This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012PC0044
Proposal for a COUNCIL DECISION on the submission by the European Union of an amendment of Appendix III to the Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de indiening door de Europese Unie van een wijziging van bijlage III bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES)
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de indiening door de Europese Unie van een wijziging van bijlage III bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES)
/* COM/2012/044 final - 2012/0020 (NLE) */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de indiening door de Europese Unie van een wijziging van bijlage III bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES) /* COM/2012/044 final - 2012/0020 (NLE) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Het verspreidingsgebied
van de haringhaai (Lamna nasus) omvat de hele Noord-Atlantische Oceaan
alsook een brede wereldomspannende gordel van zeeën in het zuidelijk halfrond. Lamna
nasus is een actieve, warmbloedige, relatief langzaam groeiende en laat
geslachtsrijp wordende, langlevende soort die slechts een klein aantal jongen
voortbrengt. In het FAO-systeem valt zij in de
'laagste productiviteit'-categorie van de meest kwetsbare soorten
waterorganismen. Beoordelingen van de Atlantische populatie geven zowel voor
het historische als voor het recente verleden een aantal forse bestandsafnames
te zien. De exploitatie van de populaties in andere oceanen van het zuidelijk
halfrond is grotendeels ongereguleerd en waarschijnlijk niet duurzaam. De soort
is uitermate gevoelig voor overbevissing. Haar geringe productiviteit
maakt haar erg kwetsbaar voor visserijdruk. In het noorden en vooral het
noordoosten van de Atlantische Oceaan is de laatste decennia sprake van een steile
afname, wat de EU ertoe heeft aangezet de bevissing van deze soort te
verbieden. Dit verbod geldt zowel voor EU-vaartuigen als voor onder vreemde
vlag varende vaartuigen die hun activiteiten in EU-wateren ontplooien. De
haringhaaivisserij is in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan ook
verboden krachtens een besluit van de Visserijcommissie voor het
noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan (North East Atlantic Fisheries
Commission, NEAFC). Bevissing vindt nog steeds plaats in het noordwestelijke
deel van de Atlantische Oceaan en in het zuidelijk halfrond. Met uitzondering
van de NEAFC hebben regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB's) tot
dusver weinig of geen maatregelen voor het beheer en de instandhouding van de
haringhaai aangenomen, en er is weinig informatie voorhanden over de vigerende
interne wetgeving van andere landen in het verspreidingsgebied van de soort. Overigens
wordt aangenomen dat een aanzienlijk deel van de haringhaaivangst niet wordt
gerapporteerd. In het licht van
een en ander heeft de EU in 2007 en 2010 voorgesteld de haringhaai in
bijlage II bij de CITES-overeenkomst op te nemen. Die voorstellen werden
door een meerderheid van CITES-partijen gesteund, evenwel zonder dat de voor de
aanneming ervan vereiste tweederdemeerderheid werd bereikt. In 2009 en 2010
heeft de EU ook in de Internationale Commissie voor de instandhouding van de
Atlantische tonijnen (ICCAT) een voorstel tot verbod van de haringhaaivangst
ingediend, dat werd verworpen. Over de omvang van
de internationale handel in haringhaaien en het effect daarvan op de status van
de soort zijn weinig gegevens beschikbaar. Meer bepaald zijn er momenteel geen
internationaal aanvaarde specifieke gegevens over aantallen gevangen
haringhaaien beschikbaar aan de hand waarvan de omvang van de internationale
handel in deze soort zou kunnen worden gekwantificeerd. Er zijn echter
duidelijke aanwijzingen dat delen of afgeleide producten van haringhaaien het
voorwerp zijn van internationale handel en dat er een belangrijke
internationale markt is voor producten zoals haaienvlees en ‑vinnen. Van de EU
wordt vermoed dat zij een van de belangrijkste afzetmarkten voor
haringhaaispecimens is; op de Unie rust dan ook een bijzondere
verantwoordelijkheid om de duurzaamheid van die handel te garanderen. Gegevens over de internationale handel in
haringhaaien zijn nodig om het effect van die internationale handel op de
instandhouding van de soort te kunnen beoordelen. Het vergaren van gegevens
over de internationale handel vereist internationale samenwerking. De beste
manier om die samenwerking tot stand te brengen bestaat erin dat de
EU-lidstaten de soort in bijlage III bij de CITES-overeenkomst opnemen.
Dat spoort ook perfect met het actieplan voor haaien van de Europese Gemeenschap
dat de Commissie in 2009 heeft aangenomen. Overeenkomstig artikel XVI van de CITES-overeenkomst
kan elke partij te allen tijde bij het Secretariaat een lijst van soorten
indienen ter opneming daarvan in bijlage III. Een wijziging van
bijlage III wordt automatisch van kracht 90 dagen nadat de ingediende
lijst door het Secretariaat aan de partijen is bekendgemaakt. De opneming van de haringhaai in
bijlage III heeft als gevolg dat elke uitvoer van specimens van deze soort
uit de EU vergezeld moet gaan van een uitvoervergunning die bewijst dat de
specimens legaal zijn gevangen. Voor andere vormen van handel (uitvoer naar de
EU of handel tussen niet tot de EU behorende partijen) is de overlegging van
een certificaat van oorsprong door het uitvoerende land vereist. Een opneming in
bijlage III zal ervoor zorgen dat alle partijen bij CITES ten minste over
gegevens beschikken over de hoeveelheid en de oorsprong van de verhandelde
specimens; dit zal de kennisbasis betreffende factoren die voor de instandhouding
van de haringhaai relevant zijn, versterken met het oog op eventuele
instandhoudings‑ en/of handelsmaatregelen die landen of internationale
organisaties in de toekomst zouden willen nemen. Een opneming in
bijlage III zal ervoor zorgen dat de partijen bij CITES extra aandacht
schenken aan de omstandigheden waaronder haringhaaien aan de natuur worden
onttrokken en worden verhandeld, en kan ertoe leiden dat – waar zulks nog niet
het geval is – instandhoudingsmaatregelen worden getroffen om de duurzame
exploitatie van de soort te garanderen. 2. RESULTATEN VAN DE RAADPLEGINGEN VAN DE
BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELINGEN Het voorstel om de haringhaai in
CITES-bijlage III op te nemen, is meermaals met de EU-lidstaten besproken
tijdens vergaderingen van het EU-comité voor de handel in wilde planten en
dieren, met name op 11 juni 2010, 15 september 2010, 6 december 2010,
22 maart 2011 en 26 juli 2011. In dit comité bestond brede steun voor
de opneming van de haringhaai in CITES-bijlage III. Voorts zijn de CITES-partijen bij brief van 27 mei
2011 in kennis gesteld van het mogelijke voornemen van de EU om de haringhaai
in CITES-bijlage III op te nemen. Behalve van Japan en China (die
betwisten dat CITES een geschikt kader is voor de regulering van de handel in zeeorganismen)
heeft de Europese Commissie vrij gunstige reacties ontvangen (vooral van de VS,
Nieuw Zeeland, Turkije, Kroatië en Montenegro, terwijl Australië heeft
aangegeven dat opneming in CITES-bijlage III de kansen van een toekomstig
voorstel om de soort in bijlage II op te nemen, negatief zou kunnen
beïnvloeden). Aan de opneming zijn slechts beperkte
sociaaleconomische en administratieve kosten verbonden: EU-lidstaten die
haringhaaien uitvoeren, zullen daarvoor een uitvoervergunning moeten afgeven
die bevestigt dat de specimens legaal zijn gevangen. Omdat de
haringhaaienvangst in het grootste deel van de EU-wateren is verboden, gaat het
vermoedelijk om een geringe hoeveelheid. Andere landen die haringhaaien
verhandelen, zullen een certificaat van oorsprong moeten afgeven. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL De CITES-overeenkomst wordt in de EU ten
uitvoer gelegd middels Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9
december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten
door controle op het desbetreffende handelsverkeer[1]. De opneming van de haringhaai
in CITES-bijlage III zal resulteren in de opneming van de soort in
bijlage C bij Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad, die van kracht
wordt zodra de opneming in bijlage III bij de CITES-overeenkomst in
werking treedt. Aangezien dit consequenties heeft voor zowel het milieubeleid
als het handelsbeleid van de EU, dienen artikel 192, lid 1, en
artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de
inhoudelijke rechtsgrondslag van het besluit van de Raad te vormen. De
procedurele rechtsgrondslag dient artikel 218, lid 9, te zijn,
aangezien het besluit betrekking heeft op de vaststelling van een EU-standpunt
met het oog op de wijziging van een bijlage bij de CITES-overeenkomst waaraan
rechtsgevolgen zijn verbonden. 2012/0020 (NLE) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de indiening door de Europese
Unie van een wijziging van bijlage III bij de Overeenkomst inzake de
internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten
(CITES) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, en artikel 207, in
samenhang met artikel 218, lid 9, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Overwegende hetgeen volgt: (1)
De Overeenkomst inzake de internationale handel in
bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten wordt in de Europese Unie
(hierna "de EU" genoemd) ten uitvoer gelegd bij Verordening (EG) nr. 338/97
van de Raad van 9 december 1996[2]. (2)
De soort Lamna nasus is wegens haar geringe
productiviteit erg kwetsbaar voor visserijdruk. Het bestand van deze soort is
in het noorden en vooral het noordoosten van de Atlantische Oceaan de laatste
decennia fors afgenomen, wat de EU ertoe heeft aangezet de bevissing ervan te
verbieden. Dit verbod geldt zowel voor vaartuigen van de Unie als voor onder
vreemde vlag varende vaartuigen die hun activiteiten in wateren van de Unie
ontplooien. De exploitatie van de populaties in andere oceanen van het
zuidelijk halfrond is grotendeels ongereguleerd en waarschijnlijk niet
duurzaam. (3)
Omdat de Unie van mening is dat de soort wereldwijd
met uitsterven wordt bedreigd tenzij de internationale handel strikt wordt
gereguleerd teneinde te vermijden dat de exploitatie het voortbestaan ervan in
het gedrang brengt, heeft zij op CITES CoP14 (2007) en CoP15 (2010) de opneming
ervan in CITES-bijlage II voorgesteld. Die voorstellen werden niet
gesteund door de tweederdemeerderheid van partijen die krachtens de
CITES-overeenkomst voor de aanneming ervan is vereist. Aangezien er geen
aanwijzingen zijn dat de soort zich herstelt, en bij gebrek aan een
internationale regeling die het beheer en het behoud ervan in haar hele
verspreidingsgebied garandeert, is verdere actie van de Unie noodzakelijk om de
soort te beschermen. (4)
Aangenomen wordt dat de internationale handel een
belangrijke rol heeft gespeeld als aanjager van de overbevissing van de
haringhaai. Er zijn momenteel geen internationaal aanvaarde specifieke gegevens
over de handel in haringhaaispecimens beschikbaar, en het vergaren van
dergelijke handelsgegevens is noodzakelijk om het effect van de internationale
handel op de instandhouding van de soort te beoordelen. Teneinde internationale
samenwerking met het oog op de controle op de handel in specimens van Lamna
nasus alsook een betere bescherming van deze soort te bevorderen, dient zij
door alle lidstaten in bijlage III bij de CITES-overeenkomst te worden
opgenomen. (5)
Krachtens artikel XVI van de
CITES-overeenkomst wordt een wijziging van bijlage III automatisch van
kracht 90 dagen nadat de ingediende wijziging door het Secretariaat aan de
partijen is bekendgemaakt. Deze wijziging van de bijlagen bij de Overeenkomst
heeft gevolgen voor de relevante wetgeving van de Unie, aangezien elke uitvoer
van haringhaaien uit de EU vergezeld zal moeten gaan van een uitvoervergunning
die bewijst dat de specimens legaal zijn gevangen. Voor andere vormen van
handel (uitvoer naar de Unie of handel tussen niet tot de Unie behorende
partijen) is de overlegging van een certificaat van oorsprong door het
uitvoerende land vereist. (6)
Aangezien de zogenaamde
"Gaborone-clausule" bij de CITES-overeenkomst niet in werking is
getreden, is de Unie nog geen partij bij die overeenkomst. (7)
In die omstandigheden moet een besluit van de Unie
om Lamna nasus in bijlage III bij de CITES-overeenkomst op te
nemen, worden genomen door de lidstaten die gezamenlijk optreden in het belang
van de Unie, op een wijze die in overeenstemming is met de vereiste eenheid in
de externe vertegenwoordiging van de Unie. (8)
De gezamenlijke indiening van de opneming van Lamna
nasus in bijlage III bij de CITES-overeenkomst dient derhalve aan het
CITES-secretariaat te worden toegezonden door de lidstaat die het voorzitterschap
van de Raad van de Europese Unie bekleedt en optreedt als vertegenwoordiger van
de lidstaten, HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD: Artikel 1 De lidstaten, handelend in het belang van de
Europese Unie, dienen bij het CITES-secretariaat
gezamenlijk het verzoek in om de soort Lamna nasus
in bijlage III bij de CITES-overeenkomst op te nemen. De gezamenlijke
indiening wordt aan het CITES-secretariaat toegezonden door de lidstaat
die het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedt, zoals beschreven in de bijlage bij dit besluit. Artikel 2 Dit besluit is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, op Voor
de Raad De
voorzitter BIJLAGE Indiening door [de lidstaat die het
voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie bekleedt] namens de
EU-lidstaten bij het CITES-secretariaat met het oog op de opneming van Lamna nasus in
bijlage III bij de CITES-overeenkomst Overeenkomstig
artikel XVI, lid 1, van de Overeenkomst en na overleg met de andere
belanghebbende CITES-partijen dient [de lidstaat die het voorzitterschap van de Raad van de Europese
Unie bekleedt] de opneming van Lamna nasus in
bijlage III bij de Overeenkomst in. Bijgevolg wordt het
Secretariaat verzocht om voor de 27 EU-lidstaten (België,
Bulgarije, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Estland, Ierland, Griekenland,
Spanje, Frankrijk, Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Hongarije,
Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije,
Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) de hierna
genoemde soort in bijlage III bij de CITES-overeenkomst op te nemen: FAUNA Chondrichthyes
(Onderklasse: Elasmobranchii) Lamniformes Lamnidae Lamna nasus (Bonnaterre, 1788) Afbeelding
1. Haringhaai (Lamna nasus) (Bron:
FAO-soortidentificatieblad) Bijlage 1 bevat
een overzicht van de maatregelen die de Europese Unie heeft genomen om
de in Resolutie Conf. 9.25 (Rev. CoP15) vervatte aanbevelingen ten
uitvoer te leggen. Hoogachtend, Bijlage 1 Door de Europese Unie genomen maatregelen om de in Resolutie
Conf. 9.25 (Rev. CoP15) vervatte aanbevelingen ten uitvoer te leggen –
Interne regelgeving van de EU met betrekking tot
het beheer en de instandhouding van en de handel in haringhaai De interne regelgeving van de EU welke de bevissing van de haringhaai
verbiedt of beperkt en de handel reguleert met het oog op de instandhouding van
de soort, omvat de volgende instrumenten: ·
Verordening (EU) nr. 57/2011 van de Raad
van 18 januari 2011 verbiedt de vangst van de
haringhaai[3].
Dit verbod geldt zowel voor EU-vaartuigen als voor onder vreemde vlag varende vaartuigen
die hun activiteiten in EU-wateren ontplooien; ·
Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad
van 20 november 2009 stelt de maatregelen vast
inzake toezicht, handhaving en bestraffing van inbreuken op de regels van het gemeenschappelijk
visserijbeleid van de EU[4].
Deze verordening is van toepassing op de haringhaai en op alle andere onder het
gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU vallende soorten; ·
Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad
van 29 september 2008[5] stelt de regels voor de invoer van visserijproducten in de EU vast. Voorts heeft de Visserijcommissie voor het noordoostelijke deel van de
Atlantische Oceaan (North East Atlantic Fisheries Commission, NEAFC) tijdens
haar jaarlijkse vergadering in november 2010 besloten alle gerichte bevissing
van de haringhaai in het onder haar bevoegdheid vallende gereglementeerde
gebied in 2011 te verbieden. De regelgeving van de Europese Unie is
rechtstreeks toepasselijk in alle lidstaten van de Europese Unie. [1] PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1. [2] PB L 61 van 3.3.1997, blz. 1. [3] De
volgende link verleent toegang tot de tekst van de verordening:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2011:024:0001:0125:NL:PDF.
De haringhaai valt onder artikel 5, lid 1, in samenhang met
bijlage IA, blz. 29, en artikel 8, lid 1, onder e). [4] De volgende link verleent toegang tot de tekst van de
verordening:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2009:343:0001:0050:NL:PDF [5] De
volgende link verleent toegang tot de tekst van de verordening:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2008:286:0001:0032:NL:PDF