This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0570
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL AND THE COURT OF AUDITORS CONSOLIDATED ANNUAL ACCOUNTS OF THE EUROPEAN UNION - FINANCIAL YEAR 2012
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE REKENKAMER GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE - BEGROTINGSJAAR 2012
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE REKENKAMER GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE - BEGROTINGSJAAR 2012
/* COM/2013/0570 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE REKENKAMER GECONSOLIDEERDE JAARREKENING VAN DE EUROPESE UNIE - BEGROTINGSJAAR 2012 /* COM/2013/0570 final */
INHOUDSOPGAVE
Blz. NOTA BIJ DE GECONSOLIDEERDE
REKENINGEN 5 EU-BEGROTING: VAN VOORBEREIDING TOT
KWIJTING 7 DEEL I: GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE
STATEN
EN TOELICHTINGEN DAARBIJ 12 Balans 14 Staat van de financiële resultaten 15 Kasstroomoverzicht 16 Mutatieoverzicht van de nettoactiva 17 Toelichtingen bij de financiële staten 18 DEEL II: SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING
VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ 90 Resultaat
van de uitvoering van de EU-begroting en toelichtingen daarbij 95 Samengevoegde verslagen over
de uitvoering van de begroting 108
NOTA BIJ DE
GECONSOLIDEERDE REKENINGEN
De geconsolideerde jaarrekening van de
Europese Unie voor het jaar 2012 is opgesteld op basis van de inlichtingen
die de instellingen en organen overeenkomstig artikel 148, lid 2, van
het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de
Europese Unie hebben verstrekt. Ik verklaar dat de jaarrekening is opgesteld
overeenkomstig titel IX van dit Financieel Reglement en de in de
toelichtingen bij de financiële staten beschreven boekhoudbeginselen, -regels
en –methoden.
Ik heb van de rekenplichtigen van deze instellingen
en organen, die voor de betrouwbaarheid instaan, alle inlichtingen verkregen
die nodig zijn voor het opstellen van de jaarrekening die een beeld van de
activa en de passiva van de Europese Unie en de uitvoering van de begroting
geeft.
Ik verklaar dat ik op basis van deze inlichtingen
en op basis van de controles die ik noodzakelijk achtte om de jaarrekening van
de Europese Commissie te kunnen aftekenen, redelijke zekerheid heb dat de
jaarrekening in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de
vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstroom van de
Europese Unie geeft.
(getekend)
Manfred Kraff
Rekenplichtige van de
Commissie 24 juli 2013
EU-BEGROTING: VAN VOORBEREIDING TOT KWIJTING
De geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie (EU)
verstrekt informatie over de activiteiten van de instellingen, agentschappen en
andere organen van de EU gezien vanuit het standpunt van de begrotingsboekhouding
en de boekhouding op transactiebasis. Deze rekening omvat niet de jaarrekeningen van de
lidstaten. 1. JAARLIJKSE BEGROTING De EU-begroting financiert een hele
reeks beleidslijnen en programma's in de hele EU. In overeenstemming met de prioriteiten die de lidstaten in het meerjarig financier kader (MFK) hebben bepaald, voert de
Commissie specifieke programma's, activiteiten en projecten in het veld uit. Die
kunnen variëren van steun aan educatieve projecten voor de mobiliteit van
studenten en leraren, over steun aan landbouwers, over productieve
investeringen om banen te scheppen of te behouden, over ontwikkelingshulp, over
projecten die bedoeld zijn om een betere werkomgeving voor werknemers in de EU
te bevorderen tot een verbetering van de controle van de buitengrenzen. Meer dan 90 % van de EU-begroting gaat naar de
financiering van dat beleid en die activiteiten van de EU waarover alle
lidstaten het eens zijn.
Het rechtstreekse verband tussen de jaarlijkse begroting en het EU-beleid wordt
gegarandeerd via de activiteitsgestuurde begroting (activity based budgeting,
afgekort ABB). De nomenclatuur van de activiteitsgestuurde begroting maakt het
mogelijk om de beleidsterreinen van de EU duidelijk te identificeren, evenals
de totale hoeveelheid middelen die aan elk van deze terreinen wordt toegewezen. De beleidsterreinen zijn onderverdeeld in ongeveer 200 activiteiten,
waarvan er meer dan 110 beleidsbegrotingsonderdelen omvatten en dus als
begrotingshoofdstukken in de begrotingsnomenclatuur zijn opgenomen. Die beleidsterreinen zijn
hoofdzakelijk beleidsgericht, aangezien hun belangrijkste activiteiten ten
behoeve van derden worden verricht, elk binnen hun respectieve activiteitendomeinen.
Andere beleidsterreinen zijn echter van horizontale aard en zorgen voor de
goede werking van de Commissie, zoals „coördinatie en juridisch advies” en
„begroting”. De activiteitenstructuur levert het gemeenschappelijke conceptuele
kader om prioriteiten te stellen, te plannen, te begroten, te bewaken en te
rapporteren, met als hoofddoel te komen tot een efficiëntere, zuinigere en
doelmatigere aanwending van de middelen. De begroting wordt door de Commissie voorbereid en normaal
gezien midden december aangenomen door het Parlement en de Raad volgens de
procedure van artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de
EU. 2. HOE WORDT DE EU GEFINANCIERD? De EU
beschikt over twee grote financieringscategorieën: ontvangsten uit eigen middelen en
diverse ontvangsten. 2.1 Ontvangsten uit eigen middelen De ontvangsten uit eigen middelen komen automatisch toe
aan de EU om haar in staat te stellen haar begroting te financieren zonder dat
hiervoor een later besluit van nationale autoriteiten nodig is. Het totale bedrag van de vereiste
eigen middelen om de begroting te financieren wordt bepaald door de totale
uitgaven min de overige ontvangsten. Het totale bedrag aan eigen middelen mag niet meer
bedragen dan 1,23 % van het bruto nationaal inkomen (bni) van de EU. De eigen middelen kunnen worden
onderverdeeld in de traditionele eigen middelen, de eigen middelen gebaseerd op
de belasting op de toegevoegde waarde (btw) en de middelen op basis van het
bruto nationaal inkomen (bni). 2.2 Diverse ontvangsten De diverse ontvangsten als gevolg van de
activiteiten van de EU bedragen normaal gezien minder dan 10 % van de
totale ontvangsten. Het
betreft hier bv. geldboeten in mededingingszaken en invorderingsopdrachten
tegen particuliere en openbare debiteuren met betrekking tot het beheer van
EU-projecten. De betaling van geldboeten
die door het Hof van Justitie aan de lidstaten zijn opgelegd omdat zij een
bepaalde uitspraak niet naleven, vallen ook in deze categorie. Op elke schuld die niet betaald is
op de vervaldatum, dient achterstandsrente te worden betaald. Wanneer schulden van derden die
geen lidstaten zijn, onbetaald blijven, zijn de besluiten van de Commissie (en
de Raad) die tot betaling verplichten, onmiddellijk uitvoerbaar volgens de
regels voor burgerlijke procedures die van kracht zijn in het grondgebied waar
de gedwongen tenuitvoerlegging dient plaats te vinden. Tegen in gebreke blijvende
debiteuren worden door de Juridische Dienst van de Commissie met bijstand van
externe advocatenkantoren procedures ingesteld om de schuld te innen. 3. HOE DE EU-BEGROTING WORDT BEHEERD EN BESTEED 3.1 Primaire beleidsuitgaven De beleidsuitgaven van de EU bestrijken de
verschillende rubrieken van het financieel kader en nemen verschillende vormen
aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële middelen worden uitgekeerd
en beheerd. Voor de rekening 2012 deelt de Commissie haar uitgaven als
volgt in: Direct gecentraliseerd beheer: in dit geval valt de
begrotingsuitvoering rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van de diensten
van de Commissie. Indirect gecentraliseerd beheer: in dit geval vertrouwt de
Commissie taken tot uitvoering van de begroting toe aan organen van EU- of
nationaal recht, zoals de EU-agentschappen van publiekrecht of met
openbaredienstopdrachten. Gedecentraliseerd beheer: in dit geval delegeert de Commissie
bepaalde taken tot uitvoering van de begroting aan derde landen. Gedeeld beheer: in het kader van deze
beheersmethode worden bepaalde taken tot uitvoering van de begroting aan de
lidstaten gedelegeerd. De
meerderheid van de uitgaven valt onder deze beheersvorm, bv. op gebieden als
landbouwuitgaven en structurele maatregelen. Gezamenlijk beheer: in het kader van deze
methode vertrouwt de Commissie bepaalde taken tot uitvoering van de begroting
toe aan een internationale organisatie. Vanaf 2014 zullen deze indelingen wijzigen als
gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe Financieel Reglement. 3.2 De verschillende financiële spelers binnen
de Commissie Het College van leden van de Commissie neemt
gezamenlijk de politieke verantwoordelijkheid, maar oefent in de praktijk zijn
bevoegdheden om de begroting uit te voeren, niet zelf uit. Het delegeert deze taken elk jaar
aan individuele ambtenaren die verantwoording dienen af te leggen aan het
College en die onderworpen zijn aan het Financieel Reglement en het Statuut van
de ambtenaren.
De
desbetreffende personeelsleden — meestal directeurs-generaal en diensthoofden —
staan bekend als „gedelegeerde ordonnateurs”. Zij kunnen op hun beurt hun taken
in verband met de uitvoering van de begroting aan „gesubdelegeerde
ordonnateurs” delegeren. De verantwoordelijkheid van de ordonnateurs
omvat het hele beheersproces, vanaf het vaststellen wat er moet worden gedaan
om de beleidsdoelstellingen te realiseren die door de instelling zijn vastgelegd,
tot het beheren van de activiteiten die gestart zijn, zowel vanuit operationeel
als budgettair standpunt, met inbegrip van het ondertekenen van juridische
verbintenissen, het bewaken van de resultaten, het verrichten van betalingen
en, indien nodig, het innen van geld. Goed financieel beheer en verantwoordingsplicht worden
binnen elk van de diensten gewaarborgd door de controle van het beheer (in de
handen van de ordonnateurs) te scheiden van de interne controle en de controle
op het voldoen aan duidelijke internecontrolenormen (die op internationale
normen gebaseerd zijn), controles vooraf en achteraf, onafhankelijke interne
controles op basis van risicobeoordelingen en periodieke verslaglegging over de
activiteiten aan de individuele leden van de Commissie. Iedere ordonnateur dient een jaarlijks
activiteitenverslag op te stellen over de activiteiten onder zijn
verantwoordelijkheid. In dit jaarlijkse activiteitenverslag brengt hij verslag
uit over de beleidsresultaten en getuigt hij van redelijke zekerheid over het
feit dat de middelen die zijn toegekend voor de activiteiten die in zijn
verslag zijn beschreven, voor hun doel zijn aangewend overeenkomstig de
beginselen van goed financieel beheer, en dat de ingestelde controleprocedures
de nodige garanties bieden met betrekking tot de wettigheid en de regelmatigheid
van de onderliggende verrichtingen. Krachtens artikel 66 van het
Financieel Reglement neemt de Commissie een syntheseverslag over de jaarlijkse
activiteitenverslagen aan, het algemeen oordeel van de intern controleur,
waarmee de Commissie de globale politieke verantwoordelijkheid neemt voor het
beheer van de EU-begroting overeenkomstig artikel 317 van het VWEU. Dit
verslag en de jaarlijkse activiteitenverslagen kunnen worden gevonden op: http://ec.europa.eu/atwork/planning-and-preparing/synthesis-report/index_en.htm. De rekenplichtige voert de betalings- en
invorderingsopdrachten uit die zijn opgesteld door de ordonnateurs en is
verantwoordelijk voor het beheer van de kasmiddelen. Hij schrijft de
boekhoudkundige principes en methodes voor, valideert de boekhoudsystemen,
voert de boekhouding en stelt de jaarrekening van de instelling op. Voorts
dient de rekenplichtige de jaarrekening af te tekenen en daarbij te verklaren
dat die in alle materiële aspecten een getrouw beeld van de vermogenspositie,
de resultaten van de verrichtingen en de kasstroom geeft. 3.3 Verbintenis tot besteding van de EU-begroting Voordat een juridische verbintenis met een derde kan
worden aangegaan (bv. een contract of een subsidieovereenkomst), moet er in de
jaarlijkse begroting een begrotingsonderdeel zijn dat de betrokken activiteit
toestaat. Er moeten ook voldoende middelen in het begrotingsonderdeel staan om
de uitgaven te dekken. Wanneer
aan deze voorwaarden is voldaan, moeten de nodige middelen in de begroting
gereserveerd worden met behulp van een begrotingsvastlegging in het
boekhoudsysteem. Er kan geen geld worden uitgegeven van de
EU-begroting tenzij en vooraleer de ordonnateur een juridische verbintenis
heeft aangenomen. Zodra de begrotingsvastlegging is goedgekeurd, wordt
zij in het boekhoudsysteem van de begroting geregistreerd en worden de kredieten
dienovereenkomstig gebruikt. Dit heeft echter geen invloed op de algemene boekhouding (of het
grootboek), aangezien er nog geen uitgaven zijn gedaan. 3.4 Verrichten van een betaling 3.4.1 Algemene
regels Er kan geen enkele betaling verricht worden tenzij
er een begrotingsvastlegging is goedgekeurd door de ordonnateur die de
betrokken verrichting behandelt. Zodra de betaling is goedgekeurd in het boekhoudsysteem, is de
volgende stap dat de overschrijving naar de rekening van de begunstigde wordt uitgevoerd. De Commissie verricht per jaar meer
dan 1,8 miljoen betalingen. De Commissie neemt deel aan SWIFT (Society for Worldwide Interbank
Financial Telecommunication). 3.4.2 Voorfinanciering,
kostendeclaraties en subsidiabiliteit van uitgaven Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te
voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. De voorfinanciering
kan worden opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in de
desbetreffende juridische verbintenis vastgesteld. Het voorschot moet worden gebruikt
voor het doel waarvoor het in de juridische verbintenis vastgestelde periode
werd verstrekt, of worden terugbetaald. Indien de begunstigde geen subsidiabele
uitgaven doet, moet hij de voorfinanciering terugbetalen aan de EU. Voorfinancieringsbetalingen
zijn dus geen definitieve uitgaven zolang niet aan de desbetreffende
voorwaarden is voldaan, en worden daarom in de EU-balans als activa opgenomen
wanneer de eerste betaling is verricht. Het voorfinancieringsbedrag wordt
(geheel of gedeeltelijk) verminderd naarmate subsidiabele kosten worden
aanvaard of bedragen worden teruggestort. Enige tijd na de betaling van de voorfinanciering
zal het desbetreffende EU-orgaan een kostendeclaratie ontvangen, waarin wordt
gerechtvaardigd hoe het bedrag van de voorfinanciering door de begunstigde
besteed werd conform de juridische verbintenis. De frequentie waarmee deze
kostendeclaraties in de loop van het jaar worden toegezonden, hangt af van het
soort actie dat wordt gesubsidieerd en de voorwaarden. De kostendeclaraties
worden niet noodzakelijkerwijs aan het einde van het jaar toegezonden. De subsidiabiliteitscriteria zijn vastgelegd in het
basisbesluit, in de oproep tot het indienen van voorstellen, in andere
informatiedocumenten voor de begunstigden van subsidies en/of in de
contractuele bepalingen van de subsidieovereenkomst of in het subsidiebesluit. Na analyse worden de subsidiabele
bedragen als uitgaven opgenomen en wordt de begunstigde in kennis gesteld van
niet-subsidiabele bedragen. 4. OPGENOMEN EN VERSTREKTE LENINGEN De EU is krachtens uit het EU-Verdrag voortvloeiende
basisbesluiten gemachtigd om leningprogramma’s vast te stellen waarmee de
financiële middelen kunnen worden ingezet om financiële bijstand te verlenen
aan lidstaten en niet-lidstaten. Namens de EU voert de Europese
Commissie momenteel drie belangrijke programma’s uit, namelijk het Europees
financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), betalingsbalans (BB) en
macrofinanciële bijstand (MFB), in het kader waarvan zij leningen kan toekennen
en die kan financieren door de uitgifte van schuldinstrumenten op de
kapitaalmarkten of bij financiële instellingen. Omdat de aangetrokken
middelen back-to-back-verrichtingen zijn, is er geen direct effect op de
EU-begroting; vanuit juridisch standpunt blijft de schuld van de leningen de
verplichting van de EU. 5. BESCHERMING VAN DE EU-BEGROTING: FINANCIËLE
CORRECTIES EN TERUGVORDERINGEN Op grond van het Financieel Reglement en andere
geldende wetgeving, voornamelijk die op het gebied van landbouw en het
cohesiebeleid, kunnen alle uitgaven worden gecontroleerd, ook al is het jaren
geleden dat die zijn gedaan. Als er fouten, onregelmatigheden of fraude worden vastgesteld, wordt
er overgegaan tot terugvorderingen of financiële correcties. Het vaststellen en het corrigeren
van fouten, onregelmatigheden of fraude vormen de laatste fase van de
controlesystemen en zijn van wezenlijk belang om goed financieel beheer aan te
tonen. In het geval van subsidies wordt de subsidiabiliteit
van uitgaven die ten laste komen van de begroting gecontroleerd door de
desbetreffende diensten van de EU of, in het geval van gedeeld beheer, door de
lidstaten, aan de hand van de bewijsstukken die in de toepasselijke regels of
in de voorwaarden van de betrokken subsidie zijn opgelegd. Teneinde de verhouding tussen de
kosten en de baten van controlesystemen te optimaliseren, zijn de controles van
de bewijsstukken bij verzoeken om saldobetaling in direct gecentraliseerd
beheer doorgaans grondiger dan de controles van de bewijsstukken bij verzoeken
om tussentijdse betaling; bij de controles van de bewijsstukken bij verzoeken
om saldobetaling kunnen dus fouten in de tussentijdse betalingen worden
vastgesteld, die gecorrigeerd worden door de saldobetaling aan te passen. Voorts heeft de EU en/of de
lidstaat de verplichting de juistheid van de bewijsstukken te verifiëren door
tijdens of na (achteraf) de tenuitvoerlegging van de gefinancierde maatregel
ter plaatse bij de aanvrager controles te verrichten. De geldende wetgeving voorziet in
diverse procedures voor de behandeling van fouten, onregelmatigheden en fraude
die door de Commissie en door de lidstaten worden vastgesteld; nadere
informatie daarover kan in toelichting 6
bij de financiële staten worden gevonden. 6. FINANCIËLE VERSLAGLEGGING De jaarrekening van de EU bestaat uit twee
afzonderlijke doch aan elkaar gekoppelde delen: (a)
financiële
staten; (b)
verslagen
over de uitvoering van de begroting, waarin de begrotingsuitvoering in detail
wordt besproken. De
jaarrekening wordt goedgekeurd door de Commissie en wordt ter controle aan de
Rekenkamer voorgelegd en ten slotte ter kwijting aan het Europees Parlement en
de Raad. Naast
bovenvermelde jaarlijkse verslaglegging worden er ook maandelijkse verslagen
over de begrotingsuitvoering opgesteld. 6.1 Financiële staten Het is de verantwoordelijkheid van de rekenplichtige
van de Commissie om de financiële staten van de EU op te stellen en ervoor te
zorgen dat die in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de
vermogenspositie, de resultaten van de verrichtingen en de kasstroom van de EU
geven. De financiële staten worden
opgesteld volgens de EU-boekhoudregels die gebaseerd zijn op de internationaal
aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (IPSAS). Nadere informatie daarover kan in
toelichting 1 bij de financiële
staten worden gevonden. 6.2 Begrotingsrekeningen Het is de verantwoordelijkheid van de rekenplichtige
van de Commissie om de verslagen over de uitvoering van de begroting zowel op
maandelijkse als op jaarlijkse basis op te stellen. Alleen de begroting van de
Commissie bestaat uit administratieve kredieten en beleidskredieten. De overige
instellingen hebben alleen administratieve kredieten. De begroting onderscheidt nog twee
soorten kredieten:
niet-gesplitste
en gesplitste kredieten. Niet-gesplitste
kredieten zijn bestemd voor de financiering van acties die beperkt zijn tot het
jaar (en voldoen aan het jaarperiodiciteitsbeginsel). De gesplitste kredieten zijn
ingevoerd om het jaarperiodiciteitsbeginsel te verzoenen met het beheer van
meerjarenacties.
Ze zijn
bedoeld om voornamelijk meerjarige operaties te dekken. De gesplitste kredieten bestaan uit
vastleggingskredieten en betalingskredieten: –
vastleggingskredieten: dekken de totale kosten
van de juridische verbintenissen die in het begrotingsjaar zijn aangegaan voor
maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over verschillende
begrotingsjaren uitstrekt. De begrotingsvastleggingen voor acties die zich over
meer dan één begrotingsjaar uitstrekken, mogen echter door middel van
jaartranches over verschillende jaren worden gespreid; –
betalingskredieten: dekken de uitgaven die voortvloeien
uit de vastleggingen die in het begrotingsjaar en/of in vorige begrotingsjaren
zijn gedaan. Door de invoering van de gesplitste kredieten ontstond
een verschil tussen de gedane vastleggingen en de verrichte betalingen; dit verschil, de nog betaalbaar te
stellen vastleggingen, houdt verband met het tijdsverloop tussen het moment
waarop de vastleggingen worden gedaan en het moment waarop de desbetreffende
betalingen worden verricht. Het wordt RAL („reste à liquider”) genoemd. 7. CONTROLE EN KWIJTING 7.1 Controle De jaarrekening en het beheer van de middelen van de
EU worden gecontroleerd door haar externe controleur, de Europese Rekenkamer,
die een jaarverslag opstelt voor het Europees Parlement en de Raad. De belangrijkste taak van de
Rekenkamer is een externe, onafhankelijke controle te verrichten van de
jaarrekening van de EU. Als
onderdeel van haar activiteiten publiceert de Rekenkamer onder meer: (1)
een
jaarverslag over de activiteiten die gefinancierd zijn uit de algemene
begroting, met gedetailleerde opmerkingen bij de jaarrekening en de
onderliggende verrichtingen; (2)
een
oordeel, dat gebaseerd is op haar controles en in het jaarverslag gegeven wordt
in de vorm van een betrouwbaarheidsverklaring over i) de betrouwbaarheid van de
rekening en ii) de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende
verrichtingen voor wat betreft de ontvangsten die geïnd zijn van belastbare
personen en de betalingen aan eindbegunstigden; (3)
speciale
verslagen over de resultaten van controles van specifieke terreinen. 7.2 Kwijting De laatste stap van een begrotingscyclus is de
kwijting van de begroting voor een bepaald begrotingsjaar. Het Europees Parlement is de met kwijting
belaste autoriteit binnen de EU. Dit betekent dat na de controle en de voltooiing van de jaarrekening
de Raad een aanbeveling dient te doen en het Europees Parlement kwijting dient
te verlenen aan de Commissie en andere EU-organen voor de uitvoering van de
EU-begroting van het vorige begrotingsjaar. Dat besluit is gebaseerd op een
onderzoek van de jaarrekening, het jaarlijkse evaluatieverslag van de Commissie
en het jaarverslag van de Rekenkamer en de antwoorden van de Commissie, en
volgt ook op vragen en verdere informatieverzoeken aan de Commissie. De kwijting vormt het politieke aspect van de
externe controle van de uitvoering van de begroting. Het is het besluit waarmee
het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad, de Commissie (en andere EU-organen)
„ontslaat” van haar verantwoordelijkheid voor het beheer van een bepaalde
begroting door aan te geven dat die begroting ophoudt te bestaan. Deze
kwijtingsprocedure kan één van de volgende drie resultaten opleveren: het verlenen, het uitstellen of het
weigeren van de kwijting. De hoorzittingen waarbij commissarissen vragen dienen te beantwoorden
van de leden van de Commissie begrotingscontrole van het Europees Parlement
betreffende de beleidsterreinen die onder hun verantwoordelijkheid vallen, vormen
een integrerend onderdeel van de jaarlijkse kwijtingsprocedure in het Europees
Parlement. Het definitieve
kwijtingsverslag, met daarin specifieke verzoeken aan de Commissie om
maatregelen, wordt in plenaire zitting aangenomen. De aanbeveling tot kwijting van de
Raad wordt door Ecofin aangenomen. Het kwijtingsverslag van het Europees Parlement en de aanbevelingen
tot kwijting van de Raad krijgen follow-up in een jaarlijks verslag waarin de
Commissie uiteenzet welke concrete maatregelen zij heeft genomen om de
verzoeken van het Europees Parlement en de aanbevelingen van de Raad uit te
voeren. EUROPESE UNIE GECONSOLIDEERDE financiële staten EN TOELICHTINGEN DAARBIJ* BEGROTINGSJAAR 2012 *
Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken
alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn
opgeteld.
INHOUDSOPGAVE
Blz. DEEL I: GECONSOLIDEERDE
FINANCIËLE STATEN
EN TOELICHTINGEN DAARBIJ Balans 14 Staat van de
financiële resultaten 15 Kasstroomoverzicht 16 Mutatieoverzicht van de nettoactiva 17 Toelichtingen bij de
financiële staten: 18 1. Belangrijkste
gehanteerde grondslagen voor financiële
verslaglegging 19 2. Toelichtingen bij de balans 30 3. Toelichtingen bij de staat van de financiële
resultaten 51 4. Toelichtingen bij het
kasstroomoverzicht 61 5. Voorwaardelijke
activa en passiva en andere belangrijke informatieverschaffing 62 6. Bescherming van
de EU-begroting 65 7. Financiële
ondersteuningsmechanismen 74 8. Financieel
risicobeheer 80 9. Informatieverschaffing
over verbonden partijen 87 10. Gebeurtenissen na de
balansdatum 89 11. Consolidatiebereik 90 BALANS || || || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 NIET-VLOTTENDE ACTIVA Immateriële activa || 2.1 || 188 || 149 Vaste bedrijfsmiddelen || 2.2 || 5 978 || 5 071 Beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode || 2.3 || 392 || 374 Financiële activa || 2.4 || 62 311 || 43 672 Vorderingen en verhaalbare bedragen || 2.5 || 564 || 289 Voorfinanciering || 2.6 || 44 505 || 44 723 || || 113 938 || 94 278 VLOTTENDE ACTIVA || || || Voorraden || 2.7 || 138 || 94 Financiële activa || 2.8 || 1 981 || 3 721 Vorderingen en verhaalbare bedragen || 2.9 || 14 039 || 9 477 Voorfinanciering || 2.10 || 13 238 || 11 007 Geldmiddelen en kasequivalenten || 2.11 || 10 674 || 18 935 || || 40 070 || 43 234 TOTAAL ACTIVA || || 154 008 || 137 512 || || || || NIET-VLOTTENDE PASSIVA || || || Pensioenen en andere personeelsbeloningen || 2.12 || (42 503) || (34 835) Voorzieningen || 2.13 || (1 258) || (1 495) Financiële verplichtingen || 2.14 || (57 232) || (41 179) Overige verplichtingen || 2.15 || (2 527) || (2 059) || || (103 520) || (79 568) VLOTTENDE PASSIVA || || || Voorzieningen || 2.16 || (806) || (270) Financiële verplichtingen || 2.17 || (15) || (51) Crediteuren || 2.18 || (90 083) || (91 473) || || (90 904) || (91 794) TOTAAL PASSIVA || || (194 424) || (171 362) || || || NETTOACTIVA || || (40 416) || (33 850) || || || Reserve || 2.19 || 4 061 || 3 608 Bij de lidstaten op te vragen bedragen* || 2.20 || (44 477) || (37 458) NETTOACTIVA || || (40 416) || (33 850) * Het
Europees Parlement heeft op 13 december 2012 een begroting
goedgekeurd waarin is bepaald dat de verplichtingen op korte termijn van de
Unie worden betaald uit eigen middelen die in 2013 bij de lidstaten worden
geïnd of opgevraagd. Aanvullend
waarborgen de lidstaten overeenkomstig artikel 83 van het Statuut
(Verordening 259/68 van de Raad van 29 februari 1968, gewijzigd)
gezamenlijk de uitbetaling van de pensioenen. || STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN || || || || || || || miljoen EUR || Toelichting || 2012 || 2011 BELEIDSONTVANGSTEN || Ontvangsten uit eigen middelen en bijdragen || 3.1 || 130 919 || 124 677 Overige beleidsontvangsten || 3.2 || 6 826 || 5 376 || || 137 745 || 130 053 BELEIDSUITGAVEN || || || Administratieve uitgaven || 3.3 || (9 320) || (8 976) Beleidsuitgaven || 3.4 || (124 633) || (123 778) || || (133 953) || (132 754) OVERSCHOT/(TEKORT) VAN BELEIDSACTIVITEITEN || || 3 792 || (2 701) Financiële ontvangsten || 3.5 || 2 157 || 1 491 Financiële uitgaven || 3.6 || (1 942) || (1 355) Mutatie in de verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen || || (8 846) || 1 212 Aandeel in het nettotekort van gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen || 3.7 || (490) || (436) ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR || || (5 329) || (1 789) || KASSTROOMOVERZICHT || || || || || miljoen EUR || Toelichting || 2012 || 2011 Economisch resultaat van het jaar || || (5 329) || (1 789) Beleidsactiviteiten || 4.2 || || Afschrijving || || 39 || 33 Waardevermindering || || 405 || 361 (Toename)/afname leningen || || (16 062) || (27 692) (Toename)/afname vorderingen en verhaalbare bedragen || || (4 837) || 1 605 (Toename)/afname voorfinanciering || || (2 013) || (1 534) (Toename)/afname voorraden || || (44) || (3) Toename/(afname) voorzieningen || || 299 || 234 Toename/(afname) financiële verplichtingen || || 16 017 || 27 781 Toename/(afname) overige verplichtingen || || 468 || (45) Toename/(afname) crediteuren || || (1 390) || 6 944 Begrotingsoverschot van vorig jaar opgevoerd als non-cash ontvangsten || || (1 497) || (4 539) Overige non-cash mutaties || || 260 || (75) Toename/(afname) verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen || || 7 668 || (2 337) Beleggingsactiviteiten || 4.3 || || (Toename)/afname immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || || (1 390) || (693) (Toename)/afname beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode || || (18) || 118 (Toename)/afname voor verkoop beschikbare financiële activa || || (837) || (1 497) NETTOKASSTROOM || || (8 261) || (3 128) Nettotoename/(afname) geldmiddelen en kasequivalenten || || (8 261) || (3 128) Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar || 2.11 || 18 935 || 22 063 Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar || 2.11 || 10 674 || 18 935 MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA || || || || || || || miljoen EUR || || Reserves (A) || Bij de lidstaten op te vragen bedragen (B) || Nettoactiva = (A)+(B) Reëlewaarde reserve || Overige reserves || Gecumuleerd overschot/(tekort) || Economisch resultaat van het jaar BALANS OP 31.12.2010 || (61) || 3 545 || (48 163) || 17 232 || (27 447) Mutatie in de reserve Garantiefonds || || 165 || (165) || || 0 Mutaties reële waarde || (47) || || || || (47) Overige || || 2 || (30) || || (28) Toewijzing economisch resultaat 2010 || || 4 || 17 228 || (17 232) || 0 Begrotingsresultaat 2010 gecrediteerd aan de lidstaten || || || (4 539) || || (4 539) Economisch resultaat voor het jaar || || || || (1 789) || (1 789) BALANS OP 31.12.2011 || (108) || 3 716 || (35 669) || (1 789) || (33 850) Mutatie in de reserve Garantiefonds || || 168 || (168) || || 0 Mutaties reële waarde || 258 || || || || 258 Overige || || 21 || (19) || || 2 Toewijzing economisch resultaat 2011 || || 6 || (1 795) || 1 789 || 0 Begrotingsresultaat 2011 gecrediteerd aan de lidstaten || || || (1 497) || || (1 497) Economisch resultaat voor het jaar || || || || (5 329) || (5 329) BALANS OP 31.12.2012 || 150 || 3 911 || (39 148) || (5 329) || (40 416) Toelichtingen
bij de financiële staten
1. BELANGRIJKSTE
GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING
1.1 RECHTSGRONDSLA EN BOEKHOUDREGELS De boekhouding van de Europese Unie (EU) wordt
gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012
van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB L 298
van 26.10.2012) houdende vaststelling van de financiële regels van toepassing
op de algemene begroting van de Unie (hierna „het Financieel Reglement”
genoemd) en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie
van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften van dat
Financieel Reglement. Overeenkomstig artikel 143 van het Financieel
Reglement heeft de EU haar financiële staten voorbereid op grond van
boekhoudregels op transactiebasis die zijn afgeleid van de internationaal
aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (IPSAS). De door de rekenplichtige
van de Commissie vastgestelde boekhoudregels moeten worden toegepast in alle
Europese instellingen en organen die binnen het consolidatiebereik vallen en
moeten uitgroeien tot een uniform kader voor het opstellen en presenteren van
de rekeningen om tot een geharmoniseerde financiële verslaglegging en
consolidatie te komen. De rekeningen worden per kalenderjaar en in euro
gevoerd. 1.2 BOEKHOUDBEGINSELEN De financiële staten zijn bedoeld om een breed scala
van gebruikers nuttige informatie te verschaffen over de vermogenspositie, de
resultaten en de kasstromen van een bepaalde organisatie. Voor de EU als een
organisatie in de openbare sector moeten deze staten meer in het bijzonder
informatie verschaffen die nuttig is voor de besluitvorming en getuigen van de
controleerbaarheid van de organisatie met betrekking tot de middelen die aan
haar zijn toevertrouwd. Het spreekt voor zich dat dit document in die geest is
opgesteld. De globale overwegingen (of boekhoudbeginselen) die
bij de voorbereiding van de financiële staten moeten worden gevolgd, zijn
vastgesteld in EU-boekhoudregel 2 en zijn dezelfde als die welke in
IPSAS 1 zijn beschreven, namelijk: juiste weergave, transactiebasis, continuïteit,
consistentie van de presentatie, hergroepering, verrekening en vergelijkende
informatie. Bij de voorbereiding van de financiële staten
overeenkomstig bovengenoemde regels en beginselen moet het management ramingen
maken die van invloed zijn op de bedragen die worden opgegeven voor bepaalde
posten in de balans en in de staat van de financiële resultaten, alsook
informatie verschaffen over de voorwaardelijke activa en passiva. 1.3 CONSOLIDATIE Consolidatiebereik De geconsolideerde financiële staten van de EU
omvatten alle betekenisvolle entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend
(instellingen en agentschappen), geassocieerde deelnemingen en
gemeenschappelijke ondernemingen, zijnde 51 entiteiten waarover
zeggenschap wordt uitgeoefend, vijf gemeenschappelijke ondernemingen en vier
geassocieerde deelnemingen. De volledige lijst van geconsolideerde entiteiten kan worden gevonden
in toelichting 11.1. In vergelijking met 2011 is
het consolidatiebereik uitgebreid met één entiteit waarover zeggenschap wordt
uitgeoefend (een agentschap). De invloed van deze toevoegingen op de geconsolideerde financiële
staten is niet materieel. Entiteiten waarover zeggenschap
wordt uitgeoefend Het besluit een entiteit in het consolidatiebereik
op te nemen, is gebaseerd op het concept „zeggenschap”. Entiteiten waarover zeggenschap wordt
uitgeoefend, zijn entiteiten waarin de EU direct of indirect de macht heeft om
het financiële en operationele beleid te sturen teneinde voordelen uit hun
activiteiten te verwerven. Deze macht moet actueel uitoefenbaar zijn. Entiteiten waarover zeggenschap
wordt uitgeoefend, zijn volledig geconsolideerd. De consolidatie begint op de eerste
datum waarop de zeggenschap bestaat, en eindigt wanneer die zeggenschap niet
langer bestaat. De meest gebruikelijke indicatoren van zeggenschap
binnen de EU zijn de volgende: oprichting van de entiteit bij de
oprichtingsverdragen of afgeleide wetgeving, financiering van de entiteit uit
de algemene begroting, het bestaan van stemrechten in de bestuursorganen,
controle door de Europese Rekenkamer en kwijting door het Europees Parlement. Het
is duidelijk dat voor elke entiteit moet worden nagegaan of één of alle van de
bovengenoemde criteria voldoende zijn om tot zeggenschap te leiden. Vanuit deze optiek worden de EU-instellingen (met
uitzondering van de ECB) en -agentschappen (met uitsluiting van de
agentschappen van de vroegere tweede pijler) geacht onder de uitsluitende
zeggenschap van de EU te staan. Daarom zijn zij in het consolidatiebereik
opgenomen. Ook de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in liquidatie (EGKS)
wordt beschouwd als een entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend. Alle materiële verrichtingen en posities tussen
entiteiten waarover door de EU zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn buiten
beschouwing gelaten. Niet-gerealiseerde baten en verliezen op verrichtingen
tussen entiteiten zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing
gelaten. Gemeenschappelijke ondernemingen Een gemeenschappelijke onderneming is een
contractuele afspraak waarbij de EU en een of meer partijen (de „ondernemers”)
een economische activiteit aangaan waarover zij gezamenlijke zeggenschap
uitoefenen. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van
de directe of indirecte zeggenschap over een activiteit met dienstenpotentieel. Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden
verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, de eerste maal tegen kostprijs. Het
belang van de EU in de resultaten van haar onder gezamenlijke zeggenschap
staande entiteiten wordt opgenomen in de staat van de financiële resultaten van
de EU en haar belang in mutaties van de reserves in de reserves. De boekwaarde van de
gemeenschappelijke onderneming in de rekening op balansdatum wordt bepaald door
de oorspronkelijke kostprijs plus alle mutaties (verdere bijdragen, aandeel in de
economische resultaten en mutaties van de reserves, waardeverminderingen en
dividenden). Niet-gerealiseerde baten en verliezen op
verrichtingen tussen de EU en haar onder gezamenlijke zeggenschap staande
entiteit zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten. De boekhoudregels van de
gemeenschappelijke ondernemingen kunnen met betrekking tot gelijksoortige
verrichtingen en gebeurtenissen onder gelijke omstandigheden verschillen van
die van de EU. Geassocieerde deelnemingen Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarover
de EU geen zeggenschap uitoefent, doch waarin zij direct of indirect
betekenisvolle invloed uitoefent. Er wordt aangenomen dat er sprake is van
betekenisvolle invloed wanneer de EU direct of indirect 20 % of meer van
de stemrechten bezit. Participaties in geassocieerde deelnemingen worden
verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, de eerste maal tegen kostprijs. Het
aandeel van de EU in de resultaten van haar geassocieerde deelnemingen wordt
opgenomen in de staat van de financiële resultaten en haar aandeel in mutaties
van de reserves in de reserves. De boekwaarde van de geassocieerde deelneming
in de rekeningen op balansdatum wordt bepaald door de oorspronkelijke kostprijs
plus alle mutaties (verdere bijdragen, aandeel in de economische resultaten en
mutaties van de reserves, waardeverminderingen en dividenden). Uitkeringen die
van een geassocieerde deelneming worden ontvangen, verlagen de boekwaarde van
het actief. Niet-gerealiseerde baten en
verliezen op verrichtingen tussen de EU en haar geassocieerde deelnemingen zijn
niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten. De boekhoudregels van de geassocieerde deelnemingen
kunnen met betrekking tot gelijksoortige verrichtingen en gebeurtenissen onder
gelijke omstandigheden verschillen van die van de EU. Bij participaties van 20
% of meer in een durfkapitaalfonds streeft de EU er niet naar betekenisvolle
invloed uit te oefenen. Dergelijke
fondsen worden derhalve als financiële instrumenten behandeld en als voor
verkoop beschikbare financiële activa ingedeeld. Niet-geconsolideerde entiteiten
waarvan de Commissie de middelen beheert De middelen van het gemeenschappelijk stelsel van
ziektekostenverzekering voor personeelsleden van de EU, het Europees Ontwikkelingsfonds
en het Garantiefonds voor deelnemers worden namens hen door de Commissie
beheerd, maar omdat deze entiteiten niet onder zeggenschap van de EU staan,
worden zij niet in haar rekeningen geconsolideerd; nadere informatie over de
betrokken bedragen kan in toelichting 11.2
worden gevonden. 1.4 OPSTELLINGSGRONDSLAG 1.4.1 Munteenheid
en omrekeningsbeginselen Functionele en rapporteringsvaluta De financiële staten worden opgemaakt in miljoen
euro, aangezien de euro de functionele en rapporteringsvaluta van de EU is. Verrichtingen en saldi Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in
euro tegen de op de transactiedatum geldende wisselkoers. Wisselkoersbaten en -verliezen die
voortvloeien uit de afwikkeling van verrichtingen in vreemde valuta's en uit de
omrekening aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende
monetaire activa en passiva worden in de staat van de financiële resultaten
opgenomen. Er worden verschillende omrekeningsmethoden
toegepast voor de vaste bedrijfsmiddelen en de immateriële activa, die hun
waarde in euro behouden tegen de bij de aankoop geldende koers.
De saldi aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire
activa en passiva worden omgerekend in euro tegen de op 31 december
geldende wisselkoersen: Wisselkoersen met de euro Valuta || 31.12.2012 || 31.12.2011 || Valuta || 31.12.2012 || 31.12.2011 BGN || 1,9558 || 1,9558 || PLN || 4,0740 || 4,4580 CZK || 25,1510 || 25,7870 || RON || 4,4445 || 4,3233 DKK || 7,4610 || 7,4342 || SEK || 8,5820 || 8,9120 GBP || 0,8161 || 0,8353 || CHF || 1,2072 || 1,2156 HUF || 292,3000 || 314,5800 || JPY || 113,6100 || 100,2000 LVL || 0,6977 || 0,6995 || USD || 1,3194 || 1,2939 LTL || 3,4528 || 3,4528 || || || Veranderingen in de reële waarde van monetaire, in
vreemde valuta’s luidende financiële instrumenten die als beschikbaar voor
verkoop staan aangemerkt, die verband houden met een onderscheid gemaakt in
omrekeningsverschillen, worden opgenomen in de staat van de financiële
resultaten. Omrekeningsverschillen betreffende niet-monetaire financiële activa en
passiva die tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening zijn gewaardeerd, worden opgenomen in de staat van de financiële
resultaten. Omrekeningsverschillen
betreffende niet-monetaire financiële instrumenten die als beschikbaar voor
verkoop staan aangemerkt, worden opgenomen in de reëlewaardereserve. 1.4.2 Gebruik van
ramingen Overeenkomstig de IPSAS en algemeen aanvaarde
boekhoudbeginselen bevatten de financiële staten onvermijdelijk bedragen die
steunen op ramingen en veronderstellingen die op basis van de meest betrouwbare
beschikbare informatie door het management zijn gedaan. Belangrijke ramingen
betreffen onder andere, maar niet uitsluitend de bedragen voor verplichtingen
inzake personeelsbeloningen, voorzieningen, financiële risico's verbonden aan
voorraden en vorderingen, toegerekende baten en lasten, voorwaardelijke activa
en passiva en waardeverminderingen van immateriële activa en vaste
bedrijfsmiddelen. De werkelijke bedragen kunnen van deze ramingen afwijken. Veranderingen in ramingen worden
weergegeven in de periode waarin zij bekend worden. 1.5 BALANS 1.5.1 Immateriële
activa Aangekochte licenties voor computersoftware worden
geboekt tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en
waardeverminderingsverliezen. De activa worden lineair afgeschreven over hun geraamde
nuttige levensduur. Intern geproduceerde immateriële activa worden in de staat
van de financiële resultaten opgenomen, als zij aan de relevante criteria van
de EU-boekhoudregels voldoen. De opneembare kosten omvatten alle direct
toerekenbare kosten die nodig zijn om het actief te creëren, te produceren en
voor te bereiden zodat het kan worden gebruikt op de manier die het management
beoogt. De kosten voor onderzoeksactiviteiten en de
niet-opneembare kosten voor ontwikkeling en onderhoud worden als uitgaven geboekt
wanneer zij zich voordoen. 1.5.2 Vaste
bedrijfsmiddelen Alle vaste bedrijfsmiddelen worden geboekt tegen
historische kostprijs verminderd met afschrijvingen en
waardeverminderingsverliezen. De historische kostprijs omvat uitgaven die direct aan de aanschaf of
de bouw van het actief kunnen worden toegerekend. De daarna gemaakte kosten worden, naargelang het
geval, slechts in de boekwaarde van het actief opgenomen of als afzonderlijk
actief geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de daaruit in de toekomst
voortkomende economische baten of het daaruit voortkomende dienstenpotentieel
aan de EU zullen toevloeien en de kosten op betrouwbare wijze kunnen worden
gemeten. De herstel- en onderhoudskosten worden in de staat van de financiële
resultaten geboekt tijdens de begrotingsperiode waarin zij zich voordoen. Op terreinen en kunstwerken worden geen
afschrijvingen toegepast, aangezien ervan wordt uitgegaan dat zij een
onbeperkte levensduur hebben. Activa in aanbouw worden niet afgeschreven,
aangezien deze activa nog niet beschikbaar zijn voor gebruik. De afschrijvingen op andere activa
worden voor de toerekening van de kosten aan de restwaarde over hun geraamde
levensduur als volgt berekend volgens de lineaire methode: Type actief || Lineair afschrijvingspercentage Gebouwen || 4% Installaties, machines en werktuigen || 10% tot 25% Meubilair || 10% tot 25% Vast materieel || 10% tot 33% Voertuigen || 25% Computerhardware || 25% Overige materiële activa || 10% tot 33% Baten en verliezen van vervreemdingen worden bepaald
door de opbrengsten verminderd met de verkoopkosten te vergelijken met de
boekwaarde van het verkochte actief. Zij worden in de staat van de financiële
resultaten opgenomen. Leaseovereenkomsten Leases van materiële activa waarbij de EU in wezen
alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen heeft, worden ingedeeld als
financiële leases.
Financiële
leases worden gekapitaliseerd bij het begin van de leaseovereenkomst tegen de
reële waarde van het geleasede actief of de huidige waarde van de minimale
leasebetalingen, afhankelijk van welke waarde de laagste is. Elke leasebetaling wordt zo over de
financierings- en andere lasten verdeeld dat een constante spreiding van het
uitstaande financieringssaldo wordt verkregen. De huurverplichtingen, zonder
financieringslasten, worden opgenomen onder overige verplichtingen (vlottend en
niet-vlottend).
Het
rentebestanddeel van de financieringslasten wordt gespreid over de leaseperiode
in de staat van de financiële resultaten opgenomen, zodat voor elke periode een
constante periodieke rente over het resterende saldo van de verplichting wordt
verkregen De via financiële lease
verkregen activa worden afgeschreven over de levensduur van het actief of de
leaseperiode, afhankelijk van welke periode het kortst is. Leases waarbij de leasegever een significant deel
van de aan eigendom verbonden risico's en voordelen behoudt, worden als
operationele leases ingedeeld. Betalingen in verband met operationele leases worden lineair over de
leaseperiode aan de staat van de financiële resultaten toegerekend. 1.5.3 Waardevermindering
van niet-financiële activa Op activa zonder beperkte levensduur worden geen
afschrijvingen/waardeverminderingen toegepast; zij worden jaarlijks op
waardevermindering beoordeeld. Activa waarop afschrijvingen/waardeverminderingen
worden toegepast, worden op waardevermindering gecontroleerd telkens als er op
grond van gebeurtenissen of veranderde omstandigheden aanleiding is om te
veronderstellen dat de boekwaarde niet realiseerbaar is. Een waardeverminderingsverlies is
het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde
overtreft. De realiseerbare waarde is de reële waarde van een actief verminderd
met de verkoopkosten of de gebruikswaarde ervan, afhankelijk van welke waarde
het hoogst is. De restwaarde en de nuttige levensduur van de
immateriële activa en de vaste bedrijfsmiddelen worden ten minste éénmaal per
jaar beoordeeld en zo nodig aangepast. De boekwaarde van een actief wordt onmiddellijk verminderd
tot de realiseerbare waarde indien de boekwaarde groter is dan de geraamde
realiseerbare waarde. Indien
de gronden voor waardeverminderingen waarmee tijdens de vorige jaren rekening
is gehouden, niet langer gelden, worden de waardeverminderingsverliezen dienovereenkomstig
teruggeboekt. 1.5.4 Beleggingen Participaties in geassocieerde
deelnemingen en belangen in gemeenschappelijke ondernemingen Participaties in geassocieerde deelnemingen en
belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden verwerkt volgens de
vermogensmutatiemethode. De kosten van de aandelen worden aangepast volgens het
aandeel in de toe- of de afnames in de nettoactiva van de geassocieerde
deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen die na de eerste boeking aan
de EU kunnen worden toegeschreven, indien er aanwijzingen van
waardeverminderingen bestaan en indien nodig afgeschreven tot de laagst
mogelijke realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde wordt bepaald zoals
beschreven in toelichting 1.5.3.
Indien de grond voor waardevermindering later niet meer geldt, wordt het
waardeverminderingsverlies teruggeboekt tot de boekwaarde die zou zijn bepaald
als er geen waardeverminderingsverlies was geboekt. Beleggingen in durfkapitaalfondsen Investeringen in durfkapitaalfondsen worden
ingedeeld als voor verkoop beschikbare financiële activa (zie toelichting 1.5.5) en worden bijgevolg geboekt tegen reële
waarde met verwerking in de reëlewaardereserve van baten en verliezen ingevolge
veranderingen in de reële waarde (inclusief omrekeningsverschillen). Omdat zij niet op een actieve markt zijn genoteerd,
worden de beleggingen in durfkapitaalfondsen post voor post gewaardeerd tegen
kostprijs of toerekenbare intrinsieke waarde („net asset value” of „NAV”),
afhankelijk van welke waarde het laagst is. Niet-gerealiseerde baten die
voortvloeien uit de waardering van de reële waarde worden opgenomen via de
reserves en niet-gerealiseerde verliezen worden getoetst op waardevermindering,
teneinde te bepalen of zij als waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in
de staat van de financiële resultaten of als veranderingen in de
reëlewaardereserve. 1.5.5 Financiële
activa Indeling De EU deelt haar financiële activa in de volgende
categorieën in:
financiële
activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in
de winst-en-verliesrekening; leningen en vorderingen; tot einde looptijd aangehouden beleggingen; en voor verkoop beschikbare
financiële activa.
De indeling
van de financiële instrumenten wordt bepaald bij de eerste opname en op elke
balansdatum herbekeken. (i) Financiële activa gewaardeerd
tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening Financiële activa worden in deze categorie ingedeeld
als zij hoofdzakelijk zijn verworven om op korte termijn te worden verkocht of
als zij als zodanig door de EU zijn aangewezen. Derivaten worden ook in deze
categorie ingedeeld. Activa in deze categorie worden ingedeeld als vlottende
activa indien verwacht wordt dat zij binnen de twaalf maanden na de balansdatum
zullen worden gerealiseerd. (ii) Leningen en vorderingen Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide
financiële activa met vaste of voorzienbare betalingen die niet op een actieve
markt zijn genoteerd. Zij ontstaan wanneer de EU rechtstreeks aan een debiteur
geld, goederen of diensten verstrekt zonder de bedoeling de vordering te
verhandelen. Zij worden onder de
niet-vlottende activa opgenomen, behalve die met vervaldatum binnen de twaalf
maanden na de balansdatum. (iii) Tot einde looptijd aangehouden
beleggingen Tot einde looptijd aangehouden beleggingen zijn
niet-afgeleide financiële activa met vaste of te verwachten betalingen en vaste
vervaldagen, die de EU voornemens en bij machte is om tot het einde van de
looptijd aan te houden. De
EU had in dit begrotingsjaar geen beleggingen van deze categorie. (iv) Voor verkoop beschikbare
financiële activa Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn
niet-afgeleide instrumenten die in deze categorie zijn ingedeeld of die niet in
een van de andere categorieën zijn ingedeeld. Zij worden opgenomen onder de
vlottende of niet-vlottende activa, naargelang de termijn waarbinnen de EU
verwacht om ze van de hand te doen, wat doorgaans de resterende looptijd is op
de balansdatum.
Beleggingen in
niet-geconsolideerde entiteiten en andere beleggingen in aandelen (bv.
durfkapitaalverrichtingen) die niet volgens de vermogensmutatiemethode worden
verwerkt, worden ook als voor verkoop beschikbare financiële activa ingedeeld. Eerste opname en waardering Aan- en verkopen van financiële activa gewaardeerd
tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening, tot einde looptijd aangehouden beleggingen en voor
verkoop beschikbare financiële activa worden opgenomen op de transactiedag, de dag
waarop de EU tot de aankoop of de verkoop van het actief overgaat. Leningen
worden opgenomen wanneer geld wordt uitbetaald aan de leningnemer. Financiële
instrumenten worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde. In
het geval van financiële activa die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, wordt de
reële waarde bij de eerste opname met de transactiekosten vermeerderd. Financiële activa
gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de
winst-en-verliesrekening worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde en
de transactiekosten worden onder de uitgaven opgenomen in de staat van de financiële
resultaten. De reële waarde van een financieel actief bij de
eerste opname is gewoonlijk de transactieprijs (d.w.z. de reële waarde van de
ontvangen vergoeding). Wanneer een langlopende lening echter renteloos of tegen
een rentevoet beneden de marktvoorwaarden wordt verstrekt, kan de reële waarde
worden geraamd als de contante waarde van alle toekomstige ontvangsten van
kasmiddelen, verdisconteerd met de geldende marktrentevoet voor een
vergelijkbaar instrument met een vergelijkbare kredietrating. Leningen die uit geleende middelen worden verstrekt,
worden gewaardeerd tegen hun nominale bedrag, dat geacht wordt de reële waarde
van de lening te zijn. De
redenen hiervoor zijn de volgende: –
De
„marktomgeving” waarin de EU leningen opneemt, is zeer specifiek en verschilt
van de kapitaalmarkt die wordt gebruikt om bedrijfs- of staatsobligaties uit te
geven. Omdat de leners op deze
markten uit verschillende beleggingen kunnen kiezen, wordt de
opportuniteitskost in de marktprijzen verrekend. De EU kan echter niet uit
verschillende beleggingen kiezen, omdat zij geen geld mag beleggen op de
kapitaalmarkten.
Zij neemt
alleen leningen op om leningen te verstrekken tegen hetzelfde tarief. Dit betekent dat de EU voor de
geleende bedragen niet over alternatieve leningen of beleggingen beschikt. Er is dus geen opportuniteitskost
en derhalve geen grondslag voor vergelijking met de markttarieven. De leningsoperatie van de EU vormt
op zichzelf de markt. Omdat
de „optie” van de opportuniteitskost niet van toepassing is, weerspiegelt de
marktprijs niet correct het wezen van de leningstransacties van de EU. Daarom is het niet aangewezen om de
reële waarde van de door de EU opgenomen leningen te bepalen door naar
bedrijfs- of staatsobligaties te verwijzen. –
Aangezien
er geen actieve markt of soortgelijke transacties zijn om mee te vergelijken,
moet de rentevoet die de EU moet gebruiken om de reële waarde van haar
leningsoperaties in het kader van het Europees financieel
stabilisatiemechanisme of betalingsbalans of van soortgelijke leningen te
bepalen, de aangerekende rentevoet zijn. –
Daarnaast
is er voor deze leningen het effect van compensatie tussen de opgenomen en de
verstrekte leningen, omdat het om back-to-back-verrichtingen gaat. De werkelijke rentevoet van de
verstrekte lening is gelijk aan de rentevoet waartegen de lening wordt opgenomen. De transactiekosten van de EU die
aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in
de staat van de financiële resultaten opgenomen. Financiële instrumenten worden uitgeboekt wanneer de
rechten op kasstromen uit de beleggingen zijn vervallen of zijn overgedragen en
de EU in wezen alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen heeft
overgedragen. Waardering na eerste opname (i) Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde
met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden
vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als
gevolg van veranderingen in de reële waarde van de categorie „financiële
instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van
waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening” worden opgenomen in de
economische resultatenrekening van de periode waarin zij zich voordoen. (ii) Leningen en vorderingen en tot einde looptijd
aangehouden beleggingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis
van de effectieverentemethode. In het geval van leningen die verstrekt worden uit geleende middelen,
wordt dezelfde effectieverentemethode op beide leningen toegepast, aangezien
deze leningen de kenmerken hebben van back-to-back-verrichtingen en de verschillen
tussen de voorwaarden van beide leningen niet materieel zijn. De transactiekosten van de EU die
aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in
de staat van de financiële resultaten opgenomen. (iii) Tot einde looptijd aangehouden beleggingen –
De EU heeft momenteel geen tot einde looptijd aangehouden beleggingen. (iv) Voor verkoop beschikbare financiële activa
worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van
veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare activa worden
opgenomen in de reëlewaardereserve. Wanneer activa die als voor verkoop beschikbare financiële activa zijn
ingedeeld, worden verkocht of in waarde worden verminderd, worden de voordien
in de reëlewaardereserve opgenomen gecumuleerde waardeaanpassingen opgenomen in
de staat van de financiële resultaten. Rente over voor verkoop beschikbare financiële activa die
volgens de effectieverentemethode is berekend, wordt in de staat van de financiële
resultaten opgenomen. Dividenden
op voor verkoop beschikbare vermogensinstrumenten worden opgenomen wanneer het
recht van de EU om de betaling te ontvangen is vastgesteld. De reële waarden van op actieve markten genoteerde
beleggingen is gebaseerd op de actuele biedkoers. Indien de markt voor een financieel
actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), stelt de EU een reële
waarde vast met gebruikmaking van waarderingstechnieken. Daarbij gaat het onder meer om het
gebruik van recente, vergelijkbare zakelijke verrichtingen als
vergelijkingsbasis, vergelijking met de actuele marktwaarde van een ander
instrument dat in wezen hetzelfde is, contantewaardeberekeningen en
optiewaarderingsmodellen en andere courant door marktdeelnemers gebruikte
waarderingstechnieken. Wanneer de reële waarde van beleggingen in
vermogensinstrumenten die niet op een actieve markt zijn genoteerd, niet op
betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, worden de betrokken beleggingen
gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met waardeverminderingsverliezen. Waardevermindering van financiële
activa De EU gaat op elke
balansdatum na of er objectief bewijs voorhanden is om te besluiten dat de
waarde van een financieel actief verminderd is. De waarde van een
financieel actief is verminderd en er worden waardeverminderingsverliezen
geleden als, en alleen dan, er objectief bewijs voorhanden is van een
waardevermindering als gevolg van gebeurtenissen na de eerste opname van het
actief die een weerslag hebben op de op betrouwbare wijze geraamde toekomstige kasstromen
van dat financieel actief. (a) Activa gewaardeerd tegen
geamortiseerde kostprijs Indien er objectief bewijs voorhanden is dat een
waardeverminderingsverlies is geleden op leningen, vorderingen of tot einde
looptijd aangehouden beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs zijn
gewaardeerd, is het bedrag van dat verlies het verschil tussen de boekwaarde
van het actief en de contante waarde van geraamde toekomstige kasstromen
(exclusief toekomstige kredietverliezen), verdisconteerd met de oorspronkelijke
effectieve rentevoet van het financiële instrument (realiseerbare waarde). De
boekwaarde van het actief wordt verlaagd en het bedrag van het verlies wordt
opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Indien een lening of tot einde
looptijd aangehouden belegging een variabele rente draagt, is de
disconteringsvoet voor het bepalen van een eventueel waardeverminderingsverlies
de actuele effectieve rentevoet bepaald op basis van het contract. In de berekening van de contante
waarde van geschatte toekomstige kasstromen van een financieel actief tegen
onderpand wordt rekening gehouden met de kasstromen die uit executie kunnen
voortvloeien, verminderd met de kosten van het verwerven en verkopen van het
onderpand, ongeacht of executie waarschijnlijk is. Indien in een volgende periode het
bedrag van de bijzondere waardeverminderingen afneemt en de daling objectief in
verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de afboeking,
wordt de afboeking van het financieel actief teruggeboekt via de staat van de financiële
resultaten. (b) Activa gewaardeerd tegen reële
waarde In het geval van als voor verkoop beschikbare
financiële activa ingedeelde beleggingen in eigenvermogensinstrumenten wordt
rekening gehouden met een significante of blijvende (aanhoudende) afname van de
reële waarde van het instrument beneden de kostprijs om te bepalen of er sprake
is van een waardevermindering. Indien dergelijk bewijs aanwezig is met betrekking tot voor verkoop
beschikbare financiële activa wordt het gecumuleerde verlies – gewaardeerd als
het verschil tussen de verwervingsprijs en de actuele reële waarde verminderd
met eventuele eerder in de staat van de financiële resultaten opgenomen
waardeverminderingsverliezen op die activa - uit de reserves verwijderd en in
de staat van de financiële resultaten opgenomen. In de staat van de financiële
resultaten opgenomen waardeverminderingsverliezen worden niet teruggeboekt via
de staat van de financiële resultaten. Indien in een latere periode de reële waarde van een
schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar financieel actief is
ingedeeld, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met
een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, dient het verlies te
worden teruggeboekt via de staat van de financiële resultaten. 1.5.6 Voorraden Voorraden worden gewaardeerd tegen kostprijs of de
realiseerbare nettowaarde, afhankelijk van welke waarde het laagst is. De kostprijs wordt bepaald aan de
hand van de FIFO-methode (first in, first out). De kosten van afgewerkte goederen
en werk in uitvoering omvatten de grondstoffen, directe arbeidskosten, andere
directe kosten en gerelateerde indirecte productiekosten (gebaseerd op de
normale bedrijfscapaciteit). De realiseerbare nettowaarde is de geraamde verkoopprijs in het gewone
zakelijke verkeer, verminderd met de afwerkings- en verkoopkosten. Wanneer de voorraden worden
aangehouden voor distributie zonder kosten of tegen een nominaal bedrag, worden
zij gewaardeerd tegen kostprijs of tegen de actuele vervangingswaarde. De actuele vervangingswaarde is wat
de EU zou moeten betalen om het actief op de verslagdatum aan te schaffen. 1.5.7 Voorfinanciering Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te
voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. De voorfinanciering kan worden
opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in de
desbetreffende voorfinancieringsovereenkomst is vastgesteld. Het voorschot wordt terugbetaald of
gebruikt voor het doel waarvoor het gedurende de in de overeenkomst
vastgestelde periode is verstrekt. Indien de begunstigde geen subsidiabele uitgaven doet, moet hij de
voorfinanciering aan de EU terugbetalen. Het voorfinancieringsbedrag wordt (geheel of gedeeltelijk)
verminderd naarmate subsidiabele kosten worden aanvaard (die als een uitgave
worden opgenomen) en bedragen worden teruggestort. Aan het einde van het jaar uitstaande
voorfinancieringen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijk uitbetaalde
bedrag minus: teruggestorte bedragen, afgewikkelde subsidiabele bedragen,
geraamde subsidiabele bedragen die aan het einde van het jaar nog niet zijn
afgewikkeld, en waardeverminderingen. Rente op voorfinanciering wordt opgenomen wanneer
zij verworven is volgens de bepalingen van de overeenkomst. Aan het einde van het jaar wordt op
basis van de meest betrouwbare informatie een raming van de aan de periode
toerekenbare renteopbrengsten gemaakt, die in de balans wordt opgenomen. 1.5.8 Vorderingen Vorderingen worden gewaardeerd tegen het
oorspronkelijke bedrag minus waardeverminderingen. Er wordt een waardevermindering op
vorderingen geboekt wanneer er objectief bewijs bestaat dat de EU niet alle
volgens de oorspronkelijke voorwaarden verschuldigde bedragen zal kunnen innen. De waardevermindering is het verschil
tussen de boekwaarde van het actief en het realiseerbare bedrag. De waardevermindering wordt
opgenomen in de staat van de financiële resultaten. Daarnaast wordt op basis van
vroegere ervaringen een algemene waardevermindering opgenomen voor uitstaande
invorderingsopdrachten waarvoor nog geen specifieke waardevermindering is
toegepast (zie toelichting 1.5.14
betreffende de behandeling van aan de periode toerekenbare ontvangsten aan het
einde van het jaar). 1.5.9 Geldmiddelen
en kasequivalenten Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële
instrumenten en worden gedefinieerd als vlottende activa. Zij omvatten liquide
middelen, bij banken opvraagbare deposito's, andere kortlopende, zeer liquide
beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden en
bankvoorschotten in rekening-courant. 1.5.10 Pensioenen
en andere personeelsbeloningen Pensioenverplichtingen Bij de EU worden toegezegd-pensioenregelingen
gebruikt. Ofschoon de personeelsleden
van hun salaris een derde van de verwachte kosten van deze beloningen betalen,
is er geen kapitaaldekking van de verplichting. De in de balans opgenomen
verplichting in verband met de toegezegd-pensioenregeling is de contante waarde
van de toegezegde pensioenen op de balansdatum. De pensioenverplichtingen worden
berekend door actuarissen volgens de methode op basis van opgebouwde rechten
(projected unit credit method). De contante waarde van de pensioenverplichtingen wordt bepaald door
verrekening van de geraamde toekomstige betalingen met de rente op
staatsobligaties luidend in de valuta waarin het pensioen zal worden uitbetaald
en met een looptijd die vergelijkbaar is met die van de overeenkomstige
pensioenverplichting. Actuariële winsten en verliezen uit
ervaringsaanpassingen en veranderingen in actuariële veronderstellingen worden
onmiddellijk in de staat van de financiële resultaten opgenomen. Kosten na pensionering
worden onmiddellijk in de staat van de financiële resultaten opgenomen, tenzij
werknemers gedurende een bepaalde periode (de wachtperiode) in dienst moeten
blijven voordat veranderingen in de pensioenregeling effectief worden. In
dat geval worden de kosten na pensionering lineair afgeschreven gedurende de
wachtperiode. Ziektekosten na tewerkstelling De EU biedt haar personeelsleden verstrekkingen in
verband met de gezondheid aan via de terugbetaling van medische uitgaven. Voor de dagelijkse administratie is
een afzonderlijk fonds opgericht. Zowel personeelsleden als gepensioneerden, weduwen en weduwnaars en
hun begunstigden komen voor het stelsel in aanmerking. De voordelen die aan „inactieven”
worden toegekend (gepensioneerden, wezen enz.) worden als „personeelsbeloningen
na tewerkstelling” ingedeeld. Gelet op de aard van deze voordelen is een actuariële berekening
aangewezen. De verplichting in de
balans is bepaald op een soortgelijke grondslag als die voor de
pensioenverplichtingen (zie hierboven). 1.5.11 Voorzieningen Voorzieningen worden opgenomen wanneer de EU een
bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting tegenover derden
heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het zeer waarschijnlijk is
dat een uitstroom van middelen nodig zal zijn om de verbintenis af te wikkelen
en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geraamd. Voor toekomstige exploitatieverliezen moeten geen voorzieningen
worden opgenomen. Het bedrag van de voorziening is de beste raming van de
uitgaven die naar verwachting nodig zullen zijn om de huidige verbintenis op de
verslagdatum af te wikkelen. Indien de te waarderen voorziening een groot
aantal posten omvat, wordt de verbintenis geraamd door alle mogelijke
resultaten af te wegen volgens de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen
voordoen. 1.5.12 Financiële
verplichtingen Financiële verplichtingen worden ingedeeld als
financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van
waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening of als financiële
verplichtingen die tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd zijn (opgenomen
leningen). Opgenomen leningen omvatten
leningen van kredietinstellingen en in een waardepapier belichaamde schulden. Zij worden de eerste maal opgenomen
tegen reële waarde, zijnde de opbrengsten van de emissie (reële waarde van de
ontvangen vergoeding), verminderd met de transactiekosten, en vervolgens gewaardeerd
tegen de geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode; verschillen tussen de opbrengsten
verminderd met de transactiekosten en de aflossingswaarde worden gedurende de
looptijd van de leningen opgenomen in de staat van de financiële resultaten met
gebruikmaking van de effectieverentemethode. Zij worden onder de niet-vlottende activa opgenomen,
tenzij de looptijd binnen de twaalf maanden na de balansdatum verstrijkt. In
het geval van leningen die uit geleende middelen worden verstrekt, mag de
effectieverentemethode om materialiteitsoverwegingen niet afzonderlijk voor
opgenomen en verstrekte leningen worden toegepast. De transactiekosten van de
EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden
direct in de staat van de financiële resultaten opgenomen. Financiële verplichtingen die zijn ingedeeld tegen
reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de
winst-en-verliesrekening omvatten derivaten wanneer hun reële waarde negatief
is. Zij worden boekhoudkundig
op dezelfde manier verwerkt als financiële activa gewaardeerd tegen reële
waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening
(zie toelichting 1.5.5). 1.5.13 Crediteuren Een aanzienlijk bedrag van de te betalen posten van
de EU heeft geen betrekking op de aanschaf van goederen of diensten. Het
betreft daarentegen onbetaalde kostendeclaraties van begunstigden van subsidies
of van andere vormen van EU-financiering. Zij worden geregistreerd als crediteuren voor het gevraagde
bedrag wanneer de kostendeclaratie wordt ontvangen. Na verificatie en aanvaarding van
de subsidiabele kosten, worden de crediteuren gewaardeerd tegen het aanvaarde
en subsidiabele bedrag. Te betalen posten die voortvloeien uit de aanschaf
van goederen en diensten worden bij ontvangst van de factuur opgenomen voor het
oorspronkelijke bedrag en de overeenkomstige uitgaven worden in de boeken
opgenomen wanneer de goederen of diensten worden geleverd en door de EU worden
aanvaard. 1.5.14 Overlopende
posten Overeenkomstig de boekhoudregels van de EU worden
transacties en gebeurtenissen in de financiële staten opgenomen in de periode
waarop zij betrekking hebben. Aan het einde van de boekhoudkundige periode
worden de toegerekende uitgaven opgenomen tegen het geraamde bedrag van de voor
de periode verschuldigde overdracht. De berekening van de toegerekende uitgaven gebeurt volgens
gedetailleerde operationele en praktische richtsnoeren die zijn gepubliceerd
door de Commissie en die tot doel hebben te waarborgen dat de financiële staten
een getrouw beeld geven. Ook baten worden geboekt in de periode waarop zij
betrekking hebben.
Wanneer er aan
het einde van het jaar geen factuur is opgesteld en de dienst is verstrekt of
de goederen zijn geleverd door de EU of er een contractuele overeenkomst
bestaat (bv. op grond van een verdrag) worden de aan de periode toerekenbare
inkomsten in de financiële staten opgenomen. Wanneer er bovendien aan het einde van het jaar een
factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog
niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende
boekhoudkundige periode geboekt. 1.6 STAAT VAN DE FINANCIËLE PRESTATIES 1.6.1 Ontvangsten Niet-handelsontvangsten Deze maken de overgrote meerderheid van de
ontvangsten van de EU uit en omvatten hoofdzakelijk directe en indirecte
belastingen en eigen middelen. Naast belastingen en heffingen ontvangt de EU
ook betalingen van andere partijen, zoals douanerechten, geldboeten en giften. Bni- en btw-middelen De ontvangsten worden opgenomen voor de periode
waarvoor de Europese Commissie de door de lidstaten bij te dragen bedragen
opvraagt. Zij worden gewaardeerd tegen het „opgevraagde bedrag”. Omdat de btw-
en bni-middelen op ramingen van de gegevens voor het betrokken begrotingsjaar
gebaseerd zijn, zijn zij — totdat de lidstaten de definitieve gegevens
verstrekken — voor herziening vatbaar naarmate veranderingen optreden. Het
effect van een verandering in de raming wordt opgenomen wanneer het
netto-overschot of -tekort voor de periode waarin de verandering is opgetreden,
wordt bepaald. Traditionele eigen middelen De vorderingen en de daarmee samenhangende
ontvangsten worden opgenomen wanneer de desbetreffende maandelijkse
A-boekhouding (met de geïnde rechten en verschuldigde bedragen die gewaarborgd
en niet betwist zijn) van de lidstaten wordt ontvangen. Op de verslagdatum
worden de voor de periode door de lidstaten geïnde ontvangsten die nog niet aan
de Europese Commissie zijn gestort, geraamd en opgenomen als toegerekende
baten. De driemaandelijkse B-boekhouding (met de rechten die niet geïnd noch
gewaarborgd zijn, en de gewaarborgde bedragen die door de schuldenaar worden
betwist) die van de lidstaten is ontvangen, wordt als ontvangsten opgenomen
verminderd met de inningskosten waarop de lidstaten recht hebben (25 %). Bovendien
wordt in de staat van de financiële resultaten een waardevermindering opgenomen
ten bedrage van het geraamde oninbare gedeelte. Geldboeten De ontvangsten uit geldboeten worden opgenomen wanneer
het besluit van de EU om een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter
kennis is gebracht van de betrokkene. Wanneer er twijfel bestaat omtrent de solvabiliteit van de
onderneming, wordt een waardevermindering op het recht opgenomen. Na de kennisgeving van het besluit
waarbij een geldboete is opgelegd, heeft de debiteur twee maanden de tijd om: – hetzij het besluit te
aanvaarden, waarna hij de geldboete binnen de gestelde termijn moet betalen en
het bedrag definitief wordt geïnd door de EU; – hetzij het besluit niet te
aanvaarden, hetgeen betekent dat hij beroep instelt op grond van de
EU-wetgeving. Zelfs indien er beroep is ingesteld, moet de
hoofdsom van de geldboete binnen de gestelde termijn van drie maanden worden
betaald, want het beroep heeft geen schorsende werking (artikel 278 van
het EU‑Verdrag). Onder bepaalde omstandigheden kan de onderneming met
instemming van de rekenplichtige van de Commissie een bankgarantie voor het
bedrag geven. Indien de onderneming in beroep gaat tegen het besluit
en de geldboete al voorlopig heeft betaald, wordt het bedrag als een
voorwaardelijk passief opgenomen. Maar aangezien een beroep tegen een besluit van de EU geen schorsende
werking heeft, wordt het ontvangen geld wel gebruikt om de vordering af te wikkelen. Indien in plaats van betaling een
bankgarantie is gegeven, blijft de geldboete een vordering. Indien de kans bestaat dat het
Gerecht van eerste aanleg zich ten nadele van de EU uitspreekt, wordt een
voorziening opgenomen die dit risico dekt. Indien een bankgarantie is gegeven,
wordt de uitstaande vordering afgeschreven zoals vereist. De gecumuleerde rente die de
Europese Commissie ontvangt op de bankrekeningen waarop de ontvangen betalingen
worden gestort, wordt als ontvangsten opgenomen en eventuele voorwaardelijke
passiva worden evenredig verhoogd. Handelsontvangsten Ontvangsten uit de verkoop van goederen en
diensten worden opgenomen wanneer de beduidende risico's en voordelen verbonden
aan de eigendom van de goederen op de koper zijn overgegaan. Ontvangsten uit een verrichting die de
levering van diensten behelst, worden opgenomen in verhouding tot de mate van
voltooiing van de verrichting op de verslagdatum. Renteontvangsten en -uitgaven Renteontvangsten en -uitgaven worden in de staat van
de financiële resultaten opgenomen volgens de effectieverentemethode. Dit is
een methode om de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief of een
financiële verplichting te berekenen en om de rentebaten of -lasten toe te
rekenen aan de periode waarop zij betrekking hebben. Bij de berekening van de
effectieve rente raamt de EU de kasstromen waarbij rekening wordt gehouden met
alle contractvoorwaarden van het financieel instrument (bv.
vooruitbetalingsopties), maar laat zij toekomstige kredietverliezen buiten
beschouwing. Alle vergoedingen betaald of ontvangen door de partijen bij het
contract die integraal deel uitmaken van de effectieve rente, transactiekosten
en alle andere premies of kortingen, worden in de berekening opgenomen. Wanneer de boekwaarde van een financieel actief of
een groep verwante financiële activa is verlaagd als gevolg van een
waardeverminderingsverlies, worden rentebaten opgenomen, vastgesteld aan de
hand van de rentevoet waarmee de toekomstige kasstromen zijn verdisconteerd om
het waardeverminderingsverlies te bepalen. Baten uit dividenden Baten uit dividenden worden opgenomen wanneer het
recht om betaling te ontvangen is vastgesteld. 1.6.2 Uitgaven Handelsuitgaven die voortvloeien uit de aanschaf van
goederen en diensten worden opgenomen wanneer de goederen zijn geleverd en door
de EU zijn aanvaard. Zij worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke
factuurbedrag. Niet-handelsuitgaven zijn typisch voor de EU en maken het
merendeel van haar uitgaven uit. Het gaat om overdrachten aan begunstigden, die
van drieërlei aard kunnen zijn: rechten, overdrachten bij overeenkomst en
subsidies, bijdragen en giften. Overdrachten worden als uitgaven opgenomen in de
periode waarin de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de overdracht zich
voordoen, mits de overdracht bij besluit (Financieel Reglement,
personeelsstatuut of ander besluit) is toegestaan of een overeenkomst is
ondertekend waarbij de overdracht wordt toegestaan, de begunstigde aan eventuele
subsidiabiliteitscriteria heeft voldaan en er van het verschuldigde bedrag een redelijke raming
kan worden gemaakt. Betalingsverzoeken of kostendeclaraties die aan de
voorwaarden voor erkenning voldoen, worden als uitgave opgenomen voor het in
aanmerking komende bedrag. Aan het einde van het jaar worden in aanmerking komende bedragen die
aan de begunstigden verschuldigd zijn, maar waarvoor nog geen declaratie heeft
plaatsgevonden, geraamd en geboekt als toegerekende uitgaven. 1.7 VOORWAARDELIJKE
ACTIVA EN PASSIVA 1.7.1 Voorwaardelijke
activa Een voorwaardelijk actief is een mogelijk actief dat
voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen
wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere
toekomstige gebeurtenissen waarover de EU niet de volledige controle heeft. Een
voorwaardelijk actief wordt vermeld wanneer een instroom van economische
voordelen of dienstenpotentieel waarschijnlijk is geworden. 1.7.2 Voorwaardelijke
passiva Een voorwaardelijk passief is een mogelijk passief
dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan
alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer
onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de EU niet de volledige controle
heeft, of een bestaande verbintenis die voortvloeit uit gebeurtenissen in het
verleden, maar die niet wordt opgenomen omdat: omdat het niet waarschijnlijk is
dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel
in zich bergen vereist zal zijn om de verbintenis af te wikkelen of, in
zeldzame omstandigheden, omdat het bedrag van de verbintenis onvoldoende
betrouwbaar kan worden bepaald.
2.
TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS
NIET-VLOTTENDE ACTIVA 2.1 IMMATERIËLE
ACTIVA || miljoen EUR || Bedrag Brutoboekwaarde op 31.12.2011 || 301 Toevoegingen || 89 Vervreemdingen || (11) Overige wijzigingen || 0 Brutoboekwaarde op 31.12.2012 || 379 Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2011 || (152) Afschrijvingskosten voor het jaar || (39) Vervreemdingen || 4 Overige wijzigingen || (4) Gecumuleerde afschrijving op 31.12.2012 || (191) || Nettoboekwaarde op 31.12.2012 || 188 Nettoboekwaarde op 31.12.2011 || 149 Deze bedragen hebben hoofdzakelijk te maken met
computersoftware. 2.2 VASTE
BEDRIJFSMIDDELEN In de activa in aanbouw op 31 december 2012
zijn voor 600 miljoen EUR (2011: 219 miljoen EUR) activa
in verband met het Galileo-project opgenomen, het wereldwijd systeem voor
navigatie per satelliet van de EU, dat wordt gebouwd met bijstand van het
Europees Ruimteagentschap (ESA). Na voltooiing zal het systeem bestaan uit 30 satellieten, 2
controlecentra en 16 grondstations. Het bedrag in de balans weerspiegelt de
kapitalisatiekosten die de Commissie voor dit project moet betalen sedert 22 oktober 2011,
de datum waarop de eerste twee satellieten van het systeem met succes werden gelanceerd. Zoals toegelicht in de
vorige jaarrekeningen beschouwde de Commissie het project vóór die datum in de
onderzoeksfase, en dus werden overeenkomstig de boekhoudregels van de EU alle
gemaakte kosten geboekt. Sedert het begin van het project en tot het einde van het
huidige financieel kader belopen de geplande kosten 3 837 miljoen EUR. Voor het volgende
financieel kader is nog eens 5 400 miljoen EUR uitgetrokken om het systeem volledig op te stellen,
het te exploiteren, tot 2020 Galileo-diensten te verstrekken en de
volgende generatie van de constellatie voor te bereiden, die volledig uit de
EU-begroting zal worden gefinancierd. In 2012 is een bedrag van 13 miljoen EUR
aan niet-kapitaliseerbare ontwikkelingskosten als uitgave opgenomen. Op de balansdatum zijn in totaal vier satellieten
sedert oktober 2011 gelanceerd en zodra de tests daarvan zijn afgerond,
zal de fase van validering in de omloopbaan van het project afgelopen zijn. Deze fase werd gezamenlijk
gefinancierd door de EU en de ESA en volgens de tussen hen gesloten
subsidieovereenkomst zal de ESA de gebouwde activa officieel aan de EU
overdragen.
De
Raad van de ESA zal met deze juridische overdracht moeten instemmen, waarbij
moet worden opgemerkt dat alle lidstaten van de ESA op twee na (Noorwegen en
Zwitserland) ook EU-lidstaten zijn. Op dit ogenblik heeft de Commissie geen redenen om aan te
nemen dat die overdracht door een lid of leden van de ESA zou worden
tegengehouden. VASTE BEDRIJFSMIDDELEN || || || || || || || || || miljoen EUR || Terreinen en gebouwen || Installaties en uitrusting || Meubilair en wagenpark || Computer hardware || Overige materiële activa || Financiële leases || Activa in aanbouw || TOTAAL || || || || || || || || Brutoboekwaarde aan het einde van het vorige jaar || 4 118 || 528 || 229 || 557 || 228 || 2 685 || 645 || 8 990 Toevoegingen || 96 || 42 || 22 || 52 || 11 || 511 || 583 || 1 317 Vervreemdingen || (26) || (23) || (21) || (54) || (11) || 0 || 0 || (135) Overdrachten tussen categorieën van activa || 102 || 8 || 0 || 12 || 0 || (14) || (111) || (3) Overige wijzigingen || 24 || 3 || 3 || 11 || 3 || (1) || 1 || 44 Brutoboekwaarde aan het einde van het jaar || 4 314 || 558 || 233 || 578 || 231 || 3 181 || 1 118 || 10 213 Gecumuleerde afschrijving aan het einde van het jaar || (1 999) || (425) || (166) || (396) || (137) || (796) || || (3 919) Afschrijvingskosten voor het jaar || (138) || (45) || (20) || (67) || (21) || (114) || || (405) Teruggeboekte afschrijving || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || || 1 Vervreemdingen || 3 || 23 || 21 || 51 || 10 || 5 || || 113 Overdrachten tussen categorieën van activa || - || 0 || 0 || (11) || 0 || 14 || || 3 Overige wijzigingen || (3) || (2) || (1) || (13) || (2) || (7) || || (28) Gecumuleerde afschrijving aan het einde van het jaar || (2 137) || (449) || (166) || (436) || (150) || (897) || || (4 235) || || || || || || || || NETTOBOEKWAARDE OP 31.12.2012 || 2 177 || 109 || 67 || 142 || 81 || 2 284 || 1 118 || 5 978 NETTOBOEKWAARDE OP 31.12.2011 || 2 119 || 103 || 63 || 161 || 91 || 1 889 || 645 || 5 071 De nog te betalen vergoedingen in verband met
financiële leases en soortgelijke rechten zijn in de balans opgenomen bij de
vlottende en niet-vlottende passiva (zie de toelichtingen 2.15 en 2.18.1). Zij omvatten de volgende bedragen: Financiële leases || miljoen EUR Omschrijving || Gecumuleer-de vergoedingen (A) || In de toekomst te betalen bedragen || Totale waarde || Latere uitgaven voor activa || Waarde activa || Waarde-vermindering || Netto-boekwaarde = (A+B+C+D) < 1 jaar || > 1 jaar || > 5 jaar || Totale verplichting (B) || (A+B) || (C) || (A+B+C) || (D) Terreinen en gebouwen || 992 || 63 || 342 || 1 686 || 2 091 || 3 083 || 61 || 3 144 || (877) || 2 267 Overige materiële activa || 18 || 7 || 11 || 1 || 19 || 37 || - || 37 || (20) || 17 Totaal op 31.12.2012 || 1 010 || 70 || 353 || 1 687 || 2 110 || 3 120 || 61 || 3 181 || (897) || 2 284 Rentebestanddeel || || 85 || 307 || 502 || 893 || || || || || Totale toekomstige minimale leasebetalingen op 31.12.2012 || || 155 || 660 || 2 189 || 3 003 || || || || || Totale toekomstige minimale leasebetalingen op 31.12.2011 || || 153 || 608 || 1 859 || 2 620 || || || || || 2.3 BELEGGINGEN
DIE WORDEN VERWERKT VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE || || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen || 2.3.1 || 42 || 62 Participaties in geassocieerde deelnemingen || 2.3.2 || 350 || 312 Totaal || || 392 || 374 2.3.1 Belangen in
gemeenschappelijke ondernemingen || miljoen EUR || GJU || SESAR || ITER || IMI || FCH || Totaal Bedrag op 31.12.2011 || 0 || 0 || 0 || 25 || 37 || 62 Bijdragen || - || 70 || 116 || 98 || 54 || 338 Aandeel van het nettoresultaat || - || (70) || (106) || (91) || (91) || (358) Bedrag op 31.12.2012 || 0 || 0 || 10 || 32 || 0 || 42 Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden
geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. De volgende bedragen kunnen aan de
EU worden toegerekend op basis van het percentage van haar belang: || || || miljoen EUR || || 31.12.2012 || 31.12.2011 Niet-vlottende activa || || 226 || 211 Vlottende activa || || 106 || 123 Niet-vlottende passiva || || 0 || 0 Vlottende passiva || || (291) || (314) Ontvangsten || || 8 || 8 Uitgaven || || (427) || (379) Gemeenschappelijke onderneming
Galileo (GJU) in liquidatie De gemeenschappelijke onderneming Galileo werd
eind 2006 in liquidatie gesteld en het proces is nog aan de gang. Aangezien de entiteit in 2012
inactief was en nog steeds in liquidatie was, waren er geen ontvangsten of
uitgaven. Gemeenschappelijke onderneming
SESAR Het doel van deze gemeenschappelijke onderneming is
de modernisering van het Europese luchtverkeersbeveiligingssysteem en de snelle
tenuitvoerlegging van het Europese masterplan voor luchtverkeersbeveiliging te
waarborgen door alle inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling
in de EU te coördineren en te concentreren. Op 31 december 2012 bezat
de Commissie een belang van 46,12 % in SESAR. De totale (indicatieve) bijdrage
die de Commissie voor Sesar gepland heeft (van 2007 tot 2013) is 700 miljoen EUR. Het gecumuleerde
niet-opgenomen aandeel van verliezen bedraagt 157 miljoen EUR. Internationale ITER-Organisatie
voor fusie-energie (ITER) Bij ITER zijn de EU, China, India, Rusland,
Zuid-Korea, Japan en de VS betrokken. ITER werd opgericht om om de ITER-faciliteiten te
beheren, de exploitatie van de ITER-faciliteiten aan te moedigen, om de kennis
over fusie-energie van het grote publiek alsook de aanvaarding ervan te
bevorderen, en om alle andere activiteiten te verrichten die nodig zijn om het
doel van ITER te bereiken. De bijdrage van de EU (Euratom) aan ITER International
wordt gegeven via het Agentschap Fusion for Energy, en omvat ook de bijdragen
van de lidstaten en van Zwitserland. De totale bijdrage wordt juridisch
gezien beschouwd als een bijdrage van Euratom aan ITER en de lidstaten en
Zwitserland hebben geen belang in ITER. Aangezien de EU juridisch gezien de
houdster is van het belang in de gemeenschappelijke onderneming ITER
International, moet de Commissie het belang in haar rekening opnemen. Op 31 december 2012
bezat de Commissie een belang van 44,25 % in ITER. De totale (indicatieve)
bijdrage die Euratom voor ITER gepland heeft (van 2007 tot 2041) is 8 949 miljoen EUR. Gezamenlijke
technologie-initiatieven Om de doelstellingen van de Lissabonstrategie voor
groei en werkgelegenheid te bereiken, werden publiek-private partnerschappen in
de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven opgericht, die via
gemeenschappelijke ondernemingen in de zin van artikel 187 van het Verdrag
ten uitvoer werden gelegd. IMI en FCH zijn onder deze rubriek opgenomen, maar drie andere,
ARTEMIS, Clean Sky and ENIAC, die juridisch gezien als gemeenschappelijke
ondernemingen worden beschouwd, moeten boekhoudkundig als geassocieerde
deelnemingen worden beschouwd (reden waarom zij in toelichting 2.3.2 worden besproken), omdat de Commissie
over deze entiteit betekenisvolle invloed uitoefent, doch geen
gemeenschappelijke zeggenschap. Gezamenlijk technologie-initiatief
IMI inzake innovatieve geneesmiddelen De gemeenschappelijke onderneming IMI ondersteunt
preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling in de lidstaten en
geassocieerde landen, teneinde de onderzoeksinvesteringen in de
biofarmaceutische sector vergroten, en bevordert de betrokkenheid van kleine en
middelgrote ondernemingen bij haar activiteiten. Op 31 december 2012 bezat
de Commissie een belang van 78,58 % in IMI. De maximale indicatieve bijdrage
van de Commissie bedraagt 1 miljard EUR tot 31 december 2017. Gemeenschappelijke
onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH) De doelstelling van de gemeenschappelijke
onderneming FCH is het poolen van middelen van de publieke en private sector
voor het ondersteunen van onderzoeksactiviteiten, om de algemene efficiëntie
van de Europese onderzoeksinspanningen te vergroten en de ontwikkeling en de
toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te versnellen. Op 31 december 2012
bezat de Commissie een belang van 80,6 % in FCH. De maximale indicatieve
bijdrage van de EU bedraagt 470 miljoen EUR tot 31 december 2017. Het gecumuleerde
niet-opgenomen aandeel van verliezen bedraagt 12 miljoen EUR. 2.3.2 Participaties
in geassocieerde deelnemingen || || || || miljoen EUR || EIF || ARTEMIS || Clean Sky || ENIAC || Totaal Bedrag op 31.12.2011 || 292 || 0 || 0 || 20 || 312 Bijdragen || - || 22 || 97 || 16 || 135 Aandeel netto-overschot/(tekort) || 9 || (22) || (97) || (22) || (132) Overige vermogensmutaties || 35 || - || - || - || 35 Bedrag op 31.12.2012 || 336 || 0 || 0 || 14 || 350 Participaties in geassocieerde deelnemingen worden
verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De volgende bedragen kunnen aan de
EU worden toegerekend op basis van het percentage van haar participatie: || || || miljoen EUR || || 31.12.2012 || 31.12.2011 Activa || || 505 || 460 Passiva || || (191) || (162) Ontvangsten || || 33 || 28 Tekort || || (177) || (182) Europees
Investeringsfonds (EIF) Het EIF is de financiële instelling van de EU die
gespecialiseerd is in het leveren van durfkapitaal en garanties aan kleine en
middelgrote ondernemingen. De Commissie heeft 20 % van haar participatie gestort en het
niet-opgevraagde saldo bedroeg 720 miljoen EUR. miljoen EUR EIF || Totaal kapitaal EIF || Inschrijving Commissie Totaal aandelenkapitaal || 3 000 || 900 Volgestort || (600) || (180) Niet-opgevraagd || 2 400 || 720 Gemeenschappelijke
onderneming ARTEMIS Deze entiteit werd opgericht voor de tenuitvoerlegging
van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen
met de private sector. De
maximale indicatieve bijdrage van de Commissie bedraagt 420 miljoen EUR. Het gecumuleerde niet-opgenomen
aandeel van verliezen bedraagt 5 miljoen EUR (belang van 95,2 %). Gemeenschappelijke
onderneming Clean Sky Deze entiteit moet in de EU de ontwikkeling,
validering en demonstratie van schone luchtvaarttechnologieën versnellen, en
met name een radicaal innovatief luchtvervoersysteem creëren om de
milieugevolgen van de luchtvaart te verminderen. De maximale indicatieve bijdrage
van de Commissie bedraagt 800 miljoen EUR. Het gecumuleerde niet-opgenomen
aandeel van verliezen bedraagt 48 miljoen EUR (belang van 62,89 %). Gemeenschappelijke
onderneming ENIAC ENIAC wil een gezamenlijk afgesproken
onderzoeksagenda op het gebied van nano-elektronica vaststellen, teneinde de
onderzoeksprioriteiten voor de ontwikkeling en de invoering van belangrijke
functionaliteiten op dit gebied te bepalen. Deze doelstellingen zullen worden
verwezenlijkt door middelen uit de publieke en de private sector te bundelen om
via projecten O&O-activiteiten te ondersteunen. De totale verbintenis van de EU
bedraagt 450 miljoen EUR. Op 31 december 2012 bezat de Commissie een belang van 95,90 %
in ENIAC. 2.4 NIET-VLOTTENDE FINANCIËLE ACTIVA || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Voor verkoop beschikbare financiële activa || 2.4.1 || 4 870 || 2 272 Leningen || 2.4.2 || 57 441 || 41 400 Totaal || || 62 311 || 43 672 2.4.1 Niet-vlottende
voor verkoop beschikbare financiële activa || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Garantiefonds* || 1 327 || 1 475 EGKS in liquidatie || 1 102 || - BUFI-beleggingen || 832 || - Financieringsfaciliteit met risicodeling || 593 || - Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten || 52 || - Europees Chemicaliënagentschap || 52 || - Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling || 188 || 188 Verrichtingen met risicodragend kapitaal || 123 || 134 ETF-startersregeling || 305 || 234 Overige voor verkoop beschikbare beleggingen || 296 || 241 Totaal || 4 870 || 2 272 * Het Garantiefonds is houder van
EFSM-obligaties die door de Commissie zijn uitgegeven, die derhalve buiten
beschouwing zijn gelaten. Om de economische realiteit beter weer te geven,
worden vanaf 2012 alle voor verkoop beschikbare financiële activa
opgenomen volgens hun resterende looptijd op de balansdatum. Activa met een looptijd van meer
dan een jaar op de verslagdatum worden als niet-vlottend opgenomen, terwijl
activa waarvan de looptijd voor eind 2013 verstrijkt als vlottend worden
opgenomen (zie toelichting 2.8). Het bovenvermelde bedrag voor het
Garantiefonds voor 2012 is, anders dan in 2011, opgenomen met
uitzondering van geldmiddelen en kasequivalenten (2011: 302 miljoen EUR) en de
daarmee verband houdende verplichting (2011: 1 miljoen EUR). Als de huidige aanpak in de
rekening 2011 was gevolgd, zouden de vergelijkbare cijfers als volgt zijn
geweest: || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Garantiefonds* || 1 327 || 973 EGKS in liquidatie || 1 102 || 982 BUFI-beleggingen || 832 || 588 Financieringsfaciliteit met risicodeling || 593 || 365 Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten || 52 || 47 Europees Chemicaliënagentschap || 52 || 91 Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling || 188 || 188 Verrichtingen met risicodragend kapitaal || 123 || 134 ETF-startersregeling || 305 || 234 Overige voor verkoop beschikbare beleggingen || 296 || 241 Totaal || 4 870 || 3 843 * Het Garantiefonds is houder van
EFSM-obligaties die door de Commissie zijn uitgegeven, die derhalve buiten
beschouwing zijn gelaten. Garantiefonds Het Garantiefonds voor externe maatregelen dekt de
door de EU op besluit van de Raad gegarandeerde leningen, met name
leningsoperaties van de Europese Investeringsbank (EIB) buiten de EU, alsmede
leningen in het kader van macrofinanciële bijstand (MFB-leningen) en leningen
van Euratom buiten de EU. Het is een langlopend instrument om leningen waarvoor van wanbetaling
sprake is en die door de EU worden gegarandeerd, te dekken. Het Fonds ontvangt zijn middelen
uit overmakingen uit de algemene begroting van de EU ten bedrage van 9 % van
het bedrag in hoofdsom van de operaties, uit rente over de beleggingen van de
activa van het Fonds en uit nabetalingen van in gebreke gebleven debiteuren
voor wie het Fonds de garantie heeft moeten honoreren. Een eventueel jaarlijks overschot
wordt teruggeboekt als ontvangsten voor de EU-begroting. De EU moet een garantiereserve opnemen die leningen
aan derde landen dekt. Deze
reserve is bedoeld om de verplichtingen van het Garantiefonds te dekken en,
indien nodig, aangesproken garanties waarvoor het in het Fonds beschikbare
bedrag niet volstaat, zodat deze bedragen ten laste van de begroting kunnen
komen. Deze reserve komt overeen
met het richtbedrag van 9 % van de aan het einde van het jaar uitstaande
leningen. EGKS in
liquidatie Wat de bedragen voor de EKGS in liquidatie betreft,
zijn alle voor verkoop beschikbare financiële activa schuldvorderingen in euro
die genoteerd zijn op actieve markten. Op 31 december 2012 bedroeg de waarde van
obligaties met vervaldatum in 2013 (uitgedrukt in reële waarde) 490 miljoen EUR
(2011: 481 miljoen EUR). BUFI-beleggingen Sedert 1 januari 2010 worden voorlopig
geïnde geldboeten door de Commissie beheerd in een speciaal daartoe opgericht
fonds, BUFI genoemd, en belegd in financiële instrumenten die als voor verkoop
beschikbare financiële activa worden ingedeeld. Financieringsfaciliteit
met risicodeling De financieringsfaciliteit met risicodeling wordt
door de EIB beheerd en de beleggingsportefeuille van de Commissie wordt
gebruikt om voorzieningen aan te leggen voor financiële risico's in verband met
leningen en garanties die door de EIB worden gegeven aan onderzoeksprojecten
die daarvoor in aanmerking komen. In totaal heeft de Commissie maximaal 1 miljard EUR begroot
voor de periode 2007-2013, waarvan maximaal 800 miljoen EUR komt
uit het specifieke programma „samenwerking” en maximaal 200 miljoen EUR
uit het specifieke programma „capaciteiten”. De EIB heeft er zich toe verbonden
hetzelfde bedrag te verstrekken. Op 31 december 2012 heeft de Commissie 1 006 miljoen EUR
bijgedragen aan de financieringsfaciliteit met risicodeling (met inbegrip van
de bijdragen van EVA- en derde landen). De bijdragen zijn door de EIB belegd in
obligaties (reële waarde 754 miljoen EUR op 31 december 2012)
en termijndeposito’s (314 miljoen EUR). Het als voorwaardelijk passief
opgevoerde bedrag (zie toelichting 5.2.1)
van 948 miljoen EUR is het geschatte maximale verlies op 31 december 2012
dat de Commissie zou lijden in geval van wanprestaties inzake leningen of
garanties die door de EIB in het kader van de financieringsfaciliteit met
risicodeling zijn verstrekt. Opgemerkt zij dat het globale risico van de Commissie beperkt is tot
het bedrag van haar bijdrage aan de faciliteit. Garantie-instrument
voor leningen voor Ten-T-projecten Het garantie-instrument
voor leningen voor Ten-T-projecten verstrekt garanties om het ontvangstenrisico
in de eerste fase van de Ten-T-vervoerprojecten te verminderen. De garantie moet meer specifiek
stand-bykredietlijnen volledig dekken, die alleen kunnen worden opgevraagd
wanneer de kasstromen van het project ontoereikend zijn om bevoorrechte
schulden te dekken. Het
instrument is een gezamenlijk financieel product van de Commissie en de EIB,
ten behoeve waarvan voor de periode 2007-2013 bij de Ten-T-verordening 500 miljoen EUR
uit de EU-begroting is toegewezen. De EIB zal nog eens 500 miljoen EUR toewijzen, zodat het
instrument in totaal over 1 miljard EUR zal kunnen beschikken. Per 31 december 2012
had de Commissie 155 miljoen EUR bijgedragen aan het garantie-instrument. Dit bedrag was door de EIB belegd
in obligaties (reële waarde 75 miljoen EUR op 31 december 2012)
en termijndeposito’s (88 miljoen EUR). Eind 2012 was voor 523 miljoen EUR
aan leningen aangegaan, die dus door de garantie zijn gedekt. Het als voorwaardelijk passief
opgevoerde bedrag (zie toelichting 5.2.1)
van 39 miljoen EUR is het geschatte maximale verlies op 31 december 2012
dat de Commissie zou lijden in geval van wanprestaties inzake leningen of
garanties die door de EIB in het kader van het garantie-instrument voor
leningen voor Ten-T-projecten zijn verstrekt. Dit vertegenwoordigt 7,4 % van
de totale gewaarborgde bedragen. Opgemerkt zij dat het risico van de Commissie beperkt is tot het bedrag
van haar bijdrage aan het instrument. Europese Bank voor Wederopbouw en
Ontwikkeling (EBWO) Omdat de EBWO niet beursgenoteerd is en volgens haar
statuten participaties ten hoogste tegen aankoopprijs en uitsluitend aan
bestaande aandeelhouders mogen worden verkocht, is de participatie van de
Commissie gewaardeerd op de kostprijs verminderd met eventuele afschrijvingen
voor waardevermindering. miljoen EUR EBWO || Totaal kapitaal EBWO || Participatie Commissie Totaal aandelenkapitaal || 29 601 || 900 Volgestort || (6 202) || (188) Niet-opgevraagd || 23 399 || 712 Verrichtingen met risicodragend
kapitaal Verrichtingen met risicodragend kapitaal zijn
leningen die worden verstrekt aan financiële tussenpersonen om beleggingen in
aandelen te financieren. Zij
worden beheerd door de EIB en gefinancierd onder het Europees nabuurschapsbeleid. ETF-startersregeling De ETF-startersregeling bestrijkt het programma voor
groei en werkgelegenheid, het meerjarenprogramma, het kaderprogramma voor
concurrentievermogen en innovatie en het proefproject technologieoverdracht,
administratief beheerd door het EIF, en ondersteunt de oprichting en de
financiering van beginnende kleine en middelgrote ondernemingen door middel van
investeringen in geschikte gespecialiseerde durfkapitaalfondsen. Aan het einde van het jaar was er
nog eens 122 miljoen EUR voor de ETF-startersregeling vastgelegd,
maar nog niet door de andere partijen opgevraagd. Overige voor verkoop beschikbare
beleggingen De belangrijkste bedragen die onder de bovengenoemde
overige niet-vlottende voor verkoop beschikbare beleggingen zijn opgenomen,
zijn het Europees Fonds voor Zuidoost-Europa (113 miljoen EUR),
het Green for Growth Fund (39 miljoen EUR) en het GEEREF
(68 miljoen EUR). 2.4.2 Niet-vlottende
leningen || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Uit de EU-begroting en de EGKS verstrekte leningen || 2.4.2.1 || 162 || 170 Uit opgenomen leningen verstrekte leningen || 2.4.2.2 || 57 279 || 41 230 Totaal || 57 441 || 41 400 2.4.2.1 Uit de begroting van de Europese Unie
en de EGKS in liquidatie verstrekte leningen || miljoen EUR || Leningen met bijzondere voorwaarden || EGKS-woningkredieten || Totaal Totaal op 31.12.2011 || 151 || 19 || 170 Nieuwe leningen || - || - || - Terugbetalingen || (17) || (4) || (21) Wisselkoersverschillen || 1 || - || 1 Veranderingen in boekwaarde || 11 || 1 || 12 Totaal op 31.12.2012 || 146 || 16 || 162 Leningen met bijzondere
voorwaarden omvatten voornamelijk leningen met een speciale rentevoet die in
het kader van de samenwerking met niet-lidstaten zijn verstrekt. Alle bedragen zijn verschuldigd op
meer dan twaalf maanden na het einde van het jaar. De werkelijke rentevoet van
deze leningen varieert tussen de 7,73 % en 14,507 %. 2.4.2.2 Uit opgenomen
leningen verstrekte leningen miljoen EUR || MFB || Euratom || Betalingsbalans || EFSM || EGKS in liquidatie || Totaal Totaal op 31.12.2011 || 595 || 451 || 11 625 || 28 344 || 266 || 41 281 Nieuwe leningen || 39 || - || - || 15 800 || - || 15 839 Terugbetalingen || (84) || (24) || - || - || (46) || (154) Wisselkoersverschillen || - || - || - || - || 5 || 5 Veranderingen in boekwaarde || (1) || (2) || (2) || 332 || (4) || 323 Totaal op 31.12.2012 || 549 || 425 || 11 623 || 44 476 || 221 || 57 294 || || || || || || Bedrag te betalen < 1 jaar || 15 || - || - || - || - || 15 || || || || || || Bedrag te betalen > 1 jaar || 534 || 425 || 11 623 || 44 476 || 221 || 57 279 De grote stijging in deze bedragen valt toe te
schrijven aan de EFSM-leningen die in 2012 zijn uitgekeerd, en wordt
weerspiegeld in een stijging van de EU-leningen (zie toelichting 2.14). Nadere informatie over de verstrekte en
de opgenomen leningen kan in toelichting 7
worden gevonden. 2.5 NIET-VLOTTENDE
VORDERINGEN EN VERHAALBARE BEDRAGEN || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Lidstaten || 545 || 268 Overige || 19 || 21 Totaal || 564 || 289 Van de bovengenoemde vorderingen heeft 550 miljoen EUR
(2011: 273 miljoen EUR)
betrekking op niet-ruiltransacties. De stijging in de door de lidstaten verschuldigde
bedragen houdt verband met niet-uitgevoerde besluiten tot goedkeuring van de
rekeningen (ELGF en ELFPO). 2.6 NIET-VLOTTENDE VOORFINANCIERING || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Voorfinanciering || 2.6.1 || 40 790 || 40 625 Voorafbetaalde uitgaven || 2.6.2 || 3 715 || 4 098 Totaal || || 44 505 || 44 723 2.6.1 Voorfinanciering De termijn waarbinnen de voorfinanciering kan worden
teruggevorderd of gebruikt, bepaalt of zij wordt opgenomen als vlottende of
niet-vlottende voorfinanciering. Het gebruik is vastgelegd in de onderliggende overeenkomst van het
project. Alle terugbetalingen of
gebruik binnen de twaalf maanden na de verslagdatum worden als vlottende activa
opgenomen. Garanties met betrekking tot
voorfinanciering Dit zijn garanties die de
Commissie in bepaalde gevallen verlangt bij de betaling van voorschotten
(voorfinanciering) aan begunstigden die geen lidstaten zijn. Er zijn twee
waarden om voor dit soort garantie op te nemen: de „nominale waarde” en de
„lopende waarde”.
Voor de
„nominale waarde” houdt de gebeurtenis die de garantie doet ontstaan, verband
met het bestaan van de garantie. Voor de „lopende waarde” is de gebeurtenis die de garantie doet
ontstaan, de betaling van voorfinanciering en/of latere verrekeningen. Op 31 december 2012 beliep de
„nominale waarde” van de ontvangen garanties in verband met voorfinanciering 1 348 miljoen EUR.
De „lopende waarde” van die garanties beliep 1 083 miljoen EUR (2011:
1 330 miljoen EUR respectievelijk 1 083 miljoen EUR). Bepaalde voorfinancieringen die in het kader van het
zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) worden
betaald, worden daadwerkelijk gedekt door het Garantiefonds voor deelnemers.
Het bedrag van de in 2012 uitbetaalde voorfinanciering beliep in totaal 4 miljard EUR
(2010: 3,3 miljard EUR). Dit fonds is een aparte entiteit
van de EU en is niet geconsolideerd in deze rekening (zie toelichting 11.2.3). || miljoen EUR Beheersvorm || 31.12.2012 || 31.12.2011 Direct gecentraliseerd beheer || 1 249 || 1 219 Indirect gecentraliseerd beheer || 1 042 || 774 Gedecentraliseerd beheer || 677 || 697 Gedeeld beheer || 37 214 || 37 249 Gezamenlijk beheer || 592 || 686 Uitgevoerd door overige instellingen en agentschappen || 16 || - Totaal || 40 790 || 40 625 De belangrijkste niet-vlottende voorfinancieringen
hielden verband met structurele maatregelen voor de programmeringsperiode 2007-2013: het Europees Fonds voor Regionale
Ontwikkeling (EFRO) en het Cohesiefonds (23,9 miljard EUR), het
Europees Sociaal Fonds (ESF) (6,5 miljard EUR), het Europees
Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (6,1 miljard EUR)
en het Europees Visserijfonds (EVF) (0,6 miljard EUR). Omdat veel van deze projecten op
lange termijn lopen, moeten de voorschotten langer dan een jaar beschikbaar
zijn. Daarom worden deze
voorfinancieringen geboekt als niet-vlottende activa. Voorfinanciering maakt een groot deel uit van de
totale activa van de EU en krijgt daarom regelmatige en passende aandacht. Het niveau van de
voorfinancieringen in de verschillende programma’s moet toereikend zijn om de
begunstigden te kunnen voorzien van de middelen die zij nodig hebben om hun
projecten te kunnen opstarten, maar tegelijkertijd moeten de financiële
belangen van de EU worden gevrijwaard en moet er rekening worden gehouden met
juridische en operationele beperkingen en overwegingen in verband met
kosteneffectiviteit. De
Commissie heeft met al deze elementen rekening gehouden om de follow-up van
voorfinanciering te proberen te verbeteren. 2.6.2 Voorafbetaalde
uitgaven || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Financieringsinstrumenten || 2 717 || 3 378 Steunregelingen || 998 || 720 Totaal || 3 715 || 4 098 In het kader van de programma’s van de
structuurfondsen 2007-2013 kunnen uit de EU-begroting bedragen aan de
lidstaten worden betaald als bijdrage aan financieringsinstrumenten (in de vorm
van leningen, aandelen of garanties) die onder de verantwoordelijkheid van de
lidstaat worden opgezet en beheerd. Bedragen die aan het einde van het jaar niet door deze instrumenten
zijn gebruikt, zijn eigendom van de EU (zoals bij gewone voorfinanciering) en
worden daarom als een actief in de balans van de Commissie opgenomen. In de rechtsgrondslagen is echter
niet bepaald dat de lidstaten periodiek over het gebruik van die voorschotten
verslag moeten uitbrengen aan de Commissie, en in sommige gevallen zijn die
voorschotten niet eens opgenomen in de bij de Commissie ingediende uitgavenstaten. Daarom wordt aan het einde van elk
jaar een raming gemaakt van de waarde van dit actief, op basis van de
informatie die van de lidstaten is ontvangen over het gebruik van de middelen. De bedragen die onder de rubriek steunregelingen
zijn opgenomen, zijn de raming van de Commissie van de open voorschotten voor
verschillende steunregelingen (staatssteun, marktmaatregelen van het ELGF). VLOTTENDE ACTIVA 2.7 VOORRADEN || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Wetenschappelijk materieel || 81 || 78 Overige || 57 || 16 Totaal || 138 || 94 2.8 VLOTTENDE
FINANCIËLE ACTIVA || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Voor verkoop beschikbare financiële activa || 2.8.1 || 1 858 || 3 619 Leningen || 2.8.2 || 123 || 102 Totaal || || 1 981 || 3 721 2.8.1 Vlottende
voor verkoop beschikbare financiële activa Voor verkoop beschikbare financiële activa worden
gekocht vanwege hun rendement of opbrengst of om een bepaalde activastructuur
of een secundaire liquiditeitsbron te creëren, en kunnen dus worden verkocht
naargelang de liquiditeitsbehoefte of renteschommelingen. In de onderstaande
tabel wordt een overzicht gegeven van de voor verkoop beschikbare financiële
activa waarvan de looptijd voor eind 2013 verstrijkt: || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Garantiefonds || 268 || - EGKS in liquidatie || 490 || 1 463 BUFI-beleggingen || 845 || 1 358 Financieringsfaciliteit met risicodeling || 160 || 547 Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten || 23 || 97 Europees Chemicaliënagentschap || 69 || 151 Overige voor verkoop beschikbare beleggingen || 3 || 3 Totaal || 1 858 || 3 619 Zoals gezegd in toelichting 2.4.1 is de presentatie van de voor verkoop
beschikbare financiële activa vanaf 2012 gewijzigd. Als dezelfde aanpak in de rekening 2011
was gevolgd, zouden de vergelijkbare cijfers als volgt zijn geweest: || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Garantiefonds || 268 || 201 EGKS in liquidatie || 490 || 481 BUFI-beleggingen || 845 || 770 Financieringsfaciliteit met risicodeling || 160 || 182 Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten || 23 || 49 Europees Chemicaliënagentschap || 69 || 60 Overige voor verkoop beschikbare beleggingen || 3 || 3 Totaal || 1 858 || 1 746 2.8.2 Vlottende
leningen In deze rubriek zijn leningen met een
eindvervaldatum binnen de twaalf maanden na de balansdatum opgenomen (zie
toelichting 2.4.2.2 voor meer
informatie). In deze rubriek zijn ook de
termijndeposito’s van de Europese Dienst voor extern optreden (42 miljoen EUR)
en de EGKS in liquidatie (22 miljoen EUR) opgenomen. 2.9 VLOTTENDE
VORDERINGEN EN VERHAALBARE BEDRAGEN || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Geldboeten || 2.9.1 || 4 090 || 3 125 Lidstaten || 2.9.2 || 6 270 || 2 693 Overlopende posten || 2.9.3 || 3 368 || 3 267 Overige vorderingen en verhaalbare bedragen || 2.9.4 || 311 || 392 Totaal || || 14 039 || 9 477 Bovenstaand totaal bevat
een geraamd bedrag van 13 729 miljoen EUR (2011: 8 955 miljoen EUR)
in verband met niet-ruiltransacties. 2.9.1 Geldboeten Dit betreft de door de
Commissie opgelegde geldboeten die moeten worden geïnd ten belope van 4 357 miljoen EUR
(2011: 3 369 miljoen EUR)
min een afschrijving van 267 miljoen EUR (2011: 244 miljoen EUR). Op 31 december 2012
waren er voor de uitstaande geldboeten in totaal 2 513 miljoen EUR
garanties ontvangen (2011: 3 012 miljoen EUR) met betrekking tot deze vorderingen. Opgemerkt zij dat oOp 31 december 2012
was 1 471 miljoen EUR van de vorderingen nog niet vervallen. 2.9.2 Lidstaten || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 ELGF en plattelandsontwikkeling: || || ELGF || 1 172 || 1 439 ELFPO || 14 || 23 OIPO || 44 || 37 Sapard || 136 || 142 Afschrijving || (814) || (771) Totaal || 552 || 870 Betaalde en terugvorderbare btw || 44 || 41 || || Eigen middelen: || || Vastgesteld in de A-boekhouding || 45 || 29 Vastgesteld in de specifieke boekhouding || 1 294 || 1 263 Te ontvangen eigen middelen || 3 617 || - Afschrijving || (773) || (779) Overige || 16 || 114 Totaal || 4 199 || 627 Overige vorderingen op de lidstaten: || || Verwachte terugvordering van voorfinanciering || 1 220 || 963 Overige || 255 || 192 Totaal || 1 475 || 1 155 Totaal || 6 270 || 2 693 ELGF
en plattelandsontwikkeling Deze post betreft voornamelijk de bedragen die op 31 december
verschuldigd zijn door de lidstaten, zoals die op 15 oktober door de
lidstaten zijn ingediend en gecertificeerd. Er werd een raming gemaakt voor de
vorderingen die in de periode gaande van de indiening tot 31 december
ontstonden. De Commissie raamt ook een
afschrijving van de bedragen die begunstigden verschuldigd zijn en die zij
waarschijnlijk niet zal kunnen innen. Dat een dergelijke aanpassing wordt gedaan, betekent niet
dat de Commissie afziet van een toekomstige inning van de betrokken bedragen. In de aanpassing is ook een
vermindering van 20 % opgenomen, die overeenstemt met het bedrag dat de
lidstaten mogen inhouden om de administratieve kosten te dekken. Eigen middelen De aanzienlijke stijging van de vorderingen op de
lidstaten wordt voornamelijk verklaard door de 3 617 miljoen EUR
aan eigen middelen die op 31 december 2012 moet worden ontvangen met
betrekking tot de gewijzigde begrotingen nrs. 5 en 6/2012. Die gewijzigde begrotingen werden
goedgekeurd op 21 november 2012 respectievelijk 12 december 2012. Volgens artikel 10 van
Verordening 1150/2000 werden de opnames die overeenstemmen met de
heraanpassingen van de bni-bijdragen op de eerste werkdag van januari 2013
uitgevoerd. Aangezien de lidstaten 25 % van de traditionele
eigen middelen als inningskosten mogen inhouden, worden de bovenvermelde
cijfers weergegeven na aftrek van deze vermindering. Op basis van de ramingen die de
lidstaten hebben verstrekt, is een afschrijving afgetrokken van de post
„vorderingen op de lidstaten”. Dit betekent echter niet dat de Commissie afziet van een toekomstige
inning van de betrokken bedragen. 2.9.3 Overlopende
posten || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Toegerekende baten || 3 002 || 2 952 Uitgestelde lasten || 351 || 296 Overige || 15 || 19 Totaal || 3 368 || 3 267 Het belangrijkste bedrag in deze
rubriek zijn toegerekende baten: || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Eigen middelen || 2 388 || 2 644 Bestemmingsontvangen op het gebied van landbouw november en december || 218 || 111 Cohesiefonds en EFRO: financiële correcties || 276 || 16 Overige toegerekende baten || 120 || 181 Totaal || 3 002 || 2 952 2.9.4 Overige
vorderingen en verhaalbare bedragen In deze rubriek zijn
voornamelijk terugvorderingen van voorfinancieringen opgenomen, alsook terugvorderingen
van uitgaven en overige ontvangsten uit administratieve en beleidsmaatregelen. 2.10 VLOTTENDE VOORFINANCIERING || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Voorfinanciering || 2.10.1 || 9 548 || 8 089 Voorafbetaalde uitgaven || 2.10.2 || 3 690 || 2 918 Totaal || || 13 238 || 11 007 2.10.1 Voorfinanciering miljoen EUR Beheersvorm || 31.12.2012 || 31.12.2011 Direct gecentraliseerd beheer || 3 289 || 3 048 Indirect gecentraliseerd beheer || 3 908 || 3 037 Gedecentraliseerd beheer || 301 || 330 Gedeeld beheer || 1 008 || 761 Gezamenlijk beheer || 844 || 803 Uitgevoerd door overige instellingen en agentschappen || 198 || 110 Totaal || 9 548 || 8 089 De vlottende voorfinancieringsbalans bestaat uit
twee afzonderlijke onderdelen: de brutovoorfinanciering en de toegerekende baten op die
voorfinanciering (om de geraamde daarmee verband houdende uitgaven aan het
einde van het jaar weer te geven). Voor een correcte analyse van de wijziging van de vlottende huidige
voorfinancieringsbalans van het ene naar het andere jaar moet met beide
elementen rekening worden gehouden. Enerzijds deed er zich in het jaar 2012 een
verdere daling voor met 3 miljard EUR in de bruto vlottende
voorfinanciering onder gedeeld beheer, als gevolg van het feit dat het
afsluitingsproces van de vorige programmeringsperiode 2000‑2006
aanzienlijk gevorderd is. Anderzijds zijn de toegerekende baten op die voorfinanciering met 3,3 miljard EUR
gedaald, wat tot een globale stijging met 0,3 miljard EUR in de netto
vlottende financiering heeft geleid. De reden voor deze mutaties ligt in de overlapping van de vorige
programmeringsperiode 2000‑2006 (die nu in haar afsluitingsfase
verkeert) met de huidige programmeringsperiode 2007-2013. Omdat de voorfinanciering met
betrekking tot de vorige programmeringsperiode geraamd wordt volledig te zijn
gebruikt (d.w.z. nettobalans nul), wordt de voorfinanciering van de huidige
programmeringsperiode geraamd slechts gedeeltelijk te zijn gebruikt op 31 december 2012. Geraamd wordt dat het overblijvende
deel in 2013 of later zal worden gebruikt. Voor het direct gecentraliseerd beheer wordt een
soortgelijke situatie vastgesteld: de brutovoorfinanciering is met 741 miljoen EUR
gedaald, terwijl de nettovoorfinanciering licht is gestegen met 241 miljoen EUR. 2.10.2 Voorafbetaalde
uitgaven || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Financieringsinstrumenten || 1 358 || 1 126 Steunregelingen || 2 332 || 1 792 Totaal || 3 690 || 2 918 2.11 GELDMIDDELEN
EN KASEQUIVALENTEN || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Niet aan restricties onderhevige geldmiddelen: || 2.11.1 || || Rekeningen bij schatkisten en centrale banken || || 2 203 || 7 450 Rekeningen-courant || || 967 || 1 099 Gelden ter goede rekening || || 38 || 43 Transfers (geld in omloop) || || (1) || (5) Totaal || || 3 207 || 8 587 Geldmiddelen behorend tot financieringsinstrumenten en termijndeposito’s || 2.11.2 || 2 345 || 2 028 || || || Aan restricties onderhevige geldmiddelen || 2.11.3 || 5 122 || 8 320 || || || Totaal || || 10 674 || 18 935 2.11.1 Niet aan
restricties onderhevige geldmiddelen Niet aan restricties onderhevige geldmiddelen
omvatten alle financiële tegoeden van de EU op haar rekeningen in de lidstaten
en de EVA-landen (bij de schatkist of de centrale bank), op zichtrekeningen,
haar gelden ter goede rekening en kleine kassen. De aanzienlijke daling van de niet aan restricties
onderhevige geldmiddelen werd voornamelijk veroorzaakt door een daling van de
rekeningen bij schatkisten en centrale banken. De eindbalans van 2012 was
aanzienlijk lager dan de eindbalans van 2011 als gevolg van het hoge
begrotingsuitvoeringspercentage voor 2012. Voorts werden de aanvullende
geldmiddelen in verband met de gewijzigde begrotingen nrs. 5/2012 en 6/2012
pas in 2013 ontvangen. 2.11.2 Tot
financiële instrumenten en termijndeposito’s behorende geldmiddelen De bedragen in deze rubriek zijn voornamelijk
kasequivalenten (1 845 miljoen EUR) die namens de Commissie door
fiduciaires worden beheerd voor de uitvoering van bepaalde programma’s met
financiële instrumenten die uit de EU‑begroting worden gefinancierd, en
andere termijndeposito’s (500 miljoen EUR). De tot financiële instrumenten
behorende geldmiddelen kunnen dus alleen worden gebruikt voor het betrokken
programma met financiële instrumenten. Aan het einde van het jaar was 100 miljoen EUR
vastgelegd voor financiële instrumenten die door fiduciaires worden beheerd,
maar nog niet door de andere partijen zijn opgevraagd. Zoals gezegd in toelichting 2.4.1 is de presentatie van de voor verkoop
beschikbare financiële activa en de daarmee verband houdende geldmiddelen en
kasequivalenten vanaf 2012 gewijzigd. In 2012 bevat deze rubriek de
geldmiddelen en kasequivalenten van het Garantiefonds, terwijl in het totaal
van 2011 het bedrag van 302 miljoen EUR aan geldmiddelen en
kasequivalenten van het Garantiefonds voor 2011 niet is opgenomen; dit was
opgenomen onder de niet-vlottende voor verkoop beschikbare financiële activa.
Als de nieuwe presentatie, waarbij de tot alle financiële instrumenten
behorende geldmiddelen op een afzonderlijke lijn worden getoond, in de
rekening 2011 was gevolgd, zouden de vergelijkbare cijfers 963 miljoen EUR
voor vlottende rekeningen en 2 466 miljoen EUR voor tot financiële
instrumenten en termijndeposito’s behorende geldmiddelen zijn geweest. 2.11.3 Aan
restricties onderhevige geldmiddelen Aan restricties onderhevige geldmiddelen omvatten
bedragen die worden ontvangen uit door de Commissie opgelegde geldboeten in nog
niet afgesloten zaken. Zij
staan op speciaal daarvoor bestemde rekeningen die niet voor andere
activiteiten worden gebruikt. Wanneer beroep is aangetekend of wanneer het niet bekend is of door de
andere partij beroep zal worden aangetekend, wordt het onderliggende bedrag
getoond als een vlottend passief in toelichting 5.2. Er zijn twee redenen voor de daling in de aan
restricties onderhevige geldmiddelen: enerzijds waren er een aantal definitieve
uitspraken van het Hof van Justitie met betrekking tot aanzienlijke bedragen en
anderzijds werd er meer gebruik gemaakt van het speciaal opgerichte fonds voor
geldboeten (BUFI). Sedert 1 januari 2010 worden alle voorlopige
geïnde geldboeten door de Commissie beheerd in dit fonds en belegd in
financiële instrumenten die als voor verkoop beschikbare financiële activa
worden ingedeeld (zie de toelichtingen 2.4
en 2.8). NIET-VLOTTENDE PASSIVA 2.12 PENSIOENEN
EN ANDERE PERSONEELSBELONINGEN || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Pensioenen - personeel || 37 528 || 30 617 Pensioenen – anderen || 968 || 777 Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering || 4 007 || 3 441 Totaal || 42 503 || 34 835 De sterke stijging in de pensioenverplichting wordt
verklaard door de forse daling van de toegepaste disconteringsvoet, die
resulteert in een groot actuarieel verlies voor het jaar. 2.12.1 Pensioenen -
personeel Op grond van artikel 83
van het personeelsstatuut komen de uitkeringen krachtens de pensioenregeling
van de Europese ambtenaren ten laste van de EU-begroting. Er is voor deze
verplichting geen kapitaaldekking, doch de lidstaten waarborgen gezamenlijk de
uitbetaling van deze uitkeringen volgens de verdeelsleutel die voor de
financiering van deze uitgaven is vastgesteld. Tevens dragen de ambtenaren door
middel van een verplichte bijdrage voor een derde bij in de
langetermijnfinanciering van deze pensioenregeling. De verplichtingen van de
pensioenregeling werden op basis van het aantal personeelsleden en
gepensioneerden op 31 december 2012 en de regels van het op die datum
van toepassing zijnde statuut geëvalueerd. Deze waardering werd uitgevoerd
volgens de methodiek van IPSAS 25 (en derhalve ook boekhoudregel 12
van de EU). Om deze verplichting te berekenen, werd de „projected unit
credit”-methode gebruikt. De voornaamste actuariële veronderstellingen die op de
waarderingsdatum beschikbaar waren en voor de waardering werden gebruikt, zijn
de volgende: || Pensioenverplichting personeel || 31.12.2012 || 31.12.2011 Nominale disconteringsvoet || 3,6% || 4,9% Verwacht inflatiepercentage || 2,0% || 1,8% Reële disconteringsvoet || 1,6% || 3,0% Huwelijkscoëfficiënt: man/vrouw || 84%/38% || 84%/38% Algemene salaristoename/herwaardering van de pensioenen || 0% || 0% 2008 International Civil Servants Life Table || Ja || Ja Ontwikkeling in de brutoverplichting personeelsbeloningen || miljoen EUR || Pensioenen || Ziekteverzekering Brutoverplichting aan het einde van het vorige jaar || 34 233 || 3 711 Dienst/normale kosten || 1 144 || - Rentekosten || 1 043 || - Betaalde beloningen || (1 243) || - Actuariële verliezen || 6 691 || 567 Wijzigingen ingevolge nieuwkomers || 93 || - Brutoverplichting aan het einde van het jaar || 41 961 || 4 278 Op pensioenen toegepaste correctiecoëfficiënten || 1 022 || n.v.t. Aftrek van belastingen op pensioenen || (5 455) || n.v.t. Fondsbeleggingen || n.v.t. || (271) Nettoverplichting aan het einde van het jaar || 37 528 || 4 007 2.12.2 Pensioenen -
anderen Dit betreft de verplichting opgenomen betreffende de
pensioenverplichtingen voor de leden en gewezen leden van de Commissie, het Hof
van Justitie (en het Gerecht van eerste aanleg), de Rekenkamer, de
secretarissen-generaal van de Raad, de Ombudsman, de Europese Toezichthouder
voor gegevensbescherming en het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese
Unie. In deze rubriek is ook een verplichting opgenomen betreffende de
pensioenen van bepaalde Parlementsleden. 2.12.3 Gemeenschappelijk
stelsel van ziektekostenverzekering Er is ook een waardering gemaakt voor de geraamde
verplichting die de EU heeft in verband met haar bijdragen aan het
gemeenschappelijke stelsel van ziektekostenverzekering voor haar gepensioneerde
personeelsleden. Deze brutoverplichting is gewaardeerd op 4 278 miljoen EUR.
Fondsbeleggingen ten belope van 271 miljoen EUR zijn van deze
brutoverplichting afgetrokken om te komen tot de nettoverplichting. De
disconteringsvoet en de algemene salarisgroei die voor de berekening zijn
gebruikt, zijn dezelfde als die welke voor de waardering van de
pensioenverplichting zijn gebruikt. 2.13 NIET-VLOTTENDE VOORZIENINGEN || || || miljoen EUR || Bedrag op 31.12.2011 || Aanvullende voorzieningen || Terugge-boekte ongebruikte bedragen || Gebruikte bedragen || Overdracht naar korte termijn || Wijziging in raming || Bedrag op 31.12.2012 Rechtszaken || 368 || 58 || (241) || (53) || 0 || 0 || 132 Ontmanteling kerninstallaties || 1 005 || 0 || 0 || (3) || (29) || 24 || 997 Financieel || 100 || 38 || 0 || 0 || (33) || 3 || 108 Overige || 22 || 1 || (1) || (1) || 0 || 0 || 21 Totaal || 1 495 || 97 || (242) || (57) || (62) || 27 || 1 258 Rechtszaken Dit is de raming van de bedragen die waarschijnlijk
meer dan twaalf maanden na het einde van het jaar zullen moeten worden betaald
in verband met een aantal lopende rechtszaken. De daling in de voorziening voor
rechtszaken valt voornamelijk toe te schrijven aan de afsluiting van een
ELGF-zaak in 2012. Ontmanteling
kerninstallaties In 2008 heeft een consortium van onafhankelijke
deskundigen zijn studie van 2003 geactualiseerd en de kosten van de
ontmanteling van de kerninstallaties van het JRC en het afvalbeheerprogramma
geraamd. Hun herziene raming van 1 222 miljoen EUR (voorheen 1 145 miljoen EUR)
dient als uitgangspunt voor de voorziening die in de financiële staten moet
worden opgenomen.
In overeenstemming
met de boekhoudregels van de EU is deze voorziening voor inflatie geïndexeerd
en vervolgens omgerekend naar de netto contante waarde ervan (met behulp van de
swapcurve van de nulcoupon in euro). Gezien de geraamde duur van dit programma (ongeveer twintig jaar) moet
worden opgemerkt dat er enige onzekerheid bestaat ten aanzien van deze raming,
en dat de uiteindelijke kosten van de huidige raming kunnen afwijken. Financiële voorzieningen Dit zijn voorzieningen voor de
geraamde verliezen die zullen worden opgelopen in verband met de garanties die
in het kader van de MKB-garantiefaciliteit 1998, de
MKB-garantiefaciliteit 2001, de MKB-garantiefaciliteit 2007 van het
kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en de Europese
Progress-microfinancieringsfaciliteit (garantie) zijn verstrekt. Het EIF is
bevoegd in eigen naam, evenwel ten behoeve en voor rekening van de Commissie,
garanties te verstrekken. Het
financiële risico dat verbonden is aan de opgevraagde en de niet-opgevraagde
garanties is echter beperkt. De
niet-vlottende financiële voorzieningen worden omgerekend tot hun netto
contante waarde (met behulp van de swapcurve van de nulcoupon in euro). 2.14 NIET-VLOTTENDE
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Niet-vlottende leningen || 57 252 || 41 200 Eliminatie Garantiefonds* || (20) || (21) Totaal || 57 232 || 41 179 * Het Garantiefonds is houder van
EFSM-obligaties die door de Commissie zijn uitgegeven, die derhalve buiten
beschouwing zijn gelaten . Niet-vlottende
leningen || || miljoen EUR || MFB || Euratom || Betalingsbalans || EFSM || EGKS in liquidatie || Totaal Totaal op 31.12.2011 || 595 || 451 || 11 625 || 28 344 || 236 || 41 251 Nieuwe leningen || 39 || - || - || 15 800 || - || 15 839 Terugbetalingen || (84) || (24) || - || - || (46) || (154) Wisselkoersverschillen || - || - || - || - || 4 || 4 Veranderingen in boekwaarde || (1) || (2) || (2) || 332 || - || 327 Totaal op 31.12.2012 || 549 || 425 || 11 623 || 44 476 || 194 || 57 267 || || || || || || Bedrag te betalen op < 1 jaar || 15 || - || - || - || - || 15 || || || || || || Bedrag te betalen op > 1 jaar || 534 || 425 || 11 623 || 44 476 || 194 || 57 252 Onder deze rubriek zijn de leningen van de EU met
vervaldatum over meer dan een jaar opgenomen. De leningen omvatten de in een
waardepapier belichaamde schulden, die 57 026 miljoen EUR
belopen (2011:
41 011 miljoen EUR). De veranderingen in boekwaarde stemmen overeen met
de veranderingen in de vervallen rente. Nadere informatie over de verstrekte en de
opgenomen leningen kan in toelichting 7
worden gevonden. 2.15 OVERIGE
NIET-VLOTTENDE VERPLICHTINGEN || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Financiëleleaseschulden || 2 040 || 1 603 Gebouwen betaald in termijnen || 352 || 367 Overige || 135 || 89 Totaal || 2 527 || 2 059 VLOTTENDE PASSIVA 2.16 VLOTTENDE
VOORZIENINGEN || || || miljoen EUR || || Bedrag op 31.12.2011 || Aanvullende voorzieningen || Terugge-boekte ongebruikte bedragen || Gebruikte bedragen || Overdrachten van niet-vlottend || Wijziging in raming || Bedrag op 31.12.2012 Rechtszaken || 17 || 218 || (2) || (9) || 0 || 0 || 224 || Ontmanteling kerninstallaties || 29 || 0 || 0 || (29) || 29 || 0 || 29 || Financieel || 165 || 30 || 0 || (43) || 33 || 3 || 188 || Overige || 59 || 342 || (32) || (5) || 1 || 0 || 365 || Totaal || 270 || 590 || (34) || (86) || 63 || 3 || 806 || 2.17 VLOTTENDE
FINANCIËLE VERPLICHTINGEN Deze rubriek betreft leningen (zie toelichting 2.14) met vervaldatum binnen de twaalf maanden
na de balansdatum. 2.18 CREDITEUREN || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Vlottend deel van niet-vlottende verplichtingen || 2.18.1 || 89 || 81 Schulden || 2.18.2 || 21 558 || 22 311 Overlopende posten || 2.18.3 || 68 436 || 69 081 Totaal || || 90 083 || 91 473 2.18.1 Vlottend
deel van niet-vlottende verplichtingen || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Financiëleleaseschulden || 70 || 66 Overige || 19 || 15 Totaal || 89 || 81 2.18.2 Schulden || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Lidstaten || 23 029 || 22 200 Leveranciers en overige || 1 704 || 1 611 Geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen || (3 175) || (1 500) Totaal || 21 558 || 22 311 Schulden omvatten kostendeclaraties die de Commissie
ontvangt in het kader van de subsidieactiviteiten. Deze worden gecrediteerd voor het
gevraagde bedrag op het moment dat de declaratie wordt ontvangen. Indien de tegenpartij een lidstaat
is, worden zij als zodanig ingedeeld. Voor facturen en kredietnota's bij opdrachten wordt
dezelfde procedure gevolgd. Bij de afsluitingsprocedure aan het einde van het jaar wordt met de
betrokken kostendeclaraties rekening gehouden. Bij deze afsluitingsboekingen zijn
de geraamde subsidiabele bedragen derhalve als uitgaven vermeld, terwijl de
niet-subsidiabele bedragen zijn vermeld als „geraamde niet-subsidiabele
bedragen en uitstaande vooruitbetalingen” (zie hieronder). Om de activa en passiva niet te
overschatten, is besloten dat het te betalen nettobedrag onder de vlottende
passiva wordt opgenomen. Lidstaten De belangrijkste bedragen hier hebben betrekking op
onbetaalde kostendeclaraties voor structurele maatregelen (5,6 miljard EUR
voor het ESF en 15,6 miljard EUR voor het EFRO en het Cohesiefonds). Leveranciers en overige In deze rubriek zijn overige schulden ingevolge
subsidie- en aanbestedingsactiviteiten opgenomen, alsook bedragen die aan
publieke organen en niet-geconsolideerde entiteiten verschuldigd zijn (bv. het
EOF). Geraamde
niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen Deze schulden worden verminderd met dat deel van de
verzoeken om terugbetaling dat ontvangen maar nog niet gecontroleerd werd, dat
niet-subsidiabel werd geacht. De grootste bedragen betreffen de DG’s van de
structurele maatregelen. Schulden worden ook verminderd met dat deel van de
ontvangen verzoeken om terugbetaling dat overeenstemt met vooruitbetaalde
uitgaven die aan het einde van het jaar nog moeten worden betaald (2,4 miljard EUR). 2.18.3 Overlopende
posten || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Toegerekende lasten || 68 216 || 68 577 Uitgestelde baten || 201 || 490 Overige || 19 || 14 Totaal || 68 436 || 69 081 De toegerekende lasten
worden als volgt uitgesplitst: || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 ELGF en plattelandsontwikkeling: || || ELGF: rechtstreekse steun periode 16/10 tot 31/12 || 33 040 || 33 774 ELGF: rechtstreekse steun – andere rechten || 11 492 || 10 701 ELGF: herstructurering suiker || 0 || 224 ELGF: overige || 1 || 23 ELFPO || 12 497 || 12 127 Totaal || 57 030 || 56 849 Structurele maatregelen: || || EVF/FIOV || 66 || 56 EFRO en Cohesiefonds || 4 359 || 4 791 ISPA || 382 || 172 ESF || 1 378 || 1 687 Totaal || 6 185 || 6 706 Overige toegerekende lasten: || || Onderzoek en ontwikkeling || 1 077 || 1 157 Overige || 3 924 || 3 865 Totaal || 5 001 || 5 022 Totaal || 68 216 || 68 577 NETTOACTIVA 2.19 RESERVES || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Reëlewaardereserve || 2.19.1 || 150 || (108) Reserve Garantiefonds || 2.19.2 || 2 079 || 1 911 Overige reserves || 2.19.3 || 1 832 || 1 805 Totaal || || 4 061 || 3 608 2.19.1 Rëelewaardereserve Overeenkomstig de boekhoudregels wordt de aanpassing
aan de reële waarde van voor verkoop beschikbare financiële activa geboekt door
middel van de reëlewaardereserve. In 2012 werd in verband met voor verkoop
beschikbare financiële activa een nettobedrag van 5 miljoen EUR (2011: 24 miljoen EUR) aan
gecumuleerde reëlewaardedalingen uit de reëlewaardereserve genomen en in de
economische resultatenrekening opgenomen. 2.19.2 Reserve
Garantiefonds Deze reserve vormt de neerslag van het streefbedrag
van 9 % van de uitstaande en door het Fonds gegarandeerde bedragen, die
als activa moeten worden gehouden. 2.19.3 Overige
reserves Het bedrag heeft in hoofdzaak betrekking op de
reserve van de EGKS in liquidatie (1 534 miljoen EUR) voor de activa
van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Die reserve werd gecreëerd
in de context van de opheffing van de EGKS. 2.20 BIJ DE
LIDSTATEN OP TE VRAGEN BEDRAGEN || miljoen EUR || Bedrag Bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31.12.2011 || 37 458 Terugbetaling van het begrotingsoverschot van 2011 aan de lidstaten || 1 497 Mutatie in reserve Garantiefonds || 168 Overige mutaties in reserves || 25 Economisch resultaat van het jaar || 5 329 Totaal bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31.12.2012 || 44 477 || Uitgesplitst tussen: || Personeelsbeloningen || 42 503 Overige bedragen || 1 974 Dit bedrag vertegenwoordigt dat deel van de uitgaven
dat de Commissie op 31 december 2012 reeds heeft opgelopen en dat ten
laste komt van toekomstige begrotingen. Heel wat uitgaven worden volgens de boekhoudregels op
transactiebasis aan jaar N toegerekend, ofschoon zij maar effectief in jaar N+1
zullen worden betaald met de begroting van jaar N+1. De boeking van deze passiva heeft,
in combinatie met het feit dat de overeenkomstige bedragen uit toekomstige
begrotingen worden gefinancierd, tot gevolg dat de passiva aan het einde van
het jaar veel groter zijn dan de activa. De belangrijkste bedragen waarop moet
worden gewezen, zijn de ELGF-activiteiten. In feite wordt het grootste deel van
de op te vragen bedragen door de lidstaten betaald binnen twaalf maanden na het
einde van het betrokken begrotingsjaar als onderdeel van de begroting van het
daaropvolgende jaar. In principe worden alleen de verplichtingen inzake
personeelsbeloningen van de Commissie tegenover haar personeel uitbetaald over
een langere periode, waarbij de financiering van de pensioenbetalingen door de
jaarlijkse begrotingen door de lidstaten wordt gegarandeerd. Alleen ter informatie wordt
hieronder een raming van de uitsplitsing van toekomstige betalingen van
personeelsbeloningen gegeven: || miljoen EUR || Bedrag In 2013 te betalen bedragen || 1 399 Na 2013 te betalen bedragen || 41 104 Totaal verplichtingen personeelsbeloningen op 31.12.2012 || 42 503 Opgemerkt zij dat het voorgaande geen effect heeft
op het begrotingsresultaat. De begrotingsontvangsten moeten altijd gelijk zijn
aan of groter dan de begrotingsuitgaven, aangezien elk overschot op de
ontvangsten aan de lidstaten wordt terugbetaald.
3. TOELICHTINGEN BIJ
DE STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN
3.1 ONTVANGSTEN UIT EIGEN MIDDELEN EN
BIJDRAGEN || || || miljoen EUR || Toelichting || 2012 || 2011 Bni-middelen || || 98 061 || 88 442 Traditionele eigen middelen: douanerechten || || 16 087 || 16 528 suikerheffingen || || 157 || 161 Btw-middelen || || 14 871 || 14 763 Ontvangsten uit eigen middelen || 3.1.1 || 129 176 || 119 894 Budgettaire aanpassingen || 3.1.2 || 1 439 || 4 533 Bijdragen van derde landen (inclusief EVA-landen) || || 304 || 250 Totaal || || 130 919 || 124 677 3.1.1 Ontvangsten
uit eigen middelen De ontvangsten uit eigen middelen vormen het
hoofdelement van de beleidsontvangsten van de EU. Het grootste deel van de uitgaven
wordt dus met eigen middelen gefinancierd. De overige ontvangsten
vertegenwoordigen immers slechts een klein deel van de totale financiering. Er zijn drie categorieën eigen
middelen: traditionele eigen
middelen, btw-middelen en bni-middelen. De traditionele eigen middelen omvatten suikerheffingen en
douanerechten.
Een mechanisme
voor de correctie van begrotingsonevenwichtigheden (korting voor het Verenigd
Koninkrijk) en een brutokorting op de jaarlijkse bijdrage op bni-grondslag van
Nederland en Zweden maken eveneens deel uit van het stelsel van eigen middelen. De lidstaten houden als
inningskosten 25 % van de traditionele eigen middelen in. De bovenvermelde
bedragen zijn nettobedragen. Opgemerkt zij dat de Belgische autoriteiten in 2011
een verzoek om terugbetaling van ongeveer 126 miljoen EUR (netto)
indienden met betrekking tot bedragen die als traditionele eigen middelen aan
de EU-begroting waren overgemaakt. Uit de inspecties van de Commissie en de
audits van de Rekenkamer is gebleken dat de Belgische goedkeurings- en
boekhoudsystemen verschillende gebreken hebben, die de betrouwbaarheid van de
bedragen die als traditionele eigen middelen aan de EU begroting worden
overgemaakt, in het gedrang brengen. In het eerste semester van 2013
hebben de diensten van de Commissie een aanvullende inspectie verricht, waarbij
de resultaten van de audit alsook het verzoek om terugbetaling en de
corrigerende maatregelen die waar nodig zijn genomen, zijn geëvalueerd. Uit de
conclusies van de audit, die door de inspectie van de Commissie werden
bevestigd, bleek dat het verzoek om terugbetaling geen materiële fouten bevat
en dat de berekening betrouwbaar is. Bijgevolg werd op 31 december 2012
in de rekening van de Commissie een voorziening geboekt om de terugbetaling van
het verzoek van de Belgische autoriteiten, die in 2013 zal worden
verwerkt, te dekken. 3.1.2 Budgettaire
aanpassingen De budgettaire aanpassingen omvatten het
begrotingsoverschot uit 2011 (1 497 miljoen EUR), dat
indirect aan de lidstaten wordt terugbetaald door het in mindering te brengen
op de bedragen aan eigen middelen die zij het volgende jaar aan de EU moeten betalen.
Het betreft dus ontvangsten voor 2012. 3.2 OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN || || miljoen EUR || Toelichting || 2012 || 2011 Geldboeten || 3.2.1 || 1 884 || 868 || || || Landbouwheffingen || 3.2.2 || 87 || 65 || || || Teruggevorderde uitgaven: || 3.2.3 || || Direct gecentraliseerd beheer || || 63 || 76 Indirect gecentraliseerd beheer || || 30 || 17 Gedecentraliseerd beheer || || 27 || 106 Gezamenlijk beheer || || 8 || 3 Gedeeld beheer || || 1 376 || 845 Totaal || || 1 504 || 1 047 Ontvangsten uit administratief beheer: || 3.2.4 || || Personeel || || 1 209 || 1 141 Ontvangsten uit vaste bedrijfsmiddelen || || 23 || 94 Overige administratieve ontvangsten || || 59 || 119 Totaal || || 1 291 || 1 354 Diverse beleidsontvangsten: || 3.2.5 || || Aanpassingen/voorzieningen || || 280 || 59 Wisselkoersbaten || || 335 || 476 Overige || || 1 445 || 1 507 Totaal || || 2 060 || 2 042 Totaal || || 6 826 || 5 376 3.2.1 Geldboeten Deze ontvangsten hebben betrekking op geldboeten die
zijn opgelegd door de Commissie voor inbreuken van de mededingingsregels. Vorderingen en de daarmee
samenhangende baten worden opgenomen wanneer het besluit van de Commissie om
een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter kennis is gebracht van
de betrokkene.
De stijging
van de ontvangsten uit geldboeten in vergelijking met 2011 valt toe te
schrijven aan een hoge geldboete in een zaak met betrekking tot tv- en
computerschermen in 2012. In maart 2013 is aan Microsoft een geldboete
van 561 miljoen EUR opgelegd omdat het bij gebruikers in de EU geen
reeks webbrowsers promoot, maar alleen Internet Explorer. 3.2.2 Landbouwheffingen Deze bedragen betreffen voornamelijk melkheffingen
die een instrument zijn om de markt te beheren en waarmee melkproducenten die
hun referentiehoeveelheden overschrijden, kunnen worden gestraft. Aangezien zij niet samenhangen met
eerdere betalingen door de Commissie, worden zij in de praktijk beschouwd als
ontvangsten voor een specifiek doeleinde. 3.2.3 Teruggevorderde
uitgaven Deze rubriek omvat de door
de Commissie opgestelde invorderingsopdrachten en verminderingen van volgende
betalingen die in het boekhoudsysteem van de Commissie zijn opgenomen, waarmee
uitgaven die vroeger uit de algemene begroting zijn betaald, op basis van
controles, afgesloten audits of subsidiabiliteitsanalyse worden teruggevorderd,
alsook de invorderingsopdrachten die door lidstaten zijn afgegeven tegen
begunstigden van uitgaven van het ELGF. Deze rubriek omvat ook de wijziging van de ramingen van de
toegerekende baten vanaf het einde van vorig jaar tot nu. Opgemerkt zij dat deze
cijfers alleen het boekhoudkundige effect van de corrigerende activiteiten van
de EU weergeven, op basis van de geldende boekhoudregels van de EU. Om deze reden tonen deze cijfers
niet de volledige omvang van de terugvorderingen van EU-uitgaven, en kunnen die
ook niet tonen, met name voor de aanzienlijke uitgavengebieden van de
structurele maatregelen, waarin specifieke mechanismen van kracht zijn die
ervoor zorgen dat niet-subsidiabele uitgaven worden terugbetaald, doorgaans
zonder dat een invorderingsopdracht hoeft te worden opgesteld. Voorts worden de terugvorderingen
van voorfinancieringen evenmin als ontvangsten opgenomen, in overeenstemming
met de boekhoudregels van de EU. Nadere informatie over de financiële correcties en invorderingen van
uitgaven kan in toelichting 6
worden gevonden. Landbouw: ELGF en
plattelandsontwikkeling In het kader van het ELGF en het ELFPO is het bedrag
dat in deze rubriek als ontvangsten van het jaar is geboekt, namelijk 1 020
miljoen EUR, als volgt samengesteld: -
724 miljoen EUR
aan conformiteitscorrecties waartoe tijdens het jaar besloten is; -
296 miljoen EUR
in verband met fraude en onregelmatigheden: 195 miljoen EUR aan
terugbetalingen die de lidstaten gedeclareerd hebben en tijdens het jaar hebben
geïnd, plus de nettostijging van de uitstaande bedragen betreffende fraude en
onregelmatigheden die voor terugvordering aan het einde van het jaar door de
lidstaten zijn gedeclareerd (101 miljoen EUR). Structurele maatregelen -
De in
het kader van structurele maatregelen teruggevorderde uitgaven bedroegen 356 miljoen EUR
(2011: 109 miljoen EUR). De belangrijkste bedragen in deze
subrubriek omvatten invorderingsopdrachten die door de Commissie zijn afgegeven
om onverschuldigde uitgaven in de vorige jaren terug te vorderen voor een
bedrag van 95 miljoen EUR (inclusief 5 miljoen EUR in
verband met EOGFL-Oriëntatie), en de wijziging (stijging) van de toegerekende
ontvangsten aan het einde van het jaar voor 261 miljoen EUR. Slechts in de volgende gevallen worden
invorderingsopdrachten afgegeven: - formele financiële
correctiebesluiten van de Commissie na het ontdekken van onregelmatige uitgaven
in de door de lidstaten gevraagde bedragen; - aanpassingen bij de
afsluiting van een programma die een vermindering van de EU-bijdrage
meebrengen, wanneer een lidstaat niet voldoende subsidiabele uitgaven heeft
gedeclareerd om de totale voorfinanciering en de reeds gedane tussentijdse
betalingen te rechtvaardigen. Dergelijke verrichtingen kunnen plaatsvinden zonder een formeel
besluit van de Commissie indien de lidstaat deze aanvaardt; - terugbetaling van
teruggevorderde bedragen na afsluiting ingevolge het resultaat van
gerechtelijke procedures die aan de gang waren op het ogenblik van afsluiting. Andere met betrekking tot structurele maatregelen
opgestelde invorderingsopdrachten betreffen de terugvordering van
voorfinanciering (zie toelichting 6.5). Deze bedragen worden niet als
ontvangsten opgevoerd, maar gecrediteerd in de rubriek voorfinanciering in de
balans. 3.2.4 Ontvangsten
uit administratief beheer Deze
ontvangsten vloeien voort uit inhoudingen op de salarissen van het personeel en
bestaan hoofdzakelijk uit twee bedragen: pensioenbijdragen en belastingen op
inkomen. 3.2.5 Diverse
beleidsontvangsten Een bedrag
van 672 miljoen EUR (2011: 535 miljoen EUR) houdt verband met van toetredingslanden
ontvangen bedragen. Wisselkoersbaten,
behalve die welke betrekking hebben op de in toelichting 3.5 behandelde financiële activiteiten, zijn
eveneens in deze rubriek opgenomen. Deze baten vloeien voort uit de dagelijkse activiteiten en daarmee
verband houdende transacties die worden verricht in andere valuta dan de euro,
alsmede uit de herwaardering aan het einde van het jaar die nodig is voor het
opstellen van de rekeningen. Het betreft zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde winsten. De netto wisselkoersbaten voor het
jaar bedroegen 52 miljoen EUR (2011: 94 miljoen EUR). 3.3 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN || || miljoen EUR || 2012 || 2011 Personeelsuitgaven || 5 708 || 5 416 Afschrijvingen en waardeverminderingen || 451 || 412 Overige administratieve uitgaven || 3 161 || 3 148 Totaal || 9 320 || 8 976 In deze rubriek zijn uitgaven van 379 miljoen EUR
(2011: 358 miljoen EUR)
opgenomen voor operationele leases – de volgende bedragen zijn vastgelegd voor
betaling tijdens de verdere looptijd van deze leasecontracten: || || || || || miljoen EUR || In de toekomst te betalen bedragen < 1 jaar || 1- 5 jaar || > 5 jaar || Totaal Gebouwen || 340 || 947 || 575 || 1 862 IT-materiaal en overige uitrusting || 5 || 7 || 0 || 12 Totaal || 345 || 954 || 575 || 1 874 3.4 BELEIDSUITGAVEN || || || miljoen EUR || Toelichting || 2012 || 2011 Primaire beleidsuitgaven: || 3.4.1 || || Direct gecentraliseerd beheer || || 9 883 || 10 356 Indirect gecentraliseerd beheer || || 4 151 || 4 119 Gedecentraliseerd beheer || || 1 019 || 766 Gedeeld beheer || || 106 378 || 104 067 Gezamenlijk beheer || || 1 819 || 1 714 Totaal || || 123 250 || 121 022 Overige beleidsuitgaven: || 3.4.2 || || Aanpassingen/voorzieningen || || 427 || 251 Wisselkoersverliezen || || 281 || 382 Overige || || 675 || 2 123 Totaal || || 1 383 || 2 756 Totaal || || 124 633 || 123 778 3.4.1 Primaire
beleidsuitgaven De beleidsuitgaven van de EU
bestrijken de verschillende rubrieken van het financieel kader en nemen
verschillende vormen aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële
middelen worden uitgekeerd en beheerd. Het grootste deel van de uitgaven valt onder de rubriek
„gedeeld beheer”, hetgeen inhoudt dat taken aan de lidstaten worden
gedelegeerd, onder meer op gebieden als de ELGF-uitgaven en de maatregelen die
via de verschillende structuurfondsen worden gefinancierd (het EFRO, het ESF,
het ELFPO, het Cohesiefonds en het EVF). De
belangrijkste onderdelen van de bovengenoemde beleidsuitgaven bestrijken de
volgende gebieden: landbouw en plattelandsontwikkeling (57 miljard EUR),
regionale ontwikkeling en cohesie (39 miljard EUR), werkgelegenheid
en sociale zaken (11 miljard EUR), onderzoek en
communicatienetwerken, content en technologie (6 miljard EUR) en
externe betrekkingen (3 miljard EUR). 3.4.2 Overige
beleidsuitgaven Wisselkoersverliezen,
behalve die welke betrekking hebben op de in toelichting 3.6 besproken financiële activiteiten, vloeien
voort uit de dagelijkse activiteiten en daarmee verband houdende transacties
die worden verricht in andere valuta dan de euro, alsmede uit de herwaardering
aan het einde van het jaar die nodig is voor het opstellen van de rekeningen.
Het betreft zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde verliezen. De rubriek
overige (onder overige beleidsuitgaven) 2011 omvatte voornamelijk de
correctie van geldboeten die in de vorige jaren
waren opgelegd, ten belope van 1 471 miljoen EUR. Kosten voor
onderzoek en ontwikkeling Zowel onder administratieve uitgaven (zie
toelichting 3.3) als onder
beleidsuitgaven zijn kosten voor onderzoek en niet-gekapitaliseerde kosten voor
ontwikkeling als volgt opgenomen: || miljoen EUR || 2012 || 2011 Kosten voor onderzoek || 331 || 327 Niet-gekapitaliseerde kosten voor ontwikkeling || 76 || 145 Als uitgave opgenomen || 407 || 472 3.5 FINANCIËLE ONTVANGSTEN || || miljoen EUR || 2012 || 2011 Baten uit dividenden || 12 || 5 || || Rentebaten: || || Op voorfinanciering || 28 || 40 Op laattijdige betalingen || 242 || 89 Op voor verkoop beschikbare financiële activa || 100 || 113 Op leningen || 1 559 || 921 Op geldmiddelen en kasequivalenten || 26 || 132 Overige || 2 || 5 Totaal || 1 957 || 1 300 Overige financiële ontvangsten: || || Op de verkoop van financiële activa gerealiseerde winst || 18 || 3 Overige || 160 || 178 Totaal || 178 || 181 Huidige waardeaanpassingen || 0 || 1 || || Wisselkoersbaten || 10 || 4 || || Totaal || 2 157 || 1 491 De stijging in financiële ontvangsten valt
voornamelijk toe te schrijven aan een stijging van de ontvangsten uit rente op
leningen. Die stijging is in
overeenstemming met de gestegen balans van de EFSM-leningen (zie de toelichtingen 2.4.2 en 7).
Aangezien die leningen back-to-back-leningen zijn, stegen ook de rente-uitgaven
op leningen dienovereenkomstig (zie toelichting 3.6). De daling van de ontvangsten uit geldmiddelen en kasequivalenten kan
worden verklaard door de aanzienlijke daling van de marktrente in 2012. De categorie waarop het effect het
grootst was, was de rente uit voorlopig geïnde geldboeten. In die specifieke categorie leidde
het gecombineerde effect van de daling van de rentevoet en het grote aantal
rekeningen met geldboeten dat in 2012 werd afgesloten, tot de daling van
de ontvangsten uit rente met ongeveer 81 miljoen EUR. 3.6 FINANCIËLE UITGAVEN || || miljoen EUR || 2012 || 2011 Rentelasten: || || Leasing || 88 || 91 Op opgenomen leningen || 1 545 || 903 Overige || 23 || 30 Totaal || 1 656 || 1 024 Overige financiële uitgaven: || || Aanpassingen aan financiële voorzieningen || 75 || 74 Uitgaven met betrekking tot door fiduciaires beheerde financiële instrumenten || 43 || 47 Waardeverminderingsverliezen op voor verkoop beschikbare financiële activa || 8 || 12 Op de verkoop van financiële activa gerealiseerd verlies || 4 || 5 Overige || 143 || 144 Totaal || 273 || 282 Wisselkoersverliezen || 13 || 49 || || Totaal || 1 942 || 1 355 3.7 AANDEEL
IN HET NETTOTEKORT VAN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN EN GEASSOCIEERDE
DEELNEMINGEN Overeenkomstig de vermogensmutatiemethode neemt de
Commissie in haar staat van de financiële resultaten het aandeel in het
netto-overschot van haar gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde
deelnemingen op (zie ook de toelichtingen 2.3.1
en 2.3.2). 3.8 ONTVANGSTEN
UIT NIET-RUILTRANSACTIES In 2012 is een bedrag van 137 023
miljoen EUR (2011: 130 391 miljoen EUR)
aan ontvangsten uit niet-ruiltransacties in de staat van de financiële
resultaten opgenomen. 3.9 GESEGMENTEERDE INFORMATIE In het gesegmenteerde verslag worden de
beleidsontvangsten en -uitgaven uitgesplitst per beleidsterrein van de
Commissie volgens de structuur van de activiteitsgestuurde begroting. De beleidsterreinen kunnen worden
gegroepeerd in drie grote categorieën: activiteiten in de Europese Unie,
activiteiten buiten de Europese Unie en diensten en overige. „Activiteiten in de Europese Unie” is de grootste
categorie en omvat de talrijke beleidsterreinen die binnen de Europese Unie
worden uitgevoerd.
„Activiteiten
buiten de Europese Unie” betreft het beleid dat buiten de EU wordt gevoerd, bv.
op het gebied van handel en ontwikkelingssamenwerking. „Diensten en overige” omvat de
interne en horizontale activiteiten die voor het functioneren van de
instellingen en organen van de EU noodzakelijk zijn. Opgemerkt zij dat de informatie in
verband met de agentschappen onder het desbetreffende beleidsterrein is
opgenomen. Daarnaast worden eigen
middelen en bijdragen niet uitgesplitst voor de verschillende activiteiten
omdat zij door centrale diensten van de Commissie worden berekend, geïnd en
beheerd. || || || || || || miljoen EUR || Activiteiten in de EU || Activiteiten buiten de EU || Diensten en overige || EGKS in liquidatie || Overige instellingen || Buiten de consolidatie || Totaal Geldboeten || 1 884 || - || - || - || - || - || 1 884 Landbouwheffingen || 87 || - || - || - || - || - || 87 Teruggevorderde uitgaven || 1 444 || 59 || 1 || - || - || - || 1 504 Ontvangsten uit administratief beheer || 99 || 1 || 992 || - || 664 || (465) || 1 291 Diverse beleidsontvangsten || 2 692 || 90 || 440 || 7 || 8 || (1 177) || 2 060 Overige beleidsontvangsten || 6 206 || 150 || 1 433 || 7 || 672 || (1 642) || 6 826 || || || || || || || Personeelsuitgaven || (2 256) || (318) || (1 352) || - || (1 802) || 20 || (5 708) Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || (126) || 1 || (113) || - || (213) || - || (451) Overige administratieve uitgaven || (1 003) || (311) || (880) || - || (1 594) || 627 || (3 161) Administratieve uitgaven || (3 385) || (628) || (2 345) || - || (3 609) || 647 || (9 320) || || || || || || || Direct gecentraliseerd beheer || (6 996) || (3 572) || (159) || - || - || 844 || (9 883) Indirect gecentraliseerd beheer || (3 762) || (422) || (34) || - || - || 67 || (4 151) Gedecentraliseerd beheer || (494) || (525) || - || - || - || - || (1 019) Gedeeld beheer || (106 464) || 83 || 3 || - || - || - || (106 378) Gezamenlijk beheer || (269) || (1 550) || - || - || - || - || (1 819) Overige beleidsuitgaven || (774) || (3) || (634) || (48) || (8) || 84 || (1 383) Beleidsuitgaven || (118 759) || (5 989) || (824) || (48) || (8) || 995 || (124 633) TOTAAL BELEIDSUITGAVEN || (122 144) || (6 617) || (3 169) || (48) || (3 617) || 1 642 || (133 953) Nettobeleidsuitgaven || (115 938) || (6 467) || (1 736) || (41) || (2 945) || 0 || (127 127) Ontvangsten uit eigen middelen en bijdragen || || || || || || || 130 919 Overschot uit beleidsactiviteiten || || || || || || || 3 792 Netto financiële ontvangsten || || || || || || || 215 Mutatie in de verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen || || || || || (8 846) Aandeel in het nettotekort van gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen || || || || || || (490) Economisch resultaat van het jaar || || || || || || || (5 329) || GESEGMENTEERDE INFORMATIE – ACTIVITEITEN IN DE EU || miljoen EUR || || Economische en financiële zaken || Onderneming en industrie || Mededinging || Werkgelegenheid || Landbouw || Vervoer en energie || Milieu || Onderzoek || Informatie-maatschappij Overige beleidsontvangsten: || || || || || || || || || Geldboeten || 0 || 6 || 1 878 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 Landbouwheffingen || 0 || 0 || 0 || 0 || 87 || 0 || 0 || 0 || 0 Teruggevorderde uitgaven || 0 || 1 || 0 || 48 || 1 025 || 10 || 3 || 21 || 18 Ontvangsten uit administratief beheer || 0 || 18 || 0 || 0 || 0 || 16 || 0 || 7 || 0 Overige beleidsontvangsten || 4 || 93 || 0 || 34 || 239 || 220 || 39 || 845 || 12 OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN || 4 || 118 || 1 878 || 82 || 1 351 || 246 || 42 || 873 || 30 Administratieve uitgaven: || (68) || (210) || (89) || (107) || (127) || (412) || (126) || (432) || (131) Personeelsuitgaven || (60) || (147) || (83) || (82) || (107) || (281) || (88) || (236) || (107) Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || 0 || (8) || 0 || (1) || 0 || (15) || (1) || (15) || 0 Overige administratieve uitgaven || (8) || (55) || (6) || (24) || (20) || (116) || (37) || (181) || (24) Beleidsuitgaven: || (40) || 394 || (80) || (10 873) || (56 842) || (2 372) || (329) || (4 365) || (1 312) Direct gecentraliseerd beheer || (40) || 211 || 0 || (169) || (48) || (1 061) || (307) || (2 906) || (1 285) Indirect gecentraliseerd beheer || 0 || 352 || 0 || (3) || 0 || (1 127) || (10) || (1 408) || (22) Gedecentraliseerd beheer || 0 || 0 || 0 || (61) || (38) || 0 || 0 || 0 || 0 Gedeeld beheer || 0 || 0 || 0 || (10 618) || (56 655) || 0 || 0 || 0 || 0 Gezamenlijk beheer || 0 || (130) || 0 || (7) || 0 || (123) || 0 || 0 || 0 Overige beleidsuitgaven || 0 || (39) || (80) || (15) || (101) || (61) || (12) || (51) || (5) TOTAAL BELEIDSUITGAVEN || (108) || 184 || (169) || (10 980) || (56 969) || (2 784) || (455) || (4 797) || (1 443) NETTOBELEIDSUITGAVEN || (104) || 302 || 1 709 || (10 898) || (55 618) || (2 538) || (413) || (3 924) || (1 413) || || || || || || || || || || Gemeen-schappelijk Onderzoeks-centrum || Visserij || Interne markt || Regionaal beleid || Belastingen en douane || Onderwijs en cultuur || Gezondheid en consumenten-bescherming || Justitie, vrijheid en veiligheid || Totaal activiteiten in de EU Overige beleidsontvangsten: || || || || || || || || || Geldboeten || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 884 Landbouwheffingen || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 87 Teruggevorderde uitgaven || 0 || 6 || 0 || 303 || 0 || 6 || 2 || 1 || 1 444 Ontvangsten uit administratief beheer || 39 || 0 || 2 || 0 || 0 || 0 || 16 || 1 || 99 Diverse beleidsontvangsten || 78 || 9 || 225 || (3) || 1 || 287 || 363 || 246 || 2 692 OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN || 117 || 15 || 227 || 300 || 1 || 293 || 381 || 248 || 6 206 Administratieve uitgaven: || (358) || (47) || (229) || (78) || (113) || (205) || (348) || (305) || (3 385) Personeelsuitgaven || (249) || (39) || (150) || (66) || (43) || (110) || (234) || (174) || (2 256) Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || (27) || 0 || (8) || 0 || (10) || (1) || (25) || (15) || (126) Overige administratieve uitgaven || (82) || (8) || (71) || (12) || (60) || (94) || (89) || (116) || (1 003) Beleidsuitgaven: || (82) || (807) || (69) || (38 622) || (14) || (1 808) || (661) || (877) || (118 759) Direct gecentraliseerd beheer || (60) || (175) || (36) || (41) || (14) || (229) || (436) || (400) || (6 996) Indirect gecentraliseerd beheer || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || (1 478) || (66) || 0 || (3 762) Gedecentraliseerd beheer || 0 || 0 || 0 || (395) || 0 || 0 || 0 || 0 || (494) Gedeeld beheer || 0 || (629) || 0 || (38 186) || 0 || 0 || 0 || (376) || (106 464) Gezamenlijk beheer || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || (2) || (7) || 0 || (269) Overige beleidsuitgaven || (22) || (3) || (33) || 0 || 0 || (99) || (152) || (101) || (774) TOTAAL BELEIDSUITGAVEN || (440) || (854) || (298) || (38 700) || (127) || (2 013) || (1 009) || (1 182) || (122 144) NETTOBELEIDSUITGAVEN || (323) || (839) || (71) || (38 400) || (126) || (1 720) || (628) || (934) || (115 938) || GESEGMENTEERDE INFORMATIE – ACTIVITEITEN BUITEN DE EU || miljoen EUR || || Externe betrekkingen || Handel || Ontwikkeling || Uitbreiding || Humanitaire hulp || Totaal activiteiten buiten de EU || Overige beleidsontvangsten: || || || || || || || Teruggevorderde uitgaven || 34 || 0 || 2 || 24 || (1) || 59 || Ontvangsten uit administratief beheer || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || Diverse beleidsontvangsten || 5 || 0 || 87 || (1) || (1) || 90 || OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN || 40 || 0 || 89 || 23 || (2) || 150 || Administratieve uitgaven: || (102) || (72) || (342) || (80) || (32) || (628) || Personeelsuitgaven || (15) || (65) || (165) || (49) || (24) || (318) || Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || Overige administratieve uitgaven || (88) || (7) || (177) || (31) || (8) || (311) || Beleidsuitgaven: || (2 876) || (11) || (1 091) || (863) || (1 148) || (5 989) || Direct gecentraliseerd beheer || (1 729) || (6) || (782) || (485) || (570) || (3 572) || Indirect gecentraliseerd beheer || (350) || 0 || (19) || (53) || 0 || (422) || Gedecentraliseerd beheer || (218) || 0 || (37) || (270) || 0 || (525) || Gedeeld beheer || 83 || 0 || 0 || 0 || 0 || 83 || Gezamenlijk beheer || (662) || (5) || (252) || (54) || (577) || (1 550) || Overige administratieve uitgaven || 0 || 0 || (1) || (1) || (1) || (3) || TOTAAL BELEIDSUITGAVEN || (2 978) || (83) || (1 433) || (943) || (1 180) || (6 617) || NETTOBELEIDSUITGAVEN || (2 938) || (83) || (1 344) || (920) || (1 182) || (6 467) || || || || || GESEGMENTEERDE INFORMATIE – DIENSTEN EN OVERIGE || miljoen EUR || || Pers en communicatie || Bureau voor fraude-bestrijding || Coördinatie || Personeel en administratie || Eurostat || Begroting || Audit || Talen || Overige || Totaal diensten en overige Overige beleidsontvangsten: || || || || || || || || || || Teruggevorderde uitgaven || 1 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 Ontvangsten uit administratief beheer || 0 || 7 || 2 || 829 || 0 || 56 || 0 || 98 || 0 || 992 Diverse beleidsontvangsten || (2) || 5 || 1 || 53 || 0 || 9 || 0 || 47 || 327 || 440 OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN || (1) || 12 || 3 || 882 || 0 || 65 || 0 || 145 || 327 || 1 433 Administratieve uitgaven: || (124) || (51) || (184) || (1 424) || (91) || (58) || (11) || (441) || 39 || (2 345) Personeelsuitgaven || (79) || (38) || (159) || (632) || (70) || (45) || (10) || (358) || 39 || (1 352) Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen || (2) || (1) || 0 || (109) || 0 || 0 || 0 || (1) || 0 || (113) Overige administratieve uitgaven || (43) || (12) || (25) || (683) || (21) || (13) || (1) || (82) || 0 || (880) Beleidsuitgaven: || (124) || (22) || (2) || (14) || (32) || (341) || 0 || (16) || (273) || (824) Direct gecentraliseerd beheer || (90) || (22) || 0 || (12) || (32) || (3) || 0 || 0 || 0 || (159) Indirect gecentraliseerd beheer || (34) || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || (34) Gedeeld beheer || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 3 || 0 || 0 || 0 || 3 Overige beleidsuitgaven || 0 || 0 || (2) || (2) || 0 || (341) || 0 || (16) || (273) || (634) TOTAAL BELEIDSUITGAVEN || (248) || (73) || (186) || (1 438) || (123) || (399) || (11) || (457) || (234) || (3 169) NETTOBELEIDSUITGAVEN || (249) || (61) || (183) || (556) || (123) || (334) || (11) || (312) || 93 || (1 736)
4. TOELICHTINGEN BIJ HET KASSTROOMOVERZICHT
4.1 DOEL EN SAMENSTELLING VAN HET
KASSTROOMOVERZICHT Informatie over de kasstroom wordt gebruikt om een
basis te verschaffen voor het beoordelen van het vermogen van de EU om
geldmiddelen en kasequivalenten te genereren, en van haar behoeften om deze
kasstromen te gebruiken. Voor het opstellen van het kasstroomoverzicht is
gebruik gemaakt van de indirecte methode. Dat betekent dat de nettowinst of het nettoverlies van het
begrotingsjaar wordt aangepast om rekening te houden met de gevolgen van
transacties van niet-contante aard, latenties of voorzieningen voor reeds of
nog te ontvangen of betalen kasstromen uit de beleidsactiviteiten, en baten of
lasten die verband houden met investerings- of financieringskasstromen. Kasstromen die voortkomen uit transacties in vreemde
valuta's moeten worden gepresenteerd in de rapporteringsvaluta van de EU (de
euro) door op het bedrag in de vreemde valuta de wisselkoers toe te passen die
op de datum van de kasstroom geldt tussen de euro en de vreemde valuta. Het bovenstaande kasstroomoverzicht geeft een
overzicht van de kasstromen tijdens de periode, ingedeeld volgens
beleidsactiviteiten en investeringsactiviteiten (de EU heeft geen
financieringsactiviteiten). 4.2 BELEIDSACTIVITEITEN Beleidsactiviteiten zijn de activiteiten van de EU
die geen investeringsactiviteiten zijn. Het betreft het grootste deel van de activiteiten. Aan begunstigden verstrekte
leningen (en de daarmee samenhangende opgenomen leningen, indien van
toepassing) worden niet beschouwd als investerings- of
financieringsactiviteiten, aangezien zij deel uitmaken van de algemene
doelstellingen en derhalve van de dagelijkse activiteiten van de EU. Onder de beleidsactiviteiten vallen
ook investeringen zoals het EIF, de EBWO en durfkapitaalfondsen. Het doel van deze activiteiten is
immers bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsgerichte resultaten. 4.3 INVESTERINGSACTIVITEITEN Investeringsactiviteiten zijn de verwerving en
vervreemding van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen en van andere
investeringen die niet in kasequivalenten zijn vervat. Aan begunstigden verstrekte
leningen vallen niet onder de investeringsactiviteiten. Het doel is een overzicht te geven
van de echte investeringen van de EU.
5. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN PASSIVA EN ANDERE
INFORMATIEVERSCHAFFING
5.1 VOORWAARDELIJKE ACTIVA || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Ontvangen garanties: || || Uitvoeringsgaranties || 337 || 300 Overige garanties || 43 || 34 Overige voorwaardelijke activa || 14 || 19 Totaal || 394 || 353 Uitvoeringsgaranties worden
verlangd om ervoor te zorgen dat de begunstigden van middelen van de EU voldoen
aan de verplichtingen van hun contract met de EU. 5.2 VOORWAARDELIJKE PASSIVA || || || miljoen EUR || Toelichting || 31.12.2012 || 31.12.2011 Verstrekte garanties || 5.2.1 || 22 317 || 24 394 Geldboeten || 5.2.2 || 6 378 || 8 951 ELGF, plattelandsontwikkeling en pretoetreding || 5.2.3 || 1 188 || 2 345 Cohesiebeleid || 5.2.4 || 546 || 318 Rechtszaken en andere geschillen || 5.2.5 || 91 || 251 Overige voorwaardelijke passiva || || 1 || 2 Totaal || || 30 521 || 36 261 Alle
voorwaardelijke passiva zouden, indien ze zich realiseren, door de EU-begroting
van de volgende jaren worden gedragen. 5.2.1 Verstrekte
garanties || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Op leningen uit de eigen middelen van de EIB: || || 65%-garantie || 18 683 || 20 362 70%-garantie || 1 654 || 1 992 75%-garantie || 383 || 534 100%-garantie || 594 || 724 Totaal || 21 314 || 23 612 Overige verstrekte garanties || 1 003 || 782 || || Totaal || 22 317 || 24 394 De begroting van de EU staat borg voor de door de
EIB tot 31 december 2012 ondertekende en aan derde landen toegestane
leningovereenkomsten uit eigen middelen (met inbegrip van de leningen die aan
lidstaten werden toegekend voor hun toetreding). De EU-garantie is evenwel beperkt
tot een percentage van het maximum van de toegestane kredieten: 65 % (voor het mandaat 2000-2007),
70 %, 75 % of 100 %. Voor het mandaat 2007-2013 is de EU-garantie beperkt tot 65 % van
de uitstaande saldi en niet op de toegestane kredietlijnen. Indien het maximum niet bereikt is,
geldt de EU-garantie voor het gehele uitstaande bedrag. Op 31 december 2012
beliep het uitstaande bedrag 21 314 miljoen EUR, hetgeen derhalve
het maximumrisico vertegenwoordigt dat de EU moet dragen. In het bovenvermelde bedrag van de 65 %-garantie
voor 2011 is geen rekening gehouden met het berekeningsverschil tussen de
mandaten 2000‑2007 en 2007-2013. Als het bedrag voor 2011
op basis van die differentiatie was berekend, zou het op te nemen bedrag 17 423 miljoen EUR
zijn geweest. De overige verstrekte garanties houden voornamelijk
verband met de financieringsfaciliteit met risicodeling (948 miljoen EUR)
en het garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten (39 miljoen EUR).
Nadere informatie over deze faciliteiten kan in toelichting 2.4 worden gevonden. 5.2.2 Geldboeten Deze bedragen betreffen door de Commissie opgelegde
geldboeten voor inbreuken op de mededingingsregels die voorlopig zijn betaald,
en waartegen ofwel beroep is aangetekend of waarvan niet bekend is of er beroep
tegen zal worden aangetekend. Dit voorwaardelijk passief zal behouden blijven
totdat in de zaak definitief uitspraak is gedaan door het Hof van Justitie. De rente op voorlopige betalingen
wordt opgenomen in het economisch resultaat van het jaar en tevens als een
voorwaardelijk passief vanwege de onzekerheid of de Commissie recht heeft op
deze bedragen. 5.2.3 ELGF,
plattelandsontwikkeling en pretoetreding Dit zijn voorwaardelijke
passiva tegenover de lidstaten in verband met de ELGF-conformiteitsbesluiten en
de financiële correcties voor plattelandsontwikkeling en pretoetreding,
waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan. De vaststelling
van het definitieve bedrag van het passief alsook het jaar waarin het effect
van een succesvol beroep ten laste van de begroting zal komen, zijn afhankelijk
van de duur van de procedure voor het Hof van Justitie. 5.2.4 Cohesiebeleid Dit zijn voorwaardelijke
passiva tegenover de lidstaten in verband met acties in het kader van het
cohesiebeleid, waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan of
waarvoor het nog een mondelinge hoorzitting moet vaststellen. 5.2.5 Rechtszaken
en andere geschillen Deze rubriek heeft betrekking op
schadevergoedingszaken die momenteel tegen de Commissie en andere EU-organen
zijn ingeleid, op andere rechtsgeschillen en de geraamde gerechtskosten. Opgemerkt
zij dat de eiser in een schadevordering krachtens artikel 288 van het
EG-Verdrag moet aantonen dat de instelling een rechtsregel waarbij aan
particulieren rechten worden verleend, op voldoende ernstige wijze heeft
geschonden, dat hij zelf reële schade heeft geleden en dat er een rechtstreeks
causaal verband bestaat tussen de onwettige handeling en de schade. 5.3 ANDERE SIGNIFICANTE VERMELDINGEN 5.3.1 Vastleggingen
met betrekking tot nog niet gebruikte kredieten || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Vastleggingen met betrekking tot nog niet gebruikte kredieten || 175 853 || 165 236 Dit bedrag bestaat uit de budgettaire RAL („reste à
liquider”) verminderd met de daarmee verband houdende bedragen die in de staat
van de financiële resultaten 2012 zijn opgenomen als uitgaven. De budgettaire RAL is een bedrag
dat de openstaande vastleggingen vertegenwoordigt waarvoor nog geen betalingen
en/of vrijmakingen zijn gedaan. Dit is het normale gevolg van het bestaan van meerjarenprogramma’s. Op 31 december 2012 was
met de budgettaire RAL een bedrag van in totaal 217 810 miljoen EUR
gemoeid (2011:
207 443 miljoen EUR). 5.3.2 Significante
juridische verbintenissen || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Structurele maatregelen || 71 775 || 142 916 Protocol met de mediterrane landen || 264 || 264 Visserijovereenkomsten || 173 || 37 Galileo-programma || 143 || 320 GMES-programma || 233 || 400 TEN-T || 1 331 || 3 416 Overige contractuele verbintenissen || 3 884 || 4 493 Totaal || 77 803 || 151 846 Deze verbintenissen zijn het gevolg van juridische
verbintenissen op lange termijn die door de EU werden aangegaan voor bedragen
die nog niet door vastleggingskredieten in de begroting waren gedekt. Het kan gaan om meerjarenprogramma's
zoals structurele maatregelen of om bedragen die de EU in de toekomst zal
moeten betalen uit hoofde van administratieve contracten die op de balansdatum
bestaan (bv. voor het verstrekken van diensten als beveiliging, poetsen enz.,
maar ook contractuele verbintenissen in verband met specifieke projecten zoals
bouwwerken). Structurele maatregelen De onderstaande tabel toont
een vergelijking tussen de juridische verbintenissen waarvoor nog geen bedragen
in de begroting zijn vastgelegd en de maximale vastleggingen van de bedragen
die opgenomen zijn in het financieel kader 2007-2013: || || || || || miljoen EUR || Bedragen van de financiële vooruitzichten 2007-2013 (A) || Gesloten juridische verbinte-nissen (B) || Begrotings-vastleggingen 2007-2011 (C) || Juridische verbinte-nissen min begrotings-vastleggingen (=B-C) || Maximum vastleggingen (=A-C) Structuurfondsen || 347 552 || 347 521 || 293 050 || 54 471 || 54 502 Natuurlijke hulpbronnen || 100 549 || 100 539 || 85 058 || 15 481 || 15 491 Instrument voor pretoetredingssteun || 11 255 || 9 895 || 9 473 || 422 || 1 782 Totaal || 459 356 || 457 955 || 387 581 || 70 374 || 71 775 Protocollen met de mediterrane
landen Deze vastleggingen hebben betrekking op financiële
protocollen met mediterrane landen die geen lid van de EU zijn. Het opgenomen bedrag is het
verschil tussen het totale bedrag van de ondertekende protocollen en het bedrag
van de in de rekeningen opgenomen budgettaire verplichtingen. Deze protocollen zijn
internationale verdragen die niet kunnen worden afgewikkeld zonder de
overeenstemming van beide partijen, hoewel de procedure hiervoor reeds is
ingezet. Visserijovereenkomsten Dit zijn verbintenissen met
derde landen uit hoofde van internationale visserijovereenkomsten. Galileo-programma Dit zijn bedragen die zijn
vastgelegd voor het Galileo-programma voor de ontwikkeling van een Europees
wereldwijd systeem voor nagivatie per satelliet (zie ook toelichting 2.2). GMES-programma De Commissie heeft een
contract gesloten met de ESA voor de periode van 2008 tot 2013 voor
de tenuitvoerlegging van de ruimtecomponent van de wereldwijde monitoring voor
milieu en veiligheid (GMES). Het totale indicatieve bedrag voor die periode bedraagt 728 miljoen EUR. TEN-T-verbintenissen Dit bedrag heeft betrekking
op subsidies op het gebied van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) voor
de periode 2007-2013. Het programma is van toepassing op projecten die zijn vastgesteld voor
de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnetwerk om zowel infrastructuurprojecten
als projecten voor onderzoek en ontwikkeling te steunen om de integratie van
nieuwe technologieën en innovatieve processen op de uitrol van nieuwe
vervoersinfrastructuur aan te moedigen. Het totale indicatieve bedrag voor dit programma bedraagt 7 900 miljoen EUR. De daling in de juridische
verbintenissen met betrekking tot TEN-T is het gecombineerde effect van
verminderde juridische verbintenissen na wijzigingsbesluiten en verhoogde
begrotingsvastleggingen. Overige contractuele
verbintenissen De opgegeven bedragen
stemmen overeen met bedragen waarvoor verbintenissen zijn aangegaan die nog in
de loop van de contracten moeten worden betaald. De grootste opgenomen bedragen
hebben betrekking op aanbestedingsregelingen van het Agentschap Fusion for
Energy in het kader van het ITER-project en op bouwcontracten van het Europees
Parlement.
6. BESCHERMING VAN DE EU-BEGROTING
6.1 ACHTERGROND Bij de uitvoering van de EU-begroting is het zeer
belangrijk dat fouten, onregelmatigheden en fraude worden voorkomen, ontdekt en
vervolgens gecorrigeerd. De doelstelling van deze toelichting is het
verstrekken van: 1) een overzicht van de preventie- en correctiemechanismen
waarin de toepasselijke wetgeving voorziet om fouten, onregelmatigheden en
fraude die door de EU-organen en door de lidstaten worden ontdekt, te
behandelen, en 2) een beste raming van de totale betrokken bedragen zodat in
reële termen wordt aangetoond hoe de EU-begroting wordt beschermd. Hieronder wordt niet alleen informatie verschaft
over de maatregelen die op EU-niveau worden genomen, maar ook over de
correcties die door de lidstaten onder gedeeld beheer worden verricht na hun
eigen controles en audits (alleen voor de programmeringsperiode 2007-2013,
aangezien de gegevens die de lidstaten in verband met de vorige
programmeringsperioden hebben ingediend, onvolledig en/of onbetrouwbaar zijn).
Die correcties worden niet in het boekhoudsysteem van de Commissie
geregistreerd omdat de lidstaten de betrokken bedragen in de meeste gevallen kunnen
hergebruiken voor uitgaven die wel aan de regels voldoen. De cijfers voor de lidstaten zijn
opgenomen in tabel 6.7
hieronder. Nadere informatie over de hieronder vermelde
bedragen en de betrokken processen kan worden gevonden in een specifieke mededeling
die door de Commissie wordt voorbereid en die vanaf 2013 in september aan
de kwijtingsautoriteit en Rekenkamer wordt toegezonden (te vinden op de website
DG Budget Europa). 6.2 PREVENTIEMECHANISMEN VAN DE EUROPESE COMMISSIE In direct beheer omvatten de preventieve maatregelen
controles door de verantwoordelijke diensten van de subsidiabiliteit van
uitgaven waarvoor de begunstigden om betaling verzoeken. De controles vooraf
maken deel uit van de beheersprocessen van de programma’s en zijn bedoeld om redelijke
zekerheid te verschaffen over de wettigheid en de regelmatigheid van de
betaalde uitgaven. De diensten van de Commissie kunnen ook richtsnoeren
verschaffen, met name over contractuele aangelegenheden, om een goed en
doeltreffend beheer van de financiering te garanderen en op die manier het
risico van onregelmatigheden te verkleinen. Onder gedeeld beheer (d.w.z. uitgaven op het gebied
van landbouw en cohesiebeleid) is het in de eerste plaats de
verantwoordelijkheid van de lidstaten om via de uitgavencyclus ervoor te zorgen
dat de uit de EU-begroting betaalde uitgaven wettig en regelmatig zijn. Er
bestaan ook preventiemechanismen op het niveau van de Commissie in haar rol van
toezichthoudend orgaan. De
Commissie kan: - de betalingstermijn van programma's 2007-2013
onderbreken gedurende maximaal zes maanden als: (a) zij over bewijs beschikt dat de
beheers- en controlesystemen van de betrokken lidstaat ernstige tekortkomingen
vertonen; of (b) de diensten van de Commissie
aanvullende verificaties moeten verrichten naar aanleiding van informatie dat
uitgaven in een gecertificeerde uitgavenstaat verband houden met een ernstige
onregelmatigheid ten aanzien waarvan geen corrigerende maatregelen zijn
genomen; - een tussentijdse betaling aan een lidstaat uit hoofde
van programma’s 2007-2013 geheel of gedeeltelijk opschorten in de
volgende drie gevallen: (a) zij beschikt over bewijs dat
het beheers- en controlesysteem van het programma ernstige tekortkomingen
vertoont en de lidstaat niet de nodige corrigerende maatregelen heeft genomen; of (b) uitgaven in een gecertificeerde
uitgavenstaat houden verband met een ernstige onregelmatigheid ten aanzien
waarvan geen corrigerende maatregelen zijn genomen; of (c) er is sprake van een ernstig
verzuim van de lidstaat wat betreft zijn beheers- en controleverplichtingen. Wanneer de lidstaat niet de nodige maatregelen
treft, kan de Commissie besluiten een financiële correctie op te leggen. In toelichting 6.4.1 zijn cijfers over opschortingen en
onderbrekingen opgenomen. 6.3 CORRECTIEMECHANISMEN VAN DE EUROPESE COMMISSIE 6.3.1. Financiële correcties Onder gedeeld beheer is het in de eerste plaats de
verantwoordelijkheid van de lidstaten om fouten, onregelmatigheden of fraude
die in eerste instantie door begunstigden zijn gemaakt of gepleegd, te
voorkomen, te ontdekken en te corrigeren terwijl de Commissie een globale
toezichthoudende rol speelt. Als ernstige tekortkomingen in de beheers- en
controlesystemen van de lidstaten hebben geleid of zouden kunnen leiden tot
individuele of stelselmatige fouten, onregelmatigheden of fraude, kan de
Commissie financiële correcties toepassen. De verwerking van financiële
correcties verloopt volgens drie grote stappen: (1) Hangende financiële
correcties:
die correcties kunnen nog veranderen, omdat zij niet nog formeel door de
lidstaten zijn aanvaard, bv. omdat na afronding van een audit de contradictoire
procedure tussen de Commissie en de betrokken lidstaat nog aan de gang is. (2) Bevestigde/besloten
financiële correcties: die
bedragen zijn definitief, in de zin dat zij ofwel bevestigd zijn (d.w.z.
overeengekomen) met de betrokken lidstaat of besloten zijn in een besluit van
de Commissie. Zij zijn opgenomen in
tabel 6.4.2.1. (3) Uitgevoerde financiële
correcties: die bedragen vormen de laatste stap
in het proces waarbij de waargenomen situatie van onterechte uitgaven
definitief wordt gecorrigeerd. De sectorale regelgevingskaders voorzien in verschillende
correctiemechanismen. Die
cijfers zijn opgenomen in de tabellen 6.4.2.2
en 6.4.3.1. 6.3.2 Terugvorderingen Onder direct beheer worden overeenkomstig het
Financieel Reglement door de ordonnateur invorderingsopdrachten opgesteld voor
onterecht betaalde bedragen. De terugbetaling geschiedt door middel van rechtstreekse
overschrijving door de schuldenaar (bv. een lidstaat) of door verrekening met
andere bedragen die de Commissie aan de schuldenaar verschuldigd is. Het Financieel Reglement voorziet
ook in procedures voor de inning van invorderingsopdrachten waarvan de
betalingstermijn is verstreken, waarvoor een specifieke follow-up door de
rekenplichtige van de Commissie geldt. Onder gedeeld beheer zijn de lidstaten voor landbouw
verplicht fouten en onregelmatigheden op te sporen en onterecht betaalde
bedragen terug te vorderen overeenkomstig de nationale voorschriften en
procedures. Bedragen die in het kader
van het ELGF van de begunstigden worden teruggevorderd, worden na inhouding van
(gemiddeld) 20 % door de lidstaten overgemaakt aan de Commissie, die ze
als ontvangsten boekt. Voor
het ELFPO worden de teruggevorderde bedragen in mindering gebracht op het
volgende betalingsverzoek voordat dit aan de diensten van de Commissie wordt
gezonden, zodat het betrokken bedrag voor het programma kan worden hergebruikt. Wanneer een lidstaat niet tot terugvordering
overgaat of geen vaart zet achter zijn maatregelen, kan de Commissie besluiten
om in te grijpen en de betrokken lidstaat een financiële correctie op te
leggen. Voor het cohesiebeleid is
het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten (en niet van de
Commissie) om van begunstigden onterecht betaalde bedragen, eventueel verhoogd
met achterstandsrente, terug te vorderen. In deze toelichting wordt informatie
verschaft over de financiële correcties die door de Commissie worden opgelegd,
en daarnaast over de door de lidstaten teruggevorderde bedragen. Voor de
periode 2007-2013 zijn de lidstaten wettelijk verplicht duidelijke en
gestructureerde gegevens aan de Commissie mee te delen over de vóór de
voltooiing van de nationale terugvorderingsprocedure aan medefinanciering
onttrokken bedragen en de op nationaal niveau daadwerkelijk van begunstigden
teruggevorderde bedragen. 6.3.3 Terugvordering
van ongebruikte voorfinanciering Op bijna alle terreinen verstrekt de EU
voorfinanciering of voorschotten aan de begunstigden. Zoals uitgelegd in
toelichting 1.5.7 zijn dit
betalingen om de begunstigde te voorzien van een kasvoorschot, dus van contante
middelen. Wanneer een begunstigde
niet de totaliteit van een van de EU ontvangen voorfinanciering heeft gebruikt
(uitgegeven), geven de diensten van de Commissie een invorderingsopdracht af om
ervoor te zorgen dat de gelden terugkeren naar de EU-begroting. Die procedure vormt een belangrijke
stap in het controlesysteem van de EU om ervoor te zorgen dat de begunstigde
geen saldo houdt zonder degelijke rechtvaardiging van de uitgaven, wat
bijdraagt tot de bescherming van de EU-begroting. Die teruggevorderde bedragen zijn
opgenomen in tabel 6.5. Terugvordering van ongebruikte
voorfinanciering mag niet worden verward met de terugvordering van onregelmatige
uitgaven. Wanneer de diensten van de
Commissie dergelijke uitgaven in verband met uitbetaalde voorfinanciering
vaststellen en terugvorderen, worden die opgenomen in de normale processen voor
financiële correctie of terugvordering die hierboven in de toelichtingen 6.3.1 en 6.3.2
zijn beschreven. 6.3.4 Ontvangsten
uit eigen middelen – teruggevorderde bedragen Wat de ontvangsten uit eigen middelen betreft, de
grootste bron van financiering van de EU-begroting, worden bedragen
teruggevorderd bij de follow-up van inspectieverslagen van de Europese Commissie, audits van de Europese
Rekenkamer, zaken inzake financiële verantwoordelijkheid als gevolg van
administratieve fouten van de lidstaten of te weinig inspanningen om bedrag
terug te vorderen, inbreukprocedures en uitspraken van het Europees Hof van
Justitie. Daarnaast komen er ook bedragen uit spontane betalingen van de
lidstaten en rente op laattijdige betalingen in verband met eigen middelen. Die teruggevorderde bedragen zijn
opgenomen in tabel 6.6. 6.4 FINANCIEEL EFFECT VAN PREVENTIEVE EN CORRIGERENDE
MAATREGELEN 6.4.1 Onderbrekingen
en opschortingen in 2012 Onderbrekingen: In de tabellen hieronder wordt voor het EFRO, het
Cohesiefonds, het ESF en het EVF een overzicht gegeven van de ontwikkeling van
de onderbrekingszaken, zowel qua aantal als qua bedrag. De beginbalans omvat alle zaken die
eind 2011 nog hangende waren, ongeacht het jaar waarin de onderbreking aan
de lidstaat werd meegedeeld (om die redenen zijn bepaalde cijfers niet direct
vergelijkbaar met de cijfers in de jaarrekening 2011). De nieuwe zaken hebben alleen
betrekking op de onderbrekingen die in het jaar 2012 zijn meegedeeld. De afgesloten zaken zijn de zaken
waarin de betaling van de kostendeclaraties in 2012 werd hernomen,
ongeacht het jaar waarin de onderbreking begon. De zaken die eind 2012 nog
hangende zijn, zijn de onderbrekingen die op 31 december 2012 nog
gelden, d.w.z. de betaling van de kostendeclaraties is nog onderbroken totdat
de betrokken lidstaat corrigerende maatregelen neemt. miljoen EUR Programmerings-periode 2007-2013 || EFRO / Cohesiefonds || Totaal hangende zaken op 31.12.2011 || Nieuwe zaken 2012 || In 2012 afgesloten zaken || Totaal hangende zaken op 31.12.2012 Lidstaat || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag Duitsland || 3 || 17 || 2 || 163 || || || 5 || 180 Spanje || || || 49 || 1 495 || 41 || 1 319 || 8 || 176 Frankrijk || || || 6 || 51 || 5 || 24 || 1 || 27 Italië* || 10 || 265 || 20 || 1 122 || 19 || 860 || 11 || 526 Letland || || || 5 || 94 || 5 || 94 || 0 || 0 Litouwen || || || 4 || 164 || 4 || 164 || 0 || 0 Hongarije || || || 3 || 55 || || || 3 || 55 Polen || || || 5 || 605 || || || 5 || 605 Roemenië || || || 1 || 41 || || || 1 || 41 Slovenië || || || 1 || 6 || 1 || 6 || 0 || 0 Slowakije || 2 || 71 || || || 2 || 71 || 0 || 0 Verenigd Koninkrijk || || || 1 || 22 || || || 1 || 22 Grensoverschrijdend || || || 11 || 59 || 8 || 52 || 3 || 6 Totaal || 15 || 353 || 108 || 3 878 || 85 || 2 592 || 38 || 1 639 * De beginbalans omvat een aanpassing van de
in 2011 opgenomen bedragen. Naast deze onderbrekingsprocedures zijn er in 2012
voor het EFRO 119 waarschuwingsbrieven (in gevallen waarin er geen
kostendeclaratie hangende is) verstuurd, wat ertoe bijdraagt dat onregelmatige
bedragen verder worden voorkomen. Programmerings-periode 2007-2013 || ESF || Totaal hangende zaken op 31.12.2011 || Nieuwe zaken 2012 || In 2012 afgesloten zaken || Totaal hangende zaken op 31.12.2012 Lidstaat || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag Tsjechië || || || 1 || 47 || || || 1 || 47 Duitsland || || || 5 || 165 || 4 || 145 || 1 || 19 Spanje || 2 || 10 || 8 || 159 || 9 || 160 || 1 || 9 Frankrijk || 2 || 25 || 9 || 142 || 4 || 91 || 7 || 76 Italië || 4 || 53 || 7 || 207 || 6 || 231 || 5 || 30 Letland || || || 2 || 26 || 2 || 26 || 0 || 0 Litouwen || || || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 Roemenië || || || 1 || 21 || 1 || 21 || 0 || 0 Slowakije || || || 1 || 45 || 1 || 45 || 0 || 0 Verenigd Koninkrijk || 2 || 234 || 2 || 69 || 4 || 303 || 0 || 0 Totaal || 10 || 323 || 37 || 881 || 32 || 1 023 || 15 || 181 Programmerings-periode 2007-2013 || EVF || Totaal hangende zaken op 31.12.2011 || Nieuwe zaken 2012 || In 2012 afgesloten zaken || Totaal hangende zaken op 31.12.2012 Lidstaat || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag || Aantal zaken || Bedrag Tsjechië || || || 1 || 1 || 1 || 1 || 0 || 0 Denemarken || 1 || 0 || || || 1 || 0 || 0 || 0 Duitsland || 2 || 1 || || || || || 2 || 1 Estland || 1 || 0 || 3 || 0 || || || 4 || 0 Spanje || 1 || 62 || 2 || 32 || 2 || 84 || 1 || 9 Frankrijk || 2 || 3 || || || || || 2 || 3 Italië || || || 6 || 38 || || || 6 || 38 Letland || || || 1 || 0 || || || 1 || 0 Nederland || || || 3 || 8 || 3 || 8 || 0 || 0 Polen || || || 1 || 2 || 1 || 2 || 0 || 0 Portugal || || || 3 || 16 || 2 || 12 || 1 || 4 Roemenië || || || 5 || 35 || || || 5 || 35 Slowakije || || || 2 || 2 || || || 2 || 2 Finland || 2 || 0 || 3 || 0 || 5 || 1 || 0 || 0 Zweden || 1 || 0 || 2 || 6 || || || 3 || 6 Verenigd Koninkrijk || 1 || 34 || 4 || 7 || 2 || 33 || 3 || 8 Totaal || 11 || 100 || 36 || 149 || 17 || 141 || 30 || 108 Opschortingen: Voor het EFRO en het Cohesiefonds
werden voor twee programma’s in Duitsland en in Italië opschortingsbesluiten
genomen. Beide opschortingen gelden
nog op 31 december 2012. Voor het ESF werden in 2012 twee opschortingsbesluiten
aangenomen, die betrekking hadden op Tsjechië en Slowakije. Voor Tsjechië gold de opschorting
nog op 31 december 2012. Voor het EVF werden in 2012 geen opschortingsbesluiten
genomen. 6.4.2 Financiële
correcties en terugvorderingen in 2012 6.4.2.1 In 2012
besloten/bevestigde financiële correcties en terugvorderingen miljoen EUR || Financiële || Terugvorderingen || 2012 || 2011 || Correcties || Totaal || Totaal Landbouw: || || || || ELGF || 475 || 162 || 638 || 839 Plattelandsontwikkeling || 76 || 145 || 221 || 228 Cohesiebeleid: || || || || EFRO || 958 || n.v.t. || 958 || 424 Cohesiefonds || 203 || n.v.t. || 203 || 17 ESF || 425 || n.v.t. || 425 || 227 FIOV/EVF || 2 || n.v.t. || 2 || 3 EOGFL afdeling Oriëntatie || 31 || 3 || 34 || 1 Overige || n.v.t. || 19 || 19 || 50 Interne beleidsterreinen || 1 || 252 || 253 || 270 Externe beleidsterreinen || n.v.t. || 107 || 107 || 107 Administratie* || n.v.t. || 7 || 7 || 8 Totaal in 2012 besloten/bevestigd || 2 172 || 695 || 2 867 || Totaal in 2011 besloten/bevestigd || 1 406 || 768 || || 2 174 *
Het cijfer voor administratie werd voordien niet opgenomen. 6.4.2.2 In 2012
uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen miljoen EUR || Financiële || Terugvorderingen || 2012 || 2011 || Correcties || Totaal || Totaal Landbouw: || || || || ELGF || 610 || 161 || 771 || 621 Plattelandsontwikkeling || 59 || 166 || 225 || 201 Cohesiebeleid: || || || || EFRO || 2 416 || n.v.t. || 2 416 || 419 Cohesiefonds || 207 || n.v.t. || 207 || 115 ESF || 430 || n.v.t. || 430 || 178 FIOV/EVF || 1 || n.v.t. || 1 || (90) EOGFL afdeling Oriëntatie || 17 || 3 || 20 || 1 Overige || n.v.t. || 11 || 11 || 48 Interne beleidsterreinen || 1 || 229 || 230 || 268 Externe beleidsterreinen || n.v.t. || 99 || 99 || 77 Administratie* || n.v.t. || 9 || 9 || 2 Totaal in 2012 uitgevoerd || 3 742 || 678 || 4 419 || Totaal in 2011 uitgevoerd || 1 106 || 733 || || 1 840 *
Het cijfer voor administratie werd voordien niet opgenomen. 6.4.2.3 Uitsplitsing per lidstaat van de in 2012 uitgevoerde
financiële correcties onder gedeeld beheer miljoen EUR Lidstaat || ELGF || Plattelands-ontwikkeling || EFRO || Cohesiefonds || ESF || Overige || Totaal 2012 || Totaal 2011 België || 0 || 3 || 0 || - || 11 || 0 || 14 || 1 Bulgarije || 15 || 7 || 0 || 6 || 1 || - || 30 || 25 Tsjechië || 0 || - || 116 || 8 || - || 0 || 125 || 6 Denemarken || 22 || - || 0 || - || - || - || 22 || 0 Duitsland || (16) || 3 || 23 || - || 0 || 0 || 10 || 1 Estland || 0 || 1 || 0 || 0 || 0 || - || 1 || 0 Ierland || (1) || 10 || - || - || - || - || 9 || 2 Griekenland || 85 || 5 || 0 || 13 || 159 || 0 || 262 || 448 Spanje || 47 || 2 || 1 952 || 81 || 84 || 7 || 2 172 || 159 Frankrijk || 64 || 1 || 20 || - || 37 || 2 || 123 || 33 Italië || 209 || 0 || 57 || - || 3 || 7 || 275 || 50 Cyprus || 8 || 0 || - || - || - || 0 || 8 || 3 Letland || - || - || 1 || 1 || 9 || 0 || 12 || 0 Litouwen || 3 || 4 || 3 || 1 || 0 || 0 || 10 || 0 Luxemburg || 0 || - || 0 || - || - || - || 0 || 0 Hongarije || 6 || 0 || 0 || - || - || 0 || 6 || 41 Malta || 0 || - || - || - || - || - || 0 || 0 Nederland || 17 || 2 || 0 || - || - || 0 || 20 || 53 Oostenrijk || 1 || - || - || - || - || 0 || 1 || 0 Polen || 12 || 2 || 45 || 79 || 23 || 0 || 162 || 148 Portugal || 15 || 1 || 117 || 0 || - || 0 || 134 || 26 Roemenië || 24 || 12 || 22 || - || 81 || - || 139 || 53 Slovenië || 0 || 0 || - || - || - || 0 || 0 || 4 Slowakije || 0 || - || 29 || 17 || 11 || - || 57 || 5 Finland || 1 || 0 || 0 || - || - || 0 || 1 || 0 Zweden || 72 || 2 || 0 || - || 0 || - || 74 || 3 Verenigd Koninkrijk || 27 || 4 || 4 || - || 12 || 2 || 50 || 44 Interreg/grensoverschrijdend || - || - || 24 || - || - || - || 24 || 1 TOTAAL UITGEVOERD || 610 || 59 || 2 416 || 207 || 430 || 19 || 3 742 || 1 106 6.4.2.4 Uitleg
van de ontwikkeling van de financiële correcties en terugvorderingen in 2012 ELGF en plattelandsontwikkeling: de bevestigde/besloten
financiële correcties houden voornamelijk verband met besluiten tot
conformiteitsgoedkeuring van de Commissie, naar aanleiding van door de
Commissie verrichte audits. Het daadwerkelijk uitgevoerde bedrag verschilt van
het besloten bedrag als gevolg van een vertraging in de inning. Voor de terugvorderingen zijn de
cijfers vrij stabiel in vergelijking met de cijfers van vorig jaar. Cohesiebeleid: EFRO en Cohesiefonds: de bedragen van de
bevestigde/besloten financiële correcties en de uitgevoerde financiële
correcties zijn aanzienlijk gestegen in vergelijking met vorig jaar: Besloten/bevestigde bedragen: - Periode 2007-2013: meer dan de helft van de 1 161 miljoen EUR
in 2012 bevestigde/besloten financiële correcties (631 miljoen EUR)
heeft betrekking op de huidige programmeringsperiode 2007-2013 als gevolg
van het strengere toezicht van de Commissie en het feit dat in deze
uitvoeringsfase van de programma’s steeds meer audits worden voltooid. Het bedrag van de in 2012 besloten/bevestigde
correcties met betrekking tot de programmeringsperiode 2007-2013 wordt
voornamelijk verklaard door correcties met betrekking tot Spanje (267 miljoen EUR),
Tsjechië (111 miljoen EUR), Griekenland (82 miljoen EUR) en
Polen (77 miljoen EUR).
Die bedragen
omvatten niet de correcties van uitgaven die door de begunstigden op het niveau
van de lidstaat zijn gedeclareerd en derhalve niet aan de Commissie
gecertificeerd zijn als resultaat van haar gevraagde actieplannen. - Periode 2000-2006: het resterende bedrag (531 miljoen EUR)
dekt correcties met betrekking tot het hangende afsluitingsproces van de
programmeringsperiode 2000-2006. De correcties bij afsluiting vloeien voort uit de analyse
van vereffeningsdeclaraties of de extrapolatie van het restfoutenpercentage. De voornaamste correcties betreffen
Spanje (316 miljoen EUR), Italië (65 miljoen EUR) en
Portugal (53 miljoen EUR). Die correcties zouden in 2013 moeten worden voortgezet naarmate
de afsluiting wordt afgerond, evenwel met lagere bedragen. Uitgevoerde bedragen: De bedragen die dit jaar zijn opgenomen, betreffen
bijna uitsluitend de periode 2000-2006 en financiële correcties die in
vorige jaren werden besloten/aanvaard. Een grote correctie voor Spanje (1,8 miljard EUR)
is als uitgevoerd opgenomen nadat de verificatie van alle afsluitingsdocumenten
was afgerond, de door de autoriteiten van de lidstaat ingediende
kostendeclaraties waarop de correcties in mindering waren gebracht, volledig
waren gevalideerd en de gedeeltelijke betaling van het resterende saldo aan
Spanje was verwerkt. Opgemerkt zij dat door het gebrek aan betalingskredieten
in de begroting 2012 aan het einde van het jaar (na de verwerping door de
begrotingsautoriteit van het voorstel voor een gewijzigde begroting met hogere
betalingskredieten), de diensten van de Commissie het aan Spanje verschuldigde
saldo niet volledig konden betalen. ESF: - 2000-2006: de meeste opgenomen financiële
correcties hebben ofwel betrekking op de extrapolatie van het restfoutenpercentage
bij afsluiting (na de analyse van de vereffeningsdeclaraties) ofwel op
nettocorrecties bij afsluiting. De afsluitaudits zijn nog aan de gang. - 2007-2013: de opgenomen bedragen hebben
betrekking op onregelmatige bedragen die in mindering zijn gebracht op verzoeken
om tussentijdse betaling die tijdens de levenscyclus van het programma door de
lidstaten zijn ingediend. De daling in de opgenomen bedragen vloeit voort uit
de gezamenlijke auditstrategie die voor deze programmeringsperiode is
ontwikkeld. 6.4.3 Gecumuleerde
cijfers voor uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen 6.4.3.1 Uitgevoerde
financiële correcties – cumulatieve cijfers De informatie hieronder toont de cumulatieve
financiële correcties per programmeringsperiode: || || || miljoen EUR Financiële correcties || Programmeringsperiode || Gecumu-leerde ELGF- besluiten || Totaal eind 2012 || % || Totaal nog niet uitgevoerd eind 2012 || Uitgevoerd eind 2011 Periode 1994-1999 || Periode 2000-2006 || Periode 2007-2013 || Uitgevoerd/ Besloten-bevestigd Landbouw: || - || 93 || 81 || 7 728 || 7 902 || 92,7% || 623 || 7 139 ELGF || - || - || - || 7 728 || 7 728 || 93,3% || 558 || 7 024 Plattelandsontwikkeling* || - || 93 || 81 || - || 174 || 72,8% || 65 || 115 Cohesiebeleid: || 2 535 || 6 359 || 779 || - || 9 673 || 89,7% || 1 114 || EFRO || 1 764 || 4 626 || 154 || - || 6 544 || 89,6% || 761 || 4 128 Cohesiefonds || 264 || 464 || 87 || - || 815 || 82,8% || 169 || 608 ESF || 407 || 1 206 || 538 || - || 2 150 || 96,7% || 74 || 1 720 FIOV/EVF || 100 || 5 || 0 || - || 105 || 52,2% || 96 || 104 EOGFL afdeling Oriëntatie || 0 || 58 || - || - || 58 || 80,6% || 14 || 41 Overige || - || - || - || 2 || 2 || 100,0% || - || 0 || || || || || || || || Totaal || 2 535 || 6 452 || 861 || 7 730 || 17 577 || 91,0% || 1 737 || 13 741 * Bepaalde bedragen die voordien
als financiële correcties waren opgenomen, zijn nu onder terugvorderingen
opgenomen. De bedragen van de financiële correcties die in deze
tabel voor landbouw zijn opgenomen, zijn brutobedragen in verband met besluiten
tot conformiteitsgoedkeuring. In de in toelichting 6.4.2.2
opgenomen bedragen is echter ook rekening gehouden met financiële
goedkeuringsbesluiten. Voor het ELGF omvat het gecumuleerde
uitgevoerde bedrag van 7 728 miljoen EUR alle correcties die
zijn gedaan vanaf het eerste besluit in 1999. Voor plattelandsontwikkeling
omvat het gecumuleerde bedrag van 174 miljoen EUR alle correcties en
terugvorderingen van onregelmatigheden vanaf 2007. Opgemerkt zij dat in sommige zaken
de uitvoeringsdatum met verschillende jaren werd uitgesteld en dat sommige
besluiten ook zijn terugbetaald in uitgestelde jaarlijkse tranches. Dit is het geval voor lidstaten die
financiële bijstand krijgen overeenkomstig de Europese kaderovereenkomst voor
financiële stabiliteit, die op 7 juni 2010 werd ondertekend. Als gevolg daarvan is er een
toenemende discrepantie tussen de cumulatieve besloten en uitgevoerde bedragen. Voor het cohesiebeleid: Periode 2000-2006: de stijging van het
uitvoeringspercentage voor het EFRO voor de programmeringsperiode 2000-2006
in 2012 (van 53 % in 2011 tot 92 % in 2012) wordt
verklaard door het feit dat eind 2012 aan alle lidstaten op zeven na
EFRO-afsluitingsbrieven zijn gestuurd met betrekking tot beleidsprogramma's,
gevolgd door de toestemming tot gedeeltelijke betaling van de verzoeken om
saldobetaling voor het EFRO 2000-2006 (binnen de grenzen van de beschikbare
kredieten). Dit hoge
uitvoeringspercentage eind 2012 geldt ook voor het ESF. Voor het FIOV worden de
afsluitingsdocumenten en de verzoeken om saldobetaling nog verwerkt door de
diensten van de Commissie, wat het lage uitvoeringspercentage voor deze
programmeringsperiode verklaart. Periode 2007-2013: als gevolg van het strengere
toezicht van de Commissie worden in deze uitvoeringsfase van de programma’s
steeds meer audits voltooid. Het aantal bevestigde/besloten of uitgevoerde
correcties zal de komende jaren blijven stijgen, als gevolg van de
toezichthoudende rol van de Commissie en de EU-audits. In de bovenstaande tabel zijn financiële correcties
opgenomen die door sommige lidstaten worden betwist (rekening houdende met de
ervaring dat de Commissie in dergelijke gevallen slechts uiterst zelden
bedragen heeft moeten terugbetalen). Nadere informatie kan in toelichting 5.2.4
worden gevonden. 6.4.3.2 Uitgevoerde
terugvorderingen – cumulatieve cijfers Voor terugvorderingen is er slechts
vanaf 2008 betrouwbare cumulatieve informatie beschikbaar, omdat in dat
jaar in het boekhoudsysteem van de Commissie een specifieke functie werd
ingevoerd om die terugvorderingen beter op te sporen en op te nemen. Hieronder
zijn de terugvorderingen uitgesplitst per jaar: miljoen EUR || || Totaal eind 2012 || Totaal eind 2011 Terugvorderingen || Jaren || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 Landbouw: || || || || || || || ELGF || 356 || 148 || 172 || 178 || 161 || 1 015 || 854 Plattelandsontwikkeling || 0 || 25 || 114 || 161 || 166 || 466 || 301 Cohesie || 31 || 102 || 25 || 48 || 14 || 219 || 205 Interne beleidsterreinen || 40 || 100 || 162 || 268 || 229 || 799 || 570 Externe beleidsterreinen || 32 || 81 || 136 || 77 || 99 || 425 || 326 Administratie || 0 || 9 || 5 || 2 || 9 || 25 || 16 Totaal || 459 || 464 || 614 || 734 || 678 || 2 949 || 2 272 6.5 TERUGVORDERING VAN ONGEBRUIKTE VOORFINANCIERING miljoen EUR || || 2012 || 2011 Landbouw: || || || ELGF || || 0 || 0 Plattelandsontwikkeling || || 0 || 0 Cohesiebeleid: || || || EFRO || || 38 || 13 Cohesiefonds || || 5 || 2 ESF || || 214 || 17 FIOV/EVF || || 0 || 0 EOGFL afdeling Oriëntatie || || 5 || 10 Interne beleidsterreinen || || 207 || 212 Externe beleidsterreinen || || 104 || 72 Administratie || 2 || 0 Totaal teruggevorderd || || 575 || 327 De bovenvermelde bedragen zijn bij aankomst in mindering
gebracht op de voorfinanciering die in de toelichtingen 2.6 en 2.10
is opgenomen. 6.6 TERUGVORDERINGEN IN VERBAND MET ONTVANGSTEN UIT
EIGEN MIDDELEN || miljoen EUR || || 2012 || 2011 Teruggevorderde bedragen: - Hoofdsom - Rente || || 133 160 || 63 312 Totaal teruggevorderd || || 293 || 375 6.7 AANVULLENDE
CORRECTIES (INTREKKINGEN EN TERUGVORDERINGEN) OPGENOMEN ALS UITGEVOERD DOOR
LIDSTATEN VOOR DE PERIODE 2007-2013 miljoen EUR || Lidstaat || EFRO/Cohesiefonds || ESF || EVF || Totaal eind 2012 || België || 3 || 11 || - || 14 || Bulgarije || 13 || 2 || 0 || 15 || Tsjechië || 191 || 37 || - || 228 || Denemarken || 0 || 0 || 0 || 0 || Duitsland || 290 || 49 || 1 || 340 || Estland || 4 || 0 || 0 || 4 || Ierland || 0 || 5 || 0 || 5 || Griekenland || 63 || - || 0 || 63 || Spanje || 204 || 39 || 9 || 252 || Frankrijk || 42 || 37 || 0* || 79 || Italië || 141 || 27 || 0 || 168 || Cyprus || 0 || 0 || 0 || 1 || Letland || 10 || - || 0 || 10 || Litouwen || 6 || 0 || 0 || 6 || Luxemburg || - || 0 || - || 0 || Hongarije || 26 || - || 0 || 26 || Malta || 1 || 0 || - || 1 || Nederland || 1 || 2 || 0 || 3 || Oostenrijk || 4 || 1 || 0 || 5 || Polen || 204 || - || 0 || 204 || Portugal || 46 || 28 || 1 || 75 || Roemenië || 43 || - || 0 || 43 || Slovenië || 5 || 5 || - || 10 || Slowakije || 33 || 4 || 0 || 37 || Finland || 1 || 0 || 0 || 1 || Zweden || 2 || 1 || 1 || 4 || Verenigd Koninkrijk || 38 || 13 || 1 || 52 || Grensoverschrijdend || 8 || - || - || 8 || TOTAAL UITGEVOERD || 1 377 || 261 || 14 || 1 652 || * Uit de auditbevindingen blijkt
dat de manier waarop de Franse certificeringsautoriteit verslag uitbrengt
over de terugvorderingen voor het EVF, aanzienlijk moet worden verbeterd. Uit bovenstaande tabel blijken de gecumuleerde
financiële correcties die door elke lidstaat zijn gemeld sedert het begin van
de programmeringsperiode 2007-2013 tot eind 2012. Die komen bovenop de
correcties die cumulatief door de Commissie zijn opgenomen (zie
toelichting 6.4.3). Om aanvullende zekerheid te verkrijgen over de
volledigheid en de betrouwbaarheid van de verslaglegging van de lidstaten over
terugvorderingen en intrekkingen, startte de Commissie in 2011 een audit
van de structurele maatregelen (EFRO, Cohesiefonds, ESF, EVF) om te garanderen
dat de rapportage van de lidstaten volledig en betrouwbaar is. Op basis van een
risicoanalyse werd een steekproef van twaalf certificeringsautoriteiten in tien
lidstaten geselecteerd[1]. In 2012 verkregen de bevoegde
diensten van de Commissie redelijke zekerheid dat elf van de twaalf aan de audit
onderworpen certificeringsautoriteiten toereikende regelingen hebben ingevoerd
om de bedragen in verband met terugvordering en intrekking van onverschuldigde
betalingen bij te houden en daarover aan de Commissie verslag uit te brengen. De diensten van de Commissie zullen die audit
in 2013 en daarna voortzetten in andere lidstaten, na een analyse van de
in 2013 te ontvangen jaarlijkse staten van de lidstaten over intrekkingen
en terugvorderingen.
7. FINANCIËLE ONDERSTEUNINGSMECHANISMEN
Bedoeling van deze toelichting is een volledig
overzicht te geven van de momenteel bestaande financiële
ondersteuningsmechanismen in de EU, en zo informatie te geven die aansluit op
die in toelichting 2. De informatie in het eerste deel
van deze toelichting (7.1) heeft
betrekking op leningsactiviteiten van de EU die door de Commissie worden
beheerd. De informatie in het tweede
deel van deze toelichting (7.2)
betreft intergouvernementele financiële stabiliteitsmechanismen die buiten het
kader van het EU-Verdrag vallen en dus geen effect hebben op de EU-begroting. 7.1 DOOR DE
COMMISSIE BEHEERDE LENINGSACTIVITEITEN 7.1.1 Leningsactiviteiten
- overzicht Bedragen aan boekwaarde || || miljoen EUR || MFB || Euratom || Betalings-balans || EFSM || EGKS in liquidatie || Totaal 31.12.2012 || Totaal 31.12.2011 Verstrekte leningen (toelichting 2.4.2) || 549 || 425 || 11 623 || 44 476 || 221 || 57 294 || 41 281 Opgenomen leningen (toelichting 2.14) || 549 || 425 || 11 623 || 44 476 || 194 || 57 267 || 41 251 De bovenvermelde bedragen zijn aan
boekwaarde, terwijl in de tabellen hieronder de nominale waarden zijn
opgenomen. Krachtens het EU-Verdrag is de EU gemachtigd om
leningprogramma's vast te stellen waarmee de financiële middelen kunnen worden
ingezet om haar mandaat uit te voeren. Namens de EU voert de Europese Commissie momenteel drie
belangrijke programma’s uit, namelijk het Europees financieel stabilisatiemechanisme
(EFSM), betalingsbalans (BB) en macrofinanciële bijstand (MFB), in het kader
waarvan zij leningen kan toekennen en die kan financieren door uitgifte van
schuldinstrumenten op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen. Wat zijn de belangrijkste punten of kenmerken waarop
voor deze drie instrumenten moet worden gewezen? -
De EU
neemt leningen op op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen en niet
uit de begroting, aangezien het de EU niet toegestaan is leningen op te nemen
om haar gewone begrotingsuitgaven of een begrotingstekort te financieren. -
De
omvang van de opgenomen leningen varieert van kleine particuliere plaatsingen
van enkele (tientallen) miljoenen EUR tot operaties met een benchmarkkarakter
in het kader van de betalingsbalansleningen en het EFSM. -
De
aangetrokken middelen worden back-to-back, d.w.z. met dezelfde coupon en
looptijd en voor hetzelfde bedrag, uitgeleend aan het begunstigde land. Wel blijft de schuldendienst van de
obligatie een juridische verbintenis voor de EU, die ervoor moet zorgen dat
alle obligatiebetalingen volledig op tijd geschieden. Daarom moeten de begunstigden van
betalingsbalansleningen de terugbetalingen zeven dagen vóór de vervaldatum
verrichten en de begunstigden van het EFSM 14 dagen vóór de vervaldatum,
zodat de Commissie voldoende tijd heeft om in alle omstandigheden tijdig te
kunnen betalen. -
Voor
elk landprogramma worden het globale toegekende bedrag, de te betalen
termijnen, de maximale individuele looptijd en de maximale gemiddelde looptijd
van het leningspakket bij besluiten van de Raad en de Commissie vastgesteld. Vervolgens moeten de Commissie en
de begunstigde lidstaat overeenstemming bereiken over de
lenings-/financieringsparameters, de termijnen en de betaling van tranches. Daarnaast hangen alle termijnen van
de lening (met uitzondering van de eerste) af van de naleving van strenge
voorwaarden, met soortgelijke voorwaarden als voor IMF-steun, in het kader van
een gezamenlijke EU/IMF-financiële steun, wat een andere factor is die de timing
van de financiering beïnvloedt. -
De
timing en looptijden van emissies hangen dus af van de desbetreffende
EU-leningsactiviteit. -
De
financiering is uitsluitend in euro en de looptijden variëren van 5 tot 30
jaar. -
Leningen
zijn directe en onvoorwaardelijke verbintenissen van de EU en worden
gegarandeerd door de 28 EU-lidstaten. -
Mocht
een begunstigde lidstaat in gebreke blijven, dan zal de schuldendienst worden
onttrokken uit het beschikbare kassaldo van de Commissie, indien mogelijk. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan
zal de Commissie de nodige middelen bij de lidstaten ophalen. De EU-lidstaten zijn op grond van
de EU-wetgeving inzake eigen middelen (artikel 12 van Verordening 1150/2000
van de Raad) wettelijk verplicht om voldoende middelen ter beschikking te
stellen om te voldoen aan de verplichtingen van de EU. De investeerders zijn dus alleen
blootgesteld aan het kredietrisico van de EU, en niet aan dat van de
begunstigde van de gefinancierde leningen. -
Met back-to-back-leningen
loopt de EU-begroting geen rente- of wisselkoersrisico's. Daarnaast neemt de
juridische entiteit Euratom (die door de Commissie wordt
vertegenwoordigd) leningen op om aan lidstaten en niet-lidstaten leningen te
verstrekken voor de financiering van projecten in verband met energie-installaties. Ten slotte heeft de Europese
Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in liquidatie na een
herstructurering van de schuld van een in gebreke blijvende schuldenaar
in 2002 en 2007 orderbriefjes van de EIB (rating AAA) verworven. Op de balansdatum beliep de
boekwaarde van die orderbriefjes 221 miljoen EUR. Over elk van deze instrumenten wordt hieronder
nadere informatie verschaft. De effectieve rentevoeten (uitgedrukt als een
rente-interval) waren als volgt: Verstrekte leningen || 31.12.2012 || 31.12.2011 Macrofinanciële bijstand || 0,298%-4,54% || 1,58513%-4,54% Euratom || 0,431%-5,76% || 1,067%-5,76% Betalingsbalans || 2,375%-3,625% || 2,375%-3,625% EFSM || 2,375%-3,750% || 2,375%-3,50% EGKS in liquidatie || 5,2354%-5,8103% || 1,158%-5,8103% Opgenomen leningen || 31.12.2012 || 31.12.2011 Macrofinanciële bijstand || 0,298%-4,54% || 1,58513%-4,54% Euratom || 0,351%-5,6775% || 0,867%-5,6775% Betalingsbalans || 2,375%-3,625% || 2,375%-3,625% EFSM || 2,375%-3,750% || 2,375%-3,50% EGKS in liquidatie || 6,92%-9,78% || 1,158%-9,2714% 7.1.2 Europees
financieel stabilisatiemechanisme (EFSM) Nominale waarde EFSM || miljoen EUR || Ierland || Portugal || Totaal Totaal toegekende leningen || 22 500 || 26 000 || 48 500 Uitbetaald op 31.12.2011 || 13 900 || 14 100 || 28 000 Uitbetaald in 2012 || 7 800 || 8 000 || 15 800 Leningen uitbetaald op 31.12.2012 || 21 700 || 22 100 || 43 800 Leningen terugbetaald op 31.12.2012* || 0 || 0 || 0 Leningen uitstaand op 31.12.2012 || 21 700 || 22 100 || 43 800 Niet-opgevraagde bedragen op 31.12.2012 || 800 || 3 900 || 4 700 * Aan het einde van
toelichting 7.1.3 wordt een
tabel gegeven met daarin het terugbetalingsschema voor deze leningen. Op 11 mei 2010 nam de Raad het EFSM aan om
de financiële stabiliteit in Europa te vrijwaren (Verordening (EU)
nr. 407/2010 van de Raad). Dit mechanisme is gebaseerd op artikel 122, lid 2, van het
VWEU en maakt het mogelijk financiële bijstand te verlenen aan een lidstaat die
zich voor een feitelijke of ernstig dreigende serieuze verstoring gesteld ziet
die wordt veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet
kan beheersen.
De bijstand kan
de vorm aannemen van een lening of een kredietlijn. De Commissie gaat namens de EU
leningen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen aan en leent deze
middelen aan de begunstigde lidstaat. Voor elk land dat een lening in het kader van het EFSM
ontvangt, wordt per kwartaal beoordeeld of de aan de lening gehechte
beleidsvoorwaarden zijn vervuld, voordat een tranche wordt uitgekeerd. Volgens de conclusies van de Raad (Ecofin) van 9 mei 2010
worden de middelen van de faciliteit beperkt tot 60 miljard EUR, maar
de juridische limiet is vastgelegd in artikel 2, lid 2, van
Verordening nr. 407/2010 van de Raad, op grond waarvan het uitstaande
bedrag van de leningen of kredietlijnen wordt beperkt tot de beschikbare marge
onder het plafond van de eigen middelen. De leningen die worden opgenomen om in het kader van het
EFSM leningen te verstrekken, worden door de EU-begroting gewaarborgd: op 31 december 2012
was de begroting in verband met deze leningen blootgesteld aan een mogelijk
risico van ten hoogste 44 476 miljoen EUR (de bovenvermelde 43,8 miljard EUR
zijnde de nominale waarde). Aangezien de leningen in het kader van het EFSM door de EU-begroting
worden gewaarborgd, volgt het Europees Parlement de EFSM-acties van de
Commissie en oefent het controle uit in het kader van de begrotings- en
kwijtingsprocedure. De Raad besloot in december 2010 bij
uitvoeringsbesluit een lening aan Ierland van ten hoogste 22,5 miljard EUR
toe te kennen, en in mei 2011 een lening aan Portugal van ten hoogste 26 miljard EUR. De initiële uitvoeringsbesluiten
stelden rente vast met een marge, hetgeen resulteert in soortgelijke
voorwaarden als die welke voor de IMF-bijstand worden gesteld. Met zijn uitvoeringsbesluiten
nrs. 682/2011 en 683/2011 van 11 oktober 2011 schafte de
Raad de rentemarge met terugwerkende kracht af en werd de maximale gemiddelde
looptijd van 7,5 jaar verlengd tot 12,5 jaar en de looptijd van
afzonderlijke tranches tot 30 jaar. Op 12 april 2013 stemde
Ecofin ermee in de maximale gemiddelde looptijd van de EFSM-leningen aan
Ierland en Portugal met zeven jaar te verlengen tot 19,5 jaar. Door de verlenging zou het
schuldaflossingsprofiel van beide landen worden verzacht en zouden hun
behoeften aan herfinanciering in de post-programmeringsperiode worden verlaagd. De EU is van plan in het kader van het EFSM in het
laatste kwartaal van 2013 verdere obligaties uit te geven voor een totaal
bedrag van 3 miljard EUR, voor leningen aan Ierland en Portugal. Het EFSM zal niet langer nieuwe
financieringsprogramma’s aangaan of nieuwe leningfaciliteitsovereenkomsten
aangaan, maar zal actief blijven in de financiering van de lopende programma's
voor Portugal en Ierland (zie ook toelichting 7.2.2). 7.1.3 Betalingsbalans De betalingsbalansfaciliteit, een financieel
beleidsinstrument, biedt financiële bijstand op middellange termijn aan de
lidstaten van de EU. Er
kunnen leningen worden verstrekt aan lidstaten die zich voor feitelijke of
ernstig dreigende moeilijkheden met betrekking tot hun betalingsbalans of
kapitaalverkeer gesteld zien. Alleen lidstaten die niet deelnemen aan de euro, komen voor dit
mechanisme in aanmerking. Het maximum uitstaande bedrag van in het kader van het instrument
toegekende leningen is 50 miljard EUR. De leningen die voor deze leningen
worden opgenomen, worden door de EU-begroting gewaarborgd. Op 31 december 2012
was de begroting in verband met deze leningen blootgesteld aan een mogelijk
risico van ten hoogste 11 623 miljoen EUR (de 11,4 miljard EUR
hieronder zijnde de nominale waarde). Betalingsbalans nominale waarde || miljoen EUR || Hongarije || Letland || Roemenië || Totaal Totaal toegekende leningen || 6 500 || 3 100 || 6 400 || 16 000 Uitbetaald in 2008 || 2 000 || - || - || 2 000 Uitbetaald in 2009 || 3 500 || 2 200 || 1 500 || 7 200 Uitbetaald in 2010 || - || 700 || 2 150 || 2 850 Uitbetaald in 2011 || - || - || 1 350 || 1 350 Uitbetaald in 2012 || - || - || - || - Leningen uitbetaald op 31.12.2012 || 5 500 || 2 900 || 5 000 || 13 400 Leningen terugbetaald op 31.12.2012 || (2 000) || - || - || (2 000) Uitstaand bedrag op 31.12.2012 || 3 500 || 2 900 || 5 000 || 11 400 Niet-opgevraagde bedragen op 31.12.2012 || 0 || 0 || 1 400 || 1 400 * Aan het einde van deze
toelichting wordt een tabel gegeven met daarin het terugbetalingsschema voor
deze leningen. Tussen november 2008 en eind 2012 werden
ten belope van 16 miljard EUR leningen verstrekt aan Hongarije,
Letland en Roemenië, waarvan tegen eind 2012 13,4 miljard EUR
was uitbetaald.
Opgemerkt zij
dat het betalingsbalans-bijstandsprogramma voor Hongarije in november 2010
afliep (1 miljard EUR was nog niet opgevraagd) en dat de eerste
terugbetaling van 2 miljard EUR zoals gepland in december 2011
werd ontvangen.
Het
betalingsbalans-bijstandsprogramma voor Letland liep in januari 2012 af (200 miljoen EUR
was nog niet opgevraagd). Het eerste betalingsbalans-bijstandsprogramma voor Roemenië liep in
mei 2012 af en alle toegekende bedragen waren uitbetaald. In februari 2011 verzocht Roemenië in het kader
van het betalingsbalansmechanisme om verdere anticiperende financiële bijstand
om nieuwe impulsen aan de economische groei te kunnen geven. Op 12 mei 2011 besloot de Raad tot
de terbeschikkingstelling aan Roemenië van anticiperende betalingsbalanssteun
van de EU ten belope van maximaal 1,4 miljard EUR (Besluit 2011/288/EU
van de Raad). Indien een beroep werd gedaan op de financiële bijstand, dan zou
die worden verstrekt in de vorm van een lening met een maximale looptijd van
zeven jaar. Die anticiperende bijstand
verstreek eind maart 2013 zonder te zijn opgevraagd. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven
van het geplande terugbetalingsschema in nominale waarde voor uitstaande EFSM-
en betalingsbalansleningen op de datum van ondertekening van deze rekening: miljard EUR Jaar || Betalingsbalans || EFSM || Totaal Hongarije || Letland || Roemenië || Totaal || Ierland || Portugal || Totaal 2014 || 2,0 || 1,0 || || 3,0 || || || || 3,0 2015 || || 1,2 || 1,5 || 2,7 || 5,0 || || 5,0 || 7,7 2016 || 1,5 || || || 1,5 || || 4,75 || 4,75 || 6,25 2017 || || || 1,15 || 1,15 || || || || 1,15 2018 || || || 1,35 || 1,35 || 3,9 || 0,6 || 4,5 || 5,85 2019 || || 0,5 || 1,0 || 1,5 || || || || 1,5 2021 || || || || || 3,0 || 6,75 || 9,75 || 9,75 2022 || || || || || || 2,7 || 2,7 || 2,7 2025 || || 0,2 || || 0,2 || || || || 0,2 2026 || || || || || 2,0 || 2,0 || 4,0 || 4,0 2027 || || || || || 1,0 || 2,0 || 3,0 || 3,0 2028 || || || || || 2,3 || || 2,3 || 2,3 2032 || || || || || 3,0 || || 3,0 || 3,0 2038 || || || || || || 1,8 || 1,8 || 1,8 2042 || || || || || 1,5 || 1,5 || 3,0 || 3,0 Totaal || 3.5 || 2,9 || 5,0 || 11,4 || 21,7 || 22,1 || 43,8 || 55,2 7.1.4 Macrofinanciële bijstand, Euratom en
EGKS in liquidatie Macrofinanciële bijstand is een financieel
beleidsinstrument voor niet-gebonden en niet-specifieke betalingsbalans- en/of
begrotingssteun aan derde partnerlanden die geografisch gezien dicht bij het
grondgebied van de EU gelegen zijn. Macrofinanciële bijstand wordt verstrekt in de vorm van
middellange- of langetermijnleningen of subsidies, of een combinatie daarvan,
en dient in het algemeen ter aanvulling van de financiering in het kader van
een door het IMF gesteund aanpassings- en hervormingsprogramma. Op 31 december 2012 had
de Commissie nog eens 100 miljoen EUR aan leningsovereenkomsten
aangegaan, die echter nog niet voor het einde van het jaar door de andere
partij waren opgenomen. De Commissie heeft voor deze leningen nog geen
garanties van derden ontvangen, maar zij zijn gewaarborgd door het
Garantiefonds (zie toelichting 2.4). Euratom is een juridische entiteit van de
EU die wordt vertegenwoordigd door de Europese Commissie. Euratom verstrekt
leningen aan de lidstaten voor de financiering van investeringsprojecten in de
lidstaten voor de industriële productie van elektriciteit door middel van
kernenergie en voor industriële splijtstofcyclusinstallaties. Euratom verstrekt
ook leningen aan niet-lidstaten voor het verbeteren van de veiligheid en de
doelmatigheid van kerncentrales en splijtstofcyclusinstallaties die in werking
of in aanbouw zijn. Voor
de dekking van deze leningen zijn garanties van derden ten belope van 423 miljoen EUR
(2011: 447 miljoen EUR)
ontvangen. EGKS-leningen worden verstrekt door de
EGKS in liquidatie uit opgenomen leningen overeenkomstig de artikelen 54
en 56 van het EGKS-Verdrag, alsmede drie niet-genoteerde obligaties van de
EIB als vervanging van een in gebreke gebleven debiteur. Deze obligaties zullen tot het
einde van de looptijd (2017 en 2019) worden aangehouden om de
schuldendienst van de opgenomen leningen te dekken. De veranderingen in boekwaarde
stemmen overeen met de veranderingen in de vervallen rente plus de jaarlijkse
afschrijving van betaalde premies en transactiekosten die bij aanvang werden
gemaakt, berekend op basis van de effectieverentemethode. 7.2 INTERGOUVERNEMENTELE
MECHANISMEN VOOR FINANCIËLE STABILITEIT BUITEN HET KADER VAN HET EU-VERDRAG 7.2.1 Europese
Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF) De Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit
(„EFSF”) werd opgericht door de lidstaten van de eurozone na de besluiten die
op 9 mei 2010 door de Raad Ecofin werden vastgesteld. Haar mandaat is de vrijwaring van
de financiële stabiliteit in Europa, door financiële bijstand te verlenen aan
de lidstaten van de eurozone. Overeenkomstig de huidige kaderovereenkomst zal de EFSF na 1 juli 2013
(zie toelichting 7.2.2) niet
langer beschikbaar zijn voor nieuwe leningen. Op grond van een akkoord tussen de
staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van juli 2011, mag de
EFSF de volgende instrumenten gebruiken, mits zij de nodige voorwaarden stelt: -
leningen
verstrekken aan landen in financiële moeilijkheden; -
tussenkomen
in de primaire en secundaire schuldenmarkten. Tussenkomst op de secundaire markt
zal alleen mogelijk zijn op basis van een analyse van de ECB waarin het bestaan
van buitengewone omstandigheden op de financiële markten en de risico’s voor de
financiële stabiliteit worden erkend; -
handelen
op basis van een anticiperend programma; -
herkapitaliseringen
van financiële instellingen financieren via leningen aan regeringen; -
gedeeltelijke
beschermingscertificaten verstrekken bij nieuwe uitgiften van kwetsbare staten. De EFSF wordt gedekt door garantievastleggingen van
de lidstaten van de eurozone voor een totaal van 780 miljard EUR en
heeft een leningscapaciteit van 440 miljard EUR. Zij wordt niet
gewaarborgd door de EU-begroting. De EFSF is een in Luxemburg geregistreerde commerciële onderneming,
die het eigendom is van de lidstaten van de eurozone buiten het kader van het
EU-Verdrag. Als zodanig is zij geen EU-orgaan en is zij volledig apart van en
niet geconsolideerd in de EU-rekeningen. Zij heeft bijgevolg geen gevolgen voor
de EU-rekeningen, buiten de hieronder beschreven mogelijke sancties. De Commissie is verantwoordelijk voor het
onderhandelen van de beleidsvoorwaarden die aan de financiële bijstand worden
verbonden, en voor het toezien op de naleving van die voorwaarden.
Verordening 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad maakt het
mogelijk sancties op te leggen in de vorm van boeten voor lidstaten met de euro
als munt. Deze boeten, namelijk 0,2 % van het bbp van de lidstaat in het
voorgaande jaar, kunnen worden toegepast in gevallen waarin een lidstaat geen
passende maatregelen heeft genomen om een einde te maken aan zijn buitensporig
begrotingstekort, of wanneer de statistieken zijn gemanipuleerd. Verordening 1174/2011
inzake macro-economische onevenwichtigheden voorziet daarnaast ook in een
jaarlijkse boete van 0,1 % van het bbp van een lidstaat van de eurozone,
wanneer een lidstaat niet de gevraagde corrigerende maatregelen heeft genomen
of geen toereikend plan met corrigerende maatregelen heeft ingediend. Verordening 1177/2011
wijzigde Verordening 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de
tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. Ook deze gewijzigde verordening
voorziet in de mogelijkheid om lidstaten van de eurozone boeten op te leggen
(gelijk aan 0,2 % van het bbp plus een variabel bestanddeel). Volgens deze drie verordeningen
worden alle geldboeten die door de Commissie worden geïnd, toegewezen aan de
EFSF of de opvolger daarvan. Momenteel worden deze boeten in de EU-begroting opgenomen en
vervolgens aan de EFSF overgedragen. Dit betekent dat die bedragen begrotingsontvangsten en
begrotingsuitgaven vormen, zodat zij geen effect hebben op het globale
begrotingsresultaat. Zij
hebben dus evenmin effect op het economisch resultaat dat in de financiële
staten van de EU is opgenomen. Nominale waarde EFSF || miljoen EUR || Ierland || Portugal || Griekenland* || Totaal Totaal toegekende leningen || 17 700 || 26 000 || 109 100 || 152 800 Uitbetaalde leningen op 31.12.2012 || 12 000 || 18 200 || 73 700 || 103 900 Terugbetaalde leningen op 31.12.2012 || - || - || - || - Uitstaande leningen op 31.12.2012 || 12 000 || 18 200 || 73 700 || 103 900 Niet-opgevraagde bedragen op 31.12.2012 || 5 700 || 7 800 || 35 400 || 48 900 * Tweede programma. 7.2.2 Europees
stabilisatiemechanisme (ESM) De Europese Raad is op 17 december 2010
overeengekomen dat de lidstaten van de eurozone een permanent stabiliteitsmechanisme
moeten instellen:
het Europees
stabilisatiemechanisme („ESM”), een intergouvernementele organisatie onder
internationaal publiekrecht buiten het kader van het EU-Verdrag. Het ESM-verdrag werd op 2 februari 2012
ondertekend door de 17 lidstaten van de eurozone en werd in oktober 2012
operationeel. Het ESM heeft de taken
overgenomen die door het EFSM worden vervuld en, vanaf 1 juli 2013,
de taken die door de EFSF worden vervuld en is zo het enige en permanente
mechanisme geworden om te reageren op nieuwe verzoeken om financiële bijstand
van lidstaten van de eurozone. De EFSF en het EFSM zullen bijgevolg niet langer nieuwe
financieringsprogramma’s aangaan of nieuwe leningfaciliteitsovereenkomsten
aangaan, maar zullen actief blijven in de financiering van de lopende
programma's voor Portugal, Ierland en Griekenland. Onder het EFSM verleende leningen
zullen volgens de EFSM-regels worden uitbetaald en terugbetaald en de daarmee
verband houdende leningen zullen nog steeds door de EU-begroting worden gewaarborgd
en zullen op de balans van de EU blijven. De oprichting van het ESM zal dus geen effect hebben op de
bestaande vastleggingen onder het EFSM. Opgemerkt zij dat de EU-begroting de ESM-leningen niet zal
waarborgen. Het ESM wordt gedekt door een stevige
kapitaalstructuur, met een totaal ingeschreven kapitaal van 700 miljard EUR,
waarvan 80 miljard EUR in de vorm van volgestort kapitaal dat door de
lidstaten van de eurozone wordt verstrekt. Met een dergelijk kapitaal moet zijn
leningscapaciteit in beginsel 500 miljard EUR bereiken. Om bijstand uit het ESM te krijgen,
zullen voorwaarden worden gesteld, die passen bij het gekozen
bijstandsinstrument. Aan
leningen aan begunstigde lidstaten zal de voorwaarde verbonden zijn dat
overeenkomstig bestaande regelingen een streng economisch en budgettair
aanpassingsprogramma ten uitvoer wordt gelegd. Aangezien dit mechanisme eigen
rechtspersoonlijkheid heeft en rechtstreeks door de lidstaten van de eurozone
wordt gefinancierd, is het geen EU-orgaan en is er geen effect op de
EU-rekeningen of de EU-begroting, buiten de hieronder beschreven mogelijke
sancties. De Commissie is
verantwoordelijk voor het onderhandelen van de beleidsvoorwaarden die aan de
financiële bijstand worden verbonden, en voor het toezien op de naleving van
die voorwaarden (net als bij de EFSF hierboven). Voor elk land dat financiële
bijstand uit het ESM ontvangt, zal regelmatig worden beoordeeld of de
voorwaarden worden nageleefd, voordat elke tranche kan worden uitbetaald. Zoals hierboven gezegd, zullen de boeten die op
grond van de Verordeningen 1173/2011, 1174/2011 en 1177/2011 worden
geheven, in de EU-begroting worden opgenomen en aan het ESM worden
overgedragen, zodra de EFSF niet langer operationeel is. Voorts voorziet het Verdrag inzake
stabiliteit, coördinatie en bestuur, dat door 25 lidstaten (met
uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië) is ondertekend, in
financiële sancties voor een „verdragsluitende partij”, indien die lidstaat
niet de nodige maatregelen heeft genomen om een te hoog tekort te voorkomen. De opgelegde financiële sancties
(die niet meer kunnen bedragen dan 0,1 % van het bbp) zullen aan het ESM
moeten worden betaald, indien deze aan lidstaten van de eurozone worden
opgelegd (en hebben dus geen gevolgen voor het begrotingsresultaat van de EU,
net als bij de EFSF hierboven), of aan de EU-begroting voor lidstaten die geen
lid zijn van de eurozone (zie artikel 8, lid 2, van het Verdrag). In dat laatste geval zal de
financiële sanctie een ontvangst zijn voor de EU-begroting en als zodanig in
haar rekeningen worden opgenomen. Nominale waarde ESM || miljoen EUR || || || || Spanje Totaal toegekende leningen || || || || 100 000 Uitbetaalde leningen op 31.12.2012 || || || || 39 468 Terugbetaalde leningen op 31.12.2012 || || || || - Uitstaande leningen op 31.12.2012 || || || 39 468 Niet-opgevraagde leningen op 31.12.2012 || || || || 60 532
8. FINANCIEEL RISICOBEHEER
De hieronder verschafte informatie met betrekking
tot het beheer van de financiële risico's van de EU heeft betrekking op: –
leningsactiviteiten
van de Europese Commissie via: Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), betalingsbalans
(BB), macrofinanciële bijstand (MFB), Euratom en Europese Gemeenschap voor
Kolen en Staal (in liquidatie); –
de
kasverrichtingen die door de Europese Commissie zijn verricht om de
EU-begroting uit te voeren, met inbegrip van het ontvangen van geldboeten; en –
het
Garantiefonds voor externe acties. 8.1 Types
RISICO Marktrisico is het risico dat de reële
waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen
schommelen als gevolg van veranderingen in de marktprijzen. Marktrisico bestaat niet alleen uit
potentieel verlies, maar ook uit potentiële baten. Het omvat het valutarisico, het
renterisico en overige prijsrisico's (de EU heeft geen materiële overige prijsrisico's).
Valutarisico is het risico dat de
verrichtingen van de EU of de waarde van haar investeringen beïnvloed
zullen worden door veranderingen in de wisselkoers. Dit risico vloeit voort uit de
verandering van de koers van de ene valuta tegenover een andere.
Renterisico is de mogelijkheid
dat de waarde van een effect, en dan vooral een obligatie, vermindert,
door een stijging van de rentevoet. Over het algemeen leiden hogere rentevoeten tot
lagere prijzen van obligaties met vaste rentevoet en omgekeerd.
Kredietrisico is het risico van verlies
doordat een schuldenaar/leningnemer een lening of een andere kredietlijn
(hoofdsom of rente (coupon) of beide) niet betaalt of op een andere manier zijn
contractuele verplichtingen niet nakomt. Het kan gaan om laattijdige terugbetalingen,
herstructurering van de terugbetalingen van de leningnemer en faillissement. Liquiditeitsrisico is het risico dat
voortvloeit uit de moeilijkheid om een actief te verkopen, bv. het risico dat
een bepaald effect of actief niet snel genoeg kan worden verhandeld op de markt
om een verlies te voorkomen of een verplichting na te komen. 8.2. RISICOBEHEERBELEID Leningsactiviteiten De leningtransacties alsmede het daarmee
samenhangende beheer van de kasmiddelen worden door de EU verricht
overeenkomstig de respectieve besluiten van de Raad, indien van toepassing, en
interne richtsnoeren. Er
zijn schriftelijke procedurehandleidingen opgesteld die betrekking hebben op
specifieke terreinen, zoals opgenomen leningen, verstrekte leningen en het
beheer van kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden
gebruikt. In de regel worden geen
afdekkingsactiviteiten („hedging”) verricht om rente- of valutaschommelingen te
compenseren, aangezien verstrekte leningen doorgaans door middel van opgenomen
back-to-back-leningen worden gefinancierd en er dus geen open rente- of
valutaposities ontstaan. De
toepassing van het back-to-back-beginsel wordt op gezette tijden gecontroleerd. De Europese Commissie beheert de liquidatie van de
verplichtingen van de EGKS en er zijn geen nieuwe leningen of overeenstemmende
middelen voor de EGKS in liquidatie gepland. Opname van nieuwe leningen door de
EGKS blijft dus beperkt tot herfinancieringen met als oogmerk de
financieringskosten te verminderen. Ten aanzien van de kasverrichtingen worden de beginselen van
behoedzaamheid toegepast teneinde de financiële risico's te beperken. Kasverrichtingen De voorschriften en beginselen voor het beheer van
de kasverrichtingen van de Commissie voor de uitvoering van de begroting zijn
vastgelegd in Verordening 1150/2000 van de Raad (gewijzigd bij
Verordeningen 2028/2004 en 105/2009 van de Raad) en in het Financieel
Reglement (Verordening 1605/2002 van de Raad, gewijzigd bij
Verordeningen 1995/2006, 1525/2007 en 1081/2010 van de Raad) en de
uitvoeringsvoorschriften daarvan (Verordening 2342/2002 van de Commissie,
gewijzigd bij Verordeningen 1261/2005, 1248/2006 en 478/2007 van de
Commissie). Als gevolg van de bovenvermelde regelgeving zijn de
volgende hoofdprincipes van toepassing: –
de
eigen middelen worden door de lidstaten betaald op rekeningen die daartoe op
naam van de Commissie werden geopend bij de schatkist van elke lidstaat of bij
het orgaan dat de lidstaat aangewezen heeft. De Commissie mag slechts geld van
de bovenvermelde rekeningen afhalen om aan haar behoeften aan kasmiddelen te
voldoen; –
de
eigen middelen worden door de lidstaten betaald in hun eigen nationale munt,
terwijl de betalingen door de Commissie meestal in euro luiden; –
bankrekeningen
die zijn geopend in naam van de Commissie mogen niet overschreden worden. Deze beperking geldt niet voor de
eigenmiddelenrekening van de Commissie in geval van wanbetaling met betrekking
tot leningen die overeenkomstig de verordeningen en besluiten van de Raad van
de EU zijn gesloten of gewaarborgd; –
het
saldo van rekeningen die luiden in andere munten dan de euro, wordt ofwel
gebruikt voor betalingen in dezelfde munt, ofwel periodiek omgezet in euro. Naast de eigenmiddelenrekeningen heeft de Commissie
nog andere bankrekeningen geopend bij centrale banken en commerciële banken om
andere betalingen te verrichten en te ontvangen dan de bijdragen van de
lidstaten aan de begroting. De kasverrichtingen en de betalingen zijn sterk
geautomatiseerd en maken gebruik van moderne informaticasystemen. Er worden specifieke procedures
toegepast om de veiligheid van het systeem te waarborgen en om te garanderen
dat de taken gescheiden worden conform het Financieel Reglement, de
internecontrolenormen van de Commissie en de controleprincipes. Een op schrift gestelde reeks richtsnoeren en
procedures regelt het beheer van de kasverrichtingen en betalingen van de
Commissie met als doel het operationele en financiële risico te beperken en een
gepast controleniveau te waarborgen. Zij betreffen de verschillende
werkingsgebieden (bv. uitvoering
van betalingen en beheer van de liquide middelen, prognoses van de kasmiddelen,
bedrijfscontinuïteit enz.) en de naleving van de richtsnoeren en procedures
wordt periodiek gecontroleerd. Daarnaast vinden tussen DG BUDG en DG ECFIN bijeenkomsten
plaats om informatie uit te wisselen over risicobeheer en beste praktijken. Geldboeten Voorlopig geïnde
geldboeten:
deposito’s Vóór 2010 ontvangen bedragen
blijven op bankrekeningen staan bij banken die specifiek geselecteerd zijn voor
het deponeren van voorlopig geïnde geldboeten. De selectie van banken vindt plaats
volgens de aanbestedingsprocedures die in het Financieel Reglement zijn
vastgesteld. De plaatsing van middelen
bij specifieke banken wordt bepaald op grond van het intern risicobeheerbeleid
waarin bepaalde eisen zijn vastgesteld qua kredietrating en het bedrag van de
middelen die in verhouding tot het vermogen van de tegenpartij kunnen worden
geplaatst. Financiële en operationele
risico's worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van het interne beleid
en de interne procedures wordt periodiek gecontroleerd. Voorlopig geïnde
geldboeten:
portefeuille
(BUFI) Met ingang
van 2010 worden voorlopig geïnde geldboeten gestort in een speciaal
daartoe opgericht fonds, BUFI genoemd. De Commissie verricht het activabeheer voor voorlopig
geïnde geldboeten overeenkomstig interne richtsnoeren en de richtsnoeren voor activabeheer. Er zijn procedurehandleidingen
opgesteld die betrekking hebben op specifieke terreinen, zoals het beheer van
kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden gebruikt. Financiële en operationele risico's
worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van de interne richtsnoeren en
procedures wordt periodiek gecontroleerd. Het activabeheer is erop gericht de
aan de Commissie betaalde boeten op zodanige wijze te beleggen dat: (a) gemakkelijk over het geld kan
worden beschikt wanneer dat nodig is; en (b) het in
normale omstandigheden een rendement oplevert dat gemiddeld gelijk is aan het
rendement van de BUFI-referentiebelegging minus gemaakte kosten. Beleggingen blijven in beginsel
beperkt tot de volgende categorieën: termijndeposito’s bij de centrale banken van de eurozone, de
agentschappen voor de schuld van de landen van de eurozone, banken die volledig
in handen van de overheid zijn of onder staatswaarborg werken, of
supranationale instellingen; obligaties, depositocertificaten en ander papier
uitgegeven door overheidsentiteiten die een directe blootstelling op een staat
van de eurozone vormen, of uitgegeven door supranationale instellingen. Bankgaranties Er zijn voor aanzienlijke bedragen
garanties van financiële instellingen verstrekt aan de Commissie in verband met
de geldboeten die zij oplegt aan bedrijven die de EU-mededingingsregels niet
naleven (zie toelichting 2.9.1). De bedrijven die een geldboete
moeten betalen, verstrekken deze garanties als een alternatief voor voorlopige
betalingen. De garanties worden beheerd
overeenkomstig het interne risicobeheerbeleid. Financiële en operationele risico's
worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van het interne beleid en de
interne procedures wordt periodiek gecontroleerd. Garantiefonds De regels en beginselen voor het beheer van de
activa van het Garantiefonds (zie toelichting 2.4)
zijn vastgelegd in de overeenkomst tussen de Europese Commissie en de EIB van 25 november 1994
en de latere wijzigingen daarvan van 17/23 september 1996, 8 mei 2002,
25 februari 2008 en 9 november 2010. Het Garantiefonds werkt alleen in
euro. Het investeert uitsluitend in deze valuta teneinde wisselkoersrisico’s te
vermijden. Het beheer van de activa is
gebaseerd op de traditionele regels inzake behoedzaamheid die worden gehanteerd
voor financiële activiteiten. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de vermindering van de
risico’s en er wordt voor gezorgd dat de beheerde activa een voldoende mate van
liquiditeit en overdraagbaarheid hebben, gelet op de gedekte verplichtingen. 8.3 VALUTARISICO Leningactiviteiten De meeste financiële activa en verplichtingen zijn
in euro uitgedrukt, dus in die gevallen staat de EU niet bloot aan een
valutarisico.
Via het
financiële instrument Euratom verstrekt de EU echter leningen die in
Amerikaanse dollar (USD) zijn uitgedrukt en die gefinancierd zijn met leningen
van hetzelfde bedrag in USD (back-to-back-verrichtingen). Op de balansdatum staat de EU niet
bloot aan een valutarisico in verband met Euratom. De EGKS in liquidatie loopt een
klein nettovalutarisico dat gelijk is 1,35 miljoen EUR en dat
voortvloeit uit woningleningen (het equivalent van 1,13 miljoen EUR)
en banksaldi (het equivalent van 0,22 miljoen EUR). Kasverrichtingen De eigen middelen die door de lidstaten in andere
valuta's dan de euro worden betaald, worden overeenkomstig het
eigenmiddelenbesluit aangehouden op de eigenmiddelenrekeningen. Zij worden in euro omgezet wanneer
dat nodig is om betalingen uit te voeren. De procedures die voor het beheer
van deze middelen moeten worden gevolgd, zijn in het eigenmiddelenbesluit
vastgesteld.
Af en toe
worden zij onmiddellijk gebruikt voor betalingen die in dezelfde valuta worden
uitgevoerd. De Commissie houdt een aantal rekeningen in andere
Europese munten dan de euro, en in Amerikaanse dollar en Zwitserse frank aan
bij commerciële banken om betalingen in deze valuta's te verrichten. Deze rekeningen worden aangevuld
naargelang het bedrag van de te verrichten betalingen, zodat er geen
blootstelling van het saldo aan valutarisico's aanwezig is. Wanneer diverse bedragen (behalve eigen middelen) in
andere munten dan de euro worden ontvangen, worden zij ofwel overgeschreven
naar andere rekeningen van de Commissie in dezelfde valuta wanneer dat nodig is
om de uitvoering van betalingen te dekken, ofwel omgezet in euro en
overgeschreven naar andere rekeningen in euro. Gelden ter goede rekening in
andere munten dan de euro worden aangevuld naargelang de verwachte behoefte aan
plaatselijke betalingen op korte termijn in dezelfde munten. De saldi op deze rekeningen worden
onder hun respectieve bovengrenzen gehouden. Geldboeten Voorlopig geïnde geldboeten
(deposito’s en BUFI-portefeuille) en bankgaranties Aangezien alle opgelegde boeten in euro worden
betaald, is er geen valutarisico. Garantiefonds De financiële activa zijn in euro uitgedrukt en
derhalve is er geen valutarisico. 8.4 RENTERISICO Leningactiviteiten Opgenomen en verstrekte leningen
met variabele rentevoeten Gezien de aard van de verstrekte en opgenomen
leningen heeft de EU aanzienlijke rentedragende activa en passiva. De MFB- en Euratomleningen tegen variabele
rentevoeten stellen de EU bloot aan renterisico. De renterisico's die voortvloeien
uit opgenomen leningen worden echter gecompenseerd door verstrekte leningen
waarvan de termijnen en voorwaarden vergelijkbaar zijn
(back-to-back-verrichtingen). Op de balansdatum beloopt het bedrag aan verstrekte
leningen van de EU met variabele rente (uitgedrukt in nominale bedragen) 0,7 miljard EUR
(2011: 0,8 miljard EUR).
Aanpassingen vinden om de zes maanden plaats. Opgenomen en verstrekte leningen
met vaste rentevoeten De EU heeft ook MFB- en Euratomleningen met vaste
rentevoeten voor in totaal 271 miljoen EUR in 2012 (2011: 236 miljoen EUR),
die een looptijd hebben tussen één en vijf jaar (25 miljoen EUR) en
meer dan vijf jaar (246 miljoen EUR). Belangrijker is dat de EU onder
het financiële instrument betalingsbalans tien leningen met vaste rentevoeten
heeft voor in totaal 11,4 miljard EUR in 2012 (2011: 11,4 miljard EUR),
die een looptijd hebben tussen één en vijf jaar (8,4 miljard EUR) en
meer dan vijf jaar (3,0 miljard EUR). In het kader van het financiële
instrument EFSM heeft de EU 18 leningen met vaste rentevoeten voor in
totaal 43,8 miljard EUR in 2012, die een looptijd hebben tussen
één en vijf jaar (9,8 miljard EUR) en meer dan vijf jaar (34 miljard EUR). Vanwege de aard van haar activiteiten staat de EGKS
in liquidatie bloot aan een renterisico. Het renterisico dat voortvloeit uit opgenomen leningen,
wordt meestal geneutraliseerd door verstrekte leningen tegen soortgelijke
voorwaarden.
In termen
van vermogensbeheer bevat de EGKS-portefeuille 4 % obligaties met een
variabele rente. Op
de balansdatum bestond 8 % van de obligatieportefeuille uit
nulcouponobligaties. Kasverrichtingen Voor de kasverrichtingen van de Commissie worden
geen leningen opgenomen. Bijgevolg is zij niet blootgesteld aan een renterisico. Zij ontvangt echter rente op de
saldi op haar verschillende bankrekeningen. De Commissie heeft daarom
maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de verkregen rente overeenstemt
met de marktrente en de mogelijke schommelingen daarvan. Rekeningen geopend bij schatkisten of nationale
centrale banken van lidstaten leveren geen rente op en zijn vrij van kosten. Voor alle andere rekeningen bij
nationale centrale banken hangt de vergoeding af van de specifieke voorwaarden
van elke bank.
De
rentevoeten zijn variabel en volgen de schommelingen op de markt. Overnightsaldi op rekeningen die bij commerciële
banken worden aangehouden, leveren dagelijks rente op. Die is gebaseerd op de variabele
marktrente waarop een contractuele marge (positief of negatief) wordt
toegepast. Voor de meeste rekeningen
is de rentevoet gekoppeld aan de EONIA (Euro over night index average) en wordt
hij aangepast aan eventuele schommelingen daarvan. Voor sommige andere rekeningen is
de rentevoet gekoppeld aan de marginale rentevoet van de ECB voor haar
belangrijkste herfinancieringstransacties. De Commissie loopt dus geen risico
dat zij een rente ontvangt die lager ligt dan de geldende markttarieven. Geldboeten Voorlopig geïnde geldboeten
(deposito’s en BUFI-portefeuille) en bankgaranties Deposito’s en bankgaranties zijn niet blootgesteld
aan renterisico’s.
De rente op
deposito’s volgt de rentevoeten op de markt alsook hun mogelijke schommeling. De BUFI-portefeuille bevat geen
obligaties met een variabele rente. Garantiefonds Schuldeffecten in het Garantiefonds die met
variabele rentevoeten zijn uitgegeven, ondergaan de volatiliteitseffecten van
die rentevoeten, terwijl schuldeffecten met vaste rentevoeten een risico lopen
in verband met hun reële waarde. Op de balansdatum maken obligaties met vaste rentevoet
ongeveer 67 % uit van de investeringsportefeuille (2011: 83 %). 8.5 KREDIETRISICO Leningactiviteiten De blootstelling aan kredietrisico wordt in de
eerste plaats beheerd door garanties van landen te krijgen in het geval van
Euratom, dan via het Garantiefonds (MFB en Euratom), dan via de mogelijkheid de
nodige middelen te onttrekken uit de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie
bij de lidstaten en uiteindelijk via de begroting van de EU. In de eigenmiddelenwetgeving is het
plafond voor betalingen van eigen middelen vastgesteld op 1,23 % van het
bni van de lidstaten en in 2012 werd 0,93 % daadwerkelijk gebruikt om
betalingskredieten te dekken. Dit betekent dat er op 31 december 2012 een
beschikbare marge van 0,3 % bestond om deze garantie te dekken. Het Garantiefonds voor externe
leningen werd in 1994 ingesteld ter dekking van risico’s van wanbetaling
in verband met opgenomen leningen waaruit leningen aan landen buiten de EU worden
gefinancierd.
In elk
geval wordt de blootstelling aan kredietrisico gemilderd doordat een beroep kan
worden gedaan op de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten
naast de activa op die rekeningen wanneer een schuldenaar een verschuldigd
bedrag niet volledig kan terugbetalen. Hiervoor mag de EU een beroep doen op alle lidstaten om
ervoor te zorgen dat de juridische verbintenis van de EU ten opzichte van haar
leners kan worden nageleefd. Wat de kasmiddelen betreft, moeten de richtsnoeren
inzake de keuze van de tegenpartijen worden toegepast. De operationele eenheid zal
bijgevolg alleen overeenkomsten kunnen sluiten met in aanmerking komende
banken, die als tegenpartij over voldoende limieten beschikken. De blootstelling van de EGKS aan kredietrisico wordt
beheerd door geregeld te onderzoeken of de ontleners in staat zijn te voldoen
aan rente- en kapitaalterugbetalingsverplichtingen. Het kredietrisico wordt ook beheerd
door het verkrijgen van zakelijke en persoonlijke, alsmede landen- en bedrijfsgaranties. Wat de kasmiddelen betreft, moeten
de richtsnoeren inzake de keuze van de tegenpartijen worden toegepast. De operationele eenheid mag alleen
overeenkomsten sluiten met in aanmerking komende banken, die als tegenpartij
over voldoende limieten beschikken. Kasverrichtingen De meeste kasmiddelen van de Commissie worden
conform Verordening 1150/2000 van de Raad aangehouden op rekeningen die
geopend zijn door de lidstaten voor de betaling van hun bijdragen (eigen
middelen). Al deze rekeningen worden
aangehouden bij de schatkist of de nationale centrale banken van de lidstaten. Deze instellingen houden voor de
Commissie zo goed als geen krediet- of tegenpartijrisico in, aangezien het gaat
om blootstelling op de lidstaten. Voor het deel van de kasmiddelen van de Commissie dat
wordt aangehouden bij commerciële banken ter dekking van betalingen, worden de
rekeningen precies op tijd aangevuld. Dit gebeurt automatisch door het
kasmiddelenbeheersysteem van de afdeling thesaurie. Op elke rekening wordt het laagst
mogelijke saldo aangehouden, in verhouding tot het gemiddelde bedrag van de
betalingen die dagelijks vanuit die rekening worden verricht. Bijgevolg zijn de bedragen die
overnight op deze rekeningen staan, voortdurend zeer laag (gemiddeld
tussen 20 en 100 miljoen EUR, gespreid over meer dan 20 rekeningen).
Hierdoor is de Commissie hier slechts in beperkte mate blootgesteld aan
kredietrisico.
Deze
bedragen moeten worden gezien in het licht van het totaal van de
kasmiddelensaldi, dat fluctueert tussen 1 miljard EUR en 35 miljard EUR,
en in het licht van het totale bedrag van de betalingen die in 2012 zijn
verricht, dat gelijk is aan 139,5 miljard EUR. Bovendien worden specifieke richtsnoeren toegepast
voor de selectie van de commerciële banken om het kredietrisico waaraan de
Commissie is blootgesteld, nog verder te minimaliseren: –
Alle
commerciële banken worden via openbare aanbestedingen geselecteerd. Om toegelaten te worden tot de
aanbestedingsprocedures, dienen de banken minimaal over een kortetermijnrating
te beschikken van Moody's P-1 of gelijkwaardig (S&P A-1 of Fitch F1). In bepaalde, naar behoren
gerechtvaardigde, omstandigheden volstaat een lagere rating. –
De
kredietrating van de commerciële banken waarbij de Commissie rekeningen heeft,
wordt minstens maandelijks bekeken en indien nodig met een hogere frequentie. Naar
aanleiding van de financiële crisis werden strengere toezichtsmaatregelen en
dagelijkse controles van de ratings van commerciële banken ingevoerd, die
gedurende 2012 van toepassing bleven. –
In
delegaties buiten de EU worden gelden ter goede rekening aangehouden bij lokale
banken die geselecteerd worden met behulp van een vereenvoudigde
aanbestedingsprocedure. De
vereiste ratings zijn afhankelijk van de plaatselijke situatie en kunnen
aanzienlijk verschillen van land tot land. Om de blootstelling aan risico te
beperken, worden de saldi op deze rekening zo laag mogelijk gehouden (rekening
houdend met de operationele behoeften); zij worden van middelen voorzien en de toegepaste plafonds
worden jaarlijks herzien. Geldboeten Voorlopig geïnde geldboeten: deposito’s De banken die deposito’s houden voor de vóór 2010
ontvangen voorlopig geïnde geldboeten worden geselecteerd in een
aanbestedingsprocedure volgens het risicobeheerbeleid waarin bepaalde eisen
zijn vastgesteld qua kredietrating en het bedrag van de middelen die in
verhouding tot het vermogen van de tegenpartij kunnen worden geplaatst. Voor commerciële banken die specifiek zijn
geselecteerd voor het deponeren van voorlopig geïnde geldboeten (aan
restricties onderhevige kasmiddelen) geldt als algemene regel een minimale
langetermijnrating A (S&P of gelijkwaardig) in de drie belangrijke
ratingagentschappen en een minimale kortetermijnrating A-1 (S&P of
gelijkwaardig).
Er gelden
specifieke maatregelen ingeval de rating van de banken in die groep wordt
verlaagd. Daarnaast is het bedrag dat
bij elke bank wordt gedeponeerd beperkt tot een bepaald percentage van haar
eigen middelen, dat varieert volgens het ratingniveau van elke instelling. Bij de berekening van die limiet
wordt ook rekening gehouden met de uitstaande garanties die diezelfde
instelling aan de Commissie heeft verstrekt. Op gezette tijden wordt nagegaan of
de uitstaande garanties voldoen aan de geldende eisen van het beleid. Voorlopig geïnde
geldboeten: portefeuille (BUFI) Voor de beleggingen uit voorlopig geïnde boeten
houdt de Commissie rekening met een kredietrisico, dat wil zeggen het risico
dat een tegenpartij niet in staat zal zijn haar betalingsverplichtingen
volledig na te komen. De blootstelling is het grootst op Frankrijk en
Duitsland, die respectievelijk 53 % en 24 % van de totale
portefeuille uitmaken. Bankgaranties Er zijn ook voor aanzienlijke
bedragen garanties van financiële instellingen verstrekt aan de Commissie in
verband met de geldboeten die zij oplegt aan bedrijven die de
EU-mededingingsregels niet naleven (zie toelichting 2.9.1). De bedrijven die een geldboete moeten
betalen, verstrekken deze garanties als een alternatief voor voorlopige
betalingen. In 2012 is het risicobeheerbeleid
bij de aanvaarding van dergelijke garanties herzien en zijn er in het licht van
de huidige financiële omgeving in de EU nieuwe eisen in verband met de
kredietrating en beperkingen van het percentage per tegenpartij (volgens de eigen
middelen van elke tegenpartij) vastgesteld. Op die manier blijft de Commissie
zich verzekeren van een hoge kredietkwaliteit. Op gezette tijden wordt nagegaan of
de uitstaande garanties voldoen aan de geldende eisen van het beleid. Garantiefonds Overeenkomstig de tussen de EU en de EIB gesloten
overeenkomst betreffende het beheer van het Garantiefonds dienen alle
interbancaire beleggingen minimaal een rating P-1 van Moody's of gelijkwaardig
te hebben. Op 31 december 2012
waren bij dergelijke tegenpartijen vastetermijndeposito’s gedaan ten belope van
242 miljoen EUR (2011: 300 miljoen EUR). 8.6 Liquiditeitsrisico Leningactiviteiten Het liquiditeitsrisico dat voortvloeit uit
leningsactiviteiten wordt meestal geneutraliseerd door leningen tegen soortgelijke
voorwaarden (back-to-back-verrichtingen). Voor de macrofinanciële bijstand en Euratom dient het
Garantiefonds als liquiditeitsreserve (of vangnet) ingeval de leners niet of
laattijdig betalen. Voor
het betalingsbalansmechanisme voorziet Verordening 431/2009 in een
procedure die voldoende tijd laat om middelen uit de eigenmiddelenrekeningen
van de Commissie bij de lidstaten te mobiliseren. Voor het EFSM voorziet
Verordening 407/2010 van de Raad in een soortgelijke procedure. In het kader van het beheer van de activa en passiva
van de EGKS in liquidatie beheert de Commissie de liquiditeitsvereisten op
basis van een prognose omtrent de uitbetalingen die werd opgesteld na overleg
met de verantwoordelijke diensten van de Commissie. Kasverrichtingen De begrotingsbeginselen van de EU garanderen dat de
totale kasmiddelen voor het jaar volstaan om alle betalingen uit te voeren. De totale bijdragen van de
lidstaten zijn in feite gelijk aan het bedrag van de betalingskredieten voor
het begrotingsjaar. De
bijdragen van de lidstaten worden echter in de loop van het jaar ontvangen in
twaalf maandelijkse tranches, terwijl de betalingen tot op zekere hoogte
seizoensgebonden zijn. Voorts worden de bijdragen van de lidstaten in verband
met (gewijzigde) begrotingen die na de 16e van een bepaalde maand (N) zijn
goedgekeurd, overeenkomstig Verordening 1150/2000 van de Raad
(eigenmiddelenverordening) pas in maand N+2 ter beschikking gesteld,
terwijl de daarmee verband houdende betalingskredieten onmiddellijk beschikbaar
zijn. Om ervoor te zorgen dat in elke maand de kasmiddelen altijd toereikend
zijn om de uit te voeren betalingen te dekken, worden procedures gevolgd om
periodiek een prognose van de kasmiddelen te maken. Onder bepaalde voorwaarden
kunnen eigen middelen of aanvullende financiering vroegtijdig bij de lidstaten
worden afgeroepen.
Daarnaast
zorgen automatische instrumenten voor kasmiddelenbeheer ervoor dat er dagelijks
op elke bankrekening van de Commissie voldoende liquiditeit is om de dagelijkse
verrichtingen te kunnen doen. Garantiefonds Het fonds wordt beheerd volgens het beginsel dat de
activa voldoende liquide moeten zijn om voor de betrokken verbintenissen te
kunnen worden gemobiliseerd. Het fonds moet minstens 100 miljoen EUR in
portefeuille houden met een looptijd van minder dan 12 maanden, die in
monetaire instrumenten moeten worden belegd. Op 31 december 2012
beliepen deze beleggingen inclusief geldmiddelen 250 miljoen EUR. Voorts moet minstens 20 % van
de nominale waarde van het fonds bestaan uit monetaire instrumenten, obligaties
met vaste rentevoet met een resterende looptijd van minder dan een jaar en
obligaties met variabele rentevoet. Op 31 december 2012 bedroeg dit aandeel 52 %.
9. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN
9.1 VERBONDEN PARTIJEN De verbonden partijen van de EU zijn de andere
geconsolideerde EU-entiteiten en de leidinggevenden van die entiteiten. Verrichtingen tussen deze
entiteiten maken deel uit van de normale verrichtingen van de EU en derhalve
gelden er overeenkomstig de boekhoudregels van de EU geen specifieke
verplichtingen tot informatieverschaffing voor deze verrichtingen. 9.2 RECHTEN
VAN LEIDINGGEVENDEN Voor de informatieverschaffing over
verrichtingen met verbonden partijen met betrekking tot de leidinggevenden van
de EU, werden deze in vijf categorieën onderverdeeld: Categorie 1: de voorzitter van de Europese Raad,
de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van het Hof van Justitie. Categorie 2: de vicevoorzitter van de Commissie
en de hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en
veiligheidsbeleid en de andere vicevoorzitters van de Commissie. Categorie 3: de secretaris-generaal van de Raad,
de leden van de Commissie, de rechters en de advocaten-generaal van het Hof van
Justitie, de voorzitter en de leden van het Gerecht van eerste aanleg, de
voorzitter en de leden van het Gerecht voor ambtenarenzaken, de Ombudsman en de
Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Categorie 4: de voorzitter en de leden van de
Rekenkamer. Categorie 5: de topambtenaren van de
instellingen en agentschappen. Hieronder volgt een overzicht van
hun geldelijke rechten. Verdere informatie kan worden gevonden in het
Publicatieblad van de EU (L 187 van 8.8.1967, laatstelijk gewijzigd
bij Verordening (EU, Euratom) nr. 904/2012 van de Raad van 24 september 2012
(L 269 van 4.10.2012) en L 268 van 20.10.1977, laatstelijk
gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1293/2004 van de Raad van 30 april 2004
(L 243 van 15.7.2004). Overige informatie kan ook worden gevonden in
het Statuut dat bekendgemaakt is op de Europa-website. Het Statuut is het
officiële document waarin de rechten en plichten van alle ambtenaren van de EU
zijn beschreven. Leidinggevenden hebben geen preferentiële leningen van de EU
ontvangen. GELDELIJKE RECHTEN VAN LEIDINGGEVENDEN || EUR Rechten (per personeelslid) || Categorie 1 || Categorie 2 || Categorie 3 || Categorie 4 || Categorie 5 Basissalaris (per maand) || 25 351.76 || 22 963,55 –23 882,09 || 18 370,84 –20 667,20 || 19 840,51 -21 126,47 || 11 681,17 –18 370,84 || || || || || Verblijfstoelage/Ontheem-dingstoelage || 15% || 15% || 15% || 15% || 16% || || || || || Gezinstoelagen: || || || || || Kostwinnerstoelage (% salaris) Kindertoelage Voorschoolse toelage Schooltoelage of Schooltoelage buiten standplaats || 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39 || 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39 || 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39 || 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39 || 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39 Voorzitterstoelage || n.v.t. || n.v.t. || 500 -810,74 || n.v.t. || n.v.t. || || || || || Representatietoelage || 1 418,07 || 0–911,38 || 500 -607,71 || n.v.t. || n.v.t. || || || || || Jaarlijkse reiskosten || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || n.v.t. || Ja || || || || || Overdrachten naar lidstaat: || || || || || Schooltoelage* % van salaris* % van salaris zonder correctiecoëfficiënt || Ja 5% max. 25% || Ja 5% max. 25% || Ja 5% max. 25% || Ja 5% max. 25% || Ja 5% max. 25% Representatiekosten || terugbetaald || terugbetaald || terugbetaald || n.v.t. || n.v.t. || || || || || Ambtsaanvaarding: || || || || || Inrichtingskosten Reiskosten familie Verhuiskosten || 50 703,52 terugbetaald terugbetaald || 45 927,10 –47 764,18 terugbetaald terugbetaald || 36 741,68 -41 334,40 terugbetaald terugbetaald || 39 681,02 -42 252,94 terugbetaald terugbetaald || terugbetaald terugbetaald terugbetaald Ambtsneerlegging: || || || || || Inrichtingskosten Reiskosten familie Verhuiskosten Overbrugging (% salaris)** Ziektekostenverzekering || 25 351,76 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt || 22 963,55 –23 882,09 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt || 18 370,84 –20 667,20 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt || 19 840,51 –21 126,47 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt || terugbetaald terugbetaald terugbetaald n.v.t. facultatief Pensioen (% salaris, vóór belastingen) || max. 70% || max. 70% || max. 70% || max. 70% || max. 70% || || || || || Inhoudingen: || || || || || Gemeenschapsbelasting Ziektekostenverzekering (% salaris) Speciale heffing op salaris Pensioenbijdrage || 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t. || 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t. || 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t. || 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t. || 8% - 45% 1,8% 5,5% 11,6% Aantal personen aan het einde van het jaar || 3 || 8 || 91 || 27 || 109 *
Met toepassing van de correctiecoëfficiënt. ** Betaald
gedurende de eerste drie jaar na vertrek.
10.
GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM
Op de datum van ondertekening van deze rekeningen
zijn er geen relevante punten onder de aandacht gekomen van de rekenplichtige
van de Commissie die een afzonderlijke vermelding in deze rubriek zouden
vereisen. Evenmin waren dergelijke punten bij hem aangemeld. Bij het opstellen
van de jaarrekeningen en de bijbehorende toelichtingen werd gebruik gemaakt van
de recentste beschikbare gegevens en dit komt tot uiting in de hierboven opgenomen
informatie.
11. CONSOLIDATIEBEREIK
11.1 GECONSOLIDEERDE ENTITEITEN A. ENTITEITEN WAAROVER ZEGGENSCHAP WORDT UITGEOEFEND (51) 1. Instellingen en raadgevende organen (11) || Europees Parlement || Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming Europese Raad || Europees Economisch en Sociaal Comité Europese Commissie || Europese Ombudsman Comité van de Regio's || Europese Rekenkamer Hof van Justitie van de Europese Unie || Raad van de Europese Unie Europese Dienst voor extern optreden || || 2. EU-agentschappen (38) || 2.1. Uitvoerende agentschappen (6) || Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur || Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten || Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk Uitvoerend Agentschap Onderzoek || Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad || 2.2. Gedecentraliseerde agentschappen (32) || Europees Agentschap voor maritieme veiligheid || Europese Autoriteit voor voedselveiligheid Europees Geneesmiddelenbureau || Europees Spoorwegbureau Europese Toezichtautoriteit voor het GNSS || Communautair Bureau voor plantenrassen Europees Chemicaliënagentschap || Communautair Bureau voor visserijcontrole Fusion for Energy (Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie) || Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving Eurojust || Europese Politieacademie Europees Genderinstituut || Europese Politiedienst (Europol) Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk || Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding || Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging Europees Milieuagentschap || Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding || Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators || Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie Europese Bankautoriteit || Europese Autoriteit voor effecten en markten Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken* || Europese Stichting voor opleiding Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie || Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de EU || Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen) 3. Overige entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend (2) Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (in liquidatie) || Europees Instituut voor innovatie en technologie || B. GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN (5) Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (ITER) || Gemeenschappelijke onderneming Galileo in liquidatie Gemeenschappelijke onderneming SESAR || Gemeenschappelijke onderneming IMI Gemeenschappelijke onderneming FCH || || C. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN (4) Europees Investeringsfonds || Gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky || Gemeenschappelijke onderneming ENIAC * Voor het eerst geconsolideerd in 2012. 11.2 NIET-GECONSOLIDEERDE ENTITEITEN Hoewel de EU de activa beheert van de hieronder
vermelde entiteiten, voldoen deze niet aan de consolidatievereisten en zijn zij
derhalve niet in de rekening van de EU opgenomen. 11.2.1 Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) Het EOF is het voornaamste instrument voor het
verstrekken van ontwikkelingssamenwerking van de EU in de landen van Afrika,
het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) en de landen en gebieden
overzee (LGO). Het Verdrag van Rome van 1957 voorzag al in de oprichting
van dit fonds om technische en financiële bijstand te verlenen, oorspronkelijk
aan de Afrikaanse landen die toen nog niet onafhankelijk waren en waarmee
sommige landen historische banden hadden. Het EOF wordt niet gefinancierd uit de EU-begroting
doch met rechtstreekse bijdragen van de lidstaten, die in het kader van
onderhandelingen worden vastgelegd. De Commissie en de EIB beheren de middelen van het EOF. Elk EOF wordt gewoonlijk voor een
periode van ongeveer vijf jaar gesloten. Sinds de sluiting van de eerste partnerschapsovereenkomst
in 1964 volgen de EOF-programmeringscycli in het algemeen die van de
partnerschapsovereenkomsten. Het EOF heeft een eigen Financieel Reglement
(PB L 78 van 19.3.2008) dat voorziet in de presentatie van eigen
financiële staten, los van deze van de EU. De jaarrekening en het
middelenbeheer van het EOF vallen onder de externe controle van de Rekenkamer
en het Europees Parlement. Ter informatie zijn de balans en de economische resultatenrekening van
het 8e, 9e en 10e EOF hieronder opgenomen: BALANS – 8e, 9e en 10e EOF || || || miljoen EUR || 31.12.2012 || 31.12.2011 Niet-vlottende activa || 438 || 380 Vlottende activa || 2 094 || 2 510 TOTAAL ACTIVA || 2 532 || 2 890 Vlottende passiva || (1 057) || (1 033) Niet-vlottende passiva || (40) || - TOTAAL PASSIVA || (1 097) || (1 033) || || NETTOACTIVA || 1 435 || 1 857 || || MIDDELEN EN RESERVES || || Afgeroepen middelen van het fonds || 29 579 || 26 979 Overige reserves || 2 252 || 2 252 Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat || (27 374) || (24 674) Economisch resultaat van het jaar || (3 023) || (2 700) NETTOACTIVA || 1 435 || 1 857 STAAT VAN DE FINANCIËLE RESULTATEN – 8e, 9e en 10e EOF || || || miljoen EUR || 2012 || 2011 Beleidsontvangsten || 124 || 99 Beleidsuitgaven || (3 017) || (2 702) Administratieve uitgaven || (107) || (75) TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN || (3 001) || (2 679) Financiële activiteiten || (22) || (21) ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR || (3 023) || (2 700) 11.2.2 Gemeenschappelijk stelsel van
ziektekostenverzekering In het kader van het ziektekostenstelsel wordt de
ziektekostenverzekering geregeld van de personeelsleden van de verschillende
organen van de EU.
De middelen
van het ziektekostenstelsel zijn eigendom van het stelsel en worden niet door
de EU gecontroleerd, hoewel de financiële activa van het stelsel door de
Commissie worden beheerd. Het stelsel wordt gefinancierd met bijdragen van zijn leden
(personeelsleden) en van de werkgevers (de instellingen/agentschappen/organen). Alle overschotten blijven binnen
het stelsel. Het stelsel heeft vier verschillende entiteiten. Het
belangrijkste stelsel heeft betrekking op de personeelsleden van de
instellingen en agentschappen van de EU en drie kleinere stelsels hebben
betrekking op de personeelsleden van het Europees Universitair Instituut, de
Europese scholen en de personeelsleden die buiten de EU werkzaam zijn zoals
personeelsleden in de delegaties van de EU. De totale activa van het stelsel
bedroegen op 31 december 2012 296 miljoen EUR (2011: 294 miljoen EUR). 11.2.3 Garantiefonds voor deelnemers Bepaalde voorfinancieringen die in het kader van het
zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7)
worden betaald, worden daadwerkelijk gedekt door het Garantiefonds voor
deelnemers. Het bedrag van de in 2012 uitbetaalde voorfinanciering beliep
in totaal 4 miljard EUR (2011: 3,3 miljard EUR). Dit fonds is een aparte entiteit
van de Europese Commissie en is niet geconsolideerd in deze rekening. Het is een instrument voor onderlinge verzekering,
dat is opgezet om de financiële risico's van de EU en de deelnemers te dekken
tijdens de uitvoering van indirecte maatregelen van KP7, aangezien het kapitaal
en de rente ervan een uitvoeringsgarantie vormen. Alle deelnemers aan indirecte
maatregelen die de vorm van een subsidie aannemen, dragen 5 % van de
totale bijdrage van de EU bij aan het kapitaal van het Garantiefonds voor
deelnemers voor de duur van de maatregel. Als zodanig zijn de deelnemers de eigenaars van het
Garantiefonds voor deelnemers en de EU, vertegenwoordigd door de Commissie,
treedt alleen op als hun uitvoerend agent. Aan het einde van een indirecte
maatregel dienen de deelnemers hun bijdrage in het kapitaal volledig terug te krijgen,
behalve wanneer het Garantiefonds voor de deelnemers verlies lijdt doordat
begunstigden in gebreke blijven. In dat geval dienen de deelnemers minstens 80 %
van hun bijdrage terug te krijgen. Het Garantiefonds voor deelnemers staat
garant voor de financiële belangen van zowel de EU als de deelnemers. Op 31 december 2012 beliepen de activa van
het Garantiefonds in totaal 1 452 miljoen EUR (2011: 1 171 miljoen EUR). De middelen van het Garantiefonds
voor deelnemers zijn eigendom van het fonds en worden niet door de EU
gecontroleerd, hoewel de financiële activa van het stelsel door de EIB worden
beheerd. EUROPESE UNIE SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN
DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ* BEGROTINGSJAAR 2012
* Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot
miljoen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in deze
begrotingstabellen niet correct zijn opgeteld.
INHOUDSOPGAVE
Blz. DEEL II: SAMENGEVOEGDE
VERSLAGEN OVER DE UITVOERING
VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ 1. Resultaat van de
uitvoering van de EU-begroting en toelichtingen daarbij: 1.1 EU-begrotingsresultaat 95 1.2 Afstemming van het economisch
resultaat op het begrotingsresultaat 95 1.3 Staat van vergelijking van de
begroting en de werkelijke bedragen 96 Samengevoegde verslagen
over de uitvoering van de begroting 2. Ontvangsten: overzicht van de uitvoering van de ontvangstenzijde van de
begroting 109 3. Uitgaven: 3.1 Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en
betalingskredieten per rubriek van het
financieel kader 110 3.2 Besteding van de vastleggingskredieten per rubriek van het
financieel kader 110 3.3 Besteding van de betalingskredieten per rubriek van het
financieel kader 112 3.4 Ontwikkeling van de nog betaalbaar
te stellen vastleggingen per rubriek van het financieel
kader 113 3.5 Samenstelling van de nog betaalbaar
te stellen vastleggingen naar jaar van oorsprong per rubriek
van het financieel kader 113 3.6 Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en
betalingskredieten per beleidsterrein 114 3.7 Besteding van de vastleggingskredieten per beleidsterrein 115 3.8 Besteding van de betalingskredieten per beleidsterrein 116 3.9 Ontwikkeling van de nog betaalbaar
te stellen vastleggingen per beleidsterrein 118 3.10 Samenstelling van de nog betaalbaar
te stellen vastleggingen naar jaar van oorsprong per
beleidsterrein 120 4. Instellingen en agentschappen: 4.1 Overzicht van de uitvoering van de
ontvangstenzijde van de begroting per
instelling 122 4.2 Besteding van de vastleggings- en
betalingskredieten per instelling 123 4.3 Inkomsten agentschap: begrotingsramingen,
vastgestelde rechten en ontvangen bedragen 125 4.4 Vastleggings- en betalingskredieten
per agentschap 127 4.5 Begrotingsresultaat met inbegrip van
de agentschappen 129 RESULTAAT VAN DE UITVOERING VAN DE
EU-BEGROTING || 1.1 EU-BEGROTINGSRESULTAAT || miljoen EUR || 2012 || 2011 || Ontvangsten van het begrotingsjaar || 139 541 || 130 000 || Betalingen uit de kredieten van het lopende jaar || (137 738) || (128 043) || Naar jaar n+1 overgedragen betalingskredieten || (936) || (1 019) || Annulering van niet-bestede betalingskredieten overgedragen uit jaar n-1 || 92 || 457 || Wisselkoersverschillen voor het jaar || 60 || 97 || Begrotingsresultaat* || 1 019 || 1 492 || * Waarvan de
EVA goed is voor (4) miljoen EUR in 2012 en (5) miljoen EUR in 2011. Het begrotingsoverschot voor de EU (1 023 miljoen EUR)
wordt in de loop van het volgende jaar terugbetaald aan de lidstaten door een
vermindering van de bedragen die de lidstaten voor dat jaar zijn verschuldigd. 1.2 AFSTEMMING VAN
HET ECONOMISCH RESULTAAT OP HET BEGROTINGSRESULTAAT miljoen EUR || 2012 || 2011 ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR || (5 329) || (1 789) || || Ontvangsten || || Rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld, maar nog niet geïnd zijn || (2 000) || (371) Rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn || 4 582 || 2 072 Toegerekende baten (netto) || (38) || (236) Uitgaven || || Toegerekende uitgaven (netto) || (1 933) || 3 410 Uitgaven van een vorig jaar betaald in het lopende jaar || (2 695) || (936) Netto-effect voorfinanciering || 1 210 || 1 131 Betalingskredieten overgedragen naar volgend jaar || (4 666) || (1 211) Betalingen gedaan uit overdrachten en annulering van niet-gebruikte betalingskredieten || 4 768 || 2 000 Mutaties in voorzieningen || 7 805 || (2 109) Overige || (670) || (378) Economisch resultaat agentschappen en EGKS || (15) || (91) || || BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR || 1 019 || 1 492 1.3 STAAT VAN
VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BEDRAGEN 1.3.1 ONTVANGSTEN || || || miljoen EUR || || Oorspronkelijke begroting || Definitieve begroting || Werkelijke ontvangsten || 1. Eigen middelen || 127 512 || 128 655 || 128 886 || Waarvan douanerechten || 19 171 || 16 701 || 16 261 || Waarvan btw || 14 499 || 14 546 || 14 648 || Waarvan bni || 93 719 || 97 284 || 97 856 || 3. Overschotten, saldi en aanpassingen || 0 || 1 994 || 2 041 || 4. Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere EU-organen || 1 312 || 1 312 || 1 236 || 5. Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instellingen || 60 || 68 || 612 || 6. Bijdragen en terugbetalingen in het kader van EU-overeenkomsten en programma's || 50 || 50 || 2 928 || 7. Achterstandsrente en geldboeten || 123 || 3 648 || 3 807 || 8. Opgenomen en verstrekte leningen || 0 || 0 || 0 || 9. Diverse ontvangsten || 30 || 30 || 31 || Totaal || 129 088 || 135 758 || 139 541 || 1.3.2 VASTLEGGINGEN PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER miljoen EUR || || Oorspronkelijke begroting || Definitieve begroting* || Vastleggingen || 1. Duurzame groei || 67 506 || 70 842 || 69 000 || 2. Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 59 976 || 62 198 || 60 817 || 3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 2 065 || 2 994 || 2 892 || 4. De EU als mondiale partner || 9 406 || 9 931 || 9 753 || 5. Administratie || 8 280 || 9 113 || 8 822 || 6. Compensaties || 0 || 0 || 0 || Totaal || 147 232 || 155 077 || 151 284 || 1.3.3 VASTLEGGINGEN PER BELEIDSTERREIN || miljoen EUR || || Oorspronkelijke begroting || Definitieve begroting* || Vastleggingen || 01 Economische en financiële zaken || 611 || 536 || 535 || 02 Ondernemingen || 1 148 || 1 276 || 1 236 || 03 Mededinging || 92 || 96 || 94 || 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 11 581 || 11 818 || 11 782 || 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 58 587 || 60 877 || 59 514 || 06 Mobiliteit en vervoer || 1 664 || 1 754 || 1 713 || 07 Milieu- en klimaatactie || 493 || 508 || 496 || 08 Onderzoek || 5 930 || 7 618 || 7 059 || 09 Informatiemaatschappij en media || 1 678 || 1 985 || 1 878 || 10 Eigen onderzoek || 411 || 932 || 494 || 11 Maritieme zaken en visserij || 1 033 || 1 011 || 1 007 || 12 Interne markt || 101 || 107 || 101 || 13 Regionaal beleid || 42 045 || 42 662 || 42 647 || 14 Belastingen en douane-unie || 143 || 147 || 144 || 15 Onderwijs en cultuur || 2 697 || 3 292 || 3 088 || 16 Communicatie || 262 || 271 || 265 || 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 687 || 653 || 639 || 18 Binnenlandse zaken || 1 264 || 1 322 || 1 290 || 19 Externe betrekkingen || 4 817 || 4 969 || 4 872 || 20 Handel || 104 || 106 || 104 || 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 1 498 || 1 733 || 1 719 || 22 Uitbreiding || 1 088 || 1 166 || 1 135 || 23 Humanitaire hulp || 900 || 1 299 || 1 294 || 24 Fraudebestrijding || 79 || 79 || 79 || 25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie || 194 || 204 || 196 || 26 Administratie van de Commissie || 1 017 || 1 200 || 1 149 || 27 Begroting || 69 || 63 || 61 || 28 Audit || 12 || 12 || 12 || 29 Statistiek || 134 || 144 || 135 || 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 1 335 || 1 321 || 1 318 || 31 Taalkundige diensten || 399 || 477 || 435 || 32 Energie 33 Justitie || 718 218 || 764 233 || 731 222 || 40 Reserves 90 Overige instellingen || 759 3 464 || 461 3 983 || 0 3 841 || Totaal || 147 232 || 155 077 || 151 284 || *
Met inbegrip van gewijzigde begrotingen, overgedragen kredieten en
bestemmingsontvangsten. 1.3.4 UITGAVEN PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER miljoen EUR || Oorspronkelijke begroting || Definitieve begroting* || Gedane betalingen || 1. Duurzame groei || 55 337 || 63 753 || 61 585 || 2. Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 57 034 || 60 409 || 59 096 || 3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 1 484 || 2 477 || 2 375 || 4. De EU als mondiale partner || 6 955 || 7 182 || 7 064 || 5. Administratie || 8 278 || 9 824 || 8 564 || 6. Compensaties || 0 || 0 || 0 || Totaal || 129 088 || 143 644 || 138 683 || 1.3.5 UITGAVEN PER BELEIDSTERREIN || miljoen EUR || Oorspronkelijke begroting || Definitieve begroting* || Gedane betalingen 01 Economische en financiële zaken || 511 || 493 || 484 02 Ondernemingen || 1 079 || 1 395 || 1 271 03 Mededinging || 92 || 103 || 92 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 9 075 || 11 755 || 11 699 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 55 880 || 59 242 || 57 948 06 Mobiliteit en vervoer || 1 079 || 1 156 || 1 105 07 Milieu- en klimaatactie || 393 || 409 || 382 08 Onderzoek || 4 218 || 6 245 || 5 307 09 Informatiemaatschappij en media || 1 357 || 1 776 || 1 501 10 Eigen onderzoek || 404 || 893 || 466 11 Maritieme zaken en visserij || 806 || 757 || 745 12 Interne markt || 98 || 112 || 99 13 Regionaal beleid || 35 538 || 38 282 || 38 254 14 Belastingen en douane-unie || 110 || 140 || 130 15 Onderwijs en cultuur || 2 112 || 3 059 || 2 761 16 Communicatie || 253 || 278 || 256 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 592 || 652 || 635 18 Binnenlandse zaken || 756 || 860 || 835 19 Externe betrekkingen || 3 276 || 3 271 || 3 233 20 Handel || 102 || 111 || 105 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 1 310 || 1 475 || 1 429 22 Uitbreiding || 921 || 976 || 943 23 Humanitaire hulp || 842 || 1 141 || 1 128 24 Fraudebestrijding || 74 || 83 || 71 25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie || 193 || 219 || 195 26 Administratie van de Commissie || 1 001 || 1 343 || 1 149 27 Begroting || 69 || 73 || 61 28 Audit || 12 || 13 || 12 29 Statistiek || 122 || 148 || 128 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 1 335 || 1 321 || 1 318 31 Taalkundige diensten || 399 || 501 || 433 32 Energie || 1 339 || 782 || 723 33 Justitie || 187 || 206 || 190 40 Reserves || 90 || 0 || 0 90 Overige instellingen || 3 464 || 4 376 || 3 596 Totaal || 129 088 || 143 644 || 138 683 * Met
inbegrip van gewijzigde begrotingen, overgedragen kredieten en
bestemmingsontvangsten. Het bedrag van de vastleggingskredieten in de
oorspronkelijk goedgekeurde begroting, die op 1 december 2011 door de
voorzitter van het Europees Parlement werd ondertekend, werd vastgelegd op 129 088 miljoen EUR,
voor 127 512 miljoen EUR uit eigen middelen te financieren. De geraamde ontvangsten en uitgaven
in de oorspronkelijke begroting worden doorgaans in de loop van het
begrotingsjaar aangepast en die wijzigingen worden in gewijzigde begrotingen
opgenomen. Wijzigingen in de
eigenmiddelenbetalingen op basis van het bni garanderen dat de begrote
ontvangsten precies overeenstemmen met de begrote uitgaven. In overeenstemming met het
evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten en de uitgaven van de begroting
(betalingskredieten) in evenwicht zijn. Ontvangsten: In 2012 werden zes gewijzigde begrotingen
goedgekeurd. Met inachtneming van die
gewijzigde begrotingen bedroegen de definitieve ontvangsten voor de
begroting 2012 in totaal 135 758 miljoen EUR. Die werden voor een totaal van 128 655 miljoen EUR
(dus 1 143 miljoen EUR meer dan oorspronkelijk geraamd) uit
eigen middelen gefinancierd en voor de rest uit andere ontvangsten. De grotere behoefte aan
financiering van betalingskredieten werd voornamelijk gedekt door in gewijzigde
begroting nr. 6/2012 3 525 miljoen EUR aan geldboeten en
achterstandsrente op te nemen. Wat het resultaat van de eigen middelen betreft, lag
de inning van traditionele eigen middelen dicht bij de geraamde bedragen. De begrotingsramingen werden
gewijzigd bij het opstellen van gewijzigde begroting nr. 4/2012 (verlaging
met 1 520 miljoen EUR volgens de nieuwe macro-economische
prognoses van het voorjaar 2012). Bij de gewijzigde begroting nr. 6/2012
werden de begrotingsramingen opnieuw gewijzigd om rekening te houden met het
werkelijke ritme van inning. Ze werden nogmaals verlaagd met 950 miljoen EUR. De definitieve btw- en bni-betalingen van de
lidstaten lagen ook dicht bij de laatste begrotingsraming. De verschillen tussen de geraamde
bedragen en de werkelijk betaalde bedragen worden veroorzaakt door de
verschillen tussen de eurokoersen die voor begrotingsdoeleinden zijn gebruikt
en de koersen die golden op het ogenblik waarop de lidstaten die geen deel
uitmaken van de EMU, hun betalingen daadwerkelijk hebben verricht. Uitgaven: Het jaar 2012 was het zesde en voorlaatste jaar
van de huidige programmeringsperiode 2007-2013. Alle grote programma’s waren op
kruissnelheid en er stroomden aanzienlijk meer betalingsverzoeken binnen, wat
normaal is naarmate de cyclus ten einde loopt. Gelet op de algemene context van
begrotingsconsolidatie in de lidstaten bleef de goedgekeurde begroting
voor 2012 eerder conservatief. De combinatie van een aanzienlijk bedrag aan onbetaalde
betalingsverzoeken van 2011 en de toenemende verzoeken om vergoeding legde
hoge druk op de betalingskredieten, die in het jaar moest worden aangepakt met
voorzichtig begrotingsbeheer en uiteindelijk door middel van een gewijzigde
begroting. Wat de vastleggingen betreft, werden de goedgekeurde
begroting en bijgevolg de politieke doelstellingen volledig uitgevoerd (99,6 %).
De meeste opmerkelijke aanpassingen door middel van gewijzigde begrotingen in
het betrokken jaar betroffen verhogingen van 650 miljoen EUR voor
ITER, overeenkomstig het akkoord van december 2011 voor zijn financiering,
en 688 miljoen EUR voor de mobilisatie van het Solidariteitsfonds van
de EU, wat per definitie onvoorzienbare uitgaven zijn. In gewijzigde begroting
nr. 6/2012 werden de vastleggingen verlaagd met 142 miljoen EUR,
door ongebruikte bedragen naar de marge terug te brengen, met name in verband
met de reserve voor internationale visserijovereenkomsten en programma's voor
de uitroeiing en monitoring van dierziekten. Het totale bedrag van betalingskredieten werd aan
het einde van het jaar verhoogd door middel van gewijzigde begroting nr. 6/2012
voor een bedrag van 6 miljard EUR, waardoor de oorspronkelijke
begroting met 4,8 % werd verhoogd. Het gebrek aan betalingen trof zo goed als
alle rubrieken en in het bijzonder rubriek 1b Cohesie voor groei en
werkgelegenheid.
Er zij ook aan
herinnerd dat de afgesproken 6 miljard EUR 3 miljard EUR
lager was dan het door de Commissie gevraagde bedrag. Ten slotte eindigde het jaar 2012
met uitstaande betalingsverzoeken van 16,2 miljard EUR voor de
huidige programmeringsperiode van het cohesiebeleid (2007-2013) en nog
eens 1,1 miljard EUR voor de afsluiting van de programma's 2000-2006. Deze bedragen zullen in 2013
moeten worden betaald. Net
als bij de vastleggingen werd het begrotingsonderdeel voor het
Solidariteitsfonds van de EU in de loop van het jaar versterkt met 688 miljoen EUR
aan betalingskredieten. De
ongebruikte goedgekeurde betalingskredieten beliepen 1 102 miljoen EUR
(2011: 1 582 miljoen EUR)
en na de overdracht naar 2013 vervalt een totaal van 166 miljoen EUR
(2011: 562 miljoen EUR). In het verslag over het begrotings- en financieel
beheer – Begrotingsjaar 2012 van de Commissie, deel A (overzicht op
begrotingsniveau) en deel B (over elke rubriek van het meerjarig
financieel kader afzonderlijk), is een gedetailleerde analyse opgenomen van de
begrotingsaanpassingen, hun specifieke context, hun motivering en hun effect. TOELICHTINGEN BIJ DE UITVOERING VAN DE
EU-BEGROTING 1. Algemeen
overzicht De begrotingsboekhouding wordt gevoerd
overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012
van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB L 298
van 26.10.2012) houdende vaststelling van de financiële regels van toepassing
op de algemene begroting van de Unie (hierna „het Financieel Reglement”
genoemd) en Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1268/2012 van de Commissie
van 29 oktober 2012 houdende uitvoeringsvoorschriften van dat
Financieel Reglement. De algemene begroting, het voornaamste instrument van het
financiële beleid van de Unie, is het besluit waarbij elk jaar de ontvangsten
en uitgaven van de Unie worden geraamd en toegestaan. Elk jaar maakt de Commissie voor het komende jaar
een raming op van de ontvangsten en uitgaven van alle instellingen en stelt zij
een ontwerpbegroting op die zij bij de begrotingsautoriteit indient. Op basis
van deze ontwerpbegroting stelt de Raad zijn standpunt vast, waarover de twee
takken van de begrotingsautoriteit vervolgens onderhandelen. De vaststelling
van het gemeenschappelijk ontwerp wordt geconstateerd door de voorzitter van
het Parlement, die daarmee de begroting uitvoerbaar maakt. De uitvoering van de
begroting is een opdracht die vooral toevalt aan de Commissie. De begrotingsstructuur bestaat voor de
Commissie uit administratieve en beleidskredieten. De overige instellingen
hebben alleen administratieve kredieten. De begroting onderscheidt nog twee soorten kredieten: niet-gesplitste en gesplitste
kredieten. Niet-gesplitste kredieten
zijn bestemd voor de financiering van acties die beperkt zijn tot het jaar (en
voldoen aan het jaarperiodiciteitsbeginsel). De gesplitste kredieten zijn
ingevoerd om het jaarperiodiciteitsbeginsel te verzoenen met het beheer van
meerjarenacties.
Ze zijn
bedoeld om voornamelijk meerjarige operaties te dekken. De gesplitste kredieten bestaan uit
vastleggingskredieten en betalingskredieten: –
vastleggingskredieten: dekken de totale kosten
van de juridische verbintenissen die in het begrotingsjaar zijn aangegaan voor
maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over verschillende
begrotingsjaren uitstrekt. De begrotingsvastleggingen voor acties die zich over
meer dan één begrotingsjaar uitstrekken, mogen echter door middel van
jaartranches over verschillende jaren worden gespreid wanneer het basisbesluit
daarin voorziet; –
betalingskredieten: dekken de uitgaven die
voortvloeien uit de nakoming van de verplichtingen die in het begrotingsjaar
en/of in vorige begrotingsjaren zijn aangegaan. Herkomst van de kredieten De belangrijkste bron van kredieten is de
EU-begroting van het lopende jaar. Daarnaast bestaan nog andere soorten kredieten die voortvloeien uit de
bepalingen van het Financieel Reglement. Het gaat om kredieten die afkomstig zijn van vorige begrotingsjaren
of uit externe bronnen. –
De oorspronkelijke
begrotingskredieten die voor het lopende jaar zijn goedgekeurd, kunnen
worden aangevuld met overschrijvingen tussen begrotingsonderdelen en
door gewijzigde begrotingen. –
De
huidige begroting wordt ook aangevuld met van het vorige jaar overgedragen
kredieten of wederopgevoerde kredieten. Dit zijn: i) niet-gesplitste
betalingskredieten die van rechtswege uitsluitend naar het volgende
begrotingsjaar kunnen worden overgedragen; ii) bij besluit van de instellingen
overgedragen kredieten in een van de twee volgende gevallen: de voorbereidende stadia zijn
beëindigd, of de rechtsgrondslag is laat in het jaar goedgekeurd. Naar aanleiding van vrijmakingen
wederopgevoerde kredieten: hierbij gaat het om vastleggingskredieten met betrekking tot de
structuurfondsen die opnieuw in de begroting worden opgenomen nadat zij zijn
vrijgemaakt. Deze wederopvoering
geschiedt bij wijze van uitzondering indien de Commissie een fout heeft begaan
of het bedrag onmisbaar blijkt voor de uitvoering van het programma. –
Bestemmingsontvangsten, die bestaan uit: –
i) terugbetalingen
die bestemd zijn voor het begrotingsonderdeel ten laste waarvan de
oorspronkelijke uitgave kwam en die onbeperkt kunnen worden overgedragen; –
ii)
EVA-kredieten:
de
Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte voorziet in een
financiële deelneming van haar leden aan bepaalde activiteiten in de
EU-begroting. De betrokken
begrotingsonderdelen en de uitgetrokken bedragen worden gepubliceerd in
bijlage III bij de EU-begroting. De betrokken onderdelen worden verhoogd met de
EVA-bijdrage. De kredieten die aan het
einde van het jaar niet zijn gebruikt, worden geannuleerd en aan de EER-landen
terugbetaald; –
iii)
ontvangsten van derden/andere landen die met de EU overeenkomsten hebben
gesloten die voorzien in een financiële deelneming in EU-activiteiten: de in verband hiermee ontvangen
bedragen worden beschouwd als van derden afkomstige ontvangsten en zijn bestemd
voor de desbetreffende begrotingsonderdelen (vaak op het gebied van onderzoek),
en kunnen onbeperkt worden overgedragen; –
iv)
werken voor derden: in
het kader van hun onderzoeksactiviteiten kunnen de EU-onderzoekscentra
werkzaamheden verrichten voor externe organisaties. Zoals de ontvangsten van derden
zijn de werken voor derden voor bepaalde begrotingsonderdelen bestemd en kunnen
zij onbeperkt worden overgedragen; en –
v) na
terugstorting van vooruitbetalingen wederopgevoerde kredieten: het gaat om EU-middelen die door de
begunstigden zijn terugbetaald en die onbeperkt kunnen worden overgedragen. Samenstelling van de toegestane
kredieten –
Oorspronkelijke
begroting = kredieten goedgekeurd in december van jaar n-1; –
Definitieve
begrotingskredieten = oorspronkelijke in de begroting opgenomen kredieten + kredieten van
gewijzigde begrotingen + overschrijvingen + aanvullende kredieten; –
Aanvullende
kredieten
= bestemmingsontvangsten (zie boven) + van het vorige begrotingsjaar
overgedragen kredieten en naar aanleiding van vrijmakingen wederopgevoerde
kredieten. 1.1 BEGROTINGSRESULTAAT
VOOR HET JAAR De eigen middelen worden geboekt op basis van de
bedragen waarmee de door de lidstaten voor de Commissie geopende rekeningen in
de loop van het jaar worden gecrediteerd. In het geval van een overschot omvatten de ontvangsten ook
het begrotingsresultaat van het vorige begrotingsjaar. De overige ontvangsten worden
geboekt op basis van de in de loop van het jaar werkelijk geïnde bedragen. Voor de berekening van het begrotingsresultaat van
het jaar worden onder uitgaven verstaan de betalingen uit de betalingskredieten
van het jaar, vermeerderd met de kredieten van hetzelfde jaar die naar het
volgende jaar zijn overgedragen. De betalingen uit de betalingskredieten van het jaar zijn die welke
uiterlijk op 31 december van dat begrotingsjaar door de rekenplichtige
worden verricht.
Voor het ELGF
worden als betalingen geboekt die welke de lidstaten tussen 16 oktober n-1
en 15 oktober n hebben verricht, voor zover de vastlegging en de
betalingsopdracht uiterlijk op 31 januari n+1 door de rekenplichtige zijn
ontvangen. Ten aanzien van de uitgaven
van het ELGF kan een later conformiteitsbesluit worden genomen, nadat in de
lidstaten controles zijn verricht. Het begrotingsresultaat bestaat uit twee delen: het resultaat van de EU en het
resultaat van de deelneming van de EVA-landen die lid zijn van de EER. Overeenkomstig artikel 15 van
Verordening nr. 1150/2000 betreffende de eigen middelen weerspiegelt dit
resultaat het verschil tussen: –
de
totale begrotingsontvangsten van het begrotingsjaar; en –
het
bedrag van de betalingen uit de kredieten van dat begrotingsjaar, vermeerderd
met de betalingskredieten van hetzelfde jaar die naar het volgende jaar zijn
overgedragen. Dit verschil wordt vermeerderd of verminderd met: –
het
nettobedrag dat voortvloeit uit de annulering van uit vorige jaren overgedragen
betalingskredieten en de bij de betalingen door veranderingen van de
wisselkoersen van de euro opgetreden overschrijdingen van de niet-gesplitste
kredieten die van het vorige jaar zijn overgedragen; –
het saldo
dat voortvloeit uit de in het begrotingsjaar geboekte wisselkoerswinsten en
-verliezen. Het begrotingsresultaat wordt het
volgende jaar terugbetaald aan de lidstaten door een vermindering van de
bedragen die zij voor dat begrotingsjaar zijn verschuldigd. Van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten
die betrekking hebben op bijdragen van en werkzaamheden voor derden worden
uiteraard nooit geannuleerd en worden opgenomen onder de aanvullende kredieten
voor het begrotingsjaar. Dit
verklaart het verschil tussen de van het voorafgaande jaar overgedragen
kredieten in de verslagen over de uitvoering van de begroting 2012 en de
naar het volgende jaar overgedragen kredieten in de verslagen over de
uitvoering van de begroting 2011. De betalingskredieten voor wederaanwending en de na
terugstorting van vooruitbetalingen wederopgevoerde kredieten maken geen deel
uit van het resultaat van het begrotingsjaar. De overgedragen betalingskredieten omvatten: overdrachten van rechtswege en
overdrachten bij besluit. De annulering van niet-gebruikte betalingskredieten die van het vorige
jaar zijn overgedragen toont de annuleringen van kredieten die van rechtswege
zijn overgedragen en kredieten die bij besluit zijn overgedragen. Dit omvat ook de daling van
bestemmingsontvangsten die naar het volgende jaar zijn overgedragen in
vergelijking met 2011. 1.2 AFSTEMMING
VAN HET ECONOMISCH RESULTAAT OP HET BEGROTINGRESULTAAT Het economisch resultaat van het jaar is berekend op
transactiebasis.
Doch het
begrotingsresultaat is gebaseerd op het gewijzigdekasbeginsel, zoals bepaald in
het Financieel Reglement. Aangezien beide resultaten het gevolg zijn van dezelfde onderliggende
verrichtingen, is het nuttig om na te gaan of zij op elkaar kunnen worden
afgestemd. In onderstaande tabel is
deze afstemming opgenomen, met vermelding van de belangrijkste afgestemde
bedragen, opgesplitst in ontvangsten en uitgaven. Afstemmingsposten — Ontvangsten De werkelijke begrotingsontvangsten van een
begrotingsjaar zijn gelijk aan de bedragen die worden geïnd van in de loop van
het jaar vastgestelde rechten en de bedragen die worden geïnd van rechten die
in vorige jaren zijn vastgesteld. Daarom moeten de rechten die in het
lopende jaar zijn vastgesteld maar nog niet geïnd zijn, ten behoeve van de
afstemming van het economisch resultaat worden afgetrokken, aangezien zij geen
deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de rechten
die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn, ten
behoeve van de afstemming bij het economisch resultaat worden opgeteld. De netto toegerekende baten bestaan
hoofdzakelijk uit toegerekende baten voor landbouwheffingen, eigen middelen en
rente en dividenden. Alleen het netto-effect, d.w.z. de toegerekende baten voor
het lopende jaar verminderd met de teruggeboekte toegerekende baten van vorig
jaar, wordt in aanmerking genomen. Afstemmingsposten — Uitgaven De netto toegerekende uitgaven bestaan
hoofdzakelijk uit uitgaven die zijn toegerekend met het oog op afsluiting aan
het einde van het jaar, d.w.z. subsidiabele uitgaven die begunstigden van
EU-middelen hebben gedaan, maar nog niet aan de Commissie hebben gedeclareerd. Hoewel toegerekende uitgaven niet als
begrotingsuitgaven worden beschouwd, maken de betalingen die in het lopende jaar
zijn verricht in verband met facturen die in vorige jaren zijn geboekt, wel
deel uit van de begrotingsuitgaven van het lopende jaar. Het netto-effect van voorfinanciering is de
combinatie van 1) de nieuwe voorfinancieringsbedragen die in het lopende jaar
zijn betaald en als begrotingsuitgaven van het jaar geboekt zijn, en 2) de
goedkeuring van de voorfinancieringen die in het lopende jaar of in vorige
jaren werden betaald ingevolge de aanvaarding van subsidiabele kosten. De
laatste zijn wel toegerekende uitgaven, doch geen uitgave in de
begrotingsboekhouding, aangezien de aanvankelijke voorfinanciering reeds als
een begrotingsuitgave werd beschouwd op het ogenblik van de betaling. Naast de betalingen die verricht zijn uit de
kredieten van het jaar, dienen de kredieten voor dat jaar die naar het
volgende jaar worden overgedragen, ook in aanmerking te worden genomen voor
de berekening van het begrotingsresultaat van het jaar (overeenkomstig
artikel 15 van Verordening nr. 1150/2000). Hetzelfde geldt voor begrotingsbetalingen
die in het lopende jaar zijn gedaan uit overgedragen kredieten en de
annulering van niet-gebruikte betalingskredieten. De
mutatie in de voorzieningen heeft betrekking op ramingen die aan het
einde van het jaar in de boekhouding op transactiebasis zijn gedaan
(hoofdzakelijk personeelsbeloningen) die geen invloed hebben op de
begrotingsboekhouding. Andere afstemmingsbedragen zijn verschillende
elementen zoals de waardevermindering van activa, de aankoop van activa,
financiëleleaseverplichtingen en financiële participaties, waarvan de
behandeling in de begrotingsboekhouding en in de boekhouding op transactiebasis
verschilt. 2. VERSLAGEN OVER DE
UITVOERING VAN DE BEGROTING: ONTVANGSTEN De verslagen over de uitvoering van de begroting zijn
gepresenteerd volgens deze toelichtingen. De grote meerderheid van ontvangsten komt voort uit
eigen middelen.
Dit is
vastgelegd in artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie, dat bepaalt: „De begroting wordt, onverminderd andere ontvangsten, volledig uit
eigen middelen gefinancierd.” Het grootste deel van de begrotingsuitgaven wordt uit de eigen
middelen gefinancierd. De
andere ontvangsten vertegenwoordigen slechts een klein deel van de totale
financiering. De eigen middelen kunnen worden ingedeeld in de
volgende categorieën: (1)
De
traditionele eigen middelen omvatten douanerechten en suikerheffingen. Deze eigen middelen zijn
verschuldigd door marktdeelnemers en worden geïnd door de lidstaten in naam van
de EU. Toch behouden de lidstaten 25 %
als vergoeding voor hun inningskosten. Douanerechten worden geheven op de invoer van producten
die uit derde landen komen, aan tarieven die gebaseerd zijn op het
gemeenschappelijk douanetarief. Suikerheffingen worden door de suikerproducenten betaald om de
uitvoerrestituties voor suiker te financieren. De traditionele eigen middelen zijn
gewoonlijk goed voor circa 13 % van de totale ontvangsten uit eigen
middelen. (2)
De
eigen middelen gebaseerd op de belasting op de toegevoegde waarde (btw) worden
geheven op basis van de btw-grondslagen van de lidstaten, die voor dit doel
geharmoniseerd worden volgens de regels van de EU. Hetzelfde percentage wordt geheven
op de geharmoniseerde grondslag van elke lidstaat. De btw-grondslag die in aanmerking
dient te worden genomen, wordt echter afgetopt op 50 % van het bni van
elke lidstaat.
De
btw-middelen zijn gewoonlijk goed voor ongeveer 12 % van de ontvangsten
uit eigen middelen. (3)
De
bni-middelen worden gebruikt om de ontvangsten en uitgaven van de begroting in
evenwicht te brengen, d.w.z. om dat deel van de begroting te financieren dat
niet gedekt wordt door andere bronnen van ontvangsten. Op het bni van elke lidstaat wordt
hetzelfde percentage geheven, dat wordt vastgesteld volgens de regels van de
EU. De bni-middelen zijn
gewoonlijk goed voor ongeveer 75 % van de ontvangsten uit eigen middelen. De toewijzing van eigen middelen gebeurt
overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld in Besluit 2007/436/EG,
Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen
middelen van de Europese Gemeenschappen. Het eigenmiddelenbesluit van 2007 trad op 1 maart 2009
in werking. Het werd echter van kracht
op 1 januari 2007. In het begrotingsjaar 2009 werd bijgevolg rekening gehouden met
de terugwerkende effecten. 2.1 Traditionele
eigen middelen Wat de traditionele eigen middelen betreft: elk vastgesteld bedrag aan
traditionele eigen middelen moet in één van beide door de bevoegde autoriteiten
gevoerde boekhoudingen worden opgenomen: - in de „gewone” boekhouding
bedoeld in artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening nr. 1150/2000: elk geïnd of gewaarborgd bedrag; – in de „specifieke”
boekhouding bedoeld in artikel 6, lid 3, onder b), van
Verordening nr. 1150/2000: elk nog niet geïnd en/of niet gegarandeerd bedrag; de gegarandeerde, maar betwiste
bedragen kunnen ook in deze boekhouding worden opgenomen. Voor de specifieke boekhouding zenden de lidstaten
de Commissie een kwartaaloverzicht toe, met daarin: – het saldo dat in het vorige
kwartaal nog moest worden geïnd, – de in het betrokken kwartaal geïnde
bedragen, – rectificaties van de grondslag
(rectificaties/annuleringen) in het betrokken kwartaal, – de geschrapte bedragen (die
overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening nr. 1150/2000), – de in het betrokken kwartaal geïnde
bedragen, – het aan het eind van het betrokken
kwartaal nog te innen saldo. Traditionele eigen middelen moeten uiterlijk op de
eerste werkdag na de 19e van de tweede maand die volgt op de maand waarin het
recht is vastgesteld (of geïnd in het geval van de specifieke boekhouding),
worden geboekt op de rekening van de Commissie bij de schatkist of het door de
lidstaat aangewezen orgaan. De lidstaten houden als inningskosten 25 % van de traditionele
eigen middelen in.
De
voorwaardelijke rechten op eigen middelen worden aangepast naargelang het
waarschijnlijk is dat zij zullen worden geïnd. 2.2 Bni- en
btw-middelen De btw-middelen vloeien voort uit de toepassing van
een voor alle lidstaten geldend uniform percentage op de geharmoniseerde btw-grondslag,
die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b),
van het eigenmiddelenbesluit van 2007. Het uniforme percentage is
vastgesteld op 0,30 %, met uitzondering van de periode 2007-2013,
waarin het percentage was vastgesteld op 0,225 % voor Oostenrijk, 0,15 %
voor Duitsland en 0,10 % voor Nederland en Zweden. De btw-grondslag wordt voor alle
lidstaten afgetopt op 50 % van het bni. De bni-middelen vormen een variabele middelenbron
die tijdens een gegeven begrotingsjaar de ontvangsten moet leveren ter dekking
van de uitgaven die boven het bedrag liggen dat is geïnd uit hoofde van
traditionele eigen middelen, btw-middelen en diverse ontvangsten. De
ontvangsten vloeien voort uit de toepassing van een uniform percentage op de
som van de bni's van alle lidstaten. De btw- en bni-middelen worden vastgesteld
op basis van ramingen van de btw- en bni-grondslagen die tijdens de opstelling
van het ontwerp van begroting worden gemaakt. Deze ramingen worden later
bijgesteld. Dit gebeurt tijdens het
betrokken begrotingsjaar via een gewijzigde begroting. De definitieve gegevens met betrekking tot de btw-
en bni-grondslagen zijn beschikbaar tijdens het jaar dat volgt op het betrokken
begrotingsjaar. De Commissie berekent de verschillen tussen de bedragen die de
lidstaten verschuldigd zijn op grond van de werkelijke grondslagen en de
bedragen die zij daadwerkelijk hebben betaald op grond van de (bijgestelde)
ramingen. Deze btw- en bni-saldi, die positief of negatief kunnen zijn, worden
voor de eerste werkdag van december van het jaar dat volgt op het
begrotingsjaar in kwestie door de Commissie bij de lidstaten afgeroepen. Gedurende de volgende vier jaar
kunnen nog correcties worden aangebracht op de werkelijke btw- en
bni-grondslagen, tenzij er voorbehoud is gemaakt. De eerder berekende saldi worden
dan aangepast en het verschil wordt tegelijk met de btw- en bni-saldi voor het
vorige begrotingsjaar afgeroepen. Bij het verrichten van controles van btw-overzichten
en bni-gegevens kan de Commissie tegen de lidstaten voorbehoud formuleren ten
aanzien van bepaalde punten, die gevolgen kunnen hebben voor hun bijdragen aan
eigen middelen. Deze punten van voorbehoud kunnen bv. gebaseerd zijn op een
gebrek aan aanvaardbare gegevens of de noodzaak een passende methodiek te
ontwikkelen. Deze punten van voorbehoud moeten worden beschouwd als mogelijke
vorderingen op de lidstaten voor onzekere bedragen, aangezien de financiële
impact niet precies kan worden geraamd. Wanneer het precieze bedrag kan worden vastgesteld, worden
de overeenstemmende btw- en bni-middelen afgeroepen, hetzij in het kader van
btw- en bni-saldi of via afzonderlijke afroepingen van middelen. 2.3 Correctie
voor het Verenigd Koninkrijk Dit mechanisme vermindert de stortingen van eigen
middelen van het Verenigd Koninkrijk in verhouding tot de
„begrotingsonevenwichtigheid” ten nadele van dit land en vermeerdert de
stortingen van eigen middelen van de andere lidstaten in dezelfde mate. Het mechanisme ter correctie van de
begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk is
ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het
daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de
begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te
compenseren door een vermindering van de door dit land aan de EU af te dragen
middelen. Duitsland, Oostenrijk,
Zweden en Nederland dragen in mindere mate aan die correctie bij (beperkt tot
een vierde van hun normale aandeel). 2.4 Brutovermindering De Europese Raad van 15 en 16 december 2005
concludeerde dat Nederland en Zweden in de periode 2007-2013
brutoverminderingen in hun jaarlijkse bni-bijdragen zullen genieten. Volgens dit compensatiemechanisme
zal de jaarlijkse bni-bijdrage van Nederland worden verminderd met een
brutobedrag van 605 miljoen EUR en de jaarlijkse bni-bijdrage van
Zweden met een brutobedrag van 150 miljoen EUR, uitgedrukt in prijzen
van 2004. 3. VERSLAGEN
OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING: UITGAVEN De verslagen over de uitvoering van de begroting
kunnen worden gevonden na deze toelichtingen. 3.1 Financieel
kader 2007-2013 || miljoen EUR || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 || 2013 1. Duurzame groei || 53 979 || 57 653 || 61 696 || 63 555 || 63 974 || 67 614 || 70 147 2. Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 55 143 || 59 193 || 56 333 || 59 955 || 59 888 || 60 810 || 61 289 3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 1 273 || 1 362 || 1 518 || 1 693 || 1 889 || 2 105 || 2 376 4. De EU als mondiale partner || 6 578 || 7 002 || 7 440 || 7 893 || 8 430 || 8 997 || 9 595 5. Administratie || 7 039 || 7 380 || 7 525 || 7 882 || 8 091 || 8 523 || 9 095 6. Compensaties || 445 || 207 || 210 || 0 || 0 || 0 || 0 Vastleggingskredieten: || 124 457 || 132 797 || 134 722 || 140 978 || 142 272 || 148 049 || 152 502 || || || || || || || Totaal betalingskredieten: || 122 190 || 129 681 || 120 445 || 134 289 || 133 700 || 141 360 || 143 911 De uitgaven worden per grote uitgavencategorie van
de EU gepresenteerd volgens de indeling in rubrieken van het financieel
kader 2007-2013. Het
begrotingsjaar 2012 was het zesde jaar van het financieel kader 2007-2013. Het totale maximum van de
vastleggingskredieten bedraagt voor 2012 148 049 miljoen EUR
of 1,13 % van het bni. Het totale maximum van de betalingskredieten bedraagt 141 360 miljoen EUR
of 1,08 % van het bni. In de bovenstaande tabel wordt het financieel kader tegen de huidige
prijzen getoond. Rubriek 1 – Duurzame groei Deze rubriek is onderverdeeld in twee afzonderlijke,
maar onderling afhankelijke componenten: -
1a. Concurrentiekracht ter bevordering
van groei en werkgelegenheid, die uitgaven bevat voor onderzoek en innovatie,
onderwijs en opleiding, trans-Europese netwerken, sociaal beleid, de interne
markt en bijbehorende beleidslijnen. -
1b.
Cohesie ter bevordering van groei en werkgelegenheid, bedoeld om de
convergentie van de minst ontwikkelde lidstaten en regio's te verhogen, om de
EU-strategie voor duurzame ontwikkeling buiten de minder welvarende regio's aan
te vullen en om de interregionale samenwerking te steunen. Rubriek 2 – Bescherming en beheer
van natuurlijke hulpbronnen Rubriek 2 omvat gemeenschappelijke
beleidslijnen voor landbouw en visserij, maatregelen voor
plattelandsontwikkeling en milieu, meer bepaald Natura 2000. Het bedrag dat bestemd is voor het
gemeenschappelijk landbouwbeleid is de neerslag van de overeenkomst die werd
bereikt tijdens de Europese Raad in oktober 2002. Rubriek 3 — Burgerschap, vrijheid,
veiligheid en rechtvaardigheid De nieuwe rubriek 3 (Burgerschap, vrijheid,
veiligheid en rechtvaardigheid) heeft betrekking op het groeiend belang dat de
EU hecht aan bepaalde domeinen waarin de EU nieuwe opdrachten heeft gekregen,
meer bepaald justitie en binnenlandse zaken, bescherming van de grenzen,
immigratie- en asielbeleid, gezondheidszorg en consumentenbescherming, cultuur,
jeugd, informatie en de dialoog met de burgers. Zij is opgesplitst in twee componenten: -
3a. Vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid -
3b. Burgerschap Rubriek 4 – De EU als mondiale
partner Rubriek 4 heeft betrekking op alle externe
maatregelen, onder meer pretoetredingsinstrumenten. Hoewel de Commissie had voorgesteld
om het EOF in het financieel kader te integreren, waren de Europese Raad en het
Europees Parlement het eens om het daar niet in op te nemen. Rubriek 5 — Beheer Deze rubriek heeft betrekking op de administratieve
uitgaven van alle instellingen, de pensioenen en de Europese Scholen. Voor de andere instellingen dan de
Commissie vormen al hun uitgaven administratieve uitgaven, maar de
agentschappen en andere organen doen beide: zowel administratieve als
beleidsuitgaven. Rubriek 6 — Compensaties Overeenkomstig het politieke akkoord dat de nieuwe
lidstaten helemaal aan het begin van hun lidmaatschap geen nettobetalers aan de
begroting zouden worden, is hiervoor in deze rubriek voorzien in een
compensatie. Dit bedrag zal beschikbaar
worden gesteld via overschrijvingen om hun begrotingsontvangsten en -bijdragen
in evenwicht te brengen. 3.2 Beleidsterreinen Als onderdeel van het activiteitsgestuurd beheer
(activity based management, afgekort ABM) voert de Commissie voor haar
plannings- en beheersprocessen de activiteitsgestuurde begroting in. Het gaat
daarbij om een begrotingsstructuur waarin de begrotingstitels overeenkomen met
beleidsterreinen en de begrotingshoofdstukken met activiteiten. Met de
activiteitsgestuurde begroting wordt beoogd een duidelijk kader te verschaffen
voor de omzetting van de beleidsdoelstellingen van de Commissie in acties door
wetgeving, door financiële middelen of door andere middelen van openbaar
beleid. Door alles wat de Commissie doet, te structureren in termen van
activiteiten, wordt een duidelijk beeld gegeven van wat de Commissie onderneemt
en tegelijkertijd een gemeenschappelijk kader geboden voor de vaststelling van
prioriteiten. In de begrotingsprocedure
worden middelen toegewezen aan prioriteiten, waarbij de activiteiten worden
gebruikt als de bouwstenen voor budgetteringsdoeleinden. Door een verband te leggen tussen
activiteiten en de aan deze activiteiten toegewezen middelen wordt met de
activiteitsgestuurde begroting getracht binnen de Commissie de efficiëntie en
de doeltreffendheid bij het gebruik van de middelen te verhogen. Een beleidsterrein kan worden gedefinieerd als een
homogene groep activiteiten die een onderdeel van de werkzaamheden van de
Commissie vormt, wat van belang is voor het besluitvormingsproces. Elk beleidsterrein stemt doorgaans
met een DG overeen en omvat gemiddeld ongeveer zes of zeven afzonderlijke
activiteiten. Bij de meeste van deze
beleidsterreinen gaat het om activiteiten ten behoeve van derden. De beleidsbegroting wordt aangevuld
met de nodige administratieve uitgaven voor elk beleidsterrein. 4. INSTELLINGEN
EN AGENTSCHAPPEN De verslagen over de uitvoering van de begroting
kunnen worden gevonden na deze toelichtingen. Net als in de voorbije jaren is de uitvoering van de
begroting van alle instellingen opgenomen in de geconsolideerde verslagen over
de uitvoering van de algemene begroting van de EU, aangezien binnen de
EU-begroting een afzonderlijke begroting voor iedere instelling is vastgesteld. Agentschappen hebben geen
afzonderlijke begroting binnen de EU-begroting en zij worden gedeeltelijk
gefinancierd met een begrotingssubsidie van de Commissie. Wat de EDEO betreft, zij opgemerkt dat deze dienst
naast zijn eigen begroting ook bijdragen van de Commissie (212 miljoen EUR)
(2011: 202 miljoen EUR) en het EOF van 53 miljoen EUR (2011:
50 miljoen EUR) ontvangt. Deze begrotingskredieten worden ter
beschikking gesteld van de EDEO (als bestemmingsontvangsten), in de eerste
plaats ter dekking van de kosten van de personeelsleden van de Commissie die in
de EU-delegaties werken. Deze delegaties worden administratief beheerd door de
EDEO. Om alle relevante begrotingsgegevens voor de
agentschappen te kunnen verstrekken, zijn in het begrotingsgedeelte van de
geconsolideerde jaarrekeningen afzonderlijke verslagen opgenomen over de
uitvoering van de individuele begrotingen van de traditionele geconsolideerde
agentschappen. SAMENGEVOEGDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING* *
Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoen euro, kan het lijken
alsof sommige financiële gegevens in de tabellen hieronder niet correct zijn
opgeteld. 2. OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING || || || || || || || || || miljoen EUR Titel || Begrotingskredieten || Vastgestelde rechten || Ontvangsten || Ontvangsten als || Nog te ontvangen || Oorspronkelijk || Definitief || Huidige jaar || Overgedragen || Totaal || Op rechten huidige jaar || Op overgedragen rechten || Totaal || % van de begroting || 1. Eigen middelen || 127 512 || 128 655 || 128 902 || 29 || 128 931 || 128 883 || 2 || 128 886 || 100,18% || 45 3. Overschotten, saldi en aanpassingen || 0 || 1 994 || 1 939 || 102 || 2 041 || 1 939 || 102 || 2 041 || 102,34% || 0 4. Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere EU-organen || 1 312 || 1 312 || 1 235 || 6 || 1 241 || 1 230 || 6 || 1 236 || 94,15% || 5 5. Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instellingen || 60 || 68 || 619 || 22 || 641 || 594 || 18 || 612 || 896,16% || 29 6. Bijdragen en terugbetalingen in het kader van communautaire overeenkomsten en programma's || 50 || 50 || 3 163 || 291 || 3 453 || 2 776 || 152 || 2 928 || 5856,15% || 525 7. Achterstandsrente en geldboeten || 123 || 3 648 || 1 821 || 12 761 || 14 582 || 13 || 3 795 || 3 807 || 104,37% || 10 775 8. Opgenomen en verstrekte leningen || 0 || 0 || 63 || 159 || 222 || 0 || 0 || 0 || || 222 9. Diverse ontvangsten || 30 || 30 || 29 || 10 || 39 || 26 || 5 || 31 || 101,61% || 9 Totaal || 129 088 || 135 758 || 137 771 || 13 379 || 151 150 || 135 460 || 4 080 || 139 541 || 102,79% || 11 610 || || || || || || || || || || Detail titel 1: eigen middelen Hoofdstuk || Begrotingskredieten || Vastgestelde rechten || Ontvangsten || Ontvangsten als || Nog te ontvangen || Oorspronkelijk || Definitief || Huidige jaar || Overgedragen || Totaal || Op rechten huidige jaar || Op overgedragen rechten || Totaal || % van de begroting || 11. Suikerheffingen || 123 || 123 || 193 || 0 || 193 || 193 || 0 || 193 || 156,04% || 0 12. Douanerechten || 19 171 || 16 701 || 16 277 || 29 || 16 306 || 16 258 || 2 || 16 261 || 97,37% || 45 13. Btw || 14 499 || 14 546 || 14 648 || 0 || 14 648 || 14 648 || 0 || 14 648 || 100,70% || 0 14. Bni || 93 719 || 97 284 || 97 856 || 0 || 97 856 || 97 856 || 0 || 97 856 || 100,59% || 0 15. Correctie van begrotingsonevenwichtigheden || 0 || 0 || (74) || 0 || (74) || (74) || 0 || (74) || || 0 16. Vermindering van de bni-bijdrage van Nederland en Zweden || 0 || 0 || 2 || 0 || 2 || 2 || 0 || 2 || || 0 Totaal || 127 512 || 128 655 || 128 902 || 29 || 128 931 || 128 883 || 2 || 128 886 || 100,18% || 45 || || || || || || || || || || Detail titel 3: overschotten, saldi en aanpassingen Hoofdstuk || Begrotingskredieten || Vastgestelde rechten || Ontvangsten || Ontvangsten als || Nog te ontvangen || Oorspronkelijk || Definitief || Huidige jaar || Overgedragen || Totaal || Op rechten huidige jaar || Op overgedragen rechten || Totaal || % van de begroting || 30. Overschot van het voorgaande begrotingsjaar || 0 || 1 497 || 1 497 || 0 || 1 497 || 1 497 || 0 || 1 497 || 100,00% || 0 31. Btw-saldi || 0 || 218 || 223 || 23 || 246 || 223 || 23 || 246 || 112,94% || 0 32. Bni-saldi || 0 || 280 || 204 || 80 || 284 || 204 || 80 || 284 || 101,42% || 0 34. Aanpassing i.v.m. niet-participatie in het beleid inzake justitie en binnenlandse zaken || 0 || 0 || (3) || 0 || (3) || (3) || 0 || (3) || || 0 35. Correctie voor het Verenigd Koninkrijk - aanpassingen || 0 || 0 || 3 || 0 || 3 || 3 || 0 || 3 || || 0 36. Correctie voor het Verenigd Koninkrijk – tussentijdse berekening || 0 || 0 || 15 || 0 || 15 || 15 || 0 || 15 || || 0 Totaal || 0 || 1 994 || 1 939 || 102 || 2 041 || 1 939 || 102 || 2 041 || 102,34% || 0 3.1 SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER || || || || || || || || || miljoen EUR || || Vastleggingskredieten || Betalingskredieten || Rubriek van het financieel kader || Goedgekeurde kredieten || Wijzigingen (overschrijvingen/gewijzigde begroting) || Overgedragen || Bestemmings-ontvangsten || Totaal aanvullend || Totaal toegestaan || Goedgekeurde kredieten || Wijzigingen (overschrijvingen/ gewijzigde begroting) || Over-gedragen || Bestem-mings-ontvangsten || Totaal aanvullend || Totaal toegestaan || || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=3+4 || 6=1+2+5 || 7 || 8 || 9 || 10 || 11=9+10 || 12=7+8+11 || 1 Duurzame groei || 67 506 || 636 || 36 || 2 664 || 2 700 || 70 842 || 55 337 || 5 137 || 187 || 3 092 || 3 279 || 63 753 || 2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 59 976 || (126) || 23 || 2 325 || 2 348 || 62 198 || 57 034 || 982 || 78 || 2 315 || 2 393 || 60 409 || 3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 2 065 || 688 || 41 || 199 || 240 || 2 994 || 1 484 || 729 || 47 || 216 || 263 || 2 477 || 4 De EU als mondiale partner || 9 406 || (2) || 178 || 349 || 527 || 9 931 || 6 955 || (178) || 52 || 354 || 405 || 7 182 || 5 Administratie || 8 280 || 0 || 22 || 811 || 833 || 9 113 || 8 278 || 0 || 711 || 835 || 1 546 || 9 824 || 6 Compensaties || || || || || || || || || || || || || Totaal || 147 232 || 1 196 || 300 || 6 348 || 6 649 || 155 077 || 129 088 || 6 670 || 1 074 || 6 812 || 7 886 || 143 644 || || || || || || || || || || || || 3.2 BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER || || || || || miljoen EUR Rubriek van het financieel kader || Toegestane vastleggings-kredieten || Gedane vastleggingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten || Van kredieten van het jaar || Van overdrachten || Van bestemmings-ontvangsten || Totaal || % || Bestem-mings-ontvangsten || Overdrach-ten bij besluit || Totaal || % || Van begrotings-kredieten van het jaar || Van overdrach-ten || Bestem-mings-ontvangsten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9=7+8 || 10=9/1 || 11 || 12 || 13 || 14=11+12+13 || 15=14/1 1 Duurzame groei || 70 842 || 67 653 || 36 || 1 311 || 69 000 || 97,40% || 1 354 || 28 || 1 381 || 1,95% || 461 || 0 || 0 || 461 || 0,65% 2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 62 198 || 59 825 || 23 || 969 || 60 817 || 97,78% || 1 356 || 2 || 1 357 || 2,18% || 24 || 0 || 0 || 24 || 0,04% 3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 2 994 || 2 741 || 41 || 110 || 2 892 || 96,62% || 89 || 0 || 89 || 2,96% || 13 || 0 || 0 || 13 || 0,42% 4 De EU als mondiale partner || 9 931 || 9 364 || 178 || 211 || 9 753 || 98,21% || 138 || 2 || 140 || 1,41% || 38 || 0 || 0 || 38 || 0,38% 5 Administratie || 9 113 || 8 184 || 22 || 617 || 8 822 || 96,81% || 195 || 0 || 195 || 2,14% || 96 || 0 || 0 || 96 || 1,05% 6 Compensaties || || || || || || || || || || || || || || || Totaal || 155 077 || 147 766 || 300 || 3 218 || 151 284 || 97,55% || 3 131 || 31 || 3 162 || 2,04% || 631 || 0 || 0 || 631 || 0,41% 3.3 BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER || || || || || || || || || || || || || || || miljoen EUR || Rubriek van het financieel kader || Toegestane betalings-kredieten || Gedane betalingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten Van de kredieten van het jaar || Van overdrachten || Van bestemmings-ontvangsten || Totaal || % || Over-drachten van rechts-wege || Over-drachten bij besluit || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Van de kredieten van het jaar || Van over-drach-ten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9 || 10=7+8+9 || 11=10/1 || 12 || 13 || 14 || 15=12+ 13+14 || 16=15/1 1 Duurzame groei || 63 753 || 60 288 || 168 || 1 129 || 61 585 || 96,60% || 128 || 26 || 1 963 || 2 117 || 3,32% || 32 || 19 || 0 || 51 || 0,08% 2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 60 409 || 57 960 || 72 || 1 064 || 59 096 || 97,83% || 32 || 4 || 1 251 || 1 287 || 2,13% || 20 || 5 || 0 || 26 || 0,04% 3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 2 477 || 2 192 || 46 || 136 || 2 375 || 95,86% || 8 || 1 || 80 || 88 || 3,57% || 13 || 1 || 0 || 14 || 0,57% 4 De EU als mondiale partner || 7 182 || 6 741 || 31 || 291 || 7 064 || 98,35% || 26 || 4 || 63 || 92 || 1,28% || 6 || 20 || 0 || 26 || 0,37% 5 Administratie || 9 824 || 7 475 || 628 || 461 || 8 564 || 87,18% || 706 || 1 || 373 || 1 081 || 11,01% || 95 || 83 || 0 || 178 || 1,81% 6 Compensaties || || || || || || || || || || || || || || || || Totaal || 143 644 || 134 656 || 946 || 3 081 || 138 683 || 96,55% || 900 || 36 || 3 730 || 4 666 || 3,25% || 166 || 128 || 0 || 295 || 0,21% 3.4 ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN - PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER || || || || || || || || || miljoen EUR || Aan het einde van het vorige jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen || Vastleggingen van het jaar || Rubriek van het financieel kader || Van vorig jaar overgedragen vastleggingen || Vrijmakingen/ herwaarderingen/annuleringen || Betalingen || Aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen || Vastleggingen tijdens het jaar || Betalingen || Annulering van niet-overdraagbare vastleggingen || Aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen || Totaal aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen 1 Duurzame groei || 159 707 || (850) || (54 901) || 103 957 || 69 000 || (6 684) || (1) || 62 314 || 166 271 2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 25 302 || (137) || (12 983) || 12 182 || 60 817 || (46 113) || 0 || 14 703 || 26 886 3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 2 130 || (332) || (547) || 1 251 || 2 892 || (1 827) || 0 || 1 065 || 2 316 4 De EU als mondiale partner || 19 567 || (827) || (4 870) || 13 870 || 9 753 || (2 193) || (1) || 7 558 || 21 429 5 Administratie || 737 || (90) || (628) || 19 || 8 822 || (7 936) || 4 || 890 || 909 6 Compensaties || || || || || || || || || Totaal || 207 443 || (2 234) || (73 930) || 131 279 || 151 284 || (64 754) || 1 || 86 531 || 217 810 3.5 SAMENSTELLING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN NAAR JAAR VAN OORSPRONG - PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER || || || || || || || || || miljoen EUR || Rubriek van het financieel kader || <2006 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 || Totaal 1 Duurzame groei || 1 222 || 6 765 || 499 || 2 978 || 11 444 || 30 896 || 50 154 || 62 314 || 166 271 2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen || 66 || 739 || 66 || 144 || 286 || 1 893 || 8 987 || 14 703 || 26 886 3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid || 14 || 5 || 28 || 86 || 241 || 314 || 562 || 1 065 || 2 316 4 De EU als mondiale partner || 672 || 650 || 710 || 1 291 || 2 199 || 3 464 || 4 884 || 7 558 || 21 429 5 Administratie || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 19 || 890 || 909 Totaal || 1 975 || 8 159 || 1 304 || 4 498 || 14 171 || 36 568 || 64 606 || 86 531 || 217 810 3.6 SAMENSTELLING EN ONTWIKKELING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER BELEIDSTERREIN || || miljoen EUR || Vastleggingskredieten || Betalingskredieten Beleidsterrein || Goedgekeurde kredieten || Wijzigingen (overschrijvingen/gewijzigde begroting) || Overgedragen || Bestem-mings-ontvangsten || Totaal aanvullend || Totaal toegestaan || Goedgekeurde kredieten || Wijzigingen (over-schrijvingen/gewijzigde begroting) || Overge-dragen || Bestemmings-ontvangsten || Totaal aanvullend || Totaal toegestaan || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=3+4 || 6=1+2+5 || 7 || 8 || 9 || 10 || 11=9+10 || 12=7+8+11 01 Economische en financiële zaken || 611 || (94) || 0 || 19 || 19 || 536 || 511 || (42) || 7 || 17 || 24 || 493 02 Ondernemingen || 1 148 || (4) || 0 || 132 || 132 || 1 276 || 1 079 || 121 || 21 || 174 || 195 || 1 395 03 Mededinging || 92 || (1) || 0 || 5 || 5 || 96 || 92 || (1) || 7 || 5 || 12 || 103 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 11 581 || 191 || 34 || 12 || 46 || 11 818 || 9 075 || 2 601 || 66 || 12 || 78 || 11 755 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 58 587 || (22) || 0 || 2 311 || 2 311 || 60 877 || 55 880 || 989 || 70 || 2 303 || 2 373 || 59 242 06 Mobiliteit en vervoer || 1 664 || (1) || 0 || 91 || 91 || 1 754 || 1 079 || (40) || 6 || 110 || 116 || 1 156 07 Milieu- en klimaatmaatactie || 493 || (1) || 0 || 17 || 17 || 508 || 393 || (20) || 18 || 17 || 35 || 409 08 Onderzoek || 5 930 || 643 || 0 || 1 045 || 1 045 || 7 618 || 4 218 || 632 || 30 || 1 366 || 1 396 || 6 245 09 Informatiemaatschappij en media || 1 678 || (2) || 0 || 309 || 309 || 1 985 || 1 357 || 33 || 13 || 373 || 387 || 1 776 10 Eigen onderzoek || 411 || 0 || 0 || 521 || 521 || 932 || 404 || 1 || 44 || 444 || 488 || 893 11 Maritieme zaken en visserij || 1 033 || (48) || 23 || 3 || 26 || 1 011 || 806 || (56) || 4 || 3 || 7 || 757 12 Interne markt || 101 || (2) || 0 || 7 || 7 || 107 || 98 || 1 || 7 || 7 || 13 || 112 13 Regionaal beleid || 42 045 || 569 || 40 || 8 || 48 || 42 662 || 35 538 || 2 686 || 49 || 8 || 57 || 38 282 14 Belastingen en douane-unie || 143 || (1) || 0 || 5 || 5 || 147 || 110 || 18 || 7 || 5 || 12 || 140 15 Onderwijs en cultuur || 2 697 || (8) || 0 || 602 || 603 || 3 292 || 2 112 || 280 || 16 || 651 || 667 || 3 059 16 Communicatie || 262 || 1 || 0 || 8 || 8 || 271 || 253 || 3 || 14 || 8 || 22 || 278 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 687 || (68) || 0 || 34 || 34 || 653 || 592 || 16 || 12 || 33 || 45 || 652 18 Binnenlandse zaken || 1 264 || (1) || 3 || 56 || 59 || 1 322 || 756 || 29 || 7 || 68 || 75 || 860 19 Externe betrekkingen || 4 817 || (51) || 44 || 158 || 202 || 4 969 || 3 276 || (188) || 17 || 166 || 183 || 3 271 20 Handel || 104 || (1) || 0 || 3 || 3 || 106 || 102 || 0 || 6 || 3 || 9 || 111 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 1 498 || (2) || 127 || 110 || 237 || 1 733 || 1 310 || 21 || 33 || 111 || 144 || 1 475 22 Uitbreiding || 1 088 || 3 || 8 || 68 || 75 || 1 166 || 921 || (1) || 4 || 51 || 55 || 976 23 Humanitaire hulp || 900 || 378 || 0 || 21 || 21 || 1 299 || 842 || 259 || 7 || 34 || 40 || 1 141 24 Fraudebestrijding || 79 || 0 || 0 || 0 || 0 || 79 || 74 || 2 || 7 || 0 || 7 || 83 25 Gemeenschappelijke beleidscoördinatie en juridisch advies || 194 || (1) || 0 || 11 || 11 || 204 || 193 || (1) || 16 || 11 || 27 || 219 26 Administratie van de Commissie || 1 017 || 62 || 0 || 120 || 120 || 1 200 || 1 001 || 74 || 146 || 122 || 268 || 1 343 27 Begroting || 69 || (12) || 0 || 7 || 7 || 63 || 69 || (12) || 9 || 7 || 16 || 73 28 Audit || 12 || 0 || 0 || 1 || 1 || 12 || 12 || 0 || 1 || 1 || 1 || 13 29 Statistiek || 134 || (6) || 0 || 16 || 16 || 144 || 122 || (1) || 6 || 22 || 27 || 148 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 1 335 || (14) || 0 || 0 || 0 || 1 321 || 1 335 || (14) || 0 || 0 || 0 || 1 321 31 Taalkundige diensten || 399 || (9) || 0 || 87 || 87 || 477 || 399 || (9) || 24 || 87 || 111 || 501 32 Energie || 718 || (1) || 0 || 47 || 47 || 764 || 1 339 || (622) || 6 || 60 || 66 || 782 33 Justitie || 218 || 0 || 0 || 15 || 15 || 233 || 187 || 2 || 3 || 14 || 17 || 206 40 Reserves || 759 || (298) || 0 || 0 || 0 || 461 || 90 || (90) || 0 || 0 || 0 || 0 90 Overige instellingen || 3 464 || 0 || 22 || 498 || 519 || 3 983 || 3 464 || 0 || 393 || 519 || 912 || 4 376 Totaal || 147 232 || 1 196 || 300 || 6 348 || 6 649 || 155 077 || 129 088 || 6 670 || 1 074 || 6 812 || 7 886 || 143 644 3.7 BESTEDING VAN DE VASTLEGGINGSKREDIETEN PER BELEIDSTERREIN miljoen EUR || Beleidsterrein || Toegestane vastleg-gings-kredieten || Gedane vastleggingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten Van de kredieten van het jaar || Van over-drachten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Bestem-mings-ontvang-sten || Overge-dragen kre-dieten: besluit || Totaal || % || Van begro-tingskre-dieten van het jaar || Van over-drachten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9=7+8 || 10=9/1 || 11 || 12 || 13 || 14=11+12+13 || 15=14/1 01 Economische en financiële zaken || 536 || 517 || 0 || 18 || 535 || 99,66% || 2 || 0 || 2 || 0,33% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,01% 02 Ondernemingen || 1 276 || 1 144 || 0 || 92 || 1 236 || 96,84% || 40 || 0 || 40 || 3,13% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,03% 03 Mededinging || 96 || 91 || 0 || 3 || 94 || 97,42% || 2 || 0 || 2 || 2,43% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,15% 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 11 818 || 11 742 || 34 || 7 || 11 782 || 99,70% || 6 || 24 || 30 || 0,25% || 6 || 0 || 0 || 6 || 0,05% 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 60 877 || 58 550 || 0 || 964 || 59 514 || 97,76% || 1 347 || 2 || 1 349 || 2,22% || 13 || 0 || 0 || 13 || 0,02% 06 Mobiliteit en vervoer || 1 754 || 1 651 || 0 || 61 || 1 713 || 97,65% || 29 || 0 || 29 || 1,67% || 12 || 0 || 0 || 12 || 0,68% 07 Milieu- en klimaatactie || 508 || 486 || 0 || 10 || 496 || 97,58% || 7 || 0 || 7 || 1,47% || 5 || 0 || 0 || 5 || 0,95% 08 Onderzoek || 7 618 || 6 573 || 0 || 486 || 7 059 || 92,66% || 559 || 0 || 559 || 7,34% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% 09 Informatiemaatschappij en media || 1 985 || 1 675 || 0 || 203 || 1 878 || 94,60% || 106 || 0 || 107 || 5,37% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,03% 10 Eigen onderzoek || 932 || 411 || 0 || 83 || 494 || 53,04% || 438 || 0 || 438 || 46,95% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,01% 11 Maritieme zaken en visserij || 1 011 || 982 || 23 || 1 || 1 007 || 99,60% || 1 || 0 || 1 || 0,12% || 3 || 0 || 0 || 3 || 0,28% 12 Interne markt || 107 || 99 || 0 || 2 || 101 || 94,46% || 5 || 0 || 5 || 4,72% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,82% 13 Regionaal beleid || 42 662 || 42 601 || 40 || 6 || 42 647 || 99,96% || 2 || 3 || 5 || 0,01% || 10 || 0 || 0 || 10 || 0,02% 14 Belastingen en douane-unie || 147 || 142 || 0 || 2 || 144 || 97,76% || 3 || 0 || 3 || 2,20% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,04% 15 Onderwijs en cultuur || 3 292 || 2 689 || 0 || 399 || 3 088 || 93,79% || 204 || 0 || 204 || 6,19% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,02% 16 Communicatie || 271 || 262 || 0 || 4 || 265 || 97,92% || 4 || 0 || 4 || 1,60% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,48% 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 653 || 616 || 0 || 24 || 639 || 97,96% || 10 || 0 || 10 || 1,53% || 3 || 0 || 0 || 3 || 0,51% 18 Binnenlandse zaken || 1 322 || 1 253 || 3 || 35 || 1 290 || 97,57% || 21 || 0 || 21 || 1,62% || 11 || 0 || 0 || 11 || 0,80% 19 Externe betrekkingen || 4 969 || 4 765 || 44 || 63 || 4 872 || 98,06% || 95 || 0 || 95 || 1,91% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,02% 20 Handel || 106 || 103 || 0 || 2 || 104 || 98,26% || 1 || 0 || 2 || 1,58% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,16% 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 1 733 || 1 494 || 127 || 99 || 1 719 || 99,19% || 12 || 2 || 14 || 0,78% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,03% 22 Uitbreiding || 1 166 || 1 090 || 8 || 37 || 1 135 || 97,38% || 30 || 0 || 30 || 2,61% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,01% 23 Humanitaire hulp || 1 299 || 1 277 || 0 || 17 || 1 294 || 99,61% || 4 || 0 || 4 || 0,34% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,05% 24 Fraudebestrijding || 79 || 79 || 0 || 0 || 79 || 99,81% || 0 || 0 || 0 || 0,03% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,16% 25 Beleidscoördinatie en juridisch advies || 204 || 191 || 0 || 5 || 196 || 96,51% || 5 || 0 || 5 || 2,51% || 2 || 0 || 0 || 2 || 0,98% 26 Administratie van de Commissie || 1 200 || 1 078 || 0 || 71 || 1 149 || 95,78% || 50 || 0 || 50 || 4,15% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,08% 27 Begroting || 63 || 56 || 0 || 4 || 61 || 95,47% || 3 || 0 || 3 || 4,42% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,11% 28 Audit || 12 || 11 || 0 || 0 || 12 || 96,23% || 0 || 0 || 0 || 3,04% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,73% 29 Statistiek || 144 || 124 || 0 || 11 || 135 || 93,94% || 5 || 0 || 5 || 3,38% || 4 || 0 || 0 || 4 || 2,68% 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 1 321 || 1 318 || 0 || 0 || 1 318 || 99,79% || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 3 || 0 || 0 || 3 || 0,21% 31 Taalkundige diensten || 477 || 390 || 0 || 45 || 435 || 91,20% || 42 || 0 || 42 || 8,78% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,03% 32 Energie || 764 || 716 || 0 || 16 || 731 || 95,67% || 32 || 0 || 32 || 4,15% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,17% 33 Justitie || 233 || 216 || 0 || 6 || 222 || 95,30% || 10 || 0 || 10 || 4,12% || 1 || 0 || 0 || 1 || 0,58% 40 Reserves || 461 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 461 || 0 || 0 || 461 || 100,00% 90 Overige instellingen || 3 983 || 3 376 || 22 || 444 || 3 841 || 96,43% || 54 || 0 || 54 || 1,36% || 88 || 0 || 0 || 88 || 2,21% Totaal || 155 077 || 147 766 || 300 || 3 218 || 151 284 || 97,55% || 3 131 || 31 || 3 162 || 2,04% || 631 || 0 || 0 || 631 || 0,41% 3.8 BESTEDING VAN DE BETALINGSKREDIETEN PER BELEIDSTERREIN || || || || || || || || || miljoen EUR Beleidsterrein || Toege-stane beta-lings-kredieten || Gedane betalingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten || Van kredieten van het jaar || Van over-drachten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Over-drachten van rechts-wege || Over-drach-ten bij besluit || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Van kredieten van het jaar || Van over-drach-ten || Bestemmingsont-vang-sten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9 || 10=7+8+9 || 11=10/1 || 12 || 13 || 14 || 15=12+13+14 || 16=15/1 01 Economische en financiële zaken || 493 || 463 || 6 || 15 || 484 || 98,13% || 6 || 0 || 2 || 8 || 1,64% || 0 || 1 || 0 || 1 || 0,23% 02 Ondernemingen || 1 395 || 1 180 || 19 || 72 || 1 271 || 91,12% || 19 || 0 || 103 || 121 || 8,70% || 1 || 2 || 0 || 3 || 0,18% 03 Mededinging || 103 || 83 || 6 || 2 || 92 || 89,72% || 7 || 0 || 3 || 10 || 9,78% || 0 || 0 || 0 || 1 || 0,50% 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 11 755 || 11 629 || 63 || 7 || 11 699 || 99,53% || 13 || 24 || 5 || 43 || 0,36% || 9 || 4 || 0 || 13 || 0,11% 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 59 242 || 56 829 || 66 || 1 053 || 57 948 || 97,82% || 23 || 4 || 1 250 || 1 276 || 2,15% || 13 || 4 || 0 || 18 || 0,03% 06 Mobiliteit en vervoer || 1 156 || 1 031 || 5 || 69 || 1 105 || 95,57% || 6 || 0 || 41 || 47 || 4,03% || 3 || 1 || 0 || 5 || 0,40% 07 Milieu- en klimaatactie || 409 || 355 || 17 || 10 || 382 || 93,39% || 17 || 1 || 6 || 24 || 5,89% || 1 || 2 || 0 || 3 || 0,72% 08 Onderzoek || 6 245 || 4 827 || 25 || 455 || 5 307 || 84,97% || 23 || 0 || 911 || 934 || 14,95% || 0 || 5 || 0 || 5 || 0,08% 09 Informatiemaatschappij en media || 1 776 || 1 375 || 12 || 114 || 1 501 || 84,54% || 14 || 0 || 259 || 273 || 15,36% || 1 || 1 || 0 || 2 || 0,10% 10 Eigen onderzoek || 893 || 357 || 40 || 69 || 466 || 52,13% || 48 || 0 || 375 || 423 || 47,35% || 0 || 5 || 0 || 5 || 0,52% 11 Maritieme zaken en visserij || 757 || 742 || 2 || 1 || 745 || 98,45% || 3 || 0 || 1 || 5 || 0,64% || 5 || 2 || 0 || 7 || 0,91% 12 Interne markt || 112 || 92 || 6 || 2 || 99 || 88,71% || 5 || 0 || 5 || 11 || 9,47% || 1 || 1 || 0 || 2 || 1,82% 13 Regionaal beleid || 38 282 || 38 200 || 48 || 6 || 38 254 || 99,93% || 12 || 0 || 2 || 14 || 0,04% || 12 || 1 || 0 || 14 || 0,04% 14 Belastingen en douane-unie || 140 || 121 || 7 || 2 || 130 || 92,66% || 7 || 0 || 3 || 10 || 7,04% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,30% 15 Onderwijs en cultuur || 3 059 || 2 379 || 14 || 368 || 2 761 || 90,23% || 13 || 0 || 284 || 296 || 9,69% || 1 || 2 || 0 || 2 || 0,08% 16 Communicatie || 278 || 240 || 13 || 3 || 256 || 92,16% || 14 || 0 || 5 || 19 || 6,84% || 1 || 1 || 0 || 3 || 1,00% 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 652 || 596 || 11 || 28 || 635 || 97,34% || 11 || 0 || 5 || 16 || 2,48% || 0 || 1 || 0 || 1 || 0,18% 18 Binnenlandse zaken || 860 || 769 || 6 || 61 || 835 || 97,15% || 4 || 1 || 7 || 12 || 1,44% || 11 || 2 || 0 || 12 || 1,41% 19 Externe betrekkingen || 3 271 || 3 073 || 10 || 150 || 3 233 || 98,83% || 13 || 0 || 16 || 30 || 0,90% || 2 || 7 || 0 || 9 || 0,27% 20 Handel || 111 || 98 || 6 || 1 || 105 || 94,79% || 4 || 0 || 2 || 5 || 4,86% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,34% 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 1 475 || 1 319 || 19 || 90 || 1 429 || 96,87% || 10 || 0 || 21 || 31 || 2,11% || 1 || 14 || 0 || 15 || 1,03% 22 Uitbreiding || 976 || 914 || 3 || 27 || 943 || 96,68% || 3 || 3 || 25 || 31 || 3,21% || 0 || 1 || 0 || 1 || 0,12% 23 Humanitaire hulp || 1 141 || 1 093 || 6 || 29 || 1 128 || 98,84% || 7 || 0 || 5 || 12 || 1,01% || 1 || 0 || 0 || 2 || 0,15% 24 Fraudebestrijding || 83 || 66 || 5 || 0 || 71 || 85,23% || 8 || 2 || 0 || 10 || 11,95% || 0 || 2 || 0 || 2 || 2,82% 25 Gemeenschappelijke beleidscoördinatie en juridisch advies || 219 || 176 || 14 || 5 || 195 || 88,73% || 15 || 1 || 6 || 21 || 9,62% || 1 || 2 || 0 || 4 || 1,64% 26 Administratie van de Commissie || 1 343 || 963 || 136 || 51 || 1 149 || 85,59% || 111 || 0 || 72 || 183 || 13,60% || 1 || 10 || 0 || 11 || 0,81% 27 Begroting || 73 || 49 || 9 || 3 || 61 || 83,74% || 7 || 0 || 4 || 11 || 15,45% || 0 || 1 || 0 || 1 || 0,80% 28 Audit || 13 || 11 || 1 || 0 || 12 || 91,60% || 0 || 0 || 0 || 1 || 7,06% || 0 || 0 || 0 || 0 || 1,34% 29 Statistiek || 148 || 115 || 5 || 8 || 128 || 86,27% || 5 || 0 || 13 || 19 || 12,64% || 1 || 1 || 0 || 2 || 1,08% 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 1 321 || 1 318 || 0 || 0 || 1 318 || 99,79% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 3 || 0 || 0 || 3 || 0,21% 31 Taalkundige diensten || 501 || 370 || 22 || 41 || 433 || 86,56% || 20 || 0 || 46 || 66 || 13,17% || 0 || 1 || 0 || 1 || 0,27% 32 Energie || 782 || 706 || 5 || 12 || 723 || 92,51% || 6 || 0 || 48 || 53 || 6,82% || 4 || 1 || 0 || 5 || 0,66% 33 Justitie || 206 || 183 || 1 || 6 || 190 || 92,16% || 4 || 1 || 8 || 13 || 6,13% || 2 || 2 || 0 || 4 || 1,71% 40 Reserves || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 0 || 0 || 0 || 0 || 0,00% 90 Overige instellingen || 4 376 || 2 934 || 340 || 322 || 3 596 || 82,19% || 442 || 0 || 197 || 638 || 14,59% || 88 || 53 || 0 || 141 || 3,22% Totaal || 143 644 || 134 656 || 946 || 3 081 || 138 683 || 96,55% || 900 || 36 || 3 730 || 4 666 || 3,25% || 166 || 128 || 0 || 295 || 0,21% 3.9 ONTWIKKELING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN PER BELEIDSTERREIN || miljoen EUR || || Aan het einde van het vorige jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen || Vastleggingen van het jaar || Beleidsterrein || Van vorig jaar overge-dragen vastleg-gingen || Vrijmakingen/herwaar-deringen/ annuleringen || Betalingen || Aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen || Vastleg-gingen tijdens het jaar || Betalingen || Annulering van niet-overdraag-bare vastleggingen || Aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleg-gingen || Totaal aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleg-gingen 01 Economische en financiële zaken || 582 || (9) || (143) || 429 || 535 || (341) || 0 || 194 || 623 02 Ondernemingen || 2 155 || (31) || (850) || 1 274 || 1 236 || (421) || 0 || 814 || 2 088 03 Mededinging || 7 || 0 || (6) || 0 || 94 || (86) || 0 || 8 || 8 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 29 625 || (40) || (11 226) || 18 359 || 11 782 || (473) || 0 || 11 309 || 29 668 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 22 357 || (76) || (11 972) || 10 308 || 59 514 || (45 975) || 0 || 13 539 || 23 847 06 Mobiliteit en vervoer || 2 809 || (100) || (879) || 1 830 || 1 713 || (226) || 0 || 1 487 || 3 317 07 Milieu- en klimaatactie || 898 || (11) || (243) || 645 || 496 || (138) || 0 || 358 || 1 003 08 Onderzoek || 9 200 || (170) || (2 983) || 6 047 || 7 059 || (2 324) || 0 || 4 734 || 10 781 09 Informatiemaatschappij en media || 2 269 || (51) || (782) || 1 436 || 1 878 || (720) || 0 || 1 158 || 2 594 10 Eigen onderzoek || 184 || (13) || (114) || 57 || 494 || (352) || 0 || 142 || 199 11 Maritieme zaken en visserij || 2 062 || (33) || (538) || 1 490 || 1 007 || (207) || 0 || 800 || 2 290 12 Interne markt || 22 || (2) || (16) || 4 || 101 || (83) || 0 || 18 || 21 13 Regionaal beleid || 108 413 || (498) || (36 781) || 71 133 || 42 647 || (1 473) || (1) || 41 174 || 112 307 14 Belastingen en douane-unie || 92 || (13) || (55) || 24 || 144 || (75) || 0 || 69 || 93 15 Onderwijs en cultuur || 1 921 || (53) || (839) || 1 028 || 3 088 || (1 921) || 0 || 1 167 || 2 195 16 Communicatie || 122 || (13) || (86) || 24 || 265 || (170) || 0 || 95 || 119 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 719 || (81) || (317) || 321 || 639 || (318) || 0 || 321 || 642 18 Binnenlandse zaken || 1 458 || (235) || (268) || 954 || 1 290 || (567) || 0 || 723 || 1 677 19 Externe betrekkingen || 10 232 || (528) || (2 379) || 7 324 || 4 872 || (854) || 0 || 4 018 || 11 343 20 Handel || 20 || (1) || (13) || 6 || 104 || (93) || 0 || 12 || 18 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 3 281 || (119) || (970) || 2 192 || 1 719 || (459) || 0 || 1 260 || 3 453 22 Uitbreiding || 2 864 || (16) || (769) || 2 079 || 1 135 || (175) || (1) || 960 || 3 039 23 Humanitaire hulp || 670 || (4) || (417) || 248 || 1 294 || (711) || 0 || 583 || 831 24 Fraudebestrijding || 34 || (7) || (15) || 12 || 79 || (56) || 0 || 23 || 35 25 Beleidscoördinatie en juridisch advies || 19 || (3) || (15) || 0 || 196 || (179) || 0 || 17 || 17 26 Administratie van de Commissie || 184 || (12) || (161) || 11 || 1 149 || (988) || 0 || 160 || 171 27 Begroting || 9 || (1) || (9) || 0 || 61 || (52) || 0 || 8 || 8 28 Audit || 1 || 0 || (1) || 0 || 12 || (11) || 0 || 1 || 1 29 Statistiek || 115 || (9) || (45) || 61 || 135 || (82) || 0 || 53 || 114 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 318 || (1 318) || 0 || 0 || 0 31 Taalkundige diensten || 24 || (1) || (22) || 0 || 435 || (411) || 0 || 24 || 24 32 Energie || 4 522 || (12) || (622) || 3 888 || 731 || (102) || 0 || 629 || 4 518 33 Justitie || 181 || (34) || (67) || 80 || 222 || (122) || 0 || 99 || 179 90 Overige instellingen || 397 || (57) || (325) || 15 || 3 841 || (3 272) || 4 || 573 || 588 Totaal || 207 443 || (2 234) || (73 930) || 131 279 || 151 284 || (64 754) || 1 || 86 531 || 217 810 3.10 SAMENSTELLING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN NAAR JAAR VAN OORSPRONG PER BELEIDSTERREIN || || || || || || || || || miljoen EUR || Beleidsterrein || <2006 || 2006 || 2007 || 2008 || 2009 || 2010 || 2011 || 2012 || Totaal 01 Economische en financiële zaken || 11 || 35 || 10 || 0 || 20 || 167 || 185 || 194 || 623 02 Ondernemingen || 10 || 5 || 17 || 97 || 101 || 546 || 498 || 814 || 2 088 03 Mededinging || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 8 || 8 04 Werkgelegenheid en sociale zaken || 384 || 1 507 || 57 || 267 || 1 241 || 5 457 || 9 446 || 11 309 || 29 668 05 Landbouw en plattelandsontwikkeling || 7 || 456 || 0 || 2 || 152 || 1 437 || 8 254 || 13 539 || 23 847 06 Mobiliteit en vervoer || 15 || 27 || 124 || 103 || 271 || 494 || 797 || 1 487 || 3 317 07 Milieu- en klimaatactie || 9 || 12 || 57 || 88 || 138 || 151 || 189 || 358 || 1 003 08 Onderzoek || 114 || 73 || 177 || 381 || 814 || 1 728 || 2 760 || 4 734 || 10 781 09 Informatiemaatschappij en media || 12 || 8 || 31 || 83 || 207 || 372 || 724 || 1 158 || 2 594 10 Eigen onderzoek || 0 || 3 || 1 || 10 || 10 || 11 || 21 || 142 || 199 11 Maritieme zaken en visserij || 51 || 271 || 5 || 18 || 71 || 411 || 663 || 800 || 2 290 12 Interne markt || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || 3 || 18 || 21 13 Regionaal beleid || 836 || 5 328 || 21 || 1 875 || 7 437 || 20 613 || 35 024 || 41 174 || 112 307 14 Belastingen en douane-unie || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 4 || 20 || 69 || 93 15 Onderwijs en cultuur || 2 || 0 || 47 || 77 || 150 || 255 || 497 || 1 167 || 2 195 16 Communicatie || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || 6 || 17 || 95 || 119 17 Gezondheid en consumentenbescherming || 9 || 3 || 7 || 43 || 42 || 83 || 133 || 321 || 642 18 Binnenlandse zaken || 4 || 0 || 17 || 64 || 208 || 249 || 412 || 723 || 1 677 19 Externe betrekkingen || 266 || 235 || 498 || 846 || 1 236 || 1 725 || 2 518 || 4 018 || 11 343 20 Handel || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 2 || 4 || 12 || 18 21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-landen || 113 || 63 || 71 || 193 || 365 || 578 || 810 || 1 260 || 3 453 22 Uitbreiding || 69 || 86 || 129 || 236 || 310 || 513 || 735 || 960 || 3 039 23 Humanitaire hulp || 0 || 1 || 1 || 9 || 16 || 58 || 163 || 583 || 831 24 Fraudebestrijding || 0 || 0 || 1 || 1 || 2 || 2 || 6 || 23 || 35 25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 17 || 17 26 Administratie van de Commissie || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 11 || 160 || 171 27 Begroting || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 8 || 8 28 Audit || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 1 || 1 29 Statistiek || 2 || 2 || 1 || 1 || 3 || 17 || 36 || 53 || 114 30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 31 Taalkundige diensten || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 24 || 24 32 Energie || 60 || 43 || 28 || 101 || 1 365 || 1 671 || 621 || 629 || 4 518 33 Justitie || 0 || 0 || 1 || 4 || 12 || 18 || 45 || 99 || 179 90 Overige instellingen || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 0 || 15 || 573 || 588 Totaal || 1 975 || 8 159 || 1 304 || 4 498 || 14 171 || 36 568 || 64 606 || 86 531 || 217 810 4.1 OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING PER INSTELLING || || || || || || || || || miljoen EUR Instelling || Begrotingskredieten || Vastgestelde rechten || Ontvangsten || Ontvangsten als || Nog te ontvangen || Oorspronkelijk || Definitief || Lopend jaar || Overgedragen || Totaal || Op rechten van lopend jaar || Op overgedragen rechten || Totaal || % van de begroting || Europees Parlement || 147 || 147 || 174 || 26 || 200 || 172 || 4 || 176 || 119,41% || 25 Europese Raad en Raad || 58 || 58 || 99 || 11 || 109 || 88 || 10 || 98 || 168,80% || 11 Commissie || 128 761 || 135 431 || 137 081 || 13 342 || 150 423 || 134 783 || 4 066 || 138 849 || 102,52% || 11 573 Hof van Justitie || 44 || 44 || 51 || 0 || 51 || 51 || 0 || 51 || 115,64% || 0 Europese Rekenkamer || 21 || 21 || 19 || 0 || 19 || 19 || 0 || 19 || 90,58% || 0 Economisch en Sociaal Comité || 12 || 12 || 16 || 0 || 16 || 16 || 0 || 16 || 133,47% || 0 Comité van de Regio's || 8 || 8 || 20 || 0 || 20 || 20 || 0 || 20 || 250,50% || 0 Europese Ombudsman || 1 || 1 || 1 || 0 || 1 || 1 || 0 || 1 || 97,10% || 0 Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming || 1 || 1 || 1 || 0 || 1 || 1 || 0 || 1 || 77,36% || 0 Europese Dienst voor extern optreden || 35 || 35 || 309 || 0 || 310 || 309 || 0 || 309 || 889,83% || 0 Totaal || 129 088 || 135 758 || 137 771 || 13 379 || 151 150 || 135 460 || 4 080 || 139 541 || 102,79% || 11 610 4.2 UITVOERING VAN DE VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER INSTELLING || Vastleggingskredieten || || || || || || || || || miljoen EUR Instelling || Toegestane vastleg-gingskre-dieten || Gedane vastleggingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten Van kredieten van het jaar || Van over-drachten || Van bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Van bestem-mings-ontvang-sten || Over-drachten bij besluit || Totaal || % || Van begro-tings-kredieten van het jaar || Van overdrachten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9=7+8 || 10=9/1 || 11 || 12 || 13 || 14=11+12+13 || 15=14/1 Europees Parlement || 1 862 || 1 693 || 22 || 116 || 1 831 || 98,32% || 6 || 0 || 6 || 0,34% || 25 || 0 || 0 || 25 || 1,33% Europese Raad en Raad || 612 || 490 || 0 || 42 || 532 || 86,89% || 36 || 0 || 36 || 5,92% || 44 || 0 || 0 || 44 || 7,19% Commissie || 151 094 || 144 390 || 279 || 2 774 || 147 443 || 97,58% || 3 077 || 31 || 3 108 || 2,06% || 543 || 0 || 0 || 543 || 0,36% Hof van Justitie || 351 || 344 || 0 || 1 || 345 || 98,36% || 1 || 0 || 1 || 0,28% || 5 || 0 || 0 || 5 || 1,36% Europese Rekenkamer || 143 || 137 || 0 || 0 || 138 || 96,12% || 0 || 0 || 0 || 0,30% || 5 || 0 || 0 || 5 || 3,59% Economisch en Sociaal Comité || 133 || 125 || 0 || 4 || 128 || 96,62% || 0 || 0 || 0 || 0,25% || 4 || 0 || 0 || 4 || 3,13% Comité van de Regio's || 99 || 85 || 0 || 12 || 97 || 98,43% || 0 || 0 || 0 || 0,03% || 2 || 0 || 0 || 2 || 1,54% Europese Ombudsman || 10 || 9 || 0 || 0 || 9 || 95,86% || 0 || 0 || 0 || 0,02% || 0 || 0 || 0 || 0 || 4,12% Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming || 8 || 7 || 0 || 0 || 7 || 95,21% || 0 || 0 || 0 || 0,00% || 0 || 0 || 0 || 0 || 4,79% Europese Dienst voor extern optreden || 767 || 486 || 0 || 268 || 754 || 98,37% || 10 || 0 || 10 || 1,26% || 3 || 0 || 0 || 3 || 0,37% Totaal || 155 077 || 147 766 || 300 || 3 218 || 151 284 || 97,55% || 3 131 || 31 || 3 162 || 2,04% || 631 || 0 || 0 || 631 || 0,41% || || || || || || || Betalingskredieten || || || || || || || || miljoen EUR Instelling || Toegestane betalings-kredieten || Gedane betalingen || Overgedragen kredieten || Vervallen kredieten Van kredieten van het jaar || Van over-drachten || Van bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Over-drachten van rechtswege || Over-drachten bij besluit || Van bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || Van begro-tings-kredieten van het jaar || Van over-drach-ten || Bestem-mings-ontvang-sten || Totaal || % || 1 || 2 || 3 || 4 || 5=2+3+4 || 6=5/1 || 7 || 8 || 9 || 10=7+8+9 || 11=10/1 || 12 || 13 || 14 || 15=12+13+14 || 16=15/1 Europees Parlement || 2 092 || 1 388 || 214 || 22 || 1 623 || 77,58% || 305 || 0 || 108 || 413 || 19,76% || 25 || 31 || 0 || 56 || 2,67% Europese Raad en Raad || 661 || 444 || 36 || 44 || 524 || 79,31% || 46 || 0 || 41 || 87 || 13,13% || 44 || 6 || 0 || 50 || 7,56% Commissie || 139 268 || 131 722 || 605 || 2 759 || 135 087 || 97,00% || 458 || 36 || 3 533 || 4 028 || 2,89% || 78 || 76 || 0 || 154 || 0,11% Hof van Justitie || 369 || 326 || 16 || 1 || 343 || 92,92% || 18 || 0 || 1 || 19 || 5,15% || 5 || 2 || 0 || 7 || 1,93% Europese Rekenkamer || 156 || 125 || 11 || 0 || 136 || 87,11% || 13 || 0 || 0 || 13 || 8,41% || 5 || 2 || 0 || 7 || 4,48% Economisch en Sociaal Comité || 141 || 117 || 7 || 4 || 127 || 90,15% || 8 || 0 || 1 || 9 || 6,19% || 4 || 1 || 0 || 5 || 3,66% Comité van de Regio's || 108 || 77 || 7 || 12 || 96 || 89,53% || 8 || 0 || 0 || 8 || 7,37% || 2 || 2 || 0 || 3 || 3,10% Europese Ombudsman || 10 || 8 || 1 || 0 || 9 || 89,11% || 1 || 0 || 0 || 1 || 6,74% || 0 || 0 || 0 || 0 || 4,15% Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming || 9 || 6 || 1 || 0 || 7 || 81,28% || 1 || 0 || 0 || 1 || 10,68% || 0 || 0 || 0 || 1 || 8,05% Europese Dienst voor extern optreden || 831 || 444 || 49 || 238 || 731 || 88,06% || 42 || 0 || 46 || 88 || 10,58% || 3 || 8 || 0 || 11 || 1,36% Totaal || 143 644 || 134 656 || 946 || 3 081 || 138 683 || 96,55% || 900 || 36 || 3 730 || 4 666 || 3,25% || 166 || 128 || 0 || 295 || 0,21% || 4.3 Inkomsten agentschap: begrotingsramingen, vastgestelde rechten en ontvangen bedragen || miljoen EUR || Agentschap || Begrotings-raming || Vastgestelde rechten || Ontvangen bedragen || Nog te ontvangen || Financiering van de Commissie (beleids-terrein) Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators || 7 || 7 || 7 || 0 || 06 Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken || 7 || 2 || 2 || 0 || 18 Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart || 150 || 116 || 115 || 1 || 06 Frontex || 90 || 76 || 76 || 0 || 18 Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding || 19 || 20 || 20 || 1 || 15 Europese Politieacademie || 8 || 9 || 9 || 0 || 18 Europees Chemicaliënagentschap || 33 || 35 || 35 || 0 || 02 Europees Centrum voor ziektepreventie en –bestrijding || 58 || 58 || 58 || 0 || 17 Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving || 16 || 16 || 16 || 0 || 18 Europese Bankautoriteit || 21 || 19 || 19 || 0 || 12 Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen || 16 || 14 || 14 || 0 || 12 Europees Milieuagentschap || 42 || 52 || 51 || 1 || 07 Europol || 84 || 83 || 83 || 0 || 18 Europese Autoriteit voor effecten en markten || 20 || 19 || 19 || 0 || 12 Communautair Bureau voor visserijcontrole || 10 || 10 || 10 || 0 || 11 Europese Autoriteit voor voedselveiligheid || 77 || 77 || 77 || 0 || 17 Harmonisatiebureau voor de interne markt || 8 || 8 || 8 || 0 || 04 Europese GNSS-Toezichtautoriteit || 13 || 21 || 21 || 0 || 06 Fusion for Energy || 344 || 379 || 379 || 0 || 08 Eurojust || 33 || 33 || 33 || 0 || 18 Europees Agentschap voor maritieme veiligheid || 59 || 54 || 53 || 0 || 06 Harmonisatiebureau voor de interne markt || 175 || 176 || 176 || 0 || 12 Europees Geneesmiddelenbureau || 222 || 254 || 224 || 31 || 02 Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging || 8 || 8 || 8 || 0 || 09 Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie || 3 || 3 || 3 || 0 || 09 Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten || 21 || 21 || 21 || 0 || 18 Europees Spoorwegbureau || 26 || 26 || 26 || 0 || 06 Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk || 15 || 15 || 15 || 0 || 04 Europees Instituut voor innovatie en technologie || 78 || 77 || 77 || 0 || 15 Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie || 48 || 49 || 45 || 4 || 15 Europese Stichting voor opleiding || 21 || 20 || 20 || 0 || 15 Communautair Bureau voor plantenrassen || 13 || 13 || 13 || 0 || 17 Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden || 21 || 21 || 21 || 0 || 04 Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur || 50 || 50 || 50 || 0 || 15 Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie || 16 || 17 || 17 || 0 || 06 Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad || 39 || 39 || 39 || 0 || 08 Uitvoerend Agentschap Onderzoek || 46 || 47 || 47 || 0 || 08 Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten || 7 || 7 || 7 || 0 || 17 Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk || 10 || 10 || 10 || 0 || 06 Totaal || 1 936 || 1 963 || 1 925 || 38 || || || || miljoen EUR Soort ontvangst || Begrotings-raming || Vastgestelde rechten || Ontvangen bedragen || Nog te ontvangen Subsidie van de Commissie || 1 304 || 1 276 || 1 272 || 5 Inkomsten uit heffingen || 465 || 490 || 460 || 30 Overige baten || 168 || 197 || 193 || 4 Totaal || 1 936 || 1 963 || 1 925 || 38 || 4.4 VASTLEGGINGS- EN BETALINGSKREDIETEN PER AGENTSCHAP || || || miljoen EUR || Agentschap || Vastleggingskredieten || Betalingskredieten || Kredieten || Gedane vastleggingen || Overge-dragen || Kredieten || Gedane betalingen || Overgedragen Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators || 7 || 7 || 0 || 8 || 5 || 2 || Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken || 7 || 5 || 0 || 6 || 2 || 2 || Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart || 164 || 132 || 27 || 176 || 117 || 53 || Frontex || 90 || 89 || 1 || 128 || 99 || 22 || Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding || 22 || 21 || 1 || 22 || 19 || 3 || Europese Politieacademie || 9 || 8 || 0 || 11 || 8 || 2 || Europees Chemicaliënagentschap || 99 || 96 || 0 || 113 || 94 || 15 || Europees Centrum voor ziektepreventie en –bestrijding || 58 || 55 || 0 || 69 || 55 || 10 || Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving || 17 || 16 || 0 || 17 || 16 || 0 || Europese Bankautoriteit || 21 || 18 || 0 || 22 || 13 || 7 || Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen || 16 || 14 || 0 || 16 || 11 || 4 || Europees Milieuagentschap || 69 || 52 || 16 || 73 || 45 || 27 || Europol || 85 || 84 || 1 || 100 || 79 || 17 || Europese Autoriteit voor effecten en markten || 20 || 17 || 0 || 22 || 15 || 4 || Communautair Bureau voor visserijcontrole || 9 || 9 || 0 || 11 || 10 || 1 || Europese Autoriteit voor voedselveiligheid || 79 || 78 || 0 || 90 || 80 || 9 || Europees Genderinstituut || 8 || 7 || 0 || 11 || 8 || 2 || Europese GNSS-Toezichtautoriteit || 106 || 58 || 47 || 55 || 33 || 22 || Fusion for Energy || 1 482 || 1 482 || 0 || 384 || 362 || 7 || Eurojust || 35 || 34 || 1 || 41 || 35 || 5 || Europees Agentschap voor maritieme veiligheid || 57 || 53 || 1 || 61 || 53 || 2 || Harmonisatiebureau voor de interne markt || 429 || 189 || 0 || 461 || 180 || 37 || Europees Geneesmiddelenbureau || 226 || 222 || 0 || 262 || 215 || 41 || Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging || 8 || 8 || 0 || 9 || 9 || 1 || Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie || 3 || 3 || 0 || 3 || 2 || 1 || Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten || 21 || 21 || 0 || 28 || 23 || 5 || Europees Spoorwegbureau || 26 || 25 || 0 || 30 || 26 || 2 || Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk || 17 || 15 || 1 || 20 || 15 || 5 || Europees Instituut voor innovatie en technologie || 97 || 95 || 0 || 83 || 71 || 7 || Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie || 48 || 42 || 0 || 52 || 41 || 4 || Europese Stichting voor opleiding || 20 || 20 || 0 || 21 || 20 || 1 || Communautair Bureau voor plantenrassen || 14 || 13 || 0 || 14 || 12 || 0 || Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden || 22 || 21 || 0 || 26 || 20 || 5 || Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur || 50 || 49 || 0 || 55 || 48 || 6 || Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie || 17 || 16 || 0 || 18 || 16 || 1 || Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad || 39 || 38 || 0 || 41 || 38 || 2 || Uitvoerend Agentschap Onderzoek || 46 || 44 || 0 || 50 || 43 || 4 || Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten || 7 || 7 || 0 || 8 || 7 || 1 || Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk || 10 || 10 || 0 || 11 || 9 || 1 || Totaal || 3 559 || 3 175 || 97 || 2 627 || 1 952 || 338 || Soort uitgave || Vastleggingskredieten || Betalingskredieten || Kredieten || Gedane vastleggingen || Overgedragen || Kredieten || Gedane betalingen || Overgedragen Personeel || 813 || 781 || 2 || 829 || 777 || 18 Administratieve uitgaven || 305 || 292 || 1 || 377 || 277 || 79 Beleidsuitgaven || 2 442 || 2 102 || 95 || 1 421 || 899 || 242 Totaal || 3 559 || 3 175 || 97 || 2 627 || 1 952 || 338 4.5 BEGROTINGSRESULTAAT MET INBEGRIP VAN DE AGENTSCHAPPEN || miljoen EUR || || || EUROPESE UNIE || AGENTSCHAPPEN || Uitsluiting van de subsidies voor de agentschappen || TOTAAL || Ontvangsten van het begrotingsjaar || 139 541 || 1 925 || (1 272) || 140 194 || Betalingen uit de kredieten van het lopende jaar || (137 738) || (1 739) || 1 272 || (138 205) || Naar jaar n+1 overgedragen betalingskredieten || (936) || (338) || 0 || (1 274) || Annulering niet-bestede kredieten overgedragen uit jaar n-1 || 92 || 171 || 0 || 263 || Wisselkoersverschillen voor het jaar || 60 || (8) || 0 || 52 || Begrotingsresultaat || 1 019 || 12 || 0 || 1 031 [1] De bevindingen van die
audit, die gebaseerd waren op de eindverslagen en de follow-up die daaraan door
de betrokken lidstaten werd gegeven, werden aan de kwijtingsautoriteit
meegedeeld.