This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012DC0740
COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT, THE COUNCIL, THE EUROPEAN ECONOMIC AND SOCIAL COMMITTEE AND THE COMMITTEE OF THE REGIONS Action Plan: European company law and corporate governance - a modern legal framework for more engaged shareholders and sustainable companies
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Actieplan: Europees vennootschapsrecht en corporate governance – een modern rechtskader voor meer betrokken aandeelhouders en duurzamere ondernemingen
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Actieplan: Europees vennootschapsrecht en corporate governance – een modern rechtskader voor meer betrokken aandeelhouders en duurzamere ondernemingen
/* COM/2012/0740 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S Actieplan: Europees vennootschapsrecht en corporate governance – een modern rechtskader voor meer betrokken aandeelhouders en duurzamere ondernemingen /* COM/2012/0740 final */
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET
EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET
COMITÉ VAN DE REGIO'S Actieplan: Europees vennootschapsrecht en
corporate governance – een modern rechtskader voor meer betrokken aandeelhouders
en duurzamere ondernemingen (Voor de EER relevante tekst) 1. Inleiding In de mededeling „Europa 2020” van de
Commissie[1]
wordt gevraagd om een beter ondernemingsklimaat in Europa. Om modern en voor de
Europese ondernemingen, beleggers en werknemers doeltreffend te zijn, moeten
het vennootschapsrecht en het kader voor corporate governance op de behoeften
van de samenleving van vandaag en het veranderende economische klimaat zijn
toegesneden. De laatste uitgebreide herziening op dit beleidsterrein gaat terug
tot het actieplan van 2003 voor modernisering van het vennootschapsrecht en
verbetering van de corporate governance in de Europese Unie[2] en de
raadpleging over de toekomstige prioriteiten voor dit actieplan, die in 2005
en 2006 werd uitgevoerd[3].
Heel wat van de initiatieven die in het actieplan van 2003 waren
aangekondigd, zijn er gekomen. Zo zijn in de jaarrekeningenrichtlijn[4] regels
met betrekking tot de verklaringen inzake corporate governance opgenomen en
zijn een richtlijn betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders[5] en de
tiende vennootschapsrichtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies[6]
vastgesteld. Daarnaast nam de Commissie twee aanbevelingen aan betreffende de
rol van onafhankelijke niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders/commissarissen
en betreffende de beloning van bestuurders[7]. Daarnaast zijn de tweede
vennootschapsrichtlijn met betrekking tot de oprichting van de naamloze
vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal[8] en de derde
en de zesde vennootschapsrichtlijn betreffende fusies en splitsingen[9]
vereenvoudigd. Er hebben zich echter nieuwe ontwikkelingen voorgedaan, die
volgens de Commissie verdere maatregelen vereisen. Corporate governance definieert de verhouding
tussen de directie van een vennootschap, haar raad van bestuur, haar
aandeelhouders en haar andere belanghebbenden[10]. Corporate governance is het systeem
waarmee vennootschappen geleid en gecontroleerd worden. Een doeltreffend kader
voor corporate governance is van cruciaal belang, omdat goed beheerde
vennootschappen op de lange termijn concurrerender en duurzamer kunnen zijn.
Goede corporate governance is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van
de betrokken vennootschap en er zijn op Europees en nationaal niveau regels
vastgesteld om ervoor te zorgen dat bepaalde normen worden nageleefd. Het EU‑kader
voor corporate governance is een combinatie van wetgeving en soft law, namelijk
nationale codes voor corporate governance die worden toegepast op basis van het
beginsel „naleven of motiveren”[11],
waardoor vennootschappen en hun aandeelhouders over een grote flexibiliteit
beschikken. De aandeelhouders spelen een belangrijke rol in het bevorderen van
betere governance van vennootschappen. In die rol handelen zij zowel in het
belang van de vennootschap als in hun eigen belang. De voorbije jaren is echter gebleken dat er zich
op dit gebied problemen voordoen. Door de financiële crisis werd duidelijk dat
ernstige tekortkomingen in de corporate governance van financiële instellingen
een rol speelden in de crisis. Om snel te reageren op het probleem van het
nemen van buitensporige risico’s in kredietinstellingen en de daaruit
voortvloeiende accumulatie van buitensporig risico in het financiële systeem, kwam
de Commissie in 2010 met een groenboek over corporate governance in
financiële instellingen[12]
en stelde zij in 2011 in het kader van het pakket richtlijn
kapitaalvereisten IV[13]
strengere regels inzake corporate governance in financiële instellingen voor.
Hoewel de corporate governance in beursgenoteerde vennootschappen buiten de
financiële sector niet evenveel reden tot bezorgdheid gaf, konden ook daar bepaalde
zwakke punten worden vastgesteld. Zo lijken aandeelhouders niet erg geneigd te
zijn om van de directie rekenschap te verlangen over hun beslissingen en
acties, wat nog wordt verergerd door het feit dat veel aandeelhouders hun
aandelen slechts voor een korte periode in bezit houden. Er doen zich ook
problemen voor met de toepassing van de codes voor corporate governance, wanneer
de rapportage plaatsvindt op basis van het beginsel „naleven of motiveren”. In
deze context publiceerde de Commissie haar groenboek over het EU‑kader inzake corporate
governance (hierna „het groenboek van 2011” genoemd)[14], dat de
aanzet gaf voor een discussie over de manier waarop de huidige regels
doeltreffender kunnen worden gemaakt. Hoewel de respondenten verdeeld waren
over de vraag of er verdere regelgeving op EU‑niveau moet komen, konden EU‑maatregelen
op sommige specifieke gebieden op grote bijval rekenen[15]. Ook het
Europees Parlement maakte in een resolutie van 29 maart 2012[16] zijn
standpunt bekend over de in het groenboek van 2011 gestelde vragen en
beklemtoonde dat corporate governance van belang is voor de samenleving in het
algemeen. Het Europees vennootschapsrecht vormt een
hoeksteen van de interne markt[17].
Het garandeert de vrijheid van oprichting van vennootschappen en zorgt
tegelijkertijd voor meer transparantie, rechtszekerheid en controle van hun
operaties. De laatste tijd is het echter moeilijker geworden om op EU‑niveau
overeenstemming te bereiken over initiatieven in verband met
vennootschapsrecht. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat initiatieven om
het vennootschapsrecht te vereenvoudigen[18] en het voorstel voor het statuut van de Europese
besloten vennootschap (SPE) stilgevallen zijn. Tegelijkertijd heeft het bedrijfsleven,
zowel uit het oogpunt van de ondernemingen als van de consumenten, een steeds
sterker grensoverschrijdend karakter gekregen. De diensten van de Commissie
zijn derhalve een reflectie over de toekomst van het Europees
vennootschapsrecht gestart, te beginnen met de publicatie van een verslag dat
door een ad‑hocdenkgroep[19]
is voorbereid en een publieke conferentie die op 16 en 17 mei 2011
in Brussel is gehouden[20].
Om de standpunten van een breed scala van belanghebbenden te verzamelen, werd
op 20 februari 2012 een online‑raadpleging gestart (hierna „de
publieke raadpleging van 2012” genoemd)[21]. Ook het Europees Parlement maakte in een
resolutie van 14 juni 2012[22]
zijn standpunt bekend over de weg die het Europees vennootschapsrecht moet
inslaan. Een meerderheid van de respondenten van de publieke raadpleging
van 2012 was voorstander van nieuwe maatregelen om het bestaande
vennootschapsrechtelijk kader te moderniseren[23]. In dit actieplan worden de initiatieven toegelicht
die de Commissie van plan is te nemen om het vennootschapsrecht en het kader
voor corporate governance te moderniseren. Het actieplan bestaat uit drie
actielijnen: ·
Meer transparantie: de vennootschappen moeten hun
beleggers en de samenleving in het algemeen betere informatie verschaffen over
hun corporate governance. Tegelijkertijd zouden de vennootschappen moeten
kunnen weten wie hun aandeelhouders zijn en de institutionele beleggers zouden
transparanter moeten zijn over hun stembeleid, zodat de dialoog over aspecten
van corporate governance vruchtbaarder kan verlopen. ·
Betrokkenheid van aandeelhouders: de aandeelhouders
zouden moeten worden aangemoedigd om zich meer in de corporate governance te
mengen. Zij zouden meer mogelijkheden moeten hebben om het beloningsbeleid en
de transacties met verbonden partijen te overzien en samenwerking tussen
aandeelhouders met het oog hierop zou gemakkelijker moeten worden gemaakt.
Daarnaast zal institutionele beleggers, vermogensbeheerders en
volmachtadviseurs een beperkt aantal verplichtingen moeten worden opgelegd, om
een doeltreffende betrokkenheid tot stand te brengen. ·
Ondersteunen van de groei en de concurrentiekracht
van vennootschappen: de grensoverschrijdende operaties van Europese
ondernemingen moeten worden vereenvoudigd, vooral voor kleine en middelgrote
ondernemingen (kmo’s). Naast deze drie hoofddoelstellingen zal de
Commissie een overkoepelende codificatie starten om het regelgevingskader
gebruiksvriendelijker te maken. Dit actieplan is het resultaat van de publieke
raadpleging van 2012, van diverse besprekingen met veel belanghebbenden en
van de eigen analyse van de Commissie. In dit actieplan worden de initiatieven gepresenteerd
die de Commissie wil nemen op het gebied van het vennootschapsrecht en de
corporate governance. De verschillende maatregelen in het actieplan zullen niet
allemaal dezelfde draagwijdte hebben. De EU‑regels inzake corporate governance
zijn alleen van toepassing op beursgenoteerde vennootschappen. Anderzijds is
het EU‑vennootschapsrecht in beginsel van toepassing op alle
kapitaalvennootschappen van de EU. De Commissie zal ervoor zorgen dat de
initiatieven geen onnodige rompslomp voor de vennootschappen met zich
meebrengen en zal in het bijzonder rekening houden met de specifieke situatie
van de kmo’s. Voor alle initiatieven zal vooraf een
effectbeoordeling worden verricht. Het actieplan kan niet vooruitlopen op de
resultaten van deze effectbeoordelingen. Zo nodig zal de Commissie haar
planning qua inhoud of qua timing wijzigen. Er kunnen zich ook nog nieuwe
problemen voordoen, die andere maatregelen vereisen dan de initiatieven die in
dit actieplan zijn opgenomen. In de antwoorden op de geplande raadpleging over
de langetermijnfinanciering van de Europese economie zouden nieuwe elementen
aan de orde kunnen worden gesteld. Het komende groenboek over deze kwestie zal
een breed debat starten over de manier waarop de financiële sector in de EU
meer capaciteit kan krijgen om langetermijnfinanciering te verstrekken voor de
productieve investeringen die nodig zijn voor duurzame groei. In het groenboek
zullen ook nog andere vragen worden gesteld: hoe kan de toegang tot
verschillende financieringsbronnen worden gegarandeerd, hoe belangrijk is het
om kortetermijndenken te voorkomen, moet de sector meer capaciteit krijgen en
moeten er nieuwe producten worden ontwikkeld om langetermijnfinanciering te
garanderen. Het groenboek zal dus veel ruimer zijn dan corporate governance
alleen, maar zou input kunnen opleveren voor de manier waarop betrokkenheid van
aandeelhouders op lange termijn kan worden aangemoedigd en de manier waarop passende
regelingen inzake corporate governance langetermijnfinanciering zouden kunnen
ondersteunen. 2. Meer transparantie 2.1. Openbaarmaking van het beleid
voor de diversiteit van de raad van bestuur en beheer van niet‑financiële
risico's In Europa bestaan er verschillende structuren voor
de raad van bestuur naast elkaar. Afhankelijk van het land kunnen
beursgenoteerde vennootschappen ofwel een systeem met één enkele raad van
bestuur (ook „monistisch systeem” of „unitair systeem” genoemd) hebben, ofwel
een tweelagig systeem (of „dualistisch systeem”), ofwel een gecombineerd
systeem. De Commissie erkent dat deze structuren voor de raad van bestuur naast
elkaar bestaan en dat deze vaak diep geworteld zijn in het globale systeem van
economische governance van het land. Zij is dan ook niet van plan om
vraagtekens bij deze structuren te plaatsen of deze te wijzigen. Ongeacht de structuur van de raad van bestuur,
speelt de samenstelling van de raad van bestuur een belangrijke rol in het
succes van een vennootschap. De vennootschap wordt goed bestuurd als er
doeltreffend wordt toegezien op de met het dagelijks bestuur belaste
bestuurders of de directie door niet bij het dagelijks bestuur betrokken
bestuurders of commissarissen[24].
Hiervoor is het zeer belangrijk dat de leden van de raad van bestuur diverse
vaardigheden en diverse zienswijzen hebben. Hierdoor krijgen zij gemakkelijker inzicht
in de organisatie en de zaken van de onderneming en kunnen zij de beslissingen
van de directie op een objectieve en constructieve manier kritisch onder de
loep te nemen. Onvoldoende diversiteit zou daarentegen kunnen leiden tot
zogenaamd groepsdenken, met als gevolg minder discussie, minder ideeën en
minder kritische zin in de raad van bestuur en mogelijk minder doeltreffend
toezicht op de directie of de met het dagelijks bestuur belaste bestuurders. De
Commissie is van mening, en wordt daarin gesterkt door de resultaten van de
raadpleging over het groenboek van 2011[25], dat meer transparantie over het beleid
voor de diversiteit van de raad van bestuur, vennootschappen ertoe zou
aanzetten meer na te denken over dit aspect en meer rekening te houden met de noodzaak
van grotere diversiteit in hun raden van bestuur. Dit initiatief zal ook
complementair zijn met het specifieke voorstel om het genderevenwicht tussen
niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders van beursgenoteerde
vennootschappen te verbeteren[26]. De Commissie is ook van mening dat de raden van
bestuur of raden van commissarissen meer rekening zouden moeten houden met de
volledige waaier van risico’s waaraan hun vennootschap is blootgesteld. Een
uitbreiding van de rapportageverplichtingen tot niet‑financiële parameters zou
helpen om een vollediger risicoprofiel van de vennootschap te schetsen, op
basis waarvan doeltreffender strategieën kunnen worden opgesteld om met die
risico’s om te gaan. Deze extra aandacht voor niet‑financiële aspecten zou
vennootschappen ertoe aanzetten voor hun zaken een duurzame strategie op lange
termijn te ontwikkelen. Om vennootschappen ertoe aan te zetten hun raad van
bestuur zo divers mogelijk samen te stellen en meer rekening te houden met niet‑financiële
risico's, zal de Commissie in 2013 een voorstel indienen om de
informatieverplichtingen in verband met het beleid voor de diversiteit van de
raad van bestuur en risicobeheer uit te breiden, door middel van een wijziging
van de jaarrekeningenrichtlijn[27]. 2.2. Betere rapportage over
corporate governance Er is kritiek geuit over de kwaliteit van de
verslagen over corporate governance die door beursgenoteerde vennootschappen
zijn opgesteld. De codes voor corporate governance in de EU worden toegepast op
basis van het beginsel „naleven of motiveren”. Op grond van die aanpak kunnen
vennootschappen afwijken van specifieke aanbevelingen van de toepasselijke
code, mits zij motiveren waarom zij dit doen. De toelichtingen van de
vennootschappen zijn echter vaak ontoereikend. Zij beperken zich tot de loutere
vermelding dat zij van een aanbeveling zijn afgeweken zonder enige toelichting
te geven, of geven slechts een algemene of beperkte toelichting[28]. Omdat
beleggers zich op deze toelichtingen baseren bij het nemen van hun
beleggingsbeslissingen en het beoordelen van de waarde van een vennootschap,
brengen dergelijke tekortkomingen het nut en de leefbaarheid van het systeem in
het gedrang. Een grote meerderheid van de respondenten op het groenboek
van 2011 was er voorstander van dat vennootschappen zouden worden
verplicht beter toe te lichten waarom zij van de aanbevelingen in codes
afwijken. Na het groenboek van 2011 zijn sommige
lidstaten gestart met een debat of hebben zij richtsnoeren uitgevaardigd over
de kwaliteit van de door vennootschappen te verstrekken toelichtingen. Zo
vaardigde in Finland de Associatie van effectenbeurzen op 20 januari 2012
richtsnoeren uit over de toelichtingen die vennootschappen moeten verstrekken.
Het Belgische Comité voor corporate governance bestelde een onafhankelijke
studie van de kwaliteit van de toelichtingen en deed in 2012 op basis van
de conclusies van die studie een aantal praktische aanbevelingen. In het
Verenigd Koninkrijk startte de Financial Reporting Council in december 2011
een debat tussen vennootschappen en beleggers over de criteria voor
toelichtingen en vaardigde vervolgens richtsnoeren uit over de aanpak „naleven
of motiveren” in de code voor corporate governance. De Commissie juicht deze
initiatieven toe. Zij is ook van plan verdere samenwerking tussen de nationale
instanties die belast zijn met het toezicht op de toepassing van de codes voor
corporate governance, onder meer door de uitwisseling van beste praktijken die
in verschillende lidstaten worden ontwikkeld, aan te moedigen. De Commissie zal in 2013 een initiatief nemen,
mogelijk in de vorm van een aanbeveling, ter verbetering van de kwaliteit van
de verslagen inzake corporate governance en in het bijzonder de kwaliteit van
de toelichtingen die moeten worden verstrekt door vennootschappen die afwijken
van de codes voor corporate governance. 2.3. Identificatie van
aandeelhouders In het groenboek van 2011 werd gevraagd of
belanghebbenden het nodig achten dat er een Europees instrument komt om
emittenten te helpen bij de identificatie van hun aandeelhouders teneinde de
dialoog over aspecten van corporate governance te bevorderen. Daarnaast werd in
het groenboek gevraagd of andere beleggers over deze informatie zouden moeten
kunnen beschikken. Een duidelijke meerderheid van de respondenten was
voorstander van een dergelijk instrument[29]. Zowel bij de ondernemingen als bij de
beleggers was er zeer grote bijval. De standpunten over de beste werkwijze liepen
echter sterk uiteen. Sommige respondenten achtten het voldoende dat emittenten
op de website van hun vennootschap de aandeelhouders een forum zouden
aanbieden. Andere waren daarentegen voorstander van een volwaardig EU‑instrument
voor de identificatie van aandeelhouders. Heel wat respondenten suggereerden in
plaats daarvan om in de transparantierichtlijn de drempels voor de aanmelding
van belangrijke deelnemingen te verlagen. Ten slotte was een grote groep van
mening dat de lidstaten zouden moeten voorzien in wederzijdse erkenning van
bestaande nationale identificatie‑instrumenten en zo nodig zouden moeten worden
verplicht een nationaal transparantie‑instrument in te voeren dat aan bepaalde
minimumvereisten voldoet. Het Europees Parlement stelt zich op het standpunt
dat vennootschappen die aandelen op naam uitgeven het recht zouden moeten
hebben om de identiteit van de eigenaar ervan te kennen, maar dat de eigenaars
van aandelen aan toonder het recht zouden moeten hebben om hun identiteit niet
bekend te maken. In dit standpunt is dus rekening gehouden met de bezorgdheid
die eerder was geuit in verband met de privacy van kleine beleggers. De Commissie is van mening dat extra informatie
over wie eigenaar is van aandelen in een beursgenoteerde vennootschap de
dialoog over corporate governance tussen de vennootschap en haar aandeelhouders
kan verbeteren. De bestaande instrumenten zijn ofwel niet gedetailleerd genoeg
of ontberen de nodige grensoverschrijdende dimensie. De Commissie zal in 2013 in het kader van haar
wetgevings- en werkprogramma op het gebied van effectenrecht een initiatief
voorstellen om de zichtbaarheid van deelnemingen in Europa te verbeteren 2.4. Uitbreiding van de transparantieregels
voor institutionele beleggers Uit het onderzoek dat ter voorbereiding van de
groenboeken van de Commissie van 2010 en 2011 is gevoerd en de
antwoorden op die groenboeken, bleek dat het stembeleid van institutionele
beleggers, waaronder vermogensbeheerders, en de uitoefening van dat beleid
transparanter zouden moeten worden[30].
Ook in de Stewardship Code in het Verenigd Koninkrijk[31], de
beste praktijken voor betrokken aandeelhouderschap van het Nederlandse Eumedion[32], de code
voor externe governance van de European Fund and Asset Management Association
(EFAMA)[33]
en de beginselen inzake corporate governance van het International Corporate
Governance Network[34]
wordt al aanbevolen dat de institutionele beleggers transparant zijn over de
manier waarop zij hun met eigendom/stewardship gepaard gaande verantwoordelijkheden
nemen, onder meer door informatie over stembeleid en betrokkenheid te
verschaffen. De openbaarmaking van dergelijke informatie zou
een positief effect kunnen hebben op het bewustzijn van beleggers, de
uiteindelijke beleggers in staat kunnen stellen om de beste
beleggingsbeslissingen te nemen, de dialoog tussen beleggers en vennootschappen
kunnen vergemakkelijken, betrokkenheid van aandeelhouders aanmoedigen, en de
verantwoordingsplicht van vennootschappen ten aanzien van het maatschappelijk
middenveld kunnen uitbreiden. Voorts zou deze informatie nuttig kunnen zijn
voor beleggers voordat zij een contract voor portefeuillebeheer sluiten of voor
de begunstigden van institutionele beleggers die namens of ten voordele van
andere optreden. In het licht van haar algemene doelstelling meer betrokkenheid
van aandeelhouders te bewerkstelligen, is de Commissie van mening dat dit de
juiste stap vooruit is. De Commissie zal in 2013 met een initiatief
komen, mogelijk een wijziging van de richtlijn betreffende de uitoefening van
bepaalde aandeelhoudersrechten[35],
in verband met de openbaarmaking van het stembeleid, het beleid op het gebied
van betrokkenheid en het stemverleden van institutionele beleggers. 3. Betrokkenheid van aandeelhouders Doeltreffende en duurzame betrokkenheid van
aandeelhouders is een van de hoekstenen van het model van corporate governance
van beursgenoteerde vennootschappen. Dat model voorziet onder meer in wederzijdse
controle en evenwicht tussen de verschillende organen en verschillende
belanghebbenden. Als bijvoorbeeld de meerderheid van aandeelhouders passief
blijft, geen interactie met de vennootschap zoekt en niet stemt, is de werking
van het huidige systeem van corporate governance minder doeltreffend. In die
omstandigheden kunnen er van de zijde van de aandeelhouders geen corrigerende
maatregelen worden verwacht en rust het toezicht op de directie op de schouders
van de raad van bestuur of de raad van commissarissen. 3.1. Beter toezicht van de
aandeelhouders op het beloningsbeleid De voorbije jaren is er veel discussie geweest
over de beloning van de met het dagelijks bestuur belaste bestuurders[36]. De
Commissie is van mening dat vennootschappen zouden kunnen profiteren van een
beloningsbeleid dat de creatie van waarde op de langere termijn stimuleert en
beloning daadwerkelijk aan prestaties koppelt. Een slecht beloningsbeleid en/of
slechte prikkels leiden tot ongerechtvaardigde overdrachten van waarde naar
bestuurders, ten nadele van vennootschappen, hun aandeelhouders en andere belanghebbenden.
Derhalve zouden de aandeelhouders, rekening houdend met de bestaande
toezichtsmogelijkheden, met name in vennootschappen met een tweelagige
bestuursstructuur, beter toezicht moeten kunnen uitoefenen op het
beloningsbeleid voor bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen en de
toepassing van dat beleid. Zoals blijkt uit de resultaten van de raadpleging
over het groenboek van 2011[37],
hebben aandeelhouders dus behoefte aan duidelijke, allesomvattende en
vergelijkbare informatie over het beloningsbeleid en de individuele beloning
van de bestuurders. Dit kan worden bereikt door een elementaire harmonisering
van de informatieverplichtingen. Voorts zouden de aandeelhouders hun
standpunten over deze kwestie bekend moeten kunnen maken in een verplichte
stemming van de aandeelhouders over het beloningsbeleid van de vennootschap en
het beloningsverslag waarin een overzicht wordt gegeven van de manier waarop
het beloningsbeleid is toegepast. Momenteel hebben de aandeelhouders niet in
alle lidstaten het recht te stemmen over het beloningsbeleid en/of het beloningsverslag,
en de informatie die vennootschappen in verschillende lidstaten openbaar maken,
kan niet gemakkelijk onderling worden vergeleken[38]. De Commissie zal in 2013 een initiatief
voorstellen, mogelijk een wijziging van de richtlijn betreffende de uitoefening
van bepaalde aandeelhoudersrechten, om het beloningsbeleid en de individuele
beloning van bestuurders transparanter te maken, en om de aandeelhouders het
recht te geven te stemmen over het beloningsbeleid en het beloningsverslag. 3.2. Beter overzicht voor de
aandeelhouders van de transacties met verbonden partijen Transacties met verbonden partijen, dat wil zeggen
situaties waarin de vennootschap een contract sluit met haar bestuurders of
aandeelhouders met zeggenschap, kunnen de vennootschap en haar
minderheidsaandeelhouders schade toebrengen, omdat de verbonden partij de
gelegenheid krijgt zich aan de vennootschap toebehorende waarde toe te eigenen.
Doeltreffende waarborgen voor de bescherming van de belangen van de aandeelhouders
zijn dus van groot belang. Op grond van de huidige EU‑regels moeten
vennootschappen in de toelichting op hun jaarrekening de transacties met
verbonden partijen opnemen, onder vermelding van het bedrag en de aard van de
transactie en andere nodige informatie[39]. Omdat deze verplichting doorgaans
ontoereikend wordt geacht, gaf het Europees Forum inzake corporate governance
een verklaring uit over transacties met verbonden partijen, waarin wordt
aanbevolen dat er in heel Europa gemeenschappelijke beginselen worden ingevoerd[40]. Het
forum stelde in het bijzonder voor dat transacties boven een bepaalde drempel
zouden moeten worden geëvalueerd door een onafhankelijke adviseur en dat de
belangrijkste transacties door de aandeelhouders zouden moeten worden
goedgekeurd. In het groenboek van 2011 werd de vraag gesteld hoe de
bescherming tegen transacties met verbonden partijen zou kunnen worden
verbeterd. Een groot deel van de respondenten vroeg om sterkere waarborgen.
Gelet op dit antwoord en de richtsnoeren in de verklaring van het Europees
Forum inzake corporate governance is de Commissie van mening dat de
aandeelhouders meer controle zouden moeten krijgen op de transacties met
verbonden partijen. De Commissie zal in 2013 een initiatief
voorstellen om de aandeelhouders meer controle te geven op de transacties met
verbonden partijen, mogelijk een wijziging van de richtlijn betreffende de
uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders. 3.3. Regels inzake
volmachtadviseurs Institutionele beleggers met sterk gespreide
aandelenportefeuilles ondervinden praktische problemen bij het bepalen van de
manier waarop zij moeten stemmen over agendapunten van algemene vergaderingen
van aandeelhouders. Daarom maken zij vaak gebruik van de diensten van
volmachtadviseurs („proxy advisors”), bijvoorbeeld stemadviezen, stemming bij
volmacht en corporate governance ratings. Bijgevolg kunnen deze
volmachtadviseurs een aanzienlijke invloed uitoefenen op de stemming. Daarnaast
is aangevoerd dat institutionele beleggers voor beleggingen in buitenlandse
vennootschappen zwaarder leunen op stemadviezen dan voor beleggingen in
binnenlandse vennootschappen. De kans is dus groter dat volmachtadviseurs meer
invloed uitoefenen op markten met een hoog percentage internationale beleggers.
Momenteel bestaan er geen EU‑regels inzake volmachtadviseurs. De invloed van volmachtadviseurs roept
verschillende vragen op. Bij de voorbereiding van het groenboek van 2011
uitten beleggers en de vennootschappen waarin wordt belegd, bezorgdheid over
het gebrek aan transparantie in de methoden die de volmachtadviseurs bij de
voorbereiding van hun advies toepassen. Meer specifiek wordt aangevoerd dat de
analytische methode die door volmachtadviseurs wordt toegepast, geen rekening
houdt met de specifieke kenmerken van vennootschappen en/of elementen in de
nationale wetgeving en beste praktijken inzake corporate governance. Een ander
punt van bezorgdheid is dat er zich met volmachtadviseurs belangenconflicten
kunnen voordoen, bijvoorbeeld wanneer zij de vennootschappen waarin wordt
belegd, bijstaan als consultant op het gebied van corporate governance. Er
kunnen zich ook belangenconflicten aandienen als een volmachtadviseur beleggers
advies geeft over aandeelhoudersbesluiten die door een van zijn klanten zijn
voorgesteld. Ten slotte roept het gebrek aan concurrentie in deze sector vragen
op over de kwaliteit van het advies en over de afstemming van het advies op de
behoeften van de belegger. In 2012 stelde de Europese Autoriteit voor
effecten en markten (ESMA) een discussienota over volmachtadviseurs op om
standpunten te ontvangen over mogelijke regelgevende opties in verband met volmachtadviseurs,
gaande van geen maatregelen en vrijwillige maatregelen tot bijna-bindende of
bindende EU‑instrumenten[41].
De Commissie kan de resultaten van de discussie als uitgangspunt nemen om te
zorgen voor een samenhangend en doeltreffend operationeel kader voor
volmachtadviseurs. De Commissie zal in 2013 een initiatief
overwegen, mogelijk in de context van de herziening van de richtlijn
betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders, teneinde de
transparantie rond volmachtadviseurs te vergroten en een kader voor
belangenconflicten op te stellen. 3.4. Verduidelijking van de
verhouding tussen samenwerking tussen beleggers over aspecten van corporate
governance en het concept „handelen in overleg” Een groot aantal respondenten op het groenboek
van 2011 vroeg om verduidelijking van het concept „handelen in overleg”. De
huidige regels in de overnamerichtlijn en de transparantierichtlijn en in de
nationale wetgevingen die deze richtlijnen omzetten, bieden immers niet
voldoende rechtszekerheid, wat beschouwd wordt als een belemmering voor
doeltreffende samenwerking tussen aandeelhouders. De aandeelhouders moeten
weten wanneer zij informatie kunnen uitwisselen en met elkaar kunnen
samenwerken zonder het risico te lopen dat hun acties onverwachte rechtsgevolgen
teweegbrengen. Zolang er geen duidelijkheid bestaat, kunnen
aandeelhouders samenwerking uit de weg gaan, wat het potentieel van betrokken
aandeelhouderschap op lange termijn, namelijk dat de aandeelhouders daadwerkelijk
van de raad van bestuur rekenschap voor zijn acties verlangen, kan ondermijnen.
De Commissie erkent dat er richtsnoeren moeten komen om de grenzen van het
concept te verduidelijken en rechtszekerheid te bieden, zodat samenwerking
tussen aandeelhouders gemakkelijker wordt. In 2013 zal de Commissie nauw samenwerken met
de bevoegde nationale autoriteiten en de ESMA om richtsnoeren te ontwikkelen
die de rechtszekerheid vergroten over de verhouding tussen samenwerking tussen
beleggers over aspecten van corporate governance en het concept „handelen in
overleg”. 3.5. Werknemersaandelen De Commissie is van mening dat het belang van werknemers
bij de duurzaamheid van hun onderneming een aspect is dat bij het uittekenen
van een goed werkend governancekader in overweging moet worden genomen.
Werknemers kunnen bij de gang van zaken in een onderneming worden betrokken
door hen te informeren, te raadplegen en zitting te geven in de raad van
bestuur. Een andere mogelijkheid is financiële participatie, bijvoorbeeld door de
werknemers aandeelhouder te laten worden. In veel lidstaten hebben werknemersaandelen een
lange traditie en geschiedenis. Uit onderzoek dat ter voorbereiding van het
groenboek van 2011 werd gevoerd en de antwoorden op het groenboek blijkt
dat regelingen inzake werknemersaandelen een belangrijke rol zouden kunnen
spelen bij het verhogen van het percentage aandeelhouders dat op lange termijn
denkt. Omdat werknemersaandelen vanuit zeer veel invalshoeken kunnen worden
bekeken (bijvoorbeeld fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsrecht), vindt de
Commissie het belangrijk dat dit aspect in detail wordt onderzocht, in het
bijzonder wat de gevolgen voor de interne markt betreft. In het licht van deze
analyse zal de Commissie vaststellen welke initiatieven passend kunnen zijn om
de ontwikkeling van grensoverschrijdende regelingen inzake werknemersaandelen
in Europa aan te moedigen. De Commissie zal de mogelijke belemmeringen voor
grensoverschrijdende regelingen inzake werknemersaandelen identificeren en
onderzoeken en zal vervolgens passende maatregelen nemen om werknemersaandelen in
Europa aan te moedigen. 4. Beter kader voor grensoverschrijdende
operaties van EU‑vennootschappen Het Europees vennootschapsrecht is een integrerend
onderdeel van de interne markt. Het garandeert de vrijheid van oprichting van
vennootschappen en biedt rechtszekerheid voor hun operaties. Het kan op die
manier de groei en de concurrentiekracht van vennootschappen ondersteunen. 4.1. Overbrenging van de zetel Buiten de regels in de statuten van de Europese
vennootschap (SE), de Europese coöperatieve vennootschap (SCE) en het Europees
economisch samenwerkingsverband (EESV), zijn er geen EU‑regels op grond waarvan
vennootschappen hun zetel over de grenzen kunnen overbrengen met behoud van de
rechtspersoonlijkheid van de vennootschap. Momenteel zijn er slechts een paar
lidstaten die overbrenging van de zetel toestaan zonder dat de vennootschap
moet worden ontbonden en vervolgens opnieuw worden opgericht. Vennootschappen
kunnen ook gebruik maken van de richtlijn grensoverschrijdende fusies of de SE
als een middel om van thuislidstaat te veranderen. Uit de antwoorden op de
publieke raadpleging van 2012 bleek dat er grote interesse bestaat voor EU‑regels
inzake grensoverschrijdende overbrenging van de zetel[42]. De
Commissie erkent het belang van dit punt. Zij is echter van mening dat
toekomstige initiatieven dienaangaande moeten worden gebaseerd op betrouwbare
economische gegevens en een grondige beoordeling van de praktische en werkelijke
behoefte aan en het mogelijke gebruik van Europese regels inzake overbrenging
van de zetel. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de recente
rechtspraak van het Europees Hof van Justitie[43] en de ontwikkelingen in de rechtskaders van
de lidstaten. De Commissie zal hierover publieke en gerichte raadplegingen
houden en over de resultaten daarvan verslag uitbrengen. In 2013 zal de Commissie publieke en gerichte
raadplegingen houden om haar effectbeoordeling van een mogelijk initiatief
inzake grensoverschrijdende overbrenging van de zetel bij te werken. Vervolgens
zal de Commissie bekijken of er een wetgevend initiatief moet worden genomen. 4.2. Verbetering van het
mechanisme voor grensoverschrijdende fusies Richtlijn 2005/56/EG betreffende
grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen was een grote stap
voorwaarts voor de grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen in de
EU. Dat kader zou nu moeten worden aangepast om te kunnen voldoen aan de
veranderende behoeften van de eengemaakte markt. De Commissie zal de conclusies
van een komende studie van de toepassing van de richtlijn, die in de tweede
helft van 2013 klaar zal zijn, analyseren en rekening houden met de
opgedane ervaring en de toekomstige behoeften. Vooral de procedureregels zouden
moeten worden verduidelijkt, omdat verschillende punten aanleiding kunnen geven
tot onzekerheid en complexe situaties, zoals een gebrek aan harmonisering van
de methoden voor de waardering van activa, de duur van de bescherming van de
rechten van de schuldeisers en de gevolgen voor de rechten van de schuldeisers
bij voltooiing van fusies. Uit de publieke raadpleging van 2012 blijkt dat
een verbetering van het kader voor grensoverschrijdende fusies op veel bijval
kan rekenen[44].
De studie die momenteel wordt uitgevoerd, zal de Commissie helpen de nodige
vervolgmaatregelen voor te bereiden. De Commissie wil in 2013 verslag uitbrengen
over de resultaten van de studie en vervolgens nagaan of een wijziging van de
richtlijn inzake grensoverschrijdende fusies aangewezen is. 4.3. Grensoverschrijdende
splitsingen De splitsingen op nationaal niveau zijn al een
aantal jaren geharmoniseerd door Richtlijn 82/891/EEG. Die harmonisering
is echter niet weerspiegeld in de EU‑wetgeving inzake grensoverschrijdende
transacties, waarin alleen grensoverschrijdende fusies uitdrukkelijk mogelijk
zijn gemaakt. Momenteel moeten vennootschappen die tot een grensoverschrijdende
splitsing willen overgaan, verschillende operaties uitvoeren, zoals de
oprichting van een dochteronderneming gevolgd door een overdracht van activa,
of een binnenlandse splitsing gevolgd door een overbrenging van de zetel. Een
duidelijk rechtskader met de voorwaarden waaronder grensoverschrijdende
splitsingen direct kunnen worden uitgevoerd, zou helpen de kosten in grote mate
te beperken. Uit de resultaten van de publieke raadpleging van 2012[45] bleek
dat er in feite grote vraag bestaat naar een duidelijk rechtskader voor
grensoverschrijdende splitsingen. In 2013 zal de Commissie op basis van de
resultaten van de studie over de toepassing van de richtlijn betreffende
grensoverschrijdende fusies nagaan of er een initiatief moet komen in verband
met een kader voor grensoverschrijdende splitsingen, mogelijk een wijziging van
de richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies. Die richtlijn is immers
goed bekend bij de belanghebbenden en vormt een beproefd kader voor
grensoverschrijdende herstructureringen. 4.4. Slimme rechtsvormen voor
Europese kmo’s De Europese kleine en middelgrote ondernemingen
(kmo's) hebben een belangrijke rol te spelen in de versterking van de EU‑economie,
vooral nu in de economische crisis. Er zijn al veel inspanningen geleverd om de
kmo’s het leven gemakkelijker te maken op een aantal gebieden waarop zij
problemen lijken te ondervinden, zoals de maatregelen die zijn genomen na de
herziening van de Small Business Act van 2011[46]. Wat het
vennootschapsrecht betreft, is de Commissie van mening dat de kmo’s minder
rompslomp moeten ondervinden als zij in de EU zaken doen en het blijft een
duidelijke prioriteit van de Commissie om daarvoor concrete maatregelen te
nemen. Omdat de onderhandelingen over het voorstel voor
het statuut van de Europese besloten vennootschap (SPE) blijven aanslepen,
bleek uit de publieke raadpleging van 2012 dat de belanghebbenden twijfelen
of de onderhandelingen over dit voorstel moeten worden voortgezet.
Tegelijkertijd hebben de belanghebbenden interesse voor alternatieve
maatregelen[47].
De Commissie zal blijven nagaan hoe het bestuurlijk en regelgevend kader voor de
kmo's kan worden verbeterd, zodat zij dankzij eenvoudige, flexibele en goed
bekende regels in de EU gemakkelijker grensoverschrijdende activiteiten kunnen
ontplooien en hun kosten kunnen beperken. De Commissie zal blijven werken aan de follow-up van
het voorstel voor de SPE om de kmo’s meer grensoverschrijdende opportuniteiten
te bieden. 4.5. Meer en betere kennis van het
statuut van de Europese vennootschap (SE) en het statuut van de Europese
coöperatieve vennootschap (SCE) Het statuut van de Europese vennootschap bood
vennootschappen met een Europese dimensie een aantal voordelen. In
oktober 2012[48]
waren er 1 426 SE's geregistreerd en de belangstelling voor deze
rechtsvorm blijft groeien. Volgens het verslag van 2010 over de toepassing
van het statuut[49]
hebben vennootschappen voor deze rechtsvorm gekozen vanwege zijn Europese imago
en de mogelijkheid de zetel over te brengen en doeltreffender te herstructureren
op grensoverschrijdende basis. Tegelijkertijd klagen de belanghebbenden over
hoge oprichtingskosten, complexe procedures en rechtsonzekerheid, die vaak
voortvloeien uit de vele verwijzingen naar nationale wetgeving, het feit dat
het statuut niet voldoende bekend is en in de praktijk niet veel wordt
toegepast. Daarnaast zouden sommige voorwaarden in het statuut die voor de oprichting
van een SE vervuld moeten zijn, erg streng zijn. Ook voor de SCE stelt de
Commissie na uitgebreide raadpleging[50]
vast dat een van de redenen waarom de verordening in de praktijk weinig wordt
toegepast, haar complexiteit is (in juli 2012 waren er slechts 25 SCE's
opgericht). Daarnaast zijn het bestaan van dit instrument en de voordelen voor
kmo’s niet voldoende bekend. De respondenten van de raadpleging van 2012
waren voorstander van een herziening van de EU‑rechtsvormen in het algemeen[51]. Omdat
de verwachte voordelen van een herziening van beide statuten met het oog op
vereenvoudiging en verbetering echter niet zouden opwegen tegen de mogelijke
problemen als gevolg van een heropening van de discussies, is de Commissie niet
van plan om de statuten op korte termijn te herzien. De Commissie zal zich in
plaats daarvan inspannen om de statuten van de SE en de SCE meer bekendheid te
geven bij de vennootschappen en hun juridische adviseurs (onder meer de
aspecten in verband met de betrokkenheid van werknemers), om hen aan te sporen vaker
voor deze rechtsvormen te kiezen. De Commissie zal in 2013 een informatiecampagne
starten om het statuut van de Europese vennootschap (SE) meer bekendheid te
geven door middel van een uitgebreide website met praktisch advies en alle
relevante documenten over het statuut. Daarnaast zal zij nagaan hoe een soortgelijke
actie kan worden ondernomen om het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap
(SCE) te promoten. 4.6. Groepen van vennootschappen Uit de publieke raadpleging van 2012 is
gebleken dat het publiek voorstander is van goed gerichte EU‑initiatieven
inzake groepen van vennootschappen[52].
In het verslag van de reflectiegroep[53]
en in ander materiaal dat voor of tijdens de raadpleging bij de Commissie was
ingediend, waren reeds twee punten naar voren gekomen. De belanghebbenden
zouden toejuichen dat de voor beleggers bestemde communicatie over de structuur
van de groep wordt vereenvoudigd en dat er in de EU erkenning komt van het
concept „belang van de groep”. Anderzijds kon het idee van een uitgebreid EU‑rechtskader
voor groepen van vennootschappen op veel minder bijval rekenen. De Commissie zal in 2014 met een initiatief
komen om de informatie over groepen te verbeteren en het concept „belang van de
groep” erkend te zien. 5. Codificatie van het EU‑vennootschapsrecht De bepalingen van het Europees vennootschapsrecht
zijn over heel wat verschillende teksten verspreid. Dit maakt het voor de
gebruikers moeilijk om een duidelijk overzicht te krijgen van het op dit
beleidsterrein toepasselijke recht. Het grote aantal richtlijnen op het gebied
van het vennootschapsrecht brengt ook het risico mee dat er onbedoeld leemten
of overlappingen bestaan. Uit de publieke raadpleging van 2012 blijkt dat
er ruime bijval bestaat voor het idee de bestaande richtlijnen op het gebied
van het vennootschapsrecht bijeen te voegen[54]. Meer dan 75% van de respondenten[55] vroeg
ofwel de bestaande richtlijnen in één enkel EU‑instrument op het gebied van het
vennootschapsrecht op te nemen, ofwel verschillende groepen richtlijnen over
soortgelijke onderwerpen bijeen te voegen. Ook het Europees Parlement is
voorstander van deze aanpak[56]. De Commissie is van mening dat het belangrijk is het
EU‑vennootschapsrecht leesbaarder te maken en het risico van toekomstige inconsistenties
te beperken. Zij zal derhalve de codificatie van de grote richtlijnen op het
gebied van het vennootschapsrecht en hun samenvoeging in één enkel instrument voorbereiden.
Het zal gaan om de richtlijnen betreffende fusies en splitsingen, de oprichting
van kapitaalvennootschappen en de wijziging en instandhouding van hun kapitaal,
eenpersoonsvennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, buitenlandse
kantoren en bepaalde regels inzake openbaarmaking, geldigheid en nietigheid[57]. De
wijzigingen die bij de recente richtlijn betreffende de koppeling van
handelsregisters zijn ingevoerd, zullen er ook deel van uitmaken[58]. De
vooruitgang van deze werkzaamheden zal in zekere mate afhangen van de afronding
van parallelle initiatieven, zoals het kader voor crisisbeheer, waarvoor in de
bestaande richtlijnen op het gebied van het vennootschapsrecht kleine
wijzigingen moeten worden aangebracht. De Commissie is van plan in 2013 een voorstel
in te dienen tot codificatie en samenvoeging van de grote richtlijnen op het
gebied van het vennootschapsrecht. 6. Conclusie De Commissie heeft in dit actieplan een aantal
concrete actielijnen op het gebied van het vennootschapsrecht en de corporate
governance vastgelegd om ervoor te zorgen dat op deze gebieden verdere verbeteringen
tot stand worden gebracht. Het gaat onder meer om initiatieven voor meer
transparantie tussen vennootschappen en hun aandeelhouders, initiatieven om
betrokkenheid van aandeelhouders op lange termijn aan te moedigen en te
faciliteren en initiatieven op het gebied van het vennootschapsrecht ter
ondersteuning van de groei en de concurrentiekracht van Europese ondernemingen.
De initiatieven op het gebied van corporate governance hebben niet de bedoeling
de huidige aanpak te wijzigen, maar willen ervoor zorgen dat deze aanpak door
juiste interactie tussen vennootschappen, hun aandeelhouders en andere
belanghebbenden doeltreffender wordt. Wat het vennootschapsrecht betreft,
willen de voorgestelde initiatieven bewerkstelligen dat vennootschappen meer
rechtszekerheid hebben, vooral in verband met grensoverschrijdende operaties.
De Commissie zal met de belanghebbenden mogelijke verdere acties onderzoeken om
ervoor te zorgen dat het EU‑kader op het gebied van het vennootschapsrecht en
de corporate governance bijdraagt aan de doelstelling van slimme, duurzame en
inclusieve groei. In de bijlage wordt een samenvatting van deze
initiatieven gegeven. De belanghebbenden die de ontwikkelingen in detail willen
volgen, wordt gevraagd regelmatig de website van de Commissie te bezoeken: http://ec.europa.eu/internal_market/company/index_en.htm Bijlage: samenvatting van de
belangrijkste initiatieven van dit actieplan Initiatief || Instrument en verwachte timing Openbaarmaking van het beleid voor de diversiteit van de raad van bestuur en risicobeheer || Wijziging van de jaarrekeningenrichtlijn, 2013 Betere zichtbaarheid van de participaties in beursgenoteerde vennootschappen in Europa || Effectenwetgeving, 2013 Kwalitatief betere verslagen over corporate governance, vooral wat de kwaliteit van de toelichtingen betreft die moeten worden verstrekt door beursgenoteerde vennootschappen die afwijken van de bepalingen van de code voor corporate governance || Eventueel een niet-wetgevend initiatief, 2013 Openbaarmaking van het stembeleid, het beleid op het gebied van betrokkenheid en het stemverleden van institutionele beleggers || Eventueel een richtlijn betreffende de uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders, 2013 Meer transparantie inzake het beloningsbeleid en de individuele beloningen van bestuurders, stemrecht van de aandeelhouders in verband met het beloningsbeleid Betere controle van de aandeelhouders op de transacties met verbonden partijen Betere kaders voor transparantie en belangenconflicten in verband met volmachtadviseurs Nauw samenwerken met de bevoegde nationale autoriteiten en de ESMA om richtsnoeren te ontwikkelen die de rechtszekerheid vergroten over de verhouding tussen samenwerking tussen beleggers over aspecten van corporate governance en het concept „handelen in overleg” || Richtsnoeren, 2013 Meer bekendheid geven aan het statuut van de Europese vennootschap (SE) (met inbegrip van de betrokkenheid van de werknemers) en eventueel aan het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap (SCE) || Voorlichtingscampagne, 2013 De Commissie zal blijven werken aan de follow-up van het voorstel voor de SPE om de kmo’s meer grensoverschrijdende opportuniteiten te bieden || Verder onderzoek In kaart brengen van de belemmeringen voor werknemersaandelen in de lidstaten || Analyse aan de gang Regels inzake de grensoverschrijdende overbrenging van de zetel || Verder onderzoek, 2013, en eventueel een initiatief Herziening van de regels inzake grensoverschrijdende fusies || Studie, 2013, en eventueel wijziging van de richtlijn grensoverschrijdende fusies Regels inzake grensoverschrijdende splitsingen Codificatie van de belangrijkste richtlijnen op het gebied van het vennootschapsrecht || Voorstel voor een gecodificeerde richtlijn vennootschapsrecht, 2013 Betere informatie over groepen en erkenning van het concept „belang van de groep” || Initiatief nog vast te stellen, 2014 [1] Zie
mededeling van de Commissie „Europa 2020: een strategie voor slimme,
duurzame en inclusieve groei”, COM(2010) 2020 definitief, blz. 16-17. [2] Mededeling
van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Modernisering van
het vennootschapsrecht en verbetering van de corporate governance in de
Europese Unie - Een actieplan, COM(2003) 284 definitief. [3] Document te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/consultation/consultation_en.pdf [4] Richtlijn
78/660/EEG. [5] Richtlijn
2007/36/EG. [6] Richtlijn
2005/56/EG. [7] Aanbevelingen 2005/162/EG
en 2004/913/EG van de Commissie. [8] Zie
Richtlijn 2006/68/EG tot wijziging van Richtlijn 77/91/EEG. [9] Zie de
Richtlijnen 2007/63/EG en 2009/109/EG tot wijziging van de
Richtlijnen 78/855/EEG en 82/891/EEG. [10] Zie de
beginselen van de OESO inzake corporate governance, 2004, blz. 11, te vinden op
http://www.oecd.org/dataoecd/32/18/31557724.pdf
Het EU‑kader voor corporate governance omvat wetgeving op het gebied van
verklaringen inzake corporate governance, transparantie van beursgenoteerde
vennootschappen, rechten van aandeelhouders en overnamebiedingen, en niet‑bindende
regels, „soft law” genaamd, zoals de aanbevelingen over de rol en de beloning
van bestuurders van vennootschappen. [11] Zie
hieronder punt 2.2. [12] COM(2010) 284
definitief. [13] COM(2011) 453
definitief en COM(2011) 452 definitief. [14] COM(2011) 164 definitief, te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/modern/com2011-164_en.pdf#page=2 [15] Zie de
feedbackverklaring van 15 november 2011 en de ontvangen antwoorden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/corporate-governance-framework_en.htm,
hierna „de feedbackverklaring over het groenboek van 2011” genoemd. [16] Resolutie
van het Europees Parlement van 29 maart 2012 over een corporate-governancekader
voor Europese ondernemingen, zie punt 41, P7_TA(2012)0118: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2012-0118+0+DOC+XML+V0//EN&language=EN [17] Het EU‑vennootschapsrecht
bestrijkt de bescherming van de belangen van aandeelhouders en anderen, de
oprichting van kapitaalvennootschappen en de instandhouding van hun kapitaal,
de verschaffing van informatie over dochterondernemingen, fusies en
splitsingen, minimumvoorschriften voor eenpersoonsvennootschappen met beperkte
aansprakelijkheid en rechten van aandeelhouders, alsook rechtsvormen zoals de
Europese vennootschap (SE), het Europees economisch samenwerkingsverband (EESV)
en de Europese coöperatieve vennootschap (SCE). [18] Zie
bijvoorbeeld COM(2008) 194 van 17 april 2008. [19] Te vinden
op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/modern/reflectiongroup_report_en.pdf [20] Zie: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/index_en.htm#conference [21] De tekst van de raadpleging is te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/consultations/2012/company_law_en.htm [22] Resolutie
van het Europees Parlement van 14 juni 2012 over de toekomst van het Europees
vennootschapsrecht, P7_TA(2012)0259: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2012-0259+0+DOC+XML+V0//EN&language=EN [23] Zie de feedbackverklaring van 17 juli 2012 en de
ontvangen antwoorden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/index_en.htm#consultation2012 [24] Afhankelijk
van de structuur van de raad van bestuur (monistisch, gecombineerd of
dualistisch). [25] Zie de
feedbackverklaring over het groenboek van 2011. [26] Zie XXXX. [27] Richtlijn 78/660/EEG. [28] Zie de
studie „Monitoring and Enforcement Practices in Corporate Governance in the
Member States”, te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/ecgforum/studies_en.htm [29] Zie de
feedbackverklaring over het groenboek van 2011. [30] De huidige
regels voor instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) en
beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (abi’s) vereisen slechts dat
beleggers informatie krijgen over beleggingsdoelstellingen en –beleid,
waaronder een specifiek risicoprofiel, het in het verleden behaalde en
verwachte rendement en de verschillende kosten (zie de Richtlijnen 2009/65/EG
en 2011/61/EU). [31] Zie: http://www.frc.org.uk/getattachment/e2db042e-120b-4e4e-bdc7-d540923533a6/UK-Stewardship-Code-September-2012.aspx,
vooral de beginselen 1 en 6. [32] Zie: http://www.eumedion.nl/en/public/knowledgenetwork/best-practices/best_practices-engaged-share-ownership.pdf,
vooral beste praktijk 6. [33] Zie:
http://www.efama.org/Publications/Public/Corporate_Governance/11-4035%20EFAMA%20ECG_final_6%20April%202011%20v2.pdf,
vooral de beginselen 1, 5 en 6. [34] Zie https://www.icgn.org/images/ICGN/Best%20Practice%20Guidance%20PDFS/short_version_-_icgn_global_corporate_governance_principles-_revised_2009.pdf,
vooral punt 9.5. Zie ook https://www.icgn.org/files/icgn_main/pdfs/best_practice/inst_share_responsibilities/2007_principles_on_institutional_shareholder_responsibilities.pdf,
vooral blz. 12. [35] Richtlijn 2007/36/EG. [36] In het
kader van het RKV III‑pakket zijn er al specifieke regels inzake de
beloning in financiële instellingen vastgesteld, die sedert januari 2011
van kracht zijn. Omdat ondoeltreffend risicobeheer en buitensporig
kortetermijndenken in financiële instellingen tot systematisch risico kunnen
leiden en de economie in haar geheel kunnen aantasten, is het belangrijk dat er
een goed beloningsbeleid wordt vastgesteld dat buitensporige risico’s niet
aanmoedigt of beloont. [37] Zie de
feedbackverklaring over het groenboek van 2011. [38] Zie het
verslag van de Commissie, COM(2010) 285 definitief, blz. 5
en 8. Te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/directors-remun/com-2010-285-2_en.pdf [39] Zie
artikel 43, lid 1, onder 7 ter, van Richtlijn 78/660/EEG
en artikel 34, onder 7 ter,
van Richtlijn 83/349/EG. [40] Verklaring van het Europees Forum inzake corporate
governance van 10 maart 2011 over transacties met verbonden partijen
voor beursgenoteerde entiteiten, te vinden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/ecgforum/ecgf_related_party_transactions_en.pdf [41] Zie: http://www.esma.europa.eu/content/Discussion-Paper-Overview-Proxy-Advisory-Industry-Considerations-Possible-Policy-Options.
De samenvatting van de antwoorden en het standpunt van de ESMA zullen
binnenkort worden gepubliceerd. [42] 373 van de 496 antwoorden (337 voorstander van een
richtlijn, 36 voorstander van andere maatregelen), zie de feedbackverklaring
van 17 juli 2012 en de ontvangen antwoorden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/index_en.htm#consultation2012 [43] Zaak C-378/10,
VALE, punt 34. [44] 331 van de
496 antwoorden. [45] 318 van de
496 antwoorden. [46] COM(2011) 78
van 23.2.2011. [47] 251 van de
496 antwoorden. [48] Zie:
http://ecdb.worker-participation.eu/ [49] Te vinden
op: http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2010:0676:FIN:EN:PDF [50] Zie: http://ec.europa.eu/enterprise/policies/sme/public-consultation/past-consultations/index_en.htm [51] 61 %
voorstander (307 van de 496 antwoorden). [52] Zie de
feedbackverklaring van 17 juli 2012 en de ontvangen antwoorden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/index_en.htm#consultation2012 [53] Voor meer
informatie, zie het verslag van de reflectiegroep, blz 59-75: http://ec.europa.eu/internal_market/company/docs/modern/reflectiongroup_report_en.pdf [54] Zie de
feedbackverklaring van 17 juli 2012 en de ontvangen antwoorden op: http://ec.europa.eu/internal_market/company/modern/index_en.htm#consultation2012 [55] 376 van de
496 antwoorden. [56] Resolutie
van het Europees Parlement van 14 juni 2012 over de toekomst van het Europees
vennootschapsrecht, zie punt 10, P7_TA(2012)0259: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//TEXT+TA+P7-TA-2012-0259+0+DOC+XML+V0//EN&language=EN [57] Richtlijnen 1977/91/EEG,
1982/891/EEG, 1989/666/EEG, 2005/56/EG, 2009/101/EG, 2009/102/EG en 2011/35/EU. [58] Richtlijn 2012/17/EU.