This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0741
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL Evolution of the market situation and the consequent conditions for smoothly phasing-out the milk quota system - second "soft landing" report
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Evolutie van de marktsituatie en de daaruit volgende voorwaarden voor een vlotte, geleidelijke afschaffing van de melkquotaregeling – tweede "zachtelandingsverslag"
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Evolutie van de marktsituatie en de daaruit volgende voorwaarden voor een vlotte, geleidelijke afschaffing van de melkquotaregeling – tweede "zachtelandingsverslag"
/* COM/2012/0741 final */
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Evolutie van de marktsituatie en de daaruit volgende voorwaarden voor een vlotte, geleidelijke afschaffing van de melkquotaregeling – tweede "zachtelandingsverslag" /* COM/2012/0741 final */
INHOUDSOPGAVE Mandaat ...................................................................................................................................... 3 Structuur 3 1........... Evolutie van de marktsituatie voor
melk en zuivelproducten.............................................. 3 1.1........ Stand van de marktontwikkelingen.................................................................................. 3 1.1.1..... Melkproductie................................................................................................................ 3 1.1.2..... EU‑melkprijzen af
landbouwbedrijf................................................................................. 4 1.1.3..... Prijzen voor zuivelproducten,
voorraden en uitvoer.......................................................... 4 1.1.4..... Geraamde marges van de
melkveebedrijven in de EU...................................................... 5 1.2........ Marktvooruitzichten op de
middellange termijn................................................................ 5 2........... Vlotte, geleidelijke afschaffing
van de melkquota.............................................................. 6 2.1........ Melkproductie in vergelijking tot
quota............................................................................ 6 2.2........ Prijsontwikkeling van de melkquota................................................................................. 7 3........... Slotopmerkingen............................................................................................................. 8 BIJLAGE I. ONTWIKKELING
VAN DE MELKPRODUCTIE EN DE MELKPRIJS............. 10 BIJLAGE II. VOORUITZICHTEN
VOOR DE ZUIVELSECTOR OP DE MIDDELLANGE TERMIJN 11 BIJLAGE III.
MELKPRODUCTIE TEN OPZICHTE VAN QUOTA....................................... 14 BIJLAGE IV.
PRIJSONTWIKKELING VAN DE EU-MELKQUOTA.................................... 15 VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES
PARLEMENT EN DE RAAD Evolutie van de
marktsituatie en de daaruit volgende voorwaarden voor een vlotte, geleidelijke
afschaffing van de melkquotaregeling – tweede "zachtelandingsverslag" Mandaat In artikel 184, punt 6, van Verordening (EG)
nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke
ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal
landbouwproducten ("Integrale-GMO-verordening") is bepaald dat de
Commissie vóór 31 december 2010 en 31 december 2012 aan het Europees Parlement
en de Raad een verslag moet voorleggen over de evolutie van de marktsituatie en
de daaruit volgende voorwaarden voor een vlotte, geleidelijke afschaffing van
de melkquotaregeling, zo nodig vergezeld van passende voorstellen. Het eerste
zogenaamde zachtelandingsverslag is op 8 december 2010 bekendgemaakt onder nr.
COM(2010) 727 definitief; het onderhavige verslag is het tweede in de
reeks. Structuur Dit verslag bestaat uit drie delen: in het
eerste deel wordt de evolutie van de marktsituatie voor koemelk vanaf medio 2010
(einddatum van het eerste zachtelandingsverslag) beschreven en worden
vooruitzichten voor de middellange termijn geboden, in het tweede deel wordt
onderzocht hoe de geleidelijke afschaffing van de melkquotaregeling in zijn
werk is gegaan en in het derde deel worden de concluderende opmerkingen
gepresenteerd. 1. Evolutie
van de marktsituatie voor melk en zuivelproducten 1.1. Stand
van de marktontwikkelingen Hoewel niet in dezelfde mate als waargenomen
in de periode 2007-2009, is de zuivelmarkt tot eind 2010 instabiel gebleven. In
2011, en tot dusverre ook in 2012, is de markt weer iets stabieler. In 2010 en
in 2011 fluctueerden de prijzen maar lagen ze wel op een hoog niveau, waardoor
de productie toenam en in de eerste helft van 2012 een prijscorrectie
plaatsvond. De prijzen hebben in het derde kwartaal van 2012 weer een stijgende
lijn ingezet. 1.1.1 Melkproductie In de EU is de hoeveelheid opgehaalde koemelk
de laatste drie jaar gestaag toegenomen: in 2010 met 1,4 %, in 2011 met 2 %
en in de eerste zeven maanden van 2012 met zo'n 1,5 % ten opzichte van
dezelfde periode in 2011. De melkproductie in de grootste melkleverende
regio's ter wereld nam tegelijkertijd ook toe: de gezamenlijke productie van de
VS, Nieuw-Zeeland, Australië en Argentinië steeg in de periode 2010‑2011
met 5,3 %. Deze trend zet zich in 2012 voort, hoewel in de VS een zekere
vertraging wordt geconstateerd na de hittegolf van afgelopen zomer. Ten
opzichte van dezelfde periode in 2011 is de melkproductie in de eerste acht
maanden van 2012 in de VS met 2,8 % toegenomen, in Nieuw-Zeeland (alleen
al tot en met juli) met 11,4 %, in Australië met 4,7 % en in
Argentinië met 5,9 % (zie bijlage I, grafiek 1). 1.1.2. EU‑melkprijzen
af landbouwbedrijf De gemiddelde EU‑melkprijzen af
landbouwbedrijf zijn van april tot november 2010 constant gestegen. Tot april 2011
bleven zij vervolgens rond de 33 cent per kilo, waarna ze verder stegen tot 35,1 cent
per kilo in november 2011 (gewogen gemiddelde voor de EU‑27 – zie bijlage
I grafiek 2). In december 2011 en in januari en februari 2012 deed zich een
seizoenscorrectie met ‑2 % voor. Ter vergelijking: begin 2010
bedroeg de seizoenscorrectie ‑3 % en begin 2011 ‑1 %. In 2012 zette het neerwaartse patroon zich
echter tot de zomer met meer dan de seizoenstrend door, en reageerde daarmee op
de druk die uitging van een toegenomen melkaanbod binnen en buiten de EU. De
meest recente gemiddelde EU-melkprijs af landbouwbedrijf, van augustus 2012, is
op 31,3 cent per kilo geraamd, hetgeen 9,5 % onder de gemiddelde prijs van
juli 2011 ligt, maar 1,2 % boven die van juli 2010 en 27 % boven het
laagste niveau, van mei 2009. De laatste ten tijde van de opstelling van dit
verslag beschikbare prijzen voor melk en zuivelproducten op de spotmarkt
duidden beide op een herstel in de nabije toekomst waarop later een hogere
melkprijs af landbouwbedrijf zou moeten volgen. 1.1.3. Prijzen
voor zuivelproducten, voorraden en uitvoer Dankzij een duidelijk herstel van de prijzen
in 2010 en het grootste deel van 2011, alsmede door een aantal gunstige
marktontwikkelingen, is er in de periode 2010-2012 geen sprake geweest van
interventieaankopen en zijn er geen interventievoorraden boter en mageremelkpoeder
meer. De 76 000 ton boter en de 257 000 ton mageremelkpoeder die
tijdens de crisis van 2009 in interventie waren ingekocht, zijn ten dele via
openbare inschrijving en ten dele via de regeling voor de meest behoeftigen
weer op de markt gebracht, zonder de markt te verstoren. Het herstel in de sector zuivelproducten in 2010
was het gevolg van de toegenomen vraag, met name van de opkomende economieën,
en de beperkte leveringen vanuit het Zuidelijk Halfrond. Dezelfde situatie is
in de eerste helft van 2011 blijven bestaan. Medio 2011 zijn de zuivelprijzen
echter onder druk komen te staan als gevolg van de toegenomen beschikbaarheid
van zuivelproducten uit de grootste zuivelleverende regio's in de wereld. In de
eerste maanden van 2012 is de neerwaartse druk op de prijzen blijven bestaan,
totdat de EU-zuivelprijzen eind mei hun dieptepunt bereikten op ongeveer 120 %
van de (virtuele) interventieprijs. In juni begonnen de prijzen te stijgen, en
die opwaartse trend heeft zich doorgezet tot het moment waarop dit verslag is
opgesteld, met name door een geringere beschikbaarheid van melk uit de VS als
gevolg van een ongeëvenaarde hittegolf en een gelijktijdige daling van de
melkproductie in de EU, terwijl het op het zuidelijk halfrond ook nog eens het
winter was (waarin de productie altijd laag ligt). De EU‑uitvoer is in 2010 en 2011 voor
alle belangrijke zuivelproducten toegenomen, met uitzondering van die van
boter/butteroil en vollemelkpoeder. De EU-uitvoer van mageremelkpoeder was
bijzonder dynamisch te noemen. Bevestigd is dat de uitvoer in 2012 tot dusverre
goed is geweest; onder meer was sprake van een merkbaar herstel van de
boteruitvoer, die in de eerste zeven maanden van 2012 cumulatief duidelijk meer
bedroeg dan in 2011. Dit is bereikt zonder uitvoerrestitutie. 1.1.4. Geraamde
marges van de melkveebedrijven in de EU Op basis van de gegevens van het Communautaire
informatienet inzake landbouwbedrijfsboekhoudingen werden de gestegen
bedrijfskosten tijdens het grootste deel 2011 gecompenseerd door hogere
melkprijzen. In het eerste kwartaal van 2012 zijn de marges voor melk in de EU
achteruitgegaan als gevolg van de dalende melkprijzen af landbouwbedrijf,
hoewel ze nog steeds boven die van het eerste kwartaal van 2011 bleven. Volgens de eerste ramingen voor het tweede
kwartaal van 2012 zijn de kosten voor voederaankopen met 6 % gestegen,
terwijl de totale bedrijfskosten enigszins afnamen (‑2 %) als gevolg
van een aanzienlijke daling van de energiekosten (‑10 %). De
brutomarge‑index is met 17 % gedaald als gevolg van een daling met 8 %
van de melkprijs af landbouwbedrijf. De brutomarge-index bedraagt thans 24 %
minder dan in het tweede kwartaal van 2011, waarin die index het hoogste was
sinds 2007 (referentiejaar voor de EU-27). De situatie varieert van lidstaat tot lidstaat
en zelfs binnen lidstaten, afhankelijk van het gekozen melkveebedrijfssysteem
en van de productmix die door de zuivelsector wordt gebruikt. 1.2. Marktvooruitzichten
op de middellange termijn De marktvooruitzichten op de middellange
termijn voor de EU zijn gesimuleerd met een gewijzigde versie van het
Aglink-Cosimo-model, waarbij er vanuit wordt gegaan dat het GLB niet wordt
gewijzigd naar aanleiding van de besluiten in het kader van de
gezondheidscontrole en dat het handelsbeleid evenmin wordt gewijzigd. Deze
vooruitzichten zijn niet bedoeld als voorspelling van toekomstige
marktontwikkelingen, maar eerder om te beschrijven wat er zou gebeuren onder
een specifieke reeks aannames en omstandigheden die ten tijde van de
vooruitzichten plausibel werden geacht. Bovendien zijn de resultaten van de
vooruitzichten die in dit verslag worden gepresenteerd, voorlopig van aard en
kunnen zij afwijken van de uiteindelijke waarden, die in november 2012 worden
gepubliceerd. De internationale markt‑ en beleidsomgeving
is gebaseerd op de Landbouwvooruitzichten OESO-FAO 2012-2021; deze zijn
per september 2012 aangepast aan recentere macro-economische vooruitzichten.
Van zeer grote invloed op de marktvooruitzichten zijn de groeivooruitzichten
van het bbp in de EU (lichte daling in 2012, later gevolgd door economisch
herstel), de verwachte waardevermindering van de euro gedurende de eerste drie
jaar van de periode, gevolgd door een waardestijging in 2014 en 2015, alsmede
een bijgewerkte versie van de wereldmarktvooruitzichten voor zuivelproducten
van de OESO en de FAO, waarin de gevolgen van de droogte in de VS en in sommige
Europese landen in 2012 zijn verdisconteerd. Als een van deze vooruitzichten of
hypothesen niet uitkomt, zou dit de daarop gebaseerde vooruitzichten
aanzienlijk beïnvloeden. Bovendien geldt net als voor ieder ander model voor de
middellange tot lange termijn, dat de verwachtingen van grotere
prijsschommelingen niet in het Aglink-Cosimo-model zijn opgenomen. Op basis van deze vooruitzichten lijken de
middellangetermijnvooruitzichten voor de zuivelmarkten gunstig. Steeds verdere
toename van de wereldmarktvraag als gevolg van de wereldwijde bevolkingsgroei
en economische groei, in combinatie met een toenemende voorkeur voor
zuivelproducten (mede als gevolg van een groeiende consumptie per hoofd van de
bevolking) worden naar verwachting de belangrijkste groeifactoren voor de
zuivelsector. De blijvend grote vraag naar ingevoerde zuivelproducten, met name
door de opkomende economieën, zal een positief effect hebben op de prijs van
zuivelproducten, waardoor het uitvoerpotentieel van de EU wordt vergroot.
Niettemin zal het EU‑marktaandeel van de meeste zuivelproducten naar
verwachting enigszins afnemen omdat de uitvoer uit andere landen een hoger
groeipercentage te zien zal geven. De EU‑melkproductie zal naar verwachting
na 2012 gestaag blijven toenemen, maar minder sterk dan het potentiële
groeicijfer dat op grond van de geleidelijke afschaffing van de
melkquotaregeling zou kunnen worden verwacht (zie bijlage II, grafieken 3 en 4).
De EU-melkproductie zal in de periode 2009-2022 naar verwachting cumulatief met
ongeveer 8 % toenemen, terwijl aan zuivelfabrieken ongeveer 10 % meer
melk zal worden geleverd. In het laatste jaar van de quotaregeling (2014‑2015)
zullen de EU-melkleveranties naar verwachting ongeveer 6 % onder de quota
liggen. De gevolgen van het einde van de melkquotaregeling op de
melkleveranties zullen naar verwachting in de EU in haar geheel beperkt
blijven. De vooruitzichten voor kaas en verse
zuivelproducten zijn vrij positief (zie bijlage II, grafiek 5). De EU‑productie
van verse zuivelproducten (waaronder consumptiemelk, room, yoghurt enz.) zal
naar verwachting tussen 2009 en 2022 met bijna 8 % stijgen, en de
kaasproductie met bijna 10 %. De verwachte ontwikkeling van zowel de
interne EU‑vraag als die van de wereldmarkt lijkt positief, en hoewel de
euro tegen de tweede helft van de betrokken periode weer sterker zal worden,
kan een aanzienlijke vraag op de wereldmarkt een geleidelijke toename van de
EU-uitvoer mogelijk maken. Als gevolg van de meer dynamische ontwikkelingen op
de wereldmarkt zal de EU geleidelijk aan wereldmarktaandeel inboeten, hoewel
zij in 2022 naar verwachting nog steeds ongeveer 31 % van de wereldexport
voor haar rekening zal nemen. De productie van vollemelkpoeder blijft in de
EU op de korte termijn naar verwachting relatief stabiel (zie bijlage II,
grafiek 6). De vooruitzichten voor de uitvoer op de middellange termijn zijn
gunstig als gevolg van de toename van de vraag op de wereldmarkt, waarbij China
de grootste toename veroorzaakt. Het aandeel van de EU in de wereldwijde
uitvoer zal naar verwachting geleidelijk dalen tot 14 % in 2020 (van 25 %
in 2009). De EU-productie van mageremelkpoeder zal naar
verwachting over de hele periode met ongeveer 28 % toenemen (zie bijlage
II, grafiek 7). Een sterke wereldwijde invoervraag zou bijdragen tot een markt
in evenwicht, doordat de vooruitzichten voor de uitvoer daardoor gunstig worden
beïnvloed. Het wereldmarktaandeel van de EU zou in dat geval in 2022 bijna 31 %
van de wereldwijde uitvoer uitmaken. De vooruitzichten wijzen op een voordurende
marktstabiliteit voor boter als gevolg van positieve marktomstandigheden in de
betrokken periode, met prijzen die relatief hoog liggen en met een behoorlijke
vraag in de EU (zie bijlage II, grafiek 8). 2. Vlotte,
geleidelijke afschaffing van de melkquota 2.1. Melkproductie
in vergelijking tot quota In aansluiting op het besluit om de melkquota
op 1 april 2008 met 2 % te verhogen, leidde de overeenkomst in verband met
de gezondheidscontrole van november 2008 tot een jaarlijkse verhoging van de
melkquota met 1 % gedurende vijf opeenvolgende jaren, met ingang van 1
april 2009, plus een aanpassing van de correctiefactor voor het vetgehalte, die
resulteerde in een feitelijke verhoging van de quota met nog eens 1 %. Er
volgt nog één verhoging met 1 % (op 1 april 2013) voordat de quotaregeling
op 1 april 2015 vervalt[1]. De melkquota worden ieder jaar steeds minder
relevant, aangezien de feitelijke melkproductie in de meeste lidstaten onder
het quotum ligt. In het quotajaar 2010-2011 hebben slechts vijf lidstaten hun
melkquotum overschreden, terwijl de totale productie van de EU 6 % onder
het quotum lag. Volgens de kennisgevingen van de lidstaten wordt geraamd dat
het quotajaar 2011-2012 is geëindigd met een hoeveelheid melkleveranties in de
EU die 4,7 % minder bedroeg dan het quotum; slecht zes lidstaten hebben
hun nationale quota overschreden (zie bijlage III). Het aantal lidstaten
waarvan het quotum is overschreden, blijft echter beperkt en de betrokken
surplusproductie vertegenwoordigt minder dan 0,2 % van alle geleverde of
rechtstreeks verkochte melk. Na een lichte inkrimping van de
melkleveranties in 2009 hebben de gunstige melkprijzen af landbouwbedrijf en de
goede weersomstandigheden gezorgd voor hogere productieniveaus in zowel 2010
als 2011. Toen de melkprijzen af landbouwbedrijf onder druk kwamen te staan
door de toegenomen productie – niet alleen in de EU maar in alle melkleverende
regio's in de wereld – reageerde de melkproductie in de daaropvolgende maanden
met een vertraging. Die ontwikkelingen laten zien dat de productierespons
langzamerhand vorm krijgt en begint te reageren op de signalen uit de markt,
maar ook dat de weersomstandigheden een echte speler zijn op de zuivelmarkt. Nu de melkquota steeds minder relevant worden,
kan het melkaanbod van de EU beter worden afgestemd op de marktkansen, is de
reactie van de landbouwers op prijssignalen minder vertekend en kan
efficiencywinst worden geboekt door herstructureringen. 2.2. Prijsontwikkeling
van de melkquota De prijs van melkquota moet in principe dalen
als gevolg van het naderende einde van de quotaregeling; in de meeste
lidstaten, waar de quotaprijs zeer laag of zelfs nihil is (zie bijlage IV), is
dit feitelijk reeds het geval. In de lidstaten waar de melkleveranties ver
onder de quota liggen, is de quotumprijs reeds zeer laag of nihil, en worden
geen fundamentele veranderingen verwacht vóór het einde van de quotaregeling. In de lidstaten waar de melkleveranties
dichtbij het quotum liggen, en in een beperkt aantal lidstaten waar de
melkleveranties boven het quotum liggen, hangt de quotumprijs af van de
verwachting of er al dan niet sprake zal zijn van een superheffing. Naar
verwachting zal de aankoop van quota in de toekomst blijven dalen en
uiteindelijk op nul uitkomen, met schommelingen door incidentele overproductie
als gevolg van gunstige weersomstandigheden en lonende melkprijzen. 3. Slotopmerkingen De vooruitzichten voor de middellange en de
lange termijn voor de zuivelsector komen overeen met de bevolkingsgroei en een
voorkeur voor een westers voedingspatroon in opkomende economieën. Dit voorkomt
echter niet dat zich op de korte termijn marktschommelingen voordoen. De
prijsontwikkelingen vertonen sinds de bekendmaking van het eerste
zachtelandingsverslag een trend in de richting van hogere prijsniveaus met
enkele pieken en dalen op de curve. De huidige moeilijkheden die de
melkveehouders in sommige, heviger door de prijsstijging van voeder getroffen
gebieden te verduren hebben, kunnen niet verhelen dat het algemene beeld van de
prijsontwikkeling in de zuivelsector positief is. Op de langere termijn hangt het evenwicht
tussen vraag en aanbod af van een groot aantal factoren, waaronder economische
parameters en beleidsbeslissingen. In dit opzicht biedt het zogenaamde
Zuivelpakket[2],
dat sinds 3 oktober 2012 volledig van toepassing is, marktdeelnemers in de
zuivelbevoorradingsketen instrumenten om hun aanbod af te stemmen op de
marktvraag. Zowel de ontwikkeling van de melkproductie ten
opzichte van de melkquota als de neergaande ontwikkeling van de quotumprijzen
wijzen erop dat de "zachte landing" volgens plan verloopt. In
verreweg de meeste lidstaten zijn de quota niet langer relevant voor productiebeperking
en ligt de quotumprijs al op nul of net daarboven. Tegen de achtergrond van deze analyse is de
Commissie van mening dat het bestaande kader niet hoeft te worden aangepast;
dat kader heeft de melkproducenten immers sinds 2008 zekerheid geboden en
blijkt een efficiënt hulpmiddel te zijn om een vlotte geleidelijke overgang
naar een quotavrije omgeving te garanderen. Afgezien van het concept "zachte
landing" als zodanig, zijn door sommigen, met name in het kader van het
einde van de quotaregeling, zorgen geuit over plattelandsgebieden waar de
zuivelproductie een centrale rol speelt. In dit opzicht biedt het opnemen van
de zuivelsector in de zogenaamde "nieuwe uitdagingen", die onder de
tweede pijler van het GLB vallen, de melkveehouders de nodige verdere
ondersteuning bij de voorbereiding op het einde van de quotaregeling. De voorstellen tot hervorming van het GLB
bevatten instrumenten die de potentiële effecten zouden kunnen verzachten.
Verder heeft de Commissie een openbare aanbesteding uitgeschreven voor een
analyse van de zuivelsector vanaf 2015 door onafhankelijke deskundigen, en zij
zal tegen 30 juni 2014 verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad
over de concrete werking van de bepalingen van het Zuivelpakket[3] door met
name na te gaan wat de effecten zijn op de melkproducenten en de melkproductie
in achterstandsgebieden in het licht van de algemene doelstelling om de
productie in deze gebieden te handhaven, alsook welke initiatieven kunnen
worden genomen om de landbouwers ertoe aan te zetten gezamenlijke
productieovereenkomsten te sluiten. Bijlagen: I. Ontwikkeling
van de melkproductie en de melkprijs II. Vooruitzichten voor de zuivelsector op
de middellange termijn III. Melkproductie ten opzichte van quota IV. Prijsontwikkeling van de EU-melkquota BIJLAGE I. ONTWIKKELING
VAN DE MELKPRODUCTIE EN DE MELKPRIJS Grafiek 1 Ontwikkeling van de
melkophaling Grafiek 2 Ontwikkeling van de
melkprijzen BIJLAGE II. VOORUITZICHTEN VOOR DE ZUIVELSECTOR OP DE MIDDELLANGE
TERMIJN Grafiek 3 Ontwikkeling van het aanbod van koemelk en de
melkveestapel 2000-2022 Grafiek 4 Melkleveranties en quotagebruik voor koemelk Grafiek 5 Ontwikkeling van de
kaasmarkt 2000-2022 Grafiek 6 Ontwikkeling van de
vollemelkpoedermarkt 2000-2022 Grafiek 7 Ontwikkeling van de
mageremelkpoedermarkt 2000-2022 Grafiek 8 Ontwikkeling van de
botermarkt 2000-2022 BIJLAGE III. MELKPRODUCTIE
TEN OPZICHTE VAN QUOTA BIJLAGE IV. PRIJSONTWIKKELING
VAN DE EU-MELKQUOTA [1] Behalve
voor Italië, waarvoor op 1 januari 2009 meteen een cumulatieve verhoging met 5 %
is doorgevoerd. [2] Verordening (EU) nr. 261/2012
van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de contractuele
betrekkingen in de sector melk en zuivelproducten betreft. [3] Zie
artikel 184, punt 9, van de integrale GMO-verordening, Verordening (EG)
nr. 1234/2007, welk punt daarin is ingevoegd bij de zogenaamde
Zuivelpakketverordening, Verordening (EG) nr. 261/2012.