren. Bij de vaststelling van de voorgestelde TAC’s is gebruik gemaakt van deze richtsnoeren. In gevallen waarin helemaal geen wetenschappelijk advies voorhanden was, is de voorzorgsaanpak gevolgd en zijn de TAC’s bij wijze van voorzorgsmaatregel met 20 % verlaagd.

Voor sommige bestanden (voornamelijk wijdverspreide bestanden, haaien en roggen) wordt het advies in het najaar uitgebracht. Het onderhavige voorstel zal zo nodig moeten worden bijgewerkt zodra dit advies is ontvangen. Ten slotte is, zoals eerder gezegd, voor 13 bestanden het advies te baat genomen om een afgesproken beheerplan ten uitvoer te leggen.

Over de huidige tendensen bij de ontwikkeling van de bestanden kan het volgende worden opgemerkt:

Iberische wateren

De zeeduivel- en scharretongbestanden verkeren in goede toestand en worden duurzaam bevist, maar sommige langoustinebestanden zijn leeggevist en hebben zich nog niet hersteld. De biomassa van het zuidelijke heekbestand blijft toenemen ondanks het feit dat de visserijdruk op dit bestand hoog blijft. De positieve ontwikkeling van dit bestand is dus wellicht te danken aan gunstige milieuomstandigheden. Om maximaal van deze trend te kunnen profiteren, is het wenselijk om de visserijinspanning ten aanzien van deze populatie te verminderen in overeenstemming met het desbetreffende langetermijnbeheerplan.

Golf van Biskaje

Het tongbestand in de Golf van Biskaje verkeert nog steeds in een suboptimale toestand; voor het derde opeenvolgende jaar adviseert de ICES een verlaging van de TAC. De TAC wordt in dit voorstel evenwel als “pm” (pro memoria) aangegeven omdat de belanghebbende partijen maatregelen voor het langetermijnbeheer van dit bestand hebben voorgesteld en de Commissie het wetenschappelijk advies over die maatregelen afwacht, dat vermoedelijk in november 2013 zal worden uitgebracht.

Keltische Zee

Er wordt minder vis opgehaald en de biomassa van een aantal bestanden van groot economisch belang in dit gebied is afgenomen. Dientengevolge worden aanzienlijke TAC-verlagingen voorgesteld als zulks in wetenschappelijke adviezen wordt bepleit, bijv. voor kabeljauw en schelvis. Hoge teruggooipercentages blijven een probleem, niet alleen in de visserij op witte rondvis maar ook in die op platvis: tong en schol worden samen gevangen, maar op grond van de wetenschappelijke adviezen zijn tegenovergestelde beheersmaatregelen vereist, namelijk een vermindering voor tong en een intensivering voor schol. Het probleem wordt nog verergerd doordat het technisch moeilijk is om selectiviteit ten aanzien van tong te bereiken (d.w.z. tong de mogelijkheid te bieden om aan het vistuig te ontkomen zonder de schol te laten ontsnappen).

Wateren ten westen van Schotland

In dit gebied zijn de witvisbestanden (kabeljauw, wijting, schelvis) er erg aan toe als gevolg van onduurzame hoeveelheden teruggooi. De kabeljauw herstelt zich niet en daarom wordt een 0-TAC voorgesteld, ook al zal een uitsluitend op TAC’s gebaseerd beheer wellicht niet volstaan om de achteruitgang van de soort een halt toe te roepen. De situatie zal in feite misschien zelfs verslechteren als gevolg van het in november bekend te maken advies voor langoustine. Indien dat advies, zoals verwacht, een verhoging van de TAC voor langoustine mogelijk zal maken, zal dat bestand nog intensiever worden bevist en zal het risico op nog meer ongewenste bijvangst van witvis alleen maar toenemen. Op selectiviteit gerichte maatregelen worden zodoende een dringende zaak. ICES heeft nog geen aanwijzingen kunnen vinden voor enige afname van de kabeljauwsterfte als gevolg van de selectiviteitsmaatregelen die thans door de in dit gebied opererende vissersvloten worden toegepast.

Ierse Zee

De toestand van de kabeljauw- en wijtingbestanden in dit gebied blijft zorgwekkend. De situatie is vergelijkbaar met die in de wateren ten westen van Schotland: er wordt te veel witvis overboord gezet en de huidige selectiviteitsmaatregelen lijken ontoereikend. De toestand van de tong- en scholbestanden is vergelijkbaar met die in de Keltische Zee.

Het ICES-advies wordt door het WTECV bevestigd en in een aantal gevallen nader uitgewerkt.

Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek

Alle verslagen van het WTECV zijn beschikbaar op de website van DG MARE. Alle verslagen van de ICES zijn beschikbaar op de website van de ICES.

Effectbeoordeling

De verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden is geen instrument waarmee de Raad complexe maatregelenpakketten kan vaststellen, en moet beperkt blijven tot het in artikel 43, lid 3, van het Verdrag vastgestelde toepassingsgebied. Zij is derhalve toegesneden op een resultaatgestuurd beheer. Als het beleid in zijn geheel beter functioneert, zullen ook de jaarlijkse vangstmogelijkheden verbeteren. Dit beleid omvat met name technische maatregelen, vlootbeheer, structurele steun, controle en handhaving, marktregulering en de opneming van beheersinstrumenten in een allesomvattend maritiem beleid. Wel blijft het nodig om middels de vangstmogelijkhedenverordening aanpassingen door te voeren teneinde de essentiële hulpbronnen voor de Europese visserij- en verwerkingssector in stand te houden en negatieve gevolgen van een te hoge visserijsterfte voor het mariene milieu te voorkomen of te corrigeren.

De Unie heeft een aantal meerjarige beheerplannen vastgesteld voor bestanden van essentieel economisch belang, zoals onder andere heek, kabeljauw en platvis. Aan de goedkeuring van dergelijke plannen moet een effectbeoordeling voorafgaan. Zodra zij van kracht zijn, zijn zij bepalend voor de TAC-niveaus die voor het gegeven jaar moeten worden vastgesteld om de langetermijndoelstellingen te verwezenlijken. De Commissie is verplicht haar TAC-voorstellen op die plannen af te stemmen zolang deze feitens en rechtens van toepassing zijn. Bijgevolg zijn meerdere essentiële TAC’s in het voorstel het resultaat van de specifieke effectbeoordeling van het plan waarop zij zijn gebaseerd.

Voor het overige wil het voorstel, ook bij ontstentenis van meerjarenplannen, een kortetermijnaanpak vermijden en is de voorkeur gegeven aan een op duurzaamheid op de lange termijn gerichte benadering die rekening houdt met initiatieven van de belanghebbende partijen en de RAR’s indien deze door de ICES en/of het STECF positief zijn beoordeeld. In veel gevallen impliceert dit een meer geleidelijke verlaging van de vangstmogelijkheden.

Het MSY-gericht beleid dat aan de langetermijnbeheersaanpak van de Commissie ten grondslag ligt, heeft het voorwerp uitgemaakt van een gedetailleerde analyse en effectbeoordeling in het kader van de herziening van het GVB. Dit proces heeft geresulteerd in de indiening van een pakket voorstellen op 13 juli 2011. Thans is een fase bereikt waarin de medewetgevers het eens zijn over de wenselijkheid de MSY-doelstelling een plaats te geven onder de doelstellingen die bepalend moeten zijn voor de wijze waarop het GVB het komende decennium ten uitvoer wordt gelegd (zie punt 2 hierboven). Het herzieningsvoorstel van de Commissie is, zoals het hoort, uitgewerkt op basis van een effectbeoordeling (SEC(2011) 891) in het kader waarvan de MSY-doelstelling is geanalyseerd. In de conclusies van die beoordeling wordt de MSY-doelstelling gezien als een noodzakelijke voorwaarde om tot ecologische, economische en sociale duurzaamheid te komen. De medewetgevers hebben de filosofie van het hervormingsvoorstel van de Commissie onderschreven en in juni jongstleden een politiek akkoord bereikt dat inhoudt dat de MSY-doelstelling "… zo mogelijk tegen 2015, en voor alle bestanden uiterlijk tegen 2020, wordt bereikt".

Ten aanzien van ROVB-vangstmogelijkheden en met derde landen gedeelde visbestanden vormt dit voorstel in hoofdzaak de omzetting van internationaal overeengekomen maatregelen. Alle elementen die relevant zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden worden in aanmerking genomen bij de voorbereiding en in het verloop van de internationale onderhandelingen in het kader waarvan de vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derde partijen.

3.           JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

De verplichting van de Unie om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Samenvatting van het voorstel

Om de met het GVB beoogde totstandbrenging van een ecologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangst- en inspanningsbeperkingen gelden voor de visserij in de Unie.

Toepassing

De bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied zijn van toepassing tot en met 31 december 2014, met uitzondering van een aantal bepalingen inzake inspanningsbeperkingen, die van toepassing zijn tot en met 31 januari 2015, en bepaalde TAC’s met specifieke seizoencycli (bijv. lodde in de wateren van Groenland).

Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de volgende reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

Krachtens de voorgestelde verordening van de Raad worden de vangstmogelijkheden over de lidstaten verdeeld. Met inachtneming van artikel 20, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 mogen de lidstaten deze mogelijkheden op hun beurt naar eigen goeddunken over de regio's en de marktdeelnemers verdelen. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan vrijheid en conform het sociaaleconomische model van hun keuze beslissen hoe zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten.

Het voorstel heeft geen nieuwe financiële gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening zijn reeds beschikbaar.

Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

5.           AANVULLENDE INFORMATIE

Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in de vereenvoudiging van de administratieve procedures voor de overheidsinstanties (Unie of nationaal), met name wat betreft de voorschriften op het gebied van inspanningsbeheer.

Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling

Het voorstel betreft een jaarlijkse verordening voor het jaar 2014 en bevat derhalve geen herzieningsclausule.

Nadere toelichting bij het voorstel

Het onderhavige voorstel beperkt zich tot de vaststelling en de verdeling van vangstmogelijkheden en tot de voorwaarden die functioneel verband houden met het gebruik van die vangstmogelijkheden.

Voor een aantal bestanden, zoals heek, tong, schol en langoustine, zijn de vangstmogelijkheden vastgesteld op basis van de in de respectieve meerjarenplannen vervatte voorschriften. Voor bestanden waarvoor de sector een langetermijnbeheerstrategie heeft voorgesteld die door de wetenschappelijke adviesorganen doeltreffend en in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel worden geacht (bijvoorbeeld haring in de Keltische Zee) neemt het voorstel de daarin vervatte vangstcontrolevoorschriften over.

Wat de kabeljauwbestanden in het Kattegat betreft, is het advies voor 2014 hetzelfde als dat voor 2013, namelijk dat deze soort op grond van de voorzorgsbenadering in dit gebied niet gericht dient te worden bevist en dat bijvangst en teruggooi zo veel mogelijk moeten worden beperkt. Op dit bestand waarvoor weinig gegevens voorhanden zijn, is dus artikel 9 van het kabeljauwplan van toepassing[3]; bijgevolg wordt een vermindering van de TAC met 20 % voorgesteld. Hetzelfde geldt voor kabeljauw in de Ierse Zee, dus ook hier wordt een verlaging met 20 % voorgesteld. Wat de kabeljauw in de wateren ten westen van Schotland betreft, houdt het advies op grond van de MSY-benadering de aanbeveling in om gerichte visserij te vermijden en bijvangst en teruggooi in 2014 zo veel mogelijk te beperken; bijgevolg stelt de Commissie, net als in 2013, een 0-TAC en een aanlandingsindulgentie van 1,5 % voor. De toestand van de kabeljauw in de wateren ten westen van Schotland is uitermate ernstig: alternatieve maatregelen om kabeljauw te vermijden en de teruggooi van kabeljauw te verminderen hebben in dit gebied niet tot een echte verlaging van de visserijinspanning geleid; in de praktijk zijn deze maatregelen, in het licht van de chronisch hoge ramingen van de teruggooi (momenteel circa 71 %) ondoeltreffend gebleken. Het is duidelijk slecht gesteld met het voortplantingspotentieel van dit bestand, gezien de geringe biomassa en de geringe rekrutering. In deze omstandigheden kan zelfs een 0-TAC – hoe dan ook de enige verdedigbare optie – op zich het herstel van het bestand niet garanderen. Het moet worden aangevuld met extra maatregelen om onbedoelde vangst doeltreffend te vermijden en de teruggooi substantieel te verminderen.

De bij deze verordening vastgestelde vangstmogelijkheden in termen van visserijinspanning hebben betrekking op kabeljauwbestanden, tong in het westelijke Kanaal en zuidelijke heek en langoustine. De regels voor deze bestanden zijn vervat in de respectieve beheerplannen. In het geval van de drie bovenvermelde kabeljauwbestanden (Kattegat, Ierse Zee, wateren ten westen van Schotland) is een reële vermindering van de visserijinspanning, eveneens om de bovengenoemde redenen, dringend noodzakelijk; bijgevolg worden inspanningsverlagingen voorgesteld overeenkomstig artikel 12, lid 4, onder b), van het plan. In het geval van zuidelijke heek en langoustine en tong in het westelijke Kanaal wordt het op zeedagen gebaseerde systeem per type vaartuig dat in het verleden reeds visserijactiviteiten heeft bedreven, in 2014 gehandhaafd, maar zullen de lidstaten krachtens de voorgestelde verordening een op kilowattdagen gebaseerd systeem kunnen blijven toepassen met het oog op een efficiënter gebruik van de vangstmogelijkheden en de bevordering van instandhoudingspraktijken in overleg met de visserijsector. In het geval van de tongvisserij in het westelijke Kanaal beoogt het voorstel een stroomlijning van de vaststelling van maximale inspanningsniveaus (extra dagen) per lidstaat, volgens het systeem dat al sedert 2011 doeltreffend is gebleken met betrekking tot de vangstmogelijkheden in de visserij op zuidelijke heek en langoustine. Zo zal vanaf 2014 het cijfer voor elke lidstaat als zodanig in de vangstmogelijkhedenverordening worden vastgesteld. Dit zal meer transparantie mogelijk maken bij de reallocatie van zeedagen afkomstig van gesloopte vaartuigen in deze visserij en resulteren in specifieke cijfers voor elke lidstaat.

Deze verordening machtigt, voor de vierde maal sinds de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden, de betrokken lidstaten om zelf bepaalde TAC’s vast te stellen, met dien verstande dat zij verplicht zijn daarbij te handelen in overeenstemming met de doelstellingen van het GVB.

Zoals gezegd omvat dit voorstel ook vangstbeperkingen die zijn afgesproken in de context van bepaalde ROVB’s of die voortvloeien uit onderhandelingen met derde landen (gedeelde bestanden), die in de meeste gevallen voorlopig als "pro memoria" zijn aangegeven in afwachting van de afsluiting van de desbetreffende internationale onderhandelingen.

2013/0366 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzonderheid artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002[4] moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), en met inachtneming van eventuele adviezen van regionale adviesraden, maatregelen worden vastgesteld inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten.

(2)       De Raad moet maatregelen voor de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen, inclusief bepaalde voorwaarden die daar functioneel verband mee houden. De vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten voor elk bestand of elke visserijtak geniet, mede met inachtneming van de in Verordening (EG) nr. 2371/2002 vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

(3)       De totale toegestane vangsten (total allowable catch - TAC’s) moeten worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale adviesraden.

(4)       Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC’s overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg moeten de TAC’s voor de bestanden van zuidelijke heek en langoustine, tong in het westelijke Kanaal, schol en tong in de Noordzee, haring in de wateren ten westen van Schotland, kabeljauw in het Kattegat, de wateren ten westen van Schotland, de Ierse Zee, de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijke Kanaal en blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften die zijn vervat in: Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad[5]; Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad[6]; Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad[7]; Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad[8]; Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad[9] (het "kabeljauwplan") en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad[10]. Met betrekking tot de noordelijke heekbestanden (Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad[11]) en de tongbestanden in de Golf van Biskaje (Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad[12]) zijn de minimumdoelstellingen van de desbetreffende herstel- en beheerplannen evenwel bereikt en dienen derhalve de verstrekte wetenschappelijke adviezen te worden gevolgd om de TAC’s op MSY-niveau te brengen of te handhaven, al naargelang van het geval.

(5)       Voor bestanden waarvoor onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, waarbij rekening wordt gehouden met bestandsspecifieke factoren, waaronder met name de beschikbare gegevens over de ontwikkelingen van de bestanden en overwegingen betreffende de gemengde visserij.

(6)       Overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996[13] moeten de bestanden waarop de daarin vervatte maatregelen van toepassing zijn, worden omschreven.

(7)       Wanneer voor een bepaald bestand een TAC aan één enkele lidstaat wordt toegewezen, is het dienstig deze lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1, van het Verdrag te machtigen het niveau van deze TAC vast te stellen. Er moeten regelingen worden getroffen om te garanderen dat de betrokken lidstaat bij het vaststellen van dit TAC-niveau volledig in overeenstemming met de beginselen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid handelt.

(8)       De maxima voor de visserijinspanning voor 2014 moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007, artikel 5 van Verordening (EG) nr. 509/2007, de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG) nr. 302/2009, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad[14].

(9)       In het licht van het meest recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de internationale verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt.

(10)     Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaiensoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(11)     De bij deze verordening voor EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009[15], en met name de artikelen 33 en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie doen toekomen.

(12)     Voor sommige TAC’s dienen de lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visserijhulpbronnen te vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan vangstquotaregelingen is dat zij de vissers een stimulans bieden om de vangstselectiviteit van hun activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel beheer van de teruggooi te komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij betrekking hebben op elke activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in de haven. Daarom moeten de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra toewijzingen verlenen, de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt gemaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten televisiecircuit (CCTV’s) (hierna gezamenlijk "CCTV-systeem" genoemd). Hiermee moeten alle behouden en teruggegooide delen van de vangsten in detail kunnen worden geregistreerd. Een regeling met menselijke waarnemers die in realtime aan boord actief zijn, zou minder efficiënt, duurder en minder betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een eerste vereiste voor het halen van de doelstellingen van regelingen tot verlaging van de teruggooi, waaronder de volledig gedocumenteerde visserij. Bij de toepassing van dergelijke systemen moeten de voorschriften van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad[16] worden nageleefd.

(13)     Om te garanderen dat het potentieel van vangstquotaregelingen om de absolute visserijsterfte van de betrokken bestanden te beheersen, daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de hand van proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen alle in het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de totale toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen de visserijactiviteiten te worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing volledig door dat vaartuig is opgebruikt. Voorts is het passend overdrachten van toewijzingen tussen vaartuigen die deelnemen aan de proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen toe te staan mits kan worden aangetoond dat de teruggooi door niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

(14)     Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) is het dienstig een systeem te handhaven, met de mogelijkheid tot herziening, voor het beheer van zandspieringen in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV.

(15)     [In te lassen na overleg met Noorwegen]

(16)     [In te lassen na de jaarvergadering van de Internationale Commissie voor de instandhouding van de tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan (ICCAT)].

(17)     Ingevolge de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie in juli 2013 zijn in deze verordening bepalingen betreffende de vangstmogelijkheden voor Kroatië opgenomen.

(18)     [In te lassen na de jaarvergadering van de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR)].

(19)     Tijdens haar jaarvergadering in 2013 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC) een resolutie ter bescherming van de oceanische witpunthaai aangenomen, die van toepassing is op in de IOTC-lijst van vergunde vaartuigen vermelde vissersvaartuigen en die, als voorlopige proefmaatregel, het aan boord houden, overladen, aanlanden of opslaan van volledige karkassen van oceanische witpunthaaien of delen daarvan verbiedt. De resolutie voorziet in een uitzondering voor ambachtelijke visserij, namelijk voor vissersvaartuigen die vissen binnen de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat waarvan zij de vlag voeren.

(20)     [In te lassen na de jaarvergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO)].

(21)     Tijdens haar 84e jaarvergadering in 2013 heeft de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) haar instandhoudingsmaatregelen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn gehandhaafd. Voorts heeft de IATTC haar resolutie betreffende de instandhouding van oceanische witpunthaaien gehandhaafd. Deze maatregelen moeten deel blijven uitmaken van het Unierecht.

(22)     [In te lassen na de jaarvergadering van de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO)].

(23)     [In te lassen na de jaarvergadering van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC)].

(24)     [In te lassen nadat maatregelen zijn vastgesteld in het kader van het Verdrag voor de instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee].

(25)     Tijdens haar 35e jaarvergadering in 2013 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke deel van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation - NAFO) een aantal vangstmogelijkheden voor 2014 vastgesteld voor bepaalde bestanden in de deelgebieden 1-4 van het NAFO-verdragsgebied. De NAFO heeft in dit verband een procedure ingesteld om de voor 2014 vastgestelde TAC voor witte heek in NAFO-deelsector 3NO te verhogen indien is voldaan aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot de toestand van dit bestand. Een verdragsluitende partij bij de NAFO kan de uitvoerend secretaris van de NAFO melden dat voor het bestand van witte heek in NAFO-deelsector 3NO hogere vangsten per inspanningseenheid dan normaal werden vastgesteld. Indien de TAC-verhoging in de loop van het jaar 2014 wordt bekrachtigd door een positieve stemming in de NAFO, dient deze in Unierecht te worden omgezet en moeten de quota van de betrokken lidstaten worden verhoogd.

(26)     Bepaalde internationale maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of beperkt, worden op het einde van het jaar door de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgesteld en worden van kracht vóór de inwerkingtreding van deze verordening. De bepalingen tot omzetting van deze maatregelen in Unierecht dienen derhalve met terugwerkende kracht van toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het verdragsgebied van de CCAMLR (Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) loopt van 1 december tot en met 30 november en bepaalde vangstmogelijkheden of ‑verboden in het CCAMLR-verdragsgebied derhalve worden vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2013, dienen de desbetreffende bepalingen van deze verordening vanaf die datum van toepassing te zijn. Deze toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel van het gewettigd vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder machtiging in het CCAMLR-verdragsgebied mogen vissen.

(27)     Overeenkomstig de verklaring van de Unie ten overstaan van de Bolivariaanse republiek Venezuela ("Venezuela") over het toekennen van vangstmogelijkheden in EU-wateren aan vissersvaartuigen die onder de vlag van Venezuela in de EZZ voor de kust van Frans-Guyana varen[17], moeten voor Venezuela vangstmogelijkheden worden vastgesteld voor het vissen op snappers in EU-wateren.

(28)     Om eenvormige uitvoeringsvoorwaarden te waarborgen betreffende het verlenen aan afzonderlijke lidstaten van de toestemming om te genieten van het systeem van beheer van de hun toegewezen visserijinspanning aan de hand van een kilowattdagensysteem, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend.

(29)     Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de toekenning van extra zeedagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten en voor de versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers, alsmede met betrekking tot de spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van informatie betreffende de overdracht van zeedagen tussen vissersvaartuigen die de vlag van dezelfde lidstaat voeren. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011[18].

(30)     Teneinde ervoor te zorgen dat de visserijactiviteiten niet worden onderbroken en het inkomen van de vissers in de Unie wordt veiliggesteld, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2014 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1 februari 2014, en sommige bepalingen voor bijzondere gebieden, waarvoor een specifieke toepassingsdatum moet gelden. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking te treden.

(31)     De vangstmogelijkheden moeten in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden gebruikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp

1.           Deze verordening stelt de vangstmogelijkheden vast in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren voor sommige visbestanden en groepen visbestanden.

2.           De in lid 1 bedoelde vangstmogelijkheden omvatten:

(a) de vangstbeperkingen voor 2014 en, waar zulks in de onderhavige verordening is bepaald, voor 2015;

(b) de beperkingen van de visserijinspanning voor de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015;

(c) de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014 voor bepaalde bestanden in het CCAMLR-verdragsgebied;

(d) de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 32 genoemde periodes voor het jaar 2014 en, waar zulks in de onderhavige verordening is bepaald, het jaar 2015.

Artikel 2 Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op de volgende vaartuigen:

(a) EU-vaartuigen;

(b) vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

Artikel 3 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

(a) "EU-vaartuig": een vissersvaartuig dat de vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd;

(b) "vaartuig van een derde land": een vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land;

(c) "EU-wateren": wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee;

(d) "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;

(e) "totaal toegestane vangst (TAC)": de hoeveelheid van elk visbestand die elk jaar mag worden gevangen en aangeland;

(f) "quotum": een aan de Unie of een lidstaat toegewezen aandeel van de TAC;

(g) "analytische evaluaties": een kwantitatieve evaluatie van trends in een bepaald bestand, op basis van gegevens over de biologie en de exploitatie van het bestand waarvan na wetenschappelijke toetsing is gebleken dat zij van toereikende kwaliteit zijn om wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten te verstrekken;

(h) "maaswijdte": de maaswijdte van visnetten als vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) No 517/2008[19] van de Commissie;

(i) "EU-vissersvlootregister": het register dat door de Commissie is ingesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

(j) "visserijlogboek": het logboek als bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

Artikel 4 Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

(a) voor de ICES-zones (International Council for the Exploration of the Sea — Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009[20] gespecificeerde geografische gebieden;

(b) voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust;

(c) voor het Kattegat: het geografische gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;

(d) voor functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied VII: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

– 53° 30' NB 15° 00' WL,

– 53° 30' NB 11° 00' WL,

– 51° 30' NB 11° 00' WL,

– 51° 30' NB 13° 00' WL,

– 51° 00' NB 13° 00' WL,

– 51° 00' NB 15° 00' WL,

– 53° 30' NB 15° 00' WL;

(e) voor de Golf van Cadiz: het geografische gebied van ICES-sector IXa ten oosten van 7° 23' 48'' WL;

(f) voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central Atlantic Fisheries — Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad[21] gespecificeerde geografische gebieden;

(g) voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation — Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad[22] gespecificeerde geografische gebieden;

(h) voor het SEAFO-verdragsgebied (South East Atlantic Fisheries Organisation — Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de Atlantische Oceaan[23] omschreven geografische gebied;

(i) voor het ICCAT-verdragsgebied (International Commission for the Conservation of Atlantic Tunas — Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): het in het Internationaal Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen[24] omschreven geografische gebied;

(j) voor het CCAMLR-verdragsgebied (Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): het in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 601/2004[25] omschreven geografische gebied;

(k) voor het IATTC-verdragsgebied (Inter American Tropical Tuna Commission — Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn): het in het Verdrag ter versterking van de Inter‑Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica[26] omschreven geografische gebied;

(l) voor het IOTC-verdragsgebied (Indian Ocean Tuna Commission — Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): het in de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan[27] omschreven geografische gebied;

(m) voor het SPRFMO-verdragsgebied (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation — Regionale visserijorganisatie voor het zuidelijke deel van de Stille Oceaan): het gebied op open zee ten zuiden van 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals omschreven in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan[28], en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

(n) voor het WCPFC-verdragsgebied (Western and Central Pacific Fisheries Commission — Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan[29] omschreven geografische gebied;

(o) voor de volle zee van de Beringzee: de geografische zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten;

(p) Voor het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied: het geografische gebied dat wordt begrensd door:

– lengtegraad 150° WL,

– lengtegraad 130° WL,

– breedtegraad 4° ZB,

– breedtegraad 50° ZB.

TITEL II VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU‑VAARTUIGEN

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 5 TAC's en toewijzingen

1.           De TAC's voor EU-vaartuigen in EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.

2.           EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van artikel 14 van en bijlage III bij de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008[30] en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

3.           Voor de toepassing van de bijzondere voorwaarde welke in bijlage IA is vastgesteld voor het zandspieringenbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV gelden de in bijlage IID omschreven beheersgebieden.

Artikel 6 Door de lidstaten vast te stellen TAC's

1.           Voor bepaalde visbestanden worden de TAC's door de betrokken lidstaat vastgesteld. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.           De door een lidstaat vast te stellen TAC's:

(a) zijn consistent met de beginselen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name met het beginsel van duurzame exploitatie van de bestanden; en

(b) zijn zodanig gekozen dat:

i) indien er analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand met een zo groot mogelijke waarschijnlijkheid vanaf 2015 met de maximale duurzame opbrengst overeenstemt;

ii) indien er geen of onvollige analytische evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand voldoet aan de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer.

3.           Elke betrokken lidstaat verstrekt de Commissie uiterlijk op 15 maart 2014 de volgende gegevens:

(a) de vastgestelde TAC's;

(b) de door de lidstaat verzamelde en beoordeelde gegevens waarop de vastgestelde TAC's zijn gebaseerd;

(c) nadere gegevens over hoe de vastgestelde TAC's aan lid 2 voldoen.

Artikel 7 Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits:

(a) die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is opgebruikt; of

(b) de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 8 Beperkingen van de visserijinspanning

1.           Van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015 zijn de volgende visserijinspanningsmaatregelen van toepassing:

(a) bijlage IIA voor het beheer van sommige kabeljauw-, tong- en scholbestanden in het Kattegat, het Skagerrak, het deel van ICES-sector IIIa dat niet behoort tot het Skagerrak en het Kattegat, ICES-deelgebied IV en ICES-sectoren VIa, VIIa en VIId en de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en Vb;

(b) bijlage IIB met het oog op het herstel van heek en langoustine in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;

(c) bijlage IIC voor het beheer van de tongbestanden in ICES-sector VIIe.

Artikel 9 Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij

2.           Artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002[31], op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel "zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden, overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat artikel.

3.           De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2014 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 % van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote zilvervis is gevangen.

Artikel 10 Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden

1.           De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

a) het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

b) kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

c) nieuwe toewijzingen op grond van artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008;

d) het aanlanden van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96;

e) de op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden;

f) kortingen op grond van de artikelen 105, 106 en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009;

g) overdrachten en uitwisselingen van quota overeenkomstig artikel 20 van deze verordening.

2.           Tenzij anders vermeld in bijlage I bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 11 Gesloten visseizoenen

1.           Van 1 mei tot en met 31 mei 2014 is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan boord te houden: kabeljauw, scharretongen, zeeduivels, schelvis, wijting, heek, langoustine, schol, witte koolvis, koolvis, roggen, tong, lom, blauwe leng, leng en doornhaai.

Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt || Breedtegraad || Lengtegraad

1 || 52° 27' NB || 12° 19' WL

2 || 52° 40' NB || 12° 30' WL

3 || 52° 47' NB || 12° 39,600' WL

4 || 52° 47' NB || 12° 56' WL

5 || 52° 13,5' NB || 13° 53,830' WL

6 || 51 ° 22' NB || 14° 24' WL

7 || 51 ° 22' NB || 14° 03' WL

8 || 52° 10' NB || 13° 25' WL

9 || 52° 32' NB || 13° 07,500' WL

10 || 52° 43' NB || 12° 55' WL

11 || 52° 43' NB || 12° 43' WL

12 || 52° 38,800' NB || 12° 37' WL

13 || 52° 27' NB || 12° 23' WL

14 || 52° 27' NB || 12° 19' WL

In afwijking van de eerste alinea is het vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in dat lid genoemde soorten aan boord, overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

2.           De commerciële visserij op zandspiering met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm is in de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2014 en van 1 augustus tot en met 31 december 2014.

Het in de vorige alinea vervatte verbod geldt, tenzij anders is bepaald, eveneens voor vaartuigen van derde landen die op zandspiering mogen vissen in de EU-wateren van ICES-deelgebied IV.

Artikel 12 Verbodsbepalingen

1.           Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

(d) reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren;

(e) haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren, tenzij in bijlage IA anders is bepaald;

(f) zee-engel (Squatina squatina) in de EU-wateren;

(g) vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

(h) golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

(i) gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;

(j) reuzenmanta (Manta birostris) in alle wateren.

2.           Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 13 Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Hoofdstuk II Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij

Artikel 14 Extra toewijzingen

1.           Voor bepaalde bestanden kan een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I.

2.           De in lid 1 bedoelde extra toewijzing mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum.

Artikel 15 Aan de extra toewijzingen verbonden voorwaarden

1.           Voor extra toewijzingen als bedoeld in lid 14 gelden de volgende voorwaarden:

a)      het vaartuig maakt gebruik van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV) (gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden geregistreerd;

b)      de extra toewijzing die wordt toegekend aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan:

i) 75 % van de teruggooi van het bestand zoals die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort;

ii) 30 % van de individuele toewijzing van het vaartuig vóór de deelname aan de proeven;

c)      alle vangsten van het vaartuig uit het bestand waarvoor de extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad[32] worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig welke resulteert uit de krachtens artikel 14 toegekende extra toewijzing;

d)      wanneer een vaartuig de individuele toewijzing voor een bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend volledig heeft opgebruikt, dienen alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het betrokken TAC-gebied te worden stopgezet;

e)      wat betreft de bestanden waarvoor dit artikel kan worden toegepast, kunnen de lidstaten overdrachten van de individuele toewijzing of een deel daarvan van vaartuigen die niet deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij aan deelnemende vaartuigen toestaan, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de teruggooi van de niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt.

2.           Onverminderd lid 1, onder b), punt i), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op voorwaarde dat:

a) het voor het betrokken vaartuigtype geraamde teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %;

b) de opneming van dat vaartuigtype van belang is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor controledoeleinden;

c) een algemeen maximum van 75 % van de geraamde teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt overschreden.

3.           Voordat een lidstaat de in artikel 14 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de volgende gegevens mee:

a) de lijst van de vaartuigen die zijn vlag voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij;

b) de specificaties van de elektronische systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn geïnstalleerd;

c) de capaciteit, het type en de specificaties van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt;

d) de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype dat aan de proeven deelneemt;

e) de hoeveelheden die in 2013 door aan de proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de betrokken TAC geldt.

Artikel 16 Verwerking van persoonsgegevens

Voor zover het registreren van de overeenkomstig artikel 15, lid 1, verkregen gegevens de verwerking van persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG behelst, is die richtlijn op de verwerking van die gegevens van toepassing.

Artikel 17 Intrekking van extra toewijzingen

Wanneer een lidstaat vaststelt dat een vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 15, trekt die lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat vaartuig voor de rest van het jaar 2014 uit van deelname aan de proeven.

Artikel 18 Wetenschappelijke toetsing van de beoordelingen van de teruggooi

De Commissie kan iedere lidstaat die een beroep doet op dit hoofdstuk, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te leggen, teneinde toe te zien op de naleving van de in artikel 15, lid 1, onder b), punt i), gestelde voorwaarde. Bij ontstentenis van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt hij de Commissie hiervan in kennis.

Hoofdstuk III Vismachtigingen in wateren van derde landen

Artikel 19 Vismachtigingen

1.           Het maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.

2.           Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.

Hoofdstuk IV Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer

Artikel 20 Overdrachten en uitwisselingen van quota

1.           Wanneer volgens de voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB) overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen van een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat (hierna "de betrokken lidstaat" genoemd) met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen aanknopen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uitzetten voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota.

2.           De betrokken lidstaat brengt de mogelijke lijnen voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota die hij met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens wisselt de Commissie onverwijld met de betrokken verdragsluitende partij bij de RVO de mededeling uit dat ermee wordt ingestemd gebonden te zijn door de overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt dan de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de ROVB overeenkomstig de voorschriften van deze organisatie.

3.           De Commissie brengt de lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van quota.

4.           De vangstmogelijkheden die in het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of overgedragen aan de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB, worden beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen dan wel in mindering worden gebracht op de toewijzing van de betrokken lidstaat, vanaf het tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst die met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de voorschriften van de betrokken ROVB. Overeenkomstig het beginsel van de relatieve stabiliteit van visserijactiviteiten wijzigt een dergelijke toewijzing de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van vangstmogelijkheden aan lidstaten niet.

AFDELING 1 ICCAT-VERDRAGSGEBIED

Artikel 21 Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn

1.           Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 1.

2.           Het aantal in het kader van de ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 2.

3.           Het aantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 3.

4.           Het aantal en de totale in brutotonnage uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden, worden beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 4.

5.           Het aantal tonnara's dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 5.

6.           De capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 6.

Artikel 22 Recreatie- en sportvisserij

De lidstaten kennen een specifiek quotum van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.

Artikel 23 Haaien

1.           In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).

2.           Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.

3.           In verband met de visserij in het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo).

4.           In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus).

5.           In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis).

AFDELING 2 CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

Artikel 24 Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen

1.           Gerichte visserij op de in bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.

2.           Voor experimentele visserij worden de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage V, deel B.

Artikel 25 Experimentele visserij

1.           Alleen lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen in 2014 deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale jurisdictie. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om aan die visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2014 in kennis.

2.           De beperkingen van de TAC's en de bijvangsten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

3.           De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zo veel mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.

Artikel 26 Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2014/2015

1.           Alleen de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2014/2015 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004, en de Commissie uiterlijk op 1 juni 2014 in kennis van:

a) hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel C, vastgestelde formulier;

b) de vorm van de netten, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel D, vastgestelde formulier.

2.           De in lid 1 van dit artikel bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.

3.           Een lidstaat die voornemens is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren, maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van de lidstaat zullen voeren.

4.           De lidstaten mogen toestaan dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel aan het secretariaat van de CCAMLR gemelde vaartuigen, deelneemt aan de visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen. De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van:

a) alle bijzonderheden over het vervangende vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie;

b) een volledig overzicht van de redenen voor de vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of referenties.

5.           De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op Antarctisch krill deelneemt.

AFDELING 3 IOTC-VERDRAGSGEBIED

Artikel 27 Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied vissen

1.           Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in bijlage VI, punt 1.

2.           Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in bijlage VI, punt 2.

3.           De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken, opnieuw toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.

4.           De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet worden overgedragen.

5.           Teneinde rekening te houden met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen mogen de lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima.

Artikel 28 Haaien

1.           In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae.

2.           In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus), met uitzondering van vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 24 m die uitsluitend vissen in de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat waarvan zij de vlag voeren en mits hun vangst uitsluitend voor plaatselijk verbruik is bestemd.

2.1.        Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 en lid 2 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

AFDELING 4 SPRFMO-VERDRAGSGEBIED

Artikel 29 Pelagische visserij - capaciteitsbeperking

De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagischevisserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in 2014 op pelagische bestanden vissen, tot de totale EU-brutotonnage van 78 600 in dat gebied.

Artikel 30 Pelagische visserij - TAC's

1.           Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagischevisserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 29, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ vastgestelde TAC's.

2.           De in bijlage IJ vastgestelde vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het SPRFMO-secretariaat, de lijst sturen van vaartuigen die in het SPRFMO-verdragsgebied actief vissen of bij overlading zijn betrokken, alsmede gegevens van satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijfde dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 31 Bodemvisserij

Lidstaten met een geregistreerde activiteit in de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006 beperken hun inspanning of vangsten tot:

a) de gemiddelde vangsten of inspanningsparameters in die periode; en

b) uitsluitend de delen van het SPRFMO-verdragsgebied waar in een eerder visseizoen bodemvisserijactiviteiten hebben plaatsgevonden.

AFDELING 5 IATTC-VERDRAGSGEBIED

Artikel 32 Ringzegenvisserij

1.           De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:

a) van 29 juli tot en met 28 september 2014, of van 18 november 2014 tot en met 18 januari 2015, in het gebied dat wordt begrensd door:

– de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan,

– lengtegraad 150° WL,

– breedtegraad 40° NB,

– breedtegraad 40° ZB;

b) van 29 september tot en met 29 oktober 2014 in het gebied dat wordt begrensd door:

– lengtegraad 96° WL,

– lengtegraad 110° WL,

– breedtegraad 4° NB,

– breedtegraad 3° ZB.

2.           De betrokken lidstaten delen de Commissie vóór 1 april 2014 de in lid 1 bedoelde periode mee waarin de visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1 beschreven gebieden en gedurende de geselecteerde periode stop.

3.           Ringzegenvaartuigen die in het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.

4.           Lid 3 geldt niet in de volgende gevallen:

a) wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of

b) wanneer er tijdens de laatste trek van een visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn op te slaan.

5.           Het is verboden in het IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus) en in dat gebied delen van of volledige karkassen van oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, op te slaan, voor verkoop aan te bieden, te verkopen of aan te landen.

6.           Bij incidentele vangsten van de in lid 5 bedoelde soort worden de vissen ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet door de exploitant van het vaartuig, die eveneens:

a) het aantal teruggezette exemplaren registreert, met vermelding van de toestand (levend of dood);

b) de onder a) vermelde informatie meedeelt aan de lidstaat waarvan hij onderdaan is. De lidstaten delen deze informatie uiterlijk op 31 januari 2014 aan de Commissie mee.

AFDELING 6 SEAFO-VERDRAGSGEBIED

Artikel 33 Verbod op de visserij op diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden:

– roggen (Rajidae),

– doornhaai (Squalus acanthias),

– gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi),

– kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus),

– grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps),

– gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus),

– spookkathaai (Apristurus manis),

– fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus),

– en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha.

AFDELING 7 WCPFC-VERDRAGSGEBIED

Artikel 34 Bepalingen inzake de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en Zuid-Pacifische witte tonijn

1.           De lidstaten zien erop toe dat er geen toename komt in het aantal visdagen voor ringzegenvaartuigen die in het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB is gelegen, vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis).

2.           EU-vaartuigen vissen niet gericht op Zuid-Pacifische witte tonijn (Thunnus alalunga) in het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB.

Artikel 35 Gesloten gebied voor de visserij met vis aantrekkende voorzieningen (FAD's)

1.           In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied tussen 20° NB en 20° ZB zijn visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van vis aantrekkende voorzieningen (fish aggregating devices — FAD's), verboden tussen 1 juli 2014 00.00 uur en 31 oktober 2014 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik:

a) een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat gebruikt of bedient;

b) met behulp van FAD's op scholen vist.

2.           Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen deze aan of laden deze over.

3.           Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:

a) tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan;

b) wanneer de vis om andere redenen dan de grootte niet geschikt is voor menselijke consumptie; of

c) wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

Artikel 36 Het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied

1.           Vaartuigen die uitsluitend in het WCPFC-register zijn ingeschreven, passen de in de artikelen 34 tot en met 37 vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, onder p), gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.

2.           Vaartuigen die zowel in het WCPFC-register als in het IATTC-register zijn ingeschreven, en vaartuigen die uitsluitend in het IATTC-register zijn ingeschreven, passen de in artikel 32, lid 1, onder a), en de leden 2 tot en met 6, vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, onder n), gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied.

Artikel 37 Beperking van het aantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen

Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in de gebieden ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII.

AFDELING 8 BERINGZEE

Artikel 38 Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee

De visserij op Alaskapollak (Theragra chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden.

TITEL III VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN

Artikel 39 TAC's

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen in EU-wateren vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde TAC's en de in de onderhavige verordening en in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1006/2008 vastgestelde voorwaarden.

Artikel 40 Vismachtigingen

1.           Het maximumaantal vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in EU-wateren vissen, wordt vastgesteld in bijlage VIII.

2.           Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits die vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben, en dat quotum niet is opgebruikt.

Artikel 41 Verbodsbepalingen

1.           Het is vaartuigen van derde landen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:

a) reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in EU-wateren;

b) zee-engel (Squatina squatina) in EU-wateren;

c) vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;

d) golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X;

e) haringhaai (Lamna nasus) in EU-wateren;

f) gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII;

g) reuzenmanta (Manta birostris) in EU-wateren.

2.           Incidenteel gevangen vissen van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

Artikel 42 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Artikel 8 is evenwel van toepassing met ingang van 1 februari 2014.

De in de artikelen 24, 25 en 26 en de bijlagen IE en V vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor het CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van de aldaar vermelde data.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

                                                                       Voor de Raad

                                                                       De voorzitter

LIJST VAN BIJLAGEN

BIJLAGE I: Naar soort en gebied uitgesplitste TAC’s voor EU-vaartuigen in gebieden waar TAC’s gelden

BIJLAGE IA: Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van CECAF en wateren van Frans-Guyana

BIJLAGE IB: Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden I, II, V, XII en XIV en Groenlandse wateren van NAFO 1

BIJLAGE IC : Noordwestelijke Atlantische Oceaan – NAFO-verdragsgebied

BIJLAGE ID : Over grote afstanden trekkende soorten - alle gebieden

BIJLAGE IE : Antarctisch gebied - CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE IF : Zuidoostelijke Atlantische oceaan - SEAFO-verdragsgebied

BIJLAGE IG : Zuidelijke blauwvintonijn - alle gebieden

BIJLAGE IH : WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE IJ : SPRFMO-verdragsgebied

BIJLAGE IIA: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in de ICES-sectoren IIIa, VIa, VIIa, VIId, ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en Vb

BIJLAGE IIB: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het herstel van bepaalde zuidelijke heekbestanden en langoustinebestanden in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz

BIJLAGE IIC: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de tongbestanden in het westelijke Kanaal in ICES-sector VIIe.

BIJLAGE IID Beheersgebieden voor zandspieringen in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in ICES-deelgebied IV

BIJLAGE III : Maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen

BIJLAGE IV: ICCAT-verdragsgebied

BIJLAGE V : CCAMLR-verdragsgebied

BIJLAGE VI : IOTC-verdragsgebied

BIJLAGE VII : WCPFC-verdragsgebied

BIJLAGE VIII Kwantitatieve beperkingen inzake vismachtigingen voor vissersvaartuigen van derde landen die in de EU-wateren vissen

[1]               Zie met name het document "General Context of ICES Advice", te raadplegen via deze link:

http://www.ices.dk/sites/pub/Publication%20Reports/Advice/2013/2013/1.2_General_context_of_ICES_advice_2013_June.pdf

[2]               Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over het gemeenschappelijk visserijbeleid, COM(2011) 425 definitief.

[3]               Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden (het "kabeljauwplan").

[4]               Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59).

[5]               Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 345 van 28.12.2005, blz. 5).

[6]               Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal (PB L 122 van 11.5.2007, blz. 7).

[7]               Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee (PB L 157 van 19.6.2007, blz. 1).

[8]               Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand exploiteren (PB L 344 van 20.12.2008, blz. 6).

[9]               Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004 (PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20).

[10]             Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april 2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 43/2009 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1559/2007 (PB L 96 van 15.4.2009, blz. 1).

[11]             Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1).

[12]             Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje (PB L 65 van 7.3.2006, blz. 1).

[13]             Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3).

[14]             Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen uit de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008 (PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16).

[15]             Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).

[16]             Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

[17]             PB L 6 van 10.1.2012, blz. 9.

[18]             Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

[19]             Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB L 151 van 11.6.2008, blz. 5).

[20]             Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70).

[21]             Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1).

[22]             Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42).

[23]             Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van 31.8.2002, blz. 39).

[24]             De Unie is tot dit verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33).

[25]             Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16).

[26]             Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).

[27]             De Unie is tot deze overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24).

[28]             Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van 9.10.2008, blz. 27).

[29]             De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 2005/75/EG van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1).

[30]             Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29 september 2009 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 33).

[31]             Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PB L 351 van 28.12.2002, blz. 6).

[32]             Verordening (EG) nr. 850/98 van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1).

BIJLAGE I

NAAR SOORT EN GEBIED UITGESPLITSTE TAC’S VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR TAC’S GELDEN

De tabellen in de bijlagen IA, IB, IC, ID, IE, IF, IG, IH en IJ bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden.

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34.

Tenzij anders bepaald, zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Voor regelgevingsdoeleinden worden de soorten uitsluitend middels hun Latijnse naam geïdentificeerd; hun gewone namen worden alleen gemakshalve vermeld.

Met het oog op de toepassing van deze verordening staat in de volgende tabel naast de Latijnse naam de gewone naam vermeld:

Wetenschappelijke naam || Drielettercode || Gewone naam

Amblyraja radiata || RJR || Sterrog

Ammodytes spp. || SAN || Zandspieringen

Argentina silus || ARU || Grote zilvervis

Beryx spp. || ALF || Alfonsino's

Brosme brosme || USK || Lom

Caproidae || BOR || Evervissen

Centrophorus squamosus || GUQ || Schubzwelghaai

Centroscymnus coelolepis || CYO || Portugese ijshaai

Chaceon spp. || GER || Rode diepzeekrabben

Chaenocephalus aceratus || SSI || Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari || ANI || IJsvis

Channichthys rhinoceratus || LIC || Langsnuitijsvis

Chionoecetes spp. || PCR || Pacifische sneeuwkrabben

Clupea harengus || HER || Haring

Coryphaenoides rupestris || RNG || Grenadiervis

Dalatias licha || SCK || Zwarte haai

Deania calcea || DCA || Spitssnuitsnavelhaai

Dipturus batis || RJB || Vleet

Dissostichus eleginoides || TOP || Zwarte Patagonische ijsheek

Dissostichus mawsoni || TOA || Antarctische ijsheek

Dissostichus spp. || TOP || IJsheken

Engraulis encrasicolus || ANE || Ansjovis

Etmopterus princeps || ETR || Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus || ETP || Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba || KRI || Antarctisch krill

Gadus morhua || COD || Kabeljauw

Galeorhinus galeus || GAG || Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus || WIT || Witje

Gobionotothen gibberifrons || NOG || Groene Zuidpoolkabeljauw

Hippoglossoides platessoides || PLA || Lange schar

Hippoglossus hippoglossus || HAL || Heilbot

Hoplostethus atlanticus || ORY || Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus || SQI || Kortvinpijlinktvis

Lamna nasus || POR || Haringhaai

Lepidonotothen squamifrons || NOS || Grijze Zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp. || LEZ || Scharretongen

Leucoraja naevus || RJN || Grootoogrog

Limanda ferruginea || YEL || Geelstaartschar

Limanda limanda || DAB || Schar

Lophiidae || ANF || Zeeduivels

Macrourus spp. || GRV || Grenadiervissen

Makaira nigricans || BUM || Blauwe marlijn

Mallotus villosus || CAP || Lodde

Manta birostris || RMB || Reuzenmanta

Martialia hyadesi || SQS || Inktvis

Melanogrammus aeglefinus || HAD || Schelvis

Merlangius merlangus || WHG || Wijting

Merluccius merluccius || HKE || Heek

Micromesistius poutassou || WHB || Blauwe wijting

Microstomus kitt || LEM || Tongschar

Molva dypterygia || BLI || Blauwe leng

Molva molva || LIN || Leng

Nephrops norvegicus || NEP || Langoustine

Notothenia rossii || NOR || Gemarmerde ijsvis

Pandalus borealis || PRA || Noorse garnaal

Paralomis spp. || PAI || krabben

Penaeus spp. || PEN || Peneïde garnalen

Platichthys flesus || FLE || Bot

Pleuronectes platessa || PLE || Schol

Pleuronectiformes || FLX || Platvissen

Pollachius pollachius || POL || Witte koolvis

Pollachius virens || POK || Koolvis

Psetta maxima || TUR || Tarbot

Pseudochaenichthys georgianus || SIG || Georgia-ijsvis

Raja alba || RJA || Witte rog

Raja brachyura || RJH || Blonde rog

Raja circularis || RJI || Zandrog

Raja clavata || RJC || Stekelrog

Raja fullonica || RJF || Kaardrog

Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog

Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog

Raja microocellata || RJE || Kleinoogrog

Raja montagui || RJM || Gevlekte rog

Raja undulata || RJU || Golfrog

Rajiformes || SRX || Roggen

Reinhardtius hippoglossoides || GHL || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot

Scomber scombrus || MAC || Makreel

Scophthalmus rhombus || BLL || Griet

Sebastes spp. || RED || Roodbaarzen

Solea solea || SOL || Tong

Solea spp. || SOO || Tongen

Sprattus sprattus || SPR || Sprot

Squalus acanthias || DGS || Doornhaai

Tetrapturus albidus || WHM || Witte marlijn

Thunnus maccoyii || SBF || Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus || BET || Grootoogtonijn

Thunnus thynnus || BFT || Blauwvintonijn

Trachurus murphyi || CJM || Chileense horsmakreel

Trachurus spp. || JAX || Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii || NOP || Kever

Urophycis tenuis || HKW || Witte heek

Xiphias gladius || SWO || Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Alfonsino's || ALF || Beryx spp.

Ansjovis || ANE || Engraulis encrasicolus

Antarctisch krill || KRI || Euphausia superba

Antarctische ijsheek || TOA || Dissostichus mawsoni

Atlantische slijmkop || ORY || Hoplostethus atlanticus

Blauwe leng || BLI || Molva dypterygia

Blauwe marlijn || BUM || Makaira nigricans

Blauwe wijting || WHB || Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn || BFT || Thunnus thynnus

Blonde rog || RJH || Raja brachyura

Bot || FLE || Platichthys flesus

Chileense horsmakreel || CJM || Trachurus murphyi

Doornhaai || DGS || Squalus acanthias

Evervissen || BOR || Caproidae

Geelstaartschar || YEL || Limanda ferruginea

Gemarmerde ijsvis || NOR || Notothenia rossii

Georgia-ijsvis || SIG || Pseudochaenichthys georgianus

Gevlekte rog || RJM || Raja montagui

Gladde lantaarnhaai || ETP || Etmopterus pusillus

Golfrog || RJU || Raja undulata

Grenadiervis || RNG || Coryphaenoides rupestris

Grenadiervissen || GRV || Macrourus spp.

Griet || BLL || Scophthalmus rhombus

Grijze Zuidpoolkabeljauw || NOS || Lepidonotothen squamifrons

Groene Zuidpoolkabeljauw || NOG || Gobionotothen gibberifrons

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || GHL || Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogrog || RJN || Leucoraja naevus

Grootoogtonijn || BET || Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai || ETR || Etmopterus princeps

Grote zilvervis || ARU || Argentina silus

Haring || HER || Clupea harengus

Haringhaai || POR || Lamna nasus

Heek || HKE || Merluccius merluccius

Heilbot || HAL || Hippoglossus hippoglossus

Horsmakrelen || JAX || Trachurus spp.

IJsheken || TOP || Dissostichus spp.

IJsvis || ANI || Champsocephalus gunnari

Inktvis || SQS || Martialia hyadesi

Kaardrog || RJF || Raja fullonica

Kabeljauw || COD || Gadus morhua

Kever || NOP || Trisopterus esmarkii

Kleinoogrog || RJE || Raja microocellata

Koolvis || POK || Pollachius virens

Kortvinpijlinktvis || SQI || Illex illecebrosus

krabben || PAI || Paralomis spp.

Lange schar || PLA || Hippoglossoides platessoides

Langoustine || NEP || Nephrops norvegicus

Langsnuitijsvis || LIC || Channichthys rhinoceratus

Leng || LIN || Molva molva

Lodde || CAP || Mallotus villosus

Lom || USK || Brosme brosme

Makreel || MAC || Scomber scombrus

Noorse garnaal || PRA || Pandalus borealis

Noorse rog || JAD || Raja (Dipturus) nidarosiensis

Pacifische sneeuwkrabben || PCR || Chionoecetes spp.

Peneïde garnalen || PEN || Penaeus spp.

Platvissen || FLX || Pleuronectiformes

Portugese ijshaai || CYO || Centroscymnus coelolepis

Reuzenmanta || RMB || Manta birostris

Rode diepzeekrabben || GER || Chaceon spp.

Roggen || SRX || Rajiformes

Roodbaarzen || RED || Sebastes spp.

Ruwe haai || GAG || Galeorhinus galeus

Schar || DAB || Limanda limanda

Scharretongen || LEZ || Lepidorhombus spp.

Schelvis || HAD || Melanogrammus aeglefinus

Schol || PLE || Pleuronectes platessa

Schubzwelghaai || GUQ || Centrophorus squamosus

Scotiazee-ijsvis || SSI || Chaenocephalus aceratus

Spitssnuitsnavelhaai || DCA || Deania calcea

Sprot || SPR || Sprattus sprattus

Stekelrog || RJC || Raja clavata

Sterrog || RJR || Amblyraja radiata

Tarbot || TUR || Psetta maxima

Tong || SOL || Solea solea

Tongen || SOO || Solea spp.

Tongschar || LEM || Microstomus kitt

Vleet || RJB || Dipturus batis

Wijting || WHG || Merlangius merlangus

Witje || WIT || Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek || HKW || Urophycis tenuis

Witte koolvis || POL || Pollachius pollachius

Witte marlijn || WHM || Tetrapturus albidus

Witte rog || RJA || Raja alba

Zandrog || RJI || Raja circularis

Zandspieringen || SAN || Ammodytes spp.

Zeeduivels || ANF || Lophiidae

Zuidelijke blauwvintonijn || SBF || Thunnus maccoyii

Zwaardvis || SWO || Xiphias gladius

Zwarte haai || SCK || Dalatias licha

Zwarte Patagonische ijsheek || TOP || Dissostichus eleginoides

BIJLAGE IA SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII EN XIV, EU-WATEREN VAN CECAF EN WATEREN VAN FRANS-GUYANA

|| || || || || || ||

Soort: || Zandspieringen || || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Ammodytes spp. || || || (SAN/04-N.) || ||

Denemarken || ||  0 || || Analytische TAC || ||

Verenigd Koninkrijk ||  0 || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || ||  0 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Zandspieringen || || || Gebied: || EU-wateren van IIa, IIIa en IV(1) ||

|| Ammodytes spp. || || || || ||

Denemarken || ||  0 || (2) || Analytische TAC || ||

Verenigd Koninkrijk ||  0 || || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || ||  0 || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Zweden || ||  0 || (2) || || || ||

Unie || ||  0 || || || || ||

Noorwegen || ||  0 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || || || || ||

(1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula. || ||

(2) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet bestaan uit zandspiering. Bijvangsten van schar, makreel en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OT1/*2A3A4).

Bijzonder voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen als bepaald in bijlage IID, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| Gebied: EU-wateren van de beheersgebieden voor zandspieringen || ||

|| 1 ||  2 || 3 || 4 || 5 || 6 || 7

|| (SAN/234_1) || (SAN/234_2) || (SAN/234_3) || (SAN/234_4) || (SAN/234_5) || (SAN/234_6) || (SAN/234_7)

Denemarken ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

Verenigd Koninkrijk ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

Duitsland ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

Zweden ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

Unie ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

Noorwegen ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

|| || || || || || ||

Totaal ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0 ||  0

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II

|| Argentina silus || || || (ARU/1/2.) || ||

Duitsland || ||  24 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  8 || || || || ||

Nederland || ||  19 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  39 || || || || ||

Unie || ||  90 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  90 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren van III en IV ||

|| Argentina silus || || || (ARU/34-C) || ||

Denemarken || ||  911 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  9 || || || || ||

Frankrijk || ||  7 || || || || ||

Ierland || ||  7 || || || || ||

Nederland || ||  43 || || || || ||

Zweden || ||  35 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  16 || || || || ||

Unie || || 1 028 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 1 028 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

|| Argentina silus || || || (ARU/567.) || ||

Duitsland || ||  289 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  6 || || || || ||

Ierland || ||  268 || || || || ||

Nederland || || 3 023 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  212 || || || || ||

Unie || || 3 798 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 798 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV

|| Brosme brosme || || || (USK/1214EI) || ||

Duitsland || ||  6 || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  6 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  6 || (1) || || || ||

Overige || ||  3 || (1) || || || ||

Unie || ||  21 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  21 || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Lom || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

|| Brosme brosme || || || (USK/3A/BCD) ||

Denemarken || ||  15 || || Analytische TAC || ||

Zweden || ||  7 || || || || ||

Duitsland || ||  7 || || || || ||

Unie || ||  29 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  29 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren van IV ||

|| Brosme brosme || || || (USK/04-C.) || ||

Denemarken || ||  64 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  19 || || || || ||

Frankrijk || ||  44 || || || || ||

Zweden || ||  6 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  96 || || || || ||

Overige || ||  6 || (1) || || || ||

Unie || ||  235 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  235 || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

|| Brosme brosme || || || (USK/567EI.) || ||

Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Spanje || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Overige || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (2)(3)(4)(5) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

(2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). || || ||

(3) Bijzondere voorwaarde: hiervan is in Vb, VI en VII tot 25 % per vaartuig in bijvangsten van andere soorten toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangst van andere soorten in Vb, VI en VII mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in ton (OTH/*5B67-):

|| || p.m. || || || || ||

(4) Met inbegrip van leng. De quota voor Noorwegen mogen in Vb, VI en VII alleen met beuglijnen worden gevangen. || ||

|| Leng (LIN/*5B67-) || p.m. || || || || ||

|| Lom (USK/*5B67-) || p.m. || || || || ||

(5) De lom- en lengquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid in ton: || ||

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Lom || || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Brosme brosme || || || (USK/04-N.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Evervissen || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII en VIII

|| Caproidae || || || || (BOR/678-) || ||

Denemarken || || 31 291 || || Voorzorgs-TAC || ||

Ierland || || 88 115 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || 8 103 || || || || || ||

Unie || || 127 509 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 127 509 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IIIa || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/03A.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. || ||

(2) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.). || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB

|| Clupea harengus || || || (HER/04AB.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.) melden.

(2) Tot 50 000 ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/*04N-)(1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring uitgesplitst naar IVa (HER/*4AN.) en IVb (HER/*4BN.) melden.

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Clupea harengus || || || (HER/04-N.) || ||

Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IIIa || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/03A-BC) ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IV, VIId en EU-wateren van IIa ||

|| Clupea harengus || || || (HER/2A47DX) ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IVc, VIId (2) || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/4CXB7D) ||

België || || p.m. || (3) || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || (3) || || || ||

Nederland || || p.m. || (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (3) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. ||

(2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56′ NB, 1° 19,1′ OL) tot 51° 33′ NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(3) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.). || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN(1)

|| Clupea harengus || || || (HER/5B6ANB) ||

Duitsland || || 3 137 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  594 || || || || ||

Ierland || || 4 240 || || || || ||

Nederland || || 3 137 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 16 959 || || || || ||

Unie || || 28 067 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 28 067 || || || || ||

(1) Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-zone VIa ten oosten van 7° WL en ten noorden van 55° NB, of ten westen van 7° WL en ten noorden van 56° NB met uitzondering van de Clyde.

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || VIaS(1), VIIb, VIIc ||

|| Clupea harengus || || || (HER/6AS7BC) ||

Ierland || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Nederland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bedoeld is het haringbestand in VIa ten zuiden van 56° 00° NB en ten westen van 07° 00° WL. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || VI Clyde (1) || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/06ACL.) || ||

Verenigd Koninkrijk || || Nog vast te stellen || (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (3) || || || ||

(1) Clyde-bestand: bedoeld is het haringbestand in het zeegebied ten noordoosten van een lijn tussen: ||

|| - Mull of Kintyre (55° 17,9' NB, 05° 47,8' WL); || || || ||

|| - een punt op positie (55° 04' NB, 05° 23' WL); en || || || ||

|| - Corsewall Point (55° 00,5' NB, 05° 09,4' WL). || || || ||

(2) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || ||

(3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIa (1) || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/07/MM) || ||

Ierland || || 1 367 || || Analytische TAC || ||

Verenigd Koninkrijk || || 3 884 || || || || ||

Unie || || 5 251 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 5 251 || || || || ||

(1) Dit gebied wordt verminderd met het gebied dat wordt begrensd: || || || || ||

|| - in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB, || || || ||

|| - in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB, || || || ||

|| - in het westen door de kust van Ierland, || || || || ||

|| - in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk. || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIe en VIIf || ||

|| Clupea harengus || || || (HER/7EF.) || ||

Frankrijk || ||  465 || || Voorzorgs-TAC || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  465 || || || || ||

Unie || ||  931 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  931 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIg(1), VIIh(1), VIIj(1) en VIIk(1)

|| Clupea harengus || || || (HER/7G-K.) || ||

Duitsland || ||  248 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 1 380 || || || || ||

Ierland || || 19 324 || || || || ||

Nederland || || 1 380 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  28 || || || || ||

Unie || || 22 360 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 22 360 || || || || ||

(1) Dit gebied wordt verminderd met het gebied dat wordt begrensd: || || || || ||

|| - in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB, || || || ||

|| - in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB, || || || ||

|| - in het westen door de kust van Ierland, || || || || ||

|| - in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk. || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Ansjovis || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Engraulis encrasicolus || || || (ANE/9/3411) || ||

Spanje || || 4 198 || || Voorzorgs-TAC || ||

Portugal || || 4 580 || || || || ||

Unie || || 8 778 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 8 778 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Skagerrak || ||

|| Gadus morhua || || || (COD/03AN.) || ||

België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || (1) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening.

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Kattegat || ||

|| Gadus morhua || || || (COD/03AS.) || ||

Denemarken || ||  49 || (1) || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  1 || (1) || || || ||

Zweden || ||  30 || (1) || || || ||

Unie || ||  80 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  80 || (1) || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

|| Gadus morhua || || || (COD/2A3AX4) ||

België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Nederland || || p.m. || (1) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening.

(2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Noorse wateren van IV (COD/*04N-) || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Gadus morhua || || || (COD/04-N.) || ||

Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIb; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten westen van 12° 00' WL en van XII en XIV

|| Gadus morhua || || || (COD/5W6-14) ||

België || ||  0 || || Voorzorgs-TAC || ||

Duitsland || ||  2 || || || || ||

Frankrijk || ||  23 || || || || ||

Ierland || ||  9 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  40 || || || || ||

Unie || ||  74 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  74 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIa; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten oosten van 12° 00′ WL

|| Gadus morhua || || || || (COD/5BE6A) || ||

België || ||  0 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  0 || || || || ||

Frankrijk || ||  0 || || || || ||

Ierland || ||  0 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  0 || || || || ||

Unie || ||  0 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || (1) || || || ||

(1) De bijvangst van kabeljauw in het gebied waarvoor deze TAC geldt, mag worden aangeland op voorwaarde dat zij per visreis niet meer dan 1,5 % uitmaakt van het levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten.

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIIa || ||

|| Gadus morhua || || || || (COD/07A.) || ||

België || ||  6 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  17 || || || || ||

Ierland || ||  106 || || || || ||

Nederland || ||  2 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  97 || || || || ||

Unie || ||  228 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  228 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIIb, VIIc, VIIe-k, VIII, IX en X; EU-wateren

|| Gadus morhua || || || van CECAF 34.1.1 ||

|| || || || || (COD/7XAD34) ||

België || ||  306 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 5 008 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || ||  993 || || || || ||

Nederland || ||  1 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  540 || || || || ||

Unie || || 6 848 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 6 848 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VII d || ||

|| Gadus morhua || || || || (COD/07D.) || ||

België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Nederland || || p.m. || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening.

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Haringhaai || || || Gebied: || Wateren van Frans-Guyana, Kattegat;

|| Lamna nasus || || || EU-wateren van het Skagerrak, ||

|| || || || || I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV;

|| || || || || EU-wateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2

|| || || || || (POR/3-1234) || ||

Denemarken || ||  0 || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || ||  0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Ierland || ||  0 || (1) || || || ||

Spanje || ||  0 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  0 || || (1) || || || ||

Unie || ||  0 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || (1) || || || ||

(1) Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/2AC4-C) || ||

België || ||  6 || || Analytische TAC || ||

Denemarken || ||  5 || || || || ||

Duitsland || ||  5 || || || || ||

Frankrijk || ||  34 || || || || ||

Nederland || ||  27 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 2 006 || || || || ||

Unie || || 2 083 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 2 083 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb; VI;

|| Lepidorhombus spp. || || || internationale wateren van XII en XIV

|| || || || || (LEZ/56-14) || ||

Spanje || ||  463 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 1 805 || || || || ||

Ierland || ||  528 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 278 || || || || ||

Unie || || 4 074 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 4 074 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VII || ||

|| Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/07.) || ||

België || ||  376 || (1) || Analytische TAC || ||

Spanje || || 4 172 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Frankrijk || || 5 064 || (1) || || || ||

Ierland || || 2 302 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 994 || (1) || || || ||

Unie || || 13 908 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 13 908 || || || || ||

(1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ||

|| Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/8ABDE.) || ||

Spanje || ||  760 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  613 || || || || ||

Unie || || 1 373 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 1 373 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/8C3411) || ||

Spanje || || 2 084 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  104 || || || || ||

Portugal || ||  69 || || || || ||

Unie || || 2 257 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 2 257 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schar en bot || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Limanda limanda en || || || (DAB/2AC4-C) voor schar;

|| Platichthys flesus || || || || (FLE/2AC4-C) voor bot

België || ||  402 || || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || || 1 511 || || || || ||

Duitsland || || 2 266 || || || || ||

Frankrijk || ||  157 || || || || ||

Nederland || || 9 136 || || || || ||

Zweden || ||  5 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 270 || || || || ||

Unie || || 14 747 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 14 747 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Lophiidae || || || || (ANF/2AC4-C) ||

België || ||  246 || (1) || Analytische TAC || ||

Denemarken || ||  543 || (1) || || || ||

Duitsland || ||  265 || (1) || || || ||

Frankrijk || ||  50 || (1) || || || ||

Nederland || ||  186 || (1) || || || ||

Zweden || ||  6 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 5 666 || (1) || || || ||

Unie || || 6 962 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 6 962 || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in: VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*56-14).

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Lophiidae || || || || (ANG/04-N.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Lophiidae || || || || (ANF/56-14) || ||

België || ||  141 || || Voorzorgs-TAC || ||

Duitsland || ||  162 || || || || ||

Spanje || ||  151 || || || || ||

Frankrijk || || 1 743 || || || || ||

Ierland || ||  394 || || || || ||

Nederland || ||  136 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 212 || || || || ||

Unie || || 3 939 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 939 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VII || ||

|| Lophiidae || || || || (ANF/07.) || ||

België || || 2 693 || (1) (2) || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  300 || (1) (2) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Spanje || || 1 070 || (1) (2) || || || ||

Frankrijk || || 17 282 || (1) (2) || || || ||

Ierland || || 2 209 || (1) (2) || || || ||

Nederland || ||  349 || (1) (2) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 5 241 || (1) (2) || || || ||

Unie || || 29 144 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 29 144 || (1) || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % in VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe worden gevangen (ANF/*8ABDE). || ||

(2) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ||

|| Lophiidae || || || || (ANF/8ABDE.) ||

Spanje || || 1 190 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 6 619 || || || || ||

Unie || || 7 809 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 7 809 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Lophiidae || || || || (ANF/8C3411) || ||

Spanje || || 2 191 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  2 || || || || ||

Portugal || ||  436 || || || || ||

Unie || || 2 629 || || || || ||

|| ||  0 || || || || ||

TAC || || 2 629 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || IIIa, EU-wateren van deelsectoren 22-32

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/3A/BCD) ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa ||

|| Melanogrammus aeglefinus || || || (HAD/2AC4.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || || || ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Noorse wateren van IV (HAD/*04N-) || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/04-N.) || ||

Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/6B1214) ||

België || ||  3 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  3 || || || || ||

Frankrijk || ||  133 || || || || ||

Ierland || ||  95 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  976 || || || || || ||

Unie || || 1 210 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 1 210 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb en VIa;

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/5BC6A.) ||

België || ||  9 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  11 || || || || ||

Frankrijk || ||  440 || || || || ||

Ierland || ||  314 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 3 214 || || || || ||

Unie || || 3 988 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 988 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || VIIb-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/7X7A34) ||

België || ||  40 || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 2 402 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || ||  800 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  360 || (1) || || || ||

Unie || || 3 602 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 602 || || || || ||

(1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

Soort: || Schelvis || || || Gebied: || VIIa || ||

|| Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/07A.) || ||

België || ||  15 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  69 || || || || ||

Ierland || ||  412 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  455 || || || || ||

Unie || ||  951 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  951 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || IIIa || ||

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/03 A.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Voorzorgs-TAC || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa ||

|| Merlangius merlangus || || || (WHG/2AC4.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Noorse wateren van IV (WHG/*04N-) || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/56-14) || ||

Duitsland || ||  1 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  29 || || || || ||

Ierland || ||  70 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  134 || || || || ||

Unie || ||  234 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  234 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIIa || ||

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/07A.) || ||

België || ||  0 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  5 || || || || ||

Ierland || ||  27 || || || || ||

Nederland || ||  0 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  35 || || || || ||

Unie || ||  67 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  67 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/7X7A-C) ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Nederland || p.m. || || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIII || ||

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/08.) || ||

Spanje || || 1 016 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || || 1 524 || || || || ||

Unie || || 2 540 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 2 540 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Merlangius merlangus || || || || (WHG/9/3411) || ||

Portugal || || Nog vast te stellen || (1) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (2) || || || ||

(1) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || ||

(2) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 1 is bepaald. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Wijting en witte koolvis || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Merlangius merlangus en || || || (WHG/04-N.) voor wijting; ||

|| Pollachius pollachius || || || || (POL/04-N.) voor witte koolvis ||

Zweden || || p.m. || (1) || Voorzorgs-TAC || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Heek || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

|| Merluccius merluccius || || || || (HKE/3A/BCD) ||

Denemarken || || 2 273 || (2) || Analytische TAC || ||

Zweden || ||  193 || (2) || || || ||

Unie || || 2 466 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 2 466 || (1) || || || ||

(1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || ||

|| || 81 846 || || || || ||

(2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

|| || || || || || ||

Soort: || Heek || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Merluccius merluccius || || || || (HKE/2AC4-C) ||

België || ||  41 || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || 1 661 || || || || ||

Duitsland || ||  191 || || || || ||

Frankrijk || ||  368 || || || || ||

Nederland || ||  95 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  518 || || || || ||

Unie || || 2 874 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 2 874 || (1) || || || ||

(1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || ||

|| || 81 846 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Heek || || || Gebied: || VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Merluccius merluccius || || || (HKE/571214)

|| || || || || || ||

België || ||  422 || (1) (3) || Analytische TAC || ||

Spanje || || 13 529 || (3) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Frankrijk || || 20 893 || (1) (3) || || || ||

Ierland || || 2 532 || (3) || || || ||

Nederland || ||  272 || (1) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 8 248 || (1) (3) || || || ||

Unie || || 45 896 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 45 896 || (2) || || || ||

(1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

(1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || ||

|| || 81 846 || || || || ||

(3) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe (HKE/*8ABDE) || || || || ||

België || ||  55 || || || || ||

Spanje || || 2 181 || || || || ||

Frankrijk || || 2 181 || || || || ||

Ierland || ||  273 || || || || ||

Nederland || ||  27 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 228 || || || || ||

Unie || || 5 947 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Heek || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ||

|| Merluccius merluccius || || || || (HKE/8ABDE.) ||

België || ||  14 || (1) || Analytische TAC || ||

Spanje || || 9 418 || || || || ||

Frankrijk || || 21 151 || || || || ||

Nederland || ||  27 || (1) || || || ||

Unie || || 30 610 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 30 610 || (2) || || || ||

(1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar zone IV en de EU-wateren van IIa. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

(1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || ||

|| || 81 846 || || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (HKE/*57-14). ||

België || ||  3 || || || || ||

Spanje || || 2 728 || || || || ||

Frankrijk || || 4 911 || || || || ||

Nederland || ||  8 || || || || ||

Unie || || 7 650 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Heek || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Merluccius merluccius || || || || (HKE/8C3411) || ||

Spanje || || 10 409 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  999 || || || || ||

Portugal || || 4 858 || || || || ||

Unie || || 16 266 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 16 266 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || Noorse wateren van II en IV ||

|| Micromesistius poutassou || || || || (WHB/24-N.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV

|| Micromesistius poutassou || || || || (WHB/1X14) || ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || (1) || || || ||

Spanje || || p.m. || (1) (2) || || || ||

Frankrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Ierland || || p.m. || (1) || || || ||

Nederland || || p.m. || (1) || || || ||

Portugal || || p.m. || (1) (2) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || (1) || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag niet meer dan het volgende percentage worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1):

|| || p.m. || || || || ||

(2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Micromesistius poutassou || || || || (WHB/8C3411) ||

Spanje || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Portugal || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag niet meer dan het volgende percentage worden gevangen in de Noorse EEZ of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2):

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL

|| Micromesistius poutassou || || || || (WHB/24A567) ||

Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. || ||

(2) Bijzondere voorwaarde: de vangst in IV bedraagt niet meer dan de volgende hoeveelheid (WHB/*04A-C): || ||

|| || p.m. || || || || ||

|| Deze vangstbeperking in IV stemt overeen met het volgende percentage van het toegangsquotum van Noorwegen: || ||

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tongschar en witje || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Microstomus kitt en || || || (LEM/2AC4-C) voor tongschar; ||

|| Glyptocephalus cynoglossus || || || || (WIT/2AC4-C) voor witje

België || ||  321 || || Voorzorgs-TAC || || ||

Denemarken || ||  884 || || || || ||

Duitsland || ||  114 || || || || ||

Frankrijk || ||  242 || || || || ||

Nederland || ||  736 || || || || ||

Zweden || ||  10 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 3 617 || || || || ||

Unie || || 5 924 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 5 924 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI en VII

|| Molva dypterygia || || || || (BLI/5B67-) || ||

Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Estland || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Litouwen || || p.m. || || || || ||

Polen || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Overige || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

(2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C). || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || Internationale wateren van XII ||

|| Molva dypterygia || || || || (BLI/12INT-) || ||

Estland || ||  2 || (1) || Voorzorgs-TAC || ||

Spanje || ||  591 || (1) || || || ||

Frankrijk || ||  14 || (1) || || || ||

Litouwen || ||  5 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  5 || (1) || || || ||

Overige || ||  2 || (1) || || || ||

Unie || ||  619 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  619 || (1) || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van II en IV

|| Molva dypterygia || || || || (BLI/24-) || ||

Denemarken || ||  4 || || Voorzorgs-TAC || ||

Duitsland || ||  4 || || || || ||

Ierland || ||  4 || || || || ||

Frankrijk || ||  23 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  14 || || || || ||

Andere (1) || ||  4 || || || || ||

Unie || ||  53 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  53 || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van III

|| Molva dypterygia || || || || (BLI/03-) || ||

Denemarken || ||  3 || || Voorzorgs-TAC || ||

Duitsland || ||  2 || || || || ||

Zweden || ||  3 || || || || ||

Unie || ||  8 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  8 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II

|| Molva molva || || || || (LIN/1/2.) || ||

Denemarken || ||  8 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  8 || || || || ||

Frankrijk || ||  8 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  8 || || || || ||

Overige || ||  4 || (1) || || || ||

Unie || ||  36 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  36 || || || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIIbcd ||

|| Molva molva || || || || (LIN/3A/BCD) || ||

België || ||  5 || (1) || Analytische TAC || ||

Denemarken || ||  40 || || || || ||

Duitsland || ||  5 || (1) || || || ||

Zweden || ||  15 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  5 || (1) || || || ||

Unie || ||  70 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  70 || || || || ||

(1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en de EU-wateren van IIIbcd worden gevangen. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren van IV ||

|| Molva molva || || || || (LIN/04-C.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || || || ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V

|| Molva molva || || || || (LIN/05EI.) || ||

België || ||  9 || || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || ||  6 || || || || ||

Duitsland || ||  6 || || || || ||

Frankrijk || ||  6 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  6 || || || || ||

Unie || ||  33 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  33 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV

|| Molva molva || || || || (LIN/6X14.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Portugal || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) (2) (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan is in Vb, VI en VII tot 25 % per vaartuig in bijvangsten van andere soorten toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangst van andere soorten in VI en VII mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in ton (OTH/*6X14.):

|| || p.m. || || || || ||

(2) Inclusief lom. De quota voor Noorwegen mogen in Vb, VI en VII alleen met beuglijnen worden gevangen en bedragen: ||

|| Leng (LIN/*5B67-) || p.m. || || || || ||

|| Lom (USK/*5B67-) || p.m. || || || || ||

(3) De leng- en lomquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid in ton: || ||

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Leng || || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Molva molva || || || || (LIN/04-N.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/3A/BCD) ||

Denemarken || || 3 688 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  11 || || || || ||

Zweden || || 1 320 || || || || ||

Unie || || 5 019 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 5 019 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/2AC4-C) || ||

België || ||  787 || || Analytische TAC || ||

Denemarken || ||  787 || || || || ||

Duitsland || ||  12 || || || || ||

Frankrijk || ||  23 || || || || ||

Nederland || ||  405 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 13 024 || || || || ||

Unie || || 15 038 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 15 038 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/04-N.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/5BC6.) || ||

Spanje || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || VII || ||

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/07.) || ||

Spanje || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || || p.m. || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied VII (NEP/*07U16): || || || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ||

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/8ABDE.) ||

Spanje || ||  192 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 3 008 || || || || ||

Unie || || 3 200 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 200 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || VIII c || ||

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/08C.) || ||

Spanje || ||  64 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  3 || || || || ||

Unie || ||  67 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  67 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Langoustine || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Nephrops norvegicus || || || || (NEP/9/3411) || ||

Spanje || ||  55 || || Analytische TAC || ||

Portugal || ||  166 || || || || ||

Unie || ||  221 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  221 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || IIIa || ||

|| Pandalus borealis || || || || (PRA/03A.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Zweden || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Pandalus borealis || || || || (PRA/2AC4-C) ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Pandalus borealis || || || || (PRA/04-N.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Zweden || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Peneïde garnalen || || Gebied: || Wateren van Frans-Guyana ||

|| Penaeus spp. || || || (PEN/FGU.) || ||

Verenigd Koninkrijk || || Nog vast te stellen || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (2) (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (2) (3) || || || ||

(1) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || ||

(2) Vissen op garnalen van de soorten Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m. ||

(3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || Skagerrak || ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/03AN.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || Kattegat || ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/03AS.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort

|| Pleuronectes platessa || || || || (PLE/2A3AX4) ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

Noorse wateren van IV (PLE/*04N-) || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb;

|| Pleuronectes platessa || || || internationale wateren van XII en XIV

|| || || || || (PLE/56-14) || ||

Frankrijk || ||  18 || || Voorzorgs-TAC || ||

Ierland || ||  240 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  400 || || || || ||

Unie || ||  658 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  658 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIa || ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/07A.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIb en VIIc || ||

|| Pleuronectes platessa || || || || (PLE/7BC.) || ||

Frankrijk || ||  15 || || Voorzorgs-TAC || ||

Ierland || ||  59 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Unie || ||  74 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  74 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIId en VIIe || ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/7DE.) || ||

België || ||  871 || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 2 903 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 548 || || || || ||

Unie || || 5 322 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 5 322 || || || || ||

(1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIf en VIIg || ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/7FG.) || ||

België || ||  110 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  198 || || || || ||

Ierland || ||  31 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  104 || || || || ||

Unie || ||  443 || || || || ||

|| ||   || || || || ||

TAC || ||  443 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIh, VIIj en VIIk ||

|| Pleuronectes platessa || || || (PLE/7HJK.) || ||

België || ||  8 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  17 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || ||  59 || || || || ||

Nederland || ||  34 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  17 || || || || ||

Unie || ||  135 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  135 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Schol || || || Gebied: || VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Pleuronectes platessa || || || || (PLE/8/3411) || ||

Spanje || ||  66 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || ||  263 || || || || ||

Portugal || ||  66 || || || || ||

Unie || ||  395 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  395 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Pollachius pollachius || || || (POL/56-14) || ||

Spanje || ||  6 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || ||  190 || || || || ||

Ierland || ||  56 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  145 || || || || ||

Unie || ||  397 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  397 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VII || ||

|| Pollachius pollachius || || || (POL/07.) || ||

België || ||  336 || || Voorzorgs-TAC || ||

Spanje || ||  20 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Frankrijk || || 7 734 || || || || ||

Ierland || ||  824 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 1 882 || || || || ||

Unie || || 10 796 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 10 796 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe ||

|| Pollachius pollachius || || || (POL/8ABDE.) ||

Spanje || ||  202 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || ||  984 || || || || ||

Unie || || 1 186 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 1 186 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VIII c || ||

|| Pollachius pollachius || || || (POL/08C.) || ||

Spanje || ||  166 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || ||  19 || || || || ||

Unie || ||  185 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  185 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Pollachius pollachius || || || (POL/9/3411) || ||

Spanje || ||  273 || (1) || Voorzorgs-TAC || ||

Portugal || ||  9 || (1) || || || ||

Unie || ||  282 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  282 || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIIIc (POL/*08C.). || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Koolvis || || || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

|| Pollachius virens || || || (POK/2A34.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Koolvis || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV

|| Pollachius virens || || || (POK/56-14) || ||

Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Te vangen ten noorden van 56° 30′ NB (POK/*5614N). || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Koolvis || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB

|| Pollachius virens || || || (POK/04-N.) || ||

Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Koolvis || || || Gebied: || VII, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Pollachius virens || || || (POK/7/3411) || ||

België || ||  8 || || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || || 1 787 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || ||  894 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  487 || || || || ||

Unie || || 3 176 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 176 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tarbot en griet || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Psetta maxima en || || || (TUR/2AC4-C) voor tarbot; ||

|| Scophthalmus rhombus || || || (BLL/2AC4-C) voor griet ||

België || ||  340 || || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || ||  727 || || || || ||

Duitsland || ||  186 || || || || ||

Frankrijk || ||  88 || || || || ||

Nederland || || 2 579 || || || || ||

Zweden || ||  5 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  717 || || || || ||

Unie || || 4 642 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 4 642 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Rajiformes || || || || (SRX/2AC4-C) || ||

België || ||  169 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || ||  7 || (1) (2) (3) || || || ||

Duitsland || ||  8 || (1) (2) (3) || || || ||

Frankrijk || ||  27 || (1) (2) (3) || || || ||

Nederland ||  144 || || (1) (2) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  650 || || (1) (2) (3) || || || ||

Unie || || 1 005 || (1) (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 1 005 || (3) || || || ||

(1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/2AC4-C), stekelrog (Raja clavata) (RJC/2AC4‑C), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/2AC4-C), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/2AC4-C) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Bijvangstquotum. Deze soorten mogen per visreis niet meer dan 25 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten uitmaken. Deze voorwaarde geldt enkel voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter.

(3) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis). Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

|| || || || || || ||

Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van IIIa ||

|| Rajiformes || || || || (SRX/03A-C.) || ||

Denemarken || ||  33 || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Zweden || ||  9 || (1) (2) || || || ||

Unie || ||  42 || (1) (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  42 || (2) || || || ||

(1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/03A-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/03A-C.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/03A-C.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/03A-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en stekelrog (Raja clavata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

|| || || || || || ||

Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

|| Rajiformes || || || || (SRX/67AKXD) ||

België || ||  645 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Estland || ||  4 || (1) (2) (3) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Frankrijk || || 2 891 || (1) (2) (3) || || || ||

Duitsland || ||  9 || (1) (2) (3) || || || ||

Ierland || ||  932 || (1) (2) (3) || || || ||

Litouwen || ||  15 || (1) (2) (3) || || || ||

Nederland ||  3 || || (1) (2) (3) || || || ||

Portugal || ||  16 || (1) (2) (3) || || || ||

Spanje || ||  779 || (1) (2) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || 1 845 || || (1) (2) (3) || || || ||

Unie || || 7 139 || (1) (2) (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 7 139 || (2) || || || ||

(1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/67AKXD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/67AKXD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/67AKXD), zandrog (Raja circularis) (RJI/67AKXD) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/67AKXD) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis), Noorse rog (Raja (Dipturus) nidarosiensis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(3) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIId (SRX/*07D). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*07D.), zandrog (Raja circularis) (RJI/*07D.) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/*07D.) worden afzonderlijk gemeld.

|| || || || || || ||

Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIId ||

|| Rajiformes || || || || (SRX/07D.) || ||

België || ||  57 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || ||  482 || (1) (2) (3) || || || ||

Nederland ||  3 || || (1) (2) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  96 || || (1) (2) (3) || || || ||

Unie || ||  638 || (1) (2) (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  638 || (2) || || || ||

(1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/07D.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/07D.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en golfrog (Raja undulata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(3) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k (SRX/*67AKD). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*67AKD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*67AKD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*67AKD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*67AKD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*67AKD) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/*67AKD) worden afzonderlijk gemeld.

|| || || || || || ||

Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIII en IX ||

|| Rajiformes || || || || (SRX/89-C.) || ||

België || ||  6 || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Frankrijk || || 1 153 || (1) (2) || || || ||

Portugal || ||  934 || (1) (2) || || || ||

Spanje || ||  940 || (1) (2) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  7 || || (1) (2) || || || ||

Unie || || 3 040 || (1) (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 040 || (2) || || || ||

(1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/89-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/89-C.) en stekelrog (Raja clavata) (RJC/89-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

|| || || || || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/2A-C46) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Estland || || p.m. || || || || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Litouwen || || p.m. || || || || ||

Polen || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C). ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Makreel || || || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIb, IIIc en deelsectoren 22-32

|| Scomber scombrus || || || (MAC/2A34.) || ||

België || || p.m. || (3) || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (3) || || || ||

Duitsland || || p.m. || (3) || || || ||

Frankrijk || || p.m. || (3) || || || ||

Nederland || || p.m. || (3) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) (2) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (3) || || || ||

Unie || || p.m. || (1) (3) || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (4) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: met inbegrip van de volgende hoeveelheid (in ton) te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-): ||

|| || p.m. || || || || ||

(2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

(3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). || || ||

(4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (toegangsquotum). Deze hoeveelheid omvat het volgende Noorse aandeel in de Noordzee-TAC:

|| || p.m. || || || || ||

|| Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve de volgende hoeveelheid (in ton) die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.):

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen

dan de volgende hoeveelheden: || || || || || ||

|| IIIa || IIIa en IVbc || IVb || IVc || VI, internationale wateren van IIa, van 1 januari tot en met 31 maart 2014 en in december 2014 || ||

|| (MAC/*03A.) || (MAC/*3A4BC) || (MAC/*04 B.) || (MAC/*04C.) || (MAC/*2A6.) || ||

Denemarken || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

Frankrijk || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

Nederland || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

Zweden || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

Noorwegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Makreel || || || Gebied: || VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

|| Scomber scombrus || || || (MAC/2CX14-) ||

Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Estland || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Ierland || || p.m. || || || || ||

Letland || || p.m. || || || || ||

Litouwen || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Polen || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). || ||

(2) Noorwegen mag de volgende hoeveelheid (in ton) aan extra toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530):

|| || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

|| EU-wateren en Noorse wateren van IVa Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari 2014 en van 1 september tot en met 31 december 2014 || Noorse wateren van IIa || || ||

|| (MAC/*04A-EN) || || (MAC/*2AN-) || || || ||

Duitsland || || p.m. || p.m. || || || ||

Frankrijk || || p.m. || p.m. || || || ||

Ierland || || p.m. || p.m. || || || ||

Nederland || || p.m. || p.m. || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || p.m. || || || ||

Unie || || p.m. || p.m. || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Makreel || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Scomber scombrus || || || (MAC/8C3411) ||

Spanje || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || p.m. || (1) || || || ||

Portugal || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: de hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen.

|| || || || || || ||

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

|| || || || || || ||

VIIIb (MAC/*08B.) || || || || || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Portugal || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Makreel || || || Gebied: || Noorse wateren van IIa en IVa

|| Scomber scombrus || || || (MAC/2A4A-N) ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Unie || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gemeld. || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32

|| Solea solea || || || || (SOL/3A/BCD) ||

Denemarken || ||  297 || || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  17 || (1) || || || ||

Nederland || ||  28 || (1) || || || ||

Zweden || ||  11 || || || || ||

Unie || ||  353 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  353 || || || || ||

(1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en van de deelsectoren 22-32 worden gevangen. || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Solea solea || || || || (SOL/24-C.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || || || ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SOL/*04-C.). || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Solea solea || || || || (SOL/56-14) || ||

Ierland || ||  46 || || Voorzorgs-TAC || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  11 || || || || ||

Unie || ||  57 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  57 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VIIa || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/07A.) || ||

België || ||  46 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  1 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Ierland || ||  12 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || ||  15 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  21 || || || || ||

Unie || ||  95 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  95 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VIIb en VIIc || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/7BC.) || ||

Frankrijk || ||  7 || || Voorzorgs-TAC || ||

Ierland || ||  35 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Unie || ||  42 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  42 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VII d || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/07D.) || ||

België || ||  875 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || || 1 751 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  625 || || || || ||

Unie || || 3 251 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 3 251 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VII e || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/07E.) || ||

België || ||  29 || (1) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  313 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  490 || (1) || || || ||

Unie || ||  832 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  832 || || || || ||

(1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening.

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VIIf en VIIg || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/7FG.) || ||

België || ||  574 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  58 || || || || ||

Ierland || ||  29 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  259 || || || || ||

Unie || ||  920 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  920 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VIIh, VIIj en VIIk ||

|| Solea solea || || || || (SOL/7HJK.) || ||

België || ||  27 || || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  54 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing ||

Ierland || ||  144 || || || || ||

Nederland || ||  43 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || ||  54 || || || || ||

Unie || ||  322 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  322 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tong || || Gebied: || VIIIa en VIIIb || ||

|| Solea solea || || || || (SOL/8AB.) || ||

België || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Spanje || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Tongen || || || Gebied: || VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

|| Solea spp. || || || || (SOO/8CDE34) ||

Spanje || ||  403 || || Voorzorgs-TAC || ||

Portugal || ||  669 || || || || ||

Unie || || 1 072 || || || || ||

|| ||  0 || || || || ||

TAC || || 1 072 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Sprot en bijvangsten || Gebied: || IIIa || ||

|| Sprattus sprattus || || || (SPR/03A.) || ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Voorzorgs-TAC || ||

Duitsland || || p.m. || (1) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*03A.).

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Sprot en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Sprattus sprattus || || || (SPR/2AC4-C) || ||

België || || p.m. || (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (2) || || || ||

Duitsland || || p.m. || (2) || || || ||

Frankrijk || || p.m. || (2) || || || ||

Nederland || || p.m. || (2) || || || ||

Zweden || || p.m. || (1) (2) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (2) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Inclusief zandspiering. || || || || || ||

(2) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2AC4C).

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Sprot || || || Gebied: || VIId en VIIe || ||

|| Sprattus sprattus || || || (SPR/7DE.) || ||

België || ||  26 || || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || || 1 674 || || || || ||

Duitsland || ||  26 || || || || ||

Frankrijk || ||  361 || || || || ||

Nederland || ||  361 || || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || 2 702 || || || || ||

Unie || || 5 150 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 5 150 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren van IIIa ||

|| Squalus acanthias || || || (DGS/03A-C.) || ||

Denemarken || ||  0 || || Analytische TAC || ||

Zweden || ||  0 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || ||  0 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV ||

|| Squalus acanthias || || || (DGS/2AC4-C) ||

België || ||  0 || (1) || Analytische TAC || ||

Denemarken || ||  0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || ||  0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || ||  0 || (1) || || || ||

Nederland ||  0 || || (1) || || || ||

Zweden || ||  0 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  0 || || (1) || || || ||

Unie || ||  0 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || (1) || || || ||

(1) Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

|| || || || || || ||

Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV

|| Squalus acanthias || || || (DGS/15X14) || ||

België || ||  0 || (1) || Analytische TAC || ||

Duitsland || ||  0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje || ||  0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || ||  0 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. ||

Ierland || ||  0 || (1) || || || ||

Nederland ||  0 || || (1) || || || ||

Portugal || ||  0 || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  0 || || (1) || || || ||

Unie || ||  0 || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || ||  0 || (1) || || || ||

(1) Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet.

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IVb, IVc en VIId

|| Trachurus spp. || || || (JAX/4BC7D) || ||

België || || p.m. || (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || || p.m. || (3) || || || ||

Duitsland || || p.m. || (1) (3) || || || ||

Spanje || || p.m. || (3) || || || ||

Frankrijk || || p.m. || (1) (3) || || || ||

Ierland || || p.m. || (3) || || || ||

Nederland || || p.m. || (1) (3) || || || ||

Portugal || || p.m. || (3) || || || ||

Zweden || || p.m. || (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) (3) || || || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

Noorwegen || || p.m. || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || p.m. || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c,VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14).

(2) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). || || || ||

(3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*4BC7D).

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

|| Trachurus spp. || || || (JAX/2A-14) || ||

Denemarken || || 9 411 || (1) (3) || Analytische TAC || ||

Duitsland || || 7 343 || (1) (2) (3) || || || ||

Spanje || || 10 016 || (3) || || || ||

Frankrijk || || 3 780 || (1) (2) (3) || || || ||

Ierland || || 24 457 || (1) (3) || || || ||

Nederland || 29 463 || || (1) (2) (3) || || || ||

Portugal || ||  965 || (3) || || || ||

Zweden || ||  675 || (1) (3) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || 8 856 || || (1) (2) (3) || || || ||

Unie || || 94 966 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 94 966 || || || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2014 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D).

(2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIId (JAX/*07D.). || || ||

(3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*2A-14).

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || VIII c || ||

|| Trachurus spp. || || || (JAX/08C.) || ||

Spanje || || 13 470 || (1) (2) || Analytische TAC || ||

Frankrijk || ||  233 || (1) || || || ||

Portugal || || 1 331 || (1) (2) || || || ||

Unie || || 15 034 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 15 034 || || || || ||

(1) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in IX (JAX/*09.). || || ||

|| [1] Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1-36).

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || IX || ||

|| Trachurus spp. || || || (JAX/09.) || ||

Spanje || || 9 055 || (1) (2) || Analytische TAC || ||

Portugal || || 25 945 || (1) (2) || || || ||

Unie || || 35 000 || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || 35 000 || || || || ||

(1) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIIIc (JAX/*08C). || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || X; EU-wateren van CECAF(1) ||

|| Trachurus spp. || || || (JAX/X34PRT) ||

Portugal || || Nog vast te stellen || (2) (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (4) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (4) || || || ||

(1) Wateren grenzend aan de Azoren. || || || || ||

(2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(3) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || ||

(4) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || EU-wateren van CECAF(1) ||

|| Trachurus spp. || || || (JAX/341PRT) || ||

Portugal || || Nog vast te stellen || (2) (3) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (4) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (4) || || || ||

(1) Wateren grenzend aan Madeira. || || || || ||

(2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(3) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || ||

(4) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || EU-wateren van CECAF(1) ||

|| Trachurus spp. || || || (JAX/341SPN) || ||

Spanje || || Nog vast te stellen || (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || Nog vast te stellen || (3) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Nog vast te stellen || (3) || || || ||

(1) Wateren grenzend aan de Canarische eilanden. || || || || ||

(2) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || ||

(3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kever en bijvangsten || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIa en IV ||

|| Trisopterus esmarkii || || || (NOP/2A3A4.) || ||

Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || ||

Duitsland || || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || (1) || || || ||

Noorwegen || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OT2/*2A3A4).

(2) Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV. || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Kever en bijvangsten || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| Trisopterus esmarkii || || || (NOP/04-N.) || ||

Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Industriële vis || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| || || || || (I/F/04-N.) || ||

Zweden || || p.m. || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || ||

Unie || || p.m. || || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. ||

(2) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag ten hoogste 400 ton bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.). || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Andere soorten || || Gebied: || EU-wateren van Vb, VI en VII ||

|| || || || || (OTH/5B67-C) || ||

Unie || || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Uitsluitend vangsten met beuglijnen. || || || || ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Andere soorten || || Gebied: || Noorse wateren van IV ||

|| || || || || (OTH/04-N.) || ||

België || || p.m. || || Voorzorgs-TAC || ||

Denemarken || || p.m. || || || || ||

Duitsland || || p.m. || || || || ||

Frankrijk || || p.m. || || || || ||

Nederland || || p.m. || || || || ||

Zweden || || Niet relevant || (1) || || || ||

Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || ||

Unie || || p.m. || (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". || || ||

(2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. ||

|| || || || || || ||

|| || || || || || ||

Soort: || Andere soorten || || Gebied: || EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB

|| || || || || (OTH/2A46AN) ||

Unie || || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC || ||

Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || || || ||

|| || || || || || ||

TAC || || Niet relevant || || || || ||

(1) Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). || || || || ||

(2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. ||

|| || || || || || ||

BIJLAGE IB

NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND ICES-DEELGEBIEDEN I, II, V, XII EN XIV EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 1

|| || || ||

Soort: || Pacifische sneeuwkrabben || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1

|| Chionoecetes spp. || || (PCR/N1GRN.)

Ierland || p.m. || || Analytische TAC

Spanje || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Haring || || Gebied: || EU-, Noorse en internationale wateren van de deelgebieden I en II

|| Clupea harengus || || (HER/1/2-)

België || p.m. || (1) || Analytische TAC

Denemarken || p.m. || (1) || ||

Duitsland || p.m. || (1) || ||

Spanje || p.m. || (1) || ||

Frankrijk || p.m. || (1) || ||

Ierland || p.m. || (1) || ||

Nederland || p.m. || (1) || ||

Polen || p.m. || (1) || ||

Portugal || p.m. || (1) || ||

Finland || p.m. || (1) || ||

Zweden || p.m. || (1) || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || ||

Unie || p.m. || (1) || ||

Noorwegen || p.m. || (2) || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

(1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de in elk van de volgende gebieden gevangen hoeveelheden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van de NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen, de visserijbeschermingszone rond Svalbard.

(2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in EU-wateren ten noorden van 62° NB.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN)

|| p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| Gadus morhua || || (COD/1N2AB)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Griekenland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Ierland || p.m. || || ||

Frankrijk || p.m. || || ||

Portugal || p.m. || || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || ||

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV

|| Gadus morhua || || (COD/N1GL14)

Duitsland || p.m. || (1) (2) (3) || Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) (2) (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Noorwegen || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Het gebied in Oost-Groenland genaamd de "Kleine Banke" is gesloten voor alle visserijen. Dit gebied wordt begrensd door de volgende coördinaten:

|| 1. 64° 40' NB, 37° 30' WL || ||

|| 2. 64° 40' NB, 36° 30' WL || ||

|| 3. 64° 15' NB, 36° 30' WL || ||

|| 4. 64° 15' NB, 37° 30' WL || ||

(2) Mag in Oost- of West-Groenland worden gevangen. In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan:

|| a) voor trawlers, van 1 juli tot en met 31 december 2014; ||

|| b) voor vaartuigen voor de beugvisserij, van 1 april tot en met 31 december 2014.

(3) De visserij wordt uitgevoerd onder volledig toezicht van waarnemers en met satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS). Maximaal 80 % van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet een minimuminspanning van 10 trekken per vaartuig worden verricht in elk gebied:

|| Gebied Grens || || ||

|| 1. Oost-Groenland (COD/N65E44) Ten noorden van 65° NB ten oosten van 44° WL

|| 2. Oost-Groenland (COD/645E44) Tussen 64° NB en 65° NB ten oosten van 44° WL

|| 3. Oost-Groenland (COD/624E44) Tussen 62° NB en 64° NB ten oosten van 44° WL

|| 4. Oost-Groenland (COD/S62E44) Ten zuiden van 62° NB ten oosten van 44° WL

|| 5. West-Groenland (COD/S62W44) Ten zuiden van 62° NB ten westen van 44° WL

|| 6. West-Groenland (COD/N62W44) Ten noorden van 62° NB ten westen van 44° WL

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || I en IIb

|| Gadus morhua || || (COD/1/2B.)

Duitsland || p.m. || (3) || Analytische TAC

Spanje || p.m. || (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Polen || p.m. || (3) || ||

Portugal || p.m. || (3) || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (3) || ||

Andere lidstaten || p.m. || (1) (3) || ||

Unie || p.m. || (2) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.

(2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet.

(3) Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 19 % vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw.

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw en schelvis || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus || || (COD/05B-F.) voor kabeljauw; (HAD/05-F.) voor schelvis

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || ||

|| || || ||

Soort: || Heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV

|| Hippoglossus hippoglossus || || (HAL/514GRN)

Portugal || p.m. || || Analytische TAC

Unie || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Noorwegen || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*514GN). ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1

|| Hippoglossus hippoglossus || || (HAL/N1GRN.)

Unie || p.m. || || Analytische TAC

Noorwegen || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*N1GRN). ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Grenadiervissen || || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV

|| Macrourus spp. || || (GRV/514GRN)

Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || Niet relevant || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

(2) Aan Noorwegen wordt de volgende hoeveelheid (in ton) toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/514N1G) mag worden gevangen:

|| || p.m. || ||

|| Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

|| || || ||

Soort: || Grenadiervissen || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1

|| Macrourus spp. || || (GRV/N1GRN.)

Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || Niet relevant || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN.) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

(2) Aan Noorwegen wordt de volgende hoeveelheid (in ton) toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514N1G) mag worden gevangen:

|| || p.m. || ||

||  Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

|| || || ||

Soort: || Lodde || || Gebied: || IIb

|| Mallotus villosus || || (CAP/02B.)

Unie || p.m. || || Analytische TAC

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Lodde || || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV

|| Mallotus villosus || || (CAP/514GRN)

Denemarken || p.m. || || Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Zweden || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Duitsland || p.m. || || ||

Alle lidstaten || p.m. || (1) || ||

Unie || p.m. || (2) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) De lidstaten mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. Lidstaten waaraan meer dan 10 % van het quotum van de Unie is toegewezen, mogen het quotum voor "alle lidstaten" evenwel niet gebruiken.

(2) Te vangen van 1 januari 2014 tot en met 30 april 2014. Indien uiterlijk op 15 april 2014 een vangstniveau van 70 % van dit initiële quotum van de Unie is bereikt, wordt het quotum van de Unie automatisch verhoogd met de hieronder vermelde extra hoeveelheid, die binnen dezelfde periode moet worden gevangen. Dat bijkomende quotum van de Unie wordt geacht te zijn toegewezen volgens dezelfde verdeelsleutel.

|| || p.m. || ||

|| || || ||

Soort: || Schelvis || || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| Melanogrammus aeglefinus || || (HAD/1N2AB.)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Blauwe wijting || Gebied: || Wateren van de Faeröer

|| Micromesistius poutassou || || (WHB/2A4AXF)

Denemarken || p.m. || || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || p.m. || || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || ||

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || (1) || ||

(1) TAC vastgesteld volgens het tussen de Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland gevoerde overleg.

|| || || ||

Soort: || Leng en blauwe leng || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| Molva molva en Molva dypterygia || || (LIN/05B-F.) voor leng;

|| || || || (BLI/05B-F.) voor blauwe leng

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV

|| Pandalus borealis || || (PRA/514GRN)

Denemarken || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Noorwegen || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1

|| Pandalus borealis || || (PRA/N1GRN.)

Denemarken || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Koolvis || || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| Pollachius virens || || (POK/1N2AB.)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Koolvis || || Gebied: || Internationale wateren van I en II

|| Pollachius virens || || (POK/1/2INT)

Unie || p.m. || || Analytische TAC

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Koolvis || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| Pollachius virens || || (POK/05B-F.)

België || p.m. || || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Nederland || p.m. || || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || ||

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/1N2AB.)

Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Internationale wateren van I en II

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/1/2INT)

Unie || p.m. || || Voorzorgs-TAC

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/N1GRN.)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Unie || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Noorwegen || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/514GRN)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Noorwegen || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden gevist.

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen (ondiep water) || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

|| Sebastes spp. || || (RED/51214S)

Estland || p.m. || || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || || ||

Ierland || p.m. || || ||

Letland || p.m. || || ||

Nederland || p.m. || || ||

Polen || p.m. || || ||

Portugal || p.m. || || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || ||

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaars (diep pelagisch) || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

|| Sebastes spp. || || (RED/51214D)

Estland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (1) (2) || ||

Ierland || p.m. || (1) (2) || ||

Letland || p.m. || (1) (2) || ||

Nederland || p.m. || (1) (2) || ||

Polen || p.m. || (1) (2) || ||

Portugal || p.m. || (1) (2) || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || ||

Unie || p.m. || (1) (2) || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || (1) (2) || ||

(1) Mag alleen worden gevangen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden:

|| 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

|| 2. 62° 50' NB, 25° 45' WL || || ||

|| 3. 61° 55' NB, 26° 45' WL || || ||

|| 4. 61° 00' NB, 26° 30' WL || || ||

|| 5. 59° 00' NB, 30° 00' WL || || ||

|| 6. 59° 00' NB, 34° 00' WL || || ||

|| 7. 61° 30' NB, 34° 00' WL || || ||

|| 8. 62° 50' NB, 36° 00' WL || || ||

|| 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

(2) Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2014.

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| Sebastes spp. || || (RED/1N2AB.)

Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC

Spanje || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Portugal || p.m. || (1) || ||

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || ||

Unie || p.m. || (1) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Internationale wateren van I en II

|| Sebastes spp. || || (RED/1/2INT)

Unie || Niet relevant || (1) (2) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Er mag enkel worden gevist in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2014. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaars door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden.

(2) De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaarzen in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst.

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen (pelagisch) || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV

|| Sebastes spp. || || (RED/N1G14P)

Duitsland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) (2) || ||

Noorwegen || p.m. || (3) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || ||

|| || || ||

(1) Mag alleen met trawls worden gevangen. ||

(2) Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5-14P). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2014 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden ("NEAFC-vak"):

|| 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

|| 2. 62° 50' NB, 25° 45' WL || || ||

|| 3. 61° 55' NB, 26° 45' WL || || ||

|| 4. 61° 00' NB, 26° 30' WL || || ||

|| 5. 59° 00' NB, 30° 00' WL || || ||

|| 6. 59° 00' NB, 34° 00' WL || || ||

|| 7. 61° 30' NB, 34° 00' WL || || ||

|| 8. 62° 50' NB, 36° 00' WL || || ||

|| 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

(3) Uitsluitend te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N).

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen (demersaal) || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV

|| Sebastes spp. || || (RED/N1G14D)

Duitsland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) (2) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || ||

|| || || ||

(1) Mag alleen met trawls worden gevangen. || ||

(2) Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5-14D). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2014 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden ("NEAFC-vak"):

|| 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

|| 2. 62 ° 50' NB, 25 ° 45' WL || || ||

|| 3. 61 ° 55' NB, 26 ° 45' WL || || ||

|| 4. 61 ° 00' NB, 26 ° 30' WL || || ||

|| 5. 59 ° 00' NB, 30 ° 00' WL || || ||

|| 6. 59 ° 00' NB, 34 ° 00' WL || || ||

|| 7. 61 ° 30' NB, 34 ° 00' WL || || ||

|| 8. 62 ° 50' NB, 36 ° 00' WL || || ||

|| 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || IJslandse wateren van Va

|| Sebastes spp. || || (RED/05A-IS)

België || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || ||

Unie || p.m. || (1) (2) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

(1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan).

(2) Mag alleen tussen juli en december 2014 worden gevangen. ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| Sebastes spp. || || (RED/05B-F.)

België || p.m. || || Analytische TAC

Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || ||

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van I en II

|| || || || (OTH/1N2AB.)

Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (1) || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

Soort: || Andere soorten || (1) || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| || || || (OTH/05B-F.)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

(1) Exclusief soorten zonder handelswaarde. ||

|| || || ||

Soort: || Platvissen || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb

|| || || || (FLX/05B-F.)

Duitsland || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

BIJLAGE IC

NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN NAFO-VERDRAGSGEBIED

Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 2J3KL

|| Gadus morhua || || (COD/N2J3KL)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| [1] Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1).

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 3NO

|| Gadus morhua || || (COD/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen, met een maximum van 1.000 kg of van 4 % indien dat meer is.

|| || || ||

Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 3M

|| Gadus morhua || || (COD/N3M.)

Estland || 161 || || Analytische TAC

Duitsland || 676 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Letland || 161 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen || 161 || || ||

Polen || 551 || || ||

Spanje ||  2 078 || || ||

Frankrijk || 290 || || ||

Portugal ||  2 850 || || ||

Verenigd Koninkrijk ||  1 353 || || ||

Unie ||  8 281 || || ||

|| || || ||

TAC ||  14 521 || || ||

|| || || ||

Soort: || Witje || Gebied: || NAFO 2J3KL

|| Glyptocephalus cynoglossus || || (WIT/N2J3KL)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Witje || Gebied: || NAFO 3NO

|| Glyptocephalus cynoglossus || || (WIT/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Lange schar || Gebied: || NAFO 3M

|| Glyptocephalus cynoglossus || || (PLA/N3M.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Lange schar || Gebied: || NAFO 3LNO

|| Glyptocephalus cynoglossus || || (PLA/N3LNO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Kortvinpijlinktvis || Gebied: || NAFO-deelgebieden 3 en 4

|| Illex illecebrosus || || (SQI/N34.)

Estland || 128 || (1) || Analytische TAC

Letland || 128 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen || 128 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Polen || 227 || (1) || ||

Unie || Niet relevant || (1) (2) || ||

|| || || ||

TAC ||  34 000 || || ||

|| || || ||

(1) Te vangen tussen 1 juli en 31 december 2014. ||

(2) Aandeel van de Unie niet nader bepaald. Canada en de lidstaten van de Unie met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over de volgende hoeveelheid (in ton):

|| || 611 || ||

|| || || ||

|| || || ||

Soort: || Geelstaartschar || Gebied: || NAFO 3LNO

|| Limanda ferruginea || || (YEL/N3LNO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC ||  17 000 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Lodde || || Gebied: || NAFO 3NO

|| Mallotus villosus || || (CAP/N3NO.)

Unie || 0 || (1) || Analytische TAC

|| || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || NAFO 3L(1)

|| Pandalus borealis || || (PRA/N3L.)

Estland || 48 || || Analytische TAC

Letland || 48 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen || 48 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Polen || 48 || || ||

Spanje || 38 || || ||

Portugal || 10 || || ||

Unie || 240 || || ||

|| || || ||

TAC ||  4 300 || || ||

(1) Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten:

|| Punt || Noorderbreedte || Westerlengte ||

|| 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 ||

|| 2 || 47° 20' 0 || 46 ° 30' 0 ||

|| 3 || 46 ° 00' 0 || 46 ° 30' 0 ||

|| 4 || 46 ° 00' 0 || 46 ° 40' 0 ||

|| || || ||

Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || NAFO 3M(1)

|| Pandalus borealis || || (PRA/*N3M.)

TAC || Niet relevant || (2)(3) || Analytische TAC

(1) De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3L, in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

|| Punt || Noorderbreedte || Westerlengte ||

|| 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 ||

|| 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 ||

|| 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 ||

|| 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 ||

|| Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 31 december 2014 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

|| Punt || Noorderbreedte || Westerlengte ||

|| 1 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 ||

|| 2 || 47° 30' 0 || 44° 15' 0 ||

|| 3 || 46° 55' 0 || 44° 15' 0 ||

|| 4 || 46 ° 35' 0 || 44° 30' 0 ||

|| 5 || 46° 35' 0 || 45° 40' 0 ||

|| 6 || 47° 30' 0 || 45° 40' 0 ||

|| 7 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 ||

(2) Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven vismachtigingen af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009.

|| Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Maximumaantal visdagen ||

|| Denemarken || 0 || 0 ||

|| Estland || 0 || 0 ||

|| Spanje || 0 || 0 ||

|| Letland || 0 || 0 ||

|| Litouwen || 0 || 0 ||

|| Polen || 0 || 0 ||

|| Portugal || 0 || 0 ||

(3) Gerichte visserij is niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || NAFO 3 LMNO

|| Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/N3LMNO)

Estland || 310 || || Analytische TAC

Duitsland || 317 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Letland || 43 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen || 22 || || ||

Spanje ||  4 243 || || ||

Portugal ||  1 774 || || ||

Unie ||  6 709 || || ||

|| || || ||

TAC ||  11 442 || || ||

|| || || ||

Soort: || Rog || || Gebied: || NAFO 3LNO

|| Rajidae || || || (SKA/N3LNO.)

Estland || 283 || || Analytische TAC

Litouwen || 62 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje ||  3 403 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Portugal || 660 || || ||

Unie ||  4 408 || || ||

|| || || ||

TAC ||  7 000 || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3LN

|| Sebastes spp. || || (RED/N3LN.)

Estland || 346 || || Analytische TAC

Duitsland || 238 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Letland || 346 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen || 346 || || ||

Unie ||  1 276 || || ||

|| || || ||

TAC ||  7 000 || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3M

|| Sebastes spp. || || (RED/N3M.)

Estland ||  1 571 || (1) || Analytische TAC

Duitsland || 513 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Letland ||  1 571 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen ||  1 571 || (1) || ||

Spanje || 233 || (1) || ||

Portugal ||  2 354 || (1) || ||

Unie ||  7 813 || (1) || ||

|| || || ||

TAC ||  6 500 || (1) || ||

(1) Op voorwaarde dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC, zoals aangegeven, wordt nageleefd. Binnen die TAC mag vóór 1 juli 2014 niet meer dan de volgende tussentijdse hoeveelheid worden gevangen:

|| || 3 250 || ||

|| Wanneer de TAC of de tussentijdse hoeveelheid is opgebruikt, wordt de gerichte visserij op het bestand stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten.

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3O

|| Sebastes spp. || || (RED/N3O.)

Spanje ||  1 771 || || Analytische TAC

Portugal ||  5 229 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie ||  7 000 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC ||  20 000 || || ||

|| || || ||

Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K

|| Sebastes spp. || || (RED/N1F3K.)

Letland || 0 || (1) || Analytische TAC

Litouwen || 0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || 0 || (1) || ||

(1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

|| || || ||

Soort: || Witte heek || || Gebied: || NAFO 3NO

|| Sebastes spp. || || (HKW/N3NO.)

Spanje || 255 || || Analytische TAC

Portugal || 333 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || 588 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC ||  1 000 || || ||

(1) Indien overeenkomstig voetnoot 27 van bijlage IA bij de instandhoudings- en nalevingsmaatregelen van de NAFO een TAC van 2 000 ton door een positieve stemming wordt bekrachtigd, worden de overeenkomstige quota van de Unie en de verschillende lidstaten geacht als volgt te zijn: Spanje || 509

Portugal || 667

Unie || 1 176

|| || || ||

|| || || ||

BIJLAGE[…] ID

OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN – ALLE GEBIEDEN

Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT.

|| || || ||

Soort: || Blauwvintonijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee

|| Thunnus thynnus || || (BFT/AE45WM)

Cyprus || p.m. || (4)(6) || Analytische TAC

Griekenland || p.m. || (6) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Spanje || p.m. || (2)(4)(6) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (2)(3)(4)(6) || ||

Kroatië || p.m. || || ||

Italië || p.m. || (4)(5)(6) || ||

Malta || p.m. || (4)(6) || ||

Portugal || p.m. || (6) || ||

Andere lidstaten || p.m. || (1)(6) || ||

Unie || p.m. || (2)(3)(4)(5)(6) || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

(1) Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Malta en Portugal, en uitsluitend als bijvangst.

(2) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8301):

|| Spanje || p.m. || ||

|| Frankrijk || p.m. || ||

|| Unie || p.m. || ||

(3) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg en een lengte van ten minste 70 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*641) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:

|| Frankrijk || p.m. || ||

|| Unie || p.m. || ||

(4) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 2, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8302):

|| Spanje || p.m. || ||

|| Frankrijk || p.m. || ||

|| Italië || p.m. || ||

|| Cyprus || p.m. || ||

|| Malta || p.m. || ||

|| Unie || p.m. || ||

(5) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 3, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*643):

|| Italië || p.m. || ||

|| Unie || p.m. || ||

(6) In afwijking van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 302/2009 is de blauwvintonijnvisserij met ringzegenvaartuigen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee van 26 mei tot en met 24 juni 2014 toegestaan.

|| || || ||

Soort: || Zwaardvis || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

|| Xiphias gladius || || (SWO/AN05N)

Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC

Portugal || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Andere lidstaten || p.m. || (1)(2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

(1)  Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. ||

(2) Bijzondere voorwaarde: tot 2,39 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AS05N).

|| || || ||

Soort: || Zwaardvis || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB

|| Xiphias gladius || || (SWO/AS05N)

Spanje || p.m. || (1) || Analytische TAC

Portugal || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

(1) Bijzondere voorwaarde: tot 3,86 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AN05N).

|| || || ||

Soort: || Noord-Atlantische witte tonijn || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB

|| Thunnus alalunga || || (ALB/AN05N)

Ierland || p.m. || (2) || Analytische TAC

Spanje || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Frankrijk || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Verenigd Koninkrijk || p.m. || (2) || ||

Portugal || p.m. || (2) || ||

Unie || p.m. || (1) || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

(1) Het aantal EU-vissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 [1] vastgesteld op:

|| || p.m. || ||

|| [1] || Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3).

(2) Het maximumaantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten verdeeld:

|| Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || ||

|| Ierland || p.m. || ||

|| Spanje || p.m. || ||

|| Frankrijk || p.m. || ||

|| Verenigd Koninkrijk || p.m. || ||

|| Portugal || p.m. || ||

|| || || ||

Soort: || Zuid-Atlantische witte tonijn || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB

|| Thunnus alalunga || || (ALB/AS05N)

Spanje || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Portugal || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Grootoogtonijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan

|| Thunnus obesus || || (BET/ATLANT)

Spanje || p.m. || || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Portugal || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Blauwe marlijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan

|| Makaira nigricans || || (BUM/ATLANT)

Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC

Frankrijk || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Portugal || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (2) || ||

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

Soort: || Witte marlijn || Gebied: || Atlantische Oceaan

|| Tetrapturus albidus || || (WHM/ATLANT)

Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC

Portugal || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Unie || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

|| || || ||

TAC || p.m. || || ||

|| || || ||

BIJLAGE IE

ANTARCTISCH GEBIED CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is uitgeput.

Tenzij anders bepaald zijn deze TAC's van toepassing voor de periode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014.

Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (ANI/F483.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1) (ANI/F5852.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt: -           van het snijpunt van lengtegraad 72° 15’ OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk ("Australia-France Maritime Delimitation Agreement") zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25’ ZB; -           vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74° OL; -           daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40′ ZB met lengtegraad 76° OL; -           vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52° ZB; -           daarna langs een geodetische lijn in noordwestelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 51° ZB met lengtegraad 74° 30′ OL; en -           vervolgens langs een geodetische lijn in zuidwestelijke richting naar het beginpunt. ||

||

Soort: || Scotiazee-ijsvis Chaenocephalus aceratus || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (SSI/F483.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

||

Soort: || Langsnuitijsvis Channichthys rhinoceratus || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (LIC/F5852.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

||

Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (TOP/F483.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Beheersgebied A: 48º WL tot 43°30' WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483A) || p.m. || ||

Beheersgebied B: 43° 30' WL tot 40° WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483B) || p.m. || ||

Beheersgebied C: 40º WL tot 33° 30' WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483C) || p.m. || ||

(1)       Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2014 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014. ||

||

Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.4 Noordelijke Antarctische wateren (TOP/F484N.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL. ||

||

Soort: || IJsheken Dissostichus spp. || Gebied: || FAO 48.4 Zuidelijke Antarctische wateren (TOP/F484S.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 57° 20′ ZB en 60° 00′ ZB en lengtegraden 24° 30′ WL en 29° 00′ WL. ||

||

Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (TOP/F5852.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79° 20' OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen. ||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 48 (KRI/F48.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van een totale gecombineerde vangst van 620 000 ton mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 48.1 (KRI/*F481.) || p.m. || ||

Sector 48.2 (KRI/*F482.) || p.m. || ||

Sector 48.3 (KRI/*F483.) || p.m. || ||

Sector 48.4 (KRI/*F484.) || p.m. || ||

||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.1 Antarctische wateren (KRI/F5841.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W) || p.m. || ||

Sector 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E) || p.m. || ||

||

Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.2 Antarctische wateren (KRI/F5842.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

Bijzondere voorwaarden: ||

Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: ||

Sector 58.4.2 ten westen van 55° OL) (KRI/*F-42W) || p.m. || ||

Sector 58.4.2 ten oosten van 55° OL (KRI/*F-42E) || p.m. || ||

||

Soort: || Groene Zuidpoolkabeljauw Gobionotothen gibberifrons || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOG/F483.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOS/F483.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

||

Soort: || Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (NOS/F5852.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

||

Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (GRV/F5852.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Gemarmerde ijsvis Notothenia rossii || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOR/F483.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

||

Soort: || krabben Paralomis spp. || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (PAI/F483.) ||

TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

||

Soort: || Georgia-ijsvis Pseudochaenichthys georgianus || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (SIG/F483.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: || Roggen Rajiformes || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (SRX/F5852.)

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

(1)          Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan.

||

Soort: || Andere soorten || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (OTH/F5852.) ||

TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing ||

(1)       Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. ||

BIJLAGE IF

ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN SEAFO-VERDRAGSGEBIED

Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is uitgeput.

Soort: || Alfonsino's Beryx spp. || Gebied: || SEAFO (ALF/SEAFO)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

Soort: || Rode diepzeekrabben Chaceon spp. || Gebied: || SEAFO-deelsector B1(1) (GER/F47NAM)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

(1)          In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: –          ten westen door de lengtegraad 0° OL, –          ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, –          ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en –          ten oosten door de buitengrenzen van de EEZ van Namibië.

Soort: || Rode diepzeekrabben (Chaceon spp.) || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (GER/F47X)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek (Dissostichus eleginoides) || Gebied: || SEAFO (TOP/SEAFO)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO-deelsector B1(1) (ORY/F47NAM)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

(1)       In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: –          ten westen door de lengtegraad 0° OL, –          ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, –          ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en –          ten oosten door de buitengrenzen van de EEZ van Namibië.

Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (ORY/F47X)

TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC

BIJLAGE IG

ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN — ALLE GEBIEDEN

Soort: || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus maccoyii || Gebied: || Alle gebieden (SBF/F41-81)

Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

TAC || p.m. || ||

(1)          Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

BIJLAGE IH

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || WCFPC-gebied ten zuiden van 20° ZB (SWO/F7120S)

Unie || p.m. || || Voorzorgs-TAC

TAC || Niet relevant ||

BIJLAGE IJ

SPRFMO-VERDRAGSGEBIED

|| || || ||

Soort: || Chileense horsmakreel || Gebied: || SPRFMO-verdragsgebied

|| Trachurus murphyi || || (CJM/SPRFMO)

Duitsland ||  p.m. || || Analytische TAC

Nederland ||  p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Litouwen ||  p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing

Polen ||  p.m. || || ||

Unie ||  p.m. || || ||

|| || || ||

TAC || Niet relevant || || ||

|| || || ||

BIJLAGE IIA

Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in de ICES-sectoren IIIa, VIa, VIIa, VIId, ICES-DEELGEBIED IV EN DE EU-WATEREN VAN DE ICES-SECTOREN IIa EN Vb

1.           TOEPASSINGSGEBIED

1.1.        Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen die één van de in bijlage I, punt 1, bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in één van de in punt 2 van deze bijlage gespecificeerde geografische gebieden.

1.2.        Deze bijlage is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate bemonsteringsmethoden. In 2014 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen.

2.           GEREGLEMENTEERD TUIG EN GEOGRAFISCHE GEBIEDEN

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in bijlage I, punt 1, bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigcategorieën ("gereglementeerd vistuig") en de groepen geografische gebieden als bedoeld in punt 2 van die bijlage.

3.           MACHTIGINGEN

Als een lidstaat dit passend acht om de duurzame uitvoering van deze visserijinspanningsregeling te versterken, kan hij het vissen met gereglementeerd vistuig in geografische gebieden waarop deze bijlage van toepassing is, verbieden voor zijn vlag voerende vaartuigen als die nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken.

4.           MAXIMALE TOEGESTANE VISSERIJINSPANNING

4.1.        De voor de beheersperiode 2014, van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015, geldende maximale toegestane visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 676/2007, per inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze bijlage.

4.2.        De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1954/2003[1] vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in deze bijlage bepaalde maximale toegestane visserijinspanning onverlet.

5.           BEHEER

5.1.        De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 4 en de artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

5.2.        Een lidstaat mag beheersperioden vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximale toegestane inspanning, of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de betrokken lidstaat de inspanning herverdelen tussen individuele vaartuigen of groepen vaartuigen.

5.3.        Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren, in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de betrokken lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24 uur.

6.           VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Als het in dat artikel bedoelde geografische gebied wordt, voor kabeljauwbeheer, elk van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde geografische gebieden aangemerkt.

7.           MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

De lidstaten dienen de gegevens over de visserijinspanning van hun vissersvaartuigen bij de Commissie in overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De gegevens worden toegezonden via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens (Fisheries Data Exchange System) of een ander door de Commissie in te voeren systeem voor de verzameling van gegevens.

Aanhangsel 1 van bijlage IIA

Maximale toegestane visserijinspanning in kilowattdagen

a) Kattegat:

Gereglementeerd vistuig || DK || DE || SE

TR1 || 197 929 || 4 212 || 16 610

TR2 || 644 033 || 4 192 || 262 005

TR3 || 441 872 || 0 || 490

BT1 || 0 || 0 || 0

BT2 || 0 || 0 || 0

GN || 115 456 || 26 534 || 13 102

GT || 22 645 || 0 || 22 060

LL || 1 100 || 0 || 25 339

b) Skagerrak, het gedeelte van ICES-sector IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van ICES-sector IIa; ICES-sector VIId:

Gereglementeerd vistuig || BE || DK || DE || ES || FR || IE || NL || SE || UK

TR1 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

TR2 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

TR3 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

BT1 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

BT2 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

GN || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

GT || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

LL || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

c) ICES-sector VIIa:

Gereglementeerd vistuig || BE || FR || IE || NL || UK

TR1 || 0 || 38 554 || 26 831 || 0 || 271 674

TR2 || 8 133 || 595 || 380 519 || 0 || 870 590

TR3 || 0 || 0 || 1 422 || 0 || 0

BT1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0

BT2 || 843 782 || 0 || 514 584 || 200 000 || 111 693

GN || 0 || 471 || 18 255 || 0 || 5 970

GT || 0 || 0 || 0 || 0 || 158

LL || 0 || 0 || 0 || 0 || 70 614

d) ICES-sector VIa en de EU-wateren van ICES-sector Vb:

Gereglementeerd vistuig || BE || DE || ES || FR || IE || UK

TR1 || 0 || 7 456 || 0 || 845 826 || 343 056 || 826 618

TR2 || 0 || 0 || 0 || 34 926 || 14 371 || 2 972 845

TR3 || 0 || 0 || 0 || 0 || 273 || 16 027

BT1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 117 544

BT2 || 0 || 0 || 0 || 0 || 3 801 || 4 626

GN || 0 || 35 442 || 13 836 || 302 917 || 5 697 || 213 454

GT || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 953 || 145

LL || 0 || 0 || 1 402 142 || 184 354 || 4 250 || 630 040

BIJLAGE IIB

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL VAN BEPAALDE ZUIDELIJKE HEEKBESTANDEN EN LANGOUSTINEBESTANDEN IN DE ICES-SECTOREN VIIIc EN IXa, MET UITZONDERING VAN DE GOLF VAN CADIZ

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

1.           TOEPASSINGSGEBIED

Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer, die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2166/2005 trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 32 mm of meer en kieuwnetten met een maaswijdte van 60 mm of meer of grondbeugen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cádiz.

2.           DEFINITIES

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a)      "vistuiggroep": de groep die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën:

i) trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig met een maaswijdte van 32 mm of meer, en

ii) kieuwnetten met een maaswijdte van 60 mm of meer en grondbeugen;

b)      "gereglementeerd tuig": vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren;

c)      "gebied": de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cádiz;

(d)     "beheersperiode 2014": de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015;

(e)     "bijzondere voorwaarden": de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden.

3.           ACTIVITEITSBEPERKINGEN

Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren, niet langer dan het in hoofdstuk III van deze bijlage bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer zij gereglementeerd vistuig aan boord hebben.

Hoofdstuk II Machtigingen

4.           GEMACHTIGDE VAARTUIGEN

4.1.        Een lidstaat verleent vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming voor visserijactiviteiten met gereglementeerd vistuig in het gebied wanneer deze vaartuigen in dat gebied in de jaren 2002 tot en met 2014 geen visserijactiviteiten van die aard — de visserijactiviteiten ingevolge een overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen niet meegerekend — hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gebied wordt onttrokken.

4.2.        Een vaartuig dat de vlag voert van een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 11 of punt 12 van deze bijlage.

Hoofdstuk III Aan EU-vaartuigen toegewezen aantal dagen van aanwezigheid in het gebied

5.           MAXIMUMAANTAL DAGEN

5.1.        Het maximumaantal zeedagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2014 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, staat vermeld in tabel I.

5.2.        Wanneer een vaartuig kan aantonen dat zijn heekvangsten minder bedragen dan 4 % van het totale levende gewicht van de tijdens een bepaalde visreis gevangen vis, wordt aan de vlaggenlidstaat van het vaartuig toegestaan de met die visreis gepaard gaande zeedagen niet in mindering te brengen op het van toepassing zijnde maximumaantal zeedagen als vastgesteld in tabel I.

6.           BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR DE TOEWIJZING VAN DAGEN

6.1.        Voor de vaststelling van het maximumaantal zeedagen dat een EU-vaartuig na toestemming van zijn vlaggenlidstaat in het gebied aanwezig mag zijn, gelden de onderstaande bijzondere voorwaarden overeenkomstig tabel I:

a) de totale aanlanding van heek door het betrokken vaartuig in 2010 of 2011 moet minder dan 5 ton bedragen volgens de aanlanding in levend gewicht; en

b) de totale aanlanding van langoustine door het betrokken vaartuig in 2010 of 2011 moet minder dan 2,5 ton bedragen volgens de aanlanding in levend gewicht.

6.2.        Wanneer een vaartuig een onbeperkt aantal dagen geniet omdat het voldoet aan de bijzondere voorwaarden, mag de aanlanding van het vaartuig in de beheersperiode 2014 niet meer bedragen dan 5 ton van de totale aanlanding in levend gewicht van heek en 2,5 ton van de totale aanlanding in levend gewicht van langoustine.

6.3.        Wanneer een vaartuig niet aan de betrokken bijzondere voorwaarde(n) voldoet, verliest het met onmiddellijke ingang het recht op de toewijzing van het aantal dagen dat met die bijzondere voorwaarde overeenstemt.

6.4.        De toepassing van de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden kan worden overgedragen naar één of meer andere vaartuigen die dat vaartuig in de vloot vervangen, mits het vervangende vaartuig soortgelijk vistuig gebruikt en niet in enig eerder jaar grotere dan de in punt 6.1 vermelde hoeveelheden heek en langoustine heeft aangeland.

Tabel I Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per vistuig

|| Bijzondere voorwaarde || Gereglementeerd vistuig || Maximumaantal dagen

|| || Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen || ES || 127

|| || FR || 121 ||

|| || PT || 126 ||

|| 6.1.a) en 6.1.b) || Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen || Onbeperkt

7.           KILOWATTDAGENSYSTEEM

7.1.        De lidstaten mogen de hun toegewezen visserijinspanning beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen zij een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen soorten gereglementeerd vistuig en bijzondere voorwaarden, toestaan om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig en de bijzondere voorwaarden overeenstemt, in acht wordt genomen.

7.2.        Het totale aantal kilowattdagen is de som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en in aanmerking komen voor het gereglementeerde vistuig en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt 7.1 niet werd toegepast. Zolang het aantal dagen overeenkomstig tabel I onbeperkt is, bedraagt het aantal dagen waarover het vaartuig zou beschikken, 360.

7.3.        Lidstaten die gebruik wensen te maken van het in punt 7.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarden de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van:

a)      de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)      de vangstcijfers van dergelijke vaartuigen voor 2010 en 2011, waaruit de in de bijzondere voorwaarden als bedoeld in punt 6.1, onder a) of b), vastgestelde vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen aan deze bijzondere voorwaarden voldoen;

c)      het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 7.1 zou beschikken.

7.4.        Op basis van dit verzoek gaat de Commissie na of aan de in punt 7 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij, indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van het in punt 7.1 bedoelde systeem.

8.           TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN VISSERIJACTIVITEITEN

8.1.        De Commissie kan een lidstaat extra zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten tussen 1 februari 2014 en 31 januari 2015 overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006[2] of Verordening (EG) nr. 744/2008[3]. Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden kunnen door de Commissie per geval in overweging worden genomen na een schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In dat schriftelijk verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt voor elk daarvan bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen beginnen.

8.2.        De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het gereglementeerde vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van die berekening wordt afgerond op de meest nabije hele dag.

8.3.        De punten 8.1 en 8.2 zijn niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 3 of punt 6.4 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

8.4.        Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 15 juni 2014 bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarden de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van:

a)      de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)      de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen volgens vistuiggroep en, zo nodig, per bijzondere voorwaarde.

8.5.        Op basis van het verzoek van een lidstaat kan de Commissie aan die lidstaat middels uitvoeringshandelingen een aantal dagen bovenop het in punt 5.1 bedoelde aantal dagen toekennen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

8.6.        Tijdens de beheersperiode 2014 mag een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig. Overdracht van extra dagen van een vaartuig waarvan de activiteiten zijn beëindigd en dat in aanmerking kwam voor één van de in punt 6.1, onder a) of b), genoemde bijzondere voorwaarden, naar een actief vaartuig dat niet in aanmerking komt voor een bijzondere voorwaarde, is niet toegestaan.

8.7.        Als de Commissie extra zeedagen toewijst wegens de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten in de beheersperiode 2014, wordt het in tabel I vermelde maximumaantal dagen per lidstaat of vistuig dienovereenkomstig aangepast voor de beheersperiode 2014.

9.           TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKTE AANWEZIGHEID VAN WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS

9.1.        De Commissie kan op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector een lidstaat drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben met name betrekking op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake gegevensverzameling verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 199/2008[4] en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

9.2.        De wetenschappelijke waarnemers zijn onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein van het vaartuig en van de bemanning.

9.3.        Een lidstaat die gebruik wenst te maken van de in punt 9.1 bedoelde toewijzingen, dient bij de Commissie ter goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in.

9.4.        Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie aan de betrokken lidstaat middels uitvoeringshandelingen een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5.1 bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers geldt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

9.5.        Wanneer een door een lidstaat ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

Hoofdstuk IV Beheer

10.         ALGEMENE VERPLICHTING

De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

11.         BEHEERSPERIODEN

11.1.      Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden.

11.2.      Het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld.

11.3.      Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 10. Op verzoek van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóórdat een periode van 24 uur is afgelopen.

Hoofdstuk V Uitwisseling van toegewezen visserijinspanningen

12.         OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT VOEREN

12.1.      Een lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

12.2.      Het product van het overeenkomstig punt 12.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het betrokken gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2010 en 2011 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

12.3.      Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 12.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode.

12.4.      Het overdragen van dagen is alleen toegestaan voor vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen zonder toepassing van bijzondere voorwaarden.

12.5.      Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt bedoelde informatie kunnen door de Commissie middels uitvoeringshandelingen worden opgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

13.         OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.1 en 4.2 en 12 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat besluit toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de Commissie, voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde gegevens over de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

Hoofdstuk VI Rapportageverplichtingen

14.         VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze bijlage bedoelde gebied.

15.         VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in kilowattdagen.

16.         MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 15 vermelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde format aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2013 en 2014, in het in de tabellen IV en V bedoelde gegevensformat.

Tabel II Rapportageformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Lidstaat || Vistuig || Jaar || Aangifte van de cumulatieve inspanning

(1) (2) || (3) || (4)

Tabel III Gegevensformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[5] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen ||

(1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd ||

(2) Vistuig || 2 || || Eén van de volgende vistuigtypes: TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm GN = kieuwnetten ≥ 60 mm LL = grondbeugen ||

(3) Jaar || 4 || || 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 ||

(4) Aangifte van de cumulatieve inspanning || 7 || R || Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar ||

Tabel IV Rapportageformat voor vaartuiggerelateerde informatie

Lidstaat || CFR || Externe kentekens || Duur van de beheersperiode || Aangegeven vistuig || Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || Overgedragen dagen

(1) (2) || (3) || (4) || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || (9)

(5) (5) || (5) || (5) || (6) || (6) || (6) || (6) || (7) || (7) || (7) || (7) || (8) || (8) || (8) || (8)

Tabel V Gegevensformat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[6] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen

(1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2) CFR || 12 || || Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR) Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig. Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

(3) Uitwendige kentekens || 14 || L || Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87[7]

(4) Duur van de beheersperiode || 2 || L || Duur van de beheersperiode in maanden

(5) Aangegeven vistuig || 2 || L || Eén van de volgende vistuigtypes: TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm GN = kieuwnetten ≥ 60 mm LL = grondbeugen

(6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || 2 || L || Geef aan of, en zo ja welke, van de in punt 6.1, onder a) of b), van bijlage IIB genoemde bijzondere voorwaarden van toepassing zijn.

(7) Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || 3 || L || Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIB aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(8) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || 3 || L || Aantal dagen dat het vaartuig effectief in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

(9) Overgedragen dagen || 4 || L || Vermeld voor overgedragen dagen "– aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen".

BIJLAGE IIC

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET BEHEER VAN DE TONGBESTANDEN IN HET WESTELIJKE KANAAL IN ICES-SECTOR VIIe

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

1.           TOEPASSINGSGEBIED

1.1.        Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer, die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 509/2007 boomkorren met een maaswijdte van 80 mm of meer en staande netten met inbegrip van kieuwnetten, schakelnetten en warrelnetten, met een maaswijdte van maximaal 220 mm aan boord hebben of gebruiken en die aanwezig zijn in ICES-sector VIIe. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2014 verstaan de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015.

1.2.        Vaartuigen die vissen met staande netten met een maaswijdte van 120 mm of meer en die volgens hun visserijgegevens in de drie voorgaande jaren minder dan 300 kg levend gewicht aan tong per jaar hebben gevangen, zijn vrijgesteld van de toepassing van deze bijlage, mits:

a)      deze vaartuigen tijdens de beheersperiode 2014 minder dan 300 kg levend gewicht tong vangen;

b)      deze vaartuigen op zee geen vis overladen op een ander vaartuig;

c)      elke betrokken lidstaat uiterlijk op 31 juli 2014 en 31 januari 2015 bij de Commissie een verslag indient over de op tong betrekking hebbende vangstcijfers voor deze vaartuigen voor de laatste drie jaar, en over de tongvangst in 2014.

Wanneer aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn de betrokken vaartuigen met onmiddellijke ingang niet meer vrijgesteld van de toepassing van deze bijlage.

2.         DEFINITIES

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de volgende definities:

a)      "vistuiggroep": de groep die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën:

i) boomkorren met een maaswijdte van 80 mm of meer, en

ii) staande netten met inbegrip van kieuwnetten, schakelnetten en warrelnetten, met een maaswijdte van maximaal 220 mm;

b)      "gereglementeerd tuig": vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren;

c)      "gebied": ICES-sector VIIe;

d)      "beheersperiode 2014": de periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015;

3.           ACTIVITEITSBEPERKINGEN

Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren en in de Unie zijn geregistreerd, niet langer dan het in hoofdstuk III van deze bijlage bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer zij gereglementeerd vistuig aan boord hebben.

Hoofdstuk II Machtigingen

4.           GEMACHTIGDE VAARTUIGEN

4.1         Een lidstaat mag vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming verlenen voor visserijactiviteiten in het betrokken gebied met gereglementeerd vistuig, als deze vaartuigen in de jaren 2002 tot en met 2013 nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten in het betrokken gebied hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gebied wordt onttrokken.

4.2         Aan vaartuigen die wel met gereglementeerd vistuig hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend om een ander vistuig te gebruiken, mits het aantal dagen dat voor het laatstgenoemde vistuigtype is toegewezen, gelijk is aan of groter dan het aantal voor het gereglementeerde vistuig toegewezen dagen.

4.3         Een vaartuig dat de vlag voert van een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 10 of punt 11 van deze bijlage.

Hoofdstuk III Aan EU-vaartuigen toegewezen aantal dagen van aanwezigheid in het gebied

5.           MAXIMUMAANTAL DAGEN

Het maximumaantal zeedagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2014 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, staat vermeld in tabel I.

Tabel I Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per vistuig

Gereglementeerd vistuig || Maximumaantal dagen

Boomkorren met een maaswijdte ≥ 80 mm || BE || 164

FR || 175

UK || 207

Staande netten met een maaswijdte ≤ 220 mm || BE || 164

FR || 178

UK || 164

6.           KILOWATTDAGENSYSTEEM

6.1.        Tijdens de beheersperiode 2014 mogen de lidstaten de hun toegewezen visserijinspanningen beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen zij een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen soorten gereglementeerd vistuig, toestaan om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig overeenstemt, in acht wordt genomen.

6.2.        Het totale aantal kilowattdagen is de som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt 6.1 niet werd toegepast.

6.3.        Lidstaten die gebruik wensen te maken van het in punt 6.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van:

a)      de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)      het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 6.1 zou beschikken.

6.4.        Op basis van dit verzoek gaat de Commissie na of aan de in punt 6 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij, indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van het in punt 6.1 bedoelde systeem.

7.           TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN VISSERIJACTIVITEITEN

7.1.        De Commissie kan een lidstaat extra zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004 overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of Verordening (EG) nr. 744/2008. Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden kunnen door de Commissie per geval in overweging worden genomen na een schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In dat schriftelijk verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt voor elk daarvan bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen beginnen.

7.2.        De in kilowattdagen gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met de betrokken vistuiggroep hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met die vistuiggroep hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van die berekening wordt afgerond op de meest nabije hele dag.

7.3.        De punten 7.1 en 7.2 zijn niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.2 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

7.4.        Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 7.1 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 15 juni 2014 bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep de uitvoerige berekening is vermeld op basis van:

a)      de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen;

b)      de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen per betrokken vistuiggroep.

7.5.        Op basis van het verzoek van een lidstaat kan de Commissie aan die lidstaat middels uitvoeringshandelingen een aantal dagen bovenop het in punt 5 bedoelde aantal dagen toekennen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7.6.        Tijdens de beheersperiode 2014 mag een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde betreffende het gereglementeerde vistuig.

7.7.        Extra dagen die voor de beheersperiode 2013 door de Commissie waren toegewezen vanwege de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten, worden opgenomen in het maximumaantal dagen per lidstaat zoals vermeld in tabel I en toegewezen aan de in tabel I vermelde vistuiggroepen. Het aantal extra dagen wordt bijgesteld door toepassing van de uit deze verordening voor de beheersperiode 2014 voortvloeiende beperkingen van het aantal zeedagen.

7.8.        In afwijking van de punten 7.1 tot en met 7.5 kan de Commissie een lidstaat bij wijze van uitzondering extra dagen voor de beheersperiode 2014 toewijzen op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten die hebben plaatsgevonden van 1 februari 2004 tot en met 31 januari 2013, mits daarvoor in de loop van bedoelde periode nog geen verzoek om extra dagen werd ingediend.

8.           TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKTE AANWEZIGHEID VAN WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS

8.1.        De Commissie kan op basis van een programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector de lidstaten tussen 1 februari 2014 en 31 januari 2015 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben met name betrekking op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake gegevensverzameling verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 199/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan.

8.2.        De wetenschappelijke waarnemers zijn onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein en van de bemanning van het vaartuig.

8.3.        Een lidstaat die gebruik wenst te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dient bij de Commissie ter goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in.

8.4.        Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie aan de betrokken lidstaat middels uitvoeringshandelingen een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5 bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers geldt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

8.5.        Wanneer een door een lidstaat ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

Hoofdstuk IV Beheer

9.           ALGEMENE VERPLICHTING

De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

10.         BEHEERSPERIODEN

10.1.      Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden.

10.2.      Het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld.

10.3.      Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 9. Op verzoek van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóórdat een periode van 24 uur is afgelopen.

Hoofdstuk V Uitwisseling van toegewezen visserijinspanningen

11.         OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT VOEREN

11.1.      Een lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

11.2.      Het product van het overeenkomstig punt 11.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

11.3.      Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 11.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode.

11.4.      Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt bedoelde informatie kunnen door de Commissie middels uitvoeringshandelingen worden opgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

12.         OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.2, 4.4, 5, 6 en 10 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat besluit toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de Commissie, voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde gegevens over de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

Hoofdstuk VI Rapportageverplichtingen

13.         VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG

Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze bijlage bedoelde gebied.

14.         VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in kilowattdagen.

15.         MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 14 vermelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde format aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2013 en 2014, in het in de tabellen IV en V bedoelde gegevensformat.

Tabel II Rapportageformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Lidstaat || Vistuig || Jaar || Aangifte van de cumulatieve inspanning

(1) (2) || (3) || (4)

Tabel III Gegevensformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[8] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen

(1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2) Vistuig || 2 || || Eén van de volgende vistuigtypes: BT = boomkorren ≥ 80 mm GN = kieuwnetten < 220 mm TN = schakelnetten of warrelnetten < 220 mm

(3) Jaar || 4 || || 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014

(4) Aangifte van de cumulatieve inspanning || 7 || R || Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar

Tabel IV Rapportageformat voor vaartuiggerelateerde informatie

Lidstaat || CFR || Externe kentekens || Duur van de beheersperiode || Aangegeven vistuig || Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || Overgedragen dagen

Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || …

(1) (2) || (3) || (4) || (5) || (5) || (5) || (5) || (6) || (6) || (6) || (6) || (7) || (7) || (7) || (7) || (8)

Tabel V Gegevensformat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[9] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen

(1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2) CFR || 12 || || Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR) Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig. Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

(3) Uitwendige kentekens || 14 || L || Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87

(4) Duur van de beheersperiode || 2 || L || Duur van de beheersperiode in maanden

(5) Aangegeven vistuig || 2 || L || Eén van de volgende vistuigtypes: BT = boomkorren ≥ 80 mm GN = kieuwnetten < 220 mm TN = schakelnetten of warrelnetten < 220 mm

(6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || 3 || L || Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIC aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(7) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || 3 || L || Aantal dagen dat het vaartuig daadwerkelijk in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

(8) Overgedragen dagen || 4 || L || Vermeld voor overgedragen dagen "– aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen".

BIJLAGE IID

BEHEERSGEBIEDEN VOOR ZANDSPIERINGEN IN DE ICES-SECTOREN IIa EN IIIa EN IN ICES-DEELGEBIED IV

Ten behoeve van het beheer van de vangstmogelijkheden voor zandspiering in de ICES-sectoren IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV, zoals vastgesteld in bijlage IA, worden de beheersgebieden waarbinnen specifieke vangstbeperkingen van toepassing zijn, hieronder omschreven en in het aanhangsel van deze bijlage afgebeeld:

Beheersgebied voor zandspieringen || Statistische ICES-vakken

1 || 31-34 E9-F2; 35 E9- F3; 36 E9-F4; 37 E9-F5; 38-40 F0-F5; 41 F5-F6

2 || 31-34 F3-F4; 35 F4-F6; 36 F5-F8; 37-40 F6-F8; 41 F7-F8

3 || 41 F1-F4; 42-43 F1-F9; 44 F1-G0; 45-46 F1-G1; 47 G0

4 || 38-40 E7-E9; 41-46 E6-F0

5 || 47-51 E6 + F0-F5; 52 E6-F5

6 || 41-43 G0-G3; 44 G1

7 || 47-51 E7-E9

Aanhangsel 1 van bijlage IID

Beheersgebieden voor zandspieringen

[1]               Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).

[2]               Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27 juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1).

[3]               Verordening (EG) nr. 744/2008 van de Raad van 24 juli 2008 tot instelling van een tijdelijke specifieke actie ter bevordering van de herstructurering van de door de economische crisis getroffen vissersvloten van de Europese Gemeenschap (PB L 202 van 31.7.2008, blz. 1).

[4]               Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1).

[5]               Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een format met vaste lengte.

[6]               Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een format met vaste lengte.

[7]               Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van 20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen (PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9).

[8]               Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een format met vaste lengte.

[9]               Relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een format met vaste lengte.

BIJLAGE III

MAXIMUMAANTAL VISMACHTIGINGEN VOOR EU-VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN

Visgebied || Visserijtak || Aantal vismachtigingen || Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn

Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || p.m. || p.m. || p.m.

Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB || p.m. || p.m. || p.m.

Makreel || Niet relevant || Niet relevant || p.m.[1]

Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB || p.m. || p.m. || p.m.

BIJLAGE IV

ICCAT-VERDRAGSGEBIED[2]

1.           Maximumaantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen

Spanje || p.m.

Frankrijk || p.m.

Unie || p.m.

2.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen

Spanje || p.m.

Frankrijk || p.m.

Italië || p.m.

Cyprus || p.m.

Malta || p.m.

Unie || p.m.

3.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden

Kroatië || p.m.

Italië || p.m.

Unie || p.m.

4.           Maximumaantal en totale in brutoton uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen van elke lidstaat die blauwvintonijn mogen bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of aanlanden in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

Tabel A

|| Aantal vissersvaartuigen[3]

|| Cyprus || Griekenland[4] || Kroatië || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta[5]

Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Vaartuigen voor de visserij met de beug || p.m.[6] || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Met de hengel vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Vaartuigen voor de visserij met de handlijn || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Trawlers || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij[7] || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Tabel B

|| Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit

|| Cyprus || Kroatië || Griekenland || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta

Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Vaartuigen voor de visserij met de beug || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Met de hengel vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Met de handlijn vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Trawlers || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m.

5.           Maximumaantal tonnara's dat elke lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn

|| Aantal tonnara's

Spanje || p.m.

Italië || p.m.

Portugal || p.m.[8]

6.           Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag verdelen

Tabel A

Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn

|| Aantal bedrijven || Capaciteit (in ton):

Spanje || p.m. || p.m.

Italië || p.m. || p.m.

Griekenland || p.m. || p.m.

Cyprus || p.m. || p.m.

Kroatië || p.m. || p.m.

Malta || p.m. || p.m.

Tabel B

Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton)

Spanje || p.m.

Italië || p.m.

Griekenland || p.m.

Cyprus || p.m.

Kroatië || p.m.

Malta || p.m.

BIJLAGE V

CCAMLR-VERDRAGSGEBIED

DEEL A VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-GEBIED

Doelsoorten || Gebied || Gesloten tijd

Haaien (alle soorten) || Verdragsgebied || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Notothenia rossii || FAO 48.1. Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2. Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3. Antarctische wateren, rond South Georgia || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Vinvis || FAO 48.1. Antarctische wateren(1) FAO 48.2. Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Gobionotothen gibberifrons Chaenocephalus aceratus Pseudochaenichthys georgianus Lepidonotothen squamifrons Patagonotothen guntheri Electrona carlsbergi[9] || FAO 48.3. || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Dissostichus spp. || FAO 48.5. Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2014

Dissostichus spp. || FAO 88.3. Antarctische wateren(1) FAO 58.5.1. Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.5.2. Antarctische wateren ten oosten van 79° 20' OL en buiten de EEZ ten westen van 79° 20' OL(1) FAO 58.4.4. Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.6. Antarctische wateren(1) FAO 58.7. Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Lepidonotothen squamifrons || FAO 58.4.4.(1)(2) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides || FAO 58.5.2. Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2014

Dissostichus mawsoni || FAO 48.4 Antarctische wateren(1) binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30' ZB en 57° 20' ZB en lengtegraden 25° 30' WL en 29° 30' WL || Van 1 januari tot en met 31 december 2014

(1)         Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. (2)         Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's).

DEEL B TAC's EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR NIEUWE EN EXPERIMENTELE VISSERIJ IN HET CCAMLR-VERDRAGSGEBIED IN 2013/2014

Deelgebied/ Streek || Regio || Seizoen || SSRU || Vangstbeperking voor Dissostichus spp. (in ton) || Bijvangstbeperking (in ton)(1)

Roggen || Macrourus spp. || Andere soorten

58.4.1. || Gehele sector || 1 december 2013 tot en met 30 november 2014 || SSRU's A, B, D en F: p.m. SSRU C: p.m. SSRU E: p.m. SSRU G: p.m.(2) SSRU H: p.m.(2) || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m.

58.4.2. || Gehele sector || 1 december 2013 tot en met 30 november 2014 || SSRU's A, B, C en D: p.m. SSRU E: p.m. || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m.

58.4.3a. || Gehele sector || 1 mei tot en met 31 augustus 2014 || || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m.

88.1. || Gehele deelgebied || 1 december 2013 tot en met 31 augustus 2014 || SSRU's A, D, E, F en M: p.m. SSRU's B, C en G: p.m. SSRU's H, I en K: p.m. SSRU's J en L: p.m. || Totaal p.m. || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: p.m. SSRU's B, C en G: p.m. SSRU's H, I en K: p.m. SSRU's J en L: p.m. || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: 0 SSRU's B, C en G: 40 SSRU's H, I en K: 320 SSRU's J en L: 70 || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: 0 SSRU's B, C en G: 60 SSRU's H, I en K: 60 SSRU's J en L: 40

88.2. || Ten zuiden van 65° ZB || 1 december 2013 tot en met 31 augustus 2014 || SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || Totaal p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m.

(1)       Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn: – roggen: 5 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of p.m. ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is; – Macrourus spp.: 16 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of p.m. ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is, met uitzondering van statistische sector 58.4.3a en statistisch deelgebied 88.1; – andere soorten: p.m. ton per SSRU. (2)       Vangstbeperking teneinde Spanje de mogelijkheid te bieden in 2013/2014 een experiment betreffende de uitputting van bestanden uit te voeren.

Aanhangsel van bijlage V, deel B

Lijst van kleine onderzoeksvakken (SSRU's)

Regio || SSRU || Grenslijn

48.6 || A || Van 50° ZB 20° WL, pal oost naar 1° 30' OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 20° WL, pal noord naar 50° ZB.

|| B || Van 60° ZB 20° WL, pal oost naar 10° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 10° WL, pal oost naar de 0°-lengtegraad, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| D || Van 60° ZB 0°-lengtegraad, pal oost naar 10° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot de 0°-lengtegraad, pal noord naar 60° ZB.

|| E || Van 60° ZB 10° OL, pal oost naar 20° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| F || Van 60° ZB 20° OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| G || Van 50° ZB 1° 30' OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 1° 30' OL, pal noord naar 50° ZB.

|| ||

58.4.1 || A || Van 55° ZB 86° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 86° OL, pal noord naar 55° ZB.

|| B || Van 60° ZB 86° OL, pal oost naar 90° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 80° OL, pal noord naar 64° ZB, pal oost naar 86° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 90° OL, pal oost naar 100° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 90° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| D || Van 60° ZB 100° OL, pal oost naar 110° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 100° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| E || Van 60° ZB 110° OL, pal oost naar 120° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| F || Van 60° ZB 120° OL, pal oost naar 130° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| G || Van 60° ZB 130° OL, pal oost naar 140° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| H || Van 60° ZB 140° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° OL, pal noord naar 60° ZB.

58.4.2 || A || Van 62° ZB 30° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 30° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| B || Van 62° ZB 40° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 40° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| C || Van 62° ZB 50° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 50° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| D || Van 62° ZB 60° OL, pal oost naar 70° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 60° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| E || Van 62° ZB 70° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 64° ZB, pal oost naar 80° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 70° OL, pal noord naar 62° ZB.

|| ||

58.4.3a || A || Hele sector, van 56° ZB 60° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 60° OL, pal noord naar 56° ZB.

|| ||

58.4.3b || A || Van 56° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 56° ZB.

|| B || Van 60° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 64° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 59° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 59° ZB.

|| D || Van 59° ZB 79° OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 59° ZB.

|| E || Van 56° ZB 79° OL, pal oost naar 80° OL, pal noord naar 55° ZB, pal oost naar 86° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 56° ZB.

|| ||

58.4.4 || A || Van 51° ZB 40° OL, pal oost naar 42° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| B || Van 51° ZB 42° OL, pal oost naar 46° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 42° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| C || Van 51° ZB 46° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 46° OL, pal noord naar 51° ZB.

|| D || Hele sector uitgezonderd SSRU's A, B en C, en met buitengrens van 50° ZB 30° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 30° OL, pal noord naar 50° ZB.

58.6 || A || Van 45° ZB 40° OL, pal oost naar 44° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| B || Van 45° ZB 44° OL, pal oost naar 48° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 44° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| C || Van 45° ZB 48° OL, pal oost naar 51° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 48° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| D || Van 45° ZB 51° OL, pal oost naar 54° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 51° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| ||

58.7 || A || Van 45° ZB 37° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 37° OL, pal noord naar 45° ZB.

|| ||

88.1 || A || Van 60° ZB 150° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 170° OL, pal oost naar 179° OL, pal zuid naar 66° 40' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 179° OL, pal oost naar 170° WL, pal noord naar 70° ZB, pal west naar 178° WL, pal noord naar 66° 40' ZB, pal west naar 179° OL, pal noord naar 60° ZB

|| D || Van 65° ZB 150° OL, pal oost naar 160° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° OL, pal noord naar 65° ZB.

|| E || Van 65° ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 68° 30' ZB, pal west naar 160° OL, pal noord naar 65° ZB.

|| F || Van 68° 30' ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° OL, pal noord naar 68° 30' ZB.

|| G || Van 66° 40' ZB 170° OL, pal oost naar 178° WL, pal zuid naar 70° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal zuid naar 70° 50' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 66° 40' ZB.

|| H || Van 70° 50' ZB 170° OL, pal oost naar 178° 50' OL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 170° OL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| I || Van 70° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 70° ZB.

|| J || Van 73° ZB aan de kust nabij 170° OL, pal oost naar 178° 50' OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 170° OL, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB.

|| K || Van 73° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 76° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 73° ZB.

|| L || Van 76° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 76° ZB.

|| M || Van 73° ZB aan de kust nabij 169° 30' OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB.

88.2 || A || Van 60° ZB 170° WL, pal oost naar 160° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 170° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 160° WL, pal oost naar 150° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 70° 50' ZB 150° WL, pal oost naar 140° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° WL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| D || Van 70° 50' ZB 140° WL, pal oost naar 130° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° WL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| E || Van 70° 50' ZB 130° WL, pal oost naar 120° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° WL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| F || Van 70° 50' ZB 120° WL, pal oost naar 110° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° WL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| G || Van 70° 50' ZB 110° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° WL, pal noord naar 70° 50' ZB.

|| H || Van 65° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 70° 50' ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 65° ZB.

|| I || Van 60° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| ||

88.3 || A || Van 60° ZB 105° WL, pal oost naar 95° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 105° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| B || Van 60° ZB 95° WL, pal oost naar 85° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 95° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| C || Van 60° ZB 85° WL, pal oost naar 75° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 85° WL, pal noord naar 60° ZB.

|| D || Van 60° ZB 75° WL, pal oost naar 70° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 75° WL, pal noord naar 60° ZB.

DEEL C KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM DEEL TE NEMEN AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA SUPERBA

Verdragsluitende partij:

Visseizoen:

Naam van het vaartuig

Verwacht vangstniveau (in ton):

Vangsttechniek: || Conventioneel sleepnet

Continu vissysteem

Pomptechniek om de kuil leeg te maken

Andere goedgekeurde methodes: Gelieve te specifiëren

Methoden die worden gebruikt voor de directe raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill[10]:

Van de vangst af te leiden producten en de omrekeningsfactoren[11] daarvoor:

Productsoort || % van de vangst || Omrekeningsfactor[12] ||

|| || ||

|| || ||

|| || ||

Deelgebied/Sector || || Dec || Jan || Feb || Maa || Apr || Mei || Jun || Jul || Aug || Sep || Okt || Nov

48.1 || || || || || || || || || || || ||

48.2 || || || || || || || || || || || ||

48.3 || || || || || || || || || || || ||

48.4 || || || || || || || || || || || ||

48.5 || || || || || || || || || || || ||

48,6 || || || || || || || || || || || ||

58.4.1 || || || || || || || || || || || ||

58.4.2 || || || || || || || || || || || ||

88.1 || || || || || || || || || || || ||

88.2 || || || || || || || || || || || ||

88.3 || || || || || || || || || || || ||

X || Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen.

|| Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij.

NB: De hier door u verstrekte gegevens zijn louter informatief en beletten u niet te vissen in gebieden of perioden die u niet heeft opgegeven.

DEEL D NETCONFIGURATIE EN GEBRUIK VAN VANGSTTECHNIEKEN

Netopening (mond) omtrek (m) || Verticale opening (m) || Horizontale opening (m)

|| ||

Lengte en maaswijdte netpanelen

Paneel || Lengte (m) || Maaswijdte (mm)

1e paneel || ||

2e paneel || ||

3e paneel || ||

… || ||

Eindpaneel (kuil) || ||

Teken diagram van elke gebruikte netconfiguratie

Er worden verscheidene vangsttechnieken[13] gebruikt: Ja Neen

|| Vangsttechniek || Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%)

1 || ||

2 || ||

3 || ||

4 || ||

5 || ||

… || || Totaal 100 %

Er is een inrichting voor het weren van zeezoogdieren aanwezig[14]: Ja Neen

Toelichtingen betreffende vangsttechnieken, vistuigconfiguratie en -kenmerken en vispatronen:

BIJLAGE VI

IOTC-VERDRAGSGEBIED

1.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn mag vissen

Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) ||

Spanje || 22 || 61 364 ||

Frankrijk || 22 || 33 604

Portugal || 5 || 1 627 ||

Unie || 49 || 96 595 ||

2.           Maximumaantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis en witte tonijn mag vissen

Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage)

Spanje || 27 || 11 590

Frankrijk || 41 || 5 382

Portugal || 15 || 6 925

Verenigd Koninkrijk || 4 || 1 400

Unie || 87 || 25 297

3.           De in punt 1 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen.

4.           De in punt 2 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op tropische tonijn vissen.

BIJLAGE VII

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

Maximumaantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen in het WCPFC-gebied ten zuiden van 20° ZB

Spanje || p.m.

Unie || p.m.

BIJLAGE VIII

KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN DE EU-WATEREN VISSEN

Vlaggenstaat || Visserijtak || Aantal vismachtigingen || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn

Noorwegen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || p.m. || p.m.

Venezuela[15] || Snappers (wateren van Frans-Guyana) || p.m. || p.m.

[1]               Onverminderd de aanvullende vergunningen die naar vaste praktijk door Noorwegen aan Zweden worden toegekend.

[2]               De in de punten 1, 2 en 3 vermelde aantallen kunnen naar beneden worden bijgesteld om aan de internationale verplichtingen van de Unie te voldoen.

[3]               De in deze tabel A van punt 4 opgevoerde aantallen kunnen nog worden verhoogd, op voorwaarde dat aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan.

[4]               Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden vervangen.

[5]               Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug worden vervangen.

[6]               Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van verschillende soorten vistuig.

[7]               Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn).

[8]               Dit aantal kan nog worden verhoogd, op voorwaarde dat aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan.

[9]               Behalve voor wetenschappelijk onderzoek.

[10]             Met ingang van het visseizoen 2013/14 wordt in de kennisgeving — met de tabel in formulier C1 als richtsnoer — een gedetailleerde beschrijving gegeven van de precieze methode die wordt gebruikt voor de raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill, met inbegrip van informatie, en zo mogelijk gegevens, om de onzekerheid met betrekking tot het door vaartuigen gerapporteerde onverwerkte gewicht te ramen of inzicht te verkrijgen in de onderliggende variabiliteit van de parameters die aan deze ramingen ten grondslag liggen, en, indien omrekeningsfactoren worden toegepast, nadere gegevens over de precieze methode voor de afleiding van elke omrekeningsfactor. De verdragspartijen dienen die beschrijving de volgende seizoenen niet opnieuw in te dienen, tenzij de methode voor de raming van het onverwerkte gewicht is gewijzigd.

[11]             Voor zover mogelijk te verstrekken inlichtingen.

[12]             Omrekeningsfactor = totaalgewicht/verwerkt gewicht.

[13]             Zo ja, geef frequentie van omschakeling tussen vangsttechnieken:

[14]             Zo ja, teken ontwerp van de inrichting:

[15]             Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet worden aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de machtiging aanvraagt en een in het departement Frans-Guyana gevestigd verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat ten minste 75 % van de door het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden aangeland voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd door de Franse autoriteiten, die zich ervan moeten vergewissen dat het in overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie in Frans-Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet bij de vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer bovenbedoelde bekrachtiging wordt geweigerd, maken de Franse autoriteiten deze weigering bekend en vermelden zij de redenen ervoor aan de betrokken partij en aan de Commissie.

Top