This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52013DC0023
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL on the voluntary ecodesign scheme for imaging equipment
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de vrijwillige regeling voor het ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de vrijwillige regeling voor het ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur
/* COM/2013/023 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de vrijwillige regeling voor het ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur /* COM/2013/023 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD inzake de vrijwillige regeling voor het
ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur (Voor de EER relevante tekst) 1. Inleiding en wettelijk kader Bij Richtlijn 2009/125/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging
van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor
energiegerelateerde producten (de "richtlijn ecologisch ontwerp"[1])
is een wettelijk kader ingevoerd voor de vaststelling van eisen inzake het ecologisch
ontwerp van bepaalde geselecteerde prioritaire productgroepen. Overeenkomstig artikel 15, lid 2,
onder a) tot en met c), van de richtlijn ecologisch ontwerp is op een
prioritaire productgroep hetzij een bindende uitvoeringsmaatregel (d.w.z. een
verordening van de Commissie) hetzij een zelfreguleringsmaatregel (d.w.z. een door
de bedrijfssector afgesloten overeenkomst op basis van vrijwilligheid) van
toepassing wanneer het product voldoet aan drie criteria: (i) het
vertegenwoordigt een significant omzet- en handelsvolume, (ii) het heeft een
significant milieueffect en (iii) het biedt een significant potentieel voor
verbetering. Voorts wordt in overweging 18 van de
richtlijn ecologisch ontwerp gesteld dat voor prioritaire productgroepen
veeleer alternatieve wijzen van aanpak, zoals zelfregulering door de sector of
vrijwillige overeenkomsten, moeten worden ontwikkeld dan bindende
uitvoeringsmaatregelen wanneer de beleidsdoelstellingen met zulke maatregelen
sneller of goedkoper kunnen worden bereikt dan met bindende voorschriften. Vrijwillige overeenkomsten of andere
zelfreguleringsmaatregelen kunnen in de context van de richtlijn ecologisch
ontwerp als alternatieven voor uitvoeringsmaatregelen worden beschouwd op
voorwaarde dat zij voldoen aan de criteria van bijlage VIII van de
richtlijn ecologisch ontwerp. 2. Door de bedrijfssector voorgestelde
vrijwillige regeling voor beeldverwerkingsapparatuur Overeenkomstig artikel 16, lid 2,
onder a), van de richtlijn ecologisch ontwerp stelt de Commissie
uitvoeringsmaatregelen vast voor kantoorapparatuur en productgroepen in de
sector consumentenelektronica die een grote bijdrage kunnen leveren tot de
kosteneffectieve beperking van broeikasgasemissies. De Commissie heeft de aanzet gegeven tot
voorbereidende studies voor kantoorapparatuur en productgroepen in de sector
consumentenelektronica, inclusief beeldverwerkingsapparatuur. De voorbereidende studie inzake beeldverwerkingsapparatuur[2]
heeft bevestigd dat deze productgroep voldoet aan de criteria van artikel 15
van de richtlijn ecologisch ontwerp. Met name kent de productgroep significante
omzet- en handelsvolumes, zijn er significante milieueffecten en is er een
groot verbeteringspotentieel. Voor de desbetreffende apparatuur moet dus hetzij
een uitvoerings- hetzij een zelfreguleringsmaatregel worden vastgesteld. Ondernemingen die actief zijn op de markt van beeldverwerkingsapparatuur
hebben een vrijwillige regeling voorgesteld voor de productgroep in de EU en
hebben te dien einde een vrijwillige overeenkomst gesloten waarin specifieke
eisen zijn neergelegd voor het ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur
die in de EU in de handel wordt gebracht. Over deze vrijwillige regeling is op 16 februari
2011 overeenstemming bereikt. Naar wordt geraamd zullen de verbintenissen
van de partijen bij de vrijwillige overeenkomst resulteren in een
energiebesparing in 2020 van 15 TWh, wat neerkomt op 4,1 Mt CO2-emissies,
en tussen 2011 en 2020 van 130 TWh, wat neerkomt op 36 Mt CO2-emissies. De Commissie heeft een volledige
effectbeoordeling[3] uitgevoerd met betrekking
tot de door de bedrijfstak voorgestelde vrijwillige regeling en heeft de
betrokken partijen geraadpleegd via het bij artikel 18 van de richtlijn
ecologisch ontwerp opgerichte Overlegforum inzake ecologisch ontwerp[4]. De conclusie van de effectbeoordeling was dat
de voorgestelde vrijwillige regeling het mogelijk maakt de
beleidsdoelstellingen op snellere en goedkopere wijze te bereiken dan via
bindende voorschriften. Bovendien werd geconcludeerd dat de voorgestelde
regeling, zoals vereist krachtens bijlage VIII bij de richtlijn ecologisch
ontwerp, voldoet aan alle bepalingen van het Verdrag (met name de regels
betreffende de interne markt en de mededinging), de internationale
verplichtingen van de EU (inclusief de multilaterale handelsregels), de
doelstellingen van de richtlijn ecologisch ontwerp en de gespecificeerde beoordelingscriteria,
namelijk: (i) een open deelneming, (ii) toegevoegde waarde,
(iii) representativiteit, (iv) gekwantificeerde en gefaseerde
doelstellingen, (v) betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld,
(vi) monitoring en verslaglegging, (vii) kosteneffectiviteit van het
beheer van het zelfreguleringsinitiatief, (viii) duurzaamheid en
(ix) verenigbaarheid van stimulansen. 3. Elementen van de vrijwillige
overeenkomst In de door de bedrijfssector gesloten
vrijwillige overeenkomst zijn specifieke eisen neergelegd inzake het ecologisch
ontwerp van in de EU in de handel gebrachte beeldverwerkingsapparatuur. De
producten die onder de overeenkomst vallen, zijn tevens het voorwerp van het op
vrijwilligheid gebaseerde ENERGY STAR-etiketteringsprogramma waarin
energie-etiketteringseisen voor diverse kantoorapparaten, waaronder ook beeldverwerkingsapparatuur,
zijn vastgesteld. Zoals vereist bij de richtlijn inzake ecologisch ontwerp vormen
de ondertekenaars van deze vrijwillige overeenkomst de grote meerderheid van de
desbetreffende economische sector. Krachtens deze overeenkomst zorgt elke
partij ervoor dat minimaal 90 % van alle modellen van de door haar in de
handel gebrachte beeldverwerkingsapparatuur voldoet aan de
minimumefficiëntie-eisen in termen van typisch energieverbruik (TEC) en
operationele stand (OM). Voorts moeten alle printers standaard in staat zijn
tot 'N-printing'[5] en moeten zij voldoen aan
de eisen voor inktcassettes (in de zin dat het ontwerp geen
hergebruik/recycling of gebruik van cassettes van andere producenten mag
belemmeren). Alle nieuwe producten moeten ook voldoen aan de eisen voor recycling
(d.w.z. gemakkelijke demontage plus markering van kunststoffen). Ten slotte
hebben de fabrikanten zich ertoe verbonden te voldoen aan specifieke eisen
inzake informatieverstrekking (bv. informatie betreffende hulpmiddelen‑
en energie-efficiëntie). Afgezien van deze eisen inzake ecologisch
ontwerp zijn bij de overeenkomst ook twee administratieve instanties opgericht: ·
een stuurgroep die bestaat uit vertegenwoordigers
van de ondertekenende partijen bij de overeenkomst en van de Europese Commissie
die de overeenkomst[6] beheert, en ·
een onafhankelijke verificateur die de inachtneming
van de in de overeenkomst neergelegde verbintenissen door de afzonderlijke
ondertekenende partijen evalueert en de Commissie verslagen over de
inachtneming[7] toezendt. In de overeenkomst zijn ook
rapporteringsverplichtingen neergelegd die inhouden dat elke partij bij de
overeenkomst bepaalde informatie moet verstrekken aan de onafhankelijke
verificateur; zoniet verliest de desbetreffende partij het statuut van
ondertekenaar van de overeenkomst. Voorts voorziet de overeenkomst in een
procedure die het voor de stuurgroep mogelijk maakt de bepalingen van de
overeenkomst te wijzigen en met name de stringentheid van de eisen aan te
passen aan de situatie op de markt. Overeenkomstig deze procedure worden de in
de vrijwillige overeenkomst neergelegde eisen herzien drie maanden na de
publicatie van elke nieuwe versie van de eisen van het ENERGY STAR-programma
voor beeldverwerkingsapparatuur. In het geval van beeldverwerkingsapparatuur
is een flexibele aanpak bij de vaststelling van de relevante parameters en van
de geldende eisen bijzonder belangrijk omdat de functionaliteit van die toestellen
zich snel ontwikkelt. Om alle betrokken partijen, met name
potentiële ondertekenaars, tijdig te voorzien van correcte en geactualiseerde
informatie over de voor beeldverwerkingsapparatuur geldende eisen, wordt de
meest recente versie van de vrijwillige overeenkomst altijd samen met de
effectbeoordeling en dit verslag gepubliceerd op de aan het beleid voor
ecologisch ontwerp[8] en de aan deze
vrijwillige regeling gewijde website[9] van de Commissie. 4. Aanvaarding van de
vrijwillige regeling Aangezien met de door de sector voor beeldverwerkingsapparatuur
voorgestelde vrijwillige regeling de beleidsdoelstellingen sneller en goedkoper
kunnen worden bereikt dan met bindende voorschriften en aangezien deze regeling
voldoet aan alle in bijlage VIII bij de richtlijn ecologisch ontwerp
opgenomen criteria erkent de Commissie dat voor in de EU in de handel gebrachte
beeldverwerkingsapparatuur de door de sector uitgewerkte vrijwillige regeling
voor ecologisch ontwerp geldt. De voorwaarden voor toepassing van deze
vrijwillige regeling zijn uiteengezet in de door de industrie gesloten
vrijwillige overeenkomst. De Commissie beschouwt deze vrijwillige
regeling als een deugdelijk alternatief voor een uitvoeringsmaatregel inzake
ecologisch ontwerp. De Commissie zal bijgevolg geen bindende voorschriften voor
het ecologisch ontwerp van in de EU in de handel gebrachte beeldverwerkingsapparatuur
vaststellen zolang de vrijwillige regeling en eventuele overeenkomstig deze
regeling vastgestelde nieuwe versies naar het oordeel van de Commissie voldoen
aan de in de richtlijn ecologisch ontwerp omschreven doelstellingen en algemene
beginselen. In het bijzonder moet de vrijwillige
overeenkomst gedurende de gehele toepassingsperiode daarvan blijven voldoen aan
de in de richtlijn ecologisch ontwerp omschreven algemene beginselen, zoals:
bijdragen tot de beleidsdoelstellingen van de richtlijn ecologisch ontwerp;
openheid van deelname door alle ondernemingen die actief zijn op de markt van beeldverwerkingsapparatuur;
dekking van het overgrote deel van de desbetreffende economische sector[10];
duidelijkheid en ondubbelzinnigheid van de in de overeenkomst vervatte
voorwaarden; transparantie; goed ontwerp van het monitoringssysteem; geen
onevenredige administratieve belasting. Voorts moeten alle specifieke eisen
inzake ecologisch ontwerp voor op de EU-markt in de handel gebrachte beeldverwerkingsapparatuur,
die zijn omschreven in de vrijwillige overeenkomst of in eventuele
overeenkomstig deze regeling vastgestelde nieuwe versies, een toegevoegde
waarde opleveren, meer bepaald een verbetering van de totale milieuprestaties
van de onder de overeenkomst vallende producten. Zoals vereist door de Commissie en de
betrokken partijen[11] zijn de ondertekenaars
van de vrijwillige overeenkomst verplicht: (1)
continu de voortgang bij de uitvoering van de
regeling te evalueren; (2)
samen te werken met de Commissiediensten, de lidstaten
en de betrokken partijen om permanent de milieuprestaties van beeldverwerkingsapparatuur
te verbeteren, met name door continu de in de vrijwillige overeenkomst
opgenomen streefcijfers voor het energieverbruik te verlagen en door, wanneer
passend, andere relevante milieuaspecten op te nemen; (3)
samen te werken met de Commissiediensten, lidstaten
en betrokken partijen om het rapporteringsmechanisme en de monitoringsregels te
verbeteren; (4)
binnen de in de vrijwillige overeenkomst
vastgestelde termijnen de gegevens te verstrekken op basis waarvan de Commissie
en de betrokken partijen de verwezenlijking van de doelstellingen van de
overeenkomst kunnen monitoren, waarbij elke partij bij de overeenkomst zich
ertoe verbindt informatie te verstrekken over alle modellen van beeldverwerkingsapparatuur
die door haar in de EU in de handel worden gebracht, alsook over het
energieverbruik en andere milieukenmerken waarop de vrijwillige overeenkomst
betrekking heeft (zoals gemakkelijke recycling en informatievereisten) voor elk onder de vrijwillige overeenkomst vallend model; en (5)
zich in te spannen om de actieve betrokkenheid van
potentiële ondertekenaars van de regeling te waarborgen. 5. Monitoring van de vrijwillige
regeling Zoals vereist bij punt 6 van
bijlage VIII bij de richtlijn ecologisch ontwerp zal de Commissie,
bijgestaan door het Overlegforum inzake ecologisch ontwerp en het in artikel
19, lid 1, van de richtlijn ecologisch ontwerp bedoelde comité, toezien op de
toepassing van de vrijwillige regeling, in het bijzonder op de inachtneming van
de algemene beginselen en geschiktheid van de in de vrijwillige overeenkomst en
eventuele toekomstige versies gespecificeerde eisen qua ecologisch ontwerp. De Commissie zal bijzondere aandacht besteden
aan de in de richtlijn ecologisch ontwerp, de bestaande richtsnoeren van de
Commissie en de overeenkomst zelf vervatte rapporteringsverplichtingen en
monitoringsregels. Met name zal zij nagaan of de bepalingen van de overeenkomst
en de toepassing daarvan door de ondertekenaars het voor haar en de betrokken
partijen (inclusief de nationale autoriteiten) mogelijk maakt de
doeltreffendheid van de overeenkomst en de wijze waarop de desbetreffende
doelstellingen worden bereikt, te monitoren. Wanneer de Commissie concludeert dat de doelstellingen
en algemene beginselen van de richtlijn ecologisch ontwerp, zoals vertaald in
de vrijwillige regeling, niet in acht worden genomen en/of dat de
ondertekenaars van de vrijwillige overeenkomst niet continu de streefcijfers voor
het energieverbruik verlagen, de eisen met betrekking tot niet met het
energieverbruik verband houdende aspecten verbeteren als gespecificeerd in de
vrijwillige overeenkomst, of, wanneer passend, in latere versies andere
relevante milieuaspecten opnemen, zal zij eisen voor het ecologisch ontwerp van
beeldverwerkingsapparatuur vaststellen via een bindende uitvoeringsmaatregel. 6. Conclusies De door de bedrijfssector voorgestelde
vrijwillige regeling voor het ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur
voldoet aan alle bepalingen van het Verdrag, de internationale verbintenissen
van de EU en de specifieke beoordelingscriteria en wordt dus als geldig
overeenkomstig de richtlijn ecologisch ontwerp beschouwd. Uit de evaluatie van de Commissie blijkt dat
via deze vrijwillige regeling voor ecologisch ontwerp de beleidsdoelstellingen
op een snellere en goedkopere wijze kunnen worden bereikt dan via bindende
voorschriften. De Commissie erkent dat in de EU in de handel
gebrachte beeldverwerkingsapparatuur moet onderworpen worden aan de vrijwillige
regeling voor ecologisch ontwerp. De voorwaarden van deze regeling zijn
neergelegd in de door de bedrijfstak gesloten vrijwillige overeenkomst. De Commissie is van mening dat deze
vrijwillige regeling een deugdelijk alternatief is voor een
uitvoeringsmaatregel inzake ecologisch ontwerp en zal bijgevolg, voorlopig,
geen bindende voorschriften voor het ecologisch ontwerp van op de EU-markt in
de handel gebrachte beeldverwerkingsapparatuur vaststellen. De Commissie zal op permanente wijze toezien
op de tenuitvoerlegging van deze vrijwillige regeling. Als bij dit toezicht
blijkt dat niet wordt voldaan aan de doelstellingen en algemene beginselen van
de richtlijn ecologisch ontwerp, zal de Commissie overwegen eisen voor het
ecologisch ontwerp van beeldverwerkingsapparatuur vast te stellen via een
bindende uitvoeringsmaatregel. [1] PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10. [2] Voorbereidende studie 'Lot 4 — Imaging equipment,
copiers, faxes, printers, scanners, MFD', uitgevoerd door een consortium van
zes ondernemingen, namelijk Fraunhofer IZM, Öko-Institut, Bio Intelligence
Service, Deutsche Umwelthilfe, PE Europe en CODDE. In december 2007 en mei 2008
werden eindverslagen gepubliceerd. Documentatie is beschikbaar op de website
van de studie http://www.ecoimaging.org/
. [3] Het effectbeoordelingscomité heeft op 21 september 2012
een positief standpunt ingenomen over de effectbeoordeling. [4] De vrijwillige regeling voor beeldverwerkingsapparatuur
is twee keer besproken op het Overlegforum inzake ecologisch ontwerp, nl. op de
vergaderingen van 12 oktober 2009 en 9 oktober 2012. [5] Capaciteit om verscheidene pagina's van een document op
één vel papier af te drukken met gebruikmaking van de oorspronkelijke officiële
software van de fabrikant. [6] Vertegenwoordigers van de EU-lidstaten, EVA/EER-landen
en ngo's hebben het statuut van waarnemer. [7] Verslagen over de tenuitvoerlegging zijn beschikbaar
gemaakt voor en besproken met de betrokken partijen. [8] http://ec.europa.eu/energy/efficiency/labelling/agreements_en.htm. [9] www.eurovaprint.eu
[10] Minimaal 70% van de in de handel gebrachte producten. [11] Vergadering van het Overlegformum inzake ecologisch
ontwerp op 9 oktober 2012.