This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013PC0072
Proposal for a COUNCIL IMPLEMENTING REGULATION extending the definitive anti-dumping duty imposed by Council Implementing Regulation (EU) No 2/2012 on imports of certain stainless steel fasteners and parts thereof originating in the People's Republic of China to imports of certain stainless steel fasteners consigned from the Philippines, whether declared as originating in the Philippines or not and terminating the investigation concerning possible circumvention of anti-dumping measures imposed by that regulation by imports of certain stainless steel fasteners and parts thereof consigned from Malaysia and Thailand, whether declared as originating in Malaysia and Thailand or not
Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de mogelijke ontwijking van bij die verordening ingestelde antidumpingmaatregelen door bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Thailand
Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de mogelijke ontwijking van bij die verordening ingestelde antidumpingmaatregelen door bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Thailand
/* COM/2013/072 final - 2013/0046 (NLE) */
Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen, en tot beëindiging van het onderzoek betreffende de mogelijke ontwijking van bij die verordening ingestelde antidumpingmaatregelen door bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië en Thailand /* COM/2013/072 final - 2013/0046 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Motivering en doel van het voorstel Dit voorstel betreft de toepassing van
Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009
betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die
geen lid zijn van de Europese Gemeenschap ("de basisverordening") in
het kader van het onderzoek naar mogelijke ontwijking van de
antidumpingmaatregelen die zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr.
2/2012 van de Raad betreffende de invoer van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China
("de VRC"), door de invoer van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen. Algemene context Dit voorstel past in het kader van de tenuitvoerlegging van de basisverordening en is het resultaat van een onderzoek dat werd verricht in overeenstemming met de materiële en procedurele eisen in de basisverordening, en met name artikel 13. Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied De huidige maatregelen zijn ingesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Taiwan naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009. Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie Niet van toepassing. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING
VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING Raadpleging van belanghebbende partijen Partijen die belang bij de procedure hebben, werden overeenkomstig de basisverordening in de loop van het onderzoek in de gelegenheid gesteld hun belangen te verdedigen. Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid Er behoefde geen beroep te worden gedaan op externe deskundigheid. Effectbeoordeling Dit voorstel vloeit voort uit de tenuitvoerlegging van de basisverordening. De basisverordening voorziet niet in een algemene effectbeoordeling, maar bevat wel een volledige lijst van factoren die moeten worden beoordeeld. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL Samenvatting van de voorgestelde maatregel Op 15 juni 2012 heeft de Commissie bij Verordening (EU) nr. 502/2012 ambtshalve een onderzoek geopend naar de mogelijke ontwijking van antidumpingmaatregelen die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad zijn ingesteld op de invoer van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de VRC door de invoer van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen. De Commissie beschikt over voldoende voorlopig bewijsmateriaal dat de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan worden ontweken door overlading via Maleisië, Thailand en de Filipijnen. Het bijgevoegde voorstel voor een uitvoeringsverordening van de Raad is gebaseerd op de bevindingen van het onderzoek, dat heeft bevestigd dat bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de VRC werden overgeladen via de Filipijnen en dat aan alle andere criteria voor de vaststelling van ontwijking overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de basisverordening is voldaan. Daarom wordt voorgesteld de antidumpingmaatregelen die gelden voor bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de VRC, uit te breiden tot hetzelfde product verzonden uit de Filipijnen. Het antidumpingrecht komt overeen met het voor het hele land geldende recht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan uit de VRC (27,4 %). Het recht wordt geheven vanaf de datum van opening van het onderzoek. Drie Filipijnse ondernemingen hebben zich na de opening van het onderzoek gemeld met een verzoek om vrijstelling van de eventuele uitbreiding van de maatregelen in hun hoedanigheid van echte producenten in de Filipijnen. Voorgesteld wordt aan twee van deze ondernemingen vrijstelling te verlenen. Het verzoek om vrijstelling van de derde onderneming werd verworpen omdat tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat deze onderneming het betrokken product noch produceerde noch uitvoerde. Tegelijkertijd hebben de bevindingen van het onderzoek niet bevestigd dat bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de VRC via Maleisië en Thailand werden overgeladen. Daarom wordt voorgesteld het onderzoek met betrekking tot deze twee landen te beëindigen. De desbetreffende verordening van de Raad moet uiterlijk op 13 maart 2013 in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt. Rechtsgrondslag Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap, en met name artikel 13. Subsidiariteitsbeginsel Het voorstel betreft een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing. Evenredigheidsbeginsel Het voorstel is om de volgende redenen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: de vorm van de maatregel wordt voorgeschreven in de basisverordening en laat geen ruimte voor nationale besluitvorming. De beschrijving van de wijze waarop de financiële en administratieve lasten voor de Unie, de nationale, regionale en plaatselijke overheden, de bedrijven en de burgers zo veel mogelijk worden beperkt en hoe zij in verhouding staan tot het doel van het voorstel is niet van toepassing. Keuze van instrumenten Voorgesteld instrument: verordening. Andere instrumenten zouden om de volgende reden ongeschikt zijn: de basisverordening voorziet niet in andere mogelijkheden. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel heeft geen gevolgen voor de
begroting van de Unie. 2013/0046 (NLE) Voorstel voor een UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot uitbreiding van het bij
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad ingestelde definitieve
antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen
daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit de Filipijnen, al dan niet
aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen, en tot beëindiging van het
onderzoek betreffende de mogelijke ontwijking van bij die verordening ingestelde
antidumpingmaatregelen door bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en
delen daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand, al dan niet aangegeven als
van oorsprong uit Maleisië en Thailand DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van
de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer
met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap[1] ("de
basisverordening"), en met name artikel 13, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: 1. PROCEDURE 1.1. Bestaande
maatregelen (1) Naar aanleiding van een nieuw
onderzoek in verband met het vervallen de van maatregelen die bij Verordening
(EG) nr. 1890/2005 van de Raad[2]
("de oorspronkelijke verordening") waren ingesteld, heeft de Raad bij
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012[3]
een definitief antidumpingrecht van 24,7 % ingesteld op bepaalde
roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de
Volksrepubliek China ("de VRC") voor alle andere ondernemingen dan
die welke in artikel 1, lid 2, van die verordening zijn vermeld. Deze
maatregelen worden hierna "de geldende maatregelen" of "de
oorspronkelijke maatregelen" genoemd en het onderzoek dat tot de bij de
oorspronkelijke verordening ingestelde maatregelen heeft geleid, wordt hierna
aangeduid als "het oorspronkelijk onderzoek". 1.2. Opening van het onderzoek (2) Na
het Raadgevend Comité te hebben geraadpleegd en tot de conclusie te zijn
gekomen dat zij over voldoende voorlopig bewijsmateriaal beschikt om een
onderzoek op grond van artikel 13, lid 3, en artikel 14, lid, 5, van de
basisverordening te openen, heeft de Europese Commissie ("de
Commissie") besloten op eigen initiatief een onderzoek te openen naar de
mogelijke ontwijking van de antidumpingmaatregelen die werden ingesteld op
bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong
uit de VRC, en de invoer te registreren van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen
en delen daarvan verzonden uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen, al dan niet
aangegeven als van oorsprong uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen. (3) Het onderzoek werd op 15 juni
2012 geopend bij Verordening (EU) nr. 502/2012 van de Commissie[4] ("de
openingsverordening"). (4) De Commissie
beschikte over voorlopig bewijsmateriaal dat zich na het instellen van de in
het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde maatregelen aanzienlijke wijzigingen
hadden voorgedaan in de structuur van het handelsverkeer wat betreft de uitvoer
uit de VRC, Maleisië, Thailand en de Filipijnen naar de Unie, waarvoor,
afgezien van de instelling van de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde
maatregelen, onvoldoende reden of rechtvaardiging bestond. Deze wijziging was
blijkbaar toe te schrijven aan het overladen van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de VRC via Maleisië,
Thailand en de Filipijnen naar de Unie. (5) Voorts waren er aanwijzingen
dat de corrigerende werking van de geldende maatregelen, zowel wat de
hoeveelheden als wat de prijzen betrof, werd ondermijnd. Uit het
bewijsmateriaal bleek dat de gestegen invoer uit Maleisië, Thailand en de
Filipijnen plaatsvond tegen prijzen die lager waren dan de geen schade veroorzakende
prijs die in het oorspronkelijke onderzoek werd vastgesteld, gecorrigeerd voor
de stijging van de grondstoffenkosten. (6) Tot slot beschikte de
Commissie over bewijzen dat bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en
delen daarvan die uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen werden verzonden,
tegen dumpingprijzen werden ingevoerd ten opzichte van de eerder tijdens het
oorspronkelijke onderzoek vastgestelde normale waarde, gecorrigeerd voor de
stijging van de grondstoffenkosten. 1.3. Onderzoek (7) De Commissie heeft de
autoriteiten van de VRC, Maleisië, Thailand en de Filipijnen, de
producenten-exporteurs in die landen, de haar bekende betrokken importeurs in
de Unie en de bedrijfstak van de Unie officieel in kennis gesteld van de
opening van het onderzoek. (8) De Commissie heeft
formulieren om vrijstelling aan te vragen toegestuurd aan de haar bekende
producenten/exporteurs in Maleisië, Thailand en de Filipijnen of via de missies
van de betrokken landen bij de Europese Unie. De Commissie heeft vragenlijsten
toegestuurd aan de haar bekende producenten/exporteurs in de VRC of via de
missie van de VRC bij de Europese Unie. Ook aan de haar bekende importeurs in
de Unie werden vragenlijsten toegestuurd. (9) Belanghebbenden werd de
gelegenheid geboden om binnen de in de openingsverordening vastgestelde termijn
hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord.
Alle partijen werden ervan op de hoogte gesteld dat niet-medewerking kan leiden
tot de toepassing van artikel 18 van de basisverordening en tot bevindingen die
op de beschikbare gegevens worden gebaseerd. (10) Zeven Maleisische, zes Thaise
en drie Filipijnse producenten/exporteurs, en in voorkomend geval hun verbonden
ondernemingen in de VRC, hebben de vrijstellingsaanvraag ingevuld
teruggestuurd. De aanvragen van twee Maleisische, één Thaise en één Filipijnse
onderneming werden om formele redenen afgewezen aangezien was gebleken dat de
betrokken ondernemingen hetzij het onderzochte product niet produceerden,
hetzij geen medewerking meer verleenden nadat zij de vrijstellingsaanvraag
hadden ingediend, hetzij de vrijstellingsaanvraag in een zeer late fase van het
onderzoek hadden ingediend. (11) Twee Chinese exporteurs en
vier importeurs/groepen van importeurs in de Unie hebben de vragenlijsten
beantwoord. (12) De Commissie heeft bij de
volgende ondernemingen een controle ter plaatse uitgevoerd: –
MCP Precision Sdn. Bhd. (Maleisië) –
Sofasco Industries (M) Sdn. Bhd. (Maleisië) –
Tigges Fastener Technology Sdn. Bhd. (Maleisië) en haar verbonden handelsonderneming Tigges
Fastener Trading Sdn. Bhd. (Maleisië) –
Tong Heer Fasteners Co. Sdn. Bhd. (Maleisië) –
Well Union Metal Sdn. Bhd. (Maleisië) en haar verbonden ondernemingen in Taiwan:
Linkwell Industry en Linkfast Industry –
A.B.P. Stainless Steel Fastener Co., Ltd.
(Thailand) –
Dura Fasteners Co., Ltd. (Thailand) –
Taiyo Fasteners Co., Ltd. (Thailand) –
Tong Heer Fasteners Co., Ltd. (Thailand) –
TPC Stainless & Steel Fasteners Co., Ltd.
(Thailand) en haar verbonden ondernemingen TPC Fasteners
Co. Ltd, Thai Phaisarn Fastening Co. Ltd. en Phaisarn Fastening Ltd. Part.
(Thailand) –
Multi-Tek Fasteners Inc. (de Filipijnen) en haar verbonden onderneming in Taiwan
Multi-Tek Fasteners & Parts Manufacturer Inc. –
Phil Shin Works Corporation (de Filipijnen) –
Rosario Fasteners Corporation (de Filipijnen) en haar verbonden onderneming in Taiwan Lu Chu
Shin Yee Works Co., Ltd. 1.4. Rapportageperiode en
onderzoektijdvak (13) De rapportageperiode
("RP"), d.i. de periode waarvoor de toegevoegde waarde werd
onderzocht en berekeningen van dumping/prijsbederf werden uitgevoerd, omvatte
12 maanden, namelijk van 1 april 2011 tot en met 31 maart 2012. Het
onderzoektijdvak ("OT"), d.i. de periode waarvoor veranderingen van
de structuur van het handelsverkeer werden geanalyseerd en mogelijke ontwijking
werd onderzocht, omvatte de periode vanaf de instelling van de oorspronkelijke
maatregelen tot het eind van de RP. 2. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK 2.1. Algemene overwegingen (14) Overeenkomstig artikel 13, lid
1, van de basisverordening werd uitgemaakt of er sprake was van ontwijking door
achtereenvolgens na te gaan of zich een verandering in de structuur van het
handelsverkeer tussen de VRC, de drie betrokken landen en de Unie had
voorgedaan, of deze verandering het gevolg was van praktijken, processen of
werkzaamheden waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende
reden of economische rechtvaardiging bestond, of uit bewijsmateriaal bleek dat
er sprake was van schade of dat de corrigerende werking van het recht, gezien
de prijzen en/of de hoeveelheden van het onderzochte product, werd ondermijnd,
en of uit bewijsmateriaal bleek dat dumping plaatsvond ten aanzien van de
eerder in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde normale waarden, eventueel
overeenkomstig artikel 2 van de basisverordening. 2.2. Betrokken product en
onderzocht product (15) Bij de mogelijke ontwijking
gaat het om bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan, van
oorsprong uit de Volksrepubliek China, momenteel ingedeeld onder de GN-codes
7318 12 10, 7318 14 10, 7318 15 30, 7318 15 51, 7318 15 61 en 7318 15
70 ("het betrokken product"). (16) Het onderzochte product is
hetzelfde als het product dat hierboven is gedefinieerd, maar wordt verzonden
uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van
oorsprong uit Maleisië, Thailand en de Filipijnen, en is momenteel ingedeeld
onder dezelfde GN-codes als het betrokken product ("het onderzochte
product"). (17) Uit het onderzoek is gebleken
dat uit de VRC naar de Unie uitgevoerde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en
delen daarvan, zoals hierboven gedefinieerd, en uit Maleisië, Thailand en de
Filipijnen naar de Unie uitgevoerde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en
delen daarvan dezelfde fysische en technische basiseigenschappen en dezelfde
toepassingen hebben en daarom moeten worden beschouwd als soortgelijke
producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. 2.3. Bevindingen met betrekking tot
de Filipijnen 2.3.1. Mate van medewerking (18) Zoals vermeld in overweging 10
hebben slechts drie Filipijnse ondernemingen (één van die ondernemingen bleek
het onderzochte product niet te produceren noch uit te voeren) de
vrijstellingsaanvraag ingevuld teruggestuurd. De medewerkende ondernemingen
vertegenwoordigden bijgevolg 10 % van de uitvoer van het onderzochte
product uit de Filipijnen naar de Unie in de RP. (19) Ook twee Chinese
producenten/exporteurs hebben de vragenlijst beantwoord, maar geen van beide
voerde tijdens het OT uit naar de Filipijnen. (20) Rekening houdend met de vrij
beperkte mate van medewerking van de Filipijnse en Chinese ondernemingen
moesten de bevindingen inzake de invoer van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan uit de Filipijnen in de Unie en de
uitvoer van het betrokken product uit de VRC naar de Filipijnen overeenkomstig
artikel 18, lid 1, van de basisverordening op de beschikbare gegevens worden
gebaseerd. In dit geval werden gegevens van Eurostat gebruikt om totale
uitvoervolumes van de Filipijnen naar de Unie vast te stellen, en Chinese
uitvoerstatistieken om de totale uitvoer van de VRC naar de Filipijnen vast te
stellen. (21) Wat de Chinese
uitvoerstatistieken betreft, zij opgemerkt dat de statistieken van
handelsstromen tussen de VRC en de Filipijnen alle GS‑codes omvatten, wat
een grotere productgroep is dan het betrokken product en het onderzochte
product. Rekening houdend met de zeer duidelijke trend die werd geconstateerd,
kunnen deze gegevens evenwel worden gebruikt om een wijziging van de structuur
van het handelsverkeer vast te stellen. (22) Tot slot werden
als extra informatiebron de door de Filipijnse autoriteiten verstrekte gegevens
gebruikt. Hoewel deze gegevens niet volledig en gedetailleerd genoeg waren om
als enige basis voor de analyse te dienen, waren zij geschikt om bevindingen
inzake de structuur van het handelsverkeer te vergelijken. 2.3.2. Verandering in de structuur van
het handelsverkeer (23) Nadat de oorspronkelijke
maatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC werden ingesteld, nam de
invoer in de Unie van het onderzochte product uit de Filipijnen plots en
duidelijk toe. Deze invoer steeg van het minimumniveau van minder dan 100 ton
per jaar in 2004‑2005 tot meer dan 12 000 ton in de RP. || 2004 || 2005 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || RP Volume (ton) || 69 || 23 || 1 369 || 6 048 || 7 046 || 5 406 || 15 580 || 14 528 || 12 075 Bron: Eurostat (24) Tegelijkertijd steeg de
uitvoer uit China naar de Filipijnen sterk in de jaren 2004-RP, namelijk van
1 100 ton tot meer dan 15 000 ton. || 2004 || 2005 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || RP Volume (ton) || 1104 || 2022 || 2107 || 3727 || 3856 || 7513 || 11262 || 15553 || 15632 Bron: Chinese uitvoerstatistieken (Global
Trade Atlas Database) (25) Uit de gegevens blijkt
duidelijk dat de invoer in de Unie vanuit de Filipijnen in 2004 en 2005
verwaarloosbaar was. In 2006, na de instelling van de maatregelen ten aanzien
van de VRC, steeg de invoer evenwel plots en kwam wat volumes betrof
gedeeltelijk in de plaats van de invoer op de markt van de Unie vanuit de VRC.
Daarenboven is de uitvoer uit de VRC naar de Unie sinds de instelling van de
geldende maatregelen aanzienlijk gedaald (70 %). Bovendien zij opgemerkt
dat de gegevens van de Filipijnse autoriteiten bevestigen dat slechts een klein
deel van de invoer uit de VRC in het Filipijnse douanegebied op de markt was
gebracht. De invoer was grotendeels voor de speciale economische zones bestemd.
2.3.3. Aard van de ontwijkingspraktijk (26) Artikel 13, lid 1, van de
basisverordening bepaalt dat de verandering in de structuur van het
handelsverkeer het gevolg moet zijn van praktijken, processen of werkzaamheden
waarvoor, afgezien van de instelling van het recht, onvoldoende reden of
economische rechtvaardiging bestaat. Deze praktijken, processen of
werkzaamheden houden onder meer de verzending van het aan maatregelen
onderworpen product via derde landen in. (27) Er zij
opgemerkt dat de uitvoer uit de Filipijnen door de medewerkende ondernemingen
ongeveer 10 % van de totale uitvoer uit de Filipijnen naar de Unie in de
RP bedroeg. De resterende uitvoer kan worden toegeschreven aan de producenten
die niet aan het onderzoek hebben meegewerkt of aan loutere
overladingspraktijken. Deze laatste conclusie wordt gestaafd door de informatie
en gegevens van de Filipijnse autoriteiten, volgens welke met name i) de invoer
van het betrokken product uit de VRC grotendeels voor de speciale economische
zones was bestemd en het Filipijnse douanegebied niet is binnengekomen, ii) het
aantal echte producenten van het onderzochte product in de Filipijnen zeer
beperkt is. (28) Bijgevolg werd bevestigd dat
producten van oorsprong uit de VRC in de Filipijnen werden overgeladen. 2.3.4. Geen andere afdoende reden of
economische rechtvaardiging dan de instelling van het antidumpingrecht (29) Het onderzoek heeft geen
andere voldoende reden of economische rechtvaardiging voor de verzending na
overlading aan het licht gebracht dan de ontwijking van de geldende maatregelen
ten aanzien van het betrokken product. Behalve het recht werden geen elementen
gevonden die konden worden beschouwd als een compensatie voor de
overladingskosten, met name wat het vervoer en het omladen betreft, van
bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong
uit de VRC via de Filipijnen. 2.3.5. Ondermijning van de
corrigerende werking van het antidumpingrecht (30) Om uit te maken of het
ingevoerde onderzochte product, gezien de hoeveelheden en de prijzen, de
corrigerende werking van de geldende maatregelen voor het betrokken product
ondermijnde, werd gebruikgemaakt van gegevens van Eurostat als de beste
beschikbare gegevens betreffende hoeveelheden en prijzen van de door niet‑medewerkende
ondernemingen in de Filipijnen uitgevoerde producten. De aldus vastgestelde
prijzen werden vergeleken met het schadeopheffende prijsniveau dat in het kader
van het oorspronkelijke onderzoek voor de producenten in de Unie was
vastgesteld. Aangezien tussen het oorspronkelijke OT en de RP in dit onderzoek
heel wat tijd was verstreken, moest rekening worden gehouden met de belangrijke
ontwikkelingen van de basiselementen van de productiekosten. Dat kwam tot
uiting in de correctie van de geen schade veroorzakende prijs op grond van de
stijging van de prijs van de basisgrondstoffen en, voor de resterende elementen
van de productie- en verkoopkosten, op grond van de schommeling van de index
van de consumentenprijzen in de Unie. (31) De toename van de invoer uit
de Filipijnen in de Unie van minder dan 100 ton in 2004 tot meer dan
12 000 ton in de RP werd wat de hoeveelheden betrof als aanzienlijk
beschouwd. (32) Uit de vergelijking tussen de
gecorrigeerde schademarge en de aldus vastgestelde gewogen gemiddelde
uitvoerprijs bleek dat er sprake was van prijsbederf. (33) Bijgevolg werd geconcludeerd
dat de corrigerende werking van de geldende maatregelen, zowel wat de hoeveelheden
als wat de prijzen betrof, werd ondermijnd. 2.3.6. Bewijs voor dumping (34) Tot slot is overeenkomstig
artikel 13, lid 1, van de basisverordening onderzocht of dumping kon
worden aangetoond ten aanzien van de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde
normale waarde. (35) In de oorspronkelijke
verordening werd de normale waarde vastgesteld op basis van de prijzen in
Taiwan, dat in dat onderzoek voor de VRC een geschikt referentieland met een
markteconomie werd bevonden. Aangezien tussen het oorspronkelijke OT en de RP
in dit onderzoek heel wat tijd was verstreken, moest evenwel rekening worden
gehouden met de belangrijke ontwikkelingen van de basiselementen van de
productiekosten. Dat kwam tot uiting in de correctie van de normale waarde op
grond van de stijging van de prijs van de basisgrondstoffen en, voor de
resterende elementen van de productie- en verkoopkosten, op grond van de
schommeling van de index van de consumentenprijzen in Taiwan. (36) De prijs bij uitvoer uit de
Filipijnen was gebaseerd op de beschikbare gegevens, d.w.z. op de gemiddelde
uitvoerprijs van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan
tijdens de RP, zoals gerapporteerd door Eurostat. Dat gebruik werd gemaakt van
de beschikbare gegevens was te wijten aan de minimale mate van medewerking van
de producenten van het onderzochte product in de Filipijnen. De gemiddelde
uitvoerprijs die voor de berekening werd gebruikt, werd vergeleken met het
niveau van de uitvoerprijzen van de twee medewerkende Filipijnse exporteurs en
bleek daarmee verenigbaar te zijn. (37) Met het oog op een billijke
vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs werden overeenkomstig
artikel 2, lid 10, van de basisverordening correcties toegepast om
rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de
vergelijkbaarheid van de prijzen. Dienovereenkomstig werden er correcties
toegepast voor verschillen in vervoer, verzekering en niet-terugvorderbare btw
op uitvoer in de VRC. Gezien de beperkte medewerking van de producenten in de
Filipijnen en de VRC, moest de correctie op de beste beschikbare gegevens
worden gebaseerd. De correcties voor vervoer en verzekering werden bijgevolg
gebaseerd op de in het oorspronkelijke onderzoek vastgestelde vervoers- en
verzekeringskosten per ton. (38) Overeenkomstig artikel 2,
leden 11 en 12, van de basisverordening werd de dumping berekend door de
gecorrigeerde gewogen gemiddelde normale waarde die in de oorspronkelijke
verordening was vastgesteld, te vergelijken met de overeenkomstige gewogen
gemiddelde uitvoerprijzen in de RP van dit onderzoek, uitgedrukt in procenten
van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring. (39) Uit de vergelijking tussen de
gewogen gemiddelde normale waarde en de aldus vastgestelde gewogen gemiddelde
uitvoerprijs bleek dat er sprake was van dumping. 2.4. Bevindingen met betrekking tot
Maleisië 2.4.1. Mate van medewerking (40) Zoals vermeld in overweging 10
hebben zeven Maleisische ondernemingen de vrijstellingsaanvraag ingevuld
teruggestuurd. Een van die ondernemingen bleek het onderzochte product niet te
produceren, terwijl de andere onderneming haar onvolledige antwoord pas tijdens
een late fase van het onderzoek heeft toegestuurd, waardoor het onmogelijk was
om ontbrekende informatie aan te vullen en de verstrekte informatie en gegevens
te controleren. Deze twee ingevulde vrijstellingsaanvragen moesten daarom
buiten beschouwing worden gelaten. De vijf resterende medewerkende
ondernemingen in Maleisië vertegenwoordigen evenwel 93 % van de Maleisische
uitvoer van het onderzochte product naar de Unie in de RP. 2.4.2. Verandering in de structuur van
het handelsverkeer (41) Nadat de oorspronkelijke
maatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC werden ingesteld, nam de
invoer in de Unie van het onderzochte product uit Maleisië gestaag toe. Deze
invoer steeg van een niveau van minder dan 2 000 ton per jaar in 2004‑2005
tot meer dan 13 000 ton in de RP. || 2004 || 2005 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || RP Volume (ton) || 1 701 || 1 849 || 7 930 || 13 548 || 13 712 || 9 809 || 9 615 || 13 498 || 13 363 Bron: Eurostat (42) Evenwel moet worden benadrukt
dat na de controles ter plaatse werd bevestigd dat deze toename van de uitvoer
uit Maleisië naar de Unie kan worden verklaard door de stijging van de
werkelijke productie in Maleisië tijdens dezelfde periode. De medewerkende
ondernemingen, Maleisische producenten die niet bij de ontwijkingspraktijken
betrokken bleken te zijn, vertegenwoordigen 93 % van de uitvoer naar de
Unie. Uit het onderzoek is gebleken dat slechts één van die ondernemingen het
betrokken product overlaadde, maar daarbij ging het slechts om een klein deel
van de verkoop, en deze praktijk werd in 2009 stopgezet. Ook bleek geen van de
medewerkende ondernemingen betrokken te zijn bij assemblagepraktijken waarbij
onderdelen of halfafgewerkte producten van oorsprong uit de VRC worden
gebruikt. (43) Rekening houdend met het
bovenstaande wordt geconcludeerd dat de toegenomen invoer uit Maleisië
verklaard wordt door de gestegen binnenlandse productie. De verandering in de
structuur van het handelsverkeer tussen Maleisië en de Unie was bijgevolg niet
toe te schrijven aan ontwijkingspraktijken. 2.5. Bevindingen met betrekking tot
Thailand 2.5.1. Mate van medewerking (44) Zoals vermeld in overweging 10
hebben zes Thaise ondernemingen de vrijstellingsaanvraag ingevuld
teruggestuurd. Een van deze ondernemingen heeft verder in de procedure geen
medewerking meer verleend, waardoor het onmogelijk werd ontbrekende informatie
aan te vullen of de verstrekte informatie en gegevens tijdens een bezoek ter plaatse
te controleren. Deze ingevulde vrijstellingsaanvraag moest daarom buiten
beschouwing worden gelaten. De vijf resterende medewerkende ondernemingen in
Thailand vertegenwoordigen evenwel 67 % van de Thaise uitvoer van het
onderzochte product naar de Unie in de RP. 2.5.2. Verandering in de structuur van
het handelsverkeer (45) Nadat de oorspronkelijke
maatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC werden ingesteld, vertoonde de
invoer in de Unie van het onderzochte product uit Thailand de volgende trend: || 2004 || 2005 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || RP Volume (ton) || 5 373 || 3 308 || 1 290 || 850 || 453 || 128 || 367 || 5 546 || 6 715 Bron: Eurostat (46) De uitvoer van Thailand naar
de Unie moet worden geanalyseerd in het licht van het feit dat Thailand sinds
november 2005 net als de VRC onderworpen was aan antidumpingmaatregelen van de
Unie[5]. Die maatregelen vervielen in
november 2010. Daarna steeg de uitvoer uit Thailand naar de Unie sterk – van
367 ton in 2010 tot meer dan 5 500 ton in 2011 en meer dan 6 700 ton
in de RP. (47) Er zij evenwel op gewezen dat
de uitvoer van het onderzochte product uit Thailand naar de Unie in de RP in
absolute termen niet veel hoger is dan in 2004, vóór de antidumpingmaatregelen
ten aanzien van de VRC en Thailand werden ingesteld. In relatieve termen (het
aandeel in de totale invoer in de Unie) daalde de invoer uit Thailand zelfs van
bijna 12 % tot 7 %. (48) Uit het onderzoek zijn geen
overladingspraktijken gebleken, noch assemblagepraktijken waarbij onderdelen of
halfafgewerkte producten van oorsprong uit de VRC worden gebruikt. Aangezien de
uitvoer uit Thailand vóór de instelling van antidumpingmaatregelen duidelijk
van Thaise makelij was, kan moeilijk worden geconcludeerd dat het huidige
uitvoerniveau, dat wat de volumes betreft vergelijkbaar is, van een andere
oorsprong zou zijn. Er moet ook worden benadrukt dat de twee grootste Thaise
producenten die aan dit onderzoek meewerken ook deel uitmaakten van het
oorspronkelijke onderzoek tegen Thailand. (49) Rekening houdend met het
bovenstaande wordt geconcludeerd dat de toegenomen invoer uit Thailand
grotendeels verklaard wordt door de gestegen binnenlandse productie. De
verandering in de structuur van het handelsverkeer tussen Thailand en de Unie
was bijgevolg niet toe te schrijven aan ontwijkingspraktijken. 3. MAATREGELEN (50) Gezien het bovenstaande werd
geconcludeerd dat het definitieve antidumpingrecht op bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de VRC werd ontweken
door overlading in de Filipijnen in de zin van artikel 13, lid 1, van de
basisverordening. (51) Overeenkomstig
artikel 13, lid 1, eerste zin, van de basisverordening, moeten de
maatregelen die gelden ten aanzien van de invoer van het betrokken product
worden uitgebreid tot de invoer van het onderzochte product, namelijk hetzelfde
product verzonden uit de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong
uit de Filipijnen. (52) Gezien de beperkte mate van
medewerking aan dit onderzoek, is de uit te breiden maatregel die welke voor
"alle andere ondernemingen" in de VRC is vastgesteld in artikel 1,
lid 2, van Verordening (EG) nr. 2/2012, namelijk een definitief
antidumpingrecht van 27,4 %, van toepassing op de nettoprijs, franco grens
Unie, vóór inklaring. (53) Overeenkomstig artikel 13, lid
3, en artikel 14, lid 5, van de basisverordening, die bepalen dat uitgebreide
maatregelen moeten worden toegepast op goederen waarvan de invoer in de Unie
overeenkomstig de openingsverordening wordt geregistreerd, moeten rechten
worden geheven op uit de Filipijnen verzonden bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan waarvan de invoer wordt geregistreerd. 4. BEËINDIGING VAN HET ONDERZOEK
BETREFFENDE DE INVOER UIT MALEISIË EN THAILAND (54) Gezien de bevindingen
betreffende Maleisië en Thailand moet het onderzoek naar mogelijke ontwijking
van antidumpingmaatregelen door de invoer van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand worden
beëindigd en moet de bij de openingsverordening ingestelde registratie van de
invoer van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan
verzonden uit Maleisië en Thailand worden opgeheven. 5. VERZOEKEN OM VRIJSTELLING (55) Zoals
uiteengezet in overweging 10 hebben 16 ondernemingen uit Maleisië, Thailand en
de Filipijnen de vrijstellingsaanvraag ingevuld teruggestuurd, waarbij zij
overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisverordening verzochten
om vrijstelling van de eventuele uitgebreide maatregelen. (56) De verzoeken om vrijstelling
van de Maleisische en de Thaise ondernemingen werden niet onderzocht aangezien
de maatregelen niet tot deze twee landen worden uitgebreid. (57) Een van de drie Filipijnse
ondernemingen die om vrijstelling had verzocht bleek het onderzochte product
tijdens het OT niet te hebben geproduceerd of uitgevoerd, en er konden geen
conclusies inzake de aard van haar activiteiten worden getrokken. Daarom kan
aan deze onderneming in dit stadium geen vrijstelling worden verleend. Indien
echter na de uitbreiding van de geldende antidumpingmaatregelen blijkt dat aan
de voorwaarden van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de
basisverordening is voldaan, kan de onderneming vragen dat haar situatie
opnieuw wordt bekeken. (58) Na het onderzoek ter plaatse
werd bevestigd dat de twee resterende Filipijnse ondernemingen echte
producenten-exporteurs zijn. Bijgevolg wordt geconcludeerd dat zij niet
betrokken waren bij ontwijkingspraktijken en dat aan deze ondernemingen dus
vrijstelling kan worden verleend. (59) Er zijn in dit geval bijzondere maatregelen nodig om ervoor te
zorgen dat deze vrijstellingen adequaat worden toegepast. Deze bijzondere
maatregelen betreffen de verplichting om aan de douaneautoriteiten van de
lidstaten een geldige handelsfactuur over te leggen die voldoet aan de in de
bijlage bij deze verordening vermelde vereisten. Invoer die niet van een
dergelijke factuur vergezeld gaat, moet aan het uitgebreide antidumpingrecht
worden onderworpen. (60) Andere Filipijnse producenten
die zich in het kader van deze procedure niet kenbaar hebben gemaakt, het
onderzochte product tijdens het OT niet hebben uitgevoerd, en voornemens zijn
overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisverordening
een verzoek tot vrijstelling van het uitgebreide antidumpingrecht in te dienen,
zal worden verzocht een vrijstellingsaanvraag in te vullen zodat de Commissie
dat verzoek kan beoordelen. De Commissie verricht doorgaans ook een controle
ter plaatse. Indien aan de voorwaarden van artikel 11, lid 4, en artikel 13,
lid 4, van de basisverordening is voldaan, kan vrijstelling gerechtvaardigd
zijn. Wanneer vrijstelling gerechtvaardigd is, kan de Commissie, na overleg in
het Raadgevend Comité, bij besluit vrijstelling van het bij deze verordening
uitgebreide recht verlenen voor ondernemingen die de bij Verordening (EU) nr.
2/2005 ingestelde antidumpingmaatregelen niet ontwijken. 6. MEDEDELING VAN FEITEN EN
OVERWEGINGEN (61) Alle belanghebbenden werden op
de hoogte gebracht van de belangrijkste feiten en overwegingen die tot
voornoemde conclusies hebben geleid, en werden in de gelegenheid gesteld
opmerkingen te maken. Na de mededeling van feiten en overwegingen werden geen
opmerkingen ontvangen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 1. Het bij artikel 1, lid 2, van Verordening
(EU) nr. 2/2012 ingestelde definitieve antidumpingrecht op bepaalde
roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de
Volksrepubliek China dat geldt voor "alle andere ondernemingen" in de
VRC wordt uitgebreid tot bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen
daarvan verzonden uit de Filipijnen, al dan niet aangegeven als van oorsprong
uit de Filipijnen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7318 12 10, ex 7318
14 10, ex 7318 15 30, ex 7318 15 51, ex 7318 15 61 en ex 7318 15 70
(Taric-codes 7318 12 10 11, 7318 12 10 91, 7318 14 10 11, 7318 14 10 91, 7318
15 30 11, 7318 15 30 61, 7318 15 30 81, 7318 15 51 11, 7318 15 51 61, 7318 15
51 81, 7318 15 61 11, 7318 15 61 61, 7318 15 61 81, 7318 15 70 11, 7318 15 70
61 en 7318 15 70 81), met uitzondering van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan die door de onderstaande ondernemingen
worden geproduceerd: Onderneming Aanvullende
Taric-code Multi-Tek Fasteners Inc, Clark Freeport Zone, Pampanga, de Filipijnen B355 Rosario Fasteners Corporation, Cavite Economic
Area, de Filipijnen B356 2. De vrijstellingen die aan de specifiek in
lid 1 van dit artikel genoemde ondernemingen zijn verleend of die
overeenkomstig artikel 3, lid 2, door de Commissie zijn verleend,
gelden alleen indien een geldige handelsfactuur die voldoet aan de in de
bijlage vermelde vereisten, aan de douaneautoriteiten van de lidstaten wordt
overgelegd. Indien een dergelijke factuur niet
wordt overgelegd, geldt het bij lid 1 van dit artikel ingestelde
antidumpingrecht. 3. Het bij lid 1 van dit artikel uitgebreide
recht wordt geïnd op ingevoerde producten verzonden uit de Filipijnen, al dan
niet aangegeven als van oorsprong uit de Filipijnen, die overeenkomstig
artikel 2 van Verordening (EU) nr. 2/2012 en artikel 13,
lid 3, en artikel 14, lid 5, van Verordening (EG)
nr. 1225/2009 worden geregistreerd, met uitzondering van de producten die
door de in lid 1 vermelde ondernemingen zijn geproduceerd. 4. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen
inzake douanerechten van toepassing. Artikel 2 Het onderzoek naar de mogelijke ontwijking van
de bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 van de Raad
ingestelde antidumpingmaatregelen op de invoer van bepaalde roestvrijstalen
bevestigingsmiddelen en delen daarvan van oorsprong uit de Volksrepubliek China
door de invoer van bepaalde roestvrijstalen bevestigingsmiddelen en delen
daarvan verzonden uit Maleisië en Thailand, al dan niet aangegeven als van
oorsprong uit Maleisië en Thailand, wordt beëindigd. Artikel 3 1. Verzoeken om vrijstelling van het bij
artikel 1 uitgebreide recht moeten schriftelijk worden ingediend in een van de
officiële talen van de Europese Unie en zijn ondertekend door een persoon die
gemachtigd is om de entiteit die om de vrijstelling verzoekt, te
vertegenwoordigen. Het verzoek moet aan het onderstaande adres worden gestuurd: Europese
Commissie
Directoraat-generaal Handel
Directoraat H
Kamer: N-105 08/20
1049 Brussel België
Fax +32 22956505 2. Overeenkomstig artikel 13, lid 4, van
Verordening (EG) nr. 1225/2009 kan de Commissie, na overleg in het Raadgevend
Comité, bij besluit vrijstelling van het bij artikel 1 uitgebreide recht
verlenen voor de invoer van ondernemingen die de bij Verordening (EU) nr.
2/2012 ingestelde antidumpingmaatregelen niet ontwijken. Artikel 4 De douaneautoriteiten wordt de opdracht
gegeven de bij artikel 2 van
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2/2012 ingestelde registratie
van de invoer te beëindigen. Artikel
5 Deze verordening treedt in werking op de dag na
die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE De in artikel 1, lid 2, bedoelde geldige
handelsfactuur moet een verklaring, ondertekend door een daartoe bevoegde
werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft, bevatten met de
volgende gegevens: 1. de naam en functie van de bevoegde
werknemer van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft; 2. de volgende verklaring:
"Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) (betrokken product) die
naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft,
is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code)
in (betrokken land). Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte
informatie juist en volledig is."; 3. datum en handtekening. [1] PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51. [2] PB L 302 van 19.11.2005, blz. 1. [3] PB L 5 van 7.1.2012, blz. 1. [4] PB L 153 van 14.6.2012, blz. 8. [5] PB L 302 van 19.11.2005, blz. 1.