Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013PC0106

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen

/* COM/2013/0106 final - 2013/0063 (COD) */

52013PC0106

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen /* COM/2013/0106 final - 2013/0063 (COD) */


INHOUDSOPGAVE

TOELICHTING........................................................................................................................... 4

1........... ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL.................................................................. 4

2........... RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING........................................................................................... 11

3........... JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL............................................... 12

4........... GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING...................................................................... 13

5........... AANVULLENDE INFORMATIE.............................................................................. 13

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen..................................... 14

HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES......................... 26

HOOFDSTUK II INVOER VAN VERWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN...................... 27

AFDELING I Algemene bepalingen betreffende de invoer........................................................... 27

Onderafdeling I Invoerrechten op verwerkte landbouwproducten................................................. 27

Onderafdeling II Invoer van ovoalbumine en lactoalbumine........................................................... 29

AFDELING II Preferentiële handel............................................................................................. 31

Onderafdeling I Verlaging van invoerrechten................................................................................ 31

Onderafdeling II Tariefcontingenten............................................................................................. 34

AFDELING III Vrijwaringsmaatregelen...................................................................................... 36

AFDELING IV Actieve veredeling............................................................................................. 37

HOOFDSTUK III UITVOER.................................................................................................... 39

AFDELING I Uitvoerrestituties................................................................................................... 39

Afdeling II Restitutiecertificaten................................................................................................... 43

Afdeling III Andere maatregelen met betrekking tot de uitvoer..................................................... 46

HOOFDSTUK IV MAATREGELEN DIE ZOWEL OP DE INVOER ALS OP DE UITVOER VAN TOEPASSING ZIJN.......................................................................................................................................... 46

HOOFDSTUK V BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE...................... 49

HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN.................................................................................. 51

BIJLAGE I................................................................................................................................. 52

BIJLAGE II................................................................................................................................ 62

BIJLAGE III.............................................................................................................................. 79

BIJLAGE IV.............................................................................................................................. 81

BIJLAGE V............................................................................................................................... 83

BIJLAGE VI.............................................................................................................................. 84

TOELICHTING

1.           ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

1)      Motivering en doel van het voorstel

A.      De voorgestelde Verordening (EU) van het Europees Parlement en de Raad ter vervanging van de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten/niet in bijlage I genoemde goederen, die momenteel zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen[1], beoogt het volgende:

· aanpassing aan de wettelijke verplichting om een onderscheid te maken tussen gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie, overeenkomstig de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);

· aanpassing aan Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad [COM(2010) 799 definitief] houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten[2]. Deze verordening betreft de voorgestelde integrale gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten (integrale GMO) na aanpassing ervan aan de wettelijke eisen van het Verdrag van Lissabon inzake de gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie;

· aanpassing aan Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad [COM(2011) 626 definitief] tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten[3]. Deze verordening betreft de voorgestelde integrale gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten (integrale GMO) na aanpassing ervan aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) tot 2020 en aan het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2014-2020;

· aanpassing aan de verordening van de Raad [COM(2011) 629 definitief] houdende maatregelen inzake de vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten;

· bijwerking van de bijlagen bij de huidige Verordening (EG) nr. 1216/2009 en opname van de bijlagen I en II bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 578/2010 in de basishandeling, ermee rekening houdend dat Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] niet voorziet in een bijlage die bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 vervangt;

· aanpassing van de gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine, zoals die momenteel is vastgelegd in Verordening (EG) nr. 614/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine[4], aan het Verdrag van Lissabon en het daarin gemaakte onderscheid tussen gedelegeerde bevoegdheden en uitvoeringsbevoegdheden. Met het oog op de rationalisering, harmonisatie en vereenvoudiging wordt voorgesteld de gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine – verwerkte landbouwproducten die niet zijn opgenomen in bijlage I bij het Verdrag en die niet onder de integrale gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten vallen – te integreren in de handelsregeling die van toepassing is op bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen, die momenteel is neergelegd in Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad;

· vereenvoudiging en actualisering van de huidige wettekst, die ondanks de codificatie in 2009 al sinds 1993 zonder grote wijzigingen van kracht is, teneinde de leesbaarheid en begrijpelijkheid ervan te verbeteren en een helderder en steviger rechtsgrondslag voor uitvoeringsbepalingen te scheppen. Ter wille van de duidelijkheid en vereenvoudiging zijn er geen overlappingen meer met andere wetteksten, zoals Verordening (EEG) nr. 2913/1992 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[5], Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief[6] en Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (integrale-GMO-verordening)[7];

· totstandbrenging van een solide rechtskader voor het beheer van de verlaagde invoerrechten en invoercontingenten die bij vrijhandelsovereenkomsten zijn ingesteld, en voor het beheer van het systeem van uitvoerrestituties, alsmede aanpassing van de tekst aan de huidige praktijken in vrijhandelsovereenkomsten en bij uitvoerrestituties.

B.      De aanpassing van de integrale GMO aan het Verdrag van Lissabon betreft het volgende:

· de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten bevatten soortgelijke bepalingen over de invoer- of uitvoerregeling voor respectievelijk landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten (zoals bijvoorbeeld verlaagde invoerrechten, aanvullende invoerrechten, invoercontingenten, uitvoerrestituties, uitvoer‑/restitutiecertificaten enz.). Zij verlenen ook uitvoeringsbevoegdheid aan de Commissie in verband met soortgelijke bevoegdheden. Beide verordeningen moeten derhalve parallel aan elkaar aan het Verdrag van Lissabon worden aangepast.

C.      De aanpassing aan de opties waarvoor is gekozen bij de integrale GMO na 2013 in vergelijking met de huidige wetteksten (Verordening (EG) nr. 1234/2007 en Verordening (EG) nr. 1216/2009) betreft het volgende:

· bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 en bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. …/… [COM(2010) 799 definitief] bevatten een lijst van verwerkte goederen die in aanmerking komen voor de toekenning van uitvoerrestituties voor bepaalde bij de vervaardiging van die goederen gebruikte landbouwproducten. In artikel 133, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] is bepaald dat een uitvoerrestitutie kan worden toegekend voor bepaalde landbouwproducten die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1216/2009 in de vorm van verwerkte producten worden uitgevoerd. Daarom bevat dit voorstel in bijlage II de lijst van niet in bijlage I genoemde goederen die in aanmerking komen voor een uitvoerrestitutie.

D.      Het voorstel bevat de volgende bijlagen, waarbij de status quo wordt gehandhaafd:

1)      bijlage I met de lijst van verwerkte landbouwproducten, die de huidige bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1216/2009 vervangt;

2)      bijlage II met de lijst van niet in bijlage I genoemde goederen, die de huidige bijlage II bij Verordening (EG) nr. 578/2010 van 29 juni 2010 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad, met betrekking tot de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer van bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, en de criteria voor de vaststelling van de restitutiebedragen[8], en de huidige bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007 vervangt;

3)      bijlage III met de lijst van basisproducten die worden gebruikt voor de vervaardiging van niet in bijlage I genoemde goederen, die de huidige bijlage I bij Verordening (EG) nr. 578/2010 vervangt;

4)      bijlage IV met de lijst van verwerkte landbouwproducten waarop een aanvullend invoerrecht kan worden geheven, die de huidige bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1216/2009 vervangt;

5)      bijlage V met de lijst van landbouwproducten die worden gebruikt voor de vervaardiging van verwerkte landbouwproducten, die de huidige bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad vervangt.

E.      Dienovereenkomstig moeten de Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 worden ingetrokken.

2)      Algemene context

A.      Gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden

In de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheden om niet-wetgevingshandelingen vast te stellen enerzijds en aan de Commissie verleende bevoegdheden om uitvoeringshandelingen vast te stellen anderzijds.

· Artikel 290 VWEU biedt de wetgever de mogelijkheid aan de Commissie de bevoegdheid over te dragen om niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling. Door de Commissie op grond van dit artikel vastgestelde rechtshandelingen worden volgens de terminologie van het Verdrag "gedelegeerde handelingen" genoemd (artikel 290, lid 3).

· Krachtens artikel 291 VWEU moeten de lidstaten alle maatregelen van intern recht nemen die nodig zijn ter uitvoering van de juridisch bindende handelingen van de Unie. In dergelijke handelingen kunnen aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend wanneer de uitvoering ervan volgens eenvormige voorwaarden moet geschieden. Door de Commissie op grond van dit artikel vastgestelde rechtshandelingen worden volgens de terminologie van het Verdrag "uitvoeringshandelingen" genoemd (artikel 291, lid 4).

De voorgestelde aanpassing aan de nieuwe vereisten die uit de artikelen 290 en 291 VWEU voortvloeien, is gebaseerd op een zorgvuldige indeling van de huidige bevoegdheden van de Commissie uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 in "gedelegeerde bevoegdheden" en "uitvoeringsbevoegdheden". Daarbij werd gekeken naar de uitvoeringsmaatregelen die door de Commissie op basis van haar huidige bevoegdheden zijn vastgesteld.

Vervolgens is een ontwerpvoorstel opgesteld. Dit voorstel geeft de wetgever de bevoegdheid om de essentiële onderdelen van de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten/niet onder bijlage I vallende goederen vast te stellen. De algemene richtsnoeren voor deze regeling en de onderliggende algemene beginselen worden door de wetgever bepaald. Zo stelt deze de algemene beginselen vast voor de verlaging van het agrarisch element van de invoerrechten, voor het beheer van de invoercontingenten of voor de toekenning van uitvoerrestituties. Evenzo legt hij het beginsel vast dat een systeem van restitutiecertificaten wordt ingesteld en definieert hij de essentiële onderdelen van de voorschriften voor de vaststelling van de restitutievoeten en de uitwisseling van informatie.

Overeenkomstig artikel 290 VWEU draagt de wetgever aan de Commissie de bevoegdheid over om niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling aan te vullen of te wijzigen. De Commissie kan dus middels gedelegeerde handelingen de handelsregeling aanvullen waar dit voor een goede werking noodzakelijk is. Zo moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen tot vastlegging van de uit de afgifte van een restitutiecertificaat voortvloeiende rechten (op uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen) en verplichtingen (tot indiening van een aanvraag voor uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen) en, indien nodig op grond van de economische situatie, ter specificatie van de gevallen waarin voor de afgifte van certificaten geen zekerheid hoeft te worden gesteld. De Commissie krijgt ook bevoegdheid om de bijlagen bij de voorgestelde verordening aan te passen aan internationale overeenkomsten die overeenkomstig artikel 218 VWEU zijn gesloten of voorlopig worden toegepast. Bovendien draagt de wetgever aan de Commissie de bevoegdheid over om passende regels vast te stellen teneinde te waarborgen dat de preferentiële handelsregelingen en internationale verbintenissen van de Unie worden uitgevoerd en te voorkomen dat het handelsverkeer wordt verstoord.

De lidstaten zijn overeenkomstig artikel 291 VWEU verantwoordelijk voor de uitvoering van de door de wetgever ingestelde regeling. Niettemin moet erop worden toegezien dat zij de betrokken regeling op eenvormige wijze uitvoeren. Daarom kent de wetgever krachtens artikel 291, lid 2, VWEU aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden toe met betrekking tot de eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van de handelsregeling en met betrekking tot een algemeen kader van maatregelen en procedures die de lidstaten ten uitvoer moeten leggen.

Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[9].

Voor de vaststelling van handelingen tot uitvoering van deze verordening moet overeenkomstig artikel 2, lid 2, onder b), ii), van Verordening (EU) nr. 182/2011 worden gebruikgemaakt van de onderzoeksprocedure, aangezien die handelingen betrekking hebben op het GLB.

Met het oog op een efficiënte en soepele werking van de handelsregeling moeten aan de Commissie bovendien bevoegdheden worden toegekend voor het verrichten van bepaalde administratieve of beheerstaken met betrekking tot: het vaststellen van de representatieve prijzen en reactievolumes voor de toepassing van invoerrechten en het vaststellen van de hoogte van het aanvullende invoerrecht; het beperken, afwijzen of schorsen van de afgifte van invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine; het waarborgen dat de beschikbare hoeveelheden van een tariefcontingent niet worden overschreden en dat de onbenutte hoeveelheden van een tariefcontingent worden herverdeeld; het beheer van het proces dat moet waarborgen dat de hoeveelheden die in het kader van de regeling actieve veredeling zonder voorafgaand onderzoek van de economische voorwaarden beschikbaar zijn niet worden overschreden; de technische maatregelen tot aanpassing van het systeem van restitutiecertificaten om de uitgaven binnen de grenzen van de begrotingsmogelijkheden te houden.

B.      Bevoegdheden van de Raad op grond van artikel 43, lid 3, VWEU

Artikel 43, lid 3, VWEU luidt als volgt: "De Raad stelt op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen […]". Deze bepaling vormt een uitzondering op artikel 43, lid 2, VWEU, waarin is bepaald dat "de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten […] en […] de overige bepalingen […] die nodig zijn om de doelstellingen van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid na te streven" volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld. Ook is zij een uitzondering op artikel 207, lid 2, VWEU, waarin eveneens is bepaald dat de gewone wetgevingsprocedure moet worden gebruikt om de maatregelen vast te stellen "die het kader voor de uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek bepalen".

Om ervoor te zorgen dat de wetgever zijn wetgevingsprerogatieven krachtens artikel 43, lid 2, en artikel 207, lid 2, VWEU kan uitoefenen, moet de in artikel 43, lid 3, VWEU vastgestelde uitzondering daarom restrictief worden geïnterpreteerd. Dat betekent dat de wetgever de fundamentele onderdelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en van de gemeenschappelijke handelspolitiek regelt, de politieke besluiten neemt over de structurele vormgeving ervan, en de instrumenten en de effecten ervan bepaalt. De specifieke procedure van artikel 43, lid 3, VWEU mag daarom enkel worden toegepast wanneer een in die bepaling bedoeld vraagstuk geen deel uitmaakt van de fundamentele politieke besluiten die krachtens artikel 43, lid 2, en artikel 207, lid 2, VWEU aan de wetgever zijn voorbehouden. Artikel 43, lid 3, VWEU mag dus niet worden toegepast wanneer het betrokken vraagstuk onlosmakelijk verbonden is met de politieke inhoud van de door de wetgever te nemen besluiten.

Het voorstel is bijgevolg gebaseerd op de volgende beginselen:

– de structurele parameters en fundamentele onderdelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de gemeenschappelijke handelspolitiek kunnen uitsluitend door de wetgever worden vastgelegd. Zo moeten het systeem van uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen, dat bij Verordening nr. 1216/2009 werd ingevoerd, alsmede alle onderdelen daarvan (restitutiecertificaten, reserve voor kleine exporteurs) op het niveau van de wetgever blijven, aangezien deze onderdelen onlosmakelijk verbonden zijn met de vaststelling van de inhoud en de grenzen van de door de wetgever ingestelde regeling.

– de in artikel 43, lid 3, VWEU bedoelde maatregelen voor de prijsbepaling, de heffingen, de steun en de kwantitatieve beperkingen, die niet onder de werkingssfeer van artikel 43, lid 2, VWEU vallen, moeten door de Raad worden vastgesteld. Op grond van artikel 43, lid 3, VWEU geldt dit bijvoorbeeld voor de algemene beginselen voor de vaststelling van uitvoerrestituties. Derhalve wordt voorgesteld dat in artikel 43, lid 3, bedoelde maatregelen inzake de vaststelling van de restitutievoeten, die niet onder de werkingssfeer van artikel 43, lid 2, VWEU vallen, door de Raad worden vastgesteld.

Artikel 43, lid 3, VWEU is een autonome basis voor de vaststelling van wetgevingshandelingen door de Raad. Het is van toepassing op de vaststelling van de restitutievoeten. Omwille van de duidelijkheid heeft de Commissie een afzonderlijk voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de vaststelling van restituties goedgekeurd, waarin expliciet naar die bepaling wordt verwezen. De Commissie heeft dat voorstel, dat samenhangt met het voorstel voor de aanpassing van de integrale-GMO-verordening (EG) nr. 1234/2007 aan het Verdrag van Lissabon, eerder al aan de Raad voorgelegd [COM(2011) 629 definitief[10]].

C.      Het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013

Het voorstel voor een Verordening (EU) nr. …/… van de Raad en het Parlement [COM(2011) 626 definitief] heeft tot doel de integrale GMO aan te passen aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 en aan het meerjarige financiële kader voor de periode 2014-2020. Over dit voorstel worden momenteel in de Raad en het Parlement lange en moeizame besprekingen gevoerd. De voorgestelde verordening van het Europees Parlement en de Raad is gebaseerd op een zorgvuldige bestudering van het voorstel voor de nieuwe GMO na 2013 en de noodzakelijke aanpassingen van de huidige wettelijke regelingen inzake de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten/niet in bijlage I genoemde goederen, teneinde de status quo te handhaven.

De lijst van de niet in bijlage I genoemde goederen die voor een restitutie bij uitvoer in aanmerking komen (bijlage XX bij Verordening (EG) nr. 1234/2007, bijlage XVII bij COM(2010) 799 definitief) wordt derhalve overgeheveld van de integrale GMO naar de verordening tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen.

3)      Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

Het voorstel is in overeenstemming met het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de gemeenschappelijke handelspolitiek.

Het voorstel is in overeenstemming met het voorstel tot aanpassing van de integrale-GMO-verordening (EG) aan het Verdrag van Lissabon (COM(2010) 799 definitief).

Het is ook in overeenstemming met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) na 2013 en met name met het voorstel tot aanpassing van de integrale-GMO-verordening (EG) nr. …/… [COM(2010) 799 definitief] aan het GLB na 2013 (COM(2011) 626 definitief).

Omwille van de samenhang en om te voorkomen dat er een maas in de wetgeving ontstaat, moet dit voorstel worden aangepast aan het resultaat van de besprekingen in de Raad en het Parlement over de voorstellen (COM(2010) 799 definitief en COM(2011) 626 definitief).

Het voorstel is ook in overeenstemming met de douanewetgeving van de Unie en met name met Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. Deze twee laatste verordeningen zullen ook aan het Verdrag van Lissabon worden aangepast. Zodra een definitieve tekst van deze verordeningen is aangenomen, kan het derhalve nodig zijn dit voorstel daaraan aan te passen.

2.           RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

1)      Raadpleging van belanghebbende partijen

De lidstaten zijn via een groep van deskundigen op de hoogte gehouden en bij het proces betrokken geweest.

2)      Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Het was niet nodig belanghebbende partijen te raadplegen of een beroep te doen op externe deskundigheid, omdat het voorstel tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 1216/2009 aan het Verdrag van Lissabon een interinstitutionele aangelegenheid is met relevantie voor alle verordeningen van de Raad.

Externe deskundigheid was evenmin nodig voor de aanpassing aan het GLB na 2013 en het nieuwe MFK 2014-2020, omdat die een louter technisch gevolg is van de vaststelling van de nieuwe integrale-GMO-verordening (EG) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

3)      Effectbeoordeling

Een effectbeoordeling is niet nodig omdat het voorstel tot aanpassing van Verordening (EG) nr. 1216/2009 aan het Verdrag van Lissabon een interinstitutionele aangelegenheid is met relevantie voor alle verordeningen van de Raad, terwijl de aanpassing aan de nieuwe integrale-GMO-verordening een gevolg is van het nieuwe GLB na 2013 en het nieuwe MFK voor 2014-2020.

3.           JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

1)      Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)

1.       De bevoegdheden van de Commissie in Verordening (EG) nr. 1216/2009 onderscheiden in gedelegeerde en uitvoeringsbevoegdheden en de overeenkomstige procedure voor het vaststellen van deze handelingen vastleggen, tegelijk met de aanpassing van de integrale GMO aan het Verdrag van Lissabon [COM(2010) 799 definitief].

2.       Verordening (EG) nr. 1216/2009 aanpassen aan de nieuwe integrale-GMO-verordening [COM(2011) 626 definitief] in het kader van het GLB na 2013 en het nieuwe MFK voor de periode 2014-2020.

3.       De gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine (Verordening (EG) nr. 614/2009) opnemen in de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten (Verordening (EG) nr. 1216/2009).

2)      Rechtsgrondslag

Artikel 43, lid 2, en artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

3)      Subsidiariteitsbeginsel

De handelspolitiek is een exclusieve bevoegdheid van de Unie. Daarom kan alleen de Unie, en niet de afzonderlijke lidstaten, wetgeving inzake handel vaststellen. Het landbouwbeleid wordt in gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten vastgesteld. Dit betekent dat de lidstaten hun bevoegdheid behouden zolang de Unie in deze sector geen wetgeving heeft vastgesteld. Dit voorstel is beperkt tot de aanpassing van de Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 aan de nieuwe vereisten die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon enerzijds en aan het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 anderzijds. De huidige aanpak van de Unie wordt dus niet hierdoor beïnvloed.

4)      Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, dat vereist dat elk besluit en elke maatregel moet zijn gebaseerd op een billijke beoordeling en afweging van de belangen en op een redelijke keuze van middelen.

5)      Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening van het Europees Parlement en de Raad.

Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: de aard van het GLB en de gemeenschappelijke handelspolitiek alsmede de aan het beheer ervan gestelde eisen maken rechtstreekse toepassing noodzakelijk; deze is een onmisbaar kenmerk van het GLB en de handelswetgeving.

4.           GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Aan de voorgestelde maatregel zijn geen extra uitgaven voor de Unie verbonden.

5.           AANVULLENDE INFORMATIE

Het voorstel zal de wetgeving waarin de handelsregeling is vastgelegd die op bepaalde, door de verwerking van landbouwproducten verkregen goederen van toepassing is, begrijpelijker en toegankelijker maken. Het verstevigt ook de rechtsgrondslag voor de uitvoeringsverordeningen en brengt de tekst op één lijn met bestaande wetgeving van de Commissie, bijvoorbeeld door toevoeging van een bepaling over de opening van invoercontingenten en het beheer ervan. Voorts worden inconsistenties in de huidige wettekst verwijderd, zoals in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad waarin wordt verwezen naar Uitvoeringsverordening (EG) nr. 1460/96 van de Commissie[11], terwijl Uitvoeringsverordening (EG) nr. 1460/96 Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad als rechtsgrondslag heeft.

2013/0063 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, en artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité[12],

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure[13],

Overwegende hetgeen volgt:

(1)       Verordening (EG) nr. 1216/2009 van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen[14] en Verordening (EG) nr. 614/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine[15] moeten als gevolg van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon worden aangepast, met name wat betreft de invoering van een onderscheid tussen de bevoegdheden van de Commissie om gedelegeerde handelingen vast te stellen en die om uitvoeringshandelingen vast te stellen. Voorts zijn aanpassingen nodig om de duidelijkheid en transparantie van de bestaande teksten te vergroten.

(2)       Tot nu toe was Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("Integrale-GMO-verordening")[16] het voornaamste instrument van het gemeenschappelijk landbouwbeleid waarin door het Verdrag wordt voorzien.

(3)       In het kader van de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moet Verordening (EG) nr. 1234/2007 met ingang van 1 januari 2014 worden vervangen door Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad [COM(2011) 626 definitief][17]. De Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 moeten in verband met die verordening worden aangepast om de samenhang tussen de handelsregelingen met derde landen ten aanzien van landbouwproducten enerzijds en van door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen anderzijds te behouden.

(4)       Bepaalde landbouwproducten worden gebruikt voor de vervaardiging van zowel verwerkte landbouwproducten als goederen die niet in bijlage I bij het Verdrag zijn genoemd. Niet alleen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid maar ook in dat van de gemeenschappelijke handelspolitiek zijn maatregelen nodig om rekening te houden met de gevolgen die de handel in dergelijke producten en goederen heeft voor het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 39 van het Verdrag en met het effect van maatregelen tot uitvoering van artikel 43 van het Verdrag op de economische positie van die producten en goederen, aangezien de kosten voor de aankoop van landbouwproducten in de Unie en op de wereldmarkt uiteenlopen.

(5)       In de Unie wordt onderscheid gemaakt tussen landbouwproducten die in bijlage I bij het Verdrag zijn genoemd en verwerkte landbouwproducten die niet in die bijlage zijn opgenomen, teneinde rekening te houden met de uiteenlopende situaties van de landbouw en van de levensmiddelenindustrie in de Unie. In bepaalde derde landen waarmee de Unie overeenkomsten heeft gesloten, wordt dat onderscheid niet altijd gemaakt. Daarom moet, wanneer in een internationale overeenkomst is voorzien in de gelijkstelling van deze twee soorten producten, worden voorzien in uitbreiding van de algemene regels betreffende niet in bijlage I bij het Verdrag genoemde verwerkte landbouwproducten tot bepaalde wel in die bijlage genoemde landbouwproducten.

(6)       Om eventuele negatieve effecten van de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten op de markt van de Unie en op de doeltreffendheid van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te voorkomen of te neutraliseren, moet het mogelijk zijn de invoer van die producten onder bepaalde voorwaarden aan een aanvullend recht te onderwerpen.

(7)       Ovoalbumine en lactoalbumine zijn verwerkte landbouwproducten die niet in bijlage I bij het Verdrag zijn opgenomen. Met het oog op de harmonisatie en vereenvoudiging de in Verordening (EG) nr. 614/2009 neergelegde een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine worden geïntegreerd in de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen. Aangezien eieren in veel gevallen door ovoalbumine en in sommige gevallen door lactoalbumine kunnen worden vervangen, moet de handelsregeling voor ovoalbumine en lactoalbumine overeenkomen met die voor eieren.

(8)       De belangrijkste regels met betrekking tot de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten en voor door verwerking van landbouwproducten verkregen niet in bijlage I genoemde goederen moeten worden vastgelegd. Ook moet worden bepaald dat de vaststelling van verlaagde invoerrechten en van tariefcontingenten en de toekenning van uitvoerrestituties in overeenstemming met die regels moeten geschieden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de beperkingen die ten aanzien van invoerrechten en uitvoersubsidies voortvloeien uit door de Unie in het kader van WTO- en bilaterale overeenkomsten aanvaarde verbintenissen.

(9)       Gezien de nauwe samenhang tussen de markt voor ovoalbumine en lactoalbumine en die voor eieren moet het mogelijk zijn om voor de invoer van ovoalbumine en lactoalbumine overlegging van een invoercertificaat te verlangen en om de regeling actieve veredeling voor ovoalbumine en lactoalbumine te schorsen wanneer de markt van de Unie voor die producten of voor eieren door die regeling wordt verstoord of dreigt te worden verstoord. Het moet mogelijk worden gemaakt om aan de afgifte van invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine en het in het vrije verkeer brengen van dergelijke met een certificaat ingevoerde producten voorwaarden met betrekking tot de oorsprong en de herkomst van het product te verbinden.

(10)     Teneinde rekening te houden met de ontwikkeling van handel en markten, met de behoeften op de markt voor ovoalbumine en lactoalbumine of op die voor eieren en met de resultaten van het toezicht op de invoer van ovoalbumine en lactoalbumine, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van: het afhankelijk stellen van de invoer van ovoalbumine en lactoalbumine voor het in het vrije verkeer brengen van de overlegging van een invoercertificaat; het vastleggen van de uit dat invoercertificaat voortvloeiende rechten en verplichtingen en de rechtsgevolgen van dat certificaat; het bepalen van de tolerantiemarge voor de invoerverplichting; het vastleggen van de voorschriften voor de aanduiding van oorsprong en herkomst, wanneer een dergelijke aanduiding verplicht is; het afhankelijk stellen van de afgifte van een invoercertificaat en het in het vrije verkeer brengen van de overlegging van een door een derde land of een entiteit afgegeven document ter certificatie van onder meer de oorsprong, de authenticiteit en de kwaliteitskenmerken van de producten; het vaststellen van voorschriften voor de overdracht van invoercertificaten; het vaststellen van voorschriften tot waarborging van de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het systeem voor invoercertificaten en het voorzien in specifieke administratieve bijstand tussen de lidstaten wanneer die nodig is om fraude en onregelmatigheden te voorkomen of aan te pakken; het vaststellen in welke gevallen geen invoercertificaat hoeft te worden overgelegd en in welke gevallen geen zekerheid hoeft te worden gesteld; het vastleggen van voorschriften betreffende de toepassing van horizontale bepalingen inzake invoercertificaten voor landbouwproducten en van horizontale voorschriften betreffende zekerheden met betrekking tot invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine.

(11)     Bepaalde verwerkte landbouwproducten die niet in bijlage I bij het Verdrag zijn genoemd, worden verkregen uit landbouwproducten die onder het gemeenschappelijk landbouwbeleid vallen. De rechten op de invoer van die verwerkte landbouwproducten moeten het verschil tussen de wereldmarktprijzen en de prijzen op de markt van de Unie voor de voor hun vervaardiging gebruikte landbouwproducten compenseren en tegelijk het concurrentievermogen van de betrokken verwerkende industrie waarborgen.

(12)     In het kader van de handelspolitiek van de Unie is in sommige preferentiële overeenkomsten bepaald dat de invoerrechten voor verwerkte landbouwproducten, wat de agrarische elementen van die rechten betreft, worden verlaagd, eventueel in stappen tot een volledige afschaffing ervan. Die verlagingen moeten worden vastgesteld aan de hand van de agrarische elementen die gelden voor het niet-preferentiële handelsverkeer.

(13)     Het agrarische element van het invoerrecht moet het verschil tussen de prijzen op de wereldmarkt en op de markt van de Unie voor de landbouwproducten die voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten in kwestie worden gebruikt, compenseren. Daarom moet de berekening van het agrarische element van de invoerrechten voor verwerkte landbouwproducten nauw gekoppeld blijven aan de rechten die gelden voor in ongewijzigde staat ingevoerde landbouwproducten.

(14)     Met het oog op de tenuitvoerlegging van de internationale overeenkomsten waarin is voorzien in een verlaging of geleidelijke afschaffing van de invoerrechten op verwerkte landbouwproducten op basis van specifieke landbouwproducten die voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten worden gebruikt of geacht worden te zijn gebruikt, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van: het opstellen van een lijst van de specifieke landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt; het vaststellen van de equivalente hoeveelheden en de regels voor de omrekening van hoeveelheden van andere landbouwproducten dan die welke geacht worden te zijn gebruikt tot equivalente hoeveelheden van die specifieke landbouwproducten; ten aanzien van het vastleggen van de noodzakelijke elementen voor de berekening van het verlaagde agrarische element en de verlaagde aanvullende rechten en het vaststellen van de methoden voor die berekening; het vaststellen van de documenten die moeten worden overgelegd; het bepalen van de verwaarloosbare bedragen waarvoor het verlaagde agrarische element en de aanvullende rechten voor suiker en meel op nul worden gesteld.

(15)     Er kunnen tariefconcessies bij invoer worden verleend voor onbeperkte hoeveelheden van de betrokken goederen of voor beperkte hoeveelheden, waarop dan een tariefcontingent van toepassing is. Wanneer bij bepaalde preferentiële overeenkomsten binnen tariefcontingenten tariefconcessies worden verleend, moeten deze contingenten door de Commissie worden geopend en beheerd. Om praktische redenen is het van essentieel belang dat voor het beheer van het niet-agrarische element van de invoerrechten voor de goederen waarvoor tariefpreferenties zijn overeengekomen, dezelfde regels gelden als voor het beheer van het agrarische element.

(16)     Door de nauwe samenhang tussen de markt voor ovoalbumine en lactoalbumine en die voor eieren, moeten de tariefcontingenten voor ovoalbumine en lactoalbumine op dezelfde wijze worden geopend en beheerd als die voor eieren, waarop Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] van toepassing is. Waar nodig, moet bij de wijze van beheer rekening worden gehouden met de voorzieningsbehoeften van de markt van de Unie en met de noodzaak het evenwicht op die markt te behouden, en moet het beheer gebaseerd zijn op in het verleden gebruikte methoden, met inachtneming van de uit de WTO-overeenkomsten voortvloeiende rechten.

(17)     Om een billijke markttoegang voor en gelijke behandeling van marktdeelnemers te waarborgen, om rekening te houden met de voorzieningsbehoeften van de markt van de Unie en om het evenwicht op die markt te behouden, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van: het vastleggen van de voorwaarden voor het indienen van een aanvraag binnen een tariefcontingent en van bepalingen inzake de overdracht van rechten binnen een tariefcontingent; het afhankelijk stellen van de toegang tot een tariefcontingent van de overlegging van een invoercertificaat en het stellen van een zekerheid; het vastleggen van bepalingen over de vereiste documenten en de voor de tariefcontingenten geldende voorschriften of beperkingen.

(18)     Het is mogelijk dat de vraag van de verwerkende industrie naar landbouwgrondstoffen niet volledig onder concurrerende voorwaarden kan worden gedekt met landbouwgrondstoffen uit de Unie. Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek[18] laat dergelijke goederen dan in het kader van de regeling actieve veredeling toe, mits wordt voldaan aan de economische voorwaarden die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek[19]. Onder duidelijk omschreven omstandigheden moet voor de toelating van bepaalde hoeveelheden landbouwproducten in het kader van de regeling actieve veredeling geacht te zijn voldaan aan de economische voorwaarden. Die hoeveelheden moeten aan de hand van een voorzieningsbalans worden bepaald. Een systeem van door de lidstaten afgegeven certificaten voor actieve veredeling moet een billijke toegang tot de beschikbare hoeveelheden, een gelijke behandeling van de marktdeelnemers en duidelijkheid garanderen.

(19)     Met het oog op een verstandig en efficiënt beheer van de regeling actieve veredeling, waarbij rekening wordt gehouden met de situatie op de markt van de Unie voor de betrokken basisproducten en met de behoeften en praktijken van de verwerkende industrie, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van: het opstellen van een lijst van specifieke landbouwproducten waarvoor een certificaat voor actieve veredeling kan worden afgegeven; het vaststellen van de voorwaarden en eisen waaraan een marktdeelnemer moet voldoen om een een certificaat voor actieve veredeling te kunnen aanvragen, van de uit de certificaten voor actieve veredeling voortvloeiende rechten en de rechtsgevolgen van die certificaten, van bepalingen inzake de overdracht van die rechten tussen marktdeelnemers en van bepalingen over de vereiste documenten; het vaststellen van voorschriften om de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het systeem van certificaten voor actieve veredeling te waarborgen.

(20)     Binnen de grenzen van de door de Unie aangegane WTO-verbintenissen moet een regeling worden vastgesteld voor de toekenning van uitvoerrestituties voor bepaalde landbouwproducten die voor de vervaardiging van niet in bijlage I bij het Verdrag genoemde goederen worden gebruikt, om te voorkomen dat producenten van die goederen worden benadeeld door de prijzen die zij als gevolg van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor hun grondstoffen moeten betalen. Die restituties mogen niet hoger zijn dan het verschil tussen de prijs van een landbouwproduct op de markt van de Unie en de prijs ervan op de wereldmarkt. Die regeling moet derhalve worden ingesteld als onderdeel van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen.

(21)     Bij het opstellen van de lijst van niet in bijlage I genoemde goederen die voor een restitutie in aanmerking komen, moet rekening worden gehouden met het effect van het verschil tussen de prijzen van de voor de vervaardiging van deze goederen gebruikte landbouwproducten op de markt van de Unie en op de wereldmarkt, en met de noodzaak dit verschil geheel of gedeeltelijk te compenseren, teneinde de uitvoer van de voor de vervaardiging van niet in bijlage I genoemde goederen gebruikte landbouwproducten te vergemakkelijken.

(22)     Er moet worden gewaarborgd dat geen uitvoerrestitutie wordt toegekend voor ingevoerde niet in bijlage I genoemde goederen die in het vrije verkeer worden gebracht en die opnieuw of na verwerking worden uitgevoerd of die in andere niet in bijlage I genoemde goederen worden verwerkt. Wat betreft ingevoerde granen, rijst, melk en zuivelproducten of eieren die in het vrije verkeer zijn gebracht, moet erop worden toegezien dat geen restitutie wordt toegekend wanneer de goederen na verwerking worden uitgevoerd of in niet in bijlage I genoemde goederen worden verwerkt.

(23)     De restitutievoeten voor landbouwproducten die in de vorm van niet in bijlage I genoemde goederen worden uitgevoerd, moeten volgens dezelfde regels en voorschriften en dezelfde procedure worden vastgesteld als de restitutievoeten die krachtens Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] en Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad [COM(2011) 629 definitief] voor in ongewijzigde staat uitgevoerde landbouwproducten worden vastgesteld.

(24)     Omdat er enerzijds een nauwe band bestaat tussen niet in bijlage I genoemde goederen en de voor hun vervaardiging gebruikte landbouwproducten, maar er anderzijds ook verschillen tussen deze goederen en producten zijn, moet worden bepaald dat de horizontale voorschriften en voorwaarden voor uitvoerrestituties en uitvoercertificaten die in Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] zijn neergelegd of krachtens die verordening zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op niet in bijlage I genoemde goederen. Ook moet worden bepaald dat de horizontale bepalingen inzake zekerheden, controles, verificaties en sancties die in Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] [20] zijn neergelegd of krachtens die verordening zijn vastgesteld, ook van toepassing zijn op niet in bijlage I genoemde goederen.

(25)     Om rekening te houden met de specifieke fabricageprocedés van en handelsvereisten voor niet in bijlage I genoemde goederen waarin bepaalde landbouwproducten zijn verwerkt, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van het vaststellen van voorschriften betreffende de definitie en kenmerken van de voor uitvoer bestemde niet in bijlage I genoemde goederen en van de voor hun vervaardiging gebruikte landbouwproducten, van voorschriften voor de berekening van de uitvoerrestituties voor bepaalde landbouwproducten die na verwerking tot niet in bijlage I genoemde goederen worden uitgevoerd, van voorschriften betreffende het aantonen van de samenstelling van de uitgevoerde niet in bijlage I genoemde goederen, van voorschriften betreffende het vereenvoudigde bewijs van aankomst ter bestemming bij gedifferentieerde restituties, van voorschriften betreffende de eis dat een verklaring van het gebruik van bepaalde ingevoerde landbouwproducten wordt overgelegd, van voorschriften betreffende de gelijkstelling van andere landbouwproducten aan basisproducten en betreffende de bepaling van de referentiehoeveelheid voor elk van de basisproducten, van voorschriften betreffende de aanvraag voor en de afgifte van certificaten voor de uitvoer van bepaalde niet in bijlage I genoemde goederen naar bepaalde bestemmingen wanneer daarin is voorzien in een door de Unie overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten overeenkomst, en van voorschriften betreffende de toepassing van de horizontale bepalingen inzake uitvoerrestituties voor landbouwproducten en inzake zekerheden, controles, verificaties en sancties op niet in bijlage I genoemde goederen.

(26)     De naleving van uitvoerbeperkingen die voortvloeien uit door de Unie overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten internationale overeenkomsten, moet worden gewaarborgd door de afgifte van restitutiecertificaten voor de in de overeenkomsten vastgelegde referentieperiodes, met inachtneming van het jaarlijkse bedrag dat voor kleine exporteurs is bestemd.

(27)     Uitvoerrestituties moeten worden toegekend voor maximaal het totale beschikbare bedrag, afhankelijk van de specifieke situatie van de handel in niet in bijlage I genoemde goederen. Het systeem van restitutiecertificaten moet het efficiënte beheer van de restitutiebedragen vergemakkelijken.

(28)     Er moet worden bepaald dat door de lidstaten afgegeven restitutiecertificaten in de hele Unie geldig zijn en dat de afgifte ervan afhankelijk is van het stellen van een zekerheid die garandeert dat de marktdeelnemer een restitutie zal aanvragen. Er moeten voorschriften worden vastgesteld voor restituties uit hoofde van het stelsel van vaststelling vooraf die voor alle toepasselijke restitutievoeten moeten worden toegekend, en voor het stellen en vrijgeven van zekerheden.

(29)     Om toezicht te houden op de uitgaven voor uitvoerrestituties en de uitvoering van het systeem van restitutiecertificaten, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van het vaststellen van de uit de restitutiecertificaten voortvloeiende rechten en verplichtingen, ten aanzien van het nader bepalen van de voorschriften inzake de overdracht van die certificaten, ten aanzien van het bepalen van de gevallen waarin de overlegging van een restitutiecertificaat of het stellen van een zekerheid niet vereist is, ten aanzien van het specificeren van de tolerantiemarge bij niet-naleving van de verplichting om restituties aan te vragen en van voorschriften inzake de toepassing van horizontale voorschriften inzake uitvoercertificaten en zekerheden op restitutiecertificaten.

(30)     Bij de inachtneming van het effect van gerichte maatregelen met betrekking tot uitvoerrestituties moet worden gekeken naar ondernemingen die landbouwproducten verwerken in het algemeen en naar de situatie van kleine en middelgrote ondernemingen in het bijzonder. Gelet op de specifieke behoeften van kleine exporteurs moet in elk begrotingsjaar voor hen een totaalbedrag worden toegewezen en moeten zij in het kader van de regeling inzake uitvoerrestituties worden vrijgesteld van de verplichting om restitutiecertificaten over te leggen.

(31)     Wanneer krachtens Verordening (EU) nr. …/... [COM(2011) 626 definitief] maatregelen betreffende de uitvoer van een landbouwproduct worden vastgesteld en de uitvoer van niet in bijlage I genoemde goederen met een hoog gehalte aan dat landbouwproduct de verwezenlijking van het doel van die maatregelen dreigt te belemmeren, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van gelijkwaardige maatregelen die met betrekking tot de uitvoer van die niet in bijlage I genoemde goederen moeten worden genomen.

(32)     In het kader van bepaalde preferentiële overeenkomsten kan de Unie de invoerrechten en bedragen in verband met de uitvoer beperken om ervoor te zorgen dat deze de prijsverschillen voor landbouwproducten die voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten of de niet in bijlage I genoemde goederen worden gebruikt, geheel of gedeeltelijk compenseren. Voor die producten en goederen moet worden bepaald dat die bedragen gezamenlijk als onderdeel van het totale recht moeten worden vastgesteld en dat zij de verschillen tussen de prijzen van de in aanmerking te nemen landbouwproducten op de markt van het land of de regio in kwestie en de markt van de Unie moeten compenseren.

(33)     Aangezien de samenstelling van de verwerkte landbouwproducten en de niet in bijlage I genoemde goederen relevant kan zijn voor een juiste toepassing van de in deze verordening vastgelegde handelsregeling, moet het mogelijk zijn hun samenstelling door middel van kwalitatieve en kwantitatieve analyses te bepalen.

(34)     Om door de Unie gesloten internationale overeenkomsten ten uitvoer te leggen en duidelijkheid en samenhang met de wijzigingen van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief[21] te waarborgen, moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van het daartoe wijzigen van bepaalde onderdelen van deze verordening en haar bijlagen.

(35)     Er dient te worden bepaald dat de lidstaten de Commissie en elkaar de informatie verstrekken die nodig is om de handelsregeling voor verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen uit te voeren.

(36)     Met het oog op een passende uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van het vaststellen van de aard en soort van de informatie die moet worden verstrekt, van de wijze van verstrekking, van voorschriften inzake het recht van toegang tot de informatie en informatiesystemen en van de voorwaarden voor en wijze van bekendmaking van de informatie.

(37)     Ter voorkoming van onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers en nationale autoriteiten moet overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen ten aanzien van het vaststellen van een drempel waaronder geen bedragen worden geheven of toegekend uit hoofde van invoerrechten, aanvullende invoerrechten, verlaagde invoerrechten en uitvoerrestituties en waaronder geen bedragen worden geheven of betaald bij compensatie voor een gezamenlijk vastgesteld prijspeil.

(38)     Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de invoer en de regeling actieve veredeling, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot: maatregelen ter bepaling van de verwerkte landbouwproducten waarop aanvullende invoerrechten van toepassing moeten zijn om negatieve effecten voor de markt van de Unie te voorkomen of te neutraliseren; maatregelen voor de toepassing van die aanvullende invoerrechten met betrekking tot termijnen voor het aantonen van de invoerprijs, de indiening van de vereiste documenten, het stellen van zekerheden en de bepaling van aanvullende invoerrechten; maatregelen tot vaststelling van de representatieve prijzen en de reactievolumes voor de toepassing van aanvullende invoerrechten en maatregelen ter bepaling van de hoogte van die rechten aan de hand van het verschil tussen de referentieprijzen en de reactieprijzen of tussen de cif-invoerprijzen en de reactieprijzen, in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie; maatregelen inzake de indiening van aanvragen voor invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine, inzake de afgifte en het gebruik van die certificaten, inzake de periode van geldigheid ervan, inzake het bedrag van de zekerheid die in verband met die certificaten moet worden gesteld, inzake het bewijs dat aan de voorwaarden voor het gebruik van die certificaten is voldaan, inzake de afgifte van vervangende invoercertificaten en duplicaten van invoercertificaten, inzake de behandeling van invoercertificaten door de lidstaten, inzake de uitwisseling van informatie die vereist is voor het beheer van het systeem van invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine en inzake de toepassing van horizontale voorschriften over invoercertificaten en over zekerheden op invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine; maatregelen tot beperking van de hoeveelheden waarvoor die certificaten kunnen worden afgegeven, tot afwijzing van aangevraagde hoeveelheden en tot schorsing van de indiening van aanvragen met het oog op het beheer van de markt; maatregelen inzake de vaststelling van invoerrechten voor verwerkte landbouwproducten in het kader van de uitvoering van preferentiële handelsregelingen; maatregelen tot vaststelling van de hoeveelheden landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten met het oog op de verlaging of geleidelijke afschaffing van invoerrechten in het preferentiële handelsverkeer en maatregelen om verlegging van de handel te voorkomen; maatregelen tot vaststelling van de jaarlijkse tariefcontingenten voor de invoer van verwerkte landbouwproducten en bepaalde landbouwproducten in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie; maatregelen inzake het beheer van die tariefcontingenten; maatregelen betreffende de toepassing van in internationale overeenkomsten opgenomen specifieke bepalingen inzake, onder meer, de overlegging van door het land van uitvoer afgegeven documenten en de bestemming en het gebruik van het product; maatregelen tot vastlegging van de periode van geldigheid van invoercertificaten, het bedrag van de te stellen zekerheid, de regels inzake het gebruik van die certificaten en de specifieke voorschriften betreffende met name de procedures voor het indienen van aanvragen voor invoer en het verlenen van toestemming voor de invoer binnen het tariefcontingent; maatregelen die waarborgen dat de binnen de tariefcontingenten beschikbare hoeveelheden niet worden overschreden; maatregelen tot herverdeling van onbenutte hoeveelheden van tariefcontingenten; maatregelen tot vaststelling van vrijwaringsmaatregelen tegen invoer in de Unie uit hoofde van Verordening (EG) nr. 260/2009 van de Raad van 26 februari 2009 betreffende de gemeenschappelijke invoerregeling[22] en Verordening (EG) nr. 625/2009 van de Raad van 7 juli 2009 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen[23] of van vrijwaringsmaatregelen uit hoofde van internationale overeenkomsten; maatregelen inzake de hoeveelheid landbouwproducten waarvoor certificaten voor actieve veredeling mogen worden afgegeven; maatregelen inzake de uitvoering van het systeem van certificaten voor actieve veredeling met betrekking tot documenten en procedures voor de indiening van aanvragen voor en de afgifte van certificaten voor actieve veredeling; maatregelen inzake het beheer van de certificaten voor actieve veredeling door de lidstaten en de procedures voor administratieve bijstand tussen de lidstaten; maatregelen tot beperking van de hoeveelheden waarvoor certificaten voor actieve veredeling mogen worden afgegeven, tot afwijzing van in het kader van die certificaten aangevraagde hoeveelheden en tot schorsing van de indiening van aanvragen voor certificaten voor actieve veredeling wanneer grote hoeveelheden worden aangevraagd; maatregelen tot schorsing van het gebruik van regelingen voor verwerking of actieve veredeling van ovoalbumine en lactoalbumine.

(39)     Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening met betrekking tot de uitvoer en bepaalde algemene bepalingen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot: maatregelen inzake de toepassing van de restitutievoeten, inzake de methode voor de berekening van de uitvoerrestituties, inzake de gelijkstelling van bepaalde producten aan basisproducten en de vaststelling van de referentiehoeveelheid van basisproducten, inzake het beheer van certificaten voor de uitvoer van bepaalde niet in bijlage I genoemde goederen naar bepaalde bestemmingen wanneer daarin is voorzien in een door de Unie overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten overeenkomst, inzake de behandeling van gevallen waarin producten verdwijnen of hoeveelheden bij het vervaardigingsproces verloren gaan en inzake de behandeling van bijproducten; maatregelen tot vastlegging van de procedures betreffende de aangifte en het bewijs van de samenstelling van de uitgevoerde niet in bijlage I genoemde goederen met het oog op de uitvoering van het systeem van uitvoerrestituties; maatregelen betreffende de toepassing van horizontale bepalingen ten aanzien van uitvoerrestituties, zekerheden, controles, verificaties en sancties op uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen; maatregelen inzake de uitvoering van het systeem van restitutiecertificaten met betrekking tot documenten en procedures voor de indiening van aanvragen voor en de afgifte van restitutiecertificaten, het bedrag van de te stellen zekerheid en de wijze waarop moet worden aangetoond dat aan de uit het restitutiecertificaat voortvloeiende verplichtingen is voldaan; maatregelen inzake het beheer van restitutiecertificaten door de lidstaten en de procedures voor administratieve bijstand tussen de lidstaten ten aanzien van de restitutiecertificaten; maatregelen inzake de vaststelling van het totale voor kleine exporteurs toegewezen bedrag en de drempel waaronder geen restitutiecertificaten hoeven te worden overgelegd; maatregelen inzake de toepassing van horizontale bepalingen inzake uitvoercertificaten en zekerheden op restitutiecertificaten; maatregelen tot beperking van de bedragen waarvoor restitutiecertificaten kunnen worden afgegeven, tot afwijzing van in het kader van die certificaten aangevraagde bedragen en tot schorsing van de indiening van aanvragen voor restitutiecertificaten wanneer grote bedragen worden aangevraagd; noodzakelijke voorschriften, procedures en technische criteria voor de toepassing van andere maatregelen in verband met de uitvoer; maatregelen inzake de vaststelling en bekendmaking van de invoerrechten en de bedragen die moeten worden toegepast bij uitvoer in het kader van rechtstreekse compensatie in het preferentiële handelsverkeer; maatregelen die waarborgen dat verwerkte landbouwproducten die in het kader van een preferentiële handelsovereenkomst ten uitvoer worden aangegeven, ook werkelijk in het kader van een preferentiële overeenkomst worden uitgevoerd; maatregelen inzake de methoden voor kwalitatieve en kwantitatieve analyses van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen, inzake de technische voorschriften voor de identificatie van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen en de procedures voor de classificatie van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen volgens de gecombineerde nomenclatuur; maatregelen om ervoor te zorgen dat de Commissie en de lidstaten hun verplichtingen om informatie uit te wisselen nakomen; maatregelen om informatie en documenten beschikbaar te maken.

(40)     Met uitzondering van de uitvoeringsbevoegdheden inzake maatregelen tot vaststelling van de representatieve prijzen en de reactievolumes voor de toepassing van aanvullende invoerrechten en de hoogte van die rechten in overeenstemming met de internationale verbintenissen van de Unie, maatregelen tot beperking van de hoeveelheden waarvoor invoercertificaten, certificaten voor actieve veredeling en restitutiecertificaten kunnen worden afgegeven, tot afwijzing van de in het kader van die certificaten aangevraagde hoeveelheden en tot schorsing van de indiening van aanvragen voor die certificaten, maatregelen die waarborgen dat de binnen tariefcontingenten beschikbare hoeveelheden niet worden overschreden en maatregelen tot herverdeling van onbenutte hoeveelheden van tariefcontingenten moeten de uitvoeringbevoegdheden worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[24].

(41)     Voor de vaststelling van handelingen tot uitvoering van deze verordening moet de onderzoeksprocedure worden toegepast, aangezien die handelingen betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid zoals bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b), ii), van Verordening (EU) nr. 182/2011.

(42)     De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen indien dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met vrijwaringsmaatregelen tegen de invoer in de Unie van verwerkte landbouwproducten of met een verstoring of mogelijke verstoring van de markt van de Unie waardoor een schorsing van het gebruik van de regelingen voor verwerking en actieve veredeling van ovoalbumine en lactoalbumine noodzakelijk is, om dwingende redenen van urgentie vereist is.

(43)     Het is van bijzonder belang dat de Commissie, voordat zij gedelegeerde handelingen vaststelt, bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging overgaat, onder meer op deskundigenniveau,. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

(44)     Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel is het, teneinde de fundamentele doelstelling van deze verordening te verwezenlijken, noodzakelijk en passend om de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen, vast te stellen. Deze verordening gaat overeenkomstig artikel 5, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

(45)     Dienovereenkomstig moeten de Verordeningen (EG) nr. 1216/2009 en (EG) nr. 614/2009 worden ingetrokken.

(46)     Met het oog op de samenhang met het gemeenschappelijk landbouwbeleid, moet deze verordening met ingang van dezelfde datum worden toegepast als Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief) betreffende de hervorming van het GLB],

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening wordt de handelsregeling vastgesteld die van toepassing is op de invoer van verwerkte landbouwproducten en op de uitvoer van niet in bijlage I genoemde goederen en van landbouwproducten die in niet in bijlage I genoemde goederen zijn verwerkt.

Deze verordening is ook op de invoer van landbouwproducten van toepassing wanneer een overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomst voorziet in de gelijkstelling van die producten aan onder het preferentiële handelsverkeer vallende verwerkte landbouwproducten.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a)           "landbouwproducten": producten vermeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief];

b)           "verwerkte landbouwproducten": producten die zijn vermeld in bijlage I bij deze verordening;

c)           "niet in bijlage I genoemde goederen": producten die niet in bijlage I bij het Verdrag zijn vermeld, maar wel in bijlage II bij deze verordening;

d)           "basisproducten": de landbouwproducten die zijn vermeld in bijlage III bij deze verordening;

e)           "agrarisch element": het deel van het invoerrecht voor verwerkte landbouwproducten dat overeenkomt met de invoerrechten voor de landbouwproducten;

f)            "aanvullende rechten op suiker en meel": de aanvullende douanerechten voor suiker ("AD S/Z") en voor meel ("AD F/M") als bedoeld in het eerste deel, titel I, punt B.6, van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 en vastgesteld in het derde deel, afdeling I, bijlage 1, tabel 2, van bijlage I bij die verordening;

g)           "ad-valoremrecht": het deel van het invoerrecht dat is uitgedrukt als percentage van de douanewaarde;

h)           "ovoalbumine": producten als bedoeld in de GN-codes 3502 11 90 en 3502 19 90;

i)            "lactoalbumine": producten als bedoeld in de GN-codes 3502 20 91 en 3502 20 99.

HOOFDSTUK II INVOER VAN VERWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN

AFDELING I Algemene bepalingen betreffende de invoer

Onderafdeling I Invoerrechten op verwerkte landbouwproducten

Artikel 3 Elementen van de invoerrechten

1.           Voor de verwerkte landbouwproducten in tabel 1 van bijlage I bestaan de in het kader van het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoerrechten uit een agrarisch element dat geen deel uitmaakt van een ad-valoremrecht, en een niet-agrarisch element dat een ad-valoremrecht is.

2.           Voor de verwerkte landbouwproducten in tabel 2 van bijlage I bestaan de in het kader van het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde invoerrechten uit een ad-valoremrecht en uit een agrarisch element dat deel uitmaakt van het ad-valoremrecht.

Artikel 4 Maximaal invoerrecht

1.           Wanneer een maximaal invoerrecht van toepassing is, moet de methode voor de berekening van dat recht krachtens artikel 31 van het Verdrag in het gemeenschappelijk douanetarief worden vastgesteld.

2.           Wanneer het maximale invoerrecht voor in tabel 1 van bijlage I vermelde verwerkte landbouwproducten een aanvullend recht op suiker en meel omvat, wordt de methode voor de berekening van dat aanvullende recht krachtens artikel 31 van het Verdrag in het gemeenschappelijk douanetarief vastgesteld.

Artikel 5 Aanvullende invoerrechten ter voorkoming of neutralisering van negatieve effecten op de markt van de Unie

1.           De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen bepalen op welke in bijlage IV genoemde verwerkte landbouwproducten, wanneer voor de invoer ervan een in het gemeenschappelijk douanetarief vastgesteld invoerrecht geldt, een aanvullend invoerrecht van toepassing is om negatieve effecten op de markt van de Unie ten gevolge van die invoer te voorkomen of te neutraliseren, indien:

a)      de invoer plaatsvindt tegen een prijs die lager is dan het niveau waarvan de Unie aan de WTO kennis heeft gegeven ("de reactieprijs"); of

b)      het invoervolume in een bepaald jaar een bepaald niveau overschrijdt ("het reactievolume").

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Er worden geen aanvullende invoerrechten overeenkomstig lid 1 geheven wanneer de invoer de markt van de Unie niet dreigt te verstoren of wanneer de gevolgen van de heffing onevenredig zijn aan het beoogde doel.

3.           Voor de toepassing van lid 1, onder a), worden de invoerprijzen vastgesteld op basis van de cif-invoerprijzen van de betrokken zending.

De cif-invoerprijzen worden geverifieerd aan de hand van de representatieve prijzen voor het betrokken product op de wereldmarkt of op de invoermarkt van de Unie voor dat product.

De representatieve prijzen worden op gezette tijden vastgesteld aan de hand van gegevens die zijn verzameld in het kader van het communautair toezicht uit hoofde van artikel 20, lid 5, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2913/92.

4.           Het reactievolume wordt gebaseerd op de markttoegangsmogelijkheden, d.w.z. de invoer als percentage van het interne verbruik van het betrokken product in de voorgaande drie jaren.

5.           Voor de toepassing van dit artikel kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen treffen met betrekking tot termijnen voor het aantonen van de invoerprijs, de indiening van de vereiste documenten en het stellen van zekerheden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.           De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen maatregelen vaststellen tot:

a)      vaststelling van de representatieve prijzen en de reactievolumes voor de toepassing van aanvullende invoerrechten;

b)      vaststelling van het niveau van de aanvullende invoerrechten in overeenstemming met de voorschriften van overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomsten en de krachtens artikel 13, lid 1, van deze verordening vastgestelde regels.

7.           De Commissie maakt de in lid 1, onder a), bedoelde reactieprijzen bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Onderafdeling II Invoer van ovoalbumine en lactoalbumine

Artikel 6 Invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine

1.           De invoer voor het in het vrije verkeer brengen van ovoalbumine en lactoalbumine kan afhankelijk worden gesteld van overlegging van een invoercertificaat, wanneer dat nodig is voor het beheer van de betrokken markten en, met name, voor het toezicht op de handel in deze producten.

2.           De lidstaten geven de in lid 1 bedoelde invoercertificaten af aan iedere in de Unie gevestigde aanvrager, ongeacht zijn plaats van vestiging en onverminderd maatregelen die uit hoofde van artikel 14 zijn genomen.

3.           De in lid 1 bedoelde invoercertificaten zijn in de hele Unie geldig.

4.           De afgifte van invoercertificaten en het in het vrije verkeer brengen van de door het certificaat bestreken goederen kunnen afhankelijk worden gesteld van vereisten met betrekking tot de oorsprong en herkomst van het in lid 1 bedoelde product en van de overlegging van een door een derde land of een entiteit afgegeven document ter certificatie van onder meer de oorsprong, de authenticiteit en de kwaliteitskenmerken van de producten.

Artikel 7 Zekerheidstelling in verband met invoercertificaten

1.           De in artikel 6 bedoelde invoercertificaten worden pas afgegeven nadat een zekerheid is gesteld die garandeert dat de marktdeelnemer de producten tijdens de periode van geldigheid van het invoercertificaat invoert.

2.           De zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien de producten niet tijdens de periode van geldigheid van het invoercertificaat worden ingevoerd.

3.           De zekerheid wordt echter niet verbeurd indien de producten niet binnen de periode van geldigheid werden ingevoerd als gevolg van overmacht of indien de niet binnen de periode van geldigheid ingevoerde hoeveelheid binnen de tolerantiemarge ligt.

Artikel 8 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen, teneinde:

a)      de invoer van ovoalbumine en lactoalbumine voor het in het vrije verkeer brengen afhankelijk te stellen van overlegging van een invoercertificaat;

b)      vast te leggen welke rechten en verplichtingen uit het invoercertificaat voortvloeien en welke de rechtsgevolgen van dat certificaat zijn;

c)      de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde tolerantiemarge te bepalen en daarbij te letten op de noodzaak toezicht te houden op de handel in die producten;

d)      de voorschriften vast te leggen voor de aanduiding van de oorsprong en herkomst wanneer een dergelijke aanduiding verplicht is;

e)      erin te voorzien dat de afgifte van invoercertificaten en het in het vrije verkeer brengen van de door het certificaat bestreken goederen afhankelijk is van de overlegging van een door een derde land of een entiteit afgegeven document ter certificatie van onder meer de oorsprong, de authenticiteit en de kwaliteitskenmerken van de producten;

f)       voorschriften voor de overdracht van invoercertificaten en beperkingen inzake de overdracht van invoercertificaten vast te stellen;

g)      de voorschriften vast te stellen die nodig zijn om de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het systeem voor invoercertificaten te waarborgen en te voorzien in specifieke administratieve bijstand tussen de lidstaten waar die nodig is om fraude en onregelmatigheden te voorkomen of aan te pakken;

h)      de gevallen vast te stellen waarin overlegging van een invoercertificaat niet vereist is;

i)       de gevallen vast te stellen waarin geen zekerheid hoeft te worden gesteld uit hoofde van artikel 7;

j)       voorschriften vast te leggen voor de toepassing van uit hoofde van artikel 118 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften inzake invoercertificaten voor landbouwproducten op invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine;

k)      voorschriften vast te leggen voor de toepassing van uit hoofde van artikel 67, lid 3, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften inzake zekerheden op invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine.

Artikel 9 Uitvoeringsbevoegdheden

1.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast inzake:

a)      de indiening van aanvragen voor invoercertificaten, de afgifte van die certificaten, en het gebruik ervan;

b)      de periode van geldigheid van het invoercertificaat en het bedrag van de te stellen zekerheid;

c)      het bewijs dat aan de eisen voor het gebruik van invoercertificaten is voldaan;

d)      de afgifte van vervangende invoercertificaten en van duplicaten van invoercertificaten;

e)      de behandeling van invoercertificaten door de lidstaten;

f)       de uitwisseling van informatie voor het beheer van het systeem;

g)      de toepassing van uit hoofde van artikel 119 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen over invoercertificaten voor landbouwproducten op invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine;

h)      de toepassing van uit hoofde van artikel 67, lid 4, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen inzake zekerheden op invoercertificaten voor ovoalbumine en lactoalbumine.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Wanneer grote hoeveelheden worden aangevraagd, kan de Commissie met het oog op het beheer van de markt door middel van uitvoeringshandelingen de hoeveelheden waarvoor invoercertificaten kunnen worden afgegeven, beperken, in het kader van invoercertificaten aangevraagde hoeveelheden afwijzen en de indiening van aanvragen voor invoercertificaten schorsen.

AFDELING II Preferentiële handel

Onderafdeling I Verlaging van invoerrechten

Artikel 10 Verlaging en geleidelijke afschaffing van agrarische elementen, ad-valoremrechten en aanvullende rechten

1.           Wanneer in een overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomst is bepaald dat invoerrechten op onder het preferentiële handelsverkeer vallende verwerkte landbouwproducten worden verlaagd of in opeenvolgende stappen geleidelijk worden afgeschaft, vallen de volgende elementen onder die verlaging of geleidelijke afschaffing:

a)      het agrarische element;

b)      de aanvullende rechten op suiker en meel;

c)      het ad-valoremrecht.

2.           Wanneer een overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomst met betrekking tot de producten in tabel 2 van bijlage I bij deze verordening voorziet in de verlaging of geleidelijke afschaffing van de agrarische elementen, wordt het uit het agrarische element bestaande recht, dat deel uitmaakt van het ad-valoremrecht, vervangen door een niet-ad-valorem agrarisch element.

Artikel 11 Werkelijk gebruikte of geacht te zijn gebruikte hoeveelheden

1.           De verlagingen of geleidelijke afschaffing van agrarische elementen of aanvullende rechten op suiker en meel overeenkomstig artikel 10, lid 1, kunnen op basis van het volgende worden bepaald:

a)      de hoeveelheden van de in bijlage V genoemde landbouwproducten die werkelijk zijn gebruikt of geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van het verwerkte landbouwproduct;

b)      de rechten die in het kader van bepaalde preferentiële handelsregelingen van toepassing zijn op de onder a) bedoelde landbouwproducten en die worden gebruikt voor de berekening van het verlaagde agrarische element en de aanvullende rechten op suiker en meel.

2.           De landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten, worden geselecteerd uit de landbouwproducten die voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten worden gebruikt; deze selectie wordt gebaseerd op het belang dat de betrokken landbouwproducten in het internationale handelsverkeer vertegenwoordigen en op de mate waarin het niveau van de prijzen ervan representatief is voor alle andere landbouwproducten die voor de vervaardiging van het verwerkte landbouwproduct in kwestie worden gebruikt.

3.           De werkelijk gebruikte hoeveelheden van de in bijlage V genoemde landbouwproducten worden omgerekend in equivalente hoeveelheden van de specifieke landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt.

Artikel 12 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen, teneinde:

a)      een lijst op te stellen van de in bijlage V genoemde landbouwproducten die aan de hand van de selectiecriteria van artikel 11, lid 2, geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten;

b)      de equivalente hoeveelheden en de voorschriften voor de in artikel 11, lid 3, bedoelde omrekening vast te stellen;

c)      de noodzakelijke elementen voor de berekening van het verlaagde agrarische element en de verlaagde aanvullende rechten vast te leggen en de methoden voor die berekening vast te stellen;

d)      vast te stellen welke documenten moeten worden overgelegd;

e)      de verwaarloosbare bedragen te bepalen waarvoor de verlaagde agrarische elementen en de aanvullende rechten op suiker en meel op nul worden gesteld.

Artikel 13 Uitvoeringsbevoegdheden

1.           Waar nodig, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen maatregelen vast tot uitvoering van overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomsten, met betrekking tot de vaststelling van invoerrechten voor verwerkte landbouwproducten die overeenkomstig artikel 10, leden 1 en 2, van deze verordening worden verlaagd.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vaststellen tot vastlegging van:

a)      vaste hoeveelheden van de in artikel 12, onder a), bedoelde landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de in artikel 12, onder a), bedoelde verwerkte landbouwproducten;

b)      hoeveelheden van de in artikel 12, onder a), bedoelde landbouwproducten die geacht worden te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de verwerkte landbouwproducten, voor elke mogelijke samenstelling van verwerkte landbouwproducten waarvoor geen vaste hoeveelheden van de specifieke landbouwproducten overeenkomstig a) kunnen worden bepaald.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Onderafdeling II Tariefcontingenten

Artikel 14 Opening en beheer van tariefcontingenten

1.           Tariefcontingenten voor de invoer van verwerkte landbouwproducten en van in artikel 1, tweede alinea, bedoelde landbouwproducten, die zijn vastgesteld in overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste overeenkomsten, worden door de Commissie geopend en beheerd.

2.           De in lid 1 bedoelde tariefcontingenten worden zodanig beheerd dat elke vorm van discriminatie tussen marktdeelnemers wordt voorkomen en dat de voorzieningsbehoeften van de markt van de Unie en de noodzaak het evenwicht op die markt te bewaren naar behoren in aanmerking worden genomen.

3.           De in lid 1 bedoelde tariefcontingenten worden door toepassing van een van onderstaande methoden beheerd:

a)      toewijzing op grond van de chronologische volgorde waarin de aanvragen worden ingediend ("wie het eerst komt, het eerst maalt");

b)      toewijzing volgens een andere passende methode.

4.           Wanneer het in overeenstemming met lid 1 te beheren tariefcontingent betrekking heeft op ovoalbumine en lactoalbumine, wordt het in afwijking van lid 3 beheerd door toepassing van een van onderstaande methoden of een combinatie daarvan:

a)      toewijzing van het contingent naar rato van de aangevraagde hoeveelheden ("methode van het gelijktijdig onderzoek");

b)      toewijzing op basis van traditionele handelsstromen ("methode van de traditionele en de nieuwe marktdeelnemers");

c)      toewijzing op grond van de chronologische volgorde waarin de aanvragen worden ingediend ("wie het eerst komt, het eerst maalt").

Artikel 15 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vastlegging van:

a)      de voorwaarden en eisen waaraan een marktdeelnemer moet voldoen om een aanvraag te mogen indienen in het kader van een in een internationale overeenkomst vastgesteld tariefcontingent als bedoeld in artikel 14, lid 1;

b)      bepalingen inzake de overdracht van rechten tussen marktdeelnemers en, zo nodig, beperkingen van die overdracht in het kader van het beheer van in een internationale overeenkomst vastgesteld tariefcontingent als bedoeld in artikel 14, lid 1;

c)      bepalingen die de toegang tot een in een internationale overeenkomst vastgesteld tariefcontingent als bedoeld in artikel 14, lid 1, afhankelijk stellen van de overlegging van een invoercertificaat en van het stellen van een zekerheid;

d)      de nodige bepalingen inzake de vereiste documenten en geldende voorschriften of beperkingen in verband met een in een internationale overeenkomst vastgesteld tariefcontingent als bedoeld in artikel 14, lid 1.

Artikel 16 Uitvoeringsbevoegdheden

1.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast tot vastlegging van:

a)      de jaarlijkse tariefcontingenten;

b)      het beheer van de jaarlijkse tariefcontingenten;

c)      procedures voor de toepassing van de specifieke in de internationale overeenkomst vervatte bepalingen, met name die betreffende:

i)           de overlegging van door het land van uitvoer afgegeven documenten;

ii)          de bestemming en het gebruik van de producten;

d)      de periode van geldigheid van de overeenkomstig artikel 15, onder c), over te leggen invoercertificaten;

e)      het bedrag van de overeenkomstig artikel 15, onder c), te stellen zekerheid;

f)       regels voor het gebruik van de overeenkomstig artikel 15, onder c), over te leggen invoercertificaten en specifieke regels met betrekking tot, in het bijzonder, de procedures voor de indiening van aanvragen voor invoer en voor de verlening van toestemming binnen het tariefcontingent.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen maatregelen vast om:

a)      te waarborgen dat de binnen het tariefcontingent beschikbare hoeveelheden niet worden overschreden, met name door toepassing van een toewijzingscoëfficient op elke aanvraag wanneer de beschikbare hoeveelheid is bereikt, door de afwijzing van nog niet afgehandelde aanvragen en, zo nodig, door schorsing van de indiening van aanvragen;

b)      onbenutte hoeveelheden van het tariefcontingent te herverdelen.

AFDELING III Vrijwaringsmaatregelen

Artikel 17 Vrijwaringsmaatregelen

1.           Behoudens lid 3 van dit artikel neemt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen in overeenstemming met de Verordeningen (EG) nr. 260/2009 en (EG) nr. 625/2009 vrijwaringsmaatregelen tegen de invoer van verwerkte landbouwproducten in de Unie.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Tenzij in een andere handeling van het Europees Parlement en de Raad of een andere handeling van de Raad anders is bepaald, neemt de Commissie, in overeenstemming met lid 3 van dit artikel en door middel van uitvoeringshandelingen, vrijwaringsmaatregelen tegen de invoer van verwerkte landbouwproducten in de Unie, zoals bedoeld in internationale overeenkomsten die overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag zijn gesloten of voorlopig worden toegepast.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.           De Commissie kan de in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief nemen.

Wanneer de Commissie dienaangaande een verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek een besluit.

4.           Om dwingende redenen van urgentie stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 42, lid 3, onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast in verband met de in de leden 1 en 2 bedoelde vrijwaringsmaatregelen.

5.           Vrijwaringsmaatregelen van de Unie die op grond van de leden 3 en 4 zijn genomen, worden door de Commissie in overeenstemming met artikel 42, lid 2, door middel van uitvoeringshandelingen ingetrokken of gewijzigd. In urgente gevallen neemt de Commissie een besluit overeenkomstig artikel 42, lid 3.

AFDELING IV Actieve veredeling

Artikel 18 Actieve veredeling van landbouwproducten zonder onderzoek van de economische voorwaarden

1.           Wanneer niet in bijlage I genoemde goederen worden verkregen uit landbouwproducten waarop de regeling actieve veredeling van toepassing is, wordt na overlegging van een certificaat voor actieve veredeling voor die landbouwproducten geacht te zijn voldaan aan de in artikel 117, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2913/92 bedoelde economische voorwaarden.

2.           Voor landbouwproducten die voor de vervaardiging van niet in bijlage I genoemde goederen worden gebruikt, worden certificaten voor actieve veredeling afgegeven binnen de grenzen van de door de Commissie bepaalde hoeveelheden.

Die hoeveelheden worden bepaald door de verplichte begrotingslimieten voor uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen af te wegen tegen de verwachte uitgaven voor uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen, met name rekening houdend met:

a)      de geraamde omvang van de uitvoer van de betrokken niet in bijlage I genoemde goederen;

b)      de situatie op de markt van de Unie en op de wereldmarkt ten aanzien van de relevante basisproducten, indien van toepassing;

c)      economische factoren en de regelgeving.

De hoeveelheden worden op gezette tijden herzien om rekening te houden met de ontwikkeling van economische factoren en de regelgeving.

3.           De lidstaten geven de in lid 1 bedoelde certificaten voor actieve veredeling af aan iedere in de Unie gevestigde aanvrager van een dergelijk certificaat, ongeacht zijn plaats van vestiging.

Certificaten voor actieve veredeling zijn in de hele Unie geldig.

Artikel 19 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vastlegging van:

a)      een lijst van de in bijlage III genoemde landbouwproducten, die worden gebruikt voor de vervaardiging van niet in bijlage I genoemde goederen, waarvoor certificaten voor actieve veredeling kunnen worden afgegeven;

b)      de voorwaarden en eisen waaraan een marktdeelnemer moet voldoen om een certificaat voor actieve veredeling te kunnen aanvragen;

c)      de uit het certificaat voor actieve veredeling voortvloeiende rechten en de rechtsgevolgen van dat certificaat;

d)      bepalingen inzake de overdracht van uit het certificaat voor actieve veredeling voortvloeiende rechten tussen marktdeelnemers en bepalingen inzake de vereiste documenten;

e)      de voorschriften om de betrouwbaarheid en doeltreffendheid van het systeem van certificaten voor actieve veredeling te waarborgen.

Artikel 20 Uitvoeringsbevoegdheden

1.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast inzake:

a)      de bepaling, overeenkomstig artikel 18, lid 2, van de hoeveelheid landbouwproducten waarvoor certificaten voor actieve veredeling kunnen worden afgegeven;

b)      het formaat en de inhoud van de aanvragen voor certificaten voor actieve veredeling;

c)      het formaat, de inhoud en de periode van geldigheid van de certificaten voor actieve veredeling;

d)      de procedure voor de indiening van aanvragen voor en de afgifte van certificaten voor actieve veredeling;

e)      het beheer van de certificaten voor actieve veredeling door de lidstaten;

f)       de procedures voor administratieve bijstand tussen de lidstaten.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Wanneer grote hoeveelheden worden aangevraagd, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de hoeveelheden waarvoor certificaten voor actieve veredeling kunnen worden afgegeven, beperken, de in het kader van die certificaten aangevraagde hoeveelheden afwijzen en de indiening van aanvragen voor certificaten voor actieve veredeling schorsen.

Artikel 21 Schorsing van de regeling actieve veredeling voor ovoalbumine en lactoalbumine

1.           Wanneer de markt van de Unie wordt verstoord of dreigt te worden verstoord door de regeling actieve veredeling, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen op verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief overgaan tot een gehele of gedeeltelijke schorsing van het gebruik van de regeling actieve veredeling voor ovoalbumine en lactoalbumine.

Wanneer de Commissie dienaangaande een verzoek van een lidstaat ontvangt, neemt zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek een besluit middels een uitvoeringshandeling.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Om dwingende redenen van urgentie stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 42, lid 3, onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast in verband met de in lid 1 bedoelde schorsing.

HOOFDSTUK III UITVOER

AFDELING I Uitvoerrestituties

Artikel 22 Voor restituties in aanmerking komende goederen en producten

1.           Wanneer niet in bijlage I genoemde goederen worden uitgevoerd, komen de in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii), iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vermelde landbouwproducten die zijn gebruikt voor de vervaardiging van die niet in bijlage I genoemde goederen, overeenkomstig bijlage II bij deze verordening in aanmerking voor uitvoerrestituties. Artikel 133, lid 1, onder b), en lid 2, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] is van toepassing.

2.           De in lid 1 bedoelde uitvoerrestituties worden niet toegekend voor:

a)      ingevoerde niet in bijlage I genoemde goederen die als zich in het vrije verkeer bevindend overeenkomstig artikel 29 van het Verdrag worden beschouwd en die opnieuw worden uitgevoerd;

b)      ingevoerde niet in bijlage I genoemde goederen die als zich in het vrije verkeer bevindend overeenkomstig artikel 29 van het Verdrag worden beschouwd en die na verwerking worden uitgevoerd of die in andere niet in bijlage I genoemde goederen zijn verwerkt;

c)      ingevoerde granen, rijst, melk en zuivelproducten, of eieren die als zich in het vrije verkeer bevindend overeenkomstig artikel 29 van het Verdrag worden beschouwd en die na verwerking worden uitgevoerd of die in niet in bijlage I genoemde goederen zijn verwerkt.

Artikel 23 Bepaling van de uitvoerrestituties

1.           De in artikel 22 bedoelde uitvoerrestituties worden bepaald aan de hand van de samenstelling van de uitgevoerde goederen en de restitutievoeten voor elk van de basisproducten waaruit de uitgevoerde goederen zijn samengesteld.

2.           Voor de bepaling van de uitvoerrestituties worden in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii), iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vermelde landbouwproducten, die niet in bijlage III bij deze verordening zijn opgenomen, gelijkgesteld aan basisproducten.

Artikel 24

Horizontale voorschriften

1.           De horizontale voorschriften betreffende uitvoerrestituties voor landbouwproducten die zijn vastgelegd in artikel 136, lid 4, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief], zijn van toepassing op niet in bijlage I genoemde goederen.

2.           De horizontale voorschriften betreffende zekerheden, controles, verificaties en sancties die zijn vastgelegd in de artikelen 60, 61, 62 en 65, artikel 67, leden 1 en 2, de artikelen 79 tot en met 87, artikel 105, lid 2, artikel 106, leden 1 en 2, en artikel 108 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief], zijn van toepassing op niet in bijlage I genoemde goederen.

Artikel 25 Restitutievoeten

1.           De maatregelen tot vaststelling van de restitutievoeten voor basisproducten worden genomen in overeenstemming met artikel 135 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] en artikel 3 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 629 definitief].

2.           Voor de berekening van de uitvoerrestituties worden andere landbouwproducten die in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii) iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] zijn vermeld maar niet in bijlage III bij deze verordening zijn opgenomen en die overeenkomstig artikel 23, lid 2, door de verwerking van basisproducten zijn verkregen of aan basisproducten gelijkgesteld zijn, omgezet in basisproducten.

Artikel 26 Uitvoer van specifieke niet in bijlage I genoemde goederen naar specifieke bestemmingen

Wanneer een door de Unie overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten internationale overeenkomst dat vereist, geven de nationale autoriteiten op verzoek van de betrokken partij een certificaat af waarin staat vermeld of uitvoerrestituties zijn betaald met betrekking tot specifieke niet in bijlage I genoemde goederen die naar specifieke bestemmingen zijn uitgevoerd.

Artikel 27 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot vastlegging van:

a)      voorschriften betreffende de definitie en kenmerken van de voor uitvoer bestemde niet in bijlage I genoemde goederen en van de landbouwproducten die voor de vervaardiging ervan worden gebruikt;

b)      voorschriften voor de berekening van de uitvoerrestituties voor in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii), iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM (2011) 626 definitief] vermelde landbouwproducten die na verwerking tot niet in bijlage I genoemde goederen worden uitgevoerd;

c)      voorschriften betreffende het aantonen van de samenstelling van de uitgevoerde niet in bijlage I genoemde goederen;

d)      voorschriften betreffende het vereenvoudigde bewijs van aankomst ter bestemming bij naar bestemming gedifferentieerde restituties;

e)      voorschriften waarbij een verklaring van het gebruik van bepaalde ingevoerde landbouwproducten wordt verlangd;

f)       voorschriften betreffende de gelijkstelling van in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii), iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vermelde landbouwproducten die niet in bijlage III bij deze verordening zijn opgenomen, aan basisproducten en betreffende de bepaling van de referentiehoeveelheid voor elk van de basisproducten;

g)      voorschriften betreffende de aanvraag voor en de afgifte van certificaten als bedoeld in artikel 26;

h)      voorschriften betreffende de toepassing van de uit hoofde van artikel 139 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften inzake uitvoerrestituties voor landbouwproducten op niet in bijlage I genoemde goederen;

i)       voorschriften betreffende de toepassing van de uit hoofde van artikel 64, lid 1, artikel 66, lid 1, artikel 67, lid 3, en artikel 88, lid 1, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften inzake zekerheden, controles, verificaties en sancties op niet in bijlage I genoemde goederen.

Artikel 28 Uitvoeringsbevoegdheden

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast inzake:

a)      de toepassing van de restitutievoeten wanneer de kenmerken van de bestanddelen van de onder c) bedoelde producten en van de niet in bijlage I genoemde goederen bij de berekening van de uitvoerrestituties in acht moeten worden genomen;

b)      de berekening van de uitvoerrestituties voor:

i)        basisproducten;

ii)       door verwerking van de basisproducten verkregen producten;

iii)      producten die gelijkgesteld zijn aan de onder i) of ii) bedoelde producten;

c)      de gelijkstelling van de onder b), ii) en iii), bedoelde producten die zijn vermeld in artikel 133, lid 1, onder a), punten i), ii), iii), v) en vii), van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief], maar niet in bijlage III bij deze verordening zijn opgenomen, aan basisproducten;

d)      de bepaling van de referentiehoeveelheid voor elk van de basisproducten die de grondslag zijn voor de bepaling van de uitvoerrestituties, op basis van de hoeveelheid product die bij de vervaardiging van de uitgevoerde goederen werkelijk wordt gebruikt of op een vaste basis, zoals beschreven in bijlage II;

e)      het beheer van certificaten als bedoeld in artikel 26;

f)       de behandeling van gevallen waarin producten verdwijnen of hoeveelheden bij het vervaardigingsproces verloren gaan en de behandeling van bijproducten;

g)      de procedures betreffende de aangifte en het bewijs van de samenstelling van de uitgevoerde niet in bijlage I genoemde goederen met het oog op de uitvoering van het systeem van uitvoerrestituties;

h)      de toepassing van de uit hoofde van artikel 140 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen betreffende uitvoerrestituties voor landbouwproducten op uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen;

i)       de toepassing van uit hoofde van artikel 64, lid 2, artikel 66, lid 2, artikel 67, lid 4, en artikel 88, lid 2, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen betreffende zekerheden, controles, verificaties en sancties op uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Afdeling II Restitutiecertificaten

Artikel 29 Restitutiecertificaten

1.           Voor landbouwproducten die in niet in bijlage I genoemde goederen zijn verwerkt, worden uitvoerrestituties toegekend wanneer een aanvraag daarvoor is ingediend en een op het tijdstip van uitvoer geldig restitutiecertificaat wordt overgelegd.

Kleine exporteurs die een aanvraag indienen voor geringe bedragen die geen risico vormen voor de inachtneming van de budgettaire beperkingen, worden van overlegging van een restitutiecertificaat vrijgesteld. Dergelijke vrijstellingen mogen het totale voor kleine exporteurs toegewezen bedrag niet te boven gaan.

2.           De lidstaten geven een restitutiecertificaat af aan iedere in de Unie gevestigde aanvrager van een restitutiecertificaat, ongeacht zijn plaats van vestiging. Restitutiecertificaten zijn in de hele Unie geldig.

Artikel 30 Toepasselijke restitutievoeten

1.           Overeenkomstig artikel 23, lid 1, worden uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen berekend en toegekend op basis van de restitutievoeten voor de in die goederen verwerkte basisproducten.

2.           De toe te passen restitutievoet is die welke geldt op de dag waarop de aangifte ten uitvoer voor de niet in bijlage I genoemde goederen door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, tenzij overeenkomstig lid 3 een verzoek tot vaststelling vooraf van de restitutievoet is ingediend.

3.           Een verzoek tot vaststelling vooraf van de restitutievoet kan samen met de aanvraag voor een restitutiecertificaat worden ingediend, dan wel op de dag waarop het restitutiecertificaat wordt toegekend, dan wel op enig moment daarna vóór het verstrijken van de geldigheid van het restitutiecertificaat.

4.           Bij vaststelling vooraf wordt de restitutievoet vastgesteld op de voet die op de dag van het verzoek tot vaststelling vooraf van toepassing is. De vaststelling vooraf van de restitutievoeten is vanaf die datum van toepassing op alle restitutievoeten die door het restitutiecertificaat worden bestreken.

5.           Uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen worden toegekend op basis van:

a)      de restitutievoeten voor de in die goederen verwerkte basisproducten die overeenkomstig lid 1 op de dag van uitvoer van toepassing zijn, tenzij de restitutievoeten vooraf zijn vastgesteld; of

b)      de restitutievoeten voor de in die goederen verwerkte basisproducten die in overeenstemming met lid 4 vooraf zijn vastgesteld.

Artikel 31 Zekerheidstelling in verband met restitutiecertificaten

1.           Restitutiecertificaten worden pas afgegeven nadat een zekerheid is gesteld die garandeert dat de marktdeelnemer binnen de periode van geldigheid van het restitutiecertificaat bij de nationale autoriteiten een aanvraag voor uitvoerrestituties voor de uitvoer van niet in bijlage I genoemde goederen zal indienen.

2.           De zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd indien geen uitvoerrestitutie, of slechts een gedeelte van de uitvoerrestitutie, is aangevraagd voor uitvoer binnen de periode van geldigheid van het restitutiecertificaat.

De zekerheid wordt echter niet verbeurd indien het aan overmacht te wijten is dat de producten niet, of slechts gedeeltelijk, werden uitgevoerd of dat de uitvoerrestitutie niet, of slechts voor een deel, werd aangevraagd of indien de bedragen waarvoor geen uitvoerrestitutie werd aangevraagd binnen de tolerantiemarge liggen.

Artikel 32 Gedelegeerde bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot nadere bepaling van:

a)      de uit het restitutiecertificaat voortvloeiende rechten en verplichtingen, met inbegrip van het recht op garantie van uitvoerrestituties en van de verplichting om uitvoerrestituties aan te vragen voor landbouwproducten die na verwerking tot niet in bijlage I genoemde goederen worden uitgevoerd;

b)      de voorschriften die van toepassing zijn op de overdracht van het restitutiecertificaat;

c)      de gevallen waarin de overlegging van een restitutiecertificaat uit hoofde van artikel 29, lid 1, gezien de desbetreffende bedragen en het totale bedrag dat aan kleine exporteurs kan worden toegekend, niet vereist is;

d)      de gevallen waarin het stellen van een zekerheid overeenkomstig artikel 31 niet vereist is;

e)      de in artikel 31, lid 2, tweede alinea, bedoelde tolerantiemarge, gelet op de noodzaak de budgettaire beperkingen in acht te nemen;

f)       voorschriften inzake de toepassing van uit hoofde van artikel 118 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften betreffende uitvoercertificaten voor landbouwproducten op restitutiecertificaten;

g)      voorschriften voor de toepassing van uit hoofde van artikel 67, lid 3, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale voorschriften inzake zekerheden op restitutiecertificaten.

Artikel 33 Uitvoeringsbevoegdheden

1.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast inzake:

a)      het formaat en de inhoud van de aanvragen voor restitutiecertificaten;

b)      het formaat, de inhoud en de periode van geldigheid van restitutiecertificaten;

c)      de procedure voor de indiening van aanvragen voor en de afgifte van restitutiecertificaten;          

d)      het bedrag van de te stellen zekerheid;

e)      de wijze waarop moet worden aangetoond dat aan de uit restitutiecertificaten voortvloeiende verplichtingen is voldaan;

f)       het beheer van de restitutiecertificaten door de lidstaten;

g)      de procedures voor administratieve bijstand tussen de lidstaten;

h)      de vaststelling van het totale voor kleine exporteurs toegewezen bedrag en de individuele drempel waaronder geen restitutiecertificaten krachtens artikel 29, lid 1, tweede alinea, hoeven te worden overgelegd;

i)       de toepassing van uit hoofde van artikel 119 van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen inzake uitvoercertificaten voor landbouwproducten op restitutiecertificaten;

j)       de toepassing van uit hoofde van artikel 67, lid 4, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 628 definitief] vastgestelde horizontale bepalingen inzake zekerheden op restitutiecertificaten.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.           Wanneer grote bedragen worden aangevraagd, kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de bedragen waarvoor restitutiecertificaten kunnen worden afgegeven, beperken, de in het kader van die certificaten aangevraagde bedragen afwijzen en de indiening van aanvragen voor restitutiecertificaten schorsen.

Afdeling III Andere maatregelen met betrekking tot de uitvoer

Artikel 34 Andere maatregelen met betrekking tot de uitvoer

1.           Wanneer krachtens Verordening (EU) nr. …/... [COM(2011) 626 definitief] met betrekking tot de uitvoer van een in bijlage II genoemd landbouwproduct maatregelen in de vorm van heffingen of belastingen worden vastgesteld en de uitvoer van niet in bijlage I genoemde goederen met een hoog gehalte aan dat landbouwproduct de verwezenlijking van het doel van die maatregelen dreigt te belemmeren, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot gelijkwaardige maatregelen ten aanzien van die niet in bijlage I genoemde goederen.

Wanneer dit om dwingende redenen van urgentie vereist is, is de in artikel 41 van deze verordening neergelegde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.

2.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige voorschriften, procedures en technische criteria voor de toepassing van lid 1 vast.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK IV MAATREGELEN DIE ZOWEL OP DE INVOER ALS OP DE UITVOER VAN TOEPASSING ZIJN

Artikel 35 Rechtstreekse compensatie in het preferentiële handelsverkeer

1.           Wanneer zulks in een overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomst is bepaald, kan het op de invoer van landbouwproducten toepasselijke recht worden vervangen door een bedrag dat is vastgesteld op basis van het verschil tussen de landbouwprijzen in de Unie en die in het land of de regio waarvoor de overeenkomst geldt, of door een bedrag dat een gezamenlijk vastgestelde prijs voor het land of de regio waarvoor de overeenkomst geldt, compenseert.

In dat geval worden de bedragen die moeten worden toegepast bij uitvoer naar het land of de regio waarvoor de overeenkomst geldt, met inachtneming van de bepalingen van de overeenkomst gezamenlijk en op dezelfde grondslag als het agrarische element van de invoerrechten vastgesteld.

2.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast om:

a)      het in lid 1 bedoelde toepasselijke recht en de desbetreffende bedragen die moeten worden toegepast bij uitvoer naar het land of de regio waarvoor de overeenkomst geldt, vast te stellen;

b)      te waarborgen dat verwerkte landbouwproducten die in het kader van een preferentiële regeling ten uitvoer zijn aangegeven, niet op basis van een niet-preferentiële regeling worden uitgevoerd, of omgekeerd.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 36 Analysemethoden

1.           Voor de toepassing van de handelsregeling in het kader van deze verordening worden de kenmerken en de samenstelling van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen bepaald door een analyse van hun bestanddelen.

2.           De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vast inzake:

a)      de methoden voor kwalitatieve en kwantitatieve analyse van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen;

b)      de technische voorschriften voor de identificatie van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen;

c)      de procedures met het oog op de classificatie van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen volgens de gecombineerde nomenclatuur.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 37 Aanpassing van deze verordening

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a)      aanpassingen van de bijlagen I tot en met V, met inbegrip van de schrapping en toevoeging van verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen, aan overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag gesloten of voorlopig toegepaste internationale overeenkomsten;

b)      aanpassingen van artikel 2, onder h) en i), artikel 26 en de bijlagen I tot en met V aan wijzigingen van bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87.

Artikel 38 Uitwisseling van informatie

1.           Wanneer dat voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijk is, verstrekken de lidstaten de Commissie de volgende informatie:

a)      de invoer van verwerkte landbouwproducten;

b)      de uitvoer van niet in bijlage I genoemde goederen;

c)      de aanvragen voor en afgifte van certificaten voor actieve veredeling voor landbouwproducten, als bedoeld in artikel 18;

d)      de aanvragen voor en de afgifte en het gebruik van restitutiecertificaten, als bedoeld in artikel 29, lid 1;

e)      de betaling van uitvoerrestituties voor niet in bijlage I genoemde goederen, als bedoeld in artikel 22, lid 1;

f)       de vastgestelde administratieve uitvoeringsmaatregelen;

g)      andere relevante informatie.

Wanneer uitvoerrestituties worden aangevraagd in een andere lidstaat dan die waar de niet in bijlage I genoemde goederen zijn geproduceerd, wordt die andere lidstaat op diens verzoek in kennis gesteld van de onder e) bedoelde informatie over de productie en samenstelling van de niet in bijlage I genoemde goederen.

2.           De Commissie kan de informatie die zij overeenkomstig lid 1, onder a) tot en met g), heeft ontvangen, aan alle lidstaten doorgeven.

3.           De Commissie stelt overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast ter bepaling van:

a)      de aard en de soort van de informatie die overeenkomstig lid 1 moet worden verstrekt;

b)      de wijze waarop die informatie wordt verstrekt;

c)      de regels inzake het recht op toegang tot de informatie of tot informatiesystemen;

d)      de voorwaarden voor en de wijze van bekendmaking van de informatie.

4.           De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen de nodige maatregelen vaststellen inzake:

a)      de voor de toepassing van lid 1 vereiste informatie en de verstrekking van die informatie;

b)      de inhoud en de vorm van en het tijdschema, de frequentie en de termijnen voor de te verstrekken gegevens;

c)      de toezending of het beschikbaar stellen van informatie en documenten aan de lidstaten, de bevoegde autoriteiten in derde landen of het publiek.

Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 42, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 39 Verwaarloosbare bedragen

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 40 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de drempel waaronder de lidstaten kunnen afzien van de heffing of toekenning van bedragen overeenkomstig de artikelen 3, 5, 10, 22 en 35. De drempel wordt vastgesteld op een niveau waaronder de administratieve kosten voor de toepassing van de bedragen onevenredig zouden zijn aan de geheven of toegekende bedragen.

HOOFDSTUK V BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE

Artikel 40 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.           De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.           De in de artikelen 8, 12, 15, 19, 27 en 32, artikel 34, lid 1, artikel 37, artikel 38, lid 3, en artikel 39 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.           Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 8, 12, 15, 19, 27 en 32, artikel 34, lid 1, artikel 37, artikel 38, lid 3, en artikel 39 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.           Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.           Een overeenkomstig de artikelen 8, 12, 15, 19, 27 of 32, artikel 34, lid 1, artikel 37, artikel 38, lid 3, of artikel 39 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 41 Spoedprocedure

1.           Een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling treedt onverwijld in werking en is van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van een krachtens dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.

2.           Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 40, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.

Artikel 42 Comitéprocedure

1.           Voor de toepassing van artikel 13, artikel 17, leden 1 en 2, artikel 20, lid 1, artikel 28, artikel 33, lid 1, artikel 34, lid 2, artikel 35, lid 2, en artikel 38, lid 4, en, wat verwerkte landbouwproducten en niet in bijlage I genoemde goederen andere dan ovoalbumine en lactoalbumine betreft, voor de toepassing van artikel 5, leden 1 en 5, en artikel 16, lid 1, wordt de Commissie bijgestaan door het Comité van beheer voor horizontale vraagstukken inzake het handelsverkeer in verwerkte landbouwproducten die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Voor de toepassing van artikel 9, lid 1, en artikel 21, lid 1, en, wat ovoalbumine en lactoalbumine betreft, voor de toepassing van artikel 5, leden 1 en 5, en artikel 16, lid 1, wordt de Commissie bijgestaan door het Comité voor de gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten, ingesteld bij artikel 162, lid 1, van Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

Voor de toepassing van artikel 36, lid 2, wordt de Commissie bijgestaan door het Comité douanewetboek, ingesteld bij artikel 247 bis van Verordening (EEG) nr. 2913/92. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.           Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.

HOOFDSTUK VI SLOTBEPALINGEN

Artikel 43 Intrekking

De Verordeningen (EG) nr. 614/2009 en (EG) nr.1216/2009 worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VI.

Artikel 44 Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement                       Voor de Raad

De voorzitter                                                  De voorzitter

BIJLAGE I

Verwerkte landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, onder b)

TABEL 1 Verwerkte landbouwproducten waarvoor de invoerheffing bestaat uit een ad‑valoremrecht en een agrarisch element dat geen deel uitmaakt van het ad‑valoremrecht, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1

GN-code || Omschrijving

ex 0403 || Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao:

0403 10 51 t/m 0403 10 99 || - yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

0403 90 71 t/m 0403 90 99 || - andere, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

0405 20 10 en 0405 20 30 || Zuivelpasta's met een vetgehalte van 39 of meer doch niet meer dan 75 gewichtspercenten

0710 40 00 || Suikermais, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren

0711 90 30 || Suikermais, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

ex 1517 || Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij hoofdstuk 15, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516:

1517 10 10 || - margarine, andere dan vloeibare margarine, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

1517 90 10 || - andere, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

1702 50 00 || Chemisch zuivere fructose

ex 1704 || Suikerwerk zonder cacao (witte chocolade daaronder begrepen), met uitzondering van zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichtspercenten sacharose, zonder andere toegevoegde stoffen, bedoeld bij GN-code 1704 90 10

1806 || Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten

ex 1901 || Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen, met uitzondering van de bereidingen bedoeld bij GN-code 1901 90 91

ex 1902 || Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden) dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; koeskoes, ook indien bereid, met uitzondering van gevulde deegwaren bedoeld bij de GN-codes 1902 20 10 en 1902 20 30

1903 00 00 || Tapioca en soortgelijke producten bereid uit zetmeel, in de vorm van vlokken, korrels, parels en dergelijke

1904 || Graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (bijvoorbeeld cornflakes); granen (andere dan mais) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen

1905 || Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel

2001 90 30 || Suikermais (Zea mays var. saccharata), bereid of verduurzaamd in azijn of in azijnzuur

2001 90 40 || Broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur

2004 10 91 || Aardappelen in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

2004 90 10 || Suikermais (Zea mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

2005 20 10 || Aardappelen in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

2005 80 00 || Suikermais (Zea mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

2008 99 85 || Mais, andere dan suikermais (Zea mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd, zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker

2008 99 91 || Broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd zonder toegevoegde alcohol of toegevoegde suiker

2101 12 98 || Preparaten op basis van koffie

2101 20 98 || Preparaten op basis van thee of van maté

2101 30 19 || Gebrande koffiesurrogaten, met uitzondering van gebrande cichorei

2101 30 99 || Extracten, essences en concentraties van gebrande koffiesurrogaten, andere dan die van gebrande cichorei

2102 10 31 en 2102 10 39 || Bakkersgist, ook indien gedroogd

2105 00 || Consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend

ex 2106 || Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, met uitzondering van die bedoeld bij de GN-codes 2106 10 20, 2106 90 20 en 2106 90 92, en andere dan suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen

2202 90 91, 2202 90 95 en 2202 90 99 || Andere alcoholvrije dranken, producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 of vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009

2905 43 00 || Mannitol

2905 44 || D-glucitol (sorbitol)

||

3302 10 29 || Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, en andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt in de drankenindustrie, alle essentiële aromatische stoffen van een bepaalde drank bevattend, met een effectief alcoholgehalte van niet meer dan 0,5 volumepercent, andere dan die bedoeld bij GN-code 3302 10 21

3501 || Caseïne, caseïnaten en andere derivaten van caseïne; lijm van caseïne

ex 3502 || Albuminen (daaronder begrepen concentraten van twee of meer weiproteïnen, bevattende meer dan 80 gewichtspercenten weiproteïnen, berekend op de droge stof), albuminaten en andere derivaten van albuminen: - ovoalbumine:

ex 3502 11 || - - gedroogd:

3502 11 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie

ex 3502 19 || - - andere:

3502 19 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie

ex 3502 20 || - lactoalbumine, concentraten van twee of meer weiproteïnen daaronder begrepen:

3502 20 91 en 3502 20 99 || - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie, ook indien gedroogd (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.)

ex 3505 10 || Dextrine en ander gewijzigd zetmeel, met uitzondering van door ethervorming of door verestering gewijzigd zetmeel bedoeld bij GN-code 3505 10 50

3505 20 || Lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel

3809 10 || Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

3824 60 || Sorbitol, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905 44

TABEL 2 Verwerkte landbouwproducten waarvoor de invoerheffing bestaat uit een ad‑valoremrecht waarin een agrarisch element is begrepen, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2

GN-code || Omschrijving

ex 0505 || Vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt; poeder en afval, van veren of van delen van veren:

0505 10 90 || - veren van de soorten die als opvulmateriaal worden gebruikt en dons, ander dan ruw

0505 90 00 || - ander

0511 99 39 || Echte sponsen van dierlijke oorsprong, andere dan ruw

ex 1212 29 00 || Zeewier en andere algen, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in poedervorm, niet geschikt voor menselijke consumptie, andere dan die welke in de farmacie worden gebruikt

ex 1302 || Plantensappen en plantenextracten; pectinestoffen, pectinaten en pectaten; agar-agar en andere uit plantaardige producten verkregen plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd:

1302 12 00 || - plantensappen en plantenextracten, van zoethout

1302 13 00 || - plantensappen en plantenextracten, van hop

1302 19 20 en 1302 19 70 || - plantensappen en plantenextracten, andere dan sappen en extracten van zoethout en hop, vanille-oleohars en opium

ex 1302 20 || - pectaten

1302 31 00 || - agar-agar, ook indien gewijzigd

1302 32 10 || - plantenslijmen en bindmiddelen, ook indien gewijzigd, uit sint-jansbrood of uit sint-jansbroodpitten

1505 00 || Wolvet en daaruit verkregen vetstoffen, lanoline daaronder begrepen

1506 00 00 || Andere dierlijke vetten en oliën, alsmede fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

ex 1515 90 11 || Jojobaolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd

1516 20 10 || Gehydrogeneerde ricinusolie, zogenaamde "opal wax"

1517 90 93 || Mengsels en bereidingen voor menselijke consumptie van de soorten gebruikt als preparaten voor het insmeren van bakvormen

ex 1518 00 || Standolie en andere dierlijke of plantaardige oliën, alsmede fracties daarvan, gekookt, geoxideerd, gedehydreerd, gezwaveld, geblazen of op andere wijze chemisch gewijzigd, andere dan die bedoeld bij post 1516; mengsels en bereidingen van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij hoofdstuk 15, niet geschikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen, met uitzondering van de oliën bedoeld bij de GN-codes 1518 00 31 en 1518 00 39

1520 00 00 || Ruwe glycerol; glycerolwater en glycerollogen

1521 || Plantaardige was (andere dan triglyceriden), bijenwas, was van andere insecten, alsmede walschot (spermaceti), ook indien geraffineerd of gekleurd

1522 00 10 || Dégras

1702 90 10 || Chemisch zuivere maltose

1704 90 10 || Zoethoutextract (drop), bevattende meer dan 10 gewichts­percenten sacharose, zonder andere toegevoegde stoffen

1803 || Cacaopasta, ook indien ontvet

1804 00 00 || Cacaoboter, cacaovet en cacao-olie

1805 00 00 || Cacaopoeder, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

ex 1901 || Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen:

||

1901 90 91 || - - andere bereidingen, bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose (het gehalte aan invertsuiker daaronder begrepen) of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel, met uitzondering van bereidingen in poeder voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404

ex 2001 90 92 || Palmharten, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur

ex 2008 || Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen:

2008 11 10 || - pindakaas

2008 91 00 || - palmharten

ex 2101 || Extracten, essences en concentraten van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten; gebrande cichorei en extracten, essences en concentraten daarvan, andere dan de preparaten bedoeld bij de GN-codes 2101 12 98, 2101 20 98, 2101 30 19 en 2101 30 99

ex 2102 10 || Levende gist:

2102 10 10 || - reinculturen van gist

2102 10 90 || - andere, met uitzondering van bakkersgist

2102 20 || Inactieve gist; andere eencellige micro-organismen, dood

2102 30 00 || Samengesteld bakpoeder

2103 || Sausen en preparaten voor sausen; samengestelde kruiderijen en dergelijke producten; mosterdmeel en bereide mosterd

2104 || Preparaten voor soep of voor bouillon; bereide soep en bouillon; samengestelde gehomogeniseerde producten voor menselijke consumptie

ex 2106 || Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen:

ex 2106 10 || - proteïneconcentraten en getextureerde proteïnestoffen:

2106 10 20 || - - bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

ex 2106 90 || - andere:

2106 90 20 || - - samengestelde alcoholhoudende preparaten, andere dan op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken

2106 90 92 || - - andere preparaten bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

2201 10 || Natuurlijk of kunstmatig mineraalwater en spuitwater, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, noch gearomatiseerd

2202 10 00 || Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd

2202 90 10 || Andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009, geen producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 of vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend

2203 00 || Bier van mout

2205 || Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen

ex 2207 || Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van 80 % vol of meer; ethylalcohol en gedistilleerde dranken, gedenatureerd, ongeacht het gehalte, andere dan die verkregen uit de in bijlage I bij het Verdrag opgenomen landbouwproducten

ex 2208 || Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholgehalte van minder dan 80 % vol, andere dan die verkregen uit de in bijlage I van het Verdrag opgenomen landbouwproducten; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten

2402 || Sigaren, cigarillo′s en sigaretten, van tabak of van tabakssurrogaten

2403 || Andere tabak en tabakssurrogaten, tot verbruik bereid; "gehomogeniseerde" en "gereconstitueerde" tabak; tabaksextracten en tabakssausen

3301 90 || Door extractie verkregen oleoharsen geconcentreerde oplossingen van etherische oliën in vet, in vette oliën, in was of in dergelijke stoffen, verkregen door enfleurage of door maceratie; terpeenhoudende bijproducten, afgesplitst uit etherische oliën; gedistilleerd aromatisch water en waterige oplossingen van etherische oliën

ex 3302 || Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken:

3302 10 10 || - bereidingen van de soort gebruikt in de drankenindustrie, alle essentiële aromatische stoffen van een bepaalde drank bevattend, met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol

3302 10 21 || - bereidingen van de soort gebruikt in de drankenindustrie, alle essentiële aromatische stoffen van een bepaalde drank bevattend, met een alcoholgehalte van niet meer dan 0,5 % vol, bevattende geen van melk afkomstige vetstoffen, sacharose, isoglucose, glucose of zetmeel, of bevattende minder dan 1,5 gewichtspercent van melk afkomstige vetstoffen, minder dan 5 gewichtspercenten sacharose of isoglucose, minder dan 5 gewichtspercenten glucose of zetmeel

3823 || Industriële eenwaardige vetzuren; bij raffinage verkregen acid-oils; industriële vetalcoholen

BIJLAGE II

Landbouwproducten gebruikt voor de vervaardiging van niet in bijlage I genoemde goederen, die in aanmerking komen voor uitvoerrestituties, zoals bedoeld in artikel 22, lid 1

|| Omschrijving van niet in bijlage I genoemde goederen || Landbouwproducten waarvoor een uitvoerrestitutie kan worden toegekend

GN-code || A: Referentiehoeveelheid bepaald op basis van de hoeveelheid product die bij de vervaardiging van de uitgevoerde goederen werkelijk wordt gebruikt (art. 28, onder d)) B: Referentiehoeveelheid bepaald op vaste basis (art. 28, onder d))

|| || Granen (1) || Rijst (2) || Eieren (3) || Suiker, melasse of isoglucose (4) || Zuivel­producten (5)

1 || 2 || 3 || 4 || 5 || 6 || 7

ex 0403 || Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao: || || || || ||

ex 0403 10 || - yoghurt: || || || || ||

0403 10 51 t/m 0403 10 99 || - - gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao: - - - gearomatiseerd - - - andere: || A || A || A || A ||

|| - - - - met toegevoegde vruchten || A || A || || A ||

|| - - - - met toegevoegde cacao || A || A || A || A ||

ex 0403 90 || - andere: || || || || ||

0403 90 71 t/m 0403 90 99 || - - gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao: - - - gearomatiseerd - - - andere || A || A || A || A ||

|| - - - - met toegevoegde vruchten || A || A || || A ||

|| - - - - met toegevoegde cacao || A || A || A || A ||

ex 0405 || Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen; zuivelpasta’s: || || || || ||

ex 0405 20 || - zuivelpasta's: || || || || ||

0405 20 10 || - - met een vetgehalte van 39 of meer gewichtspercenten doch minder dan 60 gewichtspercenten || || || || || A

0405 20 30 || - - met een vetgehalte van 60 of meer gewichtspercenten doch niet meer dan 75 gewichtspercenten || || || || || A

ex 0710 || Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren: || || || || ||

0710 40 00 || - suikermais: - - op kolf - - in korrels || A B || || || A A ||

ex 0711 || Groenten, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie: || || || || ||

0711 90 30 || - - - suikermais: - - - - op kolf - - - - in korrels || A B || || || A A ||

ex 1517 || Margarine; mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij hoofdstuk 15, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516: || || || || ||

ex 1517 10 || - margarine, andere dan vloeibare margarine: || || || || ||

1517 10 10 || - - met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten || || || || || A

ex 1517 90 || - andere: || || || || ||

1517 90 10 || - - met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten || || || || || A

1702 50 00 || - chemisch zuivere fructose || || || || A ||

ex 1704 || Suikerwerk zonder cacao (witte chocolade daaronder begrepen): || || || || ||

1704 10 || - kauwgom, ook indien omhuld met een suikerlaag || A || || || A ||

ex 1704 90 || - andere: || || || || ||

1704 90 30 || - - witte chocolade || A || || || A || A

1704 90 51 t/m 1704 90 99 || - - andere || A || A || || A || A

1806 || Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten: || || || || ||

1806 10 || - cacaopoeder, waaraan suiker of andere zoetstoffen zijn toegevoegd: || || || || ||

|| - - alleen gezoet door toevoeging van sacharose || A || || A || A ||

|| - - andere || A || || A || A || A

1806 20 || - andere bereidingen, hetzij in blokken of in staven, met een gewicht van meer dan 2 kg, hetzij in vloeibare toestand of in de vorm van pasta, poeder, korrels of dergelijke, in recipiënten of in andere verpakkingen, met een inhoud per onmiddellijke verpakking van meer dan 2 kg: || || || || ||

|| - - zogenaamde "chocolate milk crumb”, bedoeld bij onderverdeling 1806 20 70 || A || || A || A || A

|| - - andere bereidingen bedoeld bij onderverdeling 1806 20 || A || A || A || A || A

1806 31 00 en 1806 32 || - andere, in de vorm van tabletten, staven of repen || A || A || A || A || A

1806 90 || - andere: || || || || ||

1806 90 11, 1806 90 19, 1806 90 31, 1806 90 39, 1806 90 50 || - - chocolade en chocoladewerken; suikerwerk en overeenkomstige bereidingen op basis van suiker vervangende stoffen, die cacao bevatten || A || A || A || A || A

1806 90 60, 1806 90 70, 1806 90 90 || - - boterhampasta die cacao bevat; bereidingen voor dranken, die cacao bevatten; andere || A || || A || A || A

ex 1901 || Moutextract; bereidingen voor menselijke consumptie van meel, gries, griesmeel, zetmeel of moutextract, geen of minder dan 40 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen; bereidingen voor menselijke consumptie van goederen bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis, elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

1901 10 00 || - bereidingen voor de voeding van kinderen, opgemaakt voor de verkoop in het klein: || || || || ||

|| - - bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis || A || A || A || A || A

|| - - andere || A || A || || A || A

1901 20 00 || - mengsels en deeg, voor de bereiding van bakkerswaren bedoeld bij post 1905: || || || || ||

|| - - bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis || A || A || A || A || A

|| - - andere || A || A || || A || A

ex 1901 90 || - andere: || || || || ||

1901 90 11 en 1901 90 19 || - - moutextract || A || A || || ||

|| - - andere: || || || || ||

1901 90 99 || - - - andere || || || || ||

|| - - - - bereidingen voor menselijke consumptie van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404, geen of minder dan 5 gewichtspercenten cacao bevattend, berekend op een geheel ontvette basis || A || A || A || A || A

|| - - - - andere || A || A || || A || A

ex 1902 || Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld (met vlees of andere zelfstandigheden) dan wel op andere wijze bereid, zoals spaghetti, macaroni, noedels, lasagne, gnocchi, ravioli en cannelloni; koeskoes, ook indien bereid: || || || || ||

|| - deegwaren, niet gekookt, noch gevuld of op andere wijze bereid: || || || || ||

1902 11 00 || - - waarin ei is verwerkt: - - - van harde tarwe of van andere granen - - - andere || B A || || A A || ||

1902 19 || - - andere: - - - van harde tarwe of van andere granen - - - andere || B A || || || || A A

ex 1902 20 || - gevulde deegwaren (ook indien gekookt of op andere wijze bereid): || || || || ||

1902 20 91 en 1902 20 99 || - - andere || A || A || || A || A

1902 30 || - andere deegwaren || A || A || || A || A

1902 40 || - koeskoes: || || || || ||

1902 40 10 || - - niet bereid - - - van harde tarwe - - - andere || B A || || || ||

1902 40 90 || - - andere || A || A || || A || A

1903 00 00 || Tapioca en soortgelijke producten bereid uit zetmeel, in de vorm van vlokken, korrels, parels en dergelijke || A || || || ||

1904 || Graanpreparaten verkregen door poffen of door roosteren (bijvoorbeeld cornflakes); granen (andere dan mais) in de vorm van korrels of in de vorm van vlokken of van andere bewerkte korrels (met uitzondering van meel, gries en griesmeel), voorgekookt of op andere wijze bereid, elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

|| - gepofte rijst of voorgekookte rijst, ongezoet: || || || || ||

|| - - cacao bevattend(6) || A || B || A || A || A

|| - - geen cacao bevattend || A || B || || A || A

|| - andere, cacao bevattend(6) || A || A || A || A || A

|| - ander || A || A || || A || A

1905 || Brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren, ook indien deze producten cacao bevatten; ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten van meel of van zetmeel || || || || ||

1905 10 00 || - bros gebakken brood, zogenaamd knäckebröd || A || || || A || A

1905 20 || - ontbijtkoek || A || || A || A || A

|| - koekjes en biscuits, gezoet; wafels en wafeltjes: || || || || ||

1905 31 en 1905 32 || - koekjes en biscuits, gezoet; wafels en wafeltjes: || A || || A || A || A

1905 40 || - beschuit, geroosterd brood en dergelijke geroosterde producten || A || || A || A || A

1905 90 || - andere: || || || || ||

1905 90 10 || - - matses || A || || || ||

1905 90 20 || - - ouwel in bladen, hosties, ouwels voor geneesmiddelen, plakouwels en dergelijke producten, van meel of van zetmeel || A || A || || ||

|| - - andere: || || || || ||

1905 90 30 || - - - brood waaraan geen honing, eieren, kaas of vruchten zijn toegevoegd, met een gehalte aan suikers en aan vetstoffen van elk niet meer dan 5 gewichtspercenten, berekend op de droge stof || A || || || ||

1905 90 45 t/m 1905 90 90 || - - - andere producten || A || || A || A || A

ex 2001 || Groenten, vruchten en andere eetbare plantendelen, bereid of verduurzaamd in azijn of azijnzuur: || || || || ||

ex 2001 90 || - andere: || || || || ||

2001 90 30 || - - suikermais (Zea mays var. saccharata): - - - op kolf - - - in korrels || A B || || || A A ||

2001 90 40 || - - broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten || A || || || A ||

ex 2004 || Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006: || || || || ||

ex 2004 10 || - aardappelen: - - andere: || || || || ||

2004 10 91 || - - - in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken || A || A || || A || A

ex 2004 90 || - andere groenten en mengsels van groenten: || || || || ||

2004 90 10 || - - suikermais (Zea mays var. saccharata): - - - op kolf - - - in korrels || A B || || || A A ||

ex 2005 || Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006: || || || || ||

ex 2005 20 || - aardappelen: || || || || ||

2005 20 10 || - - in de vorm van meel, gries, griesmeel of vlokken || A || A || || A || A

2005 80 00 || - - suikermais (Zea mays var. saccharata): - - op kolf - - in korrels || A B || || || A A ||

ex 2008 || Vruchten en andere eetbare plantendelen, op andere wijze bereid of verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker, andere zoetstoffen of alcohol, elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

ex 2008 99 || - - andere: - - - zonder toegevoegde alcohol: - - - - zonder toegevoegde suiker: || || || || ||

2008 99 85 || - - - - - mais, andere dan suikermais (Zea mays var. saccharata): - - - - - - op kolf - - - - - - in korrels || A B || || || ||

2008 99 91 || - - - - - broodwortelen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke eetbare plantendelen met een zetmeelgehalte van 5 of meer gewichtspercenten || A || || || ||

ex 2101 || Extracten, essences en concentraten, van koffie, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie, van thee of van maté; gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan: || || || || ||

|| - extracten, essences en concentraten, van koffie en preparaten op basis van deze producten of op basis van koffie: || || || || ||

2101 12 98 || - - - andere || A || A || || A ||

ex 2101 20 || - extracten, essences en concentraten, van thee of van maté en preparaten op basis van deze producten of op basis van thee of van maté: || || || || ||

2101 20 98 || - - - andere || A || A || || A ||

ex 2101 30 || - gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten, alsmede extracten, essences en concentraten daarvan: || || || || ||

|| - - gebrande cichorei en andere gebrande koffiesurrogaten: || || || || ||

2101 30 19 || - - - andere || A || || || A ||

|| - - extracten, essences en concentraten van gebrande cichorei en van andere gebrande koffiesurrogaten: || || || || ||

2101 30 99 || - - - andere || A || || || A ||

ex 2102 || Gist, ook indien inactief; andere eencellige micro-organismen, dood (andere dan de vaccins bedoeld bij post 3002); samengesteld bakpoeder: || || || || ||

ex 2102 10 || - levende gist: || || || || ||

2102 10 31 en 2102 10 39 || - - bakkersgist || A || || || ||

2105 00 || Consumptie-ijs, ook indien cacao bevattend: || || || || ||

|| - cacao bevattend || A || A || A || A || A

|| - ander || A || A || || A || A

ex 2106 || Producten voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

ex 2106 90 || - andere: || || || || ||

2106 90 92 en 2106 90 98 || - - andere || A || A || || A || A

2202 || Water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd, alsmede andere alcoholvrije dranken, andere dan de vruchten- en groentesappen bedoeld bij post 2009: || || || || ||

2202 10 00 || - water, mineraalwater en spuitwater daaronder begrepen, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, dan wel gearomatiseerd || A || || || A ||

2202 90 || - andere: || || || || ||

2202 90 10 || - - geen producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 of vetstoffen afkomstig van producten bedoeld bij de posten 0401 tot en met 0404 bevattend: - - - bier van mout met een effectief alcoholvolumegehalte van niet meer dan 0,5 % vol - - - andere || B A || || || A ||

2202 90 91 t/m 2202 90 99 || - - andere || A || || || A || A

2205 || Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen || A || || || A ||

ex 2208 || Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80% vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten: || || || || ||

2208 20 || - dranken, gedistilleerd uit wijn of druivenmoer || || || || A ||

ex 2208 30 || - whisky: - - andere dan zogenaamde Bourbon whiskey || || || || ||

ex 2208 30 30 t/m 2208 30 88 || - - - whisky andere dan die vermeld in Verordening (EG) nr. 1670/2006 || A || || || ||

2208 50 11 en 2208 50 19 || - - gin || A || || || ||

2208 50 91 en 2208 50 99 || - - jenever || A || || || A ||

2208 60 || - wodka || A || || || ||

2208 70 || - likeuren || A || || A || A || A

ex 2208 90 || - andere: || || || || ||

2208 90 41 || - - - - ouzo, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l || A || || || A ||

2208 90 45 || - - - - - - - calvados, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l || || || || A ||

2208 90 48 || - - - - - - - andere gedistilleerde dranken uit fruit, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l || || || || A ||

2208 90 56 || - - - - - - - andere dranken dan die gedistilleerd uit fruit, andere dan tequila, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l || A || || || A ||

2208 90 69 || - - - - - andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l || A || || || A || A

2208 90 71 || - - - - - gedistilleerde dranken uit fruit, in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l || || || || A ||

2208 90 77 || - - - - - andere dranken dan die gedistilleerd uit fruit, andere dan tequila, in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l || A || || || A ||

2208 90 78 || - - - - andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in verpakkingen inhoudende meer dan 2 l || A || || || A || A

ex 2905 || Acyclische alcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan: || || || || ||

2905 43 00 || - - mannitol || B || || || B ||

2905 44 || - - D-glucitol (sorbitol) || B || || || B ||

ex 3302 || Mengsels van reukstoffen en mengsels (oplossingen in alcohol daaronder begrepen) op basis van een of meer van deze zelfstandigheden met andere stoffen, van de soort gebruikt als grondstof voor de industrie; andere bereidingen op basis van reukstoffen, van de soort gebruikt voor de vervaardiging van dranken: || || || || ||

ex 3302 10 || - van de soort gebruikt in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie: || || || || ||

3302 10 29 || - - - - - andere || A || || || A || A

3501 || Caseïne, caseïnaten en andere derivaten van caseïne; lijm van caseïne: || || || || ||

3501 10 || - caseïne || || || || || B

3501 90 || - andere: || || || || ||

3501 90 10 || - - lijm van caseïne || || || || || A

3501 90 90 || - - andere || || || || || B

ex 3502 || Albuminen (daaronder begrepen concentraten van twee of meer weiproteïnen, bevattende meer dan 80 gewichtspercenten weiproteïnen, berekend op de droge stof), albuminaten en andere derivaten van albuminen: - ovoalbumine: || || || || ||

ex 3502 11 || - - gedroogd: || || || || ||

3502 11 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie || || || B || ||

ex 3502 19 || - - andere: || || || || ||

3502 19 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie || || || B || ||

ex 3502 20 || - lactoalbumine: || || || || ||

3502 20 91 en 3502 20 99 || - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie, ook indien gedroogd (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.) || || || || || B

ex 3505 || Dextrine en ander gewijzigd zetmeel (bijvoorbeeld voorgegelatineerd of veresterd zetmeel); lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel, met uitzondering van gewijzigd zetmeel bedoeld bij GN-code 3505 10 50 || A || A || || ||

3505 10 50 || - - - zetmeel, door ethervorming of door verestering gewijzigd || A || || || ||

ex 3809 || Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

3809 10 || - op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen || A || A || || ||

ex 3824 || Bereide bindmiddelen voor gietvormen of voor gietkernen; chemische producten en preparaten van de chemische of van aanverwante industrieën (mengsels van natuurlijke producten daaronder begrepen), elders genoemd noch elders onder begrepen: || || || || ||

3824 60 || - sorbitol andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905 44 || B || || || B ||

________________________

(1)           Bijlage I, deel I, bij Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

(2)           Bijlage I, deel II, bij Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

(3)           Bijlage I, deel XIX, bij Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

(4)           Bijlage I, deel III, onder b), c), d) en g), bij Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

(5)           Bijlage I, deel XVI, onder a) tot en met g), bij Verordening (EU) nr. …/… [COM(2011) 626 definitief].

(6)           Maximaal 6 % cacao bevattend.

BIJLAGE III

Basisproducten als bedoeld in artikel 2, onder d)

GN-code || Omschrijving

ex 0402 10 19 || Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van niet meer dan 1,5 gewichtspercent, andere dan die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg (productgroep 2)

ex 0402 21 18 || Melk in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, met een vetgehalte van 26 gewichtspercenten, andere dan die in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van niet meer dan 2,5 kg (productgroep 3)

ex 0404 10 02 t/m ex 0404 10 16 || Wei in poeder, in korrels of in andere vaste vorm, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen (productgroep 1)

ex 0405 10 || Boter met een vetgehalte van 82 gewichtspercenten (productgroep 6)

0407 21 00, 0407 29 10, ex 0407 90 10 || Pluimvee-eieren in de schaal, vers of verduurzaamd, andere dan broedeieren

ex 0408 || Vogeleieren uit de schaal en eigeel, geschikt voor menselijke consumptie, vers, gedroogd, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

1001 19 00 || Harde tarwe, andere dan zaaigoed

ex 1001 99 00 || Zachte tarwe en mengkoren, andere dan zaaigoed

1002 90 00 || Rogge, andere dan zaaigoed

1003 90 00 || Gerst, andere dan zaaigoed

1004 90 00 || Haver, andere dan zaaigoed

1005 90 00 || Mais, andere dan zaaigoed

ex 1006 30 || Volwitte rijst

1006 40 00 || Breukrijst

1007 90 00 || Graansorgho, andere dan zaaigoed

1701 99 10 ex 1702 19 00 || Witte suiker Lactose (melksuiker), bevattende 98,5 gewichtspercenten lactose, uitgedrukt in kristalwatervrije lactose, berekend op de droge stof

1703 || Melasse verkregen bij de extractie of de raffinage van suiker

BIJLAGE IV

Verwerkte landbouwproducten waarop een aanvullend invoerrecht kan worden geheven, als bedoeld in artikel 5, lid 1

GN-code || Omschrijving

0403 10 51 t/m 0403 10 99 || Yoghurt, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

0403 90 71 t/m 0403 90 99 || Karnemelk, gestremde melk en room, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

0710 40 00 || Suikermais, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren

0711 90 30 || Suikermais, voorlopig verduurzaamd (bijvoorbeeld door middel van zwaveldioxide of in water waaraan, voor het voorlopig verduurzamen, zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd), doch als zodanig niet geschikt voor dadelijke consumptie

1517 10 10 || Margarine, andere dan vloeibare margarine, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

1517 90 10 || Andere mengsels en bereidingen, voor menselijke consumptie, van dierlijke of plantaardige vetten of oliën of van fracties van verschillende vetten en oliën bedoeld bij hoofdstuk 15, andere dan de vetten en oliën of fracties daarvan, bedoeld bij post 1516, met een gehalte aan van melk afkomstige vetstoffen van meer dan 10 doch niet meer dan 15 gewichtspercenten

1702 50 00 || Chemisch zuivere fructose

2005 80 00 || Suikermais (Zea mays var. saccharata), op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006

2905 43 00 || Mannitol

2905 44 || D-glucitol (sorbitol)

ex 3502 || Albuminen (daaronder begrepen concentraten van twee of meer weiproteïnen, bevattende meer dan 80 gewichtspercenten weiproteïnen, berekend op de droge stof), albuminaten en andere derivaten van albuminen: - ovoalbumine:

ex 3502 11 || - - gedroogd:

3502 11 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie

ex 3502 19 || - - andere:

3502 19 90 || - - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie

ex 3502 20 || - lactoalbumine, concentraten van twee of meer weiproteïnen daaronder begrepen:

|| - - andere dan ongeschikt of ongeschikt gemaakt voor menselijke consumptie

3502 20 91 || - - - gedroogd (in de vorm van bladen, schilfers, kristallen, poeder, enz.)

3502 20 99 || - - - andere

3505 10 10 || Dextrine

3505 10 90 || Ander gewijzigd zetmeel dan dextrine, ander dan door ethervorming of door verestering gewijzigd zetmeel

3505 20 || Lijm op basis van zetmeel, van dextrine of van ander gewijzigd zetmeel

3809 10 || Appreteermiddelen, middelen voor het versnellen van het verfproces of van het fixeren van kleurstoffen, alsmede andere producten en preparaten (bijvoorbeeld preparaten voor het beitsen), van de soort gebruikt in de textielindustrie, in de papierindustrie, in de lederindustrie of in dergelijke industrieën, op basis van zetmeel of van zetmeelhoudende stoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

3824 60 || Sorbitol, andere dan die bedoeld bij onderverdeling 2905 44

BIJLAGE V

Landbouwproducten bedoeld in artikel 11, lid 1, onder a)1

GN-code || Omschrijving

0401 || Melk en room, niet ingedikt, zonder toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

0402 || Melk en room, ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen

ex 0403 || Karnemelk, gestremde melk en room, yoghurt, kefir en andere gegiste of aangezuurde melk en room, ook indien ingedikt, met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, niet gearomatiseerd of met toegevoegde vruchten of cacao

0404 || Wei, ook indien ingedikt of met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen; producten bestaande uit natuurlijke bestanddelen van melk, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen, elders genoemd noch elders onder begrepen

ex 0405 0407 21 00 || Boter en andere van melk afkomstige vetstoffen Kippeneieren in de schaal, vers, andere dan broedeieren

0709 99 60 || Suikermais, vers of gekoeld

0712 90 19 || Suikermais, gedroogd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid, andere dan hybriden, bestemd voor zaaidoeleinden

Hoofdstuk 10 || Granen2

1701 || Rietsuiker en beetwortelsuiker, alsmede chemisch zuivere sacharose, in vaste vorm

1703 || Melasse verkregen bij de extractie of de raffinage van suiker

1             Deze landbouwproducten worden in aanmerking genomen wanneer zij als zodanig of na verwerking worden gebruikt of worden geacht te zijn gebruikt voor de vervaardiging van de in tabel 1 van bijlage II bedoelde goederen 2             Met uitzondering van tarwe en mengkoren bedoeld bij de onderverdelingen 1001 11 00, 1001 91 10, 1001 91 20 en 1001 91 90, zaaigoed van rogge bedoeld bij onderverdeling 1002 10 00, zaaigoed van gerst bedoeld bij onderverdeling 1003 10 00, zaaigoed van haver bedoeld bij onderverdeling 1004 10 00, zaaigoed van mais bedoeld bij onderverdeling 1005 10, zaaigoed van rijst bedoeld bij onderverdeling 1006 10 10, zaaigoed van graansorgho bedoeld bij onderverdeling 1007 10 en zaaigoed van gierst bedoeld bij onderverdeling 1008 21 00.

BIJLAGE VI

Concordantietabel

Deze verordening || Verordening (EG) nr. 1216/2009 || Verordening (EG) nr. 614/2009

Artikel 1, eerste alinea || Artikel 1 || Artikel 1

Artikel 1, tweede alinea || Artikel 3 || -

Artikel 2, onder a) || Artikel 2, lid 1, eerste alinea, onder a) || -

Artikel 2, onder b) || Artikel 2, lid 1, eerste alinea, onder b) || -

Artikel 2, onder c) || Artikel 2, lid 1, tweede alinea || -

Artikel 2, onder d) || Artikel 2, lid 2, onder c) || -

Artikel 2, onder e) || Artikel 2, lid 2, onder a) || -

- || Artikel 2, lid 2, onder b) || -

Artikel 2, onder f) || - || -

Artikel 2, onder g) || - || -

Artikel 2, onder h) || - || Artikel 1

Artikel 2, onder i) || - || Artikel 1

Artikel 3 || Artikel 4, lid 1 || -

- || Artikel 4, lid 3 || Artikel 8, lid 1

- || Artikel 4, lid 2 || Artikel 8, lid 2

- || Artikel 4, lid 4 || -

Artikel 4 || Artikel 5 || -

Artikel 5 || Artikel 11 || Artikel 3

Artikel 6, lid 1 || - || Artikel 2, lid 1

Artikel 6, lid 2 || - || Artikel 2, lid 2

Artikel 6, lid 3 || - || Artikel 2, lid 3, eerste zin

Artikel 6, lid 4 || - || -

Artikel 7 || - || Artikel 2, lid 3, tweede zin

Artikel 8 || - || Artikel 2, lid 4

Artikel 9 || - || Artikel 2, lid 4

Artikel 10, lid 1 || Artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1 || -

- || Artikel 6, lid 2 || -

Artikel 10, lid 2 || Artikel 6, lid 3 || -

Artikel 11 || Artikel 14, eerste alinea || -

Artikel 12, onder a), b), c) || Artikel 6, lid 4, en artikel 14, tweede alinea || -

Artikel 12, onder d) || Artikel 6, lid 4, en artikel 15, lid 1 || -

Artikel 13, leden 1 en 2 || Artikel 6, leden 4 en 6, artikel 7, leden 2, 3 en 4, artikel 14, eerste alinea || -

Artikel 13, lid 2 || Artikel 14, tweede alinea || -

Artikel 14, lid 1 || - || Artikel 4, lid 1

Artikel 14, lid 2 || - || Artikel 4, lid 2, tweede alinea, en lid 3

Artikel 14, lid 3 || - || -

Artikel 14, lid 4 || - || Artikel 4, lid 2, eerste alinea, en lid 3

Artikel 15 || - || Artikel 4, leden 1 en 4

Artikel 16 || - || Artikel 4, leden 1 en 4

Artikel 17 || Artikel 10 || -

Artikel 18 || Artikel 12, lid 1, eerste en tweede alinea || -

Artikel 19 || Artikel 12, lid 1, derde en vierde alinea || -

Artikel 20 || Artikel 12, lid 1, derde alinea || -

- || Artikel 12, lid 2 ||

Artikel 21 || - || Artikel 7

Artikel 22, lid 1 || Artikel 8, leden 1 en 2 || -

Artikel 22, lid 2 || - || -

Artikel 23 || - || -

Artikel 24 || - || -

Artikel 25, lid 1 || Artikel 8, lid 3, tweede alinea || -

Artikel 25, lid 2 || - || -

Artikel 26 || - || -

Artikel 27 || Artikel 8, lid 3, eerste alinea || -

Artikel 28 || Artikel 8, lid 3, eerste alinea || -

Artikel 29 || Artikel 8, lid 5 || -

Artikel 30 || - || -

Artikel 31 || - || -

Artikel 32 || Artikel 8, lid 3, eerste alinea, artikel 8, leden 5 en 6 || -

Artikel 33 || Artikel 8, lid 3, eerste alinea, en leden 5 en 6 || -

Artikel 34 || Artikel 9 || Artikel 5

Artikel 35, leden 1 en 2 || Artikel 8, lid 4, eerste alinea || -

Artikel 35, lid 3 || Artikel 8, lid 4, tweede alinea || -

Artikel 36 || Artikel 18, artikel 6, lid 5, en artikel 8, lid 4, derde alinea || -

Artikel 37 || Artikel 13 || -

Artikel 38 || Artikel 19 || Artikel 10

Artikel 39 || Artikel 15, lid 2 || -

Artikel 40 || Artikel 16 || -

Artikel 41 || Artikel 16 || -

Artikel 42 || Artikel 16 || -

- || Artikel 17 || -

Artikel 43 || Artikel 20 || Artikel 11

Artikel 44 || Artikel 21, lid 1 || Artikel 12

- || Artikel 21, lid 2 ||

- || - || Artikel 6

- || - || Artikel 9

Bijlage I || Bijlage II || Artikel 1

Bijlage II || - || -

Bijlage III || - || -

Bijlage IV || Bijlage III || Artikel 1

Bijlage V || Bijlage I ||

- || Bijlage IV || Bijlage I

Bijlage VI || Bijlage V || Bijlage II

[1]               PB L 328 van 15.12.2009, blz. 10.

[2]               COM(2010) 799 definitief van 21.12.2010.

[3]               COM(2011) 626 definitief van 12.10.2011.

[4]               PB L 181 van 14.7.2009, blz. 8.

[5]               PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[6]               PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

[7]               PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

[8]               PB L 171 van 6.7.2010, blz. 1.

[9]               PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[10]             COM(2011) 629 definitief van 12.10.2011.

[11]             PB L 187 van 26.7.1996, blz. 18.

[12]             PB C […] van […], blz. […].

[13]             PB C […] van […], blz. […].

[14]             PB L 328 van 15.12.2009, blz. 10.

[15]             PB L 181 van 14.7.2009, blz. 8.

[16]             PB L 299 van 16.11.2007, blz. 1.

[17]             PB C […] van […], blz. […].

[18]             PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

[19]             PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

[20]             COM(2011) 628 definitief van 12.10.2011.

[21]             PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1.

[22]             PB L 84 van 31.3.2009, blz. 1.

[23]             PB L 185 van 17.7.2009, blz. 1.

[24]             PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

Top