This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012PC0568
Proposal for a COUNCIL DECISION on the position to be adopted by the European Union within the ACP-EU Committee of Ambassadors concerning the statutes of the Technical Centre for Agricultural and Rural Cooperation
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het door de Europese Unie in het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen standpunt inzake de statuten van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het door de Europese Unie in het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen standpunt inzake de statuten van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling
/* COM/2012/0568 final - 2012/0273 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het door de Europese Unie in het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen standpunt inzake de statuten van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling /* COM/2012/0568 final - 2012/0273 (NLE) */
TOELICHTING Bij Besluit 2010/648/EU van 14 mei 2010
hechtte de Raad zijn goedkeuring aan de ondertekening van de overeenkomst tot
tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou. Op grond van artikel 95, lid 3, van de
Overeenkomst van Cotonou kan de gezamenlijke ACS-EU-Raad van Ministers
overgangsmaatregelen vaststellen die met betrekking tot de gewijzigde
bepalingen nodig zijn totdat deze in werking treden. Bij Besluit 2010/614/EU
van de Raad van 14 juni 2010 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan het standpunt
dat de Europese Unie dient in te nemen binnen de ACS-EU-Raad van Ministers
inzake de overgangsmaatregelen, en bij Besluit nr. 2/2010 van de ACS-EU-Raad
van Ministers van 21 juni 2010 worden de gewijzigde bepalingen voorlopig
toegepast met ingang van 1 november 2010. Bijlage III bij de Overeenkomst werd naar
aanleiding van de tweede herziening aangepast; meer bepaald werden de
bepalingen in verband met de raad van bestuur van het Technisch Centrum voor
Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP) gewijzigd met het oog op
beter bestuur en een vereenvoudigde besluitvorming. De statuten van het TCLP dienen bijgevolg
dienovereenkomstig te worden aangepast overeenkomstig bijlage III bij de
Overeenkomst, zoals gewijzigd in de tweede herziening. Het is bovendien
dienstig van deze gelegenheid gebruik te maken om een expliciete verwijzing
naar de toepasselijke financiële voorschriften van het EOF in te voegen en
enkele bepalingen daarvan gelijk te trekken met die van het Centrum voor de
Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB). Artikel 3, lid 5, van bijlage III voorziet
erin dat het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs de statuten van het TCLP vaststelt.
De gewijzigde statuten zijn als bijlage bij het voorstel voor een besluit van
de Raad gevoegd. De Raad wordt bijgevolg verzocht goedkeuring
te hechten aan bijgaand voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het
door de Europese Unie in het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen
standpunt inzake de statuten van het Technisch Centrum voor
Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling. 2012/0273 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het door de Europese Unie in het
ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen standpunt inzake de statuten van het
Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 208 en artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1) Naar aanleiding van de tweede
herziening van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van
staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de
Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op
23 juni 2000, herzien op 25 juni 2005 en op 22 juni 2010, hierna de
“Overeenkomst van Cotonou” genoemd, werd bijlage III gewijzigd om de taken van
het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB) en het Technisch
Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP) te herzien,
teneinde het bestuur in deze organen te verduidelijken en te versterken, meer
bepaald door het toezicht van het Comité van Ambassadeurs en de taken van de
raad van bestuur. (2) Bij Besluit nr. 2/2010 van 21
juni 2010 van de ACS-EU-Raad van Ministers werd een voorlopige toepassing van
de overeenkomst tot wijziging goedgekeurd met ingang van 1 november 2010. (3) De statuten van het Technisch
Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (hierna “het
Centrum" genoemd) dienen dienovereenkomstig te worden herzien. (4) Bijgevolg dient het door de
Europese Unie in het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs in te nemen standpunt
inzake de statuten van het Centrum te worden vastgesteld, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Enig artikel Het door de Europese Unie in het ACS-EU-Comité
van Ambassadeurs in te nemen standpunt inzake de wijziging van de statuten van
het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling
wordt gebaseerd op bijgaand voorstel voor een ontwerp-besluit. Kleinere wijzigingen aan het ontwerpbesluit
van het Comité van Ambassadeurs kunnen worden overeengekomen zonder dat een
nieuw besluit van de Raad noodzakelijk is. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE BESLUIT NR. …/2012 VAN HET ACS-EU-COMITÉ VAN AMBASSADEURS inzake de statuten van het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling HET ACS-EU-COMITÉ VAN AMBASSADEURS, Gezien de Partnerschapsovereenkomst tussen de
leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille
Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds,
ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000[1]
, herzien op 25 juni 2005[2]
en op 22 juni 2010[3],
hierna “de Overeenkomst van Cotonou” genoemd, en met name artikel 3, leden 5 en
6, van bijlage III, Overwegende hetgeen volgt: (1) Met de tweede herziening van
de Overeenkomst van Cotonou op 22 juni 2010 werd bijlage III ervan gewijzigd om
de taken van het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven en het
Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling te
herzien, teneinde het bestuur in deze organen te verduidelijken en te
versterken, meer bepaald door het toezicht van het Comité van Ambassadeurs en
de taken van de raad van bestuur. (2) Bij Besluit nr. 2/2010 van 21
juni 2010 van de ACS-EU-Raad van Ministers werd een voorlopige toepassing van
de overeenkomst tot wijziging goedgekeurd met ingang van 1 november 2010. (3) De statuten van het Technisch
Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (hierna “het
Centrum" genoemd) dienen bijgevolg dienovereenkomstig te worden herzien. (4) Krachtens artikel 3, lid 5,
van bijlage III bij de Overeenkomst is een besluit van het Comité van Ambassadeurs
noodzakelijk om de statuten van het Centrum vast te stellen. Het is dienstig
dat het Comité een dienovereenkomstig besluit vaststelt namens de Raad van
Ministers, overeenkomstig artikel 15, lid 4, en artikel 16, lid 2, van de
Overeenkomst, BESLUIT: Enig artikel De statuten van het Technisch Centrum voor
Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling in de bijlage bij dit besluit
worden goedgekeurd. De Europese Unie en de ACS-staten nemen de
voor elk van hen passende maatregelen voor de tenuitvoerlegging van dit
besluit. Dit besluit treedt in werking op de dag na de
dag van goedkeuring ervan.
Voor het ACS-EU-Comité van Ambassadeurs
De voorzitter BIJLAGE STATUTEN VAN HET TECHNISCH CENTRUM VOOR LANDBOUWSAMENWERKING EN PLATTELANDSONTWIKKELING Artikel 1
Onderwerp 1.
Het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en
Plattelandsontwikkeling (hierna “het Centrum” genoemd) is, zoals bepaald in
bijlage III bij de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van
staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de
Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (hierna “de Overeenkomst van
Cotonou” genoemd), een technisch, paritair ACS-EU-orgaan. Het Centrum is een
rechtspersoon en geniet in alle staten die bij de Overeenkomst van Cotonou
partij zijn, de ruimste handelingsbevoegdheid die wordt verleend aan
rechtspersonen van dezelfde aard. 2.
Het personeel van het Centrum heeft de
gebruikelijke voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, waarin is voorzien bij
artikel 1, tweede alinea, van Protocol 2 betreffende de voorrechten en
immuniteiten en die zijn genoemd in de verklaringen VI en VII die aan de
Overeenkomst van Cotonou zijn gehecht. 3.
Het Centrum heeft geen winstoogmerk. 4.
Het hoofdkantoor van het Centrum is voorlopig
gevestigd in Wageningen (Nederland), met een lokaal kantoor te Brussel. Artikel 2
Beginselen en doelstellingen 1.
Het Centrum handelt in het kader van de bepalingen
en doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou. Het Centrum streeft de
doelstellingen na die zijn vastgesteld in artikel 3 van bijlage III bij de
Overeenkomst van Cotonou onder toezicht van het Comité van Ambassadeurs. 2.
Het Centrum werkt deze doelstellingen in detail uit
in een algemeen strategiedocument. 3.
Het Centrum verricht zijn activiteiten in nauwe samenwerking
met de instellingen en andere organen die worden genoemd in de Overeenkomst van
Cotonou of de aangehechte verklaringen. Het Centrum kan indien noodzakelijk een
beroep doen op regionale en internationale instellingen, meer bepaald die in de
Europese Unie of de ACS-staten gevestigd zijn en die zich bezighouden met
kwesties als landbouw- en plattelandsontwikkeling. Artikel 3
Financiering 1.
Het Centrum kan worden gefinancierd uit het
Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), overeenkomstig de voorschriften van het
financieel protocol bedoeld in bijlage I bij de Overeenkomst van Cotonou,
volgens de regels voor de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering. 2.
Aan de begroting van het Centrum kunnen door andere
partijen aanvullende middelen worden bijgedragen met het oog op de uitvoering
van de doelstellingen, zoals in de Overeenkomst van Cotonou bepaald, en van de
strategie, zoals door het Centrum vastgesteld. Artikel 4
Comité van Ambassadeurs Het Comité van Ambassadeurs is de
toezichthoudende autoriteit van het Centrum overeenkomstig artikel 3, lid 5,
van bijlage III bij de Overeenkomst van Cotonou. Het Comité wijst de leden van
de raad van bestuur aan, alsook de directeur van het Centrum, op voorstel van
de raad van bestuur, het houdt toezicht op de algemene strategie van het
Centrum, en ziet toe op de werkzaamheden van de raad van bestuur. Het Comité van Ambassadeurs verleent de
directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting in het jaar n+2. Met het
oog op de verlening van de kwijting onderzoekt het Comité van Ambassadeurs op
basis van een aanbeveling van de raad van bestuur de rekeningen, alsook het
advies van de accountant en de antwoorden daarop van de directeur. Het Comité van Ambassadeurs kan de besluiten
van het Centrum op elk ogenblik naar zich toe trekken, herzien, of er zich
tegen verzetten. Het Comité van Ambassadeurs wordt regelmatig op de hoogte
gehouden door de raad van bestuur, en ook door de directeur van het centrum,
als het daarom verzoekt. Artikel 5
Raad van bestuur 1.
Er wordt een raad van bestuur opgericht om de
technische, administratieve en financiële aspecten van alle activiteiten van
het Centrum te ondersteunen, te sturen en te controleren. 2.
De raad van bestuur is samengesteld uit zes leden,
op paritaire basis drie ACS-onderdanen en drie EU-onderdanen, die door de
partijen worden geselecteerd en aangewezen op grond van hun professionele
kwalificaties op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling en/of
informatie- en communicatiebeleid, wetenschap, bestuur en technologie. 3.
De helft van de raad van bestuur wordt om de twee
en een half jaar vernieuwd. 4.
De leden van de raad van bestuur worden door het
Comité van Ambassadeurs voor ten hoogste vijf jaar benoemd, volgens een door
dit Comité vastgestelde procedure. Halverwege deze periode wordt de situatie
geëvalueerd. 5.
Per jaar worden vier gewone vergaderingen gehouden.
De raad van bestuur kan ook bijeen komen telkens wanneer dat nodig is voor de
vervulling van zijn taken, op verzoek van het Comité van Ambassadeurs of de
voorzitter van de raad van bestuur, of van de directeur. Het Centrum verzorgt
het secretariaat van de raad van bestuur. 6.
De leden van de raad van bestuur vervullen hun
taken in onafhankelijkheid, zij vragen noch verstrekken instructies van derde
partijen, en handelen uitsluitend in het belang van het Centrum. Het
lidmaatschap van de raad van bestuur is niet verenigbaar met andere bezoldigde
werkzaamheden voor rekening van het Centrum. 7. De leden van de raad van bestuur verkiezen de voorzitter en de
vicevoorzitter voor een periode van maximaal vijf jaar overeenkomstig de
bepalingen van het reglement van orde. Het voorzitterschap wordt bekleed door
de partij (ACS of EU) die niet het ambt van directeur van het Centrum bekleedt.
Het vicevoorzitterschap wordt bekleed door de partij die niet de post van
voorzitter van de raad van bestuur bekleedt. 8. Waarnemers van de Europese Commissie, van het secretariaat-generaal van
de Raad van de Europese Unie en van het secretariaat van de ACS nemen aan de
vergaderingen van de raad van bestuur deel. 9.
De raad van bestuur kan andere leden van de
directie, personeelsleden van het Centrum en/of externe deskundigen uitnodigen
om hun standpunt over specifieke vraagstukken uiteen te zetten. 10.
De raad van bestuur neemt zijn besluiten met een
gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige of overeenkomstig het reglement
van orde vertegenwoordigde leden. Elk lid van de raad van bestuur heeft één
stem. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter. 11.
Na elke bijeenkomst worden notulen opgesteld. De
besprekingen van de raad van bestuur zijn vertrouwelijk. 12.
De raad van bestuur keurt zijn eigen reglement van
orde goed en stelt het Comité van Ambassadeurs daarvan in kennis. Artikel 6
Taken van de raad van bestuur 1.
De raad van bestuur houdt zorgvuldig toezicht op de
activiteiten van het Centrum. De raad van bestuur legt verantwoording af aan
het Comité van Ambassadeurs. 2.
De raad van bestuur: (a)
stelt het ontwerp van financieel reglement vast
overeenkomstig de voorschriften van het EOF en legt dit ter goedkeuring voor
aan het Comité van Ambassadeurs; (b)
stelt het personeelsreglement en de werkwijzen voor
het Centrum vast in overeenstemming met de voorschriften van het EOF, hecht er
zijn goedkeuring aan en verstrekt ze ter informatie aan het Comité van
Ambassadeurs; (c)
houdt toezicht op de activiteiten van het Centrum
en verzekert de correcte uitvoering van de taken en de voorschriften ervan; (d)
keurt de jaarlijkse en meerjarige werkprogramma’s
en de jaarlijkse begroting van het Centrum goed en verstrekt ze ter informatie
aan het Comité van Ambassadeurs; (e)
dient periodieke verslagen en evaluaties in bij het
Comité van Ambassadeurs; (f)
stelt de algemene strategie van het Centrum vast en
verstrekt deze ter informatie aan het Comité van Ambassadeurs; (g)
keurt de organisatiestructuur, het personeelsbeleid
en het organigram goed; (h)
de indienstneming van nieuwe personeelsleden en de
hernieuwing, verlenging of beëindiging van bestaande contracten goed te keuren; (i)
keurt de jaarrekeningen goed en zendt deze ter
informatie aan het Comité van Ambassadeurs tezamen met het advies van de
accountant; (j)
de jaarverslagen goed te keuren en toe te zenden
aan het Comité van ambassadeurs, zodat dit kan beoordelen of de activiteiten
van het Centrum in overeenstemming zijn met de doelstellingen die zijn
vastgesteld in de Overeenkomst van Cotonou en de algemene strategie; (k)
stelt de aanstelling van de directeur van het
Centrum voor aan het Comité van Ambassadeurs; (l)
brengt aan het Comité van Ambassadeurs verslag uit
over alle belangrijke vraagstukken waarmee de raad van bestuur bij de
uitoefening van zijn taken wordt geconfronteerd; (m)
brengt aan het Comité van Ambassadeurs verslag uit
over de maatregelen die zijn getroffen in het licht van de opmerkingen en
aanbevelingen van het kwijtingsbesluit van het Comité van Ambassadeurs. 3.
De raad van bestuur kiest voor drie jaren uit een
aanbesteding met ten minste drie firma's, een accountantsfirma die lid is van
een internationaal erkend toezichtsorgaan. Deze accountants onderzoeken of de
jaarrekeningen op correcte wijze zijn opgemaakt, in overeenstemming met
internationaal erkende boekhoudnormen, en of zij een getrouw beeld geven van de
financiële positie van het Centrum. De accountants geven ook hun mening over de
deugdelijkheid van het financiële beheer van het Centrum. 4.
De raad van bestuur beveelt het Comité van
Ambassadeurs aan de directeur kwijting te verlenen voor de jaarrekeningen. Artikel 7
Directeur 1.
Het centrum wordt geleid door een directeur die
wordt benoemd door het Comité van Ambassadeurs op voorstel van de raad van
bestuur voor een periode van maximaal vijf jaar; de benoeming is niet
verlengbaar. De post van directeur wordt afwisselend door een ACS- en een
EU-onderdaan bekleed. De aanstellingsbrieven van de directeur worden
ondertekend door de voorzitters van het Comité. 2.
De directeur is verantwoordelijk voor de wettelijke
en institutionele vertegenwoordiging van het Centrum en voor de uitvoering van
het mandaat en de taken van het Centrum. 3.
De directeur legt aan de raad van bestuur de
volgende documenten ter goedkeuring voor: (a)
de algemene strategie van het Centrum; (b)
de jaarlijkse en meerjarige
activiteiten-/werkprogramma’s; (c)
de jaarlijkse begroting van het Centrum; (d)
de jaarverslagen, periodieke verslagen en
evaluaties; (e)
de organisatiestructuur, het personeelsbeleid en
het organigram; (f)
de aanstelling van nieuwe personeelsleden en de
verlenging, uitbreiding of beëindiging van bestaande contracten. 4.
De directeur is verantwoordelijk voor de
organisatie en het dagelijkse beheer van het Centrum. De directeur brengt
verslag uit bij de raad van bestuur over elke toevoeging aan de werkwijzen van
het Centrum. 5.
De directeur brengt verslag uit bij de raad van
bestuur over alle belangrijke vraagstukken waarmee de raad van bestuur bij de
uitoefening van zijn taken wordt geconfronteerd en brengt deze indien nodig ook
ter kennis van het Comité van Ambassadeurs. 6.
Indien noodzakelijk kan de raad van bestuur, nadat
de door het personeelsreglement voorgeschreven procedure is doorlopen, bij het
Comité van Ambassadeurs een met redenen omkleed voorstel indienen om de
directeur van zijn functie te ontheffen. 7.
De directeur is verantwoordelijk voor de indiening
van de jaarrekeningen ter goedkeuring bij de raad van bestuur en voor
toezending ervan aan het Comité van Ambassadeurs. 8.
De directeur zet de nodige stappen om aan
opmerkingen en aanbevelingen van het kwijtingsbesluit van het Comité van
Ambassadeurs tegemoet te komen. [1] PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3,
ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000, in werking getreden op 1 april 2003. [2] PB L 287 van 28.10.2005, blz. 5, ondertekend te
Luxemburg op 25 juni 2005, in werking getreden op 1 juli 2008. [3] PB L 287 van 4.11.2010, blz. 3, ondertekend te
Ouagadougou op 22 juni 2010, voorlopig toegepast sinds 1 november 2010.