This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013JC0030
JOINT COMMUNICATION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL The EU's comprehensive approach to external conflict and crises
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD De brede EU-aanpak van externe conflicten en crisissituaties
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD De brede EU-aanpak van externe conflicten en crisissituaties
/* JOIN/2013/030 final */
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD De brede EU-aanpak van externe conflicten en crisissituaties /* JOIN/2013/030 final */
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD De brede EU-aanpak van
externe conflicten en crisissituaties I.
Waarom een brede aanpak In
het Verdrag van Lissabon zijn de beginselen en doelstellingen van het externe
optreden van de Europese Unie vastgelegd. Om deze doelstellingen te
verwezenlijken, moet volgens het Verdrag gezorgd worden voor samenhang tussen
de verschillende gebieden van het externe optreden van de Unie en tussen deze
en andere beleidsterreinen. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag en de
nieuwe institutionele context die daardoor werd gecreëerd, waaronder de invoering
van de functie van hoge vertegenwoordiger van de
Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid - die ook vicevoorzitter van
de Commissie is - en de oprichting van de Europese dienst voor extern optreden
(EDEO), heeft de EU meer mogelijkheden en ambitie om haar externe optreden samenhangender,
efficiënter en strategischer te maken, en daarbij gebruik te maken van alle
instrumenten en middelen waarover zij beschikt. Het concept van een
dergelijke brede aanpak is niet nieuw als zodanig. Het werd de afgelopen jaren al
in veel gevallen met succes toegepast, bijvoorbeeld bij het optreden van de EU
in de Hoorn van Afrika, de Sahel en het gebied van de Grote Meren. De ideeën en
beginselen achter een dergelijke brede aanpak worden evenwel nog niet
stelselmatig toegepast voor het externe optreden van de EU op alle gebieden,
met name op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheersing. In deze gezamenlijke
mededeling worden een aantal concrete stappen beschreven die de EU als geheel
zal nemen om een bredere aanpak van haar externe beleid en haar externe
optreden mogelijk te maken. Meer in het bijzonder geven de hoge
vertegenwoordiger en de Commissie in deze gezamenlijke mededeling hun
gemeenschappelijke visie inzake de brede EU-aanpak van externe conflicten en
crisissituaties en verbinden zij zich ertoe deze aanpak gezamenlijk toe te
passen. Daarbij gaat het om alle stadia van de conflictcyclus of de crisis,
beginnend met vroegtijdige waarschuwing en paraatheid, conflictpreventie,
crisisrespons en crisisbeheersing tot en met snel herstel, stabilisering en
vredesopbouw om landen op weg te helpen naar duurzame ontwikkeling op lange
termijn. Het
is van wezenlijk belang voor de EU dat zij zich voorbereidt op conflicten, crisissen
en andere veiligheidsrisico’s buiten haar grenzen en dat zij deze probeert te voorkomen,
erop reageert, ze aanpakt en helpt herstellen. Dit is een permanente taak en
verantwoordelijkheid van de EU die reeds is erkend in de Europese
veiligheidsstrategie en de EU-interneveiligheidsstrategie. Niet alleen omdat de
EU wijd en zijd wordt beschouwd als een voorbeeld van vrede en stabiliteit in
de regio en in andere delen van de wereld, maar ook omdat dit in het algemeen
belang is van de EU. De Unie beschikt over een brede mix van beleidsmaatregelen
en instrumenten om op deze uitdagingen te reageren, zowel op diplomatiek,
veiligheids-, defensie-, financieel of handelsgebied als op het vlak van ontwikkelingssamenwerking
en humanitaire hulp. De EU is het grootste handelsblok en de grootste donor van
officiële ontwikkelingshulp (ODA) en humanitaire hulp ter wereld. Bij
de integrale aanpak is niet alleen de gezamenlijke inzet van EU-instrumenten en
‑hulpmiddelen, maar ook de gedeelde verantwoordelijkheid van alle
EU-actoren en lidstaten van belang. De EU beschikt over een uniek netwerk van
139 EU-delegaties in de deelnemende landen en over diplomatieke deskundigheid
in de EDEO, onder meer via de speciale vertegenwoordigers van de EU. Ook is er operationele
samenwerking in het kader van GVDB-missies en -operaties. Wanneer al deze
actoren, samen met de Europese Commissie en de 28 lidstaten op een strategische
manier samenwerken, kan de EU haar wezenlijke belangen en waarden beter
definiëren en verdedigen, haar politieke doelstellingen kenbaar maken en
crisissen vermijden of stabiliteit helpen herstellen. Zo kunnen de
levensomstandigheden van door conflict bedreigde mensen worden verbeterd en de negatieve
gevolgen - voor de EU, haar burgers en haar interne veiligheid - van
onveiligheid en conflicten elders in de wereld worden vermeden of verzacht. De
EU is sterker, samenhangender, zichtbaarder en efficiënter in haar externe
betrekkingen wanneer alle EU-instellingen en alle lidstaten samenwerken op
basis van een gemeenschappelijke strategische analyse en visie. Daarover gaat
het bij de brede aanpak. In
het licht van de toenemende en steeds complexer wordende mondiale uitdagingen (gevolgen
van de klimaatverandering en beschadiging van natuurlijke hulpbronnen,
bevolkingsdruk en migratiestromen, illegale handel, de continuïteit van de
energievoorziening, natuurrampen, cyberveiligheid, maritieme beveiliging,
regionale conflicten, radicalisering en terrorisme, enz.) en de blijvende druk
op de economische en financiële middelen, is de behoefte aan een brede aanpak,
waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van alle relevante instrumenten - zij
het externe of interne beleidsinstrumenten - thans meer dan ooit aan de orde. Duurzame
ontwikkeling en armoedebestrijding vereisen vrede en veiligheid, en het
omgekeerde is ook het geval: kwetsbare landen of landen waar conflicten heersen,
blijven het verst verwijderd van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.
Het verband tussen veiligheid en ontwikkeling is derhalve een belangrijk
beginsel bij de toepassing van de brede EU-aanpak. Nog andere belangrijke
beginselen liggen aan de basis van deze aanpak. Ten eerste moet onze respons
specifiek aan de context zijn aangepast en vertrekken vanuit de realiteit en de
logica van reële situaties; er bestaan geen blauwdrukken of
standaardoplossingen. In de tweede plaats is de brede EU-aanpak een
gemeenschappelijke en gedeelde verantwoordelijkheid van alle EU-actoren, zowel
in Brussel als in de lidstaten en de derde landen. Collectieve politieke wil,
transparantie, vertrouwen en de proactieve betrokkenheid van de lidstaten zijn
absoluut noodzakelijk om te slagen. Ten slotte worden in het kader van deze
aanpak de verschillende bevoegdheden en de toegevoegde waarde van alle
respectieve EU-instellingen en -diensten, en van de lidstaten, ten volle
gerespecteerd, zoals is vastgelegd in de Verdragen: -
humanitaire hulp wordt volgens de specifieke
modus operandi verstrekt, met respect voor de beginselen van
menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid, en uitsluitend
op basis van de behoeften van de getroffen bevolkingsgroepen, in
overeenstemming met de Europese consensus over humanitaire hulp; -
wat ontwikkelingshulp betreft, houden de
EU en haar lidstaten zich aan het ontwikkelingsbeleid zoals vastgesteld in de
Europese consensus inzake ontwikkeling van 2005 en de Agenda voor verandering
van 2012, evenals aan de richtsnoeren van de Commissie voor
Ontwikkelingsbijstand (DAC) van de Organisatie voor Economische Ontwikkeling
(OESO); -
via het Politiek- en Veiligheidscomité
(PVC) zijn de EU-lidstaten belast met de politieke controle en de strategische
leiding van GVDB-missies en -operaties. II.
Naar een brede aanpak van conflicten en crisissituaties De
volgende maatregelen kunnen de samenhang en doeltreffendheid van het externe
beleid en optreden van de EU in conflict- of crisissituaties verder verbeteren.
1. Ontwikkeling
van een gemeenschappelijke analyse Om
een samenhangende politieke strategie voor conflictpreventie, paraatheid en
respons te ontwikkelen moeten alle relevante spelers een gezamenlijke visie
hebben op de situatie of de uitdaging. Door middel van een gemeenschappelijke
analyse moet de EU haar visie geven over de oorzaken van een potentieel
conflict of een potentiële crisis, moeten de belangrijkste betrokken mensen en
groepen worden aangeduid, moet de dynamiek van de situatie worden geanalyseerd en
moeten de potentiële risico's van maatregelen of het uitblijven van maatregelen
worden beoordeeld. Tevens moeten in de analyse de doelstellingen en belangen
van de EU worden vermeld, alsook de potentiële bijdrage die de EU kan leveren
aan vrede, veiligheid, ontwikkeling, mensenrechten en de rechtstaat, waarbij
rekening wordt gehouden met de bestaande EU-middelen en -maatregelen in het
land of de regio in kwestie. Om de gemeenschappelijke analyse nog verder te
verbeteren, moet aandacht worden besteed aan de volgende punten: Actiepunten:
-
de gezamenlijke situatiekennis en analysecapaciteit
verbeteren, met name door een betere samenwerking tussen de speciaal daarvoor
bestemde organen in de verschillende EU-instellingen en –diensten, waaronder
het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties en het EU-Situatiecentrum.
Tevens moeten de EU-instellingen gemakkelijker toegang krijgen tot informatie
en inlichtingen, ook van de lidstaten, om crisissen te voorkomen en te
verzachten en de reactie op crisissituaties voor te bereiden en sneller hulp te
bieden; -
zorgen voor een vroegtijdige,
proactieve, transparante en regelmatige informatie-uitwisseling, en coördinatie
en teamwork bevorderen tussen alle verantwoordelijken in de centrale diensten
in Brussel en op het terrein (met inbegrip van EU-delegaties, GVDB-missies en -operaties,
lidstaten en de speciale vertegenwoordiger van de EU en EU-agentschappen,
naargelang van het geval); -
verder werken aan een gemeenschappelijke
methode voor conflict- en crisisanalyse en deze systematisch toepassen,
rekening houdend met de standpunten van zowel de centrale diensten als het
terrein ten aanzien van ontwikkelings-, humanitaire, politieke, veiligheids- en
defensie-aspecten, met behulp van alle beschikbare relevante kennis en
analyses, ook van de lidstaten; -
op basis van deze analyses, systematisch
voorstellen uitwerken en bespreken met de lidstaten in de desbetreffende
instanties van de Raad, met inbegrip van het Politiek- en Veiligheidscomité. Indien
een GVDB-actie wordt gepland, gebeurt dit over het algemeen in overeenstemming
met het politiek kader voor crisisbeheersing (Political Framework for Crisis
Approach (PFCA)), waarbij het probleem wordt geïdentificeerd, wordt aangegeven
waarom de EU moet optreden (rekening houdend met belangen, waarden,
doelstellingen en mandaten), en wordt vastgesteld welke instrumenten
beschikbaar en het meest geschikt zijn. 2.
Vaststellen van een gemeenschappelijke strategische visie Op basis van deze
gemeenschappelijke analyse moet de EU waar mogelijk samenwerken met de
instellingen en de lidstaten om één enkele, gemeenschappelijke strategische
visie te ontwikkelen over een conflict- of crisissituatie en over het
toekomstige optreden van de EU op de verschillende beleidsterreinen. Dit moet
dan de algemene richting aangeven voor het optreden van de EU. Actiepunten: -
de strategische visie van de EU ten
aanzien van een land of een regio moet waar mogelijk worden opgenomen in een
overkoepelend EU-strategiedocument. Recente voorbeelden daarvan zijn onder meer
het strategisch kader voor de Hoorn van Afrika en de EU-strategie voor
veiligheid en ontwikkeling in de Sahel, alsook de voorstellen voor een
EU-strategie voor het gebied van de Grote Meren; -
waar van toepassing moeten de EU en de
lidstaten hun doelstellingen en prioriteiten voor bepaalde landen uiteenzetten
in gezamenlijke kaderdocumenten[1]. 3. Meer aandacht voor
preventie De EU moet zoveel
mogelijk trachten conflicten te voorkomen voordat een crisis uitbreekt of
geweld ontstaat – dit is een constante en hoge prioriteit voor alle
diplomatieke acties van de EU. Op lange termijn is preventie veel minder duur
dan het aanpakken van reeds uitgebroken conflicten. Preventie draagt bij tot
vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling. Dank zij preventie worden levens
gered en wordt lijden verzacht, wordt voorkomen dat woningen, bedrijven,
infrastructuur en de economie worden verwoest, en kunnen onderliggende
spanningen en geschillen worden opgelost en mogelijke gewelddadige
radicalisering en terrorisme worden vermeden. Bovendien helpt het de
EU-belangen te beschermen en schadelijke gevolgen voor de veiligheid en de welvaart
van de EU in te perken. Actiepunten:
-
vroegtijdige waarschuwing/vroegtijdige
actie: gebruik maken van de nieuwe en bestaande vroegtijdige-waarschuwingssystemen
van de EU[2],
waaronder die van de EU-lidstaten, om opkomende conflicten en crisisrisico's
vast te stellen, en mogelijke verzachtende maatregelen te bepalen; -
onderlinge samenwerking tussen alle
EU-instellingen en lidstaten bevorderen om conflict- en crisisrisico's te
analyseren en deze analyses om te zetten in specifieke maatregelen voor
conflictpreventie, voortbouwend op de lessen die werden getrokken uit eerdere
conflicten en crisissen. 4. Bundelen
van de troeven en capaciteiten van de EU Een
doeltreffende en proactieve beleidsrespons van de EU op het gebied van
conflicten en crisissen vraagt om de bundeling van de verschillende troeven,
capaciteiten, vaardigheden en relaties van de EU-instellingen en de lidstaten
om een gedeelde visie en gezamenlijke doelstelling mogelijk te maken. Actiepunten:
- systematischer
gebruik maken van het crisisplatformmechanisme, onder voorzitterschap van de
EDEO en met deelname van de diensten van de Commissie, om de coördinatie te
vergemakkelijken, informatie uit te wisselen en bij te dragen tot de identificatie
van en, eventueel, de doordachte prioritering van de beschikbare EU-instrumenten.
Deze mechanismen hebben hun waarde bewezen tijdens de Arabische lente en bij
het optreden van de EU in de Hoorn van Afrika; - ervoor
zorgen dat alle betrokken EU-actoren worden geïnformeerd over en betrokken bij
de analyse en de beoordeling van conflicten en crisissituaties; in alle stadia
van de conflictcyclus zorgen voor alomvattende maatregelen die gebaseerd zijn
op gecoördineerde voorbereidende werkzaamheden. De EDEO moet andere diensten
regelmatig informatie verschaffen en hen samenbrengen met het oog op dergelijke
analytische en voorbereidende werkzaamheden; - de
operationele samenwerking tussen de verschillende diensten van de EU die zich
bezighouden met noodmaatregelen verder versterken en daarbij gebruik maken van
hun complementaire deskundigheid. Te dien einde wordt een memorandum van
overeenstemming tussen de EDEO en de diensten van de Commissie voorbereid; - optimaal
gebruik maken van de EU-delegaties om te zorgen voor samenhang tussen de acties
van de EU en die van de lidstaten op het terrein; - de
capaciteit van de EU-delegaties versterken om bij te dragen tot de analyse van
conflictrisico's. Om de geschikte instrumenten te identificeren en snel te reageren
op conflict- en crisissituaties moet gezorgd worden voor een snelle tijdelijke
versterking door de inzet van extra personeel of andere deskundigen, waarbij zoveel
mogelijk een beroep wordt gedaan op de bestaande capaciteit in de centrale
diensten in Brussel of in de regio, en op de hulpmiddelen in de lidstaten; -
waar van toepassing, procedures en
capaciteit ontwikkelen voor een snelle uitvoering van gezamenlijke missies op
het terrein (door de EDEO, de diensten van de Commissie en de lidstaten), in
het geval van conflict- of crisissituaties[3]. 5. Engagement op
lange termijn "Het heeft de 20 snelst
hervormende landen gemiddeld 17 jaar gekost om de militaire aanwezigheid in de
politiek te verminderen en 41 jaar om de rechtsregels te hervormen tot het
minimale niveau dat nodig is voor ontwikkeling." World Development Report 2011
van de Wereldbank Voor vredesopbouw, staatsopbouw en duurzame ontwikkeling is
engagement op lange termijn van essentieel belang om de onderliggende oorzaken
van conflicten aan te pakken en een vreedzame, veerkrachtige maatschappij op te
bouwen. Duurzame vrede en ontwikkeling moeten van meet af aan als algemene
doelstelling opgenomen worden in de EU-respons. De EU moet dus ook bij haar
optreden en haar engagement op korte termijn de langetermijnvisie voor ogen
blijven houden. Zo worden met de GVDB-instrumenten voor crisisbeheersing en de maatregelen
voor crisisrespons in het kader van het stabiliteitsinstrument (IfS) bijvoorbeeld
meestal doelstellingen op korte termijn nagestreefd, terwijl
ontwikkelingsinstrumenten van nature uit op de lange termijn zijn gericht.
Hoewel de doelstellingen en besluitvormingsprocedures verschillen, moet gezorgd
worden voor synergie en complementariteit door middel van een vroegtijdige, inclusieve
en intense dialoog tussen de verschillende belanghebbenden. Daardoor kunnen
grotere effecten en betere resultaten worden bereikt. De EU kan in het kader
van haar eigen mandaten en besluitvormingsprocessen diverse instrumenten op
samenhangende wijze gebruiken om de gemeenschappelijke doelstellingen te verwezenlijken.
Actiepunten: -
systemen voor coördinatie
tussen de doelstellingen op korte en op lange termijn tot stand brengen door middel
van dialoog tussen de EU-actoren, ook op het terrein; -
de mechanismen voor het
bundelen en delen van Europese capaciteit en deskundigheid versterken (bv. zorgen
voor een pool van deskundigen voor GVDB-missies); -
een volledige mix van
EU-instrumenten gebruiken, deze coördineren, en eventueel combineren (bijvoorbeeld
politieke dialoog, conflictpreventie, verzoening, programmering van de
ontwikkelingshulp en gezamenlijke programmering, GVDB-missies en -operaties,
conflictpreventie en stabilisatie in het kader van het stabiliteitsinstrument,
steun voor ontwapening, demobilisatie, re-integratie, steun voor de hervorming
van justitie en de veiligheidssector, enz.) om tijdens en na de
stabilisatiefase, en in het geval van conflictrisico's, een flexibele en doelmatige
reactie mogelijk te maken. Vanaf het begin moet conflictanalyse worden
opgenomen in de programmering van steun in kwetsbare landen en landen waar
conflicten heersen. Voorts moet worden gezorgd voor voldoende flexibiliteit om
herprogrammering mogelijk te maken om waar nodig te reageren op nieuwe
ontwikkelingen op het terrein; -
de geleerde lessen, zowel
binnen de EU-instellingen als met de lidstaten en externe actoren, evalueren,
en deze informatie vervolgens integreren in de brede aanpak, vanaf de vroegtijdige
waarschuwing, met inbegrip van preventieve maatregelen, opleiding en
oefeningen. 6. Verband
tussen beleidsmaatregelen en het interne en externe optreden Het interne
beleid en optreden van de EU kunnen aanzienlijke externe effecten hebben op
conflict- en crisissituaties. Evenzo kan het externe optreden en beleid van
invloed zijn op de interne dynamiek van de EU. Zo is bijvoorbeeld het maritieme
vervoersbeleid van de EU in het gebied van de Rode Zee en de Indische Oceaan
onlosmakelijk verbonden met de situatie in Somalië en de Hoorn van Afrika.
Dergelijke effecten kunnen ook in andere situaties, bijvoorbeeld op het gebied
van het visserij- of energiebeleid ontstaan. Omgekeerd kunnen ook
georganiseerde criminaliteit, terrorisme of massale migratie, als gevolg van gewelddadige
conflicten buiten de grenzen van Europa, rechtstreekse gevolgen hebben voor de
veiligheid, stabiliteit en belangen van de EU, haar lidstaten en haar burgers. Terroristische organisaties proberen voet aan de grond te krijgen
in voormalige conflictgebieden of kwetsbare staten. Met name kunnen gebieden
met een zwak bestuur een kweekvijver zijn voor de rekrutering van terroristen.
Zo hebben de activiteiten van Al-Shabaab, die formele banden heeft met Al Qaeda,
Somalië bijvoorbeeld gedestabiliseerd en de regionale ontwikkeling ernstig
belemmerd. Bepaalde daden van terroristische organisaties kunnen de
terroristische dreiging rechtstreeks de EU binnenloodsen. Nauwe samenwerking, met name tussen de hoge vertegenwoordiger en
de Commissie, is eveneens van vitaal belang ten aanzien van de vele mondiale
kwesties waarbij de externe aspecten van het interne EU-beleid een groeiende
dimensie hebben in het buitenland en voor het veiligheidsbeleid. Daarbij gaat
het onder meer om de continuïteit van de energievoorziening, milieubescherming
en klimaatverandering, migratie, terrorismebestrijding en bestrijding van
gewelddadig extremisme, georganiseerde misdaad en het mondiale economische
bestuur. "Klimaatverandering
is een cruciale mondiale uitdaging die met spoed moet worden beteugeld omdat
anders niet alleen het milieu, maar ook de economische welvaart, de ontwikkeling
en meer in het algemeen de stabiliteit en de veiligheid in gevaar komen. De
overgang naar een veilige en duurzame koolstofarme economie en samenleving
alsmede klimaatbestendige en middelenefficiënte groeipatronen in de hele wereld
zijn van het hoogste belang. De veelsoortige dreigingen, waaronder de
mogelijkheid van conflicten en instabiliteit, van een veranderend klimaat in
verband met een betrouwbare toegang tot voedsel, water en energie vergen
doeltreffende maatregelen van het buitenlands beleid op mondiaal en EU-niveau,
zoals verwoord in de Europese veiligheidsstrategie." Conclusies van de
Raad over de klimaatdiplomatie, juni 2013 Ten slotte blijft de aantrekkingskracht van de EU door het
vooruitzicht van toetreding tot de Unie – samen met intensief diplomatiek
engagement - een cruciale rol spelen voor conflictpreventie en stabilisatie op
lange termijn, zoals de recente doorbraak in de door de EU gefaciliteerde
dialoog tussen Belgrado en Prishtina ons heeft geleerd. Actiepunten: -
nauwe samenwerking tussen de
hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter en de voorzitter van de Europese
Commissie stimuleren om te zorgen voor strategische en operationele samenhang
in het beleid en de strategie op het gebied van de externe betrekkingen, ook
wat betreft de externe gevolgen van interne beleidsmaatregelen; -
de middelen waarover de EU
beschikt op het gebied van diplomatieke en buitenlandse betrekkingen en de bescherming
van haar belangen beter gebruiken, zowel op het vlak van interne beleidsmaatregelen
als van mondiale vraagstukken; -
zoeken naar beleidsmaatregelen
en instrumenten die zowel een interne als een externe dimensie hebben, de
bewustmaking ervan verbeteren, en mogelijkheden in beide richtingen onder de
aandacht brengen; -
waar mogelijk en nuttig
interne beleidsmaatregelen opnemen in het analytische kader voor
crisissituaties, en in de strategische en beleidsdocumenten inzake het externe
optreden. 7. Beter
gebruikmaken van de EU-delegaties De EU-delegatie, en het hoofd van de delegatie in het bijzonder, vormt
de spil van de EU-aanwezigheid in derde landen en moet, op dat niveau, een
centrale rol spelen in de coördinatie en het tot stand brengen van de
EU-dialoog, de EU-maatregelen en de EU-steun. Actiepunten: -
ten volle gebruik maken van
de rol die het hoofd van de delegatie kan spelen om de EU en de op het terrein
aanwezige lidstaten samen te brengen voor het volledige scala van relevante maatregelen
(politieke dialoog, ontwikkelingssamenwerking en gezamenlijke programmering,
input in veiligheidsstrategieën, lokale samenwerking met GVDB-missies en -operaties,
eventuele consulaire bescherming, enz.); -
het hoofd van de delegatie
moet, waar nodig, gezamenlijke rapportage coördineren, waardoor de samenwerking
met de EU-lidstaten ter plaatse wordt verbeterd, en informatie en analyses
uitwisselen, in alle stadia van het conflict of de crisis; -
zorgen voor voldoende
deskundigheid in de delegaties, onder meer op het gebied van
veiligheidskwesties; -
in voorkomend geval, de
gezamenlijke huisvesting van EU-actoren en EU-delegaties mogelijk maken om
operationele synergieën tot stand te brengen. In
meer dan 40 landen wordt momenteel met gezamenlijke programmering gewerkt, of
is deze voor de komende jaren gepland. Met dit initiatief streven de EU en haar
lidstaten ernaar hun invloed in de partnerlanden te verhogen en hun
ontwikkelingssamenwerking doeltreffender te maken. Tegelijkertijd wordt de steun
gebundeld waardoor de invloed en het politieke gewicht van de EU als donor
aanzienlijk worden verhoogd. De gezamenlijke programmering wordt in het land
zelf vastgesteld, onder leiding van de EU-delegaties en ambassades van de
lidstaten. 8. Samenwerken in
partnerschappen Om
complexe mondiale uitdagingen te kunnen aanpakken, moet de EU zich engageren in
en samenwerken met andere internationale en regionale actoren. De EU-acties
zijn – in meer of mindere mate – verbonden met het optreden (of het
niet-optreden), de hulpmiddelen en de deskundigheid van anderen (bijvoorbeeld
de VN in het merendeel van de crisissituaties, de NAVO in Kosovo en
Afghanistan, het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank voor wat betreft
macro-financiële kwesties, enz.). "[De]
wederzijds versterkende, nuttige en duurzame partnerschappen met … de VN, de
OVSE, de NAVO, de Wereldbank, de Afrikaanse Unie en andere internationale
actoren … [moeten] nog worden aangehaald om de Europese Unie in staat te
stellen zich met succes aan structurele conflictpreventie met een lange
tijdshorizon te wijden …" Conclusies
van de Raad over Conflictpreventie, juni 2011 Actiepunten: -
bij het vaststellen van een EU-standpunt
en EU-respons, samenwerken met en ten volle rekening houden met het optreden van
andere internationale actoren, zoals de Verenigde Naties, internationale en
regionale organisaties, strategische partners, en internationale financiële
instellingen; -
nauwer samenwerken met belangrijke
internationale ngo's, het maatschappelijk middenveld, denktanks, universiteiten
en publieke en private actoren. III.
Conclusie De
EU heeft de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet in de richting van een
samenhangender extern beleid en optreden, met name wat haar reacties op
conflict- en crisissituaties betreft. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt op
het gebied van de ontwikkeling van gemeenschappelijke EU-beleidsmaatregelen en
–strategieën en het optreden van de Unie als geheel. Maar het werk is nog niet
af. Er is nog ruimte voor verbetering en de EU moet de brede aanpak nu
consequenter toepassen als leidraad voor het externe beleid en optreden van de
EU. De
hierboven beschreven brede aanpak is een gezamenlijke onderneming; of deze slaagt,
is een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel de EU-instellingen als de
lidstaten, die met hun beleid, maatregelen en steun een aanzienlijke bijdrage
leveren tot een meer samenhangende en efficiëntere EU-respons. In
de komende maanden en jaren zullen de hoge vertegenwoordiger en de Commissie,
samen met de lidstaten, deze voorstellen en deze aanpak ten uitvoer leggen en zo
vastberaden voortwerken aan een beter, krachtiger en sneller extern optreden
van de EU. De hoge vertegenwoordiger en de Commissie verzoeken de lidstaten van
de EU deze aanpak ten volle te ondersteunen en er voluit aan deel te nemen om
ervoor te zorgen dat deze visie en deze doelstellingen in alle opzichten ten uitvoer
worden gelegd. [1]
Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad – de rol van
Europa in de wereld: een nieuwe aanpak voor de financiering van het externe
optreden van de EU (COM(2011)865 final). [2] Met inbegrip van het vroegtijdig
waarschuwingssysteem voor conflicten van de EDEO (wordt momenteel uitgetest). [3] Dergelijke acties
moeten worden gefinancierd binnen de grenzen van de bestaande administratieve
en operationele middelen van de betrokken diensten/DG's, waarbij rekening wordt
gehouden met het toepassingsgebied en de doelstellingen van de betrokken
instrumenten voor het externe optreden.