This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0607
Proposal for a COUNCIL DECISION amending Decision 2007/198/Euratom establishing the European Joint Undertaking for ITER and the Development of Fusion Energy and conferring advantages upon it
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan
/* COM/2013/0607 final - 2013/0295 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan /* COM/2013/0607 final - 2013/0295 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Bij dit besluit van de Raad wordt
Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot
oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de
ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan gewijzigd teneinde de basis
te leggen voor de financiering van de activiteiten van deze gemeenschappelijke
onderneming (hierna "Fusie voor energie" genoemd) voor de periode
2014 tot en met 2020 in het kader van het Euratom-Verdrag. De geraamde kosten voor de bouwfase van Fusie
voor energie (alleen de door Europa gedragen kosten) voor de periode 2007 tot
en met 2020 bedroegen in maart 2010 7,2 miljard EUR (in waarden van 2008).
In juli 2010 heeft de Raad een maximum voor de Europese bijdrage aan die fase
vastgesteld van 6,6 miljard EUR (in waarden van 2008). In februari 2013 heeft
de Europese Raad het maximale niveau van de Euratom-vastleggingen voor ITER in
het kader van de verordening tot bepaling van het meerjarige financiële kader
voor de periode 2014 tot en met 2020 op 2 707 miljoen EUR (in waarden van
2011) gesteld. In het kader van het zevende kaderprogramma werd
de Euratom-bijdrage beschikbaar gesteld via het krachtens artikel 7 van
het Euratom-Verdrag vastgestelde programma voor onderzoek en opleiding van de
Gemeenschap; Deze financieringsvorm vereiste naleving van een reeks
voorschriften met betrekking tot deelname, regels, planning, toezicht en
evaluatie die specifiek zijn voor onderzoekprogramma's. Deze voorschriften zijn
nu overbodig geworden vanwege de aan Fusie voor energie in haar statuten
toegekende bevoegdheden en rol. Anders dan bij de werkwijze die is gevolgd in
het kader van het zevende kaderprogramma is dit voorstel niet bedoeld als een
onderzoeksprogramma op grond van artikel 7 van het Euratom-Verdrag. In
plaats daarvan is het gebaseerd op artikel 47 en heeft het betrekking op
de deelname van Euratom aan de financiering van de gemeenschappelijke
onderneming. Deze wijziging maakt het mogelijk middelen van
de Commissie aan Fusie voor energie over te dragen voor de Europese bijdrage
aan ITER zonder dat aan de bovengenoemde specifieke voorschriften voor
onderzoeksprogramma's moet worden voldaan. Dit vormt echter geen beletsel voor vrijwillige bijdragen, in het
bijzonder in het geval van extra kosten, door andere leden van de
gemeenschappelijke onderneming dan Euratom, zoals bedoeld in artikel 12,
lid 1, onder c), van de statuten van die onderneming. Deze wijziging maakt het mogelijk de
financiering van het project voor het volgende meerjarige financiële kader
veilig te stellen. De middelenoverdracht zal als voordeel hebben dat zij niet
langer beperkt is tot de periode van vijf jaar waarin is voorzien in
artikel 7 van het Euratom-Verdrag voor programma's voor onderzoek en
opleiding. Zij zal worden afgestemd op de duur van het meerjarige financiële
kader en derhalve een looptijd van zeven jaar hebben. Overeenkomstig de
ITER-overeenkomst heeft het ITER-project een initiële looptijd van 35 jaar
(d.w.z. tot 2041). Er zullen dus besluiten van de Raad nodig blijven om de
Euratom-bijdrage aan dit project te financieren. De op grond van dit besluit te financieren
activiteiten vormen een ondersteuning van de tenuitvoerlegging van de
routekaart naar de opwekking van elektriciteit uit kernfusie tegen 2050, die in
november 2012 door de leden van de European Fusion Development Agreement (EFDA)
is vastgesteld. Dit besluit zal synergieën en complementariteit mogelijk maken
met onderzoeksactiviteiten op het gebied van kernfusie die worden gefinancierd in
het kader van Verordening XXX [het Euratom-programma voor onderzoek en
opleiding] van de Raad. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING In dit voorstel wordt
ten volle rekening gehouden met de antwoorden op een uitgebreide openbare
raadpleging, gebaseerd op het groenboek "Van uitdagingen naar
kansen: naar een gemeenschappelijk strategisch kader voor EU-financiering van
onderzoek en innovatie"[1], in het kader van de
voorbereiding van het Euratom-programma voor onderzoek en opleiding (2014 tot
en met 2018) dat bijdraagt tot het "Horizon 2020"-kaderprogramma voor
onderzoek en innovatie. In deze raadpleging en in de interne en externe evaluaties voor de
opstelling van de effectbeoordeling werd ook ITER behandeld. Conclusie van deze effectbeoordeling was dat de baten van
ITER, die in evenwicht zijn met de wetenschappelijke, technische en financiële
risico's, op lange termijn de commerciële exploitatie van fusie-energie en op
kortere termijn een versterking van het concurrentievermogen en dus van de
industrie zijn. Op basis van het op 8 februari door de
Europese Raad vastgestelde besluit zal dit voorstel
zorgen voor de continuïteit van het project, met name ten opzichte van onze
internationale partners, en de financiering van ITER voor de gehele duur van
het volgende meerjarige financiële kader veiligstellen. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL De rechtsgrondslag voor
dit besluit van de Raad is vastgelegd in artikel 47 van het
Euratom-Verdrag. Dit besluit vormt het basisbesluit voor de periode van het
volgende meerjarige financiële kader en zal de basis vormen voor de
vaststelling van de jaarlijkse financieringsbesluiten van de Commissie. De
besluiten van de Commissie zullen de overdracht van middelen naar Fusie voor energie
voor de periode 2014 tot en met 2020 mogelijk maken. Dit voorstel zal in de
plaats komen van het voorstel voor een besluit van de Raad houdende
vaststelling van een aanvullend onderzoeksprogramma voor het ITER-project
(2014-2018)[2], dat op
21 december 2011 door de Commissie is vastgesteld. Op dit moment wordt
gewerkt aan een wijziging van de statuten van Fusie voor energie, met name om
stemrecht te verlenen aan Kroatië nu dat land op 1 juli 2013 tot Euratom
is toegetreden. Tevens zal artikel 12, lid 1, onder a)[3],
worden gewijzigd om de financieringsmogelijkheden via de algemene begroting van
de Europese Unie uit te breiden. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING In het bij dit voorstel
voor een besluit van de Raad gevoegde financieel memorandum worden de gevolgen
voor de begroting en de voor de tenuitvoerlegging ervan benodigde personele en
administratieve middelen beschreven. 2013/0295 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom
tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de
ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 47, derde en
vierde alinea, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij
Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad[4] is de Europese
gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie
(hierna "gemeenschappelijke onderneming" genoemd) opgericht voor het
leveren van de bijdrage van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (hierna
"Euratom" genoemd) aan de internationale ITER-organisatie voor
fusie-energie en aan de activiteiten in het kader van de bredere aanpak met Japan,
alsmede voor het opstellen en coördineren van een activiteitenprogramma ter
voorbereiding van de bouw van een demonstratiefusiereactor en gerelateerde
faciliteiten. (2) Beschikking 2007/198/Euratom
voorzag in een financieel referentiebedrag dat voor de gemeenschappelijke
onderneming nodig werd geacht, alsmede in de indicatieve totale bijdrage van
Euratom aan dat bedrag, beschikbaar te stellen via de krachtens artikel 7 van
het Verdrag vastgestelde communautaire onderzoeks- en opleidingsprogramma's. (3) De voor de gemeenschappelijke
onderneming nodig geachte middelen gedurende de bouwfase van ITER, die de
periode 2007 tot en met 2020 bestrijkt, bedroegen in maart 2010
7 200 000 000 EUR (in waarden van 2008). In juli 2010 heeft de
Raad van de Europese Unie een maximum voor dit bedrag vastgesteld van
6 600 000 000 EUR (in waarden van 2008). (4) Het Europees Parlement en de
Raad hebben het maximale niveau van de Euratom-vastleggingen voor ITER in het
kader van het meerjarige financiële kader voor de periode 2014 en met 2020 op
2 707 000 000 EUR gesteld (in waarden van 2011). (5) Beschikking 2007/198/Euratom
moet worden gewijzigd teneinde de financiering van de activiteiten van de
gemeenschappelijke onderneming voor de periode 2014 tot en met 2020 uit de
algemene begroting van de Europese Unie in plaats van uit de
Euratom-programma's voor onderzoek en opleiding mogelijk te maken. (6) De derde landen die met
Euratom een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten voor onderzoek op het
gebied van kernenergie, met inbegrip van beheerste kernfusie, waarbij hun
respectievelijke onderzoeksprogramma's geassocieerd worden met de
Euratom-programma's, moeten bijdragen aan de financiering van de activiteiten
van de gemeenschappelijke onderneming. Hun bijdrage moet in de respectievelijke
samenwerkingsovereenkomsten met Euratom worden vastgesteld. (7) Tevens moet Beschikking
2007/198/Euratom worden bijgewerkt wat betreft de voorschriften inzake de
bescherming van de financiële belangen van de Unie. (8) Het Europees Parlement en de
Raad moeten worden ingelicht over de tenuitvoerlegging van
Beschikking 2007/198/Euratom op grond van de door de gemeenschappelijke
onderneming verstrekte gegevens. (9) Beschikking 2007/198/Euratom
moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 Beschikking 2007/198/Euratom wordt als volgt
gewijzigd: 1) Aan artikel 4, lid 2, wordt de
volgende alinea toegevoegd: "De bijdrage van derde landen die met Euratom
een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten voor onderzoek op het gebied van
kernenergie, met inbegrip van beheerste kernfusie, waarbij hun respectievelijke
onderzoeksprogramma's geassocieerd worden met de Euratom-programma's, moet in
de respectievelijke samenwerkingsovereenkomsten met Euratom worden vastgesteld.". 2) Artikel 4, lid 3, wordt vervangen
door: "3. De Euratom-bijdrage aan de
gemeenschappelijke onderneming voor de periode 2014 tot en met 2020 wordt
vastgesteld op 2 915 015 000 (in actuele waarden).". 3) In artikel 4 wordt lid 4 geschrapt. 4) Het volgende artikel 5 bis wordt
ingevoegd: "Artikel 5 bis
Bescherming van de financiële
belangen van de Unie 1. De Commissie neemt passende maatregelen
om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van dit besluit
gefinancierde acties, de financiële belangen van de Unie worden beschermd door
de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere
onwettige activiteiten, door middel van doeltreffende controles en, indien
onregelmatigheden worden ontdekt, door middel van terugvordering van de ten
onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door middel van
doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. 2. De Commissie of haar vertegenwoordigers
en de Rekenkamer hebben de bevoegdheid om audits, op basis van documenten en
controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren bij alle begunstigden,
contractanten, subcontractanten en andere derde partijen die uit hoofde van dit
besluit middelen van Euratom hebben ontvangen. 3. Het Europees Bureau voor
fraudebestrijding (OLAF) kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van
Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad* en
Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96** onderzoeken, waaronder controles
en inspecties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van
fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële
belangen van de Unie worden geschaad in verband met een overeenkomst of besluit
of een contract dat in het kader van deze verordening wordt gefinancierd. Onverminderd lid 2 en de eerste alinea van
dit lid verlenen de uit de toepassing van dit besluit voortvloeiende
samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties,
contracten, overeenkomsten en besluiten de Commissie, de Rekenkamer en OLAF
uitdrukkelijk de bevoegdheid om dergelijke audits en controles en verificaties
ter plaatse uit te voeren. __________________ * Verordening (EG)
nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999
betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
(PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1). ** Verordening (Euratom,
EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en
verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter
bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen
fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292
van 15.11.1996, blz. 2).". 5) Het volgende artikel 5 ter wordt
ingevoegd: "Artikel 5 ter
Tussentijdse evaluatie De Commissie dient uiterlijk op 31 december
2017 bij het Europees Parlement en de Raad een voortgangsverslag in over de
tenuitvoerlegging van dit besluit, op grond van de door de gemeenschappelijke
onderneming verstrekte gegevens. In dat verslag wordt uiteengezet welke
resultaten zijn bereikt met de in artikel 2 bedoelde Euratom-bijdrage,
meer bepaald wat betreft vastleggingen en uitgaven.". Artikel 2
Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de derde dag na
die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing met ingang van
1 januari 2014. Artikel 3
Adressaten Dit besluit is gericht tot de
lidstaten. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. KADER VAN HET
VOORSTEL/INITIATIEF 1.1. Benaming
van het voorstel/initiatief 1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de
ABM/ABB-structuur 1.3. Aard van het voorstel/initiatief 1.4. Doelstelling(en) 1.5. Motivering van het
voorstel/initiatief 1.6. Duur en financiële gevolgen 1.7. Beheersvorm(en) 2. BEHEERSMAATREGELEN
2.1. Regels inzake het toezicht en de
verslagen 2.2. Beheers- en controlesysteem 2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude
en onregelmatigheden 3. GERAAMDE
FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële
kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen
voor de uitgaven 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de
beleidskredieten 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de
administratieve kredieten 3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige
meerjarige financiële kader 3.2.5. Bijdrage van derden aan de
financiering 3.3. Geraamde gevolgen voor de
ontvangsten FINANCIEEL MEMORANDUM KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF Benaming van
het voorstel/initiatief Besluit van de
Raad tot wijziging van Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van
27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke
onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[5]
- 08 –
Onderzoek en innovatie Aard van het voorstel/initiatief ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een
proefproject/een voorbereidende actie[6] ý Het
voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie ¨ Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen
naar een nieuwe actie Doelstellingen De met het voorstel/initiatief beoogde strategische
meerjarendoelstelling(en) van de Commissie Dit besluit
van de Raad heeft als algemene doelstelling bij te dragen tot het op lange
termijn koolstofvrij maken van het energiesysteem op een veilige, efficiënte en
betrouwbare wijze. Dit besluit van de Raad zal bijdragen tot de uitvoering van
de Europa 2020-strategie en de kerninitiatieven
"Innovatie-Unie", "Industriebeleid in een tijd van
mondialisering" en "Een agenda voor nieuwe vaardigheden en
banen" daarvan, aangezien het de mobilisering van de Europese
hightechindustrie ondersteunt, wat zal resulteren in nieuwe vaardigheden en
productiecapaciteiten door deelname aan overheidsopdrachten voor Fusie voor
energie (F4E). Aangezien het koolstofvrij maken van het energiesysteem een van
haar belangrijkste doelstellingen is, zal het daarnaast ook bijdragen aan het
kerninitiatief "Efficiënt gebruik van hulpbronnen". Specifieke doelstelling(en) en betrokken
ABM/ABB-activiteiten De Euratom-bijdrage leveren voor de ITER-organisatie
voor de bouw van de ITER-faciliteiten, alsmede voor de aan ITER gerelateerde
activiteiten. Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en) Vermeld
de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de
begunstigden/doelgroepen Dit besluit
zal ervoor zorgen dat Europa haar bijdrage levert aan de bouw van ITER. Europa
levert de grootste bijdrage aan het project (45 % van de bouwkosten) en de
effecten van dit besluit zullen het sterkst zijn in Europa, zowel op korte
(voordelen voor de Europese industrie) als op lange termijn (een leidende rol
bij de commerciële exploitatie van fusie-energie). Aangezien voor
het project hightechcomponenten dienen te worden aangekocht, heeft het nu reeds
een positieve effect op het industriële concurrentievermogen en de
werkgelegenheid. Meer dan driekwart van de totale bijdrage van de Gemeenschap
aan ITER zal resulteren in contracten met privéondernemingen. In Europa zal een
aanzienlijke hoeveelheid nieuwe banen worden gecreëerd als rechtstreeks gevolg
van de ITER-activiteiten. Op lange termijn biedt ITER een unieke kans voor de Europese
hightechindustrie en de bouwsector om een concurrentievoordeel te verwerven en
vooraanstaande spelers te worden bij het ontwerp van fusiecentrales van de
eerste generatie en de internationale commercialisering daarvan. Resultaat- en effectindicatoren Vermeld
de indicatoren aan de hand waarvan kan worden nagegaan in hoeverre het
voorstel/initiatief is uitgevoerd. De indicatoren
die de voortgang zullen meten van de Europese bijdragen aan de bouw van ITER
zijn: het bereiken van de F4E-mijlpalen in de levering van de Europese
componenten als bijdrage "in natura" aan ITER. In de algemene
planning en het jaarlijkse werkprogramma van F4E is een tijdschema
gespecificeerd voor het bereiken van deze mijlpalen, dat betrekking heeft op
alle aankoopactiviteiten in de bouwfase van ITER. F4E brengt regelmatig verslag
uit aan haar beheersorgaan (de raad van bestuur) en aan de Raad over de
vorderingen van het project. Motivering van het voorstel/initiatief Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden
voorzien De Europese
Raad heeft op 8 februari 2013 besloten om het ITER-project te financieren in
het kader van het meerjarige financiële kader (MFK) voor de periode 2014 tot en
met 2020. Dit besluit van de Raad zal het mogelijk maken middelen over te
dragen naar Fusie voor energie voor de uitvoering van de daaraan toevertrouwde
taken. Toegevoegde waarde van de deelname van Euratom De
betrokkenheid van Euratom is vastgelegd bij de ondertekening van de
ITER-overeenkomst. Dit besluit maakt een degelijke budgettaire
meerjarenplanning van F4E mogelijk. Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het
verleden is opgedaan In het project
Joint European Torus (JET) is de efficiëntie aangetoond van de bouw en
exploitatie van een grote infrastructuur voor fusieonderzoek onder de
coördinatie van Euratom en is gebleken dat op die manier de wetenschappelijke
en industriële baten worden gemaximaliseerd. De schaal voor de bouw van ITER is
echter zonder precedent, wat een ongekende mondiale samenwerking noodzakelijk maakt. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante
instrumenten Dit besluit
zal synergieën en onderlinge aanvulling mogelijk maken van
fusieonderzoeksactiviteiten in het toekomstige Euratom-onderzoeksprogramma dat
een aanvulling vormt op Horizon 2020 (2014 tot en met 2018). De binnen dit
kader uitgevoerde activiteiten op het gebied van kernfusie zullen een
belangrijke wetenschappelijke bijdrage leveren aan de bouw en exploitatie van
ITER. Duur en financiële gevolgen ý Voorstel/initiatief
met een beperkte geldigheidsduur ý Voorstel/initiatief is van kracht vanaf
01/01/2014 tot en met 31/12/2020 ý Financiële gevolgen vanaf 2014 tot en met
2026 ¨ Voorstel/initiatief
met een onbeperkte geldigheidsduur Uitvoering met een
opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ, gevolgd door een volledige
uitvoering. Beheersvorm(en)[7] ý Direct
gecentraliseerd beheer door de
Commissie ý Indirect
gecentraliseerd beheer door
uitvoeringstaken te delegeren aan: ¨ uitvoerende agentschappen ý door de Unie opgerichte organen[8]
¨ nationale publiekrechtelijke organen of
organen met een openbaredienstverleningstaak ¨ personen aan wie de uitvoering van
specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de
Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken
basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement ¨ Gedeeld
beheer met lidstaten ¨ Gedecentraliseerd
beheer met derde landen ¨ Gezamenlijk
beheer met internationale
organisaties (geef aan welke) Verstrek,
indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen". Opmerkingen: Het beheer
berust bij de diensten van de Commissie en F4E. De Commissie vertegenwoordigt
Euratom in de beheersinstanties van zowel de ITER-organisatie (IO) als F4E. BEHEERSMAATREGELEN Dit besluit wordt ten uitvoer gelegd door de
Commissie en F4E, dat de Euratom-bijdrage aan het ITER-project en aan andere
aan ITER gerelateerde activiteiten, zoals de activiteiten in het kader van de
bredere aanpak met Japan, kanaliseert. De Commissie neemt namens Euratom deel in de
besluitvormingsorganen van de ITER-organisatie en F4E: 1) de Commissie neemt
deel aan de ITER-raad, het raadgevend wetenschappelijk en technisch comité
(Scientific and Technical Advisory Committee - STAC) en het raadgevend comité
van beheer (Management Advisory Committee - MAC) van de ITER-raad; 2) als lid
van F4E neemt de Commissie deel aan de raad van bestuur, het uitvoerend comité,
het technisch adviespanel, het administratief en financieel comité en het
"bureau". Regels inzake het toezicht en de verslagen Het toezicht en de verslagen zijn gebaseerd op de
beheers- en verslagleggingsregels die gelden voor F4E en de IO waarbij alle
cruciale documenten door de beheersinstanties moeten worden goedgekeurd. Via
deze instanties houdt de Commissie toezicht op de documenten waarin de
uitvoeringsactiviteiten voor ITER worden omschreven, en herziet zij deze waar
nodig. F4E zet een projectbeheers- en verslagleggingsproces
op, met een volledige integratie van de verschillende aspecten van het systeem
voor verslaglegging aan de raad van bestuur. Jaarlijks, en in overeenstemming met de conclusies
van de Raad van 12 juli 2010, brengt F4E bij de Raad verslag uit over de
vooruitgang die is geboekt bij de tenuitvoerlegging van het kostenbeheersings-
en -besparingsplan en over de prestaties en het beheer van F4E en het
ITER-project, inclusief de voltooiing van de geplande activiteiten binnen de
grenzen van de jaarbegroting. Naar aanleiding van deze conclusies van de Raad
heeft F4E een onafhankelijke deskundige aangesteld die op basis van de
bestaande rapporten de voortgang van het project beoordeelt en die jaarlijks
zijn advies indient bij de raad van bestuur van F4E en bij de Raad
Concurrentievermogen. F4E en de Commissie hebben een administratieve
overeenkomst ondertekend waarin de specifieke voorwaarden voor de overdracht
van de financiële bijdrage van de Gemeenschap aan F4E zijn omschreven. Beheers- en controlesysteem De Commissie neemt deel aan de
besluitvormingsorganen van F4E en de IO. De Commissie volgt alle initiatieven
die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van het ITER-project, met name die van
financiële aard, en herziet deze waar nodig. De dienst Interne Audit (IAS) van de Commissie
treedt vanaf 2012 op als Interne Auditor van F4E, onder de tussen het
Directoraat-generaal van de IAS en F4E overeengekomen voorwaarden. Bovendien
beschikt het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) over dezelfde
bevoegdheden ten aanzien van F4E en het personeel daarvan als het heeft in verband
met de Commissiediensten. Wat de governance van F4E betreft, heeft de raad van
bestuur van F4E eind mei 2011 op initiatief van de Commissie een reeks
maatregelen vastgesteld om de governance van F4E te verbeteren. Bovendien is
met ingang van 1 januari 2011 een nieuwe organisatorische structuur
opgezet om te komen tot een meer projectgeoriënteerde organisatie. De financiële verordening voor F4E is vergelijkbaar
met de financiële verordening van de Commissie en bevat procedures voor
openbare aanbestedingen die voldoen aan de gevestigde normen van de Commissie. F4E legt rekenschap af aan haar raad van bestuur,
aan de Raad en aan het Europees Parlement, waarbij die laatste de jaarlijkse
kwijting voor de begroting verleent, gebaseerd op een aanbeveling van de Raad.
Voorts wordt F4E twee keer per jaar aan een audit door de Europese Rekenkamer
onderworpen, die als onderdeel van de jaarlijkse kwijting een verslag toezendt
aan de Commissie, de Raad en het Parlement. Kader voor interne controle Het kader voor interne controle is gebouwd op de
volgende elementen: 1. de normen voor interne controle van de Commissie,
die door het voor het ITER-project bevoegde Directoraat-generaal worden
toegepast bij de vaststelling van besluiten inzake F4E, met name wanneer die
van financiële aard zijn; 2. de normen voor interne controle die F4E ten
uitvoer legt met het oog op de uitvoering van systematische controles en de
follow-up van de tenuitvoerlegging van de resulterende aanbevelingen; 3. een evaluatie door de Commissie van de
technische, financiële en beleidsaspecten van de F4E- en ITER-activiteiten; 4. voorafgaande controles en controles achteraf van
de aankoopprocedures. De risico's worden op gezette tijden beoordeeld en de
voortgang bij de uitvoering van de werkzaamheden en het verbruik van
hulpmiddelen wordt regelmatig gemonitord, met gebruikmaking van vastgelegde
doelstellingen en indicatoren. 2.2.2. Verwacht
risico van niet-naleving Gezien de aard
van de activiteiten van F4E (grote en complexe aankopen in natura, met grote
technische risico's) is er sprake van inherente financiële risico's. Er zijn
maatregelen ingevoerd om het functioneren van F4E te monitoren en beter te
controleren om deze problemen te verlichten. De Commissie zal samen met F4E de
met de tenuitvoerlegging van dit project verbonden risico's in kaart blijven
brengen, met name wat de kosten betreft, en zal de meest geschikte maatregelen
treffen om deze risico's te beheren en te beperken. 2.3. Maatregelen
ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden Het Directoraat-generaal van de Commissie dat belast
is met de tenuitvoerlegging van het ITER-project en de ITER-begroting is
vastbesloten fraude te bestrijden overeenkomstig de fraudebestrijdingsstrategie
van de Commissie, COM(2011) 376 van 24 juni 2011. De administratieve monitoring van de contracten,
subsidies en desbetreffende betalingen gebeuren onder de verantwoordelijkheid
van F4E. De Commissie en F4E houden rekening met de
financiële belangen van de Europese Unie, met name overeenkomstig Verordening
(EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995
betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese
Gemeenschappen en artikel 53, onder a), van de financiële
verordening. F4E ontwikkelt strategieën voor controles achteraf,
met het oog op de evaluatie van de wettelijkheid en regelmatigheid van de
onderliggende transacties. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)
heeft dezelfde bevoegdheden ten aanzien van F4E en de personeelsleden daarvan
als het heeft ten aanzien van de Commissiediensten. 3. GERAAMDE
FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader
en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven Te creëren nieuwe
begrotingsonderdelen In
volgorde
van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement Rubriek 1 || 08 01 05 21 Uitgaven in verband met ambtenaren en tijdelijke functionarissen die belast zijn met de uitvoering van de onderzoeks- en innovatieprogramma's — ITER-programma* 08 01 05 22 Extern personeel dat belast is met de uitvoering van onderzoeks- en innovatieprogramma's — ITER-programma* 08 01 05 23 Overige beheersuitgaven voor de onderzoeks- en innovatieprogramma's — ITER-programma* 08 04 01 Bouw, inbedrijfstelling en exploitatie van de ITER-faciliteiten — Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER — Fusie voor energie (F4E) || GK/ NGK || NEE || NEE || JA || JA *- De exacte nummering van de begrotingsonderdelen wordt in
een later stadium vastgelegd. 3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven 3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de
uitgaven Huidige prijzen - in miljoenen euro's (tot
op 3 decimalen) || || || Jaar 2014[9] || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Jaren > 2020 || TOTAAL || || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel 08 04 01 || Vastleggingen || (1) || 720,882 || 881,858 || 319,853 || 317,241 || 289,125 || 260,929 || 125,127 || || 2 915,015 Betalingen || (2) || 78,179 || 150,000 || 180,000 || 300,000 || 460,000 || 570,000 || 460,000 || 716,836 || 2 915,015 || || || Uit het budget van het ITER-programma gefinancierde administratieve kredieten[10] || || || || || || || || || Nummer begrotingsonderdeel 08 01 05 21 08 01 05 22 08 01 05 23 || || (3) || 5,128 0,133 1,846 || 6,477 0,979 2,610 || 6,606 0,999 2,662 || 6,738 1,019 2,715 || 6,874 1,039 2,769 || 7,135 0,935 2,826 || 7,278 0,954 2,882 || || 46,236 6,058 18,310 TOTAAL kredieten Rubriek 1 || Vastleggingen || =1+3 || 727,989 || 891,924 || 330,120 || 327,713 || 299,807 || 271,825 || 136,241 || || 2 985,619 Betalingen || =2+3 || 85,286 || 160,066 || 190,267 || 310,472 || 470,682 || 580,896 || 471,114 || 716,836 || 2 985,619 * 3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen
beleidskredieten nodig ý Voor het voorstel/initiatief zijn
beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3
decimalen) Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL OUTPUTS Type output[11] || Gem. kosten van de output || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1[12] || || || || || || || || || || || || || || || || - Output* || || 416,430 || 1 || 720,882 || 1 || 881,858 || 1 || 319,853 || 1 || 317,241 || 1 || 289,125 || 1 || 260,929 || 1 || 125,127 || 7 || 2 915,015 Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || || || || || || || || || || || || || || || TOTALE KOSTEN || 1 || 720,882 || 1 || 811,858 || 1 || 319,853 || 1 || 317,241 || 1 || 289,125 || 1 || 260,929 || 1 || 125,127 || 7 || 2 915,015 * De output van het
ITER-project bestaat uit een door F4E (het Barcelona-agentschap) ingediend
jaarlijks activiteitenverslag waarin de voortgang van het project wordt
beschreven. 3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve
kredieten 3.2.3.1. Samenvatting ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen
administratieve kredieten nodig ý Voor het voorstel/initiatief zijn
administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: in
miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) || Jaar 2014[13] || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || TOTAAL RUBRIEK 1 van het meerjarige financiële kader || || || || || || || || Personele middelen voor uitvoering van het programma (RTD) || 5,261 || 7,456 || 7 605 || 7,757 || 7,913 || 8,070 || 8,232 || 52,294 Andere administratieve uitgaven (RTD) || 1,846 || 2,610 || 2,662 || 2,715 || 2,769 || 2,826 || 2,882 || 18,310 Subtotaal RUBRIEK 1 RTD || 7,107 || 10,066 || 10,267 || 10,472 || 10,682 || 10,896 || 11,114 || 70,604 F4E || || || || || || || || Personele middelen || 34,300 || 37,800 || 38,600 || 39,400 || 40,200 || 39,900 || 39,500 || 269,700 Andere administratieve uitgaven* || 6,900 || 7,300 || 10,400 || 7,500 || 7,700 || 7,900 || 8,100 || 55,800 Subtotaal RUBRIEK 1 F4E || 41,200 || 45,100 || 49,000 || 46,900 || 47,900 || 47,800 || 47,600 || 325,500 *
geschatte bedragen TOTAAL RUBRIEK 1 || 48,307 || 55,166 || 59,267 || 57,372 || 58,582 || 58,696 || 58,714 || 396,104 3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften ¨ Voor het voorstel/initiatief zijn geen
personele middelen nodig ýVoor het voorstel/initiatief zijn personele
middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven: Raming in een geheel getal (of met
hoogstens 1 decimaal) || Jaar 2014[14] || Jaar 2015 || Jaar 2016 || Jaar 2017 || Jaar 2018 || Jaar 2019 || Jaar 2020 || Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) voor ITER, te integreren in een specifieke lijst van het aantal ambten voor ITER in Rubriek 1 Zetel 08 01 05 21 || 50 || 50 || 50 || 50 || 50 || 50 || 50 || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || || Extern personeel (in voltijdequivalenten VTE)[15] voor ITER in Rubriek 1 || 08.04.01 || AD - ambtenaren || 44 || 44 || 44 || 44 || 44 || 44 || 44 || AD - tijdelijke functionarissen || 174 || 174 || 174 || 174 || 174 || 174 || 174 || AST - ambtenaren || 18 || 18 || 18 || 18 || 18 || 18 || 18 || AST - tijdelijke functionarissen || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || 26 || CA || 153 || 153 || 153 || 153 || 153 || 153 || 153 || END || 7 || 7 || 7 || 7 || 7 || 7 || 7 || - (GO ITER-F4E (Barcelona) (*) || 422 || 422 || 422 || 422 || 422 || 422 || 422 || 08 01 05 22 (CA, INT, END - onderzoek door derden) || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 15 || 10 01 05 22 (CA, INT, END - eigen onderzoek) || || || || || || || || Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || || || TOTAAL || 487 || 487 || 487 || 487 || 487 || 487 || 487 || 08 is het beleidsterrein of de begrotingstitel De administratieve kosten (inclusief personeel) voor de uitvoering van
het ITER-programma (buiten de exploitatiesubsidie voor de Europese
gemeenschappelijke onderneming voor ITER (F4E)) moeten de beleidskredieten voor
het ITER-programma zelf volgen. (*) De 422 in de begroting
voor 2012 onder begrotingsonderdelen 08.04 01 gefinancierde VTE. Beschrijving
van de uit te voeren taken Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Het op de zetel werkende personeel is belast met de omschrijving en follow-up van de activiteiten van zowel het Binnenlands Agentschap in Barcelona (F4E) als het ITER-project wanneer de Commissie een vertegenwoordiger is van het Europese partnerschap. Het personeel dat werkzaam is in het Binnenlands Agentschap in Barcelona (F4E) is belast met de Europese bijdrage voor de aankoop, het sluiten van contracten en de financiële tenuitvoerlegging van het werkplan voor de internationale ITER-organisatie als omschreven in Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 betreffende ITER. Extern personeel 3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige
financiële kader X Het
voorstel/initiatief is verenigbaar met het huidige meerjarige financiële kader ¨ Het voorstel/initiatief vergt
herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader Zet uiteen welke herprogrammering nodig
is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende
bedragen. ¨ Het voorstel/initiatief vergt toepassing
van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële
kader[16] Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding
van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende
bedragen. 3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering Het voorstel/initiatief
voorziet niet in medefinanciering door derden ý Het voorstel/initiatief voorziet in
medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd*: Kredieten in miljoenen euro's (tot op 3
decimalen) || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || Totaal Medefinancieringsbron || || || || || || || || TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || || * - Het
programma kan bijdragen ontvangen van derde landen (gebaseerd op de samenwerkingsovereenkomst
tussen de derde landen en Euratom) die in dit stadium nog niet bekend zijn. 3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten ¨ Het voorstel/initiatief heeft geen
financiële gevolgen voor de ontvangsten ý Het voorstel/initiatief heeft de hieronder
beschreven financiële gevolgen: ¨ voor de eigen middelen ý voor de diverse ontvangsten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen) Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[17] Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || invullen: zoveel kolommen als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) Artikel 6XXX* || || || || || || || || *De
exacte nummering van de begrotingsonderdelen wordt in een later stadium
vastgelegd. Voor de
diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de)
betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven. 08 04 50 01 - Kredieten
afkomstig van de deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte)
aan onderzoek en technologische ontwikkeling (2014-2020); 08 04 50 02 - Kredieten afkomstig van de
deelname van derden (buiten de Europese Economische Ruimte) aan onderzoek en
technologische ontwikkeling (vóór 2014) Vermeld
de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten. "Bepaalde derde landen dragen mogelijk
bij in extra financiering van ITER via samenwerkingsovereenkomsten tussen deze
landen en Euratom. De berekeningsmethode wordt overeengekomen in deze
samenwerkingsovereenkomsten en is niet noodzakelijkerwijs dezelfde in alle
overeenkomsten. De berekeningen zijn doorgaans gebaseerd op het bbp van het
derde land vergeleken met het bbp van de lidstaten, waarbij dit percentage op
de algehele goedgekeurde begroting is toegepast." [1] COM(2011) 48. [2] COM(2011) 931. [3] In dit artikel wordt bepaald dat de Euratom-bijdrage
beschikbaar wordt gesteld via de ingevolge artikel 7 van het Verdrag
aangenomen communautaire programma's voor onderzoek en opleiding. [4] Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van
27 maart 2007 tot oprichting van de Europese Gemeenschappelijke
Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan
(PB L 90 van 30.03.2007, blz. 58). [5] ABM: Activity Based
Management – ABB: Activity Based Budgeting. [6] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a)
of b), van het Financieel Reglement. [7] Nadere gegevens over de
beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op
BudgWeb: http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html [8] In de zin van artikel 185 van het Financieel
Reglement. [9] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [10] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter
ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU
(vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek. [11] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.
aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.). [12] Zoals beschreven in punt 1.4.2. "Specifieke
doelstelling(en)…". [13] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [14] Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het
voorstel/initiatief wordt begonnen. [15] AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); INT =
Intérimaire (uitzendkracht); END= Expert National Détaché (gedetacheerd
nationaal deskundige); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); JED= Jeune
Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties). [16] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel
Akkoord. [17] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en
suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van
25 % aan inningskosten.