This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012JC0027
JOINT COMMUNICATION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS EU SUPPORT FOR SUSTAINABLE CHANGE IN TRANSITION SOCIETIES
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S DUURZAME VERANDERING ONDERSTEUNEN IN SAMENLEVINGEN IN EEN OVERGANGSSITUATIE
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S DUURZAME VERANDERING ONDERSTEUNEN IN SAMENLEVINGEN IN EEN OVERGANGSSITUATIE
/* JOIN/2012/027 final */
GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S DUURZAME VERANDERING ONDERSTEUNEN IN SAMENLEVINGEN IN EEN OVERGANGSSITUATIE /* JOIN/2012/027 final */
INHOUDSOPGAVE 1........... HOE KAN DE EU HELPEN DE VOORWAARDEN
TE CREËREN VOOR GESLAAGDE OVERGANGSPROCESSEN?...................................................................................... 6 1.1........ Steun voor een inclusief politiek
proces en inclusief bestuur.............................................. 6 1.2........ Steun voor institutionele opbouw en
versterking van de rechtsstaat................................... 7 1.3........ Steun voor economische en sociale
ontwikkeling............................................................. 8 1.4........ Steun voor conflictpreventie,
vredesopbouw en veiligheid.............................................. 10 2........... HOE KAN DE EU HAAR INSTRUMENTARIUM
EN AANPAK VERBETEREN? 11 2.1........ Beantwoorden aan de behoeften van
partnersamenlevingen............................................ 11 2.2........ Het proces gewicht geven door snel
successen tot stand te brengen............................... 12 2.3........ Toepassen van stimulansen,
beperkingen en voorwaarden.............................................. 13 2.4........ Het betrekken van alle relevante
belanghebbenden........................................................ 15 2.5........ Verbetering van kennisuitwisseling
en capaciteitsontwikkeling......................................... 16 2.6........ Samenwerken met lidstaten, andere
donoren en organisaties.......................................... 17 GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES
PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN
DE REGIO’S DUURZAME VERANDERING
ONDERSTEUNEN IN SAMENLEVINGEN IN EEN OVERGANGSSITUATIE
Doel en context Mensen streven in heel de wereld naar
politieke vrijheid, veiligheid voor zichzelf en voor hun gezin, een
verantwoordingsplichtige overheid, economische kansen en rechtvaardigheid. Tal
van landen, ook in de EU-nabuurschap, zijn bijgevolg recentelijk gestart (of
doen dat nu) met ingrijpende hervormingen – hervormingen die bedoeld zijn om
hun samenlevingen om te vormen tot inclusieve democratieën die bereid en in
staat zijn om in te spelen op de behoeften en wensen van de bevolking en, in
sommige gevallen, om hun betrekkingen met de internationale gemeenschap en hun
buurlanden te normaliseren. De EU heeft heel wat ervaring met dergelijke
overgangsprocessen, zowel binnen de EU als doordat zij de inspanningen van
andere landen in de nabuurschap en de rest van de wereld ondersteunt. Met name
het uitbreidingsbeleid van de EU is een krachtig instrument voor het begeleiden
van een omvorming van de samenleving gebleken. De landen die reeds tot de Unie
zijn toegetreden, met name in 2004 en 2007, en de landen die naar de toetreding
toewerken, hebben indrukwekkende veranderingen ondergaan als gevolg van op de
toetreding gerichte democratische en economische hervormingen.[1] De nauwe wisselwerking tussen
vrede, stabiliteit, democratie en welvaart is ook uit andere kaders naar voren
gekomen, zoals het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), de
ontwikkelingssamenwerking en het gemeenschappelijk veiligheids- en
defensiebeleid (GVDB) van de EU. Deze mededeling is bedoeld om na te gaan wat
de EU, voortbouwend op de eigen ervaring, te bieden heeft om landen in een
overgangssituatie te helpen bij het verwezenlijken van succesvolle en duurzame
hervormingen. In de mededeling wordt een aantal concrete maatregelen
uiteengezet om de EU-steun aan deze landen beter te laten verlopen met het oog
op de verwezenlijking van duurzame hervormingen die niet weer teniet worden
gedaan. De mededeling is meer bepaald gericht op die
situaties waar bij een hervormingsproces verdere steun nodig is om werkbare en
duurzame veranderingen te verkrijgen. De term “overgang” moet in brede zin
worden opgevat en omvat stabilisatie, omvorming van de samenleving,
institutionele opbouw en consolidatie van hervormingen. Zij is niet specifiek
gericht op zwakke staten en conflictsituaties, want deze brengen een aantal
contextspecifieke uitdagingen mee waarvoor een ander geheel van ondersteunende
maatregelen van de EU nodig zijn. Desalniettemin kunnen sommige hierin vermelde
ervaringen ook voor die staten en situaties relevant zijn. De overgang zorgt voor uitdagingen die sterk
verschillen van land tot land, zoals beschreven in het begeleidende
werkdocument van de diensten van de Commissie. Het proces kan vreedzaam zijn of
gedreven door een crisis. Het gaat gepaard met onzekerheid, risico en soms
bedreiging van de binnenlandse of regionale stabiliteit. De ervaring leert ons
dat overgangsprocessen kunnen mislukken. Dit kan zware politieke, sociale en
economische gevolgen hebben voor een samenleving. Voor een succesvol overgangsproces
moeten hervormingen geconsolideerd worden en op lange termijn houdbaar zijn,
zulks in een klimaat van vertrouwen en stabiliteit. In sommige gevallen is er
ook behoefte aan conflictpreventie, terwijl men vreedzame veranderingen
bevordert en beheert. Om dit te bereiken moet het proces van binnenuit worden
gestuurd, inclusief zijn en de relevante politieke, sociale en economische
probleempunten omvattend aanpakken. Om bij te
dragen tot duurzame verandering in samenlevingen in overgang, moet de EU: –
alle instrumenten inzetten voor een alomvattende,
gerichte en langetermijnrespons die rekening houdt met de behoeften van het
partnerland en de motieven die aan het streven van het volk naar
maatschappelijke veranderingen ten grondslag liggen; –
democratisch goed bestuur, de mensenrechten en de
rechtsstaat, economisch en sociaal welzijn op nationaal en regionaal niveau,
alsook vrede en stabiliteit op een wijze bevorderen die bijdraagt tot duurzame
sociale, economische, politieke en milieumatige hervormingen en regionale
integratie; –
zo handelen dat de eigen verantwoordelijkheid van
de partnerlanden voor het hervormingsproces wordt gestimuleerd en de
uitwisseling van ervaringen wordt aangemoedigd zonder dat specifieke modellen
worden opgelegd. Om dit te bereiken, moet de EU: –
haar respons baseren op een degelijke behoeftenanalyse,
rekening houdende met de belangrijkste uitdagingen waarmee de partnerlanden
worden geconfronteerd; –
nagaan of in de eerste overgangsfase snelle
resultaten inzake fundamentele vrijheden, inkomstenwerving en openbare
diensten kunnen worden geleverd, zulks om voortdurende steun van de bevolking
voor hervormingen aan te moedigen; –
op een meer coherente en doeltreffende wijze
gebruik maken van stimulansen en voorwaarden; –
alle relevante
belanghebbenden – zoals sociale en economische partners, de particuliere
sector en andere maatschappelijke organisaties, alsook regionale organisaties –
betrekken bij de hervormingsprocessen en beleidsdialogen; –
meer investeren in de opbouw van onpartijdige
instellingen die gebonden zijn door de rechtsstaat om te verzekeren dat de
ondernomen hervormingen ook in de praktijk worden uitgevoerd en gehandhaafd;
de ontwikkeling van capaciteit ook buiten de instellingen uitbreiden om
de toegang van de burgers tot openbare diensten, zoals veiligheid en justitie,
te verbeteren; –
doeltreffend gebruik maken van methoden inzake kennisuitwisseling
en capaciteitsontwikkeling, inclusief het gebruik van ervaring met
overgangsprocessen in EU-lidstaten; –
doeltreffende samenwerking en coördinatie aangaan met de EU-lidstaten, met inbegrip van mogelijk gezamenlijk
programmeren, en met andere donoren en actoren. 1. HOE KAN DE EU HELPEN
DE VOORWAARDEN TE CREËREN VOOR GESLAAGDE OVERGANGSPROCESSEN? Elk partnerland moet zelf bepalen hoe het zijn
overgangs- en omvormingsproces gestalte wil geven. De EU van haar kant kan van
haar steunmethoden gebruik maken om lokaal ontwikkelde overgangsprocessen te
steunen en gunstige voorwaarden voor dergelijke processen te helpen creëren.
Hierbij dient rekening te worden gehouden met de eigen verantwoordelijkheid van
het partnerland voor het proces. Ook dient het beginsel van beleidscoherentie
voor ontwikkeling te worden geëerbiedigd voor beleidsterreinen die van invloed
zijn op ontwikkelingslanden, alsook het beginsel van sectorale concentratie met
betrekking tot ontwikkelingssamenwerking. Voorts moet bij EU-steun rekening
worden gehouden met de lange duur van een democratisch en economisch
overgangsproces. Een alomvattende en duurzame aanpak zal de EU in staat stellen
een vaak wankelend of stagnerend overgangsproces te steunen en nieuw leven in
te blazen. Natuurlijk kunnen de graad en het tempo waarin
de verandering plaatsvindt, sterk variëren van partnerland tot partnerland.
Tegelijkertijd moeten de hervormingen bestaande tekortkomingen op een
alomvattende manier aanpakken. Politieke hervormingen zijn onvoldoende indien
er geen onafhankelijk en controleerbaar gerechtelijk apparaat, geen
mededingingsautoriteit en geen effectief anticorruptiebeleid zijn. Dit is immers
een voorwaarde opdat investeringen de economische groei kunnen stimuleren.
Voorts is ook een goede coördinatie belangrijk tussen de verschillende
autoriteiten die bij de hervormingsinspanningen betrokken zijn. Zo heeft
bijvoorbeeld het feit dat overheden van uitbreidingslanden ministeries of
bureaus voor Europese integratie met coördinatietaken hebben opgericht en een
duidelijke beleidsagenda van aanpassing aan Europese normen en de wettelijke
verworvenheden van de EU hebben gevolgd, deze regeringen geholpen om zich te
concentreren op een uitgebreide hervormingsagenda. De volgorde van de hervormingen is sterk
afhankelijk van de context en er moet ook een evenwicht worden gezocht tussen
hervormingen die dienen om met snelle resultaten de politieke en sociale
dynamiek in stand te houden en om de steun onder de bevolking voor het hele
proces en voor hervormingen op lange termijn te behouden. De beleidsmix zal
variëren volgens de behoeften en wensen van het betrokken land en de motieven
die aan het streven van het volk naar maatschappelijke veranderingen ten
grondslag liggen. 1.1. Steun
voor een inclusief politiek proces en inclusief bestuur Het
uitbreidingsbeleid van de EU is de meest omvattende aanpak voor steun aan
inclusieve politieke processen en inclusief bestuur. Democratische
instellingen, de rechtsstaat en respect voor de mensenrechten staan centraal in
de toetredingscriteria. De belangrijke overgangsprocessen van communistische
regimes tot ware democratieën in de oostelijke en centraal-Europese lidstaten
zijn mogelijk geworden door het uitgesproken verlangen van de burgers en de
politieke wil van de verkozen autoriteiten. Deze processen hebben steun
gekregen van de EU, inclusief financiële steun, deskundigenadvies en de
toetredingsonderhandelingen. In overeenstemming
met de conclusies van de Raad van 2009 die streven naar een alomvattende aanpak
op EU-niveau, blijft de EU de democratie in de hele wereld steunen.[2] Tunesië en Bolivia zijn een
voorbeeld van gebruikmaking van alle relevante EU-instrumenten.[3] De steun van de EU is vooral op vier terreinen
gericht: de vaststelling van constitutionele en electorale processen, de
versterking van democratische instellingen, de versterking van politieke en
maatschappelijke organisaties, de geleidelijke ontwikkeling van een
democratische politieke cultuur. De traditionele nadruk op geloofwaardige
verkiezingen en veiligheid, en op de versterking van de uitvoerende
macht, verschuift steeds meer naar de versterking van constituante
vergaderingen en de wetgevende macht en het opzetten van doeltreffende
systemen voor controle en evenwicht[4].
Voorts intensiveert de EU haar banden met politieke partijen
(bijvoorbeeld in Tunesië) op een onpartijdige manier via capaciteitsopbouw en
de bevordering van multilaterale dialogen. Daarnaast heeft het ontwikkelingsbeleid van de
EU een verschuiving doorgemaakt naar meer nadruk op de mensenrechten,
democratie, de rechtsstaat en andere aspecten van goed bestuur, door een groter
aandeel van samenwerkingsprogramma’s van de EU op dit gebied voor te stellen.[5] De EU en haar lidstaten versterken tevens de
doeltreffendheid en samenhang van hun steun voor de mensenrechten in de
partnerlanden. Daartoe worden alomvattende landenstrategieën inzake
mensenrechten ontwikkeld. Deze strategieën stellen prioritaire terreinen
voor EU-beleid vast, informeren over mensenrechten en politieke dialogen op
alle niveaus en er wordt rekening mee gehouden bij de beleidsvorming en bij het
programmeren en uitvoeren van financiële bijstand, waaronder begrotingssteun.
Met deze strategieën wordt ook rekening gehouden bij de
ENB-voortgangsverslagen, om ervoor te zorgen dat het “meer voor meer”-beginsel
op consistente wijze in de hele ENB-regio wordt toegepast. Eveneens verbetert de EU momenteel via
democratieprofielen in proefprojecten haar analyse-instrumenten voor strategieën
inzake democratisering, die de politieke structuren en processen in kaart
brengen en informeren over zowel EU-programmering als politieke dialoog. Deze
strategieën zorgen met name voor informatie over de juridische structuur, de
verdeling van de bevoegdheden (zowel horizontaal als verticaal) en het
constitutionele en electorale systeem. Zij letten op de efficiëntie en
doeltreffendheid van de rechtsstaat en van de publieke sector en op de
bekwaamheid om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling en/of deze te sturen. 1.2. Steun
voor institutionele opbouw en versterking van de rechtsstaat Het opzetten en consolideren van
onafhankelijke, transparante en doeltreffende instellingen is van het grootste
belang voor het creëren van vertrouwen in het land in overgang en als basis
voor toekomstige ontwikkelingen, voor het bestrijden van corruptie en
georganiseerde misdaad vanaf het begin van het hervormingsproces. Dit is een
belangrijke les die is getrokken uit de hervormingen in de context van de
recente uitbreidingsronden van de EU. De macro-economische stabiliteit kan
alleen toenemen indien er een investeringsvriendelijk klimaat heerst waardoor
het bedrijfsleven tot bloei kan komen. Hiervoor zijn een onafhankelijk
rechtssysteem nodig om geschillen te beslechten, duidelijk geregelde
eigendomsrechten en respect voor de rechtsstaat. Bovendien zijn geloofwaardige
instellingen nodig om discrepanties te vermijden tussen de regelgeving en het
vermogen om deze toe te passen en te handhaven, hetgeen in de praktijk echte
veranderingen kan tegengaan of vertragen en corruptie in de hand werken. Een onafhankelijk gerechtelijk apparaat moet
de eerbiediging van de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten
garanderen. Dit kan een bijzonder probleem zijn, omdat rechters en procureurs
die onder een vroeger, niet-democratisch regime zijn benoemd, de
hervormingsinspanningen kunnen ondermijnen. Tegelijkertijd brengen
zuiveringsprocedures (d.w.z. ontslag van betrokkenen bij misbruik onder een
vorig regime) of doorlichtingsprocedures het risico met zich mee van verdere
politisering op de lange termijn. Er dient daarom een evenwichtige aanpak te
worden voorgestaan, onder meer ook door de mogelijkheid om rechters en
procureurs verantwoordelijk te stellen via disciplinaire of strafrechtelijke
procedures. Tegelijkertijd moet de capaciteitsontwikkeling leiden tot een
betere toegang voor burgers tot veiligheidsdiensten en gerechtelijke diensten
(bijvoorbeeld door grotere bewustmaking). Dit is van essentieel belang om een
duurzaam en legitiem overgangsproces te hebben. Overheidsinstellingen moeten worden hervormd
om hen in het belang van de burgers te laten werken. Onafhankelijke
toezichthoudende organen, zoals ombudspersonen, corruptiebestrijdingsinstanties
of toezichthouders voor gegevensbescherming, zijn nodig om de werkzaamheden van
de andere staatsinstellingen te controleren en de rechten van burgers te
beschermen. Indien deze nieuwe instellingen reëel onafhankelijk zijn en voldoende
middelen krijgen om hun taken doeltreffend uit te voeren, kunnen zij concrete
en zichtbare vooruitgang inzake de rechtsstaat en de mensenrechten verzekeren
en het vertrouwen van de burger vergroten. De EU kan op diverse wijzen bijdragen tot
institutionele opbouw, zoals door financiële steun, beleidsdialoog en
technische samenwerking. Het instrument voor pretoetredingssteun van het
uitbreidingsbeleid heeft bijvoorbeeld de landen van de Westelijke Balkan
aanzienlijk geholpen bij hun hervormingsinspanningen. Bovendien zal een
alomvattend institutioneel kader de duurzaamheid van de gemaakte hervormingen
garanderen. Een dergelijk kader moet echter goed uitgebalanceerd zijn en over
controlemechanismen beschikken. Wanneer één of enkele instellingen te veel macht
hebben, bestaat het risico dat deze macht wordt misbruikt of dat het
hervormingsproces door sluiting van deze instellingen teniet wordt gedaan. 1.3. Steun
voor economische en sociale ontwikkeling Een landenspecifieke hervormingsagenda Als gevolg van economische en politieke
onzekerheid leidt de overgang vaak op korte termijn tot een verslechtering van
groei en werkgelegenheid, alsook van de interne en externe rekeningen. Met name
wanneer dit tot een stijging van de werkloosheid en van de armoede leidt, kan
dit de legitimiteit van het democratiseringsproces uithollen en in gevaar
brengen, en leiden tot grotere emigratie en hersenvlucht. Op de lange termijn
moeten de hervormingen tegemoet komen aan de verwachtingen van de burgers
inzake fatsoenlijk werk, economische kansen en sociale rechtvaardigheid. De ervaring van landen die met succes
bestuurlijke hervormingen hebben uitgevoerd, zoals de lidstaten die de
afgelopen tien jaar tot de EU zijn toegetreden[6],
toont dat deze hervormingen vaak met economische en sociale
ontwikkelingprocessen te maken hebben. In deze landen werd de agenda voor
economische hervormingen volgens vier prioriteiten vastgesteld:
macro-economische stabilisering, privatisering en herstructurering van
bedrijven, een beter bedrijfsklimaat, betere prestaties van de arbeidsmarkten.
Deze prioriteiten waren de basis voor de overkoepelende doelstelling om de
productiviteitsgroei te doen toenemen met het oog op een hogere levensstandaard
en betere economische en sociale samenhang en welvaart op een duurzame manier.
De hervorming en de ontwikkeling van de overheidsfinanciën waren van even groot
belang om middelen te reserveren voor andere economische hervormingen en om een
degelijk niveau van de overheidsdiensten te handhaven en verder te ontwikkelen. Ook al waren over het algemeen de
doelstellingen op de lange termijn van de nieuwe leiders van deze landen
gelijklopend, toch waren er grote verschillen in de prioriteiten, de volgorde
en het ritme van de hervormingen. Sommige landen, zoals Polen, Tsjechië,
Estland, voerden snel radicale hervormingen in om de mogelijkheden voor een
economische heropleving te creëren (de zogenaamde shocktherapie), ondanks
negatieve effecten op korte termijn, zoals terugval van de productie,
werkloosheid en recessie. Andere landen, zoals Hongarije en Slovenië, pasten
een meer geleidelijke aanpak toe, door stap voor stap macro-economische,
structurele en institutionele hervormingen door te voeren, en daarbij abrupte
veranderingen voor de economische productie, werkgelegenheid en welvaart te
vermijden. Hierdoor konden de nationale bedrijven en economische operatoren
zich geleidelijk aanpassen aan de nieuwe voorwaarden van een openmarkteconomie. De EU beschikt
over een breed spectrum van steunmogelijkheden. Begrotingssteun, waaronder ook
contracten voor staatsopbouw, kan worden ingezet om landen te helpen bij de
consolidatie van het overgangsproces en bij de stabilisatie van de
werkgelegenheid en van de vooruitzichten inzake economische groei, in de
initiële, nog onzekere fase, ervoor zorgend dat een onhoudbare ontwikkeling van
hun externe en/of overheidsschuld wordt vermeden. Andere vormen van
ontwikkelingssteun, met inbegrip van bijstand aan specifieke projecten (zie het
voorbeeld van Ivoorkust) en technische steun, kunnen ook worden gebruikt om aan
de specifieke overgangsbehoeften te voldoen. Het scheppen van fatsoenlijk werk en een
veilig klimaat voor ondernemingen Op langere termijn kan de EU de partnerlanden
helpen bij het opzetten van een meer solide beleids- en regelgevingskader,
waarmee particuliere investeringen worden aangetrokken, het ondernemerschap
wordt bevorderd, kleine en middelgrote ondernemingen worden gestimuleerd, het
efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen wordt verzekerd, de capaciteit om
de belastingen te innen wordt versterkt, de landbouw wordt verbeterd en de
economische samenwerking en integratie met andere landen wordt versterkt.[7] Handelsovereenkomsten en
instrumenten, naast steun voor handel, kunnen verder bijdragen tot een gunstig
klimaat voor economische ontwikkeling en regionale integratie. Eveneens blijft
het cruciaal steun te verlenen voor een stabiel, voorspelbaar en veilig
klimaat voor ondernemingen. Vaak moeten eigendomsrechten, grondeigendom en
de rol van de particuliere sector worden ge(her)definieerd. In de Midden- en
Oost-Europese lidstaten werd het investeringsklimaat bijvoorbeeld verbeterd
door het opzetten van wet- en regelgevingsinstanties die toezicht moeten houden
over het bedrijfsbeheer, door gegarandeerde eigendoms- en contractrechten,
vereenvoudigde regelgevings- en vergunningsprocedures, en een adequaat
bankstelsel. Ook de voorwaarden voor de
landbouw werden verbeterd door een hervorming van de grondmarkt, met inbegrip
van eigendomsrechten, belastingaspecten, kadaster en registrering. De EU kan relevante hervormingen ondersteunen
via contracten voor sectorale hervormingen, samen met een
geïntensiveerde beleidsdialoog. De EU kan eveneens de ontwikkeling van de
capaciteit van lokale bedrijven ondersteunen en vergemakkelijken, met
name micro-, kleine en middelgrote (zie het voorbeeld van SANAD in de
MENA-regio[8]).
Door samenwerking met de particuliere sector kunnen ook investeringen op
een doeltreffende manier worden aangetrokken, de banden tussen buitenlandse
directe investeringen en lokale ondernemingen worden versterkt, alsook de
werkgelegenheid worden gestimuleerd. De regionale gecombineerde faciliteiten
hebben bewezen te kunnen zorgen voor een substantiële hoeveelheid extra
financiële middelen door EU-subsidies te combineren met andere middelen, zoals
leningen van Europese financiële instellingen, waaronder de Europese
Investeringsbank.[9] Het opbouwen van inclusieve economieën en
samenlevingen De EU vindt het evenzeer belangrijk de
inspanningen van haar partnerlanden te steunen en in te gaan op de wensen van
hun onderdanen inzake kansengelijkheid, sociale inclusie en sociale
bescherming (een specifieke mededeling over sociale bescherming is gepland
in de tweede helft van 2012). Er is met name steun nodig voor acties
waarmee de verstrekking van sociale en openbare diensten aan alle
bevolkingsgroepen wordt bevorderd. Maatschappelijke organisaties kunnen in dit
verband een belangrijke rol spelen bij de bevordering van ethische, inclusieve
en eerlijke bedrijfsmodellen. De betrokkenheid van jongeren, de toekomstige
leiders, moet in het bijzonder worden bevorderd. De overgangsperiode is ook cruciaal om de gelijkheid
van mannen en vrouwen te bevorderen en de rol van vrouwen als
dynamische deelnemers bij het overgangsproces te versterken en om hun
veiligheid en deelname te verhogen via sectorale begrotingssteun en acties in
het kader van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)
(zie de voorbeelden van Marokko en Afghanistan)[10]. 1.4. Steun
voor conflictpreventie, vredesopbouw en veiligheid Soms staat een overgang naar de democratie
voor een dubbele uitdaging: ervoor zorgen dat veiligheid en vrede bijdragen tot
duurzame ontwikkeling en dat deze ontwikkeling bijdraagt tot vrede en
stabiliteit. Evenementen zoals verkiezingen, veranderingen
in de regering of de (re)allocatie van middelen kan tot een uitbarsting van
geweld en/of gewapende conflicten en tot tegenslagen in de vaak fragiele
overgangsprocessen leiden, met name in samenlevingen die nog niet over
doeltreffende en legitieme institutionele kaders beschikken om conflicten op
vreedzame wijze op te lossen. In zulke gevallen moet de EU-steun op een
conflictbewuste en contextspecifieke manier worden verleend. Bij de aanpak van
de dieperliggende oorzaken van het conflict moet vermeden worden dat de
afhankelijkheid, de macht en de invloed van bepaalde groepen toeneemt en dat de
negatieve impact op aanpassingsmechanismen groter wordt. De exacte aanpak en
overwegingen bij situaties die landspecifiek zijn, moeten via een specifieke conflictanalyse
worden vastgesteld. In veel gevallen zal uit deze analyse een aantal kwesties
blijken die te maken hebben met de doelstellingen voor vredesopbouw, zoals deze
zijn ontwikkeld bij de internationale dialoog over vredesopbouw en zijn
onderschreven door de internationale gemeenschap, waaronder de EU.[11] Deze doelstellingen houden
verband met de noodzaak van een inclusief politiek proces en verzoening,
interculturele dialoog, toegang tot veiligheid, justitie en werkgelegenheid en
een verantwoord en efficiënt beheer van middelen. In ieder geval moet steun van de EU in het
kader van een bredere aanpak ten uitvoer worden gelegd, waarbij rekening wordt
gehouden met alle relevante aspecten, waaronder verzoening en steun voor
ontheemden, crisispreventie, hervorming van de veiligheidssector, weerbaarheid
en klimaatverandering, duurzaam en verantwoordelijk beheer van hulpbronnen, de
rechtsstaat, democratisering, het maatschappelijk middenveld, de mensenrechten,
de hervorming van het openbaar bestuur en verlening van overheidsdiensten. Zo
heeft de EU bijvoorbeeld bijgedragen tot verzoening in de landen van het
voormalige Joegoslavië en was de vervolging van oorlogsmisdaden en de
samenwerking met het Internationaal Strafhof voor het voormalige Joegoslavië
een duidelijke voorwaarde van het toetredingsproces. De hervorming van de veiligheidssector is een
bijzonder probleem om veiligheid en stabiliteit te garanderen. Een beter civiel
toezicht op veiligheidsdiensten is in het algemeen een prioriteit, alsook het
verbeteren van de doeltreffendheid, de controleerbaarheid en het gedrag van de
grote verscheidenheid aan veiligheidsactoren. De
inbreng van gemeenschappen en maatschappelijke organisaties kan
veiligheidsverlening doeltreffender en verantwoordelijker maken. Bijzondere aandacht is geboden voor de rol en de
rechten van kwetsbare groepen. Als onderdeel
van een brede EU-aanpak kan het GVDB ook een grote rol spelen bij het aanpakken
van belangrijke overgangsuitdagingen. Sinds 2003 geeft de Europese Unie onder
meer opleidingen en adviezen, houdt zij toezicht op de hervorming van de
veiligheidssector en op vredesplannen en verleent zij veiligheidsondersteuning,
vaak in het kader van een VN-mandaat. Dit gebeurt via civiele en/of militaire
steunmaatregelen. 2. Hoe kan de EU haar
instrumentarium en aanpak verbeteren? 2.1. Beantwoorden
aan de behoeften van partnersamenlevingen Om een vreedzame en succesvolle overgang te
garanderen, moet het hervormingsproces van elk land beantwoorden aan de
behoeften van de bevolking, te bepalen door het land zelf. Hoewel de
belangrijkste behoeften en uitdagingen in overgangslanden sterk uiteenlopen,
komen de volgende vaak voor: –
nationale verzoening en het opbouwen van een
nationale consensus over fundamentele kwesties; –
oprichting van goed functionerende democratische
instellingen en processen; –
een onhoudbare daling van inkomens en
werkgelegenheid voorkomen en de macro-economische stabiliteit herstellen of
handhaven; –
de sociaal-economische ontwikkeling en integratie
op lange termijn bevorderen, met fatsoenlijke banen, economische kansen en
sociale basisvoorzieningen, waaronder degelijke gezondheidszorg,
kwaliteitsonderwijs en sociale rechtvaardigheid; –
een ondernemersvriendelijk klimaat creëren,
eigendomsrechten en de rol van de particuliere sector (her)definiëren en de
werking van de markt herzien; en –
waar nodig, veiligheid, justitie en de rechtsstaat
herstellen. Aangezien de situatie erg kan verschillen, is
er geen algemene regel voor een succesvol overgangsproces of voor
EU-respons. Een kwetsbare staat binnen de groep van minst ontwikkelde landen,
zoals bijvoorbeeld Birma/Myanmar, heeft waarschijnlijk een verschillende aanpak
nodig dan meer geavanceerde middeninkomenslanden zoals Tunesië of Egypte. De EU-steun moet worden aangepast aan de specifieke
situatie en behoeften van elk land, tezamen met de toegevoegde waarde die de
EU-steun kan aanbrengen, en een evaluatie van de specifieke belangen en
mogelijke risico’s voor de EU. Als beginpunt moet over het algemeen de eigen
evaluatie van elk land worden genomen van zijn behoeften en de wijze waarop
daaraan tegemoet kan worden gekomen. Tijdens de beginfase van het
overgangsproces is het essentieel dat onmiddellijk een gezamenlijke missie
van de diensten van de EU wordt opgezet, waarbij iedereen wordt betrokken
die verantwoordelijk is voor de verschillende beschikbare instrumenten, om
tijdig een alomvattende, geïntegreerde en langetermijnrespons uit te tekenen.
In het kader van het uitbreidingsbeleid is bijvoorbeeld gebleken dat
evaluatiemissies met deelname van deskundigen uit de lidstaten en breed overleg
met andere donoren, internationale organisaties en de maatschappelijke
organisaties goede resultaten opleveren voor de voorbereiding van EU-steun. In
de context van steunverlening voor de handel heeft de EU ook steun verleend aan
de evaluatie van de handelsbehoeften, diagnosen en de uitwerking van
handelsstrategieën via specifieke programma’s in de landen van Afrika, het
Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS). 2.2. Het
proces gewicht geven door snel successen tot stand te brengen Gezien de onzekerheid en de instabiliteit die
met overgangsprocessen gepaard gaan, is het van cruciaal belang zo snel
mogelijk wat tastbare verbeteringen te verwezenlijken om vertrouwen te wekken
en politieke stabiliteit en sociale samenhang te bevorderen. Terwijl
langetermijnstrategieën worden ingevoerd, kunnen mogelijk snelle resultaten
worden geboekt op het gebied van fundamentele democratische rechten en
vrijheden, met inbegrip van culturele rechten, het scheppen van werkgelegenheid
en het wegnemen van belemmeringen voor de groei en de verlening van openbare
diensten (inclusief sociale basisvoorzieningen) en kunnen verloren bezittingen
worden gerecupereerd en middelen van bestaan worden hersteld, met name na
conflicten. Op het gebied van democratisch bestuur
zijn typische voorbeelden van gebieden waarop snel resultaten kunnen worden
geboekt bv. de vrijheid van meningsuiting en geloofwaardige verkiezingen (bv.
Tunesië[12]),
een representatieve en legitieme grondwetgevende vergadering en de goedkeuring
van een nieuwe grondwet via participatieve processen. Zoals de ervaring met de
lopende en afgelopen uitbreidingsprocessen van de EU heeft geleerd, kan het
vertrouwen van de burger in de rechtsstaat en de bescherming van de mensenrechten
worden versterkt door concrete steunverlening aan de relevante instellingen en
het opzetten van organen voor toezicht, alsook door betere toegang tot
informatie en gegevens over essentiële economische en sociale kwesties. Op korte termijn kan de democratische overgang
de economische activiteit, de werkgelegenheidscijfers en de macro-economische
stabiliteit verzwakken. Het is cruciaal dat er maatregelen worden genomen en
projecten ten uitvoer worden gelegd die tot snelle verbeteringen op het gebied
van inkomstenwerving, sociale vangnetten en essentiële dienstverlening
leiden en die beschermen tegen een onhoudbare toename van de armoede. Dit is
vaak noodzakelijk om steun te verkrijgen voor economische hervormingen met een
impact op langere termijn of op zijn minst verzet tegen verandering te
overwinnen. Fondsen en projecten ter
bevordering van het scheppen van werkgelegenheid via de ontwikkeling van kleine
en middelgrote ondernemingen en microkredietregelingen[13] kunnen bijvoorbeeld in deze
context worden gebruikt. Hervormingen kunnen ook op bedrijfsniveau worden
vergemakkelijkt, met name wanneer ondernemingen in het begin een snelle
ontwikkeling kunnen doormaken en tastbare resultaten kunnen behalen in termen
van inkomen en werkgelegenheid. Programma’s voor het scheppen van banen met
snelle resultaten en werkgelegenheid op korte termijn dienen echter ook
rekening te houden met een follow-up op lange termijn, bijvoorbeeld via
beroepsopleiding en arbeidsbemiddelingsdiensten die deelnemers aan de programma’s
helpen bij het vinden van stabiel werk. De behoefte aan snelle resultaten dient
te worden ingebouwd in langetermijnstrategieën voor het creëren van
werkgelegenheid en mag geen aanleiding geven tot nieuwe gevestigde belangen en
onhoudbare situaties. Op het gebied van veiligheid zijn vaak
onmiddellijk stappen vereist om te helpen een land na een mogelijk conflict te
stabiliseren en te voorkomen dat de situatie verslechtert en het
overgangsproces achteruitgaat. Voorbeelden van succesvolle, zij het geheel
anderssoortige, EU-steun zijn onder meer: onderhandelingen over en toezicht op
maatregelen voor vrede (uitbreidingslanden, Georgië, Atjeh (Indonesië)); steun
voor grensbeheer (uitbreidingslanden, Libië); de opleiding van politieagenten
(uitbreidingslanden, Afghanistan); tijdelijk zorgen voor internationaal civiel
bestuur of politie- en justitiediensten (EULEX, Kosovo[14]); en het ondersteunen van de
VN, bijvoorbeeld bij een overbruggingsoperatie (Tsjaad en de
Centraal-Afrikaanse Republiek) of bij een VN-waarnemingsmissie (zoals in
Syrië). 2.3. Toepassen
van stimulansen, beperkingen en voorwaarden Hoewel
stimulansen, beperkingen en voorwaarden niet de belangrijkste motor achter
hervormingen kunnen zijn, kunnen zij wel bijdragen aan het proces. Verschillende
externe beleidskaders van de EU, waaronder het uitbreidingsbeleid, het Europees
nabuurschapsbeleid en de Overeenkomst van Cotonou met landen in Afrika, het
Caribische gebied en de Stille Oceaan, bevatten dergelijke maatregelen. Deze
maatregelen kunnen financieel zijn (bijvoorbeeld in de vorm van steun),
economisch (zoals de integratie in Europese netwerken en beleidsdialogen) of
politiek (inclusief politieke dialoog). Ze zijn positief of negatief (zo kunnen
bijvoorbeeld sancties worden opgelegd of opgeheven). In het kader van het
uitbreidingsbeleid worden toetredingsonderhandelingen bijvoorbeeld alleen dan
geopend als aan een reeks voorwaarden, zoals democratie, de rechtsstaat, de
mensenrechten en het respect en de bescherming van minderheden, is voldaan. In
het handelsbeleid bevat het stelsel van algemene preferenties voorts
stimulansen die, hoewel dit niet de doelstelling van het beleid is, indirect
hervormingen kunnen ondersteunen, onder meer het feit dat handelsinstrumenten
in overeenstemming moeten zijn met de regels van de WTO. Sancties en
beperkende maatregelen Sancties kunnen, als onderdeel van een bredere
reeks politieke initiatieven in het kader van het GVDB van de EU, belangrijk
zijn om de politieke dynamiek voor verandering en overgang te handhaven in
situaties die anders mogelijk snel kunnen degenereren. Deze sancties dienen
waar mogelijk op VN-niveau te worden opgelegd, teneinde goedkeuring en
tenuitvoerlegging van vergelijkbare maatregelen door het grootst mogelijke
aantal landen te verzekeren. Autonome maatregelen van de EU kunnen een
doelgerichte en tijdige aanvulling vormen tot de VN-maatregelen. Is een
overeenkomst op VN-niveau niet mogelijk, dan kunnen autonome maatregelen van de
EU worden gebruikt om druk uit te oefenen op de betrokken landen of situaties. Bij positieve
veranderingen kunnen de maatregelen van de EU snel worden opgeheven of
gewijzigd en kunnen ze gelijke tred houden met het overgangsproces. Een aantal
beperkte maatregelen kan echter in stand worden gehouden om bedreigingen voor
of negatieve effecten op het overgangsproces te voorkomen; maatregelen kunnen
ook worden opgeschort om verwezenlijkte positieve ontwikkelingen aan te
moedigen, terwijl verder druk kan worden uitgeoefend in afwachting van verdere
verbeteringen. Op stimulansen
gebaseerde aanpak Een op stimulansen
gebaseerde aanpak heeft in het kader van het EU-uitbreidingsbeleid tot
positieve resultaten geleid, bijvoorbeeld in de Westelijke Balkan. Om
vorderingen te maken op weg naar toetreding tot de EU, moeten concrete stappen
in het hervormingsproces worden gezet. Zo moest Montenegro bijvoorbeeld
tegemoetkomen aan een aantal prioriteiten die de Commissie in haar advies
inzake het verzoek om toetreding tot de EU had aangegeven, waaronder
belangrijke aspecten inzake de rechtsstaat en de mensenrechten, voordat de
toetredingsonderhandelingen konden worden geopend. Ook de dialoog over de
liberalisering van de visumregelingen met vijf landen van de Westelijke Balkan
was op gedetailleerde tijdsschema’s met specifieke toetsingscriteria gebaseerd
en heeft tot concrete verbeteringen op het gebied van bijvoorbeeld
documentenbeveiliging en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad
geleid, alsook van grenscontroles, het migratiebeleid en de documentveiligheid. Het ENB volgt ook het zogenaamde “meer voor
meer”-beginsel. Landen die verder gaan en sneller vorderingen maken met
specifieke, meetbare democratische hervormingen, ontvangen meer steun van de
EU. In het kader van deze nieuwe, op stimulansen gebaseerde aanpak werden twee
koepelorganisaties opgezet om extra “meer voor meer”-middelen te verstrekken:
het Spring-programma (Support for Partnership Reform and Inclusive Growth) in
de zuidelijke nabuurschap (zie bv. Tunesië[15])
en het EaPIC-programma (Eastern Partnership Integration and Cooperation
programme) voor de oostelijke nabuurschap. Deze programma’s zullen steun
verlenen aan initiatieven voor de aanpak van nieuwe problemen in verband met
democratische hervormingen en inclusieve sociaal-economische ontwikkeling in
het bijzonder. Een soortgelijke werkwijze kan buiten de
EU-nabuurschap worden toegepast, op voorwaarde dat maatregelen tegen crises en
ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties, samenwerking tussen lokale
overheden en interpersoonlijke contacten, buiten de “meer voor meer”-aanpak
vallen. De op stimulansen
gebaseerde aanpak van het bestuursinitiatief in het kader van het tiende
Europees Ontwikkelingsfonds voor de ACS-landen heeft slechts een beperkt succes
gehad, mede omdat de oorspronkelijke toewijzing voor bestuur niet voldoende
onderscheid maakte tussen de partnerlanden en omdat er niet voldoende controle
was op de verbintenissen inzake toekomstige hervormingen, waardoor de impact op
goed bestuur kleiner was. Uit ervaring in deze verschillende contexten
is inderdaad gebleken dat effectieve controle en open informatie over de
voortgang van de regering belangrijk zijn om het hervormingsproces te
ondersteunen en een sleutelrol kunnen spelen in het motiveren van partnerlanden
om hervormingen te bespoedigen. De impact kan nog groter worden indien
verschillende belanghebbenden bij dit proces worden betrokken en het publiek
wordt geïnformeerd over de resultaten van de regering (zie het voorbeeld van
Benin[16]).
Wat het stimuleren van hervormingen betreft,
moet dus gelet worden op het volgende: –
beloningen moeten vanaf het begin ondubbelzinnig
zijn gedefinieerd, verleend worden voor concrete resultaten en effectieve
prestaties; –
de voorkeur moet uitgaan naar werkschema’s die de
nadruk leggen op eigen verantwoordelijkheid en dus op het bereiken van
resultaten en het verhogen van de impact; –
resultaten moeten regelmatig worden gecontroleerd
en tekorten aangepakt aan de hand van een passende follow-up; –
de voortgang van de regering moet openbaar worden
gemaakt voor een ruim publiek in open overleg; en –
dialoog dient plaats te vinden met alle relevante
belanghebbenden. 2.4. Het
betrekken van alle relevante belanghebbenden Uit de ervaring van de lidstaten die in de
afgelopen tien jaar tot de EU zijn toegetreden en de lopende uitbreidingsprocedures
blijkt dat een succesvolle overgang over een breed draagvlak moet beschikken.
Maatschappelijke organisaties, lokale autoriteiten en een grote verscheidenheid
aan niet-overheidsactoren (waaronder sociale en economische partners, consumentenorganisaties
en de particuliere sector) spelen een belangrijke rol bij binnenlandse
hervormingen, aangezien zij de vinger kunnen leggen op bestaande
tekortkomingen, concrete oplossingen kunnen voorstellen en druk kunnen
uitoefenen op de autoriteiten om het overgangsproces voort te zetten. De ondersteunende rol van de EU is niet tot
acties van de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en lidstaten
beperkt gebleven; ook voor andere EU-instellingen, zoals het Europees
Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de
Regio’s is een belangrijke rol weggelegd.[17] Specifieke steun voor het maatschappelijk
middenveld De EU beschikt over verschillende instrumenten
ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties, waaronder het pretoetredingsinstrument
(IPA), de Faciliteit voor het maatschappelijk middenveld voor de uitbreiding en
de nabuurschap, het Europees Instrument voor Democratie en Mensenrechten, het
Europees Fonds voor Democratie, het thematische programma met betrekking tot
niet-overheidsactoren en plaatselijke autoriteiten in het kader van het
instrument voor ontwikkelingssamenwerking en programma's voor capaciteitsopbouw
in het kader van het Europees Ontwikkelingsfonds en het instrument voor
ontwikkelingssamenwerking. Uit de ervaringen met het EU-uitbreidingsbeleid is
gebleken dat het van belang is een omgeving te creëren (wettelijk kader en
regels voor financiering, betrokkenheid bij politieke overlegprocedures) die de
maatschappelijke organisaties in het land in staat stelt zich op een duurzame
manier te ontwikkelen. Daarom zijn alle EU-instrumenten op dit gebied bedoeld
om de rol van actoren te versterken op basis van hun capaciteiten en sterke
punten op hun eigen gebieden en bijgevolg cruciaal voor het aanpakken van bijvoorbeeld
sociaal-economische kwesties, politieke meningsverschillen of
belangenconflicten. Platforms en netwerken van maatschappelijke
organisaties zijn belangrijk gebleken bij het versterken van de reikwijdte van
de maatschappelijke organisaties. Hiermee moet bij de politieke dialoog met de
partnerregeringen rekening worden gehouden, om ervoor te zorgen dat
maatschappelijke organisaties voldoende ruimte hebben om te handelen. Waar dit
niet mogelijk is, blijkt het Europees Instrument voor democratie en mensenrechten
geschikt om het maatschappelijk middenveld te ondersteunen, omdat het, indien
nodig, zonder de toestemming van de regering kan worden gebruikt. Een mededeling over het betrekken van het
maatschappelijk middenveld is voor de tweede helft van 2012 gepland. Inclusieve dialogen en overleg Beleidsdialogen spelen een belangrijke rol bij
het helpen van de partnerlanden met het oog op succesvolle politieke, sociale
en economische hervormingen. Regelmatige vergaderingen met vertegenwoordigers
van de uitbreidingslanden spelen een essentiële rol in het stabilisatie- en
associatieproces en worden verder versterkt via landspecifieke dialogen, zoals
de gestructureerde dialoog inzake justitie met Bosnië en Herzegovina. Dialogen
kunnen wanneer nodig door de EU-delegaties worden bevorderd en via deelname van
de lidstaten worden versterkt. In het verleden heeft de EU haar
beleidsdialogen voornamelijk met regeringspartners gevoerd. Zij heeft echter
ook enkele positieve ervaringen gehad met dialogen met verschillende
belanghebbenden. De gestructureerde dialoog voor het betrekken van organisaties
uit het maatschappelijk middenveld en plaatselijke overheden bij de
ontwikkelingssamenwerking van de Europese Unie is een inspirerend voorbeeld.
Een ander voorbeeld is de “Speak Up!”-conferentie die door de Commissie in de
context van het uitbreidingsproces in 2011 werd georganiseerd, waarbij
journalisten en mediamensen betrokken waren om te praten over problemen met de
vrijheid van meningsuiting en de media in de Westelijke Balkan en Turkije. De
maatschappelijke organisaties in de uitbreidingslanden bieden ook waardevolle
bijdragen tot de jaarlijkse voortgangsverslagen van de Europese Commissie en
tot de voorbereiding van projecten via IPA. De EU dient inclusievere beleidsdialogen
actief te bevorderen en de betrokkenheid van een grote verscheidenheid aan
belanghebbenden bij de hervormingsprocessen te steunen (zie het voorbeeld van
Benin in het kader van het bestuursinitiatief van het Europees
Ontwikkelingsfonds[18]).
Het proces dat in de uitbreidingslanden is gevolgd, is een goed voorbeeld. De
EU moet ten volle gebruik maken van de beschikbare instrumenten om politieke en
maatschappelijke organisaties in dit verband te steunen, rekening houdende met
gevoelige kwesties inzake legitimiteit, verantwoordingsplicht en
representativiteit. De EU moet overgangslanden helpen om ook
overleg te hebben met (opkomende) politieke actoren, lokale overheden en de
grote verscheidenheid aan niet-overheidsactoren die hierboven zijn vermeld. Het
is eveneens belangrijk specifieke groepen uit de samenleving te betrekken,
zoals jongeren, vrouwen en gemarginaliseerde groepen (minderheden, armen,
ontheemden). Voorts is bij economische hervorming en ontwikkeling van de
particuliere sector een actieve dialoog tussen de overheid en de particuliere
sector essentieel. 2.5. Verbetering
van kennisuitwisseling en capaciteitsontwikkeling Platforms voor kennisuitwisseling Het European Transition Compendium,
bedoeld om informatie over de overgangsperiode te verspreiden, is via een
online interactieve databank beschikbaar gemaakt en kan nu door verschillende
belanghebbenden overal ter wereld worden geraadpleegd. De Commissie dient een breder platform
of netwerk op te zetten voor het uitwisselen van kennis over democratische
hervorming met ontwikkelingslanden, andere donoren, economieën in opkomst, het
maatschappelijk middenveld, de particuliere sector en andere relevante
belanghebbenden. Dit platform kan via het bestaande “capacity4dev”-platform
beschikbaar worden gemaakt. Twinning en capaciteitsopbouw Het forum op hoog niveau over de
doeltreffendheid van de ontwikkelingshulp in november 2011 in Busan,
Zuid-Korea, betekende een verschuiving naar een modernere opvatting over
capaciteitsopbouw. Capaciteitsopbouw had nu niet meer alleen met technische
steun en opleiding te maken, maar ook met steun voor veranderingen en
hervormingen, waaronder een betere toegang tot kennis. Wanneer de EU overgangsprocessen steunt, dient
zij capaciteitsopbouw en technische samenwerking met haar partners te
bevorderen. Innovatieve instrumenten die in het kader van het
EU-uitbreidingsbeleid zijn ontwikkeld en reeds tot het nabuurschapsbeleid zijn
uitgebreid, en die als inspiratie kunnen dienen, zijn met name: –
TAIEX (Bureau voor de
uitwisseling van informatie over technische bijstand) verleent steun via de
expertise van de overheidssector van de EU op het gebied van de aanpassing aan
en de toepassing en handhaving van EU-wetgeving. –
Twinning draagt bij tot
institutionele opbouw via partnerschappen tussen overheidsinstellingen in de
begunstigde landen en hun tegenhangers in lidstaten van de EU. Samen met SIGMA
(Support for Improvement in Governance and Management) steunt Twinning
hervormingen van overheidsadministraties en helpt bij de ontwikkeling van
moderne en efficiënte administraties in de begunstigde landen. –
In het oostelijke partnerschap richt zich het alomvattende
programma voor institutionele opbouw (CIB) speciaal op institutionele
hervormingen op gebieden die verband houden met de nieuwe bilaterale
overeenkomsten met de EU[19].
Elk land stelde zijn eigen belangrijkste hervormingsknelpunten vast in het
kader van het CIB en stelde vervolgens omvattende plannen voor institutionele
hervormingen op. Behalve de
nabuurschap werden ook ad-hocoplossingen opgezet om expertise in het kader van
diverse externe instrumenten in te zetten, zoals in het kader van het
stabiliteitsinstrument of van MIEUX (Migration EU Expertise) in het kader van
het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking, waarmee de
overdracht van expertise en kennis tussen experts van de begunstigde landen
wordt aangemoedigd. 2.6. Samenwerken
met lidstaten, andere donoren en organisaties De EU en haar lidstaten moeten steeds meer met
één stem spreken om de samenlevingen in overgang te steunen. Hiermee worden
duplicatie van acties, omissies of contradicties vermeden en wordt de EU-actie
trefzekerder en doeltreffender. De EU en haar lidstaten moeten naar meer
interne samenhang en synergie blijven streven bij hun dialoog, programma’s en
maatregelen en, zo nodig, gebruik maken van gezamenlijke programmering. Onder
de positieve resultaten op het gebied van steun aan de democratie, naast de
succesvolle hervormingen in het kader van het uitbreidingsproces, kunnen we
noemen: –
de EU-actieagenda voor de ondersteuning van de
democratie, die een kader biedt voor een gezamenlijke opvatting, aanpak en
programmering op EU-niveau (bijvoorbeeld in Bolivia en Tunesië); –
de landenstrategieën inzake mensenrechten, die
gezamenlijk door de Commissie, de EDEO en de lidstaten worden voorbereid; en –
de beoogde gezamenlijke kaderdocumenten die een
gezamenlijke strategische aanpak ten aanzien van een partnerland vaststellen op
alle beleidsterreinen. Deze kunnen van belang zijn bij de coördinatie van de
EU-beleidsrespons op overgangsprocessen. De EU dient, bij het steunen van
overgangsprocessen, de mogelijkheid van driehoekssamenwerking te
verkennen, alsook andere opties voor samenwerking met ontwikkelingslanden die
nu ook ontwikkelingssamenwerking verlenen en over recente ervaring met de
democratische overgang beschikken. Ook moet zij de samenwerking met regionale
organisaties en regionale netwerken versterken, want deze kunnen een
hefboomeffect uitoefenen en als belangrijke katalysator voor de consolidatie
van hervormingen en voor regionale integratie in de respectieve regio’s
fungeren. Hierbij valt te denken aan regionale parlementaire vergaderingen of
regionale kiescommissies; deze kunnen helpen bij constitutionele en electorale
processen en processen van capaciteitsopbouw in hun respectieve regio’s, en
daarbij gebruikmaken van regionale beste praktijken. Dit zou de legitimiteit
van externe steun verhogen. Deze organisaties kunnen ook een belangrijke rol
spelen bij het toezicht op de vorderingen in de richting van democratisering. De meeste grote regionale organisaties hebben
een handvest voor democratie of vergelijkbare instrumenten en maken de weg vrij
voor meer systematisch interregionaal werk. Op grond van haar eigen ervaring en
die van haar lidstaten, is de EU een natuurlijke partner voor deze
organisaties. De EU steunt initiatieven van internationale
organisaties (waaronder de VN en de Raad van Europa) die gericht zijn op
het begeleiden van politieke processen, het versterken van de democratie en het
bevorderen van sociaal-economische ontwikkeling in overgangslanden. Op het
gebied van veiligheid werkt de EU bijvoorbeeld nauw samen met internationale en
regionale actoren, zoals de VN, de Arabische Liga, de Afrikaanse Unie en de
Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN). Veel partnerlanden dragen
ook bij aan missies en operaties van het GVDB. Het opbouwen van
langetermijnbetrekkingen op het gebied van veiligheid en defensie met de
partners van de EU, met inbegrip van de zuidelijke en oostelijke buurlanden, kan
ook bijdragen tot de consolidatie van hun interne hervormings- en
democratiseringsprocessen en zo hun regionale veiligheid en stabiliteit
versterken. Conclusie De EU beschikt reeds over een reeks
beleidslijnen en instrumenten die overgangslanden in de hele wereld kunnen
ondersteunen op hun weg naar de democratie en die zij met succes heeft
ontwikkeld en ingezet, vooral (maar niet alleen) bij haar onmiddellijke buren.
Dit behelst een spectrum van stimulansen voor initiële en verdergaande
hervormingen tot steun voor het opzetten van de hervormingen, de uitvoering
ervan en steun voor de duurzaamheid ervan. De EU kan hierbij een sleutelrol
vervullen, meer bepaald door te helpen een gunstig klimaat te creëren voor een
aantal cruciale elementen voor succesvolle democratische en economische
omvormingen, zoals voor democratische actoren, bedrijven, investeringen, handel
en sociale bescherming. Deze instrumenten en methoden moeten een
coherent onderdeel van het algemene EU-kader van steun aan partnerlanden
vormen, vooral als deze zich in een overgangssituatie bevinden. Hoewel de
ervaring leert dat het overgangsproces in de eerste plaats in handen van de
staat en de burgers moet zijn, blijkt ook dat de EU waardevolle knowhow te
bieden heeft die, aangepast aan de behoeften en wensen van partnerlanden overal
ter wereld, deel uitmaakt van een breder pakket politieke, economische of
andere EU-steun. Tot dit doel is de EU bereid alle beschikbare instrumenten in
te zetten en de uitvoeringshulpmiddelen en methoden te verbeteren om de impact
van de steun verder te vergroten. [1] Zie het zgn. “European Transition Compendium”. [2] Conclusies van de Raad van de EU over de ondersteuning
van de democratie in de externe betrekkingen van de EU (Brussel, 17 november
2009) en de begeleidende actie-agenda. [3] Werkdocument van de diensten van de Commissie, punt
2.1.1. [4] Ibidem, punt 2.1.1; zie ook het referentiedocument
“Engaging and Supporting Parliaments Worldwide: EC strategies and methodologies
for action to support parliaments”. [5] Mededeling “Het effect van het EU-ontwikkelingsbeleid
vergroten: een agenda voor verandering” (de “agenda voor verandering”), punt 2;
en de conclusies van de Raad van 14 mei 2012. [6] Zie het zgn. “European Transition Compendium”. [7] De agenda voor verandering, deel 3. Dit omvat ook
capaciteitsopbouw inzake duurzame lage emissie en klimaatbestendige
ontwikkeling, met inbegrip van toegang tot duurzame energiebronnen. [8] Werkdocument van de diensten van de Commissie, punt
2.1.5. [9] Ibidem, punt 1.4. [10] Ibidem, resp. punten 2.1.2 en 2.1.3. [11] Het forum op hoog niveau over de doeltreffendheid van de
ontwikkelingshulp in 2011 in Busan. [12] Werkdocument van de diensten van de Commissie, punt 1.2.1. [13] Ibidem, zie punt 2.1.5. [14] Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo
onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad
en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de
onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo. [15] Werkdocument van de diensten van de Commissie, punt 2.1.4. [16] Ibidem, punt 2.1.4. [17] Ibidem, punt 2.1.3. [18] Ibidem, punt 2.1.4. [19] Associatieovereenkomsten, diepgaande en uitgebreide
vrijhandelszones, visumfacilitering/-liberalisering, overnameovereenkomsten.