This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012PC0558
Proposal for a COUNCIL DECISION of [ … ] concerning the signing of the Agreement between the European Union and the Republic of Cape Verde on the readmission of persons residing without authorisation
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [ ... ] betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [ ... ] betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven
/* COM/2012/0558 final - 2012/269 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [ ... ] betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven /* COM/2012/0558 final - 2012/269 (NLE) */
TOELICHTING 1. Politieke en juridische achtergrond Kaapverdië is een democratisch en stabiel
land, waar sprake is van behoorlijk bestuur en waar de rechtsstaat en de
mensenrechten worden geëerbiedigd. Kaapverdië en de EU onderhouden uitstekende
betrekkingen op basis van het Speciaal Partnerschap tussen de EU en Kaapverdië,
een kader van wederzijdse belangen met een grote politieke dimensie. Het
speciale partnerschap is in 2007 door de Raad goedgekeurd en wordt momenteel
ten uitvoer gelegd. De prioriteiten zijn: behoorlijk bestuur, veiligheid,
informatiemaatschappij, regionale integratie, convergentie op technisch en
normatief vlak, en armoedebestrijding. Op 5
juni 2008 hebben Kaapverdië en de Europese Unie de gemeenschappelijke
verklaring over een partnerschap voor mobiliteit tussen de Europese Unie en de
Republiek Kaapverdië ondertekend, waarin een dialoog over de overname van
illegaal verblijvende personen wordt aangekondigd. In de bijlage bij de
verklaring verbindt de Commissie zich ertoe om ingevolge artikel 13 van de overeenkomst
van Cotonou bij de Raad een aanbeveling in te dienen om de Commissie te
machtigen onderhandelingen met Kaapverdië te beginnen over een
overnameovereenkomst. De onderhandelingsrichtsnoeren voor een
overnameovereenkomst tussen de Europese Unie en Kaapverdië zijn op 4 juni 2009
door de Raad goedgekeurd. Op 13 juli 2009 zijn in Brussel de onderhandelingen
officieel geopend. Er zijn drie officiële onderhandelingsronden
geweest (de laatste op 23 november 2011). Op 1 februari 2012 is de Groep migratie en
verwijdering van de Raad geraadpleegd over de ontwerptekst. De overeengekomen
tekst is op 24 april 2012 in Brussel geparafeerd in aanwezigheid van de
voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, en de
minister-president van Kaapverdië, José Maria Neves. De lidstaten zijn gedurende alle (informele en
formele) fasen van de onderhandelingen regelmatig op de hoogte gehouden en
geraadpleegd over de overnameovereenkomst. Voor de Unie is artikel 79, lid 3, juncto
artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de
rechtsgrondslag voor de overeenkomst. Het bijgevoegde voorstel is het juridische
instrument voor de ondertekening van de overnameovereenkomst. De Raad besluit
met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Overeenkomstig artikel 218, lid 6,
onder a), VWEU moet het Europees Parlement de sluiting van de overeenkomst
goedkeuren. Het voorgestelde besluit betreffende de
sluiting bevat de interne regelingen die nodig zijn voor de praktische
toepassing van de overeenkomst. Met name wordt erin bepaald dat de Commissie,
die wordt bijgestaan door deskundigen van de lidstaten, de Unie
vertegenwoordigt in het Gemengd Comité overname dat bij artikel 18 van de
overeenkomst wordt ingesteld. Overeenkomstig artikel 18, lid 5, van
de overeenkomst, stelt dit comité zijn reglement van orde vast. Evenals bij de
andere tot dusver door de Unie gesloten overnameovereenkomsten wordt het
standpunt van de Unie over deze kwestie bepaald door de Commissie, na
raadpleging van een door de Raad aangewezen bijzonder comité. Ten aanzien van
de andere door het Gemengd Comité overname te nemen besluiten wordt het
standpunt van de Unie bepaald overeenkomstig de toepasselijke
Verdragsbepalingen. 2. Resultaten van de onderhandelingen De Commissie is van oordeel dat de door de
Raad in zijn onderhandelingsrichtsnoeren vastgestelde doelstellingen zijn
bereikt en dat de ontwerp-overnameovereenkomst aanvaardbaar is voor de Unie. De overeenkomst houdt uiteindelijk het
volgende in: –
de overeenkomst omvat acht afdelingen met in totaal
23 artikelen; zij telt tevens zes bijlagen, die een integrerend onderdeel ervan
uitmaken, alsmede vijf gemeenschappelijke verklaringen; –
de in de overeenkomst vervatte
overnameverplichtingen (artikelen 2 tot en met 5) zijn op basis van volledige
wederkerigheid opgesteld en hebben betrekking op eigen onderdanen (artikelen 2
en 4) alsook op onderdanen van derde landen en staatloze personen (artikelen 3
en 5); –
de verplichting tot overname van eigen onderdanen
geldt ook ten aanzien van gewezen eigen onderdanen die afstand hebben gedaan
van hun nationaliteit, die hun nationaliteit hebben verloren of wier
nationaliteit hun is ontnomen, zonder dat zij de nationaliteit van een andere
staat hebben verworven; –
de verplichting tot overname van eigen onderdanen
geldt ook met betrekking tot gezinsleden (d.w.z. de echtgeno(o)t(e) en
minderjarige ongehuwde kinderen), ongeacht hun nationaliteit, die geen
zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende staat hebben; –
aan de verplichting tot overname van onderdanen van
derde landen en staatloze personen (artikelen 3 en 5) zijn de volgende
voorwaarden verbonden: a) de betrokkene is of was bij zijn aankomst op het
grondgebied van de verzoekende staat in het bezit van een geldig visum of een geldige
verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte lidstaat, of b) de betrokkene is
het grondgebied van de verzoekende staat rechtstreeks vanuit de aangezochte
staat illegaal binnengekomen. Deze verplichting is niet van toepassing op
personen in luchthaventransit, noch op personen aan wie de verzoekende staat
een visum of verblijfstitel heeft afgegeven vóór of na binnenkomst op zijn
grondgebied; –
afdeling III van de overeenkomst (de
artikelen 6 tot en met 12, junctis de bijlagen 1 tot en met 5) bevat
de nodige technische bepalingen met betrekking tot de overnameprocedure
(overnameverzoek, bewijsmiddelen, termijnen, wijze van overdracht en wijze van
vervoer) en 'onterechte overname' (artikel 12). De procedure vertoont enige
soepelheid omdat er geen overnameverzoek vereist is wanneer de over te nemen
persoon in het bezit is van een geldig reisdocument of een geldige
identiteitskaart en, in het geval van onderdanen van derde landen, van een
geldig visum of een geldige verblijfstitel, afgegeven door de aangezochte staat
(artikel 6, leden 2 en 3); –
artikel 6, lid 5, van de overeenkomst regelt de
zogeheten versnelde procedure, die wordt toegepast op personen die worden
aangehouden in de grensregio, d.w.z. binnen een gebied van 30 kilometer van het
grondgebied van zeehavens (met inbegrip van douanezones) en van internationale
luchthavens van de lidstaten of van Kaapverdië. In het kader van de versnelde
procedure moeten overnameverzoeken worden ingediend binnen twee werkdagen en
worden beantwoord binnen twee werkdagen; –
in de normale procedure beloopt de antwoordtermijn
op overnameverzoeken acht kalenderdagen; –
de overnameovereenkomst bevat een afdeling over
doorgeleiding (de artikelen 13 en 14, juncto bijlage 6); –
de artikelen 15, 16 en 17 bevatten de nodige
regels inzake kosten, gegevensbescherming en de verhouding tot andere
internationale verplichtingen en bestaande EU-richtlijnen. De overeenkomst doet
geen afbreuk aan andere regelingen betreffende andere gebieden dan overname,
zoals vrijwillige terugkeer; –
artikel 18 bepaalt op welke wijze het Gemengd
Comité overname wordt samengesteld en welke zijn taken en bevoegdheden zijn; –
om deze overeenkomst in de praktijk uit te voeren,
biedt artikel 19 Kaapverdië en de afzonderlijke lidstaten de mogelijkheid
om bilaterale uitvoeringsprotocollen te sluiten. De verhouding tussen de
bilaterale uitvoeringsprotocollen en deze overeenkomst wordt in artikel 20
nader omschreven; –
de slotbepalingen (artikelen 21 tot en met 23)
bevatten regels inzake de inwerkingtreding, de duur en de opzegging van de
overnameovereenkomst alsook inzake de juridische status van de bijlagen
daarbij; –
de specifieke situatie van het Verenigd Koninkrijk,
Ierland en Denemarken komt tot uiting in de overwegingen, in artikel 1,
onder d), en in artikel 21, lid 2. De situatie van Denemarken
wordt ook vermeld in een gemeenschappelijke verklaring die aan de overeenkomst
is gehecht. Ook de nauwe betrokkenheid van Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en
Zwitserland bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis
komt tot uiting in een aan de overeenkomst gehechte gemeenschappelijke
verklaring. 3. CONCLUSIES Rekening houdend met de hierboven beschreven
resultaten, stelt de Commissie voor dat de Raad: –
besluit dat de overeenkomst namens de Unie wordt ondertekend
en de voorzitter van de Raad machtigt om de persoon (personen) aan te wijzen
die gemachtigd wordt (worden) de overeenkomst namens de Unie te ondertekenen. 2012/269 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD van [ ... ]
betreffende de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Europese Unie
en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder
vergunning op het grondgebied verblijven DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de Europese
Unie, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 79, lid 3, juncto artikel 218, lid
5, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1)
Op 4 juni 2009 heeft de Raad de Commissie
gemachtigd onderhandelingen met Kaapverdië te beginnen over de overname van
personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven. De
onderhandelingen werden op 24 april 2012 succesvol afgerond met de parafering
van de overeenkomst. (2)
De overeenkomst dient te worden ondertekend door de
onderhandelaar namens de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting ervan
op een later tijdstip. (3)
Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21
betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van
de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is
gehecht, [neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de aanneming van dit
besluit en is de overeenkomst derhalve niet bindend voor, noch van toepassing
op het Verenigd Koninkrijk, tenzij het land zijn wens dienaangaande te kennen
geeft overeenkomstig dat protocol / heeft het Verenigd Koninkrijk kennis
gegeven van zijn wens deel te nemen aan de aanneming en toepassing van dit
besluit]. (4)
Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol
betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van
de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is
gehecht, [neemt Ierland niet deel aan de aanneming van dit besluit en is de
overeenkomst derhalve niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland, tenzij
het land zijn wens dienaangaande te kennen geeft overeenkomstig dat protocol /
heeft Ierland kennis gegeven van zijn wens deel te nemen aan de aanneming en
toepassing van dit besluit]. (5)
Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van
het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag
betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de
Europese Unie is gehecht, neemt Denemarken niet deel aan de aanneming van dit
besluit; dit besluit is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op
Denemarken, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1 De Commissie wordt gemachtigd om namens de
Europese Unie de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Kaapverdië inzake de
overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, te
ondertekenen en om de personen aan te wijzen die worden gemachtigd om hun
handtekening te zetten. De tekst van de te ondertekenen overeenkomst
is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op de dag van de
goedkeuring ervan. Gedaan te Brussel, Voor
de Raad De
voorzitter
BIJLAGE OVEREENKOMST tussen de Europese Unie en de Republiek
Kaapverdië inzake
de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven DE HOGE
VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, DE EUROPESE
UNIE, hierna "de Unie" genoemd, en DE REPUBLIEK KAAPVERDIË, hierna "Kaapverdië" genoemd, VASTBESLOTEN hun samenwerking te versterken
teneinde illegale immigratie doeltreffender te bestrijden, GEZIEN de verplichting om op verzoek van een
van de partijen onderhandelingen over een overnameovereenkomst te beginnen, die
is vervat in artikel 13, lid 5, onder c), ii), van de Partnerschapsovereenkomst
tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de
Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten,
anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en herzien te Luxemburg op
25 juni 2005, hierna de “overeenkomst van Cotonou” genoemd, GELEID DOOR DE WENS het voor de partijen
eenvoudiger te maken de verplichting tot overname van hun eigen onderdanen na
te leven, overeenkomstig artikel 13, lid 5, onder c), i), van de overeenkomst
van Cotonou, GEZIEN de gemeenschappelijke verklaring van 5
juni 2008 over het partnerschap voor mobiliteit tussen de Europese Unie en
Kaapverdië, volgens welke de partijen een dialoog tot stand zullen brengen over
de kwestie van de overname van personen die illegaal in een land verblijven,
teneinde te komen tot een doeltreffende samenwerking met het oog op hun
terugkeer, VERLANGEND door middel
van deze overeenkomst en op basis van wederkerigheid snelle en doeltreffende
procedures vast te stellen voor de identificatie en de veilige en ordelijke
overdracht van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor
binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van Kaapverdië of van
een van de lidstaten van de Europese Unie, en de doorgeleiding van dergelijke
personen in een geest van samenwerking te vergemakkelijken, EROP WIJZEND dat deze
overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten, verplichtingen en
verantwoordelijkheden van de Unie, haar lidstaten en Kaapverdië die
voortvloeien uit het internationaal recht en met name uit het Verdrag van
28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, OVERWEGEND
dat het Verenigd Koninkrijk en Ierland krachtens Protocol nr. 21 betreffende de
positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van
vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese
Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, niet deelnemen
aan deze overeenkomst, tenzij zij overeenkomstig dat protocol te kennen geven
dat wel te wensen, OVERWEGEND dat de bepalingen van deze
overeenkomst, die onder de werkingssfeer van titel V van het derde deel van het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, niet van toepassing
zijn op het Koninkrijk Denemarken overeenkomstig het Protocol betreffende de
positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, ZIJN HET VOLGENDE
OVEREENGEKOMEN: Artikel 1
Definities In deze overeenkomst
wordt verstaan onder: (a)
"overeenkomstsluitende partijen": Kaapverdië en de Unie; (b)
"onderdaan van Kaapverdië": iedere persoon die de nationaliteit van Kaapverdië bezit; (c)
"onderdaan van een lidstaat": iedere persoon die de nationaliteit van een lidstaat bezit, in de zin
van de definitie van de Unie; (d)
"lidstaat": iedere lidstaat van de
Europese Unie die door deze overeenkomst is gebonden; (e)
"onderdaan van een derde land": iedere persoon die een andere nationaliteit bezit dan die van
Kaapverdië of van een van de lidstaten; (f)
"staatloze persoon":
iedere persoon die van geen enkel land de nationaliteit bezit; (g)
"verblijfsvergunning": een door Kaapverdië of door een van de lidstaten afgegeven vergunning,
ongeacht van welke aard, die een persoon het recht geeft om op het grondgebied
van Kaapverdië respectievelijk een van de lidstaten te verblijven. Hieronder
vallen niet de tijdelijke vergunningen om in verband met de behandeling van een
asielverzoek of de aanvraag van een verblijfsvergunning op het grondgebied te
verblijven; (h)
"visum": een door
Kaapverdië of door een van de lidstaten afgegeven vergunning of genomen
beslissing die vereist is voor de toegang tot of een doorreis over het
grondgebied van Kaapverdië respectievelijk een van de lidstaten. Luchthaventransitvisa
vallen hier niet onder; (i)
"verzoekende staat":
de staat (Kaapverdië of een van de lidstaten) die een overnameverzoek in de zin
van artikel 7 of een doorgeleidingsverzoek in de zin van artikel 14
van deze overeenkomst indient; (j)
"aangezochte staat":
de staat (Kaapverdië of een van de lidstaten) tot welke een overnameverzoek in
de zin van artikel 7 of een doorgeleidingsverzoek in de zin van
artikel 14 van deze overeenkomst is gericht; (k)
"bevoegde autoriteit": iedere nationale autoriteit van Kaapverdië of van een van de lidstaten
die is belast met de uitvoering van deze overeenkomst op basis van
artikel 19, lid 1, onder a); (l)
"doorgeleiding": de
doorreis van een onderdaan van een derde land of een staatloze persoon over het
grondgebied van de aangezochte staat op weg van de verzoekende staat naar het
land van bestemming; (m)
"grensregio": een
maximaal 30 kilometer breed gebied vanaf het grondgebied van zeehavens, met
inbegrip van douanezones, en internationale luchthavens van de lidstaten en
Kaapverdië. Afdeling I
Overnameverplichtingen van Kaapverdië Artikel 2
Overname van eigen onderdanen 1. Overeenkomstig
artikel 13, lid 5, onder c), i), van de overeenkomst van Cotonou, neemt
Kaapverdië, op verzoek van een lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die
welke in deze overeenkomst zijn genoemd, iedere persoon over die niet of niet
meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op
het grondgebied van de verzoekende lidstaat, mits wordt aangetoond of op basis
van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokken persoon
onderdaan is van Kaapverdië. 2. Kaapverdië
neemt ook de volgende personen over: –
minderjarige ongehuwde kinderen van de in
lid 1 vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit,
tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben; –
echtgenoten van de personen vermeld in lid 1
die een andere nationaliteit bezitten, mits zij het recht hebben of krijgen om
op het grondgebied van Kaapverdië binnen te komen en te verblijven, tenzij zij
een zelfstandig verblijfsrecht in de verzoekende lidstaat hebben. 3. Kaapverdië
neemt ook iedere persoon over aan wie de nationaliteit van Kaapverdië is
ontnomen of die daaraan heeft verzaakt sinds hij het grondgebied van een lidstaat
is binnengekomen, tenzij die persoon ten minste een naturalisatietoezegging van
een lidstaat heeft gekregen. 4. Nadat
Kaapverdië het overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake
bevoegde diplomatieke of consulaire post van Kaapverdië, ongeacht de wens van
de over te nemen persoon, onverwijld en uiterlijk binnen vier werkdagen het
voor de terugkeer vereiste reisdocument met een geldigheidsduur van zes
maanden. Indien Kaapverdië niet binnen vier werkdagen het reisdocument heeft
afgegeven, wordt het geacht in te stemmen met het gebruik van het
standaardreisdocument van de Europese Unie voor verwijderingsdoeleinden[1]. 5. Indien de
betrokken persoon om juridische of feitelijke redenen niet binnen de
geldigheidsduur van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden
overgedragen, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke of consulaire post
van Kaapverdië binnen vier werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde
geldigheidsduur. Indien Kaapverdië niet binnen vier werkdagen het reisdocument
heeft afgegeven, wordt het geacht in te stemmen met het gebruik van het
standaardreisdocument van de Europese Unie voor verwijderingsdoeleinden[2]. Artikel 3
Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen 1. Kaapverdië neemt, op verzoek van
een lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst
zijn genoemd, iedere onderdaan van een derde land en iedere staatloze persoon
over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst,
aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de verzoekende lidstaat,
wanneer wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs aannemelijk kan
worden gemaakt dat die persoon: (a)
in het bezit is of bij aankomst op het grondgebied
in het bezit was van een geldig, door Kaapverdië afgegeven visum en een wettig
bewijs van legale binnenkomst op het grondgebied of een geldige, door
Kaapverdië afgegeven verblijfstitel; of (b)
rechtstreeks vanuit Kaapverdië illegaal het
grondgebied van de lidstaten is binnengekomen en vaststaat dat hij zich voordien
op het grondgebied van Kaapverdië bevond. 2. De in lid 1 bedoelde overnameplicht
is niet van toepassing wanneer: (a)
de onderdaan van een derde land of de staatloze
slechts in luchthaventransit is geweest via een internationale luchthaven in
Kaapverdië; of (b)
de verzoekende lidstaat aan de onderdaan van een
derde land of de staatloze persoon vóór of na de binnenkomst op zijn
grondgebied een visum of verblijfsvergunning heeft afgegeven, tenzij: –
de betrokken persoon in het bezit is van een door
Kaapverdië afgegeven visum en een wettig bewijs van legale binnenkomst op het
grondgebied van Kaapverdië of van een door Kaapverdië afgegeven geldige
verblijfstitel met een langere geldigheidsduur, of –
de betrokken persoon de volgens het visum
toegestane verblijfsduur heeft overschreden of op het grondgebied van de
verzoekende lidstaat volgens het visum niet-toegestane activiteiten heeft
ontplooid. 3. Nadat
Kaapverdië het overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de verzoekende
lidstaat de persoon van wie de overname is aanvaard het standaardreisdocument
van de Europese Unie voor verwijderingsdoeleinden[3]. Afdeling II
Overnameverplichtingen van de Unie Artikel 4
Overname van eigen onderdanen 1. Overeenkomstig artikel 13, lid 5,
onder c), i), van de overeenkomst van Cotonou, neemt een lidstaat, op verzoek
van Kaapverdië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze
overeenkomst zijn genoemd, iedere persoon over die niet of niet meer voldoet
aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied
van Kaapverdië, mits wordt aangetoond of op basis van prima facie bewijs
aannemelijk kan worden gemaakt dat de betrokken persoon onderdaan is van die
lidstaat. 2. Een lidstaat neemt ook de volgende
personen over: –
minderjarige ongehuwde kinderen van de in
lid 1 vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit,
tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in Kaapverdië hebben; –
echtgenoten van de in lid 1 vermelde personen
die een andere nationaliteit bezitten, mits zij het recht hebben of krijgen om
op het grondgebied van de aangezochte lidstaat binnen te komen en te
verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht in Kaapverdië hebben. 3. Een lidstaat
neemt ook de personen over aan wie de nationaliteit van een lidstaat is
ontnomen of die daarvan afstand hebben gedaan sinds zij het grondgebied van
Kaapverdië zijn binnengekomen, tenzij die personen ten minste een
naturalisatietoezegging van Kaapverdië hebben gekregen. 4. Nadat de lidstaat het
overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt de ter zake bevoegde diplomatieke
of consulaire post van deze lidstaat, ongeacht de wens van de over te nemen
persoon, onverwijld en uiterlijk binnen vier werkdagen het voor de terugkeer
vereiste reisdocument met een geldigheidsduur van zes maanden. 5. Indien de betrokken persoon om
juridische of feitelijke redenen niet binnen de geldigheidsduur van het
oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de ter
zake bevoegde diplomatieke of consulaire post van de lidstaat binnen vier
werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur. Artikel 5
Overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen 1. Een lidstaat neemt, op verzoek van
Kaapverdië en zonder andere formaliteiten dan die welke in deze overeenkomst zijn
genoemd, iedere onderdaan van een derde land en iedere staatloze persoon over
die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid
of verblijf op het grondgebied van Kaapverdië, wanneer wordt aangetoond of op
basis van prima facie bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat die persoon: (a)
in het bezit is of bij aankomst op het grondgebied
in het bezit was van een geldig, door de aangezochte lidstaat afgegeven visum
en een wettig bewijs van legale binnenkomst op het grondgebied van de
aangezochte lidstaat of een geldige, door de aangezochte lidstaat afgegeven
verblijfstitel; of (b)
rechtstreeks vanuit de aangezochte lidstaat
illegaal het grondgebied van Kaapverdië is binnengekomen en vaststaat dat hij
zich voordien op het grondgebied van de aangezochte lidstaat bevond. 2. De in lid 1 bedoelde overnameplicht
is niet van toepassing wanneer: (a)
de onderdaan van een derde land of de staatloze
persoon slechts in luchthaventransit is geweest via een internationale
luchthaven in de aangezochte lidstaat; of (b)
Kaapverdië aan de onderdaan van een derde land of
de staatloze persoon vóór of na de binnenkomst op zijn grondgebied een visum of
verblijfsvergunning heeft afgegeven, tenzij: –
de betrokken persoon in het bezit is van een door
de aangezochte lidstaat afgegeven visum en een wettig bewijs van legale
binnenkomst op het grondgebied van de aangezochte lidstaat of van een door de
aangezochte lidstaat afgegeven geldige verblijfstitel met een langere
geldigheidsduur, of –
de betrokken persoon de volgens het visum
toegestane verblijfsduur heeft overschreden of op het grondgebied van
Kaapverdië volgens het visum niet-toegestane activiteiten heeft ontplooid. 3. De in lid 1 vervatte
overnameverplichting rust op de lidstaat die een visum of verblijfsvergunning heeft
afgegeven. Indien twee of meer lidstaten een visum of verblijfsvergunning
hebben afgegeven, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de
lidstaat die het document met de langste geldigheidsduur heeft afgegeven of,
indien een of meer daarvan reeds zijn vervallen, het document dat nog steeds
geldig is. Indien alle documenten reeds zijn vervallen, rust de in lid 1
bedoelde overnameverplichting op de lidstaat die het document met de meest
recente vervaldatum heeft afgegeven. Indien dergelijke documenten niet kunnen
worden overgelegd, rust de in lid 1 bedoelde overnameverplichting op de
lidstaat waarvan het grondgebied op de meest recente datum is verlaten. 4. Nadat de lidstaat het
overnameverzoek heeft ingewilligd, verstrekt Kaapverdië de persoon van wie de
overname is aanvaard, het voor diens terugkeer vereiste reisdocument. Afdeling III
Overnameprocedure Artikel 6
Beginselen 1. Onder voorbehoud van het bepaalde
in de leden 2 en 3, wordt voor elke overdracht van een op grond van een
verplichting als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 over te nemen
persoon een schriftelijk overnameverzoek dat in overeenstemming is met artikel
7, ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat. 2. De overdracht kan plaatsvinden zonder dat
de bevoegde autoriteit van de aangezochte staat een overnameverzoek of
schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 11, lid 1, hoeft in te dienen: –
voor eigen onderdanen van de aangezochte staat: indien de over te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument
of een geldige identiteitskaart; –
voor onderdanen van derde landen of staatloze
personen: indien de over te nemen persoon is aangehouden
toen hij rechtstreeks vanuit de aangezochte staat aankwam op de luchthaven van
de verzoekende staat. 3. Onverminderd lid 2, is voor de
overdracht van onderdanen van derde landen of staatloze personen die in het
bezit zijn van een geldig reisdocument en een geldig visum of een geldige
verblijfsvergunning, afgegeven door de aangezochte staat, alleen de in artikel
11, lid 1, bedoelde schriftelijke mededeling van de verzoekende staat aan de
aangezochte staat nodig. 4. Onverminderd lid 1, en in afwijking
van lid 2, is voor de overdracht van personen die moeten worden begeleid,
altijd de in artikel 11, lid 1, bedoelde schriftelijke mededeling van de
verzoekende staat aan de aangezochte staat nodig. 5. Onverminderd de leden 2 en 3, kan
de verzoekende staat, indien een persoon in de grensregio van de verzoekende
staat is aangehouden nadat hij rechtstreeks vanaf het grondgebied van de
aangezochte staat op illegale wijze de grens heeft overschreden, binnen twee
werkdagen na de aanhouding van deze persoon een overnameverzoek indienen
(versnelde procedure). Artikel 7
Overnameverzoek 1. Overnameverzoeken worden
schriftelijk ingediend en bevatten, voor zover mogelijk, de volgende
gegevens: (a)
de persoonsgegevens van de over te nemen persoon
(bv. naam, voornamen, geboortedatum en zo mogelijk geboorteplaats en laatste
verblijfplaats) en, in voorkomend geval, de persoonsgegevens van minderjarige
ongehuwde kinderen en/of echtgeno(o)t(e); (b)
voor eigen onderdanen: vermelding
van de middelen waarmee het bewijs van of het prima facie bewijs inzake de
nationaliteit zal worden geleverd, conform het bepaalde in respectievelijk
bijlage 1 en bijlage 2; (c)
voor onderdanen van derde landen en staatloze
personen: vermelding van de middelen waarmee het bewijs
van of het prima facie bewijs inzake het voldoen aan de voorwaarden voor de
overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen zal worden geleverd,
conform het bepaalde in respectievelijk bijlage 3 en bijlage 4; (d)
een foto van de over te nemen persoon. 2. Overnameverzoeken bevatten, voor
zover mogelijk, ook de volgende aanvullende gegevens: (a)
een verklaring waaruit blijkt dat de over te dragen
persoon hulp of verzorging nodig kan hebben, mits de betrokken persoon
uitdrukkelijk met die verklaring heeft ingestemd; (b)
andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen dan
wel gegevens over de gezondheid van de persoon die voor de overdracht van die
persoon nodig kunnen zijn. 3. Een gemeenschappelijk formulier
voor overnameverzoeken is in bijlage 5 bij deze overeenkomst opgenomen. 4. Overnameverzoeken kunnen met behulp
van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch of per fax. Artikel 8
Bewijsmiddelen met betrekking tot de nationaliteit 1. Het bewijs van de nationaliteit
overeenkomstig artikel 2, lid 1, en artikel 4, lid 1, kan
met name worden geleverd door middel van de in bijlage 1 vermelde
documenten, ook indien de geldigheidsduur ervan is verstreken. Wanneer
dergelijke documenten worden voorgelegd, erkennen de lidstaten en Kaapverdië de
nationaliteit zonder dat daarvoor verder onderzoek nodig is. Het bewijs van de
nationaliteit kan niet door middel van valse documenten worden geleverd. 2. Prima facie bewijs van de
nationaliteit overeenkomstig artikel 2, lid 1, en artikel 4,
lid 1, kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 2
vermelde documenten, ook indien de geldigheidsduur ervan is verstreken. Wanneer
dergelijke documenten worden overgelegd, nemen de lidstaten en Kaapverdië aan
dat de nationaliteit is vastgesteld, tenzij zij het tegendeel kunnen bewijzen. Valse
documenten kunnen niet als prima facie bewijs inzake de nationaliteit dienen. 3. Indien geen van de in bijlage 1 of
bijlage 2 genoemde documenten kan worden overgelegd, neemt de bevoegde
diplomatieke of consulaire post van de aangezochte staat op basis van een in
het overnameverzoek opgenomen verzoek daartoe, de nodige maatregelen om de over
te nemen persoon binnen een redelijke termijn en uiterlijk binnen drie
kalenderdagen na de datum van het verzoek te ondervragen teneinde diens
nationaliteit vast te stellen. De procedure voor dergelijke ondervragingen kan
worden vastgesteld in de op basis van artikel 19 vastgestelde uitvoeringsprotocollen.
Artikel 9
Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van derde landen en staatloze
personen 1. Het bewijs dat is voldaan aan de in
artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, vermelde voorwaarden
voor overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen kan met
name worden geleverd door middel van de in bijlage 3 vermelde
bewijsmiddelen. Dit bewijs kan niet door middel van valse documenten worden
geleverd. Dit bewijs wordt door de lidstaten en Kaapverdië erkend zonder dat
daarvoor verder onderzoek wordt verlangd. 2. Prima facie bewijs dat is voldaan
aan de in artikel 3, lid 1, en artikel 5, lid 1, vermelde
voorwaarden voor overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen
kan met name worden geleverd door middel van de in bijlage 4 vermelde
bewijsmiddelen. Dit bewijs kan niet door middel van valse documenten worden
geleverd. Wanneer dergelijk prima facie bewijs wordt overgelegd, nemen de
lidstaten en Kaapverdië aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij zij het tegendeel
kunnen bewijzen. 3. Het illegale karakter van de
binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf wordt vastgesteld aan de hand van
de reisdocumenten van de betrokken persoon waarin het vereiste visum of de
vereiste verblijfsvergunning voor het grondgebied van de verzoekende staat
ontbreekt. Een verklaring van de verzoekende staat dat de betrokken persoon
niet in het bezit was van de vereiste reisdocumenten, het vereiste visum of de
vereiste verblijfsvergunning kan evenzo als prima facie bewijs dienen voor het
illegale karakter van de binnenkomst, de aanwezigheid of het verblijf. Artikel 10
Termijnen 1. Het verzoek tot overname van een
onderdaan van een derde land of een staatloze persoon wordt bij de bevoegde
autoriteit van de aangezochte staat ingediend binnen één jaar nadat het de
bevoegde autoriteit van de verzoekende staat ter kennis is gekomen dat de
betrokken persoon niet of niet meer aan de voorwaarden voor binnenkomst,
aanwezigheid of verblijf voldoet. Indien er juridische of feitelijke belemmeringen
zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn op
verzoek van de verzoekende staat verlengd, doch uiterlijk totdat de
belemmeringen zijn opgeheven. 2. Het
overnameverzoek wordt schriftelijk beantwoord: –
binnen twee werkdagen wanneer het overnameverzoek
in het kader van de versnelde procedure is ingediend (artikel 6,
lid 5); –
binnen acht kalenderdagen in alle andere gevallen. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum
van ontvangst van het overnameverzoek. Wordt binnen deze
termijn niet geantwoord, dan wordt aangenomen dat met de overdracht wordt
ingestemd. Het antwoord op een overnameverzoek kan met
behulp van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch of per
fax. 3. De afwijzing
van een overnameverzoek wordt schriftelijk gemotiveerd. 4. Nadat met
het overnameverzoek is ingestemd of, in voorkomend geval, nadat de in
lid 2 bedoelde termijn is verstreken, wordt de betrokken persoon binnen
drie maanden overgedragen. Deze termijn kan op verzoek van de verzoekende staat
worden verlengd met de tijd die nodig is om juridische of praktische
belemmeringen op te heffen. Artikel 11
Wijze van overdracht en van vervoer 1. Onverminderd
artikel 6, leden 2 en 3, stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende
staat de bevoegde autoriteiten van de aangezochte staat ten minste 48 uur
voordat een persoon wordt overgedragen schriftelijk in kennis van de datum van
overdracht, de plaats van binnenkomst, eventuele begeleiders en andere voor de
overdracht relevante informatie. 2. Vervoer kan
plaatsvinden door de lucht of over zee. De overdracht door de lucht is niet
beperkt tot het gebruik van de nationale luchtvaartmaatschappijen van
Kaapverdië of van de lidstaten en kan ook plaatsvinden met gebruikmaking van
lijn- en chartervluchten. In het geval van begeleide overdracht mogen naast de
gemachtigde personen van de verzoekende staat ook gemachtigde personen uit
Kaapverdië of een van de lidstaten de over te dragen persoon begeleiden. Artikel 12
Onterechte overname De verzoekende staat neemt een persoon die
door de aangezochte staat is overgenomen terug, indien binnen 3 maanden na
de overdracht van de betrokken persoon wordt vastgesteld dat niet was voldaan
aan de voorwaarden van de artikelen 2 tot en met 5. In dergelijke gevallen zijn mutatis mutandis
de procedurevoorschriften van deze overnameovereenkomst van toepassing en
worden alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en
nationaliteit van de terug te nemen persoon verstrekt. Afdeling IV
Doorgeleiding Artikel 13
Beginselen 1. De lidstaten
en Kaapverdië trachten doorgeleiding van onderdanen van derde landen en
staatloze personen te beperken tot gevallen waarin die personen niet
rechtstreeks aan de staat van bestemming kunnen worden overgedragen. 2. Kaapverdië
staat de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen
over zijn grondgebied echter toe indien een lidstaat daarom verzoekt, en een
lidstaat staat de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze
personen over zijn grondgebied toe indien Kaapverdië daarom verzoekt, wanneer
de verdere reis in eventuele andere staten van doorgeleiding en de overname
door de staat van bestemming verzekerd zijn. 3. Doorgeleiding
kan door Kaapverdië of een lidstaat worden geweigerd: (a)
indien de onderdaan van een derde land of de
staatloze persoon een reëel gevaar loopt in de staat van bestemming of een
andere staat van doorgeleiding te worden onderworpen aan marteling, aan
onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, aan de doodstraf of
aan vervolging op grond van ras, godsdienst, nationaliteit, lidmaatschap van
een bepaalde sociale groep, of politieke overtuiging; of (b)
indien de onderdaan van een derde land of de
staatloze persoon in de aangezochte staat of een andere staat van doorgeleiding
blootstaat aan strafrechtelijke sancties; of (c)
om redenen van volksgezondheid, binnenlandse
veiligheid, openbare orde of andere nationale belangen van de aangezochte
staat. 4. Kaapverdië
of een lidstaat kan elke afgegeven vergunning intrekken indien zich later
omstandigheden zoals bedoeld in lid 3 voordoen die de doorgeleiding belemmeren
of indien de verdere reis in eventuele staten van doorreis of de overname door
de staat van bestemming niet meer gewaarborgd is. In dat geval neemt de verzoekende
staat de onderdaan van een derde land of de staatloze persoon zo nodig
onverwijld terug. Artikel 14
Doorgeleidingsprocedure 1. Doorgeleidingsverzoeken
worden schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte
staat en bevatten de volgende gegevens: (a)
type van doorgeleiding (door de lucht, over zee of
over land), eventuele andere staten van doorgeleiding en beoogde
eindbestemming; (b)
de persoonsgegevens van de betrokken persoon (bv.
naam, voornaam, meisjesnaam, andere namen die de betrokken persoon gebruikt of
waaronder hij bekend staat, geboortedatum, geslacht en zo mogelijk
geboorteplaats, nationaliteit, taal, aard en nummer van het reisdocument); (c)
voorgenomen plaats van binnenkomst, tijdstip van
overdracht en eventueel gebruik van begeleiders; (d)
een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de
verzoekende staat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 13,
lid 2, en dat er geen redenen bekend zijn voor een afwijzing op grond van
artikel 13, lid 3. Een gemeenschappelijk formulier voor doorgeleidingsverzoeken
is in bijlage 6 bij deze overnameovereenkomst opgenomen. Doorgeleidingsverzoeken kunnen met behulp van
elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch of per fax. 2. Binnen drie
werkdagen na ontvangst van het verzoek brengt de aangezochte staat de
verzoekende staat schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging
van de plaats van binnenkomst en het geplande tijdstip van toelating, of van de
afwijzing van de toelating en de redenen daarvoor. Indien er niet wordt geantwoord
binnen drie werkdagen, dan wordt aangenomen dat met de doorgeleiding wordt
ingestemd. Het antwoord op een doorgeleidingsverzoek kan
met behulp van elk communicatiemiddel worden ingediend, ook elektronisch of per
fax. 3. Indien de
doorgeleiding door de lucht gebeurt, worden de over te nemen persoon en
eventuele begeleiders vrijgesteld van de verplichting een
luchthaventransitvisum aan te vragen. Indien de doorgeleiding naar de eindbestemming
door overmacht niet op de geplande wijze kan verlopen, verstrekt de aangezochte
staat onverwijld het benodigde visum voor de over te nemen persoon en diens
eventuele begeleiders voor de periode die nodig is tot de doorgeleiding kan
worden voortgezet. 4. De bevoegde
autoriteiten van de aangezochte staat verlenen in onderling overleg steun aan
de doorgeleiding, met name door toezicht op de betrokkenen, en stellen daartoe
geschikte voorzieningen beschikbaar. Afdeling V
Kosten Artikel 15
Kosten van vervoer en van doorgeleiding Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten
om de aan de overname verbonden kosten van de over te nemen persoon of derde
partijen terug te vorderen, komen alle vervoerskosten in verband met overname
en doorgeleiding uit hoofde van deze overeenkomst tot aan de grens van de staat
van eindbestemming ten laste van de verzoekende staat. Afdeling VI
Gegevensbescherming en onverminderde toepasselijkheid Artikel 16
Gegevensbescherming Persoonsgegevens worden alleen verstrekt
wanneer dit nodig is voor de uitvoering van deze overeenkomst door, naar gelang
van het geval, de bevoegde autoriteiten van Kaapverdië of van een lidstaat. De verwerking en de behandeling van persoonsgegevens in een bepaald
geval zijn onderworpen aan de wetgeving van Kaapverdië en, wanneer de voor de
verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie een bevoegde autoriteit
van een lidstaat is, aan de bepalingen van Richtlijn 95/46/EG en de
nationale wetgeving van die lidstaat die uit hoofde van deze richtlijn is
vastgesteld. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing: (a)
de persoonsgegevens moeten eerlijk en rechtmatig
worden verwerkt; (b)
de persoonsgegevens moeten voor het welbepaalde,
uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doel van de tenuitvoerlegging van
deze overeenkomst worden verkregen en mogen door de meedelende of ontvangende
autoriteit niet verder worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met
dat doel; (c)
de persoonsgegevens moeten toereikend, ter zake
dienend en niet bovenmatig zijn in verhouding tot het doel waarvoor zij worden
verkregen en/of verder verwerkt; de verstrekte
persoonsgegevens mogen met name uitsluitend betrekking hebben op: –
de identiteit van de betrokken persoon
(bijvoorbeeld voornamen, familienaam, vroegere namen, andere namen die de
betrokken persoon gebruikt of onder welke hij bekend staat, geslacht,
burgerlijke staat, plaats en datum van geboorte, huidige en eventuele vroegere
nationaliteit); –
paspoort, identiteitskaart of rijbewijs (nummer,
geldigheidstermijn, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van
afgifte); –
stopplaatsen en reisroutes; –
andere voor identificatie van de over te dragen
persoon of voor het onderzoek van de overnamevereisten uit hoofde van deze
overeenkomst dienstige gegevens; (d)
de persoonsgegevens moeten nauwkeurig zijn en
moeten zo nodig worden bijgewerkt; (e)
de persoonsgegevens mogen in een vorm die het
mogelijk maakt om de betrokkenen te identificeren, niet langer worden bewaard
dan noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doeleinden waarvoor zij
worden verzameld of vervolgens worden verwerkt; (f)
de mededelende en de ontvangende autoriteit treffen
alle redelijke maatregelen die nodig zijn om te zorgen voor een passende
correctie, uitwissing of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking
ervan niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name
omdat deze persoonsgegevens niet toereikend, ter zake dienend of nauwkeurig
zijn, of omdat zij bovenmatig zijn in verhouding tot het doel van de
verwerking. Dit behelst tevens de kennisgeving van elke
correctie, uitwissing of afscherming aan de andere partij; (g)
op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de
mededelende autoriteit in kennis van het gebruik dat van de verstrekte gegevens
is gemaakt en van de daardoor verkregen resultaten; (h)
persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de bevoegde
autoriteiten worden verstrekt. Voor de mededeling aan
andere instanties is de voorafgaande toestemming van de mededelende autoriteit
vereist; (i)
de mededelende en de ontvangende autoriteit zijn
verplicht de mededeling en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te
registreren. Artikel 17
Onverminderde toepasselijkheid 1. Deze overeenkomst doet geen afbreuk
aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Unie, de
lidstaten en Kaapverdië die voortvloeien uit het internationaal recht, met
inbegrip van internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn, en met
name: –
het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status
van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967; –
het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot
bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; –
internationale overeenkomsten waarbij wordt bepaald
welk land bevoegd is voor de behandeling van ingediende asielaanvragen; –
het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en
andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; –
internationale verdragen inzake uitwijzing en
doorgeleiding; –
multilaterale internationale verdragen en
overeenkomsten over de overname van vreemde onderdanen. 2. Niets in deze overeenkomst belet de
terugkeer van een persoon op basis van andere formele of informele regelingen
tussen de aangezochte en de verzoekende staat. Afdeling VII
Tenuitvoerlegging en toepassing Artikel 18
Gemengd Comité overname 1. De overeenkomstsluitende partijen
verlenen elkaar wederzijds bijstand bij de toepassing en interpretatie van deze
overeenkomst. Daartoe stellen zij een Gemengd Comité overname (hierna "het
comité" genoemd) in, dat met name: (a)
toezicht houdt op de toepassing van deze
overeenkomst; (b)
uitvoeringsregelingen vaststelt die nodig zijn voor
de eenvormige toepassing van deze overeenkomst; (c)
geregeld gegevens uitwisselt over de
uitvoeringsprotocollen die door de afzonderlijke lidstaten en Kaapverdië op
grond van artikel 19 zijn opgesteld; (d)
aanbevelingen doet voor wijziging van deze overnameovereenkomst
en de bijlagen daarbij. 2. De beslissingen van het comité zijn
bindend voor de overeenkomstsluitende partijen. 3. Het comité bestaat uit
vertegenwoordigers van de Unie en van Kaapverdië; 4. Het comité komt zo vaak als nodig
bijeen op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen. 5. Het comité stelt zijn reglement van
orde vast. Artikel 19
Uitvoeringsprotocollen 1. Op verzoek van een lidstaat of van
Kaapverdië, stellen Kaapverdië en die lidstaat een uitvoeringsprotocol op dat
onder andere betrekking heeft op de regels inzake: (a)
de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten, de
plaatsen voor het overschrijden van de grenzen en de uitwisseling van
contactpunten; (b)
de voorwaarden voor begeleide terugkeer, met
inbegrip van de doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze
personen onder begeleiding; (c)
andere middelen en documenten dan die vermeld in de
bijlagen 1 tot en met 4; (d)
de wijze van overname in het kader van de versnelde
procedure; (e)
de procedure voor ondervragingen. 2. De in lid 1 bedoelde
uitvoeringsprotocollen treden pas in werking nadat het Gemengd Comité overname,
bedoeld in artikel 18, ervan in kennis is gesteld. 3. Kaapverdië stemt ermee in om alle
bepalingen van een met een lidstaat gesloten uitvoeringsprotocol ook toe te
passen in zijn betrekkingen met een andere lidstaat, op verzoek van die
laatstbedoelde lidstaat. Artikel 20
Verhouding tot bilaterale overnameovereenkomsten
of overnameregelingen van de lidstaten De bepalingen van deze overnameovereenkomst
hebben voorrang boven de bepalingen van alle bindende rechtsinstrumenten inzake
de overname van zonder vergunning op het grondgebied verblijvende personen die
op basis van artikel 19 tussen afzonderlijke lidstaten en Kaapverdië zijn
of kunnen worden gesloten, voor zover de bepalingen van deze instrumenten
onverenigbaar zijn met die van deze overnameovereenkomst. Afdeling VIII
Slotbepalingen Artikel 21
Territoriaal toepassingsgebied 1. Onverminderd het bepaalde in
lid 2, is deze overeenkomst van toepassing op het grondgebied waarop het
Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie van toepassing zijn, alsook op het grondgebied van Kaapverdië. 2. Deze overeenkomst is niet van toepassing op
het grondgebied van Ierland en van het Verenigd Koninkrijk, tenzij de Europese
Unie Kaapverdië hiervan kennis geeft. Deze overnameovereenkomst is niet van
toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken. Artikel 22
Inwerkingtreding, duur en opzegging 1. Deze overeenkomst wordt door de
overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen
procedures. 2. Deze overeenkomst treedt in werking
op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum waarop de
overeenkomstsluitende partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de in lid 1
bedoelde procedures zijn vervuld. 3. Deze overeenkomst is van toepassing
op Ierland en het Verenigd Koninkrijk vanaf de eerste dag van de tweede maand
na de in artikel 21, lid 2, bedoelde kennisgeving. 4. Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde
tijd gesloten. 5. Iedere overeenkomstsluitende partij
kan deze overeenkomst door officiële kennisgeving aan de andere
overeenkomstsluitende partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden
na de datum van genoemde kennisgeving. Artikel 23
Bijlagen De bijlagen 1
tot en met 6 maken een integrerend deel uit van deze overeenkomst. Opgesteld te …, op …, in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de
Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de
Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de
Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische
en de Zweedse taal, waarbij al deze teksten gelijkelijk authentiek zijn. Voor de Europese Unie (…) || Voor de Republiek Kaapverdië (…) BIJLAGE
1 Gemeenschappelijke lijst van documenten die
kunnen dienen als bewijs van de nationaliteit (artikel 2, lid 1, artikel 4, lid 1, en
artikel 8, lid 1) Wanneer de aangezochte staat een lidstaat
of Kaapverdië is: –
alle soorten paspoorten (nationale paspoorten,
diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten, collectieve paspoorten en
paspoortvervangende documenten, met inbegrip van paspoorten voor kinderen); –
door de aangezochte staat afgegeven laissez-passer; –
alle soorten identiteitskaarten (ook tijdelijke en
voorlopige identiteitskaarten); –
militaire zakboekjes en militaire
identiteitskaarten; –
monsterboekjes en schippersbewijzen; –
burgerschapscertificaten en andere officiële
documenten waaruit duidelijk het staatsburgerschap blijkt. Wanneer de aangezochte staat Kaapverdië
is: –
bevestiging van de identiteit na raadpleging van
het visuminformatiesysteem[4]; –
in het geval van lidstaten die het
visuminformatiesysteem niet gebruiken: positieve identificatie op basis van
visumaanvraagdossiers van die lidstaten. Wanneer de aangezochte staat een lidstaat
is: –
positieve identificatie op basis van
visumaanvraagdossiers van Kaapverdië. BIJLAGE
2 Gemeenschappelijke lijst van documenten die
kunnen dienen als prima facie bewijs van de nationaliteit (artikel 2, lid 1, artikel 4, lid 1, en
artikel 8, lid 2) –
fotokopieën van de in bijlage 1 genoemde
documenten; –
rijbewijzen of fotokopieën daarvan; –
geboorteakten of fotokopieën daarvan; –
bedrijfspassen of fotokopieën daarvan; –
getuigenverklaringen; –
verklaringen van de betrokken persoon en de door
hem gesproken taal, onder meer door middel van een officieel
onderzoeksresultaat; –
vingerafdrukken; –
andere documenten die kunnen bijdragen tot het
vaststellen van de nationaliteit van de betrokken persoon. BIJLAGE
3 Gemeenschappelijke lijst van documenten die
worden beschouwd als bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden voor de overname
van onderdanen van derde landen en staatloze personen (artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en
artikel 9, lid 1) –
visum met bewijs van binnenkomst op het grondgebied
van de aangezochte staat en/of verblijfsvergunning die is afgegeven door de
aangezochte staat; –
inreis-/uitreisstempels of soortgelijke
aantekeningen in het reisdocument van de betrokkene of andere bewijzen van
inreis/uitreis (bv. fotografische); –
alle soorten documenten, certificaten en rekeningen
(bv. hotelrekeningen, afspraakkaarten voor bezoek aan arts/tandarts,
toegangsbewijzen voor openbare/particuliere instellingen,
autoverhuurcontracten, kredietkaartreçu's, enz.) waaruit duidelijk blijkt dat
de betrokken persoon op het grondgebied van de aangezochte staat heeft
verbleven; –
reisbiljetten op naam en/of passagierslijsten voor
vlieg-, trein-, bus- of bootreizen waaruit de aanwezigheid van de betrokken
persoon en zijn reisroute op het grondgebied van de aangezochte staat kunnen
worden afgeleid; –
inlichtingen waaruit blijkt dat de betrokkene
gebruik heeft gemaakt van de diensten van een reisbegeleider of reisbureau; –
officiële verklaringen van met name grensbeambten
en andere personen die kunnen getuigen dat de betrokkene de grens heeft
overschreden; –
officiële verklaringen van de betrokken persoon in
gerechtelijke of administratieve procedures. BIJLAGE
4 Gemeenschappelijke lijst van documenten die
worden beschouwd als prima facie bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden voor
de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen (artikel 3, lid 1, artikel 5, lid 1, en
artikel 9, lid 2) –
door de aangezochte staat afgegeven visum; –
omschrijving van de plaats waar en omstandigheden
waaronder de betrokkene na binnenkomst van het grondgebied van de verzoekende
staat is aangetroffen, verstrekt door de bevoegde autoriteiten van die staat; –
gegevens met betrekking tot de identiteit en/of het
verblijf van een persoon die door een internationale organisatie zijn verstrekt
(bv. UNHCR); –
rapportage/bevestiging van de inlichtingen door
familieleden, reisgenoten, enz.; –
verklaring van de betrokken persoon; –
vingerafdrukken. BIJLAGE
5 || || [Embleem van de Republiek Kaapverdië] || ..............................................................………… ................................................................……….… || .................................................................…….. (Plaats en datum) (Benaming van de verzoekende autoriteit) || Referentie:
.............................................…………… Aan: ................................................................……….… || ................................................................……….… ................................................................………… (Benaming van de aangezochte autoriteit) || q VERSNELDE PROCEDURE
(artikel 6, lid 5) q VERZOEK OM
ONDERVRAGING (artikel 8, lid 3) OVERNAMEVERZOEK overeenkomstig
artikel 7 van de overeenkomst van […] tussen de Europese Unie
en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder vergunning
op het grondgebied verblijven A. Persoonsgegevens 1. Volledige naam (onderstreep familienaam): ...........................................................……………………………… 2. Meisjesnaam: ...........................................................……………………………… 3. Geboorteplaats en –datum: ...........................................................……………………………… || Foto 4. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van ogen, bijzondere kenmerken, enz.): …………………………………………………………………………………………...................…………………. 5. Ook bekend als
(vroegere namen, andere namen die de persoon gebruikt of waaronder hij bekend
staat): …………………………………………………………………………………………...................…………………. 6. Nationaliteit en taal: …………………………………………………………………………………………...................…………………. 7.
Burgerlijke staat: ð gehuwd ð vrijgezel ð gescheiden ð weduwe/weduwnaar Indien gehuwd: naam
van echtgenoot/echtgenote:
.........................................……………………………… naam en leeftijd van
eventuele kinderen:.......................................……………………………… ...........................................................………………...............................................……………………………… 8. Laatste adres in de
verzoekende staat: ...........................................................………………...............................................……………………………… B. Persoonsgegevens van de echtgenoot/echtgenote (in
voorkomend geval) 1.
Volledige naam (onderstreep familienaam):
...........................................................……………….......................................................……………………………… 2. Meisjesnaam:
...........................................................………………......................................................……………………………… 3. Geboorteplaats en –datum:
…………………………............................................................……………………………… 4. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van ogen, bijzondere kenmerken, enz.): ...........................................................………………......................................................……………………………… 5. Ook bekend als (vroegere namen, andere namen
die de persoon gebruikt of waaronder hij bekend staat): ...........................................................………………......................................................……………………………… 6. Nationaliteit en taal: ...........................................................………………......................................................……………………………… C. Persoonsgegevens van de kinderen (in voorkomend
geval) 1.
Volledige naam (onderstreep familienaam):
...........................................................………………......................................................……………………………… 2. Geboorteplaats en –datum:
…………………………............................................................……………………………… 3. Geslacht en
persoonsbeschrijving (lengte, kleur van ogen, bijzondere kenmerken, enz.): ...........................................................………………......................................................……………………………… 4. Nationaliteit en
taal: ...........................................................………………......................................................……………………………… D. Bijzondere omstandigheden met betrekking tot de
over te dragen persoon 1. Gezondheidstoestand (bv. eventuele
bijzondere medische behandeling; Latijnse naam van besmettelijke ziekte): ...........................................................………………......................................................……………………………… 2. Reden waarom de persoon bijzonder gevaarlijk is (bv. verdacht van een
ernstig misdrijf; agressief gedrag): ...........................................................………………......................................................……………………………… E. Bijgevoegd bewijsmateraal 1. .................................................................………… (Paspoortnummer) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................……….. (Vervaldatum) 2. .................................................................………… (Nummer identiteitskaart) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................……….. (Vervaldatum) 3. .................................................................………… (Nummer rijbewijs) || ......................................................................………... (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................……….. (Vervaldatum) 4. .................................................................………… (Nummer ander officieel document) || ......................................................................………… (Datum en plaats van afgifte) ..................................................................………… (Afgevende autoriteit) || ......................................................................……….. (Vervaldatum) F. Opmerkingen ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ....................................................................................................................................................................…………… ................................................... (Handtekening)
(Zegel/stempel) BIJLAGE 6 || || [Embleem van de Republiek Kaapverdië] || ..............................................................………… ................................................................……….. || .................................................................……… (Plaats en datum) (Benaming van de verzoekende autoriteit) || Referentie ................................................................………… Aan: ................................................................…………. || ................................................................………… ................................................................………… (Benaming van de aangezochte autoriteit) || DOORGELEIDINGSVERZOEK overeenkomstig
artikel 14 van de overeenkomst van […] tussen de Europese Unie
en de Republiek Kaapverdië inzake de overname van personen die zonder vergunning
op het grondgebied verblijven A. Persoonsgegevens 1. Volledige naam (onderstreep familienaam): ............................................................................ 2. Meisjesnaam: ............................................................................ 3. Geboorteplaats en –datum: …......................................................................... || Foto 4. Geslacht en persoonsbeschrijving
(lengte, kleur van ogen, bijzondere kenmerken, enz.): ……………………………………………………………………………………………………………. 6. Ook bekend als
(vroegere namen, andere namen die de persoon gebruikt of waaronder hij bekend
staat): ……………………………………………………………………………………………………………. 7. Nationaliteit en
taal: ……………………………………………………………………………………………………………. 8. Aard en nummer van
het reisdocument: ……………………………………………………………………………………………………………. B. Doorgeleiding 1.
Aard van de doorgeleiding q door de lucht || q over land || q over zee 2. Staat van eindbestemming ...........................................................………………...............................................……………………………… 3. Eventuele andere
staten van doorgeleiding ...........................................................………………...............................................……………………………… 4. Voorgestelde plaats
van grensoverschrijding (grensdoorlaatpost), datum, tijdstip van overdracht en
eventuele begeleiders ...........................................................………………...............................................……………………………… ...........................................................………………...............................................……………………………… ...........................................................………………...............................................……………………………… 5. Toelating gewaarborgd in alle andere
doorreisstaten en in de staat van eindbestemming
(artikel 13, lid 2) q ja || q nee 6. Kennis van enige reden voor weigering van
de doorgeleiding
(artikel 13, lid 3) q ja || q nee C. Opmerkingen ..............................................................................................................................................……………. ..............................................................................................................................................……………. ..............................................................................................................................................…………….. .....................................................................................................………………………….…………….. .....................................................................................................………………………….…………….. .....................................................................................................………………………….…………….. .....................................................................................................………………………….…………….. ................................................... (Handtekening)
(Zegel/stempel) Gemeenschappelijke verklaring betreffende de
artikelen 3 en 5 De partijen streven ernaar alle onderdanen van derde landen die niet of
niet meer voldoen aan de juridische voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid
of verblijf op hun respectieve grondgebieden, naar hun land van herkomst terug
te zenden. Gemeenschappelijke verklaring betreffende
Denemarken De
overeenkomstsluitende partijen nemen er nota van dat deze overeenkomst niet van
toepassing is op het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, noch op
onderdanen van het Koninkrijk Denemarken. Daarom is het wenselijk dat
Kaapverdië en Denemarken een overnameovereenkomst sluiten die vergelijkbaar is
met deze overnameovereenkomst. Gemeenschappelijke verklaring betreffende
IJsland en Noorwegen De
overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de nauwe band tussen de Europese
Unie en IJsland en Noorwegen, met name uit hoofde van de overeenkomst van
18 mei 1999 inzake de wijze waarop die landen worden betrokken bij de
uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis. Daarom is
het wenselijk dat Kaapverdië met IJsland en met Noorwegen een
overnameovereenkomst sluit die vergelijkbaar is met deze overnameovereenkomst. Gemeenschappelijke verklaring betreffende
Zwitserland De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de nauwe band tussen
de Europese Unie en Zwitserland, met name uit hoofde van de op 1 maart
2008 in werking getreden overeenkomst inzake de wijze waarop Zwitserland wordt
betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het
Schengenacquis. Het is daarom wenselijk dat Kaapverdië met Zwitserland een
overnameovereenkomst sluit die vergelijkbaar is met deze overeenkomst. Gemeenschappelijke verklaring betreffende het
vorstendom Liechtenstein De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de nauwe band tussen
de Europese Unie en het Vorstendom Liechtenstein, met name uit hoofde van de op
19 december 2011 in werking getreden overeenkomst inzake de wijze waarop het
Vorstendom Liechtenstein wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de
ontwikkeling van het Schengenacquis. Het is daarom wenselijk dat Kaapverdië met
het Vorstendom Liechtenstein een overnameovereenkomst sluit die vergelijkbaar
is met deze overeenkomst. [1] Overeenkomstig het formulier dat is aangenomen bij de
EU-aanbeveling van de Raad van 30 november 1994. [2] Ibid. [3] Ibid. [4] Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement
en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de
uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort
verblijf (VIS-verordening), PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60.