This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0753
Proposal for a COUNCIL REGULATION fixing for 2014 the fishing opportunities for certain fish stocks and groups of fish stocks, applicable in EU waters and, for EU vessels, in certain non-EU waters
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn
/* COM/2013/0753 final */
Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn /* COM/2013/0753 final */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel Alle verordeningen tot vaststelling van de
vangstmogelijkheden moeten het bevissen van de bestanden beperken tot niveaus
die in overeenstemming zijn met de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk
visserijbeleid (GVB). Bij Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20
december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de
visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn
de doelstellingen voor de jaarlijkse voorstellen inzake vangst- en
inspanningsbeperkingen vastgesteld die moeten garanderen dat de visserij in de
Unie vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam verloopt. De vangstmogelijkheden worden jaarlijks
vastgesteld (die voor diepzeebestanden om de twee jaar). Dit staat de invoering
van een langetermijnbeheer evenwel niet in de weg. De Europese Unie heeft in
dit verband aanzienlijke vooruitgang geboekt: de uit commercieel oogpunt
belangrijkste bestanden vallen nu onder meerjarige beheersplannen. De
jaarlijkse TAC’s en maximale inspanningsniveaus moeten daarmee in overeenstemming
zijn. Toepassingsgebied Voor 2014 heeft de Commissie rekening gehouden
met de wens van de lidstaten dat opnieuw één enkele algemene
vangstmogelijkhedenverordening zou worden vastgesteld, in tegenstelling tot de
in 2012 en 2013 gevolgde aanpak. Voor die beide jaren werden telkens twee
afzonderlijke verordeningen voorgesteld en aangenomen: één voor de
vangstmogelijkheden waarover de EU autonoom beslist en één voor de
vangstmogelijkheden die worden vastgesteld op basis van in het kader van
bilaterale of multilaterale onderhandelingen genomen besluiten. Bijgevolg zijn
de structuur en de recurrente tekstgedeelten van het voorliggende voorstel
gebaseerd op een versmelting van die afzonderlijke in 2013 vastgestelde
verordeningen (Verordeningen (EU) nr. 39/2013 en (EU) nr. 40/2013 van
de Raad). Met betrekking tot de vangstmogelijkheden die
voortvloeien uit maatregelen welke in het kader van multilaterale of bilaterale
visserijovereenkomsten of processen zijn afgesproken, handelt de Unie op basis
van een standpunt dat stoelt op wetenschappelijk advies en op haar eigen
beleidsdoelstellingen, die ook op interne EU-besluiten van toepassing zijn. Het
resultaat van dergelijke onderhandelingen impliceert dat de Unie ermee instemt
verbintenissen ten aanzien van derde partijen aan te gaan. Wat de omzetting van
dergelijke besluiten in het recht van de Unie betreft, reikt de discretionaire
bevoegdheid van de Unie niet veel verder dan wat over de interne verdeling
onder de lidstaten wordt overeengekomen. Voor de interne verdeling geldt het
beginsel van relatieve stabiliteit. In dit verband heeft het voorstel
betrekking op: ·
Gedeelde bestanden, d.w.z. bestanden die
gezamenlijk worden beheerd hetzij met Noorwegen in de Noordzee en het
Skagerrak, hetzij in het kader van NEAFC-overeenkomsten tussen kuststaten. ·
Vangstmogelijkheden die voortvloeien uit
overeenkomsten in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer
(ROVB's). In dit voorstel is een aantal
vangstmogelijkheden als "p.m." (pro memoria) aangegeven. Dit heeft te
maken met het feit dat: –
het advies voor een aantal bestanden niet
beschikbaar zal zijn op de datum waarop het voorstel zou moeten worden
goedgekeurd; of –
bepaalde vangstbeperkingen en andere aanbevelingen
van de betrokken ROVB's nog niet zijn vastgesteld omdat hun jaarvergaderingen
nog niet hebben plaatsgevonden; of –
de cijfers voor bestanden in de wateren van
Groenland en voor met Noorwegen en andere derde landen gedeelde of geruilde
bestanden nog niet beschikbaar zijn omdat zij afhangen van de resultaten van
het overleg met deze landen in november en december 2014. Overzicht van de visbestanden Naar goede gewoonte heeft de Commissie in haar
jaarlijkse Mededeling van de Commissie betreffende een raadpleging over de
vangstmogelijkheden (COM(2013)319 final, hierna "de mededeling"
genoemd) een beeld geschetst van de situatie waarop de voorstellen inzake
vangstmogelijkheden moeten worden afgestemd. De mededeling biedt een overzicht
van de toestand van de bestanden op grond van de bevindingen van de in 2012
verstrekte wetenschappelijke adviezen. Het goede nieuws is dat van de bestanden
waarvoor een volledige analyse beschikbaar is, het percentage dat wordt
overbevist is afgenomen van 86 % in 2009 tot 39 % in 2013. Niettemin
vallen er nog steeds zorgwekkende trends te signaleren. Zo is het aantal
bestanden waarvoor het advies luidt dat de vangst tot het laagst mogelijke
niveau moet worden teruggebracht, gestegen. Wat de toelevering van gegevens
betreft, hebben de lidstaten niet volledig aan hun rapportageverplichtingen
voldaan. Dat is nochtans van essentieel belang, willen zij een robuuste analyse
van de toestand van de diverse bestanden faciliteren. Op verzoek van de Commissie heeft de
Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) in juli zijn jaarlijks
advies over de meeste door het onderhavige voorstel bestreken visbestanden
uitgebracht. ICES heeft rekening gehouden met de door de Commissie in haar
mededeling gepresenteerde beleidsoriëntaties. Dit advies is beoordeeld door het
Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV)
tijdens zijn plenaire zomervergadering. De door deze twee instanties verstrekte
adviezen berusten hoofdzakelijk op gegevens; alleen bestanden waarvoor
voldoende en betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, kunnen volledig worden
beoordeeld met het oog op schattingen van hun omvang en prognoses over hoe zij
zullen reageren op de diverse exploitatiescenario's ("vangstopties").
Als voldoende gegevens beschikbaar zijn, kunnen de wetenschappelijke instanties
ramingen van aanpassingen van de vangstmogelijkheden verschaffen waarmee het
bestand de maximale duurzame opbrengst (MSY – maximum sustainable yield) zal
bereiken. Het advies wordt dan "MSY-advies" genoemd. In andere
gevallen passen de wetenschappelijke instanties de voorzorgsbenadering toe
wanneer zij aanbevelingen betreffende het niveau van de vangstmogelijkheden
formuleren. De methodiek die ICES daarbij toepast, wordt toegelicht in
ICES-publicaties betreffende het opstellen van adviezen met betrekking tot
bestanden waarvoor slechts beperkte gegevens voorhanden zijn[1]. De belangrijkste groep voorgestelde TAC’s is
opgenomen in bijlage IA. In deze bijlage worden 152 TAC’s vermeld voor
bestanden die in het Skagerrak, het Kattegat, de ICES-deelgebieden I, II, III,
IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, de EU-wateren van de CECAF en de
wateren van Frans-Guyana worden bevist. Van deze TAC’s zijn er 23 het voorwerp
van een MSY-advies. De overige vallen in de volgende categorieën: ·
13 TAC’s worden voorgesteld overeenkomstig
langetermijnbeheerplannen, bijvoorbeeld beheerplannen die voortvloeien uit
specifieke vigerende GVB-verordeningen, nog niet aangenomen voorstellen van de
Commissie betreffende beheerplannen of door regionale adviesraden (RAR’s)
voorgestelde beheerplannen die door de wetenschappelijke adviesorganen in
overeenstemming met het voorzorgsbeginsel worden geacht. ·
55 TAC’s betreffen bestanden waarvoor weinig
gegevens voorhanden zijn en waarvoor geen volledige beoordeling kon worden
gegeven. Van deze laatste zijn er 21 die in het voorstel op het niveau van 2012
worden gehandhaafd, conform een gezamenlijke verklaring van de Raad en de
Commissie dat de vangstmogelijkheden ongewijzigd zouden blijven tenzij uit
wetenschappelijke adviezen zou blijken dat het bestand in kwestie aan het
afnemen is. Aan deze beslissing ligt de overweging ten grondslag dat de meeste
van deze bestanden bijvangsten zijn in gemengde visserijen en dat een wijziging
van hun TAC’s nauwelijks van invloed is op de evolutie van hun toestand,
terwijl herhaalde TAC-verlagingen kunnen leiden tot wettelijk verplichte
teruggooi. ·
De resterende TAC’s worden in deze fase aangegeven
als “pm” (pro memoria) omdat het desbetreffende wetenschappelijk advies nog
niet beschikbaar is of afhankelijk is van internationale onderhandelingen of
overeenkomsten die later dit jaar zullen worden afgerond/gesloten. Voor deze
bestanden zal het voorstel moeten worden bijgewerkt wanneer het advies
beschikbaar komt. Alle voorgestelde vangstmogelijkheden zijn in
overeenstemming met het wetenschappelijk advies dat de Commissie met betrekking
tot de toestand van de bestanden heeft ontvangen en dat is gebruikt zoals
aangegeven in de mededeling. Samenhang met andere beleidsgebieden en
met de doelstellingen van de Unie De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld
overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk
visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake
duurzame ontwikkeling. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Raadpleging van belanghebbende partijen a) Wijze van raadpleging, belangrijkste
geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten Wat betreft de aanpak die de Commissie met
betrekking tot de voorgestelde vangstmogelijkheden wil hanteren, heeft zij de
belanghebbenden, met name via de RAR’s, en de lidstaten geraadpleegd op basis
van haar mededeling over de vangstmogelijkheden voor 2014. Daarnaast heeft de Commissie de richtsnoeren
gevolgd van haar mededeling aan de Raad en het Europees Parlement “Verbetering
van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer” (COM(2006) 246
definitief), waarin de beginselen van het zogenoemde “frontloadingsproces”
(vroegtijdige consultatie) zijn uiteengezet. Voorts heeft de Commissie in september 2013
een evenement voor belanghebbenden georganiseerd voor een presentatie en
bespreking van de resultaten van het wetenschappelijk advies en de
belangrijkste implicaties daarvan. b) Samenvatting van de reacties en de manier
waarop daarmee rekening is gehouden De antwoorden op de bovengenoemde raadpleging
van de Commissie inzake de vangstmogelijkheden zijn een afspiegeling van de
standpunten van de lidstaten en de belanghebbenden over de evaluatie van de
Commissie betreffende de visstand en de manier waarop het beheer een passend
antwoord kan geven. Lidstaten De enige lidstaat die op het moment dat deze
toelichting werd opgesteld op de mededeling had gereageerd, is het Verenigd
Koninkrijk. In zijn antwoord drukt het Verenigd Koninkrijk zijn waardering uit
voor de inspanningen van de Commissie om de vangstmogelijkheden in
overeenstemming te brengen met het GVB-hervormingspakket en met de
kaderrichtlijn mariene strategie. Het ondersteunt waar mogelijk de
MSY-doelstellingen voor 2015 en pleit, wat de voorzorgsaanpak betreft, voor een
pragmatische benadering en voor de vaststelling per geval van de TAC’s. RAR Noordwestelijke wateren (NWWRAC – North
Western Waters RAC) De NWWRAC is het eens met de in het politiek
akkoord over de herziening van het GVB vastgelegde doelstelling om de bestanden
zo mogelijk tegen 2015, en uiterlijk tegen 2020, op MSY-niveau te bevissen. De
NWWRAC erkent dat de verbetering van de selectiviteit van het vistuig in zijn
activiteitgebied een prioriteit vormt en neemt nota van de specifieke punten
van zorg die in de mededeling over de witvisbestanden (kabeljauw, schelvis en
wijting) in de Ierse Zee en de wateren ten westen van Schotland aan de orde
worden gesteld. Wat de wetenschappelijke adviezen betreft, staat de NWWRAC weliswaar
positief tegenover de nieuwe adviesmethodiek die de ICES in 2012 heeft
geïntroduceerd, maar hij verwacht ook dat een meer geperfectioneerde oplossing
wordt uitgewerkt voor bestanden waarvoor weinig gegevens beschikbaar zijn.
Daartoe wil de NWWRAC nauw met de ICES en met nationale wetenschappers blijven
samenwerken om de beschikbaarheid en de kwaliteit van de gegevens te
verbeteren. Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Wat de toegepaste methodiek betreft, heeft de
Commissie — zoals al eerder vermeld — de Internationale Raad voor het onderzoek
van de zee (ICES) en zijn Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor
de visserij (WTECV) geraadpleegd. De adviezen van de ICES zijn gebaseerd op een
advieskader dat door de groepen van deskundigen en besluitvormingsorganen van
de ICES is ontwikkeld en worden uitgebracht overeenkomstig het met de Commissie
overeengekomen Memorandum van overeenstemming. Het WTECV brengt zijn adviezen
uit op basis van de door de Commissie verstrekte taakomschrijving. Het uiteindelijke doel van
de Unie is de bestanden op een niveau te brengen waarmee de maximale duurzame
opbrengst (Maximum Sustainable Yield - MSY) kan worden gehaald. Dit doel is
uitdrukkelijk opgenomen in het voorstel van de Commissie voor de herziening van
het gemeenschappelijk visserijbeleid[2].
In juni 2013 hebben de medewetgevers een politiek akkoord bereikt over dit
voorstel, waarin onder meer is bepaald dat de MSY-doelstelling "… zo mogelijk tegen 2015, en voor alle bestanden uiterlijk tegen 2020,
wordt bereikt." De uitdrukkelijke opneming van dit doel in de
GVB-basisverordening vloeit voort uit de verbintenissen die de Unie is
aangegaan met betrekking tot de conclusies van de Wereldtop over duurzame
ontwikkeling (Johannesburg, 2002) en het bijbehorende uitvoeringsplan. In die
documenten is bepaald dat de landen zich ertoe verbinden om uitgedunde
visbestanden, indien mogelijk, in stand te houden en uiterlijk tegen 2015 weer
tot hun MSY-niveau te laten toenemen. Zoals gezegd is voor sommige bestanden de
daartoe vereiste informatie inderdaad beschikbaar. Tot deze bestanden behoren
qua vangsthoeveelheden en handelswaarde zeer belangrijke bestanden zoals heek,
kabeljauw, zeeduivels, tong, scharretongen, schelvis en langoustine. Om het MSY-niveau te halen, kan het
noodzakelijk zijn om in bepaalde gevallen de visserijsterftecijfers te verlagen
of de vangsten te beperken. In deze context maakt dit
voorstel gebruik van de MSY-adviezen indien deze voorhanden zijn. Sommige
bestanden zijn de jongste jaren al op MSY-niveau bevist. In dat geval zijn de
voorgestelde TAC’s erop gericht dat niveau te handhaven of, indien uit het
advies blijkt dat het exploitatieniveau in 2012 de MSY heeft overschreden, de
visserijsterfte te verlagen om het bestand tot een duurzaam bevissingsniveau
terug te brengen. Voor bestanden waarvoor het MSY-niveau nog niet is bereikt,
zijn de voorgestelde TAC’s verenigbaar met het bereiken van de MSY in 2015.
Deze aanpak spoort met de in de mededeling over de vangstmogelijkheden voor 2014
uiteengezette beginselen. Voor bestanden waarvoor
weinig gegevens beschikbaar zijn, formuleren de wetenschappelijke adviesorganen
aanbevelingen om de vangsten te verminderen, te handhaven of eventueel te
verhogen. In veel gevallen hebben de ICES-adviezen daartoe kwantitatieve
richtsnoeren opgeleverd, waarbij overeenkomstig de methodologie van de ICES en
bij wijze van voorzorgsmaatregel wordt uitgegaan van een grenswaarde van 20 %
voor de toename of vermindering van de vangst tussen twee opeenvolgende jaren.
Bij de vaststelling van de voorgestelde TAC’s is gebruik gemaakt van deze
richtsnoeren. In gevallen waarin helemaal geen wetenschappelijk advies
voorhanden was, is de voorzorgsaanpak gevolgd en zijn de TAC’s bij wijze van
voorzorgsmaatregel met 20 % verlaagd. Voor sommige bestanden
(voornamelijk wijdverspreide bestanden, haaien en roggen) wordt het advies in
het najaar uitgebracht. Het onderhavige voorstel zal zo nodig moeten worden
bijgewerkt zodra dit advies is ontvangen. Ten slotte is, zoals eerder gezegd, voor
13 bestanden het advies te baat genomen om een afgesproken beheerplan ten
uitvoer te leggen. Over de huidige tendensen
bij de ontwikkeling van de bestanden kan het volgende worden opgemerkt: Iberische wateren De zeeduivel- en
scharretongbestanden verkeren in goede toestand en worden duurzaam bevist, maar
sommige langoustinebestanden zijn leeggevist en hebben zich nog niet hersteld.
De biomassa van het zuidelijke heekbestand blijft toenemen ondanks het feit dat
de visserijdruk op dit bestand hoog blijft. De positieve ontwikkeling van dit
bestand is dus wellicht te danken aan gunstige milieuomstandigheden. Om
maximaal van deze trend te kunnen profiteren, is het wenselijk om de
visserijinspanning ten aanzien van deze populatie te verminderen in overeenstemming
met het desbetreffende langetermijnbeheerplan. Golf van Biskaje Het tongbestand in de Golf
van Biskaje verkeert nog steeds in een suboptimale toestand; voor het derde
opeenvolgende jaar adviseert de ICES een verlaging van de TAC. De TAC wordt in
dit voorstel evenwel als “pm” (pro memoria) aangegeven omdat de belanghebbende
partijen maatregelen voor het langetermijnbeheer van dit bestand hebben
voorgesteld en de Commissie het wetenschappelijk advies over die maatregelen
afwacht, dat vermoedelijk in november 2013 zal worden uitgebracht. Keltische Zee Er wordt minder vis
opgehaald en de biomassa van een aantal bestanden van groot economisch belang
in dit gebied is afgenomen. Dientengevolge worden aanzienlijke TAC-verlagingen
voorgesteld als zulks in wetenschappelijke adviezen wordt bepleit, bijv. voor
kabeljauw en schelvis. Hoge teruggooipercentages blijven een probleem, niet
alleen in de visserij op witte rondvis maar ook in die op platvis: tong en
schol worden samen gevangen, maar op grond van de wetenschappelijke adviezen
zijn tegenovergestelde beheersmaatregelen vereist, namelijk een vermindering
voor tong en een intensivering voor schol. Het probleem wordt nog verergerd
doordat het technisch moeilijk is om selectiviteit ten aanzien van tong te
bereiken (d.w.z. tong de mogelijkheid te bieden om aan het vistuig te ontkomen
zonder de schol te laten ontsnappen). Wateren ten westen van
Schotland In dit gebied zijn de
witvisbestanden (kabeljauw, wijting, schelvis) er erg aan toe als gevolg van
onduurzame hoeveelheden teruggooi. De kabeljauw herstelt zich niet en daarom
wordt een 0-TAC voorgesteld, ook al zal een uitsluitend op TAC’s gebaseerd
beheer wellicht niet volstaan om de achteruitgang van de soort een halt toe te
roepen. De situatie zal in feite misschien zelfs verslechteren als gevolg van
het in november bekend te maken advies voor langoustine. Indien dat advies,
zoals verwacht, een verhoging van de TAC voor langoustine mogelijk zal maken,
zal dat bestand nog intensiever worden bevist en zal het risico op nog meer
ongewenste bijvangst van witvis alleen maar toenemen. Op selectiviteit gerichte
maatregelen worden zodoende een dringende zaak. ICES heeft nog geen
aanwijzingen kunnen vinden voor enige afname van de kabeljauwsterfte als gevolg
van de selectiviteitsmaatregelen die thans door de in dit gebied opererende
vissersvloten worden toegepast. Ierse Zee De toestand van de
kabeljauw- en wijtingbestanden in dit gebied blijft zorgwekkend. De situatie is
vergelijkbaar met die in de wateren ten westen van Schotland: er wordt te veel
witvis overboord gezet en de huidige selectiviteitsmaatregelen lijken
ontoereikend. De toestand van de tong- en scholbestanden is vergelijkbaar met
die in de Keltische Zee. Het ICES-advies wordt door het WTECV bevestigd en in een aantal
gevallen nader uitgewerkt. Wijze waarop het deskundigenadvies
beschikbaar is gemaakt voor het publiek Alle verslagen van het WTECV zijn beschikbaar
op de website van DG MARE. Alle verslagen van de ICES zijn beschikbaar op de
website van de ICES. Effectbeoordeling De verordening tot vaststelling van de
vangstmogelijkheden is geen instrument waarmee de Raad complexe
maatregelenpakketten kan vaststellen, en moet beperkt blijven tot het in
artikel 43, lid 3, van het Verdrag vastgestelde toepassingsgebied. Zij is
derhalve toegesneden op een resultaatgestuurd beheer. Als het beleid in zijn
geheel beter functioneert, zullen ook de jaarlijkse vangstmogelijkheden
verbeteren. Dit beleid omvat met name technische maatregelen, vlootbeheer,
structurele steun, controle en handhaving, marktregulering en de opneming van
beheersinstrumenten in een allesomvattend maritiem beleid. Wel blijft het nodig
om middels de vangstmogelijkhedenverordening aanpassingen door te voeren
teneinde de essentiële hulpbronnen voor de Europese visserij- en
verwerkingssector in stand te houden en negatieve gevolgen van een te hoge
visserijsterfte voor het mariene milieu te voorkomen of te corrigeren. De Unie heeft een aantal meerjarige
beheerplannen vastgesteld voor bestanden van essentieel economisch belang,
zoals onder andere heek, kabeljauw en platvis. Aan de goedkeuring van
dergelijke plannen moet een effectbeoordeling voorafgaan. Zodra zij van kracht
zijn, zijn zij bepalend voor de TAC-niveaus die voor het gegeven jaar moeten
worden vastgesteld om de langetermijndoelstellingen te verwezenlijken. De
Commissie is verplicht haar TAC-voorstellen op die plannen af te stemmen zolang
deze feitens en rechtens van toepassing zijn. Bijgevolg zijn meerdere
essentiële TAC’s in het voorstel het resultaat van de specifieke
effectbeoordeling van het plan waarop zij zijn gebaseerd. Voor het overige wil het voorstel, ook bij
ontstentenis van meerjarenplannen, een kortetermijnaanpak vermijden en is de
voorkeur gegeven aan een op duurzaamheid op de lange termijn gerichte
benadering die rekening houdt met initiatieven van de belanghebbende partijen
en de RAR’s indien deze door de ICES en/of het STECF positief zijn beoordeeld.
In veel gevallen impliceert dit een meer geleidelijke verlaging van de
vangstmogelijkheden. Het MSY-gericht beleid dat aan de
langetermijnbeheersaanpak van de Commissie ten grondslag ligt, heeft het
voorwerp uitgemaakt van een gedetailleerde analyse en effectbeoordeling in het
kader van de herziening van het GVB. Dit proces heeft geresulteerd in de
indiening van een pakket voorstellen op 13 juli 2011. Thans is een fase
bereikt waarin de medewetgevers het eens zijn over de wenselijkheid de
MSY-doelstelling een plaats te geven onder de doelstellingen die bepalend
moeten zijn voor de wijze waarop het GVB het komende decennium ten uitvoer
wordt gelegd (zie punt 2 hierboven). Het herzieningsvoorstel van de
Commissie is, zoals het hoort, uitgewerkt op basis van een effectbeoordeling
(SEC(2011) 891) in het kader waarvan de MSY-doelstelling is geanalyseerd. In de
conclusies van die beoordeling wordt de MSY-doelstelling gezien als een
noodzakelijke voorwaarde om tot ecologische, economische en sociale
duurzaamheid te komen. De medewetgevers hebben de filosofie van het
hervormingsvoorstel van de Commissie onderschreven en in juni jongstleden een
politiek akkoord bereikt dat inhoudt dat de MSY-doelstelling "… zo mogelijk tegen 2015, en voor alle
bestanden uiterlijk tegen 2020, wordt bereikt". Ten aanzien van ROVB-vangstmogelijkheden en
met derde landen gedeelde visbestanden vormt dit voorstel in hoofdzaak de
omzetting van internationaal overeengekomen maatregelen. Alle elementen die
relevant zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de
vangstmogelijkheden worden in aanmerking genomen bij de voorbereiding en in het
verloop van de internationale onderhandelingen in het kader waarvan de
vangstmogelijkheden van de Unie worden overeengekomen met derde partijen. 3. JURIDISCHE ASPECTEN VAN HET VOORSTEL Rechtsgrondslag De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel
43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De verplichting van de Unie om de levende
aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de
verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002. Samenvatting van het voorstel Om de
met het GVB beoogde totstandbrenging van een ecologisch, economisch en sociaal
duurzame visserij te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke
vangst- en inspanningsbeperkingen gelden voor de visserij in de Unie. Toepassing De
bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied zijn van toepassing tot en
met 31 december 2014, met uitzondering van een aantal bepalingen inzake
inspanningsbeperkingen, die van toepassing zijn tot en met 31 januari 2015, en
bepaalde TAC’s met specifieke seizoencycli (bijv. lodde in de wateren van
Groenland). Subsidiariteitsbeginsel Het
voorstel valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie als bedoeld in
artikel 3, lid 1, onder d), van het Verdrag. Het subsidiariteitsbeginsel is
derhalve niet van toepassing. Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende reden in
overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het GVB is een
gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag
dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de
vangstmogelijkheden. Krachtens de voorgestelde verordening van de
Raad worden de vangstmogelijkheden over de lidstaten verdeeld. Met inachtneming
van artikel 20, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 mogen de
lidstaten deze mogelijkheden op hun beurt naar eigen goeddunken over de regio's
en de marktdeelnemers verdelen. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan
vrijheid en conform het sociaaleconomische model van hun keuze beslissen hoe
zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten. Het voorstel heeft geen nieuwe financiële
gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de
onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de
tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening zijn reeds beschikbaar. Keuze van instrumenten Voorgesteld
instrument: verordening. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting. 5. AANVULLENDE INFORMATIE Vereenvoudiging Het voorstel voorziet in de vereenvoudiging
van de administratieve procedures voor de overheidsinstanties (Unie of
nationaal), met name wat betreft de voorschriften op het gebied van
inspanningsbeheer. Evaluatie-/herzienings-/vervalbepaling Het voorstel betreft een jaarlijkse
verordening voor het jaar 2014 en bevat derhalve geen herzieningsclausule. Nadere toelichting bij het voorstel Het onderhavige voorstel beperkt zich tot de
vaststelling en de verdeling van vangstmogelijkheden en tot de voorwaarden die
functioneel verband houden met het gebruik van die vangstmogelijkheden. Voor een aantal bestanden, zoals heek, tong,
schol en langoustine, zijn de vangstmogelijkheden vastgesteld op basis van de
in de respectieve meerjarenplannen vervatte voorschriften. Voor bestanden
waarvoor de sector een langetermijnbeheerstrategie heeft voorgesteld die door
de wetenschappelijke adviesorganen doeltreffend en in overeenstemming met het
voorzorgsbeginsel worden geacht (bijvoorbeeld haring in de Keltische Zee) neemt
het voorstel de daarin vervatte vangstcontrolevoorschriften over. Wat de kabeljauwbestanden in het Kattegat betreft, is het advies voor 2014
hetzelfde als dat voor 2013, namelijk dat deze soort op grond van de
voorzorgsbenadering in dit gebied niet gericht dient te worden bevist en dat
bijvangst en teruggooi zo veel mogelijk moeten worden beperkt. Op dit bestand
waarvoor weinig gegevens voorhanden zijn, is dus artikel 9 van het
kabeljauwplan van toepassing[3];
bijgevolg wordt een vermindering van de TAC met 20 % voorgesteld.
Hetzelfde geldt voor kabeljauw in de Ierse Zee, dus ook hier wordt een
verlaging met 20 % voorgesteld. Wat de kabeljauw in de wateren ten westen
van Schotland betreft, houdt het advies op grond van de MSY-benadering de
aanbeveling in om gerichte visserij te vermijden en bijvangst en teruggooi in 2014
zo veel mogelijk te beperken; bijgevolg stelt de Commissie, net als in 2013,
een 0-TAC en een aanlandingsindulgentie van 1,5 % voor. De toestand van de
kabeljauw in de wateren ten westen van Schotland is uitermate ernstig:
alternatieve maatregelen om kabeljauw te vermijden en de teruggooi van
kabeljauw te verminderen hebben in dit gebied niet tot een echte verlaging van
de visserijinspanning geleid; in de praktijk zijn deze maatregelen, in het
licht van de chronisch hoge ramingen van de teruggooi (momenteel circa 71 %)
ondoeltreffend gebleken. Het is duidelijk slecht gesteld met het
voortplantingspotentieel van dit bestand, gezien de geringe biomassa en de
geringe rekrutering. In deze omstandigheden kan zelfs een 0-TAC – hoe dan ook
de enige verdedigbare optie – op zich het herstel van het bestand niet
garanderen. Het moet worden aangevuld met extra maatregelen om onbedoelde
vangst doeltreffend te vermijden en de teruggooi substantieel te verminderen. De bij deze verordening vastgestelde
vangstmogelijkheden in termen van visserijinspanning hebben betrekking op
kabeljauwbestanden, tong in het westelijke Kanaal en zuidelijke heek en
langoustine. De regels voor deze bestanden zijn vervat in de respectieve
beheerplannen. In het geval van de drie bovenvermelde kabeljauwbestanden
(Kattegat, Ierse Zee, wateren ten westen van Schotland) is een reële
vermindering van de visserijinspanning, eveneens om de bovengenoemde redenen,
dringend noodzakelijk; bijgevolg worden inspanningsverlagingen voorgesteld
overeenkomstig artikel 12, lid 4, onder b), van het plan. In het
geval van zuidelijke heek en langoustine en tong in het westelijke Kanaal wordt
het op zeedagen gebaseerde systeem per type vaartuig dat in het verleden reeds
visserijactiviteiten heeft bedreven, in 2014 gehandhaafd, maar zullen de
lidstaten krachtens de voorgestelde verordening een op kilowattdagen gebaseerd
systeem kunnen blijven toepassen met het oog op een efficiënter gebruik van de
vangstmogelijkheden en de bevordering van instandhoudingspraktijken in overleg
met de visserijsector. In het geval van de tongvisserij in het westelijke
Kanaal beoogt het voorstel een stroomlijning van de vaststelling van maximale
inspanningsniveaus (extra dagen) per lidstaat, volgens het systeem dat al
sedert 2011 doeltreffend is gebleken met betrekking tot de vangstmogelijkheden
in de visserij op zuidelijke heek en langoustine. Zo zal vanaf 2014 het cijfer
voor elke lidstaat als zodanig in de vangstmogelijkhedenverordening worden
vastgesteld. Dit zal meer transparantie mogelijk maken bij de reallocatie van
zeedagen afkomstig van gesloopte vaartuigen in deze visserij en resulteren in
specifieke cijfers voor elke lidstaat. Deze verordening machtigt, voor de vierde maal
sinds de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden, de betrokken
lidstaten om zelf bepaalde TAC’s vast te stellen, met dien verstande dat zij
verplicht zijn daarbij te handelen in overeenstemming met de doelstellingen van
het GVB. Zoals gezegd omvat dit voorstel ook
vangstbeperkingen die zijn afgesproken in de context van bepaalde ROVB’s of die
voortvloeien uit onderhandelingen met derde landen (gedeelde bestanden), die in
de meeste gevallen voorlopig als "pro memoria" zijn aangegeven in
afwachting van de afsluiting van de desbetreffende internationale
onderhandelingen. 2013/0366 (NLE) Voorstel voor een VERORDENING VAN DE RAAD tot vaststelling, voor 2014, van de
vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in
de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU van
toepassing zijn DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, inzonderheid artikel 43, lid 3, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Krachtens Verordening (EG)
nr. 2371/2002[4]
moeten, met inachtneming van het beschikbare wetenschappelijke, technische en
economische advies en met name van de verslagen van het Wetenschappelijk,
Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), en met inachtneming
van eventuele adviezen van regionale adviesraden, maatregelen worden
vastgesteld inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame
uitoefening van visserijactiviteiten. (2) De Raad moet maatregelen voor
de vaststelling en de verdeling van de vangstmogelijkheden vaststellen,
inclusief bepaalde voorwaarden die daar functioneel verband mee houden. De
vangstmogelijkheden moeten zo over de lidstaten worden verdeeld dat elke
lidstaat een relatieve stabiliteit van de visserijactiviteiten voor elk bestand
of elke visserijtak geniet, mede met inachtneming van de in Verordening (EG)
nr. 2371/2002 vastgestelde doelstellingen van het gemeenschappelijk
visserijbeleid. (3) De totale toegestane vangsten
(total allowable catch - TAC’s) moeten worden vastgesteld op basis van de
beschikbare wetenschappelijke adviezen, met inachtneming van de biologische en
sociaaleconomische aspecten, waarbij een gelijke behandeling van de
visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten
die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met
name op de bijeenkomsten van de betrokken regionale adviesraden. (4) Voor bestanden waarvoor
specifieke meerjarenplannen gelden, moeten de TAC’s overeenkomstig de in die
plannen vervatte voorschriften worden vastgesteld. Bijgevolg moeten de TAC’s
voor de bestanden van zuidelijke heek en langoustine, tong in het westelijke
Kanaal, schol en tong in de Noordzee, haring in de wateren ten westen van Schotland,
kabeljauw in het Kattegat, de wateren ten westen van Schotland, de Ierse Zee,
de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijke Kanaal en blauwvintonijn in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee worden
vastgesteld overeenkomstig de voorschriften die zijn vervat in: Verordening
(EG) nr. 2166/2005 van de Raad[5];
Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad[6];
Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad[7];
Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad[8];
Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad[9]
(het "kabeljauwplan") en Verordening (EG) nr. 302/2009 van de
Raad[10].
Met betrekking tot de noordelijke heekbestanden (Verordening (EG) nr. 811/2004
van de Raad[11])
en de tongbestanden in de Golf van Biskaje (Verordening (EG) nr. 388/2006 van
de Raad[12])
zijn de minimumdoelstellingen van de desbetreffende herstel- en beheerplannen
evenwel bereikt en dienen derhalve de verstrekte wetenschappelijke adviezen te
worden gevolgd om de TAC’s op MSY-niveau te brengen of te handhaven, al
naargelang van het geval. (5) Voor bestanden waarvoor
onvoldoende gegevens of geen betrouwbare gegevens voorhanden zijn om ramingen
van de omvang te kunnen maken, moeten de beheersmaatregelen en de TAC-niveaus
worden vastgesteld volgens de voorzorgsaanpak van het visserijbeheer als
omschreven in artikel 3, onder i), van Verordening (EG) nr. 2371/2002,
waarbij rekening wordt gehouden met bestandsspecifieke factoren, waaronder met
name de beschikbare gegevens over de ontwikkelingen van de bestanden en
overwegingen betreffende de gemengde visserij. (6) Overeenkomstig artikel 2 van
Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996[13] moeten de bestanden waarop de
daarin vervatte maatregelen van toepassing zijn, worden omschreven. (7) Wanneer voor een bepaald
bestand een TAC aan één enkele lidstaat wordt toegewezen, is het dienstig deze
lidstaat overeenkomstig artikel 2, lid 1, van het Verdrag te machtigen het
niveau van deze TAC vast te stellen. Er moeten regelingen worden getroffen om
te garanderen dat de betrokken lidstaat bij het vaststellen van dit TAC-niveau
volledig in overeenstemming met de beginselen en voorschriften van het
gemeenschappelijk visserijbeleid handelt. (8) De maxima voor de
visserijinspanning voor 2014 moeten worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8
van Verordening (EG) nr. 2166/2005, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007,
artikel 5 van Verordening (EG) nr. 509/2007, de artikelen 11 en 12
van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG)
nr. 302/2009, rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de
Raad[14]. (9) In het licht van het meest
recente wetenschappelijke advies van de ICES en overeenkomstig de
internationale verbintenissen in het kader van het Verdrag inzake de visserij
in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) dient de
visserijinspanning op bepaalde diepzeesoorten te worden beperkt. (10) Voor sommige soorten, zoals
bepaalde haaiensoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een
ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke
soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden
opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten. (11) De bij deze verordening voor
EU-vaartuigen vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009[15], en met name de artikelen 33
en 34 van die verordening betreffende de registratie van de vangsten en de
visserijinspanning, respectievelijk de melding van gegevens over de uitputting van
de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de
lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de
aanlandingen van onder deze verordening vallende bestanden aan de Commissie
doen toekomen. (12) Voor sommige TAC’s dienen de
lidstaten de mogelijkheid te krijgen om aan vaartuigen die deelnemen aan
proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, extra
toewijzingen toe te kennen. Met die proeven wordt beoogd een
vangstquotaregeling te testen, d.w.z. een regeling waarbij alle vangsten moeten
worden aangeland en op de quota afgeboekt, teneinde teruggooi en de daarmee
gepaarde gaande verspilling van anders bruikbare visserijhulpbronnen te
vermijden. Ongecontroleerde teruggooi van vis is een bedreiging voor de
langetermijnduurzaamheid van vis als collectief goed en dus voor de
doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Inherent aan
vangstquotaregelingen is dat zij de vissers een stimulans bieden om de
vangstselectiviteit van hun activiteiten te optimaliseren. Om tot een rationeel
beheer van de teruggooi te komen, moet een volledig gedocumenteerde visserij
betrekking hebben op elke activiteit op zee in plaats van op de aanlandingen in
de haven. Daarom moeten de voorwaarden waaronder de lidstaten dergelijke extra
toewijzingen verlenen, de verplichting inhouden te garanderen dat gebruik wordt
gemaakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera’s in een gesloten
televisiecircuit (CCTV’s) (hierna gezamenlijk "CCTV-systeem"
genoemd). Hiermee moeten alle behouden en teruggegooide delen van de vangsten
in detail kunnen worden geregistreerd. Een regeling met menselijke waarnemers
die in realtime aan boord actief zijn, zou minder efficiënt, duurder en minder
betrouwbaar zijn. Bijgevolg is het gebruik van CCTV-systemen vooralsnog een
eerste vereiste voor het halen van de doelstellingen van regelingen tot
verlaging van de teruggooi, waaronder de volledig gedocumenteerde visserij. Bij
de toepassing van dergelijke systemen moeten de voorschriften van Richtlijn 95/46/EG
van het Europees Parlement en de Raad[16]
worden nageleefd. (13) Om te garanderen dat het
potentieel van vangstquotaregelingen om de absolute visserijsterfte van de
betrokken bestanden te beheersen, daadwerkelijk kan worden geëvalueerd aan de
hand van proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, dienen
alle in het kader van deze proeven gevangen vissen, inclusief die welke kleiner
zijn dan de minimale aanlandingsmaat, in mindering te worden gebracht op de
totale toewijzing voor het deelnemende vaartuig en dienen de
visserijactiviteiten te worden stopgezet wanneer deze totale toewijzing
volledig door dat vaartuig is opgebruikt. Voorts is het passend overdrachten
van toewijzingen tussen vaartuigen die deelnemen aan de proeven met betrekking
tot volledig gedocumenteerde visserij en niet-deelnemende vaartuigen toe te
staan mits kan worden aangetoond dat de teruggooi door niet-deelnemende
vaartuigen niet toeneemt. (14) Volgens het advies van de
Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) is het dienstig een
systeem te handhaven, met de mogelijkheid tot herziening, voor het beheer van
zandspieringen in de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en IIIa en
ICES-deelgebied IV. (15) [In te lassen na overleg met
Noorwegen] (16) [In te lassen na de
jaarvergadering van de Internationale Commissie voor de instandhouding van de
tonijnachtigen in de Atlantische Oceaan (ICCAT)]. (17) Ingevolge de toetreding van de
Republiek Kroatië tot de Europese Unie in juli 2013 zijn in deze verordening bepalingen
betreffende de vangstmogelijkheden voor Kroatië opgenomen. (18) [In te lassen na de
jaarvergadering van de Commissie voor de instandhouding van de levende
rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR)]. (19) Tijdens haar jaarvergadering
in 2013 heeft de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC)
een resolutie ter bescherming van de oceanische witpunthaai aangenomen, die van
toepassing is op in de IOTC-lijst van vergunde vaartuigen vermelde
vissersvaartuigen en die, als voorlopige proefmaatregel, het aan boord houden,
overladen, aanlanden of opslaan van volledige karkassen van oceanische
witpunthaaien of delen daarvan verbiedt. De resolutie voorziet in een
uitzondering voor ambachtelijke visserij, namelijk voor vissersvaartuigen die
vissen binnen de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat waarvan zij
de vlag voeren. (20) [In te lassen na de
jaarvergadering van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het
zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO)]. (21) Tijdens haar 84e
jaarvergadering in 2013 heeft de Interamerikaanse Commissie voor tropische
tonijn (IATTC) haar instandhoudingsmaatregelen voor geelvintonijn,
grootoogtonijn en gestreepte tonijn gehandhaafd. Voorts heeft de IATTC haar
resolutie betreffende de instandhouding van oceanische witpunthaaien
gehandhaafd. Deze maatregelen moeten deel blijven uitmaken van het Unierecht. (22) [In te lassen na de
jaarvergadering van de Visserijorganisatie voor het zuidoostelijk deel van de
Atlantische Oceaan (SEAFO)]. (23) [In te lassen na de
jaarvergadering van de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale
Stille Oceaan (WCPFC)]. (24) [In te lassen nadat
maatregelen zijn vastgesteld in het kader van het Verdrag voor de
instandhouding en het beheer van de koolvisbestanden in het centrale gedeelte
van de Beringzee]. (25) Tijdens haar 35e
jaarvergadering in 2013 heeft de Visserijorganisatie voor het noordwestelijke
deel van de Atlantische Oceaan (North West Atlantic Fisheries Organisation -
NAFO) een aantal vangstmogelijkheden voor 2014 vastgesteld voor bepaalde
bestanden in de deelgebieden 1-4 van het NAFO-verdragsgebied. De NAFO heeft in
dit verband een procedure ingesteld om de voor 2014 vastgestelde TAC voor witte
heek in NAFO-deelsector 3NO te verhogen indien is voldaan aan bepaalde
voorwaarden met betrekking tot de toestand van dit bestand. Een
verdragsluitende partij bij de NAFO kan de uitvoerend secretaris van de NAFO
melden dat voor het bestand van witte heek in NAFO-deelsector 3NO hogere
vangsten per inspanningseenheid dan normaal werden vastgesteld. Indien de
TAC-verhoging in de loop van het jaar 2014 wordt bekrachtigd door een positieve
stemming in de NAFO, dient deze in Unierecht te worden omgezet en moeten de
quota van de betrokken lidstaten worden verhoogd. (26) Bepaalde internationale
maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de Unie worden ingesteld of
beperkt, worden op het einde van het jaar door de betrokken regionale
organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgesteld en worden van kracht vóór
de inwerkingtreding van deze verordening. De bepalingen tot omzetting van deze
maatregelen in Unierecht dienen derhalve met terugwerkende kracht van
toepassing te zijn. Aangezien het visseizoen in het verdragsgebied van de
CCAMLR (Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de
Antarctische wateren) loopt van 1 december tot en met 30 november en
bepaalde vangstmogelijkheden of ‑verboden in het CCAMLR-verdragsgebied
derhalve worden vastgesteld voor een periode die ingaat op 1 december 2013,
dienen de desbetreffende bepalingen van deze verordening vanaf die datum van
toepassing te zijn. Deze toepassing met terugwerkende kracht laat het beginsel
van het gewettigd vertrouwen onverlet, aangezien CCAMLR-leden niet zonder
machtiging in het CCAMLR-verdragsgebied mogen vissen. (27) Overeenkomstig de verklaring
van de Unie ten overstaan van de Bolivariaanse republiek Venezuela
("Venezuela") over het toekennen van vangstmogelijkheden in
EU-wateren aan vissersvaartuigen die onder de vlag van Venezuela in de EZZ voor
de kust van Frans-Guyana varen[17],
moeten voor Venezuela vangstmogelijkheden worden vastgesteld voor het vissen op
snappers in EU-wateren. (28) Om eenvormige
uitvoeringsvoorwaarden te waarborgen betreffende het verlenen aan afzonderlijke
lidstaten van de toestemming om te genieten van het systeem van beheer van de
hun toegewezen visserijinspanning aan de hand van een kilowattdagensysteem,
moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. (29) Om eenvormige voorwaarden voor
de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie
uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de toekenning van
extra zeedagen voor de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten en voor
de versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers, alsmede met
betrekking tot de spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van
informatie betreffende de overdracht van zeedagen tussen vissersvaartuigen die
de vlag van dezelfde lidstaat voeren. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend
overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011[18]. (30) Teneinde ervoor te zorgen dat
de visserijactiviteiten niet worden onderbroken en het inkomen van de vissers
in de Unie wordt veiliggesteld, dient deze verordening met ingang van 1 januari
2014 van toepassing te zijn, met uitzondering van de bepalingen betreffende de
beperkingen van de visserijinspanning, die van toepassing moeten zijn vanaf 1 februari
2014, en sommige bepalingen voor bijzondere gebieden, waarvoor een specifieke toepassingsdatum
moet gelden. Gezien de urgentie dient deze verordening onmiddellijk na de
bekendmaking ervan in werking te treden. (31) De vangstmogelijkheden moeten
in volledige overeenstemming met het toepasselijke recht van de Unie worden
gebruikt, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1
Onderwerp 1. Deze verordening stelt de
vangstmogelijkheden vast in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde
niet-EU-wateren voor sommige visbestanden en groepen visbestanden. 2. De in lid 1 bedoelde
vangstmogelijkheden omvatten: (a)
de vangstbeperkingen voor 2014 en, waar zulks in de
onderhavige verordening is bepaald, voor 2015; (b)
de beperkingen van de visserijinspanning voor de
periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015; (c)
de vangstmogelijkheden voor de periode van 1 december
2013 tot en met 30 november 2014 voor bepaalde bestanden in het
CCAMLR-verdragsgebied; (d)
de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in
het IATTC-verdragsgebied voor de in artikel 32 genoemde periodes voor het jaar 2014
en, waar zulks in de onderhavige verordening is bepaald, het jaar 2015. Artikel 2
Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op de
volgende vaartuigen: (a)
EU-vaartuigen; (b)
vaartuigen van derde landen in EU-wateren. Artikel 3
Definities In deze verordening wordt verstaan onder: (a)
"EU-vaartuig": een vissersvaartuig dat de
vlag van een lidstaat voert en in de Unie is geregistreerd; (b)
"vaartuig van een derde land": een
vissersvaartuig dat de vlag voert van en is geregistreerd in een derde land; (c)
"EU-wateren": wateren onder de
soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren
die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden
overzee; (d)
"internationale wateren": wateren die
niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen; (e)
"totaal toegestane vangst (TAC)": de
hoeveelheid van elk visbestand die elk jaar mag worden gevangen en aangeland; (f)
"quotum": een aan de Unie of een lidstaat
toegewezen aandeel van de TAC; (g)
"analytische evaluaties": een
kwantitatieve evaluatie van trends in een bepaald bestand, op basis van
gegevens over de biologie en de exploitatie van het bestand waarvan na
wetenschappelijke toetsing is gebleken dat zij van toereikende kwaliteit zijn
om wetenschappelijke adviezen over opties voor toekomstige vangsten te
verstrekken; (h)
"maaswijdte": de maaswijdte van visnetten
als vastgesteld overeenkomstig Verordening (EG) No 517/2008[19] van de Commissie; (i)
"EU-vissersvlootregister": het register
dat door de Commissie is ingesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, van
Verordening (EG) nr. 2371/2002; (j)
"visserijlogboek": het logboek als
bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Artikel 4
Visserijzones Voor de toepassing van deze verordening geldt
de volgende afbakening van visserijzones: (a)
voor de ICES-zones (International Council for the
Exploration of the Sea — Internationale Raad voor het onderzoek van de zee): de
in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 218/2009[20] gespecificeerde geografische
gebieden; (b)
voor het Skagerrak: het geografische gebied dat in
het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die
van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar
die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse
kust; (c)
voor het Kattegat: het geografische gebied dat in
het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die
van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbijgelegen punt op de Zweedse kust, en
in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage
naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen; (d)
voor functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied
VII: het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die
achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar
verbinden: –
53° 30' NB 15° 00' WL, –
53° 30' NB 11° 00' WL, –
51° 30' NB 11° 00' WL, –
51° 30' NB 13° 00' WL, –
51° 00' NB 13° 00' WL, –
51° 00' NB 15° 00' WL, –
53° 30' NB 15° 00' WL; (e)
voor de Golf van Cadiz: het geografische gebied van
ICES-sector IXa ten oosten van 7° 23' 48'' WL; (f)
voor de CECAF-zones (Committee for Eastern Central
Atlantic Fisheries — Visserijcommissie voor het centraaloostelijke deel van de
Atlantische Oceaan): de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 216/2009 van het
Europees Parlement en de Raad[21]
gespecificeerde geografische gebieden; (g)
voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries
Organisation — Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de
Atlantische Oceaan): de in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 217/2009 van
het Europees Parlement en de Raad[22]
gespecificeerde geografische gebieden; (h)
voor het SEAFO-verdragsgebied (South East Atlantic
Fisheries Organisation — Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijke
deel van de Atlantische Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en
het beheer van de visbestanden in het zuidoostelijke deel van de
Atlantische Oceaan[23]
omschreven geografische gebied; (i)
voor het ICCAT-verdragsgebied (International
Commission for the Conservation of Atlantic Tunas — Internationale Commissie
voor de instandhouding van Atlantische tonijnen): het in het Internationaal
Verdrag voor de instandhouding van Atlantische tonijnen[24] omschreven geografische
gebied; (j)
voor het CCAMLR-verdragsgebied (Commissie voor de instandhouding van
de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): het in artikel 2, onder a),
van Verordening (EG) nr. 601/2004[25]
omschreven geografische gebied; (k)
voor het IATTC-verdragsgebied (Inter American
Tropical Tuna Commission — Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn):
het in het Verdrag ter versterking van de Inter‑Amerikaanse Commissie
voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde
Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica[26]
omschreven geografische gebied; (l)
voor het IOTC-verdragsgebied (Indian Ocean Tuna
Commission — Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): het in de
Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de
Indische Oceaan[27]
omschreven geografische gebied; (m)
voor het SPRFMO-verdragsgebied (South Pacific
Regional Fisheries Management Organisation — Regionale visserijorganisatie voor
het zuidelijke deel van de Stille Oceaan): het gebied op open zee ten zuiden
van 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten
van het SIOFA-verdragsgebied zoals omschreven in de Visserijovereenkomst voor
de Zuid-Indische Oceaan[28],
en ten westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de
Zuid-Amerikaanse staten vallen; (n)
voor het WCPFC-verdragsgebied (Western and Central
Pacific Fisheries Commission — Commissie voor de visserij in de westelijke en
centrale Stille Oceaan): het in het Verdrag inzake de instandhouding en het
beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en
centrale deel van de Stille Oceaan[29]
omschreven geografische gebied; (o)
voor de volle zee van de Beringzee: de geografische
zone van de volle zee van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen
vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen
kuststaten wordt gemeten; (p)
Voor het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende
gebied: het geografische gebied dat wordt begrensd door: –
lengtegraad 150° WL, –
lengtegraad 130° WL, –
breedtegraad 4° ZB, –
breedtegraad 50° ZB. TITEL II
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU‑VAARTUIGEN Hoofdstuk I
Algemene bepalingen Artikel 5
TAC's en toewijzingen 1. De TAC's voor EU-vaartuigen
in EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan
de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden,
worden vastgesteld in bijlage I. 2. EU-vaartuigen mogen, met
inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van
artikel 14 van en bijlage III bij de onderhavige verordening en van Verordening
(EG) nr. 1006/2008[30]
en de uitvoeringsbepalingen daarvan, vissen in de wateren die onder de
visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en
in de visserijzone rond Jan Mayen. 3. Voor de toepassing van de
bijzondere voorwaarde welke in bijlage IA is vastgesteld voor het
zandspieringenbestand in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV gelden
de in bijlage IID omschreven beheersgebieden. Artikel 6
Door de lidstaten vast te stellen TAC's 1. Voor bepaalde visbestanden
worden de TAC's door de betrokken lidstaat vastgesteld. Deze bestanden worden
opgesomd in bijlage I. 2. De door een lidstaat vast te
stellen TAC's: (a)
zijn consistent met de beginselen en voorschriften
van het gemeenschappelijk visserijbeleid, en met name met het beginsel van
duurzame exploitatie van de bestanden; en (b)
zijn zodanig gekozen dat: i) indien er analytische evaluaties beschikbaar
zijn, de exploitatie van het bestand met een zo groot mogelijke
waarschijnlijkheid vanaf 2015 met de maximale duurzame opbrengst overeenstemt; ii) indien er geen of onvollige analytische
evaluaties beschikbaar zijn, de exploitatie van het bestand voldoet aan de
voorzorgsaanpak van het visserijbeheer. 3. Elke betrokken lidstaat
verstrekt de Commissie uiterlijk op 15 maart 2014 de volgende gegevens: (a)
de vastgestelde TAC's; (b)
de door de lidstaat verzamelde en beoordeelde
gegevens waarop de vastgestelde TAC's zijn gebaseerd; (c)
nadere gegevens over hoe de vastgestelde TAC's aan
lid 2 voldoen. Artikel 7
Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn
vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits: (a)
die vis is gevangen met vaartuigen die de vlag
voeren van een lidstaat die over een quotum beschikt, en dat quotum nog niet is
opgebruikt; of (b)
de vangsten deel uitmaken van een EU-quotum dat
niet in de vorm van quota aan de lidstaten is toegewezen, en dat EU-quotum nog
niet is opgebruikt. Artikel 8
Beperkingen van de visserijinspanning 1. Van 1 februari 2014 tot
en met 31 januari 2015 zijn de volgende visserijinspanningsmaatregelen van
toepassing: (a)
bijlage IIA voor het beheer van sommige kabeljauw-,
tong- en scholbestanden in het Kattegat, het Skagerrak, het deel van
ICES-sector IIIa dat niet behoort tot het Skagerrak en het Kattegat,
ICES-deelgebied IV en ICES-sectoren VIa, VIIa en VIId en de EU-wateren van de
ICES-sectoren IIa en Vb; (b)
bijlage IIB met het oog op het herstel van heek en
langoustine in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van
Cadiz; (c)
bijlage IIC voor het beheer van de tongbestanden in
ICES-sector VIIe. Artikel 9
Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij 2. Artikel 3, lid 1, van
Verordening (EG) nr. 2347/2002[31],
op grond waarvan vaartuigen in het bezit moeten zijn van een
diepzeevisdocument, is van toepassing op Groenlandse heilbot (ook wel
"zwarte heilbot" genoemd). Voor het vangen, aan boord houden,
overladen en aanlanden van Groenlandse heilbot gelden de voorwaarden van dat
artikel. 3. De lidstaten zorgen ervoor
dat de voor 2014 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen
buitengaats, van vaartuigen met diepzeevisdocumenten als bedoeld in artikel 3,
lid 1, van Verordening (EG) nr. 2347/2002, niet meer bedragen dan 65 %
van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning die de vaartuigen van de betrokken
lidstaat in 2003 hebben geleverd op reizen tijdens welke deze vaartuigen over
diepzeevisdocumenten beschikten of diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen
I en II bij die verordening, hebben gevangen. Dit lid is alleen van toepassing
op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg andere diepzeesoorten dan grote
zilvervis is gevangen. Artikel 10
Bijzondere bepalingen inzake de toewijzing van vangstmogelijkheden 1. De vangstmogelijkheden worden
overeenkomstig deze verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd: a) het ruilen van vangstmogelijkheden op grond
van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002; b) kortingen en nieuwe toewijzingen op grond van
artikel 37 van Verordening (EG) nr. 1224/2009; c) nieuwe toewijzingen op grond van artikel 10,
lid 4, van Verordening (EG) nr. 1006/2008; d) het aanlanden van extra hoeveelheden op grond
van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96; e) de op grond van artikel 4 van Verordening
(EG) nr. 847/96 naar het volgende jaar overgedragen hoeveelheden; f) kortingen op grond van de artikelen 105, 106
en 107 van Verordening (EG) nr. 1224/2009; g) overdrachten en uitwisselingen van quota
overeenkomstig artikel 20 van deze verordening. 2. Tenzij anders vermeld in
bijlage I bij deze verordening is artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 van
toepassing op bestanden waarvoor voorzorgs-TAC's zijn vastgesteld, en zijn
artikel 3, leden 2 en 3, en artikel 4 van die verordening van toepassing op
bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld. Artikel 11
Gesloten visseizoenen 1. Van 1 mei tot en met 31 mei 2014
is het verboden om de volgende soorten op de Porcupine Bank te bevissen of aan
boord te houden: kabeljauw, scharretongen, zeeduivels, schelvis, wijting, heek,
langoustine, schol, witte koolvis, koolvis, roggen, tong, lom, blauwe leng,
leng en doornhaai. Voor de toepassing van dit artikel omvat de
Porcupine Bank het geografische gebied dat wordt begrensd door loxodromen die
achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar
verbinden: Punt || Breedtegraad || Lengtegraad 1 || 52° 27' NB || 12° 19' WL 2 || 52° 40' NB || 12° 30' WL 3 || 52° 47' NB || 12° 39,600' WL 4 || 52° 47' NB || 12° 56' WL 5 || 52° 13,5' NB || 13° 53,830' WL 6 || 51 ° 22' NB || 14° 24' WL 7 || 51 ° 22' NB || 14° 03' WL 8 || 52° 10' NB || 13° 25' WL 9 || 52° 32' NB || 13° 07,500' WL 10 || 52° 43' NB || 12° 55' WL 11 || 52° 43' NB || 12° 43' WL 12 || 52° 38,800' NB || 12° 37' WL 13 || 52° 27' NB || 12° 23' WL 14 || 52° 27' NB || 12° 19' WL In afwijking van de eerste alinea is het
vaartuigen toegestaan door de Porcupine Bank te varen met de in dat lid
genoemde soorten aan boord, overeenkomstig artikel 50, leden 3, 4 en 5 van
Verordening (EG) nr. 1224/2009. 2. De commerciële visserij op
zandspiering met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met
een maaswijdte van minder dan 16 mm is in de ICES-sectoren IIa en IIIa en
ICES-deelgebied IV verboden van 1 januari tot en met 31 maart 2014 en van 1
augustus tot en met 31 december 2014. Het in de vorige alinea vervatte verbod geldt,
tenzij anders is bepaald, eveneens voor vaartuigen van derde landen die op
zandspiering mogen vissen in de EU-wateren van ICES-deelgebied IV. Artikel 12
Verbodsbepalingen 1. Het is EU-vaartuigen verboden
de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te
landen: (d)
reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en witte
haai (Carcharodon carcharias) in alle wateren; (e)
haringhaai (Lamna nasus) in alle wateren,
tenzij in bijlage IA anders is bepaald; (f)
zee-engel (Squatina squatina) in de
EU-wateren; (g)
vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van
ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII, IX en X; (h)
golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja
alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X; (i)
gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van de
ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII; (j)
reuzenmanta (Manta birostris) in alle
wateren. 2. Incidenteel gevangen vissen
van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet. Artikel 13
Gegevensverstrekking Wanneer de lidstaten overeenkomstig de
artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking
tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen,
gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij deze verordening vermelde
bestandscodes. Hoofdstuk II
Extra toewijzingen voor vaartuigen die deelnemen aan proeven met betrekking tot
volledig gedocumenteerde visserij Artikel 14
Extra toewijzingen 1. Voor bepaalde bestanden kan
een lidstaat een extra toewijzing toekennen aan vaartuigen die zijn vlag voeren
en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde
visserij. Deze bestanden worden opgesomd in bijlage I. 2. De in lid 1 bedoelde extra
toewijzing mag niet meer bedragen dan de algemene limiet die in bijlage I is
bepaald als een percentage van het aan die lidstaat toegewezen quotum. Artikel 15
Aan de extra toewijzingen verbonden voorwaarden 1. Voor extra toewijzingen als
bedoeld in lid 14 gelden de volgende voorwaarden: a) het vaartuig maakt gebruik van aan een
sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV)
(gezamenlijk "het CCTV-systeem" genoemd) waarmee alle visserij- en
verwerkingsactiviteiten die aan boord van de vaartuigen plaatsvinden, worden
geregistreerd; b) de extra toewijzing die wordt toegekend
aan een individueel vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot
volledig gedocumenteerde visserij, bedraagt niet meer dan: i) 75 % van de teruggooi van het bestand zoals
die door de betrokken lidstaat is geraamd voor het vaartuigtype waartoe het
betrokken vaartuig behoort; ii) 30 % van de individuele toewijzing van het
vaartuig vóór de deelname aan de proeven; c) alle vangsten van het vaartuig uit het
bestand waarvoor de extra toewijzing is toegekend, inclusief vissen die kleiner
zijn dan de minimale aanlandingsmaat zoals vastgesteld in bijlage XII bij
Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad[32]
worden in mindering gebracht op de individuele toewijzing voor het vaartuig
welke resulteert uit de krachtens artikel 14 toegekende extra toewijzing; d) wanneer een vaartuig de individuele
toewijzing voor een bestand waarvoor een extra toewijzing is toegekend volledig
heeft opgebruikt, dienen alle visserijactiviteiten van dat vaartuig in het
betrokken TAC-gebied te worden stopgezet; e) wat betreft de bestanden waarvoor dit
artikel kan worden toegepast, kunnen de lidstaten overdrachten van de
individuele toewijzing of een deel daarvan van vaartuigen die niet deelnemen
aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij aan
deelnemende vaartuigen toestaan, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat de
teruggooi van de niet-deelnemende vaartuigen niet toeneemt. 2. Onverminderd lid 1, onder b),
punt i), kan een lidstaat bij wijze van uitzondering aan een vaartuig dat zijn
vlag voert, een extra toewijzing toekennen van meer dan 75 % van de voor
het vaartuigtype waartoe het betrokken vaartuig behoort, geraamde teruggooi, op
voorwaarde dat: a) het voor het betrokken vaartuigtype geraamde
teruggooipercentage voor het betrokken bestand minder bedraagt dan 10 %; b) de opneming van dat vaartuigtype van belang
is voor het evalueren van het potentieel van het CCTV-systeem voor
controledoeleinden; c) een algemeen maximum van 75 % van de geraamde
teruggooi door alle vaartuigen die aan de proeven deelnemen, niet wordt
overschreden. 3. Voordat een lidstaat de in
artikel 14 bedoelde extra toewijzing toekent, deelt hij de Commissie de
volgende gegevens mee: a) de lijst van de vaartuigen die zijn vlag
voeren en deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde
visserij; b) de specificaties van de elektronische
systemen voor toezicht op afstand die aan boord van die vaartuigen zijn
geïnstalleerd; c) de capaciteit, het type en de specificaties
van het vistuig dat door die vaartuigen wordt gebruikt; d) de geraamde teruggooi voor elk vaartuigtype
dat aan de proeven deelneemt; e) de hoeveelheden die in 2013 door aan de
proeven deelnemende vaartuigen zijn gevangen uit het bestand waarvoor de
betrokken TAC geldt. Artikel 16
Verwerking van persoonsgegevens Voor zover het registreren van de
overeenkomstig artikel 15, lid 1, verkregen gegevens de verwerking
van persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG behelst, is die richtlijn
op de verwerking van die gegevens van toepassing. Artikel 17
Intrekking van extra toewijzingen Wanneer een lidstaat vaststelt dat een
vaartuig dat deelneemt aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde
visserij, niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 15, trekt die
lidstaat de extra toewijzing voor dat vaartuig onmiddellijk in en sluit hij dat
vaartuig voor de rest van het jaar 2014 uit van deelname aan de proeven. Artikel 18
Wetenschappelijke toetsing van de beoordelingen van de teruggooi De Commissie kan iedere lidstaat die een
beroep doet op dit hoofdstuk, verzoeken zijn beoordeling van de teruggooi per
vaartuigtype ter evaluatie aan een wetenschappelijk adviesorgaan voor te
leggen, teneinde toe te zien op de naleving van de in artikel 15,
lid 1, onder b), punt i), gestelde voorwaarde. Bij ontstentenis
van een beoordeling die deze teruggooi bevestigt, neemt de betrokken lidstaat
passende maatregelen om aan die voorwaarde te voldoen en stelt hij de Commissie
hiervan in kennis. Hoofdstuk III
Vismachtigingen in wateren van derde landen Artikel 19
Vismachtigingen 1. Het maximumaantal
vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt
vastgesteld in bijlage III. 2. Indien een lidstaat quota in
de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van
Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (ruil of
"swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen
overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage
III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet
worden overschreden. Hoofdstuk IV
Vangstmogelijkheden in wateren van regionale organisaties voor visserijbeheer
Artikel 20
Overdrachten en uitwisselingen van quota 1. Wanneer volgens de
voorschriften van een regionale organisatie voor visserijbeheer (ROVB)
overdrachten en uitwisselingen van quota tussen de verdragsluitende partijen
van een ROVB zijn toegestaan, kan een lidstaat (hierna "de betrokken
lidstaat" genoemd) met een verdragsluitende partij bij de ROVB besprekingen
aanknopen en, in voorkomend geval, mogelijke lijnen uitzetten voor een geplande
overdracht of uitwisseling van quota. 2. De betrokken lidstaat brengt
de mogelijke lijnen voor een geplande overdracht of uitwisseling van quota die
hij met de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB heeft besproken, ter
kennis van de Commissie, die daaraan haar goedkeuring kan hechten. Vervolgens
wisselt de Commissie onverwijld met de betrokken verdragsluitende partij bij de
RVO de mededeling uit dat ermee wordt ingestemd gebonden te zijn door de
overdracht of uitwisseling van quota. De Commissie brengt dan de overeengekomen
overdracht of uitwisseling van quota ter kennis van het secretariaat van de
ROVB overeenkomstig de voorschriften van deze organisatie. 3. De Commissie brengt de
lidstaten op de hoogte van de overeengekomen overdracht of uitwisseling van
quota. 4. De vangstmogelijkheden die in
het kader van de overdracht of uitwisseling van quota worden ontvangen van of
overgedragen aan de betrokken verdragsluitende partij bij de ROVB, worden
beschouwd als quota die aan de betrokken lidstaat worden toegewezen dan wel in
mindering worden gebracht op de toewijzing van de betrokken lidstaat, vanaf het
tijdstip dat de overdracht of uitwisseling van quota in werking treedt overeenkomstig
de bepalingen van de overeenkomst die met de betrokken verdragsluitende partij
bij de ROVB is gesloten, of, in voorkomend geval, overeenkomstig de
voorschriften van de betrokken ROVB. Overeenkomstig het beginsel van de
relatieve stabiliteit van visserijactiviteiten wijzigt een dergelijke
toewijzing de bestaande verdeelsleutel voor de toewijzing van
vangstmogelijkheden aan lidstaten niet. AFDELING 1
ICCAT-VERDRAGSGEBIED Artikel 21
Beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn 1. Het aantal met de hengel of
de sleeplijn vissende EU-vaartuigen dat in het oostelijke deel van de
Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 1. 2. Het aantal in het kader van
de ambachtelijke kustvisserij vissende EU-vaartuigen dat in de Middellandse Zee
actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 2. 3. Het aantal EU-vaartuigen dat
in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mag vissen voor kweekdoeleinden, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 3. 4. Het aantal en de totale in
brutotonnage uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen die in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op
blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen,
vervoeren of aanlanden, worden beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 4. 5. Het aantal tonnara's dat in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee wordt gebruikt
bij de visserij op blauwvintonijn, wordt beperkt overeenkomstig bijlage IV,
punt 5. 6. De capaciteit voor het kweken
en mesten van blauwvintonijn, alsmede de maximale hoeveelheid in het wild
gevangen blauwvintonijn die wordt toegewezen aan kweek- en mestbedrijven in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, worden
beperkt overeenkomstig bijlage IV, punt 6. Artikel 22
Recreatie- en sportvisserij De lidstaten kennen een specifiek quotum van
de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie-
en sportvisserij. Artikel 23
Haaien 1. In alle visserijtakken geldt
een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus). 2. Het is verboden gericht te
vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias. 3. In verband met de visserij in
het ICCAT-verdragsgebied geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en
aanlanden van delen van of volledige karkassen van hamerhaaien van de familie
Sphyrnidae (met uitzondering van Sphyrna tiburo). 4. In alle visserijtakken geldt
een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus). 5. In alle visserijtakken geldt
een verbod op het aan boord houden van zijdehaaien (Carcharhinus falciformis). AFDELING 2
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED Artikel 24
Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen 1. Gerichte visserij op de in
bijlage V, deel A, vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones
en perioden. 2. Voor experimentele visserij
worden de beperkingen van de TAC's en de bijvangsten per deelgebied vastgelegd
in bijlage V, deel B. Artikel 25
Experimentele visserij 1. Alleen lidstaten die lid zijn
van de CCAMLR, mogen in 2014 deelnemen aan de experimentele visserij met de
beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de
FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a buiten gebieden onder nationale
jurisdictie. Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om
aan die visserij deel te nemen, stellen het CCAMLR-secretariaat daarvan
overeenkomstig de artikelen 7 en 7 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004
uiterlijk op 1 juni 2014 in kennis. 2. De beperkingen van de TAC's
en de bijvangsten in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de FAO-sectoren 58.4.1,
58.4.2 en 58.4.3a en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken
(Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied worden vastgesteld in
bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra
de gemelde vangsten de geldende TAC hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest
van het seizoen voor de visserij wordt gesloten. 3. De visserijactiviteiten
vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zo veel
mogelijk verschillende diepten om de nodige informatie te verzamelen voor het
bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en
visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de
FAO-sectoren 58.4.1, 58.4.2 en 58.4.3a is het echter verboden om te vissen op
diepten van minder dan 550 m. Artikel 26
Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2014/2015 1. Alleen de lidstaten die lid
zijn van de CCAMLR, mogen tijdens het visseizoen 2014/2015 in het
CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen.
Lidstaten die aan die voorwaarde voldoen en die voornemens zijn om in het
CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het
CCAMLR-secretariaat, overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004,
en de Commissie uiterlijk op 1 juni 2014 in kennis van: a) hun voornemen om op Antarctisch krill te
vissen, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel C, vastgestelde
formulier; b) de vorm van de netten, waarbij zij gebruik
maken van het in bijlage V, deel D, vastgestelde formulier. 2. De in lid 1 van dit artikel
bedoelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004
bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om
aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen. 3. Een lidstaat die voornemens
is om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, geeft alleen
kennis van dit voornemen voor gemachtigde vaartuigen die ten tijde van de
kennisgeving zijn vlag voeren of die de vlag van een ander CCAMLR-lid voeren,
maar naar verwachting ten tijde van de genoemde visserijactiviteit de vlag van
de lidstaat zullen voeren. 4. De lidstaten mogen toestaan
dat een ander vaartuig dan de overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel
aan het secretariaat van de CCAMLR gemelde vaartuigen, deelneemt aan de
visserij op Antarctisch krill, wanneer een gemachtigd vaartuig om legitieme
operationele redenen of vanwege overmacht niet aan die visserij kan deelnemen.
De betrokken lidstaten brengen in dat geval het CCAMLR-secretariaat en de
Commissie onverwijld op de hoogte, met opgave van: a) alle bijzonderheden over het vervangende
vaartuig (of de vervangende vaartuigen), inclusief de in artikel 3 van
Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie; b) een volledig overzicht van de redenen voor de
vervanging, alsmede van alle relevante ondersteunende bewijsstukken of
referenties. 5. De lidstaten staan niet toe
dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten
van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde
visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), aan de visserij op
Antarctisch krill deelneemt. AFDELING 3
IOTC-VERDRAGSGEBIED Artikel 27
Beperking van de vangstcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-verdragsgebied
vissen 1. Het maximumaantal
EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn vist, en de
overeenkomstige in brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in
bijlage VI, punt 1. 2. Het maximumaantal
EU-vaartuigen dat in het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius)
en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in
brutotonnage uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in bijlage VI, punt 2. 3. De lidstaten kunnen
vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde
visserijtakken, opnieuw toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten
genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een
stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt. 4. De lidstaten zorgen er bij
een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te
dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere
regionale tonijnvisserijorganisaties. Voorts mogen vaartuigen die voorkomen op
de door een ROVB bijgehouden lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en
ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen), niet
worden overgedragen. 5. Teneinde rekening te houden
met de uitvoering van de bij de IOTC ingediende ontwikkelingsplannen mogen de
lidstaten hun vangstcapaciteit slechts binnen de in die ontwikkelingsplannen
bepaalde grenzen verhogen tot boven de in de leden 1 en 2 bedoelde maxima. Artikel 28
Haaien 1. In alle visserijtakken geldt
een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van alle voshaaisoorten van de familie Alopiidae. 2. In alle visserijtakken geldt
een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of
volledige karkassen van oceanische witpunthaaien (Carcharhinus longimanus),
met uitzondering van vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 24 m
die uitsluitend vissen in de exclusieve economische zone (EEZ) van de lidstaat
waarvan zij de vlag voeren en mits hun vangst uitsluitend voor plaatselijk
verbruik is bestemd. 2.1. Incidenteel gevangen vissen
van de in lid 1 en lid 2 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet. AFDELING 4
SPRFMO-VERDRAGSGEBIED Artikel 29
Pelagische visserij - capaciteitsbeperking De lidstaten die in 2007, 2008
of 2009 actief pelagischevisserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied,
beperken de totale brutotonnage van de vaartuigen die hun vlag voeren en die in
2014 op pelagische bestanden vissen, tot de totale EU-brutotonnage van 78 600
in dat gebied. Artikel 30
Pelagische visserij - TAC's 1. Alleen de lidstaten die in 2007,
2008 of 2009 actief pelagischevisserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het
SPRFMO-verdragsgebied, zoals gespecificeerd in artikel 29, mogen in dat gebied
op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ
vastgestelde TAC's. 2. De in bijlage IJ vastgestelde
vangstmogelijkheden mogen slechts worden benut op voorwaarde dat de lidstaten
de Commissie, ter toezending aan het SPRFMO-secretariaat, de lijst sturen van
vaartuigen die in het SPRFMO-verdragsgebied actief vissen of bij overlading
zijn betrokken, alsmede gegevens van satellietvolgsystemen voor
vissersvaartuigen (VMS-gegevens), maandelijkse vangstaangiften en, indien
voorhanden, gegevens over aanloophavens, uiterlijk de vijfde dag van de maand
na die waarop de gegevens betrekking hebben. Artikel 31
Bodemvisserij Lidstaten met een geregistreerde activiteit in
de bodemvisserij of uit die visserij voortkomende vangsten in het
SPRFMO-verdragsgebied in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006
beperken hun inspanning of vangsten tot: a) de gemiddelde vangsten of
inspanningsparameters in die periode; en b) uitsluitend de delen van het
SPRFMO-verdragsgebied waar in een eerder visseizoen bodemvisserijactiviteiten
hebben plaatsgevonden. AFDELING 5
IATTC-VERDRAGSGEBIED Artikel 32
Ringzegenvisserij 1. De visserij met ringzegens op
geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus)
en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden: a) van 29 juli tot en met 28 september 2014, of
van 18 november 2014 tot en met 18 januari 2015, in het gebied dat wordt
begrensd door: –
de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan, –
lengtegraad 150° WL, –
breedtegraad 40° NB, –
breedtegraad 40° ZB; b) van 29 september tot en met 29 oktober 2014
in het gebied dat wordt begrensd door: –
lengtegraad 96° WL, –
lengtegraad 110° WL, –
breedtegraad 4° NB, –
breedtegraad 3° ZB. 2. De betrokken lidstaten delen
de Commissie vóór 1 april 2014 de in lid 1 bedoelde periode mee waarin de
visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvaartuigen van de
betrokken lidstaten zetten de visserij met de ringzegen in de in lid 1
beschreven gebieden en gedurende de geselecteerde periode stop. 3. Ringzegenvaartuigen die in
het IATTC-verdragsgebied op tonijn vissen, houden alle gevangen
geelvintonijnen, grootoogtonijnen en gestreepte tonijnen aan boord en landen
deze aan of laden deze over. 4. Lid 3 geldt niet in de
volgende gevallen: a) wanneer de vis om andere redenen dan de
grootte niet geschikt wordt geacht voor menselijke consumptie, of b) wanneer er tijdens de laatste trek van een
visreis onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die trek gevangen tonijn
op te slaan. 5. Het is verboden in het
IATTC-verdragsgebied te vissen op oceanische witpunthaaien (Carcharhinus
longimanus) en in dat gebied delen van of volledige karkassen van
oceanische witpunthaaien aan boord te houden, over te laden, op te slaan, voor
verkoop aan te bieden, te verkopen of aan te landen. 6. Bij incidentele vangsten van
de in lid 5 bedoelde soort worden de vissen ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet door de exploitant van het vaartuig, die eveneens: a) het aantal teruggezette exemplaren
registreert, met vermelding van de toestand (levend of dood); b) de onder a) vermelde informatie meedeelt aan
de lidstaat waarvan hij onderdaan is. De lidstaten delen deze informatie
uiterlijk op 31 januari 2014 aan de Commissie mee. AFDELING 6
SEAFO-VERDRAGSGEBIED Artikel 33
Verbod op de visserij op diepzeehaaien De gerichte visserij op de volgende
diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden: –
roggen (Rajidae), –
doornhaai (Squalus acanthias), –
gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus
bigelowi), –
kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus), –
grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), –
gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), –
spookkathaai (Apristurus manis), –
fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus), –
en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha. AFDELING 7
WCPFC-VERDRAGSGEBIED Artikel 34
Bepalingen inzake de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte
tonijn en Zuid-Pacifische witte tonijn 1. De lidstaten zien erop toe dat er
geen toename komt in het aantal visdagen voor ringzegenvaartuigen die in het
gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied dat op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB
is gelegen, vissen op grootoogtonijn (Thunnus obesus), geelvintonijn (Thunnus
albacares) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis). 2. EU-vaartuigen vissen niet gericht op
Zuid-Pacifische witte tonijn (Thunnus alalunga) in het
WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB. Artikel 35
Gesloten gebied voor de visserij met vis aantrekkende voorzieningen (FAD's) 1. In het gedeelte van het
WCPFC-verdragsgebied tussen 20° NB en 20° ZB zijn visserijactiviteiten van
ringzegenvaartuigen die gebruik maken van vis aantrekkende voorzieningen (fish
aggregating devices — FAD's), verboden tussen 1 juli 2014 00.00 uur en 31
oktober 2014 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen in dat
gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied alleen visserijactiviteiten verrichten
indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig
op geen enkel ogenblik: a) een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat
gebruikt of bedient; b) met behulp van FAD's op scholen vist. 2. Alle ringzegenvaartuigen die
in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied vissen, houden
alle gevangen grootoogtonijnen, geelvintonijnen en gestreepte tonijnen aan
boord en landen deze aan of laden deze over. 3. Lid 2 geldt niet in de
volgende gevallen: a) tijdens de laatste trek van een visreis,
indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan; b) wanneer de vis om andere redenen dan de
grootte niet geschikt is voor menselijke consumptie; of c) wanneer zich een ernstige storing van de
koelinstallatie voordoet. Artikel 36
Het tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied 1. Vaartuigen die uitsluitend in
het WCPFC-register zijn ingeschreven, passen de in de artikelen 34 tot en met 37
vervatte maatregelen toe wanneer zij vissen in het in artikel 4, onder p),
gedefinieerde tussen de IATTC en de WCPFC overlappende gebied. 2. Vaartuigen die zowel in het
WCPFC-register als in het IATTC-register zijn ingeschreven, en vaartuigen die
uitsluitend in het IATTC-register zijn ingeschreven, passen de in artikel 32,
lid 1, onder a), en de leden 2 tot en met 6, vervatte maatregelen toe wanneer
zij vissen in het in artikel 4, onder n), gedefinieerde tussen de IATTC en de
WCPFC overlappende gebied. Artikel 37
Beperking van het aantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis mag vissen Het maximumaantal EU-vaartuigen dat in de gebieden
ten zuiden van 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias
gladius) mag vissen, wordt vastgesteld in bijlage VII. AFDELING 8
BERINGZEE Artikel 38
Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee De visserij op Alaskapollak (Theragra
chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden. TITEL III
VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN Artikel 39
TAC's Vissersvaartuigen die de vlag voeren van
Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer zijn geregistreerd, mogen
in EU-wateren vissen met inachtneming van de in bijlage I bij deze verordening
vastgestelde TAC's en de in de onderhavige verordening en in hoofdstuk III van
Verordening (EG) nr. 1006/2008 vastgestelde voorwaarden. Artikel 40
Vismachtigingen 1. Het maximumaantal
vismachtigingen voor vaartuigen van derde landen die in EU-wateren vissen,
wordt vastgesteld in bijlage VIII. 2. Vis van bestanden waarvoor
TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangeland mits
die vis is gevangen met vaartuigen van derde landen die een quotum hebben, en
dat quotum niet is opgebruikt. Artikel 41
Verbodsbepalingen 1. Het is vaartuigen van derde
landen verboden de onderstaande soorten te bevissen, aan boord te houden, over
te laden en aan te landen: a) reuzenhaai (Cetorhinus maximus) en
witte haai (Carcharodon carcharias) in EU-wateren; b) zee-engel (Squatina squatina) in
EU-wateren; c) vleet (Dipturus batis) in de
EU-wateren van ICES-sector IIa en de ICES-deelgebieden III, IV, VI, VII, VIII,
IX en X; d) golfrog (Raja undulata) en witte rog (Raja
alba) in de EU-wateren van de ICES-deelgebieden VI, VII, VIII, IX en X; e) haringhaai (Lamna nasus) in
EU-wateren; f) gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren
van de ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII; g) reuzenmanta (Manta birostris) in
EU-wateren. 2. Incidenteel gevangen vissen
van de in lid 1 bedoelde soorten worden ongedeerd gelaten. Zij worden
onmiddellijk teruggezet. Artikel 42
Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag
na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij is van toepassing met ingang van 1 januari
2014. Artikel 8 is evenwel van toepassing met ingang
van 1 februari 2014. De in de artikelen 24, 25 en 26 en de bijlagen
IE en V vastgestelde bepalingen inzake vangstmogelijkheden voor het
CCAMLR-verdragsgebied zijn van toepassing met ingang van de aldaar vermelde
data. Deze
verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk
in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter LIJST
VAN BIJLAGEN BIJLAGE
I: Naar soort en gebied uitgesplitste TAC’s voor EU-vaartuigen in gebieden waar
TAC’s gelden BIJLAGE IA:
Skagerrak, Kattegat, ICES-deelgebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X,
XII en XIV, EU-wateren van CECAF en wateren van Frans-Guyana BIJLAGE IB:
Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland, ICES-deelgebieden I, II, V,
XII en XIV en Groenlandse wateren van NAFO 1 BIJLAGE
IC : Noordwestelijke Atlantische Oceaan – NAFO-verdragsgebied BIJLAGE
ID : Over grote afstanden trekkende soorten - alle gebieden BIJLAGE
IE : Antarctisch gebied - CCAMLR-verdragsgebied BIJLAGE
IF : Zuidoostelijke Atlantische oceaan - SEAFO-verdragsgebied BIJLAGE
IG : Zuidelijke blauwvintonijn - alle gebieden BIJLAGE
IH : WCPFC-verdragsgebied BIJLAGE
IJ : SPRFMO-verdragsgebied BIJLAGE
IIA: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van
bepaalde kabeljauw-, schol- en tongbestanden in de ICES-sectoren IIIa, VIa, VIIa,
VIId, ICES-deelgebied IV en de EU-wateren van de ICES-sectoren IIa en Vb BIJLAGE
IIB: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het herstel van
bepaalde zuidelijke heekbestanden en langoustinebestanden in de ICES-sectoren
VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz BIJLAGE
IIC: Visserijinspanning voor vaartuigen in het kader van het beheer van de
tongbestanden in het westelijke Kanaal in ICES-sector VIIe. BIJLAGE
IID Beheersgebieden voor zandspieringen in de ICES-sectoren IIa en IIIa en in
ICES-deelgebied IV BIJLAGE
III : Maximumaantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde
landen BIJLAGE
IV: ICCAT-verdragsgebied BIJLAGE
V : CCAMLR-verdragsgebied BIJLAGE
VI : IOTC-verdragsgebied BIJLAGE
VII : WCPFC-verdragsgebied BIJLAGE VIII Kwantitatieve
beperkingen inzake vismachtigingen voor vissersvaartuigen van derde landen die
in de EU-wateren vissen [1] Zie
met name het document "General Context of ICES Advice", te raadplegen
via deze link: http://www.ices.dk/sites/pub/Publication%20Reports/Advice/2013/2013/1.2_General_context_of_ICES_advice_2013_June.pdf [2] Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement
en de Raad over het gemeenschappelijk visserijbeleid, COM(2011) 425 definitief. [3] Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18
december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden
en de bevissing van deze bestanden (het "kabeljauwplan"). [4] Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20
december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de
visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (PB L 358
van 31.12.2002, blz. 59). [5] Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20
december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de
bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten
westen van het Iberisch Schiereiland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98
voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de
bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 345 van 28.12.2005,
blz. 5). [6] Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei
2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van
het tongbestand in het westelijk Kanaal (PB L 122 van 11.5.2007,
blz. 7). [7] Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11
juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol-
en tongbestanden in de Noordzee (PB L 157 van 19.6.2007, blz. 1). [8] Verordening (EG) nr. 1300/2008 van de Raad van 18
december 2008 tot vaststelling van een meerjarenplan voor het haringbestand in
het gebied ten westen van Schotland en de visserijen die dat bestand
exploiteren (PB L 344 van 20.12.2008, blz. 6). [9] Verordening (EG) nr. 1342/2008 van de Raad van 18
december 2008 tot vaststelling van een langetermijnplan voor kabeljauwbestanden
en de bevissing van deze bestanden, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2004
(PB L 348 van 24.12.2008, blz. 20). [10] Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad van 6 april
2009 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het
oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, tot wijziging
van Verordening (EG) nr. 43/2009 en tot intrekking van Verordening (EG)
nr. 1559/2007 (PB L 96 van 15.4.2009, blz. 1). [11] Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21
april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke
heekbestand (PB L 150 van 30.4.2004, blz. 1). [12] Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad van 23
februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame
exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje (PB L 65 van 7.3.2006,
blz. 1). [13] Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot
invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC’s en
quota (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3). [14] Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009
tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen uit de
visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening
(EG) nr. 1342/2008 (PB L 214 van 19.8.2009, blz. 16). [15] Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november
2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving
van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot
wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004,
(EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006,
(EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008,
(EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 2847/93,
(EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1). [16] Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad
van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer
van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31). [17] PB L 6 van 10.1.2012, blz. 9. [18] Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement
en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften
en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55
van 28.2.2011, blz. 13). [19] Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni
2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft
de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PB
L 151 van 11.6.2008, blz. 5). [20] Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de
nominale vangsten van lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de
Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 70). [21] Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de
nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de
Noord-Atlantische Oceaan (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 1). [22] Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement
en de Raad van 11 maart 2009 inzake de indiening van statistieken van de
vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk
deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB L 87 van 31.3.2009, blz. 42). [23] Gesloten bij Besluit 2002/738/EG van de Raad (PB L 234 van
31.8.2002, blz. 39). [24] De Unie is tot dit verdrag toegetreden bij Besluit 86/238/EEG
van de Raad (PB L 162 van 18.6.1986, blz. 33). [25] Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004
tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het
verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende
rijkdommen in de Antarctische wateren (PB L 97 van 1.4.2004, blz. 16). [26] Gesloten bij Besluit 2006/539/EG van de Raad (PB L 224 van
16.8.2006, blz. 22). [27] De Unie is tot deze overeenkomst toegetreden bij Besluit 95/399/EG
van de Raad (PB L 236 van 5.10.1995, blz. 24). [28] Gesloten bij Besluit 2008/780/EG van de Raad (PB L 268 van
9.10.2008, blz. 27). [29] De Unie is tot de overeenkomst toegetreden bij Besluit 2005/75/EG
van de Raad (PB L 32 van 4.2.2005, blz. 1). [30] Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad van 29
september 2009 betreffende machtigingen voor visserijactiviteiten van
communautaire vissersvaartuigen buiten de communautaire wateren en de toegang
van vaartuigen van derde landen tot de communautaire wateren (PB L 286 van 29.10.2008,
blz. 33). [31] Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16 december
2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot
diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften (PB L
351 van 28.12.2002, blz. 6). [32] Verordening (EG) nr. 850/98 van 30 maart 1998 voor de instandhouding
van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge
mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1). BIJLAGE I NAAR
SOORT EN GEBIED UITGESPLITSTE TAC’S VOOR EU-VAARTUIGEN IN GEBIEDEN WAAR TAC’S
GELDEN De tabellen in de bijlagen IA, IB, IC, ID, IE,
IF, IG, IH en IJ bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij
anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er
functioneel verband mee houden. Alle in deze bijlage vastgestelde
vangstmogelijkheden vallen onder het bepaalde in Verordening (EG) nr.
1224/2009, met name de artikelen 33 en 34. Tenzij anders bepaald, zijn de verwijzingen
naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones. Per gebied staan de
visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de
vissoort. Voor regelgevingsdoeleinden worden de soorten uitsluitend middels hun
Latijnse naam geïdentificeerd; hun gewone namen worden alleen gemakshalve
vermeld. Met het oog op de toepassing van deze
verordening staat in de volgende tabel naast de Latijnse naam de gewone naam
vermeld: Wetenschappelijke naam || Drielettercode || Gewone naam Amblyraja radiata || RJR || Sterrog Ammodytes spp. || SAN || Zandspieringen Argentina silus || ARU || Grote zilvervis Beryx spp. || ALF || Alfonsino's Brosme brosme || USK || Lom Caproidae || BOR || Evervissen Centrophorus squamosus || GUQ || Schubzwelghaai Centroscymnus coelolepis || CYO || Portugese ijshaai Chaceon spp. || GER || Rode diepzeekrabben Chaenocephalus aceratus || SSI || Scotiazee-ijsvis Champsocephalus gunnari || ANI || IJsvis Channichthys rhinoceratus || LIC || Langsnuitijsvis Chionoecetes spp. || PCR || Pacifische sneeuwkrabben Clupea harengus || HER || Haring Coryphaenoides rupestris || RNG || Grenadiervis Dalatias licha || SCK || Zwarte haai Deania calcea || DCA || Spitssnuitsnavelhaai Dipturus batis || RJB || Vleet Dissostichus eleginoides || TOP || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus mawsoni || TOA || Antarctische ijsheek Dissostichus spp. || TOP || IJsheken Engraulis encrasicolus || ANE || Ansjovis Etmopterus princeps || ETR || Grote lantaarnhaai Etmopterus pusillus || ETP || Gladde lantaarnhaai Euphausia superba || KRI || Antarctisch krill Gadus morhua || COD || Kabeljauw Galeorhinus galeus || GAG || Ruwe haai Glyptocephalus cynoglossus || WIT || Witje Gobionotothen gibberifrons || NOG || Groene Zuidpoolkabeljauw Hippoglossoides platessoides || PLA || Lange schar Hippoglossus hippoglossus || HAL || Heilbot Hoplostethus atlanticus || ORY || Atlantische slijmkop Illex illecebrosus || SQI || Kortvinpijlinktvis Lamna nasus || POR || Haringhaai Lepidonotothen squamifrons || NOS || Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidorhombus spp. || LEZ || Scharretongen Leucoraja naevus || RJN || Grootoogrog Limanda ferruginea || YEL || Geelstaartschar Limanda limanda || DAB || Schar Lophiidae || ANF || Zeeduivels Macrourus spp. || GRV || Grenadiervissen Makaira nigricans || BUM || Blauwe marlijn Mallotus villosus || CAP || Lodde Manta birostris || RMB || Reuzenmanta Martialia hyadesi || SQS || Inktvis Melanogrammus aeglefinus || HAD || Schelvis Merlangius merlangus || WHG || Wijting Merluccius merluccius || HKE || Heek Micromesistius poutassou || WHB || Blauwe wijting Microstomus kitt || LEM || Tongschar Molva dypterygia || BLI || Blauwe leng Molva molva || LIN || Leng Nephrops norvegicus || NEP || Langoustine Notothenia rossii || NOR || Gemarmerde ijsvis Pandalus borealis || PRA || Noorse garnaal Paralomis spp. || PAI || krabben Penaeus spp. || PEN || Peneïde garnalen Platichthys flesus || FLE || Bot Pleuronectes platessa || PLE || Schol Pleuronectiformes || FLX || Platvissen Pollachius pollachius || POL || Witte koolvis Pollachius virens || POK || Koolvis Psetta maxima || TUR || Tarbot Pseudochaenichthys georgianus || SIG || Georgia-ijsvis Raja alba || RJA || Witte rog Raja brachyura || RJH || Blonde rog Raja circularis || RJI || Zandrog Raja clavata || RJC || Stekelrog Raja fullonica || RJF || Kaardrog Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog Raja (Dipturus) nidarosiensis || JAD || Noorse rog Raja microocellata || RJE || Kleinoogrog Raja montagui || RJM || Gevlekte rog Raja undulata || RJU || Golfrog Rajiformes || SRX || Roggen Reinhardtius hippoglossoides || GHL || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Scomber scombrus || MAC || Makreel Scophthalmus rhombus || BLL || Griet Sebastes spp. || RED || Roodbaarzen Solea solea || SOL || Tong Solea spp. || SOO || Tongen Sprattus sprattus || SPR || Sprot Squalus acanthias || DGS || Doornhaai Tetrapturus albidus || WHM || Witte marlijn Thunnus maccoyii || SBF || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus obesus || BET || Grootoogtonijn Thunnus thynnus || BFT || Blauwvintonijn Trachurus murphyi || CJM || Chileense horsmakreel Trachurus spp. || JAX || Horsmakrelen Trisopterus esmarkii || NOP || Kever Urophycis tenuis || HKW || Witte heek Xiphias gladius || SWO || Zwaardvis De onderstaande concordantietabel van
gebruikelijke Nederlandse namen en Latijnse namen wordt uitsluitend ter
verduidelijking gegeven: Alfonsino's || ALF || Beryx spp. Ansjovis || ANE || Engraulis encrasicolus Antarctisch krill || KRI || Euphausia superba Antarctische ijsheek || TOA || Dissostichus mawsoni Atlantische slijmkop || ORY || Hoplostethus atlanticus Blauwe leng || BLI || Molva dypterygia Blauwe marlijn || BUM || Makaira nigricans Blauwe wijting || WHB || Micromesistius poutassou Blauwvintonijn || BFT || Thunnus thynnus Blonde rog || RJH || Raja brachyura Bot || FLE || Platichthys flesus Chileense horsmakreel || CJM || Trachurus murphyi Doornhaai || DGS || Squalus acanthias Evervissen || BOR || Caproidae Geelstaartschar || YEL || Limanda ferruginea Gemarmerde ijsvis || NOR || Notothenia rossii Georgia-ijsvis || SIG || Pseudochaenichthys georgianus Gevlekte rog || RJM || Raja montagui Gladde lantaarnhaai || ETP || Etmopterus pusillus Golfrog || RJU || Raja undulata Grenadiervis || RNG || Coryphaenoides rupestris Grenadiervissen || GRV || Macrourus spp. Griet || BLL || Scophthalmus rhombus Grijze Zuidpoolkabeljauw || NOS || Lepidonotothen squamifrons Groene Zuidpoolkabeljauw || NOG || Gobionotothen gibberifrons Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || GHL || Reinhardtius hippoglossoides Grootoogrog || RJN || Leucoraja naevus Grootoogtonijn || BET || Thunnus obesus Grote lantaarnhaai || ETR || Etmopterus princeps Grote zilvervis || ARU || Argentina silus Haring || HER || Clupea harengus Haringhaai || POR || Lamna nasus Heek || HKE || Merluccius merluccius Heilbot || HAL || Hippoglossus hippoglossus Horsmakrelen || JAX || Trachurus spp. IJsheken || TOP || Dissostichus spp. IJsvis || ANI || Champsocephalus gunnari Inktvis || SQS || Martialia hyadesi Kaardrog || RJF || Raja fullonica Kabeljauw || COD || Gadus morhua Kever || NOP || Trisopterus esmarkii Kleinoogrog || RJE || Raja microocellata Koolvis || POK || Pollachius virens Kortvinpijlinktvis || SQI || Illex illecebrosus krabben || PAI || Paralomis spp. Lange schar || PLA || Hippoglossoides platessoides Langoustine || NEP || Nephrops norvegicus Langsnuitijsvis || LIC || Channichthys rhinoceratus Leng || LIN || Molva molva Lodde || CAP || Mallotus villosus Lom || USK || Brosme brosme Makreel || MAC || Scomber scombrus Noorse garnaal || PRA || Pandalus borealis Noorse rog || JAD || Raja (Dipturus) nidarosiensis Pacifische sneeuwkrabben || PCR || Chionoecetes spp. Peneïde garnalen || PEN || Penaeus spp. Platvissen || FLX || Pleuronectiformes Portugese ijshaai || CYO || Centroscymnus coelolepis Reuzenmanta || RMB || Manta birostris Rode diepzeekrabben || GER || Chaceon spp. Roggen || SRX || Rajiformes Roodbaarzen || RED || Sebastes spp. Ruwe haai || GAG || Galeorhinus galeus Schar || DAB || Limanda limanda Scharretongen || LEZ || Lepidorhombus spp. Schelvis || HAD || Melanogrammus aeglefinus Schol || PLE || Pleuronectes platessa Schubzwelghaai || GUQ || Centrophorus squamosus Scotiazee-ijsvis || SSI || Chaenocephalus aceratus Spitssnuitsnavelhaai || DCA || Deania calcea Sprot || SPR || Sprattus sprattus Stekelrog || RJC || Raja clavata Sterrog || RJR || Amblyraja radiata Tarbot || TUR || Psetta maxima Tong || SOL || Solea solea Tongen || SOO || Solea spp. Tongschar || LEM || Microstomus kitt Vleet || RJB || Dipturus batis Wijting || WHG || Merlangius merlangus Witje || WIT || Glyptocephalus cynoglossus Witte heek || HKW || Urophycis tenuis Witte koolvis || POL || Pollachius pollachius Witte marlijn || WHM || Tetrapturus albidus Witte rog || RJA || Raja alba Zandrog || RJI || Raja circularis Zandspieringen || SAN || Ammodytes spp. Zeeduivels || ANF || Lophiidae Zuidelijke blauwvintonijn || SBF || Thunnus maccoyii Zwaardvis || SWO || Xiphias gladius Zwarte haai || SCK || Dalatias licha Zwarte Patagonische ijsheek || TOP || Dissostichus eleginoides BIJLAGE IA
SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-DEELGEBIEDEN I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X,
XII
EN XIV, EU-WATEREN VAN CECAF EN WATEREN VAN FRANS-GUYANA || || || || || || || Soort: || Zandspieringen || || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Ammodytes spp. || || || (SAN/04-N.) || || Denemarken || || 0 || || Analytische TAC || || Verenigd Koninkrijk || 0 || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || 0 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || Soort: || Zandspieringen || || || Gebied: || EU-wateren van IIa, IIIa en IV(1) || || Ammodytes spp. || || || || || Denemarken || || 0 || (2) || Analytische TAC || || Verenigd Koninkrijk || 0 || || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || 0 || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Zweden || || 0 || (2) || || || || Unie || || 0 || || || || || Noorwegen || || 0 || || || || || || || || || || || || TAC || || 0 || || || || || (1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula. || || (2) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet bestaan uit zandspiering. Bijvangsten van schar, makreel en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OT1/*2A3A4). Bijzonder voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen als bepaald in bijlage IID, niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Gebied: EU-wateren van de beheersgebieden voor zandspieringen || || || 1 || 2 || 3 || 4 || 5 || 6 || 7 || (SAN/234_1) || (SAN/234_2) || (SAN/234_3) || (SAN/234_4) || (SAN/234_5) || (SAN/234_6) || (SAN/234_7) Denemarken || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Verenigd Koninkrijk || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Duitsland || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Zweden || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Unie || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Noorwegen || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || || || || || || || Totaal || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II || Argentina silus || || || (ARU/1/2.) || || Duitsland || || 24 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 8 || || || || || Nederland || || 19 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 39 || || || || || Unie || || 90 || || || || || || || || || || || || TAC || || 90 || || || || || || || || || || || || Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren van III en IV || || Argentina silus || || || (ARU/34-C) || || Denemarken || || 911 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 9 || || || || || Frankrijk || || 7 || || || || || Ierland || || 7 || || || || || Nederland || || 43 || || || || || Zweden || || 35 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 16 || || || || || Unie || || 1 028 || || || || || || || || || || || || TAC || || 1 028 || || || || || || || || || || || || Soort: || Grote zilvervis || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII || Argentina silus || || || (ARU/567.) || || Duitsland || || 289 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 6 || || || || || Ierland || || 268 || || || || || Nederland || || 3 023 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 212 || || || || || Unie || || 3 798 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 798 || || || || || || || || || || || || Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV || Brosme brosme || || || (USK/1214EI) || || Duitsland || || 6 || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 6 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 6 || (1) || || || || Overige || || 3 || (1) || || || || Unie || || 21 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 21 || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Lom || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 || Brosme brosme || || || (USK/3A/BCD) || Denemarken || || 15 || || Analytische TAC || || Zweden || || 7 || || || || || Duitsland || || 7 || || || || || Unie || || 29 || || || || || || || || || || || || TAC || || 29 || || || || || || || || || || || || Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren van IV || || Brosme brosme || || || (USK/04-C.) || || Denemarken || || 64 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 19 || || || || || Frankrijk || || 44 || || || || || Zweden || || 6 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 96 || || || || || Overige || || 6 || (1) || || || || Unie || || 235 || || || || || || || || || || || || TAC || || 235 || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Lom || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII || Brosme brosme || || || (USK/567EI.) || || Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || || Spanje || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Overige || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (2)(3)(4)(5) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (USK/*24X7C). || || || (3) Bijzondere voorwaarde: hiervan is in Vb, VI en VII tot 25 % per vaartuig in bijvangsten van andere soorten toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangst van andere soorten in Vb, VI en VII mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in ton (OTH/*5B67-): || || p.m. || || || || || (4) Met inbegrip van leng. De quota voor Noorwegen mogen in Vb, VI en VII alleen met beuglijnen worden gevangen. || || || Leng (LIN/*5B67-) || p.m. || || || || || || Lom (USK/*5B67-) || p.m. || || || || || (5) De lom- en lengquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid in ton: || || || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Lom || || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Brosme brosme || || || (USK/04-N.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Evervissen || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII en VIII || Caproidae || || || || (BOR/678-) || || Denemarken || || 31 291 || || Voorzorgs-TAC || || Ierland || || 88 115 || || || || || Verenigd Koninkrijk || 8 103 || || || || || || Unie || || 127 509 || || || || || || || || || || || || TAC || || 127 509 || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IIIa || || || Clupea harengus || || || (HER/03A.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. || || (2) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IV (HER/*04-C.). || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || EU-wateren en Noorse wateren van IV ten noorden van 53° 30′ NB || Clupea harengus || || || (HER/04AB.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring uitgesplitst naar IVa (HER/04A.) en IVb (HER/04B.) melden. (2) Tot 50 000 ton van deze hoeveelheid mag worden gevangen in EU-wateren van IVa en IVb (HER/*4AB-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (HER/*04N-)(1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || (1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring uitgesplitst naar IVa (HER/*4AN.) en IVb (HER/*4BN.) melden. || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Clupea harengus || || || (HER/04-N.) || || Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || || p.m. || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IIIa || || || Clupea harengus || || || (HER/03A-BC) || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IV, VIId en EU-wateren van IIa || || Clupea harengus || || || (HER/2A47DX) || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen als bijvangst met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring (1) || || || Gebied: || IVc, VIId (2) || || || Clupea harengus || || || (HER/4CXB7D) || België || || p.m. || (3) || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || (3) || || || || Nederland || || p.m. || (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (3) || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Uitsluitend voor aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. || (2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51° 56′ NB, 1° 19,1′ OL) tot 51° 33′ NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk. (3) Bijzondere voorwaarde: tot 50 % van dit quotum mag worden gevangen in IVb (HER/*04B.). || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN(1) || Clupea harengus || || || (HER/5B6ANB) || Duitsland || || 3 137 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 594 || || || || || Ierland || || 4 240 || || || || || Nederland || || 3 137 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 16 959 || || || || || Unie || || 28 067 || || || || || || || || || || || || TAC || || 28 067 || || || || || (1) Bedoeld is het haringbestand in het deel van ICES-zone VIa ten oosten van 7° WL en ten noorden van 55° NB, of ten westen van 7° WL en ten noorden van 56° NB met uitzondering van de Clyde. || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || VIaS(1), VIIb, VIIc || || Clupea harengus || || || (HER/6AS7BC) || Ierland || || p.m. || || Analytische TAC || || Nederland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Bedoeld is het haringbestand in VIa ten zuiden van 56° 00° NB en ten westen van 07° 00° WL. || || || || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || VI Clyde (1) || || || Clupea harengus || || || (HER/06ACL.) || || Verenigd Koninkrijk || || Nog vast te stellen || (2) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (3) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (3) || || || || (1) Clyde-bestand: bedoeld is het haringbestand in het zeegebied ten noordoosten van een lijn tussen: || || - Mull of Kintyre (55° 17,9' NB, 05° 47,8' WL); || || || || || - een punt op positie (55° 04' NB, 05° 23' WL); en || || || || || - Corsewall Point (55° 00,5' NB, 05° 09,4' WL). || || || || (2) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || || (3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || || || || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIa (1) || || || Clupea harengus || || || (HER/07/MM) || || Ierland || || 1 367 || || Analytische TAC || || Verenigd Koninkrijk || || 3 884 || || || || || Unie || || 5 251 || || || || || || || || || || || || TAC || || 5 251 || || || || || (1) Dit gebied wordt verminderd met het gebied dat wordt begrensd: || || || || || || - in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB, || || || || || - in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB, || || || || || - in het westen door de kust van Ierland, || || || || || || - in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk. || || || || || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIe en VIIf || || || Clupea harengus || || || (HER/7EF.) || || Frankrijk || || 465 || || Voorzorgs-TAC || || Verenigd Koninkrijk || || 465 || || || || || Unie || || 931 || || || || || || || || || || || || TAC || || 931 || || || || || || || || || || || || Soort: || Haring || || || Gebied: || VIIg(1), VIIh(1), VIIj(1) en VIIk(1) || Clupea harengus || || || (HER/7G-K.) || || Duitsland || || 248 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 1 380 || || || || || Ierland || || 19 324 || || || || || Nederland || || 1 380 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 28 || || || || || Unie || || 22 360 || || || || || || || || || || || || TAC || || 22 360 || || || || || (1) Dit gebied wordt verminderd met het gebied dat wordt begrensd: || || || || || || - in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB, || || || || || - in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB, || || || || || - in het westen door de kust van Ierland, || || || || || || - in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk. || || || || || || || || || || || Soort: || Ansjovis || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Engraulis encrasicolus || || || (ANE/9/3411) || || Spanje || || 4 198 || || Voorzorgs-TAC || || Portugal || || 4 580 || || || || || Unie || || 8 778 || || || || || || || || || || || || TAC || || 8 778 || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Skagerrak || || || Gadus morhua || || || (COD/03AN.) || || België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || (1) || || || || Zweden || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Kattegat || || || Gadus morhua || || || (COD/03AS.) || || Denemarken || || 49 || (1) || Analytische TAC || || Duitsland || || 1 || (1) || || || || Zweden || || 30 || (1) || || || || Unie || || 80 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 80 || (1) || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort || Gadus morhua || || || (COD/2A3AX4) || België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || (1) || || || || Nederland || || p.m. || (1) || || || || Zweden || || p.m. || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. (2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Noorse wateren van IV (COD/*04N-) || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Gadus morhua || || || (COD/04-N.) || || Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIb; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten westen van 12° 00' WL en van XII en XIV || Gadus morhua || || || (COD/5W6-14) || België || || 0 || || Voorzorgs-TAC || || Duitsland || || 2 || || || || || Frankrijk || || 23 || || || || || Ierland || || 9 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 40 || || || || || Unie || || 74 || || || || || || || || || || || || TAC || || 74 || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIa; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten oosten van 12° 00′ WL || Gadus morhua || || || || (COD/5BE6A) || || België || || 0 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 0 || || || || || Frankrijk || || 0 || || || || || Ierland || || 0 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 0 || || || || || Unie || || 0 || || || || || || || || || || || || TAC || || 0 || (1) || || || || (1) De bijvangst van kabeljauw in het gebied waarvoor deze TAC geldt, mag worden aangeland op voorwaarde dat zij per visreis niet meer dan 1,5 % uitmaakt van het levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten. || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIIa || || || Gadus morhua || || || || (COD/07A.) || || België || || 6 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 17 || || || || || Ierland || || 106 || || || || || Nederland || || 2 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 97 || || || || || Unie || || 228 || || || || || || || || || || || || TAC || || 228 || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VIIb, VIIc, VIIe-k, VIII, IX en X; EU-wateren || Gadus morhua || || || van CECAF 34.1.1 || || || || || || (COD/7XAD34) || België || || 306 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 5 008 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || 993 || || || || || Nederland || || 1 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 540 || || || || || Unie || || 6 848 || || || || || || || || || || || || TAC || || 6 848 || || || || || || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || || Gebied: || VII d || || || Gadus morhua || || || || (COD/07D.) || || België || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || (1) || || || || Nederland || || p.m. || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) De lidstaten mogen de vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra toewijzingen toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 12 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig artikel 6 van deze verordening. || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Haringhaai || || || Gebied: || Wateren van Frans-Guyana, Kattegat; || Lamna nasus || || || EU-wateren van het Skagerrak, || || || || || || I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV; || || || || || EU-wateren van CECAF 34.1.1, 34.1.2 en 34.2 || || || || || (POR/3-1234) || || Denemarken || || 0 || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Ierland || || 0 || (1) || || || || Spanje || || 0 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || 0 || || (1) || || || || Unie || || 0 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 0 || (1) || || || || (1) Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. || || || || || || || || || Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/2AC4-C) || || België || || 6 || || Analytische TAC || || Denemarken || || 5 || || || || || Duitsland || || 5 || || || || || Frankrijk || || 34 || || || || || Nederland || || 27 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 2 006 || || || || || Unie || || 2 083 || || || || || || || || || || || || TAC || || 2 083 || || || || || || || || || || || || Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb; VI; || Lepidorhombus spp. || || || internationale wateren van XII en XIV || || || || || (LEZ/56-14) || || Spanje || || 463 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 1 805 || || || || || Ierland || || 528 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 278 || || || || || Unie || || 4 074 || || || || || || || || || || || || TAC || || 4 074 || || || || || || || || || || || || Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VII || || || Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/07.) || || België || || 376 || (1) || Analytische TAC || || Spanje || || 4 172 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Frankrijk || || 5 064 || (1) || || || || Ierland || || 2 302 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 994 || (1) || || || || Unie || || 13 908 || || || || || || || || || || || || TAC || || 13 908 || || || || || (1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe || || Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/8ABDE.) || || Spanje || || 760 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 613 || || || || || Unie || || 1 373 || || || || || || || || || || || || TAC || || 1 373 || || || || || || || || || || || || Soort: || Scharretongen || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Lepidorhombus spp. || || || || (LEZ/8C3411) || || Spanje || || 2 084 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 104 || || || || || Portugal || || 69 || || || || || Unie || || 2 257 || || || || || || || || || || || || TAC || || 2 257 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schar en bot || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Limanda limanda en || || || (DAB/2AC4-C) voor schar; || Platichthys flesus || || || || (FLE/2AC4-C) voor bot België || || 402 || || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || 1 511 || || || || || Duitsland || || 2 266 || || || || || Frankrijk || || 157 || || || || || Nederland || || 9 136 || || || || || Zweden || || 5 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 270 || || || || || Unie || || 14 747 || || || || || || || || || || || || TAC || || 14 747 || || || || || || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Lophiidae || || || || (ANF/2AC4-C) || België || || 246 || (1) || Analytische TAC || || Denemarken || || 543 || (1) || || || || Duitsland || || 265 || (1) || || || || Frankrijk || || 50 || (1) || || || || Nederland || || 186 || (1) || || || || Zweden || || 6 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 5 666 || (1) || || || || Unie || || 6 962 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 6 962 || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in: VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*56-14). || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Lophiidae || || || || (ANG/04-N.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Lophiidae || || || || (ANF/56-14) || || België || || 141 || || Voorzorgs-TAC || || Duitsland || || 162 || || || || || Spanje || || 151 || || || || || Frankrijk || || 1 743 || || || || || Ierland || || 394 || || || || || Nederland || || 136 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 212 || || || || || Unie || || 3 939 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 939 || || || || || || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VII || || || Lophiidae || || || || (ANF/07.) || || België || || 2 693 || (1) (2) || Analytische TAC || || Duitsland || || 300 || (1) (2) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Spanje || || 1 070 || (1) (2) || || || || Frankrijk || || 17 282 || (1) (2) || || || || Ierland || || 2 209 || (1) (2) || || || || Nederland || || 349 || (1) (2) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 5 241 || (1) (2) || || || || Unie || || 29 144 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 29 144 || (1) || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % in VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe worden gevangen (ANF/*8ABDE). || || (2) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe || || Lophiidae || || || || (ANF/8ABDE.) || Spanje || || 1 190 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 6 619 || || || || || Unie || || 7 809 || || || || || || || || || || || || TAC || || 7 809 || || || || || || || || || || || || Soort: || Zeeduivels || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Lophiidae || || || || (ANF/8C3411) || || Spanje || || 2 191 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 2 || || || || || Portugal || || 436 || || || || || Unie || || 2 629 || || || || || || || 0 || || || || || TAC || || 2 629 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || IIIa, EU-wateren van deelsectoren 22-32 || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/3A/BCD) || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa || || Melanogrammus aeglefinus || || || (HAD/2AC4.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || || || || Duitsland || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Noorse wateren van IV (HAD/*04N-) || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/04-N.) || || Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/6B1214) || België || || 3 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 3 || || || || || Frankrijk || || 133 || || || || || Ierland || || 95 || || || || || Verenigd Koninkrijk || 976 || || || || || || Unie || || 1 210 || || || || || || || || || || || || TAC || || 1 210 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb en VIa; || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/5BC6A.) || België || || 9 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 11 || || || || || Frankrijk || || 440 || || || || || Ierland || || 314 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 3 214 || || || || || Unie || || 3 988 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 988 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || VIIb-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/7X7A34) || België || || 40 || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 2 402 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || 800 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 360 || (1) || || || || Unie || || 3 602 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 3 602 || || || || || (1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || Soort: || Schelvis || || || Gebied: || VIIa || || || Melanogrammus aeglefinus || || || || (HAD/07A.) || || België || || 15 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 69 || || || || || Ierland || || 412 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 455 || || || || || Unie || || 951 || || || || || || || || || || || || TAC || || 951 || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || IIIa || || || Merlangius merlangus || || || || (WHG/03 A.) || || Denemarken || || p.m. || || Voorzorgs-TAC || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa || || Merlangius merlangus || || || (WHG/2AC4.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Noorse wateren van IV (WHG/*04N-) || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Merlangius merlangus || || || || (WHG/56-14) || || Duitsland || || 1 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 29 || || || || || Ierland || || 70 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 134 || || || || || Unie || || 234 || || || || || || || || || || || || TAC || || 234 || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIIa || || || Merlangius merlangus || || || || (WHG/07A.) || || België || || 0 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 5 || || || || || Ierland || || 27 || || || || || Nederland || || 0 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 35 || || || || || Unie || || 67 || || || || || || || || || || || || TAC || || 67 || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj en VIIk || Merlangius merlangus || || || || (WHG/7X7A-C) || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || p.m. || || || || || Nederland || p.m. || || || || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || VIII || || || Merlangius merlangus || || || || (WHG/08.) || || Spanje || || 1 016 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 1 524 || || || || || Unie || || 2 540 || || || || || || || || || || || || TAC || || 2 540 || || || || || || || || || || || || Soort: || Wijting || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Merlangius merlangus || || || || (WHG/9/3411) || || Portugal || || Nog vast te stellen || (1) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (2) || || || || (1) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || (2) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 1 is bepaald. || || || || || || || || || Soort: || Wijting en witte koolvis || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Merlangius merlangus en || || || (WHG/04-N.) voor wijting; || || Pollachius pollachius || || || || (POL/04-N.) voor witte koolvis || Zweden || || p.m. || (1) || Voorzorgs-TAC || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || Soort: || Heek || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 || Merluccius merluccius || || || || (HKE/3A/BCD) || Denemarken || || 2 273 || (2) || Analytische TAC || || Zweden || || 193 || (2) || || || || Unie || || 2 466 || || || || || || || || || || || || TAC || || 2 466 || (1) || || || || (1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || || || || 81 846 || || || || || (2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. || || || || || || || Soort: || Heek || || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Merluccius merluccius || || || || (HKE/2AC4-C) || België || || 41 || || Analytische TAC || || Denemarken || || 1 661 || || || || || Duitsland || || 191 || || || || || Frankrijk || || 368 || || || || || Nederland || || 95 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 518 || || || || || Unie || || 2 874 || || || || || || || || || || || || TAC || || 2 874 || (1) || || || || (1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || || || || 81 846 || || || || || || || || || || || || Soort: || Heek || || || Gebied: || VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Merluccius merluccius || || || (HKE/571214) || || || || || || || België || || 422 || (1) (3) || Analytische TAC || || Spanje || || 13 529 || (3) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Frankrijk || || 20 893 || (1) (3) || || || || Ierland || || 2 532 || (3) || || || || Nederland || || 272 || (1) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 8 248 || (1) (3) || || || || Unie || || 45 896 || || || || || || || || || || || || TAC || || 45 896 || (2) || || || || (1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. (1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || || || || 81 846 || || || || || (3) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe (HKE/*8ABDE) || || || || || België || || 55 || || || || || Spanje || || 2 181 || || || || || Frankrijk || || 2 181 || || || || || Ierland || || 273 || || || || || Nederland || || 27 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 228 || || || || || Unie || || 5 947 || || || || || || || || || || || || Soort: || Heek || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe || || Merluccius merluccius || || || || (HKE/8ABDE.) || België || || 14 || (1) || Analytische TAC || || Spanje || || 9 418 || || || || || Frankrijk || || 21 151 || || || || || Nederland || || 27 || (1) || || || || Unie || || 30 610 || || || || || || || || || || || || TAC || || 30 610 || (2) || || || || (1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar zone IV en de EU-wateren van IIa. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. (1) Binnen de volgende totale TAC voor het noordelijke heekbestand: || || || || || 81 846 || || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || VI en VII; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (HKE/*57-14). || België || || 3 || || || || || Spanje || || 2 728 || || || || || Frankrijk || || 4 911 || || || || || Nederland || || 8 || || || || || Unie || || 7 650 || || || || || || || || || || || || Soort: || Heek || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Merluccius merluccius || || || || (HKE/8C3411) || || Spanje || || 10 409 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 999 || || || || || Portugal || || 4 858 || || || || || Unie || || 16 266 || || || || || || || || || || || || TAC || || 16 266 || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || Noorse wateren van II en IV || || Micromesistius poutassou || || || || (WHB/24-N.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV || Micromesistius poutassou || || || || (WHB/1X14) || || Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || (1) || || || || Spanje || || p.m. || (1) (2) || || || || Frankrijk || || p.m. || (1) || || || || Ierland || || p.m. || (1) || || || || Nederland || || p.m. || (1) || || || || Portugal || || p.m. || (1) (2) || || || || Zweden || || p.m. || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || (1) || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag niet meer dan het volgende percentage worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM1): || || p.m. || || || || || (2) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Micromesistius poutassou || || || || (WHB/8C3411) || Spanje || || p.m. || || Analytische TAC || || Portugal || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag niet meer dan het volgende percentage worden gevangen in de Noorse EEZ of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2): || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe wijting || || Gebied: || EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30′ NB en VII ten westen van 12° WL || Micromesistius poutassou || || || || (WHB/24A567) || Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten. || || (2) Bijzondere voorwaarde: de vangst in IV bedraagt niet meer dan de volgende hoeveelheid (WHB/*04A-C): || || || || p.m. || || || || || || Deze vangstbeperking in IV stemt overeen met het volgende percentage van het toegangsquotum van Noorwegen: || || || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Tongschar en witje || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Microstomus kitt en || || || (LEM/2AC4-C) voor tongschar; || || Glyptocephalus cynoglossus || || || || (WIT/2AC4-C) voor witje België || || 321 || || Voorzorgs-TAC || || || Denemarken || || 884 || || || || || Duitsland || || 114 || || || || || Frankrijk || || 242 || || || || || Nederland || || 736 || || || || || Zweden || || 10 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 3 617 || || || || || Unie || || 5 924 || || || || || || || || || || || || TAC || || 5 924 || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van Vb, VI en VII || Molva dypterygia || || || || (BLI/5B67-) || || Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || || Estland || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Litouwen || || p.m. || || || || || Polen || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Overige || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || (2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII (BLI/*24X7C). || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || Internationale wateren van XII || || Molva dypterygia || || || || (BLI/12INT-) || || Estland || || 2 || (1) || Voorzorgs-TAC || || Spanje || || 591 || (1) || || || || Frankrijk || || 14 || (1) || || || || Litouwen || || 5 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 5 || (1) || || || || Overige || || 2 || (1) || || || || Unie || || 619 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 619 || (1) || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van II en IV || Molva dypterygia || || || || (BLI/24-) || || Denemarken || || 4 || || Voorzorgs-TAC || || Duitsland || || 4 || || || || || Ierland || || 4 || || || || || Frankrijk || || 23 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 14 || || || || || Andere (1) || || 4 || || || || || Unie || || 53 || || || || || || || || || || || || TAC || || 53 || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van III || Molva dypterygia || || || || (BLI/03-) || || Denemarken || || 3 || || Voorzorgs-TAC || || Duitsland || || 2 || || || || || Zweden || || 3 || || || || || Unie || || 8 || || || || || || || || || || || || TAC || || 8 || || || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I en II || Molva molva || || || || (LIN/1/2.) || || Denemarken || || 8 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 8 || || || || || Frankrijk || || 8 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 8 || || || || || Overige || || 4 || (1) || || || || Unie || || 36 || || || || || || || || || || || || TAC || || 36 || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIIbcd || || Molva molva || || || || (LIN/3A/BCD) || || België || || 5 || (1) || Analytische TAC || || Denemarken || || 40 || || || || || Duitsland || || 5 || (1) || || || || Zweden || || 15 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 5 || (1) || || || || Unie || || 70 || || || || || || || || || || || || TAC || || 70 || || || || || (1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en de EU-wateren van IIIbcd worden gevangen. || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren van IV || || Molva molva || || || || (LIN/04-C.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || || || || Duitsland || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V || Molva molva || || || || (LIN/05EI.) || || België || || 9 || || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || 6 || || || || || Duitsland || || 6 || || || || || Frankrijk || || 6 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 6 || || || || || Unie || || 33 || || || || || || || || || || || || TAC || || 33 || || || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV || Molva molva || || || || (LIN/6X14.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Duitsland || || p.m. || || || || || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Portugal || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) (2) (3) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan is in Vb, VI en VII tot 25 % per vaartuig in bijvangsten van andere soorten toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangst van andere soorten in VI en VII mag niet meer bedragen dan de volgende hoeveelheid in ton (OTH/*6X14.): || || p.m. || || || || || (2) Inclusief lom. De quota voor Noorwegen mogen in Vb, VI en VII alleen met beuglijnen worden gevangen en bedragen: || || Leng (LIN/*5B67-) || p.m. || || || || || || Lom (USK/*5B67-) || p.m. || || || || || (3) De leng- en lomquota voor Noorwegen zijn uitwisselbaar tot de volgende maximumhoeveelheid in ton: || || || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Leng || || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Molva molva || || || || (LIN/04-N.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/3A/BCD) || Denemarken || || 3 688 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 11 || || || || || Zweden || || 1 320 || || || || || Unie || || 5 019 || || || || || || || || || || || || TAC || || 5 019 || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/2AC4-C) || || België || || 787 || || Analytische TAC || || Denemarken || || 787 || || || || || Duitsland || || 12 || || || || || Frankrijk || || 23 || || || || || Nederland || || 405 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 13 024 || || || || || Unie || || 15 038 || || || || || || || || || || || || TAC || || 15 038 || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/04-N.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/5BC6.) || || Spanje || || p.m. || || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || VII || || || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/07.) || || Spanje || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || p.m. || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Functionele eenheid 16 van ICES-deelgebied VII (NEP/*07U16): || || || || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe || || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/8ABDE.) || Spanje || || 192 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 3 008 || || || || || Unie || || 3 200 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 200 || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || VIII c || || || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/08C.) || || Spanje || || 64 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 3 || || || || || Unie || || 67 || || || || || || || || || || || || TAC || || 67 || || || || || || || || || || || || Soort: || Langoustine || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Nephrops norvegicus || || || || (NEP/9/3411) || || Spanje || || 55 || || Analytische TAC || || Portugal || || 166 || || || || || Unie || || 221 || || || || || || || || || || || || TAC || || 221 || || || || || || || || || || || || Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || IIIa || || || Pandalus borealis || || || || (PRA/03A.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Zweden || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Pandalus borealis || || || || (PRA/2AC4-C) || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Noorse garnaal || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Pandalus borealis || || || || (PRA/04-N.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Zweden || || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Peneïde garnalen || || Gebied: || Wateren van Frans-Guyana || || Penaeus spp. || || || (PEN/FGU.) || || Verenigd Koninkrijk || || Nog vast te stellen || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (2) (3) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (2) (3) || || || || (1) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || || (2) Vissen op garnalen van de soorten Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m. || (3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || Skagerrak || || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/03AN.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || Kattegat || || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/03AS.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Zweden || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort || Pleuronectes platessa || || || || (PLE/2A3AX4) || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || Noorse wateren van IV (PLE/*04N-) || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; || Pleuronectes platessa || || || internationale wateren van XII en XIV || || || || || (PLE/56-14) || || Frankrijk || || 18 || || Voorzorgs-TAC || || Ierland || || 240 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 400 || || || || || Unie || || 658 || || || || || || || || || || || || TAC || || 658 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIa || || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/07A.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIb en VIIc || || || Pleuronectes platessa || || || || (PLE/7BC.) || || Frankrijk || || 15 || || Voorzorgs-TAC || || Ierland || || 59 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Unie || || 74 || || || || || || || || || || || || TAC || || 74 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIId en VIIe || || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/7DE.) || || België || || 871 || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 2 903 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 548 || || || || || Unie || || 5 322 || || || || || || || || || || || || TAC || || 5 322 || || || || || (1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 1 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIf en VIIg || || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/7FG.) || || België || || 110 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 198 || || || || || Ierland || || 31 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 104 || || || || || Unie || || 443 || || || || || || || || || || || || TAC || || 443 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIIh, VIIj en VIIk || || Pleuronectes platessa || || || (PLE/7HJK.) || || België || || 8 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 17 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || 59 || || || || || Nederland || || 34 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 17 || || || || || Unie || || 135 || || || || || || || || || || || || TAC || || 135 || || || || || || || || || || || || Soort: || Schol || || || Gebied: || VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Pleuronectes platessa || || || || (PLE/8/3411) || || Spanje || || 66 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 263 || || || || || Portugal || || 66 || || || || || Unie || || 395 || || || || || || || || || || || || TAC || || 395 || || || || || || || || || || || || Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Pollachius pollachius || || || (POL/56-14) || || Spanje || || 6 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 190 || || || || || Ierland || || 56 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 145 || || || || || Unie || || 397 || || || || || || || || || || || || TAC || || 397 || || || || || || || || || || || || Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VII || || || Pollachius pollachius || || || (POL/07.) || || België || || 336 || || Voorzorgs-TAC || || Spanje || || 20 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Frankrijk || || 7 734 || || || || || Ierland || || 824 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 1 882 || || || || || Unie || || 10 796 || || || || || || || || || || || || TAC || || 10 796 || || || || || || || || || || || || Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe || || Pollachius pollachius || || || (POL/8ABDE.) || Spanje || || 202 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 984 || || || || || Unie || || 1 186 || || || || || || || || || || || || TAC || || 1 186 || || || || || || || || || || || || Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || VIII c || || || Pollachius pollachius || || || (POL/08C.) || || Spanje || || 166 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 19 || || || || || Unie || || 185 || || || || || || || || || || || || TAC || || 185 || || || || || || || || || || || || Soort: || Witte koolvis || || || Gebied: || IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Pollachius pollachius || || || (POL/9/3411) || || Spanje || || 273 || (1) || Voorzorgs-TAC || || Portugal || || 9 || (1) || || || || Unie || || 282 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 282 || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIIIc (POL/*08C.). || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 || Pollachius virens || || || (POK/2A34.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Mag uitsluitend in de EU-wateren van IV en in IIIa worden gevangen (POK/*3A4-C). Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken. || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb, XII en XIV || Pollachius virens || || || (POK/56-14) || || Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Te vangen ten noorden van 56° 30′ NB (POK/*5614N). || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || || Gebied: || Noorse wateren ten zuiden van 62° NB || Pollachius virens || || || (POK/04-N.) || || Zweden || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Unie || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || || Gebied: || VII, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Pollachius virens || || || (POK/7/3411) || || België || || 8 || || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 1 787 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || 894 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 487 || || || || || Unie || || 3 176 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 176 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tarbot en griet || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Psetta maxima en || || || (TUR/2AC4-C) voor tarbot; || || Scophthalmus rhombus || || || (BLL/2AC4-C) voor griet || België || || 340 || || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || 727 || || || || || Duitsland || || 186 || || || || || Frankrijk || || 88 || || || || || Nederland || || 2 579 || || || || || Zweden || || 5 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 717 || || || || || Unie || || 4 642 || || || || || || || || || || || || TAC || || 4 642 || || || || || || || || || || || || Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Rajiformes || || || || (SRX/2AC4-C) || || België || || 169 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || 7 || (1) (2) (3) || || || || Duitsland || || 8 || (1) (2) (3) || || || || Frankrijk || || 27 || (1) (2) (3) || || || || Nederland || 144 || || (1) (2) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || 650 || || (1) (2) (3) || || || || Unie || || 1 005 || (1) (3) || || || || || || || || || || || TAC || || 1 005 || (3) || || || || (1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/2AC4-C), stekelrog (Raja clavata) (RJC/2AC4‑C), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/2AC4-C), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/2AC4-C) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/2AC4-C) worden afzonderlijk gemeld. (2) Bijvangstquotum. Deze soorten mogen per visreis niet meer dan 25 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten uitmaken. Deze voorwaarde geldt enkel voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 meter. (3) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis). Als vissen van deze soort incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. || || || || || || || Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van IIIa || || Rajiformes || || || || (SRX/03A-C.) || || Denemarken || || 33 || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || || Zweden || || 9 || (1) (2) || || || || Unie || || 42 || (1) (2) || || || || || || || || || || || TAC || || 42 || (2) || || || || (1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/03A-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/03A-C.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/03A-C.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/03A-C.) worden afzonderlijk gemeld. (2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en stekelrog (Raja clavata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. || || || || || || || Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k || Rajiformes || || || || (SRX/67AKXD) || België || || 645 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || || Estland || || 4 || (1) (2) (3) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Frankrijk || || 2 891 || (1) (2) (3) || || || || Duitsland || || 9 || (1) (2) (3) || || || || Ierland || || 932 || (1) (2) (3) || || || || Litouwen || || 15 || (1) (2) (3) || || || || Nederland || 3 || || (1) (2) (3) || || || || Portugal || || 16 || (1) (2) (3) || || || || Spanje || || 779 || (1) (2) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || 1 845 || || (1) (2) (3) || || || || Unie || || 7 139 || (1) (2) (3) || || || || || || || || || || || TAC || || 7 139 || (2) || || || || (1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/67AKXD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/67AKXD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/67AKXD), zandrog (Raja circularis) (RJI/67AKXD) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/67AKXD) worden afzonderlijk gemeld. (2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis), Noorse rog (Raja (Dipturus) nidarosiensis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. (3) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIId (SRX/*07D). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*07D.), zandrog (Raja circularis) (RJI/*07D.) en kaardrog (Raja fullonica) (RJF/*07D.) worden afzonderlijk gemeld. || || || || || || || Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIId || || Rajiformes || || || || (SRX/07D.) || || België || || 57 || (1) (2) (3) || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 482 || (1) (2) (3) || || || || Nederland || 3 || || (1) (2) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || 96 || || (1) (2) (3) || || || || Unie || || 638 || (1) (2) (3) || || || || || || || || || || || TAC || || 638 || (2) || || || || (1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/07D.), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/07D.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/07D.) worden afzonderlijk gemeld. (2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en golfrog (Raja undulata). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. (3) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevist in de EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k (SRX/*67AKD). Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*67AKD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*67AKD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*67AKD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*67AKD), kleinoogrog (Raja microocellata) (RJE/*67AKD) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/*67AKD) worden afzonderlijk gemeld. || || || || || || || Soort: || Roggen || || Gebied: || EU-wateren van VIII en IX || || Rajiformes || || || || (SRX/89-C.) || || België || || 6 || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || || Frankrijk || || 1 153 || (1) (2) || || || || Portugal || || 934 || (1) (2) || || || || Spanje || || 940 || (1) (2) || || || || Verenigd Koninkrijk || 7 || || (1) (2) || || || || Unie || || 3 040 || (1) (2) || || || || || || || || || || || TAC || || 3 040 || (2) || || || || (1) Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/89-C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/89-C.) en stekelrog (Raja clavata) (RJC/89-C.) worden afzonderlijk gemeld. (2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis) en witte rog (Raja alba). Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. || || || || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV; EU-wateren en internationale wateren van Vb en VI || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/2A-C46) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || || || || || Estland || || p.m. || || || || || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Litouwen || || p.m. || || || || || Polen || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Te vangen in EU-wateren van IIa en VI. In VI mag deze hoeveelheid alleen met beuglijnen worden gevangen (GHL/*2A6-C). || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Makreel || || || Gebied: || IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIb, IIIc en deelsectoren 22-32 || Scomber scombrus || || || (MAC/2A34.) || || België || || p.m. || (3) || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || (3) || || || || Duitsland || || p.m. || (3) || || || || Frankrijk || || p.m. || (3) || || || || Nederland || || p.m. || (3) || || || || Zweden || || p.m. || (1) (2) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (3) || || || || Unie || || p.m. || (1) (3) || || || || Noorwegen || || p.m. || (4) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: met inbegrip van de volgende hoeveelheid (in ton) te vangen in Noorse wateren ten zuiden van 62° NB (MAC/*04N-): || || || p.m. || || || || || (2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. (3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen (MAC/*4AN.). || || || (4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (toegangsquotum). Deze hoeveelheid omvat het volgende Noorse aandeel in de Noordzee-TAC: || || p.m. || || || || || || Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen (MAC/*04A.), behalve de volgende hoeveelheid (in ton) die mag worden gevangen in IIIa (MAC/*03A.): || || p.m. || || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de volgende hoeveelheden: || || || || || || || IIIa || IIIa en IVbc || IVb || IVc || VI, internationale wateren van IIa, van 1 januari tot en met 31 maart 2014 en in december 2014 || || || (MAC/*03A.) || (MAC/*3A4BC) || (MAC/*04 B.) || (MAC/*04C.) || (MAC/*2A6.) || || Denemarken || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || Frankrijk || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || Nederland || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || Zweden || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || Noorwegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Makreel || || || Gebied: || VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV || Scomber scombrus || || || (MAC/2CX14-) || Duitsland || || p.m. || || Analytische TAC || || Spanje || || p.m. || || || || || Estland || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Ierland || || p.m. || || || || || Letland || || p.m. || || || || || Litouwen || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Polen || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Mag worden gevangen in IIa, VIa ten noorden van 56° 30′ NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh (MAC/*AX7H). || || (2) Noorwegen mag de volgende hoeveelheid (in ton) aan extra toegangsquotum vangen ten noorden van 56° 30′ NB; deze hoeveelheid wordt in mindering gebracht op de vangstbeperking van Noorwegen (MAC/*N6530): || || p.m. || || || || || || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden en perioden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || || EU-wateren en Noorse wateren van IVa Gedurende de perioden van 1 januari tot en met 15 februari 2014 en van 1 september tot en met 31 december 2014 || Noorse wateren van IIa || || || || (MAC/*04A-EN) || || (MAC/*2AN-) || || || || Duitsland || || p.m. || p.m. || || || || Frankrijk || || p.m. || p.m. || || || || Ierland || || p.m. || p.m. || || || || Nederland || || p.m. || p.m. || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || p.m. || || || || Unie || || p.m. || p.m. || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Makreel || || || Gebied: || VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Scomber scombrus || || || (MAC/8C3411) || Spanje || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || p.m. || (1) || || || || Portugal || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: de hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD.). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25 % van de quota van de donorlidstaat bedragen. || || || || || || || Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || || || || || || || VIIIb (MAC/*08B.) || || || || || || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Portugal || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Makreel || || || Gebied: || Noorse wateren van IIa en IVa || Scomber scombrus || || || (MAC/2A4A-N) || Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Unie || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Vangsten in IIa (MAC/*02A.) en in IVa (MAC/*4A.) worden afzonderlijk gemeld. || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || IIIa; EU-wateren van de deelsectoren 22-32 || Solea solea || || || || (SOL/3A/BCD) || Denemarken || || 297 || || Analytische TAC || || Duitsland || || 17 || (1) || || || || Nederland || || 28 || (1) || || || || Zweden || || 11 || || || || || Unie || || 353 || || || || || || || || || || || || TAC || || 353 || || || || || (1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa en van de deelsectoren 22-32 worden gevangen. || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Solea solea || || || || (SOL/24-C.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Denemarken || || p.m. || || || || || Duitsland || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van IV (SOL/*04-C.). || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Solea solea || || || || (SOL/56-14) || || Ierland || || 46 || || Voorzorgs-TAC || || Verenigd Koninkrijk || || 11 || || || || || Unie || || 57 || || || || || || || || || || || || TAC || || 57 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VIIa || || || Solea solea || || || || (SOL/07A.) || || België || || 46 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 1 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Ierland || || 12 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || 15 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 21 || || || || || Unie || || 95 || || || || || || || || || || || || TAC || || 95 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VIIb en VIIc || || || Solea solea || || || || (SOL/7BC.) || || Frankrijk || || 7 || || Voorzorgs-TAC || || Ierland || || 35 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Unie || || 42 || || || || || || || || || || || || TAC || || 42 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VII d || || || Solea solea || || || || (SOL/07D.) || || België || || 875 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 1 751 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 625 || || || || || Unie || || 3 251 || || || || || || || || || || || || TAC || || 3 251 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VII e || || || Solea solea || || || || (SOL/07E.) || || België || || 29 || (1) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 313 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || 490 || (1) || || || || Unie || || 832 || || || || || || || || || || || || TAC || || 832 || || || || || (1) De lidstaten mogen vaartuigen die hun vlag voeren en die deelnemen aan proeven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum een extra toewijzing toekennen voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5 % van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, zulks overeenkomstig hoofdstuk II van titel II van deze verordening. || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VIIf en VIIg || || || Solea solea || || || || (SOL/7FG.) || || België || || 574 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 58 || || || || || Ierland || || 29 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 259 || || || || || Unie || || 920 || || || || || || || || || || || || TAC || || 920 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VIIh, VIIj en VIIk || || Solea solea || || || || (SOL/7HJK.) || || België || || 27 || || Analytische TAC || || Frankrijk || || 54 || || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing || Ierland || || 144 || || || || || Nederland || || 43 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 54 || || || || || Unie || || 322 || || || || || || || || || || || || TAC || || 322 || || || || || || || || || || || || Soort: || Tong || || Gebied: || VIIIa en VIIIb || || || Solea solea || || || || (SOL/8AB.) || || België || || p.m. || || Analytische TAC || || Spanje || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || || || || || || || || Soort: || Tongen || || || Gebied: || VIIIc, VIIId, VIIIe, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1 || Solea spp. || || || || (SOO/8CDE34) || Spanje || || 403 || || Voorzorgs-TAC || || Portugal || || 669 || || || || || Unie || || 1 072 || || || || || || || 0 || || || || || TAC || || 1 072 || || || || || || || || || || || || Soort: || Sprot en bijvangsten || Gebied: || IIIa || || || Sprattus sprattus || || || (SPR/03A.) || || Denemarken || || p.m. || (1) || Voorzorgs-TAC || || Duitsland || || p.m. || (1) || || || || Zweden || || p.m. || (1) || || || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar, wijting en schelvis worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*03A.). || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Sprot en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Sprattus sprattus || || || (SPR/2AC4-C) || || België || || p.m. || (2) || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || p.m. || (2) || || || || Duitsland || || p.m. || (2) || || || || Frankrijk || || p.m. || (2) || || || || Nederland || || p.m. || (2) || || || || Zweden || || p.m. || (1) (2) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (2) || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Inclusief zandspiering. || || || || || || (2) Ten minste 98 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit sprot bestaan. Bijvangsten van schar en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 2 % van het quotum (OTH/*2AC4C). || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Sprot || || || Gebied: || VIId en VIIe || || || Sprattus sprattus || || || (SPR/7DE.) || || België || || 26 || || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || 1 674 || || || || || Duitsland || || 26 || || || || || Frankrijk || || 361 || || || || || Nederland || || 361 || || || || || Verenigd Koninkrijk || || 2 702 || || || || || Unie || || 5 150 || || || || || || || || || || || || TAC || || 5 150 || || || || || || || || || || || || Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren van IIIa || || Squalus acanthias || || || (DGS/03A-C.) || || Denemarken || || 0 || || Analytische TAC || || Zweden || || 0 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || 0 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || 0 || || || || || || || || || || || || Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren van IIa en IV || || Squalus acanthias || || || (DGS/2AC4-C) || België || || 0 || (1) || Analytische TAC || || Denemarken || || 0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || 0 || (1) || || || || Nederland || 0 || || (1) || || || || Zweden || || 0 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || 0 || || (1) || || || || Unie || || 0 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 0 || (1) || || || || (1) Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. || || || || || || || Soort: || Doornhaai || || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV || Squalus acanthias || || || (DGS/15X14) || || België || || 0 || (1) || Analytische TAC || || Duitsland || || 0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || || 0 || (1) || Artikel 11 van deze verordening is van toepassing. || Ierland || || 0 || (1) || || || || Nederland || 0 || || (1) || || || || Portugal || || 0 || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || 0 || || (1) || || || || Unie || || 0 || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || 0 || (1) || || || || (1) Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese ijshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Als vissen van deze soorten incidenteel worden gevangen, worden zij ongedeerd gelaten. Zij worden onmiddellijk teruggezet. || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IVb, IVc en VIId || Trachurus spp. || || || (JAX/4BC7D) || || België || || p.m. || (3) || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || p.m. || (3) || || || || Duitsland || || p.m. || (1) (3) || || || || Spanje || || p.m. || (3) || || || || Frankrijk || || p.m. || (1) (3) || || || || Ierland || || p.m. || (3) || || || || Nederland || || p.m. || (1) (3) || || || || Portugal || || p.m. || (3) || || || || Zweden || || p.m. || (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || (1) (3) || || || || Unie || || p.m. || || || || || Noorwegen || || p.m. || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || p.m. || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum in sector VIId wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor het gebied: EU-wateren van IIa, IVa, VI, VIIa-c,VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (JAX/*2A-14). (2) Mag uitsluitend worden gevangen in EU-wateren van IV (JAX/*04-C.). || || || || (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervissen, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*4BC7D). || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen en bijvangsten || Gebied: || EU-wateren van IIa, IVa; VI, VIIa-c, VIIe-k, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV || Trachurus spp. || || || (JAX/2A-14) || || Denemarken || || 9 411 || (1) (3) || Analytische TAC || || Duitsland || || 7 343 || (1) (2) (3) || || || || Spanje || || 10 016 || (3) || || || || Frankrijk || || 3 780 || (1) (2) (3) || || || || Ierland || || 24 457 || (1) (3) || || || || Nederland || 29 463 || || (1) (2) (3) || || || || Portugal || || 965 || (3) || || || || Zweden || || 675 || (1) (3) || || || || Verenigd Koninkrijk || 8 856 || || (1) (2) (3) || || || || Unie || || 94 966 || || || || || || || || || || || || TAC || || 94 966 || || || || || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van wat voor dit quotum vóór 30 juni 2014 in de EU-wateren van IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met het quotum voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId (JAX/*4BC7D). (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIId (JAX/*07D.). || || || (3) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit horsmakreel bestaan. Bijvangsten van evervis, schelvis, wijting en makreel worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OTH/*2A-14). || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || VIII c || || || Trachurus spp. || || || (JAX/08C.) || || Spanje || || 13 470 || (1) (2) || Analytische TAC || || Frankrijk || || 233 || (1) || || || || Portugal || || 1 331 || (1) (2) || || || || Unie || || 15 034 || || || || || || || || || || || || TAC || || 15 034 || || || || || (1) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20. (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in IX (JAX/*09.). || || || || [1] Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PB L 125 van 27.4.1998, blz. 1-36). || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || IX || || || Trachurus spp. || || || (JAX/09.) || || Spanje || || 9 055 || (1) (2) || Analytische TAC || || Portugal || || 25 945 || (1) (2) || || || || Unie || || 35 000 || || || || || || || || || || || || TAC || || 35 000 || || || || || (1) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20. (2) Bijzondere voorwaarde: tot 5 % van dit quotum mag worden gevangen in VIIIc (JAX/*08C). || || || || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || X; EU-wateren van CECAF(1) || || Trachurus spp. || || || (JAX/X34PRT) || Portugal || || Nog vast te stellen || (2) (3) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (4) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (4) || || || || (1) Wateren grenzend aan de Azoren. || || || || || (2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20. (3) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || (4) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald. || || || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || EU-wateren van CECAF(1) || || Trachurus spp. || || || (JAX/341PRT) || || Portugal || || Nog vast te stellen || (2) (3) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (4) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (4) || || || || (1) Wateren grenzend aan Madeira. || || || || || (2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op die hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20. (3) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || (4) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 3 is bepaald. || || || || || || || || || Soort: || Horsmakrelen || || Gebied: || EU-wateren van CECAF(1) || || Trachurus spp. || || || (JAX/341SPN) || || Spanje || || Nog vast te stellen || (2) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || Nog vast te stellen || (3) || || || || || || || || || || || TAC || || Nog vast te stellen || (3) || || || || (1) Wateren grenzend aan de Canarische eilanden. || || || || || (2) Artikel 6 van deze verordening is van toepassing. || || || || (3) Wordt vastgesteld op dezelfde hoeveelheid als die welke overeenkomstig voetnoot 2 is bepaald. || || || || || || || || || Soort: || Kever en bijvangsten || Gebied: || IIIa; EU-wateren van IIa en IV || || Trisopterus esmarkii || || || (NOP/2A3A4.) || || Denemarken || || p.m. || (1) || Analytische TAC || || Duitsland || || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || (1) || || || || Noorwegen || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Ten minste 95 % van de van dit quotum afgeboekte aangelande hoeveelheid moet uit kever bestaan. Bijvangsten van schelvis en wijting worden in mindering gebracht op de resterende 5 % van het quotum (OT2/*2A3A4). (2) Het quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EU-wateren van ICES-zones IIa, IIIa en IV. || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Kever en bijvangsten || Gebied: || Noorse wateren van IV || || Trisopterus esmarkii || || || (NOP/04-N.) || || Denemarken || || p.m. || || Analytische TAC || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Industriële vis || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || || || || || (I/F/04-N.) || || Zweden || || p.m. || (1) (2) || Voorzorgs-TAC || || Unie || || p.m. || || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten. || (2) Bijzondere voorwaarde: hiervan mag ten hoogste 400 ton bestaan uit horsmakreel (JAX/*04-N.). || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Andere soorten || || Gebied: || EU-wateren van Vb, VI en VII || || || || || || (OTH/5B67-C) || || Unie || || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC || || Noorwegen || || p.m. || (1) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Uitsluitend vangsten met beuglijnen. || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Andere soorten || || Gebied: || Noorse wateren van IV || || || || || || (OTH/04-N.) || || België || || p.m. || || Voorzorgs-TAC || || Denemarken || || p.m. || || || || || Duitsland || || p.m. || || || || || Frankrijk || || p.m. || || || || || Nederland || || p.m. || || || || || Zweden || || Niet relevant || (1) || || || || Verenigd Koninkrijk || || p.m. || || || || || Unie || || p.m. || (2) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten". || || || (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. || || || || || || || || || || || || || || || Soort: || Andere soorten || || Gebied: || EU-wateren van IIa, IV en VIa ten noorden van 56° 30′ NB || || || || || (OTH/2A46AN) || Unie || || Niet relevant || || Voorzorgs-TAC || || Noorwegen || || p.m. || (1) (2) || || || || || || || || || || || TAC || || Niet relevant || || || || || (1) Beperkt tot IIa en IV (OTH/*2A4-C). || || || || || (2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen. Uitzonderingen kunnen in voorkomend geval worden opgenomen na overleg. || || || || || || || || BIJLAGE IB NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN
GROENLAND
ICES-DEELGEBIEDEN I, II, V, XII EN XIV
EN GROENLANDSE WATEREN VAN NAFO 1 || || || || Soort: || Pacifische sneeuwkrabben || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 || Chionoecetes spp. || || (PCR/N1GRN.) Ierland || p.m. || || Analytische TAC Spanje || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Haring || || Gebied: || EU-, Noorse en internationale wateren van de deelgebieden I en II || Clupea harengus || || (HER/1/2-) België || p.m. || (1) || Analytische TAC Denemarken || p.m. || (1) || || Duitsland || p.m. || (1) || || Spanje || p.m. || (1) || || Frankrijk || p.m. || (1) || || Ierland || p.m. || (1) || || Nederland || p.m. || (1) || || Polen || p.m. || (1) || || Portugal || p.m. || (1) || || Finland || p.m. || (1) || || Zweden || p.m. || (1) || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || || Unie || p.m. || (1) || || Noorwegen || p.m. || (2) || || || || || || TAC || p.m. || || || (1) Bij het rapporteren van vangsten aan de Commissie worden tevens de in elk van de volgende gebieden gevangen hoeveelheden gerapporteerd: het gereglementeerde gebied van de NEAFC, de EU-wateren, de wateren van de Faeröer, de Noorse wateren, de visserijzone rond Jan Mayen, de visserijbeschermingszone rond Svalbard. (2) Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het TAC-aandeel van Noorwegen (toegangsquotum). Dit quotum mag worden gevangen in EU-wateren ten noorden van 62° NB. Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: Noorse wateren ten noorden van 62° NB en de visserijzone rond Jan Mayen (HER/*2AJMN) || p.m. || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || Noorse wateren van I en II || Gadus morhua || || (COD/1N2AB) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Griekenland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Ierland || p.m. || || || Frankrijk || p.m. || || || Portugal || p.m. || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 en van XIV || Gadus morhua || || (COD/N1GL14) Duitsland || p.m. || (1) (2) (3) || Analytische TAC Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) (2) (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Noorwegen || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Het gebied in Oost-Groenland genaamd de "Kleine Banke" is gesloten voor alle visserijen. Dit gebied wordt begrensd door de volgende coördinaten: || 1. 64° 40' NB, 37° 30' WL || || || 2. 64° 40' NB, 36° 30' WL || || || 3. 64° 15' NB, 36° 30' WL || || || 4. 64° 15' NB, 37° 30' WL || || (2) Mag in Oost- of West-Groenland worden gevangen. In Oost-Groenland is de visserij uitsluitend toegestaan: || a) voor trawlers, van 1 juli tot en met 31 december 2014; || || b) voor vaartuigen voor de beugvisserij, van 1 april tot en met 31 december 2014. (3) De visserij wordt uitgevoerd onder volledig toezicht van waarnemers en met satellietvolgsystemen voor vissersvaartuigen (VMS). Maximaal 80 % van het quotum mag in één van de onderstaande gebieden worden gevangen. Bovendien moet een minimuminspanning van 10 trekken per vaartuig worden verricht in elk gebied: || Gebied Grens || || || || 1. Oost-Groenland (COD/N65E44) Ten noorden van 65° NB ten oosten van 44° WL || 2. Oost-Groenland (COD/645E44) Tussen 64° NB en 65° NB ten oosten van 44° WL || 3. Oost-Groenland (COD/624E44) Tussen 62° NB en 64° NB ten oosten van 44° WL || 4. Oost-Groenland (COD/S62E44) Ten zuiden van 62° NB ten oosten van 44° WL || 5. West-Groenland (COD/S62W44) Ten zuiden van 62° NB ten westen van 44° WL || 6. West-Groenland (COD/N62W44) Ten noorden van 62° NB ten westen van 44° WL || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || I en IIb || Gadus morhua || || (COD/1/2B.) Duitsland || p.m. || (3) || Analytische TAC Spanje || p.m. || (3) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (3) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Polen || p.m. || (3) || || Portugal || p.m. || (3) || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || (3) || || Andere lidstaten || p.m. || (1) (3) || || Unie || p.m. || (2) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. (2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de bijvangsten van schelvis laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet. (3) Bijvangsten van schelvis mogen per trek tot 19 % vertegenwoordigen. De totale hoeveelheid schelvis in bijvangst komt bovenop het quotum voor kabeljauw. || || || || Soort: || Kabeljauw en schelvis || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus || || (COD/05B-F.) voor kabeljauw; (HAD/05-F.) voor schelvis Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || Soort: || Heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV || Hippoglossus hippoglossus || || (HAL/514GRN) Portugal || p.m. || || Analytische TAC Unie || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Noorwegen || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*514GN). || || || || || || || || || Soort: || Heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 || Hippoglossus hippoglossus || || (HAL/N1GRN.) Unie || p.m. || || Analytische TAC Noorwegen || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || Niet relevant || || || (1) Te vangen met beuglijnen (HAL/*N1GRN). || || || || || || || || || Soort: || Grenadiervissen || || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV || Macrourus spp. || || (GRV/514GRN) Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || Niet relevant || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514GRN) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514GRN) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt de volgende hoeveelheid (in ton) toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van NAFO 1 (GRV/514N1G) mag worden gevangen: || || p.m. || || || Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. || || || || Soort: || Grenadiervissen || || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 || Macrourus spp. || || (GRV/N1GRN.) Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || Niet relevant || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/N1GRN.) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/N1GRN.) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. (2) Aan Noorwegen wordt de volgende hoeveelheid (in ton) toegewezen, die hetzij in dit TAC-gebied, hetzij in Groenlandse wateren van V en XIV (GRV/514N1G) mag worden gevangen: || || p.m. || || || Bijzondere voorwaarde: grenadiervis (Coryphaenoides rupestris) (RNG/514N1G) en noordelijke grenadiervis (Macrourus berglax) (RHG/514N1G) mogen niet gericht worden bevist. Ze mogen enkel als bijvangst worden gevangen en moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. || || || || Soort: || Lodde || || Gebied: || IIb || Mallotus villosus || || (CAP/02B.) Unie || p.m. || || Analytische TAC || || || || TAC || p.m. || || || || || || || Soort: || Lodde || || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV || Mallotus villosus || || (CAP/514GRN) Denemarken || p.m. || || Analytische TAC Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Zweden || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Duitsland || p.m. || || || Alle lidstaten || p.m. || (1) || || Unie || p.m. || (2) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) De lidstaten mogen pas gebruik maken van het quotum voor "alle lidstaten" wanneer hun eigen quotum is opgebruikt. Lidstaten waaraan meer dan 10 % van het quotum van de Unie is toegewezen, mogen het quotum voor "alle lidstaten" evenwel niet gebruiken. (2) Te vangen van 1 januari 2014 tot en met 30 april 2014. Indien uiterlijk op 15 april 2014 een vangstniveau van 70 % van dit initiële quotum van de Unie is bereikt, wordt het quotum van de Unie automatisch verhoogd met de hieronder vermelde extra hoeveelheid, die binnen dezelfde periode moet worden gevangen. Dat bijkomende quotum van de Unie wordt geacht te zijn toegewezen volgens dezelfde verdeelsleutel. || || p.m. || || || || || || Soort: || Schelvis || || Gebied: || Noorse wateren van I en II || Melanogrammus aeglefinus || || (HAD/1N2AB.) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || || || || || Soort: || Blauwe wijting || Gebied: || Wateren van de Faeröer || Micromesistius poutassou || || (WHB/2A4AXF) Denemarken || p.m. || || Analytische TAC Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || p.m. || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || (1) || || (1) TAC vastgesteld volgens het tussen de Unie, de Faeröer, Noorwegen en IJsland gevoerde overleg. || || || || Soort: || Leng en blauwe leng || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || Molva molva en Molva dypterygia || || (LIN/05B-F.) voor leng; || || || || (BLI/05B-F.) voor blauwe leng Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || || || || || || || || || || || Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV || Pandalus borealis || || (PRA/514GRN) Denemarken || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Noorwegen || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || || || || || Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 || Pandalus borealis || || (PRA/N1GRN.) Denemarken || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || Gebied: || Noorse wateren van I en II || Pollachius virens || || (POK/1N2AB.) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || || || || || Soort: || Koolvis || || Gebied: || Internationale wateren van I en II || Pollachius virens || || (POK/1/2INT) Unie || p.m. || || Analytische TAC || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Koolvis || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || Pollachius virens || || (POK/05B-F.) België || p.m. || || Analytische TAC Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Nederland || p.m. || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Noorse wateren van I en II || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/1N2AB.) Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Internationale wateren van I en II || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/1/2INT) Unie || p.m. || || Voorzorgs-TAC || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1 || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/N1GRN.) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Unie || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Noorwegen || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Moet worden gevangen ten zuiden van 68° NB. || || || || || || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || Groenlandse wateren van V en XIV || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/514GRN) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Noorwegen || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Mag met niet meer dan zes vaartuigen tegelijkertijd worden gevist. || || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen (ondiep water) || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV || Sebastes spp. || || (RED/51214S) Estland || p.m. || || Analytische TAC Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || || || Ierland || p.m. || || || Letland || p.m. || || || Nederland || p.m. || || || Polen || p.m. || || || Portugal || p.m. || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || || || || || || || Soort: || Roodbaars (diep pelagisch) || Gebied: || EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV || Sebastes spp. || || (RED/51214D) Estland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC Duitsland || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (1) (2) || || Ierland || p.m. || (1) (2) || || Letland || p.m. || (1) (2) || || Nederland || p.m. || (1) (2) || || Polen || p.m. || (1) (2) || || Portugal || p.m. || (1) (2) || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || || Unie || p.m. || (1) (2) || || || || || || TAC || p.m. || (1) (2) || || (1) Mag alleen worden gevangen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden: || 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || || 2. 62° 50' NB, 25° 45' WL || || || || 3. 61° 55' NB, 26° 45' WL || || || || 4. 61° 00' NB, 26° 30' WL || || || || 5. 59° 00' NB, 30° 00' WL || || || || 6. 59° 00' NB, 34° 00' WL || || || || 7. 61° 30' NB, 34° 00' WL || || || || 8. 62° 50' NB, 36° 00' WL || || || || 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || (2) Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 9 mei 2014. || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Noorse wateren van I en II || Sebastes spp. || || (RED/1N2AB.) Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC Spanje || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Portugal || p.m. || (1) || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || || Unie || p.m. || (1) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. || || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Internationale wateren van I en II || Sebastes spp. || || (RED/1/2INT) Unie || Niet relevant || (1) (2) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Er mag enkel worden gevist in de periode van 1 juli tot en met 31 december 2014. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaars door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden. (2) De vaartuigen beperken hun bijvangsten van roodbaarzen in andere visserijtakken tot maximaal 1 % van de totale aan boord gehouden vangst. || || || || Soort: || Roodbaarzen (pelagisch) || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV || Sebastes spp. || || (RED/N1G14P) Duitsland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) (2) || || Noorwegen || p.m. || (3) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || (1) Mag alleen met trawls worden gevangen. || (2) Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5-14P). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2014 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden ("NEAFC-vak"): || 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || || 2. 62° 50' NB, 25° 45' WL || || || || 3. 61° 55' NB, 26° 45' WL || || || || 4. 61° 00' NB, 26° 30' WL || || || || 5. 59° 00' NB, 30° 00' WL || || || || 6. 59° 00' NB, 34° 00' WL || || || || 7. 61° 30' NB, 34° 00' WL || || || || 8. 62° 50' NB, 36° 00' WL || || || || 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || (3) Uitsluitend te bevissen in het in voetnoot 2 omschreven NEAFC-vak (RED/*5-14N). || || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen (demersaal) || Gebied: || Groenlandse wateren van NAFO 1F en Groenlandse wateren van V en XIV || Sebastes spp. || || (RED/N1G14D) Duitsland || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) (2) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || (1) Mag alleen met trawls worden gevangen. || || (2) Bijzondere voorwaarde: de quota mogen in het gereglementeerde NEAFC-gebied worden gevist mits de in dat gebied gevangen hoeveelheden van de quota afzonderlijk worden gerapporteerd (RED/*5-14D). In het gereglementeerde NEAFC-gebied mag pas vanaf 10 mei 2014 in diep pelagisch water op roodbaars worden gevist, en alleen binnen het gebied dat begrensd wordt door de lijnen die de punten met de volgende coördinaten met elkaar verbinden ("NEAFC-vak"): || 1. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || || 2. 62 ° 50' NB, 25 ° 45' WL || || || || 3. 61 ° 55' NB, 26 ° 45' WL || || || || 4. 61 ° 00' NB, 26 ° 30' WL || || || || 5. 59 ° 00' NB, 30 ° 00' WL || || || || 6. 59 ° 00' NB, 34 ° 00' WL || || || || 7. 61 ° 30' NB, 34 ° 00' WL || || || || 8. 62 ° 50' NB, 36 ° 00' WL || || || || 9. 64° 45' NB, 28° 30' WL || || || || || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || IJslandse wateren van Va || Sebastes spp. || || (RED/05A-IS) België || p.m. || (1) (2) || Analytische TAC Duitsland || p.m. || (1) (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (1) (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) (2) || || Unie || p.m. || (1) (2) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || (1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst (bijvangst van kabeljauw niet toegestaan). (2) Mag alleen tussen juli en december 2014 worden gevangen. || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || Sebastes spp. || || (RED/05B-F.) België || p.m. || || Analytische TAC Duitsland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Andere soorten || Gebied: || Noorse wateren van I en II || || || || (OTH/1N2AB.) Duitsland || p.m. || (1) || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (1) || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || Soort: || Andere soorten || (1) || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || || || || (OTH/05B-F.) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || (1) Exclusief soorten zonder handelswaarde. || || || || || Soort: || Platvissen || || Gebied: || Wateren van de Faeröer van Vb || || || || (FLX/05B-F.) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || BIJLAGE IC NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN
NAFO-VERDRAGSGEBIED Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn
vastgesteld in het kader van de NAFO. || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 2J3KL || Gadus morhua || || (COD/N2J3KL) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || [1] Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PB L 318 van 5.12.2007, blz. 1). || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 3NO || Gadus morhua || || (COD/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen, met een maximum van 1.000 kg of van 4 % indien dat meer is. || || || || Soort: || Kabeljauw || || Gebied: || NAFO 3M || Gadus morhua || || (COD/N3M.) Estland || 161 || || Analytische TAC Duitsland || 676 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Letland || 161 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 161 || || || Polen || 551 || || || Spanje || 2 078 || || || Frankrijk || 290 || || || Portugal || 2 850 || || || Verenigd Koninkrijk || 1 353 || || || Unie || 8 281 || || || || || || || TAC || 14 521 || || || || || || || Soort: || Witje || Gebied: || NAFO 2J3KL || Glyptocephalus cynoglossus || || (WIT/N2J3KL) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Witje || Gebied: || NAFO 3NO || Glyptocephalus cynoglossus || || (WIT/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Lange schar || Gebied: || NAFO 3M || Glyptocephalus cynoglossus || || (PLA/N3M.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Lange schar || Gebied: || NAFO 3LNO || Glyptocephalus cynoglossus || || (PLA/N3LNO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Kortvinpijlinktvis || Gebied: || NAFO-deelgebieden 3 en 4 || Illex illecebrosus || || (SQI/N34.) Estland || 128 || (1) || Analytische TAC Letland || 128 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 128 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Polen || 227 || (1) || || Unie || Niet relevant || (1) (2) || || || || || || TAC || 34 000 || || || || || || || (1) Te vangen tussen 1 juli en 31 december 2014. || (2) Aandeel van de Unie niet nader bepaald. Canada en de lidstaten van de Unie met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over de volgende hoeveelheid (in ton): || || 611 || || || || || || || || || || Soort: || Geelstaartschar || Gebied: || NAFO 3LNO || Limanda ferruginea || || (YEL/N3LNO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 17 000 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Lodde || || Gebied: || NAFO 3NO || Mallotus villosus || || (CAP/N3NO.) Unie || 0 || (1) || Analytische TAC || || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || NAFO 3L(1) || Pandalus borealis || || (PRA/N3L.) Estland || 48 || || Analytische TAC Letland || 48 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 48 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Polen || 48 || || || Spanje || 38 || || || Portugal || 10 || || || Unie || 240 || || || || || || || TAC || 4 300 || || || (1) Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten: || Punt || Noorderbreedte || Westerlengte || || 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || || 2 || 47° 20' 0 || 46 ° 30' 0 || || 3 || 46 ° 00' 0 || 46 ° 30' 0 || || 4 || 46 ° 00' 0 || 46 ° 40' 0 || || || || || Soort: || Noorse garnaal || Gebied: || NAFO 3M(1) || Pandalus borealis || || (PRA/*N3M.) TAC || Niet relevant || (2)(3) || Analytische TAC (1) De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3L, in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd: || Punt || Noorderbreedte || Westerlengte || || 1 || 47° 20' 0 || 46° 40' 0 || || 2 || 47° 20' 0 || 46° 30' 0 || || 3 || 46° 00' 0 || 46° 30' 0 || || 4 || 46° 00' 0 || 46° 40' 0 || || Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 31 december 2014 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd: || Punt || Noorderbreedte || Westerlengte || || 1 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || || 2 || 47° 30' 0 || 44° 15' 0 || || 3 || 46° 55' 0 || 44° 15' 0 || || 4 || 46 ° 35' 0 || 44° 30' 0 || || 5 || 46° 35' 0 || 45° 40' 0 || || 6 || 47° 30' 0 || 45° 40' 0 || || 7 || 47° 55' 0 || 45° 00' 0 || (2) Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven vismachtigingen af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009. || Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Maximumaantal visdagen || || Denemarken || 0 || 0 || || Estland || 0 || 0 || || Spanje || 0 || 0 || || Letland || 0 || 0 || || Litouwen || 0 || 0 || || Polen || 0 || 0 || || Portugal || 0 || 0 || (3) Gerichte visserij is niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot || Gebied: || NAFO 3 LMNO || Reinhardtius hippoglossoides || || (GHL/N3LMNO) Estland || 310 || || Analytische TAC Duitsland || 317 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Letland || 43 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 22 || || || Spanje || 4 243 || || || Portugal || 1 774 || || || Unie || 6 709 || || || || || || || TAC || 11 442 || || || || || || || Soort: || Rog || || Gebied: || NAFO 3LNO || Rajidae || || || (SKA/N3LNO.) Estland || 283 || || Analytische TAC Litouwen || 62 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || 3 403 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Portugal || 660 || || || Unie || 4 408 || || || || || || || TAC || 7 000 || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3LN || Sebastes spp. || || (RED/N3LN.) Estland || 346 || || Analytische TAC Duitsland || 238 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Letland || 346 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 346 || || || Unie || 1 276 || || || || || || || TAC || 7 000 || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3M || Sebastes spp. || || (RED/N3M.) Estland || 1 571 || (1) || Analytische TAC Duitsland || 513 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Letland || 1 571 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || 1 571 || (1) || || Spanje || 233 || (1) || || Portugal || 2 354 || (1) || || Unie || 7 813 || (1) || || || || || || TAC || 6 500 || (1) || || (1) Op voorwaarde dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC, zoals aangegeven, wordt nageleefd. Binnen die TAC mag vóór 1 juli 2014 niet meer dan de volgende tussentijdse hoeveelheid worden gevangen: || || 3 250 || || || Wanneer de TAC of de tussentijdse hoeveelheid is opgebruikt, wordt de gerichte visserij op het bestand stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten. || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO 3O || Sebastes spp. || || (RED/N3O.) Spanje || 1 771 || || Analytische TAC Portugal || 5 229 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || 7 000 || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || 20 000 || || || || || || || Soort: || Roodbaarzen || || Gebied: || NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K || Sebastes spp. || || (RED/N1F3K.) Letland || 0 || (1) || Analytische TAC Litouwen || 0 || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || 0 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || 0 || (1) || || (1) Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. Deze soort mag in het kader van dit quotum uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen. || || || || Soort: || Witte heek || || Gebied: || NAFO 3NO || Sebastes spp. || || (HKW/N3NO.) Spanje || 255 || || Analytische TAC Portugal || 333 || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || 588 || (1) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || 1 000 || || || (1) Indien overeenkomstig voetnoot 27 van bijlage IA bij de instandhoudings- en nalevingsmaatregelen van de NAFO een TAC van 2 000 ton door een positieve stemming wordt bekrachtigd, worden de overeenkomstige quota van de Unie en de verschillende lidstaten geacht als volgt te zijn: Spanje || 509 Portugal || 667 Unie || 1 176 || || || || || || || || BIJLAGE[…] ID OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN
– ALLE GEBIEDEN Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van
de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT. || || || || Soort: || Blauwvintonijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee || Thunnus thynnus || || (BFT/AE45WM) Cyprus || p.m. || (4)(6) || Analytische TAC Griekenland || p.m. || (6) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Spanje || p.m. || (2)(4)(6) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (2)(3)(4)(6) || || Kroatië || p.m. || || || Italië || p.m. || (4)(5)(6) || || Malta || p.m. || (4)(6) || || Portugal || p.m. || (6) || || Andere lidstaten || p.m. || (1)(6) || || Unie || p.m. || (2)(3)(4)(5)(6) || || || || || || TAC || p.m. || || || (1) Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Kroatië, Italië, Malta en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. (2) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8301): || Spanje || p.m. || || || Frankrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || (3) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht van ten minste 6,4 kg en een lengte van ten minste 70 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*641) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld: || Frankrijk || p.m. || || || Unie || p.m. || || (4) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 2, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*8302): || Spanje || p.m. || || || Frankrijk || p.m. || || || Italië || p.m. || || || Cyprus || p.m. || || || Malta || p.m. || || || Unie || p.m. || || (5) Bijzondere voorwaarde: in het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 3, bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld (BFT/*643): || Italië || p.m. || || || Unie || p.m. || || (6) In afwijking van artikel 7, lid 2, van Verordening (EG) nr. 302/2009 is de blauwvintonijnvisserij met ringzegenvaartuigen in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee van 26 mei tot en met 24 juni 2014 toegestaan. || || || || Soort: || Zwaardvis || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB || Xiphias gladius || || (SWO/AN05N) Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC Portugal || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Andere lidstaten || p.m. || (1)(2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || || || (1) Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst. || (2) Bijzondere voorwaarde: tot 2,39 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AS05N). || || || || Soort: || Zwaardvis || || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB || Xiphias gladius || || (SWO/AS05N) Spanje || p.m. || (1) || Analytische TAC Portugal || p.m. || (1) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || p.m. || || || (1) Bijzondere voorwaarde: tot 3,86 % van deze hoeveelheid mag in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB worden gevangen (SWO/*AN05N). || || || || Soort: || Noord-Atlantische witte tonijn || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB || Thunnus alalunga || || (ALB/AN05N) Ierland || p.m. || (2) || Analytische TAC Spanje || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Frankrijk || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Verenigd Koninkrijk || p.m. || (2) || || Portugal || p.m. || (2) || || Unie || p.m. || (1) || || || || || || TAC || p.m. || || || (1) Het aantal EU-vissersvaartuigen dat op Noord-Atlantische witte tonijn als doelsoort vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 [1] vastgesteld op: || || p.m. || || || [1] || Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden (PB L 123 van 12.5.2007, blz. 3). (2) Het maximumaantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten verdeeld: || Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || || || Ierland || p.m. || || || Spanje || p.m. || || || Frankrijk || p.m. || || || Verenigd Koninkrijk || p.m. || || || Portugal || p.m. || || || || || || Soort: || Zuid-Atlantische witte tonijn || Gebied: || Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° NB || Thunnus alalunga || || (ALB/AS05N) Spanje || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Portugal || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || || || || || || || Soort: || Grootoogtonijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan || Thunnus obesus || || (BET/ATLANT) Spanje || p.m. || || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Portugal || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || || || || || || || TAC || p.m. || || || || || || || Soort: || Blauwe marlijn || || Gebied: || Atlantische Oceaan || Makaira nigricans || || (BUM/ATLANT) Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC Frankrijk || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Portugal || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (2) || || || || || || TAC || p.m. || || || || || || || Soort: || Witte marlijn || Gebied: || Atlantische Oceaan || Tetrapturus albidus || || (WHM/ATLANT) Spanje || p.m. || (2) || Analytische TAC Portugal || p.m. || (2) || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Unie || p.m. || (2) || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || || || TAC || p.m. || || || || || || || BIJLAGE IE ANTARCTISCH GEBIED
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden
niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald
is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat
meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is uitgeput. Tenzij anders bepaald zijn deze TAC's van
toepassing voor de periode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014. Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (ANI/F483.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || Soort: || IJsvis Champsocephalus gunnari || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1) (ANI/F5852.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt: - van het snijpunt van lengtegraad 72° 15’ OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk ("Australia-France Maritime Delimitation Agreement") zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25’ ZB; - vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74° OL; - daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40′ ZB met lengtegraad 76° OL; - vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52° ZB; - daarna langs een geodetische lijn in noordwestelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 51° ZB met lengtegraad 74° 30′ OL; en - vervolgens langs een geodetische lijn in zuidwestelijke richting naar het beginpunt. || || Soort: || Scotiazee-ijsvis Chaenocephalus aceratus || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (SSI/F483.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || Soort: || Langsnuitijsvis Channichthys rhinoceratus || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (LIC/F5852.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (TOP/F483.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Beheersgebied A: 48º WL tot 43°30' WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483A) || p.m. || || Beheersgebied B: 43° 30' WL tot 40° WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483B) || p.m. || || Beheersgebied C: 40º WL tot 33° 30' WL – 52° 30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483C) || p.m. || || (1) Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2014 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2013 tot en met 30 november 2014. || || Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 48.4 Noordelijke Antarctische wateren (TOP/F484N.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30′ ZB en 57° 20′ ZB en lengtegraden 25° 30′ WL en 29° 30′ WL. || || Soort: || IJsheken Dissostichus spp. || Gebied: || FAO 48.4 Zuidelijke Antarctische wateren (TOP/F484S.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) Deze TAC is van toepassing binnen het gebied begrensd door breedtegraden 57° 20′ ZB en 60° 00′ ZB en lengtegraden 24° 30′ WL en 29° 00′ WL. || || Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (TOP/F5852.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79° 20' OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen. || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 48 (KRI/F48.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || Bijzondere voorwaarden: Binnen de limieten van een totale gecombineerde vangst van 620 000 ton mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 48.1 (KRI/*F481.) || p.m. || || Sector 48.2 (KRI/*F482.) || p.m. || || Sector 48.3 (KRI/*F483.) || p.m. || || Sector 48.4 (KRI/*F484.) || p.m. || || || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.1 Antarctische wateren (KRI/F5841.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W) || p.m. || || Sector 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E) || p.m. || || || Soort: || Antarctisch krill Euphausia superba || Gebied: || FAO 58.4.2 Antarctische wateren (KRI/F5842.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || Bijzondere voorwaarden: || Binnen de limieten van het bovenstaande quotum mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden: || Sector 58.4.2 ten westen van 55° OL) (KRI/*F-42W) || p.m. || || Sector 58.4.2 ten oosten van 55° OL (KRI/*F-42E) || p.m. || || || Soort: || Groene Zuidpoolkabeljauw Gobionotothen gibberifrons || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOG/F483.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOS/F483.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || Soort: || Grijze Zuidpoolkabeljauw Lepidonotothen squamifrons || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (NOS/F5852.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || || Soort: || Grenadiervissen Macrourus spp. || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (GRV/F5852.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Gemarmerde ijsvis Notothenia rossii || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (NOR/F483.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || Soort: || krabben Paralomis spp. || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (PAI/F483.) || TAC || p.m. || || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || || Soort: || Georgia-ijsvis Pseudochaenichthys georgianus || Gebied: || FAO 48.3 Antarctische wateren (SIG/F483.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. Soort: || Roggen Rajiformes || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (SRX/F5852.) TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || Soort: || Andere soorten || Gebied: || FAO 58.5.2 Antarctische wateren (OTH/F5852.) || TAC || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van deze TAC is gerichte visserij niet toegestaan. || BIJLAGE IF ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN
SEAFO-VERDRAGSGEBIED Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden
toegewezen, zodat het aandeel van de Unie onbepaald is. De vangsten staan onder
toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij
moet worden stopgezet omdat de TAC is uitgeput. Soort: || Alfonsino's Beryx spp. || Gebied: || SEAFO (ALF/SEAFO) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC Soort: || Rode diepzeekrabben Chaceon spp. || Gebied: || SEAFO-deelsector B1(1) (GER/F47NAM) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC (1) In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: – ten westen door de lengtegraad 0° OL, – ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, – ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en – ten oosten door de buitengrenzen van de EEZ van Namibië. Soort: || Rode diepzeekrabben (Chaceon spp.) || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (GER/F47X) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC Soort: || Zwarte Patagonische ijsheek (Dissostichus eleginoides) || Gebied: || SEAFO (TOP/SEAFO) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO-deelsector B1(1) (ORY/F47NAM) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC (1) In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd: – ten westen door de lengtegraad 0° OL, – ten noorden door de breedtegraad 20° ZB, – ten zuiden door de breedtegraad 28° ZB, en – ten oosten door de buitengrenzen van de EEZ van Namibië. Soort: || Atlantische slijmkop Hoplostethus atlanticus || Gebied: || SEAFO, met uitzondering van deelsector B1 (ORY/F47X) TAC || p.m. || || Voorzorgs-TAC BIJLAGE IG ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN — ALLE
GEBIEDEN Soort: || Zuidelijke blauwvintonijn Thunnus maccoyii || Gebied: || Alle gebieden (SBF/F41-81) Unie || p.m. || (1) || Analytische TAC Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing TAC || p.m. || || (1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan. BIJLAGE IH WCPFC-VERDRAGSGEBIED Soort: || Zwaardvis Xiphias gladius || Gebied: || WCFPC-gebied ten zuiden van 20° ZB (SWO/F7120S) Unie || p.m. || || Voorzorgs-TAC TAC || Niet relevant || BIJLAGE IJ SPRFMO-VERDRAGSGEBIED || || || || Soort: || Chileense horsmakreel || Gebied: || SPRFMO-verdragsgebied || Trachurus murphyi || || (CJM/SPRFMO) Duitsland || p.m. || || Analytische TAC Nederland || p.m. || || Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Litouwen || p.m. || || Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing Polen || p.m. || || || Unie || p.m. || || || || || || || TAC || Niet relevant || || || || || || || BIJLAGE IIA Visserijinspanning
voor vaartuigen in het kader van het beheer van bepaalde kabeljauw-, schol- en
tongbestanden in de ICES-sectoren IIIa, VIa, VIIa, VIId,
ICES-DEELGEBIED IV EN DE EU-WATEREN VAN DE ICES-SECTOREN IIa EN Vb 1. TOEPASSINGSGEBIED 1.1. Deze bijlage is van toepassing op
EU-vaartuigen die één van de in bijlage I, punt 1, bij Verordening (EG)
nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig
zijn in één van de in punt 2 van deze bijlage gespecificeerde geografische
gebieden. 1.2. Deze bijlage is niet van toepassing
op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze
vaartuigen hoeven niet in het bezit te zijn van een vismachtiging die is
afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De
betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan
de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate
bemonsteringsmethoden. In 2014 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies
teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de
betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen. 2. GEREGLEMENTEERD TUIG EN GEOGRAFISCHE
GEBIEDEN Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in
bijlage I, punt 1, bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde
vistuigcategorieën ("gereglementeerd vistuig") en de groepen
geografische gebieden als bedoeld in punt 2 van die bijlage. 3. MACHTIGINGEN Als een lidstaat dit passend acht om de duurzame
uitvoering van deze visserijinspanningsregeling te versterken, kan hij het
vissen met gereglementeerd vistuig in geografische gebieden waarop deze bijlage
van toepassing is, verbieden voor zijn vlag voerende vaartuigen als die nog
niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor
zorgt dat in het betrokken gebied een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in
kilowatt, aan de visserij wordt onttrokken. 4. MAXIMALE TOEGESTANE
VISSERIJINSPANNING 4.1. De voor de beheersperiode 2014, van 1
februari 2014 tot en met 31 januari 2015, geldende maximale toegestane
visserijinspanning als bedoeld in artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr.
1342/2008 en artikel 9, lid 2, van Verordening (EG) nr. 676/2007, per
inspanningsgroep en per lidstaat, wordt vastgesteld in aanhangsel 1 van deze
bijlage. 4.2. De overeenkomstig Verordening (EG)
nr. 1954/2003[1]
vastgestelde maximumniveaus voor de jaarlijkse visserijinspanning laten de in
deze bijlage bepaalde maximale toegestane visserijinspanning onverlet. 5. BEHEER 5.1. De lidstaten beheren de maximale
toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 4 en de
artikelen 13 tot en met 17 van Verordening (EG) nr. 1342/2008, artikel 9 van
Verordening (EG) nr. 676/2007 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening
(EG) nr. 1224/2009. 5.2. Een lidstaat mag beheersperioden
vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximale toegestane inspanning,
of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat
geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een
beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken
lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de betrokken
lidstaat de inspanning herverdelen tussen individuele vaartuigen of groepen
vaartuigen. 5.3. Lidstaten die de aanwezigheid van
vaartuigen die hun vlag voeren, in een gebied per uur vaststellen, moeten de
benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 5.1 bedoelde
voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de betrokken lidstaat aantonen
welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve
benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn
aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24
uur. 6. VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009
geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen.
Als het in dat artikel bedoelde geografische gebied wordt, voor
kabeljauwbeheer, elk van de in punt 2 van deze bijlage bedoelde geografische
gebieden aangemerkt. 7. MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS De lidstaten dienen de gegevens over de
visserijinspanning van hun vissersvaartuigen bij de Commissie in overeenkomstig
de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. De gegevens worden
toegezonden via het systeem voor de uitwisseling van visserijgegevens
(Fisheries Data Exchange System) of een ander door de Commissie in te voeren
systeem voor de verzameling van gegevens. Aanhangsel 1 van bijlage IIA Maximale
toegestane visserijinspanning in kilowattdagen a) Kattegat: Gereglementeerd vistuig || DK || DE || SE TR1 || 197 929 || 4 212 || 16 610 TR2 || 644 033 || 4 192 || 262 005 TR3 || 441 872 || 0 || 490 BT1 || 0 || 0 || 0 BT2 || 0 || 0 || 0 GN || 115 456 || 26 534 || 13 102 GT || 22 645 || 0 || 22 060 LL || 1 100 || 0 || 25 339 b) Skagerrak, het gedeelte van ICES-sector
IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-deelgebied IV en
de EU-wateren van ICES-sector IIa; ICES-sector VIId: Gereglementeerd vistuig || BE || DK || DE || ES || FR || IE || NL || SE || UK TR1 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. TR2 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. TR3 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. BT1 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. BT2 || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. GN || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. GT || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. LL || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. c) ICES-sector VIIa: Gereglementeerd vistuig || BE || FR || IE || NL || UK TR1 || 0 || 38 554 || 26 831 || 0 || 271 674 TR2 || 8 133 || 595 || 380 519 || 0 || 870 590 TR3 || 0 || 0 || 1 422 || 0 || 0 BT1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 BT2 || 843 782 || 0 || 514 584 || 200 000 || 111 693 GN || 0 || 471 || 18 255 || 0 || 5 970 GT || 0 || 0 || 0 || 0 || 158 LL || 0 || 0 || 0 || 0 || 70 614 d) ICES-sector VIa en de EU-wateren van
ICES-sector Vb: Gereglementeerd vistuig || BE || DE || ES || FR || IE || UK TR1 || 0 || 7 456 || 0 || 845 826 || 343 056 || 826 618 TR2 || 0 || 0 || 0 || 34 926 || 14 371 || 2 972 845 TR3 || 0 || 0 || 0 || 0 || 273 || 16 027 BT1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 117 544 BT2 || 0 || 0 || 0 || 0 || 3 801 || 4 626 GN || 0 || 35 442 || 13 836 || 302 917 || 5 697 || 213 454 GT || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 953 || 145 LL || 0 || 0 || 1 402 142 || 184 354 || 4 250 || 630 040 BIJLAGE IIB VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN
HET KADER VAN
HET HERSTEL VAN BEPAALDE ZUIDELIJKE HEEKBESTANDEN
EN LANGOUSTINEBESTANDEN
IN DE ICES-SECTOREN VIIIc EN IXa, MET UITZONDERING VAN DE GOLF VAN CADIZ Hoofdstuk I
Algemene bepalingen 1. TOEPASSINGSGEBIED Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen
met een lengte over alles van 10 meter of meer, die overeenkomstig Verordening
(EG) nr. 2166/2005 trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig met een
maaswijdte van 32 mm of meer en kieuwnetten met een maaswijdte van 60 mm of
meer of grondbeugen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in de
ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cádiz. 2. DEFINITIES Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan
onder: a) "vistuiggroep": de groep
die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën: i) trawls, Deense zegennetten of soortgelijk
vistuig met een maaswijdte van 32 mm of meer, en ii) kieuwnetten met een maaswijdte van 60 mm of
meer en grondbeugen; b) "gereglementeerd tuig":
vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren; c) "gebied": de ICES-sectoren
VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cádiz; (d) "beheersperiode 2014": de periode
van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015; (e) "bijzondere voorwaarden":
de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden. 3. ACTIVITEITSBEPERKINGEN Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr.
1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren,
niet langer dan het in hoofdstuk III van deze bijlage bepaalde aantal dagen
aanwezig zijn in het gebied wanneer zij gereglementeerd vistuig aan boord
hebben. Hoofdstuk II
Machtigingen 4. GEMACHTIGDE
VAARTUIGEN 4.1. Een
lidstaat verleent vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming voor
visserijactiviteiten met gereglementeerd vistuig in het gebied wanneer deze
vaartuigen in dat gebied in de jaren 2002 tot en met 2014 geen
visserijactiviteiten van die aard — de visserijactiviteiten ingevolge een
overdracht van dagen tussen vissersvaartuigen niet meegerekend — hebben
bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in
kilowatt, aan de visserij in het gebied wordt onttrokken. 4.2. Een vaartuig dat de vlag voert van
een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen
met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum
krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002
en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 11 of punt 12 van deze bijlage. Hoofdstuk III
Aan EU-vaartuigen toegewezen
aantal dagen van aanwezigheid in het gebied 5. MAXIMUMAANTAL
DAGEN 5.1. Het maximumaantal zeedagen waarvoor
een lidstaat tijdens de beheersperiode 2014 een onder zijn vlag varend vaartuig
mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan
boord, staat vermeld in tabel I. 5.2. Wanneer een vaartuig kan aantonen dat
zijn heekvangsten minder bedragen dan 4 % van het totale levende gewicht van de
tijdens een bepaalde visreis gevangen vis, wordt aan de vlaggenlidstaat van het
vaartuig toegestaan de met die visreis gepaard gaande zeedagen niet in
mindering te brengen op het van toepassing zijnde maximumaantal zeedagen als
vastgesteld in tabel I. 6. BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR DE
TOEWIJZING VAN DAGEN 6.1. Voor de vaststelling van het
maximumaantal zeedagen dat een EU-vaartuig na toestemming van zijn
vlaggenlidstaat in het gebied aanwezig mag zijn, gelden de onderstaande
bijzondere voorwaarden overeenkomstig tabel I: a) de totale aanlanding van heek door het
betrokken vaartuig in 2010 of 2011 moet minder dan 5 ton bedragen volgens de
aanlanding in levend gewicht; en b) de totale aanlanding van langoustine door
het betrokken vaartuig in 2010 of 2011 moet minder dan 2,5 ton bedragen volgens
de aanlanding in levend gewicht. 6.2. Wanneer een vaartuig een onbeperkt
aantal dagen geniet omdat het voldoet aan de bijzondere voorwaarden, mag de
aanlanding van het vaartuig in de beheersperiode 2014 niet meer bedragen dan 5
ton van de totale aanlanding in levend gewicht van heek en 2,5 ton van de
totale aanlanding in levend gewicht van langoustine. 6.3. Wanneer een vaartuig niet aan de
betrokken bijzondere voorwaarde(n) voldoet, verliest het met onmiddellijke
ingang het recht op de toewijzing van het aantal dagen dat met die bijzondere
voorwaarde overeenstemt. 6.4. De
toepassing van de in punt 6.1 genoemde bijzondere voorwaarden kan worden
overgedragen naar één of meer andere vaartuigen die dat vaartuig in de vloot
vervangen, mits het vervangende vaartuig soortgelijk vistuig gebruikt en niet
in enig eerder jaar grotere dan de in punt 6.1 vermelde hoeveelheden heek en
langoustine heeft aangeland. Tabel I
Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag
zijn, per vistuig || Bijzondere voorwaarde || Gereglementeerd vistuig || Maximumaantal dagen || || Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen || ES || 127 || || FR || 121 || || || PT || 126 || || 6.1.a) en 6.1.b) || Bodemtrawls, Deense zegennetten en soortgelijke trawls met een maaswijdte ≥ 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte ≥ 60 mm en grondbeugen || Onbeperkt 7. KILOWATTDAGENSYSTEEM 7.1. De lidstaten mogen de hun toegewezen
visserijinspanning beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond
van dat systeem mogen zij een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I
opgenomen soorten gereglementeerd vistuig en bijzondere voorwaarden, toestaan
om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel
vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal
kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig en de bijzondere voorwaarden
overeenstemt, in acht wordt genomen. 7.2. Het totale aantal kilowattdagen is de
som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de
vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en in aanmerking komen voor het
gereglementeerde vistuig en, in voorkomend geval, de bijzondere voorwaarden.
Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het
motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen
waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt
7.1 niet werd toegepast. Zolang het aantal dagen overeenkomstig tabel I
onbeperkt is, bedraagt het aantal dagen waarover het vaartuig zou beschikken,
360. 7.3. Lidstaten die gebruik wensen te maken
van het in punt 7.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in
met elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en
bijzondere voorwaarden de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van: a) de lijst van vaartuigen die mogen
vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en
hun motorvermogen; b) de
vangstcijfers van dergelijke vaartuigen voor 2010 en 2011, waaruit de in de
bijzondere voorwaarden als bedoeld in punt 6.1, onder a) of b), vastgestelde
vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen aan deze bijzondere
voorwaarden voldoen; c) het aantal zeedagen dat elk vaartuig
overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen
waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 7.1 zou beschikken. 7.4. Op basis van dit verzoek gaat de
Commissie na of aan de in punt 7 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij,
indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te
maken van het in punt 7.1 bedoelde systeem. 8. TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE
DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN VISSERIJACTIVITEITEN 8.1. De Commissie kan een lidstaat extra
zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn
vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met
gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve
beëindiging van visserijactiviteiten tussen 1 februari 2014 en 31 januari 2015
overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006[2] of Verordening (EG)
nr. 744/2008[3].
Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden kunnen door de
Commissie per geval in overweging worden genomen na een schriftelijk en naar
behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In dat schriftelijk
verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt voor elk daarvan
bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen beginnen. 8.2. De in kilowatt gemeten
visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in
2003 met het gereglementeerde vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de
inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd. Het
aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio
te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn
toegewezen. Het resultaat van die berekening wordt afgerond op de meest nabije
hele dag. 8.3. De punten 8.1 en 8.2 zijn niet van
toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 3 of punt 6.4 is vervangen
of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra
zeedagen te krijgen. 8.4. Lidstaten
die gebruik wensen te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dienen
uiterlijk op 15 juni 2014 bij de Commissie een verzoek in, vergezeld van
elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en
bijzondere voorwaarden de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van: a) de lijst van vaartuigen waarvan de
activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het
EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen; b) de in 2003 door die vaartuigen
verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen volgens vistuiggroep en, zo
nodig, per bijzondere voorwaarde. 8.5. Op basis van het verzoek van een
lidstaat kan de Commissie aan die lidstaat middels uitvoeringshandelingen een
aantal dagen bovenop het in punt 5.1 bedoelde aantal dagen toekennen. Die
uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde
onderzoeksprocedure vastgesteld. 8.6. Tijdens de beheersperiode 2014 mag
een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen
die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde
betreffende het gereglementeerde vistuig. Overdracht van extra dagen van een
vaartuig waarvan de activiteiten zijn beëindigd en dat in aanmerking kwam voor
één van de in punt 6.1, onder a) of b), genoemde bijzondere voorwaarden, naar
een actief vaartuig dat niet in aanmerking komt voor een bijzondere voorwaarde,
is niet toegestaan. 8.7. Als de Commissie extra zeedagen
toewijst wegens de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten in de
beheersperiode 2014, wordt het in tabel I vermelde maximumaantal dagen per
lidstaat of vistuig dienovereenkomstig aangepast voor de beheersperiode 2014. 9. TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR
VERSTERKTE AANWEZIGHEID VAN WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS 9.1. De Commissie kan op basis van een
programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het
kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector een
lidstaat drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor
vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben
met name betrekking op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake
gegevensverzameling verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn
vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 199/2008[4]
en de uitvoeringsbepalingen daarvan. 9.2. De wetenschappelijke waarnemers zijn
onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein van het vaartuig en van de
bemanning. 9.3. Een
lidstaat die gebruik wenst te maken van de in punt 9.1 bedoelde toewijzingen,
dient bij de Commissie ter goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor
versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in. 9.4. Op basis van die beschrijving en na
overleg met het WTECV kan de Commissie aan de betrokken lidstaat middels
uitvoeringshandelingen een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5.1
bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en
het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van
wetenschappelijke waarnemers geldt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens
de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 9.5. Wanneer een door een lidstaat
ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke
waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de
betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze
de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma
van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan. Hoofdstuk IV
Beheer 10. ALGEMENE VERPLICHTING De lidstaten beheren de maximale toegestane visserijinspanning
overeenkomstig de voorwaarden van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005
en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009. 11. BEHEERSPERIODEN 11.1. Een lidstaat mag het in tabel I
vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over
beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden. 11.2. Het aantal dagen of uren tijdens welke
een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag
zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld. 11.3. Lidstaten die de aanwezigheid van
vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de
benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 10. Op verzoek van de
Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft
genomen ter voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied
wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóórdat een
periode van 24 uur is afgelopen. Hoofdstuk V
Uitwisseling van toegewezen visserijinspanningen 12. OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN
VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT VOEREN 12.1. Een lidstaat kan vaartuigen die zijn
vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen
zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag
voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het
motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of
kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen
aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als
motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het
EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen. 12.2. Het product van het overeenkomstig
punt 12.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het betrokken
gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet
groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per
jaar dat het overdragende vaartuig in 2010 en 2011 in het gebied heeft
doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in
kilowatt van dat vaartuig. 12.3. Het overdragen van dagen
overeenkomstig punt 12.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met
gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode. 12.4. Het overdragen van dagen is alleen
toegestaan voor vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen zonder toepassing
van bijzondere voorwaarden. 12.5. Op verzoek van de Commissie verstrekken
de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden.
Spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt
bedoelde informatie kunnen door de Commissie middels uitvoeringshandelingen
worden opgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in
artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 13. OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN
VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag
voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde
beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een
vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.1
en 4.2 en 12 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat besluit
toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de Commissie,
voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde gegevens over
de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de visserijinspanning
en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft. Hoofdstuk VI
Rapportageverplichtingen 14. VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009
geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen.
Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze
bijlage bedoelde gebied. 15. VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor
het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze
bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de
totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand
vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig
gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in
kilowattdagen. 16. MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de
in punt 15 vermelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde format
aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste
e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op
verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde
gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het
geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2013 en 2014, in het in de
tabellen IV en V bedoelde gegevensformat. Tabel II
Rapportageformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar Lidstaat || Vistuig || Jaar || Aangifte van de cumulatieve inspanning (1) (2) || (3) || (4) Tabel III
Gegevensformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[5] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen || (1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd || (2) Vistuig || 2 || || Eén van de volgende vistuigtypes: TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm GN = kieuwnetten ≥ 60 mm LL = grondbeugen || (3) Jaar || 4 || || 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 || (4) Aangifte van de cumulatieve inspanning || 7 || R || Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar || Tabel IV
Rapportageformat voor vaartuiggerelateerde informatie Lidstaat || CFR || Externe kentekens || Duur van de beheersperiode || Aangegeven vistuig || Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || Overgedragen dagen (1) (2) || (3) || (4) || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || (9) (5) (5) || (5) || (5) || (6) || (6) || (6) || (6) || (7) || (7) || (7) || (7) || (8) || (8) || (8) || (8) Tabel V
Gegevensformat voor vaartuiggerelateerde informatie Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[6] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen (1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd (2) CFR || 12 || || Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR) Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig. Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd. (3) Uitwendige kentekens || 14 || L || Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87[7] (4) Duur van de beheersperiode || 2 || L || Duur van de beheersperiode in maanden (5) Aangegeven vistuig || 2 || L || Eén van de volgende vistuigtypes: TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig ≥ 32 mm GN = kieuwnetten ≥ 60 mm LL = grondbeugen (6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || 2 || L || Geef aan of, en zo ja welke, van de in punt 6.1, onder a) of b), van bijlage IIB genoemde bijzondere voorwaarden van toepassing zijn. (7) Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || 3 || L || Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIB aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode. (8) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || 3 || L || Aantal dagen dat het vaartuig effectief in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode. (9) Overgedragen dagen || 4 || L || Vermeld voor overgedragen dagen "– aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen". BIJLAGE IIC VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET
KADER
VAN HET BEHEER VAN DE TONGBESTANDEN
IN HET WESTELIJKE KANAAL IN ICES-SECTOR VIIe Hoofdstuk I
Algemene bepalingen 1. TOEPASSINGSGEBIED 1.1. Deze bijlage is van toepassing op
EU-vaartuigen met een lengte over alles van 10 meter of meer, die
overeenkomstig Verordening (EG) nr. 509/2007 boomkorren met een maaswijdte van
80 mm of meer en staande netten met inbegrip van kieuwnetten, schakelnetten en
warrelnetten, met een maaswijdte van maximaal 220 mm aan boord hebben of
gebruiken en die aanwezig zijn in ICES-sector VIIe. Voor de toepassing van deze
bijlage wordt onder de beheersperiode 2014 verstaan de periode van 1 februari
2014 tot en met 31 januari 2015. 1.2. Vaartuigen die vissen met staande
netten met een maaswijdte van 120 mm of meer en die volgens hun
visserijgegevens in de drie voorgaande jaren minder dan 300 kg levend
gewicht aan tong per jaar hebben gevangen, zijn vrijgesteld van de toepassing
van deze bijlage, mits: a) deze vaartuigen tijdens de
beheersperiode 2014 minder dan 300 kg levend gewicht tong vangen; b) deze vaartuigen op zee geen vis
overladen op een ander vaartuig; c) elke betrokken lidstaat uiterlijk op
31 juli 2014 en 31 januari 2015 bij de Commissie een verslag indient over de op
tong betrekking hebbende vangstcijfers voor deze vaartuigen voor de laatste
drie jaar, en over de tongvangst in 2014. Wanneer aan één van deze voorwaarden niet is
voldaan, zijn de betrokken vaartuigen met onmiddellijke ingang niet meer
vrijgesteld van de toepassing van deze bijlage. 2. DEFINITIES Voor de toepassing van deze bijlage gelden de
volgende definities: a) "vistuiggroep": de groep
die bestaat uit de volgende twee vistuigcategorieën: i) boomkorren met een maaswijdte van 80 mm of
meer, en ii) staande netten met inbegrip van kieuwnetten,
schakelnetten en warrelnetten, met een maaswijdte van maximaal 220 mm; b) "gereglementeerd tuig":
vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren; c) "gebied": ICES-sector VIIe; d) "beheersperiode 2014": de
periode van 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015; 3. ACTIVITEITSBEPERKINGEN Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr.
1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren en
in de Unie zijn geregistreerd, niet langer dan het in hoofdstuk III van deze
bijlage bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer zij
gereglementeerd vistuig aan boord hebben. Hoofdstuk II
Machtigingen 4. GEMACHTIGDE VAARTUIGEN 4.1 Een lidstaat mag vaartuigen die zijn
vlag voeren, geen toestemming verlenen voor visserijactiviteiten in het
betrokken gebied met gereglementeerd vistuig, als deze vaartuigen in de jaren
2002 tot en met 2013 nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten in het
betrokken gebied hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een
gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gebied
wordt onttrokken. 4.2 Aan vaartuigen die wel met
gereglementeerd vistuig hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend
om een ander vistuig te gebruiken, mits het aantal dagen dat voor het
laatstgenoemde vistuigtype is toegewezen, gelijk is aan of groter dan het
aantal voor het gereglementeerde vistuig toegewezen dagen. 4.3 Een vaartuig dat de vlag voert van
een lidstaat die geen quota heeft in het gebied, mag in dat gebied niet vissen
met gereglementeerd vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum
krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG)
nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 10 of punt 11 van
deze bijlage. Hoofdstuk III
Aan EU-vaartuigen toegewezen
aantal dagen van aanwezigheid in het gebied 5. MAXIMUMAANTAL DAGEN Het maximumaantal zeedagen waarvoor een lidstaat
tijdens de beheersperiode 2014 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan
om in het gebied aanwezig te zijn met gereglementeerd vistuig aan boord, staat
vermeld in tabel I. Tabel I
Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn,
per vistuig
Gereglementeerd vistuig || Maximumaantal dagen Boomkorren met een maaswijdte ≥ 80 mm || BE || 164 FR || 175 UK || 207 Staande netten met een maaswijdte ≤ 220 mm || BE || 164 FR || 178 UK || 164 6. KILOWATTDAGENSYSTEEM 6.1. Tijdens de beheersperiode 2014 mogen
de lidstaten de hun toegewezen visserijinspanningen beheren aan de hand van een
kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen zij een vaartuig, met
betrekking tot de in tabel I opgenomen soorten gereglementeerd vistuig,
toestaan om gedurende een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die
tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale
aantal kilowattdagen dat met het gereglementeerde vistuig overeenstemt, in acht
wordt genomen. 6.2. Het totale aantal kilowattdagen is de
som van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de
vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en voldoen aan de voorwaarde
betreffende het gereglementeerde vistuig. Deze individuele visserijinspanningen
worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te
vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig
overeenkomstig tabel I zou beschikken als punt 6.1 niet werd toegepast. 6.3. Lidstaten die gebruik wensen te maken
van het in punt 6.1 bedoelde systeem, dienen bij de Commissie een verzoek in,
vergezeld van elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde
vistuiggroep de uitvoerige berekening wordt vermeld op basis van: a) de lijst van vaartuigen die mogen
vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en
hun motorvermogen; b) het aantal zeedagen dat elk vaartuig
overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen
waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 6.1 zou beschikken. 6.4. Op basis van dit verzoek gaat de
Commissie na of aan de in punt 6 bedoelde voorwaarden is voldaan en kan zij,
indien van toepassing, de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te
maken van het in punt 6.1 bedoelde systeem. 7. TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE
DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN VISSERIJACTIVITEITEN 7.1. De Commissie kan een lidstaat extra
zeedagen toekennen gedurende welke een vaartuig toestemming van zijn
vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn met
gereglementeerd vistuig aan boord, en wel op basis van de definitieve
beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004 overeenkomstig
artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of Verordening (EG)
nr. 744/2008. Definitieve beëindigingen ingevolge andere omstandigheden
kunnen door de Commissie per geval in overweging worden genomen na een
schriftelijk en naar behoren gemotiveerd verzoek van de betrokken lidstaat. In
dat schriftelijk verzoek wordt vermeld om welke vaartuigen het gaat en wordt
voor elk daarvan bevestigd dat zij niet opnieuw visserijactiviteiten zullen
beginnen. 7.2. De
in kilowattdagen gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de
activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met de betrokken vistuiggroep hebben
geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met die
vistuiggroep hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens
berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen
dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van die
berekening wordt afgerond op de meest nabije hele dag. 7.3. De punten 7.1 en 7.2 zijn niet van
toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.2 is vervangen of wanneer
de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te
krijgen. 7.4. Lidstaten die gebruik wensen te maken
van de in punt 7.1 bedoelde toewijzingen, dienen uiterlijk op 15 juni 2014 bij
de Commissie een verzoek in, vergezeld van elektronische verslagen waarin voor
de in tabel I vermelde vistuiggroep de uitvoerige berekening is vermeld op
basis van: a) de lijst van vaartuigen waarvan de
activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het
EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen; b) de in 2003 door die vaartuigen verrichte
visserijactiviteit, berekend in zeedagen per betrokken vistuiggroep. 7.5. Op basis van het verzoek van een
lidstaat kan de Commissie aan die lidstaat middels uitvoeringshandelingen een
aantal dagen bovenop het in punt 5 bedoelde aantal dagen toekennen. Die
uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 14, lid 2,
bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 7.6. Tijdens de beheersperiode 2014 mag
een lidstaat deze extra zeedagen herverdelen tussen alle of sommige vaartuigen
die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die voldoen aan de voorwaarde
betreffende het gereglementeerde vistuig. 7.7. Extra dagen die voor de
beheersperiode 2013 door de Commissie waren toegewezen vanwege de definitieve
beëindiging van visserijactiviteiten, worden opgenomen in het maximumaantal
dagen per lidstaat zoals vermeld in tabel I en toegewezen aan de in tabel I
vermelde vistuiggroepen. Het aantal extra dagen wordt bijgesteld door
toepassing van de uit deze verordening voor de beheersperiode 2014
voortvloeiende beperkingen van het aantal zeedagen. 7.8. In afwijking van de punten 7.1 tot en
met 7.5 kan de Commissie een lidstaat bij wijze van uitzondering extra dagen
voor de beheersperiode 2014 toewijzen op basis van de definitieve beëindiging
van visserijactiviteiten die hebben plaatsgevonden van 1 februari 2004 tot en
met 31 januari 2013, mits daarvoor in de loop van bedoelde periode nog geen
verzoek om extra dagen werd ingediend. 8. TOEWIJZING
VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKTE AANWEZIGHEID VAN WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS 8.1. De Commissie kan op basis van een
programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke waarnemers in het
kader van een partnerschap tussen wetenschappers en de visserijsector de
lidstaten tussen 1 februari 2014 en 31 januari 2015 drie extra dagen van
aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd
vistuig aan boord. Dergelijke programma's hebben met name betrekking op
teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en gaan inzake gegevensverzameling
verder dan de vereisten voor nationale programma's die zijn vastgesteld bij
Verordening (EG) nr. 199/2008 en de uitvoeringsbepalingen daarvan. 8.2. De wetenschappelijke waarnemers zijn
onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein en van de bemanning van het
vaartuig. 8.3. Een lidstaat die gebruik wenst te
maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dient bij de Commissie ter
goedkeuring een beschrijving van zijn programma voor versterkte aanwezigheid
van wetenschappelijke waarnemers in. 8.4. Op basis van die beschrijving en na
overleg met het WTECV kan de Commissie aan de betrokken lidstaat middels
uitvoeringshandelingen een aantal dagen toekennen bovenop het in punt 5
bedoelde aantal dagen voor die lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en
het vistuig waarvoor het programma voor versterkte aanwezigheid van
wetenschappelijke waarnemers geldt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens
de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 8.5. Wanneer een door een lidstaat
ingediend programma voor versterkte aanwezigheid van wetenschappelijke
waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de
betrokken lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt deze
de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma
van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan. Hoofdstuk IV
Beheer 9. ALGEMENE VERPLICHTING De lidstaten beheren de maximale toegestane
visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening
(EG) nr. 1224/2009. 10. BEHEERSPERIODEN 10.1. Een lidstaat mag het in tabel I
vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over
beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden. 10.2. Het aantal dagen of uren tijdens welke
een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag
zijn, wordt door de betrokken lidstaat vastgesteld. 10.3. Lidstaten die de aanwezigheid van
vaartuigen die hun vlag voeren in een gebied per uur vaststellen, blijven de
benutting van de dagen meten overeenkomstig punt 9. Op verzoek van de Commissie
moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter
voorkoming van een excessieve benutting van dagen in het gebied wanneer een
vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóórdat een periode van 24
uur is afgelopen. Hoofdstuk V
Uitwisseling van toegewezen visserijinspanningen 11. OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN
VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT VOEREN 11.1. Een lidstaat kan vaartuigen die zijn
vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen
zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag
voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het
motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of
kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen
aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als
motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het
EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen. 11.2. Het product van het overeenkomstig
punt 11.1 overgedragen totale aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en
het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter
zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar
dat het overdragende vaartuig in 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 in het gebied
heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het
motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. 11.3. Het overdragen van dagen
overeenkomstig punt 11.1 is toegestaan tussen vaartuigen die werken met
gereglementeerd vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode. 11.4. Op verzoek van de Commissie
verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben
plaatsgevonden. Spreadsheetformats voor het verzamelen en doorsturen van de in
dit punt bedoelde informatie kunnen door de Commissie middels
uitvoeringshandelingen worden opgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden
volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure
vastgesteld. 12. OVERDRACHT
VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN VERSCHILLENDE LIDSTATEN
VOEREN Elke lidstaat mag vissersvaartuigen die zijn vlag
voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde
beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een
vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.2,
4.4, 5, 6 en 10 van overeenkomstige toepassing zijn. Wanneer een lidstaat
besluit toestemming voor een dergelijke overdracht te verlenen, stelt hij de
Commissie, voordat de overdracht plaatsvindt, in kennis van gedetailleerde
gegevens over de overdracht, met name van het aantal over te dragen dagen, de
visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht
betrekking heeft. Hoofdstuk VI
Rapportageverplichtingen 13. VISSERIJINSPANNINGSVERSLAG Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009
geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen.
Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het in punt 2 van deze
bijlage bedoelde gebied. 14. VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor
het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze
bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de
totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand
vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig
gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in
kilowattdagen. 15. MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de
in punt 14 vermelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde format
aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste
e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op
verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde
gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het
geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2013 en 2014, in het in de
tabellen IV en V bedoelde gegevensformat. Tabel II
Rapportageformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar Lidstaat || Vistuig || Jaar || Aangifte van de cumulatieve inspanning (1) (2) || (3) || (4) Tabel III
Gegevensformat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[8] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen (1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd (2) Vistuig || 2 || || Eén van de volgende vistuigtypes: BT = boomkorren ≥ 80 mm GN = kieuwnetten < 220 mm TN = schakelnetten of warrelnetten < 220 mm (3) Jaar || 4 || || 2006, 2007, 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 of 2014 (4) Aangifte van de cumulatieve inspanning || 7 || R || Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar Tabel IV
Rapportageformat voor vaartuiggerelateerde informatie Lidstaat || CFR || Externe kentekens || Duur van de beheersperiode || Aangegeven vistuig || Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig || Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || Overgedragen dagen Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … || Nr. 1 || Nr. 2 || Nr. 3 || … (1) (2) || (3) || (4) || (5) || (5) || (5) || (5) || (6) || (6) || (6) || (6) || (7) || (7) || (7) || (7) || (8) Tabel V
Gegevensformat voor vaartuiggerelateerde informatie Naam van het veld || Maximumaantal letters/cijfers || Richting[9] L(inks)/R(echts) || Definitie en opmerkingen (1) Lidstaat || 3 || || Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd (2) CFR || 12 || || Nummer in EU-vissersvlootregister (CFR) Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig. Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd. (3) Uitwendige kentekens || 14 || L || Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87 (4) Duur van de beheersperiode || 2 || L || Duur van de beheersperiode in maanden (5) Aangegeven vistuig || 2 || L || Eén van de volgende vistuigtypes: BT = boomkorren ≥ 80 mm GN = kieuwnetten < 220 mm TN = schakelnetten of warrelnetten < 220 mm (6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig || 3 || L || Aantal dagen dat overeenkomstig bijlage IIC aan het vaartuig is toegewezen voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode. (7) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt || 3 || L || Aantal dagen dat het vaartuig daadwerkelijk in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode. (8) Overgedragen dagen || 4 || L || Vermeld voor overgedragen dagen "– aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen". BIJLAGE IID BEHEERSGEBIEDEN VOOR ZANDSPIERINGEN
IN DE ICES-SECTOREN IIa EN IIIa EN IN ICES-DEELGEBIED IV Ten
behoeve van het beheer van de vangstmogelijkheden voor zandspiering in de ICES-sectoren
IIa en IIIa en ICES-deelgebied IV, zoals vastgesteld in bijlage IA, worden
de beheersgebieden waarbinnen specifieke vangstbeperkingen van toepassing zijn,
hieronder omschreven en in het aanhangsel van deze bijlage afgebeeld: Beheersgebied voor zandspieringen || Statistische ICES-vakken 1 || 31-34 E9-F2; 35 E9- F3; 36 E9-F4; 37 E9-F5; 38-40 F0-F5; 41 F5-F6 2 || 31-34 F3-F4; 35 F4-F6; 36 F5-F8; 37-40 F6-F8; 41 F7-F8 3 || 41 F1-F4; 42-43 F1-F9; 44 F1-G0; 45-46 F1-G1; 47 G0 4 || 38-40 E7-E9; 41-46 E6-F0 5 || 47-51 E6 + F0-F5; 52 E6-F5 6 || 41-43 G0-G3; 44 G1 7 || 47-51 E7-E9 Aanhangsel 1 van bijlage IID Beheersgebieden voor zandspieringen [1] Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4
november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde
vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap (PB L 289 van 7.11.2003, blz.
1). [2] Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad van 27
juli 2006 inzake het Europees Visserijfonds (PB L 223 van 15.8.2006, blz. 1). [3] Verordening (EG) nr. 744/2008 van de Raad van 24
juli 2008 tot instelling van een tijdelijke specifieke actie ter bevordering
van de herstructurering van de door de economische crisis getroffen
vissersvloten van de Europese Gemeenschap (PB L 202 van 31.7.2008, blz. 1). [4] Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25
februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de
verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en
voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid
(PB L 60 van 5.3.2008, blz. 1). [5] Relevante informatie voor de verstrekking van
gegevens volgens een format met vaste lengte. [6] Relevante informatie voor de verstrekking van
gegevens volgens een format met vaste lengte. [7] Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie van
20 mei 1987 inzake uitvoeringsbepalingen met betrekking tot kentekens voor
vissersvaartuigen en met betrekking tot documenten aan boord van die vaartuigen
(PB L 132 van 21.5.1987, blz. 9). [8] Relevante informatie voor de verstrekking van
gegevens volgens een format met vaste lengte. [9] Relevante informatie voor de verstrekking van
gegevens volgens een format met vaste lengte. BIJLAGE III MAXIMUMAANTAL VISMACHTIGINGEN
VOOR EU-VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN Visgebied || Visserijtak || Aantal vismachtigingen || Verdeling van de vismachtigingen over de lidstaten || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || p.m. || p.m. || p.m. Demersale soorten, ten noorden van 62° 00′ NB || p.m. || p.m. || p.m. Makreel || Niet relevant || Niet relevant || p.m.[1] Soorten voor de industrievisserij, ten zuiden van 62° 00′ NB || p.m. || p.m. || p.m. BIJLAGE IV ICCAT-VERDRAGSGEBIED[2] 1. Maximumaantal met de hengel of de
sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische
Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mogen vissen Spanje || p.m. Frankrijk || p.m. Unie || p.m. 2. Maximumaantal EU-vaartuigen dat in
het kader van de ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op
blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen Spanje || p.m. Frankrijk || p.m. Italië || p.m. Cyprus || p.m. Malta || p.m. Unie || p.m. 3. Maximumaantal EU-vaartuigen dat in
de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm
mag vissen voor kweekdoeleinden Kroatië || p.m. Italië || p.m. Unie || p.m. 4. Maximumaantal en totale in brutoton
uitgedrukte capaciteit van de vissersvaartuigen van elke lidstaat die
blauwvintonijn mogen bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of
aanlanden in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse
Zee Tabel A || Aantal vissersvaartuigen[3] || Cyprus || Griekenland[4] || Kroatië || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta[5] Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Vaartuigen voor de visserij met de beug || p.m.[6] || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Met de hengel vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Vaartuigen voor de visserij met de handlijn || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Trawlers || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij[7] || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Tabel B || Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit || Cyprus || Kroatië || Griekenland || Italië || Frankrijk || Spanje || Malta Vaartuigen voor de visserij met de ringzegen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Vaartuigen voor de visserij met de beug || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Met de hengel vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Met de handlijn vissende vaartuigen || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Trawlers || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. || p.m. 5. Maximumaantal tonnara's dat elke
lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse
Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn || Aantal tonnara's Spanje || p.m. Italië || p.m. Portugal || p.m.[8] 6. Maximumcapaciteit voor het kweken en
mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximumhoeveelheid in het wild
gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in
het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag
verdelen Tabel A Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn || Aantal bedrijven || Capaciteit (in ton): Spanje || p.m. || p.m. Italië || p.m. || p.m. Griekenland || p.m. || p.m. Cyprus || p.m. || p.m. Kroatië || p.m. || p.m. Malta || p.m. || p.m. Tabel B Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton) Spanje || p.m. Italië || p.m. Griekenland || p.m. Cyprus || p.m. Kroatië || p.m. Malta || p.m. BIJLAGE V CCAMLR-VERDRAGSGEBIED DEEL A
VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-GEBIED Doelsoorten || Gebied || Gesloten tijd Haaien (alle soorten) || Verdragsgebied || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Notothenia rossii || FAO 48.1. Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2. Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3. Antarctische wateren, rond South Georgia || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Vinvis || FAO 48.1. Antarctische wateren(1) FAO 48.2. Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Gobionotothen gibberifrons Chaenocephalus aceratus Pseudochaenichthys georgianus Lepidonotothen squamifrons Patagonotothen guntheri Electrona carlsbergi[9] || FAO 48.3. || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Dissostichus spp. || FAO 48.5. Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2014 Dissostichus spp. || FAO 88.3. Antarctische wateren(1) FAO 58.5.1. Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.5.2. Antarctische wateren ten oosten van 79° 20' OL en buiten de EEZ ten westen van 79° 20' OL(1) FAO 58.4.4. Antarctische wateren(1)(2) FAO 58.6. Antarctische wateren(1) FAO 58.7. Antarctische wateren(1) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Lepidonotothen squamifrons || FAO 58.4.4.(1)(2) || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides || FAO 58.5.2. Antarctische wateren || Van 1 december 2011 tot en met 30 november 2014 Dissostichus mawsoni || FAO 48.4 Antarctische wateren(1) binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30' ZB en 57° 20' ZB en lengtegraden 25° 30' WL en 29° 30' WL || Van 1 januari tot en met 31 december 2014 (1) Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. (2) Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's). DEEL B
TAC's EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR NIEUWE EN EXPERIMENTELE VISSERIJ IN HET
CCAMLR-VERDRAGSGEBIED IN 2013/2014 Deelgebied/ Streek || Regio || Seizoen || SSRU || Vangstbeperking voor Dissostichus spp. (in ton) || Bijvangstbeperking (in ton)(1) Roggen || Macrourus spp. || Andere soorten 58.4.1. || Gehele sector || 1 december 2013 tot en met 30 november 2014 || SSRU's A, B, D en F: p.m. SSRU C: p.m. SSRU E: p.m. SSRU G: p.m.(2) SSRU H: p.m.(2) || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. 58.4.2. || Gehele sector || 1 december 2013 tot en met 30 november 2014 || SSRU's A, B, C en D: p.m. SSRU E: p.m. || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. 58.4.3a. || Gehele sector || 1 mei tot en met 31 augustus 2014 || || Totaal p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. || Alle Sector: p.m. 88.1. || Gehele deelgebied || 1 december 2013 tot en met 31 augustus 2014 || SSRU's A, D, E, F en M: p.m. SSRU's B, C en G: p.m. SSRU's H, I en K: p.m. SSRU's J en L: p.m. || Totaal p.m. || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: p.m. SSRU's B, C en G: p.m. SSRU's H, I en K: p.m. SSRU's J en L: p.m. || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: 0 SSRU's B, C en G: 40 SSRU's H, I en K: 320 SSRU's J en L: 70 || p.m. SSRU's A, D, E, F en M: 0 SSRU's B, C en G: 60 SSRU's H, I en K: 60 SSRU's J en L: 40 88.2. || Ten zuiden van 65° ZB || 1 december 2013 tot en met 31 augustus 2014 || SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || Totaal p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. || p.m. SSRU's A, B en I: p.m. SSRU's C, D, E, F en G: p.m. SSRU H: p.m. (1) Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn: – roggen: 5 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of p.m. ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is; – Macrourus spp.: 16 % van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of p.m. ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is, met uitzondering van statistische sector 58.4.3a en statistisch deelgebied 88.1; – andere soorten: p.m. ton per SSRU. (2) Vangstbeperking teneinde Spanje de mogelijkheid te bieden in 2013/2014 een experiment betreffende de uitputting van bestanden uit te voeren. Aanhangsel van bijlage V, deel B Lijst
van kleine onderzoeksvakken (SSRU's) Regio || SSRU || Grenslijn 48.6 || A || Van 50° ZB 20° WL, pal oost naar 1° 30' OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 20° WL, pal noord naar 50° ZB. || B || Van 60° ZB 20° WL, pal oost naar 10° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 10° WL, pal oost naar de 0°-lengtegraad, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° WL, pal noord naar 60° ZB. || D || Van 60° ZB 0°-lengtegraad, pal oost naar 10° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot de 0°-lengtegraad, pal noord naar 60° ZB. || E || Van 60° ZB 10° OL, pal oost naar 20° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 10° OL, pal noord naar 60° ZB. || F || Van 60° ZB 20° OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 20° OL, pal noord naar 60° ZB. || G || Van 50° ZB 1° 30' OL, pal oost naar 30° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 1° 30' OL, pal noord naar 50° ZB. || || 58.4.1 || A || Van 55° ZB 86° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar 60° ZB, pal west naar 86° OL, pal noord naar 55° ZB. || B || Van 60° ZB 86° OL, pal oost naar 90° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 80° OL, pal noord naar 64° ZB, pal oost naar 86° OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 90° OL, pal oost naar 100° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 90° OL, pal noord naar 60° ZB. || D || Van 60° ZB 100° OL, pal oost naar 110° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 100° OL, pal noord naar 60° ZB. || E || Van 60° ZB 110° OL, pal oost naar 120° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° OL, pal noord naar 60° ZB. || F || Van 60° ZB 120° OL, pal oost naar 130° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° OL, pal noord naar 60° ZB. || G || Van 60° ZB 130° OL, pal oost naar 140° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° OL, pal noord naar 60° ZB. || H || Van 60° ZB 140° OL, pal oost naar 150° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° OL, pal noord naar 60° ZB. 58.4.2 || A || Van 62° ZB 30° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 30° OL, pal noord naar 62° ZB. || B || Van 62° ZB 40° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 40° OL, pal noord naar 62° ZB. || C || Van 62° ZB 50° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 50° OL, pal noord naar 62° ZB. || D || Van 62° ZB 60° OL, pal oost naar 70° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 60° OL, pal noord naar 62° ZB. || E || Van 62° ZB 70° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 64° ZB, pal oost naar 80° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 70° OL, pal noord naar 62° ZB. || || 58.4.3a || A || Hele sector, van 56° ZB 60° OL, pal oost naar 73° 10' OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 60° OL, pal noord naar 56° ZB. || || 58.4.3b || A || Van 56° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 56° ZB. || B || Van 60° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 64° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 59° ZB 73° 10' OL, pal oost naar 79° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 73° 10' OL, pal noord naar 59° ZB. || D || Van 59° ZB 79° OL, pal oost naar 86° OL, zuid tot 60° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 59° ZB. || E || Van 56° ZB 79° OL, pal oost naar 80° OL, pal noord naar 55° ZB, pal oost naar 86° OL, zuid tot 59° ZB, pal west naar 79° OL, pal noord naar 56° ZB. || || 58.4.4 || A || Van 51° ZB 40° OL, pal oost naar 42° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 51° ZB. || B || Van 51° ZB 42° OL, pal oost naar 46° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 42° OL, pal noord naar 51° ZB. || C || Van 51° ZB 46° OL, pal oost naar 50° OL, pal zuid naar 54° ZB, pal west naar 46° OL, pal noord naar 51° ZB. || D || Hele sector uitgezonderd SSRU's A, B en C, en met buitengrens van 50° ZB 30° OL, pal oost naar 60° OL, pal zuid naar 62° ZB, pal west naar 30° OL, pal noord naar 50° ZB. 58.6 || A || Van 45° ZB 40° OL, pal oost naar 44° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 40° OL, pal noord naar 45° ZB. || B || Van 45° ZB 44° OL, pal oost naar 48° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 44° OL, pal noord naar 45° ZB. || C || Van 45° ZB 48° OL, pal oost naar 51° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 48° OL, pal noord naar 45° ZB. || D || Van 45° ZB 51° OL, pal oost naar 54° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 51° OL, pal noord naar 45° ZB. || || 58.7 || A || Van 45° ZB 37° OL, pal oost naar 40° OL, pal zuid naar 48° ZB, pal west naar 37° OL, pal noord naar 45° ZB. || || 88.1 || A || Van 60° ZB 150° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° OL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 170° OL, pal oost naar 179° OL, pal zuid naar 66° 40' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 179° OL, pal oost naar 170° WL, pal noord naar 70° ZB, pal west naar 178° WL, pal noord naar 66° 40' ZB, pal west naar 179° OL, pal noord naar 60° ZB || D || Van 65° ZB 150° OL, pal oost naar 160° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° OL, pal noord naar 65° ZB. || E || Van 65° ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 68° 30' ZB, pal west naar 160° OL, pal noord naar 65° ZB. || F || Van 68° 30' ZB 160° OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° OL, pal noord naar 68° 30' ZB. || G || Van 66° 40' ZB 170° OL, pal oost naar 178° WL, pal zuid naar 70° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal zuid naar 70° 50' ZB, pal west naar 170° OL, pal noord naar 66° 40' ZB. || H || Van 70° 50' ZB 170° OL, pal oost naar 178° 50' OL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 170° OL, pal noord naar 70° 50' ZB. || I || Van 70° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 73° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 70° ZB. || J || Van 73° ZB aan de kust nabij 170° OL, pal oost naar 178° 50' OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 170° OL, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. || K || Van 73° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 76° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 73° ZB. || L || Van 76° ZB 178° 50' OL, pal oost naar 170° WL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar 178° 50' OL, pal noord naar 76° ZB. || M || Van 73° ZB aan de kust nabij 169° 30' OL, pal oost naar 170° OL, pal zuid naar 80° ZB, pal west naar de kust, noordwaarts langs de kust tot 73° ZB. 88.2 || A || Van 60° ZB 170° WL, pal oost naar 160° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 170° WL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 160° WL, pal oost naar 150° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 160° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 70° 50' ZB 150° WL, pal oost naar 140° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 150° WL, pal noord naar 70° 50' ZB. || D || Van 70° 50' ZB 140° WL, pal oost naar 130° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 140° WL, pal noord naar 70° 50' ZB. || E || Van 70° 50' ZB 130° WL, pal oost naar 120° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 130° WL, pal noord naar 70° 50' ZB. || F || Van 70° 50' ZB 120° WL, pal oost naar 110° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 120° WL, pal noord naar 70° 50' ZB. || G || Van 70° 50' ZB 110° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 110° WL, pal noord naar 70° 50' ZB. || H || Van 65° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 70° 50' ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 65° ZB. || I || Van 60° ZB 150° WL, pal oost naar 105° WL, pal zuid naar 65° ZB, pal west naar 150° WL, pal noord naar 60° ZB. || || 88.3 || A || Van 60° ZB 105° WL, pal oost naar 95° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 105° WL, pal noord naar 60° ZB. || B || Van 60° ZB 95° WL, pal oost naar 85° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 95° WL, pal noord naar 60° ZB. || C || Van 60° ZB 85° WL, pal oost naar 75° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 85° WL, pal noord naar 60° ZB. || D || Van 60° ZB 75° WL, pal oost naar 70° WL, pal zuid naar de kust, westwaarts langs de kust tot 75° WL, pal noord naar 60° ZB. DEEL C
KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM DEEL TE NEMEN
AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA SUPERBA Verdragsluitende partij: Visseizoen: Naam van het vaartuig Verwacht vangstniveau (in ton): Vangsttechniek: || Conventioneel sleepnet Continu vissysteem Pomptechniek om de kuil leeg te maken Andere goedgekeurde methodes: Gelieve te specifiëren Methoden die worden
gebruikt voor de directe raming van het onverwerkte gewicht aan gevangen
Antarctisch krill[10]: Van de vangst af te leiden producten en de
omrekeningsfactoren[11]
daarvoor: Productsoort || % van de vangst || Omrekeningsfactor[12] || || || || || || || || || || Deelgebied/Sector || || Dec || Jan || Feb || Maa || Apr || Mei || Jun || Jul || Aug || Sep || Okt || Nov 48.1 || || || || || || || || || || || || 48.2 || || || || || || || || || || || || 48.3 || || || || || || || || || || || || 48.4 || || || || || || || || || || || || 48.5 || || || || || || || || || || || || 48,6 || || || || || || || || || || || || 58.4.1 || || || || || || || || || || || || 58.4.2 || || || || || || || || || || || || 88.1 || || || || || || || || || || || || 88.2 || || || || || || || || || || || || 88.3 || || || || || || || || || || || || X || Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen. || Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij. NB: De hier door u verstrekte gegevens zijn
louter informatief en beletten u niet te vissen in gebieden of perioden die u
niet heeft opgegeven. DEEL D
NETCONFIGURATIE EN GEBRUIK VAN VANGSTTECHNIEKEN Netopening (mond) omtrek (m) || Verticale opening (m) || Horizontale opening (m) || || Lengte en maaswijdte
netpanelen Paneel || Lengte (m) || Maaswijdte (mm) 1e paneel || || 2e paneel || || 3e paneel || || … || || Eindpaneel (kuil) || || Teken diagram van elke gebruikte netconfiguratie Er worden verscheidene vangsttechnieken[13]
gebruikt: Ja Neen || Vangsttechniek || Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%) 1 || || 2 || || 3 || || 4 || || 5 || || … || || Totaal 100 % Er is een inrichting voor het weren van
zeezoogdieren aanwezig[14]: Ja Neen Toelichtingen betreffende vangsttechnieken,
vistuigconfiguratie en -kenmerken en vispatronen: BIJLAGE VI IOTC-VERDRAGSGEBIED 1. Maximumaantal EU-vaartuigen dat in
het IOTC-verdragsgebied op tropische tonijn mag vissen Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) || Spanje || 22 || 61 364 || Frankrijk || 22 || 33 604 Portugal || 5 || 1 627 || Unie || 49 || 96 595 || 2. Maximumaantal EU-vaartuigen dat in
het IOTC-verdragsgebied op zwaardvis en witte tonijn mag vissen Lidstaat || Maximumaantal vaartuigen || Capaciteit (brutotonnage) Spanje || 27 || 11 590 Frankrijk || 41 || 5 382 Portugal || 15 || 6 925 Verenigd Koninkrijk || 4 || 1 400 Unie || 87 || 25 297 3. De in punt 1 vermelde vaartuigen
mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen. 4. De in punt 2 vermelde vaartuigen
mogen in het IOTC-verdragsgebied tevens op tropische tonijn vissen. BIJLAGE VII WCPFC-VERDRAGSGEBIED Maximumaantal EU-vaartuigen dat op zwaardvis
mag vissen in het WCPFC-gebied ten zuiden van 20° ZB Spanje || p.m. Unie || p.m. BIJLAGE VIII KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN
VOOR VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN DE EU-WATEREN VISSEN Vlaggenstaat || Visserijtak || Aantal vismachtigingen || Maximumaantal vaartuigen dat op elk moment in het gebied aanwezig mag zijn Noorwegen || Haring, ten noorden van 62° 00' NB || p.m. || p.m. Venezuela[15] || Snappers (wateren van Frans-Guyana) || p.m. || p.m. [1] Onverminderd de aanvullende vergunningen die naar vaste
praktijk door Noorwegen aan Zweden worden toegekend.
[2] De in de punten 1, 2 en 3 vermelde aantallen kunnen naar
beneden worden bijgesteld om aan de internationale verplichtingen van de Unie
te voldoen. [3] De in deze tabel A van punt 4 opgevoerde
aantallen kunnen nog worden verhoogd, op voorwaarde dat aan de internationale
verplichtingen van de Unie wordt voldaan. [4] Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de
ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug
worden vervangen. [5] Een middelgroot vaartuig voor de visserij met de
ringzegen mag door niet meer dan 10 vaartuigen voor de visserij met de beug
worden vervangen. [6] Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van
verschillende soorten vistuig. [7] Polyvalente vaartuigen, die gebruik maken van
verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn). [8] Dit aantal kan nog worden verhoogd, op voorwaarde dat aan
de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan. [9] Behalve voor wetenschappelijk onderzoek. [10] Met ingang van het visseizoen 2013/14 wordt in de
kennisgeving — met de tabel in formulier C1 als richtsnoer — een gedetailleerde
beschrijving gegeven van de precieze methode die wordt gebruikt voor de raming
van het onverwerkte gewicht aan gevangen Antarctisch krill, met inbegrip van
informatie, en zo mogelijk gegevens, om de onzekerheid met betrekking tot het
door vaartuigen gerapporteerde onverwerkte gewicht te ramen of inzicht te
verkrijgen in de onderliggende variabiliteit van de parameters die aan deze
ramingen ten grondslag liggen, en, indien omrekeningsfactoren worden toegepast,
nadere gegevens over de precieze methode voor de afleiding van elke
omrekeningsfactor. De verdragspartijen dienen die beschrijving de volgende
seizoenen niet opnieuw in te dienen, tenzij de methode voor de raming van het
onverwerkte gewicht is gewijzigd. [11] Voor zover mogelijk te verstrekken inlichtingen. [12] Omrekeningsfactor = totaalgewicht/verwerkt gewicht. [13] Zo ja, geef frequentie van omschakeling tussen
vangsttechnieken: [14] Zo ja, teken ontwerp van de inrichting: [15] Voordat deze vismachtigingen worden afgegeven, moet worden
aangetoond dat er een geldig contract bestaat tussen de scheepseigenaar die de
machtiging aanvraagt en een in het departement Frans-Guyana gevestigd
verwerkingsbedrijf, en dat in dat contract staat dat ten minste 75 % van de
door het betrokken vaartuig gevangen snappers in dat departement moet worden aangeland
voor verwerking in dat bedrijf. Dit contract moet worden geviseerd door de
Franse autoriteiten, die zich ervan moeten vergewissen dat het in
overeenstemming is met zowel de capaciteit van het verwerkende bedrijf waarmee
het is gesloten als met de doelstellingen voor de ontwikkeling van de economie
in Frans-Guyana. Een afschrift van het naar behoren geviseerde contract moet
bij de vismachtigingsaanvraag worden gevoegd. Wanneer bovenbedoelde
bekrachtiging wordt geweigerd, maken de Franse autoriteiten deze weigering
bekend en vermelden zij de redenen ervoor aan de betrokken partij en aan de
Commissie.