This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0390
Proposal for a COUNCIL DECISION on the existence of an excessive deficit in Malta
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort op Malta
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort op Malta
/* COM/2013/0390 final - 2013/0179 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig tekort op Malta /* COM/2013/0390 final - 2013/0179 (NLE) */
2013/0179 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het bestaan van een buitensporig
tekort op Malta DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 6, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien de opmerkingen van Malta, Overwegende hetgeen volgt: (1) Overeenkomstig artikel 126
van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) dienen de
lidstaten buitensporige overheidstekorten te vermijden. (2) Het stabiliteits- en
groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën
als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot
werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren. (3) De buitensporigtekortprocedure
(btp) van artikel 126 VWEU, die wordt verduidelijkt
in Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging
en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige
tekorten[1]
(die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact), voorziet in een besluit
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort. Het aan het Verdrag
gehechte protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten bevat
nadere bepalingen betreffende de toepassing van de btp. Verordening (EG) nr. 479/2009[2] van de Raad bevat
gedetailleerde regels en definities voor de toepassing van de bepalingen van
genoemd protocol. (4) Artikel 126, lid 5, VWEU
bepaalt dat de Commissie, indien zij van oordeel is dat er in een lidstaat een
buitensporig tekort bestaat of kan ontstaan, een advies tot de betrokken
lidstaat richt en de Raad daarvan op de hoogte brengt. Rekening houdend met
haar verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU en gezien het advies van het
Economisch en Financieel Comité overeenkomstig artikel 126, lid 4, VWEU is
de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in Malta een buitensporig tekort
bestaat. De Commissie heeft derhalve een advies tot Malta gericht en de Raad
daarvan op de hoogte gebracht op 29 mei 2013[3]. (5) In artikel 126,
lid 6, VWEU wordt bepaald dat de Raad rekening moet houden met de
opmerkingen die de betrokken lidstaat eventueel wenst te maken, alvorens, na
een algehele evaluatie te hebben gemaakt, te besluiten of er al dan niet een
buitensporig tekort bestaat. In het geval van Malta leidt deze algehele
evaluatie tot de volgende conclusies. (6) Volgens de gegevens die de
Maltese autoriteiten in april 2013 hebben meegedeeld, bedroeg het
overheidstekort in Malta in 2012 3,3 % van het bbp, waarmee het boven de
referentiewaarde van 3 % van het bbp uitkwam. In het verslag dat de
Commissie overeenkomstig artikel 126, lid 3, VWEU heeft opgesteld, wordt
geconstateerd dat het tekort dicht bij de referentiewaarde van 3 % van het
bbp is uitgekomen, maar dat de overschrijding van de referentiewaarde niet kon
worden aangemerkt als uitzonderlijk in de zin van het Verdrag en het
stabiliteits- en groeipact. De overschrijding vloeit met name niet voort uit
een ernstige economische neergang in de zin van het Verdrag en het stabiliteits-
en groeipact. In 2010 en 2011 lag de reële groei van het bbp gemiddeld 2 %
boven de potentiële groei. Uit voorlopige bbp-gegevens die op 11 maart 2013
door de nationale dienst voor statistiek zijn gepubliceerd, blijkt dat de
economische groei in 2012 vertraagde maar met 0,8 % positief is gebleven.
Geraamd wordt dat de positieve output gap van 2011 lichtjes negatief is
geworden in 2012. De verwachte overschrijding van de referentiewaarde kan niet
als tijdelijk worden beschouwd. Volgens de voorjaarsprognose 2013 van de
Commissie zou het tekort in 2013 stijgen tot 3,7 % van het bbp en in 2014
uitkomen op 3,6 % van het bbp. Er is derhalve niet voldaan aan het
tekortcriterium van het Verdrag. (7) Uit de meegedeelde gegevens
blijkt ook dat de bruto-overheidsschuld in 2012 72,1 % van het bbp bedroeg
en dus boven de referentiewaarde van 60 % van het bbp lag. Volgens de
voorjaarsprognoses 2013 van de Commissie zou de schuldquote toenemen tot 74,9 %
van het bbp in 2014. Na de intrekking van de btp in december 2012 genoot Malta
een overgangsperiode van 3 jaar om te voldoen aan de schuldreductiebenchmark,
te beginnen in 2012. In 2012 boekte Malta niet voldoende vooruitgang in de
naleving van de schuldreductiebenchmark omdat zijn structureel tekort
verslechterde terwijl het dit moest verbeteren. Derhalve kan worden
geconcludeerd dat niet aan het schuldcriterium van het Verdrag is voldaan. (8) Overeenkomstig de bepalingen
in het Verdrag en het stabiliteits- en groeipact heeft de Commissie in haar
verslag ook "relevante factoren" onderzocht. Zoals in het
stabiliteits- en groeipact is bepaald, kan voor landen met een schuldquote van
meer dan 60 % van het bbp (zoals Malta) in de stappen die naar het besluit
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort leiden, bij de beoordeling
van de naleving op basis van het tekortcriterium alleen met deze factoren
rekening worden gehouden indien het overheidstekort dicht bij de
referentiewaarde blijft en de overschrijding van de referentiewaarde slechts
van tijdelijke aard is, hetgeen niet het geval is voor Malta[4]. Tegelijkertijd is met deze
factoren rekening gehouden bij de beoordeling van de inbreuk op het
schuldcriterium maar het besluit inzake het bestaan van een buitensporig tekort
lijkt daardoor evenmin te worden aangetast. De vooruitgang in de naleving van
de schuldreductiebenchmark is met name beoordeeld in het licht van de schuld-
en tekortverhogende impact van de financiële bijstand aan lidstaten van de
eurozone. Voor Malta zou de cumulatieve impact van de Griekse leningfaciliteit,
de uitbetalingen van de EFSF, de kapitaalbijdragen aan het ESM en de
transacties in het kader van het Griekse programma over de periode 2011-2014 op
de schuld 3,9 van het bbp en op het tekort 0,1 % van het bbp bedragen.
Rekening houdend met de impact van deze transacties zou de structurele
inspanning die voor 2012 van Malta wordt gevraagd om aan het schuldcriterium te
voldoen, lager zijn geweest maar nog steeds duidelijk meer dan de structurele
inspanning die in 2012 in werkelijkheid door Malta is geleverd, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Uit een algehele evaluatie volgt dat er in
Malta een buitensporig tekort bestaat. Artikel 2 Dit besluit is gericht tot de Republiek Malta. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. [2] PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1-9. [3] Alle btp-documenten voor Malta zijn te vinden op de
volgende website:
http://ec.europa.eu/economy_finance/sgp/deficit/countries/malta_en.htm [4] Artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van
de Raad.