This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0927
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION Communication from Vice-President Rehn in agreement with the President
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter
/* COM/2013/0927 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg met de voorzitter /* COM/2013/0927 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE Mededeling van vicevoorzitter Rehn in overleg
met de voorzitter Dit verslag is opgesteld overeenkomstig de
Besluiten nr. 1219/2011/EU van 16 november 2011 en nr. 602/2012/EU van 4 juli
2012 van het Europees Parlement en de Raad, waarbij de gouverneur van de EBWO
die de Unie vertegenwoordigt de verplichting krijgt om jaarlijks verslag uit te
brengen aan het Europees Parlement. Volgens deze besluiten moet verslag worden
uitgebracht over “de bevordering van de doelstellingen van de Unie, in het
bijzonder wat betreft het externe optreden van de Unie, zoals bepaald in
artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Europa 2020-strategie
en het streven naar een aanzienlijke toename van de overdracht van technologie
voor hernieuwbare energie en efficiënt energiegebruik”, “het gebruik van het
kapitaal”, “de maatregelen om de transparantie van de verrichtingen van de EBWO
via financiële tussenpersonen te garanderen”, “het nemen van risico’s en
doeltreffendheid bij het aantrekken van extra financiering uit de particuliere
sector, en over de samenwerking tussen de Europese Investeringsbank en de EBWO
buiten de Unie” en “de activiteiten en werkzaamheden van de EBWO in het
zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied”. Jaarverslag 2012 van de EU-gouverneur van de EBWO aan
het Europees Parlement Inhoud 1. Inleiding. 4 1.1. Informatie over EBWO.. 4 1.2. Transparante activiteiten. 5 2. Resultaten 2012. 6 2.1. Financieel 6 2.2. Gevolgen van de overgang. 6 2.3. Nemen van risico's. 7 2.4. Geografische uitbreiding. 7 2.5. Nieuwe voorzitter 8 3. Bijdrage aan het
ondersteunen van de doelstellingen van de Unie. 9 3.1. Strategieën en beleid van de EBWO.. 9 3.2. Landenstrategieën. 10 3.3. Bijzondere actie voor Griekenland. 11 3.4. Europa 2020. 11 4. Interinstitutionele
samenwerking. 12 4.1. Driepartijenmemorandum van overeenstemming
tussen EC–EBWO–EIB.. 12 4.2. EU-platform voor gemengde mechanismen
in de context van externe samenwerking. 12 4.3. Partnerschappen met internationale
financiële instellingen. 12 4.4. Donorsteun. 13 4.5. Operationeel coördinatiebureau van de EBWO
in Brussel 14 5. Bijlage 1 – Resultaten
van de EBWO.. 15 6. Bijlage 2 – Voorbeelden
van projecten. 19 7. Bijlage 3 – Links naar
websites. 21
1.
Inleiding
Dit verslag geeft gevolg aan Besluit nr. 1219/2011/EU
van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 en Besluit nr. 602/2012/EU
van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 waarin een nieuwe
vereiste wordt ingevoerd voor de gouverneur bij de EBWO voor de Unie om
jaarlijks aan het Europees Parlement verslag uit te brengen over: "...
de bevordering van de doelstellingen van de Unie, in het bijzonder wat betreft
het externe optreden van de Unie, zoals bepaald in artikel 21 van het Verdrag
betreffende de Europese Unie, de Europa 2020-strategie en het streven naar een
aanzienlijke toename van de overdracht van technologie voor hernieuwbare
energie en efficiënt energiegebruik, ... het gebruik van het kapitaal, over de
maatregelen om de transparantie van de verrichtingen van de EBWO via financiële
tussenpersonen te garanderen, ... over het nemen van risico's en
doeltreffendheid bij het aantrekken van extra financiering uit de particuliere
sector, en over de samenwerking tussen de Europese Investeringsbank en de EBWO
buiten de Unie" en "over de
activiteiten en werkzaamheden van de EBWO in het zuidelijke en oostelijke
Middellandse Zeegebied".
1.1.
Informatie over EBWO
De EBWO werd in 1990 opgericht na de
ineenstorting van communistische regimes in Europa en de Sovjet-Unie. De EBWO
heeft ten doel "de overgang naar een open markteconomie te bevorderen
en het particuliere initiatief en de ondernemingsgeest aan te moedigen"
in Centraal- en Oost-Europa, Centraal-Azië en, recenter, in het zuidelijke en
oostelijke Middellandse Zeegebied. In 34 ontvangende landen in deze regio's
ondersteunt de Bank momenteel projecten, hoofdzakelijk in de particuliere
sector, die niet ten volle door de markt kunnen worden gefinancierd. Momenteel zijn 64 landen, de EU en de EIB lid
van de Bank. De Europese Unie en haar lidstaten bezitten samen ongeveer 64 %
van het aandelenkapitaal van de Bank. Bewindvoerders die deze kiesdistricten
vertegenwoordigen vergaderen geregeld om hun standpunten over de projecten, het
beleid en de strategie van de Bank op elkaar af te stemmen. Dit overleg leidt
echter niet altijd tot eenvormige standpunten aangezien bewindvoerders die de
EU-lidstaten vertegenwoordigen, als onafhankelijke belanghebbenden stemmen op
basis van de prioriteiten van hun eigen overheden. Eind 2012 bedroeg het aandeel van de EU in het
maatschappelijk kapitaal van de EBWO 3,04 % ( 900 miljoen EUR op een
totaal kapitaal van 30 miljard EUR), waarvan iets meer dan 20 % volgestort
is (188 miljoen EUR voor de EU) en de rest opvraagbaar kapitaal is (712 miljoen
EUR voor de EU, wat een voorwaardelijke verplichting is voor de EU-begroting). In de Raad van Gouverneurs zijn alle 66
aandeelhouders vertegenwoordigd. De Commissie wijst de vertegenwoordiger van de
EU aan, momenteel is dat Olli Rehn, vicevoorzitter bevoegd voor economische en
monetaire zaken. De Commissie wijst ook een vervanger aan, momenteel is dat
Marco Buti, directeur-generaal van DG ECFIN. De gouverneurs verkiezen de 23 leden van de
Raad van Bewind voor een (hernieuwbare) termijn van 3 jaar. 15 plaatsen in de Raad
van Bewind zijn voor EU-lidstaten, de EU en de EIB. Iedere bewindvoerder wijst
een plaatsvervanger aan die hem vervangt als hij zelf afwezig is. Momenteel is
de bewindvoerder voor de Europese Unie Vassili Lelakis (DG ECFIN) en is Peter
Basch (DG ECFIN) zijn plaatsvervanger. Bij het uitspreken van de officiële
standpunten en inzichten van de vertegenwoordiging van de EU houdt de
bewindvoerder voor de EU rekening met de standpunten van alle betrokken
Commissiediensten, van de Europese dienst voor extern optreden en van andere
relevante EU-organen, evenals met het standpunt van de meerderheid van
bewindvoerders die de EU-lidstaten vertegenwoordigen.
1.2.
Transparante activiteiten
De Bank publiceert een aantal openbare
jaarverslagen om belanghebbenden te informeren over haar activiteiten en
haar inspanningen om de activiteiten transparanter te maken. Deze verslagen
zijn een jaarverslag, een jaarlijks financieel verslag, een transitieverslag,
een duurzaamheidsverslag en een donorverslag (zie bijlage 3 voor de links). In het beleid inzake voorlichting van het
publiek wordt bepaald wat de EBWO moet doen inzake openbare raadpleging en
bekendmaking van informatie. In 2012 hield de Bank een openbare raadpleging
over 9 landenstrategieën en 1 sectorstrategie; zij publiceerde
projectsamenvattingen over 158 projecten in de particuliere sector, maakte
milieu- en sociale effectbeoordelingen over alle milieuprojecten die beoordeeld
worden als categorie "A", en verstrekte de gevraagde informatie in
verband met verantwoording en governance. De Bank antwoordde ook op alle vragen
om informatie behalve één. Tegen die weigering werd beroep aangetekend. Een belangrijk instrument in het
verantwoordingsmechanisme van de EBWO is het projectklachtmechanisme (Project
Complaint Mechanism, PCM), waarmee klachten worden onderzocht als zou de Bank
geen rekening hebben gehouden met de geldende principes bij de goedkeuring van
een bepaald project, en de getroffen gemeenschap de mogelijkheid wordt geboden
hulp te krijgen van de Bank om problemen op te lossen met de sponsor van het
project. In 2012 waren ruim 1900 maatschappelijke
organisaties bij de EBWO geregistreerd, waarvan er ruim 400 deelnamen aan
themavergaderingen met personeel van de Bank. Het programma voor het
maatschappelijk middenveld is het hoogtepunt van de inzet van de Bank voor het
maatschappelijk middenveld en vindt plaats in combinatie met de jaarvergadering
en het bedrijfsforum van de EBWO. Het biedt een platform op hoog niveau voor de
dialoog tussen vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de
Voorzitter, de Raad van Bewindvoerders, het hoger management en het personeel
van de EBWO.
2.
Resultaten 2012
2.1.
Financieel
De Bank bleef in 2012 financieel gezond,
behield haar sterke kapitaalpositie (ten bewijze daarvan haar triple-A-rating,
met een stabiel vooruitzicht), haar hoge liquiditeitsniveaus en de onafgebroken
krachtige steun van haar aandeelhouders. De EBWO boekte een jaaromzet van 8,9 miljard
EUR via 393 individuele projecten en 72 uitstaande saldi van het
handelsfacilitatieprogramma 2012. Daar zijn ook 6 vastleggingen inbegrepen voor
181 miljoen EUR die in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied werd
gefinancierd. Deze projecten trokken extra financiering aan ter
waarde van 17,4 miljard EUR in 2012 (20,8 miljard EUR in 2011) waarbij de Bank
meteen 1,2 miljard EUR consortiumkredieten vrijmaakte (1,0 miljard EUR in 2011).
De portefeuille van investeringen van de Bank steeg eind 2012 tot 37,5 miljard
EUR (8 % meer dan in 2011). In 2012 werd 1 miljard EUR nettowinst geboekt
(in 2011 173 miljoen EUR), met name door wijzigingen in de niet-gerealiseerde
reële waarde van aandelen die gezien de volatiele aandelenmarkt in de toekomst
wellicht nog aanzienlijk zal variëren. Dit houdt in dat de reserves van de EBWO
toenamen van 7 miljard EUR in 2011 tot 7,8 miljard EUR eind 2012. In 2012 trok de Bank 6,3 miljard EUR
langetermijnfinanciering aan in haar jaarlijks programma voor het opnemen van
leningen met een gemiddelde looptijd van 4,1 jaar. De obligaties werden
uitgegeven in 12 valuta, 60 % van de totale uitgifte was in USD. Operationele en financiële resultaten en de
geografische opsplitsing van de activiteiten van de Bank, staan in bijlage 1.
2.2.
Gevolgen van de overgang
De EBWO beoordeelt ieder jaar de vooruitgang
inzake de overgang en de overblijvende problemen in 15 sectoren voor alle
landen waar de EBWO opereert. De "overgangskloven" worden beoordeeld
op basis van de veranderingen aan de marktstructuur en de instellingen die dit
moeten ondersteunen om het niveau te halen van de meest geavanceerde
markteconomieën. In 2012 werd in sommige delen van de
EBWO-regio veel vooruitgang geboekt met de democratische hervormingen, terwijl
de hervormingen in andere delen stagneerden. De vooruitgang inzake hervormingen
was het duidelijkst in de landen die een begin maakten met de democratie, zoals
Egypte en Tunesië, hoewel er wel onrusten waren en de overgang
niet in alle landen van het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied
gelijk loopt. De landen in de Westelijke Balkan bleven op het pad van de
democratische hervormingen, daarin gesteund door de integratie in de EU en de
toegenomen regionale samenwerking, hoewel populisme en interetnische spanningen
de consolidering van de democratie blijven hinderen. In Armenië, Georgië
en Moldavië werden de democratische aspiraties versterkt dankzij
eerlijke en vrije verkiezingen en de hervormingsgezinde regeringen; ook Kirgizië
en Mongolië boekten vooruitgang inzake democratisering. In de rest van de EBWO-regio waren de
democratische hervormingen minder eenduidig. In Rusland werd de
vooruitgang met bepaalde democratische hervormingen en de open
presidentsverkiezingen in maart 2012 deels teniet gedaan door andere
overheidsmaatregelen. In Oekraïne zette de selectieve toepassing van
recht en de onderdrukking van onafhankelijke media de aanzienlijke vooruitgang
van de afgelopen jaren op de helling. In de meeste andere GOS-landen
verliep de democratisering in het beste geval traag, was corruptie
wijdverspreid, was er weinig respect voor de rechtsstaat en werden de
mensenrechten geschonden. De Bank blijft erg bezorgd over het gebrek aan
democratische hervormingen in Wit-Rusland en Turkmenistan, en
behoudt haar evenwichtige strategische aanpak van haar activiteiten,
toegespitst op projecten in de particuliere sector en vooruitgang in het licht
van duidelijk omschreven beleids- en economische ijkpunten. In 2012 werd begonnen met de invoering van
economische integratie in het overgangssysteem, en in 2013 voegde de Bank nog
drie dimensies toe: genderongelijkheid, verschillen tussen steden en
plattelandsgebieden en jeugdzaken.
2.3.
Nemen van risico's
Om resultaten te boeken met haar
overgangsopdracht is de EBWO ontworpen om grotere risico's te nemen dan haar
tegenhangers in de particuliere sector. Zij wenst dit echter op een
weloverwogen en open wijze te doen. Het management licht de Raad van
Bewindvoerders regelmatig in en pleegt overleg, met name via de
kwartaalverslagen over risico's, maar ook geval per geval. De EBWO wenst haar risico's in haar kasboek
zoveel mogelijk te beperken door een hoge liquiditeit en kortetermijninvesteringen
in uitstekende instrumenten te behouden. Deze operaties worden geleid onder de
gedelegeerde autoriteit van de Raad, met strikte regels die jaarlijks worden
herzien. Anderzijds is de bankportefeuille samengesteld
om veel hogere risico's te nemen door investeringen op middellange of lange
termijn die vaak op maat gemaakt zijn of unieke producten zijn, waardoor zij in
hoge mate niet-liquide zijn. De EBWO tracht deze risico's echter te
identificeren, te meten en te structuren om ze te verminderen of te dekken
(bijvoorbeeld door uitstapmogelijkheden, controles op de uitbetalingen,
specifieke bepalingen, garanties). De investeringen van de EBWO worden
gebaseerd op markttarieven om tot een geschikt evenwicht tussen risico's en
opbrengsten te komen (waarbij er ook voor wordt gezorgd dat de EBWO de
particuliere sector niet verdringt). Een aantal wanbetalingen kan worden verwacht,
maar de EBWO wenst de verliezen zoveel mogelijk te beperken en behoudt genoeg
voorzieningen om een gezond basiskapitaal te behouden. De probleemleningen van
de EBWO waren eind 2012 erg laag, met 3,4 % van de operationele activa van de
leningenportefeuille (676 miljoen EUR). Andere risico's (waar iedere marktdeelnemer
mee te maken heeft) omvatten operationele risico's (fouten, fraude,
enz.), imagorisico's die samenhangen met de integriteit van huidige en
potentiële cliënten, en systeemrisico's (faillissement van een belangrijke
Westerse bank of een grote beleidswijziging van de US Federal Reserve).
2.4.
Geografische uitbreiding
In 2011 begon de EBWO met operaties in het zuidelijke
en oostelijke Middellandse Zeegebied via door donors gefinancierde
samenwerkingsfondsen voor de voorbereiding van projecten enz. In 2012
bekrachtigden genoeg aandeelhouders van de EBWO de wijzigingen in artikel 18
van de Overeenkomst tot oprichting van de Bank om de status van potentieel
ontvangend land toe te kennen aan Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië. Vanaf
november kon de Bank dan ook via een specifiek bijzonder investeringsfonds een
heel palet aan investeringswerkzaamheden beginnen uitvoeren in dat nieuwe
gebied (zie bijlage 2). Algemeen werd aangenomen dat deze landen in 2013-2014
volwaardige ontvangende landen zouden worden. Na een grondig debat keurden de gouverneurs in
november 2012 de toetreding van Kosovo tot de EBWO goed, waardoor Kosovo
het 60e lid werd en het 30e ontvangend land. Bij de
goedkeuring van deze resolutie werd benadrukt dat het besluit geen afbreuk deed
aan de standpunten van de individuele leden van de EBWO betreffende de status
van Kosovo.
2.5.
Nieuwe voorzitter
Tijdens de jaarvergadering in Londen in mei 2012
won Sir Suma Chakrabarti uit het Verenigd Koninkrijk de allereerste verkiezing
voor een EBWO-voorzitter; hij verving Thomas Mirow in juli. Bij zijn aantreden
ging de nieuwe voorzitter van start met een modernisering van de EBWO om de
interne werkwijze te veranderen, te komen tot zoveel mogelijk efficiëntie en zo
goed mogelijk gebruik te maken van investeringen, beleidsdialoog, technische
samenwerking en leiderschap.
3.
Bijdrage aan het ondersteunen van de doelstellingen
van de Unie (zie projectvoorbeelden in bijlage 2)
Als internationale financiële instelling legt
de EBWO verantwoording af aan zowel de EU als aan niet-EU-aandeelhouders, zij
handelt dus in overeenstemming met haar eigen unieke kader voor governance,
regelgeving en beleid. De EBWO past echter meestal EU-normen en
beleidsvereisten toe en ondersteunt deze ook, niet alleen in ontvangende landen
in de EU, maar ook in ontvangende niet-EU-landen waar de projecten en de
beleidsdialoog van de EBWO erop gericht zijn zo goed mogelijk te voldoen aan de
EU-vereisten. Niet alle EBWO-projecten voldoen van bij de start aan de
EU-vereisten, vooral door budgettaire beperkingen en de vaak grote
overgangskloof. In dergelijke gevallen moet de Raad van Bewindvoerders het
erover eens zijn af te wijken van het EBWO-beleid. De EBWO draagt hoe dan ook bij tot een aantal
externe EU-doelstellingen als bepaald in artikel 21 van het Verdrag betreffende
de Europese Unie. De EBWO verleent met name technische en financiële bijstand
ter ondersteuning van de duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en
milieugebied, de integratie van alle landen in de wereldeconomie en
het bevorderen van multilaterale samenwerking en goed mondiaal bestuur.
Door alleen te werken in landen die de beginselen aanvaarden van een
meerpartijendemocratie, pluralisme en markteconomieën draagt de EBWO ook bij
tot de ondersteuning van de democratie en de rechtsstaat. Ter ondersteuning van haar opdracht om de
overgang naar een marktgerichte economie te stimuleren, ondersteunt de EBWO
particuliere en bedrijfsinitiatieven door landen te helpen structurele en
sectorale (economische, sociale en ecologische) hervormingen door te
voeren om hen te helpen moderner te worden en volledig te integreren in
de wereldeconomie.
3.1.
Strategieën en beleid van de EBWO
In 2012 werd een nieuw beleid inzake
mijnbouwverrichtingen goedgekeurd waarin de Bank haar doelstellingen en
beginselen uiteenzet inzake het stimuleren van verantwoorde mijnbouw, in
overeenstemming met de beste internationale normen inzake milieu, gezondheid,
veiligheid en sociale aspecten (het gebruik van kolen en de winning van
fossiele brandstoffen valt onder de Energiestrategie waarover in 2013 een
raadpleging wordt gehouden). Dit beleid zit stevig verankerd in de relevante
EU-richtlijnen en gerelateerde milieunormen, met tal van verwijzingen naar
normatieve en wettelijke EU-normen op dit vlak. In 2012 werd een
derde fase van het initiatief voor hernieuwbare energie van de EBWO voor
de periode 2012-2014 goedgekeurd om zo het geslaagde werk voort te zetten
inzake het stimuleren van economische concurrentie en groei op basis van
energie-efficiëntie en een lage CO2-uitstoot. Ongeveer 2,3 miljard EUR
jaaromzet in 2012 hangt rechtstreeks samen met dit initiatief en draagt bij aan
de doelstellingen van de Bank om het aspect duurzame energie mee te nemen in 20
% van haar investeringen. In fase drie van het initiatief zullen de
activiteiten inzake energie-efficiëntie en de vermindering van de
klimaatverandering verder worden ontwikkeld en zal de nadruk ook meer komen te
liggen op aanpassing. De bedoeling is te komen tot een financiering van 4,5 à 6,5
miljard EUR en een vermindering van de CO2-uitstoot met 26 à 32 ton. Op verzoek
van de EU-vertegenwoordiging wordt fase drie verder geharmoniseerd met en
afgestemd op de klimaatplannen van de andere internationale financiële instellingen.
Een cruciale
groeisector voor de Bank is de financiering van hernieuwbare energie.
Sinds 2006 heeft de Bank 57 investeringen gedaan in projecten over windkracht,
zonne-energie, biomassa en waterkracht, en ook bijdragen gedaan aan fondsen
voor hernieuwbare energie. Alles samen investeerde de Bank ruim 2 miljard EUR
in projecten met een totale waarde van ruim 5 miljard EUR dankzij 3 miljard EUR
investeringen uit de overheids- en particuliere sector. In 2012 werd een nieuwe, op EU-milieunormen gebaseerde
strategie voor gemeente- en milieuinfrastructuur voor vijf jaar
goedgekeurd. De sector van de gemeente- en milieuinfrastructuur is van groot
belang voor de armste EBWO-ontvangende landen, en wordt gezien de grote
problemen op het vlak van overgang beschouwd als een kerndeel van de Bank. In
deze sector worden geregeld middelen verstrekt via de cofinancieringssystemen
van de EU.
3.2.
Landenstrategieën
In 2012 stelde de EBWO nieuwe
landenstrategieën voor drie jaar voor Albanië, Armenië, Estland, Litouwen,
Roemenië, Rusland, Slowakije, Tadzjikistan en Turkije op. Turkije staat op
de lijst van de Financial Action Task Force (FATF) met landen waar de wetgeving
voor de strijd tegen witwassen en de bestrijding van terrorismefinanciering in 2012
nog tekorten vertoonde; de vertegenwoordiging van de EU was dan ook essentieel
om ervoor te zorgen dat de Bank extra zorgvuldig omgaat met alle projecten waar
Turkse sponsors bij betrokken zijn. Uit de landenstrategieën voor Estland,
Litouwen en Slowakije bleek dat zij al veel vooruitgang hebben geboekt en
dat zij goed op weg zijn om los te komen van de Bank. Voor de strategie met
betrekking tot Roemenië werd benadrukt dat de EBWO de Roemeense overheid
helpt de EU-structuur- en -cohesiefondsen beter te absorberen. Over de Ruslandstrategie werden uitgebreide
onderhandelingen gevoerd, aangezien die ruim een derde van de EBWO-activiteiten
vertegenwoordigen. De bewindvoerder van de EU wenste en kreeg een geschikte
formulering over de noodzaak dat Rusland moet voldoen aan de internationale
handelsregels om lid te kunnen worden van de WTO. In het licht van een aantal
lopende handelsgeschillen tussen de EU en Rusland werd het cruciaal geacht een
duidelijke boodschap te sturen naar zowel de Russische overheid als de EBWO dat
de EBWO geen projecten moest steunen die tegen de overeengekomen handelsregels
ingaan, en dat Rusland meer inspanningen moet leveren om zich te integreren in
de wereldeconomie en verdere markthervormingen. In het kader van alle landenstrategiedocumenten
heeft de EU-bewindvoerder onderhandeld over een pakket standaardprocedures voor
het aanpakken van afwijkingen van EU-milieuvereisten op projectniveau waarvoor
duidelijke redenen moeten worden gegeven en concrete aanvullende actie nodig
is.
3.3.
Bijzondere actie voor Griekenland
Nadat de Griekse overheden in augustus 2012
verzochten om steun en samenwerking, richtte de EBWO een taskforce op om na te
gaan hoe de groei in Griekenland en de regio kon worden ondersteund met
grensoverschrijdende investeringen in infrastructuur, handelsintegratie en
ontwikkeling van regionale bedrijfsontwikkeling waarbij Griekse
dochterondernemingen worden betrokken die in Zuidoost-Europa aanwezig zijn. Na
een aantal verkennende ontmoetingen op hoog niveau met de Griekse overheden,
Griekse zakenpartners, de relevante diensten van de Europese Commissie, de
taskforce voor Griekenland en de EIB, heeft de EBWO de EIB geholpen bij het
opstellen van een programma voor handelsbevordering voor Griekenland en werden
voorbereidingen getroffen voor de start van een nieuw financieringspakket met 711
miljoen EUR voor negen Griekse dochterbanken in Bulgarije, Roemenië en Servië
om ze minder afhankelijk te maken van hun Griekse moedermaatschappij De Bank
heeft ook een aanzienlijk aantal projecten gesteund waarin Griekse
ondernemingen in Zuidoost-Europa betrokken waren.
3.4.
Europa 2020
Transacties van de EBWO zijn voornamelijk
bedoeld om de systemische economische overgang te stimuleren, en niet zozeer de
groei. Aangezien de overgang vaak een motor is voor groei, hebben de
investeringen van de EBWO een impact op de vooruitzichten van een land en
impliciet ook op het scheppen van banen en het verminderen van armoede. Een
voorbeeld hiervan is het werk dat de Bank verricht ter ondersteuning van het MKB
door kredietlijnen en technische bijstand op het vlak van bedrijfsbeheer te
verstrekken. In 2012 werden ongeveer 1500 MKB-projecten uitgevoerd. Op deze
manier draagt de EBWO bij aan de kernambities van de groeistrategie Europa 2020,
met inbegrip van slimme groei door investeringen in de kenniseconomie en
innovatie; duurzame groei door investeringen in energie-efficiëntie en
projecten voor lage CO2-uitstoot en inclusieve groei met gevolgen voor
genderongelijkheid, verschillen tussen steden en plattelandsgebieden en
uitsluiting van jongeren.
4.
Interinstitutionele samenwerking
Naast haar investeringen en haar steun voor
diversifiëring van de economie, speelt de EBWO steeds vaker een essentiële rol
bij het stimuleren van multilaterale samenwerking en goed bestuur
wereldwijd, overeenkomstig de ruimere externe doelstellingen van de EU.
De EBWO wil haar regio een stem geven op internationale fora en werkt samen met
regeringen en ondernemers om goede corporate governance en hervormingen op
beleids- en wetgevingsgebied te bevorderen.
4.1. Driepartijenmemorandum van overeenstemming tussen EC–EBWO–EIB
Aangezien de EIB en de EBWO een belangrijke
rol spelen bij het bevorderen van de Europese doelstellingen en waarden in
zowel de EU als haar buurlanden, stimuleert de Commissie actief de samenwerking
in het kader van het in maart 2011 ondertekende memorandum van overeenstemming,
dat in november 2012 is herzien in verband met de uitbreiding tot het
zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied. Bij het memorandum van overeenstemming
is een contactgroep opgericht die moet stimuleren dat er een cultuur van
regelmatige uitwisseling tot stand komt en kijkt naar
medefinancieringsmogelijkheden op basis van de comparatieve voordelen van elke
partner. Op 13 december 2012 hebben de Commissie, de Europese dienst voor
extern optreden, de EBWO en de EIB nog een ander memorandum van overeenstemming
ondertekend, dat betrekking heeft op de identificatie van relevante
investeringsprojecten in het kader van het moderniseringspartnerschap met
Rusland.
4.2. EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe
samenwerking
De EBWO heeft in de loop van 2012 deelgenomen
aan een groep van deskundigen. Naar aanleiding hiervan heeft de Commissie een
nieuw EU-platform voor gemengde mechanismen in de context van externe
samenwerking opgericht, dat op 14 december 2012 van start is gegaan. Het doel
ervan is de betrokkenheid van de EU bij een aantal financiële instellingen te
versterken en gebruik te maken van hun uitgebreide technische expertise en
comparatieve voordelen om het externe optreden van de EU te coördineren en de
impact en efficiëntie ervan te vergroten. De technische werkzaamheden voor de
analyse van gemengde mechanismen zijn begonnen. Deze omvatten goede praktijken,
bestuursstructuren en het meten en monitoren van de resultaten.
4.3.
Partnerschappen met internationale financiële
instellingen
In november 2012 zijn de EIB, de
Wereldbankgroep en de EBWO het eens geworden over een tweede gezamenlijk
IFI-actieplan voor steun aan economisch herstel en groei in Midden- en
Zuidoost-Europa. Dit biedt een financieringspakket van ruim 30 miljard EUR (en
beleidsadvies) voor de jaren 2013–2014. Het wordt Wenen II genoemd, omdat het
gebaseerd is op het “initiatief van Wenen”, een actieplan voor 2009–2010. De
directe aanleiding was de aanhoudende impact van de problemen in de eurozone op
de economieën van de EU-landen in opkomst. Het doel is de groei in de regio te
stimuleren door steun te bieden aan initiatieven van de particuliere en
openbare sector, onder meer op het gebied van infrastructuur, investeringen van
ondernemingen en de financiële sector. De EBWO zal haar steun vooral toespitsen
op de westelijke en oostelijke Balkan, de Baltische staten en de
Midden-Europese landen. Zij verwacht tot 4 miljard EUR te investeren in
leningen, kapitaal en handelsfinanciering, ondersteund met een beleidsdialoog
over herstructurering van de economie diversificatie en verbetering van de
corporate governance. Het partnerschap van Deauville is
gelanceerd door de G8 op de top van Deauville in mei 2011. Het partnerschap is
opgezet om de beleidsrespons van de G8 (op politiek, financieel en
handelsgebied) op de Arabische lente te coördineren (ook wat de inzet van de
internationale financiële instellingen en bilaterale donoren buiten de G8
betreft), met als doel de overgang naar duurzame en inclusieve groei te
ondersteunen. Een belangrijk onderdeel van de financiële pijler is de
uitbreiding van het mandaat van de EBWO tot het zuidelijke en oostelijke
Middellandse Zeegebied.
4.4.
Donorsteun
Subsidies van donoren zijn essentieel om
transitieproblemen aan te pakken in de landen waar de EBWO actief is (zie
bijlage 2). In 2012 is subsidie verleend voor programma’s en initiatieven op
vrijwel alle activiteitsgebieden van de EBWO – er is 177 miljoen EUR toegekend
aan meer dan 30 bilaterale donoren, multidonorfondsen en multilaterale
faciliteiten. Gemiddeld worden met subsidiemiddelen per jaar 500 opdrachten
voor technische bijstand en 60 opdrachten voor andere activiteiten gefinancierd.
De donorsteun is ook essentieel gebleken om de impact van de EBWO in landen in
een vroege fase van het overgangsproces te vergroten en de basis te leggen voor
succes in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied. Bijdragen
per donor (miljoen EUR) Donor || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 Bilateraal || 55,8 || 75,7 || 78,4 || 240,2 || 62,3 EU || 37,7 || 103,9 || 58,8 || 133,1 || 92,2 Multilateraal || 0,4 || 0,2 || 77,5 || 60,6 || 22,5 Andere || 0,4 || 1,6 || – || – || 0,2 SSF || 115,0 || 30,0 || 150,0 || – || – SEMED || – || – || – || 20,0 || – Totaal || 209,3 || 211,4 || 364,7 || 453,9 || 177,2 De Europese
Commissie is verreweg de grootste donor van de EBWO voor zowel technische
samenwerking als andere zaken. Meer dan een derde van de donorfinanciering voor
EBWO-projecten is afkomstig van de Commissie, en voor alle donorbijdragen ging
het in 2012 om de helft (92 miljoen EUR). De subsidiemiddelen van de EU zijn
bestemd voor alle landen en sectoren waar de EBWO actief is. De laatste jaren
worden de EU-middelen steeds vaker toegekend via regionale faciliteiten die
zijn opgezet om EU-subsidies te combineren met de financiering van
investeringen door de Europese financiële instellingen. Deze faciliteiten
omvatten de ENB-investeringsfaciliteit (NIF), de Investeringsfaciliteit
voor Centraal-Azië (IFCA) en het Investeringskader voor de Westelijke
Balkan (WBIF). In 2012 heeft de EBWO 25,7 miljoen EUR van de NIF
gemobiliseerd, 17 miljoen EUR van de IFCA en €35,2 miljoen EUR van het WBIF.
Daarnaast heeft de EBWO 21,5 miljoen EUR van het Instrument voor
pretoetredingssteun gemobiliseerd ten behoeve van projecten in Albanië en
Bosnië en Herzegovina. Ook de EBWO-projecten in de EU-lidstaten
krijgen aanzienlijke financiering uit de structuur- en cohesiefondsen.
Deze bijdragen variëren over de jaren, maar in totaal is sinds 1992 voor
EBWO-projecten ongeveer 3 miljard EUR ingezet. De EBWO is tevens een belangrijke partner
inzake nucleaire veiligheid. Zij beheert namens de Europese Unie en 29
donorregeringen zes nucleaireveiligheidsfondsen: de rekening nucleaire
veiligheid, het Fonds Inkapseling Tsjernobyl, drie internationale steunfondsen
voor buitenbedrijfstelling van nucleaire installaties en het onderdeel
kernenergie van het Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie. De Commissie is ook de leidende financier van
een aantal door de EBWO beheerde trustfondsen met meerdere donoren, zoals het
Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie (84 miljoen EUR) en het
Energie-efficiëntie- en milieupartnerschap voor Oost-Europa (40 miljoen EUR),
die investeringen in energie-efficiëntie stimuleren en het milieu en de nucleaire
veiligheid in Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne versterken. Afbeeldingen
1 en 2: Donorfinanciering EU TS = technische samenwerking Het jaarlijkse donorverslag van de EBWO geeft
nadere informatie, zoals gegevens over de maatregelen die de EBWO heeft
getroffen naar aanleiding van de strategische evaluatie van medefinanciering in
de vorm van subsidie die in 2012 is uitgevoerd. De evaluatie was de eerste
volledige herziening van het systeem voor subsidiebeheer van de EBWO sinds 1995
en bracht hervormingen die noodzakelijk waren om de groeiende en steeds
complexere subsidieportefeuille te beheren.
4.5.
Operationeel coördinatiebureau van de EBWO in
Brussel
Al sinds het begin van zijn ambtstermijn wil
EBWO-president Chakrabarti laten zien dat de relatie tussen de EU en de EBWO
van groot strategisch belang is. Hij besloot in 2012 te onderzoeken hoe de
relatie kan worden versterkt, bijvoorbeeld door in Brussel een operationeel
coördinatiebureau te openen. Met het coördinatiebureau wordt gestreefd naar
nauwere operationele betrekkingen; het is niet zozeer gericht op bestuurs- en
aandeelhouderskwesties.
5.
Bijlage 1 – Resultaten van de EBWO
5.1. Operationele resultaten 2008–2012
|| 2012 || 2011 || 2010 || 2009 || 2008 || Cumulatief 1991–2012 Aantal projecten || 393 || 380 || 386 || 311 || 302 || 3 644 Jaaromzet (miljoen EUR) || 8 920 || 9 051 || 9 009 || 7 861 || 5 087 || 78 916 Niet-EBWO-financiering (miljoen EUR) || 17 372 || 20 802 || 13 174 || 10 353 || 8 372 || 155 644 Totale projectwaarde[1] || 24 871 || 29 479 || 22 039 || 18 087 || 12 889 || 235 387
5.2. Financiële resultaten 2008–2012
miljoen EUR || 2012 || 2011 || 2010 || 2009 || 2008 Gerealiseerde winst voor het jaar Vóór waardevermindering[2] || 1 006 || 866 || 927 || 849 || 849 Netto (verlies)/winst 2012 Vóór door de Gouverneurs goedgekeurde netto-inkomsten || 1 020 || 173 || 1 377 || (746) || (602) Overgeboekte netto-inkomsten Goedgekeurd door de Gouverneurs || (190) || – || (150) || (165) || (115) Netto (verlies)/winst 2012 Na de door de Gouverneurs goedgekeurde overboeking van netto-inkomsten || 830 || – || 1 227 || (911) || (717) Volgestort kapitaal || 6 202 || 6 199 || 6 197 || 5 198 || 5 198 Reserves/ingehouden winsten || 7 808 || 6 974 || 6 780 || 6 317 || 6 552 Totaal kapitaal van de leden || 14 010 || 13 173 || 12 977 || 11 515 || 11 750
5.3. Geografische resultaten
De tabellen hieronder tonen de jaaromzet van
de EBWO in miljoenen EUR per regio en per land.
5.3.1. Kaart van de
landen waar de EBWO actief is
01 Kroatië 02 Tsjechië 03 Estland 04
Hongarije 05 Letland 06 Litouwen 07 Polen 08
Slowakije 09 Slovenië 10 Albanië 11 Bosnië
en Herzegovina 12
Bulgarije 13
Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië 14 Kosovo 15
Montenegro 16 Roemenië 17 Servië 18 Armenië 19
Azerbeidzjan 20
Wit-Rusland 21 Georgië 22 Moldavië 23 Oekraïne 24
Kazachstan 25 Kirgizië 26 Mongolië 27
Tadzjikistan 28
Turkmenistan 29
Oezbekistan 30 Rusland 31 Turkije 32 Egypte 33 Jordanië 34 Marokko
5.3.2. Midden-Europa
en Baltische staten
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012 Kroatië || 210 || 158 || 2 749 Tsjechië[3] || 0 || 0 || 1 137 Estland || 4 || 20 || 543 Hongarije || 75 || 124 || 2 663 Letland || 4 || 19 || 575 Litouwen || 37 || 2 || 640 Polen || 672 || 891 || 6 093 Slowakije || 185 || 68 || 1 787 Slovenië || 28 || 103 || 765 Totaal || 1 215 || 1 385 || 16 952
5.3.3. Zuidoost-Europa
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012 Albanië || 69 || 96 || 732 Bosnië en Herzegovina || 125 || 94 || 1 474 Bulgarije || 246 || 92 || 2 661 Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië || 157 || 220 || 1 085 Kosovo[4] || 5 || n.v.t. || 66 Montenegro || 39 || 43 || 323 Roemenië || 612 || 449 || 6 110 Servië || 269 || 533 || 3 106 Totaal || 1 522 || 1 527 || 15 557
5.3.4. Oost-Europa
en de Kaukasus
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012 Armenië || 94 || 93 || 613 Azerbeidzjan || 83 || 289 || 1 554 Belarus || 185 || 194 || 1 049 Georgië || 103 || 187 || 1 719 Moldavië || 102 || 69 || 733 Oekraïne || 934 || 1 019 || 8 148 Totaal || 1 500 || 1 851 || 13 817
5.3.5. Rusland
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012 Rusland || 2 582 || 2 928 || 22 943 Totaal || 2 582 || 2 928 || 22 943
5.3.6. Centraal-Azië
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 1991–2012 Kazachstan || 374 || 289 || 4 588 Kirgizië || 16 || 66 || 414 Mongolië || 419 || 62 || 690 Tadzjikistan || 46 || 28 || 285 Turkmenistan || 14 || 23 || 172 Oezbekistan || 2 || 3 || 741 Totaal || 871 || 470 || 6 891
5.3.7. Turkije
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief 2009−12 Turkije || 1 049 || 890 || 2 576 Totaal || 1 049 || 890 || 2 576
5.3.8. Zuidelijk en
Oostelijk Middellandse Zeegebied
Land || 2012 || 2011 || Cumulatief Egypte || 10 || n.v.t. || 10 Jordanië || 123 || n.v.t. || 123 Marokko || 23 || n.v.t. || 23 Tunesië || 25 || n.v.t. || 25 Totaal || 181 || n.v.t. || 181
6.
Bijlage 2 – Voorbeelden van projecten
6.1. Elektrificatie van het platteland in Marokko
De EBWO is in september met haar eerste
investeringen in Marokko van start gegaan. Sindsdien zijn voor zo’n 180 miljoen
EUR nieuwe projecten gefinancierd, met een accent op het midden- en
kleinbedrijf, basisinfrastructuur en de levensmiddelensector. Met financiering
van de SEMED-meerdonorenrekening, waaraan de EU ca. 20 miljoen EUR heeft
bijgedragen, zijn voorbereidingen getroffen voor een grote investering in de
Marokkaanse energie-infrastructuur, die gericht is op afgelegen dorpen en de
plattelandsbevolking die tot dusver niet of nauwelijks betrouwbare toegang had
tot elektriciteit. Aan het Office National de l’Electricité et de l’Eau Potable
is een nieuwe lening van 60 miljoen EUR aangeboden, waarmee miljoenen
Marokkanen op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten en gelijke kansen
worden geboden aan 40 000 personen in het hele land. Deze inspanningen
helpen Marokko om minder afhankelijk te worden van ingevoerde energie en duurzaamheid
te stimuleren. Ook wordt bijgedragen aan de doelstelling van de overheid om het
platteland voor 100% te elektrificeren. Met de lening wordt ook een proefproject voor
slimme meters bekostigd. Dat is vereist voor de gedecentraliseerde elektriciteitsopwekking
uit hernieuwbare energiebronnen, bijvoorbeeld door installatie van zonnepanelen
op daken.
6.2. Programma voor handelsfacilitering
Het al geruime tijd bestaande EBWO-programma
voor handelsfacilitering (TFP) is een uitstekend voorbeeld van de inspanningen
van de EBWO om landen te helpen zich open te stellen, handel te drijven en te
integreren in de wereldeconomie. Via het TFP zijn in 2012 1 870
handelstransacties met 75 banken in 16 landen gefinancierd voor een bedrag van
meer dan 1,1 miljard EUR. Ook de e-opleidingsactiviteiten van de EBWO zijn in 2012
op volle kracht doorgegaan; sinds de aanvang ervan in 2010 zijn nu meer dan 500
mensen opgeleid, waarmee is bijgedragen tot de overdracht aan bankpersoneel van
zeer noodzakelijke vaardigheden op het gebied van het beheer van allerlei
handelsfinancieringsinstrumenten ten behoeve van importeurs en exporteurs ter
plaatse.
6.3. Goud- en kopermijn van Oyu Tolgoi
Na langdurige besprekingen heeft de Raad van
Bewind van de EBWO in 2012 een bijdrage van 400 miljoen EUR goedgekeurd als
investering in het project van 19,7 miljard EUR voor de ontginning van de
koper- en goudvoorraden in Oyu Tolgoi in de Mongoolse regio Zuid-Gobi door het
bedrijf Rio Tinto. Bij het verstrekken van deze lening heeft de voorzitter die
de EU vertegenwoordigt (met steun van andere bewindvoerders) erop toegezien dat
de EBWO naar behoren rekening houdt (en rekening blijft houden) met de
milieurisico’s van het project, zoals die onder meer door maatschappelijke
organisaties naar voren zijn gebracht. Dit houdt onder meer in dat het
regelmatig wordt gemonitord en dat jaarlijks aan de Raad van Bewind verslag
wordt uitgebracht over de resultaten van een milieu- en sociale audit. De
president van de EBWO, Sir Suma Chakrabarti, heeft zijn krachtige persoonlijke
steun gegeven aan dit project, dat onderdeel is van de grootste buitenlandse
directe investering ooit in Mongolië. Verwacht wordt dat de mijn van Oyu
Tolgoi, zodra deze operationeel is, ongeveer een derde van het bruto
binnenlands product van Mongolië zal opleveren.
6.4. Energie-efficiëntie op de Balkan
De landen van de Westelijke Balkan zijn 2,5
maal zo energie-intensief als het EU-gemiddelde, vooral als gevolg van
vervallen infrastructuur en inefficiënt gebruik en distributie van energie. Een
van de prioriteiten van de EBWO in deze hele regio is het verkleinen van deze
kloof met de rest van de EU. De EBWO verstrekt via haar financieringsfaciliteit
voor duurzame energie op de Westelijke Balkan (WeBSEFF) voor in totaal 60
miljoen EUR kredieten aan lokale partnerbanken ten behoeve van leningen aan het
lokale bedrijfsleven. Technische samenwerking voor advies inzake geschikte
projecten wordt gefinancierd via het gemeenschappelijke multidonorfonds voor de
Westelijke Balkan, waarnaast uit het investeringskader van de EU voor de
Westelijke Balkan stimuleringsbetalingen aan lenende bedrijven worden
verstrekt. Dankzij deze steun kon een fabrikant van pruimenjam een nieuw op
pruimenpitten gestookt biomassaboilersysteem voor zijn fabriek installeren met
een lening van 150 000 EUR van een van de plaatselijke partnerbanken van de
EBWO. Het bedrijf kon daardoor zijn energieverbruik (en zijn kosten)
aanzienlijk verlagen.
6.5. Modernisering van het stadsvervoer in Chișinău
Het openbaar vervoer wordt in
Chișinău al sinds de Sovjettijd voornamelijk door trolleybussen
uitgevoerd, maar door de slechte staat van deze bussen vallen er steeds meer
uit. De EBWO heeft de gemeente in 2012 een lening van 5 miljoen EUR verstrekt
om 102 nieuwe, energiezuinigere voertuigen aan te schaffen, alsmede uitrusting
voor het onderhoud daarvan. De nieuwe voertuigen hebben een koolstofemissie van
nul, en het gebruik ervan is al met 30% toegenomen. De investering is mede
gefinancierd met een lening van 5 miljoen EUR van de EIB en een subsidie van 3
miljoen EUR van de ENB-investeringsfaciliteit van de EU. Het project is
onderdeel van een breed plan om de verkeerssituatie in de Moldavische hoofdstad
drastisch te verbeteren en tegelijk bij te dragen tot een gezonder milieu en
een efficiënter vervoerssysteem.
6.6. Nucleaire veiligheid — steun voor Tsjernobyl
De EU is verreweg de grootste contribuant van
het nucleaireveiligheidsfonds van de EBWO. De EU heeft sinds de start van deze
activiteit al meer dan 1,8 miljard EUR verstrekt om de nucleaire veiligheid in
het activiteitsgebied van de EBWO te vergroten: onder meer is steun verleend
aan het fonds voor de inkapseling van Tsjernobyl en het onderdeel kernenergie
van het Milieupartnerschap van de Noordelijke Dimensie. De EU heeft tevens
bijgedragen aan de financiering van de buitenbedrijfstelling van kernreactoren
in Litouwen (Ignalina), Slowakije (Bohunice) en Bulgarije (Kozloduj). Het fonds voor de inkapseling van Tsjernobyl
is in 1997 door de G7 opgezet om de locatie van de kernramp veilig te maken.
Tot dusver heeft het fonds ca. 900 miljoen EUR ontvangen, waaraan de EU een
derde heeft bijgedragen. De door de EBWO beheerde middelen worden gebruikt voor
de bouw van een meer dan 100 m hoog veiligheidsomhulsel dat de oude reactor en
de sarcofaag moet afdekken. Er zijn tevens EU-middelen verstrekt om een
faciliteit voor de tussentijdse opslag van verbruikte splijtstof te creëren.
7.
Bijlage 3 – Links naar websites
Jaarverslag van de EBWO: http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/annual.shtml Jaarlijks financieel verslag van de EBWO: http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/financial.shtml Overgangsverslag van de EBWO: http://www.ebrd.com/pages/research/publications/flagships/transition.shtml Publieksinformatiebeleid van de EBWO: http://www.ebrd.com/pages/about/policies/pip.shtml Mechanisme voor klachten over projecten: http://www.ebrd.com/pages/project/pcm/register.shtml Deze website vermeldt alle klachten en
beschikbare verslagen. Betrokkenheid van het maatschappelijk
middenveld: http://www.ebrd.com/pages/about/workwith/civil.shtml [1] De totale projectwaarde is het totaalbedrag van de voor een project
verstrekte financiering, zowel de financiering door de EBWO als die uit andere
bronnen, en wordt geboekt in het jaar waarin voor het project is getekend. De
financiering van de EBWO kan worden vastgelegd over meer dan één jaar, waarbij
de jaaromzet de EBWO-financiering per vastleggingsjaar weerspiegelt. Het
financieringsbedrag dat door anderen dan de EBWO wordt verstrekt, wordt geboekt
in het jaar waarin voor het project is getekend. [2] De gerealiseerde winst is de winst vóór de niet-gerealiseerde
reëlewaardeaanpassing van beleggingen, provisies en andere niet-gerealiseerde
bedragen. [3] De EBWO heeft sinds 2008 in Tsjechië geen nieuwe investeringen gedaan. [4] Kosovo is sinds 17 december 2012 een begunstigd land van de EBWO.