This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0350
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS 2013 EUROPEAN SEMESTER: COUNTRY-SPECIFIC RECOMMENDATIONS MOVING EUROPE BEYOND THE CRISIS
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPEES SEMESTER 2013: LANDENSPECIFIEKE AANBEVELINGEN EUROPA UIT DE CRISIS TILLEN
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPEES SEMESTER 2013: LANDENSPECIFIEKE AANBEVELINGEN EUROPA UIT DE CRISIS TILLEN
/* COM/2013/0350 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPEES SEMESTER 2013: LANDENSPECIFIEKE AANBEVELINGEN EUROPA UIT DE CRISIS TILLEN /* COM/2013/0350 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE MEDEDELING
VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH
EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EUROPEES SEMESTER 2013: LANDENSPECIFIEKE
AANBEVELINGEN
EUROPA UIT DE CRISIS TILLEN 1.
Inleiding Eenmaal per jaar licht de Commissie de
economische en sociale prestaties van alle EU-lidstaten door en doet zij
landenspecifieke aanbevelingen die als leidraad fungeren voor het beleid van de
lidstaten voor het komende jaar. Tegen de achtergrond van een diepe economische
en financiële crisis, die voor velen sociale rampspoed heeft gebracht, en van
recente prognoses waaruit blijkt dat de EU zich langzaam herstelt van een
langdurige recessie, zullen de aanbevelingen van dit jaar bijzonder aandachtig
worden bestudeerd. Met het regelmatige toezicht dat de Commissie
uitoefent, worden de volgende doelstellingen nagestreefd: ·
belangrijke economische en sociale uitdagingen voor
de EU en de eurozone signaleren in het licht van de toenemende verwevenheid van
onze economieën; ·
gemaakte vorderingen beoordelen, vroeger dan in het
verleden waarschuwingssignalen opvangen die op zich aandienende problemen
wijzen, en aanbevelingen tot de lidstaten richten opdat deze hun beleid op
zodanige wijze voeren dat dit de EU helpt zich aan te passen en duurzame groei
te realiseren, zodat deze in staat is al haar burgers een baan te bezorgen en
een behoorlijke levensstandaard te garanderen. Uit de analyse van de Commissie waarvan de
aanbevelingen voor 2013 vergezeld gaan, blijkt dat de EU blijvende
veranderingen realiseert en tevens werk maakt van de ernstige structurele
problemen die in de loop van de afgelopen tien jaar zijn ontstaan. Deze
veranderingen vinden plaats tegen een mondiale achtergrond die wordt gekenmerkt
door een behoefte aan hervormingen in de meeste geavanceerde economieën en een
krachtige economische ontwikkeling in de opkomende economieën. De lidstaten
voeren noodzakelijke hervormingen door en doen hard hun best om hun
overheidsfinanciën onder controle te krijgen. Het tempo en de effecten van deze
inspanningen lopen van land tot land uiteen, waarbij de aanpassing vooral in de
programmalanden en in de kwetsbaardere lidstaten merkbaar is. De uitdaging
bestaat erin de overeengekomen hervormingen door te voeren, waarbij soms
grotere haast en meer ambitie geboden is. Wanneer de Commissie meent dat
doortastender maatregelen zijn vereist, worden deze in de aanbevelingen
beschreven. De afgelopen vijf jaar zijn de inspanningen
toegespitst geweest op crisisbeheersing, het herstellen van de financiële
stabiliteit en de vrijwaring van de euro, omdat dit de vereisten zijn voor het
veiligstellen van toekomstige groei. Op korte termijn wordt het herstel
gehinderd doordat tal van lidstaten hoge – openbare en particuliere – schulden
hebben geaccumuleerd en omdat de sanering van de bankensector slechts langzaam
vruchten afwerpt. Bovendien hebben de omvang en urgentie van de
onevenwichtigheden die over meerdere jaren zijn opgebouwd, ertoe geleid dat
thans in heel Europa op hetzelfde moment ingrijpende aanpassingen moeten worden
doorgevoerd, terwijl er van een sterke verwevenheid van de EU-economieën sprake
is. Het vinden van een duurzamer groeipad neemt
meer tijd in beslag dan wenselijk is. De verschillende jaren van weinig of geen
groei zijn niet zonder gevolgen gebleven voor de samenleving: in diverse delen
van Europa is er sprake van zeer hoge werkloosheid en toenemende armoede. De
mate van ongelijkheid en de kwestie van de rechtvaardigheid beheersen thans het
publieke debat, wat aantoont dat beleid niet alleen goed doordacht moet zijn,
maar ook op politieke en sociale steun moet kunnen rekenen om succesvol te
zijn. Het feit dat de vooruitzichten op een verbetering van de arbeidsmarkt op
korte termijn niet bijzonder gunstig zijn, zal de sociale vangnetten van de
lidstaten verder op de proef stellen. Het zal immers enige tijd duren voordat
de positieve effecten van de vandaag genomen beslissingen tot uiting komen in
een dynamischere, groeiende en banenscheppende economie. Europa heeft budgettaire consolidatie nodig –
duurzame groei gaat immers niet samen met onhoudbare schulden – en Europa heeft
reële groei nodig opdat mensen duurzame werkgelegenheid kunnen vinden. De
problematiek van de jeugdwerkloosheid vereist een doelgericht en urgent optreden.
Aangezien de heersende crisis zowel van structurele als van conjuncturele aard
is, moet het tempo van de hervormingen overal in de EU worden opgevoerd om het
herstel te vrijwaren en de herbalancering van de economie te verzekeren.
"Tekortlanden" moeten hun concurrentiekracht versterken en
"overschotlanden" moeten de structurele belemmeringen voor de groei
van hun binnenlandse vraag uit de weg ruimen. Het kan weliswaar moeilijk blijken om
structurele hervormingen door te voeren, maar deze helpen wel de met de
aanpassing gepaard gaande lasten en de voordelen gelijkmatiger over de
samenleving te spreiden. Het verminderen van de administratieve formaliteiten
voor ondernemingen draagt bij tot een bedrijfsvriendelijk klimaat, het verlagen
van de kosten van diensten helpt lage-inkomensgroepen, en een efficiënter
overheidsapparaat zorgt voor betaalbaardere sociale diensten van betere
kwaliteit. Er is nood aan veel sterkere steunmaatregelen voor werklozen, zowel
voor langdurig werklozen – om hen te helpen bij het verwerven van de
vaardigheden of het krijgen van de begeleiding die zij nodig hebben om een
nieuwe baan te vinden – als voor jongeren – om hen te helpen bij het maken van
een geslaagde overstap van onderwijs naar werk. Er is nood aan oplossingen voor
ondernemingen met solide bedrijfsplannen die er niet in slagen financiering aan
te trekken. Er is in alle lidstaten nood aan grotere investeringen in de
prestaties van het onderwijssysteem, in het toerusten van de mensen met de
vaardigheden die nodig zijn in de economie van de eenentwintigste eeuw, en in
het bevorderen van de innovatie en het concurrentievermogen. Het optreden van de ECB heeft een
doorslaggevende rol gespeeld bij het wegnemen van de vermeende risico's voor de
stabiliteit van de eurozone. De transmissie van lagere rentetarieven en het
herstel van de normale kredietverlening aan de economie, met name in de
periferie van de EU, laten echter nog steeds te wensen over. De voltooiing van
de architectuur van de economische en monetaire unie (EMU), en met name van de
bankenunie, zal van essentieel belang zijn voor het ondersteunen van
toekomstige duurzame groei en voor het voorkomen van het ontstaan van nieuwe
onevenwichtigheden. Uit de door de Commissie verrichte analyse van
de nationale hervormingsprogramma's blijkt duidelijk dat de lidstaten meer
kunnen doen om zelf weer groei te realiseren en op die manier Europa uit de
crisis te tillen. Het niet opheffen van belemmeringen, het nalaten om kansen te
grijpen, het bieden van weerstand tegen verandering en het ontbreken van een
besef van urgentie in sommige landen zijn even zoveel factoren die in
uiteenlopende mate het ontstaan in de hand werken van een klimaat dat er niet
meteen toe bijdraagt dat bedrijven gedijen en banen creëren. Talmen bij het doorvoeren
van de noodzakelijke hervormingen zal alleen maar de uiteindelijke financiële,
economische en sociale kosten ervan doen toenemen. In het licht van de omvang
van deze uitdagingen is het noodzakelijk dat alle belanghebbenden, ook de
sociale partners en het maatschappelijk middenveld, samenwerken om de juiste
antwoorden te vinden en deze vervolgens in daden om te zetten. Om deze
gemeenschappelijke doelstellingen te realiseren, zal het van essentieel belang
zijn dat de eengemaakte Europese markt in stand wordt gehouden en verder wordt
verdiept. 2.
Algemene
beoordeling De uitdagingen waarvoor de Unie zich gesteld
ziet, zijn complex en kunnen alleen maar worden overwonnen met een alomvattende
reactie waarbij het EU-niveau en de nationale niveaus van beleidsvorming en
–uitvoering de handen in elkaar slaan. Dat is een van de hoofddoelstellingen
van het proces van het Europees semester. Uit de gedetailleerde analyse die aan dit
pakket ten grondslag ligt, blijkt dat: ·
een herbalancering van de EU-economie gaande is. De afgelopen jaren zijn verregaande hervormingen doorgevoerd of
aangevat om onevenwichtigheden uit het verleden te corrigeren en de economie op
een duurzamer pad te brengen. De grote en hardnekkige tekorten op de lopende
rekening die in diverse landen zijn geconstateerd, zijn sterk teruggedrongen en
daarmee is ook het risico verkleind dat er zich plotse onderbrekingen in de
externe financiering van deze economieën voordoen. Hoewel de effecten van
sommige van deze hervormingen zich pas na enige tijd volledig zullen laten
gevoelen, zijn overal in Europa reeds verbeteringen merkbaar, bijvoorbeeld in
de vorm van exportprestaties of de op de overheidsschuld betaalde
rentetarieven; ·
de werkloosheid, met inbegrip van de
jeugdwerkloosheid en de langdurige werkloosheid, een onaanvaardbaar hoog peil
heeft bereikt en in de nabije toekomst waarschijnlijk
hoog zal blijven, een situatie die een dringend en vastberaden optreden
vereist. In diverse delen van Europa zijn hervormingen doorgevoerd om de
arbeidsmarkt veerkrachtiger en flexibeler te maken, maar het zal tijd vragen
voordat deze hervormingen overal in de economie nieuwe banen opleveren; ·
de budgettaire consolidatie aan de gang is en ertoe bijdraagt dat de overheidsfinanciën weer onder controle
worden gebracht. Dat neemt evenwel niet weg dat het vergrijzingsprofiel van tal
van lidstaten een uitdaging inhoudt voor de toekomstige betaalbaarheid van de
pensioenen en de gezondheidszorg. Het komt er derhalve op aan nu actie te
ondernemen om ervoor te zorgen dat Europeanen ook in de toekomst een hoge
levensstandaard kunnen blijven genieten; ·
het van essentieel belang is dat structurele
hervormingen worden doorgevoerd om de groei aan te
zwengelen. Daarmee wordt een tweeledig doel gediend: de werkloosheid wordt
teruggedrongen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën wordt hersteld. Het
herstellen van het binnenlandse concurrentievermogen is een essentiële
voorwaarde om ook de wereldwijde groeikansen te kunnen grijpen. Uit de analyse
kan een aantal lessen voor het beleid worden getrokken: ·
Er moeten verdere maatregelen worden getroffen om
de hoge openbare en particuliere schulden in tal van lidstaten aan te pakken,
en het schuldafbouwproces in economieën met een te hoge schuldenlast moet
worden voortgezet en zorgvuldig worden beheerd. Zoals uit de ECB-overzichten
inzake leningen blijkt, is de verdere verbetering van de gezondheid van de
banksector een prioriteit opdat deze sector in staat is financiële middelen
naar de productieve delen van de economie, en met name naar kleine en
middelgrote ondernemingen, te kanaliseren. In dit verband kan een belangrijke
rol zijn weggelegd voor de nieuwe regelingen die financiering aan de reële
economie verschaffen en die de Commissie en de EIB met de betrokkenheid van de
ECB hebben ontwikkeld. De financiering van investeringen uit de
EU-structuurfondsen zal de komende jaren een cruciale rol spelen in sommige
delen van de EU. Ook de bevordering van alternatieve financieringsbronnen en de
vermindering van de traditionele afhankelijkheid van het bedrijfsleven van
bankfinanciering zijn van essentieel belang om de kredietverlening aan de
economie wederom te normaliseren. ·
Lidstaten met een hoge werkloosheidsgraad moeten
meer actieve arbeidsmarktmaatregelen treffen op het gebied van bijvoorbeeld opleiding
en arbeidsbemiddeling. Tevens wordt aanbevolen verdere hervormingen door te
voeren om de toegang tot werk te vergemakkelijken, het voortijdig verlaten van
de arbeidsmarkt te voorkomen, de loonkosten te reduceren en de segmentatie van
de arbeidsmarkt tegen te gaan. Voor de sociale partners is een hoofdrol
weggelegd bij de vormgeving en uitvoering van deze beleidsmaatregelen. De
situatie van werkloze jongeren is bijzonder verontrustend en er wordt dan ook
aanbevolen actie te ondernemen naar het voorbeeld van de overeengekomen
EU-jongerengarantie die door de Commissie is voorgesteld en waarover de
EU-lidstaten thans overeenstemming hebben bereikt. ·
De lidstaten moeten meer doen om het
concurrentievermogen van hun economieën op te krikken. De loonkosten spelen
daarbij een belangrijke rol en er moet dan ook voor worden gezorgd dat zij
gelijke tred houden met de productiviteitsgroei. Zij zullen bijgevolg verder
nauwlettend in de gaten worden gehouden. Ook scherpere concurrentie op de
producten- en dienstenmarkten is van essentieel belang om de productiviteit van
de economie naar een hoger peil te tillen en de prijzen te verlagen.
Tegelijkertijd kan en zal Europa niet uitsluitend op het vlak van de kosten
concurreren in de wereldeconomie. Vóór en tijdens de crisis zijn in alle
lidstaten de noodzakelijke investeringen uitgebleven in onderwijs en
vaardigheden, onderzoek en innovatie en hulpbronnenefficiëntie. Het ontbreken
van de juiste vaardigheden, producten en diensten vormt een ernstige bedreiging
voor de toekomstige groeivooruitzichten van Europa. Op deze terreinen moeten
dan ook snel corrigerende maatregelen worden genomen die stroken met de Europa 2020-doelstellingen.
·
Er moeten dringend meer inspanningen worden
geleverd om voorwaarden tot stand te brengen die de ontwikkeling van
ondernemingen, de consumentenomgeving en de schepping van werkgelegenheid in de
hand werken – zo dienen nog steeds aanzienlijke verbeteringen te worden
aangebracht in de werking van de netwerksectoren, de mededinging in essentiële
dienstensectoren, zoals de detailhandel, de toegang tot bepaalde beroepen en
activiteiten, en de efficiëntie van het overheidsapparaat. ·
Lidstaten met overschotten op de lopende rekening
en voldoende budgettaire manoeuvreerruimte kunnen meer doen om de hoge belastingen
en socialezekerheidsbijdragen terug te schroeven die zij op lage lonen heffen.
Recente loonontwikkelingen in "overschotlanden" dragen bij tot het
ondersteunen van de vraag en hebben tevens positieve overloopeffecten elders in
de EU. Deze lidstaten kunnen ook de binnenlandse vraag stimuleren door hun
dienstensector open te stellen door ongerechtvaardigde toegangsbeperkingen en
–belemmeringen op te heffen, zodat diensten betaalbaarder worden voor
lagere-inkomensgroepen en nieuwe investeringsmogelijkheden in de hand worden
gewerkt. ·
In het licht van de werkelijke vooruitgang die bij
het terugdringen van de begrotingstekorten is geboekt, de mate van consolidatie
die reeds heeft plaatsgevonden en de economische activiteit die zwakker is
uitgevallen dan verwacht, is het volgens het stabiliteits- en groeipact in
sommige gevallen mogelijk de lidstaten meer tijd te gunnen om een tekort van
minder dan 3 % van het bbp te realiseren. De noodzakelijke consolidatie
terugdraaien is echter geen optie en sommige lidstaten dienen nog steeds
aanzienlijke aanpassingen door te voeren. De Commissie stelt voor een aantal
onder hen meer tijd te gunnen om hun buitensporige tekorten te corrigeren. Deze
extra tijd wordt niet voorgesteld om de inspanningen te laten verslappen –
integendeel, deze extra tijd moet worden benut om het structurele
begrotingstekort te reduceren, de hervormingen te intensiveren en het pad te
effenen voor een duurzaam herstel. ·
In het kader van de begrotingsstrategieën op
middellange termijn kan en moet er meer worden gedaan om de overheidsmiddelen
efficiënter te besteden en het belastingstelsel rechtvaardiger en
doeltreffender te maken. De inefficiëntie die inherent is aan de opzet van
sommige nationale belastingstelsels (bijvoorbeeld sommige verlaagde tarieven en
andere belastingvrijstellingen) moet worden aangepakt. Ook is het noodzakelijk
dat de bestrijding van belastingfraude en ‑ontwijking wordt
geïntensiveerd. Hoewel de prioriteiten verschillen, worden in dit verband
diverse actiepunten aanbevolen. ·
Rechtvaardigheid is van essentieel belang voor de
duurzaamheid en doeltreffendheid van de hervormingen. De crisis heeft al
blijvende gevolgen gehad voor de minstbedeelden in onze samenleving. Zo is het
percentage personen dat met armoede wordt bedreigd, in tal van landen gestegen.
De lidstaten moeten dan ook investeren in hun menselijk kapitaal en in het
verstrekken van adequate diensten aan hun burgers. Er dient meer aandacht te
worden geschonken aan het verdelingseffect van hervormingen om te garanderen
dat deze blijvende resultaten opleveren die iedereen ten goede komen. Diverse
lidstaten moeten meer aandacht besteden aan de bestrijding van verschillende
vormen van armoede (kinderarmoede, dakloosheid, armoede onder werkenden en
overmatige schuldenlast van huishoudens) en dienen erop toe te zien dat de
sociale vangnetten waarop de door deze vormen van armoede getroffen personen
kunnen terugvallen, hun functie doeltreffend vervullen. Op EU-niveau
zijn al besluiten genomen die de hervormingsinspanningen van de lidstaten
hebben ondersteund, maar er is dringend verdere actie geboden: ·
Lidstaten die grote financiële moeilijkheden hebben
ondervonden, hebben kunnen gebruikmaken van nieuwe financiële vangnetten die op
EU-niveau tot stand zijn gebracht[1].
Wanneer financiële bijstand van de EU/het IMF is verleend, waren daaraan
strenge voorwaarden verbonden. De uitvoering van de betrokken programma's ligt
op schema en wordt nauwlettend gevolgd. ·
Diverse nog in behandeling zijnde voorstellen voor
EU-wetgeving bieden de kans groei- en werkgelegenheidsmogelijkheden te
ontsluiten, bijvoorbeeld in de dienstensector en door het potentieel van de
digitale economie te benutten. In het kader van het Pact voor groei en banen
zal de Commissie tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad van juni 2013
verslag uitbrengen over de ter zake gemaakte vorderingen. ·
In december 2012 is de Commissie gekomen met een
werkgelegenheidspakket voor jongeren, dat onder meer voorziet in een Europees
Verbond voor leerlingplaatsen. Daarin wordt ook een jongerengarantie
voorgesteld, die moet garanderen dat alle jonge Europeanen binnen de vier
maanden nadat zij van school gaan of werkloos worden, een goede baan, verder
onderwijs of verdere opleiding, een leerplaats of een stage aangeboden krijgen.
Deze jongerengarantie is in april 2013 goedgekeurd door de Raad. In het
volgend meerjarig financieel kader is 6 miljard EUR uitgetrokken om,
parallel aan de inspanningen van het Europees Sociaal Fonds, via een
jongerenwerkgelegenheidsinitiatief de jongerengarantie te ondersteunen. Sinds 2012
werkt de Commissie met actieteams ter bevordering van de jeugdwerkgelegenheid
om de lidstaten met de hoogste jeugdwerkloosheid te helpen bij de
herprogrammering van EU-structuurfondsen zodat deze in de eerste plaats
jongeren ten goede komen. Tevens staat zij aan het hoofd van een partnerschap
tussen meerdere belanghebbenden om het gebrek aan vaardigheden in informatie-
en communicatietechnologieën in de EU aan te pakken en de verwachte meerdere
honderdduizenden vacatures voor deze vaardigheden in te vullen. ·
Recente wetgeving heeft tot een versterking van de
economische governance in de EU geleid. De tenuitvoerlegging ervan zal de
geloofwaardigheid van het lopende hervormingsproces in de hand werken. Het
Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de EMU is thans van
toepassing. Het stabiliteits- en groeipact is versterkt en de nieuwe procedure
bij macro-economische onevenwichtigheden is van kracht ("sixpack").
De nieuwe wetgeving ter versterking van de coördinatie van het beleid binnen de
eurozone ("twopack") zal op 30 mei 2013 in werking treden. ·
Het EU-kader zal verder worden versterkt met nieuwe
stappen om de EMU te verdiepen, zoals met name de totstandbrenging van een
bankenunie en het leggen van de laatste hand aan de financiële vangnetten
waarin het Europees stabiliteitsmechanisme voorziet. Er zijn ook discussies aan
de gang over manieren om de sociale dimensie van de EMU te versterken. ·
Zodra overeenstemming kan worden bereikt over het
volgend meerjarig financieel kader van de EU, kan een nieuwe generatie
financiële instrumenten van de EU (zoals Horizon 2020 voor onderzoek en de
financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen voor infrastructuur) worden
uitgerold ter ondersteuning van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame
en inclusieve groei. Een doelgerichtere aanwending van de EU-structuurfondsen
met het oog op de bevordering van groei, concurrentievermogen en
werkgelegenheid kan voor een krachtige groeistimulans zorgen in tal van
lidstaten waar een groot deel van de overheidsinvesteringen medegefinancierd
wordt uit de EU-begroting. De landenspecifieke aanbevelingen van dit jaar zijn
van bijzonder belang omdat de lidstaten en regio's momenteel hun
investeringsprioriteiten voor het cohesiebeleid 2014-2020 aan het vastleggen
zijn. 3.
Prioritaire
actiepunten Het Europees semester vangt aan met de
publicatie door de Commissie van haar jaarlijkse groeianalyse. Voor 2013 heeft
de Commissie dezelfde vijf prioriteiten aangehouden als voor 2012: ·
een gedifferentieerd, groeivriendelijk beleid van
begrotingsconsolidatie voeren; ·
de kredietverschaffing aan de economie
normaliseren; ·
groei en concurrentievermogen bevorderen, nu en
voor de toekomst; ·
de werkloosheid en de sociale gevolgen van de
crisis aanpakken; ·
het overheidsapparaat moderniseren. In
maart 2013 heeft de Europese Raad deze prioriteiten onderschreven en het
raamwerk vastgesteld voor het optreden van de lidstaten op deze terreinen.
Bijlage 1 bevat een overzicht van de aanbevelingen die in het kader van dit
pakket tot elke lidstaat zijn gericht. In bijlage 2 wordt een samenvatting
gegeven van de vorderingen die in de richting van de Europa 2020-doelstellingen
zijn gemaakt. Meer achtergrondinformatie is beschikbaar in de werkdocumenten
van de diensten van de Commissie en in de vergelijkende thematische fiches die
op de Europa 2020-website zijn gepubliceerd. De
Commissie heeft ook aanbevelingen voor de eurozone geformuleerd. De Eurogroep
dient een actieve rol te spelen in het versterkte toezicht op de eurozone door
een coherent algemeen beleid te voeren en door de hervormingen te implementeren
die voor de stabiliteit en de groei van de economie ervan zijn vereist. Ook zal
de Eurogroep in de toekomst een bijzondere rol vervullen, zowel door
beleidshervormingen van tevoren te bespreken en te coördineren, als door
essentiële beleidsbeslissingen, zoals die vereist voor de overgang naar de
bankenunie, snel ten uitvoer te leggen. Dit
aanbevelingenpakket bouwt tevens voort op de diepgaande evaluaties die de
Commissie op 10 april 2013 heeft gepubliceerd als onderdeel van de
procedure bij macro-economische onevenwichtigheden. In de landenspecifieke
aanbevelingen die worden voorgesteld voor de dertien lidstaten waarop deze
procedure betrekking had, is met de geconstateerde onevenwichtigheden rekening
gehouden. Inzetten op een gedifferentieerde,
groeivriendelijke begrotingsconsolidatie Begrotingsconsolidatie is geen doel op zich,
maar een middel voor de overheid om haar budgettaire souvereiniteit te
herwinnen teneinde in duurzame groei te kunnen investeren. Tegen de achtergrond
van hoge overheidstekorten en toenemende schuldniveau's heeft de Commissie erop
aangedrongen tot begrotingsconsolidatie over te gaan; deze zou op
gedifferentieerde, groeivriendelijke en voor elk land specifieke wijze moeten
plaatsvinden. Begrotingsdiscipline en groei ondersteunen
elkaar, mits de juiste maatregelen worden genomen. De Baltische landen vormen
een recent voorbeeld: na een diepe recessie maakten Litouwen, Letland en
Estland in 2012 de hoogste economische groei van de EU door met respectievelijk
3,6%, 5,6% en 3,2%. Deze drie landen hebben de begrotingsconsolidatie in een
vroeg stadium doorgevoerd en hun economie in een zeer onzeker klimaat weer in
evenwicht gebracht. De duidelijke verbetering van hun concurrentiepositie werpt
thans vruchten af, en helpt deze landen hun overheidsfinanciën te consolideren
en de werkloosheid verder terug te dringen, hoewel het hoge risico op armoede
en sociale uitsluiting een bron van zorg blijft. De begrotingsconsolidatie boekt in heel Europa
vooruitgang. Het EU-tekort is van een recordhoogte van -6,9% in 2009 afgenomen
tot -4% in 2012; verwacht wordt dat het tekort in 2013 tot -3,4% zal dalen
doordat een toenemend aantal lidstaten hun buitensporig tekort hebben gecorrigeerd.
De consolidatietrajecten in de richting van de tekort- en schulddoelstellingen
die tot de beeïndiging van de buitensporigtekortprocedure kunnen leiden, zijn
gebaseerd op in structurele termen berekende tekorten. Dit houdt in dat indien
een ernstige verslechtering van de economische vooruitzichten ertoe leidt dat
de nominale doelstelling niet wordt gehaald ondanks dat de vereiste structurele
inspanning daadwerkelijk wordt geleverd, de termijn voor de correctie van het
buitensporige tekort kan worden verlengd. Het tempo van de
begrotingsconsolidatie is, in overeenstemming met het overeengekomen EU-kader,
onlangs reeds aangepast voor Griekenland, Spanje en Portugal, waarbij deze
landen meer tijd kregen om hun buitensporige tekort te corrigeren. De Commissie
actualiseert momenteel haar aanbevelingen op basis van de meest recente
gegevens, waarbij zij de doeltreffendheid van de door de lidstaten vastgestelde
maatregelen heeft beoordeeld (Box 1). Box 1. Situatie van de lidstaten met betrekking tot het stabiliteits- en groeipact, overeenkomstig de aanbeveling van de Commissie van 29 mei 2013 Geen buitensporigtekortprocedure || BG, DE, EE, FI, LU, SE Intrekking van de buitensporigtekortprocedure || HU, IT, LT, LV, RO Lopende buitensporigtekortprocedures met 2013 als termijn || AT, DK, CZ, SK Lopende buitensporigtekortprocedures met 2015 of 2016 als termijn || EL, IE, CY, UK Voorgestelde verlenging van de termijnen om de begrotingsdoelstellingen te bereiken, met 2014, 2015 of 2016 als nieuwe termijn || ES, FR, NL, PL, SI, PT Eerste stap naar de inleiding van een buitensporigtekortprocedure || MT Ontoereikende maatregelen om het buitensporige tekort in 2012 te corrigeren – aanscherping van de buitensporigtekortprocedure || BE Dank zij op EU-niveau genomen maatregelen en
de inspanningen van een aantal lidstaten is de rente op overheidsschuld gedaald
en zijn verscheidene landen die aanvankelijk met onhoudbaar hoge
herfinancieringskosten werden geconfronteerd, thans in staat hun schuld tegen
een veel lager tarief te financieren dan een jaar geleden. Gezien hun reeds
hoge schuldniveaus en de kosten in verband met de vergrijzing blijft hun
budgettaire en financiële situatie echter kwetsbaar. Onder deze omstandigheden hebben sommige
lidstaten meer tijd gekregen om de overeengekomen doelstellingen te bereiken.
Daarmee worden zij in staat gesteld hun overheidsfinanciën met grotere
voortvarendheid op orde te brengen en hoognodige hervormingen door te voeren.
De hervormingsinspanningen moeten worden geïntensiveerd om de vereiste resultaten
binnen de nieuwe termijnen te bereiken, en buitensporige tekorten moeten worden
gecorrigeerd. De Commissie zal de situatie nauwgezet volgen en gebruik maken
van de versterkte regelingen op het gebied van budgettaire governance voor de
landen van de eurozone. De begrotingsinstanties dienen zowel op nationaal als
op subnationaal niveau te worden versterkt door de tenuitvoerlegging van
geloofwaardige en doeltreffende begrotingskaders voor de middellange termijn. De aard van de begrotingsconsolidatie is eveneens
van belang. In veel gevallen is de belasting verhoogd in plaats van de uitgaven
te beperken. Dit is over het algemeen nadeliger voor de groei dan de
tegengestelde aanpak, met name in landen waar de belastingen al hoog zijn. De
Commissie beveelt aan de begrotingsaanpassingen op meer groeivriendelijke wijze
door te voeren, middels maatregelen die zowel gericht zijn op de inkomsten- als
op de uitgavenzijde van de nationale begroting. Wat de inkomsten betreft vormt de structuur
van het belastingstelsel, en met name de verschuiving van de belastinggrondslag
van arbeid naar andere bronnen, een cruciaal aspect van de lopende
hervormingen. Voor veel lidstaten geldt als prioriteit dat de belasting op
arbeid wordt beperkt ten einde de prikkel om te gaan werken te versterken en de
relatief hoge arbeidskosten terug te dringen, met name voor laagopgeleide
werknemers (zie Box 2). Uiteraard moeten deze hoognodige hervormingen
financieel worden gecompenseerd met inkomsten uit andere bronnen. Een verhoging
van de terugkerende onroerendgoedbelasting stuit in verscheidene lidstaten op
politieke bezwaren, maar deze kan zodanig worden opgezet dat zij een effectief
en rechtvaardig instrument vormt om overheidsinkomsten te genereren. Een andere
mogelijkheid is de verschuiving naar milieubelastingen, bijvoorbeeld door de
bronnen van vervuiling en van de uitstoot van broeikasgassen te belasten. Deze
belasting kan een stimulans vormen voor de ontwikkeling van nieuwe
technologieën en daarnaast een efficiënt gebruik van hulpbronnen en de
schepping van "groene" banen bevorderen, maar de gevolgen van hoge
energieprijzen voor huishoudens en voor het concurrentievermogen, en ook voor
energie‑intensieve bedrijven, moeten daarbij wel in de gaten worden
gehouden zodat toekomstige besluiten op basis van deugdelijke informatie kunnen
worden genomen. De efficiëntie en billijkheid van
belastingstelsels kunnen worden verhoogd door de bestaande belastinggrondslagen
te verruimen. De meeste belastingstelsels omvatten vrijstellingen, toeslagen,
verlaagde tarieven en andere specifieke regelingen die
"belastinguitgaven" worden genoemd. Deze zijn niet altijd
gerechtvaardigd en kunnen een inefficiënt middel zijn om de ermee beoogde
sociale, ecologische of economische doelstellingen te bereiken. Zij kunnen ook
leiden tot een gedifferentieerde fiscale behandeling van belastingbetalers die
niet altijd terecht is en derhalve ten koste gaat van de billijkheid van het
stelsel. Verder kunnen zij manipulatie in de hand werken, het stelsel
ingewikkelder maken en tot hogere nalevings- en administratiekosten leiden. In
verscheidene lidstaten zijn de belastingen verhoogd, maar de Commissie is van
oordeel dat meer had kunnen worden gedaan om de belastinguitgaven en
–vrijstellingen, waaronder ook belastingsubsidies die schadelijk zijn voor het
milieu en de economie, te beperken. Zo wordt bijvoorbeeld slechts de helft van het
bedrag dat bij een volledige toepassing van het normale btw-tarief zou worden
gegenereerd, daadwerkelijk geïnd (grafiek 1). Het
verschil geeft de omvang weer van belastingverlagingen, mazen in de wetgeving,
gebrekkige naleving en in sommige gevallen een slechte belastingadministratie,
die de doeltreffendheid van het btw‑stelsel aantasten. Grafiek 1. Feitelijke btw-inkomsten in 2011 (%
van de theoretische inkomsten bij toepassing van het normale tarief)
Bron: Europese Commissie. Onder
btw-inkomstenratio wordt verstaan de daadwerkelijk geïnde btw-inkomsten gedeeld
door het product van het normale btw-tarief en de netto binnenlandse finale
consumptie. De hoge waarde voor Luxemburg valt te verklaren door de hoge
btw-inkomsten uit verkopen aan niet-ingezetenen. Maatregelen om de naleving van de
belastingwetgeving te verbeteren en belastingfraude te bestrijden zijn cruciaal
voor een grotere doeltreffendheid en rechtvaardigheid van het belastingstelsel[2]. In dit verband kunnen
maatregelen op nationaal, Europees en mondiaal niveau de belastingstelsels
wederzijds versterken. De Commissie is vastbesloten om, met alle middelen die
haar ter beschikking staan, de bestrijding van belastingfraude en –ontduiking
te intensiveren, en zij verzoekt de lidstaten om, in samenwerking met andere
lidstaten, maatregelen op nationaal niveau en op het niveau van de EU te nemen. Box 2. Voorbeelden van recente maatregelen om de belastingen
naar groeivriendelijker grondslagen te verschuiven BE heeft een
aantal maatregelen genomen om de socialezekerheidsbijdragen voor kmo's en
bepaalde categorieën werknemers te verlagen. Er is een "werkbonus"
voor laagbetaalden ingevoerd, welke is versterkt door een verlaging van de
socialezekerheidsbijdragen van werknemers en een personenbelastingkrediet. DK
voert een geleidelijke verlaging van de belasting op arbeid door om de
werkgelegenheid en de groei te stimuleren. HU heeft de socialezekerheidsbijdragen
voor bepaalde doelgroepen verlaagd. FI heeft de basistoeslagen verhoogd om de
belasting op de lage inkomens te verlichten. CZ en EE hebben algemene
verlagingen van de belasting op arbeid gepland. Wat de uitgaven betreft is de Commissie van
oordeel dat prioriteit moet worden verleend aan overheidsinvesteringen in
onderzoek, innovatie en menselijk kapitaal, onder meer door de
kosteneffectiviteit van de uitgaven te verbeteren. Er is reden tot bezorgdheid
in bepaalde lidstaten, waar de investeringen in onderwijs laag zijn of afnemen
(bijvoorbeeld BG, EL, IT, SK en RO). Verder kunnen de reikwijdte en
doeltreffendheid van diensten op het gebied van arbeidsbemiddeling en actieve
beleidsmaatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt, zoals opleidingen voor werklozen
en garantieregelingen voor jongeren, worden gehandhaafd of verbeterd, en kan
ook de kosteneffectiviteit van de overheidsuitgaven op veel gebieden, zoals
gezondheidszorg en langdurige zorg, worden verhoogd. De vergrijzing van de bevolking stelt de houdbaarheid
van de overheidsfinanciën op de proef gezien de potentiële stijging van de
kosten voor gezondheidszorg en door de overheid gefinancierde pensioenen. Om de
lidstaten te helpen dit probleem onverwijld bij de horens te vatten heeft de
Commissie aanbevolen de minimum wettelijke pensioenleeftijd in lijn met de
stijging van de levensverwachting te verhogen en vervroegd-pensioenregelingen
geleidelijk af te schaffen, naast maatregelen waarmee "een leven lang
leren" en de participatiegraad van oudere werknemers worden ondersteund.
Tabel 1 bevat een samenvatting van onlangs doorgevoerde en aangekondigde
wijzigingen van de wettelijke pensioenleeftijd per lidstaat. Tabel 1. Wettelijke pensioenleeftijd* in de EU || Wettelijke pensioenleeftijd in 2009 || Wettelijke pensioenleeftijd in 2020 || Verdere verhogingen na 2020 || || || Wettelijke pensioenleeftijd in 2009 || Wettelijke pensioenleeftijd in 2020 || Verdere verhogingen na 2020 V = vrouwen (indien verschillend) || V = vrouwen (indien verschillend || || || V = vrouwen (indien verschillend) || V = vrouwen (indien verschillend BE || 65 || || 65 || || || CY || 65 || || 65+ (3) || || BG || 63 || V: 60 || 65 || V: 63 || || LV || 62 || || 63j9m || || 65 in 2025 CZ || 62 V: 56j8m (1) || 63.8 V: 60j6m (1) || 67+ (2) in 2044 || LT || 62j6m || V: 60 || 64 || V: 63 || 65 in 2026 DK || 65 || || 66 || || 67+ (3) || LU || 65 || || 65 || || DE || 65 || || 65,7 || || 67 in 2029 || HU || 62 || || 64 || || 65 in 2022 EE || 63 || V: 61 || 64 || || 65 in 2026 || MT || 61 || V: 60 || 63 || || 65 in 2026 IE || 66 || || 66 || || 68 in 2028 || NL || 65 || || 66j8m || || 67+ (3) EL || 65 || V: 60 || 67 || || 67+ (3) || AT || 65 || V: 60 || 65 || V: 60 || 65 in 2033 ES || 65 || || 66j4m || || 67+ (3) || PL || 65 || V: 60 || 67 || V: 62 || 67 in 2040 FR || 60(1) || || 62 (1) || || || PT || 65 || || 65 || || IT || 65j4m V: 60j4m || 66j11m || 67+ (3) || RO || 63j4m || V: 58j4m || 65 || V: 61 || 65 / 63 (V) in 2030 Bron: Europese Commissie * Leeftijd waarop mensen voor het eerst een volledige uitkering kunnen ontvangen zonder actuariële verlaging voor vervroegde uittreding. Informatie gebaseerd op wetgeving per 30 april 2013. (1) Minimumleeftijd, variërend op grond van voorwaarden als het aantal grootgebrachte kinderen of het bereiken van het minimale verzekeringstijdvak voor een pensioen. (2) Wordt jaarlijks met twee maanden verhoogd tot verdere wijzigingen. (3) Toekomstige aanpassing aan stijgingen van de levensverwachting. (4) Flexibele pensioenleeftijd gekoppeld aan uitkeringsniveau. || SI || 63 || V: 61 || 65 || || SK || 62 V: 57j6m (1) || 62+ (3) || || 62+ (3) || SK FI || 63-68 (4) || 63-68 (4) || || FI || 63-68 (4) SE || 61-67 (4) || 61-67 (4) || || SE UK || 65 || V: 60 || 66 Wat de gezondheidszorg en langdurige zorg
betreft is het zaak de behoefte aan universele zorg in evenwicht te brengen met
een stijging van de vraag als gevolg van een vergrijzende bevolking,
technologische ontwikkelingen en hogere verwachtingen van patiënten in alle
leeftijdsgroepen. Ruim 70 % van de verwachte stijging van de
leeftijdsgebonden uitgaven betreft de gezondheidszorg en de langdurige zorg.
Hervormingen zijn noodzakelijk om tot een efficiënter gebruik van de beperkte
overheidsmiddelen te komen en toegang tot kwaliteitszorg te bieden. De kredietverstrekking aan de economie
normaliseren De leningsvoorwaarden zijn, met name in de
landen waarvan de financiën onder druk staan, nog steeds strikt en het
kredietaanbod is beperkt, ondanks de massale steunverlening van regeringswege
en het accomoderende monetaire beleid van de ECB. De situatie is met name
verslechterd in Griekenland, Ierland, Portugal en Slovenië, maar ook in Frankrijk,
Italië en het Verenigd Koninkrijk. Alleen in Duitsland melden kmo’s dat de
beschikbaarheid van bankleningen duidelijk verbetert. De zorgen van
investeerders over het zwakke economische en financiële klimaat hebben hun
weerslag op de kredietverlening aan kmo’s in een aantal landen. Bovendien is
het herstel van het bankenstelsel nog niet volledig. Met het oog op de
normalisering van de kredietverschaffing aan de meest productieve onderdelen
van de economie heeft het saneren van bankbalansen in verschillende lidstaten
nog steeds prioriteit. Renteverschil tussen kleine en grote leningen aan niet-financiële vennootschappen
Grafiek 2. Krediet
blijft krap en de kredietmarkten zijn gefragmenteerd Kredietvoorwaarden in de eurozone ECB-enquête inzake bancaire kredietverlening Gelet op de eerdere onhoudbare openbare en
particuliere schuldenlast is de huidige correctie in de financiële sector
onvermijdelijk. Deze aanpassing moet echter niet verder gaan dan nodig is en
mag evenmin worden verergerd door slecht functioneren van gefragmenteerde
markten. Daarom moet de bankensector worden versterkt door middel van
overheidsbeleid dat erop gericht is obstakels voor de financiering van
ondernemingen en voor investeringen in infrastructuur weg te nemen. Het accent is verlegd van het aantrekken van
kapitaal naar het verhelpen van risico’s in de bankensector. Om het vertrouwen
in de banken in de EU te herstellen, moet de kwaliteit van de activa in de hele
EU op geharmoniseerde wijze worden beoordeeld en dient duidelijkheid te worden
verschaft over de activa en passiva van de banken. Zo kunnen resterende
risico’s worden vastgesteld en kan het vertrouwen in de sector als geheel
worden gesterkt. De totstandbrenging van een Europese
bankenunie, met één toezichthouder en één afwikkelingsmechanisme, is van groot
belang voor het afronden van de reorganisatie van de financiële sector en het
normaliseren van de kredietverschaffing. De herkapitalisatie van banken die
daaraan behoefte hebben, dient snel te worden afgerond, zodat het nieuwe enkele
toezichtmechanisme volledig operationeel kan worden en vervolgens kan worden
aangevuld met één enkel afwikkelingsmechanisme. Het ontwikkelen van alternatieve
financieringsbronnen voor de economie, die minder afhankelijk zijn van bancaire
financiering, moet prioriteit genieten. Er zijn aanwijzingen dat het
bedrijfsleven zich voor financiering geleidelijk aan meer op de kapitaalmarkt
richt, maar die trend is te zwak om in de nabije toekomst effect te sorteren.
Bovendien hebben kmo’s vaak geen rechtstreekse toegang tot
kapitaalmarktfinanciering. Initiatieven waarover inmiddels een akkoord is
bereikt, zoals nieuwe EU-kaders voor investeringen in durfkapitaal en in
sociaalondernemerschapsfondsen, moeten verlichting bieden. Ook is de
kapitaalinbreng van de EIB uitgebreid met 10 miljard EUR, hetgeen zou moeten
helpen om in de hele EU tot 180 miljard EUR aan extra investeringen te
ontsluiten. Dankzij deze extra financiering zal er beduidend meer kunnen worden
geleend aan kmo’s. Daarbij dient naar een brede geografische en sectorale
spreiding te worden gestreefd. De EIB moet de kredietverlening dringend
opvoeren, met name aan kmo’s. Op nationaal en EU-niveau dient nog een aantal
maatregelen te worden voorbereid om de toegang van kmo’s tot bancaire en
niet-bancaire financiering te vergemakkelijken. Daarbij moet worden gedacht aan
een beter kader voor durfkapitaal, speciale markten voor kmo's en gepoolde
kmo’s, nieuwe securitisatie-instrumenten voor kmo's, standaarden voor
kredietscorebeoordelingen van kmo's, en niet-traditionele financieringsbronnen
zoals leasing, aanbodketenfinanciering en crowdfunding. In het Europese pact voor groei en banen van
juni 2012 is het belang van investeringen in infrastructuur benadrukt en is
gewezen op de rol die de EU-Structuurfondsen en de EIB daarbij kunnen spelen.
Het in november 2012 gestarte initiatief inzake projectobligaties moet ertoe
bijdragen dat voor de financiering van infrastructuur in Europa weer een beroep
kan worden gedaan op schuldkapitaalmarkten. Het initiatief moet nu worden
uitgebreid en naast andere schuldinstrumenten worden ontwikkeld in het kader
van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen (2014-2020). In maart
2013 bracht de Commissie ook een groenboek over langetermijnfinanciering uit[3], dat belanghebbenden uitnodigt
om zich uit te spreken over de wijze waarop de financiering van de reële
economie kan worden verbeterd en obstakels voor langetermijninvesteringen
kunnen worden weggenomen. Tekstvak 3. Voorbeelden van recente
maatregelen om bedrijven betere toegang tot financiering te bieden Om de moeizame kredietverstrekking vlot te
trekken heeft DK onder meer een nationaal investeringsfonds (Danish Growth
Capital) en een ontwikkelings- en kredietpakket gecreëerd. Ook geldt er
gedurende de periode 2013-2015 een kredietgarantieregeling voor kleine
bankleningen. De Estse regering steunt het financieren van bedrijven door
middel van KredEx, Enterprise Estonia en het Estse Ontwikkelingsfonds. Polen
heeft een nieuwe kmo-garantie gesteld en een nieuw overkoepelend groeifonds
gecreëerd met middelen van het Europees Investeringsfonds en BGK om
investeringen in durfkapitaal, private equity en mezzaninefinanciering te
stimuleren. In Italië is het gebruik van niet-bancaire financiering onder meer
gestimuleerd door middel van een aftrek voor het eigen vermogen van een
onderneming, de instelling van een fonds voor duurzame groei en de invoering
van crowdfunding voor innovatieve starters. Het Verenigd Koninkrijk heeft een
regeling (Funding for Lending Scheme) ingevoerd op grond waarvan banken
goedkoper kunnen lenen bij de Bank of England, mits zij een deel van het geld
gebruiken voor leningen aan het bedrijfsleven. De EU-Structuurfondsen en het
optreden van de EIB ondersteunen verscheidene van deze regelingen. Lidstaten als Zweden, Nederland en het
Verenigd Koninkrijk moeten de hand houden aan de particuliere schuldenlast en
de kwetsbaarheid van huishoudens bij mogelijke verschuivingen op de
vastgoedmarkt[4].
Hiertoe is al een aantal maatregelen genomen, zowel op het gebied van
regelgeving als tot beperking van de fiscale prikkels om schulden aan te gaan,
zoals hypotheekrenteaftrek. Maatregelen om onevenwichtigheden aan te pakken die
het gevolg zijn van een grote schuldenlast van de huishoudens en hoge
huizenprijzen hebben ook het voordeel dat zij de impact van riskante leningen
beperken. De lidstaten moeten ook de vennootschapsbelastingsystemen aanpassen;
momenteel bevoordelen de meeste ervan het aangaan van schulden. Groei en concurrentievermogen
bevorderen, nu en voor de toekomst Tal
van lidstaten hebben te maken met teruglopende publieke en particuliere
investeringen[5]
en een stijgende spaarquote, doordat ondernemingen en huishoudens het huidige
schuldenpeil willen verlagen en/of hun activa willen uitbreiden. Dat is
weliswaar nodig op het niveau van afzonderlijke ondernemingen en huishoudens,
maar zorgt er in de regel ook voor dat de totale vraag afneemt. Om de negatieve
gevolgen voor de groei te beperken en het groeipotentieel op de lange termijn
te bevorderen is een breed hervormingspakket voor de product- en arbeidsmarkten
vereist. Voor
een geslaagd en blijvend herstel moet voorrang worden gegeven aan groei en
dient het concurrentievermogen weer op peil te worden gebracht. De recente
exportprestaties van Ierland, Spanje en Portugal wijzen uit dat aanpassingen
ter verbetering van het concurrentievermogen, op het gebied van kosten of niet,
al op korte termijn vrucht afwerpen. Lidstaten
met een tekort moeten hun bestedingen bijsturen en verleggen van sectoren met niet-verhandelbare
goederen (zoals woningbouw) naar sectoren met verhandelbare goederen. Zij
moeten de concurrentie over de hele linie bevorderen door de openstelling van
zowel verhandelbare als niet-verhandelbare diensten, zoals netwerkdiensten.
Lidstaten met een overschot kunnen en moeten de binnenlandse vraag stimuleren,
bijvoorbeeld door de hoge fiscale en sociale lasten voor laagbetaalden te verlagen.
De recente loonontwikkeling en veerkrachtige arbeidsmarkt in overschotlanden
zullen de binnenlandse vraag helpen stimuleren en kunnen ook elders in de EU
positief doorwerken. De betrokken lidstaten zouden meer kunnen doen om hun
dienstensector open te stellen door onterechte beperkingen en barrières voor
markttoegang te verhelpen, meer te investeren en diensten betaalbaarder te
maken voor lagere inkomens. In
het recente verleden heeft het concurrentievermogen van een aantal lidstaten te
lijden gehad van loonsverhogingen die boven de productiviteitstrends lagen. De
Commissie had deze lidstaten aanbevolen om de loonvormingsmechanismen bij te
stellen om ervoor te zorgen dat de lonen gelijke tred houden met de
productiviteit. Inmiddels zijn er stappen genomen in deze richting. Een aantal
lidstaten heeft wetgevingshervormingen ondernomen of stimulansen ingevoerd om
loonontwikkeling en productiviteit te koppelen. In andere lidstaten zijn de
loonindexeringssystemen gedeeltelijk hervormd of is de toepassing ervan bevroren,
maar ontbreken vooralsnog de structurele hervormingen die nodig zijn om
loonontwikkeling permanent te koppelen aan productiviteit. Hoewel de
landspecifieke aanbevelingen voor 2013 zijn gehandhaafd, zijn zij wel
geherformuleerd om rekening te houden met de wijzingen die worden ingevoerd. Het is duidelijk dat Europa zijn inspanningen
op het gebied van innovatie moet opvoeren en zijn productiepatroon moet
verschuiven naar activiteiten met een hoge toegevoegde waarde. Volgens het
meest recente Innovatie-Uniescorebord van de Commissie gaapt er nog steeds een
forse kloof tussen de lidstaten die wat betreft innovatie het zwakst presteren
(BG, RO, LV, PL) en zij die dat het beste doen (SE, DE, DK, FI). Hierdoor
blijft de EU als geheel achter bij enkele van haar belangrijkste concurrenten. Zwakke productiviteit is gedeeltelijk te
wijten aan beperkte concurrentie op de product- en dienstenmarkten, maar ook
aan povere prestaties op het gebied van onderwijs en onderzoek, en aan
onvermogen om onderzoeksresultaten om te zetten in commerciële goederen en
diensten. Rechtstreekse subsidies maken een belangrijk deel uit van de
overheidsfinanciering van particuliere O&O. Er moeten alternatieve
maatregelen worden ontwikkeld om het innovatievermogen te ondersteunen, zoals
fiscale prikkels ter bevordering van particuliere financiering en strategisch
gebruik van openbare aanbestedingen. Het grote economische en banenpotentieel van
de dienstensector blijft onaangeboord. Het bbp van de EU zou volgens een raming
van de Commissie tussen 0,8% en 2,6% kunnen stijgen als de lidstaten
overeenkomstig de dienstenrichtlijn een einde zouden maken aan beperkingen die
gelden voor het verrichten van diensten. In het meest ambitieuze scenario zou
de grootste winst worden behaald in CY, ES, UK, LU, NL, DK, AT, SE en FR[6]. Het verdient aanbeveling om de
concurrentie in de dienstensector te verbeteren door middel van concrete
maatregelen die een einde maken aan barrières in de detailhandel en aan
buitensporige beperkingen met betrekking tot professionele diensten en
gereglementeerde beroepen in het bijzonder. De volledige uitvoering van de
EU-dienstenrichtlijn kan een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van
grensoverschrijdende diensten en de productiviteit op de binnenlandse markten
bevorderen. Meer
algemeen heeft het verbeteren van het ondernemingsklimaat prioriteit. Inmiddels
zijn verschillende positieve stappen ondernomen (zie tekstvak 4). Een aantal
van deze goede praktijken verdient bredere navolging. Tekstvak 4. Voorbeelden van maatregelen die
zijn genomen om economische activiteiten in de dienstensector te ontwikkelen Sinds de inwerkingtreding van de
dienstenrichtlijn is de regelgeving met voorschriften inzake de bedrijfsvorm of
vereisten inzake de eigendomsstructuur versoepeld in Polen, Duitsland,
Frankrijk, Cyprus en Italië. In Italië en Frankrijk is voor een aantal diensten
geen voorafgaande toestemming meer nodig om een een onderneming op te zetten.
Wat betreft de detailhandel hoeft in Spanje en Duitsland voor het openen van
bepaalde vestigingen geen onderzoek naar de economische behoefte meer te worden
uitgevoerd. Malta heeft ook de verplichte tarieven voor gereglementeerde
beroepen afgeschaft, zodat bedrijven hun eigen prijzen kunnen bepalen. Er is een faciliterend ondernemingsklimaat nodig dat de oprichting van
nieuwe ondernemingen aanmoedigt en bestaande bedrijven in staat stelt door te
groeien en investeringen aan te trekken. Hoewel het ondernemingsklimaat de
laatste vijf jaar in bepaalde opzichten is verbeterd, zijn er nog steeds grote
verschillen tussen de lidstaten. Spanje heeft een ambitieus plan om de
administratieve lasten te verminderen; als het wetsontwerp inzake de eenheid
van de markt volgens voorstel wordt uitgevoerd, zou het bbp in het eerste jaar
met 1,28% kunnen toenemen. Frankrijk heeft een omvangrijk vereenvoudigingsplan
aangekondigd en in Portugal en Litouwen is aanzienlijke vooruitgang geboekt op
het gebied van elektronische aanbesteding. De kwaliteit, dekking en betaalbaarheid van netwerkindustrieën zijn van
essentieel belang voor het concurrentievermogen van de economie. Verscheidene
aanbevelingen betreffen de ontwikkeling van breedband, het verbeteren van de
werking van de energiemarkt en verbeteringen in de vervoersector (spoorwegen,
luchthavens, havens, wegvervoer). De ontwikkeling of renovatie van grote
infrastructuurwerken moet, overeenkomstig de EU-prioriteiten, een belangrijke
bron van activiteiten blijven. De spoorwegmarkt is het meest open in
Denemarken, Zweden en het VK; in elk van deze lidstaten is het marktaandeel van
het spoor gegroeid. Het banenpotentieel van de groene economie wordt nog niet ten volle
benut. Efficiënt gebruik van hulpbronnen is verstandig uit economisch en
ecologisch oogpunt en vormt een integraal aspect van ons toekomstige concurrentievermogen.
De lidstaten zouden hier in het kader van een duurzamer modernisering van de
productiemethoden meer in moeten investeren. De maatregelen inzake
energie-efficiëntie lopen achter, terwijl zij zowel voor banen zorgen als
bedrijven en huishoudens geld besparen[7].
Overeenkomstig de verplichtingen van de EU blijft de beperking van de CO2-uitstoot,
met name van de vervoer- en bouwsector, een duidelijke prioriteit. Er moet
gebruik worden gemaakt van het potentieel van de afvalbeheer- en recyclingsector.
Volledige tenuitvoerlegging van de afvalwetgeving van de EU zou naar schatting
jaarlijks 72 miljard EUR besparen, de jaaromzet van de sector met 42
miljard EUR vermeerderen en tegen 2020 voor meer dan 400 000 banen zorgen[8]. Werkloosheid en de sociale gevolgen van
de crisis aanpakken De
crisis heeft zowel voor de werkgelegenheid als in maatschappelijk opzicht
ernstige en langdurige gevolgen. De socialebeschermingsstelsels hebben geholpen
de ergste sociale gevolgen van de crisis te verzachten. Nu de crisis aanhoudt,
komen enkele van deze stelsels echter onder druk te staan. Zoals blijkt uit
tabel 2, nemen de verschillen tussen de lidstaten toe. In een aantal lidstaten
is de werkloosheid sterk toegenomen. De totale werkloosheidscijfers zijn
bijzonder hoog. Met name de jeugdwerkloosheid (gemiddeld 23,5%, maar in ES en
EL respectievelijk 55,9% en 62,5%) en het steeds grotere percentage langdurig
werklozen (toename van 4,1% van de beroepsbevolking in 2011 tot 4,6% in 2012)
zijn bijzonder zorgwekkend. Een
aantal lidstaten heeft op het gebied van werkgelegenheid echter sterke
prestaties geleverd. Oostenrijk heeft het laagste werkloosheidspercentage in de
EU: 4,7% in maart 2013. De totale participatiegraad is licht toegenomen en
bedraagt nu meer dan 75%. In Duitsland is de werkloosheid in slechts enkele
jaren gedaald van 8% tot 5,4%. In het VK is het totale werkloosheidspercentage
gedaald van 8,2% in 2011 tot 7,7% in februari 2013. In
verscheidene lidstaten zijn, al dan niet in overleg met de sociale partners,
grote arbeidsmarkthervormingen ingevoerd om de veerkracht van de arbeidsmarkt
te vergroten door de interne en externe flexibiliteit te bevorderen, de
segmentatie te verminderen en het gemakkelijker te maken van baan te
veranderen. Dit is met name het geval in programmalanden. Dergelijke
hervormingen moeten geleidelijk aan vrucht afwerpen. Bij deze hervormingen moet
er rekening mee worden gehouden dat er rechten moeten worden opgebouwd voor de
toekomst en dat de inzetbaarheid van werknemers moet worden gewaarborgd. Gelet
op de demografische situatie in de EU moeten hervormingen er ook op gericht
zijn de arbeidsparticipatie van vrouwen en oudere werknemers te vergroten.
Daarom moet worden gewaarborgd dat de belasting- en uitkeringsstelsels ertoe
aanzetten weer aan het werk te gaan en te blijven werken. In dat kader is het
van belang de voor- en vroegschoolse educatie (meestal aangeduid als
kinderopvang) te ontwikkelen, kinderarmoede aan te pakken en voortijdige
schooluitval te voorkomen. De kwaliteit, de betaalbaarheid en de
toegankelijkheid van de betrokken diensten zijn daarbij essentieel. Het
stijgend aantal werklozen stelt de capaciteit van de openbare
arbeidsbemiddelingsbureaus op de korte termijn zwaar op de proef. In meerdere
landen is behoefte aan doeltreffender hulp bij het zoeken naar werk en aan
opleidingsmogelijkheden, waaronder ondersteuning van mobiliteitsregelingen.
Alles wijst erop dat gepersonaliseerde ondersteuning tot betere resultaten
leidt. Toch werkt een aantal landen waar de werkloosheid het hoogst is, er niet
of niet snel genoeg aan om deze aanpak toe te passen. Nu de openbare
arbeidsbemiddelingsbureaus zich voor een steeds grotere taak gesteld zien,
moeten zij doeltreffender te werk gaan en nauwer samenwerken. Het
in het Verdrag verankerde grondrecht van vrij verkeer vergroot de
arbeidskansen. Arbeidsmobiliteit is één van de mogelijkheden om de discrepantie
tussen vaardigheden en banen aan te pakken. Arbeidsmobiliteit vormt ook een
aanpassingsmechanisme in de EMU. De Commissie zal het Europees netwerk van
werkgelegenheidsdiensten (Eures) verder uitbouwen. Daarbij zullen zijn
activiteiten worden opgevoerd en verbreed, bijvoorbeeld door de jeugdmobiliteit
te bevorderen. Tabel 2: Werkloosheidspercentages en aantal
werklozen, algemeen en onder jongeren (<25) – maart 2013* * Maart 2013 of de
meest recente gegevens. Bron: Europese
Commissie Ook moet grondiger worden onderzocht hoe het
onderwijs- en opleidingsaanbod transparanter en doeltreffender kan worden
opgezet, hoe vaardigheden en beschikbare banen beter op elkaar kunnen worden
afgestemd en hoe de synergieën tussen de verschillende aanbieders van
opleidingen kunnen worden versterkt. In een aantal lidstaten is het aandeel
voortijdige schoolverlaters met name onder kansarme groepen en mensen met een
migrantenachtergrond nog steeds onaanvaardbaar hoog en de mogelijkheden om een
leven lang te leren zijn niet optimaal. Het percentage voortijdige
schoolverlaters ligt in MT, ES, PT, IT, RO en UK[9]
hoger dan het EU-gemiddelde, terwijl in BG, RO, EL, HU en SK de participatie
aan initiatieven voor een leven lang leren het laagst is[10]. Deze problemen bestonden al
voor de crisis, maar zijn nijpender geworden door de brede economische
aanpassingen die gaande zijn en het perspectief een langere loopbaan. Ook het feit
dat er in tal van regio’s en sectoren sprake is van knelpuntberoepen en
gebrekkige afstemming tussen vaardigheden en banen duidt erop dat bepaalde
onderwijs- en opleidingsstelsels ontoereikend zijn. Verscheidene lidstaten hebben hervormingen van
hun stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding in gang gezet om de
vaardigheden en competenties van jongeren af te stemmen op de behoeften van de
arbeidsmarkt. Een aantal lidstaten heeft de grondslag gelegd voor hoogwaardige
stages en goede beroepsopleidingen in het leerlingwezen (EL, ES, IT, LV, PT,
SK), hoewel het proces nog zeer pril is en alleen kans van slagen heeft als de
sociale partners er nauw bij worden betrokken. Andere lidstaten hebben
hervormingen in gang gezet om hun hogeronderwijsstelsel doeltreffender te
maken, teneinde de schooluitval terug te dringen en het hoger onderwijs beter
af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt (AT, IT, PL). Om deze doelen
te verwezenlijken wordt overigens steeds vaker gebruikgemaakt van innovatieve,
prestatiegerelateerde financieringsmodellen (CZ, HU, SK, UK). Vooral jongeren worden hard getroffen door de
stijging van de werkloosheid. Op EU-niveau zijn belangrijke initiatieven
genomen ter ondersteuning van nationale en regionale strategieën (tekstvak 5). Tekstvak 5. Uitvoering van de Europese
Jeugdgarantie Op voorstel van de Commissie hebben de
lidstaten besloten om een jeugdgarantieregeling in te voeren. Deze regeling
houdt in dat jongeren onder de 25 jaar binnen vier maanden nadat zij het gewone
onderwijs verlaten of werkloos worden, een goed aanbod krijgen in de vorm van
een arbeidsplaats, een vervolgopleiding, een plaats in het leerlingwezen of een
stage. Finland heeft een garantie ingevoerd waarbij
elke jongere onder de 25 jaar (30 jaar voor pas afgestudeerden) binnen drie
maanden nadat zij werkloos worden, een baan, stage, opleiding op de werkplek,
studie, seminar of cursus re-integratie in de arbeidsmarkt krijgt aangeboden.
In Oostenrijk is er voor jongeren tussen 19 en 24 een werk- en opleidingsgarantie.
Werkloze jongeren wordt binnen zes maanden nadat zij zich inschrijven bij de
openbare dienst voor arbeidsbemiddeling een al dan niet gesubsidieerde baan of
een gerichte opleiding aangeboden. In Zweden worden jonge werklozen
gestimuleerd door hen eerst drie maanden intensief te begeleiden bij het zoeken
van werk en vervolgens actief voor afstemming te zorgen, in combinatie met een
stage of vervolgonderwijs. De Europese Raad heeft zijn goedkeuring
gehecht aan het voorstel van de Commissie voor een jongerenwerkgelegenheidsinitiatief.
In het kader van dit initiatief wordt gedurende het volgende meerjarig
financieel kader (2014-2020) in regio’s met een jeugdwerkloosheid van meer dan 25%
6 miljard EUR beschikbaar gesteld voor de ondersteuning van jongeren die
geen baan hebben en geen onderwijs genieten of opleiding volgen. Dit initiatief
kan een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de Europese Jeugdgarantie.
De crisis heeft ernstige sociale gevolgen,
waaronder toenemende armoede in verscheidene lidstaten. Een aantal lidstaten
voert zijn inspanningen om armoede en sociale uitsluiting aan te pakken op,
maar er moet meer gebeuren om de sociale vangnetten te versterken en de
adequaatheid en kostenefficiëntie van uitkeringen te verbeteren, bijvoorbeeld
door doelgerichtere toepassing, administratieve vereenvoudiging en betere
benutting van rechten. Langdurig werklozen moeten worden geholpen om de
arbeidsmarkt weer op te gaan. Daarbij is van het essentieel belang sociale
bijstand en activeringsmaatregelen beter op elkaar af te stemmen. Het overheidsapparaat moderniseren De crisis heeft uitgewezen dat bestuurlijke gebreken afbreuk kunnen
doen aan de slagkracht van de lidstaten bij de uitvoering van modern economisch
en sociaal hervormingsbeleid. Dat het overheidsapparaat van de lidstaten toe is
aan modernisering blijkt wel hieruit dat bepaalde openbare diensten voor
arbeidsbemiddeling moeten worden gereorganiseerd, dat het ontbreekt aan
economisch-analytische capaciteit om structurele hervormingen te ontwikkelen en
uit te voeren, en dat het beheer en de geringe absorptie van de
EU-Structuurfondsen moeten worden verbeterd. Voor de modernisering van het overheidsapparaat moeten de strategische
opzet en uitvoering worden verbeterd: ministeries en nationale, regionale en
lokale overheden moeten ervoor zorgen dat zij beter in staat zijn om de
belangrijkste problemen te inventariseren, de voornaamste prioriteiten voor de
aanpak van die problemen vast te stellen, de economische, sociale en
milieu-impact van maatregels te beoordelen en passende actieplannen met
duidelijke mijlpalen op te zetten. Daarbij is een geïntegreerde aanpak
cruciaal: om een wildgroei aan strategieën voor de hervorming van het
overheidsapparaat te voorkomen, moet de ontwikkeling en uitvoering van dergelijke
strategieën in alle diensten strak worden gecoördineerd. Een modern overheidsapparaat is van groot belang voor de opzet en
uitvoering van beleid dat werkgelegenheid, groei en concurrentievermogen
bevordert. Voor de ontwikkeling van een kmo-vriendelijk klimaat moet
bijvoorbeeld de administratieve belasting in verband met de oprichting van
nieuwe bedrijven worden beperkt; ook is een administratief kader nodig dat
innovatie bevordert. Hiervoor moet de overheid haar administratieve capaciteit
opvoeren en is ondersteuning van onlinediensten en moderne
informatie-infrastructuren geboden. Het is belangrijk dat de overheid over capabel personeel beschikt,
zeker wanneer in tijden van crisis de druk op de openbare financiën toeneemt.
Het gaat er niet alleen om goed personeel aan te trekken, maar ook om het vast
te houden door te waarborgen dat werken bij de overheid attractief blijft. Dit
vereist in de allereerste plaats een deugdelijk aanwervingsbeleid, regelingen
voor promoties en loopbaanontwikkeling, alsook bevordering van leiderschap via
onder meer studie en opleiding. Sommige lidstaten verminderen het aantal arbeidsplaatsen in de publieke
sector en andere investeren in e-overheidsdiensten om doeltreffender en
kostenefficiënter te kunnen optreden. De crisis heeft ook de negatieve
economische gevolgen van trage en verouderde rechtsstelsels aangetoond en
duidelijk gemaakt hoe belangrijk een hoogwaardig, onafhankelijk en efficiënt
gerechtelijk apparaat is voor het behouden of herwinnen van het investeerdersvertrouwen.
Sommige lidstaten ondernemen nu stappen om hun insolventiewetgeving te herzien
teneinde de efficiëntie van hun gerechtelijk bestel te bevorderen (Portugal en
Spanje). Aan andere lidstaten (Malta, Roemenië, Italië, Slowakije, Hongarije,
Letland en Bulgarije) heeft de Commissie echter aanbevelingen gedaan met het
oog op een sneller en doeltreffender optreden en/of ter versterking van de
onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ook moeten stappen worden
ondernomen om de belastingadministratie en –wetgeving te hervormen, teneinde de
naleving van de belastingwetgeving te verbeteren, alsmede de administratieve en
nalevingskosten te verminderen. Tekstvak
6. Voorbeelden van recente maatregelen om de naleving van de belastingwetgeving
te waarborgen en de belastingadministratie doeltreffender te maken Om de
naleving van de belastingwetgeving te verbeteren passen lidstaten zowel op
vrijwillige naleving gerichte maatregelen als handhavingsbeleid toe. De
beleidsmix is afhankelijk van de nationale omstandigheden. BE heeft de straffen
voor fraude verviervoudigd en de belastingdienst ruimere toegang tot
personeelsgegevens verleend. BG heeft de elektronische dienstverlening
uitgebreid en de mogelijkheden om te communiceren met het informatiecentrum van
het nationaal agentschap voor ontvangsten verruimd, waardoor er thans meer van
derden afkomstige informatie wordt gebruikt. CZ heeft de organisatie van zijn
belastingdienst verder gestroomlijnd (in de richting van een geïntegreerd
agentschap voor ontvangsten) en zijn risicobeheerscapaciteit verbeterd door de
categorie "onbetrouwbare btw-betaler" in te voeren. Italië heeft
enerzijds de controles opgevoerd, de sancties verscherpt en de informatieplicht
van de belastingplichtige uitgebreid. Anderzijds heeft het land ook een aantal
vereenvoudigingsmaatregelen getroffen. Litouwen heeft zijn nalevingsstrategie
verbeterd, de ondersteuning van de belastingplichtigen uitgebreid en de
controles verscherpt, met name met betrekking tot transacties in contanten.
Slowakije heeft zijn risicobeheerstechnieken verbeterd, met name wat btw-fraude
betreft, en maatregelen ter bestrijding van belastingontduiking getroffen
waardoor betalingen boven een bepaald bedrag elektronisch moeten worden
verricht. 4.
Conclusie Hoewel
de Europese economische vooruitzichten voor de korte termijn nog zwak zijn,
helpen veel van de maatregelen die de lidstaten nu nemen, de EU om de crisis
achter zich te laten. De lopende rekeningen in de eurozone vertonen minder
onevenwichtigheden en evolueren in de richting van een overschot. Alle
lidstaten moeten zich blijven inspannen het evenwicht in de economie te
herstellen: tekortlanden dienen hun concurrentievermogen op te voeren, terwijl
overschotlanden belemmeringen voor de groei van hun binnenlandse vraag dienen weg
te nemen. De
structurele hervormingen moeten krachtiger ter hand worden genomen, aangezien
dit geen gewone neerwaartse conjunctuur is. Maar er verstrijkt vaak enige tijd
voordat de resultaten tastbaar worden en de ervaring leert dat ook de
werkgelegenheid pas achteraf aantrekt. Een actief arbeidsmarktbeleid is van
cruciaal belang, met name voor de aanpak van jongerenwerkloosheid. De extra
tijd die is voorgesteld voor de begrotingsconsolidatie van een aantal lidstaten,
moet worden gebruikt om door middel van ambitieuze structurele hervormingen het
aanpassingsvermogen te versterken en groei en werkgelegenheid te stimuleren.
Doortastender optreden is geboden, bijvoorbeeld door vaart te zetten achter de
besluitvorming en de beschikbaarstelling van financiering op nationaal niveau.
De Europese Jeugdgarantie, die door de Commissie is voorgesteld en inmiddels is
goedgekeurd door de lidstaten, kan hierbij een belangrijke rol spelen. De
regeling moet dan ook snel op nationaal niveau worden toegepast. Hoge prioriteit
moet ook worden toegekend aan het sluiten van een definitief akkoord over het
volgende meerjarig financieel kader, dat in aanvullende
financieringsinstrumenten voor de aanpak van jongerenwerkloosheid voorziet. Het
is van belang dat de financiële sector weer in staat wordt gesteld om
besparingen aan te wenden voor het meest productieve gebruik, teneinde met name
in Zuid-Europa het investeringsniveau te verhogen. Alle middelen en maatregelen
die ter beschikking staan van de EU-instellingen, met inbegrip van de Europese
Bank, moeten hiervoor worden aangewend, met name wat de toegang tot
financiering voor kmo's betreft. Even belangrijk voor de economie van de EU is
de vaststelling en uitvoering van het meerjarig financieel kader 2014-2020. De
Commissie roept het Europees Parlement en de Raad op om hierover zo spoedig
mogelijk een akkoord te bereiken. Tegelijkertijd dienen de lidstaten hun
voorbereidingen voor het volgende meerjarig financieel kader te versnellen,
zodat de EU vanaf begin 2014 de in de landspecifieke aanbevelingen bepleite
hervormingen kan ondersteunen door cofinanciering ter beschikking te stellen
voor investerings- en werkgelegenheidsmaatregelen. Tegelijkertijd moet er snel
vooruitgang op weg naar een bankenunie worden geboekt om het vertrouwen te versterken.
Op de korte termijn moet worden gewaarborgd dat de banken over voldoende
kapitaal in verhouding tot hun balans beschikken om hun rol als financiële
intermediair te kunnen spelen en tot de versterking van Europa’s
groeipotentieel te kunnen bijdragen. Het
Europees Semester is inmiddels een vaste waarde, die ertoe bijdraagt dat de
beleidsontwikkeling in de EU beter wordt gecoördineerd. Het instrument houdt
rekening met de specifieke kenmerken van elk land en slaagt er tegelijkertijd
in synergieën tussen landen te ontwikkelen doordat het de onderlinge
afhankelijkheid van de EU-lidstaten onderkent. Voor de analyse van 2013 heeft
de Commissie haar politieke en technische contacten met de lidstaten opgevoerd
en tal van lidstaten hebben een grotere inspanning geleverd om nationale
parlementen, de sociale partners en het maatschappelijk middenveld te betrekken
bij de ontwikkeling en bespreking van hun nationale hervormingsprogramma.
Cruciaal voor het welslagen van het hervormingsproces is de nationale inbreng. De
brede hervormingen die Europa nu doorvoert, zullen nieuwe, duurzame groei en
veel nieuwe banen opleveren. Bij het aanpakken van de problemen is waakzaamheid
geboden, zowel op nationaal als EU-niveau. De gemeenschappelijke Europese
agenda staat de komende maanden in het teken van de tenuitvoerlegging van de
structurele hervormingen. Door samenwerking op nationaal en EU-niveau kan
Europa de huidige crisis achter zich laten en verruilen voor slimme, duurzame
en inclusieve groei. Bijlage 1 – Overzicht van de landspecifieke
aanbevelingen voor 2013-2014 Opmerking:
Aanbevelingen van de Commissie voor 2013-2014, gepresenteerd op 29 mei 2013.
Cyprus, Griekenland, Ierland en Portugal dienen hun verbintenissen in het kader
van de EU/IMF-programma’s voor financiële steun uit te voeren. Meer informatie:
http://ec.europa.eu/europe2020/index_nl.htm Bijlage 2 – Overzicht van de streefcijfers in het kader
van Europa 2020[11] * Landen die voor hun
nationale streefcijfer een andere indicator hebben gebruikt dan de centrale
EU-doelstelling. Lidstaat || Arbeidsparticipatie (in %) || O&O in % van bbp || Streefcijfers emissiereductie (t.o.v. 2005)[12] || Hernieuwbare energie || Energie-efficiëntie[13] || Schooluitval in % || Tertiair onderwijs in % || Verkleining bevolkingsdeel met risico op armoede en sociale uitsluiting, in aantal personen Centrale doelstelling EU || 75% || 3% || -20% (t.o.v. 1990) || 20% || 20% || 10% || 40% || 20 000 000 Raming EU || 73,70-74% || 2,65-2,72% || -20% (t.o.v. 1990) || 20% || niet beschikbaar || 10,3-10,5% || 37,6-38,0%[14] || AT || 77-78% || 3,76% || -16% || 34% || 31,5 || 9,5% || 38% (incl. ISCED-niveau 4 – circa 12% in 2010) || 235 000 BE || 73,2% || 3,0% || -15% || 13% || || 9,5% || 47% || 380 000 BG || 76% || 1,5% || 20% || 16% || || 11% || 36% || 260 000* CY || 75-77% || 0,5% || -5% || 13% || 2,8 || 10% || 46% || 27 000 CZ || 75% || 1% (alleen overheid) || 9% || 13% || || 5,5% || 32% || Handhaving op niveau 2008 (15,3% van totale bevolking), streven naar vermindering met 30 000 DE || 77% || 3% || -14% || 18% || 251,0 || <10% || 42% (inclusief ISCED-niveau 4 – 11,4% in 2010) || 320 000 (langdurig werklozen)* DK || 80% || 3% || -20% || 30% || 17,8 || <10% || ten minste 40% || 22 000 (personen in huishoudens met lage arbeidsparticipatie)* EE || 76% || 3% || 11% || 25% || 6,5 || 9,5% || 40% || Daling aantal mensen met armoederisico met 61 860* EL || 70% || 0,67% || -4% || 18% || 27,1 || <10% || 32% || 450 000 ES || 74% || 2% || -10% || 20% || 121,6 || 15% || 44% || 1 400 000-1 500 000 FI || 78% || 4% || -16% || 38% || 35,9 || 8% || 42% (enge nationale definitie) || 150 000 FR || 75% || 3% || -14% || 23% || 236,3 || 9,5% || 50% || Vooralsnog geen nieuwe streefcijfer (oude streefcijfer was geldig tot en met 2012)* HU || 75% || 1,8% || 10% || 14,65% || 26,6 || 10% || 30,3% || 450 000 IE || 69-71% || ca. 2%- 2,5% van het bbp || -20% || 16% || 13,9 || 8% || 60% || 200 000* IT || 67-69% || 1,53% || -13% || 17% || 158,0 || 15-16% || 26-27% || 2 200 000 LT || 72,8% || 1,9% || 15% || 23% || || <9% || 40% || 170 000 LU || 73% || 2,3-2,6% || -20% || 11% || || <10% || 66% || 6 000 LV || 73% || 1,5% || 17% || 40% || 5,23* || 13,4% || 34-36% || 121 000* MT || 62,9% || 0,67% || 5% || 10% || 0,825 || 29% || 33% || 6 560 NL || 80 % || 2,5 % || -16% || 14% || . || <8 % || >40% naar verwachting 45% in 2020 || 93 000* PL || 71% || 1,7% || 14% || 15,48% || 96,4 || 4,5% || 45% || 1 500 000 PT || 75% || 3% || 1% || 31% || 22,5 || 10% || 40% || 200 000 RO || 70% || 2% || 19% || 24% || || 11,3% || 26,7% || 580 000 SE || ruim 80% || ca. 4% || -17% || 49% || 36,7-66,0 || <10% || 40-45% || Daling percentage personen die geen deel uitmaken van de beroepsbevolking (m.u.v. voltijds studenten), langdurig werklozen en langdurig zieken tot ruim onder 14% tegen 2020* SI || 75% || 3% || 4% || 25% || || 5% || 40% || 40 000 SK || 72% || 1,2% || 13% || 14% || 16,2 || 6% || 40% || 170 000 UK || geen streefcijfer in NHP || geen streefcijfer in NHP || -16% || 15% || 177,6 || geen streefcijfer in NHP || geen streefcijfer in NHP || In de Child Poverty Act van 2010 opgenomen streefcijfers* HR[15] || 59% || 1,4% || +26% || 20% || || 4% || 35% || 100 000 [1] Eerst het Europees financieel stabilisatiemechanisme en
de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en vervolgens het Europees
stabiliteitsmechanisme. [2] De Commissie heeft in december 2012 een omvattende reeks
maatregelen gepresenteerd om belastingfraude en –ontduiking op Europees en
mondiaal niveau te bestrijden. http://ec.europa.eu/taxation_customs/taxation/tax_fraud_evasion/index_en.htm
[3] COM(2013) 150. [4] Bij deze landen zijn in het kader van de procedure voor
macro-economische onevenwichtigheden op dit gebied onevenwichtigheden
geconstateerd. [5] Vanaf 2013 ontvangen de lidstaten nieuwe inkomsten uit
de veiling van de emissierechten, waarmee innovatieve koolstofarme projecten
kunnen worden gefinancierd. [6] Zie: http://ec.europa.eu/economy_finance/publications/economic_paper/2012/pdf/ecp_456_en.pdf [7] Twee lidstaten hebben verzuimd om overeenkomstig de
artikelen 3 en 24 van de richtlijn betreffende energie-efficiëntie (Richtlijn 2012/27/EU)
hun indicatieve energie-efficiëntiestreefcijfers mee te delen en negen
lidstaten hebben onvolledige informatie meegedeeld. [8] Zie: http://ec.europa.eu/environment/waste/studies/pdf/study%2012%20FINAL%20REPORT.pdf [9] Zie: http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/themes/21_early_school_leaving.pdf [10] Zie: http://ec.europa.eu/europe2020/pdf/themes/22_quality_of_education_and_training.pdf [11] De nationale streefcijfers zoals opgenomen in de nationale
hervormingsprogramma’s van april 2013. [12] De nationale emissiereductiedoelstellingen die in
Beschikking 2009/406/EG (de “beschikking inzake de verdeling van de
inspanningen”) worden genoemd, betreffen de emissies die niet onder het
emissiehandelssysteem vallen. De emissies die onder het emissiehandelssysteem
vallen, zullen met 21% worden verminderd ten opzichte van 2005. De
dienovereenkomstige totale emissiereductie zal -20% bedragen ten opzichte van 1990. [13] Volgens Richtlijn 2012/27/EU (richtlijn betreffende
energie-efficiëntie), artikel 3, lid 1, onder a), mag het energieverbruik van
de Unie in 2020 niet meer bedragen dan 1474 Mtoe primaire energie of niet meer
dan 1078 Mtoe finale energie. Op twee (Tsjechië en Luxemburg) na hadden op 30
april 2013 alle lidstaten hun streefcijfers vastgesteld, maar niet alle
lidstaten drukten deze streefcijfers overeenkomstig de richtlijn uit in termen
van eind- ofwel primair verbruik van energie. Dit verklaart waarom voor
bepaalde lidstaten en het EU-niveau gegevens ontbreken. Deze tabel geeft alleen
het verbruik van primaire energie in 2020 weer, uitgedrukt in Mtoe. * Voorlopig
streefcijfer. [14] Berekening exclusief ISCED 4 (Duitsland, Oostenrijk). [15] Kroatië heeft een lijst van voorlopige nationale
streefcijfers voor 2020 ingediend. Omdat het voorlopige cijfers betreft, is er
geen rekening mee gehouden bij de ramingen voor de EU als geheel.