This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0387
Recommendation for a COUNCIL DECISION abrogating Decision 2009/588/EC on the existence of an excessive deficit in Lithuania
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2009/588/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Litouwen
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2009/588/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Litouwen
/* COM/2013/0387 final - 2013/ () */
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2009/588/EG betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Litouwen /* COM/2013/0387 final - 2013/ () */
Aanbeveling voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot intrekking van Beschikking 2009/588/EG
betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Litouwen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 126, lid 12, Gezien de aanbeveling van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bij Beschikking 2009/588/EG
van de Raad van 7 juli 2009[1]
werd op aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap besloten dat er in Litouwen
een buitensporig tekort bestond. De Raad merkte op dat het overheidstekort in
2008 3,2% van het bbp had bereikt, waarmee de in het Verdrag vastgelegde
referentiewaarde van 3% van het bbp werd overschreden, en dat het tekort
volgens de voorjaarsprognoses van de diensten van de Commissie van 2009 zou
toenemen tot 5,4% van het bbp in 2009 en daarna tot 8% van het bbp in 2010. De
bruto-overheidsschuld beliep in 2008 15,6% van het bbp en bleef daarmee ruimschoots
onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60% van het bbp. (2) Overeenkomstig artikel 104,
lid 7, VEU en artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de
Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging
van de procedure bij buitensporige tekorten[2] heeft de Raad op 7 juli 2009 op aanbeveling
van de Commissie een aanbeveling tot Litouwen gericht waarin het land werd
verzocht om uiterlijk eind 2011 aan de buitensporigtekortsituatie een einde te maken.
De aanbeveling werd openbaar gemaakt. (3) Overeenkomstig artikel 126,
lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en
artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli
1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de
procedure bij buitensporige tekorten heeft de Raad op 9 februari 2010 op
aanbeveling van de Commissie, erkennende dat de Litouwse autoriteiten naar
aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 7 juli 2009 doeltreffende
maatregelen hadden genomen en dat zich in Litouwen onverwachte ongunstige
economische gebeurtenissen met een ernstige negatieve weerslag op de openbare
financiën hadden voorgedaan, een herziene aanbeveling tot Litouwen gericht
waarin het land werd verzocht om uiterlijk eind 2012 aan de
buitensporigtekortsituatie een einde te maken. De aanbeveling werd openbaar
gemaakt. (4) Overeenkomstig artikel 4
van het aan de Verdragen gehechte Protocol betreffende de procedure bij
buitensporige tekorten verstrekt de Commissie de voor de toepassing van de
procedure benodigde gegevens. In het kader van de toepassing van dit protocol
dienen de lidstaten ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 479/2009 van
de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot
oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de
procedure bij buitensporige tekorten[3]
tweemaal per jaar, namelijk vóór 1 april en vóór 1 oktober, gegevens te
verstrekken over het overheidstekort en de overheidsschuld, alsook over andere,
daarmee samenhangende variabelen. (5) Wanneer hij beziet of een
besluit betreffende het bestaan van een buitensporig tekort moet worden
ingetrokken, moet de Raad een besluit nemen op basis van ter kennis gebrachte
gegevens. Bovendien mag een besluit betreffende het bestaan van een
buitensporig tekort alleen worden ingetrokken als uit de prognoses van de
diensten van de Commissie blijkt dat het tekort gedurende de prognoseperiode de
drempel van 3% van het bbp niet zal overschrijden[4]. (6) Uit de gegevens die de
Commissie (Eurostat) overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EG) nr.
479/2009 na de vóór 1 april 2013 door Litouwen gedane kennisgeving heeft
verstrekt en uit de voorjaarsprognoses 2013 van de diensten van de Commissie
kunnen de volgende conclusies worden getrokken: –
het overheidstekort in Litouwen, dat in 2009 een
piek van 9,4% van het bbp bereikte, is in 2010 teruggebracht tot 7,2% van het
bbp, in 2011 tot 5,5% van het bbp en in 2012 tot 3,2% van het bbp. Deze verbetering
kwam tot stand als gevolg van consolidatiemaatregelen aan de uitgavenzijde, met
name een aanhoudende beperking van de groei van de uitgaven overeenkomstig de
Litouwse wet inzake begrotingsdiscipline, en door gunstige
conjunctuuromstandigheden; –
omdat het tekort van 3,2% kan worden beschouwd als
dichtbij de referentiewaarde en de Litouwse schuldquote duurzaam onder de
referentiewaarde van 60% ligt, valt Litouwen onder de bepalingen van
Verordening (EG) nr. 1467/97 over de hervorming van de pensioenstelsels in het
kader van het stabiliteits- en groeipact. De rechtstreekse nettokosten van de
pensioenhervormingen moeten derhalve in aanmerking worden genomen bij de
beoordeling van de maatregelen die worden getroffen om het buitensporige tekort
te corrigeren. Aangezien de nettokosten van de hervorming van het
pensioenstelsel in Litouwen in 2012 0,2% van het bbp bedragen, zoals de
Commissie (Eurostat) heeft bevestigd, is daarmee de overschrijding van de in
het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het bbp in 2012 verklaard; –
volgens het convergentieprogramma 2013 van Litouwen
zal het overheidstekort blijven dalen, in 2013 tot 2,5% van het bbp en in 2014
tot 1,5% van het bbp, terwijl de voorjaarsprognoses 2013 van de diensten van de
Commissie uitgaan van een iets tragere verbetering, namelijk een daling tot
2,9% van het bbp in 2013 en 2,4% van het bbp in 2014, bij ongewijzigd beleid.
Aldus zal het tekort gedurende de prognoseperiode onder de referentiewaarde van
3% van het bbp blijven; –
volgens de voorjaarsprognoses 2013 van de diensten
van de Commissie zal de bruto-overheidsschuld licht afnemen, namelijk van 40,7%
van het bbp in 2013 tot 40,1% van het bbp in 2014. (7) De Raad herinnert eraan dat
Litouwen vanaf 2013, het jaar na de correctie van het buitensporige tekort, in
een passend tempo verdere vorderingen in de richting van de
middellangetermijndoelstelling moet maken en daarbij de uitgavenbenchmark in
acht moet nemen. (8) Volgens artikel 126,
lid 12, van het Verdrag moet een besluit van de Raad betreffende het
bestaan van een buitensporig tekort worden ingetrokken indien de Raad van
oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is
gecorrigeerd. (9) Volgens de Raad is het
buitensporige tekort in Litouwen gecorrigeerd en dient Beschikking 2009/588/EG
derhalve te worden ingetrokken, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 Uit een algehele evaluatie volgt dat het
buitensporige tekort in Litouwen is gecorrigeerd. Artikel 2 Beschikking 2009/588/EG wordt ingetrokken. Artikel 3 Dit besluit is
gericht tot de Republiek Litouwen. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter [1] PB L 202 van 4.8.2009, blz. 44. [2] PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6. [3] PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1. [4] Overeenkomstig
de “Specificaties inzake de uitvoering van het stabiliteits- en groeipact en
richtsnoeren inzake de vorm en de inhoud van stabiliteits- en
convergentieprogramma’s” van 3 september 2012. Zie: http://ec.europa.eu/economy_finance/economic_governance/sgp/pdf/coc/code_of_conduct_en.pdf