Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52013DC0927

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter

/* COM/2013/0927 final */

52013DC0927

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter /* COM/2013/0927 final */


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter

Dit verslag is opgesteld overeenkomstig de Besluiten nr. 1219/2011/EU van 16 november 2011 en nr. 602/2012/EU van 4 juli 2012 van het Europees Parlement en de Raad, waarbij de gouverneur van de EBWO die de Unie vertegenwoordigt de verplichting krijgt om jaarlijks verslag uit te brengen aan het Europees Parlement.

Volgens deze besluiten moet verslag worden uitgebracht over “de bevordering van de doelstellingen van de Unie, in het bijzonder wat betreft het externe optreden van de Unie, zoals bepaald in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Europa 2020-strategie en het streven naar een aanzienlijke toename van de overdracht van technologie voor hernieuwbare energie en efficiënt energiegebruik”, “het gebruik van het kapitaal”, “de maatregelen om de transparantie van de verrichtingen van de EBWO via financiële tussenpersonen te garanderen”, “het nemen van risico’s en doeltreffendheid bij het aantrekken van extra financiering uit de particuliere sector, en over de samenwerking tussen de Europese Investeringsbank en de EBWO buiten de Unie” en “de activiteiten en werkzaamheden van de EBWO in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied”.

Jaarverslag 2012 van de EU-gouverneur van de EBWO aan het Europees Parlement

Inhoud

1.       Inleiding. 4

1.1.      Informatie over EBWO.. 4

1.2.      Transparante activiteiten. 5

2.       Resultaten 2012. 6

2.1.      Financieel 6

2.2.      Gevolgen van de overgang. 6

2.3.      Nemen van risico's. 7

2.4.      Geografische uitbreiding. 7

2.5.      Nieuwe voorzitter 8

3.       Bijdrage aan het ondersteunen van de doelstellingen van de Unie. 9

3.1.      Strategieën en beleid van de EBWO.. 9

3.2.      Landenstrategieën. 10

3.3.      Bijzondere actie voor Griekenland. 11

3.4.      Europa 2020. 11

4.       Interinstitutionele samenwerking. 12

4.1.      Driepartijenmemorandum van overeenstemming tussen EC–EBWO–EIB.. 12

4.2.      EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe samenwerking. 12

4.3.      Partnerschappen met internationale financiële instellingen. 12

4.4.      Donorsteun. 13

4.5.      Operationeel coördinatiebureau van de EBWO in Brussel 14

5.       Bijlage 1 – Resultaten van de EBWO.. 15

6.       Bijlage 2 – Voorbeelden van projecten. 19

7.       Bijlage 3 – Links naar websites. 21

1. Inleiding

Dit verslag geeft gevolg aan Besluit nr. 1219/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 en Besluit nr. 602/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 waarin een nieuwe vereiste wordt ingevoerd voor de  gouverneur bij de EBWO voor de Unie om jaarlijks aan het Europees Parlement verslag uit te brengen over: "... de bevordering van de doelstellingen van de Unie, in het bijzonder wat betreft het externe optreden van de Unie, zoals bepaald in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Europa 2020-strategie en het streven naar een aanzienlijke toename van de overdracht van technologie voor hernieuwbare energie en efficiënt energiegebruik, ...  het gebruik van het kapitaal, over de maatregelen om de transparantie van de verrichtingen van de EBWO via financiële tussenpersonen te garanderen, ...  over het nemen van risico's en doeltreffendheid bij het aantrekken van extra financiering uit de particuliere sector, en over de samenwerking tussen de Europese Investeringsbank en de EBWO buiten de Unie" en "over de activiteiten en werkzaamheden van de EBWO in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied".

1.1. Informatie over EBWO

De EBWO werd in 1990 opgericht na de ineenstorting van communistische regimes in Europa en de Sovjet-Unie. De EBWO heeft ten doel "de overgang naar een open markteconomie te bevorderen en het particuliere initiatief en de ondernemingsgeest aan te moedigen" in Centraal- en Oost-Europa, Centraal-Azië en, recenter, in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied. In 34 ontvangende landen in deze regio's ondersteunt de Bank momenteel projecten, hoofdzakelijk in de particuliere sector, die niet ten volle door de markt kunnen worden gefinancierd.

Momenteel zijn 64 landen, de EU en de EIB lid van de Bank. De Europese Unie en haar lidstaten bezitten samen ongeveer 64 % van het aandelenkapitaal van de Bank. Bewindvoerders die deze kiesdistricten vertegenwoordigen vergaderen geregeld om hun standpunten over de projecten, het beleid en de strategie van de Bank op elkaar af te stemmen. Dit overleg leidt echter niet altijd tot eenvormige standpunten aangezien bewindvoerders die de EU-lidstaten vertegenwoordigen, als onafhankelijke belanghebbenden stemmen op basis van de prioriteiten van hun eigen overheden.

Eind 2012 bedroeg het aandeel van de EU in het maatschappelijk kapitaal van de EBWO 3,04 % ( 900 miljoen EUR op een totaal kapitaal van 30 miljard EUR), waarvan iets meer dan 20 % volgestort is (188 miljoen EUR voor de EU) en de rest opvraagbaar kapitaal is (712 miljoen EUR voor de EU, wat een voorwaardelijke verplichting is voor de EU-begroting).

In de Raad van Gouverneurs zijn alle 66 aandeelhouders vertegenwoordigd. De Commissie wijst de vertegenwoordiger van de EU aan, momenteel is dat Olli Rehn, vicevoorzitter bevoegd voor economische en monetaire zaken. De Commissie wijst ook een vervanger aan, momenteel is dat Marco Buti, directeur-generaal van DG ECFIN.

De gouverneurs verkiezen de 23 leden van de Raad van Bewind voor een (hernieuwbare) termijn van 3 jaar. 15 plaatsen in de Raad van Bewind zijn voor EU-lidstaten, de EU en de EIB. Iedere bewindvoerder wijst een plaatsvervanger aan die hem vervangt als hij zelf afwezig is. Momenteel is de bewindvoerder voor de Europese Unie Vassili Lelakis (DG ECFIN) en is Peter Basch (DG ECFIN) zijn plaatsvervanger.

Bij het uitspreken van de officiële standpunten en inzichten van de vertegenwoordiging van de EU houdt de bewindvoerder voor de EU rekening met de standpunten van alle betrokken Commissiediensten, van de Europese dienst voor extern optreden en van andere relevante EU-organen, evenals met het standpunt van de meerderheid van bewindvoerders die de EU-lidstaten vertegenwoordigen.

1.2. Transparante activiteiten

De Bank publiceert een aantal openbare jaarverslagen om belanghebbenden te informeren over haar activiteiten en haar inspanningen om de activiteiten transparanter te maken. Deze verslagen zijn een jaarverslag, een jaarlijks financieel verslag, een transitieverslag, een duurzaamheidsverslag en een donorverslag (zie bijlage 3 voor de links).

In het beleid inzake voorlichting van het publiek wordt bepaald wat de EBWO moet doen inzake openbare raadpleging en bekendmaking van informatie. In 2012 hield de Bank een openbare raadpleging over 9 landenstrategieën en 1 sectorstrategie; zij publiceerde projectsamenvattingen over 158 projecten in de particuliere sector, maakte milieu- en sociale effectbeoordelingen over alle milieuprojecten die beoordeeld worden als categorie "A", en verstrekte de gevraagde informatie in verband met verantwoording en governance. De Bank antwoordde ook op alle vragen om informatie behalve één. Tegen die weigering werd beroep aangetekend.

Een belangrijk instrument in het verantwoordingsmechanisme van de EBWO is het projectklachtmechanisme (Project Complaint Mechanism, PCM), waarmee klachten worden onderzocht als zou de Bank geen rekening hebben gehouden met de geldende principes bij de goedkeuring van een bepaald project, en de getroffen gemeenschap de mogelijkheid wordt geboden hulp te krijgen van de Bank om problemen op te lossen met de sponsor van het project.

In 2012 waren ruim 1900 maatschappelijke organisaties bij de EBWO geregistreerd, waarvan er ruim 400 deelnamen aan themavergaderingen met personeel van de Bank. Het programma voor het maatschappelijk middenveld is het hoogtepunt van de inzet van de Bank voor het maatschappelijk middenveld en vindt plaats in combinatie met de jaarvergadering en het bedrijfsforum van de EBWO. Het biedt een platform op hoog niveau voor de dialoog tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de Voorzitter, de Raad van Bewindvoerders, het hoger management en het personeel van de EBWO.

2. Resultaten 2012

2.1. Financieel

De Bank bleef in 2012 financieel gezond, behield haar sterke kapitaalpositie (ten bewijze daarvan haar triple-A-rating, met een stabiel vooruitzicht), haar hoge liquiditeitsniveaus en de onafgebroken krachtige steun van haar aandeelhouders.

De EBWO boekte een jaaromzet van 8,9 miljard EUR via 393 individuele projecten en 72 uitstaande saldi van het handelsfacilitatieprogramma 2012. Daar zijn ook 6 vastleggingen inbegrepen voor 181 miljoen EUR die in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied werd gefinancierd. Deze projecten trokken extra financiering aan ter waarde van 17,4 miljard EUR in 2012 (20,8 miljard EUR in 2011) waarbij de Bank meteen 1,2 miljard EUR consortiumkredieten vrijmaakte (1,0 miljard EUR in 2011). De portefeuille van investeringen van de Bank steeg eind 2012 tot 37,5 miljard EUR (8 % meer dan in 2011).

In 2012 werd 1 miljard EUR nettowinst geboekt (in 2011 173 miljoen EUR), met name door wijzigingen in de niet-gerealiseerde reële waarde van aandelen die gezien de volatiele aandelenmarkt in de toekomst wellicht nog aanzienlijk zal variëren. Dit houdt in dat de reserves van de EBWO toenamen van 7 miljard EUR in 2011 tot 7,8 miljard EUR eind 2012.

In 2012 trok de Bank 6,3 miljard EUR langetermijnfinanciering aan in haar jaarlijks programma voor het opnemen van leningen met een gemiddelde looptijd van 4,1 jaar. De obligaties werden uitgegeven in 12 valuta, 60 % van de totale uitgifte was in USD.

Operationele en financiële resultaten en de geografische opsplitsing van de activiteiten van de Bank, staan in bijlage 1.

2.2. Gevolgen van de overgang

De EBWO beoordeelt ieder jaar de vooruitgang inzake de overgang en de overblijvende problemen in 15 sectoren voor alle landen waar de EBWO opereert. De "overgangskloven" worden beoordeeld op basis van de veranderingen aan de marktstructuur en de instellingen die dit moeten ondersteunen om het niveau te halen van de meest geavanceerde markteconomieën.

 

In 2012 werd in sommige delen van de EBWO-regio veel vooruitgang geboekt met de democratische hervormingen, terwijl de hervormingen in andere delen stagneerden. De vooruitgang inzake hervormingen was het duidelijkst in de landen die een begin maakten met de democratie, zoals Egypte en Tunesië, hoewel er wel onrusten waren en de overgang niet in alle landen van het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied gelijk loopt. De landen in de Westelijke Balkan bleven op het pad van de democratische hervormingen, daarin gesteund door de integratie in de EU en de toegenomen regionale samenwerking, hoewel populisme en interetnische spanningen de consolidering van de democratie blijven hinderen. In Armenië, Georgië en Moldavië werden de democratische aspiraties versterkt dankzij eerlijke en vrije verkiezingen en de hervormingsgezinde regeringen; ook Kirgizië en Mongolië boekten vooruitgang inzake democratisering.  

In de rest van de EBWO-regio waren de democratische hervormingen minder eenduidig. In Rusland werd de vooruitgang met bepaalde democratische hervormingen en de open presidentsverkiezingen in maart 2012 deels teniet gedaan door andere overheidsmaatregelen. In Oekraïne zette de selectieve toepassing van recht en de onderdrukking van onafhankelijke media de aanzienlijke vooruitgang van de afgelopen jaren op de helling. In de meeste andere GOS-landen verliep de democratisering in het beste geval traag, was corruptie wijdverspreid, was er weinig respect voor de rechtsstaat en werden de mensenrechten geschonden. De Bank blijft erg bezorgd over het gebrek aan democratische hervormingen in Wit-Rusland en Turkmenistan, en behoudt haar evenwichtige strategische aanpak van haar activiteiten, toegespitst op projecten in de particuliere sector en vooruitgang in het licht van duidelijk omschreven beleids- en economische ijkpunten.

In 2012 werd begonnen met de invoering van economische integratie in het overgangssysteem, en in 2013 voegde de Bank nog drie dimensies toe: genderongelijkheid, verschillen tussen steden en plattelandsgebieden en jeugdzaken.

2.3. Nemen van risico's

Om resultaten te boeken met haar overgangsopdracht is de EBWO ontworpen om grotere risico's te nemen dan haar tegenhangers in de particuliere sector. Zij wenst dit echter op een weloverwogen en open wijze te doen. Het management licht de Raad van Bewindvoerders regelmatig in en pleegt overleg, met name via de kwartaalverslagen over risico's, maar ook geval per geval.

De EBWO wenst haar risico's in haar kasboek zoveel mogelijk te beperken door een hoge liquiditeit en kortetermijninvesteringen in uitstekende instrumenten te behouden. Deze operaties worden geleid onder de gedelegeerde autoriteit van de Raad, met strikte regels die jaarlijks worden herzien.

Anderzijds is de bankportefeuille samengesteld om veel hogere risico's te nemen door investeringen op middellange of lange termijn die vaak op maat gemaakt zijn of unieke producten zijn, waardoor zij in hoge mate niet-liquide zijn. De EBWO tracht deze risico's echter te identificeren, te meten en te structuren om ze te verminderen of te dekken (bijvoorbeeld door uitstapmogelijkheden, controles op de uitbetalingen, specifieke bepalingen, garanties). De investeringen van de EBWO worden gebaseerd op markttarieven om tot een geschikt evenwicht tussen risico's en opbrengsten te komen (waarbij er ook voor wordt gezorgd dat de EBWO de particuliere sector niet verdringt).

Een aantal wanbetalingen kan worden verwacht, maar de EBWO wenst de verliezen zoveel mogelijk te beperken en behoudt genoeg voorzieningen om een gezond basiskapitaal te behouden. De probleemleningen van de EBWO waren eind 2012 erg laag, met 3,4 % van de operationele activa van de leningenportefeuille (676 miljoen EUR).  

Andere risico's (waar iedere marktdeelnemer mee te maken heeft) omvatten operationele risico's (fouten, fraude, enz.), imagorisico's die samenhangen met de integriteit van huidige en potentiële cliënten, en systeemrisico's (faillissement van een belangrijke Westerse bank of een grote beleidswijziging van de US Federal Reserve).

2.4. Geografische uitbreiding

In 2011 begon de EBWO met operaties in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied via door donors gefinancierde samenwerkingsfondsen voor de voorbereiding van projecten enz. In 2012 bekrachtigden genoeg aandeelhouders van de EBWO de wijzigingen in artikel 18 van de Overeenkomst tot oprichting van de Bank om de status van potentieel ontvangend land toe te kennen aan Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië. Vanaf november kon de Bank dan ook via een specifiek bijzonder investeringsfonds een heel palet aan investeringswerkzaamheden beginnen uitvoeren in dat nieuwe gebied (zie bijlage 2). Algemeen werd aangenomen dat deze landen in 2013-2014 volwaardige ontvangende landen zouden worden.

Na een grondig debat keurden de gouverneurs in november 2012 de toetreding van Kosovo tot de EBWO goed, waardoor Kosovo het 60e lid werd en het 30e ontvangend land. Bij de goedkeuring van deze resolutie werd benadrukt dat het besluit geen afbreuk deed aan de standpunten van de individuele leden van de EBWO betreffende de status van Kosovo.

2.5. Nieuwe voorzitter

Tijdens de jaarvergadering in Londen in mei 2012 won Sir Suma Chakrabarti uit het Verenigd Koninkrijk de allereerste verkiezing voor een EBWO-voorzitter; hij verving Thomas Mirow in juli. Bij zijn aantreden ging de nieuwe voorzitter van start met een modernisering van de EBWO om de interne werkwijze te veranderen, te komen tot zoveel mogelijk efficiëntie en zo goed mogelijk gebruik te maken van investeringen, beleidsdialoog, technische samenwerking en leiderschap.

3. Bijdrage aan het ondersteunen van de doelstellingen van de Unie (zie projectvoorbeelden in bijlage 2)

Als internationale financiële instelling legt de EBWO verantwoording af aan zowel de EU als aan niet-EU-aandeelhouders, zij handelt dus in overeenstemming met haar eigen unieke kader voor governance, regelgeving en beleid.

De EBWO past echter meestal EU-normen en beleidsvereisten toe en ondersteunt deze ook, niet alleen in ontvangende landen in de EU, maar ook in ontvangende niet-EU-landen waar de projecten en de beleidsdialoog van de EBWO erop gericht zijn zo goed mogelijk te voldoen aan de EU-vereisten. Niet alle EBWO-projecten voldoen van bij de start aan de EU-vereisten, vooral door budgettaire beperkingen en de vaak grote overgangskloof. In dergelijke gevallen moet de Raad van Bewindvoerders het erover eens zijn af te wijken van het EBWO-beleid.

De EBWO draagt hoe dan ook bij tot een aantal externe EU-doelstellingen als bepaald in artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De EBWO verleent met name technische en financiële bijstand ter ondersteuning van de duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieugebied, de integratie van alle landen in de wereldeconomie en het bevorderen van multilaterale samenwerking en goed mondiaal bestuur. Door alleen te werken in landen die de beginselen aanvaarden van een meerpartijendemocratie, pluralisme en markteconomieën draagt de EBWO ook bij tot de ondersteuning van de democratie en de rechtsstaat.

Ter ondersteuning van haar opdracht om de overgang naar een marktgerichte economie te stimuleren, ondersteunt de EBWO particuliere en bedrijfsinitiatieven door landen te helpen structurele en sectorale (economische, sociale en ecologische) hervormingen door te voeren om hen te helpen moderner te worden en volledig te integreren in de wereldeconomie.

3.1. Strategieën en beleid van de EBWO

In 2012 werd een nieuw beleid inzake mijnbouwverrichtingen goedgekeurd waarin de Bank haar doelstellingen en beginselen uiteenzet inzake het stimuleren van verantwoorde mijnbouw, in overeenstemming met de beste internationale normen inzake milieu, gezondheid, veiligheid en sociale aspecten (het gebruik van kolen en de winning van fossiele brandstoffen valt onder de Energiestrategie waarover in 2013 een raadpleging wordt gehouden). Dit beleid zit stevig verankerd in de relevante EU-richtlijnen en gerelateerde milieunormen, met tal van verwijzingen naar normatieve en wettelijke EU-normen op dit vlak.

In 2012 werd een derde fase van het initiatief voor hernieuwbare energie van de EBWO voor de periode 2012-2014 goedgekeurd om zo het geslaagde werk voort te zetten inzake het stimuleren van economische concurrentie en groei op basis van energie-efficiëntie en een lage CO2-uitstoot. Ongeveer 2,3 miljard EUR jaaromzet in 2012 hangt rechtstreeks samen met dit initiatief en draagt bij aan de doelstellingen van de Bank om het aspect duurzame energie mee te nemen in 20 % van haar investeringen. In fase drie van het initiatief zullen de activiteiten inzake energie-efficiëntie en de vermindering van de klimaatverandering verder worden ontwikkeld en zal de nadruk ook meer komen te liggen op aanpassing. De bedoeling is te komen tot een financiering van 4,5 à 6,5 miljard EUR en een vermindering van de CO2-uitstoot met 26 à 32 ton. Op verzoek van de EU-vertegenwoordiging wordt fase drie verder geharmoniseerd met en afgestemd op de klimaatplannen van de andere internationale financiële instellingen.

Een cruciale groeisector voor de Bank is de financiering van hernieuwbare energie. Sinds 2006 heeft de Bank 57 investeringen gedaan in projecten over windkracht, zonne-energie, biomassa en waterkracht, en ook bijdragen gedaan aan fondsen voor hernieuwbare energie. Alles samen investeerde de Bank ruim 2 miljard EUR in projecten met een totale waarde van ruim 5 miljard EUR dankzij 3 miljard EUR investeringen uit de overheids- en particuliere sector.

In 2012 werd een nieuwe, op EU-milieunormen gebaseerde strategie voor gemeente- en milieuinfrastructuur voor vijf jaar goedgekeurd. De sector van de gemeente- en milieuinfrastructuur is van groot belang voor de armste EBWO-ontvangende landen, en wordt gezien de grote problemen op het vlak van overgang beschouwd als een kerndeel van de Bank. In deze sector worden geregeld middelen verstrekt via de cofinancieringssystemen van de EU.

3.2. Landenstrategieën

In 2012 stelde de EBWO nieuwe landenstrategieën voor drie jaar voor Albanië, Armenië, Estland, Litouwen, Roemenië, Rusland, Slowakije, Tadzjikistan en Turkije op.

Turkije staat op de lijst van de Financial Action Task Force (FATF) met landen waar de wetgeving voor de strijd tegen witwassen en de bestrijding van terrorismefinanciering in 2012 nog tekorten vertoonde; de vertegenwoordiging van de EU was dan ook essentieel om ervoor te zorgen dat de Bank extra zorgvuldig omgaat met alle projecten waar Turkse sponsors bij betrokken zijn. 

Uit de landenstrategieën voor Estland, Litouwen en Slowakije bleek dat zij al veel vooruitgang hebben geboekt en dat zij goed op weg zijn om los te komen van de Bank. Voor de strategie met betrekking tot Roemenië werd benadrukt dat de EBWO de Roemeense overheid helpt de EU-structuur- en -cohesiefondsen beter te absorberen.

Over de Ruslandstrategie werden uitgebreide onderhandelingen gevoerd, aangezien die ruim een derde van de EBWO-activiteiten vertegenwoordigen. De bewindvoerder van de EU wenste en kreeg een geschikte formulering over de noodzaak dat Rusland moet voldoen aan de internationale handelsregels om lid te kunnen worden van de WTO. In het licht van een aantal lopende handelsgeschillen tussen de EU en Rusland werd het cruciaal geacht een duidelijke boodschap te sturen naar zowel de Russische overheid als de EBWO dat de EBWO geen projecten moest steunen die tegen de overeengekomen handelsregels ingaan, en dat Rusland meer inspanningen moet leveren om zich te integreren in de wereldeconomie en verdere markthervormingen.

 

In het kader van alle landenstrategiedocumenten heeft de EU-bewindvoerder onderhandeld over een pakket standaardprocedures voor het aanpakken van afwijkingen van EU-milieuvereisten op projectniveau waarvoor duidelijke redenen moeten worden gegeven en concrete aanvullende actie nodig is. 

3.3. Bijzondere actie voor Griekenland

Nadat de Griekse overheden in augustus 2012 verzochten om steun en samenwerking, richtte de EBWO een taskforce op om na te gaan hoe de groei in Griekenland en de regio kon worden ondersteund met grensoverschrijdende investeringen in infrastructuur, handelsintegratie en ontwikkeling van regionale bedrijfsontwikkeling waarbij Griekse dochterondernemingen worden betrokken die in Zuidoost-Europa aanwezig zijn.  Na een aantal verkennende ontmoetingen op hoog niveau met de Griekse overheden, Griekse zakenpartners, de relevante diensten van de Europese Commissie, de taskforce voor Griekenland en de EIB, heeft de EBWO de EIB geholpen bij het opstellen van een programma voor handelsbevordering voor Griekenland en werden voorbereidingen getroffen voor de start van een nieuw financieringspakket met 711 miljoen EUR voor negen Griekse dochterbanken in Bulgarije, Roemenië en Servië om ze minder afhankelijk te maken van hun Griekse moedermaatschappij De Bank heeft ook een aanzienlijk aantal projecten gesteund waarin Griekse ondernemingen in Zuidoost-Europa betrokken waren.

3.4. Europa 2020

Transacties van de EBWO zijn voornamelijk bedoeld om de systemische economische overgang te stimuleren, en niet zozeer de groei. Aangezien de overgang vaak een motor is voor groei, hebben de investeringen van de EBWO een impact op de vooruitzichten van een land en impliciet ook op het scheppen van banen en het verminderen van armoede. Een voorbeeld hiervan is het werk dat de Bank verricht ter ondersteuning van het MKB door kredietlijnen en technische bijstand op het vlak van bedrijfsbeheer te verstrekken. In 2012 werden ongeveer 1500 MKB-projecten uitgevoerd. Op deze manier draagt de EBWO bij aan de kernambities van de groeistrategie Europa 2020, met inbegrip van slimme groei door investeringen in de kenniseconomie en innovatie; duurzame groei door investeringen in energie-efficiëntie en projecten voor lage CO2-uitstoot en inclusieve groei met gevolgen voor genderongelijkheid, verschillen tussen steden en plattelandsgebieden en uitsluiting van jongeren. 

4. Interinstitutionele samenwerking

Naast haar investeringen en haar steun voor diversifiëring van de economie, speelt de EBWO steeds vaker een essentiële rol bij het stimuleren van multilaterale samenwerking en goed bestuur wereldwijd, overeenkomstig de ruimere externe doelstellingen van de EU. De EBWO wil haar regio een stem geven op internationale fora en werkt samen met regeringen en ondernemers om goede corporate governance en hervormingen op beleids- en wetgevingsgebied te bevorderen.

4.1. Driepartijenmemorandum van overeenstemming tussen EC–EBWO–EIB

Aangezien de EIB en de EBWO een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van de Europese doelstellingen en waarden in zowel de EU als haar buurlanden, stimuleert de Commissie actief de samenwerking in het kader van het in maart 2011 ondertekende memorandum van overeenstemming, dat in november 2012 is herzien in verband met de uitbreiding tot het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied. Bij het memorandum van overeenstemming is een contactgroep opgericht die moet stimuleren dat er een cultuur van regelmatige uitwisseling tot stand komt en kijkt naar medefinancieringsmogelijkheden op basis van de comparatieve voordelen van elke partner. Op 13 december 2012 hebben de Commissie, de Europese dienst voor extern optreden, de EBWO en de EIB nog een ander memorandum van overeenstemming ondertekend, dat betrekking heeft op de identificatie van relevante investeringsprojecten in het kader van het moderniseringspartnerschap met Rusland.

4.2. EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe samenwerking

De EBWO heeft in de loop van 2012 deelgenomen aan een groep van deskundigen. Naar aanleiding hiervan heeft de Commissie een nieuw EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe samenwerking opgericht, dat op 14 december 2012 van start is gegaan. Het doel ervan is de betrokkenheid van de EU bij een aantal financiële instellingen te versterken en gebruik te maken van hun uitgebreide technische expertise en comparatieve voordelen om het externe optreden van de EU te coördineren en de impact en efficiëntie ervan te vergroten. De technische werkzaamheden voor de analyse van gemengde mechanismen zijn begonnen. Deze omvatten goede praktijken, bestuursstructuren en het meten en monitoren van de resultaten.

4.3. Partnerschappen met internationale financiële instellingen

In november 2012 zijn de EIB, de Wereldbankgroep en de EBWO het eens geworden over een tweede gezamenlijk IFI-actieplan voor steun aan economisch herstel en groei in Midden- en Zuidoost-Europa. Dit biedt een financieringspakket van ruim 30 miljard EUR (en beleidsadvies) voor de jaren 2013–2014. Het wordt Wenen II genoemd, omdat het gebaseerd is op het “initiatief van Wenen”, een actieplan voor 2009–2010. De directe aanleiding was de aanhoudende impact van de problemen in de eurozone op de economieën van de EU-landen in opkomst. Het doel is de groei in de regio te stimuleren door steun te bieden aan initiatieven van de particuliere en openbare sector, onder meer op het gebied van infrastructuur, investeringen van ondernemingen en de financiële sector. De EBWO zal haar steun vooral toespitsen op de westelijke en oostelijke Balkan, de Baltische staten en de Midden-Europese landen. Zij verwacht tot 4 miljard EUR te investeren in leningen, kapitaal en handelsfinanciering, ondersteund met een beleidsdialoog over herstructurering van de economie diversificatie en verbetering van de corporate governance.

Het partnerschap van Deauville is gelanceerd door de G8 op de top van Deauville in mei 2011. Het partnerschap is opgezet om de beleidsrespons van de G8 (op politiek, financieel en handelsgebied) op de Arabische lente te coördineren (ook wat de inzet van de internationale financiële instellingen en bilaterale donoren buiten de G8 betreft), met als doel de overgang naar duurzame en inclusieve groei te ondersteunen. Een belangrijk onderdeel van de financiële pijler is de uitbreiding van het mandaat van de EBWO tot het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied.

4.4. Donorsteun

Subsidies van donoren zijn essentieel om transitieproblemen aan te pakken in de landen waar de EBWO actief is (zie bijlage 2). In 2012 is subsidie verleend voor programma’s en initiatieven op vrijwel alle activiteitsgebieden van de EBWO – er is 177 miljoen EUR toegekend aan meer dan 30 bilaterale donoren, multidonorfondsen en multilaterale faciliteiten. Gemiddeld worden met subsidiemiddelen per jaar 500 opdrachten voor technische bijstand en 60 opdrachten voor andere activiteiten gefinancierd. De donorsteun is ook essentieel gebleken om de impact van de EBWO in landen in een vroege fase van het overgangsproces te vergroten en de basis te leggen voor succes in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied.

Bijdragen per donor (miljoen EUR)

Donor || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012

Bilateraal || 55,8 || 75,7 || 78,4 || 240,2 || 62,3

EU || 37,7 || 103,9 || 58,8 || 133,1 || 92,2

Multilateraal || 0,4 || 0,2 || 77,5 || 60,6 || 22,5

Andere || 0,4 || 1,6 || – || – || 0,2

SSF || 115,0 || 30,0 || 150,0 || – || –

SEMED || – || – || – || 20,0 || –

Totaal || 209,3 || 211,4 || 364,7 || 453,9 || 177,2

De Europese Commissie is verreweg de grootste donor van de EBWO voor zowel technische samenwerking als andere zaken. Meer dan een derde van de donorfinanciering voor EBWO-projecten is afkomstig van de Commissie, en voor alle donorbijdragen ging het in 2012 om de helft (92 miljoen EUR). De subsidiemiddelen van de EU zijn bestemd voor alle landen en sectoren waar de EBWO actief is. De laatste jaren worden de EU-middelen steeds vaker toegekend via regionale faciliteiten die zijn opgezet om EU-subsidies te combineren met de financiering van investeringen door de Europese financiële instellingen. Deze faciliteiten omvatten de ENB-investeringsfaciliteit (NIF), de Investeringsfaciliteit voor Centraal-Azië (IFCA) en het Investeringskader voor de Westelijke Balkan (WBIF). In 2012 heeft de EBWO 25,7 miljoen EUR van de NIF gemobiliseerd, 17 miljoen EUR van de IFCA en €35,2 miljoen EUR van het WBIF. Daarnaast heeft de EBWO 21,5 miljoen EUR van het Instrument voor pretoetredingssteun gemobiliseerd ten behoeve van projecten in Albanië en Bosnië en Herzegovina.

Ook de EBWO-projecten in de EU-lidstaten krijgen aanzienlijke financiering uit de structuur- en cohesiefondsen. Deze bijdragen variëren over de jaren, maar in totaal is sinds 1992 voor EBWO-projecten ongeveer 3 miljard EUR ingezet.

De EBWO is tevens een belangrijke partner inzake nucleaire veiligheid. Zij beheert namens de Europese Unie en 29 donorregeringen zes nucleaireveiligheidsfondsen: de rekening nucleaire veiligheid, het Fonds Inkapseling Tsjernobyl, drie internationale steunfondsen voor buitenbedrijfstelling van nucleaire installaties en het onderdeel kernenergie van het Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie.

De Commissie is ook de leidende financier van een aantal door de EBWO beheerde trustfondsen met meerdere donoren, zoals het Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie (84 miljoen EUR) en het Energie-efficiëntie- en milieupartnerschap voor Oost-Europa (40 miljoen EUR), die investeringen in energie-efficiëntie stimuleren en het milieu en de nucleaire veiligheid in Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne versterken.

Afbeeldingen 1 en 2: Donorfinanciering EU

 

TS = technische samenwerking

Het jaarlijkse donorverslag van de EBWO geeft nadere informatie, zoals gegevens over de maatregelen die de EBWO heeft getroffen naar aanleiding van de strategische evaluatie van medefinanciering in de vorm van subsidie die in 2012 is uitgevoerd. De evaluatie was de eerste volledige herziening van het systeem voor subsidiebeheer van de EBWO sinds 1995 en bracht hervormingen die noodzakelijk waren om de groeiende en steeds complexere subsidieportefeuille te beheren.

4.5. Operationeel coördinatiebureau van de EBWO in Brussel

Al sinds het begin van zijn ambtstermijn wil EBWO-president Chakrabarti laten zien dat de relatie tussen de EU en de EBWO van groot strategisch belang is. Hij besloot in 2012 te onderzoeken hoe de relatie kan worden versterkt, bijvoorbeeld door in Brussel een operationeel coördinatiebureau te openen. Met het coördinatiebureau wordt gestreefd naar nauwere operationele betrekkingen; het is niet zozeer gericht op bestuurs- en aandeelhouderskwesties.

5. Bijlage 1 – Resultaten van de EBWO

5.1. Operationele resultaten 2008–2012

|| 2012 || 2011 || 2010 || 2009 || 2008 || Cumulatief 1991–2012

Aantal projecten || 393 || 380 || 386 || 311 || 302 || 3 644

Jaaromzet (miljoen EUR) || 8 920 || 9 051 || 9 009 || 7 861 || 5 087 || 78 916

Niet-EBWO-financiering (miljoen EUR) || 17 372 || 20 802 || 13 174 || 10 353 || 8 372 || 155 644

Totale projectwaarde[1] || 24 871 || 29 479 || 22 039 || 18 087 || 12 889 || 235 387

5.2. Financiële resultaten 2008–2012

miljoen EUR || 2012 || 2011 || 2010 || 2009 || 2008

Gerealiseerde winst voor het jaar Vóór waardevermindering[2] || 1 006 || 866 || 927 || 849 || 849

Netto (verlies)/winst 2012 Vóór door de Gouverneurs goedgekeurde netto-inkomsten || 1 020 || 173 || 1 377 || (746) || (602)

Overgeboekte netto-inkomsten Goedgekeurd door de Gouverneurs || (190) || – || (150) || (165) || (115)

Netto (verlies)/winst 2012 Na de door de Gouverneurs goedgekeurde overboeking van netto-inkomsten || 830 || – || 1 227 || (911) || (717)

Volgestort kapitaal || 6 202 || 6 199 || 6 197 || 5 198 || 5 198

Reserves/ingehouden winsten || 7 808 || 6 974 || 6 780 || 6 317 || 6 552

Totaal kapitaal van de leden || 14 010 || 13 173 || 12 977 || 11 515 || 11 750

5.3. Geografische resultaten

De tabellen hieronder tonen de jaaromzet van de EBWO in miljoenen EUR per regio en per land.

5.3.1. Kaart van de landen waar de EBWO actief is

01 Kroatië

02 Tsjechië

03 Estland

04 Hongarije

05 Letland

06 Litouwen

07 Polen

08 Slowakije

09 Slovenië

10 Albanië

11 Bosnië en Herzegovina

12 Bulgarije

13 Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

14 Kosovo

15 Montenegro

16 Roemenië

17 Servië

18 Armenië

19 Azerbeidzjan

20 Wit-Rusland

21 Georgië

22 Moldavië

23 Oekraïne

24 Kazachstan

25 Kirgizië

26 Mongolië

27 Tadzjikistan

28 Turkmenistan

29 Oezbekistan

30 Rusland

31 Turkije

32 Egypte

33 Jordanië

34 Marokko

5.3.2. Midden-Europa en Baltische staten

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012

Kroatië || 210 || 158 || 2 749

Tsjechië[3] || 0 || 0 || 1 137

Estland || 4 || 20 || 543

Hongarije || 75 || 124 || 2 663

Letland || 4 || 19 || 575

Litouwen || 37 || 2 || 640

Polen || 672 || 891 || 6 093

Slowakije || 185 || 68 || 1 787

Slovenië || 28 || 103 || 765

Totaal || 1 215 || 1 385 || 16 952

5.3.3. Zuidoost-Europa

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012

Albanië || 69 || 96 || 732

Bosnië en Herzegovina || 125 || 94 || 1 474

Bulgarije || 246 || 92 || 2 661

Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië || 157 || 220 || 1 085

Kosovo[4] || 5 || n.v.t. || 66

Montenegro || 39 || 43 || 323

Roemenië || 612 || 449 || 6 110

Servië || 269 || 533 || 3 106

Totaal || 1 522 || 1 527 || 15 557

5.3.4. Oost-Europa en de Kaukasus

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012

Armenië || 94 || 93 || 613

Azerbeidzjan || 83 || 289 || 1 554

Belarus || 185 || 194 || 1 049

Georgië || 103 || 187 || 1 719

Moldavië || 102 || 69 || 733

Oekraïne || 934 || 1 019 || 8 148

Totaal || 1 500 || 1 851 || 13 817

5.3.5. Rusland

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012

Rusland || 2 582 || 2 928 || 22 943

Totaal || 2 582 || 2 928 || 22 943

5.3.6. Centraal-Azië

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012

Kazachstan || 374 || 289 || 4 588

Kirgizië || 16 || 66 || 414

Mongolië || 419 || 62 || 690

Tadzjikistan || 46 || 28 || 285

Turkmenistan || 14 || 23 || 172

Oezbekistan || 2 || 3 || 741

Totaal || 871 || 470 || 6 891

5.3.7. Turkije

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 2009−12

Turkije || 1 049 || 890 || 2 576

Totaal || 1 049 || 890 || 2 576

5.3.8. Zuidelijk en Oostelijk Middellandse Zeegebied

Land || 2012 || 2011 || Cumulatief

Egypte || 10 || n.v.t. || 10

Jordanië || 123 || n.v.t. || 123

Marokko || 23 || n.v.t. || 23

Tunesië || 25 || n.v.t. || 25

Totaal || 181 || n.v.t. || 181

6. Bijlage 2 – Voorbeelden van projecten

6.1. Elektrificatie van het platteland in Marokko

De EBWO is in september met haar eerste investeringen in Marokko van start gegaan. Sindsdien zijn voor zo’n 180 miljoen EUR nieuwe projecten gefinancierd, met een accent op het midden- en kleinbedrijf, basisinfrastructuur en de levensmiddelensector. Met financiering van de SEMED-meerdonorenrekening, waaraan de EU ca. 20 miljoen EUR heeft bijgedragen, zijn voorbereidingen getroffen voor een grote investering in de Marokkaanse energie-infrastructuur, die gericht is op afgelegen dorpen en de plattelandsbevolking die tot dusver niet of nauwelijks betrouwbare toegang had tot elektriciteit. Aan het Office National de l’Electricité et de l’Eau Potable is een nieuwe lening van 60 miljoen EUR aangeboden, waarmee miljoenen Marokkanen op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten en gelijke kansen worden geboden aan 40 000 personen in het hele land. Deze inspanningen helpen Marokko om minder afhankelijk te worden van ingevoerde energie en duurzaamheid te stimuleren. Ook wordt bijgedragen aan de doelstelling van de overheid om het platteland voor 100% te elektrificeren. Met de lening wordt ook een proefproject voor slimme meters bekostigd. Dat is vereist voor de gedecentraliseerde elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen, bijvoorbeeld door installatie van zonnepanelen op daken.

6.2. Programma voor handelsfacilitering

Het al geruime tijd bestaande EBWO-programma voor handelsfacilitering (TFP) is een uitstekend voorbeeld van de inspanningen van de EBWO om landen te helpen zich open te stellen, handel te drijven en te integreren in de wereldeconomie. Via het TFP zijn in 2012 1 870 handelstransacties met 75 banken in 16 landen gefinancierd voor een bedrag van meer dan 1,1 miljard EUR. Ook de e-opleidingsactiviteiten van de EBWO zijn in 2012 op volle kracht doorgegaan; sinds de aanvang ervan in 2010 zijn nu meer dan 500 mensen opgeleid, waarmee is bijgedragen tot de overdracht aan bankpersoneel van zeer noodzakelijke vaardigheden op het gebied van het beheer van allerlei handelsfinancieringsinstrumenten ten behoeve van importeurs en exporteurs ter plaatse.

6.3. Goud- en kopermijn van Oyu Tolgoi

Na langdurige besprekingen heeft de Raad van Bewind van de EBWO in 2012 een bijdrage van 400 miljoen EUR goedgekeurd als investering in het project van 19,7 miljard EUR voor de ontginning van de koper- en goudvoorraden in Oyu Tolgoi in de Mongoolse regio Zuid-Gobi door het bedrijf Rio Tinto. Bij het verstrekken van deze lening heeft de voorzitter die de EU vertegenwoordigt (met steun van andere bewindvoerders) erop toegezien dat de EBWO naar behoren rekening houdt (en rekening blijft houden) met de milieurisico’s van het project, zoals die onder meer door maatschappelijke organisaties naar voren zijn gebracht. Dit houdt onder meer in dat het regelmatig wordt gemonitord en dat jaarlijks aan de Raad van Bewind verslag wordt uitgebracht over de resultaten van een milieu- en sociale audit. De president van de EBWO, Sir Suma Chakrabarti, heeft zijn krachtige persoonlijke steun gegeven aan dit project, dat onderdeel is van de grootste buitenlandse directe investering ooit in Mongolië. Verwacht wordt dat de mijn van Oyu Tolgoi, zodra deze operationeel is, ongeveer een derde van het bruto binnenlands product van Mongolië zal opleveren.

6.4. Energie-efficiëntie op de Balkan

De landen van de Westelijke Balkan zijn 2,5 maal zo energie-intensief als het EU-gemiddelde, vooral als gevolg van vervallen infrastructuur en inefficiënt gebruik en distributie van energie. Een van de prioriteiten van de EBWO in deze hele regio is het verkleinen van deze kloof met de rest van de EU. De EBWO verstrekt via haar financieringsfaciliteit voor duurzame energie op de Westelijke Balkan (WeBSEFF) voor in totaal 60 miljoen EUR kredieten aan lokale partnerbanken ten behoeve van leningen aan het lokale bedrijfsleven. Technische samenwerking voor advies inzake geschikte projecten wordt gefinancierd via het gemeenschappelijke multidonorfonds voor de Westelijke Balkan, waarnaast uit het investeringskader van de EU voor de Westelijke Balkan stimuleringsbetalingen aan lenende bedrijven worden verstrekt. Dankzij deze steun kon een fabrikant van pruimenjam een nieuw op pruimenpitten gestookt biomassaboilersysteem voor zijn fabriek installeren met een lening van 150 000 EUR van een van de plaatselijke partnerbanken van de EBWO. Het bedrijf kon daardoor zijn energieverbruik (en zijn kosten) aanzienlijk verlagen.

6.5. Modernisering van het stadsvervoer in Chișinău

Het openbaar vervoer wordt in Chișinău al sinds de Sovjettijd voornamelijk door trolleybussen uitgevoerd, maar door de slechte staat van deze bussen vallen er steeds meer uit. De EBWO heeft de gemeente in 2012 een lening van 5 miljoen EUR verstrekt om 102 nieuwe, energiezuinigere voertuigen aan te schaffen, alsmede uitrusting voor het onderhoud daarvan. De nieuwe voertuigen hebben een koolstofemissie van nul, en het gebruik ervan is al met 30% toegenomen. De investering is mede gefinancierd met een lening van 5 miljoen EUR van de EIB en een subsidie van 3 miljoen EUR van de ENB-investeringsfaciliteit van de EU. Het project is onderdeel van een breed plan om de verkeerssituatie in de Moldavische hoofdstad drastisch te verbeteren en tegelijk bij te dragen tot een gezonder milieu en een efficiënter vervoerssysteem.

6.6. Nucleaire veiligheid — steun voor Tsjernobyl

De EU is verreweg de grootste contribuant van het nucleaireveiligheidsfonds van de EBWO. De EU heeft sinds de start van deze activiteit al meer dan 1,8 miljard EUR verstrekt om de nucleaire veiligheid in het activiteitsgebied van de EBWO te vergroten: onder meer is steun verleend aan het fonds voor de inkapseling van Tsjernobyl en het onderdeel kernenergie van het Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie. De EU heeft tevens bijgedragen aan de financiering van de buitenbedrijfstelling van kernreactoren in Litouwen (Ignalina), Slowakije (Bohunice) en Bulgarije (Kozloduj).

Het fonds voor de inkapseling van Tsjernobyl is in 1997 door de G7 opgezet om de locatie van de kernramp veilig te maken. Tot dusver heeft het fonds ca. 900 miljoen EUR ontvangen, waaraan de EU een derde heeft bijgedragen. De door de EBWO beheerde middelen worden gebruikt voor de bouw van een meer dan 100 m hoog veiligheidsomhulsel dat de oude reactor en de sarcofaag moet afdekken. Er zijn tevens EU-middelen verstrekt om een faciliteit voor de tussentijdse opslag van verbruikte splijtstof te creëren.

7. Bijlage 3 – Links naar websites

Jaarverslag van de EBWO:

http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/annual.shtml

Jaarlijks financieel verslag van de EBWO:

http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/financial.shtml

Overgangsverslag van de EBWO:

http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/transition.shtml

Publieksinformatiebeleid van de EBWO:

http://www.ebrd.com/pages/about/policies/pip.shtml

Mechanisme voor klachten over projecten:

http://www.ebrd.com/pages/project/pcm/register.shtml

Deze website vermeldt alle klachten en beschikbare verslagen.

Betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld:

http://www.ebrd.com/pages/about/workwith/civil.shtml

[1] De totale projectwaarde is het totaalbedrag van de voor een project verstrekte financiering, zowel de financiering door de EBWO als die uit andere bronnen, en wordt geboekt in het jaar waarin voor het project is getekend. De financiering van de EBWO kan worden vastgelegd over meer dan één jaar, waarbij de jaaromzet de EBWO-financiering per vastleggingsjaar weerspiegelt. Het financieringsbedrag dat door anderen dan de EBWO wordt verstrekt, wordt geboekt in het jaar waarin voor het project is getekend.

[2] De gerealiseerde winst is de winst vóór de niet-gerealiseerde reëlewaardeaanpassing van beleggingen, provisies en andere niet-gerealiseerde bedragen.

[3] De EBWO heeft sinds 2008 in Tsjechië geen nieuwe investeringen gedaan.

[4] Kosovo is sinds 17 december 2012 een begunstigd land van de EBWO.

Top